CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

B4f_MER TIJS Heeten bijlagen 39-50

Raadsvergadering 10 juli 2025, gemeente RaalteBij agendapunt: Vaststellen besluit omgevingsvergunning en verklaring van geen bedenkingen uitbreiding varkenshouderij Tijs (bespreekstuk)21.597 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

39

Informatie / technische beschrijving regelbare klep / uitstroomopening luchtwassers

Combi-MER –Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten 238

Regelbare kleppen in uitstroomopeningen luchtwassers Locatie Betreft Kenmerk

: Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten : Beschrijving / technische onderbouwing regelbare kleppen in uitstroomopeningen chemische & gecombineerde luchtwassers : 2024/BW-3888-DV

In nauwe samenwerking met dhr. L. Dekker van de firma Devrie te Vriezenveen (zie bijlage 5) & dhr. M. Veldman van Veldman Techniek te Raalte is voor de gewenste bedrijfsopzet van Tijs Heeten b.v. onderhavig plan / technische beschrijving uitgewerkt om de gereinigde lucht afkomstig uit de stallen 1, 4, 5, 6a&6b en 7a&7b ten alle tijde gegarandeerd met een uittreedsnelheid van 10 meter per seconde (m/sec) te emitteren. Hiertoe worden in de uitstroomopeningen van de luchtwassers in deze stallen (productbestendige) regelbare kleppen aangebracht. De uittreedsnelheid van 10 m/sec. moet bij elk ventilatiedebiet worden gegarandeerd. Daarnaast moet deze uittreedsnelheid worden gemonitord en worden geregistreerd. Om dit te bewerkstellingen wordt gebruik gemaakt van een speciaal hiervoor ontwikkelde klimaatcomputer (Varoline). De technische informatie van deze klimaatcomputer is als bijlage 1 toegevoegd. De Varoline klimaatcomputer werkt hiertoe samen met de computer / besturing van de luchtwasser. De uittreedopening met automatische regelbare kleppen wordt zo gerealiseerd en ingesteld, dat bij de maximale ventilatie (100%) een uittreedsnelheid van 10 m/sec. wordt gemeten. De klimaatcomputer meet met behulp van de meetventilatoren in de betreffende stal de hoeveelheid vrijkomende lucht uit de stal (debietmeting).

Deze exacte ventilatiewaarde wordt vervolgens doorgegeven aan de computer/besturing van de luchtwasser. Deze waarde wordt geregistreerd en vervolgens worden de regelbare kleppen in de uitstroomopening geopend of gesloten zodat de uittreedsnelheid van 10 m/sec. wordt gerealiseerd. Deze uittreedopening van de regelbare kleppen wordt eveneens geregistreerd in een elektronische logboek.

Op deze manier kan continue een uittreedsnelheid van 10 m/s worden gegarandeerd, welke tevens overzichtelijk en controleerbaar wordt bijgehouden en geregistreerd. Uitwerking per stal (maximum / 100% ventilatie) Stal 1 Ventilatiebehoefte (2.912 x 80 m3 =) Ventilatoren / voor drukkamer LW: Emissiepunthoogte: Oppervlakte uitstroomopening luchtwasser: Uittreedsnelheid:

2.912 vleesvarkens 232.960 m3 per uur 10 stuks 14,5 meter 6,47 m2 (diameter 2,87 m.) 10,0 m/sec.

Stal 4 Ventilatiebehoefte (1.176 x 150 m3 + 228 x 80 m3 =) Ventilatoren / voor de drukkamer LW Emissiepunthoogte: Oppervlakte uitstroomopening luchtwasser: Uittreedsnelheid:

1.170 g&d zeugen, 6 dekberen & 228 opfokzeugen 194.640 m3 per uur 8 stuks 11,5 meter 5,54 m2 (diameter 2,66 m.) 10,0 m/sec.

Stal 5 Ventilatiebehoefte (8.100 x 20 m3 =) Ventilatiebehoefte loods en voerkeuken: Ventilatoren (Stienen SGS 92) / voor drukkamer LW: Emissiepunthoogte: Oppervlakte uitstroomopening luchtwasser: Uittreedsnelheid:

8.100 gespeende biggen 162.000 m3 per uur 4.740 m3 per uur (continue) 7 stuks 16,5 meter 4,50 m2 (diameter 2,39 m.) 10,0 m/sec

Stal 6a & 7a Ventilatiebehoefte (3.584 x 80 m3 =) Ventilatoren / voor drukkamer LW Emissiepunthoogte: Oppervlakte uitstroomopening luchtwasser: Uittreedsnelheid:

3.584 vleesvarkens 286.720 m3 per uur 12 stuks 16,5 meter 7,96 m2 (diameter 3,18 m.) 10,0 m/sec.

Stal 6b & 7b Ventilatiebehoefte (1.792 x 80 m3 =) Ventilatoren / voor drukkamer LW Emissiepunthoogte: Oppervlakte uitstroomopening luchtwasser: Uittreedsnelheid:

1.792 vleesvarkens 143.360 m3 per uur 6 stuks 16,5 meter 3,98 m2 (diameter 2,25 m.) 10,0 m/sec.

Voorbeeld stal 6a & 7a: Wanneer het ventilatiedebiet in de stal wordt verminderd (< maximale ventilatie), reduceert de genoemde klimaatcomputer naar verhouding de uittreedopening door de regelbare kleppen verder te sluiten. Voorbeeld: bij 50% ventilatiedebiet (= 143.360 m³/uur) wordt de uittreedopening ook automatisch verkleind naar 3,98 m² (= 50% van de uitstroomopening). De uittreedsnelheid blijft hierdoor automatisch 10 m/sec. Doordat dit een continu- en linieer proces is, kan te allen tijde een uittreedsnelheid van 10 m/sec. worden gegarandeerd. Als bijlage 2 zijn enkele foto’s opgenomen van een stal met een luchtwasser waarin het genoemde systeem met regelbare kleppen aanwezig is. Als bijlage 3 zijn enkele foto’s opgenomen van de regelbare kleppen in diverse posities.

Aanstruring regelbare kleppen De kleppen in de uitstroomopening van de luchtwassers wordt door middel van een computergestuurde aandrijving in positie gebracht. De genoemde aandrijving geschiedt mechanisch met behulp van een tandheugelsysteem. Hierbij worden met behulp van twee elektrische (lier)motoren en twee tandwielen, welke zich buiten de uitstroomopening bevinden, de kleppen in positie gebracht. Als bijlage 4 zijn enkele foto’s opgenomen van dit tandheugelsysteem.

Dataregistratie Het ventilatiedebiet in de stal wordt continue gemeten in m3 / uur, ventilatie in procenten (%) en de stand van de regelbare kleppen in procenten (%). Hiermee kan de ventilatie alsmede de uitstroomsnelheid (per stal) 100% inzichtelijk worden gemaakt. Deze meetwaarden worden automatisch opgeslagen in het elektronische logboek. De registratie van de meetwaarden geschiedt iedere 15 minuten. Ten aanzien van de luchtwassers worden de volgende meetinstrumenten aangebracht: • een pH-elektrode (pH-sensor) voor het meten van de zuurgraad van het waswater; • een EC-elektrode (geleidbaarheidssensor) voor het meten van de geleidbaarheid van het waswater; • een elektromagnetische flowmeter voor het meten van de spuiwaterproductie, per spuistroom in de spuileiding geïnstalleerd; • een drukverschilmeter voor het meten van de drukval over het filterpakket; • een elektriciteitsmeter voor het meten van het elektriciteitsverbruik van de waswaterpompen. Ook deze meetwaarden worden automatisch opgeslagen in het elektronische logboek en zijn minimaal 5 jaar (online) beschikbaar. Deze gegevens kunnen tevens op ieder willekeurig moment worden gedownload. Een voorbeeld van deze digitale registratie & monitoring is als bijlage 4 toegevoegd. Via een inlogcode kan de heer Tijs het monitoringsplatform bezoeken en de gewenste data downloaden.

Hierbij bestaat voor de heer Tijs ook de mogelijkheid om derden toegang te verschaffen tot dit platform / gegevens.

Lichtenvoorde, 3 februari 2025 VanWestreenen Adviseurs b.v.

