B4e_MER TIJS Heeten bijlage 38-Passende beoordeling
Tekst van het document
Door de leverancier worden minimaal 1x per 6 maanden de sensoren voor het meten van de pH en het meten van de geleidbaarheid van het waswater gekalibreerd. Als uit de kalibratie blijkt dat meetapparatuur niet goed meer werkt, worden de betreffende sensoren vervangen. Artikel 4.812 (water: opslag spuiwater) Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem wordt het spuiwater afkomstig van een luchtwassysteem in een lekdichte voorziening opgeslagen. Het spuiwater afkomstig van de gecombineerde luchtwasser wordt opgeslagen in lekdichte kelders (beton) onder de stallen. Deze opvangkelders zijn op de tekening als zodanig opgenomen.
Jurisprudentie Op 4 september 2024 heeft de Raad van State een uitspraak gedaan inzake het toepassen van gecombineerde luchtwassers (BWL 2009.12 & BWL 2010.02) in de intensieve veehouderij. In deze uitspraak (RvS 202203156/1/R2), waarbij door het STAB ook een advies is uitgebracht, is onder meer het volgende door de Raad van State overwogen (overweging 11.5 t/m 11.8): Samenvatting 2. Deze zaak gaat over de uitstoot van ammoniak(emissie) uit emissiearme stalsystemen die onder meer voor de varkenshouderij zijn ontwikkeld. Het gaat om stalsystemen met een biologische combiluchtwasser die de ammoniakemissie met 85% zou reduceren. In deze zaak staat de vraag centraal of met het treffen van maatregelen, die worden opgenomen in de voorschriften van de natuurvergunning, vaststaat dat de beoogde ammoniakreductie van deze combiluchtwassers wordt gehaald.
Passende Beoordeling Luchtwassers – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten 25
2.1. Voor de berekening van de emissie uit stalsystemen waren in de Regeling ammoniak en veehouderij emissiefactoren opgenomen (Rav-emissiefactor). Vanaf 1 januari 2024 zijn die emissiefactoren opgenomen in de bijlagen V en VI bij de Omgevingsregeling (OW-emissiefactor). In de Rav- en OWemissiefactoren is rekening gehouden met de emissiebeperkende werking van de combiluchtwassers. In het nadere besluit is het college ervan uitgegaan dat voor een natuurvergunning de emissie uit een stalsysteem met een biologische combiluchtwasser niet - zonder meer - kan worden berekend met toepassing van die emissiefactoren. De reden hiervoor is dat verschillende onderzoeken laten zien dat de ammoniakemissie uit stallen met biologische combiluchtwassers hoger is dan waarvan de emissiefactoren in de Rav of Omgevingsregeling uitgaan. 2.2. Maar in een van de onderzoeken worden ook oplossingen aangereikt voor de oorzaken van de verminderde werking van combiluchtwassers. Het college ziet daarin aanleiding om aan de natuurvergunning voorschriften te verbinden over de werking, het onderhoud en het toezicht op de werking van de combiluchtwassers. Die voorschriften zorgen er volgens het college voor dat de ammoniakreductie van de combiluchtwassers wordt gehaald.
Daarbij betrekt het college ook expert judgement en de resultaten van rendementsmetingen die door het college zijn uitgevoerd bij combiluchtwassers. Met de voorgeschreven maatregelen kan volgens het college alsnog voor de berekening van de emissie uit stallen met combiluchtwassers van de emissiefactoren uit de Omgevingsregeling worden uitgegaan. De Stichting en anderen zijn daar niet van overtuigd. Volgens hen staat niet vast dat de emissiebeperking met de voorgeschreven maatregelen wordt gehaald. 2.3. Volgens de Afdeling kan uit het onderzoek waarin oplossingen worden aangereikt voor de verminderde werking van combiluchtwassers, worden afgeleid dat er sterke aanwijzingen zijn dat combiluchtwassers het beoogde rendement kunnen halen. Maar dat onderzoek is naar het oordeel van de Afdeling te beperkt van opzet om daaraan de vereiste zekerheid te ontlenen dat met het nemen van bepaalde maatregelen de beoogde ammoniakreductie wordt gehaald. Verder heeft het college geen inzicht geboden in de totstandkoming en inhoud van het expert judgement en van de resultaten of rapporten over uitgevoerde rendementsmetingen bij luchtwassers.
De Afdeling komt daarom tot de conclusie dat op basis van de onderzoeken, de kennis en de gegevens die het college bij zijn besluit heeft betrokken, niet vaststaat dat met de maatregelen die in de vergunning zijn voorgeschreven, de ammoniakreductie waarvan in de toegepaste emissiefactoren wordt uitgegaan, wordt gehaald. Beschrijving van de toegepaste stalsystemen 4. In deze zaak gaat het om de stalsystemen BWL 2009.12 en BWL 2010.02. Dit zijn stalsystemen met een gecombineerd luchtwassysteem met 85% ammoniakemissiereductie met watergordijn en biologische wasser. Het werkingsprincipe van deze stalsystemen is in de leaflets als volgt omschreven: BWL 2009.12 en BWL2010.02: De ammoniakemissie (inclusief geur- en stofemissie) wordt beperkt door de ventilatielucht te behandelen in een gecombineerd luchtwassysteem. Dit is een installatie die is opgebouwd uit meerdere wassystemen. Bij het beschreven systeem bestaat de installatie uit een watergordijn (type gelijkstroom) met daarachter een biologische wasser.
Passende Beoordeling Luchtwassers – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten 26
Het watergordijn is in de voorruimte aanwezig waarin de lucht optimaal wordt verdeeld over het gehele aanstroomoppervlak van de wassectie. De biologische wasser is opgebouwd uit een filterelement van het type tegenstroom. Het betreft een kolom met vulmateriaal, waarover continu wasvloeistof wordt gesproeid. De gezuiverde lucht verlaat vervolgens via een druppelvanger de installatie. Bij passage van de ventilatielucht door het luchtwassysteem wordt de ammoniak opgevangen in de wasvloeistof. Bacteriën die zich op het vulmateriaal en in de wasvloeistof bevinden zetten de ammoniak om in nitriet en/of nitraat, waarna deze stoffen met het spuiwater worden afgevoerd. De verwijdering van stof en geurcomponenten gebeurt in het watergordijn en de biologische wasser. BWL 2009.12: De wasvloeistof uit het watergordijn en de biologische wasser wordt opgevangen in de wateropvangbak waarin zich filtermateriaal bevindt. Vanuit deze opvangbak wordt het water gerecirculeerd en teruggevoerd naar de sproeiers. Continu dan wel periodiek wordt een hoeveelheid water vanuit deze opvangbak gespuid en afgevoerd uit het systeem. BWL 2010.02: Spuiwater komt vrij uit de biologische wasser, het wordt opgevangen in de wateropvangbak onder de wasinstallatie. Ook het sproeiwater van het watergordijn wordt in deze bak opgevangen. De tussen- en de einduitspraak 5.
De rechtbank heeft in de tussenuitspraak geoordeeld dat het college bij de beoordeling van de vraag of voor het project een vergunning nodig was, niet van de Rav-emissiefactor voor de stalsystemen met een biologische combiluchtwasser kon uitgaan. De rechtbank betrekt bij haar oordeel drie rapporten van Wageningen University & Research (hierna: WUR) die door de Stichting en anderen in beroep zijn genoemd. Die rapporten zijn: - Evaluatie geurverwijdering door luchtwassystemen bij stallen. Deel 2: Steekproef rendement luchtwassers in de praktijk, van maart 2018 (hierna: WUR-rapport 2018); - Metingen aan twee biologische combi-luchtwassers door twee geurlaboratoria, van juni 2019; en - Onderzoek naar verbeterpunten voor combi-luchtwassers in de praktijk, van november 2021 (hierna: WUR-rapport 2021). 5.1. De rechtbank leidt uit de WUR-rapporten af dat niet zeker is of een biologische combiluchtwasser in iedere stal op dezelfde wijze zal presteren en ook zal blijven presteren. De daadwerkelijke prestaties van de biologische combiluchtwasser hangen af van het ontwerp, het onderhoud en het gebruik van het stalsysteem in het afzonderlijke bedrijf.
