CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Zienswijzennota Bestemmingsplan Buitengebied, partiele herziening nr. 43, omgeving Nieuwe Twentseweg 3

Raadsvergadering 16 februari 2023, gemeente RaalteBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan De Huttert, Nieuwe Twentseweg 3, Luttenberg (bespreekstuk)25.551 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Nota van Zienswijzen

Bestemmingsplan Buitengebied Raalte, partiële herziening nr. 43, omgeving Nieuwe Twentseweg 3

1

Inhoud 1 Inleiding 1.1 Zienswijzen 1.2 Leeswijzer

3 3 3

2 Zienswijze 2.1 Ingediende zienswijzen 2.2 Behandeling zienswijze 1 2.3 Behandeling zienswijze 2

4 4 4

3 Voorgestelde wijzigingen

27

Bijlage 1 Zienswijze 1 Bijlage 2 Zienswijze 2 Bijlage 3 Advies OD en reactie provincie Overijssel

31 32 33

2

1 Inleiding 1.1 Zienswijzen Het College van burgemeester en wethouders heeft het bestemmingsplan Buitengebied, partiële herziening nr. 43, omgeving Nieuwe Twentseweg 3 als ontwerp vrijgegeven. Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 2 juni 2022 tot en met 13 juli 2022 ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn twee zienswijzen ingediend. Naar aanleiding van deze zienswijzen is het bestemmingsplan op onderdelen aangepast.

1.2 Leeswijzer Deze Nota van Zienswijze bevat de samenvatting en beantwoording van de ingekomen zienswijzen. Naar aanleiding van deze zienswijzen is het bestemmingsplan op onderdelen aangepast. Tot slot zijn de ontvangen zienswijzen als bijlage opgenomen.

3

2. Zienswijzen 2.1 Ingediende zienswijzen Het bestemmingsplan Buitengebied, partiële herziening nr. 43, omgeving Nieuwe Twentseweg 3 heeft van 2 juni 2022 tot en met 13 juli 2022 ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn twee zienswijzen ingediend. De zienswijzen zijn ingediend binnen de termijn en voorzien van alle benodigde gegevens en daarmee ontvankelijk. Hieronder is de zienswijze samengevat en voorzien van beantwoording.

2.2 Behandeling zienswijze 1 1. Indieners stellen dat op de locatie Nieuwe Twentseweg 3 feesten en partijen worden gehouden in strijd met de regels van het bestemmingsplan. Volgens de indieners is het niet aan te tonen dat de feesten en partijen enkel voor campinggasten worden gehouden. De indieners verzoeken de gemeente voorwaarden te stellen om enkel de activiteiten behorende bij het exploiteren van een theeschenkerij toe te staan en reguliere horeca uit te sluiten. Beantwoording: In de regels is opgenomen dat de theeschenkerij enkel een voorziening betreft ten behoeve van ondergeschikte horeca-activiteiten: Theeschenkerij Een voorziening ten behoeve van ondergeschikte horeca-activiteiten, behorende bij de minicamping, groepsaccommodatie en plattelandskamers, niet zijnde reguliere horeca bestaande uit: 1. het bedrijfsmatig verstrekken van (alcoholhoudende) drank voor gebruikers van de minicamping, groepsaccommodatie en plattelandskamers, 2. verstrekken van kleine etenswaren voor gebruik ter plaatse aan gebruikers van de minicamping, groepsaccommodatie en plattelandskamer, ter plaatse mogen geen maaltijden worden geserveerd 3. Verstrekken van (alcoholhoudende) drank aan passerende dagrecreanten gedurende het kampeerseizoen van 15 maart tot en met 31 oktober.

Een reguliere horecavergunning is niet aan de orde op deze locatie, betreft een horecavergunning op maat voor deze locatie. In het principebesluit van 29 september 2020 is tevens als voorwaarde gesteld dat het moet blijven gaan om een theeschenkerij en ondersteunende horeca voor de camping. Feesten en bijeenkomsten van derden zijn nu al niet toegestaan. Wijziging naar aanleiding van de zienswijze Het begrip theeschenkerij is aangepast in de regels.

2.3 Behandeling zienswijze 2 De opstellers van zienswijze 2 zijn woonachtig in de directe omgeving en exploiteren daar allen een grondgebonden veehouderij c.q. melkveehouderij. Zij ondervinden in de huidige situatie al regelmatig overlast van de minicamping en kunnen zich daarom niet verenigen met het ontwerpbestemmingsplan. Ook vrezen zij, voor een steeds verdere uitbreiding van de minicamping. Daarnaast vrezen zij voor een belemmering van hun bedrijfsvoering door de voorziene uitbreiding van de minicamping. Om die reden zien zij zich genoodzaakt om tegen het ontwerpbestemmingsplan een zienswijze in te dienen.

4

De opstellers van zienswijze 2 hebben een zienswijze ingediend met 62 punten onder elkaar opgesomd. Per punt is in deze nota van zienswijzen gereageerd. Punt 1 tot en met 6 bestaat uit inleidende teksten, behoeft geen beantwoording. 2. Planbeschrijving 2.1 De omvang van de camping 7. Indieners stellen dat in hoofdstuk 3 van de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan een beschrijving van het plan is opgenomen. Daar is onder andere het volgende te lezen. "De Huttert is in de huidige opzet reeds meer dan een minicamping bij de boerderij. De Huttert heeft namelijk meer te bieden. Op dit moment zijn er naast de standplaatsen voor kampeermiddelen namelijk ook een bed & breakfast, theeschenkerij en twee boerderijkamers aanwezig. Toch is er meer nodig om verder te kunnen groeien en te komen tot een toekomstbestendig bedrijf. De uitbreiding zorgt voor een beter fundament onder de bedrijfsvoering. Hierdoor ontstaat een levensvatbaar bedrijf en wordt de continuïteit voor de langere termijn gewaarborgd. "Deze uitbreiding is noodzakelijk om enerzijds het bedrijf levensvatbaar te houden en anderzijds om het aanbod op de minicamping meer diversiteit te geven, zodat beter bij de vraag aangesloten wordt." Bij de indieners van de zienswijze roept dit verschillende opmerkingen en vragen op. Allereerst wordt opgemerkt dat ten onrechte wordt gesproken over een minicamping bij de boerderij.

Bij De Huttert is namelijk sinds de jaren 90 al geen boerderij (meer) aanwezig. Daarnaast rijst de vraag waarom de uitbreiding noodzakelijk is voor de levensvatbaarheid van het bedrijf en voor de diversiteit van het aanbod. Dit wordt wel gesteld, maar niet toegelicht. Ook rijst de vraag of de nu voorziene uitbreiding voldoende is voor de levensvatbaarheid c.q. toekomstbestendigheid, of dat de omwonenden in de toekomst opnieuw met een uitbreiding geconfronteerd zullen worden. Verder valt op dat enerzijds wordt gezegd dat door de uitbreiding een levensvatbaar bedrijf ontstaat en anderzijds wordt gezegd dat de uitbreiding nodig is om een levensvatbaar bedrijf te houden. Is het bedrijf in de huidige situatie nu wel of niet levensvatbaar? Zo ja, dan is geen uitbreiding nodig. Zo nee, dan rijst eens te meer de reeds hiervoor genoemde vraag of de nu voorziene uitbreiding voldoende is voor de toekomst. Want zoals al aangegeven, vrezen de omwonenden gelet op hun ervaring gedurende de jaren voor een steeds verdere uitbreiding van de minicamping. Daar verzetten zij zich met klem tegen. Er is sprake van strijd met een goede ruimtelijke ordening zoals bedoeld in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro). Beantwoording: De Huttert is een terrein met bestaande mogelijkheden voor kleinschalig kamperen.

Het gemeentelijk beleidskader en de regels van het bestemmingsplan vragen niet om aan te tonen of een bedrijf levensvatbaar is. Duidelijk is wel dat de vraag op deze locatie groter is dan het aanbod aan kampeerfaciliteiten en ondergeschikte activiteiten. Met de voorgestane ontwikkeling wordt een uitbreiding en een kwaliteitsverbetering van het terrein van de Huttert gerealiseerd. Dit zowel ten aanzien van landschappelijke inpassing, als van de toeristische/recreatieve functie. De ontwikkeling is daarmee in overeenstemming met het beleid uit de Omgevingsvisie Horizon gemeente Raalte 2040 en voldoet aan de behoefte zoals aanwezig in de huidige markt. Wijziging naar aanleiding van zienswijze Op de verbeelding is de aanduiding kampeerterrein gewijzigd naar kleinschalig kampeerterrein. De toelichting is ten aanzien van minicamping ‘bij de boerderij’ gewijzigd.

