CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

B4e_MER TIJS Heeten bijlage 38-Passende beoordeling

Raadsvergadering 10 juli 2025, gemeente RaalteBij agendapunt: Vaststellen besluit omgevingsvergunning en verklaring van geen bedenkingen uitbreiding varkenshouderij Tijs (bespreekstuk)27.307 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Notitie Passende Beoordeling Luchtwassers Tijs Heeten b.v. Heetenseweg 9a 8111 PX HEETEN

Opdrachtgever: Tijs Heeten b.v. Heetenseweg 9a 8111 PX HEETEN

Lichtenvoorde, 11 februari 2025 (versie 4)

Uitvoerende: VanWestreenen Adviseurs b.v. te Lichtenvoorde

Passende Beoordeling Luchtwassers – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten 1

INHOUD 1.

AANLEIDING ................................................................................................ 3

2.

INTERN SALDEREN ....................................................................................... 4

3.

LUCHTWASSERS........................................................................................... 7

4.

PASSENDE BEOORDELING ............................................................................ 8

5.

PASSENDE BEOORDELING - BESCHERMINGSMAATREGELEN ........................ 9

6.

CHEMISCHE LUCHTWASSER 95% (BWL2008.08V6) ..................................... 11

7.

GECOMBINEERDE LUCHTWASSERS 85% (BWL2009.12V5 & 2010.02V7) ..... 20

8.

MEETPLAN, PH-REGULERING & MONITORING LUCHTWASSERS ................. 41

9.

FASERING UITVOERING / REALISATIE......................................................... 45

11. VOORSTEL VOORSCHRIFTEN OMGEVINGSVERGUNNING ........................... 46 11.1. 11.2. 11.3. 11.4. 11.5. 11.6. 11.7.

ALGEMEEN ......................................................................................................................... 46 METINGEN ......................................................................................................................... 46 PH-REGELING ..................................................................................................................... 47 FASERING UITVOERING ......................................................................................................... 49 VISUELE CONTROLE EN ELEKTRONISCHE INSPECTIE ...................................................................... 49 ONDERHOUD ...................................................................................................................... 50 SPECIFIEKE VOORSCHRIFTEN................................................................................................... 50

12. CONCLUSIE ................................................................................................ 51

BIJLAGEN

Passende Beoordeling Luchtwassers – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten 2

1. AANLEIDING Voor de beoogde bedrijfsontwikkeling van de varkenshouderij van Tijs Heeten b.v. is een MER opgesteld. De CIE MER heeft in haar advies d.d. 13 november 2024 (projectnummer 3862) het volgende geadviseerd inzake het aspect ammoniak/stikstof: De Commissie adviseert voorafgaand aan de besluitvorming in een aanvulling op het MER maatregelen te onderzoeken zodat de gepresenteerde werking van de luchtwassers wordt gegarandeerd. Doe dit in een Passende beoordeling, zodat wordt aangetoond dat Natura 2000-gebieden niet worden aangetast en er sprake is van een uitvoerbaar alternatief in het licht van de natuurwetgeving. In onderhavige notitie is ten aanzien van het toepassen van de luchtwassers in de beoogde situatie een passende beoordeling t.a.v. de Natura2000 gebieden uitgewerkt.

Passende Beoordeling Luchtwassers – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten 3

2. INTERN SALDEREN Uitspraak Raad van State 18 december 2024 De rechtspraak over het intern salderen bij de beoordeling van de gevolgen van projecten voor de natuur is recentelijk gewijzigd. Dit als gevolg van de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 18 december 2024 met kenmerk 202200383/1/R3 (zie bijlage 14). In de kern komt het erop neer dat op basis van deze uitspraak intern salderen niet meer mag worden betrokken in de zogenoemde voortoets, dus bij de vraag of een natuurvergunning voor een project nodig is. Intern salderen mag wel worden betrokken bij de vraag of een natuurvergunning voor een project kan worden verleend. De mogelijkheden voor het intern salderen worden hierdoor beperkt. De Afdeling bestuursrechtspraak wijzigt met deze uitspraak haar eerdere rechtspraak uit 2021. Het nieuwe beoordelingskader is direct van toepassing en heeft gevolgen voor alle lopende en toekomstige vergunningsprocedures. Maar het heeft ook gevolgen voor activiteiten die tussen 1 januari 2020 en 1 januari 2025 met toepassing van intern salderen zijn gerealiseerd en waarvoor op grond van het oude beoordelingskader geen natuurvergunning nodig was. Wel geeft de Afdeling bestuursrechtspraak voor deze gevallen een overgangsregeling tot 1 januari 2030.

Reden voor de rechtspraakwijziging zijn recente arresten van het Hof van Justitie in Luxemburg waarin het Hof heeft verduidelijkt welke aspecten in de voortoets mogen worden betrokken. Rechtbanken hebben daarnaast na 2021 verschillende uitspraken gedaan waarin nuanceringen zijn aangebracht in de rechtspraak over intern salderen. Deze uitspraken zijn niet eensluidend. In de praktijk wordt intern en extern salderen vooral toegepast bij activiteiten die stikstofneerslag veroorzaken op een Natura 2000-gebied. Als een bedrijf dat stikstof uitstoot wil uitbreiden of zijn bedrijfsvoering wil wijzigen, dan moet worden onderzocht of dat gevolgen heeft voor Natura 2000gebieden. Daarbij kunnen de stikstofgevolgen van het nieuwe project worden weggestreept tegen de stikstof die het oude, vergunde project op die locatie al veroorzaakte. Dat wordt intern salderen genoemd. Bij extern salderen wordt de stikstofneerslag van het nieuwe project juist weggestreept tegen de stikstofruimte van een bedrijf op een andere locatie. Voor zowel het intern als het extern salderen gelden voorwaarden. Tot vandaag waren de voorwaarden voor intern salderen soepeler dan voor extern salderen. Dat verandert nu met deze uitspraak. De voorwaarden zijn nu nagenoeg gelijk.

Het natuurbeschermingsrecht eist dat eerst wordt onderzocht of de uitbreiding of wijziging van een bedrijf significante gevolgen heeft voor beschermde natuurgebieden. Dit wordt de voortoets genoemd. Als significante gevolgen niet kunnen worden uitgesloten, is een natuurvergunning nodig en moet een passende beoordeling worden gemaakt. Daarin moet worden onderzocht of het bedrijf de beschermde natuur aantast. Tot vandaag mocht in de voortoets de vergunde stikstofgevolgen van het oude project worden weggestreept tegen de stikstofgevolgen van het nieuwe project (intern salderen). Dat verandert. Vanaf nu mag in de voortoets alleen nog worden gekeken naar de gevolgen van het project op zichzelf, zónder rekening te houden met de gevolgen van de oude situatie. Er mag nog wel intern worden gesaldeerd in de stap die daarna komt: de passende beoordeling. Om te beoordelen hoeveel stikstof mag worden weggestreept, is inzicht nodig in wat op basis van de oude natuurvergunning of milieutoestemming was toegestaan. Dat wordt de referentiesituatie genoemd.

Passende Beoordeling Luchtwassers – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten 4

Daarvoor geldt het volgende. Wat er op grond van een natuurvergunning aanwezig is of had mogen zijn, is de referentiesituatie. Soms is er geen natuurvergunning, maar wel een toestemming op grond van milieuregels. Ook daaraan kan een referentiesituatie worden ontleend, maar daarvoor geldt dat dan alleen mag worden uitgegaan van de gevolgen van activiteiten die zijn vergund én feitelijk aanwezig zijn. Structureel onbenutte ruimte in een milieutoestemming maakt geen deel meer uit van de referentiesituatie. Dit betekent dat de mogelijkheden voor intern salderen met een milieutoestemming beperkter zijn dan voorheen. Dit werkt ook door als er extern gesaldeerd wordt met een milieutoestemming van een gestopt bedrijf. Omdat intern salderen, net als extern salderen, op grond van het nieuwe beoordelingskader veelal zal leiden tot de verplichting om een natuurvergunning aan te vragen, wordt het voor provincies mogelijk om beleid te voeren over de mogelijkheden voor intern salderen. Zij doen dat nu al bij extern salderen, door bijvoorbeeld de omvang van de referentiesituatie te beperken. Niet alleen zijn de mogelijkheden voor intern salderen beperkter dan voorheen, er zal ook bijna altijd sprake zijn van een vergunningplicht en er zal dus ook vaker een passende beoordeling moeten worden gemaakt. Dat zal gevolgen hebben voor bedrijven.