De rechtbank overweegt dat in het WUR-rapport 2021 meerdere problemen worden geconstateerd die te maken hebben met het onderhoud van de luchtwasser (het onderhouden van de sproeiers en storingen in de waswaterpomp), de uitvoering van het systeem (locatiesensoren) en met veranderende ammoniakvrachten en de ijking van de systemen. De gevolgen van een storing zijn niet direct te verhelpen. Het opnieuw opstarten van het biologische systeem kan leiden tot een verminderde reductie gedurende een week. Deze problemen kunnen niet op voorhand worden voorkomen of verholpen.
Passende Beoordeling Luchtwassers – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten 27
Indien en voor zover de werking van het systeem afhankelijk is van menselijk handelen, staat niet op voorhand vast dat het systeem altijd optimaal zal blijven werken, ook al is het helemaal juist geïnstalleerd. In het WUR-rapport 2021 worden, zo overweegt de rechtbank, wel oplossingen aangereikt: een doorlopende monitoring van ammoniakverwijdering met ammoniaksensoren, periodieke nauwgezette controles van het systeem en een zorgvuldige keuze van de locatie van de pH-sensoren. Maar de locatie van deze sensoren is op dit moment niet vastgelegd in het leaflet (beschrijving) van het systeem. Met deze maatregelen kan wel het rendement van 85% ammoniakemissiereductie worden behaald. Op grond van het voorgaande overweegt de rechtbank dat op basis van het WUR-rapport 2021 de verwijzing naar uitsluitend de Rav onvoldoende zekerheid biedt dat toepassing van de daarin genoemde biologische combiluchtwassers ook leidt tot de in de Rav genoemde ammoniakemissiereductie. Hierbij neemt de rechtbank in aanmerking dat (nog) niet alle oplossingen die in het WUR-rapport 2021 worden genoemd zijn vastgelegd in de beschrijvingen (leaflets) van de systemen. Zo wordt bijvoorbeeld de plaatsing van ammoniaksensoren niet in het leaflet genoemd.
Daardoor wordt de onzekerheid van de werking van het systeem onvoldoende gecompenseerd door de - mogelijke handhaving van - de toepasselijke milieuregelgeving (het Activiteitenbesluit milieubeheer). Het voorgaande betekent, volgens de rechtbank, dat niet op voorhand kan worden uitgesloten dat significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden gaan optreden. Daarom is voor dit project een natuurvergunning nodig, die pas kan worden verleend na een passende beoordeling. Die is niet gemaakt en daarom is de natuurvergunning in strijd met de artikelen 2.7 en 2.8 van de Wnb verleend. In de tussenuitspraak heeft de rechtbank het college in de gelegenheid gesteld dit gebrek te herstellen, door extra voorschriften aan de vergunning te verbinden. Daarbij kan gedacht worden aan de oplossingen die genoemd worden in het WUR-rapport 2021. Die maatregelen beschouwt de rechtbank als beschermingsmaatregelen, die in de passende beoordeling betrokken kunnen worden. Als deze beschermingsmaatregelen bewerkstelligen dat de benodigde ammoniakemissiereductie wordt behaald en geen sprake is van een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, dan kan een ecologische beoordeling van de gevolgen voor Natura 2000-gebieden achterwege blijven.
Nadat het college aan de rechtbank meedeelde dat het geen gebruik maakt van de geboden herstelmogelijkheid, heeft de rechtbank het beroep van de Stichting en anderen in de einduitspraak gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd. Het hoger beroep van het college 6. Het college betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat voor de berekening van de emissie van het aangevraagde project niet kan worden uitgegaan van de Rav-emissiefactor voor het stalsysteem met een biologische combiluchtwasser. Het college voert daarvoor de volgende argumenten aan: 1. De Rav-emissiefactoren van de stalsystemen met de biologische combiluchtwassers in kwestie zijn gebaseerd op de best beschikbare wetenschappelijke technieken. 2. Het CBS-rapport dat door de Stichting en anderen in beroep naar voren is gebracht bevat geen bruikbare bevindingen over stalsystemen met biologische combiluchtwassers.
Passende Beoordeling Luchtwassers – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten 28
3. Uit de door de rechtbank aangehaalde rapporten volgt juist dat biologische combiluchtwassers voor ammoniak kunnen voldoen aan de rendementen zoals die in de regelgeving zijn vastgelegd, mits de luchtwasser goed wordt onderhouden. Zo moeten de gemeten procesparameters worden bewaakt en moeten er regelmatig visuele controles worden uitgevoerd. Ook is van belang dat de pH-waarde van het waswater binnen de toegestane bandbreedte uit de systeembeschrijving blijft. 4. Omdat veehouders op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer en de onderliggende Activiteitenregeling milieubeheer, verplicht zijn om aan de technische en gebruikseisen uit de leaflets te voldoen, mag als uitgangspunt worden genomen dat de luchtwassers goed worden onderhouden en naar behoren functioneren. Op grond van het voorgaande staat voor het college vast dat de Rav-emissiefactoren voor de betrokken stalsystemen worden behaald. 6.1. Verder betoogt het college dat de rechtbank ten onrechte voorbij is gegaan aan zijn standpunt dat er in dit geval zo’n groot verschil is tussen de emissie in de referentiesituatie en de aangevraagde situatie, dat ook bij het minder effectief functioneren van de luchtwasser de referentiesituatie niet zal worden overschreden. Significante gevolgen zijn daarom in dit geval uitgesloten. Het oordeel van de Afdeling 7.
De Afdeling is met de rechtbank van oordeel dat de hiervoor genoemde WUR-rapporten concrete aanknopingspunten bevatten dat de Rav-emissiefactor voor stalsystemen met een biologische combiluchtwasser de werkelijke ammoniakemissie van deze stalsystemen waarschijnlijk onderschatten. Zo kan uit het WUR-rapport 2018 worden afgeleid dat het prestatieniveau van de in die onderzoeken betrokken biologische combiluchtwassers aanzienlijk lager was dan waarvan in de Rav-emissiefactor wordt uitgegaan. Dat kan ook worden afgeleid uit het WUR-rapport 2021, waarin ook de biologische combiluchtwassers die de veehouder gaat toepassen zijn betrokken (BWL 2009.12 en BWL 2010.02). Maar in het WUR-rapport 2021 zijn ook, zoals uitvoerig beschreven door de rechtbank, oplossingen aangereikt die er voor zouden kunnen zorgen dat deze stalsystemen wel goed functioneren. In hoofdstuk 5 ‘Conclusies en aanbevelingen’ van dat WUR-rapport staat dat de verwachting is dat biologische combiluchtwassers in de praktijk de ammoniakrendementen kunnen behalen zoals die in de Rav zijn opgenomen, wanneer de in dat hoofdstuk genoemde aanbevelingen worden opgevolgd. 7.1. Het college betoogt in de kern dat het kon aansluiten bij de Rav-emissiefactor voor een stalsysteem met een biologische combiluchtwasser, omdat de veehouder op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer gehouden is het systeem goed te onderhouden.
Aan de voorwaarden die het WUR-rapport 2021 stelt voor het goed functioneren van een biologische combiluchtwasser, moet volgens het college dus worden voldaan. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (vergelijk de uitspraak van 7 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2557, r.o. 11-11.5), mag het college uitgaan van de naleving en de handhaving van regels over de goede werking van een huisvestingssysteem.