Ing. B.H. (Barry) Wopereis

Bijlage 1:

technische informatie klimaatcomputer

Klimaatcomputer Varoline LU Touch

De Varoline LU Touch is meer dan alleen een klimaatcomputer en beschikt over diverse regelmogelijkheden waaronder: ventilatie, centrale ventilatie, centrale toevoerlucht, klepregeling, jaloezieregeling, verwarming, koeling, onderdruk, alarm, warmtewisselaar, ketelcascaderegeling alsmede timerprogramma's, lichtprogramma's en inweekprogramma's. De regelingen kunnen naar eigen wens worden aangepast. De klimaatregelingen regelen weer- en dier afhankelijk en kunnen met of zonder curves een perfect klimaat realiseren. Met gebruik van een SD-kaart en/of de verbinding met internet is langdurige datalogging mogelijk. Een selectie uit de verschillende datalogger-opties: verbruiksmeters (watermeters, energiemeters), warmtewisselaars, temperaturen, ventilatie en centrale ventilatie. Via de verschillende toegang niveaus is het mogelijk gebruikers verschillende bevoegdheden te geven. De klimaatcomputers zijn zeer robuust, duurzaam en uiterst gebruiksvriendelijk. Door de jaren heen zijn klimaatcomputers steeds verder ontwikkeld en daardoor beter en veelzijdiger geworden. De huidige modellen zijn ontworpen met een kleurendisplay en symboolmenu. Hierdoor zijn de klimaatcomputers zeer overzichtelijk en eenvoudig in gebruik. De klimaatcomputers zijn cloud-compatibel en dus te benaderen via de Varocloud app.

Met de Varocloud app heeft u overal ter wereld waar u toegang heeft tot internet een veilige verbinding met uw klimaatcomputer. De Varoline LU Touch is standaard voorzien van: •

2 Ethernet-aansluitingen (Switch throughput)

•

Can-Bus-aansluitingen

•

USB-aansluiting

•

SD-kaart slot

•

4 analoge uitgangen (0-10V)

•

3 potentiaalvrije schakelcontacten max. 250V/2A

•

3 temperatuuringangen

•

2 universeel ingangen

•

10 afzonderlijk afgezekerde aansluitingen 24V/250mA

• 7 aansluitmogelijkheden voor uitbreidingsprinten Uitbreidingsprinten, vrije keuze voor veel mogelijkheden

Bijlage 2: foto’s stal met luchtwasser & regelbare kleppen

Bijlage 3:

foto’s regelbare kleppen in diverse posities

Regelbare kleppen open

Regelbare kleppen 50% dicht

Regelbare kleppen 75% dicht

Regelbare kleppen 100% dicht

Tandheugelsysteem (tandwiel + aandrijving)

Tandheugelsysteem (2e tandwiel)

Bijlage 4:

Voorbeeld digitale registratie / monitoring

Elektronisch monitoren Een veehouder die een luchtwasser heeft, moet zorgen dat het systeem goed werkt. Daarom gelden er eisen, die een goede werking van chemische en biologische luchtwassers waarborgen. Deze eisen specifiek voor luchtwassers staan in paragraaf 3.5.8 van het Activiteitenbesluit, dat gaat over de activiteit landbouwhuisdieren houden. Daarnaast moet de veehouder voldoen aan de eisen van de stalbeschrijving (leaflet) van artikel 3.123 Activiteitenbesluit. Bij elektronische monitoring gaat het om een systeem dat de waarden van deze parameters automatisch meet en registreert. Dit betekent dat de luchtwasser is voorzien van een procescomputer die het meten en registreren aanstuurt / uitvoert. De software moet geschikt zijn voor automatische dataopslag. Het systeem moet daarbij minimaal zodanig zijn ingericht dat op elk moment de geregistreerde waarden van de laatste 5 jaar binnen de inrichting kunnen worden geraadpleegd. Om de hiervoor genoemde vijf parameters te kunnen meten moet de luchtwasinstallatie zijn voorzien van doelmatige meetvoorzieningen. Het gaat minimaal om de volgende voorzieningen.

- een pH-elektrode (pH-sensor) voor het meten van de zuurgraad van het waswater; - een EC-elektrode (geleidbaarheidssensor) voor het meten van de geleidbaarheid van het waswater - een elektromagnetische flowmeter voor het meten van de spuiwaterproductie, per spuistroom in de spuileiding geïnstalleerd. - een drukverschilmeter voor het meten van de drukval over het filterpakket - een elektriciteitsmeter voor het meten van het elektriciteitsverbruik van de waswaterpomp(en). Deze datalog computer is universeel voor alle luchtwassers inzetbaar.

Bijlage 5:

Toelichting Devrie

DEVRIETECH B.V. Oosteinde 219, 7671 AX Vriezenveen Tel.: 0546-564951 Internet: www.devrie.com E-mail: info@devrie.com Rabobank Vriezenveen IBAN: NL23 RABO 0368 8384 55 BIC: RABONL2U K.v.K. Nr.: 06069311 B.T.W. Nr.: NL803812218B01

Tijs Heeten B.V. Heetenseweg 9a 8111 PX Heeten Vriezenveen 03-02-2025 Uittreed luchtsnelheid regeling met registratie

Geachte Dames en heren, Voor de stallen 1, 4, 5, 6a, 6b, 7a en 7b is gerekend met een lucht uittreedsnelheid van 10 m/sec.. Deze uittreedsnelheid moet bij elk ventilatiedebiet gegarandeerd worden. Hiervoor heeft de Devriecom een speciale regeling met datelogger ontwikkeld. De Varoline klimaatcomputer werkt hiervoor samen met de Varoline luchtwasser computer. De uittreedopening met automatische klep wordt zo groot gebouwd dat bij 100% ventilatie 10 m/sec. gemeten wordt. Doordat de Varoline klimaat computer via de meetventilatoren (debietmeting) in de stal de exacte ventilatiewaarde doorkrijgt kan deze worden doorgegeven aan de Varoline luchtwasser computer. De Varoline luchtwasser computer registreert deze ventilatie waarde en opent of sluit de uittreedopening zo dat 10 m./sec. uittreedsnelheid wordt gerealiseerd. De uittreedopening wordt tevens in het elektronische logboek geregistreerd. Op deze wijze weet men zeker dat er te allen tijde 10 m/sec. uittreedsnelheid is en het wordt ook nog eens overzichtelijk en controleerbaar geregistreerd.

Uitwerking stal 1 Aantal dieren: Ventilatiebehoefte 2.912 x 80 m³/h = Aantal ventilatoren voor drukkamer LW: Emissiepunthoogte: Maximale oppervlakte uittreedklep: Uittreedsnelheid:

2.912 vleesvarkens 232.960 m³/h 10 stuks 14,5 m 6,47 m² 10,0 m/sec. Wanneer het ventilatiedebiet minder wordt, reduceert de Varoline computer naar verhouding de uittreed opening door de klep verder te sluiten. B.V.: bij 50% ventilatiedebiet (116.480 m³/h) wordt de uittreed opening automatisch verkleind naar 3,235 m² (50% van de opening) hiermee blijft de uittreedsnelheid 10 m/sec. Doordat dit een continu- en linieer proces is wordt de uittreedsnelheid continu op 10 m/sec. gehouden.

In alle gevallen waarin wij optreden als aanbieder of leverancier zijn op onze offertes, op opdrachten aan ons en op met ons gesloten overeenkomsten de METAALUNIEVOORWAARDEN van toepassing. Deze voorwaarden zijn gedeponeerd bij de griffie van de rechtbank Rotterdam.

DEVRIETECH B.V. Oosteinde 219, 7671 AX Vriezenveen Tel.: 0546-564951 Internet: www.devrie.com E-mail: info@devrie.com Rabobank Vriezenveen IBAN: NL23 RABO 0368 8384 55 BIC: RABONL2U K.v.K. Nr.: 06069311 B.T.W. Nr.: NL803812218B01

Uitwerking stal 4 Aantal dieren: 1.170 g&d zeugen, 6 dekberen & 228 opfokzeugen Ventilatiebehoefte (1.176 x 150 m³/h) + (228 x 80 m³/h) = 194.640 m³/h Aantal ventilatoren voor de drukkamer LW: 8 stuks Emissiepunthoogte: 11,5 m Maximale oppervlakte Uittreedklep: 5,54 m² Uittreedsnelheid: 10,0 m/sec. Wanneer het ventilatiedebiet minder wordt, reduceert de Varoline computer naar verhouding de uittreed opening door de klep verder te sluiten. B.V.: bij 50% ventilatiedebiet (97.320 m³/h) wordt de uittreed opening automatisch verkleind naar 2,77 m² (50% van de opening) hiermee blijft de uittreedsnelheid 10 m/sec. Doordat dit een continu- en linieer proces is wordt de uittreedsnelheid continu op 10 m/sec. gehouden.

