CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

B5_Toelichting-Wabo-milieu-maart2025-incl bijlagen

Raadsvergadering 10 juli 2025, gemeente RaalteBij agendapunt: Vaststellen besluit omgevingsvergunning en verklaring van geen bedenkingen uitbreiding varkenshouderij Tijs (bespreekstuk)25.577 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

10.2

Diercategorieën zonder geuremissiefactoren

In de gewenste situatie zijn op onderhavige locatie geen dieren van diercategorieën zonder geuremissiefactoren aanwezig.

Toelichting Wabo-Milieu – Heetenseweg 9a & 9c te Heeten 34

10.3

Gevelafstanden

Voor zowel diercategorieën met geuremissiefactoren als diercategorieën zonder geuremissiefactoren gelden minimale gevelafstanden. Deze gevelafstanden worden gemeten tussen de dichtstbijzijnde gevel van een stal waarin dieren worden gehouden en de gevel van het dichtstbijzijnde voor geurgevoelige object. De minimale gevelafstanden bedragen als volgt: Tabel 11: Overzicht gevelafstanden Categorieën

Afstand in acht te nemen

Werkelijke afstanden

Woning in de bebouwde kom

50 meter

>> 250 meter

Woning buiten de bebouwde kom

25 meter

155 meter

Woning behorende bij veehouderij

25 meter

>> 250 meter

Uit bovenstaande blijkt dat kan worden voldaan aan de geldende afstandseisen tussen de gevel van een stal en de gevel van een woning van derden.

10.4

Conclusie

Aan de normering en minimale afstandseisen zoals opgenomen in de Wet geurhinder en veehouderij en de bijbehorende regeling wordt voldaan. De Wet geurhinder en veehouderij vormt derhalve geen belemmering om de gewenste bedrijfsopzet te realiseren.

10.5

Geuremissie voerkeuken

Het aanmaken van droogvoer vindt plaats in de centrale brijvoerkeuken aan de voorzijde in stal 5. Om eventuele geurhinder bij het aanmaken en opslag van het voer te voorkomen, wordt deze ruimte door middel van een relatief kleine (inpandige) ventilator op onderdruk gebracht. De vuile luchtstroom wordt op deze manier afgezogen en in het centrale luchtkanaal gebracht. Vervolgens wordt deze vuile lucht, alvorens deze in de buitenlucht wordt gebracht, via de gecombineerde luchtwasser in stal 5 geleid en hier gereinigd. De voerkeuken heeft in de gewenste situatie een totale (bruto) inhoud van 960 m3. Op basis van het technisch informatiedocument ‘luchtwassystemen voor de veehouderij (versie 2.2, november 2017) wordt als uitgangspunt gehanteerd dat per uur 4 maal de luchtinhoud van de voerkeuken wordt ververst. Het betreft hier derhalve een geringe luchtstroom van maximaal (4 x 960 =) 3.840 m3. In stal 5 bedraagt de maximale benodigde luchtverversing t.b.v. de gespeende biggen 162.000 m3 per uur. In deze stal zijn 7 ventilatoren (Stienen SGS-92H-D4S) aanwezig met een totale capaciteit van (7 x 24.970 =) 174.790 m3 per uur. De geïnstalleerde ventilatiecapaciteit is derhalve afdoende voor de benodigde afzuiging van de voerkeuken.

De luchtwasser in stal 5 heeft daarnaast eveneens afdoende restcapaciteit (totaal 207.500 m3 per uur) om deze geringe luchtstroom van 3.840 m3 per uur te reinigen/te verwerken.

Toelichting Wabo-Milieu – Heetenseweg 9a & 9c te Heeten 35

Voor eventuele geurhinder afkomstig bij het aanmaken en opslaan van het voer behoeft dan ook niet te worden gevreesd. De aanwezige opslag van voer en grondstoffen (droog) geschiedt in afgesloten productbestendige silo’s. Vanuit deze (bestaande) opslag behoeft niet te worden gevreesd voor geurhinder.

10.6

Geuremissie mestopslag

De vrijkomende drijfmest wordt in de gewenste situatie opgeslagen in mestkelders onder de aanwezige stallen en in 2 mestsilo’s. De mestkelders zijn gelegen onder de bestaande stallen en voorzien van een emissiearm systeem of de stallucht wordt afgezogen naar de bestaande gecombineerde luchtwassers. De mestsilo’s worden conform de eisen uit het Activiteitenbesluit milieubeheer afgesloten en voorzien van een doelmatige afdekking met ontluchting. Op grond van het Activiteitenbesluit dient, om geurhinder te voorkomen, ten aanzien van de mestsilo’s een afstand van 100 meter in acht te worden genomen tot een woning van derden. In werkelijkheid bedraagt de afstand tussen de (nieuwe) mestsilo en dichtstbijgelegen woning Heetenseweg 9b ruim 225 meter. Voor eventuele geurhinder afkomstig van de opslag van mest behoeft dan ook niet te worden gevreesd.

10.7

Geuremissie loods mestscheiding

In de beoogde nieuwe loods wordt een mobiele mestscheider opgesteld. De ruimte heeft een oppervlakte van 50 m2 en een (bruto) inhoud van 225 m3. Om eventuele geurhinder bij het scheiden van de drijfmest / opslag dikke fractie te voorkomen wordt deze afgesloten ruimte door middel van een relatief kleine (inpandige) ventilator op onderdruk gebracht. De vuile luchtstroom wordt op deze manier afgezogen en vervolgens met een afvoerbuis aangesloten op het centrale luchtkanaal in de naastgelegen stal 5 (biggenstal). Vervolgens wordt deze vuile lucht, alvorens deze in de buitenlucht wordt gebracht, via de gecombineerde luchtwasser in stal 5 geleid en hier gereinigd. Op basis van het technisch informatiedocument ‘luchtwassystemen voor de veehouderij (versie 2.2, november 2017) wordt als uitgangspunt gehanteerd dat per uur 4 maal de luchtinhoud van de loods wordt ververst. Het betreft hier derhalve een geringe (periodieke) luchtstroom van maximaal (4 x 225 =) 900 m3. In stal 5 bedraagt de maximale benodigde luchtverversing t.b.v. de gespeende biggen 162.000 m3 per uur. In deze stal zijn 7 ventilatoren (Stienen SGS-92H-D4S) aanwezig met een totale capaciteit van (7 x 24.970 =) 174.790 m3 per uur. De geïnstalleerde ventilatiecapaciteit is derhalve afdoende voor de benodigde afzuiging van de loods (& voerkeuken).

De luchtwasser in stal 5 heeft daarnaast eveneens afdoende restcapaciteit (totaal 207.500 m3 per uur) om deze geringe periodiek luchtstroom van 900 m3 per uur te reinigen/te verwerken. Voor eventuele geurhinder afkomstig bij het scheiden van de drijfmest / opslag dikke fractie behoeft dan ook niet te worden gevreesd.

Toelichting Wabo-Milieu – Heetenseweg 9a & 9c te Heeten 36

11. ASPECT AMMONIAK 11.1

Directe ammoniakschade

Er zijn in de directe omgeving van de inrichting, voor zover bekend, geen voor ammoniak gevoelige land- en / of tuinbouwgewassen gelegen. Er is derhalve geen reden om aan te nemen dat, op dergelijke gewassen, directe schade als gevolg van de uitgestoten ammoniak zal plaatsvinden. Aan het gestelde in de Brochure Stallucht en Planten (1981) wordt dan ook voldaan.

11.2

Wet ammoniak en veehouderij

Gedeputeerde Staten van Overijssel hebben, op grond van de Wav, binnen de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) de “zeer kwetsbare natuurgebieden” vastgesteld. In de nabije omgeving van onderhavige locatie is geen zeer kwetsbaar natuurgebied gelegen. Het dichtstbijgelegen natuurgebied dat is aangewezen als “een voor verzuring gevoelig gebied” op grond van de Wet ammoniak en veehouderij (Wav) is gelegen op ongeveer 966 meter ten zuidoosten van het bedrijf. Het bedrijf ligt derhalve niet in een zeer kwetsbaar gebied of in de omliggende zone van 250 meter daaromheen. De Wet ammoniak en veehouderij is hierdoor op onderhavige inrichting niet direct van toepassing. De ammoniakemissie afkomstig van het bedrijf vormt, gelet op het gestelde in de Wet ammoniak en veehouderij, dan ook geen weigeringsgrond voor het realiseren van de gewenste opzet.