5

2.2 De situering van de camping 8. Indieners stellen dat in de planbeschrijving is te lezen dat de situering van de nieuwe standplaatsen zorgvuldig (aan de westzijde van de bestaande standplaatsen) is gekozen, zodat deze niet dichter bij nabijgelegen erven komen te liggen. De planverbeelding lijkt daar echter niet bij aan te sluiten. Daaruit kan namelijk worden afgeleid dat het kampeerterrein ook naar de oostzijde wordt uitgebreid (zie de afbeeldingen hierna). Beantwoording Het ontwerpbestemmingsplan maakt mogelijk dat het kampeerterrein ten opzichte van de bestaande situatie wordt uitgebreid. Het kampeerterrein wordt inderdaad zowel naar de oostzijde als westzijde uitgebreid. Het kampeerterrein komt inderdaad dichterbij andere erven te liggen, echter aan de richtafstand van 50 meter conform VNG voor een kampeerterrein en anderzijds van omliggende functies wordt voldaan. In de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan is de tekst aangepast. 9. Het huidige kampeerterrein beperkt zich tot het 'vierkant' dat in de hiervoor opgenomen afbeeldingen is aangeduid. Ten opzichte van die plek wordt het kampeerterrein dus zowel naar de westzijde als naar de oostzijde (en zuidzijde) uitgebreid. Dat betekent dat het kampeerterrein wél dichter bij nabijgelegen erven komt te liggen. Bovendien neemt de oppervlakte van het kampeerterrein in de verbeelding fors toe.

Het gaat om meer dan een verdubbeling van de huidige oppervlakte. Dit staat geenszins in verhouding tot de voorziene uitbreiding van 25 naar 40 kampeerplaatsen. Nu daar in het ontwerpbestemmingsplan aan voorbij is gegaan, hiervoor geen onderbouwing isgegeven en de ruimtelijke effecten hiervan niet zijn onderzocht - niet voor wat betreft het woon- en leefklimaat en niet voor wat betreft de bedrijfs- c.q. ontwikkelingsmogelijkheden van de bedrijven van de omwonenden - moet worden geconcludeerd dat het plan in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Beantwoording De verdubbeling van de huidige oppervlakte voorziet niet in een verdubbeling van het aantal standplaatsen. Per standplaats is conform de huidige behoefte een groter oppervlakte aangehouden. Tevens wordt voldaan aan de gestelde richtafstanden en is de gebiedsaanduiding milieuzone – geurzone toegevoegd aan de verbeelding en regels ten opzichte van de bestaande situatie. Artikel 9.1.3 is verwijderd uit de regels. Wijziging naar aanleiding van zienswijze Artikel 9.1.3 is verwijderd uit de regels.

2.3 De maximale planologische mogelijkheden zijn niet onderzocht en de planregels zijn onjuist en bieden onvoldoende borginq 10. Indieners stellen dat het plan in strijd is met een goede ruimtelijke ordening vanwege het niet onderzocht zijn van alle ruimtelijke effecten. Dit geldt namelijk bijvoorbeeld ook voor het sanitair gebouw. Er is reeds een sanitair gebouw aanwezig en de wens is om een extra sanitair gebouw te realiseren. Op grond van de planregels zijn sanitaire voorzieningen overal binnen de agrarische bestemming toegestaan. De omwonenden stellen zich op het standpunt dat de planregels geen bouw- en gebruiksmogelijkheden mogen bieden voor nieuwe bebouwing en dus ook niet voor een extra sanitair gebouw. Volgens het principebesluit mag namelijk niets bijgebouwd worden. Daar wordt thans ten onrechte van afgeweken. Indien en voor zover nieuwe sanitaire voorzieningen gewenst zouden zijn, zouden deze dus in bestaande bebouwing gerealiseerd moeten worden. Ook lijkt de maximaal toegestane bouwoppervlakte a 850 m , zoals vermeld in de planregels, reeds te worden overschreden en kan ook om die reden geen nieuwe bebouwing worden toegestaan. 6

Beantwoording Ter plaatse is een sanitair gebouw aanwezig met een oppervlakte van 26m . De regels, verbeelding en inrichtingsplan zijn aangepast. Het bouwen van een extra sanitair gebouw is niet meer mogelijk. Middels afwijking is het in artikel 3.2.1 onder e mogelijk het bestaande sanitair gebouw te vergroten met 24 m . Binnen het bestemmingsplan Buitengebied wordt de mogelijkheid van 50 m oppervlakte voor sanitair gebouw ook geboden voor minicampings. Wijziging naar aanleiding van zienswijze De regels, verbeelding en inrichtingsplan zijn aangepast. Aan de zienswijze wordt tegemoet gekomen, door geen extra sanitair gebouw toe te staan. Middels afwijking is het in artikel 3.2.1 onder e mogelijk het bestaande sanitair gebouw te vergroten met 24 m .

11. Indieners stellen dat als toch een sanitair gebouw zou worden toegestaan (quod non), dat de maximale planologische mogelijkheden daarvan niet zijn onderzocht. Want als de sanitaire voorzieningen overal binnen de agrarische bestemming worden toegestaan, betekent dat dat deze voorzieningen ook nabij de woningen van de omwonenden kunnen worden gerealiseerd. De effecten hiervan zijn echter niet onderzocht. Dit betekent dat de maximale planologische mogelijkheden van het plan niet zijn onderzocht en dat het plan in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Dat het sanitair gebouw is weergegeven in het inrichtingsplan en dat het inrichtingsplan in de planregels is verankerd, maakt dat niet anders. Het inrichtingsplan is namelijk 'enkel' in de planregels verankerd voor zover het gaat om de daarin opgenomen landschapsmaatregelen (waarvoor het inrichtingsplan ook bedoeld is). De locatie van het sanitair gebouw zou met een aanduiding in de verbeelding moeten worden opgenomen op een specifieke locatie en uitgaande van die locatie dienen de ruimtelijke effecten te worden beoordeeld. Zo lang dat niet is gedaan, kan niet anders dan geconcludeerd worden dat de maximale planologische mogelijkheden niet zijn onderzocht en het plan in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Beantwoording Ter plaatse is een sanitair gebouw aanwezig met een oppervlakte van 26m .

De regels, verbeelding en inrichtingsplan zijn aangepast. Middels afwijking is het in artikel 3.2.1 onder e mogelijk het bestaande sanitair gebouw te vergroten met 24 m . Binnen het bestemmingsplan Buitengebied wordt de mogelijkheid van 50 m oppervlakte voor sanitair gebouw ook geboden voor minicampings. Wijziging naar aanleiding van zienswijze Overeenkomstig met punt 10. 12. Ook voor wat betreft de groepsaccommodatie zijn de maximale planologische mogelijkheden niet onderzocht. In de planregels is namelijk geen maximering opgenomen voor wat betreft het aantal personen dat daarin mag verblijven. Weliswaar staat in de toelichting op het plan dat de groepsaccommodatie ruimte biedt aan 15 personen, maar dit is in de planregels niet geborgd. Daar komt bij dat het toestaan van 15 personen in de groepsaccommodatie bijna een verdubbeling van het aantal personen in het gebouw zou betreffen. In de huidige boerderijkamers zijn namelijk twee slaapkamers met ieder twee slaapplekken aanwezig; oftewel vier slaapplekken per boerderijkamer en acht slaapplekken in totaal. De omwonenden verzetten zich ertegen dat in de groepsaccommodatie meer personen toegestaan gaan worden, aangezien dit een grotere ruimtelijke uitstraling en meer geluidoverlast 7

geeft. In de toelichting op het plan is hier ten onrechte aan voorbij gegaan. Daar komt bij dat een groepsaccommodatie binnen een woonbestemming niet passend is, ook niet binnen de plansystematiek van de gemeente. Groepsaccommodaties zijn op grond van de bestemmingsplannen van de gemeente namelijk alleen toegestaan binnen een recreatiebestemming. Dat is niet zonder reden; een groepsaccommodatie brengt namelijk een andere ruimtelijke uitstraling met zich dan twee boerderijkamers. Een groepsaccommodatie past niet binnen een woonbestemming, hetgeen uw gemeente eerder ook zelf heeft vastgesteld (in een besluit van 13 september 2016). In het plan is daar ten onrechte aan voorbijgegaan. Beantwoording In dit geval wordt maatwerk toegepast. In het principebesluit van 29 september 2020 is ingegaan op de afweging waarom gekozen wordt voor een gebiedsaanduiding ten aanzien van de groepsaccommodatie in plaats van een recreatieve bestemming. De groepsaccommodatie voldoet aan het huidige beleid en de vastgestelde richtafstanden. Toegestaan wordt dat maximaal 15 personen in de groepsaccommodatie verblijven. 13. Indieners stellen dat ook de toegestane activiteiten binnen de theeschenkerij in de planregels onvoldoende zijn geborgd. In de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan staat over de theeschenkerij onder andere het volgende vermeld.