Ook de mogelijkheden voor extern salderen zullen als gevolg van de wijziging van de rechtspraak naar verwachting beperkter zijn dan voorheen. De voorwaarden voor intern salderen en extern salderen worden nu nagenoeg gelijkgetrokken. De rechtspraakwijziging is direct van toepassing op lopende en toekomstige vergunningsprocedures. Dat betekent dat overheden het nieuwe beoordelingskader direct moeten toepassen. Ook de Afdeling bestuursrechtspraak zal in nog lopende rechtszaken het nieuwe beoordelingskader toepassen. In navolging van deze uitspraak heeft de Raad van State stroomschema openbaar gemaakt, waarin het intern salderen in de nieuwe situatie schematisch is weergegeven. Dit stroomschema is als bijlage 15 toegevoegd.

Gevolgen uitspraak d.d. 18 december 2024 ten aanzien van project varkenshouderij van Tijs Heeten b.v. De betreffende uitspraak van 18 december jl. heeft tot gevolg dat voor het beoogde project van de varkenshouderij van Tijs Heeten b.v., nu deze is gebaseerd op intern salderen, een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming (omgevingsvergunning activiteit N2000 gebieden) is vereist. Voor het beoogde project is echter al op 13 oktober 2023 (kenmerk Z2023-00002634) een nieuwe aanvraag op grond van de Wet natuurbescherming ingediend bij het college van GS van Overijssel. Deze aanvraag is thans is procedure. Voor de betreffende uitspraak van 18 december jl. zou deze aanvraag (gebaseerd op intern salderen) hebben geleid tot een zogenaamde “positieve weigering”, omdat voor intern salderen binnen het geldende stikstofplafond op grond van de rechtsgeldige natuurtoestemming geen nieuwe vergunning noodzakelijk was. Gelet op de uitspraak van 18 december jl. dient het college van GS van Overijssel nu echter een nieuwe vergunning (natuurtoestemming) te verlenen voor het project, waarbij het gestelde in de genoemde uitspraak in acht moet worden genomen.

Passende Beoordeling Luchtwassers – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten 5

Het college van GS van Overijssel heeft voor de varkenshouderij aan de Heetenseweg 9a te Heeten op 28 november 2014 een vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 verleend kenmerk 2014/0327650). De varkenshouderij van Tijs Heeten b.v. is thans volledig conform deze vergunning opgericht en in werking. Dit is derhalve thans de rechtsgeldige natuurtoestemming (zie bijlage 16) en dient te worden beschouwd als referentie. Deze referentie omvat een veebezetting overeenkomend met een ammoniakemissie 6.841,3 kg/jaar. Op het maatgevende N2000 gebied (Boetelerveld) veroorzaakt de huidige bedrijfsvoering (op basis van een berekening met behulp van het thans geldende Aerius-model) een stikstofdepositie van 6,62 mol (N/ha/jr). Deze berekening is als bijlage 17 toegevoegd. De gewenste bedrijfsopzet omvat een veebezetting overeenkomend met een ammoniakemissie 4.777,1 kg/jaar. Op het maatgevende N2000 gebied (Boetelerveld) veroorzaakt de gewenste bedrijfsvoering (op basis van een berekening met behulp van het thans geldende Aerius-model) een stikstofdepositie van 4,37 mol (N/ha/jr). Deze berekening is als bijlage 18 toegevoegd. In de gewenste situatie wordt hierdoor de ammoniakemissie van de veebezetting ten opzichte van de referentie verminderd met 2.064,2 kg/jr (30,2%). Vervolgens is met toepassing van het Aerius-model 2024 ook een zogenaamde verschilberekening gemaakt.

In deze verschilberekening (zie bijlage 19) is de vigerende situatie conform de geldende vergunning op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 (2014) opgenomen alsmede de gewenste bedrijfsopzet. Uit deze verschilberekening blijkt dat ter plaatse van de 8 omliggende N2000 gebieden er sprake is van een (ruime) afname van de stikstofdepositie. Ter plaatse van het maatgevende N2000 gebied Boetelerveld is er ten opzichte van de referentie sprake van een afname van 2,25 mol/ha/jr (- 34,0 %). Op dit moment heeft het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en/of de provincie Overijssel nog geen standpunt ingenomen ten aanzien van een eventuele afroming van de bestaande rechten bij intern salderen c.q. het beoordelen van de additionaliteitsvereiste. Bij extern salderen bedraagt deze afroming op grond de Beleidsregel Natuur Overijssel 2024 (hoofdstuk 2 / artikel 2.2.6 / bijlage 20) 30%. Indien als “worst-case aanname” wordt gehanteerd, dat een dergelijke afroming van 30% ook wordt toegepast bij intern salderen, dan wordt hieraan in de gewenste situatie voldaan. In de gewenste situatie wordt de ammoniakemissie van de veebezetting ten opzichte van de referentie verminderd met 2.064,2 kg/jr (- 30,2%) en de stikstofdepositie ter plaatse van het maatgevende N2000 gebied Boetelerveld verminderd met 2,25 mol/ha/jr (- 34,0 %).

Gelet op voornoemde kan naar verwachting, gelet op de hoogte van het rechtsgeldige stikstofplafond (NB-vergunning 2014) en de hoogte van de minimaal te reduceren ammoniakemissie (30,2%) & stikstofdepositie (- 34,0%), voor de gewenste bedrijfsopzet (ingediende aanvraag d.d. 13 oktober 2023) de benodigde nieuwe Natuurtoestemming van de provincie Overijssel worden verkregen.

Passende Beoordeling Luchtwassers – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten 6

3. LUCHTWASSERS In de gewenste situatie worden de volgende luchtwassers toegepast: •

Stal 1:

3.072 vleesvarkens

•

Stal 4**:

6 dekberen 1.170 guste/dragen zeugen 288 opfokzeugen

•

Stal 5:

8.100 gespeende biggen

•

Stal 6a:

1.792 vleesvarkens

•

Stal 6b:

3.584 vleesvarkens

•

Stal 7a:

1.792 vleesvarkens

•

Stal 7b:

3.584 vleesvarkens

gecombineerde luchtwasser BWL2010.02V7 o 85% ammoniak reductie gecombineerde luchtwasser BWL2010.02V7 gecombineerde luchtwasser BWL2010.02V7 gecombineerde luchtwasser BWL2010.02V7 o 85% ammoniak reductie gecombineerde luchtwasser BWL2009.12V5 o 85% ammoniak reductie gecombineerde luchtwasser BWL2008.08V6 o 95% ammoniak reductie gecombineerde luchtwasser BWL2008.08V6 o 95% ammoniak reductie gecombineerde luchtwasser BWL2008.08V6 o 95% ammoniak reductie gecombineerde luchtwasser BWL2008.08V6 o 95% ammoniak reductie

** Ten opzichte van de vergunde / feitelijke situatie wordt de gecombineerde luchtwasser in stal 4 niet gewijzigd.

Passende Beoordeling Luchtwassers – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten 7

4. PASSENDE BEOORDELING In september en oktober van 2022 deed de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (verder: ‘de Afdeling’) een aantal uitspraken aangaande een aantal specifieke huisvestingssystemen die gehanteerd worden binnen de veehouderij. Deze huisvestingssystemen zijn zo ontworpen, dat daar een lagere uitstoot van ammoniak uit voortkomt in vergelijking met systemen zonder dat specifieke ontwerp. Ten tijde van het indienen van de aanvraag verplichte het Besluit Emissiearme Huisvesting dat in Nederland bij specifieke groepen landbouwhuisdieren uitsluitend huisvestingssystemen worden toegepast die een erkende emissie reducerende werking hebben waarvan de emissie per dierplaats niet hoger is dan het gestelde maximum in dat Besluit. Daarvoor mag uitsluitend gekeken worden naar huisvestingssystemen die staan vermeld in RAV-lijst. Zonder daar teveel over uit te wijden kan gesteld worden dat voor toelating op deze lijst een streng meet- en toelatingsprotocol geldt. In de uitspraken van de Afdeling in september en oktober van 2022 (later bevestigd en uitgebreid**) wordt het volgende aangegeven: “De Rav is een regeling op basis van de Wet ammoniak en veehouderij en biedt onder meer het toetsingskader voor de omgevingsvergunning voor het wijzigen van een inrichting. De Rav is geen regeling die bij of krachtens de Wnb is vastgesteld.

