CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Toelichting Bestemmingsplan Boetelerveldweg 3, Raamsweg 8, De Jongstraat (ong.) en Pleegsterdijk 27

Raadsvergadering 9 juni 2022, gemeente RaalteBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan buitengebied, omgeving Boetelerveld 3, Raamsweg 8, De Jongstraat 16 en Pleegsterdijk 27 (hamerstuk)21.570 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

2.

3.

Alle onttrekkingen van grondwater op een diepte van meer dan 50 meter beneden het maaiveld en zijn gelegen in het gebied, aangegeven als boringsvrije zone Salland Diep op kaart Drinkwatervoorziening en grondwaterbescherming, zijn vergunningplichtig. Het algemeen bestuur van het Waterschap Drents Overijsselse Delta regelt bij verordening dat voor onttrekkingen van grondwater op een diepte van meer dan 50 meter beneden het maaiveld en zijn gelegen in het gebied, aangegeven als boringsvrije zone Salland Diep op kaart Drinkwatervoorziening en grondwaterbescherming, een vergunningplicht geldt. Het dagelijkse bestuur van het Waterschap Drents Overijsselse Delta kan voor het gebied bedoeld in lid 2 slechts vergunning verlenen voor het onttrekken van grondwater als dit grondwater bedoeld is voor hoogwaardige industrieel gebruik waarop de Warenwet van toepassing is en waarvoor geen alternatief voorhanden is.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

30

Bestemmingsplan Boetelerveldweg 3, Raamsweg 8, De Jongstraat 16, Pleegsterdijk 27 Concept 4.

Het algemeen bestuur van het Waterschap Drents Overijsselse Delta kan de vrijstellingsmogelijkheid, bedoeld in artikel 6.11, vijfde lid van het Waterbesluit niet toepassen op de onttrekkingen waarvoor het dagelijkse bestuur op grond van het vorige lid vergunning verleent.

Toetsing van het initiatief aan artikel 4.6.4 van de Omgevingsverordening Overijssel In voorliggend geval is geen sprake van onttrekkingen van grondwater op een diepte van meer dan 50 meter beneden het maaiveld. Er is op basis hiervan ten behoeve van het voornemen dan ook geen vergunning noodzakelijk. Gesteld wordt dat het voornemen niet strijdig is met de beleidsuitgangspunten ten aanzien van de boringsvrije zone (artikel 4.6.4 van de Omgevingsverordening). Bij de overige afwegingen in de eerste fase 'Of - generieke beleidskeuzes' zijn er verder geen aspecten die bijzondere aandacht verdienen. 4.2.4.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven De deelgebieden Boetelerveldweg 3, De Jongstraat (ong.) en Raamsweg 8 liggen in het ontwikkelingsperspectief ‘Wonen en werken in het kleinschalig mixlandschap’. Deelgebied Pleegsterdijk 27 ligt in het ontwikkelingsperspectief ‘Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap’. In afbeelding 4.2 is een uitsnede van de ontwikkelingsperspectievenkaart opgenomen.

Afbeelding 4.2 Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart (Bron: Provincie Overijssel)

‘Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap’ Het ontwikkelingsperspectief ‘Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap’ richt zich op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. ‘Agrarisch ondernemen in het grootschalig landschap’ Dit ontwikkelingsperspectief omvat gebieden waar verdere modernisering en schaalvergroting van de landbouw in combinatie met verduurzaming de ruimte krijgt. Die ruimte kan verdiend worden door te investeren in kwaliteitsvoorwaarden. Initiatieven binnen het ontwikkelingsperspectief mogen de ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw in principe niet beperken en dienen aan te sluiten bij de bestaande bebouwing, weginfrastructuur en openbaar vervoer (ov)-routes. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de landbouw, rekening houdend met specifieke omstandigheden en de grenzen aan de mogelijkheden van het waterbeheer (onder andere door de klimaatverandering). Toetsing van het initiatief aan de ´Ontwikkelingsperspectief´ De deelgebieden bevinden zich in gebieden met een mix van meerdere functies. Het gebied is dan ook niet alleen geschikt voor agrarische functies, maar ook voor woningen.

Dit is inherent aan het veranderende platteland, waar er sprake is van schaalvergroting en andere agrarische bedrijven die stoppen. Bovendien is er

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

31

Bestemmingsplan Boetelerveldweg 3, Raamsweg 8, De Jongstraat 16, Pleegsterdijk 27 Concept in dit geval geen sprake van aantasting van de gebruiksmogelijkheden van omliggende agrarische bedrijven. In paragraaf 5.5 en 5.6 wordt hier nader op ingegaan. De nieuwe woonerven worden passend in het bestaande landschap ingepast. Geconcludeerd wordt dat het voornemen in overeenstemming is met de ter plekke geldende ontwikkelingsperspectieven. 4.2.4.3 Gebiedskenmerken Op basis van de gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch-cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. In voorliggende situatie is vanwege de ligging in het buitengebied de ‘Stedelijke laag’ niet van toepassing en wordt daarom buiten beschouwing gelaten. 1.

De ‘Natuurlijke laag’

Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bij voorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. De deelgebieden Boetelerveldweg 3, Raamsweg 8 en Pleegsterdijk 27 liggen op de gebiedskenmerkenkaart van de "Natuurlijke laag" in gebiedstype "Dekzandvlakte en ruggen". Het deelgebied De Jongstraat (ong.) ligt in het gebiedstype “Beekdalen en natte laagtes” van de “Natuurlijke laag”. In afbeelding 4.3 is dit weergegeven.

Afbeelding 4.3 Uitsnede gebiedskenmerkenkaart natuurlijke laag (Bron: Provincie Overijssel)

“Dekzandvlakte en ruggen” De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie Overijssel. Na de ijstijden bleef er in grote delen een reliëfrijk – door de wind gevormd – zandlandschap achter, dat gekenmerkt wordt door relatief grote verschillen tussen hoog/droog en laag/ nat gebied. Soms vlak bij elkaar, soms verder van elkaar verwijderd. De ambitie is de natuurlijke verschillen tussen hoog en laag en tussen droog en nat functioneel meer sturend en beleefbaar te maken. Dit kan bijvoorbeeld door een meer natuurlijk watersysteem, door beplanting met 'natuurlijke' soorten en door de (strekkings)richting van het landschap te benutten in gebiedsontwerpen. “Beekdalen en natte laagtes” Het Overijsselse zandlandschap is van oorsprong kletsnat. In de laagtes van het zandgebied verzamelde zich het water. Hier ontwikkelden zich moerassen en broekbossen, waar het water in de loop van het seizoen geleidelijk uit weg sijpelde naar de lager gelegen delen, naar de beken en rivieren. Als ontwikkelingen plaats vinden in of in de directe nabijheid van beekdalen en natte laagtes, dan dragen deze bij aan extra ruimte voor de dynamiek van het stromende water en het vasthouden van water, aan versterking

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

32

Bestemmingsplan Boetelerveldweg 3, Raamsweg 8, De Jongstraat 16, Pleegsterdijk 27 Concept van de samenhang in het beeksysteem en aan vergroting van de zichtbaarheid, bereikbaarheid en beleefbaarheid van het water. Dit zijn uitgangspunten bij (her)inrichting. Toetsing van het initiatief aan de "Natuurlijke laag" De van oorsprong voorkomende ‘Natuurlijke laag’ is niet of nauwelijks meer aanwezig. Er wordt dan ook geconcludeerd dat de ‘Natuurlijke laag’ geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling. De ontwikkeling is in overstemming met het gestelde in de ‘Natuurlijke laag’. 2.

De ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap’

In de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” gaat het er altijd om dat de mens inspeelt op de natuurlijke omstandigheden en die ten nutte maakt. Hierbij hebben nooit ideeën over schoonheid een rol gespeeld. Wel zijn we ze in de loop van de tijd gaan waarderen om hun ruimtelijke kwaliteiten. Vooral herkenbaarheid, contrast en afwisseling worden gewaardeerd. De ambitie is gericht op het voortbouwen aan de kenmerkende structuren van de agrarische cultuurlandschappen door óf versterking óf behoud óf ontwikkeling of een combinatie hiervan. De deelgebieden Boetelerveldweg 3, De Jongstraat (ong.) en Raamsweg 8 liggen op de gebiedskenmerkenkaart “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” binnen het landschapstype “Oude Hoevenlandschap”. Het deelgebied Pleegsterdijk is op gebiedskenmerkenkaart van de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” aangemerkt als landschapstype “Jong heide- en broekontginningslandschap”. In afbeelding 4.4 is dit weergegeven.

Afbeelding 4.4 Uitsnede gebiedskenmerkenkaart Laag van het agrarische cultuurlandschap (Bron: Provincie Overijssel)

“Oude hoevenlandschap” Het Oude Hoevenlandschap betreft een landschap met verspreide erven. Het werd ontwikkeld nadat de complexen met de grote essen ‘bezet’ waren. Die vonden ze bij kleine dekzandkopjes die individueel werden ontgonnen. Dit leidde tot een landschap dat de zelfde opbouw kent als het essenlandschap, alleen in een meer kleinschalige, meer individuele en jongere variant. Deze kleinere maat en schaal is tevens de reflectie van de natuurlijke ondergrond. Het landschap is contrastrijk met veel variatie op de korte afstand. Als ontwikkelingen plaats vinden in het oude hoevenlandschap, dan dragen deze bij aan behoud en accentuering van de dragende structuren (groenstructuur en routes) van het oude hoevenlandschap, en aan de samenhang en de karakteristieke verschillen tussen de landschapselementen. “Jonge heide- en ontginningslandschap” De grote oppervlakte aan – voormalige – natte en droge heidegronden was oorspronkelijk functioneel verbonden met het essen- en oude hoevenlandschap; hier werd geweid en werden de plaggen gestoken voor in de stal; in de stal bemeste plaggen dienden als structuurverbeteraar en bemesting voor de akkergronden op de essen. Na de uitvinding van kunstmest ging deze functie verloren en werden deze gronden grotendeels in cultuur gebracht.

Aanvankelijk kleinschalig en min of meer individueel door keuterboertjes, later werd de ontginning planmatig en grootschalig aangepakt (tot in de jaren 60 van de 20e eeuw). De grote natte broekgebieden ondergingen een vergelijkbare ontwikkeling, waardoor de natte en de droge jonge ontginningen nu gelijkenis vertonen. Ten opzichte van omliggend essen- en hoevenlandschap zijn de landbouwontginningen relatief grote open ruimtes, deels omzoomd door boscomplex. Erven liggen als blokken BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

33

Bestemmingsplan Boetelerveldweg 3, Raamsweg 8, De Jongstraat 16, Pleegsterdijk 27 Concept aan de weg geschakeld. Wegen zijn lanen met lange rechtstanden. Vaak zijn het ‘inbreidings’landschappen met en rommelige driehoekstructuren als resultaat. Als ontwikkelingen plaats vinden in de agrarische ontginningslandschappen, dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de dragende lineaire structuren van lanen, bosstroken en waterlopen en ontginningslinten met erven en de kenmerkende ruimtematen. Toetsing van het initiatief aan de "Laag van het agrarisch cultuurlandschap” Om de deelgebieden op een zorgvuldige wijze in te passen is een ruimtelijk kwaliteitsplan en erfinrichtingstekening opgesteld. In hoofdstuk 3 is hier al nader op ingegaan. Er wordt voorzien in het aanbrengen van groenstructuren op de erven, aansluitend bij het daarvoor voorkomende gebiedskarakter. Hiermee wordt in voldoende mate rekening gehouden met de ter plaatse geldende gebiedskenmerken. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met de ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap’. 3.

De ‘Laag van de beleving’

In deze laag kan ruimtelijke kwaliteit, belevenis, betekenis en identiteit worden toegevoegd door de kwaliteiten van de andere drie lagen te gebruiken. De ambitie is om de beleving, betekenis en kwaliteit van de leefomgeving te versterken. Alle deelgebieden liggen in het gebiedstype ‘Donkerte’. Het deelgebied Pleegsterdijk 27 ligt daarnaast in ‘IJssellinie inundatieveld’. Aan dit gebiedstype zijn in de Omgevingsvisie geen uitgangspunten gekoppeld.

Afbeelding 4.5 Uitsnede gebiedskenmerkenkaart Laag van beleving (Bron: Provincie Overijssel)

“Donkerte” Lichte gebieden geven een beeld van de economische dynamiek van de provincie: de steden en dorpen, de autosnelwegen, de kassengebieden, de attractieparken, de grote bedrijventerreinen en de gebieden met veel bebouwing. De donkere gebieden geven een indicatie van de 'buitengebieden' van Overijssel. De natuurcomplexen en de grote landbouwgebieden. De donkere gebieden zijn de gebieden waar het 's nachts nog echt donker is, waar je de sterrenhemel kunt waarnemen. Het zijn de relatief 'luwe' dun bewoonde gebieden met een lage gebruiksdruk. Donkerte wordt een te koesteren kwaliteit. De ambitie is de huidige 'donkere' gebieden, ten minste zo donker te houden, maar bij ontwikkelingen ze liever nog wat donkerder te maken. Dit betekent op praktisch niveau terughoudend zijn met verlichting van wegen, bedrijventerreinen e.d. en verkennen waar deze 's nachts uit kan of anders lichtbronnen selectiever richten. Structureel is het vrijwaren van donkere gebieden van verhoging van de dynamiek het perspectief. De ambitie is het rustige en onthaaste karakter te behouden, zodat passages van autosnelwegen en regionale wegen niet leiden tot stedelijke ontwikkeling aan eventuele op- en afritten. Bundeling van stedelijke functies en infrastructuur in de 'lichte' gebieden.

Toetsing van het initiatief aan de "Laag van beleving” Voorliggende ontwikkeling voorziet niet in een onevenredige toename van kunstlicht. Daarbij is een zekere lichtuitstraling inherent aan een woonfunctie. Wel zal onnodig lichtgebruik worden voorkomen. Hiermee is het initiatief in overeenstemming met de ‘laag van beleving’.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

34

Bestemmingsplan Boetelerveldweg 3, Raamsweg 8, De Jongstraat 16, Pleegsterdijk 27 Concept 4.2.5

Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid

Geconcludeerd wordt dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het provinciaal beleid, zoals genoemd in de Omgevingsvisie en verankerd in de Omgevingsverordening Overijssel.

