CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

13 Bp Raalte Kern, verkabeling hoogspanning_Bijlage 5 Natuurtoets

Raadsvergadering 29 juni 2023, gemeente RaalteBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan verkabeling hoogspanning Raalte (bespreekstuk)15.086 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Figuur 4.32. Ligging van het tracé ten opzichte Natura 2000-gebieden (gearceerd) (bron achtergrond: Esri).

Natuur Netwerk Nederland

Blad 28 van 35

Natuurtoets Verkabeling bebouwde kom Raalte (110kV ZLS-RT en RT-NVD) projectnummer 0474109.100 4 april 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.

Het meest zuidelijke deel van het tracé (mast 4 en de uitlegstrook) ligt in het NNN (Figuur 4.33). Het NNN heeft op deze locatie de beheertypen droog bos met productie en rivier- en beekbegeleidend bos.

Figuur 4.33. Ligging van het tracé ten opzichte van het NNN (groen gemarkeerd) In het paars Hoogspanningsstation Raalte (bron achtergrond: Esri).

Blad 29 van 35

Natuurtoets Verkabeling bebouwde kom Raalte (110kV ZLS-RT en RT-NVD) projectnummer 0474109.100 4 april 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.

5

Toetsing In paragraaf 5.1 is de effectbepaling van het plan gegeven. In paragraaf 5.2 worden de werkzaamheden getoetst aan de soortenbescherming (Wnb). Indien vervolgstappen aan de orde zijn, is dit aangeven in een tekstkader. In paragraaf 5.3 wordt het plan getoetst aan het beschermingsregime van het GNN-gebied, aanvullend provinciaal beleid en de Wet natuurbescherming (Wnb).

5.1

Effectbepaling plan Van de volgende aspecten van de werkzaamheden moet het effect op de aanwezige beschermde natuurwaarden bepaald worden: - het leggen van kabels in open ontgraving; - het gebruik van de omgeving als toerit, werkterrein en uitlegstrook; - graafwerkzaamheden voor het aanleggen van in- en uittredepunten van HDD-boringen; - het toepassen van bemaling bij de in- en uittredepunten van HDD-boringen; - het verwijderen van hoogspanningsmasten; - het plaatsen van jukken; - het verwijderen van bomen en struikgewas. Ten behoeve van de werkzaamheden worden geen gebouwen of watergangen aangetast. Naar verwachting wordt er gestart met de eerste fase van het project (kabels aanleggen) in kwartaal 3 of 4 van 2023. De planning voor de tweede fase is nog niet bekend.

5.2

Effecten op beschermde soorten Vogels Jaarrond beschermde nesten In de omgeving van de projectgebieden aangaande de verkabeling de bovengrondse lijnen bevinden zich jaarrond beschermde nesten van een roekenkolonie. Daarnaast zijn de woningen rondom het tracé mogelijk geschikt als broedlocatie voor de huismus en gierzwaluw. De roekenkolonie bevindt zich in de bomen ten zuiden en zuidoosten van het TenneT station in Raalte (Figuur 5.1). Op het moment van schrijven staat nog op de planning dat deze bomen gepasseerd worden middels een HDD-boring en niet zullen worden verwijderd. Indien de plannen wijzigen en de bomen toch verwijderd dienen te worden, dan dient er een ontheffing op de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd voor het verwijderen van jaarrond beschermde nesten. Indien de bomen behouden blijven kan er verstoring optreden van broedende vogels doordat er voor fase één, een intredepunt van een HDD-boring op enkele meters afstand zal worden gerealiseerd. Voor fase twee worden er jukken in de bermen van de Acacialaan geplaatst en zullen de masten verwijderd worden. Ook door deze werkzaamheden in fase twee ontstaat er mogelijk verstoring, indien in het broedseizoen van de roeken gewerkt wordt. Het verstoren van broedende vogels is een overtreding op de Wet natuurbescherming.

Er wordt daarom voor zowel fase één als voor fase twee geadviseerd om buiten het vogelbroedseizoen (15 maart tot 15 juli) te werken.

Blad 30 van 35

Natuurtoets Verkabeling bebouwde kom Raalte (110kV ZLS-RT en RT-NVD) projectnummer 0474109.100 4 april 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.

Figuur 5.1. Locatie van de roekenkolonie (paars omlijnd) ten opzichte van het tracé (rood= open ontgraving, blauw= HDD-boring). (bron achtergrond: Esri).

Effecten op nesten van huismus en gierzwaluw zijn uitgesloten doordat er geen bebouwing wordt aangetast, de relatief grote afstand tot deze nesten, de tijdelijke aard van de werkzaamheden en de al aanwezige achtergrondstoring van de wegen en urbane omgeving waarnaast gewerkt wordt. De genoemde soorten zijn in hoge mate aangepast aan stedelijke omstandigheden en bijbehorende verstoringen. Algemene broedvogels Alle inheemse broedvogels zijn tijdens het broeden wettelijk beschermd volgens de Vogelrichtlijn. Als er ten tijde van de beoogde start van de werkzaamheden vogels in, of binnen de verstoringszone van het projectgebied broeden, kunnen de werkzaamheden ter plaatse geen doorgang vinden totdat de jongen zijn uitgevlogen. Ontheffing voor algemene broedvogels wordt in de praktijk niet verleend, dit mede gezien bijna altijd alternatieven voorhanden zijn. Het verdient daarom de aanbeveling om de werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Een wettelijk vastgestelde periode voor het broedseizoen bestaat niet, bepalend is of broedgevallen aanwezig zijn. Indicatieve datumgrenzen zijn 15 maart tot 15 juli, maar er bestaan, afhankelijk van het weer en de vogelsoort, vele uitzonderingen op deze regel.

