Beheer- en uitvoeringsplan Raalte 2025 - 2047 (2)
Tekst van het document
kinderen en volwassenen elkaar kunnen en willen ontmoeten, waar ze een langere periode kunnen verblijven en die uitnodigt om te bewegen. Waar het niet mogelijk is om een goede centrale plek aan te leggen kan er onderzocht worden of schoolpleinen hiervoor opengesteld kunnen worden (H5.4 actielijst) Inrichting: er zijn aanleidingen voor spel, sport en ontmoeten. De spel aanleidingen zijn voor 0 – 12 jarige, waardoor er ook aandacht is voor uitdagende speeltoestellen. Sport kan in een traditionele vorm (voetbal/ basketbal), maar kan ook in beweegaanleidingen. De plek moet een fijne verblijfswaarde hebben, bankjes, picknicktafels, beschutting, waterpunten en afvalbakken dragen hieraan bij. Doelgroep: de inrichting is aantrekkelijk voor alle buurtbewoners, ongeacht leeftijd, afkomst of beperking. Richtlijnen: tussen de 2000 en 3000 m2. Dit betreft zowel de ruimte voor speeltoestellen en ondergronden als ook de omliggende vrije beweegruimte. Richtbudget: voor de inrichting is €60.000,- gereserveerd. Participatievorm: herinrichting met de omliggende buurt. Direct omwonende krijgen een eerste stem in het opstellen van het programma van eisen (PvE) voor de plek (wat mag wel, wat kan absoluut niet), maar de hele buurt mag vervolgens meedenken of stemmen over 2 of 3 ontwerpvoorstellen. Steunplek: De steunplekken zijn ter aanvulling op de centrale plekken.
De locaties zijn voor kinderen die niet zelfstandig de hele buurt door kunnen of mogen. Deze locaties lenen lenen zich goed om een gevarieerd aanbod te creëren door het toepassen van de Schijf van 10 (ASM). Inrichting: een flexibele inrichting. De inrichting is gefocust op spel, sport of ontmoeten. Doelgroep: de focust ligt voornamelijk op jonge kinderen (0- 9 jaar), omdat deze nog niet altijd alleen de buurt in mogen. Ook oudere moeten op deze locaties terecht kunnen om elkaar te ontmoeten. Richtlijnen: tussen de 500 en 1000 m2. Dit betreft zowel de ruimte voor speeltoestellen en ondergronden als ook de omliggende vrije beweegruimte. Richtbudget: voor de inrichting is €30.000,- gereserveerd. Participatievorm: herinrichting met direct omwonenden van de speelplek. Team Spelen maakt programma van eisen (kaders). Hierin wordt goed rekening gehouden met de buurt en de schijf van 10. Buurt kan daarbinnen ideeën en wensen aangeven en daarna keuze maken uit 2 of 3 ontwerpvoorstellen. Gemeente Raalte
19
6. Kaders voor uitvoering Sportplekken: De sportplekken hebben eenzelfde functie als steunplekken. De locaties zijn specifiek om de variatie in het sportaanbod te creëren op wijkniveau. Inrichting: sport en ontmoetingsaanleidingen. De keuze van aangeboden sporten is vaak traditioneel, maar kan ook een Urban sport zijn als er vraag naar is in de wijk. Doelgroep: de focust ligt voornamelijk op jonge kinderen (0- 9 jaar), omdat deze nog niet altijd alleen de buurt in mogen. Ook ouderen moeten op deze locaties terecht kunnen om elkaar te ontmoeten. Richtlijnen: tussen de 1000 en 2000 m2. Dit is inclusief de noodzakelijk vrije ruimte rond de sportplekken. Richtbudget: voor de inrichting is €30.000,- gereserveerd. Participatievorm: participatie met omwonenden, vervolgens wordt met gebruikers (jongeren/sporters) en wijkpartners gekeken naar de inrichting van de sportplek. Omvormplekken: De omvormplekken zijn als aanvulling op het buurtaanbod. De locaties zijn ingericht zonder speeltoestellen, maar de ruimte blijft beschikbaar voor direct omwonende. Deze locaties zijn geschikt om geadopteerd te worden door de buurt. Inrichting: een flexibele inrichting zonder speeltoestellen. Inrichting kan zijn met (natuurlijke) speelaanleidingen of als adoptiegroen (bijvoorbeeld als moestuin). Doelgroep: de focust ligt op de behoefte van de buurt.