Uitwerking stal 5 Aantal dieren: Ventilatiebehoefte 8.100 x 20 m3 = Aantal ventilatoren voor drukkamer LW: Emissiepunthoogte: Maximale oppervlakte Uittreedklep: Uittreedsnelheid:

8.100 gespeende biggen 162.000 m³/h 7 stuks 16,5 meter 4,5 m² 10,0 m/sec

Wanneer het ventilatiedebiet minder wordt, reduceert de Varoline computer naar verhouding de uittreed opening door de klep verder te sluiten. B.V.: bij 50% ventilatiedebiet (81.000 m³/h) wordt de uittreed opening automatisch verkleind naar 2,25 m² (50% van de opening) hiermee blijft de uittreedsnelheid 10 m/sec. Doordat dit een continu- en linieer proces is wordt de uittreedsnelheid continu op 10 m/sec. gehouden.

Uitwerking stal 6a & 7a Aantal dieren: Ventilatiebehoefte 3.584 x 80 m3 = Aantal ventilatoren voor drukkamer LW: Emissiepunthoogte: Maximale oppervlakte Uittreedklep: Uittreedsnelheid:

3.584 vleesvarkens 286.720 m³/h 12 stuks 16,5 m 7,96 m² 10,0 m/sec.

Wanneer het ventilatiedebiet minder wordt, reduceert de Varoline computer naar verhouding de uittreed opening door de klep verder te sluiten.

In alle gevallen waarin wij optreden als aanbieder of leverancier zijn op onze offertes, op opdrachten aan ons en op met ons gesloten overeenkomsten de METAALUNIEVOORWAARDEN van toepassing. Deze voorwaarden zijn gedeponeerd bij de griffie van de rechtbank Rotterdam.

DEVRIETECH B.V. Oosteinde 219, 7671 AX Vriezenveen Tel.: 0546-564951 Internet: www.devrie.com E-mail: info@devrie.com Rabobank Vriezenveen IBAN: NL23 RABO 0368 8384 55 BIC: RABONL2U K.v.K. Nr.: 06069311 B.T.W. Nr.: NL803812218B01

B.V.: bij 50% ventilatiedebiet (143.360 m³/h) wordt de uittreed opening automatisch verkleind naar 3,98 m² (50% van de opening) hiermee blijft de uittreedsnelheid 10 m/sec. Doordat dit een continu- en linieer proces is wordt de uittreedsnelheid continu op 10 m/sec. gehouden.

Uitwerking stal 6b & 7b Aantal dieren: Ventilatiebehoefte 1.792 x 80 m3 = Aantal ventilatoren voor drukkamer LW: Emissiepunthoogte: Maximale oppervlakte Uittreedklep: Uittreedsnelheid:

1.792 vleesvarkens 143.360 m³/h 6 stuks 16,5 m 3,98 m² 10,0 m/sec.

Wanneer het ventilatiedebiet minder wordt, reduceert de Varoline computer naar verhouding de uittreed opening door de klep verder te sluiten. B.V.: bij 50% ventilatiedebiet (71.680 m³/h) wordt de uittreed opening automatisch verkleind naar 1,99 m² (50% van de opening) hiermee blijft de uittreedsnelheid 10 m/sec. Doordat dit een continu- en linieer proces is wordt de uittreedsnelheid continu op 10 m/sec. gehouden.

Schematische weergave

Klepaansturing De klep van de uittreed opening wordt d.m.v. een computergestuurde aandrijving in positie gebracht. De mechanische overbrenging kan via tandheugels of kabels met katrollen uitgevoerd worden. Dit moet constructief bepaald worden, maar heeft voor de werking geen invloed.

In alle gevallen waarin wij optreden als aanbieder of leverancier zijn op onze offertes, op opdrachten aan ons en op met ons gesloten overeenkomsten de METAALUNIEVOORWAARDEN van toepassing. Deze voorwaarden zijn gedeponeerd bij de griffie van de rechtbank Rotterdam.

DEVRIETECH B.V. Oosteinde 219, 7671 AX Vriezenveen Tel.: 0546-564951 Internet: www.devrie.com E-mail: info@devrie.com Rabobank Vriezenveen IBAN: NL23 RABO 0368 8384 55 BIC: RABONL2U K.v.K. Nr.: 06069311 B.T.W. Nr.: NL803812218B01

Dataregistratie De metingen die plaatsvinden zijn continumetingen van ventilatiedebiet in m³/h en % en klepstand in %. Hiermee wordt een 100% inzichtelijk beeld weergegeven. Deze meetwaarden worden even als de data van de luchtwasser opgeslagen in het elektronische logboek. Elke 15 minuten wordt de meetwaarde waarde geregistreerd. Het elektronische logboek is minimaal 5 jaar online beschikbaar, maar kan ook gedownload worden om zelf langer te bewaren. Via een inlogcode kan het monitoring platform bezocht worden en de data gedownload worden. Wie toegang tot het platform krijgt wordt door de eigenaar van de installatie bepaald.

Met vriendelijke groeten,

Leonardo Dekker Devrietech B.V.

In alle gevallen waarin wij optreden als aanbieder of leverancier zijn op onze offertes, op opdrachten aan ons en op met ons gesloten overeenkomsten de METAALUNIEVOORWAARDEN van toepassing. Deze voorwaarden zijn gedeponeerd bij de griffie van de rechtbank Rotterdam.

40

Rapport Quickscan Flora en Fauna (aanvulling)

Combi-MER –Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten 239

Postadres Nobelstraat 7-5 7131 PZ Lichtenvoorde

Telefoon 0850-509852

Info Info@natuurbankoverijssel.nl www.natuurbankoverijssel.nl

Bank NL48 RABO 0121 5795 73 BTW -ID NL001388212B56

Van Westreenen Dhr. B. Wopereis Per email: Wopereis@vanwestreenen.nl

Datum:

14-11-2024

Ons kenmerk:

6978

Betreft

Faunascan voor verhogen dak en plaatsen/aanpassen luchtwassers

Auteur:

M. Mateman

Aanleiding en doel Initiatiefnemer heeft Natuurbank Overijssel gevraagd een faunascan uit te voeren op het adres Heetenseweg 9a-c in Raalte in de gemeente Raalte. Op het erf wordt het dak van de stal aan de noordoostkant verhoogd en wordt er bij dit dak een nieuwe luchtwasser geplaatst, zie gele omkadering op de onderstaande kaart. De uitstroomopeningen van de bestaande luchtwassers op de zuidelijke en oostelijke stal worden een meter opgehoogd, zie rode cirkels op de onderstaande kaart.

Luchtfoto met de begrenzing van het plangebied, aangegeven met het gele vierkant en de rode cirkels (bron:topotijdreis.nl). 1

Methode Het plangebied is op 6 november 2024 onderzocht door J. Van Middelkoop tijdens de daglichtperiode. J. Middelkoop is ervaren veldecoloog en is 1 jaar werkzaam voor Natuurbank Overijssel. Beoordeling van de invloedsfeer van de voorgenomen activiteit Om de effecten van de voorgenomen activiteiten goed in beeld te kunnen brengen is het van belang ook buiten het plangebied te kijken. In voorliggend plan grenst het plangebied aan agrarisch cultuurland en een agrarisch erf. Het is niet aannemelijk dat beschermde waarden buiten het plangebied negatief beïnvloed worden door uitvoering van de voorgenomen activiteiten. Er is geen aanleiding te veronderstellen dat beschermde soorten en/of waarden buiten het plangebied op een dusdanige wijze aangetast worden, dat dit leidt tot wettelijke consequenties. De invloedsfeer is lokaal. Soortenbescherming Vogels De stallen zijn ontoegankelijk voor vogels. Aan de gevels van de bebouwing zijn geen vogelnesten aangetroffen en tussen de gevels en het dakvlak zijn faunawerende rasters aanwezig waardoor het niet mogelijk is voor vogels om onder het dak te kruipen. Vogels kunnen niet op de luchtwassers nestelen omdat er lucht uit de ventilatoren stroomt en de plek hierdoor te instabiel is. Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten worden geen vogels verstoord of gedood en worden geen bezette nesten beschadigd of vernield.

Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties.

Te beoordelen activiteit in het kader van de Omgevingswet: -

Geen;

Grondgebonden zoogdieren Het dakvlak van de stallen is niet toegankelijk voor grondgebonden zoogdieren en er zijn geen sporen van grondgebonden zoogdieren aangetroffen. Onder de dakrand van de stallen zijn faunawerende rasters geplaatst zodat het niet mogelijk is voor grondgebonden zoogdieren zoals een steenmarter om een vaste rust- en voortplantingsplaats onder het dak te bezetten. Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt geen grondgebonden zoogdier gedood en wordt geen vaste rust- of voortplantingsplaats beschadigd of vernield. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties.

