B3_ROB Tijs Heeten - maart2025-incl. bijlagen
Tekst van het document
De grenswaarde voor NIBM is 1,2 µg/m3. De bijdrage met betrekking tot de emissie van N02 kan hierdoor ook in de gewenste situatie worden bestempeld als “niet in betekende mate”. Jaar van planrealisatie
2025
Extra verkeer als gevolg van het plan Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde)
19
Aandeel vrachtverkeer
71,0%
NO2 in μg/m3
0,15
PM10 in μg/m3
0,01
Maximale bijdrage extra verkeer Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in μg/m3 Conclusie
1,2
De bijdrage van het extra verkeer is niet-in-betekenende-mate; geen nader onderzoek nodig
Figuur 37: Worst-case berekening (bron: NIMB-tool)
Overige stoffen Ten aanzien van eventuele overige stoffen / emissies, op welke de Wet luchtkwaliteit van toepassing is, kan worden gesteld, dat mag worden verwacht dat deze emissies ruimschoots voldoen aan de geldende grenswaarden.
ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten
88
De emissies van lachgas (N2O) en methaan (CH4) zullen in onderhavige situatie relatief laag zijn. Binnen de veehouderij in Nederland zorgt het rundvee voor de hoogste productie van lachgas en methaan. Daarnaast wordt in onderhavige situatie geen stro toegepast, welke zorgt voor een hoge productie van lachgas. In de gewenste situatie wordt de drijfmest gescheiden in een dikke en dunne fractie. Hierdoor wordt de productie van methaan zoveel mogelijk voorkomen. Daarnaast zijn alle stallen voor het houden van dieren alsmede de voerkeuken, de mestsilo en de loods voor het scheiden van de drijfmest aangesloten op een gecombineerde luchtwasser. Gelet op voornoemde worden de eventuele emissies van lachgas en methaan zoveel mogelijk voorkomen. Aan het gestelde in de Wet luchtkwaliteit wordt in de gewenste situatie voldaan.
7.10 Geluid Om de geluidsproductie afkomstig van de varkenshouderij in de gewenste bedrijfsopzet inzichtelijk te maken is een akoestisch onderzoek uitgevoerd (Geurts Adviseurs / bijlage 13). De gemeente Raalte heeft voor het buitengebied geen geluidbeleid vastgesteld. De te stellen geluidsgrenswaarden dienen te worden vastgesteld aan de hand van de aard van de omgeving (gebiedstypering) conform de Handreiking Industrielawaai en Vergunningverlening. Het bedrijf is gelegen in een buitengebied met verspreidliggende woningen en boerderijen. Gelet op de ligging in het buitengebied is de gebiedstypering “landelijke omgeving” van toepassing. Derhalve wordt uitgegaan van de richtwaarden voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT van respectievelijk 40, 35 en 30 dB(A) voor de dag‐ avond‐ en nachtperiode. Ten aanzien van het maximale geluidniveau LAmax wordt aansluiting gezocht bij de maximaal toelaatbare grenswaarden van 70 dB(A) voor de dagperiode, 65 dB(A) voor de avondperiode en 60 dB(A) voor de nachtperiode. Uit de resultaten van dit onderzoek blijkt dat in de gewenste bedrijfsopzet (Representatieve bedrijfsvoering / RBS) de geluidsbelasting bij de omliggende woningen als volgt bedraagt:
Uit toetsing van de resultaten blijkt dat ten aanzien van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT voldaan kan worden aan de normstelling van 40 dB(A) etmaalwaarde. De geluidbelasting wordt in de dagperiode met name bepaald door de transportbewegingen en laad‐ en losactivi-teiten.
ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten
89
In de avond‐ en nachtperiode zijn de ventilatoren en bewegingen met personenwagens relevant. Uit de berekeningen blijkt tevens dat aan de maximaal toelaatbare grenswaarden ten aanzien van het maximale geluidsniveau LAmax kan worden voldaan, te weten 70 dB(A) etmaalwaarde. Het piekgeluidsniveau wordt in de dagperiode veroorzaakt door optrekkende vrachtwagens bij de inrit, het laden/lossen van varkens, in de avond door de totale bijdrage van de ventilatoren en in de nachtperiode door het laden van varkens. Maximaal 12 keer per jaar wordt drijfmest afgevoerd uit een van de mestsilo’s met meerdere vrachten op één dag. Hierbij is uitgegaan van maximaal 20 vrachten (40 bewegingen) die mest lad en bij de mestsilo’s. Uit de resultaten van dit onderzoek blijkt dat bij deze incidentele bedrijfsvoering (IBS) de geluidsbelasting bij de omliggende woningen als volgt bedraagt:
Uit de resultaten van het onderzoek blijkt het volgende: - In de representatieve bedrijfssituatie wordt voldaan aan de geldende streefwaarden; - In de incidentele bedrijfssituatie (maximaal 12 dagen per jaar) is er sprake van een geringe overschrijding van de streefwaarden (max. 2 dB). Indirecte hinder Indirecte hinder als gevolg van aan‐ en afrijdend verkeer is berekend op de voorgevel van de woningen Heetenseweg 9 en 9b. Deze woningen zijn het dichtst nabij de toegangsweg gelegen, waarbij alle voertuigen vanuit deze richting arriveren en in dezelfde richting vertrekken (worst case benadering).
Op basis van de resultaten kan worden geconcludeerd dat voldaan wordt aan de voorkeursgrenswaarde, zoals gesteld in de circulaire "Beoordeling geluidhinder wegverkeer met betrekking tot vergunningen" d.d. 29 februari 1996, van 50 dB(A) voor de dagperiode, 45 dB(A) voor de avondperiode en 40 dB(A) voor de nachtperiode. ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten
90
Geluidsreducerende maatregelen In de gewenste situatie wordt voldaan de geldende grenswaarden. Daarnaast worden ten aanzien van de langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en de maximale geluidsniveau’s in de dag- en avondperiode voldaan aan de streefwaarden. In de nachtperiode wordt ter plaatse van de woningen Heetenseweg 9 en 9b niet voldaan aan de streefwaarde voor het maximale geluidsniveau (40 dBA), maar wel aan de grenswaarde van 70 dBA). Deze geluidsbelasting in de nachtperiode wordt veroorzaakt door het laden en afvoeren van de vleesvarkens. Ten aanzien van het reduceren van de geluidsbelasting afkomstig van deze activiteit worden door Tijs Heeten b.v. de volgende maatregelen voorgesteld: •
De laadplaats voor de vleesvarkens is (bewust) gesitueerd achter de nieuw te bouwen stallen (stal 6 en 7). Deze laadplaats wordt (gedeeltelijk) inpandig uitgevoerd in de vorm van een overdekt laadperron. Hierdoor kunnen de dieren ook bij slechte weersomstandigheden op een correct wijze (diervriendelijk & ARBO technisch) worden geladen. Daarnaast zorgt deze voorziening in combinatie met de nieuwe stallen alsmede de grondwal ten noorden van de stallen voor een aanzienlijke afscherming van het geluid. Het volledig inpandig uitvoeren van de laadplaats is technisch niet mogelijk vanwege het manoeuvreren met de vrachtwagens. Daarnaast is dit tevens niet wenselijk omdat bij een evt. laadhal deze zal dienen als klankkast en hierdoor de geluidsproductie juist zal toenemen. Een eventuele aanvullende afscherming in de vorm van een scherm/wand is volgens de akoestisch specialist alleen zinvol, indien deze een hoogte heeft van de vrachtwagen + 1 meter. Een vrachtwagen heeft een hoogte van ongeveer 4 meter, waardoor een dergelijke afscherming minimaal 5 meter dient te bedragen. Een dergelijke afscherming wordt (mede gelet op het standpunt van de gemeente Raalte) in het buitengebied en gelet op de beoogde landschappelijke inpassing van het bedrijf als niet wenselijk beschouwd.
•
Bij het laden van de varkens zullen vrachtwagens worden toegepast, die niet zijn uitgevoerd met een achteruitrijdsignalering. Voornoemde is met de transporteur afgestemd en afgesproken.