Indien de werkzaamheden starten te midden van het broedseizoen, dient het project- en verstoringsgebied eerst door een ter zake kundige ecoloog gecontroleerd te worden op aanwezigheid van broedvogels. Indien vastgesteld wordt dat sprake is van actuele broedgevallen binnen het project- of verstoringsgebied, worden door de ter zake kundige ecoloog specifieke maatregelen voorgesteld en/of wordt (een deel van) het projectgebied niet vrijgegeven en dienen de werkzaamheden uitgesteld te worden tot alle nesten, vanuit eigen beweging van de vogels, niet meer in gebruik zijn.

Blad 31 van 35

Natuurtoets Verkabeling bebouwde kom Raalte (110kV ZLS-RT en RT-NVD) projectnummer 0474109.100 4 april 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.

Vleermuizen Vleermuizen zijn beschermde soorten en staan vermeld in bijlage IV van de Habitatrichtlijn. In het kader van de Wet natuurbescherming is daarom een aantal verbodsbepalingen ten aanzien van vleermuizen opgesteld die in principe niet overtreden mogen worden door onder andere een ruimtelijke ontwikkeling. In de aangetroffen vleermuiskasten en de woningen rondom het tracé bevinden zich mogelijk verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuissoorten. Daarnaast is er een langs de Kanaaldijk oostzijde een berk aangetroffen met geschikte holten waar mogelijk boombewonende vleermuissoorten gebruik van kunnen maken. Het Overijsselse kanaal vormt mogelijk een essentiële vliegroute. Ten behoeve van de werkzaamheden zullen deze mogelijke verblijfplaatsen en essentiële vliegroute niet worden aangetast. Wel kan er, indien ‘s avonds of ’s nachts wordt gewerkt gedurende de actieve periode voor vleermuizen (circa 1 april t/m 1 november), lichtverstoring door het gebruik van bouwverlichting optreden. Hierdoor kunnen mogelijk aanwezige vleermuizen gedesoriënteerd raken. Ten gevolge daarvan kan het functioneren van mogelijk aanwezige verblijfplaatsen en vliegroute verminderen. Een dergelijk effect is in strijd met de Wet natuurbescherming.

Om effecten van lichtuitstraling te voorkomen wordt geadviseerd om, indien verlichting wordt gebruikt, deze weg te draaien van bomen, gebouwen en watergangen. Dit is zeker noodzakelijk in de schemer en nacht (van 1 uur voor zonsondergang tot 1 uur na zonopkomst) gedurende de actieve periode van vleermuizen (circa 1 april t/m 1 november). Dit houdt in dat de verlichting naar beneden gericht dient te zijn en zo min mogelijk naar de omgeving mag uitstralen. Indien deze werkwijze wordt aangehouden, is een effect op vleermuisverblijfplaatsen uitgesloten.

Kleine marterachtigen en steenmarter In de struiken en bosschages bij mast 4, bevinden zich mogelijk verblijfplaatsen van bunzing, wezel, hermelijn en steenmarter. Potentiële verblijfplaatsen worden mogelijk fysiek aangetast. Dit is in strijd met de verbodsartikelen van de Wet natuurbescherming. Er is daarom duidelijkheid vereist omtrent de aanwezigheid van deze marterachtigen in de omgeving. Deze duidelijkheid kan verkregen worden door de uitvoering van een nader onderzoek. Het nader onderzoek naar marterachtigen kan uitgevoerd worden met cameravallen, sporenbuizen en/of struikrovers. Gezien de mogelijke aanwezigheid van meerdere soorten, wordt een combinatie van methodes aangeraden. Op basis van de oppervlakte van het plangebied, dient minimaal één sporenbuis en één cameraval te worden ingezet per projectgebied. In de periode van maart tot en met augustus dient de apparatuur zes weken te worden geplaatst. Buiten deze periode is een onderzoeksperiode van 12 weken noodzakelijk. Als gebruik wordt gemaakt van een struikrover is een onderzoeksperiode van drie weken voldoende.

Indien uit het nader onderzoek blijkt dat verblijfplaatsen aanwezig zijn binnen het plangebied of dat aannemelijk is dat verblijfplaatsen aanwezig zijn (en deze worden aangetast en/of de functionaliteit ervan wordt verstoord ten gevolge van de werkzaamheden) van één of meerdere soorten, dan dient een ontheffing te worden aangevraagd bij het bevoegd gezag. Deze ontheffing wordt verleend als in ieder geval buiten de kwetsbare periode (15 maart tot en met augustus) wordt gewerkt of voor aanvang van deze periode het terrein ongeschikt gemaakt wordt. Tevens dienen compenserende maatregelen getroffen te worden door elders nieuw leefgebied te creëren. Indien uit het nader onderzoek blijkt dat marterachtigen afwezig zijn, dan zijn er geen belemmeringen meer vanuit de Wet natuurbescherming ten aanzien van deze soortgroep.

Blad 32 van 35

Natuurtoets Verkabeling bebouwde kom Raalte (110kV ZLS-RT en RT-NVD) projectnummer 0474109.100 4 april 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.