Passende Beoordeling Luchtwassers – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten 29
Die regels waren opgenomen in het Activiteitenbesluit milieubeheer (artikel 3.123) en zijn nu opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving (artikel 4.817) en de Omgevingsregeling (artikel 4.5). Die regels gaan over de technische uitvoering en de gebruikseisen van een huisvestingssysteem die zijn opgenomen in de systeembeschrijvingen van de huisvestingssystemen (de zogenoemde leaflets). De Afdeling begrijpt het betoog van het college zo dat het meent dat verzekerd is dat de Rav-emissiefactor kan worden gehaald als het stalsysteem conform het leaflet is gebouwd en wordt gebruikt. Uit het WURrapport 2021 kan worden afgeleid dat de maatregelen die volgens dat rapport nodig zijn om veel voorkomende technische mankementen aan biologische combiluchtwassers tijdig op te sporen, te voorkomen en te verhelpen, niet allemaal in de systeembeschrijvingen (de leaflets) zijn opgenomen. Het college heeft geen redenen aangevoerd dat die constatering in het WUR-rapport 2021 niet juist is. De Afdeling ziet daarom geen aanleiding voor het oordeel dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de onzekerheid van de werking van het systeem onvoldoende wordt weggenomen door de naleving en handhaving van de toepasselijke milieuregelgeving. Het betoog van het college dat het kon aansluiten bij de Rav-emissiefactor voor de biologische combiluchtwasser slaagt al hierom niet.
De overige argumenten daarover behoeven daarom geen bespreking. 7.2. Voor zover het college betoogt dat voor deze veehouderij het verschil tussen de emissie in de referentiesituatie en de beoogde situatie zo groot is, dat zelfs bij minder reductie nog steeds op voorhand kan worden uitgesloten dat het project kan leiden tot significante effecten op de betreffende Natura 2000gebieden, overweegt de Afdeling het volgende. Dit betoog gaat uit van een bepaalde emissiebeperkende werking van de emissiearme stalsystemen, terwijl onvoldoende duidelijk is wat de emissiebeperkende werking van die stalsystemen is. De rechtbank heeft in dit betoog dan ook terecht geen aanleiding gezien om te oordelen dat in dit geval, ondanks de onzekerheden over de emissiebeperkende werking van de stalsystemen, op grond van objectieve gegevens is uitgesloten dat het aangevraagde project significante gevolgen heeft. Het betoog slaagt niet. Conclusie hoger beroep 8. Het hoger beroep is ongegrond. De rechtbank heeft terecht het besluit van 17 november 2020 vernietigd. De aangevallen tussen- en einduitspraak dienen te worden bevestigd. Het nadere besluit van 1 februari 2024 9. Na de uitspraak van de rechtbank heeft de maatschap de aanvraag enkele keren aangevuld en nader toegelicht.
In de toelichting van 22 november 2022 staat onder het kopje passende beoordeling, dat er in de aangevraagde situatie geen toename van stikstofdepositie zal zijn als een luchtwasser de ammoniakemissie met 75% reduceert. Dat kan gehaald worden met een gecombineerd luchtwassysteem met 85% ammoniakemissie-reductie met watergordijn en biologische wasser.
Passende Beoordeling Luchtwassers – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten 30
Wel is daarvoor, gelet op de onderzoeken van de WUR, nodig dat aan de vergunning enkele voorschriften worden verbonden voor alle luchtwassers binnen het bedrijf. Daarbij gaat het om een doorlopende monitoring van ammoniakverwijdering met ammoniaksensoren, periodieke nauwgezette controles van het systeem en een pH-regeling om de pH in het waswater te kunnen corrigeren. 9.1. Het college heeft de vergunning op basis van een passende beoordeling verleend. Daarin staat dat verschillende WUR-onderzoeken laten zien dat emissiearme stalsystemen in de praktijk vaak niet de reductie van ammoniakemissie behalen zoals verwacht zou mogen worden op basis van de emissiefactoren uit de Rav. Ondanks de algemene onzekerheid over de werking van emissiearme stalsystemen, is volgens het college voor biologische combiluchtwassers voldoende borging mogelijk om de werking van de systemen te garanderen. In de passende beoordeling beschrijft het college vervolgens aan de hand van het WUR-rapport 2021 en expert judgement de factoren die van invloed kunnen zijn op de ammoniakemissiebeperking en de mogelijke oplossingen daarvoor. Het college leidt daaruit af dat meerdere maatregelen nodig zijn om te garanderen dat de aangevraagde combiluchtwassers het verwachte verwijderingsrendement halen. Daarover heeft het college voorschriften aan de vergunning verbonden.
Volgens het college is met deze voorschriften voldoende geborgd dat de aangevraagde combiluchtwassystemen (OW 2009.12.V1 en OW 2010.02.V1) de verwachte ammoniakreductie zullen behalen. Voor de berekening van de ammoniakemissie uit de stallen kan daarom volgens het college worden aangesloten bij de emissiefactoren uit de bijlagen V en VI van de Omgevingsregeling, waarin de emissiefactoren vanaf 1 januari 2024 staan. Het college heeft de natuurvergunning verleend, omdat de aangevraagde situatie niet leidt tot een toename van depositie op Natura 2000-gebieden ten opzichte van de referentiesituatie. 10. Het besluit van 1 februari 2024 wordt, gelet op artikel 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), gelezen in samenhang met artikel 6:19, eerste lid, van de Awb, van rechtswege geacht onderwerp te zijn van dit geding. Tegen dit besluit is van rechtswege een beroep ontstaan voor de Stichting en anderen. De Stichting en anderen hebben tegen dit besluit gronden naar voren gebracht. 11. De Stichting en anderen betogen dat het college de vergunning ten onrechte heeft verleend. Volgens hen is ook met de gestelde voorschriften onzeker of de biologische combiluchtwassers de emissiereductie bewerkstelligen waarvan de emissiefactoren uitgaan.
Daarbij wijzen zij erop dat de verwachte voordelen van de voorgeschreven maatregelen alleen in de passende beoordeling mogen worden betrokken, als deze wetenschappelijk zeker zijn. Die zekerheid geeft de passende beoordeling en de daarin genoemde rapporten volgens de Stichting en anderen niet. Ter onderbouwing van hun standpunt stellen de Stichting en anderen onder meer dat de onderzoekers in het WUR-rapport 2021 niet meer dan de verwachting uitspreken dat combiluchtwassers in de praktijk de ammoniakrendementen kunnen behalen zoals die in de Rav zijn opgenomen, wanneer de aanbevelingen worden opgevolgd. De uitgesproken verwachting staat ver van de benodigde zekerheid.
Passende Beoordeling Luchtwassers – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten 31
Bovendien geven de onderzoekers aan dat het een delicaat systeem is, dat niet vorstbestendig is en dat na storingen het een geruime tijd kan duren voor het rendement weer op peil is. Op de zitting stelden de Stichting en anderen verder dat het WUR-rapport 2021 beperkt van opzet is, zowel wat betreft het aantal bedrijven die zijn betrokken in het onderzoek als de periode waarin het onderzoek heeft plaatsgevonden. Daarnaast wijzen de Stichting en anderen erop dat het college met het bestreden besluit voorbij gaat aan het CDM-advies. Daarin worden aanbevelingen gedaan om een beter inzicht te krijgen in de werking en effectiviteit van emissiearme stalsystemen. Het WUR-rapport 2021 12. Het WUR-rapport 2021 is uitgevoerd als vervolg op eerder onderzoek naar het functioneren van combiluchtwassers in de praktijk. Uit eerder onderzoek bleek dat combiluchtwassers in de praktijk niet de verwachte verwijderingsrendementen voor ammoniak en geur haalden. In het WUR-rapport 2021 is onderzocht welke verbeteringsmaatregelen mogelijk zijn voor de meest voorkomende technische problemen bij combiluchtwassers, waarmee de werking van de wassers in de praktijk kan worden verbeterd.
Hiertoe zijn bij combiluchtwassers op varkensbedrijven over verscheidene weken metingen uitgevoerd, waarbij het prestatieniveau van de wassers zowel in de uitgangssituatie als na het aanbrengen van technische veranderingen is vastgesteld. 12.1. In hoofdstuk 4 van het WUR-rapport 2021 zijn de geïdentificeerde mankementen en de effecten daarvan op de werking van de combiluchtwassers beschreven. Het gaat om (1) storingen van de waswaterpomp, (2) het schoonmaken van het pakkingsmateriaal, (3) nalatig onderhoud (o.a. kapotte sproeiers), (4) het stabiel houden van de pH in het waswater tussen de toegestane bandbreedte van 6,5 tot 7,5, (5) verkeerd afgestelde spuiwaterregeling en (6) invloed van de buitentemperatuur (vorst). De onder 1 en 2 genoemde oorzaken hebben een direct negatief effect op het ammoniakverwijderingsrendement. Bovendien is geen sprake van een snel herstel van het verwijderingsrendement na de herstart van het systeem na een storing (duurt ongeveer een week) of na het schoonmaken (na een week slechts hersteld tot 1/3 van voor het schoonmaken). Nalatig onderhoud kan een grote negatieve impact hebben op de werking en dient voorkomen te worden door een regelmatige controle van de combiluchtwasser. De onder 4 genoemde oorzaak heeft ook een grote impact op het ammoniakverwijderingsrendement.