11.3

Vogel- en Habitatrichtlijn / Wet natuurbescherming

In het kader van Europese regelgeving zijn binnen Nederland Vogelrichtlijngebieden en Habitatrichtlijngebieden aangemeld (VHR-gebieden). Deze gebieden worden ook wel Natura 2000 gebieden genoemd en vallen onder de werkingssfeer van de Wet Natuurbescherming. Voor onderhavige locatie is het college van GS van de provincie Overijssel het bevoegd gezag ten aanzien van de Wet Natuurbescherming. Voor onderhavige inrichting is op 28 november 2014 door GS van Overijssel een besluit genomen inzake de verlening van een vergunning op basis van de Natuurbeschermingswet 1998 (2014032650). Deze vergunning omvat, conform de meest recente emissiefactoren uit de RAV-lijst, een ammoniakemissie van 6.841,3 kg NH3. Ten behoeve van de gewenste bedrijfsopzet is inmiddels (afzonderlijk) in oktober 2023 een aanvraag voor een vergunning op grond van de WNB ingediend bij het college van GS van Overijssel. Een afschrift van de aanvraag (incl. verschilberekening Aerius2025) is als bijlage 6 toegevoegd. Gelet op het gestelde in de Wet natuurbescherming vormt het aspect ammoniakemissie/ stikstofdepositie dan ook geen weigeringsgrond voor het realiseren van de gewenste opzet.

Toelichting Wabo-Milieu – Heetenseweg 9a & 9c te Heeten 37

11.4

Besluit emissiearme Huisvesting

Op 1 augustus 2015 is het Besluit emissiearme Huisvesting (BeH) van kracht geworden. In dit besluit is aangegeven dat de ammoniakemissie uit huisvestingssystemen niet hoger mag zijn dan de daarvoor geldende maximale emissiewaarde. Het Besluit emissiearme Huisvesting kent verschillende maximale emissiewaarden, afhankelijk van de datum van oprichting van het betreffende dierenverblijf. Bij varkens en kippen geldt de maximale emissiewaarde uit kolom A voor alle dierenverblijven opgericht voor 1 juli 2015. Kolom B geldt voor dierenverblijven opgericht na 1 juli 2015. Echter, voor dierenverblijven opgericht sinds 1 januari 2020 geldt een strengere eis (kolom C) indien het dierenverblijf op moment van oprichting deel uitmaakt van een IPPC-installatie met varkens en/of pluimvee. In het Besluit emissiearme huisvesting veehouderijen (versie 1 juli 2015) zijn voor nieuwe stallen voor varkens de volgende drempelwaarden opgenomen:

In navolgende tabel is de ammoniakemissie van de gewenste bedrijfsopzet op basis van de maximale emissiewaarden op grond van het Besluit emissiearme huisvesting veehouderijen (AMvB-huisvesting) weergegeven:

Toelichting Wabo-Milieu – Heetenseweg 9a & 9c te Heeten 38

Tabel 12 Overzicht ammoniakemissie op grond van Besluit huisvesting Tabel: Aangevraagde situatie - maximale emissienormen Besluit emissiearme huisvesting. (Intern salderen) Stalsysteem

Stal

Kolom BEHV

Diercategorie

Aantal dieren

RAV code

1

A

Vleesvarkens

2912

2

B

Kraamzeugen

3

B

4

Ammoniakemissie Kg NH3 per Kg NH3 dier-plaats totaal

BWL / BB code

Omschrijving

D 3.2.15.4

BWL 2010.02.V7

gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser

1,6

4659,2

196

D 1.2.13

BWL 2006.08.V1

mestpan onder kraamhok

2,9

568,4

Kraamzeugen

160

D 1.2.13

BWL 2006.08.V1

mestpan onder kraamhok

2,9

464

B

Dekberen

6

D 2.4.4

BWL 2010.02.V7

nvt

0

4

B

Guste en Dragende zeugen

1170

D 1.3.12.4

BWL 2010.02.V7

2,6

3042

4

B

Opfokzeugen

288

D 3.2.15.4

BWL 2010.02.V7

1,5

432

5

B

Gespeende biggen

8100

D 1.1.15.4

BWL 2009.12.V5

gecombineerd luchtwassysteem 85% emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser

0,21

1701

6a

C

Vleesvarkens

3584

D 3.2.14

Dubbel GL: ICV systeem BWL 2004.04V2 + chemische LW BWL 2008.08V6

chemisch luchtwassysteem; 95% ammoniak emissiereductie (30% geur en 35% fijn stof emissiereductie)

1,1

3942,4

6b

C

Vleesvarkens

1792

D 3.2.14

Dubbel GL: ICV systeem BWL 2004.04V2 + chemische LW BWL 2008.08V6

chemisch luchtwassysteem; 95% ammoniak emissiereductie (30% geur en 35% fijn stof emissiereductie)

1.1

1971,2

7a

C

Vleesvarkens

3584

D 3.2.14

Dubbel GL: ICV systeem BWL 2004.04V2 + chemische LW BWL 2008.08V6

chemisch luchtwassysteem; 95% ammoniak emissiereductie (30% geur en 35% fijn stof emissiereductie)

1,1

3942,4

7b

C

Vleesvarkens

1792

D 3.2.14

Dubbel GL: ICV systeem BWL 2004.04V2 + chemische LW BWL 2008.08V6

chemisch luchtwassysteem; 95% ammoniak emissiereductie (30% geur en 35% fijn stof emissiereductie)

1,1

1971,2

Totaal:

22693,8

gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser

In de gewenste situatie mag op grond van Wav de ammoniakemissie bij het houden van de genoemde veebezetting (excl. dekberen) maximaal 22.693,8 kg bedragen. In de gewenste situatie / beoogde bedrijfsopzet bedraagt de ammoniakemissie van de totale veebezetting echter slechts 4.777,1 kg. Hierdoor is de ammoniakemissie in de gewenste situatie ruimschoots lager dan het geldende maximale “ammoniakemissieplafond” op grond van de Wav en het BeHV. Daarnaast voldoen de stallen individueel ook aan de maximale ammoniakemissiewaarde. Dit alternatief voldoet hierdoor aan het gestelde in de Wet ammoniak en veehouderij, de Oplegnotitie bij de BREF en het Besluit emissiearme huisvesting veehouderij (BeHV). In de gewenste situatie worden alle stallen uitgevoerd met een erkend emissiearm stalsysteem. In de gewenste situatie wordt gekozen voor een combinatie van een emissiearm stalsysteem in de mestkelders (kraamzeugen stallen 2 & 3 + vleesvarkens stallen 6 & 7) en het toepassen van chemische luchtwassers (nieuwe stallen vleesvarkens 6 & 7) en gecombineerde luchtwassers (stallen voor opfok-/fokzeugen en gespeende biggen 4 & 5).

Toelichting Wabo-Milieu – Heetenseweg 9a & 9c te Heeten 39

Tijs Heeten b.v. heeft er voor gekozen om in de gewenste situatie de stallen als volgt uit te voeren: • Stal 1:  2.912 vleesvarkens → deze bestaande stalruimte wordt in de gewenste situatie uitgevoerd met een gecombineerde luchtwasser 85% (BWL 2010.02V7). Het aanwezige koeldeksysteem in deze bestaande stal wordt vervolgens buiten werking gesteld. • Stal 2 & 3:  196 & 160 kraamzeugen → deze bestaande stalruimte is uitgevoerd met een mestpan onder het kraamhok (BWL 2006.08V1). • Stal 4:  1.170 guste en dragende zeugen, 6 dekberen en 288 opfokzeugen → deze bestaande stalruimte is reeds uitgevoerd met een gecombineerde luchtwasser 85% (BWL 2010.02V7) en wordt niet gewijzigd. • Stal 5:  8.100 gespeende biggen → deze bestaande stalruimte is reeds uitgevoerd met een gecombineerde luchtwasser 85%. De BWL 2010.02V7 wordt echter vervangen door de BWL 2009.12V5. • Stal 6 & 7: • 5.376 vleesvarkens per stal → deze nieuwe stalruimte wordt uitgevoerd met mestkelders uitgevoerd met een water- en mestkanaal en metalen driekantroosters op het mestkanaal (emitterend oppervlakte < 0,27 m2 per dier // BWL 2004.04V2) en wordt tevens voorzien van een chemische luchtwasser 95% (BWL 2008.08V6).

BREF In de “Oplegnotitie bij de BREF voor de intensieve pluimvee- en varkenshouderij” is ten aanzien van het aspect huisvesting voor varkens het volgende opgenomen: Guste en dragende zeugen – stal 4 Bij de beoordeling van BBT voor huisvestingssystemen worden technieken vergeleken met het referentiesysteem voor de huisvesting van guste en dragende zeugen, namelijk een diepe mestkelder onder een volledige roostervloer met betonroosters. De mest wordt frequent of minder frequent verwijderd. Kunstmatige ventilatie zorgt voor de verwijdering van de gasvormige bestanddelen die vrijkomen uit de opgeslagen drijfmest. Dit systeem wordt in heel Europa algemeen toegepast. Voor de huisvesting van guste/dragende zeugen zijn de volgende systemen BBT: • volledige of gedeeltelijke roostervloeren met een vacuümsysteem eronder voor frequente mestafvoer, of; • gedeeltelijke roostervloeren met een verkleinde mestkelder. In de gewenste situatie worden de guste en dragende zeugen gehouden in een stal met een gedeeltelijke roostervloer (beton) en diepe kelders. Van hieruit wordt de mest vervolgens regelmatig afgevoerd. De stal is uitgevoerd met een gecombineerde luchtwasser 85% (BWL 2010.02V7). Hiermee voldoet deze bestaande stal aan bovenstaande eisen.