Uit eerdere uitspraken van de Afdeling volgt dat bij natuurvergunningen voor het bepalen van de omvang van de emissie van agrarische bedrijven aansluiting gezocht kan worden bij de emissiefactoren uit de Rav.” Ondanks het strenge meet- en toelatingsprotocol voor emissiearme huisvestingssystemen in de Rav is geconstateerd, dat er voor bepaalde systemen (met name die geënt zijn op beperking van de emissie aan de bron) twijfel bestaat of de beoogde ammoniakreductie altijd kan worden bewerkstelligd. Bij de hoger beroepszaken (waar de uitspraken van de Afdeling het gevolg van zijn) zijn een aantal onderzoeken gevoegd die dat in twijfel trekken, waardoor er getornd wordt aan de voor die specifieke huisvestingssystemen opgenomen emissiefactor in de Rav. Voorgaande heeft ertoe geleid dat de voortoets, in het geval er emissiearme huisvestingssystemen voor de veehouderij worden aangevraagd, wordt uitgesloten voor de beoordeling van een aanvraag om vergunning op grond van de Wet natuurbescherming. De voortoets mag namelijk alleen worden toegepast als hiermee uitgesloten kan worden dat er mogelijke negatieve effecten zijn op Natura2000 gebieden. Een vergunningaanvraag zoals deze nu voorligt, wordt om voornoemde reden afgehandeld via de zogeheten “Passende beoordeling”.

Passende Beoordeling Luchtwassers – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten 8

5. PASSENDE BEOORDELING - BESCHERMINGSMAATREGELEN De Passende beoordeling is dus alleen nodig wanneer een voortoets laat zien dat er mogelijk negatieve effecten zouden kunnen zijn op een of meer Natura 2000-gebieden. Middels een passende beoordeling kan dan alsnog de zekerheid worden verkregen dat er geen verslechtering plaats zal vinden op de Natura2000-gebieden. Via de passende beoordeling ontstaat namelijk de vergunningplicht (WNB) en bij een vergunning (WNB / Wabo onderdeel handelen in strijd met regels van de ruimtelijke ordening) kunnen voorschriften worden opgelegd ter borging van de werking van de ammoniakemissiereductie. Een Passende beoordeling is vormvrij. De Rechtbank Oost-Brabant heeft aangegeven1, dat deze beoordeling niet noodzakelijk behoeft te bestaan uit een beoordeling van de instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied. Een dergelijk (uitgebreide) variant van de passende beoordeling kan achterwege blijven, indien er een beschermingsmaatregel kan worden getroffen. Een beschermingsmaatregel is een maatregel die mogelijke negatieve effecten van een plan of project kunnen voorkomen en/of verminderen op zodanige manier dat er geen significant negatieve effecten kunnen optreden.

Beschermingsmaatregelen kunnen betrokken worden in een op basis van artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn te verrichten passende beoordeling van de gevolgen van een plan of project. Door het toepassen van een luchtwassysteem als ‘end-of-pipe technique’ kan worden voorkomen dat de ammoniakemissie uit het dierenverblijf zal leiden tot significant negatieve effecten. Er bestaat geen twijfel of het ammoniakverwijderingsrendement van de hier toegepaste techniek (chemische en gecombineerde luchtwassers) indien deze correct wordt geïnstalleerd en daarnaast op de juiste wijze wordt aangestuurd, gemonitord en onderhouden. Door middel van het opnemen van voorschriften in de vergunning kan daarnaast worden voorkomen dat er onverhoopt meer emissies zouden kunnen optreden dan beoogd/vergund (en dus beoordeeld). De werking van het luchtwassysteem is, naast de technische aspecten van het luchtwassysteem zelf, ook afhankelijk van het handelen van de ondernemer. Daarnaast kunnen bepaalde maten van onzekerheden worden weggenomen door vaker en grondiger de verschillende werkzame onderdelen van de luchtwassers te controleren. Deze controle op de goede werking van het luchtwassysteem is een samenspel tussen controle door de installateur/leverancier én van onderhoud en controle door de ondernemer zelf. Een en ander kan worden geborgd door goede registraties en metingen.

1

Rechtbank Oost-Brabant 11 januari 2022, ECLI:NL:RBOBR:2022:21

Passende Beoordeling Luchtwassers – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten 9

De Rechtbank Oost-Brabant heeft in de hiervoor aangehaalde uitspraak verwezen naar rechtsoverweging 18 van de uitspraak van de Afdeling van 29 mei 20192. De meeste oplossingen genoemd in het WURrapport ‘Onderzoek naar verbeterpunten voor combi-luchtwassers in de praktijk’3 en de Kamerbrief van 30 november 20214 kunnen als beschermingsmaatregelen worden beschouwd.

2

Raad van State 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1603

3

Rapport 1337 door E. Maasdam, R.W. Melse en N.W.M. Ogink

4

Kamerbrief onderzoek naar verbeterpunten voor combiluchtwassers in de praktijk van de Staatssecretaris van infractructuur en

waterstaat S.P.R.A. van Weyenberg.

Passende Beoordeling Luchtwassers – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten 10

6. CHEMISCHE LUCHTWASSER 95% (BWL2008.08V6) In de gewenste situatie worden de nieuwe stallen voor het huisvesten van de vleesvarkens (stallen 6a+b en stal 7a+b) uitgevoerd met een chemische luchtwasser. Deze chemische luchtwasser heeft (op grond van de RAV) een ammoniakverwijderingspercentage van minimaal 95%. In de stalbeschrijving (leaflet / bijlage 1) is het volgende werkingsprincipe opgenomen t.a.v. de toepassing van het type dwarsstroom: De ammoniakemissie wordt beperkt door de ventilatielucht te behandelen in een chemisch luchtwassysteem. Bij het beschreven systeem bestaat de installatie uit een filterunit van het type dwarsstroom. De wassectie bestaat uit een kolom vulmateriaal dat continu wordt bevochtigd met een aangezuurde wasvloeistof. De gezuiverde lucht verlaat vervolgens via een druppelvanger de installatie. De luchtwasser van het type dwarsstroom het wordt opgebouwd uit modules met een capaciteit van 15.000 m³ lucht per uur. Bij passage van de ventilatielucht door het luchtwassysteem wordt de ammoniak opgevangen in de wasvloeistof, waarna de gereinigde ventilatielucht het systeem verlaat. Door toevoeging van zwavelzuur aan de wasvloeistof, wordt de ammoniak gebonden als ammoniumsulfaat, waarna deze stof met het spuiwater wordt afgevoerd.