De plaatsing van een pH-regeling leidde in de onderzochte gevallen tot een verbetering van het verwijderingsrendement van 97% en 98%, wat meer is dan 85% waarvan de Rav/Omgevingsregeling emissiefactor uitgaat. Gebleken is dat de pH boven en onder het pakket kan verschillen, waardoor het mogelijk is dat een pH buiten de bandbreedte niet wordt geregistreerd. Daarom is het nodig om beter te definiëren waar de pH gemeten wordt wanneer gesproken wordt over een minimaal of maximaal gewenste pH-waarde. Ook is mogelijk de pH-waarde onder en boven het pakket apart te meten en een afwijkende range voor deze twee verschillende pH sensoren op te stellen om te garanderen dat de pH over het pakket binnen de gewenste 6,5-7,5 blijft.
Passende Beoordeling Luchtwassers – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten 32
Oorzaak 5 kan worden voorkomen door ervoor te zorgen dat de instellingen correct zijn en oorzaak 6 kan mogelijk voorkomen worden door de luchtwassers te isoleren en het waswaterbassin beschut en geïsoleerd te plaatsen. 12.2. In hoofdstuk 5 van het WUR-rapport 2021 worden in de paragrafen 5.1, 5.2 en 5.3 aanbevelingen gedaan voor de verbetering van het ammoniakrendement van combiluchtwassers. In paragraaf 5.5 staat dat "de verwachting is dat combi-wassers in de praktijk de ammoniakrendementen kunnen behalen zoals die in de Rav zijn opgenomen, wanneer de hierboven genoemde aanbevelingen worden opgevolgd". Die aanbevelingen zijn kort gezegd: 1. Geadviseerd wordt om luchtwassers van ammoniaksensoren te voorzien voor de continue monitoring van ammoniak op zowel de ingaande als uitgaande lucht. 2. Het is van belang om naast het bewaken van de gemeten procesparameters van de combiluchtwasser, regelmatig visuele controles uit te voeren. Ook moet er adequaat gehandeld worden door de veehouder als het proces niet goed verloopt en zich storingen voordoen. 3. De werking van de biologische combi-luchtwasser blijkt voor ammoniak sterk samen te hangen met de zuurtegraad (pH) van het waswater. Deze zuurtegraad moet binnen een bepaalde bandbreedte blijven. Dit kan met een systeem dat de zuurtegraad automatisch regelt. Het oordeel van de Afdeling 13.
De Afdeling stelt voorop dat bij of krachtens de Wnb niet is bepaald dat bij een aanvraag voor een natuurvergunning de emissie uit stallen moet worden berekend met de emissiefactoren uit de Rav. Het toepassen van de emissiefactoren uit de Rav valt daarmee niet onder het overgangsrecht dat onder 1 van deze uitspraak is opgenomen. Het overgangsrecht staat er dus niet aan in de weg dat het college bij het nadere besluit aansluiting heeft gezocht bij de emissiefactoren die zijn opgenomen in de bijlagen V en VI van de Omgevingsregeling. 13.1. In 6-6.2 van de uitspraak van 7 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2557, heeft de Afdeling overwogen dat het college voor de berekening van de emissie uit stallen kan aansluiten bij de emissiefactoren uit de Rav, mits daarmee de emissie in een voortoets of passende beoordeling met de vereiste zekerheid in kaart wordt gebracht. Dat geldt ook voor de emissiefactoren die vanaf 1 januari 2024 voor stalsystemen in de bijlagen V en VI van de Omgevingsregeling zijn opgenomen.
Passende Beoordeling Luchtwassers – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten 33
13.2. Gelet op wat hiervoor onder 7-7.1 is overwogen is de Afdeling van oordeel dat het college er in het bestreden besluit terecht vanuit gaat dat voor de berekening van de emissie uit een stal met een biologische combiluchtwasser niet zonder meer kan worden aangesloten bij de emissiefactoren die in de Omgevingsregeling voor de combiluchtwassers zijn opgenomen. Die emissiefactoren en de in de Besluit activiteiten leefomgeving (artikel 4.817) en de Omgevingsregeling (artikel 4.5) opgenomen bepalingen over de naleving van de technische en gebruikseisen van de luchtwassers bieden immers niet de vereiste zekerheid dat de emissiereductie waarvan in de emissiefactor voor de betrokken combiluchtwassers wordt uitgegaan kan worden gehaald. 13.3. Ondanks de algemene onzekerheid over de werking van emissiearme stalsystemen, waaronder ook biologische combiluchtwassers, is het volgens het college toch mogelijk een natuurvergunning te verlenen voor het aangevraagde project. Daarvoor is volgens het college nodig dat aan de vergunning voorschriften worden verbonden over de werking, het onderhoud en het toezicht op de werking van de combiluchtwassers. Die voorschriften waarborgen volgens het college dat de beoogde ammoniakreductie van 85% wordt gehaald. Het college baseert zijn standpunt op de uitkomsten van het WUR-rapport 2021 en expert judgement.
Daarnaast stelt het college in het verweerschrift dat het weet dat de reductie met zekerheid wordt gehaald omdat het bij tal van bedrijven rendementsmetingen heeft verricht. 13.4. De aan de vergunning verbonden voorschriften over de werking, het onderhoud en het toezicht op de werking van de combiluchtwassers zijn, zo is tussen partijen niet in geschil, te duiden als mitigerende maatregelen, of beschermingsmaatregelen. Mitigerende maatregelen mogen alleen in een passende beoordeling worden betrokken, als de verwachte voordelen daarvan ten tijde van de passende beoordeling vaststaan. De verwachte voordelen staan niet vast, als het niveau van wetenschappelijke kennis het ten tijde van de passende beoordeling niet mogelijk maakt de voordelen met zekerheid in kaart te brengen (vergelijk ABRvS 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1603, r.o. 18). 13.5. Het voorgaande betekent dat de Afdeling, in het licht van wat de Stichting en anderen aanvoeren, de vraag moet beantwoorden of het college zich op basis van het WUR-rapport 2021, het expert judgement en de resultaten van de rendementsmetingen, op het standpunt kon stellen dat vaststaat dat met het maatregelenpakket dat aan de vergunning is verbonden de ammoniakreductie waarvan in de emissiefactor is uitgegaan wordt gehaald. 13.6.
De Afdeling leidt uit het WUR-rapport 2021 af dat er sterke aanwijzingen zijn dat combiluchtwassystemen het beoogde rendement van 85% kunnen halen. Maar het rapport is naar het oordeel van de Afdeling te beperkt van opzet om daaraan de zekerheid te ontlenen dat het beoogde rendement van combiluchtwassers wordt gehaald, als de aanbevelingen uit het rapport worden gevolgd. De Stichting en anderen voeren dat terecht aan.
Passende Beoordeling Luchtwassers – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten 34
Bij dat oordeel betrekt de Afdeling dat het onderzoek betrekking heeft op slechts zes combiluchtwassers, waar verschillende maatregelen zijn toegepast. Zo is de pH-regeling die een groot positief effect liet zien maar bij twee combiluchtwassers toegepast. De metingen van de effecten van de getroffen maatregelen hebben bovendien alleen in een beperkte periode plaatsgevonden. Daardoor is niet duidelijk of de effecten zich in meerdere seizoenen, onder wisselende weersomstandigheden, zullen voordoen. Dat laatste klemt te meer, omdat het onderzoek aanwijzingen geeft voor een verminderde werking van combiluchtwassers bij lage temperaturen. Verder staat in het rapport dat geen sprake is van een snel herstel van het verwijderingsrendement na de herstart van het systeem na een storing (duurt ongeveer een week) of na het schoonmaken (na een week slechts hersteld tot 1/3 van voor het schoonmaken). Uit het rapport wordt niet duidelijk hoe bij de conclusie dat het beoogde rendement mogelijk gehaald kan worden, rekening is gehouden met de langer aanhoudende verminderde werking van de combiluchtwasser na deze incidenten. 13.7. De Afdeling is verder van oordeel dat het college niet inzichtelijk heeft gemaakt wat het expert judgement en de resultaten van de rendementsmetingen inhouden.