2

Te beoordelen activiteit in het kader van de Omgevingswet: -

Geen;

Vleermuizen Er zijn tijdens het veldbezoek geen vleermuizen waargenomen en er zijn geen aanwijzingen gevonden dat vleermuizen een rust- of voortplantingsplaats in het plangebied bezetten. Er zijn in het plangebied geen potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen waargenomen. De stallen hebben steens buitengevels met luchtspouw en er zijn geen potentiële invliegopeningen waargenomen zoals een open stootvoeg of een kier tussen de buitengevel en de betimmering van het dakoverstek. De schuur en stallen beschikken over een faunawerend raster onder de golfplaten. Er is geen ruimte tussen het golfplatendak en de isolatieplaten en daarom is deze plek ongeschikt voor vleermuizen om een verblijfplaats te bezetten. Bij de luchtwassers die verhoogd gaan worden zijn geen gaten of kieren aanwezig waar een vleermuis achter kan kruipen. Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten worden geen vleermuizen verstoord of gedood of een verblijfplaats beschadigd of vernield. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties.

Te beoordelen activiteit in het kader van de Omgevingswet: -

Geen;

Amfibieën Tijdens het veldbezoek zijn geen amfibieën waargenomen. De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied ongeschikt als leefgebied voor amfibieën. Geschikte plekken voor amfibieën om een verblijfplaats te bezetten ontbreken, ook ontbreekt voortplantingsbiotoop in de directe omgeving van het plangebied. Door het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten wordt geen amfibie gedood en wordt geen vaste (winter)rust- of voortplantingsplaats beschadigd of vernield. Uitvoering van de voorgenomen activiteiten leidt niet tot wettelijke consequenties.

Te boordelen activiteit in het kader van de Omgevingswet: -

Geen;

Andere soorten Er zijn geen andere beschermde soorten aangetroffen. Het gevoerde beheer en de inrichting maken het plangebied tot een ongeschikt functioneel leefgebied voor deze soorten.

3

Conclusie Door het ophogen van het dak, het bouwen van de nieuwe luchtwasser, en het ophogen van de bestaande luchtwassers worden er geen verbodsbepalingen uit de Omgevingswet overtreden. Er hoeft geen nader onderzoek uitgevoerd te worden of een geen Omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit aangevraagd te worden om de voorgenomen activiteiten uit te voeren in het kader van de Omgevingswet.

4

Fotobijlage:

5

41

Situatieschets NNN

Combi-MER –Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten 240

Gebouwen symbool A

136.440

stal 7b: vleesvarkensstal

Heetense

86.310

weg

stal 7a: vleesvarkensstal

11

stal 6a: vleesvarkensstal

stal 6b: vleesvarkensstal

11.700

3.400

00

Bestaand/ Nieuw

B

2e bedrijfswoning

Bestaand

1

vleesvarkensstal

Bestaand

2

kraamzeugenstal

Bestaand

3

kraamzeugenstal

Bestaand

4

zeugenstal

Bestaand

5

biggenstal

Bestaand

6a

vleesvarkensstal

Nieuw

6b

vleesvarkensstal

Nieuw

7a

vleesvarkensstal

Nieuw

7b

vleesvarkensstal

Nieuw

8

mestsilo

Bestaand

9

mestsilo

Nieuw

10

loods/ mestbewerking

Nieuw

11

info-/verkooppunt

Nieuw

12

trafo/aggregaat / meterkast

Nieuw

13

weegbrug

Nieuw

14

uitbr. voerkeuken / voersilo's

Nieuw

Bestaand

NNN-gebied

13

stal 1: vleesvarkensstal

Legenda kadastrale lijn

stal 5: biggenstal

12

3.8

kadastrale lijn

omschrijving bedrijfswoning

bestaande bebouwing nieuwe bebouwing nieuwe brandwand NNN-gebied

10 loods/ mestbewerking

stal 2: kraamzeugenstal

stal 3: kraamzeugenstal 11.470

8: mestsilo A 9a

14

stal 4: zeugenstal Van Westreenen Adviseurs 9: mestsi lo

B 9c

Scherpenzeelseweg 11 3772 MD Lunteren T: (0342) 47 42 55 F: (0342) 47 42 81 E: info@vanwestreenen.nl Varsseveldseweg 65d 7131 JA Lichtenvoorde T: (0544) 37 97 37 F: (0544) 37 83 64 E: info@vanwestreenen.nl Haarweg 9a 7651 KE Tubbergen T: (0546) 70 65 86 F: (0544) 37 83 64 E: info@vanwestreenen.nl

PROJECT: OPDRACHTGEVER:

SCHAAL:

1:1000

GETEKEND:

AV

Tijs Heeten B.V. Heetenseweg 9a 8111 PX HEETEN

FORMAAT:

LOCATIE: Heetenseweg 9a en 9c te Heeten

WIJZIGING:

ONDERDEEL:

PROJECTNUMMER:

Maten voor de uitvoering in het werk controleren

2024RO-Tijs Blad 1 van 1

DATUM:

10-12-2024

42

Rapport beoordeling effecten NNN

Combi-MER –Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten 241

Telefoon

Info

Bank

Aladnaweg 18

0614-435700

Info@natuurbankoverijssel.nl

NL48 RABO 0121 5795 73

7122 RR Aalten

0543-451142

www.natuurbankoverijssel.nl

BTW -ID

Postadres

NL001388212B56

VanWestreenen t.a.v. B. Wopereis verzonden per e-mail wopereis@vanwestreenen.nl Kenmerk:

7009

Datum:

13-11-2024

Betreft:

beantwoording vragen mer-cie

Geachte heer Wopereis, dag Barry Je hebt ons gevraagd het effect van de bedrijfsuitbreiding van Tijs, Heetenseweg te Heeten, op het Natuurnetwerk Nederland in beeld te brengen. Dit in het kader van het in beeld brengen van alle negatieve effecten op het Natuurnetwerk Nederland (verder NNN-genoemd). Reikwijdte Voorliggende notitie beschrijft de effecten van de voorgenomen ontwikkeling op de wezenlijke kenmerken en waarden van gronden die tot NNN behoren.

Beleidskader Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een landelijk netwerk van natuur- en agrarische gebieden met een speciale natuurkwaliteit. Het netwerk bestaat zowel uit afzonderlijke natuurgebieden als uit verbindingszones die deze natuurgebieden met elkaar verbinden. Het ruimtelijk beleid voor de NNN is gericht op ‘behoud, herstel en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden’ van de NNN, waarbij tevens rekening wordt gehouden met de andere belangen die in het gebied aanwezig zijn. Binnen de NNN is conform de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012) het ’nee, tenzij’-regime van toepassing. Binnen de gebieden waar het ‘nee, tenzij’-regime van kracht is, zijn nieuwe plannen, projecten of handelingen niet toegestaan indien deze de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied significant aantasten, tenzij er geen reële alternatieven zijn en er sprake is van redenen van groot maatschappelijk belang. Voor ingrepen die aantoonbaar aan de criteria voldoen geldt het vereiste dat de schade zoveel mogelijk moet worden beperkt door mitigerende maatregelen. Resterende schade dient te worden gecompenseerd. Om te kunnen bepalen of de wezenlijke kenmerken en waarden van een gebied significant worden aangetast, moet het bevoegd gezag erop toezien dat hiernaar door de initiatiefnemer onderzoek wordt verricht.

De bescherming van het NNN is geregeld in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Er is sprake van getrapte instructieregels, via Rijk naar provincie en vervolgens via het Ruimtelijk ordeningspoor naar gemeenten (Omgevingsplan). De bescherming van het NNN is gericht op de bescherming van de wezenlijk kenmerken en waarden van het NNN.

Ligging NNN in de omgeving van het plangebied De beoogde bedrijfsuitbreiding vindt plaats ten noorden van het huidige erf. Naast uitbreiding van bedrijfsbebouwing, worden voorzieningen geplaatst op bestaande stallen en wordt een mestsilo

geplaatst op het erf, in de zuidoosthoek van het huidige erf. Op onderstaande luchtfoto wordt het huidige erf en de beoogde uitbreiding weergegeven. Tevens wordt de ligging van gronden die tot het NNN behoren weergegeven op de luchtfoto.

Luchtfoto met de ligging van het bestaande erf, en de uitbreidingslocatie. Tevens wordt de ligging van gronden die tot de NNN behoren aangeduid met de groene en blauwe kleur. Toets een de wezenlijke kenmerken en waarden In de paragraaf worden de wezenlijke kenmerken en waarden beschreven van de delen van het NNN, direct grenzend aan het plangebied. Tot de wezenlijke kenmerken en waarden worden verstaan; 1.

de bij het gebied behorende natuurdoelen en kwaliteit,

2.

geomorfologische en aardkundige waarden en processen,

3.

de waterhuishouding,

4.

de kwaliteit van bodem, water en lucht,

5.

rust, stilte, donkerte en openheid,

6.

de landschapsstructuur en de belevingswaarde.