Voor de beoogde chemische luchtwassers in de stallen voor het huisvesten van de vleesvarkens (stallen 6a+b en stal 7a+b) is door de leverancier een dimensioneringspan opgesteld (bijlage 2). In deze dimensioneringsplannen is de technische uitvoering van het luchtwassysteem in combinatie met de beoogde ventilatie van de stallen uitgewerkt en vastgelegd. In de stalbeschrijving zijn de volgende voorwaarden ten aanzien van het gebruik van het systeem opgenomen: Het gebruik van het systeem

a1

Onderdeel

Gebruikseis

Instelling parameters en controle

de zuurgraad van het waswater in de chemische wasser mag niet meer zijn dan pH = 4,0

a2

de geleidbaarheid van het waswater in de chemische wasser is maximaal 250 mS/cm

b

Waswater

moet worden aangezuurd met zwavelzuur

c

Reiniging filterpakket

minimaal éénmaal per jaar

d

Onderhoud

met betrekking tot het onderhoud van het luchtwassysteem dienen in overeenstemming met het Activiteitenbesluit milieubeheer gedragsvoorschriften te worden opgesteld

e

Registratiesysteem

het meet- en registratiesysteem dient te worden gebruikt, gecontroleerd en onderhouden zoals is opgenomen in het Activiteitenbesluit milieubeheer

Passende Beoordeling Luchtwassers – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten 11

Aan het toekennen van de erkenning van het luchtwassysteem BWL 2008.08 met een ammoniakverwijderingspercentage van 95% liggen, conform de stalbeschrijving, de volgende meetrapportages ten grondslag: - Toelatingscertificaat, afgegeven door IMAG-DLO. - Rendementsmeting luchtwasser 90/95% ammoniakreductie Inno+ Luchtwassysteem, rapport februari 2007 van ASG/WUR. - Proefverslag P 4.39 van ASG Het effect van een chemische luchtwasser op de ammoniakemissie een vleesvarkensstal Behandeling van lucht uit een scharrelstal voor leghennen met een chemische wasser, rapport 98-1002, IMAG-DLO. - Behandeling van lucht uit een stal voor vleeskuikens met een chemische wasser, rapport P 99 -23, IMAG-DLO - Actualisering ammoniak emissiefactoren pluimvee; Advies voor aanpassing van ammoniak emissiefactoren van pluimvee in de Regeling ammoniak en veehouderij (Rav). Wageningen Livestock Research, Rapport 1015 Voor vleesvarkens is, op basis van voornoemde meetrapportages en de RAV, bij het toepassen van het luchtwassysteem BWL 2008.08V6 per dierplaats een ammoniakemissiefactor van 0,15 kg NH3 per jaar vastgesteld.

Besluit activiteiten leefomgeving (BAL / vm. Activiteitenbesluit mb) Het gestelde in het Besluit activiteiten leefomgeving (vm. Activiteitenbesluit mb) heeft voor onderhavige varkenshouderij t.a.v. het toepassen van de luchtwasser een rechtstreekse werking. Op grond van artikel 4.817 Besluit activiteiten leefomgeving (BAL / vm. Activiteitenbesluit mb) in combinatie met artikel 4.5 Omgevingsregeling is opgenomen dat luchtwassers moeten voldoen aan de eisen zoals opgenomen in de voornoemde systeembeschrijving. Daarnaast geldt op grond van artikel 2.11 BAL een specifieke zorgplicht ten aanzien het gebruik en onderhoud van de luchtwasser. Artikel 2.11 BAL: Degene die een milieubelastende activiteit, of een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen, bedoeld in artikel 2.2, is verplicht: 1. Alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen. 2. Voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. 3. Als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.

Passende Beoordeling Luchtwassers – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten 12

Artikel 2.11 komt er op neer dat handelingen, waarvan iedereen zou moeten weten dat deze het gebruik van de luchtwasser belemmeren, verboden zijn. In het algemeen zal iemand de specifieke zorgplicht niet overtreden als hij een activiteit op de gebruikelijke manier uitvoert en de luchtwasser conform de gebruikseisen van de luchtwasser / het systeem toepast. Onder de specifieke zorgplicht valt ook alles wat vanzelfsprekend is als de activiteit wordt verricht. Goodhousekeeping-maatregelen zijn hier een voorbeeld van. Dit zijn bijvoorbeeld de volgende goodhousekeeping-maatregelen om de kwaliteit van de bodem te beschermen. Enkele voorbeelden (niet uitputtend): • het opruimen van gelekte en gemorste vloeistoffen • het goed aanleggen, inspecteren en onderhouden van voorzieningen • het op tijd repareren of vervangen van een bodembeschermende voorziening als er scheuren ontstaan, die de werking daarvan ondermijnen • het onderhouden, repareren en schoonmaken van filters, apparaten en installaties zodat de goede werking ervan is gegarandeerd • het repareren van lekken in een bodembeschermende voorziening • het bestand zijn van een tank of bassin tegen de stoffen die deze bevat. Bal, artikel 2.11, 2e en 3e lid: a. alle passende preventieve maatregelen tegen milieuverontreiniging worden getroffen b.

alle passende preventieve maatregelen ter bescherming van de gezondheid worden getroffen c. de beste beschikbare technieken worden toegepast d. geen significante milieuverontreiniging wordt veroorzaakt e. alle passende maatregelen worden getroffen voor het voorkomen van ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan, bedoeld in artikel 19.1, eerste lid, van de wet f. afvalwater dat wordt geloosd en gekanaliseerde emissies van stoffen in de lucht doelmatig kunnen worden bemonsterd g. metingen representatief zijn en monsters niet worden verdund h. meetresultaten op geschikte wijze worden geregistreerd, verwerkt, en gepresenteerd i. voor zover verontreiniging van de bodem ontstaat, herstel van de bodem redelijkerwijs mogelijk blijft j. afvalstoffen worden afgevoerd na beëindiging van een activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3. In het Bal zijn daarnaast de volgende voorwaarden opgenomen voor het toepassen van een luchtwasser: Artikel 4.826 Bal (lucht: emissies luchtwassysteem) Met het oog op het beperken van emissies in de lucht bij gebruik van een luchtwassysteem is: a de capaciteit ten minste gelijk aan de totale maximale ventilatiebehoefte van het aantal en de categorie landbouwhuisdieren die worden gehouden in een huisvestingssysteem; en b voor een evenredige verdeling van de stallucht door het luchtwassysteem:

Passende Beoordeling Luchtwassers – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten 13

1° de doorstroomoppervlakte van het luchtkanaal ten minste 1 cm2/m3 lucht bij de maximale capaciteit van het luchtwassysteem; en 2° de afstand tussen de ventilatoren die de lucht uit het huisvestingssysteem zuigen en de eerste reinigingsstap ten minste 3 m en, als de ventilatoren na het filterpakket zijn geplaatst, de afstand tussen de laatste reinigingsstap en de ventilatoren ten minste 1 m. Op basis van voornoemde uitgangspunten heeft de leverancier het dimensioneringsplan voor de chemische luchtwasser opgesteld. Deze uitgangspunten zijn, indien van toepassing / noodzakelijk, op de tekeningen behorende bij de aanvraag opgenomen. Artikel 4.827 (werkinstructie luchtwassysteem) 1 Met het oog op het beperken van emissies in de lucht bij gebruik van een luchtwassysteem: a is er een werkinstructie beschikbaar; en b wordt het luchtwassysteem ten minste eenmaal per twaalf maanden door een ter zake deskundige onderhouden en gecontroleerd op de deugdelijkheid van het functioneren hiervan. 2 In de werkinstructie is in ieder geval beschreven welke werkwijze wordt gevolgd bij de controles en schoonmaak van het luchtwassysteem en welke maatregelen als bedoeld in artikel 4.829, tweede lid, worden getroffen.

Artikel 4.828 (lucht: opleveringsverklaring luchtwassysteem) 1 Als landbouwhuisdieren worden gehouden in een huisvestingssysteem met een luchtwassysteem is een door de leverancier van het luchtwassysteem afgegeven opleveringsverklaring beschikbaar. 2 De opleveringsverklaring bevat in ieder geval de volgende gegevens: a per luchtwassysteem: het aantal landbouwhuisdieren per diercategorie dat kan worden gehouden en de maximale ventilatiebehoefte van die landbouwhuisdieren; b de maximale capaciteit van het luchtwassysteem in kubieke meters per uur; c de aanstroomoppervlakte van het filterpakket waardoor lucht stroomt in vierkante meters; d de afmetingen, het volume en de samenstelling van het filterpakket; e de afmetingen van de drukkamer; f de drukval over het filterpakket in Pascal; g het zuurverbruik in liters per dag als er een chemische wasstap is; h het elektriciteitsverbruik van de waswaterpomp in kilowatt; i het spuiwaterdebiet in liters per uur en de spuifrequentie; en j het waswaterdebiet in liters per uur. 3 De parameters van het luchtwassysteem blijven binnen de bandbreedtes van de opleveringsverklaring. Door de leverancier wordt ten aanzien van het toepassen van de luchtwasser de genoemde werkinstructie opgesteld.