Eekhoorn Tijdens het veldbezoek is een eekhoorn waargenomen, daarbij zijn ook twee nesten van de eekhoorn aangetroffen in de bomen, aan de oostzijde van Het Erf 56. Deze bomen zullen door middel van een gestuurde boring gepasseerd worden en worden dus niet aangetast. De in- en uittredepunten van deze gestuurde boring liggen beide op meer dan 100 meter afstand. Door de relatief grote afstand en de tussenliggende afschermende elementen (woningen en bomen), kan een negatief effect op deze verblijfplaatsen van de eekhoorn worden uitgesloten.

Egel Langs het gehele tracé zijn meerdere geschikte rust- en leefgebieden aanwezig in de vorm van struiken en bosschages voor egels. Voor de meeste locaties geldt dat potentiële verblijfplaatsen niet fysiek worden aangetast. Bij mast 4 wordt er een bosschage met ondergroei verwijderd waar mogelijk verblijfplaatsen van de egel aanwezig kunnen zijn. Het verwijderen en ongeschikt maken van deze verblijfplaatsen is in strijd met de verbodsartikelen van de Wet natuurbescherming. Door het uitvoeren van nader onderzoek kan duidelijkheid worden verkregen van de aanwezigheid van essentieel leefgebied van de egel. Het nader onderzoek naar de egel kan uitgevoerd worden met cameravallen en/of struikrovers. Een cameraval betreft een enkele wildcamera, vaak geplaatst aan een boom. Een struikrover is een wildcamera in een buis waarbij lokstoffen worden ingezet. Op basis van de oppervlakte van het plangebied, dient minimaal één struikrover of cameraval te worden ingezet per projectgebied. In de periode van maart tot en met augustus dient de cameraval zes weken te worden geplaatst. Buiten deze periode is een onderzoeksperiode van 12 weken noodzakelijk. Als gebruik wordt gemaakt van een struikrover is een onderzoeksperiode van drie weken voldoende.

Indien uit het nader onderzoek blijkt dat er verblijfplaatsen van de egel aanwezig zijn binnen het plangebied, of dat aannemelijk is dat verblijfplaatsen aanwezig zijn, dan dient een ontheffing te worden aangevraagd bij het bevoegd gezag. Deze ontheffing wordt verleend als in ieder geval buiten de kwetsbare periode wordt gewerkt of voor aanvang van deze periode het terrein ongeschikt gemaakt wordt. Tevens dienen compenserende maatregelen getroffen te worden door elders nieuw leefgebied te creëren. Indien uit het nader onderzoek blijkt dat egels afwezig zijn, dan zijn er geen belemmeringen meer vanuit de Wet natuurbescherming ten aanzien van deze soortgroep.

Blad 33 van 35

Natuurtoets Verkabeling bebouwde kom Raalte (110kV ZLS-RT en RT-NVD) projectnummer 0474109.100 4 april 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.

5.3

Effecten op beschermde gebieden Effecten op Natura 2000-gebieden Uit de bureaustudie blijkt dat Natura-2000 gebied ‘Boetelerveld’ is gelegen op circa 2,2 kilometer afstand tot het projectgebied (Figuur 4.35). Natura 2000-gebied ‘Sallandse Heuvelrug’ is gelegen op circa 7,7 kilometer afstand tot het projectgebied. Gezien de afstand en de aanwezigheid van tussenliggende afschermende elementen, kunnen effecten door storingsfactoren zoals verdroging, versnippering, of verstoring door geluid, licht en trillingen op voorhand worden uitgesloten. Negatieve effecten van verzuring en vermesting ten gevolge van stikstofdepositie via de lucht kunnen niet op voorhand uitgesloten worden, maar sinds 1 juli 2021 geldt voor een tijdelijke verhoogde stikstofdepositie tijdens de aanlegfase, het wijzigen of het verwijderen van een bouwwerk geen vergunningplicht meer. Wel moet de stikstofuitstoot zo veel als mogelijk ingeperkt worden.

Effecten op het NNN Hoogspanningsmast 4 en de uitlegstrook bij deze mast aan de Kanaaldijk oostzijde bevinden zich in een NNN-gebied. Hier worden bosschages verwijderd om plaats te maken voor de werkzaamheden. De werkzaamheden zullen bestaan uit graafwerkzaamheden voor een uittredepunt van een HDD-boring en open ontgraving voor het aanleggen van kabels. Er zal een lieropstelling komen, bemaling worden toegepast, een hek worden geplaatst en de mast zal vervangen worden. Op deze locatie zal ook een opstijgpunt worden geplaatst. Voor een NNN-gebied geldt dat de wezenlijke waarden en kenmerken van dat gebied niet aangetast mogen worden. Als ecologische (wezenlijke) waarden en kenmerken van een NNNgebied gelden de omvang, de verbindende functie en de kwaliteit in de vorm van de natuurbeheertypen zoals vastgelegd op de beheertypenkaart en de ambitiekaart van het natuurbeheerplan. De beheertypen van dit NNN-gebieden zijn ‘droog bos met productie’ en ‘rivier- en beekbegeleidend bos’. Doordat er bomen gekapt worden, worden deze beheertypen in de omvang aangetast. Er dient hierover contact te worden opgenomen met de provincie. Mogelijk wordt er als eis gesteld dat er een compensatieplan wordt opgesteld. De werkzaamheden bij mast 4 kunnen geen doorgang vinden totdat er toestemming is van het bevoegd gezag.

