CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

13 Bp Raalte Kern, verkabeling hoogspanning_Bijlage 5 Natuurtoets

Raadsvergadering 29 juni 2023, gemeente RaalteBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan verkabeling hoogspanning Raalte (bespreekstuk)15.086 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Natuurtoets Verkabeling bebouwde kom Raalte (110kV ZLSRT en RT-NVD) Toetsing Wet natuurbescherming en NNN

projectnummer 0474109.100 definitief revisie 00 4 april 2022

Natuurtoets Verkabeling bebouwde kom Raalte (110kV ZLS-RT en RT-NVD) Toetsing Wet natuurbescherming en NNN projectnummer 0474109.100 documentnummer 0474109-NT-001 definitief revisie 00 04 april 2022

Auteur J. Hovius

Opdrachtgever TenneT TSO B.V. Utrechtseweg 310 6812 AR ARNHEM

Antea Group is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus

De informatie in voorliggende rapportage is (deels) afkomstig uit de NDFF en mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.

datum vrijgave 07-04-2022

beschrijving revisie 00 definitief

gecontroleerd J.L.A. Postma

vrijgave R.S. Raap

Natuurtoets Verkabeling bebouwde kom Raalte (110kV ZLS-RT en RT-NVD) projectnummer 0474109.100 4 april 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.

Inhoudsopgave

Blz.

1

Inleiding

7

1.1 1.2 1.3

Aanleiding en planvoornemen Doel en onderzoeksvragen Leeswijzer

7 8 8

2

Wettelijk kader Wet natuurbescherming

9

2.1 2.2 2.3

Algemeen Soortbescherming Gebiedsbescherming Natura 2000 Natuurnetwerk Nederland Bos- en natuurgebieden buiten het NNN

9 9 10 10 10 11

3

Methodiek

12

3.1 3.2 3.3 3.4

Algemeen Bureauonderzoek Terreinbezoek Effectbeoordeling en advies vervolgtraject

12 12 13 13

4

Resultaten

14

4.1 4.2

Gebiedsbeschrijving Beschermde soorten Resultaten bureauonderzoek Resultaten terreinbezoek - ecologische bevindingen Vogels Vleermuizen Overige zoogdieren Reptielen Amfibieën Vlinders Overige flora en fauna Samenvatting beschermde soorten Beschermde gebieden Natura 2000-gebieden Natuur Netwerk Nederland

14 18 18 19 19 21 22 24 25 25 26 27 28 28 28

5

Toetsing

30

5.1 5.2

Effectbepaling plan Effecten op beschermde soorten Vogels Vleermuizen Kleine marterachtigen en steenmarter Eekhoorn Egel Effecten op beschermde gebieden

30 30 30 32 32 33 33 34

4.3

5.3

Blad 1 van 35

Natuurtoets Verkabeling bebouwde kom Raalte (110kV ZLS-RT en RT-NVD) projectnummer 0474109.100 4 april 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.

6

Effecten op Natura 2000-gebieden Effecten op het NNN

34 34

Bronnen

35

Bijlage 1: Wettelijk kader

Blad 2 van 35

Natuurtoets Verkabeling bebouwde kom Raalte (110kV ZLS-RT en RT-NVD) projectnummer 0474109.100 4 april 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.

Conclusies en advies In opdracht van TenneT is door Antea Group een Natuurtoets uitgevoerd. De opdrachtgever is voornemens om binnen de bebouwde kom van Raalte een bestaande 110kVhoogspanningsverbinding met bijbehorende hoogspanningsmasten te vervangen door een ondergronds liggend kabeltracé. Het tracé is gelegen in Raalte, gemeente Raalte in de provincie Overijssel. Het plan kan worden uitgevoerd als duidelijk is dat de ingrepen niet in strijd zijn met de Wet natuurbescherming en het beleid van het NatuurNetwerk Nederland en aanvullend provinciaal beleid. Daarom is inzicht gewenst in de aanwezigheid van beschermde soorten en beschermde gebieden binnen de invloedsfeer van het projectgebied en de effecten hierop. Dit wordt gedaan op basis van een Natuurtoets. In dit hoofdstuk is het advies gegeven dat voortkomt uit de conclusies van de uitgevoerde Natuurtoets. Conclusies: Beschermde gebieden Het projectgebied is niet gelegen in een Natura 2000-gebied, maar wel in een NNN- gebied. Natura 2000 Natura 2000-gebied ‘Boetelerveld’ is gelegen op circa 2,2 kilometer afstand tot het projectgebied (figuur 4.32). Natura 2000-gebied ‘Sallandse Heuvelrug’ is gelegen op circa 7,7 kilometer afstand tot het projectgebied.

Gezien de afstand en de aanwezigheid van tussenliggende afschermende elementen, kunnen effecten door storingsfactoren zoals verdroging, versnippering, of verstoring door geluid, licht en trillingen op voorhand worden uitgesloten. Negatieve effecten van verzuring en vermesting ten gevolge van stikstofdepositie via de lucht kunnen niet op voorhand uitgesloten worden, maar sinds 1 juli 2021 geldt voor een tijdelijke verhoogde stikstofdepositie tijdens de aanlegfase, het wijzigen of het verwijderen van een bouwwerk geen vergunningplicht meer. Wel moet de stikstofuitstoot zo veel als mogelijk ingeperkt worden (zie hoofdstuk 5). NNN Het meest zuidelijke deel van het tracé (mast 4 en de uitlegstrook) ligt in het NNN. Het NNN heeft op deze locatie de beheertypen droog bos met productie en rivier- en beekbegeleidend bos. Doordat er bomen gekapt worden, worden deze beheertypen in de omvang aangetast. De werkzaamheden bij mast 4 kunnen geen doorgang vinden totdat er toestemming is van het bevoegd gezag.

Blad 3 van 35

Natuurtoets Verkabeling bebouwde kom Raalte (110kV ZLS-RT en RT-NVD) projectnummer 0474109.100 4 april 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.

Tabel 1. Overzicht conclusies en vervolgstappen gebiedsbescherming.

Natura 2000 Aanwezig binnen de invloedssfeer? Effecten? Vereiste vervolgstappen aan de orde? Is het plan uitvoerbaar in het kader van de gebiedsbescherming?

Aanvullende provinciale gebiedsbescherming

NNN

Ja

Ja

Nee

Mogelijk door stikstofdepositie door de lucht. Nee, maar stikstofuitstoot inperken.

Mogelijk effect op kernwaarden van NNN-gebied.

Nee

Overleg met bevoegd gezag.

Nee

Afhankelijk van uitkomsten overleg met bevoegd gezag.

Ja

Ja

Conclusies: Beschermde soorten Uit de bureaustudie in combinatie met het terreinbezoek is gebleken dat (leefgebied van) de volgende in het kader van de Wet natuurbescherming beschermde soorten aanwezig zijn en/of mogelijk verwacht worden in het projectgebied: - jaarrond beschermde nesten (roekenkolonie aanwezig); - algemene broedvogels (nestplaatsen aanwezig); - vleermuizen - steenmarter en kleine marterachtigen (mogelijk verblijfplaatsen aanwezig); - eekhoorn (nesten aanwezig) - egel (mogelijk verblijfplaatsen aanwezig). In Tabel 2 is aangegeven welke gevolgen de aanwezigheid van (het leefgebied van) deze soorten heeft voor het voorliggende project. Aangegeven is of een nader onderzoek nodig is, of er sprake is van een overtreding van de Wet natuurbescherming, of dit middels maatregelen voorkomen kan worden en of bij de uitvoering van het project een ontheffing nodig is. In Hoofdstuk 5 van deze Natuurtoets staat de onderbouwing voor de gegeven conclusies. Tabel 2. Overzicht conclusies en vervolgstappen soortbescherming.

Soort (groep)

Jaarrond beschermde nesten

Essentieel leefgebied in projectgebied?

Roekenkolonie bij het TenneT station en bij het kruispunt Acacialaan met Het Erf.

Nader onderzoek nodig?

Nee

Is er sprake van een overtreding?

Indien er bomen verwijderd worden of indien tijdens het broedseizoen wordt gewerkt op de genoemde locaties.

Blad 4 van 35

Is een ontheffing noodzakelijk Indien er bomen verwijderd worden wel. Indien buiten het broedseizoen wordt gewerkt niet.

Vervolgstappen

Indien bomen worden verwijderd een ontheffing aanvragen. Indien geen bomen worden verwijderd, werken buiten het broedseizoen.