4.3

Gemeentelijk beleid

Het beleid van de gemeente Raalte is verwoord in diverse beleidsstukken op verschillende schaalniveau’s. Hierna wordt ingegaan op de in voorliggend geval meest relevante beleidsstukken. 4.3.1

Omgevingsvisie Horizon gemeente Raalte 2040

4.3.1.1 Algemeen De omgevingsvisie is een strategisch document. Het geeft richting aan de ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving van de gemeente Raalte. Een belangrijk onderdeel van de omgevingsvisie zijn de kernopgaven. Hierin is een driedeling gemaakt in kerkopgaven voor het buitengebied, toekomstbestendige wijken en dorpen en de identiteit en regio. 4.3.1.2 Toekomstbestendige wijken en dorpen Ambitie: Raalte geeft ruimte aan eigenzinnig samenleven De gemeente omarmt de verduurzamingsopgave van de wijken en dorpen en de demografische veranderingen die hier plaatsvinden. De gemeente ziet de noodzaak en kans om samen te werken aan een verbouwing van onze wijken en dorpen tot duurzame, gezonde, klimaat- en levensloopbestendige leefomgevingen. Transformatie is een kans om ruimte te geven aan nieuwe woonvormen. Gemeente Raalte als proeftuin waarin gemeente, bewoners en bedrijven samen invulling geven aan eigentijds wonen. In de gemeente Raalte kunnen jong én oud, arm en rijk, een passende woning vinden doordat vol wordt ingezet op diversiteit; er is ruimte voor flexibel ontwikkelen en renoveren en nieuwe manieren van collectief wonen. Er is voor ieder wat wils. Nieuwbouw in de dorpen heeft een voorbeeldfunctie, daar zijn mogelijkheden om te laten zien dat het anders kan en dat inwoners de ruimte krijgen om anders, flexibel en samen invulling te geven aan de opgaven.

Ontwikkelingsrichtingen De ambitie vraagt om een gemeente die de samenleving de ruimte geeft om duurzame en nieuwe woonvormen te ontwikkelen, maar ook richtinggevend en regisserend is bij ingrijpende veranderingen. Hiervoor zijn vijf ontwikkelrichtingen opgesteld. 1. 2. 3. 4. 5.

Toekomstbestendige dorpen en wijken: energieneutraal, klimaat adaptief, gezond, veilig en levensloopbestendig; Flexibele en collectieve woonconcepten bij nieuwbouw en transformatie; Samenwerken aan voldoende ontmoetingsplekken in elk dorp en een goede bereikbaarheid van voorzieningen wanneer die op strategische plekken geclusterd zijn; Nieuwbouw en transformatie binnen bestaand bebouwd gebied waarbij woningbouw zo min mogelijk ten koste gaat van waardevol groen, binnen en buiten de kern; Woningbouw voor een bovenlokale behoefte. Dorpen leefbaar houden door in elk dorp ruimte te geven voor woningbouw en bedrijvigheid zodat minimaal de autonome groei van bevolking en bedrijvigheid kan worden opgevangen.

4.3.1.3 Toetsing van het initiatief aan de ‘Omgevingsvisie Horizon gemeente Raalte 2040’ De in het voorliggende bestemmingsplan besloten ontwikkeling is in overeenstemming met de ‘Omgevingsvisie Horizon gemeente Raalte 2040’. Door deze ontwikkeling wordt enerzijds circa 3.731 m² aan landschapsontsierende agrarische bedrijfsbebouwing in het buitengebied van de gemeente Raalte opgeruimd en worden de nieuwe woonerven landschappelijk ingepast conform de gebiedskenmerken van het cultuurlandschap. Anderzijds krijgt de slooplocatie met de nieuwe woonfunctie een duurzaam BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

35

Bestemmingsplan Boetelerveldweg 3, Raamsweg 8, De Jongstraat 16, Pleegsterdijk 27 Concept toekomstperspectief wat bijdraagt aan het economisch vitaal houden van het landelijk gebied. De woonfunctie voorziet verder in de invulling van concrete woningbehoefte. De beoogde woningen worden gasloos uitgevoerd. Tenslotte is binnen de gemeentelijke woningbouwprogrammering rekening gehouden met aanvragen vanuit Rood voor rood, daarmee wordt geconcludeerd dat de ontwikkeling binnen de programmering past. 4.3.2

Beleidsnota Erven in beweging

4.3.2.1 Algemeen Op 21 december 2017 is de beleidsnota ‘Erven in beweging’ vastgesteld door de gemeenteraad van Raalte. Aanleiding hiervoor zijn de veranderingen in het buitengebied van Raalte. In de periode 2012 – 2030 komt naar verwachting ca 300.000 m2 agrarische bebouwing vrij door bedrijfsbeëindiging van agrarische bedrijven. Om te voorkomen dat op grote schaal leegstand ontstaat bevat de beleidsnota ‘ Erven in beweging’ een aantal aanvullende mogelijkheden/instrumenten om leegstand tegen te gaan. De gemeente Raalte zet in op sloop en hergebruik. Enerzijds om de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied te versterken. Anderzijds om een levendig buitengebied te houden waarin gewoond en gewerkt kan worden. Met de extra mogelijkheden die dit beleid bevat heeft een eigenaar van een erf met leegstaande gebouwen onder andere de volgende mogelijkheden: •

• • •

Naast een woning bouwen in ruil voor sloop van minimaal 850 m2 (rood voor rood regeling) ook de mogelijkheid om op een andere locatie de compensatiewoning te bouwen in ruil voor sloop van minimaal 1.000 m2; Een (niet-agrarisch) bedrijf starten; Oppervlakte bijgebouwen verruimen van 100m2 naar 150 m²; Extra (bij)gebouwen bouwen bij een woning of bedrijf in ruil voor sloop van een veelvoud aan gebouwen (schuur voor schuur regeling).

4.3.2.2 Rood voor rood (extra woning ter financiering sloop) Met de Rood voor Rood regeling kan een woning worden gebouwd en met de opbrengst daarvan gebouwen worden gesloopt. Doel van de regeling is het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied, door sloop van ontsierende gebouwen. Er moet minimaal 850 m² worden gesloopt om voor de bouw van een woning in aanmerking te komen. Voorwaarde is dat alle landschapontsierende gebouwen op een erf dat deelneemt aan Rood voor Rood worden gesloopt. De Rood voor Rood regeling is een instrument dat met name voor grotere bebouwingsoppervlakten een goed sloopmiddel blijft. Door de regeling op enkele punten aan te passen kan het instrument aan effectiviteit winnen en kunnen woningen worden gerealiseerd die beter aansluiten op de behoefte (zowel qua plek als qua type). De belangrijkste aanpassingen: •

• •

•

De voorwaarde dat de compensatiewoning op een slooplocatie moet worden gebouwd komt te vervallen. De woning moet wel aansluitend op bestaande bebouwing c.q. op een bestaand erf worden gebouwd. Inzet van sloopmeters uit de sloopbank is mogelijk. Er kunnen andere woningtypen worden gebouwd dan de (nu gebruikelijke) vrijstaande woningen mits deze passen in het gemeentelijk woonbeleid. Bijvoorbeeld: woonvormen met meerdere generaties op één erf, knooperven, kleinere wooneenheden in één gebouw of een tweede bedrijfswoning. De woonvorm moet qua verschijningsvorm / ontwerp passen in het buitengebied (bijv. geen rijwoningen, maar meerdere woningen in een boerderijvorm). De strikte voorwaarde dat alle (voormalige) bedrijfsgebouwen gesloopt moeten worden komt te vervallen om maatwerk mogelijk te maken. Sloop van alle landschapontsierende gebouwen op een erf blijft het uitgangspunt. In combinatie met de mogelijkheid om meer bijgebouwen bij een woning te laten staan is het mogelijk meer dan 150m2 aan bijgebouwen te laten staan, mits per saldo voldoende kwaliteitswinst wordt behaald.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