Daarom kan niet worden beoordeeld of die in aanvulling op het WUR-rapport 2021 de conclusie rechtvaardigen dat de verwachte voordelen van de maatregelen die aan de vergunning zijn verbonden vaststaan. De Afdeling licht dat als volgt toe. 13.8. Het college heeft op de zitting uiteengezet dat het expert judgement is gebruikt voor het opstellen van de ‘Handreiking passende beoordeling luchtwassers’ (hierna: handreiking). De handreiking is door het college in december 2023 gepubliceerd. De handreiking is een hulpmiddel voor agrarische ondernemers voor het maken van een passende beoordeling. De handreiking bevat maatregelen die minimaal genomen of toegepast moeten worden voor het goed functioneren van luchtwassystemen en het beperken van onzekerheden bij de toepassing ervan. Op de zitting heeft het college toegelicht dat voor het opstellen van de handreiking interviews zijn gehouden met deskundigen die werken met luchtwassystemen. Het doel van de interviews was om informatie uit de praktijk te krijgen over de werking en mogelijke en haalbare oplossingen voor problemen van luchtwassers. De interviews zijn onder meer gehouden met deskundigen van agrarische adviesbureaus, fabrikanten en toezichthouders en handhavers van de omgevingsdienst.
De praktijkervaringen die uit deze interviews naar voren zijn gekomen, worden in het bestreden besluit en verweerschrift aangeduid als expert judgement. Op de zitting heeft het college bevestigd dat het expert judgement uitsluitend een synthese van praktijkervaringen is. Aan het expert judgement liggen geen nieuwe data, metingen of onderzoeken ten grondslag. Verder heeft het college bevestigd dat er geen schriftelijke stukken zijn waarin de interviews en het daaruit afgeleide expert judgement zijn weergegeven. Daardoor heeft het college niet inzichtelijk gemaakt of en welke betekenis het expert judgement heeft bij de beantwoording van de vraag of de verwachte voordelen van de maatregelen die aan de vergunning zijn verbonden vaststaan.
Passende Beoordeling Luchtwassers – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten 35
Het voorgaande geldt ook voor de resultaten van de rendementsmetingen die in het kader van handhaving en toezicht zijn uitgevoerd. Ook daarvan is, zo bevestigde het college op de zitting, geen overzicht of rapportage voorhanden. Daardoor heeft het college zijn standpunt dat die rendementsmetingen laten zien dat de ammoniakreductie met zekerheid wordt gehaald, niet inzichtelijk gemaakt. 13.9. Op grond van het voorgaande komt de Afdeling tot de conclusie dat uit het WUR-rapport 2021 weliswaar kan worden afgeleid dat er sterke aanwijzingen zijn dat biologische combiluchtwassers het verwachte rendement kunnen halen, maar dat het rapport te beperkt van opzet is om daaraan de zekerheid te ontlenen dat het beoogde rendement van zulke combiluchtwassers wordt gehaald. Verder heeft het college niet inzichtelijk gemaakt dat die zekerheid wel kan worden ontleend aan het expert judgement en de overige kennis en gegevens waarover het college beschikt. Dit betekent dat de verwachte voordelen van de maatregelen die in de natuurvergunning zijn voorgeschreven niet vaststaan, zodat het college deze niet in de passende beoordeling mocht betrekken. Het college heeft daarom op grond van de passende beoordeling niet de zekerheid verkregen dat het aangevraagde project de natuurlijke kenmerken van de betrokken Natura 2000-gebieden niet zal aantasten. Gelet op de genoemde uitspraak c.q.
de overwegingen van de Raad van State kan worden gesteld dat bij het toepassen van de gewenste stalsystemen / combiluchtwassers BWL 2009.12 & BWL 2010.02 niet zonder meer van het ammoniakreductiepercentage van 85% kan worden gehanteerd. Hiertoe dienen onder meer, naast de gestelde voorwaarden in het Bal (vm. Activiteitenbesluit), de genoemde aanbevelingen van de WUR in acht te worden genomen. In onderhavige situatie worden, naast de reeds vergunde gecombineerde luchtwasser in stal 4 waarbij tevens op basis van een meting het benodigde ammoniakreductiepercentage van 85% is vastgesteld, op basis van metingen het ammoniakreductiepercentage van 85% vastgesteld, alvorens de nieuwe stalruimte (stal 6 & 7) in gebruik wordt genomen. Hierdoor wordt eerst de beoogde (ruime) afname van de ammoniakemissie (aantoonbaar) bewerkstelligd, alvorens (middels intern salderen) de nieuwe stalruimte (stal 6 & 7) in gebruik wordt genomen. Voornoemde kan door middel van het verbinden van voorschriften in de vergunning worden vastgelegd. Door het inbouwen van deze zekerheden (toepassen aanbevelingen WUR / uitvoeren van metingen / voorwaarde t.a.v. in gebruikname nieuwe stalruimte) kan worden uitgesloten in onderhavige situatie / gewenste situatie geen sprake zal zijn van significant negatieve effecten ter plaatse van Natura2000-gebieden.
Uitgevoerde meting Uit metingen en gegevens van de leveranciers en de werking van thans reeds aanwezige gecombineerde luchtwassers (firma Devrie) blijkt dat het gewenste reductiepercentage bij de beoogde luchtwassers kan worden bewerkstelligd. In Duitsland is bij zes gecombineerde luchtwassers het rendement ten aanzien van de ammoniakemissiereductie gemeten. Uit deze metingen is gebleken dat het rendement bij de beoogde gecombineerde luchtwassers varieerde tussen 88% en 100% (zie bijlage 5).
Passende Beoordeling Luchtwassers – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten 36
In navolging van voornoemde is vervolgens in juli 2023 door Buro Blauw (accreditatie d.d. 28 juli 2004 door de Raad van Accreditatie) binnen de varkenshouderij van Tijs Heeten b.v. de ammoniakemissiereductie van de gecombineerde luchtwasser in stal 5 (gespeende biggen) gemeten. Hierbij is onder meer gekozen voor stal 5 waarin de gespeende biggen worden gehuisvest, omdat in deze stal de hoogste ammoniakemissie plaatsvindt alsmede vanwege het feit dat bij de diercategorie gespeende biggen normaliter de reductie van ammoniak het meest moeilijk is te bewerkstelligen is. Kortom deze stal wordt, mede gelet op de ervaring en kennis van de leverancier, beschouwd als “worstcase”. Uit de uitgevoerde metingen (3 stuks), die zijn uitgevoerd conform de voornoemde eisen uit het Activiteitenbesluit, blijkt dat het rendement van de aanwezige gecombineerde luchtwasser in stal 5 (gespeende biggen) 92% bedraagt. Aan de geldende ammoniakemissiereductie van 85% wordt in deze stal hierdoor ruimschoots voldaan (zie bijlage 6). Gelet op voornoemde bestaan er in onderhavige situatie geen gerede twijfels over de vraag of met toepassing van een gecombineerde luchtwasser het benoemde ammoniakemissiereductie van 85% kan worden bewerkstelligd.
