CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

B2_Besluit omgevingsvergunning Heetenseweg 9a-9c met wijzigingen geaccepteerd

Raadsvergadering 10 juli 2025, gemeente RaalteBij agendapunt: Vaststellen besluit omgevingsvergunning en verklaring van geen bedenkingen uitbreiding varkenshouderij Tijs (bespreekstuk)33.482 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Tijsheeten B.V. De heer R. Tijs Heetenseweg 9a 8111 PX Heeten

Uw kenmerk 8883 Zaaknummer 0177ESUITE530132022 Voor informatie L. Brouwer, tel. 0572-347799

Datum Bijlagen

Onderwerp Omgevingsvergunning verlenen uitgebreid

datum Diverse

Geachte heer Tijs, U heeft op 9 juni 2022 een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend voor het uitbreiden van de varkenshouderij aan de Heetenseweg 9a-9c, 8111 PX Heeten. In deze brief leest u onze beslissing. U ontvangt van ons de omgevingsvergunning Deze brief met bijlagen is uw besluit omgevingsvergunning. U ontvangt dit besluit per e-mail. Lees alles goed door en bewaar deze omgevingsvergunning. Dit besluit heeft betrekking op de volgende activiteiten: - het bouwen van een bouwwerk - het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (aanleggen) - het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan e.d. (handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening) - het veranderen van een (milieu) inrichting Omdat de aanvraag oorspronkelijk op 9 juni 2022 is ingediend, dient deze te worden afgehandeld op basis van de wetgeving die gold in 2022. Hierdoor is met name de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) van toepassing op deze aanvraag, en niet de Omgevingswet die voor aanvragen van na 1 januari 2024 geldt. De afwegingen in dit besluit zijn gemaakt op basis van de ‘oude’ wet- en regelgeving, zoals geregeld in het overgangsrecht. Activiteit ‘Wet natuurbescherming’ De aanvraag Wet natuurbescherming met betrekking tot dit project is op 13 oktober 2023 bij Gedeputeerde Staten van Overijssel (hierna: GS) ingediend.

Omdat deze activiteit rechtstreeks bij het verantwoordelijke bevoegd gezag is aangevraagd, haakt deze toestemming niet aan bij deze omgevingsvergunning. Wij hoeven dan ook geen verklaring van geen bedenkingen (hierna: vvgb) in het kader van de Wet natuurbescherming’ bij GS aan te vragen. Deze activiteit maakt geen onderdeel uit van dit besluit.

1 / 107

Activiteit ‘het maken, aanleggen of veranderen van een uitweg (in-/uitrit)’ Het aanleggen van een uitweg op een provinciale weg valt onder de bevoegdheid van Gedeputeerde Staten van Overijssel. De aanvrager heeft deze activiteit ingetrokken. Deze activiteit maakt geen onderdeel uit van dit besluit. Activiteit ‘kappen’ Uw aanvraag voor het vellen van 24 bomen langs de noordrand van het bestaande erf wordt aangemerkt als een aanvraag voor een vergunning voor de activiteit ‘het uitvoeren van een werk’. Het kappen van de bomen maakt daarom onderdeel uit van de activiteit ‘het uitvoeren van een werk’. De zelfstandige activiteit ‘kappen’ maakt geen onderdeel uit van dit besluit. Meld sloopwerkzaamheden Omdat er mogelijk meer dan 10 m³ sloopafval vrijkomt en/of asbest verwijderd wordt, moet u een sloopmelding doen. Doe dit minimaal 4 weken voor het begin van de sloopwerkzaamheden via www.omgevingsloketonline.nl. In ieder bouwwerk dat voor 1994 is gebouwd of verbouwd kan asbest aanwezig zijn. Bij verbouw en/of sloopwerkzaamheden aan zo’n bouwwerk moet altijd een asbestinventarisatierapport aanwezig zijn. U moet mogelijk veiligheidsmaatregelen nemen Om onveilige situaties tijdens kap-, bouw- of sloopwerkzaamheden te voorkomen kan het zijn dat u maatregelen moet nemen.

U doet dit om schade aan personen, beschadiging of hinder op wegen, werken of roerende zaken die zich in de omgeving bevinden, te voorkomen. Bent u de veroorzaker van schade en/of schade aan personen? Dan bent u verantwoordelijk. Bijlagen maken onderdeel uit van dit besluit Het besluit om u het besluit te verlenen is genomen op basis van de voorschriften (bijlage 1), de motivering en overwegingen (bijlage 2), de overwegingen per activiteit (bijlage 3), de ontvangen documenten (bijlage 4), algemene informatie (bijlage 5), de “Reactienota zienswijzen en adviezen Heetenseweg 9a-9c” (bijlage 6), de MER-evaluatie (bijlage 7) en het raadsbesluit met de verklaring van geen bedenkingen (bijlage 8). Deze gegevens maken onderdeel uit van dit besluit. Wij maken het besluit bekend Dit doen wij in het Weekblad voor Salland, op de gemeentelijke website en op www.officielebekendmakingen.nl. Wij adviseren u ook om omwonenden te informeren over uw project. Dit voorkomt in veel gevallen dat er bezwaar en beroep wordt ingediend tegen het definitieve besluit, waardoor u sneller kunt starten met de werkzaamheden.

2 / 107

Bent u het niet eens met dit besluit? Tegen dit besluit is beroep mogelijk bij de Rechtbank Overijssel, Postbus 10067, 8000 GB Zwolle. Het beroepschrift moet gemotiveerd zijn en binnen zes weken na het bekend maken van dit besluit bij de Rechtbank zijn ingediend. Ook kunt u de Voorzieningenrechter van de Rechtbank om het treffen van een voorlopige voorziening vragen. Stuur uw verzoek naar Rechtbank Overijssel, Postbus 10067, 8000 GB Zwolle. Of doe uw verzoek digitaal (met DigiD) via www.rechtspraak.nl/Organisatie-en-contact/Rechtsgebieden/Bestuursrecht. Voor zowel de behandeling van uw beroep als een verzoek om voorlopige voorziening brengt de Rechtbank u kosten in rekening. Heeft u vragen? Neem dan contact op met Linda Brouwer, telefoonnummer 0572-347799. Wilt u hierbij het zaaknummer 0177ESUITE530132022 noemen? Hoogachtend, Namens burgemeester en wethouders van Raalte, Ondertekening Linda Brouwer medewerker domein Ruimte Ook verstuurd aan: Van Westreenen B.V., de heer B.H. Wopereis (wabo@vanwestreenen.nl)

3 / 107

BIJLAGE 1: VOORSCHRIFTEN EN AANDACHTSPUNTEN Bij het ontwerpbesluit met zaaknummer 0177ESUITE530132022 horen de onderstaande voorschriften en aandachtspunten. Wij vragen u om dit goed door te lezen. Hierin staan aandachtspunten en acties die u moet doen voor, tijdens en na de werkzaamheden. 1.

Algemene voorschriften

Nr. 1.

Deel Uitvoering volgens de voorschriften

Uitvoering Het (bouw)plan moet u uitvoeren volgens de voorschriften.

2.

Weegbrug

De weegbrug mag enkel en alleen door deze inrichting gebruikt worden.

3.

Schade openbare ruimte

Mogelijke schade door (bouw)werkzaamheden aan gemeentelijke eigendommen (zoals openbare wegen) wordt door de gemeente hersteld. De vergunninghouder betaalt de kosten.

4.

Omgevingsveiligheid

Als er kans bestaat op gevaar of overlast, moet het bouwterrein tijdens de bouw afgesloten zijn van de (openbare) weg en van de erven die tegen het bouwterrein aan liggen.

5.

Burgerlijk Wetboek

Volgens het Burgerlijk Wetboek mag u niet bouwen op het erf van de buren. Dit mag u wel doen als u hierover met uw buren afspraken hebt gemaakt.

6.

Wet natuurbescherming

Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking gegaan. Deze wet heeft het doel om de planten en dieren te beschermen. Iedereen in Nederland is verplicht rekening te houden met de dieren en planten. Dit betekent dat u geen dingen mag doen die dieren en planten in gevaar kunnen brengen. Als u uw oude gebouw gaat slopen, mag u nesten en verblijfplaatsen van beschermde dieren en planten niet vernielen. U mag deze dieren en planten ook niet wegjagen of weghalen. In dat geval kunt u contact opnemen met de Provincie Overijssel. Zij kunnen u uitleggen wat u dan het beste kunt doen. Meer informatie vindt u op de website van de provincie Overijssel https://www.overijssel.nl.