36

Bestemmingsplan Boetelerveldweg 3, Raamsweg 8, De Jongstraat 16, Pleegsterdijk 27 Concept 4.3.2.4 Toetsing van het initiatief aan de Beleidsnota Erven in beweging Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een vorm van maatwerk. De vierkante meters te slopen bebouwing is namelijk gedeeltelijk onderdeel van de saneringsregeling varkenshouderijen van de RVO. Deze mogen formeel dan ook niet mee worden genomen in het Rood voor Rood traject. De gemeente Raalte heeft in dit geval in het principebesluit aangegeven dat Rood voor Rood ook kan worden ingezet om de sloop te financieren. Deze wordt immers niet gedekt in de Saneringsregeling. Het realiseren van één compensatiewoning is noodzakelijk om de sloop te kunnen financieren. De tweede compensatiewoning kan worden verkregen, omdat een deel van de te slopen bebouwing (circa 1.200 m2) niet in aanmerking komt voor de saneringsregeling. Dit is ruim voldoende om aan de sloopnorm van 1.000 m2 te kunnen voldoen. Aan alle andere voorwaarden van Rood voor Rood wordt voldaan. Zo worden de woningen op aansluitend aan bestaande erven gebouwd, krijgen de compensatiewoningen een maximum bijgebouw van 150 m2 en worden alle landschapsontsierende gebouwen gesloopt. Aan de Boetelerveldweg 3 kan een bijgebouw van 200 m 2 gerealiseerd worden door de 200 m2 aan sloopmeters die overblijft (voor een compensatiewoning is 1.000 m2 nodig) in te zetten.

In de beleidsnota Erven in beweging is namelijk opgenomen dat voor het verkrijgen tot 100 m2 aan extra bijgebouwen bij een woning tot 100 m2 extra gesloopt dient te worden. Geconcludeerd wordt dat deze ontwikkeling in overeenstemming is met de gemeentelijke beleidsnota ‘Erven in beweging’. 4.3.3

Landschapsontwikkelingsplan Deventer, Olst-Wijhe en Raalte

4.3.3.1 Algemeen De gemeenten Deventer, Olst-Wijhe en Raalte hebben een Landschapsontwikkelingsplan (LOP) opgesteld met als doel een gezamenlijk kader te bieden (23 september 2008), op basis waarvan nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied kunnen worden beoordeeld, teneinde de ruimtelijke kwaliteit te behouden en te versterken. Het LOP bevat vier belangrijke componenten: a. b. c. d.

inventarisatie en analyse; de LOP-visie 'Een plus voor het landschap'; thematische uitwerkingen; het uitvoeringsprogramma.

4.3.3.2 Deelgebieden Landschapsontwikkelingsplan Het plangebied ligt op basis van het LOP binnen het ‘Zandlandschap’ waarbij deel deelgebieden Boetelerveldweg 3, Raamsweg 8 en Pleegsterdijk 27 zijn aangemerkt als ‘dekzandvlaktes’ en deelgebied De Jongstraat (ong.) als ‘dekzandlaagte’. ‘Dekzandvlaktes’ Dit gebied vormt de oorspronkelijke overgang van het oude naar het jonge dekzandlandschap. Het is een oud dekzandlandschap dat onder sterke invloed stond van kwel uit de Sallandse heuvelrug. Het gebied is in de 20e eeuw ontgonnen wat heeft geresulteerd in een uitgesproken ontginningslandschap. Het ruimtelijk beeld van het gebied wordt voornamelijk bepaald door de karakteristieke lanen langs de wegen en de aanwezigheid van de landbouw. Er wordt ingezet op het versterken van het lanenstelsel. Doorgaande structuren zoals het Overijssels Kanaal en de (doorgaande) wegen passen zich aan deze karakteristiek aan: laanbeplanting past hierin. Op de hogere gronden zijn in het verleden essencomplexen en kampen (eenmansesssen) ontstaan. Ten oosten van Raalte en rondom Heeten komen deze escomplexen veelvuldig voor. Door het verdwijnen van randbeplanting rondom de essen zijn de complexen minder herkenbaar geworden. Een opmerkelijk gebied is de Luttenberg, dit is een uitloper van de stuwwal van de Sallandse heuvelrug met een uitgesproken reliëf.

Het landschapsbeleid is gericht op het behouden en versterken van de karakteristieken. ‘Dekzandlaagtes’ Dit deelgebied lijkt zeer sterk op het deelgebied ‘dekzandvlaktes’, maar heeft een natter karakter (broekontginningen). De rechte lanen met de erven en de open ruimtes daartussen bepalen de hoofdstructuur van het landschap. Doorgaande structuren zoals het Overijssels Kanaal en de doorgaande wegen passen zich

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

37

Bestemmingsplan Boetelerveldweg 3, Raamsweg 8, De Jongstraat 16, Pleegsterdijk 27 Concept aan de karakteristiek van de dekzandlaagtes aan: laanbeplanting past hierin. Het landschapsbeleid is gericht op het behouden en versterken van de karakteristieken. Het verschil tussen dit deelgebied en ‘dekzandvlaktes’ is gelegen in de lagere ligging van de gronden langs de weteringen. Bij ontwikkelingen op de erven is het wenselijk in te spelen op het nattere karakter van dit deelgebied door in de beplantingskeuze hier bij aan te sluiten. De opgaven vanuit natuur en water richten zich op het ontwikkelen van natuurlijke oevers direct langs de weteringen. Dit sluit aan bij het sterke functionele en agrarische karakter van het deelgebied. 4.3.3.3 Toetsing van het initiatief aan het ‘Landschapsontwikkelingsplan’ In hoofdstuk 3 is uitgebreid op de landschappelijke inpassing ingegaan. Bij het bepalen van de landschapsmaatregelen is rekening gehouden met de kenmerken zoals deze gelden op basis van het Landschapsontwikkelingsplan. Op deze plaats wordt geconcludeerd dat het initiatief in overeenstemming is met het Landschapsontwikkelingsplan. 4.3.4

Groenbeleid ‘Groen, samen doen!’

4.3.4.1 Algemeen In januari 2017 is het nieuwe groenbeleid ‘Groen, samen doen’ van de gemeente Raalte door de gemeenteraad vastgesteld. In dit document worden de hoofdlijnen weergegeven van het nieuwe groenbeleid en de manier waarop de gemeente hieraan wil werken. Het groenbeleid past binnen de integrale visie op de openbare ruimte en is sterk geënt op de participatiegedachte. Daarnaast biedt dit document inspiratie voor de bewoners en de vrijwilligers die zich inzetten voor het groen. Het groenbeleid dat in deze nota is vastgelegd moet bij de afweging van diverse belangen worden meegenomen. Beleid en activiteiten zijn breed van toepassing op het groen (publiek en privaat eigendom) in de gemeente Raalte. Aanpassingen op het kapbeleid worden gelijktijdig meegenomen. Bij het opstellen van het nieuwe Omgevingsplan is deze groennota een van de onderleggers. Het groenbeleid manifesteert zich rond 7 thema’s. De thema’s ‘handhaven en versterken van groenstructuren’ en ‘bomen- en kapbeleid’ zijn van belang. Hieronder wordt op deze thema’s ingegaan. 4.3.4.2 Maatwerk voor kleinschalige aanpassingen groen- en bomenhoofdstructuur Ervaringen met de groen- en bomenhoofdstructuur leert de gemeente Raalte dat het beleid in incidentele gevallen als (te) knellend wordt ervaren.

