4. Raalte Kern, uitbreiding hoogspanningsstation Westdorplaan Raalte bijlagen bij toelichting
Tekst van het document
Raalte Kern, uitbreiding hoogspanningsstation Westdorplaan Raalte
Raalte Kern, uitbreiding hoogspanningsstation Westdorplaa n Raalte Pagina 2 van 395
Bijlagen bij toelichting
Raalte Kern, uitbreiding hoogspanningsstation Westdorplaa n Raalte Pagina 3 van 395
Bijlage 1 Bodemonderzoek
Raalte Kern, uitbreiding hoogspanningsstation Westdorplaa n Raalte Pagina 4 van 395
Rapport Projectnummer: 51000726/364147 Referentienummer: NL22-648800269-26802 Datum: 21-03-2023
Veldvervangingen AIS 110kV-150kV Verkennend bodemonderzoek Locatie: Noordelijk en zuidelijk deel transformatorstation en aangrenzend perceel op het adres Westdorplaan 211 te Raalte
Definitief
Opdrachtgever: TenneT
Sweco Velperweg 26 6824 BJ Arnhem Postbus 485 6800 AL Arnhem
T +31 88 811 66 00 www.sweco.nl
Sweco Nederland B.V. Arnhem Handelsregister 30129769 Statutair gevestigd te De Bilt
Auke Sietzema Adviseur Bodem M +31 6 53 41 26 53
Verantwoording Titel
Veldvervangingen AIS 110kV-150kV
Subtitel
Projectnummer
Verkennend bodemonderzoek Locatie: Noordelijk en zuidelijk deel transformatorstation en aangrenzend perceel op het adres Westdorplaan 211 te Raalte 51000726/364147
Referentienummer
NL22-648800269-26802
Revisie
D0
Datum
21-03-2023
Auteur(s)
Auke Sietzema
E-mailadres
auke.sietzema@sweco.nl
Gecontroleerd door
Wout Nijhoving
Paraaf gecontroleerd Goedgekeurd door
Wout Nijhoving
Paraaf goedgekeurd
Kwaliteitsborging en onafhankelijkheid Het managementsysteem van Sweco Nederland B.V. voldoet aan verschillende eisen en normen. Een algemeen overzicht hiervan is opgenomen in de laatste bijlage. Sweco Nederland B.V. verklaart hierbij dat zij en haar onderaannemers geen belang hebben bij de uitkomsten van het bodemonderzoek. Het onderzoek is derhalve volgens de eisen uit het Besluit bodemkwaliteit onafhankelijk uitgevoerd. Volgens het Besluit bodemkwaliteit dient onderzoek uitgevoerd te worden volgens, door de SIKB, vastgestelde beoordelingsrichtlijnen. In de rapportage wordt, indien van toepassing, expliciet vermeld welke werkzaamheden niet zijn uitgevoerd onder de beoordelingsrichtlijnen en onderliggende protocollen, inclusief de consequenties hiervan.
2 (60)
Inhoudsopgave 1
Inleiding ......................................................................................................... 5
1.1
Algemeen........................................................................................................ 5
1.2
Fasering van het onderzoek ........................................................................... 5
1.3
Aanleiding en doelstelling ............................................................................... 6
1.4
Opbouw van het rapport ................................................................................. 6
2
Vooronderzoek ............................................................................................. 7
2.1
Algemeen........................................................................................................ 7
2.2
Locatiegegevens ............................................................................................ 7
2.3
Bekende bodemkwaliteitsgegevens ............................................................... 8
2.3.1
Noordelijk deel transformatorstation ........................................................................... 8
2.3.2
Zuidelijk deel transformatorstation .............................................................................. 8
2.3.3
Oostelijke uitbreiding ................................................................................................... 8
2.4
Resultaten locatiebezoek ............................................................................... 8
2.5
Bevindingen vooronderzoek ......................................................................... 10
2.6
Onderzoekshypothese en -strategie ............................................................ 10
3
Veldonderzoek ............................................................................................ 11
3.1
Algemeen...................................................................................................... 11
3.1.1
Noordelijke deel transformatorstation ....................................................................... 11
3.1.2
Zuidelijk deel transformatorstation ............................................................................ 11
3.1.3
Oostelijke uitbreiding transformatorstation ................................................................ 11
3.2
Onderzoeksstrategie .................................................................................... 12
3.3
Visuele beoordeling grond ............................................................................ 12
3.4
Grondwateronderzoek .................................................................................. 13
4
Laboratoriumonderzoek ............................................................................ 15
5
Toetsing analyseresultaten ....................................................................... 17
5.1
Toetsingskader ............................................................................................. 17
5.2
Mate van bodemverontreiniging ................................................................... 17
5.3
Hergebruik van grond ................................................................................... 19
5.3.1
PFAS ........................................................................................................................ 19
5.3.2
Overige parameters .................................................................................................. 20
5.4
Voorlopige veiligheidsklasse ........................................................................ 22
6
Evaluatie ...................................................................................................... 23
6.1
Verontreinigingssituatie ................................................................................ 23
6.1.1
Noordelijk deel transformatorstation (onderzoek 2019 en 2020)............................... 23
6.1.2
Zuidelijk deel transformatorstation (onderzoek 2020) ............................................... 23
6.1.3
Oostelijke uitbreiding transformatorstation (onderzoek 2022) ................................... 23
3 (60)
6.2
Noodzaak tot vervolgonderzoek ............................................................................ 23
6.3
Hergebruik van grond ............................................................................................ 24
6.4
Veiligheidsaspecten ............................................................................................... 25
7
Conclusie en advies ............................................................................................ 26
7.1
Conclusie ............................................................................................................... 26
7.2
Advies .................................................................................................................... 26
Bijlage 1: Topografische ligging onderzoekslocatie Bijlage 2: Situatie met boringen en peilbuis Bijlage 3: Verzamelde gegevens Bijlage 4: Boorprofielen Bijlage 5: Analysecertificaten Bijlage 6: Toetsingstabellen Bijlage 7: Toetsingskader bodemkwaliteit Bijlage 8: Kwaliteitsborging
4 (60)
1
Inleiding
1.1 Algemeen In het kader van het project Veldvervangingen AIS 110kV-150kV heeft Sweco Nederland B.V. in opdracht van TenneT een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van drie onderzoekslocaties op het adres Westdorplaan 211 te Raalte. Het verkennend bodemonderzoek is gebaseerd op de volgende onderzoeksnormen: • NEN 5725:2017 nl – Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek. • NEN 5740:2009+A1:2016 nl – Bodem -Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond; • Tijdelijke handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (Ministerie I&W, juli 2020). De drie onderzoekslocaties zijn onderzocht in de periode 2019 – 2022 en per locatie is onderzoeksrapportage opgesteld. In onderstaande tabel is een overzicht van de onderzoekslocaties met bijbehorende onderzoeksrapportages weergegeven. Onderhavig rapport betreft een bundeling van deze onderzoeksrapportages. Tabel 1-1
Overzicht onderzoekslocaties en onderzoeksrapportages
Onderzoekslocatie
Onderzoeksrapportage
Noordelijk deel transformatorstation
Verkennend bodemonderzoek Locatie: Transformatorstation op het adres Westdorplaan 211 te Raalte, Sweco Nederland B.V., 06-04-2020, kenmerk: SWNL0236026 revisie D1.
Zuidelijk deel transformatorstation
Verkennend bodemonderzoek Locatie: Locatie: Zuidelijk deel hoogspanningsstation Raalte 110kV aan de Westdorplaan te Raalte, Sweco Nederland B.V., 24-11-2020, kenmerk: SWNL0259675 revisie D2
Oostelijke uitbreiding transformatorstation
Verkennend bodemonderzoek Uitbreiding trafostation Raalte 110 kV Locatie: Westdorplaan 211 te Raalte, Sweco Nederland B.V., 11-03-2022, kenmerk: NL22-648800269-18922 revisie C0.
De regionale ligging van de onderzoekslocatie is aangegeven in bijlage 1. Een overzicht van de locatie is weergegeven in bijlage 2. 1.2 Fasering van het onderzoek In onderstaand figuur is de systematiek van het verkennend bodemonderzoek uiteengezet. In deze rapportage wordt verslag gedaan van het dik omlijnde onderzoeksspoor in het schema.
5 (60)
1.3 Aanleiding en doelstelling Aanleiding voor het uitvoeren van het verkennend bodemonderzoek is de voorgenomen herinrichting en uitbreiding van terrein van het transformatorstation. In verband hiermee is inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) noodzakelijk. Doel van het onderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische bodemkwaliteit van de onderzoekslocatie en de eventueel daaruit vrijkomende grond. Op basis van de onderzoeksresultaten moet worden vastgesteld of de gewenste vorm van bodemgebruik, vanuit milieuhygiënisch oogpunt gezien, mogelijk is en zo niet, welke vervolgacties noodzakelijk zijn. Het verkennend bodemonderzoek is niet bedoeld om de exacte aard en omvang van een eventuele verontreiniging aan te geven. 1.4 Opbouw van het rapport In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: • het vooronderzoek, de indeling in deellocaties en vaststelling onderzoekshypothese (hoofdstuk 2); • het uitgevoerde veldonderzoek (hoofdstuk 3); • het laboratoriumonderzoek (hoofdstuk 4); • de resultaten (hoofdstuk 5); • de interpretatie van alle resultaten, conclusie en advies (hoofdstuk 6). De bijlagen maken onlosmakelijk deel uit van deze rapportage.