7.

Kabels en leidingen

Als bij de uitvoering van de (bouw)werkzaamheden buizen en/of kabels van gemeentewegen moeten worden omgelegd, betaalt de vergunninghouder hiervoor de kosten.

4 / 107

8.

In gebruik nemen bouwwerk

U mag het bouwwerk pas in gebruik nemen als u de gemeente heeft laten weten dat u klaar bent met de (bouw)werkzaamheden.

9.

Bouwafval

U moet uw bouwafval op het (bouw)terrein zoveel mogelijk scheiden. U moet asbest, bitumineuze stoffen, hout en board, metsel- en betonpuin, ijzer, zink, lood, koper, glas en met PAKS verontreinigde materialen gescheiden bewaren voordat u het afvoert. Geeft u het afval af aan een sorteerbedrijf? Dan hoeft u het afval niet gescheiden te bewaren. U moet het sloopafval binnen twee maanden afvoeren naar een erkende inzamelaar.

10.

Stof door sloop- en/of bouwwerkzaamheden

Om stofwolken te voorkomen of te beperken, moet u water sproeien op de onderdelen die u sloopt.

11.

Asbesthoudende materialen

U mag pas asbest verwijderen als u hiervoor toestemming hebt gekregen nadat u de sloopmelding hebt gedaan.

12.

Mechanische graafwerkzaamheden

Wilt u mechanische graafwerkzaamheden uitvoeren? Dan moet u een graafmelding doen via www.kadaster.nl/producten/woning/klicmelding. Na de melding krijgt u per e-mail informatie over de ligging van ondergrondse kabels en leidingen. Deze informatie gebruikt u om zorgvuldig te kunnen graven. De kabel- en leidinginformatie moet op locatie aanwezig zijn tijdens de graafwerkzaamheden.

13.

Vrijgekomen grond op eigen terrein

Als er bij graafwerkzaamheden grond over blijft, dan kunt u deze grond weer gebruiken op dezelfde locatie, met uitzondering van het waterbergingsgebied. Op deze uitzondering is niet van toepassing de grond welke benodigd is ten behoeve van de grondwal overeenkomstig het Plan voor de landschappelijke inpassing. U hoeft het gebruik van vrijgekomen grond op eigen terrein niet te melden.

14.

Vrijgekomen grond afvoeren

Voor het graven in de bodem of wegbrengen van grond, geldt meestal een meld- of informatieplicht. Dit staat in het Besluit activiteiten leefomgeving. Of een melding of informatieplicht nodig is controleert u via de check of vraagt u direct aan via www.omgevingswet.overheid.nl/home.

2.

Toezicht

Nr. 1.

Deel Contactgegevens

Uitvoering - Team Toezicht - E-mail: venh@raalte.nl - Telefoon: 0572-347799

5 / 107

-

Aanleveren van gegevens: Gegevens dienen via het omgevingsloket te worden aangeleverd.

2.

Aanwezige documenten (digitaal)

Aanwezige documenten op het bouwterrein. De documenten mogen ook digitaal aanwezig zijn. - Omgevingsvergunning: inclusief de bijlagen die u heeft ontvangen bij de omgevingsvergunning. - Bouwveiligheidsplan: onder andere inrichting bouwplaats en afscheiding. - Documenten: Overige vergunningen en documenten met voorwaarden en ontheffingen die belangrijk zijn voor het bouwen.

3.

Aanwijzingen

De toezichthouder kan aanwijzingen geven voor de bouw- en/of sloopwerkzaamheden. Dit doet de toezichthouder om gevaarlijke situaties, schade of overlast voor andere bouwwerken en personen te voorkomen of te stoppen. Ook kan de toezichthouder aanwijzingen geven als er onveilig wordt gewerkt op de bouwlocatie of als iemands gezondheid in gevaar is.

4.

Meldingen

Meldingen tijdens de bouwwerkzaamheden (zie contactgegevens voor het melden): - Start bouw: 2 werkdagen voordat u begint moet u de graafwerkzaamheden melden (artikel 1.25 Bouwbesluit) - Einde bouw: op de eerste werkdag na beëindiging (artikel 1.25 Bouwbesluit) - Storten van (gewapend)beton: 3 werkdagen voor aanvang

3.

Bouwbesluit

Nr. 1.

Deel Contactgegevens

Uitvoering - Team Toezicht - E-mail: venh@raalte.nl - Telefoon: 0572-347799 - Aanleveren van gegevens: Gegevens dienen via het omgevingsloket te worden aangeleverd.

2.

Bouwen volgens het Bouwbesluit

U moet bouwen volgens de regels van het Bouwbesluit.

4.

Constructie

Nr. 1.

Deel Constructiegegevens

Uitvoering Minimaal 21 dagen voor de start van de bouwwerkzaamheden moet u de definitieve constructiegegevens, detailberekeningen en tekeningen ter goedkeuring bij de toezichthouder aanleveren.

6 / 107

U mag niet met die constructies starten zolang de constructeur van de gemeente geen goedkeuring heeft gegeven. Blijkt het ontwerp niet te voldoen aan de eisen uit het Bouwbesluit? Dan moet u een wijziging van het bouwplan ter goedkeuring indienen.

5.

Waterhuishouding

Nr. 1.

Deel Contactgegevens

2.

Regenwater

Uitvoering - Medewerker: - E-mail: venh@raalte.nl - Telefoon: 0572-347799 - Aanleveren van gegevens: Onder vermelding van het kenmerk 0177ESUITE530132022 -

-

-

-

-

-

Volgens de Waterwet bent u verplicht om te zorgen dat het hemelwater op eigen terrein opgenomen wordt in de grond. Hiermee helpt u wateroverlast binnen uw wijk te voorkomen. Tekeningen en berekeningen van de voorzieningen voor het infiltreren en/of afvoeren van regenwater dienen minstens 3 weken voor de te maken constructie ter goedkeuring worden aangeleverd. U moet zelf zorgen voor het aanleggen van de voorzieningen. Ook moet u zorgen voor het onderhouden en vervangen van de voorzieningen wanneer dat nodig is. De kosten zijn voor uw rekening. U moet voorkomen dat grond wordt mee gespoeld bij de afvoer van regenwater naar de openbare ruimte. Alle verharde oppervlakten moeten zijn voorzien van 20 mm berging per m². Bij een kleine mate van verharding in de tuin kan 20 mm worden geborgen in het groene deel. Hier hoeft geen aparte voorziening voor worden aangelegd. Voorzieningen die bedoeld zijn voor de afvoer en/of infiltratie van regenwater mogen geen stoffen bevatten waarvan men weet of kan vermoeden dat ze de bodem, het grondwater of het oppervlaktewater kunnen vervuilen. Het is niet toegestaan om regenwater via het afvalwaterriool te lozen. De infiltratievoorzieningen dienen met drie duidelijke foto’s en een revisietekening opgeleverd te worden. De bestanden kunnen worden aangeleverd bij Aloys Koopman, Aloys.Koopman@raalte.nl. Let op.

De wijze van afvoeren van hemelwater kan per bestemmingsplan verschillen. Voor informatie kunt u contact opnemen met de gemeente Raalte op 0572-347799 of info@raalte.nl.

7 / 107

3.

Bronbemaling

Maakt u gebruik van bronbemaling? Dan moet u over het lozen van het water contact opnemen met het waterschap. Zie onderstaande link voor contactgegevens van uw waterschap: https://www.waterschappen.nl/mijn-waterschap/

4.

Waterbergingsgebied

Ter compensatie van de op te richten bebouwing in het waterbergingsgebied dient het waterbergingsgebied op eigen terrein te worden gecompenseerd. De compensatie dient in het lager gelegen perceel aan de noordoostzijde plaats te vinden met een omvang van 15.000 m2. Dit betreft een deel van het kadastrale perceel bekend als gemeente Raalte, sectie F, nummer 4707.

6.

Uitvoeren van een werk

Nr. 1.

Deel Landschappelijke inpassing

Uitvoering Het advies van Het Oversticht in het kader van de landschappelijke inpassing en de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO) dienen te worden uitgevoerd, evenals het nader uitgewerkte plan door Natuurbank Overijssel. 1. Uitvoeren landschappelijke inpassing: a. Door u dient een aanplant van beplanting en aanleg grondwal en wadi uitgevoerd te worden conform het ‘Plan voor landschappelijke inpassing Heetenseweg 9A te Heeten’ d.d. 21-1-2025. b. De beplanting dient uiterlijk binnen 1 jaar na uitvoering van de bouw uitgevoerd en gereed gemeld te worden. 2. Instandhoudingsplicht landschappelijke inpassing: a. De beplanting mag niet worden verwijderd en dient in stand te worden gehouden. b. De vergunninghouder aan wie een voorschrift of een verplichting is opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen.

