Bijlage 2 Ruimtelijke onderbouwing met bijlagen
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing Energielandgoed Raalte
36
• •
4.8.4
De poel bij veld 2 heeft een bergingscapaciteit van ca 300m3. De poel bij veld 3 heeft een bergingscapaciteit van ca 300m3, is dieper dan 80 cm. De poel wordt niet aangesloten op het watersysteem
Gemeentelijk beleid In de Waterwet en de Wet milieubeheer zijn de gemeentelijke watertaken geregeld. Deze taken hebben betrekking op de gemeentelijke zorgplicht voor: -
inzameling en transport van stedelijk afvalwater. het inzamelen en verwerken van afvloeiend hemelwater. grondwater(maatregelen).
Het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) beschrijft de beleidskaders (ambities) en de activiteiten voor de inzameling, transport en verwerking van stedelijk afval, hemel- en grondwater. Het GRP gaat uit van de volgende principes (tritsen): -
-
'vasthouden --> bergen --> afvoeren' houdt in dat in eerste instantie getracht wordt het (gebiedseigen) water in de bodem te infiltreren. Als dit niet mogelijk is dient het afstromend regenwater lokaal te worden geborgen in vijvers en watergangen. Pas in de laatste instantie kan overwogen worden het water (zo traag mogelijk) af te voeren naar de omgeving. 'schoonhouden --> scheiden --> schoonmaken' omvat ten eerste het niet toelaten dat de kwaliteit van water verslechtert (schoonhouden), vervolgens het gescheiden houden van schone en vuile waterstromen en als laatste het zuiveren (schoonmaken) van verontreinigd water. Door water schoon te houden en vuile waterstromen zoveel mogelijk gescheiden te houden kan de omvang van te zuiveren water worden beperkt en ook het zuiveringsrendement worden verhoogd.
Toetsing van de ontwikkeling Uit de digitale watertoets (zie bijlage 2) volgt dat de normale procedure van toepassing is. Het plan heeft geen schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie en zal niet leiden tot wateroverlast of grondwateroverlast in of rondom het besluitgebied. De zonnevelden worden niet aangesloten op de riolering, er is geen afvalwater. De toename van het verharde oppervlak is beperkt, maar zal vanwege de omvang van het project waarschijnlijk wel boven de 500 m2 uitkomen. Op eigen terrein is echter voldoende ruimte aanwezig voor infiltratie van het hemelwater. Alle drie locaties liggen in overstroombaar gebied. Eén van de locaties ligt in een beekdal (noordelijke locatie aan het spoor). Daarom moet worden aangegeven hoe rekening wordt gehouden met waterveiligheid en voorzieningen voor noodsituaties (vluchtlocaties, aangepast bouwen, evacuatieroutes, bescherming van vitale infrastructuur, geleiding van water naar gebieden waar het minder schade toebrengt). Alle aanwijzingen vanuit het waterschap Drents Overijsselse Delta zijn verwerkt.
Ruimtelijke onderbouwing Energielandgoed Raalte
37
Een zonnepark is geen kwetsbaar object. Ook verblijven personen er tijdens de gebruiksfase maar incidenteel en kortdurend voor onderhoud, waarbij het aantal personen zeer beperkt is. De locaties zijn goed toegankelijk vanaf de openbare weg. Aanvullende maatregelen vanwege de ligging in overstroombaar gebied of een beekdal zijn daarom niet noodzakelijk.
Ecologie Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming van kracht geworden met de provincie als bevoegd gezag. Deze wet omvat zowel de soortenbescherming als bescherming van (Europese) natuurgebieden.
Toetsing van de ontwikkeling Door ecologisch adviesbureau Eelerwoude is er een quickscan uitgevoerd voor eventueel te beschermen soorten en/of gebieden (Eelerwoude, Quickscan Wet natuurbescherming realisatie zonnepark Raalte, Projectnummer 204525, datum: 21-04-2023, zie bijlage 3). Op verzoek van de gemeente is die aangevuld met een Notitie aanvulling Quickscan Flora en Fauna (Bijlage 3) voor een gewenste nadere onderbouwing.
Beschermde soorten De ontwikkeling zal naar verwachting leiden tot een beperkt verlies van leefgebied van een aantal beschermde soorten waarvoor een provinciale vrijstelling geldt. De ingreep heeft geen invloed op de gunstige staat van instandhouding van deze soorten omdat er sprake is van een tijdelijke, en plaatselijke verstoring, voldoende leefgebied aanwezig blijft en het relatief algemene soorten betreft. Met de volgende soorten en/of soortgroepen dient rekening te worden gehouden: De das gebruikt alle drie percelen als onderdeel van het foerageergebied, mogelijk gaat het hierbij ook om essentieel foerageergebied. Door de ontwikkeling van een zonnepark gaat circa 18 hectare1 aan foerageergebied verloren wanneer geen maatregelen worden genomen. De kwaliteit van het foerageergebied zal ook veranderen. Ideaal bulkvoedsel voor das zijn regenwormen, deze zijn goed bereikbaar op de huidige, regelmatig gemaaide en bemeste graslanden. De zonnevelden zullen extensiever worden beheerd dan in de huidige situatie. Variatie zal daarmee toenemen met meer variatie in voedsel door een toename van insecten, zaden en bessen. Tijdens de uitvoering van de ecologische quickscan was het definitieve plan voor het zonnepark nog in ontwikkeling. Mede vanwege ingediende zienswijzen heeft Eelerwoude
1 Bij het opstellen van het ecologisch rapport was nog niet de exacte omvang van de zonnevelden bekend en is
zekerheidshalve het oppervlak van de percelen (44 ha) opgenomen.
Ruimtelijke onderbouwing Energielandgoed Raalte
38
recent opnieuw geoordeeld over het plan in relatie tot de das. De conclusies luiden als volgt: In oppervlakte blijft evenveel foerageergebied behouden als nu het geval is, omdat er passeerbare afrastering wordt gebruikt voor de das. De toegankelijkheid voor de das wordt gewaarborgd door op regelmatige afstand van elkaar buisopeningen onder of in het hekwerk te maken. Het landschap wordt kleinschalig ingericht, en de inrichting voorziet in een gevarieerder dieet voor de das. Tevens biedt de nieuwe inrichting heggen en struweel, wat dekking biedt voor de das om zich langs te verplaatsen. Op diverse manieren wordt het plangebied hierdoor dus geschikter voor das. Daarnaast is rondom de zonneparken veel geschikt foerageergebied aanwezig. Hierom wordt niet verwacht dat de aanwezige burchten onbruikbaar worden als gevolg van afname van foerageergebied. Hierom is er dus geen sprake van wetsovertreding; gezien er geen verblijfplaatsen ongeschikt raken. Hoewel er sprake is van overlap tussen foerageergebied en de projectlocaties is er geen sprake van (onttrekking van) essentieel foerageergebied, omdat voldoende bereikbare alternatieven (binnen en buiten de afrastering) beschikbaar zijn. De beschermde status van de das wordt hiermee gewaarborgd en een ontheffing in het kader van de WnB is daardoor niet aan de orde, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: -
Werkzaamheden mogen alleen plaatsvinden tussen zonsopkomst en zonsondergang; Plaatsen hekwerk op 20cm boven maaiveld, rondom alle deelgebieden.
Het geheel verhogen van de omheining voor het zonnepark naar 20 cm is niet mogelijk omdat het zonnepark dan niet meer verzekerd kan worden (i.v.m. diefstal waaronder koper). Daarom is gekozen voor de oplossing van buisopeningen onder of in het hek. De precieze locatie wordt voor de bouw afgestemd met een ter zake deskundige ecoloog maar minimaal zullen 30 buisopeningen worden gerealiseerd.
