CConstaterende datRaalte
Koppel je AI →
Document · PDF

02 Buitengebied, partiële herziening nr. 10, omgeving Jacobsgat_Toelichting (1)

Raadsvergadering 22 december 2022, gemeente RaalteBij agendapunt: Vaststellen Bestemmingsplan Buitengebied, omgeving Jacobsgat (hamerstuk)16.843 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Buitengebied, partiële herziening nr. 10, omgeving Jacobsgat

Inhoudsopgave

Toelichting

3

Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 De bij het plan behorende stukken 1.3 Ligging en begrenzing plangebied 1.4 Geldende bestemmingsplan 1.5 Opbouw toelichting

4 4 4 5 5 8

Hoofdstuk2 Huidige situatie 2.1 Historischeontwikkeling 2.2 Ruimtelijke en functionele structuur

9 9 10

Hoofdstuk3

11

Planbeschrijving

Hoofdstuk4 Beleidskader 4.1 Algemeen 4.2 Rijksbeleid 4.3 Provinciaal beleid 4.4 Gemeentelijk beleid

15 15 15 17 22

Hoofdstuk5 Onderzoek 5.1 Algemeen 5.2 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 5.3 Bodem 5.4 Water 5.5 Ecologie 5.6 Cultuurhistorie en archeologie 5.7 Geluid 5.8 Bedrijven en geur 5.9 Luchtkwaliteit 5.10 Externe veiligheid 5.11 Verkeer en parkeren

26 26 26 28 29 32 34 35 36 36 37 38

Hoofdstuk6 Toelichting op de planregels 6.1 Inleiding 6.2 Opzet 6.3 Artikelsgewijze toelichting op de planregels

40 40 40 41

Hoofdstuk7 Uitvoerbaarheid 7.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.2 Economische uitvoerbaarheid

44 44 44

Buitengebied, partiële herziening nr. 10, omgeving Jacob sgat 2

(concept, versie 3)

Toelichting

Buitengebied, partiële herziening nr. 10, omgeving Jacobsgat (concept, versie 3)

3

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Summercamp is een stichting zonder winstoogmerk met als doel vooral kinderen en jongeren een vakantie te bieden waarin op speelse wijze nieuwe sociale contacten worden gelegd en kennis wordt gemaakt met het buitenleven. De stichting beheert hiervoor een terrein aan de Schaarshoekweg 1 in de gemeente Olst-Wijhe en is medehuurder van het nabijgelegen terrein Jacobsgat aan de Woolthuisweg in Heino. Het terrein Jacobsgat bestaat uit een waterplas, grasvelden, bosbeplanting en enkele gebouwen en wordt gebruikt voor dag- en verblijfrecreatie.

Summercamp werkt aan kwaliteitsverbetering om op termijn haar activiteiten duurzaam te kunnen laten voortbestaan. Hiervoor moet een aantal maatregelen genomen worden op het terrein Jacobsgat, waaronder het verbouwen van een bestaande groepsaccommodatie en het bouwen van een nieuwe groepsaccommodatie. Met deze aanpassingen vindt geen uitbreiding van het aantal slaapplaatsen plaats. Een en ander staat beschreven in de Toekomstvisie Jacobsgat van mei 2011 (zie ook hoofdstuk 3). In de raadsvergadering van 22 december 2011 heeft de gemeenteraad besloten bereid te zijn medewerking te verlenen aan de beoogde kwaliteitsverbetering, mits de verblijfscapaciteit gelijk blijft en aan een aantal andere voorwaarden wordt voldaan. Uitgangspunt voor dit bestemmingsplan is dit besluit van de gemeenteraad. Het bestemmingsplan voldoet daar dan ook aan. De gewenste kwaliteitsverbetering op het terrein Jacobsgat is niet mogelijk binnen het vigerende bestemmingsplan. Daarom wordt deze door middel van onderhavige partiële bestemmingsplanherziening planologisch en juridisch mogelijk gemaakt. Opgemerkt wordt dat, naast het mogelijk maken van de kwaliteitsverbetering, de planologische situatie eveneens in overeenstemming met de feitelijke situatie wordt gebracht en dat een wijziging wordt meegenomen naar aanleiding van een uitspraak van de Raad van State.

1.2

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan "Buitengebied, partiële herziening nr. 10, omgeving Jacobsgat" bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (tek.nr.NL.IMRO.0177.BP20140008-0N01) en een renvooi; planregels. Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden en opstallen aangegeven. In de planregels zijn regels opgenomen, teneinde de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van deze toelichting, waarin de aan het plan ten grondslag liggende gedachten, de diverse onderzoeksaspecten en de beschrijving van de planopzet zijn weergegeven. Tevens worden de juridisch-technische aspecten belicht.

Buitengebied, partiële herziening nr. 10, omgeving Jacob sgat 4

(concept, versie 3)

1.3

Ligging en begrenzing plangebied

Het Jacobsgat ligt in het buitengebied van Heino in de gemeente Raalte, op de grens met de gemeente Olst-Wijhe. Aan de westzijde wordt het plangebied begrensd door de Woolthuisweg en de gronden die als ponytrail zijn ingericht. Langs de zuidzijde loopt de spoorlijn Zwolle Almelo. Tussen het terrein en de spoorlijn loopt een forse houtsingel, die ook de grens vormt aan de oost- en noordzijde. In verband met de zogenaamde 'Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving' is ook een deel van de gronden ten zuiden van de spoorlijn in dit bestemmingsplan opgenomen. Op afbeelding 1.1 is de globale ligging van het plangebied in groter verband (t.o.v. de kern Heino) weergegeven. Daarnaast is de ligging van het plangebied in zijn nabije omgeving afgebeeld. De exacte begrenzing van het plangebied is aangegeven op de verbeelding.