•
Tijs Heeten b.v. zal de afvoer en het laden van de varkens in de nachtperiode (voor 7 uur) tot een minimum beperken. De afvoer van de varkens is echter afhankelijk van externe factoren zoals de planning van de slachterij en transporteur alsmede van de aanwezigheid van de inspecteurs van de NVWA. Op deze externe factoren heeft Tijs Heeten b.v. geen invloed. Nomaliter zal het laden / afvoer van de varkens plaatsvinden na 7 uur in de ochtend. Het kan echter voorkomen dat als gevolg van de genoemde factoren het laden en afvoeren van de varkens op een eerder tijdstip in de ochtend (vanaf 6 uur) zal plaatsvinden. Gelet op voornoemde worden Tijs Heeten b.v. alle mogelijke maatregelen genomen om de activiteiten zoveel mogelijk in de dagperiode te laten plaatsvinden en tevens de geluidsbelasting afkomstig van het varkensbedrijf tot een minimum te beperken.
ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten
91
7.11
Mest
Opslag van mest Op basis van de gewenste bedrijfsvoering komt jaarlijks ongeveer 26.000 m3 drijfmest vrij. De drijfmest afkomstig van de varkenshouderij wordt opgeslagen in mestkelders onder de stallen en in 2 mestsilo’s (totale inhoud opslagvoorzieningen = 25.000 m3). In de gewenste situatie wordt de vrijkomende drijfmest gescheiden in een dikke en dunne fractie. Voor de opslag van de dunne fractie wordt een nieuwe (gesloten) mestsilo met een inhoud van 5.000 m3 gerealiseerd. Het betreffen hier mestdichte kelders en mestsilo’s, die voldoen aan de regels/richtlijnen van het KIWA (BRL2342) en de gestelde eisen / voorschriften uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. De mest wordt door erkende transporteurs (via intermediairs) afgevoerd uit de inrichting. Binnen het bedrijf is er ruimschoots voldoende mestopslagcapaciteit voor minimaal een half jaar, zoals ook wettelijk verplicht is gesteld. De gewenste bedrijfsopzet voldoet aan het gestelde in het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet. Gelet op voornoemde voldoet de opslag van varkensmest aan het gestelde in de “Oplegnotitie bij de BREF voor de intensieve pluimvee- en varkenshouderij”. Bewerken van mest Tijs Heeten b.v. is niet voornemens om binnen de inrichting mest te gaan verwerken. Wel is het wenselijk om de vrijkomende mest te scheiden in een dikke en dunne fractie (= bewerken).
Op basis hiervan kan worden ingespeeld op de wensen uit de markt en kan een deel van de mest regionaal doelmatig worden ingezet voor het bemesten van de landbouwgronden. Daarnaast kan de gescheiden mest (dikke fractie) ook regionaal worden toegepast in een vergistingsinstallatie t.b.v. de productie van duurzame energie. Om de mest te gaan scheiden wordt een nieuwe hal gerealiseerd. In deze hal worden een mobiele mestscheider geplaatst. Deze mestscheider splitst de vrijkomende drijfmest in een dikke en dunne fractie. Voornoemde is een gesloten proces. De dunne fractie wordt afgevoerd naar een mestsilo en vervolgens per as afgevoerd. De dikke fractie wordt in de hal kortstondig opgeslagen en eveneens per as afgevoerd. Door voornoemde proces in een afgesloten hal te realiseren worden weersinvloeden (wind/neerslag etc.) uitgesloten en worden emissies en eventuele geluidsoverlast voorkomen. Om eventuele emissies van geur en ammoniak zoveel mogelijk te voorkomen, wordt de nieuwe loods (het scheiden van drijfmest / opslag dikke fractie) aangesloten op de luchtwasser in stal 5 (biggenstal).
ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten
92
7.12
Afvalstoffen & Afvalwater
In de gewenste bedrijfsopzet komen de volgende afvalstoffen vrij. Tabel 11 Overzicht afvalstoffen Afvalstoffen Kadavers Restafval Papier Kapotte lampen KGA Oud ijzer Plastic
Hoeveelheid/jaar
Wijze van opslag
Inzamelaar
80 ton 25 m3 750 kg 50 stuks 100 kg 1.000 kg 250 kg
koeling container dozen doos chemo-box Bak Container
Rendac ROVA Gemeente chemo-depot chemo-depot Oud ijzerhandelaar ROVA
Al het relevante bedrijfsafvalwater dat binnen de stallen vrijkomt wordt opgevangen in de mestkelders. Het afvalwater afkomstig van de spoelplaats wordt opgevangen en afgevoerd naar een mestkelder. Het bedrijfsafvalwater wordt gelijktijdig met de mest afgevoerd en uitgereden over beschikbare landbouwgronden. Het spuiwater van de aanwezige luchtwassers wordt afzonderlijk opgevangen in afzonderlijke kelders (gecombineerde luchtwassers) alsmede in twee productbestendige silo’s (spuiwater chemische luchtwassers). Dit spuiwater wordt vervolgens als meststof afgevoerd en verwerkt door een hiertoe erkende inzamelaar. Het spoelwater van de waterpomp en ontijzeringsinstallatie wordt in de gewenste situatie ongewijzigd geloosd op de sloot ten oosten van de inrichting. Deze lozing bedraagt conform opgave van de leverancier (Remon Service b.v.) in de gewenste situatie ongeveer 25 m3 per maand. Het afvalwater afkomstig van de bedrijfswoningen en sanitaire voorzieningen wordt geloosd op een reeds bestaande IBA (2 x 6 m3). Het niet verontreinigde hemelwater afkomstig van de daken en het erf wordt ter plaatse gebufferd (opvangvijver) en geïnfiltreerd in de bodem. De gevolgen voor het watersysteem en de mogelijke gevolgen voor de bodem (verzuring en eutrofiering) zijn hiermee voldoende gewaarborgd.
7.13
Ontsluiting
De varkenshouderij van de initiatiefnemers ligt aan de Heetenseweg. De Heetenseweg is een drukke doorgaande provinciale weg. Ter plaatse van de varkenshouderij zijn momenteel twee inen uitritten aanwezig. Alle vervoersbewegingen kunnen in de vergunde situatie via deze beide inen uitritten plaatsvinden. De beide in- en uitritten / ontsluiting van de varkenshouderij is hieronder visueel weergegeven.
ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten
93
Figuur 38 aanzichtfoto’s ontsluiting varkenshouderij (bron: Streetsmart)
7.14
Externe veiligheid
Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing.
ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten
94
Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer: •
het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi);
•
de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi);
•
het Registratiebesluit externe veiligheid;
•
het Besluit risico's zware ongevallen 2015 (Brzo 2015);
• het Vuurwerkbesluit. Voor vervoer van gevaarlijke stoffen geldt de 'Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen' (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen, per buisleiding of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: •
het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt);
•
de Regeling basisnet;
• de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. Voorliggend plan voorziet niet in het realiseren van (beperkt) kwetsbare objecten. Een nadere verantwoording van het plaatsgebonden risico en groepsrisico is dan ook niet benodigd. Daarnaast voorziet de voorgenomen ontwikkeling niet in het toestaan van een inrichting die als 'risicovol bedrijf' wordt aangemerkt. Een en ander brengt met zich mee dat het project in overeenstemming is met wet- en regelgeving ter zake van externe veiligheid.
7.15
Milieuzonering
Zowel de ruimtelijke ordening als het milieubeleid stellen zich ten doel een goede kwaliteit van het leefmilieu te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: • het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; • het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen.
ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten
95
Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven. Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is. Volgens de VNG-uitgave “Bedrijven en Milieuzonering” dient eerst te worden beoordeeld of in de omgeving sprake is van een 'rustige woonwijk' of een 'gemengd gebied'. Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor.
Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. In de VNG-uitgave wordt het buitengebied veelal gerekend tot het omgevingstype 'rustige woonwijk'. Een 'gemengd gebied' is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. Het projectgebied ligt in het buitengebied van de gemeente Raalte waar geen sprake is van matige of sterke functiemenging. Daarom wordt in voorliggend geval uitgegaan van het omgevingstype “rustige woonwijk" (ofwel "rustig buitengebied"). Aan de hand van vorenstaande regeling is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie. De VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' geeft een eerste inzicht in de milieuhinder van inrichtingen. Hierbij spelen twee vragen een rol: 1. past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); 2. laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking).
Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ordening. Daarvan is sprake als het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast. Voorgenomen ontwikkeling voorziet in het uitbreiden van een varkenshouderij. Een varkenshouderij wordt aangemerkt als milieucategorie 4.1.
ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten
96
Voor agrarische bedrijven geldt de grootste richtafstand veelal voor het aspect geur. Bij agrarische bedrijven zijn echter niet de adviesafstanden maar de wettelijk aan te houden afstanden of de berekende geuremissie-contouren voor vergunningplichtige veebedrijven bepalend. Als het aspect geur buiten beschouwing gelaten wordt, geldt voor varkenshouderijen een grootste richtafstand van 50 meter voor het aspect geluid. Dichtstbijzijnde woning betreft de woning aan de Heetenseweg 9b is een voormalige bedrijfswoning op circa 100 meter van de gevel van de (bestaande) stallen. Er wordt daarmee ruimschoots aan de richtafstand voldaan. Er is een akoestisch onderzoek industrielawaai uitgevoerd voor de gehele ontwikkeling van de varkenshouderij. Uit dit onderzoek blijkt dat er voor de gehele ontwikkeling wordt voldaan de geldende normstelling. De beoogde ontwikkeling van de varkenshouderij zorgt dan ook niet voor een aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden. Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of nieuwe functies binnen het projectgebied hinder ondervinden van bestaande functies in de omgeving. In voorliggend geval worden geen milieugevoelige functies toegevoegd of verplaatst. Het woon- en leefklimaat van bestaande functies wordt dan ook niet aangetast. Tevens worden omliggende (agrarische) bedrijven niet verder in hun bedrijfsvoering belemmerd.
Het aspect milieuzonering vormt geen belemmeringen voor de in dit plan besloten ontwikkeling.
7.16 MER-besluit De gevraagde bedrijfsopzet omvat het houden van fokzeugen, gespeende biggen, opfokzeugen en dekberen. In de gewenste situatie zijn binnen de inrichting maximaal de volgende dierplaatsen aanwezig: o 1.526 fokzeugen (356 kraamzeugen & 1.170 guste en dragende zeugen) o 8.100 gespeende biggen o 288 opfokzeugen o 6 dekberen o 13.664 vleesvarkens De wettelijke verplichting om een Besluit- of Plan-MER op te stellen is opgenomen in het Besluit MER in combinatie met artikel 7.2a van de Wet milieubeheer. Per 1 juli 2010 is ten aanzien van de MER een wetswijziging voor de modernisering hiervan in werking getreden. Het houden van varkens is in het Besluit MER 1994 (en navolgende wijzigingen) opgenomen in de categorieën C14 & D14. Het Besluit MER heeft betrekking op de realisatie van “nieuwe installaties” of op “wijzigingen of uitbreiden van installaties” met een capaciteit van meer dan 900 fokzeugen & 3.000 vleesvarkens. Indien de drempelwaarde van 900 plaatsen voor fokzeugen of 3.000 plaatsen voor vleesvarkens worden overschreden is het opstellen van een Besluit-MER noodzakelijk.
ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten
97
In onderhavige situatie wordt nieuwe stalruimte voor het houden van meer dan 3.000 vleesvarkens (2 stallen á 5.376 stuks) gerealiseerd. De drempelwaarde van 3.000 plaatsen voor vleesvarkens wordt hierdoor overschreden en hierdoor dient ten behoeve van de vergunningprocedure op grond van de Wabo een milieueffectenrapportage (Besluit-MER) te worden opgesteld. Inzake een MERprocedure zijn er 2 mogelijkheden: een uitgebreide MER-procedure een beperkte MER-procedure. Bij de beperkte MER-procedure vervallen een aantal eisen welke gelden voor een uitgebreide MERprocedure. Bij plannen en complexe besluiten is de uitgebreide MER-procedure van toepassing. Voor besluiten op omgevingsvergunningen op grond van de Wabo geldt de beperkte procedure. Het voornemen betreft een besluit op een omgevingsvergunning op grond van de Wabo waarvoor in de basis geen passende beoordeling op grond van de WNB benodigd is. Van overige effecten op deze gebieden, welke op ruime afstand zijn gelegen, is geen sprake. Nadelige effecten op N2000gebieden kunnen hierdoor worden uitgesloten. Voor het realiseren van de beoogde bedrijfsopzet / bouwen van de nieuwe stallen is een aanvraag voor een (project)omgevingsvergunning op grond van de Wabo ingediend voor onder andere het “Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening (afwijken bestemmingsplan)”.