2.

Gereedmelden uitvoering kapwerkzaamheden

Bij deze omgevingsvergunning is een formulier gevoegd waarop u dient aan te geven dat de uitvoering van de kapwerkzaamheden gereed is. Wij verzoeken u het ingevulde formulier in de bijgevoegde enveloppe te sturen aan de gemeente Raalte. Naast een registratie van uw melding vindt in bepaalde gevallen een daadwerkelijke controle op de uitvoering van de kapwerkzaamheden plaats.

8 / 107

7.

Handelen in strijd met regels RO

Nr. 1.

Deel Goede ruimtelijke ordening

2.

Verwijzing naar milieuvoorschriften

3.

Fasering

Uitvoering Om af te wijken van het geldende bestemmingsplan kan met een omgevingsvergunning voor dit project worden afgeweken van het bestemmingsplan, mits gemotiveerd wordt dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Voor diverse aspecten zijn daarom in de Ruimtelijke onderbouwing (ROB) en het Milieu Effect Rapport (MER) motiveringen opgenomen om te voldoen aan (provinciaal) beleid, zoals de KGO-maatregelen, en fysieke aspecten, zoals geluid en andere milieuaspecten. Om zeker te kunnen zijn dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening worden voorschriften aan deze vergunning verbonden. Zo zijn onder andere de KGO-maatregelen geborgd met het uitvoeren van de landschappelijke inpassing, zie voorschrift 1 ‘Landschappelijke inpassing’ onder punt 6 ‘Uitvoeren van een werk’. Om een goede ruimtelijke ordening te waarborgen, gelden de maximale dieraantallen/dierplaatsen en is de toepassing van de huisvestingssystemen verplicht, zoals genoemd in artikel 4.1 van de voorschriften milieu van dit besluit. Ook de artikelen 4.2 tot en met 4.7 van de voorschriften milieu met betrekking tot metingen en monitoring van deze huisvestingssystemen zorgen voor zekerheid omtrent een goede werking van deze systemen en daarmee een goede ruimtelijke ordening. Daarmee wordt een goed woon- en leefklimaat gegarandeerd.

Om de uitvoerbaarheid van het project te garanderen, mag er geen sprake zijn van een (tijdelijke) toename van ammoniakemissie. Ook dient om leegstaande bebouwing te vermijden de bouw van de grote vleesvarkensstallen pas plaats te vinden als deze in gebruik genomen mogen worden. In fase 1 dient daarom eerst de gecombineerde luchtwasser BWL2010.02V6 geplaatst te worden bij de bestaande vleesvarkensstal/stal 1. Tevens mogen de werkzaamheden bij de biggenstal/stal 5 gerealiseerd worden, zodat de technische ruimtes kunnen worden gerealiseerd evenals de gecombineerde luchtwasser vervangen kan worden door een nieuw type gecombineerde luchtwasser BWL2009.12V5. Pas nadat: - door GS van Overijssel een vergunning i.h.k.v. de Wet natuurbescherming (Wnb) c.q. natuurvergunning is verleend ten behoeve van dit project, evenals - gereed melding en in gebruik name van de luchtwassers in fase 1 heeft plaatsgevonden en op basis van de natchemische metingen door een hiertoe geaccrediteerd onderzoeksbureau (Tauw/WUR of TNO) het ammoniakverwijderingspercentage van minimaal 85% in de stallen 1 & 5 is vastgesteld,

9 / 107

mogen de bouwwerkzaamheden voor de nieuwe stallen 6a, 6b, 7a en 7b (vleesvarkens) inclusief chemische luchtwassers BWL2008.08.V6 met het laadperron in fase 2 worden uitgevoerd.

10 / 107

BIJLAGE 2: MOTIVERING EN OVERWEGINGEN Hier leest u hoe wij tot dit besluit zijn gekomen en welke regelgeving we hebben gebruikt. Uw aanvraag is compleet Op 9 juni 2022 heeft u een aanvraagformulier ingediend en op 13 november 2023 een aangepast aanvraagformulier en diverse stukken. Op 21 december 2023 hebben wij u tot en met 31 januari 2024 de tijd gegeven om uw aanvraag aan te vullen. De missende gegevens hebben wij op 18 en 25 januari 2024 ontvangen en beoordeeld. Nadien zijn enkele kleine omissies en verschrijvingen geconstateerd, welke deels door u hersteld zijn met het indienen van documenten op 23 april 2024. Op 15 mei 2024 hebben wij een herhaald verzoek om aanvullingen gedaan en verzocht deze uiterlijk 28 mei 2024 aan te leveren. De aangepaste documenten zijn op 23 mei 2024 ontvangen. Na ontvangst van het toetsingsadvies van de Commissie mer evenals een zestal zienswijzen gedurende de termijn van terinzagelegging, heeft initiatiefnemer aanvullingen en aanpassingen doorgevoerd. Deze documenten (MER TIJS Heeten b.v. inclusief bijlagen, ROB TIJS Heeten b.v inclusief bijlagen en Toelichting Wabo milieu inclusief bijlagen d.d. 11 maart 2025 hebben wij op 12 maart 2025 ontvangen. Daarna zijn bijlagen 9 (dit is tevens bijlage 43 MER) en 10 behorend bij de Toelichting Wabo milieu vanwege enkele onvolkomenheden op 27 maart 2025 vervangen.

De aanvraag bevat voldoende informatie zodat wij de gevolgen van de activiteiten op de fysieke leefomgeving kunnen beoordelen. Wij hebben uw aanvraag inhoudelijk beoordeeld Hiervoor geldt standaard een beslistermijn van 26 weken. Dit is een termijn van orde. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Uit artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet volgt echter dat aanvragen die vóór deze datum zijn ingediend, de regelgeving van toepassing blijft, zoals die gold vóór die datum. Omdat de aanvraag oorspronkelijk op 9 juni 2022 is ingediend, dient deze te worden afgehandeld op basis van de wetgeving die gold in 2022. Hierdoor is met name de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) van toepassing op deze aanvraag, en niet de Omgevingswet die voor aanvragen van na 1 januari 2024 geldt. De afwegingen in dit besluit zijn gemaakt op basis van de ‘oude’ wet- en regelgeving, zoals geregeld in het hiervoor benoemde overgangsrecht. In de stukken wordt op diverse plaatsen abusievelijk nog verwezen naar onder andere onjuiste bijlagenummers, eerdere versies van AERIUS of andere onjuiste verwijzingen. Bij een dergelijke omvangrijke aanvraag als deze zijn onjuiste verwijzingen of incidentele verschrijvingen helaas niet te vermijden.

De AERIUS- en andere berekeningen zijn echter wel aangepast aan de aanpassingen naar aanleiding van het toetsingsadvies van de Commissie mer en de laatste juridische uitspraken. Zo zijn de AERIUSberekeningen uitgevoerd met 160 vleesvarkens minder in de berekeningen van de gewenste situatie (het voorkeursalternatief/MMA) en de alternatieve bedrijfsopzet. Eén van de verschrijvingen staat op pagina 7 van de Passende beoordeling (bijlage 38 MER) dat in de gewenste situatie in stal 1 3.072 vleesvarkens worden gehuisvest, terwijl dit er 2.912 vleesvarkens (160 minder) moeten zijn. In de berekeningen is wel

11 / 107

met de juiste dieraantallen gerekend. De AERIUS-berekeningen zijn uitgevoerd met de laatste versie van deze Calculator, zijnde AERIUS versie 2024.1.1_20250210 ook wel AERIUS 2025 genoemd. Aangezien deze ‘verschrijvingen’ geen wezenlijk effect hebben op de inhoud van de aanvraag, hebben wij dit niet meer laten aanpassen. Het ontwerpbesluit heeft ter inzage gelegen De kennisgeving over het MER, de ontwerp-beschikking en bijbehorende stukken is op 4 september 2024 gepubliceerd in het Sallands Weekblad, het Gemeenteblad en op internet via www.officielebekendmakingen.nl. Vervolgens heeft het MER, gelijktijdig met de ontwerp-beschikking en ontwerp verklaring van geen bedenkingen (hierna: vvgb) met de bijbehorende stukken, gedurende zes weken ter inzage gelegen in het gemeentehuis en online, namelijk van 5 september tot en met 16 oktober 2024. Naar aanleiding van de ter inzage legging zijn, binnen de door de wet gestelde termijn, 6 zienswijzen op het MER, het ontwerp besluit en de ontwerp vvgb ingekomen. Voor een samenvatting van de ingebrachte zienswijzen en onze reactie daarop wordt verwezen naar de ‘Reactienota zienswijzen en adviezen Heetenseweg 9a-9c’.