Toelichting Wabo-Milieu – Heetenseweg 9a & 9c te Heeten 40

Kraamzeugen – stal 2 & 3 Het verschil tussen volledige en gedeeltelijke roostervloeren is in het geval van kraamzeugen niet zo duidelijk vanwege hun beperkte bewegingsvrijheid. In beide gevallen komt de mest immers op hetzelfde roostergedeelte terecht. Reductietechnieken zijn daarom voornamelijk gericht op aanpassingen van de mestkelder. BBT is een box met een volledige metalen of kunststof roostervloer en met: • een combinatie van een water- en mestkanaal, of; • een spoelsysteem met mestgoten, of; • een mestpan. De kraamzeugen worden gehouden in een stal met een roostervloer vervaardigd uit kunststof en/ of metaal. De stallen zijn uitgevoerd met een mestpan (BWL 2006.08V1). Hiermee voldoen deze beide stallen aan bovenstaande eisen. Gespeende biggen – stal 5 Er is van uitgegaan dat reductiemaatregelen die van toepassing zijn op conventionele hokken voor gespeende biggen, in principe ook kunnen worden toegepast op vlakke batterijen, maar er is geen informatie verstrekt met betrekking tot praktijkervaring.

BBT is: • een hok of vlakke batterij met een volledige of gedeeltelijke roostervloer en een vacuümsysteem voor frequente mestafvoer, of; • een hok of vlakke batterij met een volledige roostervloer waaronder zich een hellende betonvloer bevindt om fecaliën en urine te scheiden, of; • een hok met een gedeeltelijke roostervloer (tweeklimaatsysteem), of; • een hok met een gedeeltelijke metalen of kunststof roostervloer en een hellende of bolle dichte vloer, of; • een hok met een gedeeltelijke roostervloer met metalen of kunststof roosters en een ondiepe mestkelder en afvoergoot voor gemorst drinkwater, of; • een hok met een gedeeltelijke roostervloer met metalen driekantroosters en een mestkanaal met schuine zijwanden. De gespeende biggen worden gehouden in een stal met gedeeltelijk rooster / gedeeltelijk dichte vloer en een gecombineerde luchtwasser 85% (BWL 2009.12V5). Hiermee voldoet de stal aan bovenstaande eisen. Opfokzeugen – stal 4 Opfokzeugen worden altijd in groepen gehuisvest en de meeste groepshuisvestingssystemen voor zeugen zijn hier eveneens van toepassing. Bij de beoordeling van BBT voor huisvestingssystemen worden technieken vergeleken met het referentiesysteem voor de huisvesting van vleesvarkens, namelijk een volledige roostervloer met een diepe mestkelder eronder en mechanische ventilatie.

Voor de huisvesting van vleesvarkens zijn de volgende systemen BBT: • een volledige roostervloer met een vacuümsysteem voor frequente mestafvoer, of • een gedeeltelijke roostervloer met een verkleinde mestkelder, voorzien van schuine wanden en een vacuümsysteem, of;

Toelichting Wabo-Milieu – Heetenseweg 9a & 9c te Heeten 41

•

een gedeeltelijke roostervloer met een dichte bolle vloer in het midden of een hellende dichte vloer aan de voorkant van het hok, een mestgoot met schuine zijwanden en een aflopende mestkelder. In de gewenste situatie worden de opfokzeugen gehouden in een stal met een gedeeltelijke roostervloer (beton). De kelders onder de dierplaatsen zijn relatief ondiep (± 100 cm). De mest wordt van hieruit afgevoerd naar een diepe mestkelder onder de centrale gang. Van hieruit wordt de mest vervolgens regelmatig afgevoerd. De stal is uitgevoerd met een gecombineerde luchtwasser 85% (BWL 2010.02V7). Hiermee voldoet de stal aan bovenstaande eisen. Vleesvarkens (stal 1, 6 en 7) Vleesvarkens worden altijd in groepen gehuisvest en de meeste groepshuisvestingssystemen voor zeugen zijn hier eveneens van toepassing. Bij de beoordeling van BBT voor huisvestingsystemen worden technieken vergeleken met het referentiesysteem voor de huisvesting van vleesvarkens, namelijk een volledige roostervloer met een diepe mestkelder eronder en mechanische ventilatie.

Voor de huisvesting van vleesvarkens zijn de volgende systemen BBT: • een volledige roostervloer met een vacuümsysteem voor frequente mestafvoer, of; • een gedeeltelijke roostervloer met een verkleinde mestkelder, voorzien van schuine wanden en een vacuümsysteem, of; • een gedeeltelijke roostervloer met een dichte bolle vloer in het midden of een hellende dichte vloer aan de voorkant van het hok, een mestgoot met schuine zijwanden en een aflopende mestkelder. In de bestaande stal (gedeeltelijke roostervloer) wordt het koeldeksysteem vervangen door een gecombineerde luchtwasser. De beide nieuwe stallen worden uitgevoerd met een chemische luchtwassysteem 95% (BWL 2008.08V6). Hiermee voldoen de stallen aan de bovenstaande eisen. Voor dekberen is in de BREF geen beschrijving opgenomen. De dekberen worden gehouden in een speciaal hiervoor bestemd hok (stal 4) met een gedeeltelijke roostervloer (beton) en een dichte vloer. In de BREF is het toepassen van luchtwassysstemen niet expliciet opgenomen als BBT. Uit inmiddels vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt dat naast de bovengenoemde stalsystemen, ook het toepassen van luchtwassers wordt aangemerkt als BBT. Immers de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State vindt (o.a. uitspraak EchtSusteren, nr.

200409343/1, 1 juni 2005) het aannemelijk dat de emissiewaarde van de wassers niet hoger is dan de emissiewaarde van de stalsystemen die in het BREF-document voor de intensieve veehouderij als best beschikbare techniek (BBT) worden aangemerkt. In de gewenste bedrijfsopzet wordt derhalve voldaan aan het gestelde in de BREF.

Toelichting Wabo-Milieu – Heetenseweg 9a & 9c te Heeten 42

12. ASPECT LUCHT 12.1

Beoordeling luchtkwaliteit / NIBM

In de gewenste situatie is er, ten opzichte van de bestaande rechten, sprake van een toename van de emissie van fijn stof // PM10. In de “Handreiking fijn stof en veehouderijen” (Ministerie van VROM, mei 2010) is onder meer het volgende opgenomen: Besluit NIBM Als sprake is van een beperkte toename van de luchtverontreiniging die niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie PM10 in de buitenlucht (NIBM), hoeft een project niet langer meer getoetst te worden. Dit volgt uit artikel 5.16, lid 1, sub c, van de Wet milieubeheer. Het Besluit NIBM legt vast wat geldt als niet in betekenende mate bijdragen. Na inwerkingtreding van het NSL op 1 augustus 2009, is de definitie van NIBM 3% van de grenswaarde, dat is 1,2 μg/m3 (artikel 2, lid 1, Besluit NIBM in samenhang met Bijlage 1A van de Regeling NIBM). Regeling NIBM In de Regeling niet in betekenende bijdragen is een lijst met categorieën van projecten opgenomen die NIBM bijdragen aan de luchtverontreiniging. Hierin zijn ook enkele landbouwbedrijven opgenomen. Vuistregel voor veehouderijen Veehouderijen zijn niet opgenomen in de Regeling NIBM. Toch is het niet altijd noodzakelijk om met behulp van een berekening vast te stellen of er sprake is van NIBM. Dit kan ook gedaan worden met een motivering, bijvoorbeeld op basis van ervaring.

Er zijn genoeg projecten die namelijk overduidelijk NIBM zijn en waar een berekening niets toevoegt aan de conclusie. Als hulpmiddel bij de motivering is een vuistregel opgesteld waarmee aangetoond kan worden dat een uitbreiding/oprichting NIBM is. Deze staan in navolgende tabel, die gebaseerd is op de 3% NIBM grens, dus van na de inwerkingtreding van het NSL. In de tabel kan bij de betreffende afstand de hoeveelheid emissie worden afgelezen waarmee een veehouderij nog kan uitbreiden om niet in betekende mate bij te dragen. De getallen in de tabel zijn worst-case genomen inclusief een veiligheidsmarge. Indien bij een bepaalde afstand niet méér wordt geëmitteerd dan is opgenomen in de tabel dan is de oprichting/uitbreiding zeker NIBM. Wanneer de toename in emissie in grammen hoger is dan in de tabel opgenomen is het project mogelijk IBM.