6 (60)
2
Vooronderzoek
2.1 Algemeen Voor het vooronderzoek van onderzoekslocatie ’Noordelijk deel transformatorstation’ is de onderzoekssystematiek gevolgd, behorend bij aanleiding B ’opstellen hypothese over de aanwezigheid van potentieel bodembedreigende (bedrijfs)activiteiten bij nulsituatie- en eindsituatie-onderzoek’. Voor het vooronderzoek van de onderzoekslocaties ’Zuidelijk deel transformatorstation’ en ’Oostelijke uitbreiding transformatorstation’ is de onderzoekssystematiek gevolgd, behorend bij aanleiding A ’Opstellen hypothese over de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek'. Met het vooronderzoek worden de onderzoeksvragen, zoals benoemd in de NEN 5725, beantwoord. De hiervoor verzamelde feiten zijn per onderzoeksvraag opgesomd in bijlage 3. De gebruikte informatiebronnen voor het vooronderzoek zijn eveneens in bijlage 3 weergegeven. Deze informatiebronnen zijn volgens ons voldoende betrouwbaar en volledig om, in relatie tot de aard van de onderzoekslocatie, een uitspraak te kunnen doen over de verdenking van bodemverontreiniging. Het vooronderzoek resulteert in een hypothese over de aard en verdeling van mogelijke verontreinigingen in het onderzoeksgebied. De hypothese wordt gebruikt voor het bepalen van de onderzoeksstrategie. 2.2 Locatiegegevens In tabel 2-1A t/m 2-1C zijn per onderzoekslocatie de locatiegegevens samengevat. Tabel 2-1A
Overzicht locatiegegevens noordelijk deel transformatorstation
Adres locatie
Westdorplaan 211 te Raalte
Kadastrale gegevens locatie
Raalte F 5831
Eigenaar locatie
TenneT/Enexis
Coördinaten
X:215202 Y:488139
Lengte locatie (in m)
120
Breedte locatie (in m)
55
Oppervlakte locatie (in m²)
6500
waarvan bebouwd (in m²)
1100
Huidig gebruik
Transformatorstation
Verhardingen
Klinkerverhardingen
Tabel 2-1B
Overzicht locatiegegevens zuidelijk deel transformatorstation
Adres locatie
Westdorplaan te Raalte
Kadastrale gegevens locatie
Raalte F 5831
Eigenaar locatie
Enexis
Coördinaten
X:215174 Y:488040
Lengte locatie (in m)
Circa 75
Breedte locatie (in m)
Circa 40
Oppervlakte locatie (in m²)
3000
Huidig gebruik
Moestuin
Verhardingen
geen
7 (60)
Tabel 2-1C
Overzicht locatiegegevens Oostelijke uitbreiding
Adres locatie
Iepensingel te Raalte
Iepensingel te Raalte
Kadastrale gegevens locatie
Raalte F 4417
Raalte F 4418
Eigenaar locatie
Gemeente Raalte
Gemeente Raalte
Coördinaten
X:215269 Y:488041
X:215236 Y:488004
Oppervlakte locatie (in m²)
7.510
6.640
Ca. 425
Ca. 100
Huidig gebruik
Openbaar ruimte (gras/tuin)
Openbaar ruimte (gras/tuin)
Verhardingen
Deels klinkers en asfalt
Deels klinkers en asfalt
waarvan bebouwd (in m²)
2.3 Bekende bodemkwaliteitsgegevens Onderstaand zijn per onderzoekslocatie de bekende bodemkwaliteitsgegevens weergegeven. In bijlage 3 zijn de geraadpleegde bodemonderzoeken beschreven. 2.3.1 Noordelijk deel transformatorstation De volgende onderzoeken zijn op de locatie uitgevoerd: Op het perceel heeft Geofox in 1998 een nul- en eindsituatieonderzoek uitgevoerd. Uit de analyseresultaten blijkt in de grond een licht verhoogd gehalte aan minerale olie is aangetoond. In het grondwater zijn licht verhoogde concentraties aan minerale olie, chroom, tolueen en tetrachlooretheen aangetoond. Op het perceel heeft Oranjewoud in 2012 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Uit de analyseresultaten blijkt dat in de sintelhoudende bovengrond een matig verhoogd gehalte aan nikkel en licht verhoogde gehalten aan kobalt en molybdeen zijn aangetoond. In de zintuiglijk schone grond zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. Op basis van deze onderzoeken wordt verwacht dat de bodemkwaliteit op het kadastrale onderzoeksperceel een lichte mate van beïnvloeding van de bodemkwaliteit kent. 2.3.2 Zuidelijk deel transformatorstation Uit het vooronderzoek blijkt dat de onderzoekslocatie een moestuin is. Moestuinen zijn verdacht op bestrijdingsmiddelen en mogelijk asbest in het geval dat er bijvoorbeeld kassen aanwezig zijn.
2.3.3 Oostelijke uitbreiding Het volgende onderzoek is nabij de locatie uitgevoerd: Ten westen van de onderzoekslocatie (op het perceel van de trafostation) heeft Sweco in 2020 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Uit de analyseresultaten blijkt dat in de boven- en ondergrond (bodemtraject: 0,0 – 1,0 m -mv) geen verhoogde gehalten zijn aangetoond. De boven- en ondergrond komt overeen met bodemkwaliteitsklasse ’Achtergrondwaarde’. In het grondwater is een licht verhoogde concentratie aan barium aangetoond. 2.4 Resultaten locatiebezoek Een locatiebezoek betreft een indicatieve inspectie van de locatie, gericht op het huidige gebruik, kenmerken die kunnen duiden op bodemverontreiniging en het vaststellen van de mogelijke aanwezigheid van asbest. Tijdens het locatiebezoek zijn het maaiveld en de daarop aanwezige bouwwerken en objecten indicatief geïnspecteerd.
8 (60)
Het locatiebezoek op onderzoekslocatie ’Noordelijk deel transformatorstation’ is uitgevoerd door Klijn Bodemonderzoek op 10 januari 2019. Het locatiebezoek op onderzoekslocatie ’Zuidelijk deel transformatorstation’ is uitgevoerd door Sweco Nederland B.V. op 23 maart 2020. Het locatiebezoek op onderzoekslocatie ’Oostelijke uitbreiding transformatorstation’ is uitgevoerd door Poelsema Veldwerkbureau op 7 februari 2022. Een samenvatting van de bevindingen van het locatiebezoek is opgenomen in de tabel 2-2A t/m 2-2C. Een volledig verslag van het locatiebezoek is opgenomen in bijlage 3. Tabel 2-2A
Bevindingen locatiebezoek noordelijk deel transformatorstation
Gebouwen
Transformatorstation
Verhardingen
Klinkerverhardingen
Watergangen
Niet aanwezig
Onderhoud
Goed onderhouden
Ondergrondse infrastructuur
Ja, zie KLIC-melding
Maaiveldveranderingen
Niet waargenomen
Aanwezigheid puin
Geen puin, wel asfaltgranulaat
Asbestverdacht materiaal
Niet waargenomen
Asbesthoudende toepassingen
Niet waargenomen
Aangrenzende locaties
Geen bijzonderheden
Tabel 2-2B
Bevindingen locatiebezoek zuidelijk deel transformatorstation
Gebouwen
Er staan een paar kleine huisjes van kunststof op het terrein en er staat 1 vervallen kasje. Deze kas is gemaakt van een metalen frame met van die dubbele kunststof panelen met schotjes er tussen. Er was in ieder geval niets wat leek op mogelijke asbest kit of iets dergelijks.
Verhardingen
Niet aanwezig
Watergangen
Niet aanwezig
Onderhoud
Prima
Ondergrondse infrastructuur
Niet aanwezig
Maaiveldveranderingen
Nauwelijks, er kan wel grond aangebracht zijn
Aanwezigheid puin
Nee
Aanwezigheid plastics
Niet waargenomen
Aanwezigheid piepschuim
Niet waargenomen
Asbestverdacht materiaal
Niet waargenomen
Asbesthoudende toepassingen
Niet waargenomen
Aangrenzende locaties
Ten noorden van de moestuin is een trafostation aanwezig
Tabel 2-2C
Bevindingen locatiebezoek Oostelijke uitbreiding
Gebouwen
Geen
Verhardingen
Deels klinkers en asfalt
Watergangen
Niet aanwezig
Onderhoud
Goed onderhouden
Ondergrondse infrastructuur
Ja, zie KLIC-melding
Maaiveldveranderingen
Niet waargenomen
Aanwezigheid puin
Geen puin
Asbestverdacht materiaal
Niet waargenomen
Asbesthoudende toepassingen
Niet waargenomen
Aangrenzende locaties
Geen bijzonderheden
9 (60)
2.5 Bevindingen vooronderzoek De gegevens die verzameld zijn ter beantwoording van de onderzoeksvragen, zoals in bijlage 3 is weergegeven, resulteren in de volgende samenvattende antwoorden en verdenkingen van bodemverontreinigingen: Noordelijk deel transformatorstation • Op het perceel staat een transformatorstation. Met name letten op de chemische parameters minerale olie en chroom VI. • Uit beschikbare bodemonderzoeken blijkt dat in de grond maximaal een matig verhoogd gehalte aan nikkel en licht verhoogde gehalten aan minerale olie, kobalt en molybdeen zijn aangetoond. In het grondwater zijn maximaal licht verhoogde concentraties aan minerale olie, chroom, tolueen en tetrachlooretheen aangetoond. Zuidelijk deel transformatorstation • Uit het vooronderzoek blijkt dat de onderzoekslocatie een moestuin is. Moestuinen zijn verdacht op bestrijdingsmiddelen en mogelijk asbest in het geval er bijvoorbeeld kassen aanwezig zijn. • In de grond uit de omgeving zijn in het verleden matig tot licht verhoogde gehalten aan onder ander zware metalen aangetoond. Oostelijke uitbreiding transformatorstation • De onderzoekslocatie is extensief in gebruik geweest. • De onderzoekslocatie is momenteel in gebruik als speeltuin/ skatepark. • Van de onderzoekslocatie zijn geen bodemkwaliteitsgegevens bekend. • Aangrenzend aan de westzijde bevindt zich het transformatorstation.