Natuurtoets Verkabeling bebouwde kom Raalte (110kV ZLS-RT en RT-NVD) projectnummer 0474109.100 4 april 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.

Zie paragraaf 5.2.1 voor werkwijze.

Algemene broedvogels

Ja, geschikte broedlocaties langs het tracé.

Nee

Nee, mits er Buiten het broedseizoen wordt gewerkt of voorafgaand aan werkzaamheden wordt gecontroleerd op broedvogels

Werken buiten het broedseizoen.

Niet mogelijk

Zie paragraaf 5.2.1 voor werkwijze.

Vleermuizen

Mogelijke verblijfplaatsen in bebouwing en boom en essentiële vliegroute langs bomenrijen aanwezig.

Nee

Nee, mits geen bouwverlichting (amberkleurig) gericht wordt op mogelijke verblijfplaatsen en vliegroutes in de actieve periode voor vleermuizen (1 april – 1november) in de schemer en nacht (van 1 uur voor zonsondergang tot 1 uur na zonopkomst).

Indien tijdens het broedseizoen wordt gewerkt, dient het projectgebied voorafgaand gecontroleerd te worden op broedvogels en vrijgegeven te zijn.

Nee

Indien bouwverlichting gebruikt wordt, deze niet richten op bebouwing, bomen en watergangen in de actieve periode van vleermuizen (15 april - 15 oktober) in de schemer en nacht (van 1 uur voor zonsondergang tot 1 uur na zonopkomst).

Afhankelijk van uitkomsten nader onderzoek.

Nader onderzoek door middel van plaatsing van struikrover of combinatie cameravallen en sporenbuis. In de periode maart t/m augustus dient apparatuur zes weken te worden

Zie paragraaf 5.2.2 voor werkwijze.

Steenmarter en kleine marterachtigen

Mogelijk verblijfplaatsen aanwezig bij mast 4.

Ja

Afhankelijk van uitkomsten nader onderzoek. Zie paragraaf 5.2.3 voor werkwijze.

Blad 5 van 35

Natuurtoets Verkabeling bebouwde kom Raalte (110kV ZLS-RT en RT-NVD) projectnummer 0474109.100 4 april 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.

geplaatst, buiten deze periode dient 12 weken te worden aangehouden.

Eekhoorn

Egel

Eekhoorn en eekhoornnesten aanwezig oostzijde Het Erf 56.

Mogelijk verblijfplaatsen aanwezig bij mast 4.

Nee

Ja

Nee, geen effect

Afhankelijk van uitkomsten nader onderzoek. Zie paragraaf 5.2.5 voor werkwijze.

Nee

Afhankelijk van uitkomsten nader onderzoek.

Nee

Nader onderzoek door middel van plaatsing van struikrover. In de periode maart t/m augustus dient apparatuur zes weken te worden geplaatst, buiten deze periode dient 12 weken te worden aangehouden.

Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen. In het tekstkader in Bijlage I staat het wetsartikel uitgeschreven. De zorgplicht houdt in dat planten en dieren niet onnodig vernield/gedood of verstoord mogen worden. De initiatiefnemer/uitvoerder is verantwoordelijk voor een adequate naleving van de algemene zorgplicht tijdens de uitvoering van de werkzaamheden.

Blad 6 van 35

Natuurtoets Verkabeling bebouwde kom Raalte (110kV ZLS-RT en RT-NVD) projectnummer 0474109.100 4 april 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.

1

Inleiding

1.1

Aanleiding en planvoornemen In opdracht van TenneT is door Antea Group een Natuurtoets uitgevoerd. De opdrachtgever is voornemens om een bestaande 110kV-hoogspanningsverbinding van in totaal acht bestaande hoogspanningsmasten te vervangen door een ondergronds liggend kabeltracé. Het tracé is gelegen in Raalte, gemeente Raalte in de provincie Overijssel. In figuur 1.1 is de globale ligging van het projectgebied weergegeven. Het uitvoeren van dit project zal in twee fasen gebeuren. In de eerste fase worden de kabels gelegd, in de tweede fase zullen de masten worden verwijderd. De uitvoerperiode wordt pas verwacht vanaf het derde en vierde kwartaal van 2023. Tussen het aanleggen van de kabels en het verwijderen van de masten kan een jaar tijd zitten. De hoogspanningsverbinding zal deels in open ontgraving en deels middels HDD-boringen worden aangelegd. Voor de open ontgraving wordt een verwachte werkbreedte van 15 meter gehanteerd. Op vier locaties worden HDD-boringen gebruikt. Voor de uitlegstroken wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van bestaande wegen en paden. Bij mast 4 en mast 40 wordt er een nieuwe eindmast geplaatst, het opstijgpunt zal tegen deze nieuwe eindmast aan komen te staan. Op deze locaties worden er graafwerkzaamheden uitgevoerd en wordt bemaling toegepast.

Tevens zal er een nieuwe fundering van de masten komen en wordt er een hek van circa 12 bij 30 meter geplaatst. Enkel bij eindmast 4 zullen er ten behoeve van het verkabeling project bomen en struiken verwijderd worden. Nabij het hoogspaningsstation Raalte zullen er ten behoeve van het verkabeling project geen bomen of struiken worden gekapt. Bij de werkzaamheden worden geen gebouwen of watergangen aangetast. In totaal zullen er 2x 3 masten definitief geamoveerd worden.

Figuur 1.1. Globale ligging van het tracé (rood= open ontgraving, blauw= HDD-boring, Oranje= uitlegstrook en de groene stippen zijn de hoogspanningsmasten) (bron: Esri).

Blad 7 van 35

Natuurtoets Verkabeling bebouwde kom Raalte (110kV ZLS-RT en RT-NVD) projectnummer 0474109.100 4 april 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.

Bij ruimtelijke ingrepen moet rekening worden gehouden met beschermde planten- en diersoorten en met beschermde gebieden. Er dient onderzocht te worden of de geplande ingrepen effect hebben op beschermde soorten of beschermde gebieden (Wet natuurbescherming en Natuurnetwerk Nederland). Ontwikkelingen mogen niet zonder meer plaatsvinden indien deze negatieve gevolgen hebben op beschermde natuurgebieden en/of flora en fauna. In dit kader is inzicht gewenst in de aanwezige natuurwaarden en de mogelijk daarmee samenhangende consequenties. Dit wordt gedaan op basis van een Natuurtoets. In dit rapport zijn de resultaten van de Natuurtoets beschreven welke betrekking hebben op het verkabeling project.

1.2

Doel en onderzoeksvragen Het doel van voorliggende Natuurtoets is het opsporen van strijdigheden van de voorgenomen ingreep met de beschermde soorten en beschermde gebieden (Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland) en het bepalen of de aanvraag van een ontheffing/vergunning noodzakelijk is. Om hiertoe te komen worden onder andere de volgende vragen beantwoord: - Welke in het kader van de Wnb (Wet natuurbescherming) beschermde soorten (en/of vaste rust- en verblijfplaatsen) komen voor in het beïnvloedingsgebied van de voorgenomen activiteit? Vinden er als gevolg van de ontwikkeling effecten plaats op deze soorten en worden daarbij verbodsbepalingen overtreden? Is het noodzakelijk om mitigerende maatregelen te nemen en welke zijn dit? Dient in het kader van de Wnb een ontheffing aangevraagd te worden? - Komen in de beïnvloedingszone van het projectgebied beschermde natuurgebieden voor? Zo ja, welke zijn dit en wat zijn de gevolgen hierop? Dienen vervolgstappen in de vorm van een uitwerking- of een compensatieplan opgesteld te worden? Op bovenstaande vragen wordt in hoofdstuk 4 en 5 een antwoord gegeven (zie ook de leeswijzer).

1.3

Leeswijzer De Natuurtoets is als volgt opgebouwd: - De Natuurtoets begint met de belangrijkste conclusies gedestilleerd uit de resultaten van voorliggende Natuurtoets; - Hoofdstuk 1 geeft de aanleiding van de Natuurtoets en het projectvoornemen; - Hoofdstuk 2 beschrijft beknopt het wettelijk kader; - Hoofdstuk 3 geeft een toelichting op de methodiek van de Natuurtoets; - Hoofdstuk 4 beschrijft het gebied en gaat in op de ecologische waarden en de beschermde soorten en gebieden in (de omgeving) van het projectgebied; - Hoofdstuk 5 toetst de activiteiten aan de Wet natuurbescherming en het NNN.