Toelichting Wabo-Milieu – Heetenseweg 9a & 9c te Heeten 43

De totale emissie fijn stof (PM10) bedraagt in de gewenste situatie 1.383,3 kg/jaar. Ten opzichte van de referentiesituatie is er sprake van een toename van (1.383,3 - 749,4 =) 633,9 kg/jaar. In onderhavige situatie is er binnen 175 meter van de inrichting geen toetsingspunt (woning van derden) gelegen. Gelet op bovenstaande is een uitbreiding van >> 633,9 kg/jr nog acceptabel en aan ter merken als “Niet in betekende Mate (NIBM). In de gewenste situatie bedraagt de totale emissie 1.388,2 kg/jr. Gelet op bovenstaande is de wijziging in de bedrijfsopzet aan ter merken als “Niet in betekende Mate (NIBM)” en kan worden gesteld dat de emissie van fijn stof geen belemmering vormt om de gewenste situatie te realiseren. Aan het gestelde in de Wet luchtkwaliteit wordt voldaan. Voor het houden van varkens zijn in het Besluit emissiearme huisvesting veehouderijen geen grens/drempelwaarden opgenomen. In de gewenste situatie worden alle stallen uitgevoerd met een emissiearm stalsysteem en worden alle stallen met uitzondering van de kraamstallen uitgevoerd met gecombineerde of chemische luchtwasser met (voor fijn stof) een reductiepercentage van respectievelijk 80% & 35%. In de stallen die zijn voorzien van een gecombineerde luchtwasser (stallen 1, 4 en 5) wordt derhalve een zo hoog mogelijke reductie van fijn stof bewerkstelligd.

In de bestaande stallen voor het huisvesten van de kraamzeugen (stallen 2 & 3) is redelijkerwijs, nu deze zijn uitgevoerd met een emissiearme techniek in de mestkelders (mestpannen) en deze diercategorie een relatief lage emissie van fijn stof veroorzaakt, geen aanvullende maatregelen mogelijk voor de reductie van fijn stof. In de nieuwe stallen voor het houden van de vleesvarkens (stallen 6a / 6b & 7a / 7b) wordt een chemische luchtwasser toegepast met een reductiepercentage van 35%. Tijs Heeten b.v. heeft besloten om deze nieuwe stallen een extra maatregel toe te passen van de reductie van fijn stof. Het betreft hier het toepassen van een waterverneveling. Hierbij wordt de vuile stallucht, alvorens deze in de chemisch luchtwasser wordt ingevoerd, door een waterverneveling/-gordijn geleid. Voornoemde is vergelijkbaar met het watergordijn van de gecombineerde luchtwassers. Deze aanvullende maatregel heeft een positieve werking op de reductie van het fijn stof. Naar verwachting zal de emissie van fijn stof uit deze nieuwe stallen hierdoor aanvullend met 25 tot 50%** worden gereduceerd.

** gebaseerd op praktijkinformatie van de leverancier firma Devrie In de gewenste situatie vindt monitoring ten aanzien van de emissie van fijn stof in hoofdzaak plaats op basis van een controle op de goede werking van de luchtwassers (en voornoemd waterverneveling/-gordijn) inclusief onderhoud en inspectie. Op basis van een goede werking van de luchtwassers (zie ook aspecten ammoniak en geur) kan de beschreven reductie van de emissie van fijn stof afdoende worden gewaarborgd. In deze paragraaf is de emissie en immissie van fijnstof PM10 (exclusief de aanvullende reductie in de stallen 6a, 6b, 7a en 7b) beoordeeld. Voor PM10 geldt een grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van 40 μg/m3.

Toelichting Wabo-Milieu – Heetenseweg 9a & 9c te Heeten 44

Daarnaast geldt dat de 24- uurgemiddelde concentratie van 50 μg/m3 niet vaker dan 35 keer (dagen) per jaar overschreden mag worden. Daarnaast geldt er vanaf 1 januari 2015 voor PM2,5 (een fractie van PM10) de grenswaarde van 25 μg/m3, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie. Voor de PM2,5 is verder overigens geen maximaal aantal overschrijdingsdagen vastgesteld. Voor het vaststellen van de PM2,5-factor (gram per dier/ jaar) moet er bij bronnen in de intensieve veehouderij vanuit worden gegaan dat deze 20% van de PM10-factor bedraagt. ISL3a2023 / PM10-2,5 In dit hoofdstuk is de emissie en immissie van fijnstof PM10 beoordeeld. Voor PM10 geldt een grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van 40 μg/m3. Daarnaast geldt dat de 24uurgemiddelde concentratie van 50 μg/m3 niet vaker dan 35 keer (dagen) per jaar overschreden mag worden. Daarnaast geldt er vanaf 1 januari 2015 voor PM2,5 (een fractie van PM10) de grenswaarde van 25 μg/m3, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie. Voor de PM2,5 is verder overigens geen maximaal aantal overschrijdingsdagen vastgesteld. Voor het vaststellen van de PM2,5-factor (gram per dier/ jaar) moet er bij bronnen in de intensieve veehouderij vanuit worden gegaan dat deze 20 % van de PM10-factor bedraagt. In onderstaande tabel is voor de beoogde bedrijfsopzet de berekende PM10-concentratie weergegeven.

De volledige fijn stof berekening is als bijlage 7 toegevoegd. Uit de navolgende tabel blijkt dat op alle beoordelingslocaties ruimschoots kan worden voldaan aan de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van 40 μg/m3. De maximale concentratie ter plaatse van de maatgevende woning bedraagt 14,2 μg/m3. Het aantal overschrijdingsdagen betreft 6. De emissie van fijn stof kan in onderhavige situatie worden aangemerkt als “niet in betekende mate”. Tabel 13 Resultaten ISL3a2023 berekening

Cumulatie van fijn stof PM10 Op grond van artikel 73 tweede lid van de Regeling beoordeling luchtkwaliteit 2007 dienen in sommige

gevallen emissiekenmerken van veehouderijen in de omgeving als bron opgenomen te worden in de ISL3a2023-berekening. Dit is enkel van toepassing indien de stallen van deze bedrijven geheel of gedeeltelijk binnen 500 meter van het dichtstbijzijnde emissiepunt van onderhavig bedrijf gelegen zijn, en dan enkel wanneer de totale emissie van zwevende deeltjes / PM10 meer bedraagt dan: •

800 kg per jaar, wanneer het bedrijf waarvoor een aanvraag wordt gedaan meer dan 800 kg zwevende deeltjes per jaar uitstoot, ofwel;

Toelichting Wabo-Milieu – Heetenseweg 9a & 9c te Heeten 45

•

500 kg per jaar, wanneer het bedrijf waarvoor een aanvraag wordt gedaan meer dan 500 kg zwevende deeltjes per jaar uitstoot en de achtergrondconcentratie hoger is dan 27 µg/m3. Binnen een afstand van 500 meter van de stallen van de varkenshouderij van Tijs Heeten b.v. zijn geen veehouderijen van derden aanwezig met een totale emissie van > 500 kg PM10. Gelet op voornoemde wordt voldaan aan het gestelde in de Wet luchtkwaliteit en bestaat er, mede gelet op de geringe emissie en de achtergrondbelasting, geen verdere noodzaak voor een verdere toetsing en/of (cumulatieve) beoordeling. Fijnstof PM2,5 Zoals hiervoor reeds beschreven geldt er vanaf 1 januari 2015 voor PM2,5 (een kleinere fractie van PM10) de grenswaarde van 25 μg/m3, gedefinieerd als jaargemiddelde concentratie. Voor de PM2,5 is geen maximaal aantal overschrijdingsdagen vastgesteld. De berekende PM10-concentraties op de verschillende beoordelingslocaties liggen maximaal op 14,2 μg/m3. In deze PM10-concentratie zit het aandeel PM2,5-concentratie verdisconteerd. De PM2,5-concentratie is immers de kleine fractie van de berekende totale PM10-concentratie. Daarnaast is de PM2,5-factor (gram per dier/ jaar) bij agrarische bronnen slechts 20% van de PM10-factor.

Nu de berekende totale PM10-concentratie op alle beoordelingslocaties maximaal op 14,2 μg/m3 bedraagt en de PM2,5-concentratie slechts een kleine fractie (20%) van de berekende totale PM10-concentratie is, zal de totale PM2,5-concentratie ter hoogte van de beoordelingslocaties voor de gewenste situatie ruimschoots lager dan 25 μg/m3 blijven. Daarmee wordt voldaan aan de norm voor PM2,5. Aan het gestelde in de Wet luchtkwaliteit wordt voldaan.