Richtlijnen: het zijn voornamelijk bestaande locaties tot 500m2. Richtbudget: voor de inrichting is €10.000,- gereserveerd. Participatievorm: herinrichting met direct omwonenden van de speelplek. Buurt kan ideeën en wegen aangeven en krijgt de mogelijkheid tot adoptie.
6.3 Aanvullende ASM kaders per locatie Algemeen: • In elke buurt moeten de 10 basisbeweegvormen van ASM aanwezig zijn. • We erkennen dat de software (het georganiseerd aanbod op locaties) een erg belangrijk aspect is van ASM. Op buurtplekken en zeker bij het aanleggen van grote plekken (bijvoorbeeld een Skillsgarden) moet er een goed activatieplan komen. Dit wordt opgesteld door ketenpartners zoals het Sportbedrijf.
20
Beheerplan Raalte - Beheer- en uitvoeringsplan op basis van huidige kaders
•
Om inwoners (on)bewust uit te dagen om de openbare speel-en sportaanleidingen anders te gebruiken (bijvoorbeeld speel eens trefbal op een voetbalveld, gebruik een duikelrek eens als voetbaldoel of doe fitnessoefeningen op een zitbank), willen we borden plaatsen met goede voorbeelden.
Centrale plek: • Op centrale plekken zijn minimaal twee type ondergronden aanwezig. • Op centrale plekken zijn minimaal 5 beweegvormen aanwezig. • Voor de centrale plek kan ook gekeken worden naar het openbaar maken van het schoolplein. Hiervoor moeten goede afspraken gemaakt worden met de school, zie H5.3 actielijst. • Kinderen, ouders en ouderen moeten allemaal uitgedaagd worden om te bewegen, dit kan met toestellen of het creatief gebruiken van de ruimte (inspiratie borden). Steunplek: • Door het gebruik van verschillende ondergronden, lokken we ander spel uit. Gras en heuvel lokken bijvoorbeeld uit tot rollen en stoeien, terwijl verharde ondergronden uitnodigen tot schieten en mikken. Binnen een buurt hebben steunplekken verschillende ondergronden. • Op een steunplek worden inwoners minimaal uitgedaagd tot 3 beweegvormen. • Steunplekken moeten ook ingericht worden met een ontmoetingselement.
6.4 Aanleg ondergronden Bij het inrichten van speel- en sportplekken is de keuze van de ondergrond bepalend voor het uit te voeren beheer. De komende jaren wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten:
• • • •
In de gemeente Raalte wordt vooral zand gebruikt onder speeltoestellen. Zand moet eens per jaar gereinigd worden. Bij herinrichting is meer variatie in ondergronden te overwegen. Onder lage toestellen (valhoogte tot 1,5m) volstaat gras als ondergrond. Kunstmatige ondergronden als rubber (tegels of giet) en kunstgras worden minder toegepast, mits vanuit de locatie andere ondergronden niet praktisch zijn (bodemkwaliteit bijv.) of wanneer de ondergronden gebruikt wordt om de toegankelijkheid van locaties bevorderen.