"Daarnaast dient het te blijven gaan om een theeschenkerij, bedoeld voor passerende recreanten en ondersteunende horeca voor de minicamping. Zelfstandige horeca in de vorm van een restaurant, feesten en partijen zijn reeds niet toegestaan, in onderhavig bestemmingsplan blijft dit onveranderd." Beantwoording In de regels is opgenomen dat de theeschenkerij enkel een voorziening betreft ten behoeve van ondergeschikte horeca-activiteiten: Theeschenkerij Een voorziening ten behoeve van ondergeschikte horeca-activiteiten, behorende bij de minicamping, groepsaccommodatie en plattelandskamers, niet zijnde reguliere horeca bestaande uit: 1. het bedrijfsmatig verstrekken van (alcoholhoudende) drank voor gebruikers van de minicamping, groepsaccommodatie en plattelandskamers, 2. verstrekken van kleine etenswaren voor gebruik ter plaatse aan gebruikers van de minicamping, groepsaccommodatie en plattelandskamer, ter plaatse mogen geen maaltijden worden geserveerd 3. Verstrekken van (alcoholhoudende) drank aan passerende dagrecreanten gedurende het kampeerseizoen van 15 maart tot en met 31 oktober. Een reguliere horecavergunning is niet aan de orde op deze locatie, betreft een horecavergunning op maat voor deze locatie. In het principebesluit van 29 september 2020 is tevens als voorwaarde gesteld dat het moet blijven gaan om een theeschenkerij en ondersteunende horeca voor de camping.

Feesten en bijeenkomsten van derden zijn nu al niet toegestaan. Wijziging naar aanleiding van de zienswijze Het begrip theeschenkerij is aangepast in de regels. 14. In artikel 1.67 van de planregels is de volgende definitie voor theeschenkerij opgenomen: "een voorziening ten behoeve van ondergeschikte horeca-activiteiten die in ieder geval bestaande uit het bedrijfsmatig verstrekken van (alcoholhoudende) drank en/of etenswaren voor gebruik ter plaatse, die zijn toegestaan zolang en voor zover de functie ondergeschikt is aan de recreatieve nevenactiviteiten die zijn toegestaan ter plaatse van het plangebied." 8

Beantwoording Punt 14 behoeft geen beantwoording vanuit de gemeente. 15. In de definitie van theeschenkerij zijn de ondergeschikte horeca-activiteiten niet beperkt tot ondersteunend voor de minicamping. Ook is niet, althans onvoldoende, vastgelegd dat feesten en partijen niet zijn toegestaan. Dit dient echter wel expliciet vastgelegd te worden, aangezien feesten en partijen in de theeschenkerij nooit toegestaan zijn geweest en ook nooit toegestaan mogen worden. De gemeente heeft zelf eerder ook expliciet aangegeven legalisatie van feesten en partijen ongewenst te achten (besluit van 13 september 2016). Deze activiteiten dienen in de planregels dan ook expliciet verboden te worden. Dit geldt eveneens voor het schenken van alcoholhoudende dranken: dat is nooit toegestaan geweest en mag nooit toegestaan worden. In de definitie van theeschenkerij dient daarom te worden vastgelegd dat enkel niet alcoholhoudende dranken mogen worden geschonken en dat alcoholhoudende dranken dus verboden zijn. Beantwoording In de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan staat over de theeschenkerij onder andere het volgende vermeld. "Daarnaast dient het te blijven gaan om een theeschenkerij, bedoeld voor passerende recreanten en ondersteunende horeca voor de minicamping.

Zelfstandige horeca in de vorm van een restaurant, feesten en partijen zijn reeds niet toegestaan, in onderhavig bestemmingsplan blijft dit onveranderd." De planregels zijn naar aanleiding van de zienswijzen aangepast, waardoor wordt vastgelegd dat zelfstandige horeca niet is toegestaan en binnen welke periodes de theeschenkerij voor welke doeleinden geopend mag zijn. De locatie beschikt over een geldige horecavergunning (29 september 2020) voor het schenken van alcoholhoudende dranken. Wijziging naar aanleiding van zienswijze Het begrip theeschenkerij is aangepast in de regels. 2.4 Landschappelijke inpassing, verkeer en parkeren 16. Voor wat betreft de landschappelijke inpassing wordt het volgende opgemerkt door de indieners: het erf en de bijbehorende aanliggende percelen liggen volgens het landschapsontwikkelingsplan (hierna: LOP) aan de rand van het landschapstype 'dekzandlaagte', aldus de toelichting op het plan. Verder is in de toelichting onder andere het volgende te lezen. "Voor het gebied 'dekzandlaagte' pleit het LOP vooral voor het stimuleren van ontwikkelingen (en daarmee het benutten van kansen) op het gebied van de 'wateropgave' en 'natuurontwikkeling' (versterken natte karakterzones en aanleg van natuurvriendelijke oevers) en op het gebied van de 'landbouw' (m.n. schaalvergroting).

Dergelijke ontwikkelingen worden gezien als gewenste/geschikte motoren' voor de landschapsontwikkeling en -versterking in de (open) dekzandlaagte'-gebieden. Ontwikkelingen zoals 'recreatie' en 'landelijk wonen en werken' zijn hier in zijn algemeenheid minder gewenst omdat deze minder snel de karakteristiek van dit landschapstype versterken. Het beleid uit het LOP is op hoofdlijnen vergelijkbaar met het beleid in de provinciale Omgevingsvisie." Beantwoording De locatie Huttert ligt op kruising van dekzandvlakte/dekzandlaagte. Het LOP maakt ontwikkelingen op het gebied van wateropgave, natuurontwikkeling en landbouw mogelijk, daarnaast is het niet onoverkomelijk dat ook andere functies die al aanwezig zijn in het landelijk gebied verder worden doorontwikkeld. De poel ten behoeve

9

landschapsontwikkeling is uit het plan gehaald, gezien de grondwaterkwaliteit en de huidige verkaveling middels een sloot hierdoor intact blijft. Hierdoor wordt ook mogelijk geluidsoverlast rondom de poel door de vakantiegangers voorkomen. Een poel draagt niet zozeer bij aan dit landschapstype, wel zou dit ten goede kunnen komen aan de biodiversiteit. Ten aanzien van het LOP voorziet het plan in dat kader onder meer in het: a. verbeteren van de bestaande beplanting op delen van het terrein; b. realiseren van nieuwe kwalitatief hoogwaardige beplanting op delen van het terrein. Bovenstaande landschapsmaatregelen zijn tevens weergegeven in bijlage 1 van de toelichting en de uitvoering en instandhouding is tevens juridisch verankerd in de regels via een voorwaardelijke verplichting. Met het uitvoeren van de maatregelen is er sprake van een evenwicht tussen de geboden ontwikkelingsruimte en de investering in de groene omgeving. De reactie van de provincie Overijssel is toegevoegd aan de zienswijzennota.