Toelichting Wabo-Milieu – Heetenseweg 9a & 9c te Heeten 46

13. ASPECT GELUID Om de geluidsproductie afkomstig van de varkenshouderij in de gewenste bedrijfsopzet inzichtelijk te maken is een akoestisch onderzoek uitgevoerd (Geurts Adviseurs / bijlage 8). De gemeente Raalte heeft voor het buitengebied geen geluidbeleid vastgesteld. De te stellen geluidsgrenswaarden dienen te worden vastgesteld aan de hand van de aard van de omgeving (gebiedstypering) conform de Handreiking Industrielawaai en Vergunningverlening. Het bedrijf is gelegen in een buitengebied met verspreidliggende woningen en boerderijen. Gelet op de ligging in het buitengebied is de gebiedstypering “landelijke omgeving” van toepassing. Derhalve wordt uitgegaan van de richtwaarden voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT van respectievelijk 40, 35 en 30 dB(A) voor de dag‐ avond‐ en nachtperiode. Ten aanzien van het maximale geluidniveau LAmax wordt aansluiting gezocht bij de maximaal toelaatbare grenswaarden van 70 dB(A) voor de dagperiode, 65 dB(A) voor de avondperiode en 60 dB(A) voor de nachtperiode. Uit de resultaten van dit onderzoek blijkt dat in de gewenste bedrijfsopzet (Representatieve bedrijfsvoering / RBS) de geluidsbelasting bij de omliggende woningen als volgt bedraagt:

Uit toetsing van de resultaten blijkt dat ten aanzien van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT voldaan kan worden aan de normstelling van 40 dB(A) etmaalwaarde. De geluidbelasting wordt in de dagperiode met name bepaald door de transportbewegingen en laad‐ en losactiviteiten. In de avond‐ en nachtperiode zijn de ventilatoren en bewegingen met personenwagens relevant. Uit de berekeningen blijkt tevens dat aan de maximaal toelaatbare grenswaarden ten aanzien van het maximale geluidsniveau LAmax kan worden voldaan, te weten 70 dB(A) etmaalwaarde. Het piekgeluidsniveau wordt in de dagperiode veroorzaakt door optrekkende vrachtwagens bij de inrit, het laden/lossen van varkens, in de avond door de totale bijdrage van de ventilatoren en in de nacht periode door het laden van varkens. Maximaal 12 keer per jaar wordt drijfmest afgevoerd uit een van de mestsilo’s met meerdere vrachten op één dag. Hierbij is uitgegaan van maximaal 20 vrachten (40 bewegingen) die mest laden bij de mestsilo’s. Uit de resultaten van dit onderzoek blijkt dat bij deze incidentele bedrijfsvoering (IBS) de geluidsbelasting bij de omliggende woningen als volgt bedraagt:

Toelichting Wabo-Milieu – Heetenseweg 9a & 9c te Heeten 47

Uit de resultaten van het onderzoek blijkt het volgende: - In de representatieve bedrijfssituatie wordt voldaan aan de geldende streefwaarden; - In de incidentele bedrijfssituatie (maximaal 12 dagen per jaar) is er sprake van een geringe overschrijding van de streefwaarden (max. 2 dB). Indirecte hinder Indirecte hinder als gevolg van aan‐ en afrijdend verkeer is berekend op de voorgevel van de woning en Heetenseweg 9 en 9b. Deze woningen zijn het dichtst nabij de toegangsweg gelegen. waarbij alle voertuigen vanuit deze richting arriveren en in dezelfde richting vertrekken (worst case benadering).

Op basis van de resultaten kan worden geconcludeerd dat voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde, zoals gesteld in de circulaire "Beoordeling geluidhinder wegverkeer met betrekking tot vergunningen" d.d. 29 februari 1996, van 50 dB(A) voor de dagperiode, 45 dB(A) voor de avondperiode en 40 dB(A) voor de nachtperiode. Geluidsreducerende maatregelen In de gewenste situatie wordt voldaan de geldende grenswaarden. Daarnaast worden ten aanzien van de langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en de maximale geluidsniveaus in de dag- en avondperiode voldaan aan de streefwaarden. In de nachtperiode wordt ter plaatse van de woningen Heetenseweg 9 en 9b niet voldaan aan de streefwaarde voor het maximale geluidsniveau (40 dBA), maar wel aan de grenswaarde van 70 dBA). Deze geluidsbelasting in de nachtperiode wordt veroorzaakt door het laden en afvoeren van de vleesvarkens. Ten aanzien van het reduceren van de geluidsbelasting afkomstig van deze activiteit worden door Tijs Heeten b.v. de volgende maatregelen voorgesteld: •

De laadplaats voor de vleesvarkens is (bewust) gesitueerd achter de nieuw te bouwen stallen (stal 6 en 7). Deze laadplaats wordt (gedeeltelijk) inpandig uitgevoerd in de vorm van een overdekt laadperron. Hierdoor kunnen de dieren ook bij slechte weersomstandigheden op een correct wijze (diervriendelijk & ARBO technisch) worden geladen. Toelichting Wabo-Milieu – Heetenseweg 9a & 9c te Heeten 48

Daarnaast zorgt deze voorziening in combinatie met de nieuwe stallen alsmede de grondwal ten noorden van de stallen voor een aanzienlijke afscherming van het geluid. Het volledig inpandig uitvoeren van de laadplaats is technisch niet mogelijk vanwege het manoeuvreren met de vrachtwagens. Daarnaast is dit tevens niet wenselijk omdat bij een evt. laadhal deze zal dienen als klankkast en hierdoor de geluidsproductie juist zal toenemen. Een eventuele aanvullende afscherming in de vorm van een scherm/wand is volgens de akoestisch specialist alleen zinvol, indien deze een hoogte heeft van de vrachtwagen + 1 meter. Een vrachtwagen heeft een hoogte van ongeveer 4 meter, waardoor een dergelijke afscherming minimaal 5 meter dient te bedragen. Een dergelijke afscherming wordt (mede gelet op het standpunt van de gemeente Raalte) in het buitengebied en gelet op de beoogde landschappelijke inpassing van het bedrijf als niet wenselijk beschouwd. •

Bij het laden van de varkens zullen vrachtwagens worden toegepast, die niet zijn uitgevoerd met een achteruitrijdsignalering. Voornoemde is met de transporteur afgestemd en afgesproken.

•

Tijs Heeten b.v. zal de afvoer en het laden van de varkens in de nachtperiode (voor 7 uur) tot een minimum beperken. De afvoer van de varkens is echter afhankelijk van externe factoren zoals de planning van de slachterij en transporteur alsmede van de aanwezigheid van de inspecteurs van de NVWA. Op deze externe factoren heeft Tijs Heeten b.v. geen invloed. Nomaliter zal het laden / afvoer van de varkens plaatsvinden na 7 uur in de ochtend. Het kan echter voorkomen dat als gevolg van de genoemde factoren het laden en afvoeren van de varkens op een eerder tijdstip in de ochtend (vanaf 6 uur) zal plaatsvinden.

Gelet op voornoemde worden Tijs Heeten b.v. alle mogelijke maatregelen genomen om de activiteiten zoveel mogelijk in de dagperiode te laten plaatsvinden en tevens de geluidsbelasting afkomstig van het varkensbedrijf tot een minimum te beperken.

Toelichting Wabo-Milieu – Heetenseweg 9a & 9c te Heeten 49

14. ENERGIE- & WATERVERBRUIK Het gemiddelde energie- en waterverbruik in de gewenste situatie is als volgt: Tabel

Energie- en waterverbruik

Energiedrager

Verbruik per jaar

3

12.000 1.180.000 leidingwater = 1.200 grondwater = 75.000 5.000

Gas (m ) Elektriciteit (kWh) Water (m3) Dieselolie (L)

Verbruik energie t.b.v. luchtwassers Het energieverbruik van de toe te passen luchtwassers in de stallen kan als volgt worden weergegeven. Deze informatie is afkomstig van de leveranciers van de luchtwassers (Devrie & Veldman Techniek). Tabel

Energieverbruik luchtwassers

Stal

Energieverbruik per jaar (kWh)

Stal 1 Stal 4 Stal 5 Stal 6a/b & stal 7a/7b

59.130 39.420 59.130 108.624

In de gewenste bedrijfsopzet worden de daken voorzien van zonnepanelen. Met behulp van deze zonnepanelen kan jaarlijks 1,4 MW worden opgewerkt. Het surplus aan elektriciteit (220.000 kW / = elektraverbruik van gemiddeld 88 huishoudens) wordt op het netwerk ingevoerd. Op dit moment is het elektriciteitsnetwerk van Enexis niet toereikend voor het terug leveren / invoeden van dit surplus aan elektriciteit. Naar verwachting is deze beperking binnen 5 jaar verholpen en kan de beoogde invoeding van het surplus aan elektriciteit worden bewerkstelligd. De warmte voor de stallen wordt verkregen door het toepassen van warmtepompen. Met behulp van deze toepassing kan alle benodigde warmte voor het huisvesten van de dieren worden verkregen. Het aardgas wordt gebruikt voor de beide bedrijfswoningen alsmede in geval van calamiteiten of extreme winterkou. Dit verbruik kan redelijkerwijs niet worden verminderd. Het dieselolieverbuik is noodzakelijk voor enkele machines, werktuigen en een noodstroomaggregaat. Als gevolg van de beoogde vergroting van de bedrijfsomvang zal dit gebruik in geringe mate toenemen. In de toekomst zal bij het vervangen van de machines en werktuigen, indien beschikbaar en toepasbaar, worden overgestapt op elektrische motoren in plaats van motoren met een dieselmotor.