Blad 34 van 35

Natuurtoets Verkabeling bebouwde kom Raalte (110kV ZLS-RT en RT-NVD) projectnummer 0474109.100 4 april 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.

6

Bronnen Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, 2009. Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep. Augustus 2009. Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, 2019. Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogels in Overijssel ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep. 2019. Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. (z.d.). Informatiepagina Natura 2000gebieden. Geraadpleegd van https://www.natura2000.nl/ SOVON Vogelonderzoek Nederland 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000. SOVON, Naturalis, KNNV Uitgeverij & EIS-Nederland, Leiden. Creemers, Raymond C.M. & Jeroen J.C.W. van Delft, 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. RAVON, Naturalis, KNNV Uitgeverij & EIS-Nederland, Leiden. RAVON (z.d.). Informatiepagina’s soorten. Geraadpleegd van https://www.ravon.nl/ Zoogdiervereniging (z.d.). Informatiepagina’s soorten. Geraadpleegd van https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten Vlinderstichting (z.d.). Informatiepagina’s libellen. Geraadpleegd van https://www.vlinderstichting.nl/libellen Vlinderstichting (z.d.). Informatiepagina’s vlinders. Geraadpleegd van https://www.vlinderstichting.nl/vlinders NDFF (Nationale Databank Flora en Fauna). Geraadpleegd 11 januari 2022.

Blad 35 van 35

Natuurtoets Verkabeling bebouwde kom Raalte (110kV ZLS-RT en RT-NVD) projectnummer 0474109.100 4 april 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.

Bijlagen

Natuurtoets Verkabeling bebouwde kom Raalte (110kV ZLS-RT en RT-NVD) projectnummer 0474109.100 4 april 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.

Bijlage 1: Wettelijk kader Een van de doelen van de Wnb is de bescherming van inheemse flora en fauna. Vanuit deze wet is bij ruimtelijke ingrepen de initiatiefnemer verplicht op de hoogte te zijn van de mogelijk voorkomende beschermde natuurwaarden binnen het projectgebied. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden toegebracht aan beschermde soorten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan (het ‘nee, tenzij’ – principe). Bepaalde handelingen, waaronder ruimtelijke ingrepen, waarbij beschermde soorten in het geding zijn, zijn slechts bij uitzondering en onder voorwaarden mogelijk. Hiernavolgend wordt uitgelegd welke verbodsbepalingen gelden, welke vrijstellingen er gelden en op welke gronden ontheffingen kunnen worden aangevraagd.

Verbodsbepalingen soortbescherming In de Wnb is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die onder andere zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. In het tekstkader van deze Bijlage (zie volgende pagina) staan de artikelen uitgeschreven. Het gaat om de volgende drie categorieën: -

soorten van de Vogelrichtlijn; soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn; ‘andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’), oftewel de Nationale soorten.

Voor soorten vallend onder bovenstaande beschermingsregimes geldt dat ze in principe niet (opzettelijk) gedood en verstoord mogen worden, ook verblijfplaatsen mogen niet vernietigd worden. Bij Vogelrichtlijnsoorten is opgenomen dat verstoring is toegestaan indien de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende soort. Dit geldt echter niet voor Habitatrichtlijnsoorten, inclusief bijlage I en II Bern en bijlage I Bonn (zie Tabel A van deze bijlage voor een uiteenzetting van soorten. Voor de ‘andere soorten’ geldt dat verstoring is toegestaan. Soorten die zijn opgenomen in bijlage A en B van de Wnb (‘andere soorten’) zijn opgenomen in tabel B en C van deze Bijlage.

Natuurtoets Verkabeling bebouwde kom Raalte (110kV ZLS-RT en RT-NVD) projectnummer 0474109.100 4 april 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.

Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming artikel 3.1, 3.5 en 3.10 Artikel 3.1 Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn 1. 2. 3. 4. 5.

Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Artikel 3.5 Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn 1.

2. 3. 4. 5.

Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, met uitzondering van de soorten, bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Artikel 3.10 Beschermingsregime andere soorten 1.

2.

3.

Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Artikel 3.8, met uitzondering van het derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing op de verboden, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat, in aanvulling op de redenen, genoemd in het vijfde lid, onderdeel b, de noodzaak voor de ontheffing of vrijstelling ook verband kan houden met handelingen: a. in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied; b. ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; c.

ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; d. ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; e. in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; f. in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; g. in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, of h. in het algemeen belang. De verboden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a, en b, zijn niet van toepassing op de bosmuis, de huisspitsmuis en de veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende erven of roerende zaken bevinden.

Natuurtoets Verkabeling bebouwde kom Raalte (110kV ZLS-RT en RT-NVD) projectnummer 0474109.100 4 april 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.