17. Hieruit blijkt dus dat het gebied vooral is bedoeld voor (schaalvergroting van) landbouw en niet voor recreatie. Nu het plan voorziet in een uitbreiding van recreatie, kan niet anders dan worden geconcludeerd dat het plan in strijd is met het LOP en de provinciale omgevingsvisie en dus in strijd met een goede ruimtelijke ordening. Beantwoording Het plan belemmert de omliggende functies niet, ter plaatse wordt voldaan aan de gestelde richtafstanden. Het LOP sluit niet uit dat bestaande functies binnen het gebied worden uitgebreid, zolang deze functies de omliggende functies niet belemmeren. Kleinschalige functies dragen bij aan het vitaal houden van het landelijk gebied. 18. Voor wat betreft verkeer en parkeren wordt het volgende opgemerkt. In de berekening van het aantal verkeersbewegingen en parkeerplaatsen is voor de groepsaccommodatie uitgegaan van 15 personen. Zoals hiervoor is toegelicht, betreft dit een toename van het aantal personen en is dit maximum aantal niet geborgd in de planregels. Nu wel van dit aantal is uitgegaan in de berekening van het aantal verkeersbewegingen en parkeerplaatsen, is in zoverre niet uitgegaan van de maximale planologische mogelijkheden. Beantwoording Het maximum aantal personen die tegelijkertijd aanwezig mogen zijn in de groepsaccommodatie is vastgelegd in de regels.

In de toelichting is tevens het maximum aantal personen voor de groepsaccommodatie opgenomen.

19. Indieners stellen dat in de berekening van het aantal verkeersbewegingen en parkeerplaatsen ten onrechte geen rekening is gehouden met de theeschenkerij. Dat het plan - behalve het vastleggen van de maximaal toegestane openingstijden geen verandering in de theeschenkerij zou brengen, maakt dat niet anders. Het gaat er immers om dat een totaal aantal parkeerplaatsen (en verkeersbewegingen) wordt berekend, en dat moet toereikend zijn. Daar is ten onrechte aan voorbijgegaan. Beantwoording 10

Voor de theeschenkerij is in het plan uitgegaan van 7 parkeerplaatsen per 100m . Totaal zijn voor de theeschenkerij 14 parkeerplaatsen beschikbaar. Daarnaast is voor 3 plattelandskamers rekening gehouden met 3,78 parkeerplaatsen.

20. Verder stellen indieners zich op het standpunt dat de bestaande infrastructuur er niet op is ingericht om campers en auto's met caravans veelvuldig te laten passeren met landbouwvoertuigen. De weg is slechts vier meter breed en er is geen uitwijkmogelijkheid. Er is veel landbouwverkeer en veel sluipverkeer van Zwolle richting Twente. Sinds de tunnel onder de N348 bij Lemelerveld in gebruik is genomen, is het al veel drukker geworden. De weg is op al dit verkeer niet ingericht. Daar komen de fietsers, wandelaars en kinderen op skelters vanuit de minicamping nog bij. In combinatie met de landbouwvoertuigen van de omwonenden levert dit gevaarlijkesituaties op. Dat is in de bestaande situatie al het geval en dat zal met de uitbreiding alleen maar meer worden. De omwonenden stellen zich dan ook op het standpunt dat deverkeersveiligheid niet is geborgd en dat het plan daarom ook op dit punt in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Beantwoording Aanvullend is er door de gemeente Raalte een verkeerstelling uitgevoerd. Deze verkeerstelling is als bijlage 2 bijgevoegd. Uit de verkeerstellingen blijkt dat op de Nieuwe Twentseweg sprake is van een etmaalintensiteit van 689 motorvoertuigen. Daar komen 30 extra verkeersbewegingen bij door de uitbreiding van de Huttert. Dat blijft ver onder de leefbaarheidsgrens van 3.000 motorvoertuigen.

De toename door de uitbreiding is dusdanig klein dat gesteld wordt dat hier nauwelijks iets van gemerkt gaat worden. 21. Verder stellen indieners dat het van belang is dat de planregels, ondanks artikel 12.5.1, niet borgen dat er voldoende parkeerplaatsen worden gerealiseerd binnen het plangebied. Artikel 12.5.1 van de planregels bepaalt weliswaar dat het gebruik van gronden en bouwwerken zonder dat wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid als strijdig gebruik wordt aangemerkt, maar daarmee is nog niet geborgd dat er voldoende parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Het artikel kent namelijk geen 'referentiepunt' c.q. ijkpunt'. Het realiseren van voldoende parkeergelegenheid moet daarom middels een voorwaardelijke verplichting in de planregels worden geborgd. Ten onrechte is dat niet gedaan. Het voorgaande geldt eens te meer omdat in de planverbeelding weliswaar een functieaanduiding voor een parkeerterrein is opgenomen, maar dit parkeerterrein onvoldoende groot is voor het aantal benodigde parkeerplaatsen. Weliswaar is aangegeven dat binnen het bouwvlak ook parkeerplaatsen gerealiseerd zullen worden (voor zover die niet reeds aanwezig zijn), maar daarvoor is geen enkele borging. Bovendien vragen de omwonenden zich af waarom het parkeerterrein niet binnen het bouwblok gerealiseerd moet worden, aangezien dat binnen andere bestemmingen ook verplicht is.

De enige uitzondering daarop is de recreatiebestemming, maar daarvoor is in dit geval bewust - en terecht - niet gekozen. Beantwoording Het inrichtingsplan met daarop de erfinrichting en parkeerplaatsen is opgenomen als bijlage bij de regels en daarmee onderdeel van het bestemmingsplan. Aan het erfinrichtingsplan zijn de afmetingen van de parkeerplaatsen inmiddels toegevoegd. Hiermee is tegemoet gekomen aan de zienswijze. Wijziging naar aanleiding van zienswijze Het erfinrichtingsplan is aangepast, maatvoeringen zijn toegevoegd. 11

22. Voor wat betreft verkeer en parkeren wordt tot slot door indieners de vraag gesteld waaruit blijkt dat de provincie Overijssel heeft aangegeven dat er verkeerskundig gezien geen bezwaren zijn tegen de ontwikkeling. Dit staat in de toelichting op het plan vermeld, maar blijkt niet uit bijvoorbeeld een bijgevoegd schriftelijk bericht van de provincie. Beantwoording Provincie Overijssel heeft schriftelijk gereageerd waaruit blijkt dat er geen bezwaren zijn tegen de ontwikkeling. Deze schriftelijke reactie is aan de zienswijzennota toegevoegd. 3. Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 23. Indieners stellen dat in hoofdstuk 4 van de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan is ingegaan op het beleidskader. Allereerst is de Nationale Omgevingsvisie besproken. Een van de vier prioriteiten die daaruit blijkt, is een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied met perspectief voor de landbouw. Het plan staat daar echter (potentieel) aan in de weg. Door de minicamping uit te breiden en dichterbij de bedrijven van de omwonenden toe te staan, vrezen zij in de toekomst mogelijk belemmerd te worden in hun bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden. Daarbij speelt onder andere het volgende een rol. In een Kamerbrief van 18 mei 2021 heeft de toenmalige minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (hierna: minister) de Scenariostudie Kalverketen aan de Tweede Kamer toegestuurd.

Deze scenariostudie onderzoekt welke systeemveranderingen kunnen bijdragen aan het verbeteren van de diergezond held en het dierenwelzijn in de kalverhouderij. In die studie zijn drie scenario's uitgewerkt: (1) kalverhouders en melkveehouders uit de eigen regio werken nauw samen, (2) de kalveren blijven tot 3 maanden leeftijd op het melkveebedrijf en gaan daarna naar een kalver-afmestbedrijf en (3) de kalveren blijven tot de slacht bij de melkveehouder. De minister wil de scenario's verder verkennen en daartoe pilots starten. Want volgens de minister is de urgentie om ook in de kalverhouderij te verduurzamen hoog. In een Kamerbrief van 1 april 2022 heeft de (huidige) minister de Subsidieregeling pilots gezonde kalverketen aangekondigd. Gelet op deze Kamerbrieven bestaat het risico dat de omwonenden in de toekomst gedwongen worden om binnen hun bedrijf kalveren aan te houden. Voor vleeskalveren (en overig vleesvee) zijn in de Regeling geurhinder en veehouderij geuremissiefactoren opgenomen. Dat betekent dat voor de bedrijven van de omwonenden ingevolge de Wet geurhinder en veehouderij niet alleen een geurafstand' gaat gelden, maar ook een geurnorm. de omwonenden hebben uw gemeente hier reeds eerder op gewezen, maar ten onrechte is daar niets mee gedaan.