Op grond van sub e bij de begripsbepaling ‘plan als bedoeld in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening’ van onderdeel A van de Bijlage behorende bij het Besluit milieueffectrapportage kan deze omgevingsvergunning op grond van artikel 2.12m, eerste lid, onder a, onder 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht gelijkgesteld worden aan een plan nu de aangevraagde activiteit in onderdeel C van deze Bijlage voorkomt. Hoewel deze juridische wetstekst op verschillende manieren uitgelegd kan worden, wordt het initiatief ten aanzien van het ruimtelijke spoor als Plan-MER aangemerkt. Het onderhavige Besluit-MER (onderdeel milieu) wordt opgesteld inclusief de ruimtelijke aspecten, zodat deze als Combi-MER kan worden beschouwd (Besluit-MER & Plan-MER). In deze Combi-MER is de beoogde bedrijfsopzet en de beoogde maximale veebezetting op basis van de beschikbare stalruimte / dierplaatsen als uitgangspunt gehanteerd. Voor deze bedrijfsopzet / veebezetting wordt de genoemde (project)omgevingsvergunning op grond van de Wabo ingediend en deze situatie omvat derhalve de maximale mogelijkheden / capaciteit van onderhavige inrichting. De voorgenomen ontwikkeling is niet in overeenstemming met het geldende bestemmingsplan.
Voornoemde ontwikkeling is voorafgaand, in het kader van een principeverzoek, voorgelegd aan het college van B&W & de Gemeenteraad van Raalte (oktober en november 2021). Het college van B&W van Raalte heeft vervolgens op 8 maart 2022 besloten om in principe medewerking te verlenen aan de gewenste ontwikkeling. Het genoemde principebesluit is als bijlage 1 toegevoegd. Gedurende het traject is ambtelijk met de gemeente en provincie besproken dat de beoogde ontwikkeling met een omgevingsvergunning buitenplanse afwijking (art. 2.12 lid 1, sub a onder 30 Wabo) kan worden aangevraagd.
ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten
98
7.17
Gezondheidsaspecten
Veevoeder en bijproducten Binnen de varkenshouderij wordt alleen gebruik gemaakt van veevoeder en bijproducten die voldoen aan de kwaliteitseisen (GMP+/HACCP). Het veevoeder c.q. grondstoffen / bijproducten bevatten derhalve geen gevaarlijke componenten. De opslag van het veevoer, de grondstoffen / bijproducten vindt plaats in hiervoor bestemde productbestendige bulksilo’s en bunkers. De opslag en toepassing van veevoeder en bijproducten brengt dan ook geen ontoelaatbare risico’s met zich mee. Mest De opslag van mest vindt plaats in kelders onder de stallen en in afgesloten mestsilo’s. Deze voorzieningen voldoen aan de hiervoor gestelde eisen en voorschriften (Activiteitenbesluit). Uitval stroom en brandveiligheid De stallen worden voorzien van een alarminstallatie. Indien de omstandigheid zich voordoet dat de stroomvoorziening of ventilatie uitvalt, wordt de veehouder automatisch gewaarschuwd en wordt er een noodstroomaggregaat in werking worden gezet. Het noodstroomaggregaat kan voor de varkenshouderij de volledige elektriciteitsbehoefte opvangen. Er wordt binnen het bedrijf alleen gebruik gemaakt worden van goedgekeurde installaties. Om de gevolgen van een eventuele brand te beperken zijn, in overleg met de gemeente / brandweer, brandpreventieve maatregelen getroffen in de vorm van het aanbrengen van brandblussers en brandwerende voorzieningen (brandscheidingen).