De leverancier zal daarnaast zorgdragen voor de afgifte van het installatiecertificaat alsmede het vereiste periodieke onderhoud en controle van de deugdelijkheid van de luchtwasser. Voor zover thans bekend zijn de genoemde gegevens reeds opgenomen in het eerder genoemde dimensioneringsplan t.a.v. de chemische luchtwasser BWL2008.08V6.

Passende Beoordeling Luchtwassers – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten 14

Artikel 4.829 (lucht: elektronische monitoring luchtwassysteem) 1 Het luchtwassysteem heeft een elektronisch monitoringssysteem waarmee de volgende parameters elk uur worden geregistreerd: a de pH van het waswater; b de geleidbaarheid van het waswater in milliSiemens per centimeter; c de totale spuiwaterproductie in kubieke meters vanaf het in werking stellen van het luchtwassysteem; d de drukval over het filterpakket in Pascal; en e het totale elektriciteitsverbruik van de waswaterpomp in kilowatt vanaf het in werking stellen van het luchtwassysteem. 2 Als uit de monitoring blijkt dat de parameters buiten de bandbreedtes van de opleveringsverklaring of de systeembeschrijving vallen, worden maatregelen getroffen om de werking van het luchtwassysteem te waarborgen. 3 Het waswater heeft een laagdebietalarmering die zo spoedig mogelijk in werking treedt als het debiet van het waswater te laag is. 4 De parameters worden geregistreerd volgens de bij ministeriële regeling gestelde regels. De leverancier van de chemische luchtwasser zal een elektronische monitoring en registratie (logging) alsmede een laagdebietalarmering plaatsen die voldoet aan de gestelde voorwaarden. Een luchtwasser kan alleen goed werken als het waswater goed langs de filters stroomt. Daarom moet het luchtwassysteem de doorstroming (het debiet) van het waswater meten.

Het systeem moet alarmeren als het debiet van het waswater te laag is. In de opleveringsverklaring / de systeembeschrijving zijn de minimale en maximale waarden voor de genoemde parameters opgenomen. Als de waarde van een parameter niet binnen de minimale en maximale waarde valt, moet Tijs Heeten b.v. maatregelen nemen om zo zorg te dragen dat de chemische luchtwasser goed blijft werken. Artikel 4.830 (water: meetinstrumenten) 1 Bij de spuiwaterproductie is per spuiwaterstroom een geschikte debietmeter in de spuileiding aanwezig. 2 De sensoren voor het meten van de pH en het meten van de geleidbaarheid van het waswater worden ten minste eenmaal per zes maanden gekalibreerd door een ter zake deskundige. Door de leverancier wordt in de spuileiding een geschikte debietmeter geplaatst. Deze meter is vervuilingsbestendig en geeft een betrouwbare spuiwaterdebietmeting. Geschikte debietmeters zijn elektromagnetische flowmeters, vortexmeters en ultrasoonmeters. Door de leverancier worden minimaal 1x per 6 maanden de sensoren voor het meten van de pH en het meten van de geleidbaarheid van het waswater gekalibreerd. Als uit de kalibratie blijkt dat meetapparatuur niet goed meer werkt, worden de betreffende sensoren vervangen.

Passende Beoordeling Luchtwassers – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten 15

Artikel 4.812 (water: opslag spuiwater) Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem wordt het spuiwater afkomstig van een luchtwassysteem in een lekdichte voorziening opgeslagen. Het spuiwater afkomstig van de chemische luchtwasser wordt opgeslagen in een lekdichte en productbestendige opslagsilo. Deze spuiwatersilo wordt opgesteld op een bodembeschermende voorziening.

Jurisprudentie Op 31 januari 2024 heeft de Raad van State een uitspraak gedaan inzake het toepassen van chemische luchtwassers in de intensieve veehouderij. In deze uitspraak (RvS 202202937/1/R2) is onder meer het volgende door de Raad van State overwogen (overweging 11.5 t/m 11.8): 11.4. In het hiernavolgende zal de Afdeling beoordelen of sprake is van strijd met de bestemming. Bij de beoordeling of sprake is van strijd met de bestemming zal door de Afdeling worden bezien of in strijd wordt gehandeld met specifieke gebruiksregels, die een concrete uitleg geven van het gebruik dat met die bestemming in overeenstemming is. Er is sprake van strijd met specifieke gebruiksregels als het gebruik van de gebouwen zal leiden tot een toename van stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol/ha/jaar. Concreet betekent dit dat de Afdeling beoordeelt of het college zich op het standpunt heeft mogen stellen dat de bouwwerken overeenkomstig artikel 3.4.1, aanhef en onder h, van de regels van het wijzigingsplan kunnen worden gebruikt. Omdat de achtergrond van deze bepaling is dat significante effecten moeten zijn uitgesloten, ziet de Afdeling aanleiding om aan te sluiten bij overwegingen 6 tot en met 6.2 van de uitspraak van de Afdeling van 7 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2557.

Daarin overweegt de Afdeling dat de Rav geen regeling is die bij of krachtens de Wnb is vastgesteld, maar dat uit eerdere uitspraken van de Afdeling blijkt dat in het kader van een voortoets of een passende beoordeling voor het bepalen van de omvang van de emissie van agrarische bedrijven aansluiting gezocht kan worden bij de emissiefactoren uit de Rav. Hiervoor is wel vereist dat de emissie uit stallen in de voortoets of passende beoordeling met de vereiste zekerheid in kaart kan worden gebracht met de Rav-emissiefactor. Dit vereiste volgt uit het voorzorgbeginsel dat ten grondslag ligt aan artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn. 11.5. In deze zaak is het emissiearme stalsysteem E5.4b in combinatie met de additionele techniek E7.16 aan de orde. Emissiearm stalsysteem E5.4b is een chemisch luchtwassysteem en heeft een Ravemissiefactor van 0,007 kg/jr/ NH3 per dierplaats. Blijkens de leaflet wordt de ammoniakemissie beperkt door de ventilatielucht te behandelen in een chemisch luchtwassysteem. De installatie bestaat uit een filterunit van het type dwarsstroom. De wassectie bestaat uit een kolom vulmateriaal dat continu vochtig wordt gehouden met een aangezuurde wasvloeistof, bijvoorbeeld door sproeien of een overloopsysteem. De gezuiverde lucht verlaat vervolgens via een druppelvanger de installatie.

De luchtwasser kan zijn opgebouwd uit modules die aan de stal worden gekoppeld of de luchtwasser wordt bouwkundig opgebouwd.

Passende Beoordeling Luchtwassers – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten 16

Bij de passage van de ventilatielucht door het luchtwassysteem wordt de ammoniak opgevangen in de wasvloeistof, waarna de gereinigde ventilatielucht het systeem verlaat. Door toevoeging van zwavelzuur aan de wasvloeistof, wordt de ammoniak gebonden als ammoniumsulfaat, waarna deze stof met het spuiwater wordt afgevoerd. Het in de Rav vermelde ammoniakverwijderingsrendement voor stallen van dit systeem met vleeskuikens bedraagt 90%. 11.6. De Afdeling ziet zich voor de vraag gesteld of het college in de rapporten waarop de milieuvereniging zich heeft beroepen aanknopingspunten heeft moeten zien die het aannemelijk maken dat stalsysteem E5.4b in combinatie met de additionele techniek E7.16 niet zal leiden tot de in de Rav genoemde ammoniakemissie-reductie. Daarvoor zal de Afdeling bezien of in de door de milieuvereniging aangevoerde rapporten onderzoek is gedaan naar de effectiviteit van het voorliggende stalsysteem E5.4b of stalsystemen die in essentie daaraan gelijk zijn. 11.7. De Afdeling overweegt als volgt. In het CBS-rapport is onder tabel B8.3 een overzicht weergegeven van alle Rav-codes en bijbehorende emissiefactoren voor pluimveestallen. Naast stalsysteem E5.4 staan in tabel B8.3 nog 13 andere pluimveestalsystemen met een chemisch luchtwassysteem opgesomd. In het CBS-rapport zijn 86 stalsystemen onderzocht.