Blad 8 van 35

Natuurtoets Verkabeling bebouwde kom Raalte (110kV ZLS-RT en RT-NVD) projectnummer 0474109.100 4 april 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.

2

Wettelijk kader Wet natuurbescherming Dit hoofdstuk beschrijft het wettelijk kader van de soortenbescherming (paragraaf 2.2) en de gebiedsbescherming (paragraaf 2.3) relevant voor voorliggende Natuurtoets.

2.1

Algemeen De Wet natuurbescherming (hierna Wnb) regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, bescherming van soorten en de bescherming van houtopstanden. Naast bescherming vanuit de Wnb, zijn er ook gebieden die planologisch beschermd zijn. Het betreft het ‘Natuurnetwerk Nederland’ (hierna NNN). De bescherming van het NNN verloopt via het ruimtelijke ordeningsrecht (Barro, bestemmingsplannen).

2.2

Soortbescherming In de Wnb is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. Het gaat om de volgende drie categorieën: 1. soorten van de Vogelrichtlijn; 2. soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn, met uitzondering van vogels; 3. ‘andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’). De verbodsbepalingen en ontheffingsgronden voor de eerste twee categorieën komen rechtstreeks uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. De derde categorie vindt zijn oorsprong in de nationale wetgeving. Bij voorliggende toetsing wordt tevens beoordeeld of soorten met jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn in het projectgebied. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen jaarrond beschermde nesten (categorie 1 t/m 4) en mogelijk jaarrond beschermde nesten (categorie 5). Soorten van de Vogelrichtlijn Voor Vogelrichtlijnsoorten is het verboden om in het wild levende vogels te doden of te vangen, opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen, te beschadigen, te rapen of nesten van vogels weg te nemen. Daarnaast is het verboden vogels opzettelijk te storen.

Dit laatste verbod geldt niet voor een aantal vogelsoorten, indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding en het nest zelf zijn functionaliteit behoudt (zie artikel 3.1 in tekstkader in de bijlage). In de provincie Overijssel is afgeweken van de landelijke ‘Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten’ van LNV, 2009. In Overijssel zijn nesten van 23 soorten jaarrond beschermd (categorie 1-4). De nesten van zeven soorten zijn aan de Rijkslijst toegevoegd (boerenzwaluw, bosuil, huiszwaluw, raaf, torenvalk, zeearend en zwarte specht). In de provincie Overijssel is ook een aantal soorten aangemerkt als categorie 5; deze lijst wijkt af van de Rijkslijst. In deze categorie gaat het om soorten die vaak terugkeren naar de plek waar zij het jaar ervoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan. Deze soorten beschikken echter wel over voldoende flexibiliteit om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Ze zijn op deze lijst geplaatst vanwege bijvoorbeeld de slechte staat van instandhouding waarin ze verkeren. Het zijn ook soorten die specifieke eisen stellen aan hun nestplaats en bijbehorend functioneel leefgebied, waardoor binnen de reikwijdte van de soort slechts beperkte alternatieve nestgelegenheden aanwezig zijn.

Indien de omgeving van de bekende nestplaats vernietigd wordt, moet voor deze soorten worden bepaald of er voldoende functionaliteit behouden blijft. Indien bij het voornemen het overtreden van verbodsbepalingen in artikel 3.1 niet kan worden uitgesloten, kan onder bepaalde voorwaarden gewerkt worden conform een door het ministerie

Blad 9 van 35

Natuurtoets Verkabeling bebouwde kom Raalte (110kV ZLS-RT en RT-NVD) projectnummer 0474109.100 4 april 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.

goedgekeurde gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het aanvragen van een ontheffing bij de provincie/het rijk, waarin het voornemen plaatsvindt, noodzakelijk. De grond waarop een ontheffing kan worden verleend, verschilt per categorie. Soorten van de Habitatrichtlijn Voor soorten van artikel 3.5 (Habitatrichtlijn, Bern en Bonn) is het eveneens verboden om in het wild levende dieren en planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen, opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen. Voortplantings- of rustplaatsen mogen niet beschadigd of vernield worden. Daarnaast geldt er een verbod op om planten behorend bij artikel 3.5 te plukken, verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. In tegenstelling tot de Vogelrichtlijnsoorten in artikel 3.1, mogen dieren behorend bij artikel 3.5 niet opzettelijk verstoord worden, ook niet als er geen wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding. Andere soorten Naast de Europees aangewezen beschermde flora en fauna, is er in Nederland ook een Nationale soortenlijst gemaakt die niet gedekt wordt door de Vogel- en Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern of Verdrag van Bonn. Deze soorten zijn opgenomen in bijlage A en B van de Wnb, zie ook Bijlage tabel B en C van voorliggende rapportage.

Voor soorten in bijlage A geldt een verbod op opzettelijk doden of vangen van dieren, opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantings- of rustplaatsen van dieren. Voor soorten in bijlage B geldt een verbod op opzettelijk plukken, verzamelen, afsnijden, vernielen en ontwortelen van planten. In tegenstelling tot artikel 3.1 en 3.5, is verstoring van deze soorten toegestaan. Indien bij het voornemen het overtreden van verbodsbepalingen in artikel 3.10 niet kan worden uitgesloten, kan onder bepaalde voorwaarden gewerkt worden conform een door het ministerie goedgekeurde gedragscode. Biedt een gedragscode geen oplossing, dan is het aanvragen van een ontheffing bij de provincie, waarin het voornemen plaatsvindt, noodzakelijk. De grond waarop een ontheffing kan worden verleend, verschilt per categorie. Het voorgaande geldt echter niet indien de soorten zijn vrijgesteld door het bevoegd gezag. Bij voorliggende toetsing is de provincie Overijssel bevoegd gezag. In de provincie Overijssel zijn in tegenstelling tot de landelijke vrijgestelde soorten van artikel 3.10 onderdeel A (zie Regeling Natuurbescherming, Bijlage 13), de egel, bunzing, hermelijn en wezel niet vrijgesteld.

Voor deze soorten dient bij een overtreding van de verbodsbepalingen uit artikel 3.10 gewerkt te worden conform een door het ministerie goedgekeurde gedragscode of dient een ontheffing aangevraagd te worden. In de provincie geldt voor de overige landelijk vrijgestelde soorten, ook een vrijstelling. Voor deze soorten geldt enkel de zorgplicht.

2.3

Gebiedsbescherming Natura 2000 Natura 2000-gebieden zijn natuurgebieden van groot internationaal belang. Deze gebieden zijn aangewezen onder de Europese Habitat- en/of Vogelrichtlijn. Voor de gebieden en de daarbij aangewezen soorten en habitattypen zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld. Een activiteit mag niet leiden tot significant negatieve effecten op deze doelen of tot een aantasting van de natuurlijke kenmerken. Indien op voorhand significante effecten niet uitgesloten kunnen worden dient een Passende beoordeling opgesteld te worden.

Natuurnetwerk Nederland

Blad 10 van 35

Natuurtoets Verkabeling bebouwde kom Raalte (110kV ZLS-RT en RT-NVD) projectnummer 0474109.100 4 april 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.

Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een stelsel van ecologisch hoogwaardige natuurgebieden. Dit is onderdeel van de actieve soortbescherming uit de Wet natuurbescherming; bedreigde dier- en plantensoorten in een gunstige staat van instandhouding te brengen. Om dit te realiseren is in de Wnb art. 1.12, lid 2 vastgelegd dat de provincies zorgen voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd Natuurnetwerk Nederland. Door nieuwe natuur te ontwikkelen, kunnen natuurgebieden met elkaar worden verbonden. Zo kunnen planten zich over verschillende natuurgebieden verspreiden en dieren van het ene naar het andere gebied gaan. Het totaal van al deze gebieden en de verbindingen ertussen vormt het Natuurnetwerk Nederland. Het NNN is een netwerk van gebieden in Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. Het NNN kan worden gezien als de ruggengraat van de Nederlandse natuur. In Artikel 2.7.3 van de Geconsolideerde Verordening vanaf 2017 (2019) staan regels opgenomen die de bescherming van het NNN in de provincie Overijssel waarborgen. Voor de natuurgebieden die behoren tot het NNN geldt het ‘nee, tenzij’-principe (Artikel 2.7.4).