Het grondwater wordt gebruikt als drinkwater voor de dieren alsmede voor het koelen (vernevelen) van de verse inkomende stallucht, ten behoeve van de luchtwassers en het schoonmaken van de stallen. Toelichting Wabo-Milieu – Heetenseweg 9a & 9c te Heeten 50

Het leidingwater wordt gebruikt voor sanitaire doeleinden, drinkwater (bedrijfswoningen) en bij eventuele calamiteiten indien het toepassen van grondwater niet mogelijk is. Gelet op voornoemde is sprake van een continue gebruik van grondwater met enkele kleinschalige pieken als gevolg van de weersomstandigheden en schoonmaakwerkzaamheden. De stallen worden na de iedere ronde met behulp van water schoongemaakt. De stallen worden hierbij veegschoon gemaakt en vervolgens ingeweekt. Daarna wordt met behulp van een hoge drukreiniger de stal schoongespoten. Door deze wijze van schoonmaken wordt het waterverbruik zoveel mogelijk beperkt. Ten aanzien van dit verbruik kunnen geen besparende maatregelen worden getroffen. Ten behoeve van de drinkwater voor de dieren, de luchtwassers en schoonmaakwerkzaamheden wordt gebruik gemaakt van grondwater. Met behulp van een eigen bron wordt het grondwater op een diepte van maximaal 50 meter opgepompt. De locatie aan de Heetenseweg is gelegen in een waterbergingsgebied en ter plaatse is sprake van een relatief hoge grondwaterstand en kwelwater. In de gewenste situatie zal extra grondwater worden opgepompt t.b.v. de nieuwe stallen voor het houden/huisvesten van de vleesvarkens.

Gelet op de (ruime) beschikbaarheid van grondwater alsmede de diepte op welke deze relatief kwantitatieve geringe hoeveelheden worden opgepompt, behoeft voor negatieve gevolgen als gevolg van deze aanvullende grondwateronttrekking niet te worden gevreesd. Voor de opvang van hemelwater zijn ter plaatse geen voorzieningen aanwezig. Daarnaast is het in verband met de ontwikkeling van bacteriën, dierziekten / besmettingsgevaar etc. niet wenselijk om hemelwater (stilstaand water) langdurig op te slaan in een voorziening. Het toepassen van hemelwater als alternatief voor grondwater wordt derhalve niet wenselijk en haalbaar geacht. Gelet op voornoemde kunnen in de gewenste bedrijfsopzet geen verdergaande energiereducerende en waterbesparende maatregelen worden getroffen. Het energie- en waterverbruik voldoen hierdoor aan het gestelde in de Oplegnotitie bij de BREF voor de intensieve pluimvee- en varkenshouderij. Verbruik zwavelzuur Het zwavelzuurverbruik ten behoeve van de chemische luchtwassers in de stallen 6 & 7 bedraagt jaarlijks maximaal 41.933 liter (bron: leverancier Veldman Techniek). Het zwavelzuur wordt opgeslagen in twee zuurbestendige IBC’s á 1.000 liter. De maximale hoeveelheid spuiwater van de chemische luchtwassers bedraagt 870,9 m3 per jaar (bron: leverancier Veldman Techniek). Het spuiwater wordt opgeslagen in twee productbestendige spuiwatersilo’s á 50 m3.

Duurzaam bouwen Bij de beoordeling van duurzaamheid van materialen wordt onder meer gekeken naar de milieubelasting bij de productie van het product, de hoeveelheid benodigd materiaal en de levensduur. Daarnaast wordt aandacht besteed aan de milieubelasting bij het afbreken van het product en de mogelijkheid tot recyclen hiervan. Voor de realisatie van de gewenste bedrijfsopzet zullen onder meer de volgende materialen worden gebruikt: • Staal: spanten / wapening in de vloeren en kelders • Beton: mestkelders en vloeren / mestsilo • Steen: muren en verharding

Toelichting Wabo-Milieu – Heetenseweg 9a & 9c te Heeten 51

• Hout: gordingen / deuren • Kunststof: hokafscheiding • Geïsoleerde panelen: dak • Glas: ramen • PVC: leidingwerk / dakgoten Bij de realisatie van de nieuwe gebouwen zal de nodige aandacht worden besteed aan het materiaal gebruik en zullen alleen duurzame materialen worden toepast.

Koelinstallatie Binnen de inrichting is de navolgende (nieuwe ondergrondse) koelinstallatie aanwezig: Type

Aantal

Koelmedium

Hoeveelheid koudemiddel

Capaciteit

Kadaverkoeling

1

R410A

0,45 kg

1,1 kW

Toelichting Wabo-Milieu – Heetenseweg 9a & 9c te Heeten 52

15.

OPSLAG VAN GROND-, HULP- EN AFVALSTOFFEN

Ten aanzien van de aanwezige grond- en hulpstoffen wordt verwezen naar de plattegrondtekening. 15.1

Opslag grond-/hulpstoffen

Soort

Wijze van opslag

Hoeveelheid

Veevoeders en bijproducten

30 silo’s en zakgoed

Zie tekening

Medicijnen

15 l/kg

koelkast

Reinigingsmiddelen

120 l/kg

werkvoorraad

Bestrijdingsmiddelen

15 l/kg

kast

Zaagsel

Balen á 25 kg

40 stuks

Zwavelzuur in IBC t.b.v. luchtwassers

IBC // bovengronds - productbestendig

2 x 1.000 liter

15.2

Opslag gas

Op onderhavige locatie wordt geen gas opgeslagen.

15.3

Opslag en afvoer van bedrijfsafvalstoffen

Soort afval

Wijze van opslag

Spuiwater (chemisch)

Tank / silo 2 x 50 m3 •

Zie bijlage 11

Afvoerfrequentie

Inzamelaar / verwerker

Op afroep

Erkende inzamelaar

Spuiwater (biocombi)

Spuiwaterkelder

Op afroep

Loonwerker / eigen gronden

Restafval

Grijze container 1.000 liter

1 x per 2 weken

Erkende inzamelaar

GFT

Containers 2 x 240 liter

1 x per 2 weken

Erkende inzamelaar

Kadavers

Koeling (ondergronds) / stolp

Op afroep

Rendac

Oud papier

Dozen

Maandelijks

Verenigingen

Oud ijzer

Bak

Op afroep

Erkende inzamelaar

PMD

Container

1 x per 2 weken

Erkende inzamelaar

Toelichting Wabo-Milieu – Heetenseweg 9a & 9c te Heeten 53

15.4

Opslag en afvoer van gevaarlijke afvalstoffen

Soort afval

Hoeveelheid per jaar

Wijze van opslag

Afvoerfrequentie

Inzamelaar / verwerker

TL-buizen / lampen

50 stuks

Doos

2 x per jaar

Erkende inzamelaar

KGA

40 kg/l

Chemobox

2 x per jaar

Erkende inzamelaar

Toelichting Wabo-Milieu – Heetenseweg 9a & 9c te Heeten 54

16. OPSLAG VAN RUWVOER EN MEST 16.1

Opslag van ruwvoer

In de gewenste situatie wordt binnen de inrichting geen ruwvoer / kuilvoer opgeslagen.

16.2

Opslag van vaste mest

In de gewenste situatie wordt binnen de inrichting geen vaste mest opgeslagen. De dikke fractie afkomstig bij het scheiden van de drijfmest wordt tijdelijk inpandig opgeslagen en per as uit de inrichting afgevoerd.

16.3

Opslag van drijfmest

Soort

Hoeveelheid

Afgedekt?

