CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

B5_Toelichting-Wabo-milieu-maart2025-incl bijlagen

Raadsvergadering 10 juli 2025, gemeente RaalteBij agendapunt: Vaststellen besluit omgevingsvergunning en verklaring van geen bedenkingen uitbreiding varkenshouderij Tijs (bespreekstuk)25.577 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

230314x1 WAM 65 Lemelerveld

Toelichting aanvraag Wabo onderdeel milieu ten behoeve van het agrarische bedrijf aan de Heetenseweg 9a & 9c te Heeten

Initiatiefnemer:

Tijs Heeten b.v.

Initiatieflocatie: Heetenseweg 9a & 9a

8111 PX Heeten

Datum: Rapportage: Kenmerk:

11 maart 2025 Definitief, versie 7 BW230611

Inhoudsopgave Toelichting aanvraag Wabo onderdeel milieu voor het agrarisch bedrijf van Tijs Heeten b.v. aan de Heetenseweg 9a & 9c te Heeten.

1.

ALGEMENE GEGEVENS INITIATIEFNEMER ................................................................... 3

2.

ALGEMEEN (SAMENVATTING) .................................................................................... 5

3.

BESTAANDE VERGUNNINGEN/MELDINGEN ................................................................ 7

4.

AANGEVRAAGDE DIERBEZETTING C.Q. ACTIVITEIT .................................................... 10

5.

ACTIVITEITENBESLUIT .............................................................................................. 19

6.

RIE ........................................................................................................................... 20

7.

BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE ........................................................................ 28

8.

LIGGING – OMGEVING ............................................................................................. 29

9.

BESTEMMINGSPLAN ................................................................................................ 30

10.

ASPECT GEUR ...................................................................................................... 31

11.

ASPECT AMMONIAK ............................................................................................ 37

12.

ASPECT LUCHT ..................................................................................................... 43

13.

ASPECT GELUID .................................................................................................... 47

14.

ENERGIE- & WATERVERBRUIK .............................................................................. 50

15.

OPSLAG VAN GROND-, HULP- EN AFVALSTOFFEN ................................................. 53

16.

OPSLAG VAN RUWVOER EN MEST........................................................................ 55

17.

BODEMBESCHERMING & AFVALWATER ............................................................... 56

18.

NADERE GEGEVENS ............................................................................................. 57

19.

GEZONDHEID ....................................................................................................... 58

20.

BIJZONDERE OMSTANDIGHEID ............................................................................ 61

BIJLAGEN

Toelichting Wabo-Milieu – Heetenseweg 9a & 9c te Heeten 2

1.

ALGEMENE GEGEVENS INITIATIEFNEMER

Initiatiefnemer:

Tijs Heeten b.v. Heetenseweg 9a 8111 PX RAALTE

Initiatieflocatie:

Heetenseweg 9a & 9c 8111 PX RAALTE

KvK:

70372365 / 000023196297

Kadastraal:

Gemeente Raalte, sectie F, 505, 908, 2462, 4234, 4235, 4530, 4531, 4707, 5048, 5051 en 5637

Soort activiteit:

Het houden van varkens (fokzeugen met gespeende biggen, dekberen, opfokzeugen & vleesvarkens) Het opslaan van mest en veevoeder / bijproducten

Verzoekt om een omgevingsvergunning in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo): Voor het oprichten van de inrichting of de werking daarvan te veranderen (art. 2.1 lid 1, onder e 2º en 3º // revisie)

De aanvrager verzoekt tevens, indien van toepassing, om deze aanvraag tevens te beschouwen als melding Activiteitenbesluit milieubeheer.

Adviseur:

VanWestreenen Adviseurs B.V. Varsseveldseweg 65d 7131 JA LICHTENVOORDE T: 0544-379737 Mail: wabo@vanwestreenen.nl

Rapportage:

Definitief, versie 7 11 maart 2025

Toelichting Wabo-Milieu – Heetenseweg 9a & 9c te Heeten 3

Een luchtfoto en topografische kaart met daarop de ligging van het bedrijf is in navolgende figuren weergegeven.

Figuur 1 Luchtfoto perceel Heetenseweg 9a & 9a te Heeten (bron: Street Smart)

Figuur 2 Topografische ligging Heetenseweg 9a & 9c te Heeten (bron: Street Smart)

Toelichting Wabo-Milieu – Heetenseweg 9a & 9c te Heeten 4

2.

ALGEMEEN (SAMENVATTING)

2.1

Korte beschrijving activiteiten

Het in werking hebben van een inrichting met de volgende activiteiten: • het bedrijfsmatig houden van varkens in een gesloten bedrijfsopzet (fokzeugen + biggen en opfokzeugen + vleesvarkens); • het opslaan van veevoeder, grondstoffen / bijproducten, zwavelzuur en spuiwater; • het opslaan en aanmaken van droogvoer; • het opslaan van drijfmest in de kelders en mestsilo’s; • het opslaan van zwavelzuur t.b.v. chemische luchtwassers in IBC’s; • het opslaan van spuiwater afkomstig van de luchtwassers (kelders / silo’s); • het opslaan van bestrijdingsmiddelen ter bestrijding van ongedierte en onkruid; • het opslaan van reinigings- en ontsmettingsmiddelen; • het opslaan van medicijnen. Het in gebruik hebben van: • diverse stallen voor het houden van varkens; • chemische en gecombineerde luchtwassers; • een kantoor/kantine/hygiënesluis/werkplaats; • een centrale voerkeuken incl. opslag veevoeder en grondstoffen; • 2 mestsilo’s; • een kadaverkoeling; • een loods voor het scheiden van de drijfmest en de opslag van dikke fractie; • een afleverruimte en een spoelplaats; • een weegbrug; • een ontvangst- / educatieruimte; • 2 bedrijfswoningen.

2.2

Korte beschrijving wijzigingen (in hoofdlijnen)

Het wijzigen van het agrarisch bedrijf: • het realiseren van nieuwe emissiearme stalruimte voor vleesvarkens en gespeende biggen (2 afdelingen); • het toepassen van gecombineerde luchtwassers op de bestaande stallen voor het houden van guste en dragende zeugen / opfokzeugen / dekberen (stal 4) en gespeende biggen (stal 5) en vleesvarkens (stal 1); • het toepassen van chemische luchtwassers op de 2 nieuwe vleesvarkensstallen (stal 6 en 7) incl. opslag van spuiwater (en zwavelzuur);

Toelichting Wabo-Milieu – Heetenseweg 9a & 9c te Heeten 5

• het verminderden van het aantal vleesvarkens in stal 1; • • • • • • •

het realiseren van een bedrijfshal voor het scheiden van de drijfmest (dikke en dunne fractie); het realiseren van extra mestsilo; het realiseren van een ontvangst- / educatieruimte; het vergroten van de voerkeuken en aantal (graan)silo’s; het realiseren van een weegbrug; het realiseren van een trafo incl. noodstroomaggregaat; het opwekken van duurzame groene energie middels zonnepanelen op de daken van de stallen; • het realiseren van een ondergrondse gekoelde opslag voor kadavers; • het optimaliseren van de bedrijfsvoering en actualiseren van de vergunning.

Toelichting Wabo-Milieu – Heetenseweg 9a & 9c te Heeten 6

3.

BESTAANDE VERGUNNINGEN/MELDINGEN

Voor onderhavige varkenshouderij is op 16 februari 2015 (kenmerk OGV 2014-276) een omgevingsvergunning verleend op grond van de Wabo (o.a. revisie milieu. Nadien zijn nog omgevingsvergunningen op grond van de Wabo verleend in verband met de realisatie van een mestsilo (2017) en het wijzigen van de bedrijfswoning (2017). De vergunde situatie is inmiddels volledig opgericht en in werking gebracht. In onderstaande tabellen is de vergunde situatie weergegeven.