Ad 1. De bij het gebied behorende natuurdoelen en kwaliteit Het plangebied ligt in deelgebied Schoonheten. De provincie Overijssel heeft voor alle deelgebieden kernkwaliteiten beschreven. Het erf ligt aan de westzijde van de cluster bos- en natuurgebied Schoonheten genaamd. Op onderstaande afbeelding worden de bossen, wateren en natuurgebieden weergegeven van de cluster Schoonheten.

Ligging van het plangebied in de cluster Schoonheten. Zoals zichtbaar op bovenstaande kaart, ligt het plangebied aan de westrand van bos-, water- en natuurgebied dat tot NNN behoort. Het NNN-gebied Landgoederen Salland kenmerkt zich door een uitgestrekt gebied met verspreid liggende natuurgebieden en landgoederen die tezamen een structuurrijk en natuurrijk cultuurlandschap vertegenwoordigen. De gevarieerde landgoederen hebben een kleinschalig karakter en omvatten een mozaïek aan bossen, graslanden, akkers, houtwallen, lanen, weteringen en poelen. Deze vormen een belangrijke basis voor de diversiteit in flora en fauna, waaronder vleermuizen, paddenstoelen en soorten als grote bonte specht, zwarte specht, geelgors, ringslang en kamsalamander. Landgoederen Salland vormt een netwerk van ‘stapstenen’ in het cultuurlandschap van Salland en is daarmee een verbindende schakel tussen de grotere NNN-gebieden in de regio (IJsseldal, Vechtdal en Sallandse Heuvelrug). Als huidige natuurkwaliteiten voor dit deel van het NNN wordt aangegeven; •

Algehele hoge actuele natuurwaarden

•

Historisch parkbos

•

IJskelders voor vleermuizen

Ook deelgebied Schoonheten karakteriseert zich door landgoedbossen, kleinschalige landschapselementen en verspreide kruidenrijke graslanden en schraallanden. De bossen aan de westzijde (Schoonhetensbroek en Doornbroek) bestaan deels uit natte broekbossen en het Boetelerbroek is aangewezen als locatie met een natuurlijke inheemse bosgemeenschap. In het westelijk deel van het gebied zijn waarnemingen bekend van ringslang. Ook de kamsalamander komt in het gebied voor. Op Landgoed Schoonheten leven diverse vleermuissoorten waaronder meervleermuis, franjestaart en watervleermuis. De oude parkbossen met rijke ondergroei bieden ook broedbiotoop voor vogels als appelvink, grote bonte specht, zwarte specht en vuurgoudhaan. Op het landgoed ligt

een oude ijskelder uit 1819, waarin diverse vleermuissoorten verblijven. In het verleden is hier de zeer zeldzame Bechsteins vleermuis aangetroffen.

Effectbeoordeling Voorgenomen initiatief heeft, met uitzondering van emissie van stikstofoxiden en ammoniak, dat kan leiden tot verzuring en vermesting, geen effect op de actuele natuur- en landschapswaarden van het NNN.

Ad 2. Geomorfologische en aardkundige waarden en processen, Het Sallandse landschap bestaat oorspronkelijk veelal uit natte lage zandgronden. Ten behoeve van de landbouw zijn deze gebieden ontgonnen en ontwaterd. Sloten werden aangelegd om het water af te voeren. In de directe omgeving van het projectgebied zorgen het riviertje de Groote Vloedgraven en het Overijsselskanaal beide dat er in het gebied voldoende water wordt aan- en afgevoerd. Het aangrenzende NNN ligt in een dalvormige laagte. De vormsubgroep dalvormige laagten (R23) omvat langgerekte, relatief ondiepe terreindepressies die niet gelinkt kunnen worden aan een beek- of riviersysteem. Ze hebben hun ontstaan grotendeels te danken aan het oppervlakkig afstromen van sneeuwsmeltwater over de diep bevroren ondergrond van een zwak hellend terrein tijdens het Weichselien. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het NNN nabij het plangebied op de Geomorfologische kaart weergegeven.

Uitsnede uit de Geomorfologische kaart (bron: PDOK.nl).

Het plangebied (erf) en de directe omgeving behoort tot een broek- en goorontginningslandschap. Ten westen gaat dir over in een kampenlandschap en ten oosten gaat dit over in een heideontginningslandschap. De bossen van het NNN zijn aangelegd op zowel voormalige hooilanden, behorende tot het broek- en kampenlandschap, alsmede op voormalige ‘woeste gronden’ die nooit ontgonnen zijn t.b.v. de landbouw, maar begin vorige eeuw tot bos omgevormd zijn. Een deel van landgoed Schoonheten bestaat al in de 19e eeuw uit bos en park.

Effectbeoordeling Voorgenomen initiatief heeft geen effect op de geomorfologische of aardkundige waarden en processen. Ad 3. Waterhuishouding De waterhuishouding was zeer bepalend voor de ontwikkeling van cultuurlandschappen, waarbij een onderscheid gemaakt kan worden in het broek- en goorontginningen en de heideontginningen. Broeken goorontginningen stonden veelal onder directe invloed van kwelwater en kenden een hoog grondwaterpeil, terwijl de heideontginningen veelal hemelwater gevoed waren, uitgezonderd natte laagtes en slenken. Deze stonden soms wel onder directe invloed van grondwater. Met de aanleg sloten, kanalen en weteringen, werd het water afgevoerd waardoor van oorsprong natte gebieden ontwaterd werden en akkerbouw mogelijk was. Het fijnmazige patroon van sloten is nog goed zichtbaar op de actuele topografische kaart.

Ligging van het plangebied (erf) op de historische topografische kaart anno 1900 (bron: Kadaster).

Effectbeoordeling Het nieuwe erf wordt landschappelijk ingepast. Het historische landschap is daarbij uitgangspunt. De adviseur van de gemeente heeft een basisinrichtingsplan, dat uitgaat van herstel van ontginningsstructuren van het broek- en goorontginningslandschap afgezwakt, zodat een meer open landschap behouden blijft, waardoor reizigers over de provinciale weg het landschap ten oosten van het plangebied beter kunnen zien. Ad 4. De kwaliteit van bodem, water en lucht, Ten aanzien van deze waarden is geen specifieke informatie beschikbaar.

Effectbeoordeling Er vindt geen directe vervuiling van bodem of water plaats, als gevolg van de toekomstige bedrijfsvoering. De nieuwe, en bestaande stallen worden voorzien van een luchtwasser. Bij een goed werkende luchtwassen is geen sprake van stankhinder en is in het geheel geen sprake van toename fijnstof.

Ad 5. rust, stilte, donkerte en openheid Het deel van de NNN nabij het plangebied bestaat uit bossen en houtsingels, afgewisseld met percelen agrarisch cultuurland. Industriële activiteiten ontbreken en de agrarische activiteiten beperken zich tot de agrarische percelen. Het beheer van de agrarische gronden bestaat uit gangbaar agrarisch beheer, hoofdzakelijk graslandbeheer. Er wonen nauwelijks mensen in het NNN en doorgaande wegen zijn schaars. Het gebied is een vrij rustig, stil en donker stuk buitengebied. De bossen en houtsingels maken het landschap besloten.

Effectbeoordeling Er is sprake van uitbreiding van een bestaande varkenshouderij. Omdat de NNN direct naast het plangebied ligt, is enige verstoring als gevolg van geluid (stemgeluid, tractoren, vrachtwagens) en licht waarneembaar aan de westrand van het NNN-gebied. Dit effect is zeer lokaal. Als gevolg van de uitbreiding, zal dit effect langs de westrand van het NNN-gebied groter worden. Gelet op de omvang van de uitbreiding, is deze toename zeer minimaal (enkele honderden m2 meters). Ad 6. de landschapsstructuur en de belevingswaarde. De landschapsstructuur is hoofdzakelijk ontstaan als gevolg van de ontginning en de ruilverkaveling van de vorige eeuw. Nadien zijn geen nieuwe wegen of paden aangelegd. Door het ouder worden van de bossen, neemt de belevingswaarde van de bossen jaarlijks toe. Voor de meeste bezoekers, zal de afname van de biologische diversiteit in het agrarisch cultuurlandschap zich ongemerkt onttrekken.

Effectbeoordeling De landschapsstructuur van het NNN wordt niet beïnvloed door uitbreiding van het bedrijf, en de belevingswaarde van het NNN wordt niet aangetast. Er zijn geen wandelpaden aanwezig in de bossen, direct naast het plangebied en er is vanuit de bossen, gelegen in het NNN, geen zicht op de bedrijfsuitbreiding.