De resultaten van het onderzoek zijn per stalsysteem uitgesplitst in Bijlage B7.1. In het CBS-rapport zijn 35 stalsystemen voor pluimvee onderzocht, 27 voor vleesvarkens, 22 voor rundvee, 1 voor kalkoenen en 1 voor eenden. Het stalsysteem dat in deze zaak voorligt, stalsysteem E5.4b, is niet meegenomen in dit onderzoek. De andere 13 pluimveestalsystemen in tabel B8.3 die ook een chemische luchtwasser hebben evenmin. Uit bijlage B7.1 blijkt verder dat geen van de in het CBS-rapport onderzochte stallen een chemisch, biologisch of gecombineerd luchtwassysteem betreft, ook niet voor rundvee of varkens. De Afdeling overweegt voorts dat naar aanleiding van het rapport ‘Actualisering ammoniak emissiefactoren pluimvee’ van Wageningen University & Research uit februari 2017 de emissiefactor van E5.4 is verlaagd van 0,008 kg/jr/ NH3 naar 0,007 kg/jr/ NH3. Deze afname kwam voort uit een aanpassing van de emissiefactor van de zogeheten referentie. In het rapport ‘Verbetering van effectiviteit emissiearme stalsystemen in de praktijk’ van Wageningen University & Research van september 2022 wordt benoemd dat onderzoek ontbreekt naar optimaal gebruik van eenmaal erkende Rav-technieken in de praktijk. Op basis van het huidige onderzoek is een aantal aanbevelingen geformuleerd om de effectiviteit van emissiearme stalsystemen te vergroten.

Op pagina 7 is opgenomen dat het onderzoek geen betrekking heeft op luchtwassers. Het CDM-advies bevat een analyse van de mogelijke implicaties van het CBS-rapport. In het CDM-advies wordt over stallen met (gecombineerde) luchtwassers opgemerkt dat deze minder effectief en minder efficiënt zijn dan eerder gedacht, maar dat de resultaten van de CBS-studie niet kunnen worden gebruikt om de effectiviteit van de stallen met luchtwassers te toetsen, omdat CBS geen informatie had over de hoeveelheid NH3-N ‘gevangen’ in spuiwater. In het CDM-advies is geen onderzoek gedaan dat betrekking heeft op de effectiviteit van emissiearme stalsystemen zoals E5.4b of stalsystemen die in essentie daaraan gelijk zijn.

Passende Beoordeling Luchtwassers – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten 17

In het rapport ‘Evaluatie van de emissiefactoren voor ammoniak, geur en fijn stof zoals opgenomen in het MER Richtlijnenboek Landbouwdieren - 2018’ van ILVO wordt het belang van goed onderhoud en goede opvolging opgemerkt. In het rapport wordt niet ingegaan op de effectiviteit van de techniek die in Nederland als stalsysteem E5.4b zou worden aangemerkt of andere stalsystemen die in essentie daaraan gelijk zijn. In het artikel van de Volkskrant van 9 juni 2022, waar de milieuvereniging naar verwijst, wordt een onderzoek van het RIVM aangehaald. In het artikel wordt beschreven dat volgens het RIVM de uitstoot van een bepaald type duurzame stal voor vleeskuikens 378 procent hoger is dan in de vergunningen staat. 11.8. Gelet op het overwogene onder 11.7 is de Afdeling van oordeel dat uit de door de milieuvereniging aangevoerde rapporten of publicaties niet aannemelijk is geworden dat stalsysteem E5.4b of stalsystemen die in essentie daaraan gelijk zijn niet zullen leiden tot de in de Rav genoemde ammoniakemissie-reductie. Naar het oordeel van de Afdeling heeft het college in de aangevoerde rapporten of publicaties geen concrete aanknopingspunten hoeven zien voor twijfel aan de juistheid van de Rav-emissiefactor voor stalsysteem E5.4b in combinatie met additionele techniek E7.16.

Daartoe overweegt de Afdeling dat, hoewel in het rapport van Wageningen University & Research van september 2022 wordt benoemd dat onderzoek ontbreekt naar optimaal gebruik van eenmaal erkende Ravtechnieken in de praktijk, in het CDM-advies wordt vermeld dat stallen met (gecombineerde) luchtwassers in de praktijk minder effectief en efficiënt lijken te zijn dan eerder gedacht en in het rapport van ILVO het belang van goed onderhoud en goede opvolging wordt genoemd, geen van deze rapporten betrekking heeft op het werkingsprincipe van E5.4b of stalsystemen die in essentie daaraan gelijk zijn. Een enkele verwijzing naar een krantenartikel waarin wordt verwezen naar onderzoek van het RIVM is evenmin voldoende om een aanknopingspunt te bieden voor de conclusie dat stalsysteem E5.4b niet zal leiden tot de in de Rav genoemde ammoniakemissiereductie. Het betoog van de milieuvereniging op de zitting, dat in de vergunning ten onrechte geen voorschrift voor een stelsel van monitoring is opgenomen, treft geen doel. Naar het oordeel van de Afdeling heeft het college zich op het standpunt mogen stellen dat het niet nodig is om naast het bepaalde in artikel 3.123 van het Activiteitenbesluit milieubeheer, ook nog een voorschrift voor een stelsel van monitoring op te nemen.

Ook heeft het college zich op het standpunt mogen stellen dat de brandveiligheid van de stalsystemen met het bepaalde in artikel 3.123 van het Activiteitenbesluit voldoende wordt gewaarborgd. Het betoog slaagt niet. Ten aanzien van voornoemde uitspraak kan het volgende worden opgemerkt. Het betrof hier stalsysteem RAV E 5.4b: chemisch luchtwassysteem 90% ammoniakemissiereductie (BWL 2008.08.V6, BWL 2013.08.V3). In onderhavige situatie wordt in de nieuwe stallen voor het huisvesten van de vleesvarkens (stallen 6a+b en stal 7a+b) eveneens het stalsysteem BWL2008.08V6 toegepast. Voor pluimvee (legkippen is het verwijderingspercentage vastgesteld op 90%. Voor de toepassing bij (vlees)varkens is het verwijderingspercentage voor ammoniak vastgesteld op 95%.

Passende Beoordeling Luchtwassers – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten 18

Gelet op de genoemde uitspraak c.q. de overwegingen van de Raad van State kan worden gesteld dat bij het toepassen van het gewenste stalsysteem BWL2008.08V6 in de nieuwe stallen voor vleesvarkens geen aanleiding bestaat om te veronderstelling dat de beoogde / vastgestelde ammoniakemissiereductie van 95% niet zal worden bewerkstelligd. Nu in de gewenste situatie de chemische luchtwassers worden uitgevoerd conform de eisen zoals opgenomen in de stalbeschrijving BWL2008.08V6 alsmede de gestelde voorwaarden uit het Bal (vm. Activiteitenbesluit) in acht worden genomen, kan (mede gelet op de genoemde uitspraak van de Raad van State) worden gesteld dat bij deze toepassing van de chemische luchtwassers voldoende zekerheid bestaat ten aanzien van het ammoniakverwijderingsrendement van 95%. Hierdoor kan worden uitgesloten dat bij deze toepassing c.q. de gehanteerde uitgangspunten geen sprake zal zijn van significant negatieve effecten ter plaatse van Natura2000-gebieden. Meetplan Naast de genoemde installatie, periodieke onderhoud en inspectie en de voorziening voor monitoring / registratie van de betreffende parameters door de leverancier (incl. opleveringsverklaring), zoals hiervoor beschreven, zal door Tijs Heeten b.v. na de ingebruikname van de chemische luchtwasser ter controle een meting ten aanzien van het ammoniakverwijderingsrendement worden uitgevoerd.