Uit beschikbare bodemonderzoeken blijkt dat op het transformatorstation geen bodemverontreinigingen bekend zijn. Tijdens voorgaand onderzoek zijn hier maximaal matig verhoogde gehalten aangetoond. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek hoeven de onderzoekslocaties niet worden ingedeeld in deellocaties. 2.6 Onderzoekshypothese en -strategie Op basis van de resultaten van het vooronderzoek, zoals beschreven in bijlage 3 en paragraaf 2.4, is per onderzoekslocatie een hypothese gedefinieerd: Tabel 2-4
Hypothese en onderzoeksstrategie
Onderzoekslocatie
Oppervlakte (m2)
Bodemlaag (m -mv)
Hypothese
Strategie
Noordelijk deel transformatorstation
5.400
0,0 – 2,0
Verdacht op basis van het transformatorstation en onderzoeksresultaten uit het verleden
Verdacht heterogeen, niet lijnvormig (VED-HE NL)
Zuidelijk deel transformatorstation
3.000
0,0 – 2,0
Verdacht heterogeen niet-lijnvormig
Verdacht heterogeen, niet lijnvormig (VED-HE NL)
Oostelijke uitbreiding transformatorstation
3.900
0,0 – 2,5
Onverdacht
Onverdacht Niet-lijnvormig (ONV-NL)
De invulling van de onderzoeksstrategie wordt gegeven in hoofdstuk 3.
10 (60)
3
Veldonderzoek
3.1 Algemeen 3.1.1 Noordelijke deel transformatorstation Het veldwerk bij het milieuhygiënisch bodemonderzoek (vanaf acceptatie van de opdracht voor het veldwerk tot en met de overdracht van de veldgegevens, veldwerkrapportage en monsters aan Sweco Nederland B.V.) is verricht onder het procescertificaat BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek, versie 5 van 12-12-2013) en de protocollen 2001 en 2002 (versie 3.2 respectievelijk 4) door de heer J.A. Post van Klijn Bodemonderzoek B.V. (certificaatnummer: K44008/06). Op 24 maart 2020 heeft de heer R. Diekstra van Sweco Nederland B.V. (certificaatnummer: VB-082/3) op dezelfde boorpunten boringen uitgevoerd om de grond te onderzoeken op PFAS en chroom VI. De namen van de uitvoerende persoonlijk erkende veldwerkers zijn tevens opgenomen bij de profielbeschrijvingen in bijlage 4. Het veldwerk is uitgevoerd op 10 januari 2019, 17 januari 2019 en 24 maart 2020 en heeft bestaan uit de volgende stappen: 1. het verrichten van boringen voor het visueel onderzoeken en bemonsteren van de grond; 2. het plaatsen van een peilbuis voor het verzamelen van grondwatergegevens en het bemonsteren van het grondwater. 3.1.2 Zuidelijk deel transformatorstation Het veldwerk is uitgevoerd door Sweco Nederland B.V. (certificaatnummer VB 082/3) op 24 maart 2020.
Het veldwerk (vanaf acceptatie van de opdracht voor het veldwerk tot en met de overdracht van de veldgegevens, veldwerkrapportage en monsters aan Sweco Nederland B.V.) is verricht onder de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek) en de bijbehorende protocollen 2001 en 2002. Het veldwerk is uitgevoerd door een persoonlijk gecertificeerde veldwerker waarvan de naam vermeld is bij de profielen in bijlage 4. De bemonstering van de peilbuis is uitgevoerd door de heer R. Diekstra op 30 maart 2020. 3.1.3 Oostelijke uitbreiding transformatorstation Het veldwerk bij het milieuhygiënisch bodemonderzoek (vanaf acceptatie van de opdracht voor het veldwerk tot en met de overdracht van de veldgegevens, veldwerkrapportage en monsters aan Sweco Nederland B.V.) is verricht onder het procescertificaat BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek, versie 5 van 12-12-2013) en de protocollen 2001 en 2002 (versie 3.2 respectievelijk 4) op 07 februari 2022 door de heer J. Jansen van Poelsema Veldwerkbureau (certificaatnummer: EC-SIKB60031). De namen van de uitvoerende persoonlijk erkende veldwerkers zijn tevens opgenomen bij de profielbeschrijvingen in bijlage 4. Het veldwerk is uitgevoerd op 07 en 21 februari 2022 en heeft bestaan uit de volgende stappen: 1.
het verrichten van boringen voor het visueel onderzoeken en bemonsteren van de grond; 2. het plaatsen van een peilbuis voor het verzamelen van grondwatergegevens en het bemonsteren van het grondwater.
11 (60)
3.2 Onderzoeksstrategie De onderzoeksstrategieën zijn als volgt ingevuld: Tabel 3-1
Uitgevoerd veldwerk
Deellocatie
Bodemlaag Oppervlakte Strategie (m -mv) (m2)
Veldwerk Boring
Boring met peilbuis
Aantal
Diepte (m-mv)
Aantal
Diepte (m-mv)
Noordelijke deel transformatorstation (onderzoek 2019 en 2020) Noordelijke deel 0,0 – 2,0 transformatorstation (onderzoek 2019)
5.400
VED-HE NL
15 3
0,5 2,0
1
4,5
Noordelijke deel 0,0 – 1,0 transformatorstation (onderzoek 2020)
5.400
Maatwerk op basis van onderzoek uit 2019
5 1
0,7 1,0
-
-
ra04
0,0 – 0,7
<100
VEP
Gecombineerd uitgevoerd met boringen in 2020
ra08
0,0 – 0,7
<100
VEP
Gecombineerd uitgevoerd met boringen in 2020
ra18
0,0 – 0,7
<100
VEP
Gecombineerd uitgevoerd met boringen in 2020
Zuidelijk deel transformatorstation (onderzoek 2020) Zuidelijk deel 0,0 – 2,0 transformatorstation (onderzoek 2020)
3.000
VED-HE NL
11 2
0,5 2,0
1
4,0
4 5 3
0,5 2,0 2,5
1
4,9
Oostelijke uitbreiding transformatorstation (onderzoek 2022) Trafocellen en Kabels tracés
0,0 – 2,0
3.900
ONV
De locaties van de boringen en peilbuis zijn weergegeven in bijlage 2. De boorlocaties zijn bepaald aan de hand van het terreingebruik en de bevindingen van het vooronderzoek. Bij de uitvoering van het veldwerk zijn geen afwijkingen van de NEN 5740 opgetreden. 3.3
Visuele beoordeling grond
Uitvoering Bij het verrichten van boringen is de grond visueel geïnspecteerd op grondsoorten, bodemvreemde bijmengingen en zintuiglijke afwijkende kenmerken. De boringen zijn beschreven in boorprofielen, weergegeven in bijlage 4. Bij de uitvoering van het veldwerk zijn geen afwijkingen opgetreden.