Tabel 1 Vergunde bedrijfsopzet 16-2-2015

Vigerende vergunning:

16-2-2015 Stalsysteem

Stal

Diercategorie

Aantal dieren

RAV code

1

Vleesvarkens

3526

2

Kraamzeugen

3

BWL / BB code

Omschrijving

D 3.2.6.1.2

BWL 2004.08.V2

Koeldeksysteem (200% koeloppervlak) met metalen roostervloer

196

D 1.2.13

BWL 2006.08.V1

mestpan onder kraamhok

Kraamzeugen

160

D 1.2.13

BWL 2006.08.V1

mestpan onder kraamhok

4

Dekberen

6

D 2.4.4

BWL 2010.02.V7

gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser

4

Guste en Dragende zeugen

1170

D 1.3.12.4

BWL 2010.02.V7

gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser

4

Opfokzeugen

360

D 3.2.15.4

BWL 2010.02.V7

gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser

5

Gespeende biggen

6736

D 1.1.15.4

BWL 2010.02.V7

gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser

Toelichting Wabo-Milieu – Heetenseweg 9a & 9c te Heeten 7

Tabel 2 Overzicht ammoniakemissie vergunde bedrijfsopzet Vigerende vergunning:

16-2-2015 Stalsysteem

Stal

Diercategorie

Aantal dieren

1

Vleesvarkens

3526

2

Kraamzeugen

3

RAV code

Ammoniakemissie

BWL / BB code

Omschrijving

Kg NH3 per dierplaats*

Kg NH3 totaal

D 3.2.6.1.2

BWL 2004.08.V2

Koeldeksysteem (200% koeloppervlak) met metalen roostervloer

1,2

4231,2

196

D 1.2.13

BWL 2006.08.V1

mestpan onder kraamhok

2,9

568,4

Kraamzeugen

160

D 1.2.13

BWL 2006.08.V1

mestpan onder kraamhok

2,9

464

4

Dekberen

6

D 2.4.4

BWL 2010.02.V7

gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser

0,83

4,98

4

Guste en Dragende zeugen

1170

D 1.3.12.4

BWL 2010.02.V7

gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser

0,63

737,1

4

Opfokzeugen

360

D 3.2.15.4

BWL 2010.02.V7

gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser

0,45

162

5

Gespeende biggen

6736

D 1.1.15.4

BWL 2010.02.V7

gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser

0,1

673,6

Totaal:

6841,28

* emissie in kg NH3 per dierplaats per jaar volgens de Regeling ammoniak en veehouderij

Tabel 3 Overzicht geuremissie vergunde bedrijfsopzet Vigerende vergunning:

16-2-2015 Stalsysteem

Stal

Diercategorie

Aantal dieren

1

Vleesvarkens

3526

2

Kraamzeugen

3

Kraamzeugen

RAV code

Geuremissie

BWL / BB code

Omschrijving

OUe per dierplaats**

OUe totaal

D 3.2.6.1.2

BWL 2004.08.V2

Koeldeksysteem (200% koeloppervlak) met metalen roostervloer

17,9

63115,4

196

D 1.2.13

BWL 2006.08.V1

mestpan onder kraamhok

27,9

5468,4

160

D 1.2.13

BWL 2006.08.V1

mestpan onder kraamhok

27,9

4464

10,3

61,8

4

Dekberen

6

D 2.4.4

BWL 2010.02.V7

gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser

4

Guste en Dragende zeugen

1170

D 1.3.12.4

BWL 2010.02.V7

gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser

10,3

12051

4

Opfokzeugen

360

D 3.2.15.4

BWL 2010.02.V7

gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser

12,7

4572

5

Gespeende biggen

6736

D 1.1.15.4

BWL 2010.02.V7

gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser

4,3

28964,8

** geuremissiefactor in odour units per seconde per dier volgens de Regeling geurhinder en veehouderij

Toelichting Wabo-Milieu – Heetenseweg 9a & 9c te Heeten 8

118697,4

Tabel 4 Overzicht emissie PM10 vergunde bedrijfsopzet Vigerende vergunning:

16-2-2015 Stalsysteem

Stal

Diercategorie

Aantal dieren

1

Vleesvarkens

3526

2

Kraamzeugen

3

Kraamzeugen

RAV code

Fijnstofemissie

BWL / BB code

Omschrijving

Fijnstof g PM10/ dier/jaar***

Fijnstof totaal

D 3.2.6.1.2

BWL 2004.08.V2

Koeldeksysteem (200% koeloppervlak) met metalen roostervloer

153

539478

196

D 1.2.13

BWL 2006.08.V1

mestpan onder kraamhok

160

31360

160

D 1.2.13

BWL 2006.08.V1

mestpan onder kraamhok

160

25600

36

216

4

Dekberen

6

D 2.4.4

BWL 2010.02.V7

gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser

4

Guste en Dragende zeugen

1170

D 1.3.12.4

BWL 2010.02.V7

gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser

35

40950

4

Opfokzeugen

360

D 3.2.15.4

BWL 2010.02.V7

gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser

31

11160

5

Gespeende biggen

6736

D 1.1.15.4

BWL 2010.02.V7

gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser

15

101040

** fijn stofemissie (g PM10/dier/jaar) volgens de lijst ‘Emissiefactoren fijn stof voor veehouderij’ op rijksoverheid.nl

Toelichting Wabo-Milieu – Heetenseweg 9a & 9c te Heeten 9

749804

4.

AANGEVRAAGDE DIERBEZETTING C.Q. ACTIVITEIT

Tijs Heeten b.v. is voornemens om op de locatie Heetenseweg 9a te Heeten het bestaande varkensbedrijf duurzaam te ontwikkeling tot een gesloten varkenshouderij. In de gewenste bedrijfsopzet is sprake van een varkenshouderij, die voldoet aan de geldende eisen op het gebied van welzijn & milieu en die tevens duurzaam en energieneutraal kan worden geëxploiteerd. Tijs Heeten b.v. heeft als doelstelling om in de gewenste situatie, mede op basis van de gevoerde omgevingsdialoog met de omwonenden en ondanks een toename van 10.138 vleesvarkens, ter plaatse van de omliggende woningen te voldoen aan de geurnorm & geen ontoelaatbare geurbelasting te veroorzaken. Bij voorkeur resulteert de gewenste bedrijfsvoering in een “meest milieuvriendelijk bedrijfsopzet” met een afname van de geurbelasting op alle omliggende woningen ten opzichte van de huidige situatie & een afname van de stikstofdepositie ter plaatse van de omliggende Natura 2000-gebieden. In de gewenste bedrijfsopzet is het wenselijk om de stallen als volgt uit te voeren: •

De bestaande vleesvarkensstal (stal 1) wordt aangesloten op een gecombineerde luchtwasser. Deze gecombineerde luchtwasser krijgt een uitstroomhoogte van 14,5 meter en een verhoogde uittreedsnelheid (10 m/sec.). Daarnaast wordt het aantal vleesvarkens in deze stal verminderd van 3.526 naar 2.912 vleesvarkens op 0,9 m2 per dier;

•

De bestaande emissiearme stal voor het houden van kraamzeugen (stal 2) blijft ongewijzigd. De centrale afzuiging van deze stalruimte wordt verhoogd naar 8,5 meter en de uittreedsnelheid wordt verhoogd (6,9 m/sec.);

•

De bestaande emissiearme stal voor het houden van kraamzeugen (stal 3) blijft ongewijzigd. De centrale afzuiging van deze stalruimte wordt verplaatst en verhoogd naar 9,0 meter en de uittreedsnelheid wordt verhoogd (5,7 m/sec.);

•

De bestaande stal voor guste/dragende zeugen inclusief opfokzeugen en dekberen (stal 4) blijft ongewijzigd. De gecombineerde luchtwasser in deze stal krijgt een verhoogde uitstroomopening (11,5 meter) en een verhoogde uittreedsnelheid (10 m/sec.);

•

De bestaande biggenstal (stal 5) wordt vergroot met 2 afdelingen. Deze stal wordt voorzien van een gewijzigd type gecombineerde luchtwasser (BWL 2009.12V5). De gecombineerde luchtwasser in deze stal krijgt hierbij een verhoogde uitstroomopening (16,5 meter) en een verhoogde uittreedsnelheid (10 m/sec.);

•

De beide nieuwe stallen voor de vleesvarkens (stallen 6a+b en stal 7a+b) worden uitgevoerd met een chemische luchtwasser en krijgen een uitstroomhoogte van 16,5 meter en een verhoogde uittreedsnelheid. Daarnaast wordt in deze nieuwe stallen, naast de toepassing van chemische luchtwassers, in de mestkelders nog een extra emissiearm stalsysteem aangebracht (het zogenaamde ICV-systeem // BWL2004.04V2). Als gevolg van deze toepassing worden de ammoniak- en geuremissiefactor per dier in deze stal aanzienlijk verlaagd (BBT++).

In navolgende tabellen is de gevraagde / gewenste dierbezetting weergegeven.

Toelichting Wabo-Milieu – Heetenseweg 9a & 9c te Heeten 10

Tabel 5 Overzicht gewenste bedrijfsopzet Stalsysteem Stal

Diercategorie

Aantal dieren

1

Vleesvarkens

2912

2

Kraamzeugen

3

=Invoer!E201

BWL / BB code

Omschrijving

D 3.2.15.4

BWL 2010.02.V7

gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser

196

D 1.2.13

BWL 2006.08.V1

mestpan onder kraamhok

Kraamzeugen

160

D 1.2.13

BWL 2006.08.V1

mestpan onder kraamhok

4

Dekberen

6

D 2.4.4

BWL 2010.02.V7

gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser

4

Guste en Dragende zeugen

1170

D 1.3.12.4

BWL 2010.02.V7

gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser

4

Opfokzeugen

288

D 3.2.15.4

BWL 2010.02.V7

gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser

5

Gespeende biggen

8100

D 1.1.15.4

BWL 2009.12.V5

gecombineerd luchtwassysteem 85% emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser

6a

Vleesvarkens

3584

D 3.2.14

Dubbel GL: ICV systeem BWL 2004.04V2 + chemische LW BWL 2008.08V6

chemisch luchtwassysteem; 95% ammoniak emissiereductie (30% geur en 35% fijn stof emissiereductie)

6b

Vleesvarkens

1792

D 3.2.14

Dubbel GL: ICV systeem BWL 2004.04V2 + chemische LW BWL 2008.08V6

chemisch luchtwassysteem; 95% ammoniak emissiereductie (30% geur en 35% fijn stof emissiereductie)