Hierbij kan nog worden opgemerkt dat voor het toepassen van een gecombineerde luchtwasser in stal 5 ook reeds een (onherroepelijke) vergunning op grond van de WNB is verleend door de provincie Overijssel. In de huidige situatie is de stal voor de gespeende biggen uitgevoerd met een gecombineerde luchtwasser BWL2010.02V6. In de gewenste situatie wordt de gecombineerde luchtwasser in deze stal echter gewijzigd in een gecombineerde luchtwasser BWL2009.12V5. Als gevolg van deze wijziging, zal na de in gebruik name van dit type gecombineerde luchtwasser een nieuwe rendementsmeting (nat-chemisch) worden uitgevoerd alsmede een continu meting worden uitgevoerd. Voornoemde kan worden gewaarborgd in de voorschriften behorende bij de Omgevingsvergunning. BWL 2010.02V7 In de stalbeschrijving (leaflet / bijlage 7) is het volgende werkingsprincipe opgenomen: De ammoniakemissie (inclusief geur- en stofemissie) wordt beperkt door de ventilatielucht te behandelen in een gecombineerd luchtwassysteem. Dit is een installatie die is opgebouwd uit meerdere wassystemen. Bij het beschreven systeem bestaat de installatie uit een watergordijn (type gelijkstroom) met daarachter een biologische wasser. Het watergordijn is in de voorruimte aanwezig waarin de lucht optimaal wordt verdeeld over het gehele aanstroomoppervlak van de wassectie.
De biologische wasser is opgebouwd uit een filterelement van het type tegenstroom. Het betreft een kolom met vulmateriaal, waarover continu wasvloeistof wordt gesproeid. De gezuiverde lucht verlaat vervolgens via een druppelvanger de installatie. Bij passage van de ventilatielucht door het luchtwassysteem wordt de ammoniak opgevangen in de wasvloeistof. Bacteriën die zich op het vulmateriaal en in de wasvloeistof bevinden zetten de ammoniak om in nitriet en/of nitraat, waarna deze stoffen met het spuiwater worden afgevoerd. De verwijdering van stof en geurcomponenten gebeurt in het watergordijn en de biologische wasser. Spuiwater komt vrij uit de biologische wasser, het wordt opgevangen in de wateropvangbak onder de wasinstallatie. Ook het sproeiwater van het watergordijn wordt in deze bak opgevangen.
Passende Beoordeling Luchtwassers – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten 37
Voor de reeds aanwezige gecombineerde luchtwasser in de bestaande stal voor het huisvesten van fokzeugen, dekberen en opfokzeugen (stal 4) is door de leverancier een dimensioneringspan opgesteld (bijlage 8). In dit dimensioneringsplan is de technische uitvoering van het luchtwassysteem in combinatie met de beoogde ventilatie van de stal uitgewerkt en vastgelegd. Voor het toepassen van een (nieuwe) gecombineerde luchtwasser op de bestaande stal voor het huisvesten van vleesvarkens (stal 1) is door de leverancier een dimensioneringspan opgesteld (bijlage 9). In dit dimensioneringsplan is de technische uitvoering van het luchtwassysteem in combinatie met de beoogde ventilatie van de stal uitgewerkt en vastgelegd. In de stalbeschrijving zijn de volgens voorwaarden ten aanzien van het gebruik van het systeem opgenomen: Het gebruik van het systeem
a1
Onderdeel
Gebruikseis
Instelling parameters en controle
de zuurgraad van het waswater in de gecombineerde luchtwasser is minimaal gelijk aan pH = 6,5 en mag niet meer zijn dan pH = 7,5
a2
de geleidbaarheid van het waswater in de gecombineerde luchtwasser is maximaal 18 mS/cm
a3
het minimaal spuiwaterdebiet, uitgedrukt in liter/dierplaats/jaar, bedraagt: - guste en dragende zeugen 238 - dekberen 312 - vleesvarkens/opfokzeugen 198
a4
het maximale spuiwaterdebiet, uitgedrukt in liter/dierplaats/jaar, bedraagt: - guste en dragende zeugen 952 - dekberen 1.247 - vleesvarkens/opfokzeugen 793
a5
bovenstaande debieten zijn berekend op basis van de emissiefactoren die gelden voor traditionele stallen (overige huisvestingssystemen), tenzij anders is aangegeven
b
Reiniging
het luchtwassysteem is voorzien van een Flowsensor voor het sproeiwater en een druksensor voor de drukval over het vulmateriaal, een reiniging van het filterpakket in de biologische wasser en de druppelvanger is nodig wanneer de waarden meer dan 25 % afwijken van de waarden bij de in het handboek vermelde bedrijfstoestand
c
Onderhoud
met betrekking tot het onderhoud van het luchtwassysteem dienen in overeenstemming met het Activiteitenbesluit milieubeheer gedragsvoorschriften te worden opgesteld
d
Registratiesysteem
het meet- en registratiesysteem dient te worden gebruikt, gecontroleerd en onderhouden zoals is opgenomen in het Activiteitenbesluit milieubeheer
Passende Beoordeling Luchtwassers – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten 38
Aan het toekennen van de erkenning van het luchtwassysteem BWL 2010.02 met een ammoniakverwijderingspercentage van 85% liggen de volgende meetrapportages ten grondslag: Rapport 1: Broer, L., 2008. Messbericht über die Wintermessungen gemäß DLG-Prüfrahmen, Abluftsysteme für Tierhaltungsanlagen -Devrie-, 30-05-2008, Berichtsnummer: 141107-610 Rapport 2: Broer, L., 2009. Messbericht über die Sommermessung gemäß DLG-Prüfrahmen, Abluftsysteme für Tierhaltungsanlagen -Devrie-, 18-03-2009, Berichtsnummer: 141107-610 Voor vleesvarkens/opfokzeugen + guste en dragende zeugen & dekberen is, op basis van voornoemde meetrapportages en de RAV, bij het toepassen van het luchtwassysteem BWL 2010.02 per dierplaats een ammoniakemissiefactor van respectievelijk 0,45 / 0,63 / 0,83 kg NH3 per jaar vastgesteld.
Besluit activiteiten leefomgeving (BAL / vm. Activiteitenbesluit mb) Zie passage / alinea m.b.t. de gecombineerde luchtwasser BWL 2009.12 (idem). Artikel 4.812 (water: opslag spuiwater) Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem wordt het spuiwater afkomstig van een luchtwassysteem in een lekdichte voorziening opgeslagen. Het spuiwater afkomstig van de gecombineerde luchtwasser wordt opgeslagen in lekdichte kelders (beton) onder de stallen. Deze opvangkelders zijn op de tekening als zodanig opgenomen.
Jurisprudentie Zie passage / alinea m.b.t. de gecombineerde luchtwasser BWL 2009.12 (idem). Uitgevoerde meting 2023 Uit metingen en gegevens van de leveranciers en de werking van thans reeds aanwezige gecombineerde luchtwassers (firma Devrie) blijkt dat het gewenste reductiepercentage bij de beoogde luchtwassers kan worden bewerkstelligd. In Duitsland is bij zes gecombineerde luchtwassers het rendement ten aanzien van de ammoniakemissiereductie gemeten. Uit deze metingen is gebleken dat het rendement bij de beoogde gecombineerde luchtwassers varieerde tussen 88% en 100% (zie bijlage 5). In navolging van voornoemde is vervolgens in december 2023 door Buro Blauw (accreditatie d.d. 28 juli 2004 door de Raad van Accreditatie) binnen de varkenshouderij van Tijs Heeten b.v. de ammoniakemissiereductie van de gecombineerde luchtwasser in stal 4 (fokzeugen) gemeten. Uit de uitgevoerde metingen (3 stuks), die zijn uitgevoerd conform de voornoemde eisen uit het Activiteitenbesluit, blijkt dat het rendement van de aanwezige gecombineerde luchtwasser in stal 4 (fokzeugen) 88% bedraagt. Aan de geldende ammoniakemissiereductie van 85% wordt in deze stal hierdoor ruimschoots voldaan (zie bijlage 10).
Gelet op voornoemde bestaan er in onderhavige situatie geen gerede twijfels over de vraag of met toepassing van een gecombineerde luchtwasser het benoemde ammoniakemissiereductie van 85% kan worden bewerkstelligd in de reeds aanwezige stal.