6. Kaders voor uitvoering •
Bij het gebruik van zandondergronden als valondergrond moet een keuze gemaakt worden in het type zand. Momenteel is op (bijna) alle speelplekken gekozen voor een grof zand (zandbakkenzand). Dit zand is uitermate geschikt om in te spelen, omdat het aan elkaar blijft plakken. Het nadeel van dit zand is de mogelijkheid om diepe kuilen te graven, die goed blijven liggen. Valdempend zand is een fijner zand, waardoor kuilen sneller vanzelf dichtvallen. Per speelplek moet een afweging gemaakt worden of dit gewenst is.
6.5 Duurzame keuzes Wanneer gebruik wordt gemaakt van nieuwe materialen en toestellen maakt de gemeente daarin duurzame keuzes. Er wordt zoveel mogelijk gewerkt met duurzame ondergronden zoals gras, boomschors en zand. Indien mogelijk komen deze van een lokale bron. Wanneer er gewerkt wordt met een kunstondergrond hebben circulaire materialen de voorkeur. Een giet-rubbervloer met een bovenlaag van EPDM (pak’s-vrij) is duurzamer dan kunstgras. Deze is beter recyclebaar, slijtvaster, heeft een langere levensduur en zorgt daarmee voor minder plastic in het milieu. Wanneer gekozen wordt voor een nieuw toestel werken we met duurzaam verkregen hout of met stalen of kunststof toestellen. Deze laatste gaan lang mee en het materiaal kan gerecycled worden na afschrijving.
6.6 Communicatie Aanbevolen wordt om, zeker in het begin, duidelijk te communiceren wat de plannen zijn en hoe de uitvoering bijdraagt aan een diverser speelaanbod. Plaatselijk Belang en buurtverenigingen hebben een belangrijke rol in de communicatie hierover naar bewoners. Het is belangrijk dat bewoners, en vooral kinderen de kans krijgen om mee te denken, zowel bij de grotere als kleinere speelplaatsen. Na oplevering van de uitgevoerde werkzaam-heden is het belangrijk om de resultaten ook terug te koppelen richting inwoners. Goede voorbeelden uit de eigen gemeente zorgen voor een positief effect op andere wijken.
6.7 Samenwerking en inspraak Eén van de opgestelde ambities (zie hoofdstuk 3.1) gaat over het betrekken van bewoners en ketenparters bij de uitvoering. Dit is niet alleen belangrijk voor het verkrijgen van draagvlak, maar leidt vaak ook tot creatieve, nieuwe en verrassende oplossingen.
• •
•
•
• • •
Bij herinrichting van zowel buurt- als steunplekken worden bewoners (vooral kinderen) betrokken en kunnen zij meedenken en -beslissen over het ontwerp. De vorm van inspraak kan per locatie/wijk verschillen. Plaatselijk Belangen en Verbinders kunnen bij de herinrichting van speelplekken en het inventariseren van initiatieven een belangrijke rol spelen in de communicatie naar bewoners en mogelijk de organisatie van inspraakbijeenkomsten op zich nemen. Als bij de herinrichting van een steunplek gekozen wordt voor een omvorming naar speelgroen is het mogelijk dat de buurt de speelplaats adopteerd. Hierdoor kunnen bestaande speeltoestellen (zolang deze veilig zijn) of nieuwe speeltoestellen (bekostigd door de buurt) onderdeel blijven van de speelplek. Een andere vorm van afwijkend openbaar groen (bijvoorbeeld een boomgaard of moestuin) behoort dan ook tot de omvorm mogelijkheden. Als bij de voorgestelde omvorming van een kleinere speelplek blijkt dat er geen gedragen initiatief of betrokkenheid vanuit de omwonenden is, kan de plek ook eenvoudig worden dichtgestraat of worden ingezaaid met gras. Wel wordt geadviseerd de plekken altijd beschikbaar te houden als speelruimte.