Alle vogelsoorten in Nederland zijn beschermd onder de Wet natuurbescherming. Voor alle beschermde inheemse (ook algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren vernielen of beschadigen, alsook op het wegnemen van nesten van vogels. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. Door verstorende werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren kan in veel situaties worden voorkomen dat gehandeld wordt in strijd met deze verbodsbepaling. De periode van 1 maart tot 15 juli wordt over het algemeen beschouwd als broedseizoen2. Werkzaamheden binnen het broedseizoen zijn mogelijk indien is vastgesteld dat er met deze werkzaamheden geen nesten van broedvogels worden verstoord. Voor de Wet natuurbescherming zijn echter alle bewoonde vogelnesten beschermd, ongeacht het tijdstip van het jaar en ongeacht de zeldzaamheid van de soort. Het wordt aangeraden om het bouwrijp maken van het plangebied buiten het broedseizoen uit te voeren. Indien het bouwrijp maken van het plangebied gebeurt tussen 1 maart en 15 juli, dient voorafgaand een check uitgevoerd te worden op de aanwezigheid van in gebruik zijnde nesten. Wanneer nesten worden aangetroffen kan dit consequenties hebben voor de uitvoering.
Ruimtelijke onderbouwing Energielandgoed Raalte
39
In de Wet natuurbescherming is in artikel 1.11 een omschrijving opgenomen over de algemene zorgplicht. Deze zorgplicht houdt in dat iedereen ‘voldoende zorg’ in acht neemt voor alle in het wild levende dieren en planten, dus ook niet-beschermde soorten, en hun directe leefomgeving. Dit is een algemene verantwoordelijkheid die voor iedereen geldt. Het betekent bijvoorbeeld dat er niet onnodig dieren en planten worden gedood, wanneer er redelijkerwijs een andere oplossing is, bijvoorbeeld door de dieren te verplaatsen naar een ander gebied.
Bescherming gebieden Natura 2000-gebieden De aard van de voorgenomen werkzaamheden en ontwikkeling maken dat de nietstikstofgerelateerde effecten uitsluitend tot het plangebied of in de zeer directe zone eromheen beperkt blijven. Een toetsing op grond van de Wet natuurbescherming van niet stikstof-gerelateerde effecten wordt daarom niet noodzakelijk geacht. Door een uitspraak van de Raad van State op 2 november 2022 kan geen gebruik meer worden gemaakt van de zogenoemde bouwvrijstelling. Bij elke aanvraag dient nu ook een berekening toegevoegd te worden voor de bouwfase. In de berekening van de bouwfase wordt de hoeveelheid stikstofdepositie bepaald van bouwmaterieel dat ingezet wordt om het gebouw te realiseren. Aan de hand van deze uitstoot wordt er gekeken of deze stikstofdepositie niet in omringende Natura2000 gebieden terecht komt. Voor de aanlegfase is daarom een stikstofberekening in AERIUS-Calculator uitgevoerd (zie bijlage 4). De berekening is gebaseerd op de uitgangspunten zoals genoemd in hoofdstuk 2 (gewenste ontwikkelingen). Voor de aggregaten is in de berekening van het volgende uitgegaan: -
Stage-IV, 2014-2018, 56-75 kW, diesel, SCR: ja Benodigd vermogen: 50 kW (2 kantoorunits x 15 kW, 1 kantine x 10 kW, 1 kleedkamer x 10 kW). Brandstofverbruik bij 50 kW: 8 ltr/uur (75 % belast) Draaiuren (per jaar) 640 (16 weken x 5 werkdagen x 8 uur) Brandstofverbruik in liters (per jaar): 5.120 Adblue-verbruik: 307 liter (6%)
Omdat het om drie deelgebieden gaat, is voor de situering van de aggregaten uitgegaan van de locatie die het dichtstbij een Natura 2000-gebied ligt (Boetelerveld op circa 5 km). Voor het bouwverkeer is uitgegaan van de langste rijroute totdat het bouwverkeer opgaat in het heersende verkeersbeeld (Nieuwe Deventerweg). Uit de berekening volgt dat de aanlegfase niet leidt tot een depositie van meer dan 0,00 mol/h/j. In de huidige situatie worden de weilanden gebruikt voor bemesting, maaien en hooien. In de toekomstige fase zal er een extensief beheer worden toegepast. Hierdoor neemt de stikstofdepositie in de toekomstige situatie niet toe ten opzichte van de huidige situatie en
Ruimtelijke onderbouwing Energielandgoed Raalte
40
het huidige gebruik, maar naar verwachting juist af. Tijdens de gebruiksfase vinden er verkeersbewegingen plaats voor beheer en onderhoud van het terrein. De verkeersgeneratie waarmee is gerekend is: -
Wekelijks 1 bestelbus of personenauto voor technisch onderhoud Twee keer per maand 1 bestelbus of personenauto voor landschappelijk onderhoud
Dat komt neer op 152 bewegingen van lichte voertuigen per jaar. Voor elk voertuig wordt een koude start gerekend aangezien onderhoud waarschijnlijk langer dan twee uur duurt en de motor in die periode afkoelt. De verkeersgeneratie tijdens de gebruiksfase van het zonnepark is zeer beperkt en heeft dus geen grote gevolgen voor de stikstofuitstoot. De AERIUS-berekening toont aan dat er als gevolg van het gebruik van het zonnepark geen verhoogde depositie is op Natura 2000gebieden.
Natuurnetwerk Een klein gedeelte van het middelste gebied ligt binnen het NNN van de provincie Overijssel (zie onderstaande afbeelding). Het betreft een stuk bos dat buiten de beoogde ontwikkeling van het energielandgoed blijft.
Ligging NNN in relatie tot het zoekgebied
Ruimtelijke onderbouwing Energielandgoed Raalte
41
Houtopstanden Binnen het gebied waar de zonnepanelen komen staan geen bomen. Hierdoor is de bescherming van houtopstallen niet aan de orde. Waar aan de randen van de percelen bomen staan, blijven deze behouden.
Mits rekening gehouden wordt met de voorgenoemde maatregelen en werkwijze is geen overtreding van de natuurwetten en natuurbeleid aan de orde. Vanuit de eisen van de natuurbescherming is het plan derhalve uitvoerbaar.
Archeologie en Cultuurhistorie Op grond van het Verdrag van Malta, de daaruit voortvloeiende Wet op de archeologische monumentenzorg en de regels uit het paraplubestemmingsplan Archeologie, dient te worden gekeken naar de archeologische waarden in het besluitgebied.
Toetsing van de ontwikkeling Binnen de projectlocatie ligt geen rijksmonument of gemeentelijk monument. In het geldende bestemmingsplan zijn aan de locatie geen archeologische (verwachtings)waarden toegekend. Conclusie is dat archeologie en cultuurhistorie geen belemmering vormen voor de uitvoerbaarheid van het project. Op grond van artikel 5.10 van de Erfgoedwet blijft voor bodemverstoringen wel de meldplicht van kracht. Als tijdens graafwerkzaamheden alsnog archeologische vondsten of indicatoren worden aangetroffen dan dient het werk onmiddellijk te worden stilgelegd en moet dit gemeld worden bij de Minister van Onderwijs, Cultuur en wetenschap, dan wel bij de provinciaal archeoloog en de gemeente.
Ruimtelijke onderbouwing Energielandgoed Raalte
42
Overige beperkingen Er zijn geen andere beperkingenzones geregistreerd voor het besluitgebied, zie onderstaande afbeelding.
Weergave geregistreerde publiekrechtelijke beperkingen (WKPB)
Lichtreflectie Bij de plaatsing van een zonnepark is de lichtreflectie richting de omgeving vaak een punt van aandacht dat door omwonenden wordt genoemd. Van enige lichtreflectie richting de omgeving is echter nauwelijks sprake. De schittering en reflectie van een zonnepanelensysteem is aanzienlijk lager dan de schittering en reflectie die wordt gegenereerd door standaard glas en andere veel voorkomende reflecterende oppervlakken in de directe omgeving van een zonnepark.