Weliswaar betreft het een toekomstige ontwikkeling, maar aangezien deze door het kabinet is aangekondigd en de omwonenden er dan toe gedwongen kunnen worden om kalveren binnen hun bedrijven aan te houden, zou dit een noodgedwongen bedrijfsontwikkeling zijn. Daarin mogen zij niet worden belemmerd door de minicamping en de uitbreiding en wijziging daarvan zoals voorzien in het thans voorliggende plan. Dat geldt overigens niet alleen wat betreft geur, maar ook wat betreft andere aspecten die gepaard gaan met een (noodgedwongen) uitbreiding en wijziging van de bedrijfsvoering, zoals bijvoorbeeld geluid en fijnstof. Beantwoording Het bestemmingsplan is getoetst aan het geldende beleid en wetgeving. Mogelijke ontwikkelingen of speculaties voor de toekomst zijn niet meegenomen in de afweging van het plan. In geval dat veehouders ertoe worden gedwongen om kalveren binnen hun bedrijven aan te houden, wellicht dat de kalveren dan vallen onder jongvee en geen sprake is van een gestelde geurnorm. In het ontwerpbestemmingsplan is niet getoetst aan 12

eventuele wijzigingen van de wet of beleid in de toekomst, enkel aan vastgesteld beleid en geldende wet- en regelgeving. 24. Ten aanzien van de ladder voor duurzame verstedelijking is in de toelichting op het plan vermeld dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, maar dat in het kader van een goede ruimtelijke ordening wel aan de ladder wordt getoetst. Ten aanzien van de behoefte is gesteld dat er een groeiende markt is voor kleinschalige overnachtingen op het platteland die voorzien in een behoefte aan luxe, comfort en de mogelijkheden tot ontspanning en dat met het plan wordt bijgedragen aan de ambitie om het aantal overnachtingen in de gemeente Raalte te laten groeien. Deze stellingen worden echter niet gemotiveerd (ook niet in paragraaf 4.3.2 waarnaar verwezen wordt) en in zoverre dan ook door indieners betwist. Dit geldt eens te meer nu in de toelichting op de Omgevingsverordening Overijssel staat dat er kwantitatief voldoende aanbod is. Er is dus geen behoefte aan en noodzaak voor het plan. Beantwoording Initiatiefnemers geven aan dat er behoefte is naar kleinschalige overnachtingen in de omgeving van natuur. Het huidige beleidskader binnen de gemeente Raalte vraagt niet aan te tonen dat behoefte is vanuit de markt.

Voor wat betreft provinciaal beleid ten aanzien van recreatieve functies biedt de provincie aan ondernemers de ruimte om voorzieningen te ontwikkelen die bijdragen aan de differentiatie van het aanbod. Daarbij stimuleert de provincie het leggen van verbindingen tussen de verschillende sectoren, zoals recreatie, natuur, landschap, water, cultuur en sport. 3.2 Provinciaal beleid 25. Voor wat betreft de Omgevingsvisie Overijssel en Omgevingsverordening Overijssel wordt het volgende opgemerkt. In artikel 2.1.5 van de Omgevingsverordening zijn eisen gesteld aan de ruimtelijke kwaliteit. Op grond van dit artikel moet in de toelichting op het plan worden onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het plan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. Daarbij moet onder andere inzichtelijk worden gemaakt op welke manier toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel uit de Omgevingsvisie. In de toelichting op het plan is hierop ingegaan. Daarbij worden de volgende kanttekeningen gemaakt. Beantwoording Het plan voorziet in dat kader onder meer in het: a. verbeteren van de bestaande beplanting op delen van het terrein; b. realiseren van nieuwe kwalitatief hoogwaardige beplanting op delen van het terrein.

Bovenstaande landschapsmaatregelen zijn tevens weergegeven in bijlage 1 van de toelichting en de uitvoering en instandhouding is tevens juridisch verankerd in de regels via een voorwaardelijke verplichting. Met het uitvoeren van de maatregelen is er sprake van een evenwicht tussen de geboden ontwikkelingsruimte en de investering in de groene omgeving. 26. In de toelichting wordt gesteld dat ook door de uitbreiding van de minicamping een toename van de ruimtelijke kwaliteit ontstaat. Niet valt in te zien hoe de uitbreiding de ruimtelijke kwaliteit bevordert. Het legt immers een beslag op agrarische gronden. Daarmee wordt afbreuk gedaan aan de ruimtelijke kwaliteit. Ook wordt afbreuk gedaan aan de geldende gebiedskenmerken. Nu het plangebied groter is dan het gebied voor verblijfsrecreatie, tast het plan de gebiedskenmerken aan. Dat betekent dat het plan in strijd is met artikel 2.1.5 van de 13

Omgevingsverordening. In aanvulling daarop rijst de vraag wat wordt bedoeld met de opmerking dat de uitbreiding zorgt voor draagvlak van meerdere dag recreatieve voorzieningen in de nabijheid". Bij draagvlak gaat het om de mate waarin mensen een bepaald initiatief wel of niet steunen. Van draagvlak voor het initiatief vanuit de directe omgeving is geen sprake. Daarom is onduidelijk wat met deze tekst in de toelichting wordt bedoeld. Ook is onduidelijk wat wordt bedoeld met de meerdere dagrecreatieve voorzieningen. Is de minicamping voornemens om meer van dergelijke voorzieningen te gaan realiseren? In dat geval verzetten de omwonenden zich daartegen, aangezien de ruimtelijke effecten daarvan niet zijn onderzocht en dit meer overlast zal veroorzaken. Voor wat betreft de donkerte' wordt opgemerkt dat in de toelichting staat dat kunstlicht in de centrale voorzieningen tot een minimum beperkt kan worden en dat kunstlicht zoveel mogelijk wordt vermeden en waar nodig nauwkeurig gericht zal worden. Dit is echter onzeker en niet geborgd. Bovendien zijn er binnen het plangebied ook andere lichtbronnen aanwezig, zoals een verlichte boom die gedurende de gehele winter tot na 0:00 uur blijft branden en lantaarnpalen die alle kanten uit schijnen. Dit alles is in strijd met het gebiedskenmerk donkerte.

Beantwoording Het kleinschalig kampeerterrein is alleen geopend gedurende het kampeerseizoen. Het gebruik van kunstlicht is beperkt aangezien gedurende het kampeerseizoen de zon ’s ochtends vroeg op gaat en het ’s avonds lang licht is. In de omgeving zijn verschillende functies gelegen, onder andere veehouderijen, waar ook lichtuitstraling plaatsvindt. Uiteraard wordt rekening gehouden met het plaatsen van lichtbronnen, de gebruikers van de camping hebben ook geen behoefte aan de aanwezigheid van bouwlampen zodra het donker en nacht wordt.

27. Indieners stellen dat afbreuk wordt gedaan aan de gebiedskenmerken en dat het plan in strijd is met artikel 2.1.5 van de Omgevingsverordening. Ook overigens is het plan hiermee in strijd, nu de toelichting niet aan de daaraan te stellen eisen voldoet. Er is namelijk niet inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel uit de omgevingsvisie én het plan past niet binnen het ontwikkelingsperspectief uit de Omgevingsvisie. Of (generieke beleidskeuzes): in de toelichting is voor wat betreft de generieke beleidskeuzes enkel ingegaan op relevante artikelen uit de Omgevingsverordening. Maar daarmee is voorbijgegaan aan de vraag of er een maatschappelijke opgave is voor onderhavig initiatief. Die ontbreekt. Zoals ook in de toelichting op de Omgevingsverordening staat vermeld, is er kwantitatief voldoende aanbod aan verblijfsaccommodaties in de provincie. Mogelijkheden voor ontwikkeling van nieuwe verblijfsaccommodaties worden alleen in Noordwest-Overijssel gezien. Nu de gemeente Raalte niet in NoordwestOverijssel ligt, is het plan in strijd met de Omgevingsverordening (en Omgevingsvisie).