Afbeelding 1.1 Ligging plangebied (Bron: PDOK)

1.4

Geldende bestemmingsplan

Op dit moment is het bestemmingsplan "Buitengebied" van de gemeente Raalte het vigerende bestemmingsplan voor het onderhavige plangebied. Dit bestemmingsplan is vastgesteld door de gemeenteraad op 8 juni 2012. Op 30 mei 2013 (bestemmingsplan "Buitengebied Raalte, correctieve herziening") en 19 februari 2015 (bestemmingsplan "Buitengebied Raalte, 2e correctieve herziening") zijn de 1e en 2e correctieve herzieningen van dit bestemmingsplan door de gemeenteraad vastgesteld, waarna op 25 februari 2016 (bestemmingsplan "Buitengebied Raalte geconsolideerd") het geconsolideerde bestemmingsplan is vastgesteld door de gemeenteraad. Op 27 september 2018 is daarnaast het "Paraplubestemmingsplan Parkeren" vastgesteld door de gemeenteraad. Het plangebied bestaat uit twee delen en is in afbeelding 1.2 met de rode onderbroken omlijning aangegeven.

Buitengebied, partiële herziening nr. 10, omgeving Jacobsgat (concept, versie 3)

5

Afbeelding 1.2 Geldende bestemmingsplan (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl) Binnen het plangebied zijn verscheidende bestemmingen en aanduidingen aanwezig: Noordelijke deel: 1. "Natuur" met: a. aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - challenge-run' te midden van het water; b. aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - ponytrail' aan de westzijde; 2. "Recreatie - Verblijfsrecreatie - 4" met bouwvlak; 3. "Recreatie - Dagrecreatie" met: a. drie bouwvlakken: een met maatvoeringsaanduiding 'maximum aantal wooneenheden: 1', één met aanduiding 'opslag' en één met aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - dienstgebouw'; b. gebied met maatvoeringsaanduiding 'hoogte voor speeltoestellen: 15' en gebiedsaanduiding 'wetgevingszone - ontheffingsgebied'; 4. "Verkeer" met aanduiding 'parkeerterrein'; 5. "Waarde - Archeologie - 2"; 6. Gebiedsaanduiding 'reconstructiewetzone - extensiveringsgebied' 7. Gebiedsaanduiding 'reconstructiewetzone - verwevingsgebied'; Buitengebied, partiële herziening nr. 10, omgeving Jacob sgat 6

(concept, versie 3)

Zuidelijke deel: 1. "Agrarisch met waarden - Landschapswaarden"" 2. "Waarde - Archeologie - 2"; 3. "Waarde - Landschap - 1"; 4. Gebiedsaanduiding 'reconstructiewetzone - verwevingsgebied'. Vermeld wordt dat tegen het bestemmingsplan "Buitengebied" (2012) meerdere beroepen zijn ingesteld bij de Raad van State met betrekking tot het terrein Jacobsgat. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State: 1. verklaart niet-ontvankelijk: het beroep van de vennootschap onder firma het Landgoed 1692 V.O.F. en anderen tegen het besluit van 8 juni 2012, voor zover dat ziet op artikel 45, lid 45.4, van de planregels: 2. verklaart gegrond: het beroep van het beroep van de vennootschap onder firma het Landgoed 1692 V.O.F. en anderen gedeeltelijk: 3. vernietigt: het besluit van de raad van de gemeente Raalte van 8 juni 2012 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Buitengebied Raalte", voor zover het betreft de plandelen met de bestemming "Natuur" ter plaatse van het Jacobsgat, die zijn omsloten door gronden met de bestemmingen "Recreatie - Dagrecreatie" en "Recreatie - Verblijfsrecreatie-4"; 4. verklaart: het beroep van de stichting Stichting Baron van Ittersumfonds geheel ongegrond en het beroep van de vennootschap onder firma het Landgoed 1692 V.O.F. en anderen voor het overige ongegrond. Als gevolg hiervan: 1.

is in de correctieve herziening, die door de raad op 30 mei 2013 is vastgesteld, artikel 45, lid 45.4, van de planregels gewijzigd. Ingevolge artikel 45, lid 45.4, van de planregels van de correctieve herziening dient onverminderd hetgeen in hoofdstuk 2 is bepaald, ten minste een afstand van 15 m in acht te worden genomen tussen gebouwen en de as van de weg met de bestemming "Verkeer" en "Verkeer - Onverhard", tenzij deze op het moment van vaststelling van het bestemmingsplan minder bedraagt, in dat geval geldt dat bestaande afstand als de hoogste toelaatbare afstand wordt aangehouden. Met deze wijziging is de op het Landgoed 1692 aanwezige bebouwing niet langer in strijd met artikel 45, lid 45.4, van de planregels; 2. is de bestemming "Natuur" (uitsluitend) van plandelen die, ter plaatse van het Jacobsgat, zijn omsloten door gronden met de bestemmingen "Recreatie - Dagrecreatie" en "Recreatie - Verblijfsrecreatie-4" vernietigd. Met betrekking tot de twee stroken grond met de bestemming "Natuur" die centraal zijn gelegen op het terrein en zijn omringd door gronden met een recreatieve bestemming stelt de raad zich thans op het standpunt dat aan deze gronden ten onrechte de bestemming "Natuur" is toegekend.

Volgens de raad is het aannemelijk dat ter plaatse van deze gronden de afgelopen decennia recreatief medegebruik heeft plaatsgevonden en is de bestemming "Recreatie - Dagrecreatie" hierom meer passend. Deze wijziging is niet meegenomen in een van de correctieve herzieningen, aangezien voor het Jacobsgat een afzonderlijk bestemmingsplan in voorbereiding is (voorliggend bestemmingsplan). Om te voorkomen dat de wijzigingen op dit recreatieterrein in twee verschillende bestemmingsplannen geborgd worden heeft de gemeente besloten de uitspraak van de Raad van State niet te verwerken in deze herziening. Dit onderdeel van de uitspraak wordt vanzelfsprekend meegenomen in voorliggend bestemmingsplan; 3. kunnen de aanduiding "specifieke vorm van "recreatie - challenge run", de bestemmingen "Recreatie - Dagrecreatie" en "Recreatie - Verblijfsrecreatie -4", de aanduiding "specifieke vorm van recreatie - dierenweide" (ten zuiden van het spoor) en de aanduiding "specifieke vorm van recreatie - ponytrail" blijven behouden. Strijdigheid Buitengebied, partiële herziening nr. 10, omgeving Jacobsgat (concept, versie 3)