Met een integrale blik op het gebruik en de inrichting van de openbare ruimte, waarvan het groen deel uitmaakt, wil de gemeente maatwerk gaan leveren bij verzoeken om kleinschalige aanpassingen van de groen- en bomenhoofdstructuur. Meer flexibiliteit om voor nieuwe ontwikkelingen en opvattingen ruimte te creëren. Dit onder de voorwaarde dat compensatie plaatsvindt. Daarnaast kiest de gemeente Raalte bewust voor het beschermen van waardevolle houtopstanden waarbij een onderscheid wordt gemaakt naar deelgebieden, binnen de bebouwde kom (grens bebouwde kom Boswet) en het buitengebied. Daarnaast wordt een onderscheid gemaakt naar eigendom; gemeentelijk en derden. 4.3.4.3 Toetsing van het initiatief aan het groenbeleid ‘Groen, samen doen!’ In voorliggend geval blijven (waardevolle) houtopstanden binnen en in de directe nabijheid van het plangebied behouden en worden deze waar mogelijk zelfs versterkt. De deelgebieden worden groen ingericht met ruimte voor water(berging). Hierdoor krijgen de deelgebieden een groen karakter. Gesteld wordt dat het initiatief in overeenstemming is met het gemeentelijke groenbeleid. 4.3.5

Conclusie toetsing aan het gemeentelijk beleid

Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het gemeentelijk beleid zoals genoemd in de hiervoor beschreven beleidsstukken.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

38

Bestemmingsplan Boetelerveldweg 3, Raamsweg 8, De Jongstraat 16, Pleegsterdijk 27 Concept

HOOFDSTUK 5

MILIEU- EN OMGEVINGSASPECTEN

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk worden de resultaten van het onderzoek naar de milieukundige uitvoerbaarheid beschreven. Het betreffen de thema’s geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, geur, ecologie, archeologie & cultuurhistorie en het Besluit milieueffectrapportage.

5.1

Geluid (Wet geluidhinder)

5.1.1

Wettelijk kader

De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai en industrielawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan, wijzigingsplan of het nemen van een omgevingsvergunning indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Het akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeurswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeurswaarde te voldoen. 5.1.2

Situatie plangebied

5.1.2.1 Algemeen De te realiseren compensatiewoningen worden aangemerkt als nieuwe geluidsgevoelige objecten. Voor de bestaande woningen geldt dat op basis van artikel 76 van de Wet geluidhinder geldt dat de geluidbelasting van bestaande woningen niet opnieuw getoetst hoeft te worden bij bestemmingsplanherzieningen. Hieronder valt het omzetten van bedrijfswoningen naar reguliere woningen. Hierna wordt op de aspecten ‘industrielawaai’, ‘railverkeerslawaai’ en ‘wegverkeerslawaai’ ingegaan. 5.1.2.2 Industrielawaai In de omgeving van de compensatiewoningen zijn geen gezoneerde bedrijventerreinen, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder, aanwezig. Het aspect industrielawaai is niet van toepassing. Wat betreft de invloed van individuele bedrijven op de nieuwe woningen wordt verwezen naar paragraaf 5.5 (milieuzonering). 5.1.2.3 Railverkeerslawaai In de nabijheid van de compensatiewoningen liggen geen spoorwegen. Het aspect ‘railverkeerslawaai’ behoeft daarom geen nadere aandacht. 5.1.2.4 Wegverkeerslawaai In artikel 74 van de Wgh is aangegeven dat wegen aan weerszijden een wettelijke geluidszone hebben waarvan de grootte is opgenomen in onderstaande tabel. Wettelijke geluidszones van wegen: Aantal rijstroken 1 of 2 rijstroken 3 of 4 rijstroken 5 of meer rijstroken

Stedelijk gebied 200 m 350 m 350 m

Buitenstedelijk gebied 250 m 400 m 600 m

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

39

Bestemmingsplan Boetelerveldweg 3, Raamsweg 8, De Jongstraat 16, Pleegsterdijk 27 Concept De hiervoor genoemde zones gelden niet voor: • •

wegen die zijn aangeduid als woonerf (art 74.2); wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt (art 74.2).

In artikel 74 van de Wgh is aangegeven dat wegen aan weerszijden van de weg een wettelijke geluidszone hebben waarvan de grootte afhankelijk is van het aantal rijstroken en van de ligging van het plangebied (binnenstedelijk gebied of buitenstedelijk gebied). De compensatiewoningen liggen in ‘buitenstedelijk gebied’ binnen de wettelijk vastgestelde geluidszone, als bedoeld in artikel 74 van de Wet geluidhinder, van de De Jongstraat en de Raamsweg (in het geval van de compensatiewoning aan de De Jongstraat (ong.)) en de Pleegsterdijk (in het geval van de compensatiewoning aan de Pleegsterdijk 27). Het gaat hierbij echter om rustige wegen die met name door het bestemmingsverkeer gebruikt worden. Bovendien worden beide woningen op een relatief ruime afstand tot deze weg gebouwd. Redelijkerwijs kan dan ook verwacht worden dat aan de voorkeurswaarde voldaan wordt. Een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai kan achterwege gelaten worden. 5.1.3

Conclusie

Het aspect geluid in het kader van de Wgh vormt geen belemmering voor de uitvoering van dit bestemmingsplan.

5.2

Bodemkwaliteit

5.2.1

Algemeen

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan dient te worden bepaald of de aanwezige bodemkwaliteit past bij het toekomstige gebruik van die bodem en of deze aspecten optimaal op elkaar kunnen worden afgestemd. Om hierin inzicht te krijgen, dient doorgaans een bodemonderzoek te worden verricht conform de richtlijnen NEN 5740. Bodemonderzoek wordt uitgevoerd PM 5.2.2

Onderzoeksresultaten

PM 5.2.3

Conclusie

PM

5.3

Luchtkwaliteit

5.3.1

Beoordelingskader

Om een goede luchtkwaliteit in Europa te garanderen heeft de Europese Unie een viertal kaderrichtlijnen opgesteld. De hiervan afgeleide Nederlandse wetgeving is vastgelegd in hoofdstuk 5, titel 2 van de Wet milieubeheer. Deze wetgeving staat ook bekend als de Wet luchtkwaliteit. In de Wet Luchtkwaliteit staan onder meer de grenswaarden voor de verschillende luchtverontreinigende stoffen. Onderdeel van de Wet luchtkwaliteit zijn de volgende Besluiten en Regelingen: • •

Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen); Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen);

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

40

Bestemmingsplan Boetelerveldweg 3, Raamsweg 8, De Jongstraat 16, Pleegsterdijk 27 Concept 5.3.1.1 Besluit en de Regeling niet in betekenende mate bijdragen Het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) staat bouwprojecten toe wanneer de bijdrage aan de luchtkwaliteit van het desbetreffende project niet in betekenende mate is. Het begrip ‘niet in betekenende mate’ is gedefinieerd als 3% van de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Het gaat hierbij uitsluitend om stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10). Toetsing aan andere luchtverontreinigende stoffen uit de Wet luchtkwaliteit vindt niet plaats. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Enkele voorbeelden zijn: • • •

woningen: 1.500 met een enkele ontsluitingsweg; woningen: 3.000 met twee ontsluitingswegen; kantoren: 100.000 m2 bruto vloeroppervlak met een enkele ontsluitingsweg.