7a

Vleesvarkens

3584

D 3.2.14

Dubbel GL: ICV systeem BWL 2004.04V2 + chemische LW BWL 2008.08V6

chemisch luchtwassysteem; 95% ammoniak emissiereductie (30% geur en 35% fijn stof emissiereductie)

7b

Vleesvarkens

1792

D 3.2.14

Dubbel GL: ICV systeem BWL 2004.04V2 + chemische LW BWL 2008.08V6

chemisch luchtwassysteem; 95% ammoniak emissiereductie (30% geur en 35% fijn stof emissiereductie)

In de gewenste situatie worden de (nieuwe) stallen voor het huisvesten van de vleesvarkens uitgevoerd met aanvullend uitgevoerd met een extra (dubbel) emissiearm stalsysteem. Hieronder is de berekening van de bijbehorende ammoniakemissiefactor opgenomen. In de RAV (eindnoot 3) is het volgende opgenomen indien naast het toepassen van een luchtwassysteem in combinatie met een ander emissiearm stalsysteem: 3 De emissiefactor die bij de betreffende luchtwassystemen (en biofilters) staat vermeld, is gebaseerd op de toepassing van het luchtwassysteem bij een traditioneel (niet emissiearm) huisvestingssysteem. Indien het luchtwassysteem wordt toegepast in combinatie met een ander emissiearm huisvestingssysteem – niet zijnde een ander luchtwassysteem --, wordt de emissiefactor van die combinatie als volgt berekend:

Toelichting Wabo-Milieu – Heetenseweg 9a & 9c te Heeten 11

efc = 0,01 x (100 – rpl) x efa (efc en efa zijn daarbij de emissiefactoren van de combinatie respectievelijk van het andere emissiearme systeem is; rpl geeft het reductiepercentage van de luchtwasser weer). Indien het reductiepercentage van het andere huisvestingssysteem evenwel hoger is dan 70 (efa < 0,3efo, waarbij efo de emissiefactor van overige huisvestingssystemen van de betreffende diercategorie is), dan geldt evenwel: efc = 0,01 x (100 – rpl) x 0,3efo.

Vleesvarkens In de gewenste situatie worden de beide nieuwe stallen voor het huisvesten van de vleesvarkens (stal 6 & 7) uitgevoerd met een ICV-systeem (stalen roosters / emitterend oppervlak per dier is > 0,18 en < 0,27 m2) in de kelders (BWL 2004.04V2) en een chemische luchtwasser (BWL 2008.08V6). De ammoniakemissiefactor van het ICV-systeem (BWL 2004.04V2) bedraagt 1,4 kg per dier per jaar (< 70% reductie) en het reductiepercentage van de luchtwasser BWL 2008.08V6 is 95%. Op basis van de formule efc = 0,01 x (100 – rpl) x efa bedraagt voor deze toepassing de ammoniakemissiefactor 0,07 kg per dier per jaar. ➔ 0,01 x (100 – 95) x 1,4 = 0,07. De ammoniakuitstoot van de gewenste veebezetting (4.777,1 kg NH3/jaar) kan op grond van de geldende RAV als volgt worden berekend: Tabel 6 Overzicht ammoniakemissie gewenste bedrijfsopzet Stalsysteem Stal

Diercategorie

Aantal dieren

=Invoer!E201

1

Vleesvarkens

2912

2

Kraamzeugen

3

Kraamzeugen

Ammoniakemissie Kg NH3 per dierKg NH3 totaal plaats*

BWL / BB code

Omschrijving

D 3.2.15.4

BWL 2010.02.V7

gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser

0,45

1310,4

196

D 1.2.13

BWL 2006.08.V1

mestpan onder kraamhok

2,9

568,4

160

D 1.2.13

BWL 2006.08.V1

mestpan onder kraamhok

2,9

464

0,83

4,98

4

Dekberen

6

D 2.4.4

BWL 2010.02.V7

gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser

4

Guste en Dragende zeugen

1170

D 1.3.12.4

BWL 2010.02.V7

gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser

0,63

737,1

4

Opfokzeugen

288

D 3.2.15.4

BWL 2010.02.V7

gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser

0,45

129,6

5

Gespeende biggen

8100

D 1.1.15.4

BWL 2009.12.V5

gecombineerd luchtwassysteem 85% emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser

0,1

810

6a

Vleesvarkens

3584

D 3.2.14

Dubbel GL: ICV systeem BWL 2004.04V2 + chemische LW BWL 2008.08V6

chemisch luchtwassysteem; 95% ammoniak emissiereductie (30% geur en 35% fijn stof emissiereductie)

0,07

250,88

6b

Vleesvarkens

1792

D 3.2.14

Dubbel GL: ICV systeem BWL 2004.04V2 + chemische LW BWL 2008.08V6

chemisch luchtwassysteem; 95% ammoniak emissiereductie (30% geur en 35% fijn stof emissiereductie)

0,07

125,44

7a

Vleesvarkens

3584

D 3.2.14

Dubbel GL: ICV systeem BWL 2004.04V2 + chemische LW BWL 2008.08V6

chemisch luchtwassysteem; 95% ammoniak emissiereductie (30% geur en 35% fijn stof emissiereductie)

0,07

250,88

7b

Vleesvarkens

1792

D 3.2.14

Dubbel GL: ICV systeem BWL 2004.04V2 + chemische LW BWL 2008.08V6

chemisch luchtwassysteem; 95% ammoniak emissiereductie (30% geur en 35% fijn stof emissiereductie)

0,07

125,44

Totaal:

4777,12

* emissie in kg NH3 per dierplaats per jaar volgens de Regeling ammoniak en veehouderij

Toelichting Wabo-Milieu – Heetenseweg 9a & 9c te Heeten 12

Tabel 7 Overzicht geuremissie gewenste bedrijfsopzet Stalsysteem Stal

Diercategorie

Aantal dieren

=Invoer!E201

1

Vleesvarkens

2912

2

Kraamzeugen

3

Kraamzeugen

Geuremissie

BWL / BB code

Omschrijving

OUe per dierplaats**

D 3.2.15.4

BWL 2010.02.V7

gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser

12,7

36982,4

196

D 1.2.13

BWL 2006.08.V1

mestpan onder kraamhok

27,9

5468,4

160

D 1.2.13

BWL 2006.08.V1

mestpan onder kraamhok

27,9

4464

10,3

61,8

OUe totaal

4

Dekberen

6

D 2.4.4

BWL 2010.02.V7

gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser

4

Guste en Dragende zeugen

1170

D 1.3.12.4

BWL 2010.02.V7

gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser

10,3

12051

4

Opfokzeugen

288

D 3.2.15.4

BWL 2010.02.V7

gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser

12,7

3657,6

5

Gespeende biggen

8100

D 1.1.15.4

BWL 2009.12.V5

gecombineerd luchtwassysteem 85% emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser

4,3

34830

6a

Vleesvarkens

3584

D 3.2.14

Dubbel GL: ICV systeem BWL 2004.04V2 + chemische LW BWL 2008.08V6

chemisch luchtwassysteem; 95% ammoniak emissiereductie (30% geur en 35% fijn stof emissiereductie)

12,5

44800

6b

Vleesvarkens

1792

D 3.2.14

Dubbel GL: ICV systeem BWL 2004.04V2 + chemische LW BWL 2008.08V6

chemisch luchtwassysteem; 95% ammoniak emissiereductie (30% geur en 35% fijn stof emissiereductie)

12,5

22400

7a

Vleesvarkens

3584

D 3.2.14

Dubbel GL: ICV systeem BWL 2004.04V2 + chemische LW BWL 2008.08V6

chemisch luchtwassysteem; 95% ammoniak emissiereductie (30% geur en 35% fijn stof emissiereductie)

12,5

44800

7b

Vleesvarkens

1792

D 3.2.14

Dubbel GL: ICV systeem BWL 2004.04V2 + chemische LW BWL 2008.08V6

chemisch luchtwassysteem; 95% ammoniak emissiereductie (30% geur en 35% fijn stof emissiereductie)

12,5

22400

** geuremissiefactor in odour units per seconde per dier volgens de Regeling geurhinder en veehouderij

Toelichting Wabo-Milieu – Heetenseweg 9a & 9c te Heeten 13

231915,2

Tabel 8

Overzicht emissie PM10 gewenste bedrijfsopzet Stalsysteem

Stal

Diercategorie

Aantal dieren

1

Vleesvarkens

2912

2

Kraamzeugen

3

Kraamzeugen

=Invoer!E201

Fijnstofemissie

BWL / BB code

Omschrijving

Fijnstof g PM10/ dier/jaar***

Fijnstof totaal

D 3.2.15.4

BWL 2010.02.V7

gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser

31

90272

196

D 1.2.13

BWL 2006.08.V1

mestpan onder kraamhok

160

31360

160

D 1.2.13

BWL 2006.08.V1

mestpan onder kraamhok

160

25600

36

216

4

Dekberen

6

D 2.4.4

BWL 2010.02.V7

gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser

4

Guste en Dragende zeugen

1170

D 1.3.12.4

BWL 2010.02.V7

gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser

35

40950

4

Opfokzeugen

288

D 3.2.15.4

BWL 2010.02.V7

gecombineerd luchtwassysteem 85% ammoniak emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser

31

8928

5

Gespeende biggen

8100

D 1.1.15.4

BWL 2009.12.V5

gecombineerd luchtwassysteem 85% emissiereductie (45% geur en 80% fijn stof emissiereductie) met watergordijn en biologische wasser

15

121500

6a

Vleesvarkens

3584

D 3.2.14

Dubbel GL: ICV systeem BWL 2004.04V2 + chemische LW BWL 2008.08V6

chemisch luchtwassysteem; 95% ammoniak emissiereductie (30% geur en 35% fijn stof emissiereductie)

99

354816

6b

Vleesvarkens

1792

D 3.2.14

Dubbel GL: ICV systeem BWL 2004.04V2 + chemische LW BWL 2008.08V6

chemisch luchtwassysteem; 95% ammoniak emissiereductie (30% geur en 35% fijn stof emissiereductie)

99

177408

7a

Vleesvarkens

3584

D 3.2.14

Dubbel GL: ICV systeem BWL 2004.04V2 + chemische LW BWL 2008.08V6

chemisch luchtwassysteem; 95% ammoniak emissiereductie (30% geur en 35% fijn stof emissiereductie)

99

354816

7b

Vleesvarkens

1792

D 3.2.14

Dubbel GL: ICV systeem BWL 2004.04V2 + chemische LW BWL 2008.08V6

chemisch luchtwassysteem; 95% ammoniak emissiereductie (30% geur en 35% fijn stof emissiereductie)

99

177408

** fijn stofemissie (g PM10/dier/jaar) volgens de lijst ‘Emissiefactoren fijn stof voor veehouderij’ op rijksoverheid.nl

1383274

Een plattegrondtekening van de gewenste bedrijfsopzet is als bijlage 2 aan deze aanvraag toegevoegd. De beschrijving van het emissiearme stalsysteem BWL2006.08V1, BWL2010.02V7, BWL2009.12V5 en 2004.04V2 zijn als bijlage 3 aan deze aanvraag toegevoegd. De dimensioneringsplannen van de luchtwassers zijn als bijlage 4 aan deze aanvraag toegevoegd.

Toelichting Wabo-Milieu – Heetenseweg 9a & 9c te Heeten 14

Voerverstrekking Binnen de varkenshouderij wordt in huidige en gewenste bedrijfsopzet gebruik gemaakt van een droogvoerinstallatie. De grondstoffen voor het voer wordt met gesloten bulkwagens aangevoerd en opgeslagen in diverse silo’s. Naast kernvoer (mineralen en vitaminen) wordt gebruik gemaakt van bijproducten in de vorm van akkerbouwproducten CCM (maïs), diverse soorten granen en droge bijproducten zoals soja, meel en raap. De benodigde granen en mais worden lokaal geteeld en opgeslagen in de beschikbare silo’s. Binnen de inrichting wordt geen gebruik gemaakt van brijvoer en/of vloeibare grondstoffen. Daarnaast is ongeveer 45% van de grondstoffen afkomstig uit de humane voedingsmiddelen industrie zoals brood- en beschuitmeel, koekjes en pepernoten. De overige bijproducten bestaan uit tarwegries, soja- en zonnebloemschroot. Deze (droge) grondstoffen worden geleverd door een leverancier (bijv. Duynie) en zijn altijd voorzien van een GMP+-verklaring. Op basis van deze GMP+ verklaring is een “track and trace” gewaarborgd en sprake van “secure feed”. Secure Feed staat voor de borging van de voedselveiligheid van diervoeders en beheert een gezamenlijk systeem voor monitoring en risicobeoordeling van grondstoffen en de leveranciers.

Door het delen van kennis en informatie met ketenpartners en externe partijen, wordt gewerkt aan een versterking van het risicobewustzijn en de risico-aanpak. Deze mix van grondstoffen zorgt bij de dieren voor een goed en evenwichtig voedingspatroon. Het in eigen beheer maken van droogvoer is financieel aantrekkelijk voor bedrijven met een bovengemiddelde omvang vanwege de hoge investeringskosten. Naast een economisch voordeel (eigen inkoop // lage kostprijs) is er tevens een milieuvoordeel, omdat de grondstoffen lokaal worden geteeld en vanwege de toepassing van bijproducten lage ”carbon footprint” hebben. De grondstoffen worden allemaal enkelvoudig opgeslagen. In de voerkeuken worden voor de verschillende soorten varkens meerdere recepten gemaakt en tevens het voerschema vastgesteld. De voerkeuken bestaat on hoofdzaak uit een hamermolen en maler (pletten en malen), mengers en wegers. Met behulp van deze voorzieningen wordt in eigen beheer een samengesteld rantsoen voor de dieren gemaakt. Vanuit een voorraadsilo wordt met behulp van een droogvoerinstallatie dit product vervolgens verstrekt aan een specifieke diergroep / stalruimte. Hoeveelheden droogvoer en bijproducten •

Droogvoer (zakgoed)

Totale doorzet =

15 ton per jaar

•

Kernvoer:

Maximale opslag: Doorzet:

64 ton 1.350 ton per jaar

•

Granen en maïs

Maximale opslag: Doorzet:

2.400 ton 7.100 ton per jaar

•

Droge bijproducten

Maximale opslag: Doorzet:

540 ton 5.500 ton per jaar

Toelichting Wabo-Milieu – Heetenseweg 9a & 9c te Heeten 15

PRODUCT

JAARLIJKSE DOORZET (TON)

MAXIMALE OPSLAG (TON)

DROOGVOER

15

2

KERNVOER (MINERALEN/VITAMINEN)

1.350

64

GRAAN EN MAIS

7.100

2.400

DROGE BIJPRODUCTEN

5.500

540

De droge bijproducten bestaande uit in hoofdzaak humane voedingsmiddelen (brood- en beschuitmeel, koekjes en pepernoten) en tarwegries, soja- en zonnebloemschroot betreffen reststoffen afkomstig uit productieprocessen van derden. Deze stoffen worden formeel beschouwd als “afvalstoffen”. Deze (droge) grondstoffen worden geleverd door een leverancier (bijv. Duynie) en zijn altijd voorzien van een GMP+-verklaring. De maximale opslagcapaciteit van deze stoffen omvat 540 ton en de jaarlijkse doorzet omvat 5.500 ton. Nu deze hoeveelheden ruimschoots lager zijn de gestelde drempelwaarden uit bijlage 1 van het Bor (respectievelijk 1.000 m3 // 15.000 ton) is het college van B&W van Raalte het bevoegd gezag voor deze inrichting.

Ventilatie In de gewenste situatie worden de stallen als volgt geventileerd: Stal 1 2.912 vleesvarkens Ventilatiebehoefte (2.912 x 80 m3 =) Ventilatoren (Stienen SGS 92) / voor drukkamer LW Emissiepunthoogte: Oppervlakte uitstroomopening luchtwasser: Uittreedsnelheid:

232.960 m3 per uur 10 stuks 14,5 meter (uitstroomopening) 6,47 m2 (toepassen regelbare kleppen) 10,0 m/sec.

Stal 2 196 kraamzeugen Ventilatiebehoefte (196 x 250 m3 =) Ventilatoren: Diameter centrale afzuiging: Emissiepunthoogte: Uittreedsnelheid:

49.000 m3 per uur 3 stuks 0,87 m. (3 x 50 cm.) 8,5 meter (uitstroomopening) 6,9 m/sec.

Stal 3 160 kraamzeugen Ventilatiebehoefte (160 x 250 m3 =) Ventilatoren: Diameter centrale afzuiging: Emissiepunthoogte: Uittreedsnelheid:

40.000 m3 per uur 3 stuks 0,87 m. (3 x 50 cm.) 9,0 meter (uitstroomopening) 5,7 m/sec.

Toelichting Wabo-Milieu – Heetenseweg 9a & 9c te Heeten 16

Stal 4 1.170 g&d zeugen, 6 dekberen & 228 opfokzeugen Ventilatiebehoefte (1.176 x 150 m3 + 228 x 80 m3 =) Ventilatoren / voor de drukkamer LW Emissiepunthoogte: Oppervlakte uitstroomopening luchtwasser: Uittreedsnelheid:

194.640 m3 per uur 8 stuks 11,5 meter 5,54 m2 (toepassen regelbare kleppen) 10,0 m/sec.

Stal 5 8.100 gespeende biggen Ventilatiebehoefte (8.100 x 20 m3 =) Ventilatiebehoefte loods en voerkeuken: Ventilatoren (Stienen SGS 92) / voor drukkamer LW Emissiepunthoogte: Oppervlakte uitstroomopening luchtwasser: Uittreedsnelheid:

162.000 m3 per uur 4.740 m3 per uur 7 stuks 16,5 meter 4,50 m2 (toepassen regelbare kleppen) 10,0 m/sec

Stal 6a & 7a 3.584 vleesvarkens Ventilatiebehoefte (3.584 x 80 m3 =) Ventilatoren (Stienen SGS 92) / voor drukkamer LW Emissiepunthoogte: Oppervlakte uitstroomopening luchtwasser: Uittreedsnelheid:

286.720 m3 per uur 12 stuks 16,5 meter (uitstroomopening luchtwasser) 7,96 m2 (toepassen regelbare kleppen) 10,0 m/sec.