7

De realisatie van de gewenste groepsaccomodatie (in het kader van de kwaliteitsverbetering) is op basis van het geldende bestemmingsplan niet toegestaan. Voorliggend bestemmingsplan maakt dit mogelijk. Daarnaast wordt hierin eveneens een agrarisch perceel gewijzigd naar een perceel met een natuurbestemming (in het kader van de KGO). Opgemerkt wordt dat voor een deel van het plangebied een digitale inmeting heeft plaatsgevonden. Deze digitale inmeting is als ondergrond gebruikt voor de verbeelding van voorliggend bestemmingsplan. Hierdoor is de begrenzing van een aantal bestemmingen ten opzichte van het bestemmingsplan 'Buitengebied' op bepaalde plekken gering gewijzigd. De bestemmingsgrenzen komen op basis van voorliggend bestemmingsplan overeen met de bestaande situatie. Daarnaast zijn ter verduidelijking alle recreatiegronden op basis van voorliggend bestemmingsplan voorzien van eenzelfde bestemming 'Recreatie'. Tevens zijn, zoals reeds vermeld onder punt 2 in bovenstaande opsomming, de stroken waar de opgenomen natuurbestemming is vernietigd eveneens voorzien van deze recreatiebestemming. Opgemerkt wordt dat een en ander, ten opzichte van de bestaande situatie, geen extra gebruiksmogelijkheden en/of bouwmogelijkheden mogelijk maakt.

In voorliggend bestemmingsplan wordt dan ook hoofdzakelijk ingegaan op de wijziging in het kader van de nieuwe groepsaccommodatie en de wijziging van het agrarisch perceel (KGO).

1.5

Opbouw toelichting

De toelichting is na dit inleidende hoofdstuk als volgt opgebouwd. In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving gegeven van de huidige ruimtelijke en functionele structuur. In hoofdstuk 3 worden de voorgestane ontwikkelingen beschreven. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het voor het plangebied relevante ruimtelijk beleid. Hoofdstuk 5 behandelt diverse onderzoeksaspecten, zoals archeologie, ecologie en milieuaspecten. In hoofdstuk 6 wordt nadere aandacht besteed aan de juridisch-technische aspecten van de opgenomen regeling. De economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid komen tot slot aan de orde in hoofdstuk 7.

Buitengebied, partiële herziening nr. 10, omgeving Jacob sgat 8

(concept, versie 3)

Hoofdstuk 2

Huidige situatie

In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de historische ontwikkeling en de huidige ruimtelijke en functionele situatie ter plaatse van het plangebied Jacobsgat.

2.1

Historische ontwikkeling

Rond 1880 is het plangebied Jacobsgat afgegraven ten behoeve van de bouw van het treinstation in Zwolle. Toen is er een diep gat ontstaan, dat in de periode 1940-1965 is gebruikt als vuilnisstortplaats van huishoudelijk afval door de toenmalige gemeente Heino. Na 1965 is de vuilstort afgedekt en onderdeel gaan uitmaken van de al bestaande opvanglocatie voor mensen in de verdrukking gevestigd aan de Schaarshoekweg 1 in de gemeente Olst-Wijhe. Aan de Schaarshoekweg werden door de overheid onder meer landarbeiders uit de ontginningen, burgers die weg moesten voor de bouw van de Atlantikwall tijdens de Tweede Wereldoorlog, Molukkers en gastarbeiders opgevangen. Rond 1960 is de heer Besselsen sr., de vader van de huidige directeur, begonnen met de Stichting Summercamp Heino in de huidige opzet. De stichting stelt ten doel: het bieden van vakanties in een natuurlijke omgeving voor kansarme kinderen. Kansarme kinderen waren bij aanvang kinderen uit een arm milieu, veelal ondervoed en slecht gekleed, levend aan de onderkant van de samenleving. In de zestiger jaren werden deze kinderen voor een groepsvakantie naar Heino 'aangewezen' om vooral fysiek aan te sterken: drie kilo in drie weken. Hiertoe werden de kinderen gewogen aan het begin en aan het eind van de vakantie.

Het aanwijzen van kinderen vond plaats door organisaties als Jeugdzorg en de Sociale dienst, het Rode Kruis verzorgde de uitvoering. Er werd nadrukkelijk gewerkt aan de verbetering van de algemene volksgezondheid van de kinderen. Met dit doel is het Jacobsgat aangekocht om een recreatieplas en recreatieterrein te kunnen realiseren. De doelgroep is nog steeds dezelfde: kansarme kinderen uit een arm milieu. Echter de definitie van kansarm is veranderd, de verarming ligt veelal op het sociale en sociaal emotionele vlak. Voor deze kinderen en jongeren biedt de Stichting Summercamp Heino op het terrein Jacobsgat mogelijkheden tot sport en spel in een vrije en ongecompliceerde omgeving. Zij doen hier allerlei ervaringen op die goed zijn voor hun ontwikkeling. Spelenderwijs leren zij anders om te gaan met elkaar en wordt er gewerkt aan bewustwording en gedragsveranderingen. Het doel is dus nog steeds de bevordering van de volksgezondheid, echter de inkleuring is nu gericht op de problemen van jeugdwelzijn.

Buitengebied, partiële herziening nr. 10, omgeving Jacobsgat (concept, versie 3)

9

2.2

Ruimtelijke en functionele structuur

Het plangebied ligt op een dekzandrug die ten zuiden van de kern Heino in oost-west richting loopt. Ten zuiden van deze dekzandrug ligt een lager gebied, waardoor de Raalter Wetering stroomt. Het gebied kent een kleinschalig reliëf dat deels is ontstaan door zandverstuivingen en deels bestaat uit bolle akkers (essen). Het reliëf in het plangebied zelf is ontstaan door afgraving van zandgrond (bouwzand) aan het eind van de negentiende eeuw en het storten van huisvuil halverwege de twintigste eeuw. Deze is na beëindiging van de storting afgedekt met een laag zand (0,3 tot 1 meter) die later nog is opgehoogd tot minimaal 0,5 meter. Van een natuurlijke bodemopbouw is daardoor nauwelijks sprake. Het westelijke deel van het plangebied is een es. Noordelijk en westelijk van het plangebied ligt het bosrijke buitengebied van Heino. In zuidelijke en oostelijke richting wordt het landschap opener en heeft het een duidelijk agrarisch karakter. Richting Raalte bestaat het landschap uit uitgestrekte weilanden en akkers. Hemelsbreed circa één kilometer westelijk van het plangebied ligt de toegang tot het reeds bestaande terrein van het Summercamp aan de Schaarshoekweg. Direct ten zuiden van het plangebied, zuidelijk van de spoorlijn en ten oosten van de Woolthuisweg, ligt een dierenweide. Deze valt buiten het plangebied van onderhavig bestemmingsplan.