Verklaring van geen bedenkingen gemeenteraad Op grond van artikel 2.27 Wabo worden bij wet of AMvB (Bor) categorieën van gevallen aangewezen waarvoor geldt dat een omgevingsvergunning niet wordt verleend dan nadat een daarbij aangewezen bestuursorgaan heeft verklaard dat het daartegen geen bedenkingen heeft. Omdat het hier een geval betreft als vermeld in artikel 2.12, eerste lid, onder a onder 3° van de Wabo, wordt de omgevingsvergunning niet verleend dan nadat de gemeenteraad heeft verklaard dat het daartegen geen bedenkingen heeft. Op 18 juli 2024 hebben wij van de gemeenteraad een ontwerp vvgb ontvangen waaruit blijkt dat er, gelet op het belang van een goede ruimtelijke ordening, geen bedenkingen zijn tegen het verlenen van de gevraagde vergunning. Na ontvangst van het toetsingsadvies van de Commissie mer evenals een zestal zienswijzen gedurende de termijn van terinzagelegging, heeft initiatiefnemer aanvullingen en aanpassingen doorgevoerd. Deze wijzigingen zijn van ondergeschikte aard en de belangen van derden worden hiermee niet geschaad. Voorliggend projectafwijkingsbesluit is hierop aangepast. De aangepaste documenten zijn voorgelegd aan de gemeenteraad.

Op 10 juli 2025 heeft de gemeenteraad een definitieve verklaring afgegeven, waaruit blijkt dat er, gelet op het belang van een goede ruimtelijke ordening, geen bedenkingen zijn tegen het verlenen van de gevraagde vergunning. Deze vvgb maakt onderdeel uit van dit besluit.

12 / 107

Verklaring van geen bedenkingen Wet natuurbescherming is niet nodig Initiatiefnemer heeft een separate aanvraag voor een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming (hierna: aanvraag Wnb) bij Gedeputeerde Staten van Overijssel (hierna: GS) ingediend op 13 oktober 2023. Hierdoor maakt de activiteit ‘Verklaring van geen bedenkingen in het kader van de Wet natuurbescherming’ geen onderdeel (meer) uit van deze Wabo-aanvraag. Uit r.o. 5.3 van een uitspraak van de Rechtbank Overijssel d.d. 6 maart 2025 (ECLI:NL:RBOVE:2025:1268, Rechtbank Overijssel, ak_24_2330) volgt dat de gebiedsbeschermingsvergunning niet aanhaakt, indien deze is aangevraagd bij GS alvorens op de aanvraag omgevingsvergunning is beslist. De aanvraag omgevingsvergunning behoeft om die reden niet beoordeeld te worden op basis van de Wnb, maar alleen op de criteria volgend uit de Wabo. Aanvullend volgt uit r.o. 5.4 bovendien dat de Wnb-procedure los staat van de procedure tot verkrijgen van de omgevingsvergunning, zodat wij dit besluit met betrekking tot de omgevingsvergunning kunnen en mogen verlenen. Milieueffectrapportage (MER) Het is verplicht om een MER-procedure te doorlopen. Het toetsingsadvies van de Commissie MER is betrokken bij ons definitieve besluit.

Zie tevens onze nadere overwegingen in bijlage 3 Overwegingen per activiteit, onder ‘Handelen in strijd met regels RO’ en onze reactie op het toetsingsadvies in de ‘Reactienota zienswijzen en adviezen Heetenseweg 9a-9c’. U ontvangt van ons het besluit Het besluit om u het besluit te verlenen is genomen op basis van de voorschriften (bijlage 1), de motivering en overwegingen (bijlage 2), de overwegingen per activiteit (bijlage 3), de ontvangen documenten (bijlage 4), algemene informatie (bijlage 5), de “Reactienota zienswijzen en adviezen Heetenseweg 9a-9c” (bijlage 6), de MER-evaluatie (bijlage 7) en het raadsbesluit met de verklaring van geen bedenkingen (bijlage 8). Deze gegevens maken onderdeel uit van dit besluit. Uw besluit bestaat uit de volgende activiteiten - het bouwen van een bouwwerk - het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (aanleggen) - het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan e.d. (handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening) - het veranderen van een (milieu) inrichting Wij hebben gebruik gemaakt van de volgende wet- en regelgeving Meer informatie hierover kunt u vinden op wetten.overheid.nl.

- Artikel 2.1, 2.2, 2.12 en 2.27 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) - De Ministeriële regeling omgevingsrecht (Mor) - Hoofdstuk 2, § 2.1 tot en met 2.3, van de Wabo - Hoofdstuk 3, §3.3 van de Wabo, uitgebreide voorbereidingsprocedure

13 / 107

-

Artikel 3:11, lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht, ter inzage leggen van het ontwerpbesluit Artikel 4:15, lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht, om de beslistermijn uit te stellen omdat wij u hebben gevraagd om de aanvraag aan te vullen Het Besluit milieueffectrapportage inclusief de Bijlage behorend bij dit besluit Artikelen 7.1 tot en met 7.43 Wet milieubeheer

14 / 107

BIJLAGE 3: OVERWEGINGEN PER ACTIVITEIT Het bouwen van een bouwwerk Uw aanvraag voor een omgevingsvergunning hebben wij getoetst aan onderstaande regels en eisen. De omgevingsvergunning wordt verleend voor de volgende gebouwen en bouwwerken: - Het plaatsen van een luchtwasser bij een bestaande vleesvarkensstal/stal 1; - Het verlengen van een biggenstal/stal 5; - Het bouwen van twee vleesvarkensstallen/stallen 6a, 6b, 7a en 7b; - Het plaatsen van een mestsilo/bouwwerk 9; - Het bouwen van een loods/mestverwerking (gebouw 10); - Het bouwen van een informatie-/verkooppunt (gebouw 11); - Het bouwen van een trafo/aggregaat/meterkast (gebouw 12); - Het plaatsen van een weegbrug (bouwwerk 13); - Het uitbreiden van een voerkeuken en het plaatsen van voersilo’s (gebouw/bouwwerken 14). Uw project is getoetst aan de bestemmingsplannen ’Buitengebied Raalte, inclusief correctieve herziening en 2e correctieve herziening’, ‘Paraplubestemmingsplan Parkeren’ en ‘Buitengebied Raalte, Verzamelplan 2020’ gepubliceerd op 23 maart 2020. Niet alle gebouwen en bouwwerken binnen uw project voldoen aan de regels uit het bestemmingsplan. Bij de activiteit ‘Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening’ leggen we uit waarom we uw project toch mogelijk willen maken. De gemeente Raalte is welstandsvrij Uw project is niet getoetst aan de welstandsnota.

Het is aannemlijk dat uw project voldoet aan het Bouwbesluit Het project is getoetst aan de eisen uit het Bouwbesluit. De Veiligheidsregio IJsselland heeft een positief advies gegeven qua brandveiligheid. Het is voldoende aannemelijk gemaakt dat uw project voldoet aan de eisen van het Bouwbesluit. Uw project voldoet aan de gemeentelijke regels over bodem Het project is getoetst aan de regels over bodem in de gemeentelijke verordening. Bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning is milieukundig bodemonderzoek aangeleverd. Uit de onderzoeksresultaten is gebleken dat er geen belemmeringen zijn voor de bouw van de varkensstal met bijbehoreden bouwwerken. Wij hebben gebruik gemaakt van de volgende wet- en regelgeving Meer informatie hierover kunt u vinden op wetten.overheid.nl.