Waar (ontwikkelingsperspectieven): nu het plangebied in de Ontwikkelingsperspectievenkaart is aangemerkt als 'agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap', kan niet anders worden geconcludeerd dan dat het plan ook op dit punt in strijd is met de Omgevingsverordening en -visie. Immers kan de uitbreiding van de minicamping de bedrijfsvoering en/of ontwikkelingsmogelijkheden van de nabijgelegen veehouderijen beperken. In de vorige paragraaf is hier reeds uitvoerig op ingegaan. Nu initiatieven binnen het ontwikkelingsperspectief de ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw niet mogen beperken en onderhavig plan dat wel doet, is het plan in strijd met de Omgevingsvisie en artikel 2.1.5, derde lid, van de 14

omgevingsverordening. In de toelichting wordt dat ook erkend. Daarin wordt immers op maatwerk aangestuurd. op grond van artikel 2.1.5, vierde lid, van de Omgevingsverordening mag echter alleen van het ontwikkelingsperspectief worden afgeweken als er sprake is van sociaal-economische en/of maatschappelijke redenen en voldoende is verzekerd dat er sprake is van versterking van ruimtelijke kwaliteit conform de gebiedskenmerken. Dat aan de tweede voorwaarde niet wordt voldaan, is hiervoor in het kader van de gebiedskenmerken al toegelicht. Dat aan de eerste voorwaarde niet wordt voldaan, is eveneens duidelijk. Niet valt namelijk in te zien dat er bij een uitbreiding van een minicamping sprake is van een sociaaleconomische of maatschappelijke ontwikkeling. In de toelichting op het plan is dit ook niet gemotiveerd. En als een uitbreiding van een minicamping wel zou worden gezien als een sociaal-economische of maatschappelijke ontwikkeling, dan zou vrijwel ieder initiatief als zodanig kunnen worden aangemerkt en dat zou artikel 2.1.5, derde en vierde lid, van de Omgevingsverordening tot een loze letter maken. Daar komt bij dat, zoals gezegd, mogelijkheden voor ontwikkeling van nieuwe verblijfsaccommodaties alleen in Noordwest-Overijssel worden gezien. Het initiatief past dus niet op deze plek.

Hoe (gebiedskenmerken): in het voorgaande is reeds toegelicht dat het plan in strijd is met de gebiedskenmerken. Beantwoording Voor wat betreft provinciaal beleid ten aanzien van recreatieve functies biedt de provincie aan ondernemers de ruimte om voorzieningen te ontwikkelen die bijdragen aan de differentiatie van het aanbod. Daarbij stimuleert de provincie het leggen van verbindingen tussen de verschillende sectoren, zoals recreatie, natuur, landschap, water, cultuur en sport. Het landschapselement de poel is uit het plan gehaald gezien de grondwaterkwaliteit en de huidige verkaveling middels een sloot hierdoor intact blijft en hier het een geplande lijnvormige groenelement op maaiveldhoogte dit versterkt. 28. Indieners stellen dat gelet op het voorgaande moet worden geconcludeerd dat het plan in strijd is met artikel 2.1.5 van de Omgevingsverordening. Overigens moet gelet op het voorgaande eveneens worden vastgesteld dat de beoordeling van de kwaliteitsimpuls groene omgeving (in paragraaf 4.2.6 van de toelichting op het plan) onjuist is. Beantwoording In de toelichting is onderbouwd dat de ontwikkelingsruimte in overeenstemming is met de investeringen die gedaan worden in de omgeving. 29. Indieners stellen dat het plan in strijd is met artikel 2.1.10 van de Omgevingsverordening.

In de toelichting is namelijk niet onderbouwd dat het plan bijdraagt aan het behoud en het versterken van een klimaatrobuust water- en bodemsysteem. Op dit artikel is in het geheel niet ingegaan.

Beantwoording De ontwikkeling heeft geen effecten op het behoud en het versterken van een klimaatrobuust water- en bodemsysteem. Het kleinschalige kampeerterrein wordt gedurende de periode 15 maart – 31 oktober gebruikt. Middels een erfinrichtingsplan is uitwerking gegeven aan het aanbrengen van landschapselementen en toevoegen van ruimtelijke kwaliteit. 30. Verder is het plan in strijd met artikel 2.12 van de Omgevingsverordening. Ten 15

onrechte wordt in de toelichting - overigens zonder motivering - gesteld dat het hier zou gaan om een innovatief concept'. Er is namelijk sprake van een gewone minicamping. Daarnaast is permanente bewoning ten onrechte niet uitgesloten bij de groepsaccommodatie. Terwijl in de definities van bed & breakfast' en 'kleinschalig kamperen' duidelijk is gemaakt dat deze niet zijn bedoeld voor permanent gebruik c.q. permanente bewoning, is dat ten onrechte niet gedaan in de definitie voor 'groepsaccommodatie'. Beantwoording Aan de definitie groepsaccommodatie is in de regels toegevoegd dat deze niet bedoeld is voor permanent gebruik c.q. permanente bewoning, enkel voor recreatief gebruik. Wijziging naar aanleiding van zienswijze Aan de definitie groepsaccommodatie is in de regels toegevoegd dat deze niet bedoeld is voor permanent gebruik c.q. permanente bewoning.

3.3 Gemeentelijk beleid 31. Indieners stellen dat de Omgevingsvisie van de gemeente Raalte een van de kernopgaven is, kort gezegd, de ambitie ten aanzien van het buitengebied. In de toelichting op het plan staat daarover onder andere het volgende. "Het groene en agrarische karakter van het buitengebied is de kern van de identiteit. Dit krachtige en afwisselende landschap vormt de onderlegger van een nieuwe toekomst voor het landelijk gebied en zal daarom verder ontwikkeld worden en waar nodig worden beschermd. In de toekomst is het buitengebied een divers en modern productie- en werklandschap met toekomstbestendige landbouw, dat vitaal is, reuring kent, maar waar ook gewoond wordt en waar aandacht is voor de natuur- en landschapswaarden." Beantwoording Onderdeel van een vitaal buitengebied zijn ook functies die het gebied versterken, waaronder kleinschalige recreatieve functies die toegestaan zijn gedurende het kampeerseizoen. Het uitbreiden van bestaande functies geeft een bijdrage aan het behoud van een leefbaar en vitaal landelijk gebied. In dit plan worden omliggende functies niet belemmerd en is aandacht voor de aanwezige natuur- en landschapswaarden. 32. Indieners stellen dat het plan in strijd is met deze kernopgave uit het gemeentelijk beleid.

De minicamping is namelijk in de directe nabijheid van enkele veehouderijen gelegen en die veehouderijen kunnen, zoals gezegd, door het plan worden belemmerd in hun bedrijfsvoering en/of ontwikkelingsmogelijkheden. Zij worden dus, in strijd met de Omgevingsvisie, niet beschermd. Hierbij verzoeken de omwonenden daarom om, overeenkomstig de kernopgave in de Omgevingsvisie, de toezegging aande omwonenden te doen dat zij worden beschermd en dat zij door onderhavig plan niet worden belemmerd in hun huidige en toekomstige bedrijfsvoering én hun ontwikkelingsmogelijkheden, met inachtneming van hetgeen hierover in het voorgaande al is toegelicht. Indien en voor zover u deze toezegging niet kunt doen, kan niet anders worden geconcludeerd dan dat het plan in strijd is met de Omgevingsvisie. Beantwoording Het bestemmingsplan is getoetst aan de Omgevingsvisie Raalte 2040. Aan voor nu nog onbekende toekomstige ontwikkelingen of wijzigingen van het beleid kan niet worden getoetst. Van belang is dat de omliggende veehouderijen niet worden belemmerd in de 16

huidige ontwikkelingsmogelijkheden. Het plan voldoet aan de gestelde richtafstanden en past binnen de gestelde kaders zoals geformuleerd in de Omgevingsvisie en Recreatievisie. 33. Indieners stellen dat het plan in strijd is met de Omgevingsvisie. Daaruit blijkt dat de gemeente kiest voor kleinschalige recreatie. Van kleinschalige recreatie is, zoals toegelicht, sprake bij een minicamping met maximaal 25 standplaatsen (zie het Beleidsplan recreatie & toerisme). Nu het plan meer standplaatsen bij de minicamping mogelijk maakt, is er geen sprake van kleinschalige recreatie. De toelichting op het plan bevestigt dat ook nu daarin staat vermeld dat het gaat om een grootschalige uitbreiding. Ten onrechte wordt dat in het kader van de toetst aan de Omgevingsvisie echter miskend. De conclusie is dat het plan in strijd is met de Omgevingsvisie.