Stal 6b & 7b 1.792 vleesvarkens Ventilatiebehoefte (1.792 x 80 m3 =) Ventilatoren (Stienen SGS 92) / voor drukkamer LW Emissiepunthoogte: Oppervlakte uitstroomopening luchtwasser: Uittreedsnelheid:

143.360 m3 per uur 6 stuks 16,5 meter (uitstroomopening luchtwasser) 3,98 m2 (toepassen regelbare kleppen) 10,0 m/sec.

Uitgangspunten ventilatie: •

Voor de ventilatie van de stallen is ten aanzien van de luchtwassers een weerstand/tegendruk van 200 Pascal.

•

Voor de verschillende diercategorieën varkens zijn conform het advies van het Klimaatplatform Varkenshouderij (2021) is aanzien van de ventilatie de volgende maximale ventilatiebehoefte gehanteerd: o Kraamzeugen: 250 m3/uur o Guste en dragende zeugen: 150 m3/uur o Gespeende biggen: ▪ opleg: 7,5 m3/uur ▪ dag 21: 18 m3/uur ▪ dag 42: 25 m3/uur o Gemiddeld bij cyclus/ventilatiecurve: 16,8 m3/uur o Geïnstalleerde ventilatiecapaciteit/big: 20 m3/uur Toelichting Wabo-Milieu – Heetenseweg 9a & 9c te Heeten 17

o Vleesvarkens (volledige cyclus): 80 m3/uur Daarnaast worden door Tijs Heeten b.v. de volgende maatregelen toegepast voor het optimaliseren en waarborgen van de luchtverversing / klimaat in de stallen: •

Grondkanaalventilatie (incl. regelbare inlaat)

•

Koeling inkomende verse lucht (nevelkoeling)

•

De regelbare kleppen in de uitstroomopeningen van de luchtwassers worden aangestuurd via de klimaat-/ventilatiecomputer. De ventilatiedoorlaat / uitstroomopening wordt hierbij met behulp van een regelbare kleppen automatisch ingesteld op basis van de benodigde uittreedsnelheid van 10 m/sec. Deze gegevens worden geregistreerd in de computer en hiermee wordt derhalve gewaarborgd dat ten allen tijde de benodigde uittreedsnelheid van 10 m/sec. wordt bewerkstelligd. Een specificatie/technische informatie van regelbare kleppen in de uitstroomopeningen van de luchtwassers is als bijlage 10 toegevoegd.

Toelichting Wabo-Milieu – Heetenseweg 9a & 9c te Heeten 18

5.

ACTIVITEITENBESLUIT

Op 1 januari 2008 is Activiteitenbesluit milieubeheer in werking getreden. Vanaf 1 januari 2013 is het Activiteitenbesluit uitgebreid met agrarische activiteiten. In het besluit zijn algemene regels opgenomen voor bedrijven die onder de Wm vallen en voorheen een milieuvergunning nodig hadden. Het Activiteitenbesluit maakt onderscheid tussen 3 categorieën bedrijven; type A, B en C. Type A bedrijven moeten zich houden aan de regels van het Activiteitenbesluit maar zijn niet meldingsplichtig ten aanzien van hun activiteiten. Type B bedrijven zijn wel meldingsplichtig ten aanzien van hun activiteiten. In sommige gevallen moeten zij ook een omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM) aanvragen. Voor type C bedrijven geldt dat zij (voor het onderdeel milieu) nog steeds een omgevingsvergunning moeten aanvragen. Type C bedrijven zijn onder andere bedrijven met meer dan1: •

IPPC bedrijf: 750 zeugen (Rav. cat. D 1.2 en D 1.3);

•

IPPC bedrijf: 2.000 vleesvarkens (Rav. cat. D 3);

•

IPPC bedrijf: 40.000 stuks pluimvee (Rav. cat. E 3 t/ m E 5);

•

3.750 gespeende biggen (Rav. cat. D 1).

•

1.200 vleesrundvee (Rav. cat. A4 t/ m A7).

•

200 melkkoeien of zoogkoeien (Rav. cat A.1 of A.2)

•

340 stuks vrouwelijk jongvee (Rav. cat. A 3)

In de gewenste bedrijfsopzet wordt de grens van respectievelijk 750 & 2.000 dierplaatsen voor fokzeugen & vleesvarkens overschreden. Hierdoor is sprake van een type C inrichting.

1 Omwille de relevantie zijn niet alle diercategorieën genoemd uit het Activiteitenbesluit.

Toelichting Wabo-Milieu – Heetenseweg 9a & 9c te Heeten 19

6.

RIE

De Europese Commissie heeft de BBT-conclusies van de intensieve pluimvee- en varkenshouderij gepubliceerd op 21 februari 2017 in het Publicatieblad van de Europese Unie. Deze BBT-conclusies hebben betrekking op activiteiten die vallen onder de IPPC-categorie 6.6 van bijlage I bij de Richtlijn industriële emissies 2010/75/EU: • 6.6a: veehouderijen met meer dan 40.000 plaatsen voor pluimvee • 6.6b: veehouderijen met meer dan 2.000 plaatsen voor mestvarkens van meer dan 30 kg • 6.6c: veehouderijen met meer dan 750 plaatsen voor zeugen Voor intensieve pluimvee- of varkenshouderijen, die onder de werking van de IPPC-richtlijn vallen, is er een BREF opgesteld (Reference Document on Best Available Techniques for Intensive Rearing of Pigs and Poultry, 2017). De BREF voor de intensieve veehouderij is inmiddels ook aangewezen in de regeling aanwijzing BBT-documenten. Ook de oplegnotitie wordt opgenomen in de Regeling aanwijzing BBT-documenten, zodat bij het bepalen van de voor een veehouderij in aanmerking komende beste beschikbare technieken eveneens met deze notitie rekening moet worden gehouden. De BREF / oplegnotitie behandelt de beste beschikbare technieken voor de intensieve pluimvee- en varkenshouderij onderverdeeld naar verschillende aspecten.

Deze BBT-conclusies gaan vooral over de volgende processen en activiteiten: 1 beheer van voeding voor pluimvee en varkens 2 bereiding van voeder (malen, mengen en opslag) 3 pluimvee- en varkenshouderij (huisvesting) 4 verzameling en opslag van mest 5 verwerking van mest 6 uitrijden van mest 7 opslag van dode dieren In de gewenste situatie worden binnen onderhavige veehouderij meer dan 2.000 vleesvarkens en 750 fokzeugen gehouden, waardoor de drempelwaarden zoals opgenomen in de RIE/ IPPC-richtlijn, overschreden. Onderhavige regelgeving is hierdoor van toepassing op de veehouderij. De varkenshouderij moet hierdoor voldoen aan het ‘Best Avialable Techniques (BAT) principe’ (BBT).

6.1

BBT-aspecten

Beheer van voeding Het aspect “beheer van voeding” is niet relevant in het kader van deze vergunningprocedure op grond van de Wabo. De overige aspecten worden hierna behandeld.

Toelichting Wabo-Milieu – Heetenseweg 9a & 9c te Heeten 20

Bereiden van voeding De toegepaste voeders die van elders / extern worden aangevoerd zijn altijd voorzien van een GMP+ erkenning. Dit aspect voldoet aan de gestelde eisen / BBT. In hoofdstuk 4 is een beschrijving van de voerbereiding /-verstrekking opgenomen. Huisvesting De huisvesting van de dieren voldoet aan de gestelde eisen (o.a. Besluit Huisvesting): •

Ten aanzien van het aspect geur wordt verwezen naar hoofdstuk 11.

•

Ten aanzien van het aspect ammoniak wordt verwezen naar hoofdstuk 12.

•

Ten aanzien van het aspect fijn stof wordt verwezen naar hoofdstuk 13.

•

Ten aanzien van het aspect geluid wordt verwezen naar hoofdstuk 14;

•

Ten aanzien van het aspect energie en water wordt verwezen naar hoofdstuk 15.

Aspect opslag van mest De nitraatrichtlijn bevat minimumvoorschriften voor de opslag van mest in het algemeen, met als doel om alle water een algemeen beschermingsniveau tegen verontreiniging te bieden. BAT houdt in dat de opslagfaciliteiten voor varkensmest voldoende capaciteit hebben om de mest op te slaan tot het moment waarop deze op het land kan worden gebracht. Binnen de inrichting is er in de gewenste situatie afdoende mestopslagcapaciteit onder de stallen aanwezig om deze mest gedurende 6 maanden op te slaan, en is er dus de garantie dat in de wintermaanden er geen mest op landbouwgrond behoeft te worden aangewend. Het betreffen hier mestdichte kelders en mestsilo’s, die voldoen aan de regels/richtlijnen van het KIWA (BRL2342) en de gestelde eisen / voorschriften uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. De mest wordt door erkende transporteurs (via intermediairs) afgevoerd uit de inrichting. Binnen het bedrijf is er ruimschoots voldoende mestopslagcapaciteit voor minimaal een half jaar, zoals ook wettelijk verplicht is gesteld. De gewenste bedrijfsopzet voldoet aan het gestelde in het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet. Gelet op voornoemde voldoet de opslag van varkensmest aan het gestelde in de “Oplegnotitie bij de BREF voor de intensieve pluimvee- en varkenshouderij”.