Het ‘nee, tenzij’-principe betekent dat nieuwe plannen en projecten niet zijn toegestaan als deze een significant negatief effect hebben op de wezenlijke kenmerken en waarden van het gebied, tenzij daarmee een zwaarwegend belang gediend is en er geen reële alternatieven voorhanden zijn. In dat geval moet de schade zoveel mogelijk beperkt worden door het treffen van mitigerende maatregelen en moet de resterende schade gecompenseerd worden. In Artikel 2.7.5 staat opgenomen waaraan een compensatieplan moet voldoen. Het regime ter bescherming van het NNN kent in de provincie Overijssel geen externe werking. Dit houdt in dat alleen wanneer er binnen de grenzen van het NNN gewerkt wordt, de effecten beoordeeld en eventueel gecompenseerd dienen te worden. Effecten als gevolg van de activiteiten die ontstaan op NNN-gebieden die buiten de plangrenzen liggen (externe effecten), hoeven derhalve niet gecompenseerd te worden.

Bos- en natuurgebieden buiten het NNN Buiten het Natuurnetwerk Nederland zijn in de provincie Overijssel in ruime mate bos- en natuurgebieden aanwezig. Deze gebieden dienen behouden te blijven. De Geconsolideerde Verordening (2019) voorziet in een aanvullende bescherming voor bos- en natuurgebieden buiten het NNN vanwege het belang van deze gebieden voor flora en fauna. Gelet op die functie is het ongewenst dat bos- en natuurelementen worden ‘verplaatst’. Dit zou verlies van natuurwaarden kunnen betekenen, bijvoorbeeld waar oude bosbodems verloren gaan. Om te voorkomen dat aanwezige en potentiële natuurwaarden worden aangetast, zijn in principe geen ontwikkelingen toegestaan die negatieve effecten hebben op deze waarden. In Artikel 2.8 van de van de Geconsolideerde Verordening vanaf 2017 (2019) staan regels opgenomen ter bescherming van deze gebieden. Ontwikkelingen zijn enkel mogelijk indien een zwaarwegend maatschappelijk belang gediend is en er geen reële alternatieven voorhanden zijn. In dat geval moet de schade zoveel mogelijk beperkt worden door het treffen van mitigerende maatregelen en moet de resterende schade gecompenseerd worden.

Blad 11 van 35

Natuurtoets Verkabeling bebouwde kom Raalte (110kV ZLS-RT en RT-NVD) projectnummer 0474109.100 4 april 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.

3

Methodiek Dit hoofdstuk beschrijft de methodiek die gehanteerd wordt tijdens het bureauonderzoek (paragraaf 3.2) en gedurende het terreinbezoek (paragraaf 3.3) van voorliggende Natuurtoets. In paragraaf 3.4 wordt aangeduid hoe deze gegevens leiden tot een conclusie.

3.1

Algemeen Het onderzoek naar het voorkomen van beschermde soorten en ligging van beschermde gebieden is opgebouwd uit twee onderdelen: 1. Bureaustudie naar waarnemingen van beschermde soorten uit het (recente) verleden en ligging van beschermde gebieden in de invloedsfeer van het plan; 2. Terreinbezoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van beschermde soorten.

3.2

Bureauonderzoek Afbakening beschermde soorten In het bureauonderzoek wordt specifiek gekeken naar soorten uit de Vogelrichtlijn (artikel 3.1), soorten van de Habitatrichtlijn (artikel 3.5) en ‘andere’ beschermde soorten (artikel 3.10). Bij vogels zal met name speciale aandacht geschonken worden aan soorten die in het projectgebied een essentieel leefgebied kunnen hebben. Voorgenoemde soorten zijn in Nederland zeldzaam of hebben een Europese bescherming (Habitatrichtlijn bijlage IV-soorten, bijlage II Verdrag van Bern en bijlage I Verdrag van Bonn) en moeten worden getoetst op voorkomen en het projecteffect. Treden effecten op, of worden verbodsbepalingen overtreden, dan zijn er maatregelen nodig om deze effecten te voorkomen, verzachten of te compenseren om te voldoen aan de Wnb. Een aantal soorten is door de provincies vrijgesteld en zijn opgenomen in provinciale vrijstellingen (zie tabel B en C in de bijlage). Deze zijn niet meegenomen in deze toetsing. Deze soorten zijn zodanig algemeen in de provincie dat de gunstige staat van instandhouding niet in het geding komt bij het voorliggende project. Wel geldt de algemene zorgplicht. Door het uitvoeren van een aantal zorgplicht gerelateerde maatregelen, wordt voldaan aan de zorgplicht en kan de gunstige staat van instandhouding worden gegarandeerd.

Hierbij kan gedacht worden aan het rekening houden met de kwetsbare seizoenen van deze soorten en de manier van werken (zoals het aanhouden van vaste rijroutes en het zorgen voor vluchtmogelijkheden voor de soorten). Bronnen Om een beeld te krijgen van de verspreiding en (mogelijk) voorkomen van beschermde soorten in en rond het projectgebied, is de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) geraadpleegd. Hierbij is nagegaan of er in de periode 2017-2022 beschermde soorten zijn aangetroffen binnen een straal van 2,5 kilometer tot het projectgebied. Daarnaast is gebruikt gemaakt van de digitale verspreidingsatlas (Verspreidingsatlas, 2022)Deze atlas maakt gebruik van atlasblokken (5 x 5 kilometer). De soortgegevens hebben daarom betrekking op de regio en niet specifiek op het projectgebied. Aan de hand van de resultaten van de bureaustudie is een inschatting gemaakt of de betreffende soorten in het projectgebied voor zouden kunnen komen. Naast de bronnen met soortinformatie, is voor het bepalen van de ligging van beschermde gebieden gebruik gemaakt van provinciale digitale atlassen. Om inzicht te krijgen in de ligging van het projectgebied t.o.v. het NNN is de provinciale website geraadpleegd.

Blad 12 van 35

Natuurtoets Verkabeling bebouwde kom Raalte (110kV ZLS-RT en RT-NVD) projectnummer 0474109.100 4 april 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.

3.3

Terreinbezoek Naar aanleiding van de uitkomsten van voorgenoemde bureaustudie is middels een terreinbezoek bepaald in hoeverre de aanwezigheid van beschermde soorten aannemelijk gesteld kan worden op basis van aanwezig geschikt habitat. Naast directe waarnemingen kan dan aan de hand van de aangetroffen biotopen een beeld worden geschetst van de verwachte aanwezige beschermde soorten. Dit is noodzakelijk omdat enkele seizoensgebonden soorten flora en fauna mogelijk niet kunnen worden waargenomen. Aan de hand van het aangetroffen biotoop en habitatvoorkeur(en) kunnen echter wel indicaties worden gegeven van het mogelijk voorkomen van deze soorten op de locatie. Het gaat hier om een deskundigenoordeel op basis van de fysieke gesteldheid van het terrein (biotopenonderzoek). Daarnaast zijn de aangetroffen belangwekkende soorten opgetekend. Op 17 januari is vanaf 08:30 uur een terreinbezoek uitgevoerd door Jessica Hovius, een ecoloog van JM ecologie, bij bewolkt weer, een temperatuur van circa 9°C en een windkracht van 2 Bft. Tijdens het terreinbezoek is de omgeving van het projectgebied bekeken op aanwezige soorten en habitats om een beeld te krijgen van aanwezige en mogelijke aanwezige beschermde flora en fauna.

3.4

Effectbeoordeling en advies vervolgtraject Aan de hand van de bevindingen uit het bureauonderzoek en de resultaten van het verkennend terreinbezoek kan worden bepaald of het plan uitvoerbaar is en of een vervolgonderzoek nodig is om beschermde soorten uit te sluiten en om te bepalen wat de effecten zijn. Tevens kan worden geadviseerd over de te volgen procedure inzake de natuurwetgeving.

Blad 13 van 35

Natuurtoets Verkabeling bebouwde kom Raalte (110kV ZLS-RT en RT-NVD) projectnummer 0474109.100 4 april 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.

4

Resultaten In paragraaf 4.1 wordt allereerst een gebiedsbeschrijving van de projectgebieden gegeven. Vervolgens wordt in paragraaf 4.2 ingegaan op de resultaten van de in het gebied aanwezige of verwachte beschermde soorten (uiteenzetting van de resultaten van de bureaustudie en het terreinbezoek), waarna in paragraaf 4.3 de ligging van gebieden beschermd in het kader van de Wet natuurbescherming en volgens provinciaal beleid in de omgeving van het projectgebied aangegeven wordt.