12 (60)
Zintuiglijke waarnemingen De zintuiglijke waarnemingen in de grond zijn opgenomen in de volgende tabel. Tabel 3-2
Zintuiglijke waarnemingen
Boring
Maximale Diepte boordiepte (m –mv) (m -mv)
Grondsoort Zintuiglijke waarneming
Noordelijk deel transformatorstation (onderzoek 2019 en 2020) RA01
2,00
0,00 - 0,30
RA02
0,50
0,00 - 0,20
Zand
RA03
0,50
0,00 - 0,50
Zand
Zwak menggranulaat (zwak slakhoudend, resten kolengruis)
RA04
0,50
0,00 - 0,50
Zand
Zwak menggranulaat (resten kolengruis, matig slakhoudend)
RA08
0,50
0,00 - 0,50
Zand
Matig menggranulaat
RA14
0,50
0,00 - 0,50
Zand
Matig menggranulaat (resten kolengruis, matig slakhoudend)
RA16
0,50
0,00 - 0,50
Zand
Matig menggranulaat
RA18
2,00
0,00 - 0,20
Zand
Sterk kolengruishoudend, zwak slakhoudend
Volledig menggranulaat
0,20 - 0,50 0,50 - 1,00
Sporen plastic
Volledig menggranulaat Zand
sporen asfalt
Oostelijke uitbreiding transformatorstation (onderzoek 2022) B03
0,50
0,00 - 0,50
Zand
sporen baksteen
B10
2,50
0,50 - 1,10
Zand
sporen baksteen
B11
2,50
0,50 - 2,50
Zand
sporen baksteen
B12
2,50
0,50 - 2,50
Zand
sporen baksteen
PB01
5,00
0,40 - 2,70
Zand
sporen baksteen
Bemonstering De opgeboorde en opgegraven grond is bemonsterd per 0,5 m of per te onderscheiden bodemlaag. 3.4 Grondwateronderzoek Uitvoering Na plaatsing van de peilbuizen is een week wachttijd in acht genomen om de, door de plaatsing van de peilbuis, ontstane verstoring in de bodem te herstellen. Bij de bemonstering zijn de volgende werkzaamheden verricht: • het opnemen van de grondwaterstand in de peilbuizen; • het bepalen van de zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (Ec) en de troebelheid (NTU) van het grondwater; • het nemen van grondwatermonsters uit de peilbuizen. Bij de uitvoering van het grondwateronderzoek zijn geen afwijkingen van protocol 2002 opgetreden.
13 (60)
Veldmetingen en zintuiglijke waarnemingen In de volgende tabel zijn de resultaten van de veldmetingen van het grondwater weergegeven. Tabel 3-3 Peilbuis
Resultaten veldmetingen grondwater Filterstelling (m -mv)
Grondwaterstand (m -mv)
pH (-)
Ec (µS/cm)
NTU
Bijzonderheden
144
9,41
Geen
580
3,73
Geen
28
Geen
Noordelijk deel transformatorstation (onderzoek 2019 en 2020) RA05
3,50 - 4,50
2,79
7,2
Zuidelijk deel transformatorstation (onderzoek 2020) 1
3,00 - 4,00
2,48
4,2
Oostelijke uitbreiding transformatorstation (onderzoek 2022) PB01
3,90 - 4,90
3,00
6,04
637
Een eventueel afwijkende zuurgraad (pH), geleidingsvermogen (EC) of troebelheid (NTU, Nephelometric Turbidity Units) in het grondwater kan een indicator zijn voor de aanwezigheid van verontreinigende stoffen. Bij een troebelheid >10 moet rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat de concentraties aan relatief zware organische verbindingen beïnvloed zijn door de troebelheid van het water. Bij de bespreking van de analyseresultaten wordt rekening gehouden met de hoge NTU zoals aangetroffen in peilbuis PB01. De in tabel 3-3 weergegeven waarden voor het elektrisch geleidingsvermogen wordt niet als afwijkend beschouwd. De pH waarde van 4,2 zoals aangetroffen in peilbuis 1 is aan de lage kant. Een mogelijk oorzaak hiervan zou het gebruik van (kunst)mest kunnen zijn.
14 (60)
4
Laboratoriumonderzoek
Op basis van de visuele inspectie zijn monsters geselecteerd voor analyse. De monsterselectie is opgenomen in tabel 4-1. Tabel 4-1
Monsterselectie
Monstercode
Monstertraject (m -mv)
Boring
Analyse
Motivatie
Noordelijk deel transformatorstation (onderzoek 2019 en 2020) Ra MM1 bg
0,00 - 0,50
RA03, RA04, RA08
NENg
Zwak menggranulaat in de bovengrond
Ra MM2 bg
0,00 - 0,50
RA14, RA16, RA18
NENg
Matig menggranulaat in de bovengrond
Ra M3 og
0,50 - 1,00
RA18
NENg
Sporen asfalt in de ondergrond
RA05
3,50 - 4,50
RA05
NENw
Grondwater
Ra MM1 bg PFAS
0,00 - 0,25
ra03, ra04, ra08
Organische stof, PFAS (30)
Zwak menggranulaat in de bovengrond
Ra MM2 bg PFAS
0,00 - 0,25
ra14, ra16, ra18
Organische stof, PFAS (30)
Matig menggranulaat in de bovengrond
Ra M3 og PFAS
0,20 - 0,70
ra18
Organische stof, PFAS (30)
Zintuiglijk schone ondergrond
ra04-1
0,00 - 0,25
ra04
Organische stof / lutum, Resten kolengruis, matig chroom VI slakhoudende bovengrond
ra08-1
0,00 - 0,20
ra08
Organische stof / lutum, Zintuiglijk schone bovengrond chroom VI
ra18-1
0,00 - 0,20
ra18
Organische stof / lutum, Sterk kolengruishoudend, zwak chroom VI slakhoudende bovengrond
Zuidelijk deel transformatorstation (onderzoek 2020) MM1 bg
0,00 - 0,50
13, 2, 3, 7
MM2 bg
0,00 - 0,50
1, 4, 5, 8
MM3 og
0,50 - 1,50
1, 13, 14
1
3,00 - 4,00
1
Standaard pakket grond +OCB PFAS (30) Standaard pakket grond +OCB PFAS (30) Standaard pakket grond +OCB PFAS (30)
Bepaling milieu hygiënische kwaliteit bovengrond
Standaard pakket grondwater, onopgeloste bestandsdelen, ijzer (FE en FE2)
Bepaling milieu hygiënische kwaliteit grondwater
Bepaling milieu hygiënische kwaliteit bovengrond Bepaling milieu hygiënische kwaliteit ondergrond
Oostelijke uitbreiding transformatorstation (onderzoek 2022) B03-1
0,00 - 0,50
B03 (0,00 - 0,50)
NENg
Bovengrond Sporen baksteen
MMBG01
0,00 - 0,50
B01 (0,00 - 0,50) B04 (0,00 - 0,50) B05 (0,00 - 0,40) B07 (0,00 - 0,15) B08 (0,00 - 0,50) B09 (0,00 - 0,50)
NENg
Bovengrond
15 (60)
Monstercode
Monstertraject (m -mv)
Boring
Analyse
Motivatie
B11 (0,00 - 0,40) B12 (0,00 - 0,40) MMOG01
0,45 - 1,05
B10 (0,55 - 1,05) B11 (0,50 - 1,00) B12 (0,50 - 1,00) PB01 (0,45 - 0,95)
NENg
Ondergrond Sporen baksteen
MMOG02
0,50 - 1,20
B05 (0,80 - 1,10) B06 (0,50 - 1,00) B07 (0,70 - 1,20) B08 (0,50 - 1,00)
NENg
Ondergrond
MMPF01
0,00 - 0,50
B01 (0,00 - 0,50) B03 (0,00 - 0,50) B05 (0,00 - 0,40) B06 (0,00 - 0,50) B07 (0,00 - 0,15) B08 (0,00 - 0,50) B09 (0,00 - 0,50) B10 (0,00 - 0,50) B11 (0,00 - 0,40) B12 (0,00 - 0,40)
PFAS (30)
Bovengrond
PB01
3,9-4,9
PB01 (3,90 - 4,90)
NENw + Lozingsparameters
Grondwater
NENg
NENw
droge stof, barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK 10 van VROM), polychloorbifenylen (PCB 7 van VROM) en minerale olie (GC), incl. lutum en organische stof conform AS 3000 pH, Ec, barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel, zink, vluchtige aromaten (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, styreen en naftaleen), gehalogeneerde koolwaterstoffen (17 verbindingen) en minerale olie (GC), conform AS 3000
De geselecteerde grondmonsters zijn in het laboratorium van Synlab Analytics & Services B.V. geanalyseerd. De analyses zijn uitgevoerd conform de bijbehorende protocollen, vallend onder het accreditatieschema van de AS 3000 richtlijn. Omdat mogelijk bestrijdingsmiddelen zijn gebruikt, zijn de grondmengmonsters van de moestuin ter plaatse van het zuidelijk deel van het transformatorstation tevens geanalyseerd op OCB. OCB (bestrijdingsmiddelen) bestaat uit alfa-HCH, beta-HCH, gamma-HCH, delta-HCH, hexachloorbenzeen, heptAchloor, heptachloorepoxide, hexachloorbutadieen, aldrin, dieldrin, endrin, isodrin, telodrin, alfaendosulfan, alfa-endosilfansulfaat, alfa-chloordaan, gamma-chloordaan, o p-DDT, p p-DDT, o p-DDE, p pDDE, o p-DDD, p p-DDD, som HCH, som drins en SOM DDT/DDE/DDD. Omdat mogelijk sprake is van grond dat elders toegepast moet worden, zijn de grondmonsters ook geanalyseerd op het zogenaamde RWS-pakket. Dit pakket bestaat uit 30 verschillende poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS-)verbindingen en is voorgeschreven in het ‘Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’ (Ministerie I&W, december 2021). De analysecertificaten van Synlab met de resultaten van het laboratoriumonderzoek en een toelichting op de toegepaste analysemethoden zijn weergegeven in bijlage 5.