Bij sportplekken wordt de inrichting afgestemd met sporters/gebruikers, zo wordt de kans op kapitaalvernietiging beperkt door geen kostbare voorzieningen aan te leggen die uiteindelijk niet of beperkt worden gebruikt. In wijken met scholen kan bij de inrichting van speelterreinen samengewerkt worden met de betreffende school. Zo kan de inrichting worden afgestemd met het schoolplein zodat beiden van toegevoegde waarde zijn voor de wijk. Bewonersinitiatieven voor spelen en of sporten buiten de bestaande locatie worden elk afzonderlijk beoordeeld. Er wordt gekeken of en hoe het initiatief past binnen het beleid en dit plan. In het uitvoeringsplan is geen extra budget opgenomen voor speel- of sportinitiatieven buiten de bestaande locaties. Wanneer toch een nieuwe locatie wordt gerealiseerd, zal moeten worden afgewogen of dit in de betreffende buurt nodig is en bij voorkeur gebeuren zonder speeltoestellen, maar met speel- en beweegaanleidingen. Het wisselen van locaties kan ook een optie zijn (een plek aanleggen, een opheffen). Om kapitaalvernietiging te voorkomen worden er geen toestellen weggehaald die nog niet aan het einde van de levensduur zijn. Hier is adoptie door de buurt ook een mogelijkheid.
Gemeente Raalte
21
6. Kaders voor uitvoering •
Samenwerking is niet alleen belangrijk met bewoners, ook ambtelijk is het nodig om inrichting en beheer integraal op te pakken. Dit is bijvoorbeeld belangrijk bij avontuurlijke groene speelplekken waar aangepast beheer noodzakelijk. In het teken van een beweegvriendelijke leefomgeving (ASM) is het ook belangrijk om de beleidsterrein als sport en sociaal domein te betrekken de herinrichting van speel- en sportplekken.
6.8 Particuliere speeltoestellen Tijdens het veldwerkonderzoek is al opgevallen dat op enkele locaties speelaanleidingen zijn die niet van de gemeente zijn. Deze “particuliere speeltoestellen” zijn vaak goed bedoeld, maar vaak wordt niet gerealiseerd dat ook hiervoor de regels van het WAS (Warenwetbesluit Attracties en Speeltoestellen) van toepassing zijn. Dit betekent dat de gemeente ook verantwoordelijk is voor de toestellen die door bewoners in de openbare ruimte zijn geplaatst. Om deze reden gelden hiervoor de volgende kaders: • Wel gedoogd: verplaatsbare en kleine speelobjecten zoals lage plastic glijbaantjes, klein zandspeelgoed of voetbaldoeltjes mits deze in goede staat verkeren en in de avond naar binnen worden gehaald. • Niet gedoogd: beschadigde speelobjecten, aan de grond verankerde speelobjecten, aan bomen opgehangen schommels, trampolines en andere grotere speelobjecten. • De eigenaar van niet-gedoogde objecten wordt vriendelijk verzocht deze te verwijderen via een sticker op het speelobject. Als de eigenaar zich vervolgens niet meldt en/of het object niet verwijderd binnen een maand, gaat de gemeente zelf over tot verwijdering. • Wanneer een speelobject onveilig is, is de gemeente gemachtigd om het speelobject gelijk te verwijderen.
6.9 Risico’s bij uitvoering Op 25 speelplekken wordt een ingreep voorgesteld waarbij geen toestellen worden terug geplaatst. In combinatie met de gestelde kaders levert dit de volgende risico’s op: Weerstand tegen ambities en uitvoering Het is mogelijk dat bewoners zich niet kunnen vinden in de voorgestelde ingreep en het bijvoorbeeld niet zien zitten dat de plek voor hun deur wordt omgevormd zonder toestellen. Het is daarom belangrijk dat de boodschap breder wordt getrokken dan alleen plekniveau en dat duidelijk wordt gecommuniceerd wat de beweegredenen zijn voor de voorgestelde ingrepen. Het gaat hierbij ook niet om het verwijderen van zoveel mogelijk toestellen, maar juist om het vergroten van de variatie en speelwaarde op wijkniveau. Hoge verwachtingen Als bewoners wordt gevraagd om mee te denken, wordt dit ook als kans gezien om wensen door te geven aan de gemeente. Dit is prima, maar het is belangrijk om vooraf aan het participatietraject te weten welke (financiële) ruimte er is voor (aanvullende) wensen zodat er tijdens een inspraaktraject geen beloftes worden gedaan die achteraf lastig of niet uit te voeren zijn. Door vooraf duidelijke kaders bij bewoners aan te geven wordt dit eenvoudig ondervangen. Lange termijn uitvoering Op de uitvoeringskaart (zie pagina 18) staan de voorgestelde ingrepen voor de komende 17 jaar.