Ruimtelijke onderbouwing Energielandgoed Raalte
43
Het idee van efficiënte zone-energie is het absorberen van zoveel mogelijk licht met als doel om daar elektriciteit van te maken en tegelijkertijd minimalisatie van de reflectie. Daardoor produceren standaard zonnepanelen veel minder schittering en reflectie dan het glas van een standaard raam. De schittering en reflectie is eerder te vergelijken met dat van vlak water.
Lichtreflectie verschillende materialen
In bovenstaande grafiek2 zijn de percentages aan gereflecteerde energie van de zon ten opzichte van oppervlakten, die veel voorkomen in woon/werkgebieden, te zien. De legenda aan de rechterkant laat de verschillende oppervlakken zien waarbij de bovenste de het meeste reflecteert. De velden zullen grotendeels worden omzoomd door vegetatie wat op zich reflectie voor omwonenden zal belemmeren. Daarnaast is het uitgangspunt marktconforme toepassing van panelen waarbij de maximale absorptie van licht (lees daardoor minimale reflectie) wenselijk is voor het rendement. Veld 2 en 3 liggen echter langs de spoorlijn en zullen aan die kant geen extra vegetatie krijgen. Als gevolg van een zienswijze van Prorail en in nauwe samenwerking met hen is daarom onderzocht of reflectie op enig moment in de richting van een machinist zouden kunnen gaan en daarbij mogelijk overstralen van een sein zou kunnen veroorzaken. Zonder aanpassing zou vanaf half maart tot eind september gedurende circa het laatste uur voor een zonsondergang de reflectie in de richting van de machinist gaan. Door de panelen op die momenten niet horizontaal maar onder 7 graden te zetten worden reflectierichtingen richting machinisten uitgesloten. De toezegging aan Prorail dit aldus te implementeren maakt dat zij akkoord zijn en hun zienswijze ingetrokken hebben.
Deze aanpassing zorgt ervoor dat daardoor alle reflectie omhoog afbuigt, waardoor zowel waarnemers ( omwonenden) op de grond of in de trein (machinist) geen hinder zullen
2
Bron: Sunpower Corporation: “PV Systems: Low Levels of Glare and Reflectance vs. Surrounding Environment” provided with information e.g. by the University of Minnesota
Ruimtelijke onderbouwing Energielandgoed Raalte
44
ervaren. Onafhankelijk van het type gebruikt paneel is dus reflectie uitgesloten en hoeft geen verder onderzoek te worden verricht.
Electromagnetische straling Binnen de context van Electromagnetische emissie is vooral de richtlijn “EN61000-6-4:2007 Electromagnetic compatibility (EMC) - Part 6-4: Generic standards - Emission standard for industrial environments (IEC 61000-6-4:2006 + A1:2010)” van belang. Bij de bouw van de zonnevelden wordt enkel gebruik gemaakt van ‘industrial grade’ componenten en elektronische apparaten die voldoen aan de Europese en internationale normen en richtlijnen. In de volgende tabellen wordt de elektromagnetische emissie van PV-Systemen geïllustreerd3.
Fluxdichtheid van een PV systeem
In Nederland is het advies dat de fluxdichtheid niet hoger mag liggen dan 0.4 μT in gevoelige gebieden. Onderstaande tabel laat zien dat zodra de afstand groter wordt, de emissie zeer snel afneemt. Op 1 meter afstand zijn de waarden al zo laag dat er van uit kan worden gegaan dat de emissie buiten het park nihil is.
3
Bron: Fraunhofer Institute, Germany, Christian Märtel, www.Photovoltaik-Web.de
Ruimtelijke onderbouwing Energielandgoed Raalte
45
Elektrische velden van een PV-Systeem
Voor elektrische velden bij wisselspanning is de toegestane kracht maximaal 10V/m ‘s nachts in de slaapkamer, en 20 V/m gedurende de dag. De bovenstaande tabel laat zien dat zelfs in de directe omgeving van de elektrische componenten deze waarde reeds zeer laag zijn (1 meter – 17V/m). Buiten het park zijn deze waardes nihil. Marktleider SMA Solar Technology heeft een onderzoek laten uitvoeren om inzicht in het stralingsniveau van omvormers te krijgen. De omvormers zijn enkel gedurende de dag in gebruik en worden niet in de nabijheid van mensen ‘gebruikt’. Over het algemeen gedragen alle omvormers zich niet anders als typische elektronische huishoudelijke apparaten. De PVomvormers die gebruikt gaan worden voldoen aan de strengste eisen (EG richtlijn van 12 Juli, 1999 - betreffende de beperking van blootstelling van de bevolking aan elektromagnetische velden van 0 Hz — 300 GHz4).
4
Bron: http://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:31999H0519&from=EN
Ruimtelijke onderbouwing Energielandgoed Raalte
46
De elektromagnetische straling van een zonnepark is afkomstig van de omvormers. De overige componenten hebben geen significante straling. In de volgende grafiek zijn enkele elektrische apparaten met elkaar vergeleken op basis van de procentuele straling. De twee geteste omvormers zijn gekenmerkt als Sunny Boy en Sunny Beam.
Stralingsbronnen versus voorkomende belasting (Bron: SMA)
Ruimtelijke onderbouwing Energielandgoed Raalte
47
Uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid De realisatie van een zonnepark is geen bouwplan als bepaald in de wet (het gaat om een bouwwerk, geen gebouw). De vaststelling van een exploitatieplan is bij de omgevingsvergunning dus niet vereist. Daarnaast wordt er een overeenkomst gesloten tussen gemeente en ontwikkelende partij, waarin het kostenverhaal (waaronder planschade), is geregeld. De kosten voor het uitvoeren van het project zijn voor rekening van de initiatiefnemer.
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Wettelijke procedure Bij de verlening van een omgevingsvergunning die strijdig is met het geldende bestemmingsplan is wettelijk vastgelegd welke stappen doorlopen moeten worden. De vergunning wordt eerst als ontwerp ter inzage gelegd. Tijdens die termijn kan iedereen zienswijzen indienen tegen het voornemen tot het verlenen van de omgevingsvergunning. Eventuele zienswijzen en de gemeentelijke reactie daarop worden bij de definitieve besluitvorming betrokken. Dat proces is ook doorlopen. Deze versie van de ruimtelijke onderbouwing vormt mede het antwoord op de gemeentelijke reactie op de ingediende zienswijzen. Na het verlenen van de vergunning kan beroep worden ingesteld bij de rechtbank tegen de verleende vergunning. Tot slot kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Beleidsafstemming andere overheden Tijdens de ontwikkeling van dit initiatief is de uitgangspuntennotitie van Waterschap Drents Overijsselse Delta verwerkt. Tevens is vooroverleg geweest met de provincie Overijssel. Dat had een positieve uitkomst.