Als een ruimtelijke ontwikkeling niet genoemd staat in de Regeling NIBM kan deze nog steeds niet in betekenende mate bijdragen. De bijdrage aan NO2 en PM10 moet dan minder zijn dan 3% van de grenswaarden. 5.3.1.2 Besluit gevoelige bestemmingen Dit besluit is opgesteld om mensen die extra gevoelig zijn voor een matige luchtkwaliteit aanvullend te beschermen. Deze 'gevoelige bestemmingen' zijn scholen, kinderdagverblijven en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen. Woningen en ziekenhuizen klinieken zijn geen gevoelige bestemmingen. De grootste bron van luchtverontreiniging in Nederland is het wegverkeer. Het Besluit legt aan weerszijden van rijkswegen en provinciale wegen zones vast. Bij rijkswegen is deze zone 300 meter, bij provinciale wegen 50 meter. Bij realisatie van ‘gevoelige bestemmingen’ binnen deze zones is toetsing aan de grenswaarden die genoemd zijn in de Wet luchtkwaliteit nodig. 5.3.2

Situatie plangebied

Gelet op de aard en omvang van dit project, in verhouding tot de categorieën van gevallen zoals beschreven in 5.3.1.1 kan worden gesteld dat voorliggend project ‘niet in betekenende mate bijdraagt’ aan de luchtverontreiniging. Daarnaast wordt opgemerkt dat de mogelijkheden voor het exploiteren van varkenshouderijen aan de Boetelerveldweg 3 en Raamsweg 8 komen te vervallen. Dit heeft een positief effect op de luchtkwaliteit. Tot slot wordt opgemerkt dat er geen gevoelige bestemmingen in het kader het Besluit gevoelige bestemmingen worden mogelijk gemaakt.

5.3.3

Conclusie

Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

5.4

Externe veiligheid

5.4.1

Algemeen

Externe veiligheid is een beleidsveld dat is gericht op het beheersen van risico's die ontstaan voor de omgeving bij de productie, de opslag, de verlading, het gebruik en het transport van gevaarlijke stoffen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan strikte risicogrenzen. Een en ander brengt met zich mee dat nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid. Concreet gaat het om risicovolle bedrijven, vervoer gevaarlijke stoffen per weg, spoor en water en transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen. Op de diverse aspecten van externe veiligheid is afzonderlijke wetgeving van toepassing. Voor risicovolle bedrijven gelden onder meer:

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

41

Bestemmingsplan Boetelerveldweg 3, Raamsweg 8, De Jongstraat 16, Pleegsterdijk 27 Concept • • • • •

het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi); het Registratiebesluit externe veiligheid; het Besluit risico's Zware Ongevallen 2015 (Brzo 2015); het Vuurwerkbesluit.

Voor vervoer van gevaarlijke stoffen geldt de ‘Wet Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen’ (Wet Basisnet). Dat vervoer gaat over water, spoor, wegen, per buisleiding of door de lucht. De regels van het Basisnet voor ruimtelijke ordening zijn vastgelegd in: • • •

het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt); de Regeling basisnet; de (aanpassing) Regeling Bouwbesluit (veiligheidszone en plasbrandaandachtsgebied).

De regelgeving omtrent buisleidingen is opgenomen in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is het tot een minimum beperken van risico’s waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en activiteiten. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. 5.4.2

Gemeentelijk beleid externe veiligheid

De gemeente wil haar burgers een veilige leefomgeving bieden. Om de verantwoordelijkheid in te vullen heeft de gemeente Raalte externe veiligheidsbeleid geformuleerd in haar ‘Integraal Veiligheidsbeleid 2015-2018’. Bij externe veiligheid gaat het om de risico's op de omgeving die samenhangen met het produceren, verwerken, opslaan en vervoeren van gevaarlijke stoffen. Doel van het externe veiligheidsbeleid is om een toetsingskader te hebben dat duidelijk maakt welke externe veiligheidsrisico’s in de gemeente aanwezig zijn en hoe er met deze en toekomstige risico's dient te worden omgegaan. De gemeente neemt bij besluiten in het kader van vergunningverlening en ruimtelijke ordening het externe veiligheidsbeleid in acht, zoals dat in de rapportage is beschreven. 5.4.3

Situatie in en bij het plangebied

Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico’s, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. In voorliggend geval wordt uitsluitend ingegaan op de te realiseren compensatiewoningen, omdat deze een verhoging van de personendichtheid tot gevolg hebben. In afbeelding 5.1 is een uitsnede van de Risicokaart met betrekking tot de te realiseren woningen en omgeving weergegeven.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

42

Bestemmingsplan Boetelerveldweg 3, Raamsweg 8, De Jongstraat 16, Pleegsterdijk 27 Concept

Afbeelding 5.1 Uitsnede Risicokaart (Bron: Risicokaart.nl)

Uit de inventarisatie blijkt dat: het plangebied: • • • •

de deelgebieden zich niet bevinden binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); deelgebied De Jongstraat (ong.) zich wel en deelgebied Pleegsterdijk 27 zich niet bevindt binnen een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; de deelgebieden niet liggen binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; de deelgebieden niet liggen binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen.

Buisleidingen Gasunie Op circa 280 meter van het plangebied bevinden zich verscheidene gasleidingen van de Nederlandse Gasunie B.V. Bij gasleidingen zijn, voor wat betreft het groepsrisico, de 1% en 100% letaliteitsgrens van belang. De 1% letaliteitsgrens bepaalt het invloedsgebied voor het groepsrisico. Binnen de 100% afstand is de invloed van de leiding zodanig groot dat toename van bebouwing en bewoning bijdraagt aan een verhoging van het groepsrisico. In de volgende tabel zijn de betreffende gasleidingen, de werkdruk, diameter en de bijbehorende letaliteitsgrenzen weergegeven. Gasleiding

Werkdruk in bar

Diameter in mm

A-511 A-522 A-557-27 A-557-26

66,20 66,20 40 40

1067 1220 114 168

1% letaliteitsgrens in m 490 540 50 70

100% letaliteitsgrens in m 190 210 30 40

Afstand in m

270 280 300 310

Groepsrisico Doordat deelgebied De Jongstraat (ong.) binnen de 1% letaliteitsgrens van twee buisleidingen ligt is er sprake van een verantwoordingsplicht voor het groepsrisico. Het groepsrisico is een maat om de kans weer te geven waarbij een incident met dodelijke slachtoffers voorkomt. Het wordt in het ‘Besluit externe veiligheid buisleidingen’ gedefinieerd als de “cumulatieve kansen per jaar per kilometer buisleiding dat ten minste 10,

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

43

Bestemmingsplan Boetelerveldweg 3, Raamsweg 8, De Jongstraat 16, Pleegsterdijk 27 Concept 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een buisleiding en een ongewoon voorval met die buisleiding”. De ‘Handreiking verantwoordingsplicht groepsrisico’ gaat uit van 2,4 personen per woning. In voorliggend geval wordt aan de De Jongstraat (ong.) één woning gerealiseerd. Er moet dan ook worden uitgegaan van een geringe toename van 3 personen (naar boven afgerond). Bij het verantwoorden van het groepsrisico zijn er zowel locatiespecifieke als ontwikkelingsspecifieke aspecten die moeten worden onderbouwd. Gezien het feit dat de locatie feitelijk niet wijzigt behoeven de volgende aspecten geen nadere onderbouwing: opkomsttijd, dekking waarschuwingsinstallatie, nabijheid bluswatervoorzieningen en bereikbaarheid van de hulpdiensten in algemeenheid. Wel dient in voorliggend geval te worden getoetst aan de ontwikkelingsspecifieke aspecten te worden getoetst. Dit betreffen de volgende aspecten: bereikbaarheid van hulpdiensten ter plaatse, vluchtmogelijkheden en (zelf)redzaamheid van de aanwezige personen. Hierna worden de voorgenoemde aspecten nader onderbouwd: •

• •

5.4.4

Bereikbaarheid: Hulpdiensten dienen bij een calamiteit, een gebied/object goed te kunnen bereiken. In het voorliggend geval is de te realiseren woning via de De Jongstraat te bereiken. Er is tevens sprake van voldoende ruimte voor de huldiensten om de benodigde werkzaamheden uit te kunnen voeren Ontvluchten van het gebied: De compensatiewoning is via de De Jongstraat in zowel noordelijke als zuidelijk richting te ontvluchten. (Zelf)redzaamheid: (Zelf)redzaamheid houdt in dat personen zichzelf en eventueel anderen, binnen een bepaald tijdsbestek, kunnen veiligstellen (bijv. schuilen of vluchten) bij dreigend gevraag. Hierbij wordt van de persoon zelf uitgegaan zonder de hulp van hulpverlenersdiensten. In het voorliggend geval betreft het een reguliere woning. Van aanwezige personen kan over algemeen worden verwacht dat deze (zelf)redzaam zijn. Conclusie

Gezien het voorgaande wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met wet- en regelgeving ten aanzien van externe veiligheid.