Het is natuurlijk mogelijk dat door nieuwe inzichten, budgetten of de samenstelling in de wijk, de behoefte m.b.t. de speelruimte binnen die periode verandert. Een constant uitgangspunt is wel dat speelruimte altijd behouden moet blijven, ook wanneer hier geen toestellen meer staan. Zo blijft deze ruimte altijd beschikbaar voor toekomstige ontwikkelingen en initiatieven. Voor speelterreinen die pas 5 jaar na het opstellen van dit uitvoeringsplan aan de beurt zijn is het advies om opnieuw te bekijken of de voorgestelde ingrepen nog aansluiten bij de wijk. Bijvoorbeeld door een wandeling met bewoners/kinderen. Als tussentijds meer budget beschikbaar komt, wordt geadviseerd dit in te zetten op de centrale speelterreinen. Zo kan daar nog meer uitdaging worden aangeboden voor de hele wijk of zelfs gemeente.
22
Beheerplan Raalte - Beheer- en uitvoeringsplan op basis van huidige kaders
6. Kaders voor uitvoering 6.10 Samenspelen Hoe klein of groot de groep ook is, iedereen moet mee kunnen doen. Mensen met een beperking hebben op dit moment maar weinig kans om buiten te spelen, bewegen en anderen te ontmoeten. Nog meer dan andere inwoners lopen zij tegen sociale en fysieke drempels aan waardoor zij maar weinig in de eigen wijk buiten zijn. Door in de directe woonomgeving al in te zetten op plekken voor iedereen, kan samen spelen en dus inclusie al vanaf jonge leeftijd worden gestimuleerd. Dit vergt soms enige aanpassingen aan een speelplek, maar belangrijk is dat er vooral niet gedacht moet worden in speciale toestellen in een aparte hoek. Het gaat immers vooral om samenspel en inclusiviteit. Om dit belang te benadrukken is eind 2019 ook het SamenSpeelAkkoord getekend door onder andere de branchevereniging Spelen en Bewegen en het ministerie van VWS. In dit akkoord laten de ondertekenaars zien gezamenlijk op te trekken om samen spelen voor alle kinderen mogelijk te maken en roepen ze gemeentes op om hier ook aan mee te doen. Ter inspiratie voor toepassing van het Samenspeelakkoord heeft de VNG een bundel uitgebracht “Aan de slag met samenspelen” (VNG: 2019). Hierin wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde 100-70-50-richtlijn voor goede samenspeelplekken:
• • •
Een kind of inwoners met een handicap moet zich 100% welkom voelen. 70% van de speelplek moet voor iedereen toegankelijk zijn (paden, ondergronden) 50% van de speelaanleidingen moet bespeelbaar zijn voor ieder kind.
Deze richtlijn is geen verplichting, maar een voorbeeld van hoe toegankelijkheid in de openbare speelruimte kan worden toegepast. Het gaat daarbij dus om meer dan alleen het plaatsen van rolstoelvriendelijke speeltoestellen.
6.11 Rookvrije generatie Bij het herinrichten van een speelplek wordt altijd een bord of tegel geplaatst met de tekst “op weg naar een rookvrije generatie”. Dit is vastgesteld tijdens de B&W vergadering van 12 maart 2024.
Gemeente Raalte
23