15 / 107

-

-

artikel 2.1, eerste lid, onder a van de Wabo, waarin staat dat het verboden is om zonder omgevingsvergunning deze activiteit uit te voeren Bestemmingsplannen ’Buitengebied Raalte, inclusief correctieve herziening en 2e correctieve herziening’, ‘Paraplubestemmingsplan Parkeren’ en ‘Buitengebied Raalte, Verzamelplan 2020’ gepubliceerd op 23 maart 2020. Bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschap’ Functieaanduiding ‘intensieve veehouderij’ Dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterbergingsgebied’ Gebiedsaanduiding ‘reconstrcutiewetzone – verwevingsgebied’ Meer informatie over het bestemmingsplan kunt u vinden op www.ruimtelijkeplannen.nl/viewer. artikel 2.10, van de Wabo, waarin staat dat aan het Bouwbesluit, bouwverordening, ruimtelijke regels en redelijke eisen welstand moet worden voldaan artikel 2.12, eerste lid, onder a onder 3° van de Wabo, waarin de afwijkingsbevoegheid is opgenomen

Conclusie Uw project voldoet aan de regels en eisen. Daarom ontvangt u van ons de gevraagde omgevingsvergunning voor de activiteit ‘het bouwen van een bouwwerk’.

16 / 107

Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening Uw aanvraag voor een omgevingsvergunning hebben wij getoetst aan onderstaande regels en eisen. Uw project is getoetst aan de bestemmingsplannen ’Buitengebied Raalte, inclusief correctieve herziening en 2e correctieve herziening’, ‘Paraplubestemmingsplan Parkeren’ en ‘Buitengebied Raalte, Verzamelplan 2020’ gepubliceerd op 23 maart 2020. Het voldoet niet aan onderstaande artikelen: Bestemming ‘Agrarisch met waarden - Landschapswaarden - In artikel 4.2, lid a is bepaald dat gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, uitsluitend binnen het bouwvlak en ten dienste van de bestemming gebouwd mogen worden. De nieuw te bouwen varkenstallen, mestsilo, info/verkooppunt, trafo/aggregraat/meterkast, weegbrug en loods/mestverwerking vallen buiten het bouwvlak. - In artikel 4.2, lid f is bepaald dat de hoogte van een mestsilo maximaal 6 meter mag bedragen. De hoogte van de mestsilo bedraagt 9,3 meter. - In artikel 4.2, lid f is bepaald dat gebouwen afgedekt moeten worden met een kap met een minimale dakhelling van 12 graden en een maximale dakhelling van 55 graden. Een gebouw t.b.v. de trafo/aggregaat/meterkast worden afgedekt met een plat dak. - In artikel 4.2, lid f is bepaald dat de goothoogte van gebouwen maximaal 5,5 meter mag bedragen. De goothoogte van de voerkeuken bedraagt 6,65 meter.

- In artikel 4.2, lid f is bepaald dat de hoogte van luchtwassers maximaal 12 meter mag bedragen. De hoogte van luchtwasser aan de bestaande vleesvarkensstal/stal 1 bedraagt 14,5 meter. De hoogte van de luchtwassers op de biggenstal/stal 5 en de nieuwe vleesvarkenstallen 6 & 7 bedragen elk 16,5 meter. Dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterbergingsgebied’ In artikel 41.2, lid a is bepaald dat op de gronden ten behoeve van de ‘Waterstaat – Waterberging’ uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. De varkensstallen zijn gebouwen die voor een deel op de gronden met de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterberging’ worden gebouwd. Op gronden met de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterbergingsgebied’ mogen geen (nieuwe)gebouwen worden gebouwd. In artikel 41.2, lid c is bepaald dat uitsluitend mag worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande gebouwen, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. De het bouwplan voorziet in de nieuwbouw van varkensstallen die voor een deel binnen de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterbergingsgebied’ vallen.

17 / 107

Wanneer een project niet voldoet aan het bestemmingsplan, toetsen wij het project aan (landelijke) regels om af te wijken van het bestemmingsplan. Wij hebben de bij ons bekende belangen afgewogen Zo hebben wij het algemeen belang, uw belangen en ook de belangen van omwonenden en mogelijk andere belanghebbenden gewogen. U leest dit in de alinea hierna. Wij vinden dat deze belangen niet onevenredig worden aangetast. Afwijken van het bestemmingsplan Wij willen voor uw project afwijken van het bestemmingsplan. Bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden Afwijken vergroten bouwvlak Binnen deze bestemming is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor vergroting van het bouwvlak (artikel 4.8.3), waarbij de omvang afhankelijk is van de gebiedsaanduiding volgens het Reconstructieplan en overige bouwvlakken mogen tot ten hoogste 2 ha worden vergroot. Het beleid van de Reconstructie is niet meer van toepassing. Wel worden in dit artikel een aantal voorwaarden genoemd die een relevant toetsingskader vormen. Zo dient sprake te zijn van een doelmatige bedrijfsvoering. Het huidige bouwvlak van het bedrijf aan de Heetenseweg 9a-9c heeft een omgvang van ca. 2 ha en is nagenoeg volledig bebouwd en in gebruik. Er zijn geen mogelijkheden om in onbruik geraakte gebouwen te slopen en aldaar vervangende nieuwbouw te plegen.

Van de in de aanvraag opgenomen nieuw te bouwen gebouwen en bouwwerken, worden uitsluitend de uitbreiding van de voerkeuken en de voersilo’s binnen het bouwvlak gerealiseerd. De nieuw te bouwen vleesvarkensstallen (stallen 6 en 7), uitbreiding van de biggenstal (stal 5), mestsilo, info/verkooppunt, trafo/aggregraat/meterkast, weegbrug en loods/mestverwerking vallen buiten het bouwvlak. De totale oppervlakte van het gewenste bouwvlak bedraagt daardoor ca. 3,5 ha. Omdat de nieuw te bouwen bouwwerken aansluitend en met een efficiënte indeling aan de bestaande bouwwerken worden gerealiseerd, is sprake van een doelmatige bedrijfsvoering. Het huidige provinciale ruimtelijke beleid geeft geen eisen ten aanzien van de omvang van een bouwvlak, wel moet er sprake zijn van uitbreiding van een bestaand agrarisch bedrijf en moet bij een grootschalige uitbreiding er sprake zijn van een grote plus voor ruimtelijke, duurzame en sociale kwaliteit. De hoofdkaders vanuit het huidige gemeentelijke beleid zijn gegeven in de Omgevingsvisie ‘Horizon 2040’ deze geeft voor de landbouw aan: ‘Wij kiezen met technologie, innovatie en experiment voor een toekomstbestendige landbouw die meerwaarde oplevert voor de leefomgeving en het landschap‘.

In dit geval wil het bedrijf toekomstbestendig worden door de productie te concentreren op één locatie, waarbij een uitbreiding plaatsvindt van het bestaande agrarisch bedrijf aan de Heetenseweg 9a-9c. De impact van de uitbreiding in dieraantallen en een bouwvlak van 3,5 ha is acceptabel, mits de nodige investeringen op het gebied van duurzaamheid, landschap en milieu gedaan worden. Met de

18 / 107

planontwikkeling wordt een gesloten bedrijfsvoering gerealiseerd, waardoor minder transportbewegingen nodig zijn en het dierenwelzijn wordt vergroot (minder stress, minder risico’s op dierziektes). De landschappelijke inpassing is uitgewerkt op basis van de adviezen van Het Oversticht en de reacties vanuit de omgevingsdialoog, evenals het overleg met de directe buren op 16 december 2024. De beoogde ontwikkeling wordt landschappelijk ingepast, waarbij ook ruimtelijk wordt voldaan aan de benodigde inspanningen op het gebied van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving. Door de milieumaatregelen neemt de ammoniakemissie/stikstofdepositie en de geurbelasting af. Met zonnepanelen op de daken wordt het bedrijf per saldo volledig zelfvoorzienend. Met de warmte van de luchtwassers worden de vloeren verwarmd, zodat de bedrijfsvoering niet meer afhankelijk is van aardas. Bij de beide bedrijfswoningen blijft de aardgasaansluiting ongewijzigd. Met hetgeen verwoord is in de Ruimtelijke onderbouwing en is onderbouwd bij het Meest Milieuvriendelijke Alternatief in het MER is voor dit project ten behoeve van het vergroten van het (fictief) bouwvlak tot ca. 3,5 ha sprake van een goede ruimtelijke ordening. Op een aantal aspecten wordt bij onderstaande kopjes nader ingegaan.