16 (60)
5
Toetsing analyseresultaten
5.1 Toetsingskader Voor de bepaling of en in welke mate bodemverontreiniging aanwezig is, zijn toetsingswaarden opgenomen in de Circulaire bodemsanering 2013. De analyseresultaten zijn getoetst aan de toetsingswaarden uit deze circulaire. Aanvullend op de Circulaire bodemsanering toetst Sweco ook aan de tussenwaarde, het gemiddelde van de achtergrond- en de interventiewaarde. Deze toetsing geeft, in combinatie met de bodemkwaliteitskaart en locatiespecifieke kenmerken, een indicatie voor de noodzaak tot nader onderzoek. Voor de toepassing van grond gelden de toetsingswaarden in de Regeling bodemkwaliteit, behorend bij het Besluit Bodemkwaliteit. Middels deze toetsing wordt de grond ingedeeld in een hergebruiksklasse. De PFAS-verbindingen zijn getoetst aan de normen, zoals opgenomen in het Handelingskader PFAS. De concentraties aan lozingsparameters in het grondwater zijn getoetst aan de lozingsnormen in het Activiteitenbesluit Milieubeheer. De veiligheidsaspecten voor werken in of met verontreinigde grond worden indicatief beoordeeld op basis van de CROW-publicatie 400. De toetsingsresultaten zijn weergegeven in bijlage 6. Een toelichting op het toetsingskader is opgenomen in bijlage 7 bij dit rapport. 5.2 Mate van bodemverontreiniging De resultaten van de toetsing ter bepaling van de mate van bodemverontreiniging, zijn samengevat in onderstaande tabellen.
Hierbij zijn alleen de gehalten weergegeven die de toetsingswaarden overschrijden. De toetsingsmogelijkheden zijn als volgt:
Tabel 5-1 Monster
Overschrijdingen van de toetsingswaarden grondmonsters (Circulaire bodemsanering) Monstertraject (m -mv)
Boringnummers
Mate van verontreiniging > AW
>T
>I
Noordelijk deel transformatorstation (onderzoek 2019 en 2020) Ra MM1 bg
0,00 - 0,50
RA03 (0,00 - 0,50) RA04 (0,00 - 0,50) RA08 (0,00 - 0,50)
-
-
-
Ra MM2 bg
0,00 - 0,50
RA14 (0,00 - 0,50) RA16 (0,00 - 0,50) RA18 (0,00 - 0,20)
-
-
-
Ra M3 og
0,50 - 1,00
RA18 (0,50 - 1,00)
-
-
-
17 (60)
Monster
Monstertraject (m -mv)
Boringnummers
Mate van verontreiniging > AW
>T
>I
ra04-1
0,00 - 0,25
ra04 (0,00 - 0,25)
-
-
-
ra08-1
0,00 - 0,20
ra08 (0,00 - 0,20)
-
-
-
ra18-1
0,00 - 0,20
ra18 (0,00 - 0,20)
-
-
-
Zuidelijk deel transformatorstation (onderzoek 2020) MM1 bg
0,00 - 0,50
13 (0,00 - 0,50) 2 (0,00 - 0,50) 3 (0,00 - 0,50) 7 (0,00 - 0,50)
-
-
-
MM2 bg
0,00 - 0,50
1 (0,00 - 0,50) 4 (0,00 - 0,50) 5 (0,00 - 0,50) 8 (0,00 - 0,50)
OCB’s
-
-
MM3 og
0,50 - 1,50
1 (0,50 - 1,00) 1 (1,00 - 1,50) 13 (0,50 - 1,00) 14 (1,00 - 1,50)
-
-
-
Oostelijke uitbreiding transformatorstation (onderzoek 2022) B03-1
0,00 - 0,50
B03 (0,00 - 0,50)
MMBG01
0,00 - 0,50
B01 (0,00 - 0,50) B04 (0,00 - 0,50) B05 (0,00 - 0,40) B07 (0,00 - 0,15) B08 (0,00 - 0,50) B09 (0,00 - 0,50) B11 (0,00 - 0,40) B12 (0,00 - 0,40)
-
-
-
MMOG01
0,45 - 1,05
B10 (0,55 - 1,05) B11 (0,50 - 1,00) B12 (0,50 - 1,00) PB01 (0,45 - 0,95)
Lood
-
-
MMOG02
0,50 - 1,20
B05 (0,80 - 1,10) B06 (0,50 - 1,00) B07 (0,70 - 1,20) B08 (0,50 - 1,00)
-
-
-
MMPF01
0,00 - 0,50
B01 (0,00 - 0,50) B03 (0,00 - 0,50) B05 (0,00 - 0,40) B06 (0,00 - 0,50) B07 (0,00 - 0,15) B08 (0,00 - 0,50) B09 (0,00 - 0,50) B10 (0,00 - 0,50) B11 (0,00 - 0,40) B12 (0,00 - 0,40)
-
-
-
> AW >T >I -
: overschrijding van de achtergrondwaarde : overschrijding van de tussenwaarde : overschrijding van de interventiewaarde : geen overschrijding
18 (60)
Tabel 5-2 Peilbuis
Overschrijdingen van toetsingswaarden grondwatermonsters (Circulaire bodemsanering) Filterstelling (m -mv)
Mate van verontreiniging >S
>T
>I
-
-
-
-
-
-
Noordelijk deel transformatorstation (onderzoek 2019 en 2020) RA05
3,50 - 4,50
Barium
Zuidelijk deel transformatorstation (onderzoek 2020) 1
3,00 - 4,00
Zink, Barium
Oostelijke uitbreiding transformatorstation (onderzoek 2022) PB01
3,90 - 4,90
>S >T >I
Tabel 5-3
Barium
: overschrijding van de streefwaarde : overschrijding van de tussenwaarde : overschrijding van de interventiewaarde
Lozingsparameters
Peilbuis
Filterstelling (m -mv)
Stoffen
Concentraties
1
3,00 - 4,00
Onopgeloste bestandsdelen IJzer IJzer 2+
16 mg/l < 50 µg/l < 0,2 mg/l
5.3 Hergebruik van grond 5.3.1 PFAS De resultaten van de toetsing ter bepaling van de hergebruiksklasse zijn samengevat in tabel 5-4. Hierbij zijn alleen de gehalten weergegeven die de detectiewaarden overschrijden. Tabel 5-4
Indicatieve toetsing hergebruiksklasse op basis van PFAS
Monster
Monstertraject (m -mv)
Deelmonsters
> L/N
> MW w/i
Oordeel*
Noordelijk deel transformatorstation (onderzoek 2019 en 2020) Ra MM1 bg PFAS
0,00 - 0,25
ra03 (0,00 0,20) ra04 (0,00 0,25) ra08 (0,00 0,20)
-
-
landbouw/natuur
Ra MM2 bg PFAS
0,00 - 0,25
ra14 (0,00 0,25) ra16 (0,00 0,20) ra18 (0,00 0,20)
-
-
landbouw/natuur
Ra M3 og PFAS
0,20 - 0,70
ra18 (0,20 0,70)
-
-
landbouw/natuur
Zuidelijk deel transformatorstation (onderzoek 2020) MM1 bg
0,00 - 0,50
13 (0,00 - 0,50) 2 (0,00 - 0,50) 3 (0,00 - 0,50) 7 (0,00 - 0,50)
-
-
landbouw/natuur
MM2 bg
0,00 - 0,50
1 (0,00 - 0,50) 4 (0,00 - 0,50)
-
-
landbouw/natuur
19 (60)
Monster
Monstertraject (m -mv)
Deelmonsters
> L/N
> MW w/i
Oordeel*
-
-
landbouw/natuur
-
-
landbouw/natuur
5 (0,00 - 0,50) 8 (0,00 - 0,50) MM3 og
0,50 - 1,50
1 (0,50 - 1,00) 1 (1,00 - 1,50) 13 (0,50 - 1,00) 14 (1,00 - 1,50)
Oostelijke uitbreiding transformatorstation (onderzoek 2022) MMOG02
0,50 - 1,20
B05 (0,80 - 1,10) B06 (0,50 - 1,00) B07 (0,70 - 1,20) B08 (0,50 - 1,00)
5.3.2 Overige parameters De resultaten van de toetsing ter bepaling van de hergebruiksklasse, zijn samengevat in navolgende tabel. De hergebruiksklassen zijn als volgt:
Tabel 5-5
Overschrijdingen van de toetsingswaarden grondmonsters (Besluit bodemkwaliteit)
Monster
Monstertraject (m -mv)
Boringnummers
Bodemkwaliteitsklasse generiek beleid > AW
> MWw
>MWi
Oordeel*
Noordelijk deel transformatorstation (onderzoek 2019 en 2020) Ra MM1 bg
0,00 - 0,50
RA03 (0,00 - 0,50) RA04 (0,00 - 0,50) RA08 (0,00 - 0,50)
-
-
-
Altijd toepasbaar
Ra MM2 bg
0,00 - 0,50
RA14 (0,00 - 0,50) RA16 (0,00 - 0,50) RA18 (0,00 - 0,20)
-
-
-
Altijd toepasbaar
Ra M3 og
0,50 - 1,00
RA18 (0,50 - 1,00)
-
-
-
Altijd toepasbaar
-
-
Altijd toepasbaar
Zuidelijk deel transformatorstation (onderzoek 2020) MM1 bg
0,00 - 0,50
13 (0,00 - 0,50) 2 (0,00 - 0,50) 3 (0,00 - 0,50) 7 (0,00 - 0,50)
-
20 (60)
Monster
Monstertraject (m -mv)
Boringnummers
Bodemkwaliteitsklasse generiek beleid > AW
> MWw
>MWi
Oordeel*
MM2 bg
0,00 - 0,50
1 (0,00 - 0,50) 4 (0,00 - 0,50) 5 (0,00 - 0,50) 8 (0,00 - 0,50)
-
OCB’s
-
Klasse industrie
MM3 og
0,50 - 1,50
1 (0,50 - 1,00) 1 (1,00 - 1,50) 13 (0,50 - 1,00) 14 (1,00 - 1,50)
-
-
-
Altijd toepasbaar
Oostelijke uitbreiding transformatorstation (onderzoek 2022) B03
0,00 - 0,50
B03 (0,00 - 0,50)
-
-
-
Altijd toepasbaar
MMBG01
0,00 - 0,50
B01 (0,00 - 0,50) B04 (0,00 - 0,50) B05 (0,00 - 0,40) B07 (0,00 - 0,15) B08 (0,00 - 0,50) B09 (0,00 - 0,50) B11 (0,00 - 0,40) B12 (0,00 - 0,40)
-
-
-
Altijd toepasbaar
MMOG01
0,45 - 1,05
B10 (0,55 - 1,05) B11 (0,50 - 1,00) B12 (0,50 - 1,00) PB01 (0,45 - 0,95)
Lood
-
-
Altijd toepasbaar
MMOG02
0,50 - 1,20
B05 (0,80 - 1,10) B06 (0,50 - 1,00) B07 (0,70 - 1,20) B08 (0,50 - 1,00)
-
-
-
Altijd toepasbaar
MMPF01
0,00 - 0,50
B01 (0,00 - 0,50) B03 (0,00 - 0,50) B05 (0,00 - 0,40) B06 (0,00 - 0,50) B07 (0,00 - 0,15) B08 (0,00 - 0,50) B09 (0,00 - 0,50) B10 (0,00 - 0,50) B11 (0,00 - 0,40) B12 (0,00 - 0,40)
-
-
-
Altijd toepasbaar
> AW > MWw > MWi *
: overschrijding van de achtergrondwaarde : overschrijding van de maximale waarde wonen : overschrijding van de maximale waarde industrie : geen overschrijding : het betreft hier het oordeel voor ontvangende bodem/ toe te passen grond.