Eindconclusie Het plangebied ligt net buiten gronden die tot het Natuurnetwerk Nederland behoren. Het is mogelijk dat bepaalde ontwikkelingen, invloed hebben op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN. Zoals hierboven beschreven, is met uitzondering van enkele verstoringseffecten (geluid, geur, licht), geen sprake van aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van de gronden die tot het NNN behoren. De verstoringseffecten die toenamen, als gevolg van de uitbreiding van het bedrijf, zijn waarneembaar langs de uiterste westgrens van de gronden die tot het NNN behoren. Vermoedelijk zijn de effecten waarneembaar in een strook van 50 meter in de bossen die tot het NNN behoren, maar de effecten zijn in meer of mindere mate waarneembaar, afhankelijk of er wel of geen bladeren aan loofbomen zitten. Deze effecten zijn tijdelijk, seizoensgebonden en niet alle effecten treden continu op. Deze verstoringseffecten zijn dusdanig gering dat het de wezenlijke kenmerken en waarden slecht in geringe mate beïnvloeden, in een zeer klein deel van het NNN. Vanwege het ontbreken van wegen en paden, wordt de belevingswaarde van het NNN niet beïnvloed. Ook heeft het geen negatief effect op de aanwezige natuurwaarden.

43

Document uitwerking BBT-conclusies

Combi-MER –Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten 242

BBT-conclusies Intensieve veehouderij Toelichting bij BBT-conclusies intensieve veehouderij versie 2 november 2017

Inleiding en status Op 21 februari 2017 heeft de Europese Commissie de BBT-conclusies voor intensieve veehouderij gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie (hierna: BBT-conclusies). In dit document wordt een toelichting gegeven op deze BBT-conclusies. Doel van dit document is het ondersteunen van het bevoegd gezag bij het toepassen van de BBT-conclusies bij vergunningverlening voor intensieve veehouderijen die vallen onder de Richtlijn Industriële Emissies (Rie). Dit document heeft een informerende status en is bedoeld als hulpmiddel voor het bevoegd gezag om: a) te toetsen of bestaande voorschriften van vergunningen die zijn verleend voor IPPC- installaties voldoen aan deze nieuwe BBT-conclusies, en b) deze BBT conclusies toe te passen bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor een IPPC-installatie waarop de BBT-conclusies zien.

BBT-conclusies en BREF BBT-conclusies is een document met de conclusies over beste beschikbare technieken, vastgesteld overeenkomstig artikel 13 lid 5 en 7 van de Rie. De BBTconclusies vormen de referentie voor toetsing en vaststelling van vergunningsvoorschriften en actualisatie van deze voorschriften. De Europese Commissie stelt de BBT-conclusies op en maakt deze bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie. De BBT-conclusies zijn gebaseerd op de BREF intensieve veehouderij 2017. De BREF zelf heeft geen wettelijke status maar biedt achtergrondinformatie. Meer informatie over BBT-conclusies en BREF’s is te vinden op de website van Infomil.

BBT-conclusies en reikwijdte Algemeen Deze BBT-conclusies hebben betrekking op activiteiten die vallen onder categorie 6.6 van bijlage I bij de Rie. Het gaat om de volgende categorieën: * 6.6a: veehouderijen met meer dan 40.000 plaatsen voor pluimvee; * 6.6b: veehouderijen met meer dan 2.000 plaatsen voor mestvarkens van meer dan 30 kg; * 6.6c: veehouderijen met meer dan 750 plaatsen voor zeugen. De publicatie van de BBT-conclusies brengt met zich mee dat het bevoegd gezag binnen een termijn van vier jaar na de publicatie hiervan moet toetsen of de vergunningvoorschriften voldoen aan deze nieuwe BBT-conclusies. Is dit niet het geval dan moeten de vergunningvoorschriften worden geactualiseerd (artikel 5.10 lid 1 Besluit omgevingsrecht). De vergunninghouder moet voldoen aan de geactualiseerde voorschriften. Is er sprake van het verlenen van een nieuwe omgevingsvergunning dan gelden de BBT-conclusies direct.

Gevoelige receptoren In de BBT-conclusies wordt het begrip gevoelige receptoren gebruikt. Gevoelige receptoren zijn gedefinieerd als een zone die speciale bescherming behoeft tegen hinder. Als voorbeelden zijn genoemd: woonzones, zones waar menselijke activiteiten worden uitgevoerd (bv. scholen, kinderdagverblijven, recreatiegebieden, ziekenhuizen of woonzorgcentra) en gevoelige habitats. In Nederlandse wetgeving zijn deze gevoelige receptoren benoemd als geurgevoelige objecten en gevoelige objecten voor andere milieuaspecten, alsmede de zeer kwetsbare gebieden en de Natura 2000 gebieden. De in de BBT-conclusies genoemde voorbeelden, met uitzondering van de recreatiegebieden, vallen binnen deze begrippen. Objecten in recreatiegebieden zijn niet altijd (geur)gevoelige objecten. Uitgangspunt is dat bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt gewaarborgd dat sprake is van een goed verblijfsklimaat en dat in omgevingsvergunningen geen extra aandacht hoeft te worden besteed aan recreatiegebieden als hier geen (geur)gevoelige objecten aanwezig zijn. Toepassen BBT-conclusies activiteiten die niet vallen binnen begrip inrichting

In de BBT-conclusies is ervoor gekozen de mestproblematiek integraal te benaderen, waardoor er ook aspecten worden behandeld (bijvoorbeeld het uitrijden van mest) die wel op het terrein van het bedrijf maar buiten de grenzen van de inrichting plaatsvinden. Voor dergelijke activiteiten kunnen geen voorschriften in de omgevingsvergunning worden opgenomen. Uitgangspunt is dat deze aspecten voldoende zijn geregeld in andere Nederlandse wet- en regelgeving en dus geen aandachtspunt zijn bij het beoordelen van een omgevingsvergunning.

Toepassen BBT-conclusies bij niet IPPC Voor veehouderijen die geen IPPC-veehouderij zijn, kunnen de BREF en de BBT-conclusies worden gebruikt als informatiebron voor zover BBT door het bevoegde gezag zelf moeten worden ingevuld. De onderwerpen goede landbouwpraktijk, voerstrategieën, opslagcapaciteit en het uitrijden van mest zijn via de Meststoffenwet, het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet en het Besluit gebruik meststoffen geregeld en gelden daardoor ook voor de niet IPPC-bedrijven. Daarnaast zijn veel aanbevelingen uit deze BBT-conclusies ook al geborgd via het Activiteitenbesluit (Ab) en daarmee ook van toepassing op niet IPPCbedrijven.

Verhouding met nationale wetgeving Naast de nieuwe BBT-conclusies die van toepassing zijn voor IPPC-installaties speelt bij het verlenen van een omgevingsvergunning ook het bepaalde in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv), de Wet ammoniak en veehouderij (Wav) en het Besluit emissiearme huisvesting (Besluit huisvesting) een belangrijke rol. Wabo In artikel 2.14 eerste lid onder c onderdeel 1 Wabo is bepaald dat het bevoegd gezag bij de beslissing op een aanvraag omgevingsvergunning milieu in ieder geval in acht neemt dat de in aanmerking komende beste beschikbare technieken worden toegepast. Op basis van artikel 5.4 Bor moet het bevoegd gezag hierbij onder andere rekening houden met de BBT-conclusies. In artikel 5.5 lid 4 Bor is bepaald dat aan een omgevingsvergunning voorschriften voor monitoring kunnen worden verbonden. In geval van IPPC-installaties zijn monitoringsvoorschriften verplicht. De monitoringseisen worden gebaseerd op voor die IPPC-installatie relevante BBT-conclusies en bij ministeriële regeling aangewezen informatiedocumenten over beste beschikbare technieken.

In het zevende lid van artikel 5.5 Bor is bepaald dat het bevoegd gezag minder strenge emissiegrenswaarden kan vaststellen dan vastgesteld in de BBTconclusies als dit zou leiden tot buitensporig hogere kosten in verhouding tot de milieuvoordelen als gevolg van de geografische ligging van de betrokken inrichting, de lokale milieuomstandigheden, of de technische kenmerken van de betrokken installatie. De actualisatieplicht na publicatie van BBT-conclusies volgt uit artikel 5.10 Bor.

Wgv De Wgv regelt de bescherming van geurgevoelige objecten voor geurhinder afkomstig van dierenverblijven bij veehouderijen. De Wgv biedt de mogelijkheid om af te wijken van het gestelde in de Wgv vanwege het toepassen van de beste beschikbare technieken. Meer informatie over de Wgv is te vinden op de website van Infomil.