Aspect verwerking van mest Binnen de inrichting wordt geen mest verwerkt (alleen scheiding van drijfmest in dikke en dunne fractie). Aspect uitrijden van mest Het aspect “uitrijden van mest” is niet relevant in het kader van deze vergunningprocedure op grond van de Wabo. Opslag & omgang met dode dieren Eventuele dode dieren (kadavers) worden zo spoedig mogelijk uit de stallen gehaald. Deze kadavers worden bewaard in een gekoelde ondergrondse opslagvoorziening.

Toelichting Wabo-Milieu – Heetenseweg 9a & 9c te Heeten 21

Deze kadavers worden vervolgens zo spoedig mogelijk aangemeld en opgehaald en verwerkt door Rendac te Son. Ten aanzien van de omgang en afvoer van dode dieren wordt derhalve aan de RIE // IPPC-richtlijn voldaan. Op grond van de BBT conclusies dient eveneens monitoring van de relevante aspecten plaats te vinden. In de gewenste situatie vindt monitoring op de volgende wijze plaats: • Registratie verbruik leidingwater; • Registratie verbruik elektriciteit en aardgas; • Registratie verbruik brandstof (dieselolie); • Registratie veebezetting; • Registratie aanvoer grondstoffen / veevoeder; • Registratie afvoer afvalstoffen; • Registratie afvoer meststoffen; • Monitoring parameters V-stacks (geurbelasting) stallen varkens: • Hoogte emissiepunten • Meten uitreedsnelheden en diameter uitstroomopeningen luchtwasser m.b.v. ventilatiecomputer (incl. registratie) • Elektrische monitoring luchtwassers (pH, geleidbaarheid waswater, spuiwaterproductie, drukval fiterpakket, elektriciteitsverbruik) incl. datalogging; • Rendementsmetingen ammoniakconcentratie luchtwassers (bestaande stallen 4 & 5) • Continue meting ammoniakconcentratie luchtwassers (stallen 1, 5, 6a, 6b, 7a en 7b). Als bijlage 9 zijn de toetsing aan de BBT-conclusies overzichtelijk opgenomen. In de gewenste situatie wordt voldaan aan de gestelde BBT-conclusies. Aan het gestelde in de Wav, WNB en het Behv wordt voldaan.

Daarnaast wordt voldaan de geldende geurnormering en de geldende vaste afstanden uit de Wgv. De emissie van (fijn)stof voldoet aan het Behv en de normering uit de Wet luchtkwaliteit. Ten aanzien van de volksgezondheid (o.a. endotoxinen) worden alle beschikbare voorzorgsmaatregelen en reductiemogelijkheden t.a.v. het aspect (fijn)stof toegepast. Gezien het bovenstaande en bijlage 9 (BBT-conclusies) is er geen sprake van een belangrijke toename van de verontreiniging (o.a. geen toename van de ammoniakemissie) en zijn er geen significante negatieve gevolgen voor mens of milieu. De gewenste bedrijfsopzet voldoet hierdoor aan de IPPC-richtlijn/RIE en de Oplegnotitie bij de BREF voor de intensieve pluimvee- en varkenshouderij. Gewijzigde Richtlijn Industriële Emissies / toekomstige regelgeving Op 12 april 2024 is door de Europese Parlement & Raad een gewijzigde Richtlijn Industriële Emissies vastgesteld (2024/1785). De richtlijn geldt voor alle lidstaten van de Europese Unie. Lidstaten krijgen tot 1 juli 2026 de tijd om de richtlijn om te zetten in nationale wetgeving. Nederland heeft tot op heden deze richtlijn nog niet omgezet in de nationale wetgeving voor veehouderijen.

Toelichting Wabo-Milieu – Heetenseweg 9a & 9c te Heeten 22

In 2028 zal de Europese CIE de uitvoering van de richtlijnen evalueren. De RIE geeft aan dat het bevoegd gezag voor IPPC-installaties aan de onderkant van de BBT-range van een BBTconclusiedocument moet vergunnen. Bedrijven moeten hiervoor informatie aanleveren zodat het bevoegd gezag deze beoordeling kan maken: het assessment. Deze assessment moet gaan over de gehele BBT-emissierange. Als een bedrijf vindt dat ze gegronde redenen hebben waarom ze niet kunnen voldoen aan de onderkant van de BBT-range, moeten ze daarvoor bewijzen aanleveren aan het bevoegde gezag. Hoofdstuk 2 van de RIE over IPPC-installaties geldt niet meer voor veehouderijen. In plaats daarvan is er een nieuw hoofdstuk alleen voor veehouderijen: hoofdstuk VIa. Met deze wijziging zijn de veehouderijen geen IPPC-installaties meer en zouden de administratieve lasten voor veehouderijen af moeten nemen. De BBT-conclusies en de bijbehorende BREF worden vervangen door uitvoeringsregels (operating rules). Hierin komt te staan wat voor veehouderijen de beste beschikbare technieken zijn. Alleen veehouderijen met varkens en pluimvee vallen onder de Rie, rundveehouderijen niet. Op dit moment is de voornoemde informatie c.q. zijn de gewijzigde regels nog niet beschikbaar. Voor de verschillende diercategorieën staan in de BBT-conclusies 'met beste beschikbare technieken geassocieerde emissieniveaus' (BAT-AEL) vastgesteld.

Het gaat hier om een bandbreedte. De BBTconclusies geven met deze bandbreedte beoordelingsvrijheid aan het bevoegd gezag. Maar de emissie van een stal moet in elk geval voldoen aan de emissiegrenswaarden die in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) staan. Deze emissiegrenswaarden in het Bal heeft het Rijk vastgesteld voor alle bedrijven in Nederland en zijn een gemiddelde BBT. In het Besluit emissiearme huisvesting en thans het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) zijn de volgende emissiegrenswaarden opgenomen: Tabel 9

Overzicht grenswaarden ammoniakemissie

Toelichting Wabo-Milieu – Heetenseweg 9a & 9c te Heeten 23

In de gewenste situatie zijn / worden de stallen als volgt uitgevoerd: Tabel 10

Overzicht grenswaarden ammoniakemissie – gewenste situatie

Diercategorie

Stal

Varkens Gespeende biggen Kraamzeugen Guste/dragende zeugen Opfokzeugen Vleesvarkens Vleesvarkens

Opgericht

Grenswaarde Kg/NH3/jr

Emissie gewenste situatie Kg/NH3/jr

Verschil Kg/NH3/jr

5

< 2015 / B

0,21

0,10

-0,11

2&3 4

< 2015 / B < 2015 / B

2,9 2,6

2,9 0,63

0,0 -1,97

4 6a/6b/7a/7b 1

< 2015 / B Nieuw / C < 2015 / A

1,5 1,1 1,6

0,45 0,07 0,45

-1,05 -1,03 -1,15

BBT-GEN20 In het publicatieblad van de Europese Unie (21.2.2017: Uitvoeringsbesluit (EU) 2017/ 302 van de Commissie d.d. 15 februari 2017 - tot vaststelling van BBT-conclusies op grond van Richtlijn 2010/75/ EU van het Europees Parlement en de Raad, voor intensieve pluimvee- of varkenshouderij) zijn onder BBT-30 (tabel 2.1) van de BBT-GEN20 zijn de volgende ammoniakemissies naar de lucht van varkenstallen gepresenteerd: Tabel 11

Overzicht ammoniakemissies naar lucht // BBT-30 – tabel 2.1

Toelichting Wabo-Milieu – Heetenseweg 9a & 9c te Heeten 24

In de gewenste situatie zijn / worden de stallen als volgt uitgevoerd: Tabel 10

Overzicht waarden BBT-30 (tabel 2.1) – gewenste situatie

Diercategorie

Varkens Guste/dragende zeugen Kraamzeugen Gespeende biggen Vleesvarkens Vleesvarkens

Stal

Waarde BBT / range Kg/NH3/jr

Emissie gewenste situatie Kg/NH3/jr

Voldoet

4

0,2 - 2,7

0,63

JA

2&3 5 6a/6b/7a/7b 1

0,4 - 5,6 0,03 - 0,53 0,1 - 2,6 0,1 - 2,6

2,9 0,10 0,07 0,45

JA JA JA JA

Gelet op bovenstaande voldoen alle ammoniakemissies naar de lucht van de varkenstallen aan het gestelde in de BBT-30 (tabel 2.1) van de BBT-GEN20. De waardes liggen ruimschoots onder de bovengrenzen en voldoen hiermee aan de onderkant van de range van de BBT-GEN en voldoet zodoende hiermee aan de gewijzigde richtlijn. Uit bovenstaande blijkt dat in de gewenste situatie wordt voldaan aan de geldende grenswaarden. Daarnaast kan worden gesteld dat, met uitzondering van de reeds bestaande stallen voor kraamzeugen, sprake is van een emissie die ruimschoots lager is dan de grenswaarden / BBT vereiste en derhalve kan worden beschouwd als de onderkant van de BBT-range. Gelet op voornoemde kan naar verwachting (ruimschoots) worden voldaan aan het voornoemde toekomstige nationale beleid en wetgeving over industriële emissies voor veehouderijen.