Passende Beoordeling Luchtwassers – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten 39
Hierbij kan nog worden opgemerkt dat voor het toepassen van de aanwezige gecombineerde luchtwasser in stal 4 ook reeds een (onherroepelijke) vergunning op grond van de WNB is verleend door de provincie Overijssel. De bestaande stal voor vleesvarkens (stal 1) wordt uitgevoerd met een gecombineerde luchtwasser BWL2010.02V6. Als gevolg van deze toepassing zal, na de in gebruik name van deze gecombineerde luchtwasser, een rendementsmeting (nat-chemisch) worden uitgevoerd alsmede een continu meting worden uitgevoerd. Voornoemde kan worden gewaarborgd in de voorschriften behorende bij de Omgevingsvergunning.
Passende Beoordeling Luchtwassers – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten 40
8. MEETPLAN, PH-REGULERING & MONITORING LUCHTWASSERS MEETPLAN LUCHTWASSERS Stal 1 vleesvarkens (gecombineerde luchtwasser BWL 2010.02) De bestaande stal voor het huisvesten van vleesvarkens (stal 1) wordt uitgevoerd met een gecombineerde luchtwasser BWL2010.02V6. Als gevolg van deze toepassing zal, uiterlijk binnen 4 weken na de in gebruik name van deze gecombineerde luchtwasser, een rendementsmeting worden uitgevoerd. Uit het WURrapport 2021 (Onderzoek naar verbeterpunten voor combi-luchtwassers in de praktijk, WUR, november 2021 / Rapport 1337) blijkt de ammoniakconcentratie kan worden gemeten met behulp van een natchemische methode en met ammoniaksensoren. Uit het onderzoek is gebleken dat beide methodes als representatief worden beschouwd. Tijs Heeten b.v. zal uiterlijk binnen 4 weken na het plaatsen en de ingebruikname van de gecombineerde luchtwasser in stal 1 een meting uitvoeren op basis van de nat-chemische methode. Deze meting zal worden uitgevoerd door een hiertoe geaccrediteerd onderzoeksbureau (Tauw/WUR of TNO). In dit kader zal door het geaccrediteerde onderzoeksbureau een meetplan worden opgesteld. Dit meetplan wordt opgesteld op basis van de NEN-EN- 15259 en vervolgens ter goedkeuring voorgelegd aan het bevoegd gezag. Vervolgens worden in de gecombineerde luchtwasser ook ammoniaksensoren aangebracht.
Het betreffen hier de zogenaamde DOL51 en DOL53 sensoren van de firma Dräger. De leverancier van de luchtwasser zal deze sensoren plaatsen voor de luchtwasser (DOL53) en na de luchtwasser (DOL51). Deze sensoren kunnen de concentratie ammoniak meten met een nauwkeurigheid van 1,5 PPM. Zie toelichting leverancier (Devrie / bijlage 11). De exacte locatie voor het plaatsen van de betreffende sensoren zullen door het geaccrediteerde onderzoeksbureau (Tauw/WUR of TNO) worden bepaald en als zodanig worden opgenomen in het genoemde meetplan. Met behulp van deze ammoniaksensoren kan de concentratie ammoniak continue worden gemeten. Nu dit geschiedt voor en na de gecombineerde luchtwasser, kan vervolgens eveneens continue het verwijderingsrendement worden bepaald. De betreffende meetgegevens worden vervolgens geregistreerd in het elektronische logboek
Stal 4 (op)fokzeugen/dekberen (gecombineerde luchtwasser BWL 2010.02) Uit metingen en gegevens van de leveranciers en de werking van thans reeds aanwezige gecombineerde luchtwassers (firma Devrie) blijkt dat het gewenste reductiepercentage bij de beoogde luchtwassers kan worden bewerkstelligd. In Duitsland is bij zes gecombineerde luchtwassers het rendement ten aanzien van de ammoniakemissiereductie reeds gemeten. Uit deze metingen is gebleken dat het rendement bij de beoogde gecombineerde luchtwassers varieerde tussen 88% en 100% (zie bijlage 5). In navolging van voornoemde is vervolgens ook in december 2023 door Buro Blauw (accreditatie d.d. 28 juli 2004 door de Raad van Accreditatie) de gecombineerde luchtwasser in stal 4 (fokzeugen) gemeten. Uit de uitgevoerde metingen (3 stuks), die zijn uitgevoerd conform de voornoemde eisen uit het Activiteitenbesluit, blijkt dat het rendement van de aanwezige gecombineerde luchtwasser in stal 4 (fokzeugen) 88% bedraagt. Aan de geldende ammoniakemissiereductie van 85% wordt in deze stal hierdoor ruimschoots voldaan (zie bijlage 11).
Passende Beoordeling Luchtwassers – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten 41
Voor het toepassen van de aanwezige gecombineerde luchtwasser in stal 4 is reeds een (onherroepelijke) vergunning op grond van de WNB is verleend door de provincie Overijssel. Gelet op voornoemde bestaan er in onderhavige situatie geen gerede twijfels over de vraag of met toepassing van een gecombineerde luchtwasser de benoemde ammoniakemissiereductie van 85% kan worden bewerkstelligd in deze stal. In deze stal worden geen aanvullende metingen uitgevoerd.
Stal 5 gespeende biggen (gecombineerde luchtwasser BWL 2009.12) De bestaande stal voor het huisvesten van gespeende biggen (stal 5) is thans uitgevoerd met een gecombineerde luchtwasser BWL2010.02V6. Op basis van meting is reeds vastgesteld (zie bijlage 6) dat met toepassing van deze gecombineerde luchtwasser het ammoniakverwijderingsrendement van 85% is bewerkstelligd. In de gewenste situatie wordt deze stal uitgevoerd met een ander type gecombineerde luchtwasser (BWL2009.12V5). Als gevolg van deze wijziging zal, uiterlijk binnen 4 weken na het in gebruik nemen van deze gecombineerde luchtwasser, een rendementsmeting worden uitgevoerd. Tijs Heeten b.v. zal uiterlijk binnen 4 weken na het plaatsen en de ingebruikname van de nieuwe gecombineerde luchtwasser in stal 5 een meting uitvoeren op basis van de nat-chemische methode. Deze meting zal worden uitgevoerd door een hiertoe geaccrediteerd onderzoeksbureau (Tauw/WUR of TNO). In dit kader zal door het geaccrediteerde onderzoeksbureau een meetplan worden opgesteld. Dit meetplan wordt opgesteld op basis van de NEN-EN- 15259 en vervolgens ter goedkeuring voorgelegd aan het bevoegd gezag. Vervolgens worden in de gecombineerde luchtwasser ook ammoniaksensoren aangebracht. Het betreffen hier de zogenaamde DOL51 en DOL53 sensoren van de firma Dräger.
De leverancier van de luchtwasser zal deze sensoren plaatsen voor de luchtwasser (DOL53) en na de luchtwasser (DOL51). Deze sensoren kunnen de concentratie ammoniak meten met een nauwkeurigheid van 1,5 PPM. Zie toelichting leverancier (Devrie / bijlage 12). De exacte locatie voor het plaatsen van de betreffende sensoren zullen door het geaccrediteerd onderzoeksbureau (Tauw/WUR of TNO) worden bepaald en als zodanig worden opgenomen in het genoemde meetplan. Met behulp van deze ammoniaksensoren kan de concentratie ammoniak continue worden gemeten. Nu dit geschiedt voor en na de gecombineerde luchtwasser, kan vervolgens eveneens continue het verwijderingsrendement worden bepaald. De betreffende meetgegevens worden vervolgens geregistreerd in het elektronische logboek
Stal 6a/6b/7a/7b vleesvarkens (chemische luchtwasser BWL 2008.08) Naast de genoemde installatie, periodieke onderhoud en inspectie en de voorziening voor monitoring / registratie van de betreffende parameters door de leverancier (incl. opleveringsverklaring) zoals hiervoor beschreven, zal door Tijs Heeten b.v. na de ingebruikname van de chemische luchtwasser ter controle een meting ten aanzien van het ammoniakverwijderingsrendement worden uitgevoerd. Deze meting heeft als doel om met behulp van een zogenaamde ‘nat-chemische meting’ het ammoniakverwijderingsrendement vast te stellen. Deze meting zal éénmalig (en daarna evt. op verzoek van het bevoegd gezag) worden uitgevoerd bij de chemische luchtwassers in de nieuwe stallen voor de vleesvarkens (stallen 6a, 6b, 7a en 7b). Deze meting zal uiterlijk binnen 4 weken na het in gebruik nemen / inregelen van de betreffende luchtwassers worden uitgevoerd door een hiertoe erkend en geaccrediteerd onderzoeksinstantie (thans Tauw b.v., WUR en TNO).