Ruimtelijke onderbouwing Energielandgoed Raalte
48
Participatie Er is in overleg met de gemeente Raalte een Communicatie- en Participatieplan opgesteld waarin beschreven staat op welke manier de dialoog wordt aangegaan met mensen die in de omgeving van het beoogde Energielandgoed Raalte wonen of werken. Het gaat dan met name om de vragen: -
Hoe het zonnepark zo goed mogelijk in de omgeving en het landschap kan passen. Hoe de omgeving mee kan doen en kan profiteren van het zonnepark. Hoe het zonnepark maatschappelijke meerwaarde geeft
In bijlage 6 is het Communicatie- en Participatieplan en een verslag van de uitvoering hiervan opgenomen. Gedurende het hele proces van communicatie en participatie zijn ook e-mails en brieven ontvangen van individuele omwonenden. Deze zijn ook opgenomen in het verslag waar beschreven wordt welke vragen en opmerkingen gemaakt zijn door de omwonenden en wat daarop het antwoord of reactie was van de initiatiefnemers. Verloop van het proces Hieronder wordt puntsgewijs het verloop van het proces weergegeven: • • • • • • • • • • • • • • • • •
8 mei 2023 Principebesluit gemeente Raalte 21 dec 2023 Indiening officiële aanvraag 14 mei 2025 Eindadvies Het Oversticht 20 mei 2025 Ontwerpbesluit omgevingsvergunning 26 jun 2025 Raadvergadering/Verklaring van geen bedenkingen 08 aug 2025 Publicatie 14 aug 2025 Hernieuwde publicatie in verband met het ontbreken van de Ruimtelijke Onderbouwing bij de publicatie op 8 augusuts. sep 2025 Zienswijzen van buurt, Prorail, Waterschap en Das & Boom 04 sep 2025 Overleg met Waterschap 19 sep 2025 Formeel einde publicatie/indienen zienswijzen 25 sep 2025 Einde publicatie/indienen zienswijze 03 oct 2025 Waterschap geeft akkoord op gemaakte aanpassingen 09 oct 2025 Termijn laatste pro-forma zienswijze ten einde 12 dec 2025 Overleg met Prorail. Geeft akkoord op aanpassing reflectie en EMS. 16 dec 2025 Formele intrekking zienswijze door Prorail en Waterschap 30 jan 2026 Memo gemeente Raalte over gewenste aanvullingen 12 feb 2026 Aanleveren aanvullingen
Ruimtelijke onderbouwing Energielandgoed Raalte
49
Uitvoerbaarheid en eigendom Bij de omgevingsvergunningaanvraag van een zonnepark gaat het om een bouwwerk en niet om een gebouw, dus is een exploitatieplan niet vereist. Omdat uiteindelijk de baten ten goede komen aan de lokale gemeenschap is het van belang om de uitvoerbaarheid te onderbouwen: Dit initiatief beschikt over geldende afspraken met vier zeer gemotiveerde landeigenaren. Naast het verhuren van de betreffende percelen voor een duurzame energieopwekking is er de intentie bij meerdere landeigenaren om zelf actief mee te investeren in het park. Biodiversiteit verbetering is noodzakelijk in Nederland, maar vormt een kostenpost en is daardoor in veel gevallen lastig uitvoerbaar. Enerzijds genereert dit project inkomsten uit duurzame energie terwijl door het toevoegen van biodiversiteit er vanuit de subsidie mogelijk een deel bekostigd wordt. Hierdoor wordt biodiversiteit uitvoerbaar. Alle capaciteit op het stroomnetwerk in Nederland is vrijwel gebruikt of gereserveerd. Overtuigd van de goede locatie, inpasbaarheid en de nationale alsook gemeentelijke verduurzamingambitie, heeft het initiatief daarom al in 2019 bij netbeheerder Enexis een reservering en aanbetaling gedaan om te voorkomen dat mogelijk beschikbare capaciteit naar andere projecten/gemeentes zou verdwijnen.
Enexis zal een aansluiting realiseren op het zuidelijke gebied (veld 2) en in eigen beheer zullen daar de twee noordelijke parken op worden aangesloten. Er zijn afspraken met het waterschap, WDO Delta, gemaakt over het leggen van de benodigde kabels onder het onderhoudspad van de Hondemotswetering. Het park is landschappelijk zeer goed in te passen. Door het park op te splitsen in drie zonnevelden wordt de impact enerzijds verlaagd terwijl anderzijds op ieder deelpark er vegetatie wordt toegevoegd die eigenlijk een (deels) herstel van een grotendeels verloren gegaan coulisselandschap bewerkstelligen. Omdat de intentie daar is om veel meer toe te voegen dan nationaal gezien wordt als noodzakelijk zal biodiversiteit aanzienlijk verbeteren. Hoewel er door het coronavirus, de inval in Oekraïne en de geopolitiek gevolgen daarvan er even economische onzekerheden ten aanzien van de realisatie van het park waren, zien we inmiddels dat de markt voor zonnepanelen en omvormers weer stabiliseert. Dit gekoppeld aan de steeds grotere vraag naar duurzame energiebronnen maakt dat de economische uitvoerbaarheid als absoluut positief bestempeld kan worden. Endona is een energie coöperatie en heeft in die hoedanigheid als doel lokale duurzame energie op te wekken en de baten daarvan ten gunste te laten komen aan de lokale gemeenschap.
Een proactieve opstelling ten aanzien van communicatie met direct omwonenden alsook de lokale baten die voort zullen vloeien uit dit zonnepark zorgen dat het niet alleen economisch maar ook maatschappelijk uitvoerbaar is.
Ruimtelijke onderbouwing Energielandgoed Raalte
50
Conclusie Conclusie is dat het project voldoet aan een goede ruimtelijke ordening als bij de uitvoering en het gebruik de volgende uitgangspunten worden gehanteerd: -
-
Werkzaamheden mogen alleen plaatsvinden tussen zonsopkomst en zonsondergang. Voor de bouw zal in samenspraak met een ecoloog gekeken worden waar die dassenpoorten (van 250 mm diameter) geplaatst moeten worden om het gebied bereikbaar te houden voor de das. Daarbij zullen zeker poorten op en nabij wissels geplaatst moeten worden en zal op andere locaties gekeken worden op welke onderlinge afstanden dit nodig is. Minimaal zullen er 30 dassenpoorten worden geplaatst. Het wordt aangeraden om het bouwrijp maken van het plangebied en de bouw van de zonnepanelen buiten het broedseizoen uit te voeren. Indien het bouwrijp maken van het plangebied gebeurt tussen 1 maart en 15 juli, dient voorafgaand een check uitgevoerd te worden op de aanwezigheid van in gebruik zijnde nesten.
Ruimtelijke onderbouwing Energielandgoed Raalte
51
Colofon Pardal – specialist in ruimtelijk-juridische processen www.pardal.nl info@pardal.nl 0031 (0)6 29 44 85 53 KvK nr. 091732222
Dit document is eigendom van de opdrachtgever en mag door hem alleen worden gebruikt voor het doel waarvoor het is vervaardigd met inachtneming van de rechten die voortvloeien uit de wetgeving op het gebied van het intellectuele eigendom.
Ruimtelijke onderbouwing Energielandgoed Raalte
52
Digitale Watertoets
Digitale watertoets De watertoets helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toetsen of u de belangen van het Waterschap raakt. Indien dit het geval is krijgt u tekst en uitleg over het vervolg proces.
Op basis van de check is onderstaande nodig 1. normale procedure 2. Advies overstroombaar gebied 3. Advies verharding 4. Advies grote ruimtelijke ontwikkeling
Op basis van onderstaande locatie
13-12-2023 10:40
1
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets
Vragen en antwoorden uit de check Gaat het om een plan met uitsluitend een functiewijziging van bestaande bebouwing?
nee
Is er sprake van een uitbreiding van de lozing van huishoudelijk afvalwater in het landelijk gebied groter dan 9 vervuilingseenheden (ve) of in het stedelijk gebied van 30 ve?
nee
Is er in of rondom het plangebied sprake van wateroverlast of grondwateroverlast?
nee
Wat is de totale hoeveelheid verhard oppervlak binnen het plangebied en is dit meer dan 500m2?
ja
Is het plan onderdeel van een grotere ruimtelijke ontwikkeling?
ja
Worden er op bedrijfsmatige wijze activiteiten verricht nee waardoor het verharde oppervlak verontreinigd raakt? Worden er materialen gebruikt waardoor het afstromende hemelwater verontreinigd kan raken?
nee
Vindt er een lozing plaats op oppervlaktewater?
nee
Vindt er een tijdelijke of permanente onttrekking van grondwater plaats?
nee
Invloedszone A-watergangen
nee
Beekdalen
nee
Milieuzonering RWZI
nee
Invloedszone Grote Rivieren
nee
Invloedszone Vecht
nee
Zone persleiding
nee
Beschermingszone waterkering
nee
Primaire Watergebieden en bergingsgebieden
nee
Invloedszone B watergangen
nee
Invloedszone overige keringen
nee
overstroombaar_gebied
ja
Grondwaterbeschermingsgebied drinkwater
nee
13-12-2023 10:40
2
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets
Details 1. normale procedure Wat moet ik doen? "WIJ VERZOEKEN U OM IN TE LOGGEN OM DE PROCEDURE AF TE RONDEN. HIERDOOR IS UW PLAN OOK AANGEMELD BIJ HET WATERSCHAP!