Verklaring van geen bedenkingen Voor dit projectafwijkingsbesluit is een verklaring van geen bedenkingen (hierna: vvgb) van de gemeenteraad benodigd. Op 18 juli 2024 hebben wij van de gemeenteraad een ontwerpverklaring ontvangen waaruit blijkt dat er, gelet op het belang van een goede ruimtelijke ordening, geen bedenkingen zijn tegen het verlenen van de gevraagde vergunning. Na ontvangst van het toetsingsadvies van de Commissie mer evenals een zestal zienswijzen gedurende de termijn van terinzagelegging, heeft initiatiefnemer aanvullingen en aanpassingen doorgevoerd. Deze wijzigingen zijn van ondergeschikte aard en de belangen van derden worden hiermee niet geschaad. Voorliggend projectafwijkingsbesluit is hierop aangepast. De aangepaste documenten zijn voorgelegd aan de gemeenteraad. Op 10 juli 2025 heeft de gemeenteraad een definitieve verklaring afgegeven, waaruit blijkt dat er, gelet op het belang van een goede ruimtelijke ordening, geen bedenkingen zijn tegen het verlenen van de gevraagde vergunning. Deze vvgb maakt onderdeel uit van dit besluit. Dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterbergingsgebied’ De locatie Heetenseweg 9a-9c is deels gelegen in een gebied dat de aanduiding dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterbergingsgebied’ heeft.

Het gebied valt aan de noordoostzijde van het erf gedeeltelijk over de bestaande bebouwing en bouwvlak en ook gedeeltelijk in het gebied waar de uitbreiding gepland is. De oppervlakte van de nieuwbouw dat in het waterbergingsgebied wordt opgericht bedraagt 10.274 m2. Dit gebied ligt ten opzichte van de omgeving relatief hoog. De aanvrager, Tijs Heeten b.v. beschikt in de (directe) omgeving over diverse percelen landbouwgond. Ondermeer aan de noordoostzijde liggen lager gelegen akkerbouwgronden. Ter compensatie van het gebruik van gronden in het waterbergingsgebied zal gecompenseerd worden door het lager gelegen perceel aan de noordoostzijde met een oppervlakte van 15.000 m2 toe te voegen aan het bestaande waterbergingsgebied, zoals is weergegeven op bijlage 15 MER/bijlage 11 Ruimtelijke onderbouwing. Dit betreft het oostelijke deel van het kadastrale perceel bekend

19 / 107

als gemeente Raalte, sectie F, nummer 4707. Naast het voorschrift in deze vergunning, zal dit gebied in een eerstvolgende herziening van het omgevingsplan als zodanig bestemd worden en daarmee juridisch verankerd worden.Tevens wordt dit waterbergingsgebied opgenomen binnen het besluitvlak van deze omgevingsvergunning. Nieuwbouw vleesvarkensstallen/stallen 6 & 7 Teneinde een gesloten bedrijfsvoering te realiseren heeft initiatiefnemer 2 nieuwe vleesvarkensstallen aangevraagd. Op deze wijze zijn geen extra transportbewegingen van biggen nodig naar vleesvarkenshouderijen elders in de regio Oost, maar kunnen de vleesvarkens op de locatie waar de biggen geboren zijn worden afgemest. Daarnaast wordt een hoge mate van bedrijfshygiëne bewerkstelligd, omdat op deze wijze de dieren zo weinig mogelijk worden verplaatst. Voornoemde is wenselijk in kader van het dierenwelzijn alsmede ten aanzien van het voorkomen van besmettingsgevaar c.q. het verspreiden van dierziekten. De beide nieuwe stallen voor de vleesvarkens worden uitgevoerd met chemische luchtwassers en daarnaast met een emissiearm stalsysteem in de mestkelders (zgn. “ICV-systeem”) om emissies van ammoniak, geur en andere stoffen zoveel mogelijk te voorkomen. De afwijking voor het bouwen van deze stallen buiten het bouwvlak is hierboven reeds gemotiveerd.

Verlenging biggenstal/stal 5 Hoewel het aantal zeugen iets wordt verlaagd, zullen de gespeende biggen wel allen gehuisvest moeten kunnen worden. Hiervoor is het noodzakelijk om 2 extra afdelingen voor gespeende biggen te realiseren. De afwijking voor het bouwen van aanbouw aan de biggenstal buiten het bouwvlak is hierboven reeds gemotiveerd. Hoogte mestsilo De hoogte van de mestsilo bedraagt 9,3 meter. Daarmee blijft de bouwcontour van de mestsilo onder de maximaal toegestane bouwhoogte van 12 m voor bedrijfsbebouwing. Met een bouwhoogte van 9,3 m is een mestsilo gelijk te stellen aan een toelaatbaar bedrijfsgebouw, zodat de afwijking van de bouwregels op dit punt acceptabel is. Bovendien wordt de mestsilo gebouwd op een locatie zuidoostelijk van het huidige bouwvlak naast de huidige mestsilo en is deze landschappelijk afgeschermd door een bosperceel aan de noord- en oostzijde evenals een bestaande en te versterken houtsingel aan de zuidzijde. Hierdoor is de mestsilo niet of nauwelijks zichtbaar voor derden. Ontbreken dakhelling bij gebouw voor nutsvoorzieningen Het gebouw t.b.v. de trafo/aggregaat/meterkast heeft een plat dak en een bouwhoogte van 2,45 m. De traforuimte is strikt genomen geen gebouw, want is niet een voor mensen toegankelijke ruimte en kan worden aangemerkt als een overig bouwwerk, geen gebouw zijnde.

De andere ruimtes binnen dit gebouw zijn weliswaar toegankelijk, maar hebben tot doel om nutsvoorzieningen en apparatuur te beschermen. De oppervlakte van het totale gebouw bedraagt ca. 17,5 m2. Voor ondergeschikte gebouwen tot een maximale oppervlakte van 30 m2 is er geen ruimtelijk c.q. stedenbouwkundig bezwaar om deze toch met een plat dak

20 / 107

uit te voeren. Het gebouw staat buiten het bouwvlak, naast een oprit en is daarmee goed bereikbaar voor hulpdiensten in geval van calamiteiten. Wij zien geen beletsel om van de voorwaarde voor een dakhelling en het bouwen buiten het bouwvlak af te wijken t.b.v. dit bouwwerk met een beperkte oppervlakte. Goothoogte voerkeuken In artikel 4.2, lid f is bepaald dat de goothoogte van gebouwen maximaal 5,5 meter mag bedragen. De goothoogte van de voerkeuken bedraagt 6,65 meter. Dit omdat het bestaande deel van de voerkeuken deels met hetzelfde dakvlak als de biggenstal is uitgevoerd. De rechterzijgevel van het bestaande deel van de voerkeuken heeft al deze bestaande, hogere goothoogte, want oostelijk hiervan staan voersilo’s opgesteld. Met de uitbreiding van de voerkeuken wordt aangesloten op het bestaande dak van de biggenstal met het bestaande deel van de voerkeuken. Dit zorgt voor een rustig bebouwingsbeeld. De voerkeuken met de grotere goothoogte is gelegen tussen de overige bedrijfsbebouwing en voersilo’s op het erf, zodat deze grotere goothoogte geen onevenredige aantasting van functies en waarden in de omgeving optreedt. Hoogte luchtwassers ondergeschikt In artikel 4.2, lid f is bepaald dat de hoogte van luchtwassers maximaal 12 meter mag bedragen. De hoogte van nieuw te plaatsen luchtwasser aan de bestaande vleesvarkensstal/stal 1 bedraagt 14,5 meter in de gewenste situatie.

De hoogte van de luchtwassers op de biggenstal/stal 5 en de nieuwe vleesvarkenstallen 6 & 7 bedragen elk 16,5 meter. Dit omdat de emissiepunten (uitstroomopeningen van de luchtwassers) ten behoeve van de omgeving c.q. het verminderen van in hoofdzaak de geurbelasting, verhoogd worden uitgevoerd. Deze uitstroomopeningen kunnen niet als ondergeschikte bouwdelen conform de wijze van meten in het bestemmingsplan worden beoordeeld. Niettemin betreffen het slechts 4 relatief kleine uitstroomopeningen van gezamenlijk nog geen 32 m2 op een hoogte van maximaal 16,5 meter. Deze uitstroomopeningen zijn ten aanzien van het gehele bouwplan bestaande uit meer dan 26.000 m2 bebouwing zeker ondergeschikt te noemen. Deze verhoogde uitstroomopeningen van de luchtwassers leveren een belangrijke bijdrage aan het verbeteren van het woon- en leefklimaat voor de omgeving en omdat dit een beperkte oppervlakte van hogere bouwdelen betreft, verlenen wij medewerking aan deze afwijking van de bouwregels van het bestemmingsplan. Weegbrug alleen voor eigen gebruik In artikel 4.2 onder a is bepaald gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, uitsluitend binnen het bouwvlak en ten dienste van de bestemming mogen worden gebouwd. Binnen het huidige bouwvlak is geen ruimte voor een weegbrug.