6.2

Beleidslijn IPPC-omgevingstoetsing ammoniak en veehouderij

De “Beleidslijn IPPC-omgevingstoetsing ammoniak en veehouderij” is bedoeld als handreiking voor het uitvoeren van de omgevingstoetsing die op grond van de IPPC-richtlijn ten aanzien van de ammoniakemissie vanuit veehouderijen dient te worden uitgevoerd. Met behulp van de beleidslijn kan het bevoegd gezag beslissen of en in welke mate vanwege de lokale milieuomstandigheden strengere emissie-eisen in de milieuvergunning moeten worden opgenomen dan de eisen die volgen uit de toepassing van ‘beste beschikbare technieken’ (BBT). Daarbij moet worden opgemerkt dat een beleidslijn zoals deze noodgedwongen een generieke benadering van de problematiek hanteert. Ook al komen in deze beleidslijn een aantal bijzondere gevallen aan de orde, het is onmogelijk om met alle in de praktijk voorkomende situaties rekening te houden. Het bevoegd gezag dient daarom ook steeds op basis van de concrete omstandigheden in de vergunning te motiveren waarom in de betreffende situatie met BBT kan worden volstaan dan wel waarom strengere emissie-eisen noodzakelijk zijn. Daarbij kan uiteraard nuttig gebruik worden gemaakt van de argumentatie die in deze beleidslijn wordt gehanteerd.

Toelichting Wabo-Milieu – Heetenseweg 9a & 9c te Heeten 25

De beleidslijn heeft alleen betrekking op veehouderijen die onder de werkingssfeer vallen van de IPPC-richtlijn en is alleen van toepassing als dergelijke veehouderijen uitbreiden qua veebezetting. Zolang een IPPC-veehouderij niet uitbreidt, kan worden volstaan met het toepassen van BBT. Ten aanzien van een IPPC-veehouderij (hier meer dan 2.000 vleesvarkens) geldt de volgende beleidslijn: •

bij uitbreiding/wijziging kan worden volstaan met toepassing van BBT zolang de emissie niet meer bedraagt dan 5.000 kg ammoniak per jaar;

•

bedraagt de jaarlijkse ammoniakemissie na uitbreiding bij toepassing van BBT meer dan 5.000 kg, dan dient boven het meerdere een extra reductie ten opzichte van BBT te worden gerealiseerd. De hoogte daarvan hangt af van de uitgangssituatie (de mate waarin BBT de ammoniakemissie reduceert) en de beschikbaarheid van verdergaande technieken in de betreffende diercategorie;

•

bedraagt de jaarlijkse ammoniakemissie na uitbreiding met toepassing van BBT (tot 5.000 kg) en verdergaande technieken dan BBT (vanaf 5.000 kg) daarna nog meer dan 10.000 kg, dan dient boven het meerdere een reductie van circa 85% te worden gerealiseerd. In de hierna volgende tabel is voor de verschillende diercategorieën waarvoor in het Besluit huisvesting een maximale emissiewaarde is vastgesteld (BBT/AMvB), aangegeven welke emissiegrenswaarden in het segment tussen 5.000 en 10.000 kg (>BBT = strenger dan BBT) en in het segment boven 10.000 kg (>>BBT = veel strenger dan BBT) worden geadviseerd. Tussen haakjes is daarbij aangegeven hoeveel reductie daarbij wordt gerealiseerd. Alle reductiepercentages zijn daarbij bepaald ten opzichte van traditionele huisvestingssystemen die aan de toekomstige dierenwelzijnseisen voldoen (varkens). Tabel 11 Overzicht emissiegrenswaarden (in kg NH3/dierplaats/jaar) Rav

Diercategorie

Tradit.

BBT/AMvB

BBT+

BBT++

Varkens D 1.1

Biggenopfok

0,68

0,23 (69%)

0,21 (72%)

0,10 (85%)

D 1.2

Kraamzeugen

8,3

2,9 (65%)

2,5 (70%)

1,25 (85%)

D 1.3

Guste/dragende zeugen

4,2

2,6 (38%)

2,3 (45%)

0,63 (85%)

D3

Vleesvarkens / opfokzeugen

3.5

1,5 (60%)

1,1 (69%)

0,45 (85%)

Huisvesting gespeende biggen => Huisvesting kraamzeugen => Huisvesting guste en dragende zeugen => Huisvesting opfokzeugen => Huisvesting vleesvarkens (1) => Huisvesting vleesvarkens (6&7) =>

0,10 kg 2,9 kg 0,63 kg 0,45 kg 0,45 kg 0,07 kg

= = = = = =

BBT++ BBT BBT++ BBT++ BBT++ BBT++

In de gewenste situatie wordt de volledige bedrijfsopzet uitgevoerd op basis van BBT/BBT++.

Toelichting Wabo-Milieu – Heetenseweg 9a & 9c te Heeten 26

De beoogde bedrijfsopzet / veebezetting omvat bij het toepassen van BBT-principe een ammoniakemissie van maximaal 22.693,8 kg. In de gewenste bedrijfsopzet bedraagt de ammoniakemissie van de veebezetting, door toepassing van BBT++ voor alle huisvesting van de varkens in totaal 4.777,1 kg. Hierdoor is de ammoniakemissie in de gewenste situatie ruimschoots lager dan het maximale “ammoniakemissieplafond” op basis van het BBT principe. Ten opzichte van de vergunde / vigerende situatie (6.841,3 kg) is er sprake van een ruime afname van de ammoniakemissie (- 2.064,2 kg / 30,2%). De gewenste bedrijfsopzet voldoet echter ruimschoots aan het gestelde in de “Beleidslijn IPPComgevingstoetsing ammoniak en veehouderij”. Het varkensbedrijf van Tijs Heeten b.v. kan, met uitzondering van de bestaande kraamzeugenstallen (= BBT), worden beschouwd als BBT++. Wellicht ten overvloede kan worden opgemerkt dat, als gevolg van het in werking treden van de Omgevingswet per 1 januari 2024, de “Beleidslijn IPPC-omgevingstoetsing ammoniak en veehouderij” is komen te vervallen.

Toelichting Wabo-Milieu – Heetenseweg 9a & 9c te Heeten 27

7.

BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE

In het Besluit milieueffectrapportage (hierna Besluit m.e.r.) is in onderdeel C van de bijlage onder categorie 14 opgenomen wanneer voor de activiteit het fokken, mesten of houden van dieren een plicht tot het opstellen van een milieueffectrapport geldt. Dit is onder andere het geval bij het oprichten en/ of uitbreiden en/of wijzigen van een installatie met meer dan: •

900 zeugen (Rav. cat. D1.2 – D1.3 en D 3 voor zover het opfokzeugen betreft)

•

3.000 stuks vleesvarkens (Rav. cat. D 3)

•

60.000 leghennen (Rav. cat. E 2)

•

85.000 vleeskuikens (Rav. cat. E 5)

• In onderhavige situatie wordt nieuwe stalruimte voor het houden van meer dan 3.000 vleesvarkens (2 stallen á 5.376 stuks) gerealiseerd. De drempelwaarde van 3.000 plaatsen voor vleesvarkens wordt hierdoor overschreden en hierdoor dient ten behoeve van de vergunningprocedure op grond van de Wabo een milieueffectenrapportage (Besluit-MER) te worden opgesteld. De uitgewerkte Combi-MER is als bijlage 1 aan de aanvraag toegevoegd.

Toelichting Wabo-Milieu – Heetenseweg 9a & 9c te Heeten 28

8.

LIGGING – OMGEVING

Ten aanzien van de beschrijving van de ligging van onderhavig bedrijf en de omgeving wordt verwezen naar de bijgevoegde Combi-MER (bijlage 1).

Toelichting Wabo-Milieu – Heetenseweg 9a & 9c te Heeten 29

9.

BESTEMMINGSPLAN

Ten aanzien van de beschrijving van de planologische situatie wordt verwezen naar de bijgevoegde Combi-MER (bijlage 1) alsmede het onderdeel “Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening (afwijken bestemmingsplan)” / ROB behorende bij deze aanvraag op grond van de Wabo.