Deze meting heeft als doel om met behulp van een zogenaamde ‘nat-chemische meting’ het ammoniakverwijderingsrendement vast te stellen. Deze meting zal éénmalig (en daarna evt. op verzoek van het bevoegd gezag) worden uitgevoerd bij de chemische luchtwassers in de nieuwe stallen voor de vleesvarkens (stallen 6a, 6b, 7a en 7b). Deze meting zal uiterlijk binnen 4 weken na het in gebruik nemen / inregelen van de betreffende luchtwassers worden uitgevoerd door een hiertoe erkend en geaccrediteerd onderzoeksinstantie (thans Tauw b.v., WUR en TNO). Voorschriften Als genoemd gelden voor het toepassen van de chemische luchtwasser diverse regels en voorwaarden zoals opgenomen in het BAL (vm. Activiteitenbesluit mb).

Passende Beoordeling Luchtwassers – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten 19

7. GECOMBINEERDE LUCHTWASSERS 85% (BWL2009.12V5 & 2010.02V7) In de gewenste situatie blijft een bestaande stal voor het huisvesten van fokzeugen, dekberen en opfokzeugen (stal 4) ongewijzigd uitgevoerd met een gecombineerde luchtwasser BWL 2010.02V7. Deze gecombineerde luchtwasser heeft (op grond van de RAV) een ammoniakverwijderingspercentage van minimaal 85%. In de gewenste situatie wordt een bestaande stal voor het huisvesten van gespeende biggen (stal 5) ongewijzigd uitgevoerd met een gecombineerde luchtwasser 85%. Wel wordt het type gecombineerde luchtwasser 85% in deze stal gewijzigd van BWL 2010.02V7 naar BWL 2009.12V5. Beide gecombineerde luchtwassers hebben (op grond van de RAV) een ammoniakverwijderingspercentage van minimaal 85%. In de gewenste situatie wordt de bestaande stal voor vleesvarkens (stal 1) voorzien van een gecombineerde luchtwasser BWL 2010.02V7. Deze gecombineerde luchtwasser heeft (op grond van de RAV) een ammoniakverwijderingspercentage van minimaal 85%.

BWL 2009.12V5 In de stalbeschrijving (leaflet / bijlage 3) is het volgende werkingsprincipe opgenomen: De ammoniakemissie (inclusief geur- en stofemissie) wordt beperkt door de ventilatielucht te behandelen in een gecombineerd luchtwassysteem. Dit is een installatie die is opgebouwd uit meerdere wassystemen. Bij het beschreven systeem bestaat de installatie uit een watergordijn (type gelijkstroom) met daarachter een biologische wasser. Het watergordijn is in de voorruimte aanwezig waarin de lucht optimaal wordt verdeeld over het gehele aanstroomoppervlak van de wassectie. De biologische wasser is opgebouwd uit een filterelement van het type tegenstroom. Het betreft een kolom met vulmateriaal, waarover continu wasvloeistof wordt gesproeid. De gezuiverde lucht verlaat vervolgens via een druppelvanger de installatie. Bij passage van de ventilatielucht door het luchtwassysteem wordt de ammoniak opgevangen in de wasvloeistof. Bacteriën die zich op het vulmateriaal en in de wasvloeistof bevinden zetten de ammoniak om in nitriet en/of nitraat, waarna deze stoffen met het spuiwater worden afgevoerd. De verwijdering van stof en geurcomponenten gebeurt in het watergordijn en de biologische wasser. De wasvloeistof uit het watergordijn en de biologische wasser wordt opgevangen in de wateropvangbak waarin zich filtermateriaal bevindt.

Vanuit deze opvangbak wordt het water gerecirculeerd en teruggevoerd naar de sproeiers. Continu dan wel periodiek wordt een hoeveelheid water vanuit deze opvangbak gespuid en afgevoerd uit het systeem.

Passende Beoordeling Luchtwassers – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten 20

Voor de beoogde gecombineerde luchtwasser in de stal voor de gespeende biggen (stal 5) is door de leverancier een dimensioneringspan opgesteld (bijlage 4). In dit dimensioneringsplan is de technische uitvoering van het luchtwassysteem in combinatie met de beoogde ventilatie van de stal uitgewerkt en vastgelegd. In de stalbeschrijving zijn de volgens voorwaarden ten aanzien van het gebruik van het systeem opgenomen: Het gebruik van het systeem

a1

Onderdeel

Gebruikseis

Instelling parameters en controle

de zuurgraad van het waswater in de gecombineerde luchtwasser is minimaal gelijk aan pH = 6,5 en mag niet meer zijn dan pH = 7,5

a2 b1

de geleidbaarheid van het waswater in de gecombineerde luchtwasser is maximaal 18 mS/cm Reiniging

reiniging filterpakket in de biologische wasser minimaal éénmaal per jaar

b2

reiniging druppelvanger minimaal éénmaal per drie maanden

b3

reiniging van de wateropvangbak (afvoer van gesuspendeerd materiaal) minimaal éénmaal per zes maanden

c

Onderhoud

met betrekking tot het onderhoud van het luchtwassysteem dienen in overeenstemming met het Activiteitenbesluit milieubeheer gedragsvoorschriften te worden opgesteld

d

Registratiesysteem

het meet- en registratiesysteem dient te worden gebruikt, gecontroleerd en onderhouden zoals is opgenomen in het Activiteitenbesluit milieubeheer

Aan het toekennen van de erkenning van het luchtwassysteem BWL 2009.12 met een ammoniakverwijderingspercentage van 85% liggen de volgende meetrapportages ten grondslag: Ortlinghaus, O., 2008. Bericht über die Durchführung von Emissionsmessungen an einem Biowäscher mit Vorentstaubung in der Tierhaltung, 31-12-2008, Berichtsnummer: Uniqfill BioCombi-Wäscher, Fachhochschule Münster Voor gespeende biggen is, op basis van voornoemde meetrapportages en de RAV, bij het toepassen van het luchtwassysteem BWL 2009.12V5 per dierplaats een ammoniakemissiefactor van 0,10 kg NH3 per jaar vastgesteld.

Passende Beoordeling Luchtwassers – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten 21

Besluit activiteiten leefomgeving (BAL / vm. Activiteitenbesluit mb) Het gestelde in het Besluit activiteiten leefomgeving (vm. Activiteitenbesluit mb) heeft voor onderhavige varkenshouderij t.a.v. het toepassen van de luchtwasser een rechtstreekse werking. Op grond van artikel 4.817 Besluit activiteiten leefomgeving (BAL / vm. Activiteitenbesluit mb) in combinatie met artikel 4.5 Omgevingsregeling is opgenomen dat luchtwassers moeten voldoen aan de eisen zoals opgenomen in de voornoemde systeembeschrijving. Daarnaast geldt op grond van artikel 2.11 BAL een specifieke zorgplicht ten aanzien het gebruik en onderhoud van de luchtwasser. Artikel 2.11 BAL: Degene die een milieubelastende activiteit, of een lozingsactiviteit op een oppervlaktewaterlichaam of een lozingsactiviteit op een zuiveringtechnisch werk verricht en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen, bedoeld in artikel 2.2, is verplicht: 1. Alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen. 2. Voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. 3. Als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.