Deze wordt bovendien op een logische plek in/nabij de oprit gesitueerd, waardoor het vrachtverkeer weinig tot geen extra manoevreerbewegingen hoeft te maken. De weegbrug wordt op maaiveldniveau aangelegd. Ruimtelijk heeft het daardoor geen invloed op de omgeving. Het straat- en bebouwingsbeeld wordt niet aangetast. Indien de weegbrug uitsluitend wordt aangewend voor gebruik ten behoeve van de eigen inrichting, heeft de activiteit geen

21 / 107

verkeersaantrekkende werking. Dit betreft immers verkeer, dat komt voor het afleveren van diensten en goederen ten behoeve van de varkenshouderij aan de Heetenseweg 9a. Dan voldoet de weegbrug tevens aan de voorwaarde dat deze ten dienste van de bestemming moet worden gebouwd. De gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden worden niet aangetast. Er is geen bezwaar om de weegbrug buiten het huidige bouwvlak toe te staan, mits deze uitsluitend voor de inrichting zelf wordt gebruikt. In de algemene voorschriften is daarom opgenomen dat de weegbrug enkel en alleen door deze inrichting gebruikt mag worden. Informatie-/verkooppunt In artikel 4.1, onder u, worden de in tabel 4.1 toegestane nevenfuncties bij recht toegestaan mits ondergeschikt aan de agrarische functie. In de tabel worden onder andere de nevenfunties verkoop-aanhuis van streekeigen agrarische producten en rondleidingen op het agrarische bedrijf (voorzieningen hiertoe als ontvangstruimte) genoemd met een maximale oppervlakte van elk 100 m2 in bestaande bebouwing. In artikel 4.2 onder a is bepaald gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, uitsluitend binnen het bouwvlak en ten dienste van de bestemming mogen worden gebouwd. Binnen het huidige bouwvlak is geen ruimte voor een informatie- en verkooppunt.

Vanuit hygiëne-overwegingen en het laagdrempelig toegankelijk maken van dit informatie- en verkooppunt is het wenselijk om deze dicht bij de weg te situeren. Het informatie- en verkooppunt evenals de mogelijkheid om in de stal te kijken door de glazen wand dragen bij aan begrip tussen boer en burger en kunnen de sociale afstand verkleinen. Het bouwwerk met een passende uitstraling en een oppervlakte van ca. 40 m2 is passend binnen de toegestane oppervlakte voor deze nevenfuncties en daarmee ook passend binnen de bestemming. Er zijn dan ook geen bezwaren om nieuwbouw voor deze nevenfunctie mogelijk te maken en af te wijken van het bestemmingsplan om dit gebouw toe te staan buiten het bouwvlak. Loods/mestverwerking De loods ten behoeve van de mestverwerking wordt buiten het huidige bouwvlak gebouwd op een locatie oostelijk van het huidige bouwvlak. Daarmee komt de loods achter de bestaande bebouwing in de nabijheid van de biggenstal te staan. Dit gebouw wordt landschappelijk afgeschermd door het bestaande bosperceel aan de noord- en oostzijde. Aan de zuidzijde van deze loods staat al een mestsilo en wordt een tweede mestsilo geplaatst. Hierdoor is de loods niet zichtbaar voor derden. Er zijn dan ook geen bezwaren om af te wijken van het bestemmingsplan om dit gebouw toe te staan buiten het bouwvlak.

Een goede ruimtelijke ordening De ingediende Wabo-aanvraag heeft kort gezegd betrekking op de activiteiten ‘bouwen’, ‘milieu’, ‘werken of werkzaamheden’ en ‘ruimtelijke ordening’. Voor deze laatste activiteit volledig getiteld ‘Handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening’ wordt in deze paragraaf gemotiveerd dat op een verantwoorde wijze kan worden afgeweken van het bestemmingsplan. Naast bovengenoemde ruimtelijke afwegingen m.b.t. bouwen buiten het bouwvlak, afwijkingen van maten en bouwwijzen evenals de landschappelijke inpassing,

22 / 107

dient in zijn algemeenheid sprake te zijn van ‘een goede ruimtelijke ordening’. Dit brede begrip behelst ook het voldoen aan diverse milieu-aspecten. Er is een MER uitgevoerd, welke naast de ruimtelijke onderbouwing mede geldt ter onderbouwing van zowel de ruimtelijke ordenings- als milieu-aspecten. In deze Combi-MER is de bestaande c.q. refentiesituatie door initiatiefnemer vergeleken met de gewenste bedrijfsopzet (= voorkeursalternatief // het meest milieuvriendelijke alternatief // MMA) en met een alternatieve bedrijfsopzet (= wijzigen van de luchtwasser in de twee nieuw te bouwen stallen voor vleesvarkens). Tevens is een motivatie gegeven waarom geen locatiealternatief is opgenomen. Met de doelstelling van Tijs Heeten b.v. om een duurzame en volledig gesloten varkenshouderij te realiseren in het kader van dierenwelzijn, bedrijfsefficiëntie en de gewenste gezondheidsstatus van de varkenshouderij, is het uitbreiden van de huidige bedrijfslocatie met bijbehorende infrastructuur, bestaande vergunningen/(milieu)rechten en afdoende ruimte doelmatig en wenselijk. Vanuit beleidsmatig oogpunt (Omgevingsverordening provincie Overijssel, beleid gemeente Raalte) is nieuwvestiging van een intensieve veehouderij op een andere locatie dan wel op een bedrijventerrein niet toegestaan. Het opnemen van een locatiealternatief is dan ook niet realistisch en voldoende onderbouwd.

In de door ons op 19 juli 2022 vastgestelde Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD, bijgevoegd als bijlage 1 MER) hadden wij onder andere als voorwaarde meegegeven dat de plannen volgens het ‘Meest Milieuvriendelijke Alternatief’ (MMA) uit het concept milieueffectrapport of daarmee vergelijkbaar, uitgevoerd moeten worden. Bij de ‘redelijkerwijs in beschouwing te nemen’ alternatieven hebben wij destijds aangegeven “het in deze wenselijk te vinden om alternatieven met gunstige effecten op de geuremissie nader uit te werken. Ook alternatieven die bijdragen aan de reductie van ammoniakdepositie zullen nadrukkelijk in beeld moeten worden gebracht.” Op basis van de startnotitie en de NRD werd oorspronkelijk als gewenste bedrijfsopzet een MMA gekozen, waarbij alle stallen zouden worden uitgevoerd met een gecombineerde luchtwasser. Gedurende de uitwerking van dit alternatief bleek vanwege de eisen op het gebied van brandveiligheid niet mogelijk om een luchtwasser te plaatsen bij de beide bestaande kraamstallen (stallen 2 en 3). Daarnaast wordt sinds het vaststellen van de NRD aan het aspect ammoniakemissie c.q. stikstofdepositie maatschappelijk een nog groter belang gehecht. Naar aanleiding hiervan heeft initiatiefnemer gekozen voor een verbeterd MMA door de nieuw te bouwen stallen (stallen 6 en 7) uit te voeren met chemische luchtwassers (95% ammoniakemissiereductie) i.p.v.

de combi-luchtwassers (85% ammoniakemissiereductie). Bij de terinzage gelegde ontwerpstukken heeft het MMA derhalve een betere ammoniakemissie-/stikstofdepositie-reductie dan de alternatieve bedrijfsopzet met in deze nieuw te bouwen stallen combi-luchtwassers. Deze combiluchtwassers in de alternatieve bedrijfsopzet doen het qua geurreductie met 45 % beter dan de geurreductie van 30% van de chemische luchtwassers bij het MMA/de gewenste bedrijfsopzet. In beide alternatieven is sprake van een verhoogde uittreedsnelheid en verhoogde uitstroomopeningen om de emissies zoveel mogelijk te beperken. Ook worden aanzienlijke reducties behaald ten opzichte van de referentiesituatie, waardoor bij de omliggende woningen een verbetering van het woon- en leefklimaat

23 / 107

ontstaat. In de NRD is echter geen voorkeur uitgesproken of het reduceren van ammoniak dan wel het reduceren van geur belangrijker geacht moet worden. Beide alternatieven voldoen aan de voorwaarden van de NRD en aan de wettelijke normen. De keuze van initiatiefnemer voor een verbeterd MMA met de meeste reductie qua ammoniak/stikstof als gewenste situatie/voorkeursalternatief en deze plannen derhalve als aanvraag omgevingsvergunning in te dienen, blijkt het beste aan te sluiten bij de maatschappelijke context. Wij onderschrijven de keuze van initiatiefnemer voor dit MMA, zeker gezien de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 18 december 2024. Flora en fauna c.q. de gebieds- en soortenbescherming op basis van de Wet natuurbescherming maken onderdeel uit van de te beoordelen milieu-aspecten in de ruimtelijke onderbouwing. Zoals gezegd, is een MER uitgevoerd, welke naast de ruimtelijke onderbouwing mede geldt ter onderbouwing van zowel de ruimtelijke ordenings- als milieu-aspecten. De Commissie mer heeft in het toetsingsadvies d.d. 13 november 2024 geconcludeerd dat de onderbouwing van de emissieredutie van de luchtwassers niet voldoende is. De Commissie heeft daarbij aangegeven dat een nadere onderbouwing en/of maatregelen (in een Passende Beoordeling) nodig zijn om aan te tonen dat de omringende Natura 2000-gebieden niet worden aangetast.