Tabel A. Soorten die vallen onder artikel 3.5 (Habitatrichtlijn bijlage IV, Bern bijlage II, Bonn bijlage I). Soortgroep Nederlandse naam Soortgroep Nederlandse naam

Amfibieën

Dagvlinders

Haften

boomkikker

hamster

geelbuikvuurpad

otter

heikikker

bever

kamsalamander

Zoogdieren

knoflookpad

landzoogdieren lynx

rugstreeppad

noordse woelmuis

vroedmeesterpad

wilde kat

poelkikker

wolf

moerasparelmoervlinder

baardvleermuis

apollovlinder

bechsteins vleermuis

boszandoog

bosvleermuis

donker pimpernelblauwtje

brandts vleermuis

grote vuurvlinder

franjestaart

pimpernelblauwtje

gewone grootoorvleermuis

tijmblauwtje

grijze grootoorvleermuis

zilverstreephooibeestje

grote hoefijzerneus

oeveraas

grote rosse vleermuis

brede geelrandwaterroofkever

Kevers

Libellen

Nachtvlinders

Reptielen

Sporenplanten

Weekdieren

Zaadplanten

ingekorven vleermuis

gestreepte waterroofkever

Zoogdieren

kleine dwergvleermuis

juchtleerkever

vleermuizen

kleine hoefijzerneus

vermiljoenkever

laatvlieger

mercuurwaterjuffer

meervleermuis

bronslibel

mopsvleermuis

gaffellibel

noordse vleermuis

gevlekte witsnuitlibel

rosse vleermuis

groene glazenmaker

ruige dwergvleermuis

noordse winterjuffer

tweekleurige vleermuis

oostelijke witsnuitlibel

vale vleermuis

rivierrombout

watervleermuis

sierlijke witsnuitlibel

gewone dwergvleermuis

teunisbloempijlstaart Dikkopschildpad, kemp’s zeeschildpad, lederschildpad, soepschilpad

walrus Bultrug, gewone vinvis bruinvis dwergpotvis

gladde slang

gestreepte dolfijn

muurhagedis

gewone dolfijn

zandhagedis

gewone spitsdolfijn

geel schorpioenmos

grijze dolfijn

tonghaarmuts kleine vlotvaren

Vissen

hazelmuis

steur

kleine zwaardwalvis

Zoogdieren zeezoogdieren

narwal orka

houting

tuimelaar

bataafse stroommossel

witflankdolfijn, witsnuitdolfijn

platte schijfhoren

noordse vinvis, potvis

liggende raket, zomerschroeforchis

butskop

drijvende waterweegbree

dwergvinvis

groenknolorchis

griend, witte dolfijn

kruipend moerasscherm

spitsdolfijn van gray

Natuurtoets Verkabeling bebouwde kom Raalte (110kV ZLS-RT en RT-NVD) projectnummer 0474109.100 4 april 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.

Tabel B. “Overige Soorten” onderdeel A behorend bij artikel 3.10, eerste lid, onderdeel a. Soortgroep

Amfibieën

Nederlandse naam

Soortgroep

Nederlandse naam

Alpenwatersalamander

Beekdonderpad

Bruine kikker*

Beekprik

Gewone pad*

Elrits

Kleine watersalamander*

Europese rivierkreeft

Meerkikker*

Vissen

Gestippelde alver

Middelste groene kikker*

Grote modderkruiper

Vinpootsalamander

Kwabaal

Vuursalamander Aardbeivlinder

Dagvlinders

Bosparelmoervlinder

Aardmuis*

Bruin dikkopje

Boommarter

Bruine eikenpage

Bosmuis*

Donker pimpernelblauwtje

Bunzing**

Duinparelmoervlinder

Damhert

Gentiaanblauwtje

Das

Grote parelmoervlinder

Dwergmuis*

Grote vos

Dwergspitsmuis*

Grote vuurvlinder

Edelhert

Grote weerschijnvlinder

Eekhoorn

Iepenpage

Egel*

Kleine heivlinder

Eikelmuis

Kleine ijsvogelvlinder

Gewone bosspitsmuis*

Kommavlinder

Gewone zeehond

Pimpernelblauwtje

Grote bosmuis

Sleedoornpage Spiegeldikkopje

Reptielen

Libellen

Grijze zeehond

Zoogdieren

Haas*

Veenbesblauwtje

Hermelijn**

Veenbesparelmoervlinder

Huisspitsmuis*

Veenhooibeestje

Konijn*

Veldparelmoervlinder

Molmuis

Zilveren maan Adder

Ondergrondse woelmuis*

Hazelworm

Rosse woelmuis*

Levendbarende hagedis

Steenmarter

Ringslang

Tweekleurige bosspitsmuis*

Beekkrombout

Veldmuis*

Bosbeekjuffer

Veldspitsmuis*

Donkere waterjuffer Gevlekte glanslibel

Vos* Waterspitsmuis

Gewone bronlibel

Wezel**

Hoogveenglanslibel

Wild zwijn

Kempense heidelibel

Woelrat*

Speerwaterjuffer

Ree*

Kevers

Vliegend hert

Soorten met een asterisk (*) zijn opgenomen in provinciale vrijstellingen. Soorten met een dubbele asterisk (**) zijn in alle provincies, behalve Noord-Holland en Noord-Brabant, vrijgesteld. In Limburg is daarnaast de molmuis vrijgesteld, in Friesland de steenmarter en in Noord-Brabant het wild zwijn. Voor Limburg geldt dat in bepaalde perioden van het jaar de hazelworm, levendbarende hagedis, steenmarter en de eekhoorn vrijgesteld zijn.

Natuurtoets Verkabeling bebouwde kom Raalte (110kV ZLS-RT en RT-NVD) projectnummer 0474109.100 4 april 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.