5.5

Milieuzonering

5.5.1

Algemeen

In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient in ruimtelijke plannen rekening te worden gehouden met afstemming tussen gevoelige functies en milieuhinderlijke functies. Uitgangspunt daarbij is dat nieuwe en bestaande bedrijven niet in hun bedrijfsvoering worden beperkt en dat ter plaatse van woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009 gehanteerd. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De richtafstandenlijst gaat uit van gemiddeld moderne bedrijven.

Indien bekend is welke activiteiten concreet zullen worden uitgeoefend, kan gemotiveerd worden uitgegaan van de daadwerkelijk te verwachten milieubelasting, in plaats van de richtafstanden. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is. Hoewel deze richtafstanden indicatief zijn, volgt uit jurisprudentie dat deze afstanden als harde eis worden gezien door de Raad van State bij de beoordeling of woningen op een passende afstand van bedrijven worden gesitueerd. BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

44

Bestemmingsplan Boetelerveldweg 3, Raamsweg 8, De Jongstraat 16, Pleegsterdijk 27 Concept 5.5.2

Gebiedstypen

In de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering’ is een tweetal gebiedstypen te onderscheiden; 'rustige woonwijk' en 'gemengd gebied'. Een ‘rustige woonwijk’ is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Overige functies komen vrijwel niet voor. Langs de randen is weinig verstoring van verkeer. Op basis van de VNGuitgave wordt het buitengebied gerekend tot een met het omgevingstype ‘rustige woonwijk’ vergelijkbaar omgevingstype. Een ‘gemengd gebied’ is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Hier kan de verhoogde milieubelasting voor geluid de toepassing van kleinere richtafstanden rechtvaardigen. Geluid is voor de te hanteren afstand van milieubelastende activiteiten veelal bepalend. In voorliggend geval is aan de Boetelerveldweg 3 en Raamsweg 8 sprake van het stoppen van een agrarisch bedrijf danwel afschalen van een intensieve naar een grondgebonden bedrijfsvoering.

Dergelijke ontwikkelingen hebben een positieve impact op de omgeving en gaan niet gepaard met het realiseren van nieuwe milieugevoelige functies. Daarnaast wordt de bestaande bedrijfswoning aan de Boetelerveldweg 3 naar een reguliere woning omgezet. Een bedrijfswoning kent ten opzichte van omliggende bedrijven geen ander beschermingsniveau dan een reguliere woonbestemming. In het kader van milieuzonering en geur kunnen deze ontwikkelingen dan ook buiten beschouwing worden gelaten. Er zal uitsluitend ingegaan worden op de te realiseren compensatiewoningen. De deelgebieden De Jongstraat (ong.) en Pleegsterdijk 27 liggen in het buitengebied van de gemeente Raalte, waar nauwelijks sprake is van functiemenging. Deze omgeving kan worden aangemerkt als zijnde ‘rustige woonwijk’. Milieucategorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6

5.5.3

Richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m

Richtafstanden tot omgevingstype gemengd gebied 0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m

Situatie plangebied

5.5.3.1 Algemeen Aan de hand van vorenstaande regeling is onderzoek verricht naar de feitelijke situatie. De VNG-uitgave ‘Bedrijven en Milieuzonering’ geeft een eerste inzicht in de milieuhinder van inrichtingen. Zoals reeds hiervoor genoemd, wordt bij het realiseren van nieuwe bestemmingen gekeken naar de omgeving waarin de nieuwe functie gerealiseerd wordt. Hierbij spelen twee vragen en rol: 1. 2.

past de nieuwe functie in de omgeving? (externe werking); laat de omgeving de nieuwe functie toe? (interne werking).

5.5.3.2 Externe werking Hierbij gaat het met name om de vraag of de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling leidt tot een situatie die, vanuit hinder of gevaar bezien, in strijd is te achten met een goede ruimtelijke ordening. Daarvan is sprake als

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

45

Bestemmingsplan Boetelerveldweg 3, Raamsweg 8, De Jongstraat 16, Pleegsterdijk 27 Concept het woon- en leefklimaat van omwonenden in ernstige mate wordt aangetast of wanneer de nieuwe functie de bedrijfsvoering of ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bedrijven aantast. De functie ‘wonen’ is niet milieubelastend voor de omgeving. Er is geen sprake van een aantasting van het woon- en leefklimaat van omwonenden. 5.5.3.3 Interne werking Hierbij gaat het om de vraag of de nieuwe functie binnen het plangebied hinder ondervindt van bestaande functies in de omgeving. In dit geval worden de woningen binnen het plangebied aangemerkt als milieugevoelige functies. In de omgeving van de deelgebieden De Jongstraat (ong.) en Pleegsterdijk liggen verscheidene (agrarische) bedrijven. Voor veehouderijen geldt, op basis van de VNG-uitgave 'Bedrijven en milieuzonering', veelal de grootste richtafstand voor het aspect geur. Bij agrarische bedrijven zijn echter niet de adviesafstanden, maar de wettelijk aan te houden afstanden of de berekende geuremissiecontouren voor vergunningsplichtige veebedrijven bepalend. Hier wordt in paragraaf 5.6 nader op ingegaan. In de onderstaande tabellen zijn deze bedrijven weergegeven, waarbij tevens de functie, milieucategorie, richtafstand (m.u.v. geur) en daadwerkelijke afstand tot het plangebied zijn weergegeven.

De daadwerkelijke afstand is gemeten van de grens van het bouwvlak van de belastende functie tot de grens van het bouwvlak van de dichtstbijzijnde gevoelige functie. De Jongstraat (ong.) Functie Grondgebonden agrarisch bedrijf (De Jongstraat 14) Intensieve veehouderij (Raamsweg 31) Intensieve veehouderij (Raamsweg 35) Manege (Boetelerveldweg 7)

Milieucategorie 3.2

Richtafstand 30 m (geluid)

Daadwerkelijke afstand 110 m

4.1

50 m (geluid)

110 m

4.1

50 m (geluid)

240 m

3.1

50 m (geur)

120 m

Milieucategorie 4.1

Richtafstand 50 m (geluid)

Daadwerkelijke afstand 320 m

3.2

30 m (geluid)

90 m

3.2

30 m (geluid)

400 m

3.2

100 m (geluid)

250 m

Tabel 5.1 Omliggende milieugevoelige functies De Jongstraat (ong.)