4.1

Gebiedsbeschrijving Het projectgebied is gelegen in het zuidwestelijke deel van Raalte, gemeente Raalte in de provincie Overijssel en ligt grotendeels binnen de bebouwde kom. De omgeving van het tracé wordt gekenmerkt door bebouwing met voornamelijk een woon/bedrijfsfunctie, agrarische percelen en parken. Ten westen van het tracé ligt de N348 Tolhuisweg en ten oosten van het tracé ligt het Overijsselse kanaal en industriepark de Zegge. Het tracé start bij hoogspanningsmast 40 in een weiland ten westen van Raalte aan de N348 Tolhuisweg. Middels een HDD-boring wordt de N348 Tolhuisweg gepasseerd. Het uittredepunt van deze HDD-boring ligt in een park ter hoogte van de weg de Maten. Het tracé wordt vervolgens middels een open ontgraving aangelegd richting het zuidoosten in het park. Ter hoogte van de weg de Brink wordt weer gebruik gemaakt van een HDD-boring om de wegen Hartkampweg, de Hoven en Lavendel te passeren. Bij de Brink in het park staat mast 41. Ter hoogte van de Johanna van Burenlaan ligt het uittredepunt, hier staat mast 42. Middels een open ontgraving komt het tracé aan bij het TenneT station, gelegen aan de Westdorplaan. Ten westen van de Westdorplaan staat mast 43. Aan de oostzijde van het TenneT station wordt weer een HDD-boring gestart, deze loopt richting het zuiden langs de oostzijde van Lupack Vleerwarenen Conserven fabriek.

Op een grasveld aan de weg Het Erf ligt het uittredepunt van de gestuurde boring. Langs deze weg Het Erf zal ook een uitlegstrook gerealiseerd worden ten zuiden van Lupack Vleeswaren- en Conserven fabriek. Op ditzelfde grasveld wordt ook weer een intredepunt voor de laatste HDD-boring gestart. Deze HDD-boring kruist Het Erf, een park met diverse looppaden en het Overijsselse kanaal. Het uittredepunt ligt bij mast 4. Rond mast 4 staan bomen en struiken die verwijderd zullen worden. Langs het Overijsselse kanaal op de Kanaaldijk oostzijde zal nog een uitlegstrook gerealiseerd worden.

Blad 14 van 35

Natuurtoets Verkabeling bebouwde kom Raalte (110kV ZLS-RT en RT-NVD) projectnummer 0474109.100 4 april 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.

40

41 43 42

1 2

3 4

Figuur 4.1 Ligging van het tracé (rood= open ontgraving, blauw= HDD-boring, oranje= uitlegstrook en de groene stippen zijn de hoogspanningsmasten) (bron achtergrond: Esri).

Figuur 4.2. Mast 40 en locatie intredepunt eerste HDD-boring (westzijde van Raalte).

Figuur 4.3. N348 Tolhuisweg en locatie jukken.

Figuur 4.4. Uittredepunt eerste HDD-boring ter hoogte van de Maten.

Figuur 4.5. Mast 41 en locatie open ontgraving.

Blad 15 van 35

Natuurtoets Verkabeling bebouwde kom Raalte (110kV ZLS-RT en RT-NVD) projectnummer 0474109.100 4 april 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.

Figuur 4.6. Intredepunt tweede HDD-boring.

Figuur 4.7. Uittredepunt tweede HDD-boring.

Figuur 4.8. Mast 42.

Figuur 4.9. Locatie open ontgraving.

Figuur 4.10. Mast 43 en locatie open ontgraving.

Figuur 4.11. Te verwijderen struiken door open ontgraving.

Figuur 4.12. Intredepunt derde HDD-boring (oostzijde TenneT station).

Figuur 4.13. Mast 1 (oostzijde TenneT station)

Blad 16 van 35

Natuurtoets Verkabeling bebouwde kom Raalte (110kV ZLS-RT en RT-NVD) projectnummer 0474109.100 4 april 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.

Figuur 4.14. Locatie derde HDD-boring.

Figuur 4.15. Uittredepunt derde HDD-boring en intredepunt vierde HDD-boring aan Het Erf.

Figuur 4.16. Uitlegstrook aan Het Erf.

Figuur 4.17. Mast 2.

Figuur 4.18. Locatie vierde gestuurde boring.

Figuur 4.19. Mast 3

Figuur 4.20. Poel nabij mast 3.

Figuur 4.21. Overijsselse kanaal.

Blad 17 van 35

Natuurtoets Verkabeling bebouwde kom Raalte (110kV ZLS-RT en RT-NVD) projectnummer 0474109.100 4 april 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.

Figuur 4.22. Mast 4.

4.2

Figuur 4.23. Uitlegstrook oostzijde Overijsselse kanaal.

Beschermde soorten Resultaten bureauonderzoek Uit de recente verspreidingsinformatie blijkt dat in of nabij het projectgebied in de afgelopen 5 jaar diverse beschermde soorten zijn waargenomen (binnen een straal van 2,5 kilometer). Dit betreft de beschermde soorten genoemd in Habitatrichtlijn (bijlage IV-onderdeel a en b) en de niet-vrijgestelde ‘andere soorten’ uit bijlage I (onderdeel a en b) van de Wet natuurbescherming alsook vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest. De soorten zijn weergegeven in Tabel 4.1. Tabel 4.1. Overzicht van waargenomen beschermde soorten in de omgeving van het projectgebied (binnen een straal van 2,5km) die in de NDFF door derden zijn ingevoerd. De soorten zijn in te delen in Habitatrichtlijn (HR), lijsten A en B behorende bij artikel 3.10 en vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest (JRB) en zijn aangegeven met een ‘X’ (NDFF, 2017-2022).

Soortgroep

Vogels

Zoogdieren

Soort

Boerenzwaluw Boomvalk Bosuil Buizerd Gierzwaluw Grote gele kwikstaart Havik Huismus Huiszwaluw Kerkuil Ooievaar Raaf Ransuil Roek Sperwer Steenuil Torenvalk Wespendief Zwarte specht Zwarte wouw Vleermuizen* Boommarter Bunzing Das Eekhoorn

Blad 18 van 35

JRB

HR

A/B

X X X

X X X X X X X x X X X X X X X X X X X X X X

Natuurtoets Verkabeling bebouwde kom Raalte (110kV ZLS-RT en RT-NVD) projectnummer 0474109.100 4 april 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.

Reptielen Amfibieën Vlinders

Egel Steenmarter Wezel Levendbarende hagedis Ringslang Heikikker Poelkikker Grote vos (dagvlinder) Teunisbloempijlstaart (nachtvlinder)

X X X X X X X X X

*Vleermuizen: gewone dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis. Op basis van de verspreidingsgegevens van een soort, in combinatie met kennis van de terreingeschiktheid voor deze soorten, is vervolgens nagegaan of het projectgebied een functie vervult voor (onder andere) deze soorten en of effecten aan de orde zijn. De bevindingen worden in paragraaf 4.2.2 uiteengezet. Tevens worden soorten die niet bekend aanwezig zijn, maar mogelijk wel verwacht worden, toegevoegd.

Resultaten terreinbezoek - ecologische bevindingen Op basis van het bureauonderzoek en het terreinbezoek wordt per soortgroep ingegaan op de eventuele (kans op) aanwezigheid van beschermde soorten in het projectgebied.

Vogels Jaarrond beschermd nest In de omgeving van het projectgebied komen diverse soorten vogels met jaarrond beschermde nesten voor. Tijdens het veldbezoek is binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden gecontroleerd op de aanwezigheid van jaarrond beschermde vogelnesten. Tijdens het veldbezoek is aan de zuidzijde van het TenneT station een roekenkolonie waargenomen met meer dan 20 nesten (Figuur 4.24). Ook in de bomen bij het kruispunt van de Acacialaan met Het Erf zijn 6 roekennesten waargenomen (Figuur 4.25). Mogelijke nesten van boomvalk, buizerd, havik, ooievaar, raaf, ransuil, sperwer, torenvalk, wespendief en zwarte wouw zijn niet waargenomen in de bomen binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden. Ook zijn er geen geschikte boomholten waargenomen waar soorten als de bosuil en steenuil tot broeden kunnen komen. In de hoogspanningsmasten zijn ook geen nesten waargenomen. Overige geschikte nestgelegenheden voor kerkuil, boerenzwaluw (invliegbare gebouwen) en ooievaar (nestpaal) binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden ontbreken. Aan de woningen in het projectgebied zijn tevens geen nesten van de huiszwaluw waargenomen. Grote gele kwikstaart is een vogelsoort die broedt langs snelstromende wateren en zijn nest bouwt in holtes. Dit type habitat ontbreekt binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden.