Geachte heer / mevrouw,
U heeft een watertoets uitgevoerd op de website www.dewatertoets.nl. Op basis van deze digitale toets concluderen wij dat belangen van het waterschap worden geraakt. U volgt daarom de normale procedure. Binnen 4 weken na indiening neemt waterschap Drents Overijsselse Delta contact met u op en ontvangt u een uitgangspuntennotitie. Deze notitie ontvangt u op het door u opgegeven emailadres.
In de uitgangspuntennotitie vindt u meer informatie over de bestaande waterhuishouding en vindt u concrete uitgangspunten voor uw plan. Wij adviseren u deze uitgangspunten te verwerken in uw plan. Over het vervolg van het watertoetsproces vindt u in de uitgangspuntennotitie meer informatie.
Verklaring Dit document is een automatisch gegeneerd bestand op basis van de door u ingevulde gegevens. U bent akkoord gegaan met de door u ingevulde gegevens en u heeft verklaard alles naar waarheid te hebben ingevuld.
13-12-2023 10:40
3
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets 2. Advies overstroombaar gebied Wat moet ik doen? Het plan ligt in een overstroombaar gebied. Onder overstroombaar gebied verstaan we gebieden die normaal niet onder water staan, maar kunnen overstromen (tijdelijk onder water staan). Het gaat zowel om uiterwaarden die frequent onder water staan (buitendijks) als om beschermde gebieden achter de dijk (binnendijks). Beide vallen onder het toepassingsbereik van de Europese Richtlijn Overstromingsrisico's (ROR). De provincie Overijssel verplicht initiatiefnemers een overstromingsrisicoparagraaf op te stellen ten behoeve van het ruimtelijke plan.
In de overstromingsrisicoparagraaf moet worden aangegeven hoe rekening wordt gehouden met waterveiligheid en voorzieningen voor noodsituaties (vluchtlocaties, aangepast bouwen, evacuatieroutes, bescherming van vitale infrastructuur, geleiding van water naar gebieden waar het minder schade toebrengt). Als er zwaarwegende maatschappelijke belangen zijn om in deze laaggelegen gebieden nieuwe stedelijke functies toe te voegen, dient de waterveiligheid ook op langere termijn gegarandeerd te zijn, bijvoorbeeld door de technische inrichting van het gebied en/of de wijze van bouwen.
13-12-2023 10:40
4
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets 3. Advies verharding Wat moet ik doen? In het plan bevindt zich een grote (>500m2) hoeveelheid verharding. Dit kan effect hebben op de werking van het watersysteem in de omgeving van het plangebied. Wij gaan graag tijdig met u in overleg over de wijze waarop in het plangebied wordt omgegaan met hemelwater dat afstroomt van dit verharde oppervlak. Zo wordt wateroverlast nu en in de toekomst voorkomen dit geldt ook bij herstructurering. Compensatie moet de volgende trap volgen: vasthoudenbergen-afvoeren. In het plan is een verhard oppervlak van circa m2 aanweizig (bestaand+toekomstig). Dit houdt in dat een waterbergend oppervlak van m2 * 0.08m = m3 [kuub] wordt aangelegd/aanwezig moet zijn.
Wanneer u bijvoorbeeld een extra schuur op het terrein wilt realiseren wordt gevraagd de oppervlakte van de schuur en de oppervlakte van de overige verharding (bestrating, huis, parkeerplaats) te noemen voor deze totale oppervlakte wordt een bergingsopgave opgesteld. Bestaande berging (greppel, vijver, infiltartiekratten) binnen het plangebied kunnen een deel van de bergingsopgave vervullen.
13-12-2023 10:40
5
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets 4. Advies grote ruimtelijke ontwikkeling Wat moet ik doen? Wanneer u slechts voor een deel van een grote ontwikkeling een watertoets indient worden wij graag op de hoogte gebracht van de complete ontwikkeling. Zo kunnen we tijdig voor het gehele plan de juiste adviezen afgeven.
13-12-2023 10:40
6
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets
Digitale watertoets De watertoets helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toetsen of u de belangen van het Waterschap raakt. Indien dit het geval is krijgt u tekst en uitleg over het vervolg proces.
Op basis van de check is onderstaande nodig 1. normale procedure 2. Advies overstroombaar gebied 3. Advies verharding 4. Advies grote ruimtelijke ontwikkeling
Op basis van onderstaande locatie
13-12-2023 10:35
1
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets
Vragen en antwoorden uit de check Gaat het om een plan met uitsluitend een functiewijziging van bestaande bebouwing?
nee
Is er sprake van een uitbreiding van de lozing van huishoudelijk afvalwater in het landelijk gebied groter dan 9 vervuilingseenheden (ve) of in het stedelijk gebied van 30 ve?
nee
Is er in of rondom het plangebied sprake van wateroverlast of grondwateroverlast?
nee
Wat is de totale hoeveelheid verhard oppervlak binnen het plangebied en is dit meer dan 500m2?
ja
Is het plan onderdeel van een grotere ruimtelijke ontwikkeling?
ja
Worden er op bedrijfsmatige wijze activiteiten verricht nee waardoor het verharde oppervlak verontreinigd raakt? Worden er materialen gebruikt waardoor het afstromende hemelwater verontreinigd kan raken?
nee
Vindt er een lozing plaats op oppervlaktewater?
nee
Vindt er een tijdelijke of permanente onttrekking van grondwater plaats?
nee
Invloedszone A-watergangen
nee
Beekdalen
nee
Milieuzonering RWZI
nee
Invloedszone Grote Rivieren
nee
Invloedszone Vecht
nee
Zone persleiding
nee
Beschermingszone waterkering
nee
Primaire Watergebieden en bergingsgebieden
nee
Invloedszone B watergangen
nee
Invloedszone overige keringen
nee
overstroombaar_gebied
ja
Grondwaterbeschermingsgebied drinkwater
nee
13-12-2023 10:35
2
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets
Details 1. normale procedure Wat moet ik doen? "WIJ VERZOEKEN U OM IN TE LOGGEN OM DE PROCEDURE AF TE RONDEN. HIERDOOR IS UW PLAN OOK AANGEMELD BIJ HET WATERSCHAP!
Geachte heer / mevrouw,
U heeft een watertoets uitgevoerd op de website www.dewatertoets.nl. Op basis van deze digitale toets concluderen wij dat belangen van het waterschap worden geraakt. U volgt daarom de normale procedure. Binnen 4 weken na indiening neemt waterschap Drents Overijsselse Delta contact met u op en ontvangt u een uitgangspuntennotitie. Deze notitie ontvangt u op het door u opgegeven emailadres.
In de uitgangspuntennotitie vindt u meer informatie over de bestaande waterhuishouding en vindt u concrete uitgangspunten voor uw plan. Wij adviseren u deze uitgangspunten te verwerken in uw plan. Over het vervolg van het watertoetsproces vindt u in de uitgangspuntennotitie meer informatie.