Drijfmestopslag in kelders en 2 mestsilo’s

25.000 m3

Ja

•

Zie bijlage 12 (KIWA-certificaat mestsilo)

Bewerken van mest Tijs Heeten b.v. is niet voornemens om binnen de inrichting mest te gaan verwerken. Wel is het wenselijk om de vrijkomende mest te scheiden in een dikke en dunne fractie (= bewerken). Op basis hiervan kan worden ingespeeld op de wensen uit de markt en kan een deel van de mest regionaal doelmatig worden ingezet voor het bemesten van de landbouwgronden. Daarnaast kan de gescheiden mest (dikke fractie) ook regionaal worden toegepast in een vergistingsinstallatie t.b.v. de productie van duurzame energie. Om de mest te gaan scheiden wordt een nieuwe hal gerealiseerd. In deze hal worden een mobiele mestscheider geplaatst. Deze mestscheider splitst de vrijkomende drijfmest in een dikke en dunne fractie. Voornoemde is een gesloten proces. De dunne fractie wordt afgevoerd naar een mestsilo en vervolgens per as afgevoerd. De dikke fractie wordt in de hal kortstondig opgeslagen en eveneens per as afgevoerd. Door voornoemde proces in een afgesloten hal te realiseren worden weersinvloeden (wind/neerslag etc.) uitgesloten en worden emissies en eventuele geluidsoverlast voorkomen. Om eventuele emissies van geur en ammoniak zoveel mogelijk te voorkomen, wordt de nieuwe loods (het scheiden van drijfmest / opslag dikke fractie) aangesloten op de luchtwasser in stal 5 (biggenstal).

Toelichting Wabo-Milieu – Heetenseweg 9a & 9c te Heeten 55

17. BODEMBESCHERMING & AFVALWATER 17.1

Bodembeschermende maatregelen

Op onderhavige veehouderij zijn de navolgende bodembeschermende maatregelen genomen: Activiteit Maatregel - gecombineerde biowassers gesloten proces // vloeistofkerende units - opslag spuiwater gecombineerde biowassers dichte kelders - chemische luchtwassers gesloten proces // vloeistofkerende-zuurbestendige units - opslag spuiwater chemische luchtwassers productbestendige kunststof spuiwatersilo’s - opslag zwavelzuur productbestendige IBC’s - opslag ontsmettings- / reinigingsmiddelen werkvoorraad in dichte kast - opslag bestrijdingsmiddelen werkvoorraad in dichte kast - opslag medicijnen werkvoorraad in dichte kast - berging / werkplaats vloeistofkerende vloer - spoelplaats vloeistofkerende vloer - opslag dunne mest opslag in mestdichte kelders / mestsilo’s - opslag dikke fractie inpandige opslag / mestdichte vloer - opslag grondstoffen dichte productbestendige silo’s - opslag veevoeder / graan dichte productbestendige silo’s - opslag dieselolie en smeerolie dubbelwandige tank / vaten in lekbak - hal mestscheiding gesloten / vloeistofkerende vloer Gelet op bovenstaande zijn voor alle bodembedreigende activiteiten voldoende maatregelen getroffen. Op grond van de Nederlandse Richtlijn Bodemrisico is er hierdoor sprake van een aanvaardbaar verwaarloosbaar risico op bodemverontreiniging (cat. I).

17.2

Bedrijfsafvalwater

Verontreinigde stoffen die in het afvalwater kunnen komen: Handeling waarbij afvalwater vrijkomt

Afvalstof

Opvang afvalwater in

Reinigen stallen

Stof-, voer- en mestresten

Mestkelders

Hemelwater

-

Bodem / opvangvijver / -sloot

Sanitaire voorzieningen / bedrijfswoningen Afvalwater van huishoudelijke aard

IBA’s

Spoelplaats

Zand, voer- en mestresten

Mestkelder

Spoelwater waterpomp en ontijzeringsinstallatie

IJzerdeeltjes

Sloot

Toelichting Wabo-Milieu – Heetenseweg 9a & 9c te Heeten 56

18. NADERE GEGEVENS Ten aanzien van de aanwezige installaties, het elektrische vermogen en het vermogen van de verbrandingsmotoren wordt verwezen naar de bijgevoegde plattegrondtekening en Combi-MER. 18.1

Metingen en registratie leidingwaterverbruik grondstoffenverbruik afvalstoffen energieverbruik dierbezetting mest en mineralenboekhouding keuringen / inspecties, o.a. brandblusmiddelen, Cv’s, luchtwassers etc.

18.2

Brandveiligheid

De aanwezige brandblusmiddelen zijn aangegeven op de plattegrondtekening.

18.3

Toekomstige ontwikkelingen

Er zijn geen toekomstige ontwikkelingen die van belang zijn voor onderhavige aanvraag.

Toelichting Wabo-Milieu – Heetenseweg 9a & 9c te Heeten 57

19. GEZONDHEID Ten aanzien van de beschrijving van de ligging van onderhavig bedrijf en de omgeving wordt verwezen naar de bijgevoegde Combi-MER (bijlage 1). Binnen onderhavige varkenshouderij zijn maatregelen getroffen om de risico’s op een uitbraak van dierziekten zoveel mogelijk te beperken. Bij het uitbreken van een dierziekte, zoals varkenspest / MKZ, kan zich de situatie voordoen, dat het bedrijf tijdelijk wordt afgesloten. Tijdens deze periode mogen geen dieren worden aan- en afgevoerd. Gevolg hiervan is dat de veebezetting zal toenemen en dat de hokken vol zullen raken. Door een ruime bedrijfsopzet en de relatieve grote leefoppervlaktes van de dieren (conform Besluit houders van dieren) is de opvangcapaciteit van onderhavige veehouderij relatief groot. Bij een zeer lang aanhoudende periode van het niet kunnen afleveren van de biggen kan eventueel een noodopvang (noodhuisvesting / mobiele opslag van mest) worden gerealiseerd. Om de risico’s op het bedrijf te beperken c.q. te voorkomen is het bedrijf zodanig opgezet, dat bezoekers niet direct in de stallen kunnen komen. Diegene die de stallen willen bezoeken / betreden dienen zich te houden aan strikte hygiëneregels (o.a. gebruik van bedrijfskleding, een hygiënesluis, toepassen ontsmettingsmiddelen, schone en vuile weg principe etc.).

Daarnaast is voor het schoonmaken en ontsmetten van vrachtauto’s een spoelplaats aanwezig. Binnen de beoogde veehouderij aan de Heetenseweg 9a worden alleen varkens gehouden. Hierdoor is er sprake van een gespecialiseerd bedrijf met slechts één diersoort. Op basis hiervan worden de risico’s op de verspreiding van dierziekten al in grote mate beperkt. Binnen de varkenshouderij worden de volgende maatregelen getroffen in het kader van de dier- en volksgezondheid en om de verspreiding van dierziektes te voorkomen: • Binnen 175 meter van het emissiepunt van de beoogde varkenshouderij is geen woning van derden aanwezig; • Het bedrijf beschikt (minimaal) over een zogenaamde A-status op grond van de VVL; • Binnen de veehouderij wordt slechts één diersoort (varkens) gehouden; • Er is geen sprake van een vrij uitloop. De dieren worden inpandig gehouden; • Professionele begeleiding door adviseurs, dierenarts en voerleverancier. • Er wordt per jaar een bedrijfsbehandelingsplan op het gebied van het gebruik van diergeneesmiddelen opgesteld in samenwerking met de begeleidende dierenarts. • De begeleidend dierenarts bezoekt iedere maand het bedrijf • Beperkt antibiotica gebruik • De periodieke verplichte bloedmonitoring op dierziekten wordt gedaan (Aujesky/CSF) • Per kwartaal extra controle op de algehele gezondheidsstatus van het bedrijf (APP/CIRCO/MYCOPLASMA/PRRS/SALMONELLA/GRIEP).