Pleegsterdijk 27 Functie Intensieve veehouderij (Pleegsterdijk 21) Grondgebonden agrarisch bedrijf (Pleegsterdijk 26) Grondgebonden veehouderij (Pleegsterdijk 28) Dierenpension (Haansweg 12)

Tabel 5.2 Omliggende milieugevoelige functies Pleegsterdijk 27

Zoals uit voorgaande tabellen blijkt, wordt de richtafstand in alle gevallen gehaald. Ter plaatse van de te realiseren compensatiewoningen is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Omgekeerd worden de omliggende bedrijven niet in hun bedrijfsvoering beperkt.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

46

Bestemmingsplan Boetelerveldweg 3, Raamsweg 8, De Jongstraat 16, Pleegsterdijk 27 Concept

5.6

Geur

5.6.1

Algemeen

5.6.1.1 Wet geurhinder en veehouderij De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader vergunningverlening, als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven van veehouderijen. De Wgv stelt één landsdekkend beoordelingskader met een indeling in twee categorieën. Voor diercategorieën waarvan de geuremissie per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor de andere diercategorieën is die waarde een wettelijk vastgestelde afstand die ten minste moet worden aangehouden. Op grond van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) dient voor diercategorieën waarvoor per dier geen geuremissie is vastgesteld (bijvoorbeeld melkkoeien en paarden) en een geurgevoelig object de volgende afstanden aangehouden te worden: • •

ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen, en ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen.

Voor diercategorieën waarvoor in de Wgv een geuremissie per dier is vastgesteld geldt dat, buiten een concentratiegebied, de geurbelasting op geurgevoelige objecten binnen de bebouwde kom niet meer dan 2 odeur units per kubieke meter lucht mag bedragen. Voor geurgevoelige objecten buiten de bebouwde kom mag deze niet meer bedragen dan 8 odeur units per kubieke meter lucht. De definitie van een geurgevoelig object luidt: gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt. 5.6.1.2 Activiteitenbesluit Vanaf 1 januari 2013 is het Activiteitbesluit ook van toepassing op agrarische activiteiten. Het Besluit landbouw milieubeheer is tegelijkertijd komen te vervallen. Agrarische bedrijven hebben geen vergunning meer nodig als al hun activiteiten onder de reikwijdte van het Activiteitenbesluit vallen. Dit zijn type B-bedrijven, zoals veehouderijen, kinderboerderijen (en andere bedrijven die kleinschalig dieren houden), glastuinbouwbedrijven, bedrijven met teelt in gebouwen, bedrijven met open teelt, agrarische loonwerkers en losse opslagen (bijvoorbeeld mest). Voor geurhinder is in het Activiteitenbesluit een soortgelijk beoordelingskader opgenomen als in de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv).

Zo gelden binnen en buiten de bebouwde kom dezelfde normen als in de Wgv. Ook de geurbelasting wordt bepaald volgens het bepaalde in de Wgv. Hetzelfde geldt voor het meten van de afstanden. 5.6.2

Situatie plangebied

In dit geval liggen er verscheidene agrarische bedrijven in de nabijheid van het plangebied. In de tabellen 5.1 en 5.2 in paragraaf 5.5 zijn deze weergegeven. Ten aanzien van de grondgebonden veehouderijen geldt een vaste afstand van 50 meter voor geur. Deze wordt gehaald, de dichtstbijzijnde grondgebonden veehouderij ligt namelijk op een afstand van 90 meter. Ten aanzien van de intensieve veehouderijen geldt dat er geen afstandsnormen, maar geuremissienormen gelden. Zoals uit tabel 5.1 blijkt, bevinden er zich twee intensieve veehouderijen in de nabijheid van de compensatiewoning aan de De Jongstraat (ong.). Het betreft de locaties Raamsweg 31 en Raamsweg 35 op respectievelijk 110 meter en 240 meter van de compensatiewoning De Jongstraat (ong.). Daarnaast bevindt er zich één intensieve veehouderij nabij de compensatiewoning aan de Pleegsterdijk 27. Het betreft de locatie Pleegsterdijk 21, op circa 320 meter van de compensatiewoning.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

47

Bestemmingsplan Boetelerveldweg 3, Raamsweg 8, De Jongstraat 16, Pleegsterdijk 27 Concept Voor de intensieve veehouderijen geldt dat er andere (bedrijfs)woningen op kortere afstand van de veehouderijen liggen (De Jongstraat 16-18 en Raamsweg 33 voor de compensatiewoning aan de De Jongstraat en Pleegsterdijk 26 voor de compensatiewoning aan de Pleegsterdijk 27). In afbeeldingen 5.2 en 5.3 is dit weergegeven.

Afbeelding 5.2 Intensieve veehouderijen rondom De Jongstraat (ong.) (Bron: ruimtelijke plannen)

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

48

Bestemmingsplan Boetelerveldweg 3, Raamsweg 8, De Jongstraat 16, Pleegsterdijk 27 Concept

Afbeelding 5.3 Intensieve veehouderijen rondom Pleegsterdijk 27 (Bron: ruimtelijke plannen)

Deze woningen zijn dan ook maatgevend voor de geuremissie van de intensieve veehouderijen, waardoor deze niet in hun bedrijfsvoering worden belemmerd met het realiseren van de compensatiewoning. In de ten behoeve van het bestemmingsplan “Buitengebied” van de gemeente Raalte uitgevoerde plan-MER wordt geconcludeerd dat er in de bestaande vergunde situatie en mogelijke uitbreidingssituaties ter plaatse van de compensatiewoningen sprake is van goed leefklimaat wat betreft het aspect geur. Al met al wordt dan ook geconcludeerd dat ter plaatse van de compensatiewoningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ten aanzien van geur. De omliggende veehouderijen worden daarnaast ook niet beperkt in hun bedrijfsvoering. 5.6.3

Conclusie geur

Het aspect geur vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan.

5.7

Ecologie

Bescherming in het kader van de natuur wet- en regelgeving is op te delen in gebieds- en soortenbescherming. Bij gebiedsbescherming heeft men te maken met de Wet natuurbescherming en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Soortenbescherming gaat uit van de bescherming van dier- en plantensoorten. 5.7.1

Gebiedsbescherming

5.7.1.1 Natura 2000-gebieden Sinds 1 januari 2017 is het wettelijk kader ten aanzien van gebieds- en soortenbescherming vastgelegd in de Wet natuurbescherming. Nederland zal aan de hand van een vergunningenstelsel de zorgvuldige afweging

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

49

Bestemmingsplan Boetelerveldweg 3, Raamsweg 8, De Jongstraat 16, Pleegsterdijk 27 Concept waarborgen rond projecten die gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden. Deze vergunningen worden verleend door de provincies of door de Minister van EZ. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied, ‘Boetelerveld’ ligt op een afstand van circa 300 meter van deelgebied Boetelerveldweg 3 – Raamsweg 8, 360 meter van deelgebied De Jongstraat (ong.) een 4,6 kilometer van deelgebied Pleegsterdijk 27. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in totaal in het stoppen van de intensieve veehouderij aan de Boetelerveldweg 3 en het slopen van alle ter plaatse aanwezige bedrijfsbebouwing, het omzetten van een intensieve veehouderij naar een grondgebonden veehouderij een de Raamsweg 8 en het realiseren van twee compensatiewoningen. Een dergelijke ontwikkeling zorgt voor een aanzienlijke vermindering van stikstofuitstoot en daarmee stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Significante negatieve gevolgen op Natura 2000-gebieden zijn daarmee op voorhand uit te sluiten. De voorgenomen ontwikkeling is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden, niet vergunningsplichtig. 5.7.1.2 Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur) is de kern van het Nederlandse natuurbeleid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=f5296aa2-a1ff-43c5-83f3-55890a769b81