Artikel 2.11 komt er op neer dat handelingen, waarvan iedereen zou moeten weten dat deze het gebruik van de luchtwasser belemmeren, verboden zijn. In het algemeen zal iemand de specifieke zorgplicht niet overtreden als hij een activiteit op de gebruikelijke manier uitvoert en de luchtwasser conform de gebruikseisen van de luchtwasser / het systeem toepast. Onder de specifieke zorgplicht valt ook alles wat vanzelfsprekend is als de activiteit wordt verricht. Goodhousekeeping-maatregelen zijn hier een voorbeeld van. Dit zijn bijvoorbeeld de volgende goodhousekeeping-maatregelen om de kwaliteit van de bodem te beschermen. Enkele voorbeelden (niet uitputtend): • het opruimen van gelekte en gemorste vloeistoffen • het goed aanleggen, inspecteren en onderhouden van voorzieningen • het op tijd repareren of vervangen van een bodembeschermende voorziening als er scheuren ontstaan, die de werking daarvan ondermijnen • het onderhouden, repareren en schoonmaken van filters, apparaten en installaties zodat de goede werking ervan is gegarandeerd • het repareren van lekken in een bodembeschermende voorziening • het bestand zijn van een tank of bassin tegen de stoffen die deze bevat.

Passende Beoordeling Luchtwassers – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten 22

Bal, artikel 2.11, 2e en 3e lid: a. alle passende preventieve maatregelen tegen milieuverontreiniging worden getroffen b. alle passende preventieve maatregelen ter bescherming van de gezondheid worden getroffen c. de beste beschikbare technieken worden toegepast d. geen significante milieuverontreiniging wordt veroorzaakt e. alle passende maatregelen worden getroffen voor het voorkomen van ongewone voorvallen en de nadelige gevolgen daarvan, bedoeld in artikel 19.1, eerste lid, van de wet f. afvalwater dat wordt geloosd en gekanaliseerde emissies van stoffen in de lucht doelmatig kunnen worden bemonsterd g. metingen representatief zijn en monsters niet worden verdund h. meetresultaten op geschikte wijze worden geregistreerd, verwerkt, en gepresenteerd i. voor zover verontreiniging van de bodem ontstaat, herstel van de bodem redelijkerwijs mogelijk blijft j. afvalstoffen worden afgevoerd na beëindiging van een activiteit als bedoeld in hoofdstuk 3.

In het Bal zijn daarnaast de volgende voorwaarden opgenomen voor het toepassen van een luchtwasser: Artikel 4.826 Bal (lucht: emissies luchtwassysteem) Met het oog op het beperken van emissies in de lucht bij gebruik van een luchtwassysteem is: a de capaciteit ten minste gelijk aan de totale maximale ventilatiebehoefte van het aantal en de categorie landbouwhuisdieren die worden gehouden in een huisvestingssysteem; en b voor een evenredige verdeling van de stallucht door het luchtwassysteem: 1° de doorstroomoppervlakte van het luchtkanaal ten minste 1 cm2/m3 lucht bij de maximale capaciteit van het luchtwassysteem; en 2° de afstand tussen de ventilatoren die de lucht uit het huisvestingssysteem zuigen en de eerste reinigingsstap ten minste 3 m en, als de ventilatoren na het filterpakket zijn geplaatst, de afstand tussen de laatste reinigingsstap en de ventilatoren ten minste 1 m. Op basis van voornoemde uitgangspunten heeft de leverancier het dimensioneringsplan voor de gecombineerde luchtwasser opgesteld. Deze uitgangspunten zijn, indien van toepassing / noodzakelijk, op de tekeningen behorende bij de aanvraag opgenomen.

Artikel 4.827 (werkinstructie luchtwassysteem) 1 Met het oog op het beperken van emissies in de lucht bij gebruik van een luchtwassysteem: a is er een werkinstructie beschikbaar; en b wordt het luchtwassysteem ten minste eenmaal per twaalf maanden door een ter zake deskundige onderhouden en gecontroleerd op de deugdelijkheid van het functioneren hiervan. 2 In de werkinstructie is in ieder geval beschreven welke werkwijze wordt gevolgd bij de controles en schoonmaak van het luchtwassysteem en welke maatregelen als bedoeld in artikel 4.829, tweede lid, worden getroffen.

Passende Beoordeling Luchtwassers – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten 23

Artikel 4.828 (lucht: opleveringsverklaring luchtwassysteem) 1 Als landbouwhuisdieren worden gehouden in een huisvestingssysteem met een luchtwassysteem is een door de leverancier van het luchtwassysteem afgegeven opleveringsverklaring beschikbaar. 2 De opleveringsverklaring bevat in ieder geval de volgende gegevens: a per luchtwassysteem: het aantal landbouwhuisdieren per diercategorie dat kan worden gehouden en de maximale ventilatiebehoefte van die landbouwhuisdieren; b de maximale capaciteit van het luchtwassysteem in kubieke meters per uur; c de aanstroomoppervlakte van het filterpakket waardoor lucht stroomt in vierkante meters; d de afmetingen, het volume en de samenstelling van het filterpakket; e de afmetingen van de drukkamer; f de drukval over het filterpakket in Pascal; g het zuurverbruik in liters per dag als er een chemische wasstap is; h het elektriciteitsverbruik van de waswaterpomp in kilowatt; i het spuiwaterdebiet in liters per uur en de spuifrequentie; en j het waswaterdebiet in liters per uur. 3 De parameters van het luchtwassysteem blijven binnen de bandbreedtes van de opleveringsverklaring. Door de leverancier wordt ten aanzien van het toepassen van de luchtwasser de genoemde werkinstructie opgesteld.

De leverancier zal daarnaast zorgdragen voor de afgifte van het installatiecertificaat alsmede het vereiste periodieke onderhoud en controle van de deugdelijkheid van de luchtwasser. Voor zover thans bekend zijn de genoemde gegevens reeds opgenomen in het eerder genoemde dimensioneringsplan t.a.v. de gecombineerde luchtwasser BWL2009.12V5. Artikel 4.829 (lucht: elektronische monitoring luchtwassysteem) 1 Het luchtwassysteem heeft een elektronisch monitoringssysteem waarmee de volgende parameters elk uur worden geregistreerd: a de pH van het waswater; b de geleidbaarheid van het waswater in milliSiemens per centimeter; c de totale spuiwaterproductie in kubieke meters vanaf het in werking stellen van het luchtwassysteem; d de drukval over het filterpakket in Pascal; en e het totale elektriciteitsverbruik van de waswaterpomp in kilowatt vanaf het in werking stellen van het luchtwassysteem. 2 Als uit de monitoring blijkt dat de parameters buiten de bandbreedtes van de opleveringsverklaring of de systeembeschrijving vallen, worden maatregelen getroffen om de werking van het luchtwassysteem te waarborgen. 3 Het waswater heeft een laagdebietalarmering die zo spoedig mogelijk in werking treedt als het debiet van het waswater te laag is. 4 De parameters worden geregistreerd volgens de bij ministeriële regeling gestelde regels.

Passende Beoordeling Luchtwassers – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten 24

De leverancier van de gecombineerde luchtwasser zal een elektronische monitoring en registratie (logging) alsmede een laagdebietalarmering plaatsen die voldoet aan de gestelde voorwaarden. Een luchtwasser kan alleen goed werken als het waswater goed langs de filters stroomt. Daarom moet het luchtwassysteem de doorstroming (het debiet) van het waswater meten. Het systeem moet alarmeren als het debiet van het waswater te laag is. In de opleveringsverklaring / de systeembeschrijving zijn de minimale en maximale waarden voor de genoemde parameters opgenomen. Als de waarde van een parameter niet binnen de minimale en maximale waarde valt, moet Tijs Heeten b.v. maatregelen nemen om zo zorg te dragen dat de gecombineerde luchtwasser goed blijft werken. Artikel 4.830 (water: meetinstrumenten) 1 Bij de spuiwaterproductie is per spuiwaterstroom een geschikte debietmeter in de spuileiding aanwezig. 2 De sensoren voor het meten van de pH en het meten van de geleidbaarheid van het waswater worden ten minste eenmaal per zes maanden gekalibreerd door een ter zake deskundige. Door de leverancier wordt in de spuileiding een geschikte debietmeter geplaatst. Deze meter is vervuilingsbestendig en geeft een betrouwbare spuiwaterdebietmeting. Geschikte debietmeters zijn elektromagnetische flowmeters, vortexmeters en ultrasoonmeters.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=a54be4c8-98ac-4ce0-9c7e-7ba4088090be