Tabel C. “Overige Soorten” onderdeel B behorend bij artikel 3.10, eerste lid, onderdeel c. Soortgroep

Planten

Nederlandse naam

Nederlandse naam

Nederlandse naam

Akkerboterbloem

Groensteel

Roggelelie

Akkerdoornzaad Akkerogentroost Beklierde ogentroost

Groot spiegelklokje Grote bosaardbei Grote leeuwenklauw

Rood peperboompje Rozenkransje Ruw parelzaad

Berggamander Bergnachtorchis

Honingorchis Kalkboterbloem

Scherpkruid Schubvaren

Blaasvaren Blauw guichelheil Bokkenorchis

Kalketrip Karthuizeranjer Karwijselie

Schubzegge Smalle raai Spits havikskruid

Bosboterbloem Bosdravik Brave hendrik

Kleine ereprijs Kleine Schorseneer Kleine wolfsmelk

Steenbraam Stijve wolfsmelk Stofzaad

Brede wolfsmelk Breed wollegras

Kluwenklokje Knollathyrus

Tengere distel Tengere veldmuur

Bruinrode wespenorchis Dennenorchis Dreps

Knolspirea Korensla Kranskarwij

Trosgamander Veenbloembies Vliegenorchis

Echte gamander Franjegentiaan Geelgroene wespenorchis

Kruiptijm Lange zonnedauw Liggende ereprijs

Vroege ereprijs Wilde averuit Wilde ridderspoor

Geplooide vrouwenmantel Getande veldsla

Moerasgamander Muurbloem

Wilde weit Wolfskers

Gevlekt zonneroosje Glad biggenkruid Gladde zegge

Naakte lathyrus Naaldenkervel Pijlscheefkalk

Zandwolfsmelk Zinkviooltje Zweedse kornoelje

Groene nachtorchis

Natuurtoets Verkabeling bebouwde kom Raalte (110kV ZLS-RT en RT-NVD) projectnummer 0474109.100 4 april 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.

Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is in artikel 1.11 de zorgplicht opgenomen. In het tekstkader Hiernavolgend staat het wetsartikel uitgeschreven. Artikel 1.11 1. Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. 2. De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op handelen of nalaten in overeenstemming met het bij of krachtens deze wet of de Visserijwet 1963 bepaalde. De zorgplicht houdt in dat planten en dieren niet onnodig vernield/gedood of verstoord mogen worden. Dit betekent dat handelingen (of het nalaten hiervan) waarvan men weet, of redelijkerwijs kan vermoeden, dat ze nadelig zijn voor planten en/of dieren niet mogen worden uitgevoerd.

Wanneer dergelijke handelingen toch uitgevoerd moeten worden, moeten maatregelen, voor zover dit in redelijkheid kan, worden genomen om de nadelige gevolgen te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Er dient bijvoorbeeld zo gewerkt te worden dat dieren kunnen ontsnappen en het kan nodig zijn om soorten te verplaatsen (bijvoorbeeld planten en amfibieën). Deze algemene zorgplicht geldt voor elke soort en elk individu in Nederland.

Vrijstellingen Onder bepaalde voorwaarden geldt een algemene vrijstelling of een ontheffingsplicht van de verbodsbepalingen in de Wnb. Welke voorwaarden verbonden zijn aan de vrijstelling of ontheffing hangt af van de dier- of plantensoorten die voorkomen in het onderzoeksgebied en de provincie waarin de activiteit plaatsvindt. Hiertoe worden verschillende beschermingsregimes onderscheiden.

Provinciale Vrijstelling Nationale soorten (‘andere soorten’). Met betrekking tot de ‘andere soorten’ zijn per provincie beleidsregels opgesteld waarin voor een deel van deze soorten vrijstelling is verleend. Het Rijk heeft ook een vrijstelling gemaakt voor projecten die vallen onder hun bevoegdheid (projecten van nationaal belang). Zoals ook te herleiden is uit de tabel (tabellen A en B), hangt het per provincie af welke soort is vrijgesteld van de verbodsbepalingen in artikel 3.10, ook de grond waarvoor een vrijstelling geldt kan ook variëren tussen provincies. Indien de Nationale soorten niet zijn vrijgesteld en daarmee het voornemen de gestelde verboden in artikel 3.10 overtreedt, dient een ontheffing aangevraagd te worden bij de provincie waarin het voornemen plaatsvindt.

Natuurtoets Verkabeling bebouwde kom Raalte (110kV ZLS-RT en RT-NVD) projectnummer 0474109.100 4 april 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.

Ontheffingen Indien een soort niet onder een vrijstelling valt of niet gewerkt kan worden volgens een gedragscode, dient er een ontheffing te worden aangevraagd. Deze moet ingediend worden bij het bevoegd gezag. Dit is de provincie waarin de activiteit plaatsvindt. Een ontheffingsaanvraag wordt getoetst aan drie criteria: 1. Er bestaat geen andere bevredigende oplossing; 2. De activiteit leidt niet tot verslechtering van de staat van instandhouding; en 3. Er is sprake van een in de wet genoemd belang. In tabel D worden de belangen waaronder een ontheffing kan worden aangevraagd, opgesomd. Let daarbij op dat er voor Nationale soorten (‘andere soorten’) meer ontheffingsgronden beschikbaar zijn dan voor de beschermde soorten onder artikel 3.1 en 3.5. Indien de activiteit bestaat uit een ruimtelijke inrichting of ontwikkeling zou alleen een ontheffing afgegeven kunnen worden voor Nationale soorten. Mochten desondanks soorten uit de Vogel- en/of Habitatrichtlijn, Bern en Bonn voorkomen bij ruimtelijke ontwikkelingen, dan kunnen mitigerende maatregelen worden opgesteld. Er kan dan voor de zekerheid een ontheffing worden aangevraagd om de mitigerende maatregelen goed te keuren. Tabel D. Ontheffingsgronden waarop een ontheffing verleend mag worden per categorie (artikel 3.1, 3.5 en 3.10).