Beantwoording In dit geval wordt maatwerk toegepast. De locatie betreft een kleinschalig kampeerterrein met de mogelijkheid voor het in gebruik nemen van maximaal 40 standplaatsen gedurende het kampeerseizoen. De verblijfsmogelijkheden passen binnen de aard en bij de huidige bestemming. Daarnaast is de theeschenkerij ondergeschikt aan de recreatieve functie. 34. Indieners stellen daarnaast dat het plan in strijd is met het Beleidsplan recreatie & toerisme. Nu er door de uitbreiding van de minicamping niet langer sprake is van kleinschalige recreatie, is de uitbreiding alleen toegestaan als deze passend is in de omgeving. Een van de criteria die hierbij van belang is, is dat de beoogde ontwikkeling zich op een goede manier verhoudt tot omliggende functies zoals woningen en (agrarische) bedrijven. In het voorgaande is al toegelicht dat daar geen sprake van is. Dat betekent dat het plan in strijd is met het Beleidsplan. Beantwoording Het plan wordt aangemerkt als kleinschalige verblijfs- en dagrecreatie, ter plaatse wordt geen bestemming Recreatie toegekend. De activiteiten ter plaatse worden beoordeeld als kleinschalig kampeerterrein en toegestane ondergeschikte functies bij specifieke vorm van wonen – voormalige bedrijfsbebouwing. Wijziging naar aanleiding van zienswijze Op de verbeelding is de aanduiding kampeerterrein gewijzigd naar kleinschalig kampeerterrein.

35. Verder stellen de indieners dat het plan in strijd is met het landschapsontwikkelingsplan. Voor de motivering daarvan wordt, om niet in onnodige herhaling te treden, verwezen naar hetgeen hierover in het voorgaande al is toegelicht. Beantwoording Het plan wordt beoordeeld als kleinschalige functie met geringe impact op de omgeving. Omliggende bedrijven en functies worden niet belemmerd. De ruimtelijke kwaliteit wordt versterkt door de landschappelijke inpassing. 36. Indieners stellen: Kortom: het plan is in strijd met het gemeentelijk beleid. Beantwoording Het plan is niet in strijd met het gemeentelijk beleid. Het plan voldoet aan de gestelde richtafstanden en past binnen het beleid van de gemeente Raalte, deze functie draagt bij 17

een vitaal landelijk gebied. Inwoners en bezoekers kunnen op deze wijze gebruik maken van de faciliteiten die in het landelijk gebied worden aangeboden, ter ondersteuning en verbreding van het landbouwkundige karakter die het landelijk gebied uitstraalt met behoud van vitaliteit en leefbaarheid. 4. Milieu- en omgevingsaspecten 37. In hoofdstuk 5 van de toelichting op het plan is ingegaan op de milieu- en omgevingsaspecten. Daarover wordt het volgende opgemerkt. Beantwoording Dit punt behoeft geen beantwoording. 38. Indieners stellen dat de geluidbelasting vanuit het plangebied op de omgeving niet is getoetst. Dit is met name vanwege stemgeluid van bezoekers in het plangebied van belang. Zij veroorzaken met regelmaat veel geluidoverlast voor de omgeving. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om harde muziek en spelende kinderen springend en schreeuwend op de trampolines. Vooral richting de avonden, als de wind gaat liggen, draagt het geluid in het open gebied ver. Indieners geven aan dat ze dan zelfs 'normaal' sprekende mensen letterlijk tot op hun erf kunnen horen. Als mensen bij elkaar komen voor de tent en er veel gesproken en gelachen wordt, kan dit voor omwonenden al snel geluidsoverlast opleveren. Dit gaat tot diep midden in de nacht door. Met de uitbreiding van de minicamping wordt dit nog vele malen erger dan dat nu reeds het geval is.

In het plan is hier ten onrechte aan voorbijgegaan. Beantwoording De Omgevingsdienst IJsselland heeft advies uitgebracht ten aanzien van geluid. De Omgevingsdienst heeft geoordeeld dat het kampeerterrein voldoet aan de richtafstanden ten opzichte van omliggende woningen. Geluid behoeft conform het advies van de Omgevingsdienst IJsselland geen nader onderzoek en vormt daarmee geen belemmering. 39. Indieners betogen dat het vaste rechtspraak is dat stemgeluid in het kader van een goede ruimtelijke ordening moet worden meegenomen. Nu de geluidbelasting op de omgeving, waaronder de woningen van de omwonenden, niet is beoordeeld en de omwonenden met regelmaat veel geluidoverlast van de minicamping ondervinden, stellen zij zich op het standpunt dat het plan leidt tot een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat. Dat betekent dat het plan in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Ook overigens is het plan in strijd met een goede ruimtelijke ordening, nu bij de geluidbelasting op het plangebied geen rekening is gehouden met de geluidbelasting van de omliggende bedrijven. De omwonenden mogen door het plan nu en in de toekomst niet worden belemmerd in hun bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden. Dit is eens te meer van belang nu de minicamping ook in oostelijke richting, richting de bedrijven van de omwonenden, wordt uitgebreid.

Beantwoording De Omgevingsdienst IJsselland heeft advies uitgebracht ten aanzien van geluid. De Omgevingsdienst heeft geoordeeld dat het kampeerterrein voldoet aan de richtafstanden ten opzichte van omliggende woningen. Geluid behoeft geen nader onderzoek en vormt geen belemmering. 40. Indieners stellen dat voor luchtkwaliteit hetzelfde geldt als voor de geluidbelasting: ook op dit punt is ten onrechte geen rekening gehouden met de omliggende bedrijven. De 18

fijnstofbelasting vanuit de bedrijven op het plangebied is niet getoetst en er is niet getoetst of de omwonenden nu en in de toekomst niet worden belemmerd in hun bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden. Beantwoording De Omgevingsdienst IJsselland heeft advies uitgebracht ten aanzien van luchtkwaliteit. Het aangevraagde plan heeft een beperkte toename tot gevolg van emissies van luchtverontreinigende stoffen: waaronder fijnstof (PM10) stikstofdioxide (NO2), door verkeer van de gasten en bezoekers van de camping, groepsaccommodatie en de bed & breakfast. Op basis van een berekening met de NIBM rekentool kan worden aangegeven dat het plan voor de emissies van lucht verontreinigende stoffen als is in Niet in Betekenende Mate is te beschouwen. Van belang is uit oogpunt van ruimtelijk ordening te beoordelen of de luchtkwaliteit op de locatie geschikt is voor de verblijfsrecreatie functie. In de directe omgeving zijn geen industriële of agrarische emissiebronnen van betekenis op de planlocatie. Op de grootschalige concentratie- en depositiekaarten Nederland, gepubliceerd door het Rijksinstituut Volksgezondheid en Milieu op http://geodata.rivm.nl/gcn/ zijn op schaal van vierkante km vakken de gemiddelde achtergrondconcentraties aangegeven van diverse luchtverontreinigende stoffen.

Uit deze kaart blijkt dat in het km2 vak waarin het plan ligt de achtergrond concentratie Stikstofdioxide (NO2) en fijnstof PM10 en PM2,5 ruim voldoen aan grenswaarden van de wet milieubeheer en de WHOadvieswaarde. Luchtkwaliteit behoeft geen nader onderzoek en vormt geen belemmering. 41. Aanvullend op punt 40 wordt gesteld dat de richtafstand van 30 meter uit de VNGbrochure wordt gerespecteerd, brengt daarin geen verandering. Dat laat immers onverlet dat de geluid- en fijnstofbelasting beoordeeld hadden moeten worden. Beantwoording De Omgevingsdienst IJsselland heeft advies uitgebracht ten aanzien van geluid en luchtkwaliteit. De Omgevingsdienst heeft geoordeeld dat het kampeerterrein voldoet aan de richtafstanden ten opzichte van omliggende woningen en het plan als NIBM is te beschouwen. Het km2 vak waarin het plan ligt de achtergrond concentratie Stikstofdioxide (NO2) en fijnstof PM10 en PM2,5 voldoet ruim aan de grenswaarden van de wet milieubeheer en de WHO-advieswaarde. Geluid en luchtkwaliteit behoeft geen nader onderzoek en vormt geen belemmering. 42. Voor wat betreft geur wordt het volgende opgemerkt. Voorkomen moet worden dat omwonenden nu en in de toekomst in hun bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden worden beperkt.