Op de locatie aan het Jacobsgat van Summercamp Heino is een groepsaccommodatie (slaapgebouw met maximaal 72 slaapplaatsen), een recreatiegebouw met een eetzaal (van maximaal 500 m²), een kantoorgebouw (maximaal 50 m²) en een bijgebouw voor opslag aanwezig. Deze bebouwing bevindt zich in het noordwestelijke deel van het plangebied. Er is een bouwvergunning verleend voor de bouw van een tweede slaapgebouw (met ook maximaal 72 slaapplaatsen) in de directe nabijheid van de bestaande bebouwing. Dit gebouw is in verband met de ontwikkeling van onderhavig plan nog niet gerealiseerd. Naast de bebouwing zijn aan het Jacobsgat outdoor-activiteiten/voorzieningen aanwezig. Het gaat om een zwemwater met ligweide, kano's, speeltoestellen, touwenparcours op het eiland (challenge-run), ponytrail etc. Bij het zwemwater is een dienstgebouw aanwezig met sanitaire voorzieningen.

Buitengebied, partiële herziening nr. 10, omgeving Jacob sgat 10

(concept, versie 3)

Hoofdstuk 3

Planbeschrijving

ToekomstvisieJacobsgat(mei 2011) Oorspronkelijk is Summercamp Heino opgezet voor het bieden van groepsvakanties voor (kans)arme kinderen. Tegenwoordig is deze doelstelling verbreed, maar ligt de aandacht nog steeds op kinderen uit sociaal zwakkere milieus. Sinds de jaren zestig is bovendien het voorzieningenniveau op het Summercamp aangepast. In de Toekomstvisie Jacobsgat (mei 2011) is de bedrijfsambitie van Summercamp Heino beschreven voor het Jacobsgat. De ambitie is de kwaliteit van de bestaande recreatieve voorzieningen op het Jacobsgat te verbeteren en de nadruk te leggen op bewegen, het leggen van sociale contacten en het verkennen van de natuur voor alle doelgroepen. Om deze ambities te verwezenlijken en te komen tot een duurzame economische ontwikkeling van het terrein is het noodzakelijk om de kwaliteit van bestaande speel- en verblijfsvoorzieningen te verhogen en ruimte te creëren voor nieuwe buitenspeel- en buitensportvoorzieningen, waarmee op een flexibele manier kan worden ingespeeld op de telkens veranderende vraag. In de toekomstvisie is aangegeven dat drie aspecten voorop staan bij de ontwikkeling van het Jacobsgat tot een duurzaam recreatieterrein: 1. Het vergroten van de aantrekkelijkheid als dagrecreatieterrein door toevoegen van nieuwe buitenspeel- en buitensportvoorzieningen. 2. Een kwaliteitsverbetering in de slaapverblijven.

Dit leidt tot minder kinderen per slaapruimte, waardoor het aantal slaapverblijven moet worden vergroot. 3. De bouw van een kleedruimte nabij het zwemwater achter dan wel naast het bestaande dienstgebouw met sanitaire voorzieningen. 4. Het vergroten van de kwaliteit van de op het terrein aanwezige natuurwaarden. Het bestaande logiesgebouw wordt heringericht en krijgt in plaats van 72 slaapplaatsen, 40 slaapplaatsen conform de norm van de KMVK groepsaccommodatie (drie sterren). Naast de herinrichting van het bestaande logiesgebouw wordt een nieuwe groepsaccommodatie gebouwd. Locatiekeuze nieuwe groepsaccommodatie Bij het zoeken naar de exacte locatie voor de nieuwe groepsaccommodatie kwam in eerste instantie een brede strook met bomen naar voren gelegen in het oostelijk deel van het recreatieterrein. Belangrijkste redenen voor deze locatie waren: a. een van de weinige plekken, waar in het verleden geen afval is gestort; b. op voldoende afstand van de spoorlijn (geluid); c. geen zicht op de nieuwe bebouwing vanuit de omgeving van het terrein. De voorkeurslocatie is besproken met de gemeente en de provincie. Tijdens dit overleg bleek, dat er bezwaren waren tegen de locatie vanwege: a. de afstand tot de bestaande bebouwing; b. het feit, dat de accommodatie gesitueerd is in een strook met bomen (natuur).

Geadviseerd werd een nader bodemonderzoek te laten uitvoeren om exact te bepalen waar de bodemkwaliteit de groepsaccommodatie onmogelijk maakt. Uit dit onderzoek blijkt dat als het gaat om de bodemkwaliteit er geen bezwaren zijn tegen de bouw van een pand bedoeld voor recreatief gebruik op een bestaande open plek, waar in de huidige situatie een stacaravan gesitueerd is (zie ook een schets, zoals opgenomen in dit hoofdstuk). Bovendien ligt deze locatie dichter bij de bestaande bebouwing. Uiteindelijk is gekozen voor deze locatie. Zowel de initiatiefnemer als de gemeente en de Buitengebied, partiële herziening nr. 10, omgeving Jacobsgat (concept, versie 3)

11

provincie kunnen hiermee instemmen. Vormgeving van de nieuwe groepsaccommodatie De nieuwe groepsaccommodatie bestaat uit een viertal geschakelde gebouwen van twee bouwlagen, waarbij de tweede bouwlaag gelegen is onder een schuine kap. De gebouwen zijn via een gangenstructuur onderling met elkaar verbonden. De vier gebouwen hebben een omvang van 12x13 meter en zullen vertand gesitueerd worden. De goothoogte is 5,5 meter en de bouwhoogte is 7,5 meter. In de nieuwbouw komen samen 110 slaapplaatsen. Dus tezamen met het bestaande logiesgebouw zal het totaal aantal slaapplaatsen 150 bedragen conform het raadsbesluit van de gemeenteraad. De nieuwe groepsaccommodatie wordt gesitueerd aan de noordzijde van het terrein van het Jacobsgat, ten oosten van de bestaande bebouwing (op enige afstand daarvan). Op afbeelding 3.1 is ter impressie de ligging van de bebouwing weergegeven, alsmede een schets van deze bebouwing. De gebruiksintensiteit zal met de beoogde ontwikkelingen niet op relevante wijze wijzigen. Het aantal overnachtingsplaatsen kan en zal met de twee nieuwe slaapgebouwen niet worden vergroot, maar wordt juist tot een aan de huidige tijd aangepast aantal per kamer terug gebracht. Het dagrecreatieve gebruik van het Jacobsgat zal eveneens in de bestaande omvang worden gehandhaafd.