21 (60)
ventilatie
Veiligheidsklasse
Veiligheidsklasse
Oranje
rood
SRC
Geen veiligheidsklasse
<75% SRC
Niet-vluchtige stof
Voldoende → onvoldoende Mutagene en carcinogene stoffen Veiligheidsklasse zwart
Mutageen of carcinogeen
Alle stoffen
1000 mg kg ds of 1000 µg/l
waarde
Vluchtige stof
interventie-
tussenwaarde
5.4 Voorlopige veiligheidsklasse De resultaten, zoals weergegeven in de vorige paragraaf zijn getoetst aan de veiligheidsnormen. De toetsingsmogelijkheden zijn als volgt:
Met behulp van de rekentool van CROW 400 is vastgesteld dat ter plaatse van de deellocaties geen veiligheidsklasse (basishygiëne) van toepassing is op basis van de chemische parameters. De definitieve veiligheidsklasse wordt vastgesteld door een hogere of middelbare veiligheidskundige. Een beschrijving van de veiligheidsmaatregelen voor werken in en met verontreinigde grond is opgenomen in bijlage 7.
22 (60)
6
Evaluatie
6.1 Verontreinigingssituatie Per onderzoekslocatie wordt navolgend de verontreinigingssituatie besproken. 6.1.1 Noordelijk deel transformatorstation (onderzoek 2019 en 2020) In de boven- en ondergrond (bodemtraject: 0,0 – 1,0 m -mv) zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. De boven- en ondergrond heeft bodemkwaliteitsklasse ’Achtergrondwaarde’. In het grondwater is een licht verhoogde concentratie aan barium aangetoond. Barium is hoogstwaarschijnlijk van nature verhoogd aanwezig. 6.1.2 Zuidelijk deel transformatorstation (onderzoek 2020) Uit de analyseresultaten blijkt dat in de bovengrond (bodemtraject: 0,0 – 0,5 m -mv) licht verhoogde gehalten aan OCB’s (heptachloorepoxide en chloordaan (cis + trans)) zijn aangetoond. De bovengrond voldoet indicatief aan bodemkwaliteitsklasse ‘Industrie’. In de ondergrond (bodemtraject: 0,5 – 1,5 m -mv) zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. De ondergrond voldoet indicatief aan bodemkwaliteitsklasse ‘Achtergrondwaarde’. In het grondwater zijn licht verhoogde concentraties aan zink en barium aangetoond. Barium is hoogstwaarschijnlijk van nature verhoogd aanwezig. Het grondwater kan op basis van de lozingsparameters op het oppervlaktewater of de regenwaterriolering geloosd worden. 6.1.3 Oostelijke uitbreiding transformatorstation (onderzoek 2022) Tijdens het veldwerk zijn geen verontreinigingskenmerken waargenomen.
Uit het analytisch onderzoek blijkt dat in de ondergrond een licht verhoogd gehalte aan lood is aangetoond. In de andere onderzochte grondmonsters zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. Op basis van een indicatieve toetsing aan de Regeling Bodemkwaliteit blijkt dat de grond voldoet aan bodemkwaliteitsklasse ’Achtergrondwaarde’. In het grondwater van peilbuis (P01) zijn licht verhoogde concentraties barium (200 µg/l) gemeten (boven de streefwaarde). Barium is hoogstwaarschijnlijk van nature verhoogd aanwezig. 6.2 Noodzaak tot vervolgonderzoek Of vervolgonderzoek nodig is, is afhankelijk van de toetsing van de onderzoekshypothese en de mate van bodemverontreiniging. Indien de hypothese niet correct is geweest, moet worden beoordeeld of een verkennend bodemonderzoek met aangepaste hypothese en bijpassende strategie nodig is. Een andere mogelijkheid voor de noodzaak tot vervolgonderzoek betreft overschrijding van de tussenwaarde of interventiewaarde. Indien hiervan sprak is, is nader onderzoek nodig om de omvang en noodzaak tot sanerende maatregelen vast te stellen.
23 (60)
In navolgende tabel is de noodzaak tot vervolgonderzoek beoordeeld. Tabel 6-1 Hypothese
Noodzaak tot vervolgonderzoek Correct?
Verkennend onderzoek met nieuwe hypothese nodig?
Nader onderzoek nodig?