Daarom is het van belang dat in de planregels wordt geborgd dat de recreatieverblijven binnen het plangebied (de kampeermiddelen, de groepsaccommodatie, de bed & breakfast, de theeschenkerij) niet als geurgevoelige objecten kunnen worden aangemerkt. Dat kan door in artikel 3 en 4 van de planregels te bepalen dat alle recreatieverblijven binnen het bestemmingsplan (de kampeermiddelen, de groepsaccommodatie en de bed & breakfast) niet meer dan 3 aaneengesloten weken door dezelfde personen mogen worden gebruikt (vgl. ABRvS 1 mei 2019, ECLl:NL:RVS:2019:1431). Beantwoording Aan de definitie groepsaccommodatie is in de regels toegevoegd dat deze niet bedoeld is voor permanent gebruik c.q. permanente bewoning, enkel voor recreatief gebruik. Wijziging naar aanleiding van zienswijzeAan de definitie groepsaccommodatie is in de regels toegevoegd dat deze niet bedoeld is voor permanent gebruik c.q. permanente bewoning, enkel voor recreatief gebruik. 43. Ook behoeft de aanduiding 'milieuzone - geurzone' aanpassing. De aanduiding lijkt 19

niet helemaal 50 meter te bedragen ter hoogte van de gebouwen van Nieuwe Twentseweg 3 respectievelijk Nieuwe Twentseweg 5. Gedoeld wordt op ongeveer onderstaand stuk. U wordt dan ook verzocht om de afstand voor de zekerheid nog een keer goed te controleren en te borgen dat deze overal (minimaal) 50 meter bedraagt. Beantwoording De afstand van de aanduiding milieuzone – geurzone is gecontroleerd en bedraagt minimaal 50 meter.

44. Indieners stellen dat artikel 9.1.3 van de planregels moet worden verwijderd. Op grond hiervan kan bij omgevingsvergunning een nieuw geurgevoelig object binnen de geurzone worden toegestaan, mits ter plaatse een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gerealiseerd. Dit is in strijd met de Wet geurhinder en veehouderij, op grond waarvan een geurafstand van 50 meter geldt. Daar mag niet van worden afgeweken. Artikel 9.1.3 van de planregels moet dus verwijderd worden (nog los van dat daarin ook niet de bedrijfsbelangen en ontwikkelingsmogelijkheden van omwonenden zijn betrokken). Beantwoording Artikel 9.1.3 is verwijderd uit de planregels. Wijziging naar aanleiding van zienswijze Artikel 9.1.3 is verwijderd uit de planregels. 45. Indieners stellen dat met betrekking tot geur nog het volgende van belang is. Zoals hiervoor toegelicht, heeft de minister in een Kamerbrief van 18 mei 2021 de Scenariostudie Kalverketen aan de Tweede Kamer toegestuurd. Voor een toelichting hierop wordt dan ook verwezen naar het voorgaande. In het kader van de milieu- en omgevingsaspecten en het belang ervan, wordt er thans nogmaals (kort) op ingegaan. Omwonenden kunnen in de toekomst immers mogelijk gedwongen worden om binnen hun bedrijf kalveren aan te houden. Voor vleeskalveren (en overig vleesvee) zijn in de Regeling geurhinder en veehouderij geuremissiefactoren opgenomen.

Dat betekent dat voor de bedrijven van de omwonenden ingevolge de Wet geurhinder en veehouderij niet alleen een 'geurafstand' gaat gelden, maar ook een geurnorm. Weliswaar betreft het een toekomstige ontwikkeling, maar aangezien deze door het kabinet is aangekondigd en onwonenden er dan toe gedwongen kunnen worden om kalveren binnen hun bedrijven aan te houden, zou dit een noodgedwongen bedrijfsontwikkeling zijn. Daarin mogen zij niet worden belemmerd door de minicamping en de uitbreiding en wijziging daarvan zoals voorzien in het thans voorliggende plan. Dat geldt overigens niet alleen wat betreft geur, maar ook wat betreft andere aspecten die gepaard gaan met een (noodgedwongen) uitbreiding en wijziging van de bedrijfsvoering, zoals bijvoorbeeld geluid en fijnstof. Beantwoording Het bestemmingsplan is getoetst aan het geldende beleid en wetgeving. Mogelijke ontwikkelingen of speculaties voor de toekomst zijn niet meegenomen in de afweging van het plan. In geval dat veehouders ertoe worden gedwongen om kalveren binnen hun bedrijven aan te houden, wellicht dat de kalveren dan vallen onder jongvee en geen sprake is van een gestelde geurnorm. In het ontwerpbestemmingsplan is niet getoetst aan eventuele wijzigingen van de wet of beleid in de toekomst, enkel aan vastgesteld beleid en geldende wet- en regelgeving.

20

46. Indieners verzoeken om daarom ook overeenkomstig de reeds besproken beleidsstukken, de toezegging aan omwonenden te doen dat zij worden beschermd en dat zij door onderhavig plan niet worden belemmerd in hun huidige en toekomstige bedrijfsvoering én hun ontwikkelingsmogelijkheden, met inachtneming van het voorgaande. Indien en voor zover u deze toezegging niet kunt doen, kan niet anders worden geconcludeerd dan dat het plan in strijd is met een goede ruimtelijke ordening zoals bedoeld in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening. Beantwoording Regelgeving kan strenger worden en normen kunnen wijzigen. Het is niet mogelijk te toetsen op toekomstig beleid of wet en regelgeving die op dit moment nog niet in werking is. Het bestemmingsplan is getoetst aan het geldende beleid en wetgeving. Mogelijke ontwikkelingen of speculaties voor de toekomst zijn niet meegenomen in de afweging van het plan. In geval dat veehouders ertoe worden gedwongen om kalveren binnen hun bedrijven aan te houden, wellicht dat de kalveren dan vallen onder jongvee en geen sprake is van een gestelde geurnorm. In het ontwerpbestemmingsplan is niet getoetst aan eventuele toekomstige wijzigingen van de wet of beleid in de toekomst, enkel aan vastgesteld beleid en geldende wet- en regelgeving. 47. Voor wat betreft stikstof wordt het volgende opgemerkt.

Uit de stikstofberekening blijkt dat voor het gasverbruik van de standplaatsen een hoogte van 6 meter is aangehouden. Dit kan niet worden gevolgd. De emissiebron bevindt zich immers op de grond. Voor dit gasverbruik is daarnaast ten onrechte van slechts 8 maanden uitgegaan. Op grond van de planregels is de minicamping namelijk jaarrond toegestaan (in het kader van de planregels wordt hier verder op ingegaan). En in de wintermaanden zal het gasverbruik veel hoger zijn dan in de andere maanden van het jaar. Dat geldt in het bijzonder ook voor verwarmingen in caravans en campers. Die zijn in de stikstof berekening echter - ten onrechte - geheel buiten beschouwing gelaten. Ook lijken de sanitaire gebouwen - ten onrechte - buiten beschouwing te zijn gelaten. Verder blijkt niet hoe rekening is gehouden met de toename van het aantal personen in de groepsaccommodatie en welke gebouwen exact zijn meegenomen in de berekening, aangezien enkel wordt gesproken over gebouw 1, 2 en 3. Gelet hierop moet worden geconcludeerd dat de emissie is onderschat en daarmee ook de stikstofdepositie. Daardoor is niet uitgesloten dat het plan stikstofdepositie op Natura 2000-gebied veroorzaakt, dat een passende beoordeling opgesteld moet worden, dat om die reden een milieueffectrapport gemaakt moet worden en dat het plan in strijd is met artikel 2.7 van de Wet natuurbescherming.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=3b756fe9-3dbf-4822-82ea-2d28d4560d6f