Wav Bij de Wav gaat het om de bescherming van ammoniakgevoelige natuurgebieden die onderdeel zijn van de ecologische hoofdstructuur. De Wav biedt de mogelijkheid om af te wijken van het gestelde in de Wav vanwege het toepassen van de beste beschikbare technieken. Op basis van artikel 3 Wav kunnen bij IPPC installaties ook strengere emissie-eisen worden gesteld. Meer informatie over de Wav is te vinden op de website van Infomil.

Besluit emissiearme huisvesting Het Besluit huisvesting is erop gericht om emissies uit dierenverblijven zoveel mogelijk te beperken en bevat maximale emissiewaarden voor ammoniak en fijn stof. In het Besluit huisvesting zijn geen maximale emissiewaarden voor geur opgenomen. De maximale emissiewaarden zijn gebaseerd op de beste beschikbare technieken. Een huisvestingssysteem dat voldoet aan de maximale emissiewaarden uit het Besluit wordt als best beschikbare techniek aangemerkt. Alleen huisvestingssystemen met een emissiefactor gelijk aan of kleiner dan de maximale emissiewaarde zijn toegestaan. Meer informatie over het Besluit huisvesting is te vinden op de website van Infomil.

Toelichting per BBT-conclusie De BBT-conclusies bevatten de beste beschikbare technieken voor de intensieve pluimvee- en varkenshouderij. Deze zijn onderverdeeld in algemene BBTconclusies die voor zowel de varkenshouderij als de pluimveehouderij gelden (hoofdstuk 1) en specifieke BBT-conclusies voor de varkenshouderij (hoofdstuk 2) en specifieke BBT-conclusies voor de pluimveehouderij (hoofdstuk 3). Van alle technieken die zijn genoemd in de BBT-conclusies is in hoofdstuk 4 van de BBT- conclusies een omschrijving gegeven, waarbij ook voorbeelden zijn genoemd. Uitgebreidere informatie is te vinden in de BREF zelf. Per onderdeel zijn de BBT-conclusies hieronder kort toegelicht. De nadruk van de toelichting ligt op de manier waarop de BBT-conclusie in de omgevingsvergunning kan worden opgenomen of in een maatwerkvoorschrift. Daar waar Nederlandse wet- en regelgeving of een in Nederland normale landbouwpraktijk geldt, is hiernaar verwezen. Het is dan meestal niet nodig dit onderdeel van de BBT-conclusies om te zetten in voorschriften in de omgevingsvergunning of op te nemen in een maatwerkvoorschrift. Gelijkwaardig niveau Voor alle in de BBT-conclusies genoemde technieken geldt dat de technieken die zijn opgesomd en beschreven, niet verplicht of uitputtend zijn. Er mogen andere technieken worden gebruikt die ten minste een gelijkwaardig niveau van milieubescherming garanderen.

Economische haalbaarheid In de BBT-conclusies is diverse malen vermeld dat een of meer van de genoemde technieken moeten worden gebruikt. Dat impliceert dat niet alle technieken hoeven te worden toegepast, mits het doel van de BBT wordt bereikt. Bij een aantal technieken is vermeld dat hoge uitvoeringskosten of economische redenen een argument kunnen zijn om een techniek niet toe te passen. De financiële situatie van het bedrijf kan nooit een reden zijn om technieken niet toe te passen. Wel kan sprake zijn van buitensporig hoge kosten in relatie tot de milieuvoordelen (de kosteneffectiviteit). Deze kosteneffectiviteit kan wel reden zijn om een bepaalde techniek niet te gebruiken.

MILIEUZORG BBT 1: milieubeheersystemen In het kort BBT is om een milieubeheerssysteem in te voeren en na te leven. De mate van gedetailleerdheid is afhankelijk van de aard, omvang en complexiteit van de veehouderij en het scala aan eventuele milieueffecten ervan. Voor de activiteiten die zijn geregeld in het Activiteitenbesluit geven de eisen in combinatie met de zorgplicht invulling aan onderdelen van het milieubeheersysteem. Dit kan verder worden ingevuld met eisen in de omgevingsvergunning voor bijvoorbeeld de registratie van energie, water en afval. Ook kunnen aanvullende onderhoudsvoorschriften of eisen voor scholing en instructie nodig zijn (zie BBT2). Een IPPC-veehouderij heeft al diverse, uitgebreide, verplichtingen op grond van hoofdstuk VI van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet, voor de registratie van productie, aan- en afvoer en het gebruik van meststoffen. Deze administratie moet aan de Minister (LNV) worden verstrekt en 5 jaar op het bedrijf worden bewaard. Zie voor meer informatie: http://www.rvo.nl/onderwerpen/agrarisch-ondernemen/mest-en-grond/mest/administratie-enregistratie/administratie-agrarische-bedrijven. Deze registratie omvat ook een registratie van het aantal dieren per diercategorie. Een vergelijkbare registratieplicht is ook opgenomen in artikel 3.120 Activiteitenbesluit.

Genoemde registraties kunnen dienen als basis voor het milieubeheerssysteem en worden aangevuld met bijvoorbeeld gegevens over energieverbruik, waterverbruik, scholing en instructie en afvoer van afval. Voor luchtwassers zijn gedragsvoorschriften verplicht op grond van artikel 3.125 Activiteitenbesluit. Deze eisen gelden ook voor IPPC-bedrijven.

GOEDE LANDBOUWPRAKTIJK BBT 2: goede bedrijfspraktijken In het kort BBT is om alle in de tabel genoemde technieken toe te passen. Een deel hiervan volgt al uit het Activiteitenbesluit of de Wet milieubeheer. Afhankelijk van de activiteiten kunnen voorschriften in de omgevingsvergunning nodig zijn. TECHNIEK

TOEPASBAARHEID

Bedrijfssituatie

a

De installatie/boerderij en de activiteiten zo te situeren dat: - het vervoer van dieren en materialen (met inbegrip van mest) beperkt wordt; - voldoende afstand wordt gehouden tot gevoelige receptoren die bescherming behoeven; - rekening wordt gehouden met de klimatologische omstandigheden (bv. wind en neerslag); - rekening wordt gehouden met de mogelijke toekomstige ontwikkelingsmogelijkheden van de boerderij; - de vervuiling van water wordt voorkomen.

Mogelijk niet algemeen toepasbaar op bestaande installaties/boerderijen.

Onderhavige situatie is reeds afgewogen bij de meest recente vergunning uit 2015. Het betreft een bestaande bedrijfslocatie. De ligging ten opzichte van toeleverende en afnemende bedrijven is vrij gunstig omdat het bedrijf is gelegen aan de doorgaande provinciale weg en deze bedrijven zich niet op al te grote afstand van het bedrijf. Er is reeds sprake van voldoende afstand tot gevoelige objecten in de omgeving. In de gewenste situatie wordt, door toepassing van geurreducerende maatregelen / toepassen gecombineerde en chemische luchtwassers (i.c.m. bronmaatregel in de mestkelders) voldaan aan het gestelde in de Wgv. Het klimaat in de stallen wordt optimaal en klimaatafhankelijk geregeld, op basis hiervan wordt de ventilatiebehoefte continue aangepast. Hemelwater is afgekoppeld. Het water gaat direct vanaf de dakgoten middels een gesloten leiding richting de opvangvijver en afwateringsloot.

b

Personeel voorlichten en opleiden, met name inzake: - de relevante regelgeving, veehouderij, diergezondheid en dierenwelzijn, mestbeheer, veiligheid van werknemers; - het vervoeren en uitrijden van mest; - de planning van de activiteiten; - noodplannen en crisisbeheer; - reparatie en onderhoud van de uitrusting.

Algemeen toepasbaar.

Personeel is opgeleid op alle relevante onderdelen. Wanneer bijv. Voor onderhoud de kennis onvoldoende is dan is men geïnstrueerd om contact te leggen met de technische ondersteuning als bijv. de installateur.

c

Een noodplan opstellen voor het aanpakken van onverwachte emissies en incidenten zoals de verontreiniging van waterlichamen. Dit kan het volgende omvatten: [..]

Algemeen toepasbaar.

Valt onder Titel 17.1 van de Wet Milieubeheer “Maatregelen bij een ongewoon voorval”. Reeds voldaan.

d

Het regelmatig controleren, herstellen en onderhouden van constructies en uitrusting zoals: - drijfmestreservoirs (controle op tekenen van beschadiging, aantasting, lekkage); - drijfmestpompen, -mixers, -scheiders, -irrigatoren; - systemen voor de toevoer van water en voeder; - ventilatiesystemen en temperatuursensoren; - silo's en transportuitrusting (bv. kleppen, leidingen); - luchtzuiveringssystemen (bv. door regelmatige inspecties). Hieronder kunnen ook de hygiëne van de boerderij en plaagbestrijding vallen.