Ontheffingsgronden

1 2

3

Er bestaat geen andere bevredigende oplossing Leiden niet tot verslechtering van de staat van instandhouding Opsomming van: volksgezondheid en openbare veiligheid veiligheid van luchtverkeer ter voorkoming van schade aan gewassen, vee, bossen, visserij ter bescherming van Flora en Fauna voor onderzoek, onderwijs, uitzetten en herinvoeren van soorten / teelt dwingende reden van groot openbaar belang, met inbegrip van sociale of economische aard en met inbegrip van voor milieuwezenlijke gunstige effecten ruimtelijke inrichting of ontwikkeling schade en overlast, ter beperking omvang populatie, ter bestrijding van lijden en ziekte, bestendig beheer en onderhoud, algemeen belang

Artikel 3.1

Artikel 3.5

Artikel 3.10

Soorten van de Vogelrichtlijn

Soorten van de Habitatrichtlijn, Bonn & Bern

Andere soorten

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

Nee

X

X

X

X

X

X

X

X

X

X

Nee

X

X

Nee

Nee

X

Nee

Nee

3.10 2a-g

Procedure ontheffingsaanvraag Voor Nationale soorten (‘andere soorten’) welke zijn opgenomen in de provinciale vrijstellingen geldt een vrijstelling. Dit betekent dat u geen ontheffing van de Wet natuurbescherming hoeft aan te vragen, maar u wel de zorgplicht moet nakomen. Voor Nationale soorten die niet zijn vrijgesteld, dient u een ontheffing beschermde soorten aan te vragen of te werken conform een gedragscode.

Natuurtoets Verkabeling bebouwde kom Raalte (110kV ZLS-RT en RT-NVD) projectnummer 0474109.100 4 april 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.

Voor soorten van de Vogel- en Habitatrichtlijn, Conventie van Bern en Conventie van Bonn geldt dat als u kunt werken volgens een goedgekeurde gedragscode er een vrijstelling geldt. U hoeft geen ontheffing beschermde soorten aan te vragen, maar u moet uw activiteiten aantoonbaar uitvoeren zoals in de gedragscode staat. Tevens blijft de zorgplicht gelden. Indien u niet kunt werken volgens een gedragscode, maar u kunt maatregelen nemen om de functionaliteit van de voortplantings- en/of vaste rust- en verblijfplaats te garanderen (zogenoemde mitigerende maatregelen), dan hoeft u ook geen ontheffing beschermde soorten aan te vragen. Wilt u zeker weten of uw mitigerende maatregelen voldoende zijn, en er inderdaad geen ontheffing nodig is? Vraag dan een ontheffing aan om uw maatregelen goed te keuren. Indien u geen mitigerende maatregelen kunt nemen, dan dient een ontheffing te worden aangevraagd bij het bevoegd gezag. Voor de ontheffingsaanvraag is het noodzakelijk te weten welke soorten aanwezig zijn, zodat gerichte mitigerende maatregelen kunnen worden getroffen. Het bevoegd gezag zal, indien het akkoord is met het aangeleverde stappenplan waarin de aanpak voor mitigatie beschreven wordt, een zogenoemde ‘verklaring van geen bedenkingen’ (vvgb) afgeven.

Daarmee zegt zij in feite dat een ontheffing niet noodzakelijk is wanneer men zich bij de uitvoering houdt aan het opgestelde stappenplan.

Overgangsrecht In het Besluit natuurbescherming is opgenomen dat de ontheffingen afgegeven onder het oude recht, gelden als ontheffingen onder de Wet natuurbescherming. Daarbij blijven dezelfde voorschriften, beperkingen en voorwaarden gelden. Dit geldt eveneens voor omgevingsvergunningen en vvgb’s. Op het tijdstip van inwerkingtreding van de Wnb zullen de onafgeronde ontheffing aanvragen, ingediend vóór inwerkingtreding, conform de nieuwe wet worden behandeld. Ontheffing aanvragen van voor de inwerkingtreding zullen worden afgehandeld door RVO. Aanvragen die later ingediend worden zullen afgehandeld worden door de provincies (of het Rijk). De gedragscodes worden verlengd tot het moment van in werking treden van de Wet natuurbescherming en de nieuwe gedragscodes definitief zijn goedgekeurd.

Natuurtoets Verkabeling bebouwde kom Raalte (110kV ZLS-RT en RT-NVD) projectnummer 0474109.100 4 april 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.