Verklaring Dit document is een automatisch gegeneerd bestand op basis van de door u ingevulde gegevens. U bent akkoord gegaan met de door u ingevulde gegevens en u heeft verklaard alles naar waarheid te hebben ingevuld.
13-12-2023 10:35
3
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets 2. Advies overstroombaar gebied Wat moet ik doen? Het plan ligt in een overstroombaar gebied. Onder overstroombaar gebied verstaan we gebieden die normaal niet onder water staan, maar kunnen overstromen (tijdelijk onder water staan). Het gaat zowel om uiterwaarden die frequent onder water staan (buitendijks) als om beschermde gebieden achter de dijk (binnendijks). Beide vallen onder het toepassingsbereik van de Europese Richtlijn Overstromingsrisico's (ROR). De provincie Overijssel verplicht initiatiefnemers een overstromingsrisicoparagraaf op te stellen ten behoeve van het ruimtelijke plan.
In de overstromingsrisicoparagraaf moet worden aangegeven hoe rekening wordt gehouden met waterveiligheid en voorzieningen voor noodsituaties (vluchtlocaties, aangepast bouwen, evacuatieroutes, bescherming van vitale infrastructuur, geleiding van water naar gebieden waar het minder schade toebrengt). Als er zwaarwegende maatschappelijke belangen zijn om in deze laaggelegen gebieden nieuwe stedelijke functies toe te voegen, dient de waterveiligheid ook op langere termijn gegarandeerd te zijn, bijvoorbeeld door de technische inrichting van het gebied en/of de wijze van bouwen.
13-12-2023 10:35
4
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets 3. Advies verharding Wat moet ik doen? In het plan bevindt zich een grote (>500m2) hoeveelheid verharding. Dit kan effect hebben op de werking van het watersysteem in de omgeving van het plangebied. Wij gaan graag tijdig met u in overleg over de wijze waarop in het plangebied wordt omgegaan met hemelwater dat afstroomt van dit verharde oppervlak. Zo wordt wateroverlast nu en in de toekomst voorkomen dit geldt ook bij herstructurering. Compensatie moet de volgende trap volgen: vasthoudenbergen-afvoeren. In het plan is een verhard oppervlak van circa m2 aanweizig (bestaand+toekomstig). Dit houdt in dat een waterbergend oppervlak van m2 * 0.08m = m3 [kuub] wordt aangelegd/aanwezig moet zijn.
Wanneer u bijvoorbeeld een extra schuur op het terrein wilt realiseren wordt gevraagd de oppervlakte van de schuur en de oppervlakte van de overige verharding (bestrating, huis, parkeerplaats) te noemen voor deze totale oppervlakte wordt een bergingsopgave opgesteld. Bestaande berging (greppel, vijver, infiltartiekratten) binnen het plangebied kunnen een deel van de bergingsopgave vervullen.
13-12-2023 10:35
5
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets 4. Advies grote ruimtelijke ontwikkeling Wat moet ik doen? Wanneer u slechts voor een deel van een grote ontwikkeling een watertoets indient worden wij graag op de hoogte gebracht van de complete ontwikkeling. Zo kunnen we tijdig voor het gehele plan de juiste adviezen afgeven.
13-12-2023 10:35
6
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets
Digitale watertoets De watertoets helpt u om aan de hand van de locatie van uw ruimtelijke plan en een aantal vragen te toetsen of u de belangen van het Waterschap raakt. Indien dit het geval is krijgt u tekst en uitleg over het vervolg proces.
Op basis van de check is onderstaande nodig 1. normale procedure 2. Advies overstroombaar gebied 3. Advies verharding 4. Advies grote ruimtelijke ontwikkeling
Op basis van onderstaande locatie
13-12-2023 10:38
1
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets
Vragen en antwoorden uit de check Gaat het om een plan met uitsluitend een functiewijziging van bestaande bebouwing?
nee
Is er sprake van een uitbreiding van de lozing van huishoudelijk afvalwater in het landelijk gebied groter dan 9 vervuilingseenheden (ve) of in het stedelijk gebied van 30 ve?
nee
Is er in of rondom het plangebied sprake van wateroverlast of grondwateroverlast?
nee
Wat is de totale hoeveelheid verhard oppervlak binnen het plangebied en is dit meer dan 500m2?
ja
Is het plan onderdeel van een grotere ruimtelijke ontwikkeling?
ja
Worden er op bedrijfsmatige wijze activiteiten verricht nee waardoor het verharde oppervlak verontreinigd raakt? Worden er materialen gebruikt waardoor het afstromende hemelwater verontreinigd kan raken?
nee
Vindt er een lozing plaats op oppervlaktewater?
nee
Vindt er een tijdelijke of permanente onttrekking van grondwater plaats?
nee
Invloedszone A-watergangen
nee
Beekdalen
ja
Milieuzonering RWZI
nee
Invloedszone Grote Rivieren
nee
Invloedszone Vecht
nee
Zone persleiding
nee
Beschermingszone waterkering
nee
Primaire Watergebieden en bergingsgebieden
nee
Invloedszone B watergangen
nee
Invloedszone overige keringen
nee
overstroombaar_gebied
ja
Grondwaterbeschermingsgebied drinkwater
nee
13-12-2023 10:38
2
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets
Details 1. normale procedure Wat moet ik doen? "WIJ VERZOEKEN U OM IN TE LOGGEN OM DE PROCEDURE AF TE RONDEN. HIERDOOR IS UW PLAN OOK AANGEMELD BIJ HET WATERSCHAP!
Geachte heer / mevrouw,
U heeft een watertoets uitgevoerd op de website www.dewatertoets.nl. Op basis van deze digitale toets concluderen wij dat belangen van het waterschap worden geraakt. U volgt daarom de normale procedure. Binnen 4 weken na indiening neemt waterschap Drents Overijsselse Delta contact met u op en ontvangt u een uitgangspuntennotitie. Deze notitie ontvangt u op het door u opgegeven emailadres.
In de uitgangspuntennotitie vindt u meer informatie over de bestaande waterhuishouding en vindt u concrete uitgangspunten voor uw plan. Wij adviseren u deze uitgangspunten te verwerken in uw plan. Over het vervolg van het watertoetsproces vindt u in de uitgangspuntennotitie meer informatie.
Verklaring Dit document is een automatisch gegeneerd bestand op basis van de door u ingevulde gegevens. U bent akkoord gegaan met de door u ingevulde gegevens en u heeft verklaard alles naar waarheid te hebben ingevuld.
13-12-2023 10:38
3
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets 2. Advies overstroombaar gebied Wat moet ik doen? Het plan ligt in een overstroombaar gebied. Onder overstroombaar gebied verstaan we gebieden die normaal niet onder water staan, maar kunnen overstromen (tijdelijk onder water staan). Het gaat zowel om uiterwaarden die frequent onder water staan (buitendijks) als om beschermde gebieden achter de dijk (binnendijks). Beide vallen onder het toepassingsbereik van de Europese Richtlijn Overstromingsrisico's (ROR). De provincie Overijssel verplicht initiatiefnemers een overstromingsrisicoparagraaf op te stellen ten behoeve van het ruimtelijke plan.
In de overstromingsrisicoparagraaf moet worden aangegeven hoe rekening wordt gehouden met waterveiligheid en voorzieningen voor noodsituaties (vluchtlocaties, aangepast bouwen, evacuatieroutes, bescherming van vitale infrastructuur, geleiding van water naar gebieden waar het minder schade toebrengt). Als er zwaarwegende maatschappelijke belangen zijn om in deze laaggelegen gebieden nieuwe stedelijke functies toe te voegen, dient de waterveiligheid ook op langere termijn gegarandeerd te zijn, bijvoorbeeld door de technische inrichting van het gebied en/of de wijze van bouwen.