Mogelijk kunnen huismussen en gierzwaluwen wel tot broeden komen in de woningen in de omgeving van het tracé.

Blad 19 van 35

Natuurtoets Verkabeling bebouwde kom Raalte (110kV ZLS-RT en RT-NVD) projectnummer 0474109.100 4 april 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.

Figuur 4.24. Roekennesten aan de zuidzijde van het TenneT station.

Figuur 4.25. Roekennesten bij het kruispunt Acacialaan en Het Erf.

Mogelijke consequenties van de ingreep op jaarrond beschermde nesten worden behandeld in hoofdstuk 5.2.1. Soorten met mogelijk een jaarrond beschermd nest Naast de jaarrond beschermde nesten van categorie 1 t/m 4 zijn er categorie 5-vogelsoorten, waarvan de nesten alleen jaarrond zijn beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. De omgeving van de projectgebieden is gecontroleerd op de aanwezigheid van geschikte nesten of nestlocaties in bomen, boomholtes, gebouwen, nestkasten en ander geschikt broedhabitat. In gaten of kieren in de woonhuizen of schuren en nestkasten kunnen soorten als spreeuw, boomklever en boomkruiper tot broeden komen (Figuur 4.26). Tevens is er een berk aangetroffen met spechtengaten erin waarin onder andere de grote-, middelste- en kleine bonte specht tot broeden kunnen komen (Figuur 4.27). Deze berk is gesitueerd bij de kanaaldijk oostzijde, bij het meest zuidelijke deel van de locatie waar de uitlegstrook moet komen. Er is bij de aangetroffen nesten en mogelijke nestplaatsen geen sprake van zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden die jaarrond bescherming onder categorie 5 rechtvaardigen, aangezien in de omgeving van het tracé voldoende geschikt alternatief broedbiotoop voorhanden is. Voor de aangetroffen mogelijke nesten geldt hetzelfde beleid als voor algemene broedvogels.

Figuur 4.26. Boomkruiper bij nestkast ter hoogte van Figuur 4.27. Berk met spechtenholten Kanaaldijk de straat Lavendel. oostzijde.

Algemene broedvogels Binnen de verstoringszone van de werkzaamheden bevindt zich veel geschikt broedgebied voor algemene broedvogels. Broedgevallen kunnen verwacht worden in struiken, bosschages, langs watergangen, in woningen, bomenlanen en op agrarische percelen. Mogelijke consequenties van de ingreep op algemene broedvogels worden behandeld in paragraaf 5.2.1.

Blad 20 van 35

Natuurtoets Verkabeling bebouwde kom Raalte (110kV ZLS-RT en RT-NVD) projectnummer 0474109.100 4 april 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.

Vleermuizen Alle vleermuizen zijn zwaar beschermd (alle in Nederland voorkomende soorten staan vermeld in de Habitatrichtlijn). Vleermuizen kunnen een projectgebied gebruiken als verblijfplaats, vaste vliegroute en/of foerageergebied. Verblijfplaatsen kunnen uitgesplitst worden in vier categorieën, te weten kraam-, zomer-, paaren winterverblijven. Vleermuizen maken op verschillende manieren en in verschillende seizoenen gebruik van deze verblijfplaatsen. De eisen die vleermuizen stellen aan hun verblijfplaatsen zijn afhankelijk van de vleermuissoort en het gebruik van de verblijfplaats. Kraamverblijven worden in het voorjaar en de vroege zomer gebruikt door grote groepen drachtige vrouwtjes om hun jongen te baren en groot te brengen. Tegelijkertijd bevinden kleinere groepen mannetjes zich in de zomerverblijfplaatsen. Later in de zomer en in het najaar verplaatsen de mannetjes zich naar de paarverblijven, waaromheen ze een territorium bezetten en verdedigen tegen andere mannetjes. Binnen het territorium proberen de mannetjes langskomende vrouwtjes te lokken naar de paarverblijven, waar vervolgens de paring plaatsvindt. Het paarseizoen eindigt in de herfst, waarna de vleermuizen de winterverblijven opzoeken om te overwinteren. Sommige soorten migreren hiervoor over behoorlijke afstanden.

Vleermuizen gebruiken vliegroutes voor dagelijkse verplaatsingen tussen verblijfplaats en foerageergebieden en in het geval van migrerende soorten, voor de jaarlijkse trek van en naar de winterverblijven. Meestal maken vleermuizen langdurig gebruik van vaste routes die ze onthouden. Daarbij worden lijnvormige elementen zoals bomenrijen, dijken en watergangen gebruikt als vliegrouteondersteuning. Het onderbreken of verwijderen van deze elementen bij een (potentiële) vliegroute kan een negatief effect hebben op de mogelijkheid van vleermuizen om hun doel te bereiken. Ten slotte kunnen vleermuizen een projectgebied gebruiken als foerageergebied. De vleermuizen komen via vaste routes naar het foerageergebied om daar in de buurt van bomen en water te jagen op vliegende insecten. Net zoals vaste vliegroutes die veelvuldig gebruikt worden, maken vleermuizen ook gebruik van vaste foerageergebieden. Het ongeschikt maken van een foerageergebied door bijvoorbeeld het kappen of verlichten van bomen of het dempen van waterpartijen, kan tot gevolg hebben dat vleermuizen geen toegang meer hebben tot voldoende voedsel. Verblijf- en rustplaatsen De bomen binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden zijn gecontroleerd op de aanwezigheid van boomholtes die geschikt kunnen zijn als vleermuisverblijfplaats.

Er is één berk aangetroffen met spechtenholten die mogelijk dienst kan doen als paarverblijf voor de ruige dwergvleermuis, als kraam-, zomer-, en/of winterverblijf voor de rosse vleermuis of mogelijk als zomerverblijfplaats van de watervleermuis (Figuur 4.27). Bij woningen aan de Mars zijn acht vleermuiskasten waargenomen (Figuur 4.28). Ook zijn veel van de woningen rond het tracé geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen. Denk hierbij aan kraam-, zomer- en paarverblijven van dwergvleermuizen. De aanwezigheid van verblijfplaatsen van zowel boom- als gebouwbewonende vleermuissoorten binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden kan hierdoor niet uitgesloten worden.

Blad 21 van 35

Natuurtoets Verkabeling bebouwde kom Raalte (110kV ZLS-RT en RT-NVD) projectnummer 0474109.100 4 april 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.

Figuur 4.28. Vleermuiskasten aan woningen bij de Mars.

Vliegrouteondersteuning In de omgeving van alle projectgebieden bevinden zich lijnvormige elementen die als vliegrouteondersteuning kunnen dienen voor vleermuizen in de vorm van bomenlanen en randen van woningen. Deze lijnvormige elementen worden echter niet als essentieel aangemerkt door de aanwezigheid van de vele alternatieve elementen die dezelfde gebieden verbinden. Het Overijsselse kanaal kan echter wel een essentiële vliegroute vormen doordat er geen vergelijkbare watergangen in de omgeving aanwezig zijn. Een essentiële vliegroute – dhet Overijsselse kanaal -voor vleermuizen binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden kan daarom niet uitgesloten worden. Foerageergebied Er is veel geschikt foerageergebied aanwezig voor vleermuizen boven waterlichamen en rond groenstructuren zoals bospercelen, parken en bomenlanen, op boerenerven en in de bebouwde kom. Er is echter in de wijde omgeving en buiten de verstoringszone ruim voldoende even geschikt foerageergebied voorhanden. Het aanwezige foerageergebied in en binnen de verstoringszone van het projectgebied wordt daarom niet aangemerkt als essentieel foerageergebied. Aanwezigheid van essentieel foerageergebied is daarmee uitgesloten. Mogelijke consequenties van de ingreep op verblijfplaatsen en vliegroutes van vleermuizen worden behandeld in paragraaf 5.2.2.