Noordelijk deel transformatorstation (onderzoek 2019 en 2020) Verdacht
Ja, want verhoogde gehalten
Nee, maximaal licht verhoogd gehalte barium (grondwater) aangetoond
Nee, want geen gehalten boven interventiewaarde aangetoond
Zuidelijk deel transformatorstation (onderzoek 2020) Verdacht
Ja, want verhoogde gehalten
Nee, maximaal licht verhoogde gehalten OCB’s (grond) en zink en barium (grondwater) aangetoond)
Nee, want geen gehalten boven interventiewaarde aangetoond
Oostelijke uitbreiding transformatorstation (onderzoek 2022) Onverdacht
Nee, want verhoogde gehalten
Nee, maximaal een licht verhoogde gehalte lood (grond) en barium (grondwater) aangetoond
Nee, want geen gehalten boven interventiewaarde aangetoond
6.3 Hergebruik van grond Als de bodemkwaliteit zoals vastgesteld met het voorliggende bodemonderzoek overeenkomt of beter is dan de bodemkwaliteit zoals vastgelegd in de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart (Bbk), dan vormt de gemeentelijke bodemkwaliteitskaart het erkende bewijsmiddel voor hergebruik van grond. Bij een afwijkende slechtere kwaliteit is voorafgaande aan hergebruik een partijkeuring nodig om een erkend bewijsmiddel te verkrijgen. Hergebruik binnen de grenzen van het gebied is mogelijk zolang de interventiewaarde niet wordt overschreden. Toepassing van grond met bijmengingen kan alleen als het gewichtspercentage bijmengingen minder is dan 20%. In de navolgende tabel wordt aangegeven wat de hergebruiksklassen zijn. Hierbij is uitgegaan van de gemiddelde kwaliteit van de bovengrond tot 0,5 m -mv en de ondergrond van 0,5 - 2,0 m -mv. Tabel 6-2 Locatie
Hergebruiksklasse Hergebruiksklasse bovengrond
Conclusie
Hergebruiksklasse ondergrond
volgens: Dit rapport
Conclusie
volgens: Bodem-
Dit rapport
kwaliteits-
Hergebruik
Bodem-
binnen
kwaliteitskaart
project
kaart Noordelijk
Achtergrond-
Achtergrond-
Hergebruik
Achtergrond-
Achtergrond-
Hergebruik
deel
waarde,
waarde
mogelijk met dit
waarde, <20%
waarde
mogelijk met dit
transforma
<20%
rapport en
bijmenging
-torstation
bijmenging
bodemkwaliteitsk
bodemkwaliteitsk
aart als
aart als
bewijsmiddel
bewijsmiddel
Ja
rapport en
Zuidelijk
Industrie,
Achtergrond-
Partijkeuring
Achtergrondwaar
Achtergrond-
Hergebruik
deel
<20%
waarde
nodig om
de, <20%
waarde
mogelijk met dit
transforma
hergebruik te
bijmengingen
-torstation
bepalen
Ja
rapport en bodemkwaliteitsk
24 (60)
Locatie
Hergebruiksklasse bovengrond
Conclusie
Hergebruiksklasse ondergrond
volgens: Dit rapport
Conclusie
volgens: Bodem-
Dit rapport
kwaliteits-
Hergebruik
Bodem-
binnen
kwaliteitskaart
project
kaart aart als bewijsmiddel Oostelijke
Achtergrond-
Achtergrond-
Hergebruik
Achtergrondwaar
Achtergrond-
Hergebruik
uitbreiding
waarde,
waarde
mogelijk met dit
de, <20%
waarde
mogelijk met dit
transforma
<20%
rapport en
bijmengingen
-torstation
bijmengingen
bodemkwaliteitsk
bodemkwaliteitsk
aart als
aart als
bewijsmiddel
bewijsmiddel
Ja
rapport en
6.4 Veiligheidsaspecten In de navolgende tabel wordt aangegeven welke veiligheidsklasse van toepassing is. Tabel 6-3
Veiligheidsklasse
Onderzoekslocatie
Bodemlaag (m -mv)
Veiligheidsklasse
Noordelijk deel transofrmatorstation
0,0 – 1,0
Geen (basishygiëne)
Zuidelijk deel transofrmatorstation
0,0 – 1,0
Geen (basishygiëne)
Oostelijke uitbreiding transformatorstation
0,0 – 1,0
Geen (basishygiëne)
25 (60)
7
Conclusie en advies
7.1 Conclusie Aanleiding voor het uitvoeren van het verkennend bodemonderzoek is de voorgenomen herinrichting en uitbreiding van terrein van het transformatorstation. In verband hiermee is inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) noodzakelijk. Door middel van het uitgevoerde bodemonderzoek is inzicht verkregen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie. Gezien de relatief lage gehalten en de toekomstige bestemming van de locatie is er echter geen aanleiding tot het verrichten van vervolgonderzoek met een aangepaste hypothese. Op de locatie is geen geval van bodemverontreiniging in het kader van de Wet bodembescherming aangetoond. 7.2 Advies Indien grond van de locatie vrijkomt en wordt toegepast gelden de regels van het Besluit bodemkwaliteit. Hierdoor is mogelijk een generiek of gebiedsspecifiek beleidskader van kracht voor het toepassen van grond. OP basis van de resultaten kan de vrijkomende grond op het terrein worden hergebruikt. Voor hergebruik van de grond elders wordt verwezen naar tabel 6.2. De geplande grondroerende werkzaamheden kunnen vanuit milieuhygiënisch oogpunt zonder aanvullende veiligheidsmaatregelen worden uitgevoerd en vallen daarmee onder de standaard ’basishygiëne’ (zie CROW-publicatie 400). Bodemonderzoek wordt in beginsel steekproefsgewijs uitgevoerd.
Ondanks het feit dat Sweco Nederland B.V. bij de uitvoering van deze werkzaamheden aansluit bij landelijke kwaliteitsrichtlijnen en regelgeving, maakt het steekproefsgewijze karakter van het onderzoek het niet mogelijk om garanties af te geven ten aanzien van een eventueel beschreven verontreinigingsituatie. Sweco Nederland B.V. accepteert dan ook geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever of derden naar aanleiding van het door Sweco Nederland B.V. uitgevoerde bodemonderzoek nemen.
26 (60)
Bijlage 1: Topografische ligging onderzoekslocatie
27 (60)
Trafostation Raalte Opdrachtgever: TenneT Projectnummer: 364147
Legenda Onderzoekslocatie
Status: Definitief Datum: 19-11-2018 Schaal: 1:10.000 Formaat: A3 Getekend: AH 0
100
200
300
400
© Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden
500
600 meter
´
Esri Nederland, Community Map Contributors
P:\240\364147\2. Do Work\Bodemonderzoeken stations TenneT\Bodemonderzoek station Raalte\Gis raalte\ondraalte.mxd 19-11-2018 15:45:37
Topografische ligging
Zuidelijke deel van Hoogspanningsstation Raalte Opdrachtgever: TenneT Projectnummer: 364147
Legenda Onderzoeksgebied
Status: Definitief Datum: 6-4-2020 Schaal: 1:10.000 Formaat: A3 Getekend: AH 0
100
200
300
400
© Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden
500
600 meter
´
Esri Nederland, Community Map Contributors
C:\Users\NLADHR\Desktop\Gis raalte\ondraalte.mxd 6-4-2020 15:34:37
Topografische ligging
Locatiecontour
Regionale ligging
Verkennendbodemonderzoek Station Raalte 110 kV Opdrachtgever: TenneT TSO. B.V. Projectnummer: 51000726 Status: Definitief Datum: 18-1-2022 Schaal: 1:7.000 Formaat: A4 Getekend: AM - Gecontroleerd: JE 0
100
200
300
400
500
meter
´
© Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehoudenEsri Nederland, Jan Willem van Aalst - www.imergis.nl
C:\GIS\Raalte\Raalte1.mxd 18-1-2022 11:24:47
Legenda
Bijlage 2: Situatie met boringen en peilbuis
28 (60)
Bijlage 3: Verzamelde gegevens
32 (60)
Noordelijk deel transformatorstation (onderzoek 2019 en 2020)
29 (60)
RA02
RA01
!
!
RA03
! RA05
RA04
! .
!
RA06
!
RA08
!
RA07
! RA10
RA09
!
! RA11
! RA14
RA12
!
!
RA13
! RA15
!
RA17
! RA18
RA16
!
RA19
!
Boortekening
Legenda ! .
Boring met peilbuis
!
Boring tot 0,5 m -mv
!
Boring tot 2,0 m -mv Onderzoekslocatie
Trafostation Raalte Opdrachtgever: TenneT Projectnummer: 364147 Status: Definitief Datum: 24-1-2019 Schaal: 1:500 Formaat: A3 Getekend: AH 0
5
10
15
20
25
30 meter
´
Esri B.V. Nederland, Esri Nederland, Community Map Contributors © Sweco Nederland Alle rechten beeldmateriaal.nl; voorbehouden
P:\240\364147\2. Do Work\Bodemonderzoeken stations TenneT\Bodemonderzoek station Raalte\Gis raalte\ondraalte.mxd 24-1-2019 10:57:52
!
Zuidelijk deel transformatorstation (onderzoek 2020)
30 (60)
4 !
!
5
!
3
!
.
2
1
6 !
14 !
!
7
! !
12 !
11
8
!
13 !
9 10 !
Legenda !
Boring tot 0,5 m -mv
!
Boring tot 2,0 m -mv
.
Boring met peilbuis Onderzoeksgebied
Zuidelijke deel van Hoogspanningsstation Raalte Opdrachtgever: TenneT Projectnummer: 364147 Status: Definitief Datum: 25-3-2020 Schaal: 1:500 Formaat: A3 Getekend: AH 0
5
10
15
20
© Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehouden
25
30 meter
´
Esri Nederland, Community Map Contributors
C:\Users\NLADHR\Desktop\Gis raalte\ondraalte.mxd 25-3-2020 09:16:54
Boortekening
Oostelijke uitbreiding transformatorstation (onderzoek 2022)
31 (60)
<
B01
<
<
Legenda Locatiecontour < ! > . !
Boring tot 0,5 m-mv Boring tot 2,0 m-mv Boring tot 2,5 m-mv Peilbuis
>
B04
!
B10
PB01
>
!
B05
B06
B11
>
B09
B12
Situatie boringen
Verkennendbodemonderzoek Station Raalte 110 kV Opdrachtgever: TenneT TSO. B.V. Projectnummer: 51000726 Status: Definitief Datum: 8-2-2022 Schaal: 1:750 Formaat: A4 Getekend: AM - Gecontroleerd: JE 0
10
20
30
40
50
meter
´
© Sweco Nederland B.V. Alle rechten voorbehoudenEsri Nederland, Jan Willem van Aalst - www.imergis.nl
C:\GIS\Raalte\Raalte1.mxd 8-2-2022 09:22:06
!
B07
. !
B08
!
B03
<
!
B02
Noordelijk deel transformatorstation (onderzoek 2019 en 2020) Conform NEN 5725 – Aanleiding B ''opstellen hypothese over de aanwezigheid van potentieel bodembedreigende (bedrijfs)activiteiten bij nulsituatie- en eindsituatie-onderzoek. Onderzoeksvraag : Wat is de afbakening van het onderzoeksgebied? Eigendomssituatie Informatiebron: Kadaster TenneT TSO / Enexis Informatiebron: Opdrachtgever Oppervlakte en afbakening onderzoeksgebied Oppervlakte kadastrale perceel: 6500 m2 Afbakening onderzoeksgebied ten behoeve van vooronderzoek = kadastrale perceel + 25 m Onderzoeksvraag: Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich? Informatiebron:www.dinoloket.nl Bodemtype Bodemopbouw: 0,0 – 20,0 m -mv: Zand (formatie van Boxtel en Kreftenheye) Antropogene lagen in de bodem Ophogingen en bodemvreemde lagen Informatiebron: Eigenaar, www.ahn.nl. Niet te herleiden uit de hoogtekaart en niet aangegeven door opdrachtgever Dempingen en oude wegen Informatiebron: www.topotijdreis.nl Niet waargenomen op historische kaarten Geohydrologie Grondwaterstand Informatiebron: www.dinoloket.nl Ca.