13-12-2023 10:38
4
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets 3. Advies verharding Wat moet ik doen? In het plan bevindt zich een grote (>500m2) hoeveelheid verharding. Dit kan effect hebben op de werking van het watersysteem in de omgeving van het plangebied. Wij gaan graag tijdig met u in overleg over de wijze waarop in het plangebied wordt omgegaan met hemelwater dat afstroomt van dit verharde oppervlak. Zo wordt wateroverlast nu en in de toekomst voorkomen dit geldt ook bij herstructurering. Compensatie moet de volgende trap volgen: vasthoudenbergen-afvoeren. In het plan is een verhard oppervlak van circa m2 aanweizig (bestaand+toekomstig). Dit houdt in dat een waterbergend oppervlak van m2 * 0.08m = m3 [kuub] wordt aangelegd/aanwezig moet zijn.
Wanneer u bijvoorbeeld een extra schuur op het terrein wilt realiseren wordt gevraagd de oppervlakte van de schuur en de oppervlakte van de overige verharding (bestrating, huis, parkeerplaats) te noemen voor deze totale oppervlakte wordt een bergingsopgave opgesteld. Bestaande berging (greppel, vijver, infiltartiekratten) binnen het plangebied kunnen een deel van de bergingsopgave vervullen.
13-12-2023 10:38
5
https://dewatertoets.nl
Digitale Watertoets 4. Advies grote ruimtelijke ontwikkeling Wat moet ik doen? Wanneer u slechts voor een deel van een grote ontwikkeling een watertoets indient worden wij graag op de hoogte gebracht van de complete ontwikkeling. Zo kunnen we tijdig voor het gehele plan de juiste adviezen afgeven.
13-12-2023 10:38
6
https://dewatertoets.nl
Quickscan Wet natuurbescherming Realisatie zonnepark, Raalte
Opdrachtgever: Pardal Dhr. R. Harmsen Lengelseweg 70 7041 DS ‘s-Heerenberg
Opdrachtnemer: Eelerwoude Onze vestigingen 088-1471100 info@eelerwoude.nl www.eelerwoude.nl
Projectgegevens: Projectnummer: Datum: Projectleider: Opgesteld: Gecontroleerd: Status: Versie:
204525 21-4-2023 N. Otten C. Oldenburger N. Otten Definitief 2
© 2023 Eelerwoude Dit rapport is enkelzijdig opgemaakt.
Inhoudsopgave 1
Inleiding...................................................................................................................................................... 4
2
Huidige situatie en ontwikkeling ................................................................................................................ 5
2.1
Huidige situatie .......................................................................................................................................5
2.2
Voorgenomen ontwikkeling .................................................................................................................10
3
Natuurwetgeving en -beleid .................................................................................................................... 11
3.1
Inleiding ................................................................................................................................................11
3.2
Bescherming van soorten .....................................................................................................................11
3.3
Bescherming van gebieden...................................................................................................................11
3.4
Bescherming van houtopstanden .........................................................................................................12
3.5
Natuurnetwerk Nederland ...................................................................................................................12
4
Methode .................................................................................................................................................. 14
4.1
Inleiding ................................................................................................................................................14
4.2
Bureauonderzoek .................................................................................................................................14
4.3
Terreinbezoek .......................................................................................................................................14
5
Beschermde soorten ................................................................................................................................ 15
5.1
Inleiding ................................................................................................................................................15
5.2
Planten..................................................................................................................................................15
5.3
Zoogdieren ............................................................................................................................................15
5.4
Vogels ...................................................................................................................................................18
5.5
Reptielen...............................................................................................................................................19
5.6
Amfibieën .............................................................................................................................................20
5.7
Vissen....................................................................................................................................................20
5.8
Ongewervelden ....................................................................................................................................21
6
Conclusie .................................................................................................................................................. 22
6.1
Beschermde soorten.............................................................................................................................22
6.2
Bescherming gebieden .........................................................................................................................23
6.3
Bescherming houtopstanden ...............................................................................................................23
6.4
Natuurnetwerk Nederland ...................................................................................................................23
6.5
Uitvoerbaarheid van de plannen ..........................................................................................................23
6.6
Geldigheid rapportage ..........................................................................................................................24
7
Literatuur ................................................................................................................................................. 25
Bijlage 1 Wettelijk kader natuurwetgeving ........................................................................................................... 26
Realisatie zonnepark, Raalte | Eelerwoude | 3
1 Inleiding De initiatiefnemer is voornemens in Raalte een zonnepark te ontwikkelen op drie afzonderlijke percelen binnen de gemeente Raalte. In verband met deze voorgenomen ontwikkeling is een toetsing van de plannen aan de natuurwetgeving en het natuurbeleid noodzakelijk. Met deze toetsing moet duidelijk worden hoe de ontwikkeling gerealiseerd kan worden binnen de kaders van de Wet natuurbescherming. Eerste stap in deze toetsing is het uitvoeren van een verkennend onderzoek. Op basis van een bureauonderzoek en een veldbezoek wordt aan de hand van aanwezige terreintypen en toevallige waarnemingen van soorten zo goed mogelijk ingeschat welke beschermde gebieden en plant- en diersoorten aanwezig (kunnen) zijn. Op basis daarvan worden uitspraken gedaan over de (mogelijke) effecten van de voorgenomen ontwikkeling en de eventueel noodzakelijke vervolgstappen. Voorliggende rapportage gaat hier verder op in.
Realisatie zonnepark, Raalte | Eelerwoude | 4
2 Huidige situatie en ontwikkeling 2.1 Huidige situatie Het plangebied bestaat uit drie percelen (deelgebieden) ter grootte van in totaal 44 hectare, gelegen tussen Heino en Raalte binnen de gemeente Raalte, provincie Overijssel (afbeelding 1 en 2). Deze deelgebieden bestaan uit agrarisch grasland. Deelgebied 1 (16 ha), aan de Stobbenbroekerweg en Pruimersallee, heeft verschillende watervoerende greppels die door het perceel lopen (afbeelding 3a en 3b). Buiten dit deelgebied zijn houtopstanden aanwezig met soorten zoals zomereik, beuk en berk (afbeelding 3c). Verdere relevante elementen binnen dit plangebied zijn het woonerf, bestaande uit koeienschuren, een woonhuis (Stobbenbroekerweg 51) met achterhuis en kuilplaatsen (afbeelding 3d en 3e). Op dit woonerf zijn verschillende bomen aanwezig, waaronder eiken en beuken (afbeelding 3f). Het noordwestelijke deel van het plangebied was natter dan het zuidelijke deel. In het zuidelijke deel zijn ook soorten zoals zuring aanwezig, welke ontbraken aan de noordkant van het perceel. Deelgebied 2 (18 ha) ligt ten zuiden van deelgebied 1 (afbeelding 4a). Het ligt ingeklemd tussen de aanwezige spoorlijn en de Hondemotsweg. De zuidkant van het perceel wordt vermoedelijk gebruikt als paardenweide (afbeelding 4b). Binnen dit deelgebied bevindt zich een bomenrij van zomereiken (afbeelding 4c).
Het deel direct ten noorden van de paardenweide was erg nat, grote delen hiervan stonden onder water (afbeelding 4d). Bij de bomenrij bevindt zich tevens een (vermoedelijk jaarrond) watervoerende greppel. Aan de noordkant worden de percelen gescheiden van de spoorlijn door een prikkeldraad en braamstruweel (afbeelding 4e). Deelgebied 3 (10 ha) bevindt zich noordelijker dan deelgebied 1 en 2, net als deelgebied 2 ingeklemd tussen de Hondemotsweg en de spoorlijn (afbeelding 5a). Dit is bijna uitsluitend grasland, met uitzondering van de houtopstand (met beuk, fijnspar, zomereik) aan de noordkant van het plangebied (afbeelding 5b). Het gehele deelgebied wordt begrensd door bomenrijen (afbeelding 5c en 5d).