De brandblussers worden jaarlijks gekeurd. Daarnaast zijn er in de bedrijfsgebouwen en stallen vluchtwegen aanwezig in verband met het mogelijk uitbreken van brand. Om storingen en calamiteiten te voorkomen worden daarnaast ook de verwarmingsinstallaties en de luchtwassers zo vaak als nodig is, maar in ieder geval één keer per jaar, gecontroleerd door een erkend installatiebedrijf. Bedrijfsongevallen Om bedrijfsongevallen te beperken worden diverse maatregelen getroffen. In het algemeen kan aangegeven worden dat bij het gebruik van voermachines, ventilatiesystemen etc. specifieke voorschriften gelden die bij de betreffende machines worden bijgeleverd en waarvan de veehouder dan wel het personeel kennis neemt voor gebruik. Bij het verplaatsen van grote groepen dieren en/of het verrichten van veterinaire handelingen wordt vrijwel altijd met meerdere personen tegelijk samengewerkt. Het risico op ongevallen wordt tevens verkleind door met deskundig personeel te werken.
ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten
99
Volksgezondheid Binnen onderhavige varkenshouderij zijn maatregelen getroffen om de risico’s op een uitbraak van dierziekten zoveel mogelijk te beperken. Bij het uitbreken van een dierziekte, zoals varkenspest / MKZ, kan zich de situatie voordoen, dat het bedrijf tijdelijk wordt afgesloten. Tijdens deze periode mogen geen dieren worden aan- en afgevoerd. Gevolg hiervan is dat de veebezetting zal toenemen en dat de hokken vol zullen raken. Door een ruime bedrijfsopzet en de relatieve grote leefoppervlaktes van de dieren (conform Besluit houders van dieren) is de opvangcapaciteit van onderhavige veehouderij relatief groot. Bij een zeer lang aanhoudende periode van het niet kunnen afleveren van de biggen kan eventueel een noodopvang (noodhuisvesting / mobiele opslag van mest) worden gerealiseerd. Om de risico’s op het bedrijf te beperken c.q. te voorkomen is het bedrijf zodanig opgezet, dat bezoekers niet direct in de stallen kunnen komen. Diegene die de stallen willen bezoeken / betreden dienen zich te houden aan strikte hygiëneregels (o.a. gebruik van bedrijfskleding, een hygiënesluis, toepassen ontsmettingsmiddelen, schone en vuile weg principe etc.). Daarnaast is voor het schoonmaken en ontsmetten van vrachtauto’s een spoelplaats aanwezig. Binnen de beoogde veehouderij aan de Heetenseweg 9a worden alleen varkens gehouden.
Hierdoor is er sprake van een gespecialiseerd bedrijf met slechts één diersoort. Op basis hiervan worden de risico’s op de verspreiding van dierziekten al in grote mate beperkt. Binnen de varkenshouderij worden de volgende maatregelen getroffen in het kader van de dier- en volksgezondheid en om de verspreiding van dierziektes te voorkomen: •
Binnen 175 meter van het emissiepunt van de beoogde varkenshouderij is geen woning van derden aanwezig;
•
Het bedrijf beschikt (minimaal) over een zogenaamde A-status op grond van de VVL;
•
Binnen de veehouderij wordt slechts één diersoort (varkens) gehouden;
•
Er is geen sprake van een vrij uitloop. De dieren worden inpandig gehouden;
•
Professionele begeleiding door adviseurs, dierenarts en voerleverancier.
•
Er wordt per jaar een bedrijfsbehandelingsplan op het gebied van het gebruik van diergeneesmiddelen opgesteld in samenwerking met de begeleidende dierenarts.
•
De begeleidend dierenarts bezoekt iedere maand het bedrijf
•
Beperkt antibiotica gebruik
•
De periodieke verplichte bloedmonitoring op dierziekten wordt gedaan (Aujesky/CSF)
•
Per kwartaal extra controle op de algehele gezondheidsstatus van het bedrijf (APP/CIRCO/MYCOPLASMA/PRRS/SALMONELLA/GRIEP).
•
Strikte hygiënemaatregelen: schone – vuile weg principe Iedere bezoeker doucht zich voor een stalbezoek Per diercategorie wordt gescheiden kleding en schoeisel gebruikt
ROB – Tijs Heeten b.v., Heetenseweg 9a te Heeten
100