Algemeen toepasbaar.

Alle relevante installaties en voorzieningen (luchtwassers, NSA, CV’s, mestsilo’s etc.) worden op regelmatige basis beoordeeld/gecontroleerd. Voor controle en onderhoud (d) is onderhoud van huisvestingssystemen geregeld in artikel 3.123 Activiteitenbesluit en specifiek voor luchtwassers in artikel 3.125 Activiteitenbesluit. Deze eisen gelden ook voor IPPC-bedrijven. Onderhoud van andere installaties vanwege het voorkomen of beperken van nadelige gevolgen voor het milieu is onderdeel van de zorgplicht in artikel 2.1 Activiteitenbesluit. Deze zorgplicht geldt alleen voor zover de activiteiten zijn geregeld in hoofdstuk 3 van het Activiteitenbesluit.

e

Het zodanig opslaan van dode dieren dat emissies worden voorkomen of verminderd.

Algemeen toepasbaar.

Er is een nieuwe gekoelde en afgesloten (ondergrondse) kadaveropslag gerealiseerd voor het doelmatig opslaan van dode dieren.

Een aantal genoemde technieken onder a zijn onderdeel van het beoordelingskader bij een aanvraag omgevingsvergunning. Scholing en instructie van personeel (b) is standaard bedrijfspraktijk. Het opstellen van een noodplan (c) valt onder Titel 17.1 van de Wet Milieubeheer “Maatregelen bij een ongewoon voorval”. Voor controle en onderhoud (d) is onderhoud van huisvestingssystemen geregeld in artikel 3.123 Activiteitenbesluit en specifiek voor luchtwassers in artikel 3.125 Activiteitenbesluit. Deze eisen gelden ook voor IPPC-bedrijven. Onderhoud van andere installaties vanwege het voorkomen of beperken van nadelige gevolgen voor het milieu is onderdeel van de zorgplicht in artikel 2.1 Activiteitenbesluit. Deze zorgplicht geldt alleen voor zover de activiteiten zijn geregeld in hoofdstuk 3 van het Activiteitenbesluit. Er kan dus reden zijn om in de omgevingsvergunning eisen op te nemen. Bij complexe activiteiten en installaties, zoals een vergistingsinstallatie of een luchtwasser, is scholing en instructie van personeel van belang. Voor het opslaan van dode dieren (e) is paragraaf 3 van de Regeling dierlijke producten van toepassing.

VOEDINGSBEHEER BBT 3: stikstofuitscheiding en de bijbehorende BBT 24 Monitoring BBT 4: fosforuitscheiding en de bijbehorende BBT 24 Monitoring In het kort Om de stikstofexcretie en de ammoniakemissies te verminderen, maar ook tegemoet te komen aan de voedingsbehoeften van de dieren, is het BBT om een dieetformule en een voedingsstrategie te gebruiken. Hetzelfde geldt voor het verminderen van de fosfaatexcretie. In de omgevingsvergunning hoeven geen eisen te worden opgenomen voor invulling van deze BBT- conclusies. De BBT-conclusies omvatten technieken en gehaltes voor stikstof en fosfaat in de mest. In Nederland wordt het stikstof- en fosfaatgehalte van het diervoer geregistreerd op grond van het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet. Deze gehaltes worden gebruikt om het verlies aan nitraat en fosfaat te bepalen voor de toetsing aan de gebruiksnormen van de Meststoffenwet. Dit systeem zorgt ervoor dat de Nederlandse veehouderijen de genoemde technieken toepassen om binnen de verliesnormen van de Meststoffenwet te blijven. Meerfasevoedering is de meest gebruikte techniek, voor zowel de varkenshouderij als de pluimveehouderij. Uit het rapport van Bruggen et. al. 2015 “Emissies Landbouw 1990 -2013”, waarin de stikstof en fosfaatexcretie per diercategorie is vermeld, blijkt dat de normale landbouwpraktijk voldoet aan de BBT-excretienormen.

Monitoring van emissies uit de landbouw vindt plaats met het landelijke model NEMA (National Emission Model for Agriculture) Het Centraal bureau voor statistiek (CBS) gebruikt de NEMA- resultaten in de berekening van de hoeveelheid mineralen in dierlijke mest die aan landbouwgronden wordt toegediend. De stikstofexcretie wordt hierbij gecorrigeerd voor gasvormige stikstofverliezen die optreden in de stal en in mestopslagen buiten de stal. Deze gegevens worden gebruikt voor beleidsevaluaties en worden aan de Europese Commissie gerapporteerd in het kader van de Nitraatrichtlijn. De Nitraatrichtlijn is een Europese richtlijn die het gebruik van stikstof in de landbouw reguleert om watervervuiling van oppervlaktewater en grondwater te voorkomen. https://www.cbs.nl/nl-nl/onze-diensten/methoden/onderzoeksomschrijvingen/korte- onderzoeksbeschrijvingen/mineralenbalans-landbouw

WATER BBT 5 efficiënt gebruik van water BBT 6 productie afvalwater BBT 7 emissies via afvalwater In het kort Om efficiënt om te gaan met water, de productie van afvalwater te verminderen het verminderen van emissies in het afvalwater moet een combinatie van de genoemde technieken worden gebruikt. Voor de activiteiten die zijn geregeld in het Activiteitenbesluit geven de eisen in combinatie met de zorgplicht invulling aan deze BBT-conclusie. Voor specifieke activiteiten kan het nodig zijn om nog aanvullende eisen in de omgevingsvergunning op te nemen of nadere invulling te geven aan de zorgplicht met een maatwerkvoorschrift. Navolgend zijn de toegepaste technieken omschreven, hieruit blijkt dat er sprake is van toepassing van een combinatie van technieken. Waardoor er reeds voldaan is aan de criteria van BBT 5 en BBT 7. 5

TECHNIEK EFFICIENT WATERGEBRUIK

TOEPASBAARHEID

a

Een register bijhouden van het watergebruik.

Algemeen toepasbaar.

b

Waterlekken opsporen en repareren.

Algemeen toepasbaar.

Wordt reeds toegepast. Indien verlies waterdruk, opsporen en repareren.

c

Hogedrukreinigers gebruiken voor het reinigen van stallen en uitrusting.

Algemeen toepasbaar.

Wordt reeds toegepast. I.c.m. inweken van de stallen voor reiniging.

d

Geschikte uitrusting selecteren en gebruiken (bv. drinknippelsystemen, ronde drinksystemen, watertroggen) voor de specifieke diercategorie en tegelijkertijd zorgen voor de beschikbaarheid van water (ad libitum).

Algemeen toepasbaar.

Wordt reeds toegepast. Alle drinknippels bevinden zich boven een gesloten bak (anti mors) waardoor verspilling wordt verminderd.

e

De kalibratie van de drinkwateruitrusting controleren en (zo nodig) regelmatig aanpassen.

Algemeen toepasbaar.

Wordt reeds toegepast. De waterinstallatie / distributiesysteem is optimaal afgestemd op de behoefte van de dieren.

f

Niet-vervuild hemelwater hergebruiken als reinigingswater.

Wegens de hoge kosten mogelijk niet toepasbaar op bestaande boerderijen. De toepasbaarheid is mogelijk beperkt door risico's voor de bioveiligheid.

Wordt niet toegepast i.v.m. diergezondheid.

Bedrijfssituatie Wordt reeds toegepast. Het drinkwatergebruik op het bedrijf wordt geregistreerd. Binnen het gehele bedrijf, met uitzondering van de bedrijfswoningen, wordt een eigen (grond)watervoorziening gebruikt.

6

TECHNIEK PRODUCTIE VERMINDEREN

TOEPASBAARHEID

a

De vervuilde zones van het erf zo klein mogelijk houden.

Algemeen toepasbaar.

Er bevinden zich buiten nagenoeg geen vervuilde zones. Daarnaast is er een fysieke scheiding tussen schone en mogelijk vervuilde zones van het erf aanwezig.

b

Zo weinig mogelijk water gebruiken.

Algemeen toepasbaar.

c

Niet-verontreinigd hemelwater scheiden van het te zuiveren afvalwater.

Mogelijk niet toepasbaar op bestaande boerderijen.

Wordt reeds toegepast. Zie d en e. Wordt reeds toegepast. Hemelwater van het dak wordt gelijk afgekoppeld en gaat via een gesloten leiding naar de opvangvijver / afwateringssloot.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=2280c7b4-2359-4a6d-bcdc-cef07b062f34