Overige zoogdieren Uit het bureauonderzoek is naar voren gekomen dat er binnen een straal van 2,5 kilometer tot het plangebied diverse beschermde, niet vrijgestelde, zoogdieren zijn waargenomen. Het gaat om de boommarter, bunzing, das, eekhoorn, egel, steenmarter en wezel. Ook kan op basis van aanwezige habitats en bekende verspreidingsgegevens de aanwezigheid van de hermelijn niet worden uitgesloten. Aanwezigheid van overige beschermde, niet-vrijgestelde zoogdieren kan op basis van de aanwezige habitats en het landelijke verspreidingspatroon uitgesloten worden binnen het projectgebied. Boommarter De boommarter is een soort van bosrijke omgeving. Verblijfplaatsen van de soort bevinden zich vaak in oude spechten- en inrottingsholten van bomen. De boommarter kan echter ook verblijfplaatsen hebben onder takkenhopen. Rustplaatsen bevinden zich ook op andere plekken, zoals in konijnen- en vossenholen en tussen boomwortels (Zoogdiervereniging, 2021). Bekende waarnemingen van boommarter in de omgeving beperken zich tot bosgebieden ruim buiten de verstoringszone van het projectgebied (NDFF). In de omgeving van de projectgebieden bevinden zich enkele bosschages die onderdeel uitmaken van parken. De aanwezige bosschages die aanwezig zijn, zijn te klein en te jong om geschikt te zin als leefgebied van de boommarter.

Blad 22 van 35

Natuurtoets Verkabeling bebouwde kom Raalte (110kV ZLS-RT en RT-NVD) projectnummer 0474109.100 4 april 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.

Tevens is er teveel urbane verstoring voor boommarters. Essentieel leefgebied binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden van de boommarter is uitgesloten. Bunzing, wezel en hermelijn De bunzing, wezel en hermelijn leven in allerlei habitats, van open plekken tot in bossen. Belangrijk is dat er voldoende dekking en schuilmogelijkheden aanwezig zijn en dat er voldoende prooidieren in de vorm van (woel)muizen te vinden zijn. Verblijfplaatsen bevinden zich op plaatsen met voldoende dekking, zoals in bosschages, takkenbulten en in holen van muizen, ratten, konijnen, mollen, dassen en vossen (Zoogdiervereniging, 2021). Mogelijke verblijven van hermelijn, wezel en/of bunzing bevinden zich in de struiken en bosschages bij hoogspanningsmast 4. Tijdens het veldbezoek is hier een mogelijke ingang van een verblijfplaats geconstateerd in de bosschages vaneen marterachtige (Figuur 4.29). Daarnaast gebruiken bunzing, wezel en hermelijn deze struiken en bosschages mogelijk als foerageergebied. Vanwege de kleine omvang van het projectgebied en de grote hoeveelheid vergelijkbaar foerageergebied in de omgeving, is dit foerageergebied echter niet essentieel.

Figuur 4.29. Braamstruiken met mogelijke bij mast 4 verblijfplaats voor marterachtigen.

Mogelijke consequenties van de ingreep op verblijfplaatsen van bunzing, wezel en hermelijn in de omgeving worden behandeld in paragraaf 5.2.3. Das De das leeft bij voorkeur in kleinschalige landschappen met een afwisseling tussen open akkers en weides en voldoende dekking in de vorm van bosschages, houtwallen en heggen. Daarnaast kunnen meer natuurlijke terreinen zoals heidegebieden en rivierdalen functioneren als habitat voor de das. Dassen leven in familieverband in zogenaamde burchten, een stelsel van holen en gangen. Burchten bevinden zich op beschutte plaatsen zoals bosranden en houtwallen (Zoogdiervereniging, 2021). Binnen het projectgebied en in de directe omgeving hiervan ontbreekt dit type habitat. Het projectgebied is onderhavig aan veel verstoring en geschikte landschapselementen ontbreken. Aanwezigheid van de das binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden kan worden uitgesloten. Eekhoorn Eekhoorns leven met name in bossen, maar ook in parken, tuinen en houtwallen in de buurt van bossen. De eekhoorn maakt nesten in bomen en gebruikt ook regelmatig boomholtes als verblijfplaats (Zoogdiervereniging, 2021). Tijdens het veldbezoek is een eekhoorn waargenomen in het park aan de oostzijde van Het Erf 56. In de bomen ten oosten van deze woning zijn ook twee nesten van de eekhoorn aangetroffen (Figuren 4.30 en 4.31).

Blad 23 van 35

Natuurtoets Verkabeling bebouwde kom Raalte (110kV ZLS-RT en RT-NVD) projectnummer 0474109.100 4 april 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.

Figuur 4.30. Eekhoornnest ten oosten van Het Erf 56. Figuur 4.31. Eekhoornnest ten oosten van Het Erf 56

Mogelijke consequenties van de ingreep op verblijfplaatsen van de eekhoorn worden behandeld in paragraaf 5.2.4. Egel De egel leeft in bijna alle landschappen. In sommige gebieden zijn ze echter algemener dan in andere. Tuinen, bosranden, struweel en loofbos, liefst met ondergroei, zijn goede leefgebieden. Egels komen ook in steden voor, zolang er maar groen en schuilplaatsen aanwezig zijn (Zoogdiervereniging, 2021). Langs het gehele tracé zijn meerdere geschikte rust- en leefgebieden aanwezig in de vorm van struiken en bosschages. De aanwezigheid van de egel binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden kan niet worden uitgesloten. Mogelijke consequenties van de ingreep op essentieel leefgebied van egel in en binnen de verstoringszone van de werkzaamheden worden behandeld in paragraaf 5.2.5. Steenmarter De steenmarter is een typische cultuurvolger. Binnen het territorium heeft de soort soms wel tientallen rustplaatsen. Rustplaatsen kunnen zich op veel plaatsen bevinden, zowel in bebouwd gebied alsook in het buitengebied. Verblijfplaatsen of nesten bevinden zich bijvoorbeeld in holtes of in opening tussen platen en stenen (Zoogdiervereniging, 2021). Potentiële verblijfplaatsen bevinden zich in en rond bebouwing binnen de bebouwde kom en in boerderijen en schuren in het buitengebied. Daarnaast kunnen verblijfplaatsen zich bevinden in de struiken en bosschages bij mast 4.

Ook gebruikt de steenmarter delen van het projectgebied mogelijk als foerageergebied. Vanwege de grote hoeveelheid alternatief foerageergebied in de omgeving, is dit foerageergebied echter niet essentieel voor de steenmarter. Mogelijke consequenties van de ingreep op verblijfplaatsen van de steenmarter worden behandeld in paragraaf 5.2.3.

Reptielen Van de beschermde reptielensoorten in Nederland zijn waarnemingen bekend van de levendbarende hagedis en de ringslang in de omgeving van het projectgebied. Overige beschermde reptielensoorten kunnen op basis van het landelijke verspreidingspatroon en de terreinkarakteristieken uitgesloten worden in en binnen de verstoringszone van de werkzaamheden. Levendbarende hagedis De levendbarende hagedis leeft in Nederland met name in heide- en hoogveengebieden en in veel beperktere mate langs infrastructuur, bosranden en duingebieden. Belangrijk is dat er voldoende dekking en schuilmogelijkheden aanwezig zijn, maar ook open plekjes om te zonnen. Een structuurrijke vegetatie is daarom van belang (RAVON, 2021). Het projectgebied wordt

Blad 24 van 35

Natuurtoets Verkabeling bebouwde kom Raalte (110kV ZLS-RT en RT-NVD) projectnummer 0474109.100 4 april 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.

gekenmerkt door woonwijken met parken, dit habitat is ongeschikt voor levendbarende hagedis. De aanwezigheid van levendbarende hagedis binnen het projectgebied is daarmee uitgesloten. Ringslang De ringslang is een sterk aan water gebonden reptiel dat met name in de directe omgeving van beken, sloten, rivieren, meren, vijvers en poelen wordt aangetroffen. Geschikte wateren kunnen in laagveengebieden, struwelen, parken, natte heidegebieden, bossen en zelfs in bebouwd en agrarisch gebied gelegen zijn, zolang er maar voldoende dekking en zonplekken aanwezig zijn. De ringslang is in Nederland afhankelijk van de aanwezigheid van broeihopen waarin de eieren tot ontwikkeling kunnen komen. Deze broeihopen bestaan veelal uit hopen mest, compost, blad- en snoeiafval of in een natuurlijke situatie uit aangespoeld plantenmateriaal (RAVON, 2021). Tijdens het veldbezoek zijn geen broeihopen aangetroffen. De aanwezige watergangen worden tevens niet geschikt geacht als leefgebied voor de ringslang door het ontbreken van (natuurlijke) oevers met voldoende dekking. De omgeving van het tracé wordt gekenmerkt door woonwijken en een klein deel met industrieel gebied. Een dergelijke omgeving wordt niet geschikt geacht als leefgebied van de ringslang. Essentieel leefgebied van de ringslang binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden kan worden uitgesloten.