Natuurnetwerk Nederland (NNN) De nieuwe naam voor de ecologische hoofdstructuur (EHS), het NatuurNetwerk Nederland (NNN). De term EHS werd in 1990 geïntroduceerd in het Natuurbeleidsplan (NBP) van het toenmalige ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). In 2013 is het natuurbeleid gedecentraliseerd naar de provincies. In hetzelfde jaar hebben de twaalf provincies met de staatssecretaris van het ministerie van EZ definitieve afspraken gemaakt in het Natuurpact. In 2014 werd de term ‘EHS’ vervangen door ‘NNN’. Dit beleid blijkt noodzakelijk te zijn doordat de Nederlandse natuur steeds meer onder druk staat, bijvoorbeeld door huizenbouw, aanleg van wegen en industrie. Toch leeft bij veel Nederlanders de wens om natuurgebieden in de buurt te hebben. Natuur geeft rust en biedt ruimte voor recreatie. De overheid heeft daarom extra geld uitgetrokken om de Nederlandse natuur te beschermen en verder te ontwikkelen. Door nieuwe natuur te ontwikkelen, kunnen natuurgebieden met elkaar worden verbonden. Zo kunnen planten zich over verschillende natuurgebieden verspreiden en dieren van het ene naar het andere gebied gaan. Het totaal van al deze gebieden en de verbindingen ertussen vormt het NatuurNetwerk Nederland (NNN). Het NNN is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft.

Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. Het NNN bestaat uit: - bestaande natuurgebieden, reservaten, natuurontwikkelingsgebieden en zogenaamde robuuste verbindingen; - landbouwgebieden met mogelijkheden voor agrarisch natuurbeheer (beheergebieden); - grote wateren (zoals de kustzone van de Noordzee, het IJsselmeer en de Waddenzee). Het NNN is een plan in uitvoering. De doelstelling van het Natuurpact is om 80.000 hectare nieuwe natuur in te richten vóór 2027.

Natura 2000-gebieden In de Wnb zijn bepalingen vanuit de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn verwerkt. De Europese richtlijnen verplichten de lidstaten gebieden aan te wijzen met speciale beschermingszones (de Natura 2000-gebieden). Het doel hiervan is om de aangewezen habitattypes en habitats van soorten in een gunstige staat van instandhouding te behouden of te herstellen. De lidstaten moeten maatregelen treffen om de kwaliteit van deze habitats en habitats van soorten niet te laten verslechteren of te voorkomen dat er geen storende factoren optreden voor de soorten waarvoor de zones zijn aangewezen. Voor activiteiten of projecten die schadelijk zijn voor de beschermde natuur, geldt een vergunningplicht. Hierdoor is in Nederland een zorgvuldige afweging gegarandeerd bij projecten die gevolgen kunnen hebben voor natuurgebieden. Meestal verlenen de provincies de vergunningen, maar soms doet het Ministerie van Economische Zaken dit.

Bestaand gebruik Voor handelingen die op 31 maart 2010 bekend waren bij het gevoegd gezag en die sinds deze datum niet meer in betekenende mate zijn gewijzigd is het niet meer noodzakelijk om een vergunning aan te vragen. Deze datum kan van een later tijdstip zijn indien een Natura 2000-gebied na 31 maart 2010 is aangewezen als beschermd gebied. Zie ook artikel 2.9 lid 2.

Natuurtoets Verkabeling bebouwde kom Raalte (110kV ZLS-RT en RT-NVD) projectnummer 0474109.100 4 april 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.

Overgangsrecht In de Wnb (artikel 9.4) is opgenomen dat de vergunningen afgegeven onder het oude recht, gelden als vergunningen onder de Wet natuurbescherming. Daarbij blijven dezelfde voorschriften gelden. Dit geldt eveneens voor omgevingsvergunningen en vvgb’s. Beschermde Natuurmonumenten hebben vanaf inwerkingtreding van de Wnb niet langer een beschermde status. Daardoor zijn deze gebieden alleen nog ruimtelijk beschermd (Barro, bestemmingsplannen). Het volgende schema toont de vergunningprocedure in het kader van de Natuurbeschermingswet. Een Voortoets geeft aan of er wel of geen (negatieve) negatieve effecten zijn te verwachten. Zijn er geen negatieve effecten te verwachten, dan hoeft er geen vergunning beschermde gebieden aangevraagd te worden. Indien er kans is op negatieve effecten, kan een habitattoet een verdiepingsslag geven om aan te tonen hoe groot deze negatieve effecten zijn. Mocht er kans zijn op significant negatieve effecten, is het mogelijk om een ADC-toets uit te voeren. Wordt er voldaan aan de eisen, dan kan er een vergunning worden afgegeven met voorschriften en beperkingen.

Natuurtoets Verkabeling bebouwde kom Raalte (110kV ZLS-RT en RT-NVD) projectnummer 0474109.100 4 april 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.

Over Antea Group Antea Group is het thuis van 1500 trotse ingenieurs en adviseurs. Samen bouwen wij elke dag aan een veilige, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Je vindt bij ons de allerbeste vakspecialisten van Nederland, maar ook innovatieve oplossingen op het gebied van data, sensoring en IT. Hiermee dragen wij bij aan de ontwikkeling van infra, woonwijken of waterwerken. Maar ook aan vraagstukken rondom klimaatadaptatie, energietransitie en de vervangingsopgave. Van onderzoek tot ontwerp, van realisatie tot beheer: voor elke opgave brengen wij de juiste kennis aan tafel. Wij denken kritisch mee en altijd vanuit de mindset om samen voor het beste resultaat te gaan. Op deze manier anticiperen wij op de vragen van vandaag en de oplossingen voor morgen. Al 70 jaar.

Contactgegevens Tolhuisweg 57 8443 DV HEERENVEEN Postbus 24 8440 AA HEERENVEEN T. 0513-634567 E. Reinier.raap@anteagroup.nl

www.anteagroup.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=7c48f162-3f2c-4bfd-9e03-1bc6b6ed9e0d