Buitengebied, partiële herziening nr. 10, omgeving Jacob sgat 12

(concept, versie 3)

Buitengebied, partiële herziening nr. 10, omgeving Jacobsgat (concept, versie 3)

13

Afbeelding 3.1 Impressie situering en gewenste bebouwing groepsaccommodatie (Bron: BRO) Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving Allereerst kan vastgesteld worden dat de beoogde nieuwbouwlocatie zich goed voegt in het bestaande landschap. De nieuwbouw is niet zichtbaar vanaf de openbare weg dan wel het spoor. Op het terrein zelf zijn enkele belangrijke zichtlijnen van de westzijde naar de oostzijde. Deze zichtlijnen blijven intact. De doelstelling van Summercamp is om, onder meer gezien de nabij gelegen gronden behorend tot het Natuurnetwerk Nederland (zie ook paragraaf 4.3 en 5.5 van deze toelichting), waar mogelijk de kwaliteit van natuur en landschap te versterken. Concreet wordt gedacht aan: a. verbeteren van de bestaande beplanting op delen van het terrein; b. realiseren van nieuwe kwalitatief hoogwaardige beplanting op delen van het terrein (bijvoorbeeld ter plaatse van een huidige rij met oude dennen). Deze beplanting kan ook van waarde zijn voor vleermuizen; c. natuurvriendelijk ontwerpen van de nieuwbouw; d. aanbrengen van nestgelegenheden in bomen; e. aanbrengen van voedsel- en schuilgelegenheden voor eekhoorns; f. waar mogelijk beperken van de verlichting om donkerte te behouden. Tevens wijzigt het agrarisch perceel ten zuidwesten van het terrein Jacobsgat van bestemming (agrarisch naar natuur) en wordt ook hier kwalitatief hoogwaardige beplanting aangeplant (plantvak 6).

Als gevolg van deze maatregelen wordt de ontwikkeling meer dan voldoende gecompenseerd in het kader van de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving. Een en ander is uitgewerkt in Bijlage 1 van deze toelichting. Via een voorwaardelijke verplichting (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving Jacobsgat te Heino) is een en ander geborgd in de regels.

Buitengebied, partiële herziening nr. 10, omgeving Jacob sgat 14

(concept, versie 3)

Hoofdstuk 4 4.1

Beleidskader

Algemeen

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het beleid dat relevant is voor onderhavig bestemmingsplan. Allereerst wordt ingegaan op het rijksbeleid, vervolgens komen relevante aspecten uit het provinciale beleid aan de orde. Het gemeentelijke beleid wordt in de laatste paragraaf behandeld. Zoals reeds vermeld worden ten opzichte van de bestaande situatie enkel de groepsaccommodatie en de wijziging van het agrarisch perceel naar een perceel met een natuurbestemming mogelijk gemaakt. De beleidsmatige onderbouwing gaat dan ook hoofdzakelijk in op deze onderdelen van het plan.

4.2

Rijksbeleid

StructuurvisieInfrastructuuren Ruimte (SVIR) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is op 13 maart 2012 vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geeft een totaalbeeld van het ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid op rijksniveau en vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving. Tevens vervangt het een aantal ruimtelijke doelen en uitspraken in onder andere de Agenda Landschap en de Agenda Vitaal Platteland. Daarmee wordt de SVIR het kader voor thematische of gebiedsgerichte uitwerkingen van rijksbeleid met ruimtelijke consequenties.

IIn de SVIR heeft het Rijk drie rijksdoelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden voor de middellange termijn (2028): Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; Het verbeteren, instandhouden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Voor de drie rijksdoelen worden de 13 onderwerpen van nationaal belang benoemd. Hiermee geeft het Rijk aan waarvoor het verantwoordelijk is en waarop het resultaten wil boeken. Buiten deze nationale belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. De drie hoofddoelen van het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid kennen nationale opgaven die regionaal neerslaan. Opgaven van nationaal belang in Oost-Nederland (de provincies Gelderland en Overijssel) zijn: Het waar nodig verbeteren van de internationale achterlandverbindingen (weg, spoor en vaarwegen) die door Oost Nederland lopen.

Dit onder andere ten behoeve van de mainports Rotterdam en Schiphol; Het formuleren van een integrale strategie voor het totale rivierengebied van Maas en Rijntakken (Waal, Nederrijn, Lek en de IJssel, deelprogramma rivieren van het Deltaprogramma) en de IJsselvechtdelta (deelprogramma's zoetwater en rivieren) voor waterveiligheid in combinatie met bereikbaarheid, ruimtelijke kwaliteit, natuur, economische ontwikkeling en woningbouw; Het tot stand brengen en beschermen van de NNN, inclusief de Natura 2000 gebieden (zoals de Veluwe); Het robuust en compleet maken van het hoofdenergienetwerk (380 kV), onder andere door het aanwijzen van het tracé voor aansluiting op het Duitse hoogspanningsnet. Het bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk die van nationaal belang

Buitengebied, partiële herziening nr. 10, omgeving Jacobsgat (concept, versie 3)

15

zijn. Geconstateerd kan worden dat het bestemmingsplan niet conflicteert met het nationaal ruimtelijk ordeningsbeleid. Naast het beleid op het gebied van de ruimtelijke ordening zijn er vanuit sectoraal (inter)nationaal beleid wettelijke verplichtingen die van invloed kunnen zijn op onderhavig bestemmingsplan. Dit betreft bijvoorbeeld wetgeving op het gebied van ecologie, archeologie en water. Deze onderwerpen worden beschreven in Hoofdstuk 5 Onderzoek.

Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigt en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'. In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.

stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). De Ladder voor duurzame verstedelijking moet worden gevolgd wanneer planologisch nieuwe “stedelijke ontwikkelingen” mogelijk worden gemaakt. Op basis van de handreiking ladder voor duurzame verstedelijking en de uitspraak van Afdeling op 5 april 2017 (201602966/1/R1 ) blijkt dat accommodaties voor recreatie in principe een stedelijke ontwikkeling zijn. Echter blijkt uit de uitspraak ook dat een ontwikkeling, die naar zijn aard niet stedelijk is, niet te kwalificeren is als een andere stedelijke voorziening (zoals bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, onder i, van het Bro). Om die reden is het bij een ontwikkeling, die naar zijn aard niet stedelijk is, niet noodzakelijk dat wordt voldaan aan de voorwaarden zoals opgenomen in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro. Voorliggend bestemmingsplan betreft hoofdzakelijk het planologisch mogelijk maken van een groepsaccommodatie.

Hierbij wordt het reeds toegestane (incl. vergunde) aantal slaapplaatsen (inclusief vergunning) niet vergroot. De accommodatie zal slechts circa 156 m² in beslag nemen. De realisatie hiervan vindt daarnaast plaats nabij/aansluitend op de bestaande bebouwing. In verhouding tot het reeds toegestane en bestaande is de ontwikkeling op basis van bovenstaande kleinschalig van aard en omvang. Gezien de kleinschaligheid van het voornemen kan dan ook worden gesteld dat de ontwikkeling naar zijn aard niet stedelijk is. De ontwikkeling is daarom niet te kwalificeren als een andere stedelijke voorziening, zoals bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, onder i, van het Bro. Voor de wijziging van het agrarisch perceel naar een perceel met natuurbestemming wordt eveneens geconcludeerd dat, gezien de functie hiervan, geen sprake is van een stedelijke Buitengebied, partiële herziening nr. 10, omgeving Jacob sgat 16

(concept, versie 3)

ontwikkeling. Conclusie Geconcludeerd wordt dat geen sprake is van strijd met het rijksbeleid.

4.3

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel en is verankerd in de Omgevingsverordening. OmgevingsvisieOverijssel De Omgevingsvisie Overijssel is het integrale provinciale beleidsplan voor de fysieke leefomgeving van Overijssel. De hoofdambitie van de Omgevingsvisie is een toekomstvaste groei van welvaart en welzijn met een verantwoord beslag op de beschikbare natuurlijke hulpbronnen en voorraden. Leidende thema's voor de Omgevingsvisie zijn: Duurzaamheid; Ruimtelijke kwaliteit. Enkele belangrijke beleidskeuzes waarmee de provincie haar ambities wil realiseren zijn: door meer aandacht voor herstructurering wordt ingezet op een breed spectrum aan woon-, werk- en mixmilieu's; dorpen en steden worden gestimuleerd hun eigen kleur te ontwikkelen; investeren in een hoofdinfrastructuur voor wegverkeer, trein, fiets en waarbij veiligheid en doorstroming centraal staan; zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik; deze methode gaat ervan uit dat eerst het gebruik van de ruimte wordt geoptimaliseerd, dan de mogelijkheid van meervoudig ruimtegebruik wordt onderzocht en dan pas de mogelijkheid om het ruimtegebruik uit te breiden, wordt bekeken; ruimtelijke plannen ontwikkelen aan de hand van gebiedskenmerken en keuzes voor duurzaamheid.

OmgevingsverordeningOverijssel De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie Overijssel. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie Overijssel te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel. De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. UitvoeringsmodelOmgevingsvisieOverijssel Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de provinciale ambities wordt gebruik gemaakt van het 'Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel'. In dit uitvoeringsmodel staan de stappen of, waar en hoe centraal.

Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, et cetera kan aan de hand van deze drie stappen bepaald worden of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het Buitengebied, partiële herziening nr. 10, omgeving Jacobsgat (concept, versie 3)

17

uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan. Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend.

Utvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) Hieronder worden de generieke beleidskeuzes, ontwikkelingsperspectieven en gebiedskenmerken nader toegelicht. Of - Generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in het handelen van de provincie. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidkeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties – en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten – te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening. Bij de afwegingen in de eerste fase “generieke beleidskeuzes” zijn in voorliggend geval artikel 2.1.3, 2.1.5 en artikel 2.1.6 van de Omgevingsverordening Overijssel van belang.

Artikel 2.1.3 Principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra Buitengebied, partiële herziening nr. 10, omgeving Jacob sgat 18

(concept, versie 3)

ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de Groene Omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel Voorliggend initiatief legt beperkt extra ruimtebeslag op de Groene Omgeving (circa 156 m²). Dit is het gevolg van het toestaan van de gewenste groepsaccommodatie, in het kader van de gewenste kwaliteitsverbetering. Als gevolg hiervan neemt overigens het toegestane aantal slaapplaatsen op het terrein Jacobsgat niet toe. De realisatie van het gebouw in het kader van deze kwaliteitsverbetering is binnen bestaand bebouwd gebied niet mogelijk/gewenst, waardoor in samenspraak met de gemeente en provincie tot de beoogde locatie is gekomen (zie ook hoofdstuk 3 van deze toelichting). Daarnaast wordt opgemerkt dat naast met de bouw van de groepsaccommodatie nog extra kwaliteitsverbetering plaatsvindt (zie ook Bijlage 1). Samenvattend wordt geconcludeerd dat in voldoende mate rekening wordt gehouden met de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik.

Artikel 2.1.5 Ruimtelijke kwaliteit (leden 1, 2, 3 en 5) 1. In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. 2. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. 3. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief die in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. 5. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Artikel 2.1.6, lid 1 Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving Bestemmingsplannen voor de Groene omgeving kunnen – met in achtneming van het bepaalde in artikel 2.1.3. en artikel 2.1.4. en het bepaalde in artikel 2.1.5.

– voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene omgeving, uitsluitend indien hier sociaaleconomische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologisch en/of landschappelijk waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.5 en 2.1.6 van de Omgevingsverordening Overijssel De groepsaccommodatie wordt zodanig gesitueerd dat deze past in het landschap (zie hiervoor ook hoofdstuk 3). Opgemerkt wordt dat in de navolgende subparagrafen de ontwikkeling eveneens wordt getoetst aan de gebiedskenmerken en het ontwikkelingsperspectief. In paragraaf 1.1 is daarnaast aangegeven dat de plannen van de initiatiefnemer noodzakelijk zijn om zijn onderneming op termijn duurzaam te kunnen laten voortbestaan. Het meest zinvol is ger in voorliggend geval om natuurwinst te behalen door geleidelijke groenomvorming en

Buitengebied, partiële herziening nr. 10, omgeving Jacobsgat (concept, versie 3)

19

beheermaatregelen. In Hoofdstuk 3 is hier eveneens nader op ingegaan. Deze kwaliteitsimpuls in de ruimtelijke kwaliteit staat minimaal gelijk aan de geboden ontwikkelingsmogelijkheden. Geconcludeerd wordt dan ook dat wordt voldaan aan de artikelen met betrekking tot de Ruimtelijke kwaliteit en de Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving. Waar - Ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden. In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheid de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn. De ontwikkelingsperspectieven geven zo richting aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaaleconomische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de – voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel).

Naast ruimte voor een lokale afweging t.a.v. functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen. Toetsing van het initiatief aan de ontwikkelingsperspectieven Ter plaatse van de gewenste groepsaccommodatie is geen ontwikkelingsperspectief van kracht. De locatie wordt omrand door de 'Zone Ondernemen met Natuur en Water buiten het Natuurnetwerk Nederland (NNN)' en 'Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap'. Er zijn gebieden binnen de Zone ONW die buiten het natuurnetwerk liggen. In deze gebieden is ruimte voor groen ondernemerschap, voor initiatieven en functies die de economische en maatschappelijke dragers zijn van de kwaliteit van natuur, water en landschap én ruimte voor continuïteit van de aanwezige landbouwfunctie. Initiatieven van bewoners en ondernemers zijn hier leidend: zij zijn eigenaar en vormgever van de omgevingskwaliteit. De na te streven kwaliteitsdoelen voor natuur en water zijn daarbij het uitgangspunt. Ondanks dat dit perspectief niet geldt voor de ontwikkellocatie sluit voorliggend voornemen hierop aan, onder meer als gevolg van de investeringen in de ruimtelijke kwaliteit.

Het ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap richt zich daarnaast op het in harmonie met elkaar ontwikkelen van de diverse functies in het buitengebied. Aan de ene kant melkveehouderij, akkerbouw en opwekking van hernieuwbare energie als belangrijke vormen van landgebruik. Aan de andere kant gebruik voor natuur, recreatie, wonen en andere bedrijvigheid. De ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, maar ook die voor de andere sectoren, wil de provincie in dit ontwikkelingsperspectief nadrukkelijk verbinden met behoud en versterking van cultuurhistorische, natuurlijke en landschapselementen. Het waterbeheer richt zich op optimale condities voor de lokaal aanwezige functies, rekening houdend met de klimaatopgave en de kenmerken van het watersysteem. Schaalvergroting in de landbouw en opwekking van hernieuwbare energie krijgen ruimte in het ontwikkelingsperspectief Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap, onder de voorwaarde van zorgvuldige inpassing in het kleinschalige landschap. Ruimte kan verdiend worden door te investeren in kwaliteitsvoorwaarden. Ondanks dat dit perspectief niet geldt voor de ontwikkellocatie sluit voorliggend voornemen hierop aan, onder meer als gevolg van de investeringen in de ruimtelijke kwaliteit.

Ter plaatse van het agrarisch perceel is eveneens de 'Zone Ondernemen met Natuur en Water buiten het Natuurnetwerk Nederland (NNN)' van kracht. Deze locatie wordt daarnaast omrand door 'Natuurnetwerk Nederland'. Buitengebied, partiële herziening nr. 10, omgeving Jacob sgat 20

(concept, versie 3)

Het agrarisch perceel is onderdeel van de investeringen in de ruimtelijke kwaliteit. Hier vinden landschapsmaatregelen plaats en het perceel wordt voorzien van een hierbij passende bestemming 'Natuur'. Voorliggend voornemen sluit dan ook goed aan op het ter plaatse geldende perspectief. Daarnaast staan binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN) sde kwaliteitsambities Natuur als ruggengraat en Continu en Beleefbaar watersysteem voorop. Behoud en versterking van de natuurkwaliteit staat centraal binnen de bestaande natuur van het natuurnetwerk. Ondanks dat dit perspectief niet geldt voor het te wijzigen agrarisch perceel sluit voorliggend voornemen hierop aan, onder meer als gevolg van de investeringen in de ruimtelijke kwaliteit. Hierdoor wordt namelijk eveneens de natuurkwaliteit ter plaatse versterkt. Hoe - Gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag. Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelijke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden.

De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in onze omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet. Toetsing van het initiatief aan de gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch cultuurlandschap, stedelijke laag en laag van beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en -opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De natuurlijke laag Het plangebied is op de 'Natuurlijke laag' van de gebiedskenmerkenkaart aangeduid met het gebiedstype 'Dekzandvlakte en ruggen'. De dekzandgronden beslaan een groot gedeelte van de oppervlakte van de provincie. De ambitie is de natuurlijke verschillen tussen hoog en laag en tussen droog en nat functioneel meer sturend en beleefbaar te maken.

Vanwege de huidige inrichting binnen het plangebied en de kleinschalige aard van de nieuwe ontwikkelingen is geen afbreuk aan de 'natuurlijke laag' te verwachten. De laag van het agrarische cultuurlandschap Het plangebied is op de 'Laag van het agrarisch cultuurlandschap' van de gebiedskenmerkenkaart aangeduid met het gebiedstype 'Oude hoevenlandschap'. Het oude hoevenlandschap heeft in essentie hetzelfde patroon en dezelfde kwaliteiten als het essenlandschap, maar is jonger, ontstaan op een kleinschaliger patroon in de ondergrond (kleine dekzandkopjes), opgebouwd vanuit individuele erven en daardoor kleiner van schaal. Binnen het plangebied wordt, wederom gezien de huidige inrichting en de kleinschalige aard van de ontwikkelingen, geen inbreuk op de laag van het agrarische cultuurlandschap verwacht. Met het ter plaatse geldende gebiedskenmerk is tevens rekening gehouden bij het bepalen van de landschapsmaatregelen (zie ook Hoofdstuk 3 Planbeschrijving). De stedelijke laag Buitengebied, partiële herziening nr. 10, omgeving Jacobsgat (concept, versie 3)