4,5 m -mv Drainage Informatiebron: X Onbekend Bemaling Informatiebron: X Onbekend Onttrekking Informatiebron: X Onbekend Infiltratie Informatiebron: X Onbekend Onderzoeksvraag: Wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging vermoed? Zo ja, waar bevindt deze zich? Geval van bodemverontreiniging? Informatiebron: Bodematlas provincie Overijssel Niet bekend Zo ja, geval van ernstige bodemverontreiniging? Niet bekend Op basis van bodemonderzoeken Informatiebron:www.bodemloket.nl De volgende onderzoeken zijn op de locatie uitgevoerd: Op het perceel heeft Geofox in 1998 een nul- en eindsituatieonderzoek1 uitgevoerd. Uit de analyseresultaten blijkt in de grond een licht verhoogd gehalte aan minerale olie is aangetoond. In het grondwater zijn licht verhoogde concentraties aan minerale olie, chroom, tolueen en tetrachlooretheen aangetoond.
1
Nul- en eindsituatieonderzoek, uitgevoerd door Geofox, projectnummer: 0949, d.d. 02-06-1998
33 (60)
Op het perceel heeft Oranjewoud in 2012 een verkennend bodemonderzoek2 uitgevoerd. Uit de analyseresultaten blijkt dat in de sintelhoudende bovengrond een matig verhoogd gehalte aan nikkel en licht verhoogde gehalten aan kobalt en molybdeen zijn aangetoond. In de zintuiglijk schone grond zijn geen verhoogde gehalten aangetoond. Op basis van deze onderzoeken wordt verwacht dat de bodemkwaliteit op het kadastrale onderzoeksperceel een lichte mate van beïnvloeding van de bodemkwaliteit kent. Het tijdstip waarop, dan wel de periode waarbinnen de bodemverontreiniging (waarschijnlijk) is ontstaan? Niet van toepassing Onderzoeksvraag: Is er sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke beïnvloeding en waar? Op basis van bodemonderzoeken Informatiebron: Bodematlas provincie Overijssel Er is geen beïnvloeding van de omgeving (binnen een straal van 25 meter). Onderzoeksvraag: Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden? Kwaliteit o.b.v. bodemkwaliteitskaart Informatiebron: Bodemkwaliteitskaart IJsselland De gemeente Raalte beschikt niet over een bodemkwaliteitskaart voor ontgraven grond. De toepassingskaarten geven voor de boven- en ondergrond ‘Achtergrondwaarde’ aan.
Is er sprake van gebiedsgerichte beleid? Informatiebron: X Niet van toepassing Onderzoeksvraag: Is er sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn verdachte parameters? Voormalig Informatiebron: www.topotijdreis.nl Bodemgebruik in het verleden op het perceel en in de omgeving Tot de jaren ’60 was het perceel in gebruik voor landbouw. In de jaren ’60 is op het perceel het transformatorstation gebouwd Bedrijfsactiviteiten of ondergrondse tanks in het verleden op het perceel en in de omgeving Op het perceel staat een trafostation Overige verdachte activiteiten in het verleden op of nabij het perceel Nee Huidig Informatiebron: opdrachtgever, www.topotijdreis.nl, google earth Huidig bodemgebruik op het perceel en in de directe omgeving Het perceel wordt gebruikt als transformatorstation. Daaromheen bevinden zich woningen Aanwezigheid bebouwing of opslagplaatsen op het perceel Op het perceel staan gebouwen van TenneT / Essent Aanwezigheid ondergrondse infrastructuur en objecten. Aanwezig, met name kabels Aanwezigheid verhardingen, paden en dergelijke.
Op het terrein is een klinkerverharding aanwezig Aanwezigheid dammen Niet waargenomen Aanwezigheid brandplekken Niet waargenomen Toekomstig Informatiebron: opdrachtgever In de toekomst gaat het trafostation gesloopt worden. 2
Verkennend bodemonderzoek, uitgevoerd door Oranjewoud, d.d. 16-04-2012
34 (60)
Onderzoeksvraag: Is de bodem asbestverdacht? Asbestverdacht Informatiebron: X Asbestverdachte activiteiten aanwezig geweest op of nabij de locatie? Bedrijven werkzaam met asbest Niet bekend Stortplaatsen Niet bekend Asbestbewerkingen tbv bouw Niet bekend Toepassing van asbestrestproducten in wegen, Niet bekend dammen of dempingen Historische ophogingen met asbesthoudende Niet bekend bodem/slib Gebouwen met asbesthoudende materialen Mogelijk (gebouwen uit jaren ’60) Asbesthoudende beschoeiingen langs waterkant Nee Asbesthoudende afperkingsschotten in (volks)tuinen Nee Glastuinbouw (asbestkit) aanwezig geweest Nee Ongewone voorvallen met asbest (bv brand) Niet bekend Aanwezigheid halfverhardingen Onbekend Aanwezigheid funderingslaag onder verhardingen Onbekend Stortingen asbestverdachte afvalstoffen Niet bekend Opslagdepots met puinhoudende grond Niet bekend Op- en overslag van puin of puinbrekers Nee Met puin gedempte putten en sloten Zie onder ‘’bodem en geohydrologie’’ Asbest in en aan bouwwerken en ondergrondse objecten Mogelijk. Het trafostation is gebouwd in de jaren ’60 Onderzoeksaspect: Terreinverkenning d.d. 10 januari 2019 door Klijn Bodemonderzoek B.V. Verhardingen, soort, dikte, fundering, oppervlakte Klinkerverhardingen aan de noordzijde van het trafostation. Het overige deel van het terrein is gras.
Puin op maaiveld Puin op maaiveld aangetroffen? Zo ja, beschrijven en locatie aangeven op kaart. Niet waargenomen Puintypering Niet van toepassing Puindatering Toelichting: Puin van vóór 1945, niet asbestverdacht Puin uit 1945-1980, is asbestverdacht, mogelijk met gehalten boven 100 mg/kg ds Puin uit 1980-1993 / 1995, is asbestverdacht, mogelijke gehalten tussen 10-100 mg/kg ds Puin uit 1995-1998, is asbestverdacht, mogelijke gehalten vaak < 10 mg/kg ds Puin na 1998, is niet asbestverdacht. Niet waargenomen Asbestverdacht materiaal aangetroffen op het maaiveld of op/aan gebouwen op de locatie of op aangrenzende percelen? Zo ja, beschrijven en locatie aangeven op kaart. Niet waargenomen Algemene indruk van het terrein Goed onderhouden Afwijkingen van informatie uit dossiers, zo ja beschrijving. Nee
35 (60)
Historisch kaartmateriaal Onderzoekslocatie in 1962 (rode contour)
Onderzoekslocatie in 1965 (rode contour)
36 (60)
Onderzoekslocatie in 2017 (rode contour)
37 (60)
Zuidelijk deel transformatorstation (onderzoek 2020) Conform NEN 5725 – Aanleiding A 'Opstellen hypothese over de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek'. Onderzoeksvraag : Wat is de afbakening van het onderzoeksgebied? Eigendomssituatie Informatiebron: Kadaster Enexis Informatiebron: opdrachtgever Oppervlakte en afbakening onderzoeksgebied Oppervlakte perceel: ca. 3000 m2 Afbakening onderzoeksgebied ten behoeve van vooronderzoek = kadastrale perceel + 25 m deel van kadastrale perceel Onderzoeksvraag: Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich? Informatiebron: www.dinoloket.nl Bodemtype Antropogene lagen in de bodem Ophogingen en bodemvreemde lagen Informatiebron: www.ahn.nl. Nauwelijks, er kan voor de moestuinen wel grond opgebracht zijn. Dempingen Informatiebron: www.topotijdreis.nl Niet waargenomen Geohydrologie Grondwaterstand Informatiebron: www.dinoloket.nl Ca.
3,5 m -mv Drainage Informatiebron: X onbekend Bemaling Informatiebron: X mogelijk Onttrekking Informatiebron: X Onbekend Infiltratie Informatiebron: X Onbekend Onderzoeksvraag: Wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging vermoed? Zo ja, waar bevindt deze zich? Geval van bodemverontreiniging? Mogelijk Zo ja, geval van ernstige bodemverontreiniging? Onbekend
Informatiebron: Locatie inspectie, provincie Overijssel
Op basis van bodemonderzoeken Informatiebron: provincie Overijssel Van de onderzoekslocatie zijn geen bodemonderzoeken bekend. Het tijdstip waarop, dan wel de periode waarbinnen de bodemverontreiniging (waarschijnlijk) is ontstaan? Niet van toepassing.