Afbeelding 1: weergave van de ligging van het plangebied, met zuid Raalte en noord Heino (ESRI, 2023).
Realisatie zonnepark, Raalte | Eelerwoude | 5
Afbeelding 2: luchtfoto van deelgebieden 1 (noordwest), 2 (zuid) en 3 (noordoost) (ESRI, 2023).
Afbeelding 3a en b: overzicht van deelgebied 1, en een van de greppels in het deelgebied. Situatie op 13 maart 2023.
Realisatie zonnepark, Raalte | Eelerwoude | 6
Afbeelding 3c en d: de houtopstand zuidelijk van deelgebied 1 en het woonhuis. Situatie op 13 maart 2023.
Afbeelding 3e en f: één van de koeienschuren op het erf van deelgebied 1 met de houtopstand op het erf. Situatie op 13 maart 2023.
Realisatie zonnepark, Raalte | Eelerwoude | 7
Afbeelding 4a en b: weergave van deelgebied 2. Links de oostzijde, rechts de zuidzijde. Situatie op 13 maart 2023.
Afbeelding 4c en d: de bomenrij binnen deelgebied 2 en het natte perceel aan de zuidkant van deelgebied 2. Situatie op 13 maart 2023.
Realisatie zonnepark, Raalte | Eelerwoude | 8
Afbeelding 4e: de braamstruweel scheiding tussen het plangebied en de spoorlijn bij deelgebied 2. Situatie op 13 maart 2023.
Afbeelding 5a en b: weergave van deelgebied 3 en de noordelijk gelegen houtopstand. Situatie op 13 maart 2023.
Realisatie zonnepark, Raalte | Eelerwoude | 9
Afbeelding 5c en d: de bomenrijen van deelgebied 3 aan de oostkant links en de westkant rechts van het deelgebied 3, grenzend aan de spoorlijn. Situatie op 13 maart 2023.
2.2 Voorgenomen ontwikkeling De initiatiefnemer is voornemens op de drie percelen een zonnepark te realiseren. Alle bestaande landschapselementen (bomenrijen, watergangen, bebouwing) blijven behouden. Het zonnepark zal landschappelijk worden ingepast, op welke wijze dit gaat gebeuren is in deze fase van de ontwikkeling nog niet bekend.
Realisatie zonnepark, Raalte | Eelerwoude | 10
3 Natuurwetgeving en -beleid 3.1 Inleiding De Wet natuurbescherming bestaat uit drie onderdelen: de bescherming van soorten, de bescherming van gebieden en de bescherming van houtopstanden. De kern van het natuurbeleid wordt gevormd door het Natuurnetwerk Nederland, dat een samenhangend netwerk vormt van natuurgebieden. De provincies zijn het bevoegd gezag. Alleen in een aantal situaties, zoals bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, is het Rijk het bevoegd gezag. In dit hoofdstuk wordt kort ingegaan op de relevante wetgeving en het natuurbeleid voor het plangebied.
3.2 Bescherming van soorten Het uitgangspunt bij het onderdeel soortenbescherming is dat geen schade mag worden toegebracht aan beschermde dieren of planten. De wet kent een drietal beschermingsregimes; beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn, beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn en beschermingsregime “andere soorten”. Elk beschermingsregime heeft zijn eigen verbodsbepalingen. Voor ieder ruimtelijk plan of ruimtelijke ontwikkeling is het verplicht om te toetsen of deze kan leiden tot overtreding van de betreffende verbodsbepalingen. Wanneer sprake is of kan zijn van een overtreding, dan dient er onderzocht te worden of een vrijstelling geldt. Indien er geen vrijstelling geldt, kan het aanvragen van een ontheffing noodzakelijk zijn. Bijlage 1 gaat verder in op het wettelijk kader bij toetsing aan de Wet natuurbescherming, onderdeel soortenbescherming. Gevolgen plangebied De Wet natuurbescherming is een nationale wet. Indien negatieve effecten worden verwacht door activiteiten of ontwikkelingen is een toetsing aan de Wet natuurbescherming noodzakelijk. In hoofdstuk 5 wordt verder ingegaan op de aanwezigheid van beschermde soorten en welke effecten de voorgenomen ontwikkeling heeft op deze soorten.
3.3 Bescherming van gebieden Met het onderdeel gebiedsbescherming worden binnen de Wet natuurbescherming de Natura 2000-gebieden beschermd. Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Voor alle gebieden gelden instandhoudingsdoelstellingen. De kern van de bescherming is dat deze instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar mogen worden gebracht. Activiteiten mogen geen negatieve effecten hebben op de waarden waarvoor het gebied is aangewezen. Voor activiteiten of projecten die schadelijk zijn voor de beschermde natuur geldt een vergunningplicht. Hierdoor is in Nederland een zorgvuldige afweging gegarandeerd bij projecten die gevolgen kunnen hebben voor natuurgebieden.
Realisatie zonnepark, Raalte | Eelerwoude | 11
Gevolgen plangebied Niet stikstof-gerelateerde effecten: In de directe omgeving van het plangebied liggen diverse Natura 2000-gebieden. Op ongeveer 5 km afstand ligt het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied de Boetelerveld. De aard van de voorgenomen werkzaamheden en ontwikkeling maken dat de effecten uitsluitend tot het plangebied of in de zeer directe zone eromheen beperkt blijven. Gezien de afstand tot de Natura 2000-gebieden, de invulling van de tussenliggende gebieden en de voorgenomen werkzaamheden is er geen sprake van mogelijk negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied. Een toetsing op grond van de Wet natuurbescherming van niet stikstof-gerelateerde effecten wordt daarom niet noodzakelijk geacht. Stikstof-gerelateerde effecten Een Stikstofberekening is altijd noodzakelijk om de uitstoot en depositie van stikstof, en de gevolgen daarvan op Natura 2000-gebieden te bepalen. Een stikstofberekening zal worden uitgevoerd en worden weergegeven in een separate rapportage.
3.4 Bescherming van houtopstanden Het kappen of rooien van bomen is niet zomaar toegestaan in de Wet natuurbescherming. Dit geldt ook bij het rooien of het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging van bomen tot gevolg hebben. Hieronder valt ook beschadiging door vee. Onder bos wordt verstaan: • alleen bossen die buiten de ‘bebouwde kom Boswet’ liggen; • alle beplantingen van bomen die groter zijn dan 10 are (1.000 m2); • bomen in een rijbeplanting, als de rij uit meer dan 20 bomen bestaat. De gemeente stelt de grenzen van de ‘bebouwde kom Boswet’ bij besluit vast. Deze grenzen kunnen afwijken van de ‘bebouwde kom Verkeerswet’. Het besluit wordt door de provincie goedgekeurd. De grenzen zijn bij de gemeente na te vragen. Gevolgen plangebied Er worden binnen het plangebied geen bomen gekapt. Een nadere toetsing van houtopstanden is daarom niet noodzakelijk.
3.5 Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied verbinden. Dit Natuurnetwerk is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van het Natuurnetwerk en hebben hiervoor soms een andere benaming. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het ‘nee, tenzij’- principe. In principe zijn geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Een toetsing aan het natuurbeleid is alleen noodzakelijk als de ontwikkeling in strijd is met het bestemmingsplan. Daarnaast moet het plangebied in het NNN of een andere door de provincie beschermde natuurzone liggen. In een aantal provincies kent het natuurbeleid externe werking. Dit betekent dat in die provincie bij een ontwikkeling waarvoor een bestemmingsplanwijziging noodzakelijk is altijd een toetsing aan het natuurbeleid moet worden uitgevoerd.