Amfibieën Nabij het projectgebied zijn waarnemingen van de heikikker en poelkikker bekend. Aanwezigheid van andere beschermde soorten amfibieën kan op basis van bekende verspreidingsgegevens en aanwezige habitats worden uitgesloten. Heikikker De heikikker heeft een voorkeur voor de landschapstypen heide, hoogveen, laagveen en half natuurlijk grasland en wordt vrijwel niet aangetroffen in intensief gebruikt agrarisch landschap, rond infrastructuur en bebouwing (RAVON, 2021). Binnen het projectgebied en in de directe omgeving bevinden zich geen geschikte voortplantingswateren of geschikt landhabitat. De aanwezigheid van essentieel leefgebied van de heikikker kan worden uitgesloten. Poelkikker De poelkikker komt voor in schone, stilstaande, vrij voedselarme wateren zoals vennen, poelen en watergangen in hoogveengebieden, uiterwaarden, agrarisch gebied en laagveen. Niet alleen tijdens de voortplanting, maar een groot deel van het zomerhalfjaar is de poelkikker in en om het water te vinden. De soort overwintert meestal op het land, bijvoorbeeld ingegraven in de grond, in muizenholletjes, onder stronken of in dammetjes waar puin aanwezig is (BIJ12, 2017; RAVON, 2021). Aangezien t schone, stilstaande, vrij voedselarme wateren ontbreken binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden zijn geen geschikte wateren aanwezig die kunnen dienen als voortplantingswater van de poelkikker.

Door het ontbreken van geschikt voortplantingswater kan ook aanwezigheid van overwinteringshabitat worden uitgesloten. Essentieel leefgebied van de poelkikker is uitgesloten.

Vlinders In de omgeving van het projectgebied zijn waarnemingen bekend van de grote vos (dagvlinder) en de teunisbloempijlstaart (nachtvlinder). In de omgeving van het projectgebied zijn geen andere beschermde, niet vrijgestelde insecten bekend. Overige niet vrijgestelde insectensoorten worden op basis van bekende verspreidingsgegevens en aanwezige habitats uitgesloten.

Grote vos De grote vos leeft met name in vochtige open bossen, bosranden, boomgaarden en andere plekken met grote vrijstaande bomen. De vlinder overwintert in holle bomen of stapels hout. De eitjes worden door het vrouwtje afgezet op de bovenste takken van hoge, vrijstaande bomen. De

Blad 25 van 35

Natuurtoets Verkabeling bebouwde kom Raalte (110kV ZLS-RT en RT-NVD) projectnummer 0474109.100 4 april 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.

waardplanten van deze soort zijn onder andere iep, zoete kers en enkele wilgensoorten (Vlinderstichting, 2021) De grote vos is een soort die over grote afstanden kan zwerven en in toenemende mate in Nederland wordt gezien. Grotendeels gaat het daarbij om zwervende dieren, maar sinds kort is op enkele locaties na lange tijd ook weer voortplanting vastgesteld. Ook de waarneming in de omgeving van het projectgebied heeft waarschijnlijk betrekking op een zwervend individu, maar er is ook geschikt habitat aanwezig en er zijn geschikte waardbomen aanwezig in de omgeving. Binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden zijn echter geen bomen aanwezig die kunnen dienen als waardboom of als overwinterlocatie. De aanwezigheid van essentieel leefgebied van de grote vos binnen het projectgebied is daarmee uitgesloten. Teunisbloempijlstaart De teunisbloempijlstaart leeft op warme, open plekken in vochtige bossen en langs bosranden. Als waardplant wordt kattenstaart, harig wilgenroosje, basterdwederik, maar vooral middelste teunisbloem gebuikt. De teunisbloempijlstaart is een zuidelijke soort die zich de laatste jaren vanuit Zuid Limburg richting het noorden aan het verbreiden is (Vlinderstichting, 2021). In de omgeving van het projectgebied is één waarneming bekend op 1,5 kilometer ten zuiden van projectgebied (NDFF).

Omdat het om een waarneming van een rups gaat, is er waarschijnlijk sprake van voortplanting op deze locatie. Het tracé ligt in frequent gemaaide parken en wegbermen. Ook zijn er uit de bekende verspreidingsgegevens geen waardplanten bekend in het projectgebied. De aanwezigheid van geschikt leefgebied voor de teunisbloempijlstaart is daarom uitgesloten.

Overige flora en fauna Overige beschermde dier- en plantensoorten kunnen op basis van de recente waarnemingen, bekende verspreiding en de aanwezige habitats en kenmerken van het projectgebied, worden uitgesloten binnen de invloedsfeer van het projectgebied.

Blad 26 van 35

Natuurtoets Verkabeling bebouwde kom Raalte (110kV ZLS-RT en RT-NVD) projectnummer 0474109.100 4 april 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.

Samenvatting beschermde soorten Uit het terreinbezoek is gebleken dat de soorten weergegeven in tabel 4.2 en die een beschermde status hebben in de Wet natuurbescherming mogelijk voor kunnen komen in het projectgebied. In hoofdstuk 5 wordt nader op deze soorten in gegaan. Tabel 4.2. Mogelijk aanwezige beschermde soorten in het projectgebied. Beschermings Aanwezigheid Toelichting Soort regime Jaarrond Roekenkolonie bij het TenneT station en beschermde Artikel 3.1. Aanwezig geschikte nestlocaties voor huismus en nesten gierzwaluw in de omgeving. Geschikte broedplaatsen in struiken, Algemene bosschages, langs watergangen, in Artikel 3.1. Aanwezig broedvogels woningen, bomenlanen en op agrarische percelen. Vleermuiskasten en geschikte woningen aanwezig voor gebouwbewonende vleermuissoorten en een berk met Vleermuizen Artikel 3.5. Mogelijk geschikte holtes voor boombewonende vleermuissoorten. Mogelijk essentiële vliegroute (Overijsselse kanaal). Mogelijk verblijfplaatsen van bunzing, Kleine wezel, hermelijn en steenmarter bij mast marterachtigen Artikel 3.10 Mogelijk 4. Voor de steenmarter is omliggende en steenmarter bebouwing ook mogelijk geschikt. Eekhoorn, en twee nesten van de Eekhoorn Artikel 3.10 Aanwezig eekhoorn waargenomen aan de oostzijde van Het Erf 56. Mogelijk essentieel leefgebied langs Egel Artikel 3.10 Mogelijk delen van het tracé.

Blad 27 van 35

Natuurtoets Verkabeling bebouwde kom Raalte (110kV ZLS-RT en RT-NVD) projectnummer 0474109.100 4 april 2022 revisie 00 TenneT TSO B.V.

4.3

Beschermde gebieden Natura 2000-gebieden Het projectgebied is niet gelegen binnen een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Boetelerveld’ is gelegen op circa 2,2 kilometer afstand tot het projectgebied (Figuur 4.32). Natura 2000-gebied ‘Sallandse Heuvelrug’ is gelegen op circa 7,7 kilometer afstand tot het projectgebied. Overige Natura 2000-gebieden liggen op meer dan acht kilometer afstand. Het Natura 2000-gebied ‘Boetelerveld’ is een vochtige heide in Salland. Het gebied is aangewezen als Habitatrichtlijngebied en heeft doelstellingen voor de habitattypen zwakgebufferde vennen, vochtige heiden, jeneverbesstruwelen, heischrale graslanden, blauwgraslanden en pioniervegetaties met snavelbiezen. De aangewezen habitatrichtlijnsoorten zijn kamsalamander en drijvende waterweegbree. Natura 2000-gebied ‘Sallandse Heuvelrug’ wordt gevormd door een glaciale zandrug. Het gebied is aangewezen als zowel Habitatrichtlijn- als Vogelrichtlijngebied en heeft doelstellingen voor de habitattypen zure vennen, vochtige heiden, droge heiden, jeneverbesstruwelen, heischrale graslanden, actieve hoogvenen en pioniervegetaties met snavelbiezen. De aangewezen habitatrichtlijnsoort is de kamsalamander. De aangewezen broedvogels voor het gebied zijn korhoen, nachtzwaluw en roodborsttapuit.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=7c48f162-3f2c-4bfd-9e03-1bc6b6ed9e0d