Passende Beoordeling Luchtwassers – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten 42
PH-REGELING Uit het genoemde WUR-rapport 2021 (Onderzoek naar verbeterpunten voor combi-luchtwassers in de praktijk, WUR, november 2021 / Rapport 1337) blijkt dat het plaatsen van een pH-regeling zal leiden tot een verbetering van het ammoniakverwijderingsrendement van 97% en 98%. Dit is ruimschoots meer dan de vereiste 85% op basis van de Rav/Omgevingsregeling. Gebleken is dat de pH boven en onder het pakket kan verschillen, waardoor het mogelijk is dat een pH buiten de bandbreedte niet wordt geregistreerd. Daarom is het nodig om beter te definiëren waar de pH gemeten wordt wanneer gesproken wordt over een minimaal of maximaal gewenste pH-waarde. Ook is mogelijk de pH-waarde onder en boven het pakket apart te meten en een afwijkende range voor deze twee verschillende pH sensoren op te stellen om te garanderen dat de pH over het pakket binnen de vereiste bandbreedte van 6,5-7,5 blijft. De gemeten waardes van de pH- en EC-sensoren in de luchtwasser bleken niet op alle locaties overeen te komen met de werkelijke pH en EC in het waswaterpakket. Dit kwam door onder andere: slechte ijkingen van de sensoren, slechte galvanische scheiding (isolatie van elektrische onderdelen) of doordat de pH van het waswater onder het pakket een veel lagere waarde had dan het waswater dat bovenop het pakket wordt gesproeid, als gevolg van nitrificatie.
Hierdoor zijn de waardes die in het elektronisch logboek worden opgeslagen niet altijd representatief en is het adequaat controleren van een goede werking van de luchtwasser aan de hand van deze data niet altijd mogelijk. Voor een correcte meting dienen beide sensoren periodiek gecontroleerd te worden (met bijv. een handmeter) en bij afwijking opnieuw geijkt of vervangen te worden. Daarnaast wordt geadviseerd om de positie van de pH-meting te standaardiseren. Ook kan gedacht worden aan het meten van de pH op twee plaatsen, zowel boven het pakket als onder het pakket. Wanneer de locatie van de pH-meting goed gedefinieerd is zal het mogelijk zijn om de bandbreedte van de pH dusdanig aan te passen dat verzuring niet zal leiden tot te lage pH-waardes in het pakket, ook niet in het onderste gedeelte. Gelet op voornoemde heeft Tijs Heeten b.v. besloten om alle gecombineerde luchtwassers in de stallen 1, 4 en 5 te voorzien van een automatische pH-regeling. Het toepassen van deze pH-regeling zal leiden tot een verbetering van het ammoniakverwijderingsrendement. In dit kader zullen pH-meters worden geplaatst zowel in het waswater boven het pakket alsmede in het waswater onder het pakket. Hierbij wordt gemeten of de pH binnen de range van 6,5 - 7,5 blijft. Deze meting wordt vervolgens geregistreerd in het elektronische logboek.
De pH-meters worden iedere week gecontroleerd met een handmeter. Bij het vereiste onderhoud en controle per 6 maanden worden deze eveneens gemeten en geijkt. Bij eventuele afwijkingen, worden de pH-meters vervangen. Voornoemde kan in voorschriften van de omgevingsvergunning worden opgenomen.
MONITORING & REGISTRATIE Binnen de varkenshouderij worden alle luchtwassers voorzien van een elektronische monitoring conform het gestelde in het Activiteitenbesluit (art. 4.829 Bal). Op basis hiervan worden van de volgende vijf parameters automatisch elk uur de actuele waarden geregistreerd:
Passende Beoordeling Luchtwassers – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten 43
1. de pH van het waswater (zuurgraad) 2. de geleidbaarheid van het waswater in milliSiemens per centimeter (mS/cm) 3. de totale spuiwaterproductie vanaf inwerkingstelling van het luchtwassysteem in kubieke meter (m3) 4. de drukval over het filterpakket in Pascal (Pa) 5. het totale elektriciteitsverbruik van de waswaterpomp(en) vanaf het inwerking stellen van het luchtwassysteem in kilowattuur (kWh) De gegevens worden per luchtwasser opgenomen in het digitale elektronische logboek (automatische dataopslag). Deze data worden minimaal 5 jaar bewaard en kunnen op elk willekeurig moment worden geraadpleegd en gecontroleerd. Naast bovengenoemde monitoring worden van de stallen 1 en 5 ook de gegevens van de continu metingen t.a.v. de ammoniakconcentratie en ammoniakverwijderingsrendement van de gecombineerde luchtwassers geregistreerd. Ook deze gegevens worden opgenomen in het digitale elektronische logboek (automatische dataopslag). Deze data worden minimaal 5 jaar bewaard en kunnen op elk willekeurig moment worden geraadpleegd en gecontroleerd.
Passende Beoordeling Luchtwassers – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten 44
9. FASERING UITVOERING / REALISATIE Tijs Heeten b.v. besloten om de realisatie / uitvoering van de gewenste bedrijfsopzet als volgt uit te voeren:
Fase 1 Als eerste wordt de bestaande stal voor het huisvesten van vleesvarkens (stal 1) uitgevoerd met een gecombineerde luchtwasser BWL2010.02V6 en wordt stal 5 (gespeende biggen) uitgevoerd met een nieuw type gecombineerde luchtwasser (BWL2009.12V5).
Fase 2 In fase 2 worden de nieuwe stallen 6a, 6b, 7a en 7b (vleesvarkens) gerealiseerd inclusief chemische luchtwassers 95% (BWL2008.08). Met deze fase wordt pas een aanvang gemaakt nadat fase 1 is afgerond en op basis van de nat-chemische metingen door een hiertoe geaccrediteerd onderzoeksbureau (Tauw/WUR of TNO) het ammoniakverwijderingspercentage van minimaal 85% in de stallen 1 & 5 vastgesteld. Voornoemde fasering kan in voorschriften van de omgevingsvergunning worden opgenomen.
Passende Beoordeling Luchtwassers – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten 45
11. VOORSTEL VOORSCHRIFTEN OMGEVINGSVERGUNNING In navolging van het gestelde in de voorgaande hoofdstukken wordt voorgesteld om (naast de gestelde voorschriften uit het Activiteitenbesluit / Bal) voorschriften met de volgende strekking te verbinden aan de omgevingsvergunning Wabo (onderdelen handelen in strijd met regels Ruimtelijke Ordening en onderdeel milieu). 11.1. Algemeen • In de gewenste situatie moeten de stallen worden uitgevoerd met de volgende luchtwassers: Stal 1: 3.072 vleesvarkens gecombineerde luchtwasser BWL2010.02V7 ▪ Minimaal 85% ammoniak reductie Stal 4: 6 dekberen gecombineerde luchtwasser BWL2010.02V7 1.170 guste/dragen zeugen gecombineerde luchtwasser BWL2010.02V7 288 opfokzeugen gecombineerde luchtwasser BWL2010.02V7 ▪ Minimaal 85% ammoniak reductie Stal 5: 8.100 gespeende biggen gecombineerde luchtwasser BWL2009.12V5 ▪ Minimaal 85% ammoniak reductie Stal 6a: 1.792 vleesvarkens gecombineerde luchtwasser BWL2008.08V6 ▪ Minimaal 95% ammoniak reductie Stal 6b: 3.584 vleesvarkens gecombineerde luchtwasser BWL2008.08V6 ▪ Minimaal 95% ammoniak reductie Stal 7a: 1.792 vleesvarkens gecombineerde luchtwasser BWL2008.08V6 ▪ Minimaal 95% ammoniak reductie Stal 7b: 3.584 vleesvarkens gecombineerde luchtwasser BWL2008.08V6 ▪ Minimaal 95% ammoniak reductie 11.2.