Toelichting Wabo-Milieu – Heetenseweg 9a & 9c te Heeten 30

10. ASPECT GEUR Onderhavig agrarisch bedrijf ligt in het buitengebied van Heeten (gemeente Raalte). Nu sprake is van een type C bedrijf, zijn met betrekking tot het aspect geur de Wet geurhinder en veehouderij en de bijbehorende regeling maatgevend. Deze maken onderscheidt tussen dieren met en zonder geuremissiefactoren. Voor dieren zonder geuremissiefactoren (zoals bijvoorbeeld melkrundvee) gelden vaste afstanden, die moeten worden aangehouden tot geurgevoelige objecten. Voor dieren met omrekeningsfactoren (zoals bijvoorbeeld varkens) wordt door middel van het verspreidingsmodel “V-Stacks” de geuremissie uit de onderhavig bedrijf omgerekend naar geurbelasting op de geurgevoelige objecten in de omgeving. Gemeentes hebben de bevoegdheid middels een geurverordening afwijkende normen en afstanden t.o.v. het gestelde in de Wet geurhinder en veehouderij vast te stellen. De gemeente Raalte heeft voor deze omgeving nog geen geurverordening vastgesteld, waardoor enkel de Wet geurhinder en veehouderij en de Regeling geurhinder en veehouderij het geldende toetsingskader ten aanzien van het aspect geuremissie betreffen.

10.1

Diercategorieën met geuremissiefactoren

Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij bedraagt in concentratiegebieden (gemeente Raalte) de normstelling ter plaatse van een (burger)woning van derden het buitengebied 14 OUE/m3 en ter plaatse van een woning in de bebouwde kom 3 OUE/m3. In de gewenste situatie bedraagt de geuremissie afkomstig van de veebezetting eveneens 233.947 OUE. In Op grond van de gewenste bedrijfsopzet zijn in het rekenmodel V-Stacks 2020 de volgende parameters ingevoerd: Parameters per stal: Stal 1 2.912 vleesvarkens Ventilatiebehoefte (2.912 x 80 m3 =) Ventilatoren (Stienen SGS 92) / voor drukkamer LW Gemiddelde gebouwhoogte: Emissiepunthoogte: Oppervlakte uitstroomopening luchtwasser: Uittreedsnelheid:

36.982 OU 232.960 m3 per uur 10 stuks 4,5 m. (nokhoogte 6,6 m. – goothoogte 2,4 m.) 14,5 meter 6,47 m2 (diameter 2,87 m.) // invoerwaarde V Stack 2020 = standaard 1,0 m. 10,0 m/sec.

Stal 2 196 kraamzeugen Ventilatiebehoefte (196 x 250 m3 =) Ventilatoren: Diameter centrale afzuiging:

5.468 OU 49.000 m3 per uur 3 stuks (3 x 50 cm.) 0,87 m.

Toelichting Wabo-Milieu – Heetenseweg 9a & 9c te Heeten 31

Gemiddelde gebouwhoogte: Emissiepunthoogte: Uittreedsnelheid:

3,4 m. (nokhoogte 4,5 m. – goothoogte 2,2 m.) 8,5 meter (uitstroomopening) 6,93 m/sec.

Stal 3 160 kraamzeugen Ventilatiebehoefte (160 x 250 m3 =) Ventilatoren: Diameter centrale afzuiging: Gemiddelde gebouwhoogte: Emissiepunthoogte: Uittreedsnelheid:

4.464 OU 40.000 m3 per uur 3 stuks (3 x 50 cm.) 0,87 m. 4,6 m. (nokhoogte 6,4 m. – goothoogte 2,8 m.) 9,0 meter (uitstroomopening) 5,66 m/sec.

Stal 4 1.170 g&d zeugen, 6 dekberen & 228 opfokzeugen Ventilatiebehoefte (1.176 x 150 m3 + 228 x 80 m3 =) Ventilatoren / voor de drukkamer LW Gemiddelde gebouwhoogte: Emissiepunthoogte: Oppervlakte uitstroomopening luchtwasser:

15.770 OU 194.640 m3 per uur 8 stuks 5,2 m. (nokhoogte 7,5 m. – goothoogte 2,9 m.) 11,5 meter 5,54 m2 (diameter 2,66 m.) // invoerwaarde V Stack 2020 = standaard 1,0 m. 10,0 m/sec.

Uittreedsnelheid: Stal 5 8.100 gespeende biggen Ventilatiebehoefte (8.100 x 20 m3 =) Ventilatiebehoefte loods en voerkeuken: Ventilatoren (Stienen SGS 92) / voor drukkamer LW Gemiddelde gebouwhoogte: Emissiepunthoogte: Oppervlakte uitstroomopening luchtwasser: Uittreedsnelheid: Stal 6a & 7a 3.584 vleesvarkens Ventilatiebehoefte (3.584 x 80 m3 =) Ventilatoren (Stienen SGS 92) / voor drukkamer LW Gemiddelde gebouwhoogte: Emissiepunthoogte: Oppervlakte uitstroomopening luchtwasser:

34.830 OU 162.000 m3 per uur 4.740 m3 per uur (continue) 7 stuks 6,8 m. (nokhoogte 11,0 m. – goothoogte 2,5 m.) 16,5 meter 4,50 m2 (diameter 2,39 m.) // invoerwaarde V Stack 2020 = standaard 1,0 m. 10,0 m/sec

Uittreedsnelheid:

44.800 OU 286.720 m3 per uur 12 stuks 7,1 m. (nokhoogte 11,2 m. – goothoogte 2,9 m.) 16,5 meter 7,96 m2 (diameter 3,18 m.) // invoerwaarde V Stack 2020 = standaard 1,0 m. 10,0 m/sec.

Stal 6b & 7b 1.792 vleesvarkens Ventilatiebehoefte (1.792 x 80 m3 =) Ventilatoren (Stienen SGS 92) / voor drukkamer LW Gemiddelde gebouwhoogte: Emissiepunthoogte:

22.400 OU 143.360 m3 per uur 6 stuks 7,1 m. (nokhoogte 11,2 m. – goothoogte 2,9 m.) 16,5 meter

Toelichting Wabo-Milieu – Heetenseweg 9a & 9c te Heeten 32

Oppervlakte uitstroomopening luchtwasser: Uittreedsnelheid:

3,98 m2 (diameter 2,25 m.) // invoerwaarde V Stack 2020 = standaard 1,0 m. 10,0 m/sec.

Een volledige uitdraai van het programma V-Stacks 2020 is als bijlage 5 toegevoegd.

Uit deze berekening blijkt dat in de gewenste situatie ter plaatse van alle omliggende geurgevoelige objecten wordt voldaan aan de normstelling. Daarnaast is er ten opzichte van de vigerende situatie ter plaatse van alle geurgevoelige objecten alsmede ter plaatse van de 9 aanvullende beoordelingspunten in de directe omgeving, sprake van een ruime afname van de geurbelasting. Ter plaatse van de maatgevende woning Heetenseweg 9 bedraagt de geurbelasting 10,5 Ou (afname -5,2 OU / -33 %) en is er geen sprake meer van een ‘met geuroverbelaste situatie’. De gewenste bedrijfsopzet voldoet derhalve aan de geldende normstelling op grond van de Wet geurhinder en veehouderij.

Toelichting Wabo-Milieu – Heetenseweg 9a & 9c te Heeten 33

In de gewenste situatie vindt de volgende monitoring plaats t.a.v. de parameters van de V-stacksberekening: • Hoogte & situering emissiepunten van de stallen; • Het meten van de uitstroomopeningen (diameter) en uitreedsnelheden van de luchtwassers m.b.v. ventilatiecomputer (stallen 1, 4, 5 en 6a/6b/7a/7b). Deze meetgegevens worden digitaal geregistreerd. In navolgende overzicht is het leefklimaat ten aanzien van de omliggende woningen inzichtelijk gemaakt op basis van de voorgrondbelasting (V-stacks 2020). Woning

GeurNorm

Geurbelasting

Leefklimaat

Geurbelasting

Leefklimaat

Heetenseweg 9

14

vergund 2015

vergund

beoogd

beoogd

15,7

slecht

10,5

tamelijk slecht

Heetenseweg 7

14

14,6

slecht

10,2

tamelijk slecht

Heetenseweg 13

14

7,1

matig

3,8

redelijk goed

Heetenseweg 15

14

7,9

matig

4,1

redelijk goed

Heetenseweg 6

14

3,9

redelijk goed

2,2

goed

Oosterenkweg 5

14

5,0

redelijk goed

3,2

goed

Kom Raalte

3

1,4

zeer goed

1,0

zeer goed

Kom Heeten

3

0,8

zeer goed

0,4

zeer goed

Op basis van de berekende voorgrondbelasting is er ter plaatse van de omliggende woningen in het buitengebied (in een concentratiegebied) in de gewenste situatie sprake van een “tamelijk slecht” tot “goed” woon- en leefklimaat. Ter plaatse van de bebouwde kom is er sprake van een “zeer goed” woonen leefklimaat. In de gewenste situatie is derhalve in de omgeving sprake van een verbetering van het woon- en leefklimaat. Voor bedrijfswoningen, die onderdeel uitmaken van een andere veehouderij, geldt een minimaal in acht te nemen vaste afstand van 50 meter (gemeten vanaf emissiepunt). De dichtstbijgelegen bedrijfswoning behorende bij een veehouderij van derden (Heetenseweg 3) is gelegen op een afstand van circa 425 meter. Ten aanzien van het aspect “cumulatieve geurhinder” wordt verwezen naar de bijgevoegde CombiMER (bijlage 1 / paragraaf 6.6.4). Dit aspect is geen toetsingskader voor een aanvraag omgevingsvergunning (onderdeel milieu).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=c9bf5f5e-67cc-43de-a41e-53d26fcfb3c3