Ook adviseerde de Commissie om de stikstofdepositie-berekeningen te actualiseren en aan te passen voor stal 4 en voor de bouwfase van de stallen. Ook waren de gevolgen voor beschermde soorten door aanpassingen van de huidige stallen onvoldoende beschreven. De laatste adviezen zijn met de berekeningen bij de op 11 maart 2025 ingediende stukken geactualiseerd en aangepast. Ook is een aanvullende Faunascan voor het verhogen van het dak en plaatsen/aanpassen luchtwassers uitgevoerd, waaruit geen belemmeringen voor de uitvoering van dit project voortkomen (zie bijlage 15 ROB/bijlage 40 MER). Opgemerkt wordt dat de initiatiefnemer een separate aanvraag voor een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming (hierna: aanvraag Wnb) bij Gedeputeerde Staten van Overijssel heeft ingediend op 13 oktober 2023. Hierdoor maakt de activiteit ‘Verklaring van geen bedenkingen in het kader van de Wet natuurbescherming’ geen onderdeel (meer) uit van deze Wabo-aanvraag. Hoewel de Wet natuurbescherming geen onderdeel uitmaakt van deze aanvraag, werken de milieu-effecten wel door in de de Ruimtelijke onderbouwing. In het kader van ‘een goede ruimtelijke ordening’ dienen wij ons ervan te vergewissen dat het planinitiatief uitvoerbaar is en dat de diverse milieu-aspecten geen belemmeringen voor dit planinitiatief opleveren.

Daarbij gaat het om de vraag of de Wnb niet op voorhand in de weg staat aan de uitvoerbaarheid. In dat verband is in het MER onderzoek verricht naar de stikstofdepositie en zijn de uitkomsten daarvan door ons gecontroleerd. In dit verband verwijzen wij tevens naar de uitspraken van de Voorzieningenrechter van ECLI:NL:RBNNE:2021:3647, Rechtbank Noord-Nederland, LEE 21/1861 (met name r.o. 7.5) en de Bestuursrechter in de bodemzaak ECLI:NL:RBNNE:2023:352, Rechtbank NoordNederland, LEE 21/1862 en 21/1870 (met name r.o. 7.4). In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn er geen regels gegeven omtrent de berekening van emissies per dierplaats. Om die reden mag er worden uitgegaan van de RAV, ook al zijn er onzekerheden. Die onzekerheden moeten beoordeeld worden

24 / 107

in de procedure van de Wnb-vergunning. Dat neemt niet weg dat hiernaar in deze kwestie al zo goed mogelijk naar is gekeken. Ten tijde van bespreking van en terinzagelegging van de ontwerpstukken konden wij er vanuit gaan dat Tijs Heeten geen Wnb-vergunning nodig zou hebben en een positieve weigering zou kunnen verkrijgen. Dit omdat er sprake zou zijn van intern salderen, waarbij een afname van ammoniakemissie ten opzichte van de referentiesituatie en daarmee ook afname van stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden zou plaatsvinden. Bij het intern salderen gold tot voor kort volgens de rechtspraak van de Raad van State dat op grond van objectieve geggevens uitgesloten was dat die wijziging significant negatieve effecten kon hebben en dus was een vergunningplicht niet nodig. Met de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 18 december 2024 is het beoordelingskader voor intern salderen gewijzigd, waardoor dit wederom vergunningsplichtig is geworden. De lopende aanvraag Wnb is door initiatiefnemer aangevuld met de actuele gegevens en berekeningen op 11 maart 2025. De aangepaste aanvraag Wnb komt qua dieraantallen en stalsystemen volledig overeen met de bij ons ingediende aangepaste Wabo-aanvraag.

Indien initiatiefnemer/aanvrager geen vergunning Wnb van GS van Overijssel verkrijgt, is dit geheel voor rekening en risico van initiatiefnemer/aanvrager. Uit de Passende Beoordeling (bijlage 38 MER) volgt dat het project de natuurlijke kenmerken van de omliggende Natura 2000-gebieden niet zal aantasten. Daarnaast is initiatiefnemer uitgegaan van het forse reductiepercentage van minimaal 30% wat tot recentelijk van toepassing was bij extern salderen. In de gewenste situatie is, op basis van de verschilberekening met toepassing van het Aerius-model, ten opzichte van de referentiesituatie (Natuurtoestemming WNB 2014) ter plaatse van de 8 omliggende Natura 2000-gebieden er sprake is van een (ruime) afname van de stikstofdepositie. Ter plaatse van het Natura 2000-gebied Boetelerveld is er sprake van een afname van 2,51 mol (- 36,5 %). Ter plaatse van het Natuara 2000-gebied Sallandse Heuvelrug is er sprake van een afname van 0,57 mol (- 33,9 %). Deze afname van de stikstofdepositie heeft een positief effect op de aanwezige stikstofgevoelige habitats in de betreffende Natura 2000-gebieden. Gelet op voornoemde kan worden gesteld dat de gewenste bedrijfsopzet een positieve bijdrage levert aan de reductie van de stikstofdepositie in de omliggende Natura 2000-gebieden en aan het behoud van de natuurdoelen c.q. het behalen van instandhoudingsdoelstellingen.

Zonder de uitvoering van dit project wordt niet bijgedragen aan het verminderen van de stikstofdepositie op omliggende van Natura 2000-gebieden, omdat de bestaande bedrijfsvoering dan (voor zover bekend) ongewijzigd wordt voortgezet. Om die reden menen wij dat het project voorziet in een goede ruimtelijke ordening. Uit het MER en de Passende Beoordeling volgt dat er geen significant negatieve effecten optreden, indien het project wordt uitgevoerd overeenkomstig de aanvraag. Om een goede ruimtelijke ordening te waarborgen, leggen wij de ammoniakemissie behorende bij deze aanvraag vast in de voorschriften van deze Wabo-vergunning. Ook nemen wij voorschriften op om de werking van de luchtwassers te monitoren en te borgen, zodat de reductiedoelstellingen worden behaald en het ammoniakemissieplafond niet wordt

25 / 107

overschreden. Hoewel deze voorschriften ook van belang zijn in het kader van ‘een goede ruimtelijke ordening’ en derhalve genoemd dienen te worden bij de voorschriften onder punt 7 ‘Handelen in strijd met regels RO’, zijn de voornoemde voorschriften genoemd in de voorschriften bij de activiteit ‘milieu’. Om deze complexe vergunning leesbaar te houden, wordt daarom bij artikel 2 van punt 7 alleen verwezen naar de voorschriften onder de activiteit ‘milieu’. Op basis van bovenstaande overwegingen achten wij het op voorhand niet uitgesloten dat de door initiatiefnemer aangevraagde Wnb-vergunning door GS van Overijssel verleend zal kunnen worden. Dat de provincie Overijssel die vergunning mogelijkerwijs pas na 1 februari 2026 zal afgeven, is geen belemmering voor ons om deze voorliggende omgevingsvergunning nu te verlenen. Om bebouwing die niet gebruikt mag of kan worden te vermijden en zorgvuldig met ruimte om te gaan, wordt een voorschrift opgenomen dat er pas begonnen mag worden met de bouw van nieuwe stalruimte indien de natuurvergunning door GS is verleend. Met emissiereducerende bouwactiviteiten, zoals de plaatsing van de luchtwasser bij stal 1 mag al wel begonnen worden. Hiermee wordt immers bijgedragen aan een lagere ammoniakemissie en daarmee een reductie van stikstofdepositie op de omliggende Natura 2000-gebieden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=a9f8a6d7-7074-4715-8cf9-e7a86625c1b5