• Strikte hygiënemaatregelen: - schone – vuile weg principe - Iedere bezoeker doucht zich voor een stalbezoek - Per diercategorie wordt gescheiden kleding en schoeisel gebruikt

Toelichting Wabo-Milieu – Heetenseweg 9a & 9c te Heeten 58

De verschillende diercategorieën (dragende zeugen/kraamzeugen/gespeende biggen/vleesvarkens) worden in gescheiden stallen gehuisvest. Hierdoor kan het contact tussen de verschillende diercategorieën tot een minimum worden beperkt. Er worden in alle stallen gecombineerde luchtwassers toegepast. Hierdoor wordt de uitstoot van ziektekiemen en bacteriën zoveel mogelijk / maximaal voorkomen De stallen zijn/worden uitgevoerd met conform de modernste eisen en technische inzichten -

• •

Notitie handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid Het bestuurlijk Platform Omgevingsrecht (BPO) heeft een Notitie handelingsperspectieven Veehouderij en Volksgezondheid opgesteld (25 november 2016). Deze notitie bevat als hulpmiddel voor bevoegde gezagen een systematiek om de endotoxineblootstelling van omwonenden van veehouderijen te beoordelen en helpt bevoegde gezagen om vergunningaanvragen te toetsen aan de adviesgrenswaarde van 30 EU/m3 endotoxinen. Bij het toepassen van dit ‘endotoxinen-toetsingskader’ word uitgegaan van een worstcase-benadering. Voor fokzeugen is geen grafiek beschikbaar, maar fokzeugen veroorzaken minder fijnstof dan vleesvarkens. Het bepalen van een minimumafstand op basis van de fijnstof-emissie van vleesvarkens resulteert dus in een worst-casebenadering voor het onderhavige bedrijf. Ook het geheel toekennen van de totale fijnstof-emissie aan het dichtstbijgelegen emissiepunt betreft geen realistische weergave van de werkelijke situatie, aangezien het emissiegewogen-zwaartepunt van de fijnstofemissies op veel grotere afstand van de omliggende woningen ligt dan de adviesafstand die volgt uit de grafiek.

Tot slot wordt in deze benadering geen rekening gehouden met de mate van verspreiding van fijnstofendotoxinen in de buitenlucht (emissiepuntparameters zoals hoogte, diameter en uittredesnelheid beïnvloeden de verspreiding van de ventilatielucht en geëmitteerde stoffen en daarmee dus ook de endotoxine-concentratie ter plaatse van omliggende woningen). In de gewenste situatie bedraagt de emissie van fijn stof PM10 in totaal 1.388,2 kg. Ten opzichte van de referentiesituatie is er sprake van een toename van (1.383,3 - 749,4 =) 633,9 kg/jaar. Op basis van de adviesgrenswaarde van 30 EU/m3 endotoxinen bedraagt de richtafstand 202,7 meter. In de gewenste situatie bedraagt de afstand tussen het dichtstbijgelegen emissiepunt van de varkenshouderij (stal 4 / guste & dragende zeugen) en de woning Heetenseweg 9b (voormalige bedrijfswoning varkenshouderij // zuidzijde) ongeveer 178 meter (= ongewijzigd). Ten aanzien van voornoemde kan het volgende worden opgemerkt: • Op de locatie Heetenseweg 9b werden in het verleden ook varkens gehouden en de woning Heetenseweg 9b was de bedrijfswoning behorende bij deze varkenshouderij; •

De afstand tussen deze woning en het dichtstbijgelegen emissiepunt van de varkenshouderij wordt in de gewenste situatie niet verkleind;

•

In de gewenste situatie worden in alle stallen reducerende maatregelen getroffen (luchtwassers / verhoogde emissiepunten en uittreedsnelheden) om de emissie van fijn stof te reduceren;

Toelichting Wabo-Milieu – Heetenseweg 9a & 9c te Heeten 59

•

De woning Heetenseweg 9b is gelegen ten zuiden van de varkenshouderij van Tijs Heeten b.v.. Deze woning is hierdoor niet gelegen in de heersende windrichtingen. Alleen bij wind afkomstig uit het noorden, waarvan slechts in ongeveer 8% van de tijd sprake is (bron: weerplaza.nl), is ter plaatse eventueel sprake van endotoxineblootstelling;

•

In de gewenste situatie is er ten opzichte van de vergunde/huidige situatie ter plaatse van de woning Heetenseweg 9b geen sprake van een toename van de belasting met fijn stof PM10. In de nieuwe stallen voor het houden van de vleesvarkens (stallen 6a / 6b & 7a / 7b) wordt een

•

chemische luchtwasser toegepast met een reductiepercentage van 35%. Tijs Heeten b.v. heeft besloten om deze nieuwe stallen een extra maatregel toe te passen van de reductie van fijn stof. Het betreft hier het toepassen van een waterverneveling. Hierbij wordt de vuile stallucht, alvorens deze in de chemisch luchtwasser wordt ingevoerd, door een waterverneveling/gordijn geleid. Voornoemde is vergelijkbaar met het watergordijn van de gecombineerde luchtwassers. Deze aanvullende maatregel heeft een positieve werking op de reductie van het fijn stof. Naar verwachting zal de emissie van fijn stof uit deze nieuwe stallen hierdoor aanvullend met 25 tot 50%** worden gereduceerd. ** gebaseerd op praktijkinformatie van de leverancier firma Devrie Gelet op voornoemde worden door Tijs Heeten b.v. alle mogelijke maatregelen genomen om de emissie van fijn stof te beperken (BBT). Ter plaatse van de woning aan de Heetenseweg 9b behoeft hierdoor niet te worden gevreesd voor ontoelaatbare risico’s ten aanzien van endotoxineblootstelling. De overige omliggende woningen van derden bevinden zich in de gewenste situatie op meer dan 202,7 meter van de verschillende emissiepunten en hier kan worden voldaan aan de adviesgrenswaarde voor endotoxinen van 30 EU/m3.

De afstand tussen het dichtstbijgelegen emissiepunt van de varkenshouderij (stal 7a / vleesvarkens) en de woning Heetenseweg 9 (noordzijde) bedraagt in de gewenste situatie ongeveer 215 meter.

Figuur: afstand van EP tot woning Heetenseweg 9 (bron: VanWestreenen)

Toelichting Wabo-Milieu – Heetenseweg 9a & 9c te Heeten 60

20. BIJZONDERE OMSTANDIGHEID In het advies van de CIE MER is het volgende opgenomen: Lekkage mestsilo’s: Voor enkelwandige atmosferische opslagtanks is er een faalkans van 5 * 10-6 voor het instantaan vrijkomen van de gehele inhoud en een faalkans van 1 * 10-4 voor het continu vrijkomen uit een gat met een effectieve diameter van 10 mm (In het Rekenvoorschrift Omgevingsveiligheid, Module I – Basisvoorschriften, versie oktober 2020, van het RIVM zijn in paragraaf 3.6 faalfrequenties opgenomen voor atmosferische opslagen). Omdat er sprake zal zijn van twee mestsilo's is de faalkans tweemaal zo groot. De Commissie acht deze faalkans niet verwaarloosbaar. Er zijn daarbij ook praktijkvoorbeelden in Nederland waarbij meerdere keren een lekkage van een mestsilo’s heeft plaatsgevonden met een uitstroom van mest naar een relatief groot oppervlak. Ten aanzien van voornoemde wordt het volgende opgemerkt. In onderhavige situaties is sprake van de opslag van drijfmest / dunne fractie in mestsilo’s. Het betreffen hier silo’s vervaardigd van beton en voorzien van een doelmatige afdekking die voldoen aan de BRL 2342. Deze silo’s worden gerealiseerd door een erkende leverancier en worden voorzien van een KIWA-certificaat en KOMOkeur. Het genoemde Rekenvoorschrift Omgevingsveiligheid van het RIVM heeft betrekking op atmosferische opslagen van gevaarlijke stoffen.

Definitie: Atmosferische opslagtanks zijn in gebruik voor de opslag van vloeistoffen zoals aardolieproducten, acrylonitril, methanol en aceton, en tot vloeistof gekoelde gassen, zoals ammoniak, chloor en methaan. Een opslagtank is een atmosferische opslagtank wanneer de maximaal toegestane druk gelijk is aan of kleiner is dan 0,5 bar overdruk. In het algemeen is de overdruk maximaal 70 mbar. In onderhavige situatie is echter geen sprake van een opslag van een gevaarlijke stof, maar van drijfmest / dunne fractie (dierlijke meststof). Het betreft hierdoor een biologische afbreekbare organische stof. Daarnaast wordt in de silo’s de mest niet onder druk opgeslagen. De verwijzing naar praktijkvoorbeelden van meerdere lekkages van een mestsilo in Nederland is niet te rechtvaardigen. Een lekkage heeft in Nederland nog nooit plaatsgevonden bij het toepassen van een betonnen silo voor de opslag van drijfmest/dunne fractie. Deze praktijkvoorbeelden hebben betrekking op mestopslagen vervaardigd uit kunststof, hout of metaal of betroffen een vergistingsinstallatie.

Toelichting Wabo-Milieu – Heetenseweg 9a & 9c te Heeten 61

Ten aanzien van de mestsilo’s zullen door Tijs Heeten b.v. de volgende maatregelen worden getroffen om een lekkage / uitstroom van mest naar de sloot / NNN-gebied te voorkomen: •

De mestsilo’s worden uitgevoerd met een doelmatige afdekking. In een geval van een explosie zal vervolgens deze afdekking bezwijken (zwakke plek), maar zullen de betonnen silo’s niet falen;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=c9bf5f5e-67cc-43de-a41e-53d26fcfb3c3