21

Het plangebied heeft op basis van de stedelijke laag van de gebiedskenmerkenkaart geen bijzondere eigenschappen. Deze gebiedskenmerken kunnen daarom buiten beschouwing blijven. De laag van beleving Het plangebied is op de 'Laag van beleving' van de gebiedskenmerkenkaart onder meer aangeduid met 'donkerte'. De donkere gebieden geven een indicatie van het rustige buitengebied van Overijssel. Het zijn relatief luwe en dunbevolkte gebieden met een lage gebruiksdruk. De ambitie is gericht op het koesteren van donkerte als kwaliteit. Het streven is gericht op het handhaven van de donkerte en, waar mogelijk, de gebieden bij ontwikkelingen nog donkerder te maken. De richting van de sturing is gericht op het minimaal toelaten van kunstlicht. Het gebruik van kunstlicht voor is voor de gewenste groepsaccommodatie onvermijdelijk. Er zal daarom rekening worden gehouden met het op de juiste manier richten van kunstlicht en beperking van het onnodig gebruik van kunstlicht, waardoor zoveel mogelijk wordt bijgedragen aan de ambitie. Het plangebied heeft op de gebiedskenmerkenkaart de 'Laag van de beleving' tevens de aanduiding 'IJssellinie inundatieveld'. Aangezien er geen uitgangspunten gelden ten aanzien van het IJssellinie inundatieveld, wordt geconcludeerd dat de voorgenomen ontwikkelingen in overeenstemming met de Laag van beleving zijn.

Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de voorgestane ontwikkelingen die met onderhavig bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt in overeenstemming zijn met het in de Omgevingsvisie verwoorde en het in de Omgevingsverordening verankerde provinciaal ruimtelijk beleid. Naast het beleid op het gebied van de ruimtelijke ordening zijn er vanuit sectoraal provinciaal beleid wettelijke verplichtingen die van invloed kunnen zijn op onderhavig bestemmingsplan. Dit betreft bijvoorbeeld wetgeving op het gebied van ecologie, archeologie en water. Deze onderwerpen worden beschreven in Hoofdstuk 5 Onderzoek.

4.4

Gemeentelijk beleid

StructuurvisieRaalte 2025+ In de op 27 september 2012 vastgestelde Structuurvisie Raalte 2025+ legt de gemeente Raalte het ruimtelijke beleid voor de periode tot 2025 vast. Waar nodig wordt verder gekeken dan 2025, vandaar de titel Structuurvisie Raalte 2025+.' De opgaven waar Raalte voor staat zijn zowel ruimtelijk als programmatisch van aard. De ruimtelijke opgaven concentreren zich met name in de kern Raalte. De programmatische opgaven zijn - geheel in de geest van deze tijd - gericht op het afwegen van de (vele) mogelijkheden voor (nieuw)bouw tegen een teruglopend programma. Tegelijkertijd wordt het op het gebied van woningbouw steeds belangrijker de bouwstroom te koppelen aan de wensen van een verouderende bevolking. Kwaliteit is daarom in alle gevallen het uitgangspunt. Dat geldt ook voor de lastige opgave waar Raalte voor staat, namelijk het zo goed mogelijk instandhouden van de voorzieningen in de kleine kernen. Voor het buitengebied volgt deze structuurvisie de lijn zoals die is uitgezet in het Bestemmingsplan Buitengebied en het Landschapsontwikkelingsplan (LOP). De combinatie tussen agrarisch gebruik, landschap en natuur wordt steeds nadrukkelijk gezocht.

Er worden verschillende deelgebieden onderscheiden, waarbij per deelgebied de volgende uitgangspunten van toepassing zijn: Agrarische gebieden met landschappelijke waarden en agrarische gebieden met landschappelijke en natuurwaarden zijn in de legenda samengevoegd. In deze gebieden wordt het agrarische gebruik afgestemd op de aanwezige landschaps- en natuurwaarden. Het gaat o.a. om gebieden met veel reliëf, zoals de essen, en gebieden met een Buitengebied, partiële herziening nr. 10, omgeving Jacob sgat 22

(concept, versie 3)

karakteristieke openheid, zoals de komgronden. Kenmerkend is de grote afwisseling tussen landbouwgronden, beplantingselementen en bosgebieden. Karakteristieke elementen in deze gebieden zijn houtwallen en -singels, steilranden en zandwegen. In gebieden die zijn aangeduid als ‘Agrarisch’ zijn de landschapswaarden eveneens van belang, maar ligt het accent meer op de agrarische ontwikkeling. Daarbij geldt geen voorkeur voor bepaalde vormen van landbouw, met uitzonering van intensieve veehouderij. Deze wordt geconcentreerd in de Landbouwontwikkelingsgebieden. De mogelijkheden voor het toevoegen van bebouwing in het buitengebied zijn beperkt. Dit kan alleen bij ‘rood voor rood’ en ‘rood voor groen’ regelingen en bij de ontwikkeling van nieuwe landgoederen. De ruimtelijke meerwaarde van deze maatregel is over het algemeen groot. Als nieuwe bebouwing aan de orde is, gaat de voorkeur uit naar de dekzandruggen. Hiermee wordt beoogd de van oudsher aanwezige contrasten tussen de dekzandruggen, dekzandvlaktes en dekzandlaagtes te behouden en te versterken. Raalte heeft een aantrekkelijk landschap en trekt daarmee veel recreanten die enkele dagen in de omgeving blijven om te fietsen en te wandelen. Verschillende recreatieve voorzieningen in de gemeente sluiten hier op aan.

Zeker in vergelijking met omliggende gemeenten liggen er mogelijkheden om het recreatieve gebruik verder uit te bouwen, waarbij met name de fraaie landschappelijke overgang tussen de Sallandse Heuvelrug en de IJssel kan worden benut. Een goed evenwicht tussen recreatieve ontwikkelingen en andere belangen in het buitengebied staat daarbij voorop. Het gaat dan onder andere om natuurwaarden, het behouden van de landgoederen als samenhangende eenheden en algemene waarden als rust, stilte en duisternis. In de dekzandvlaktes en -laagtes liggen goede mogelijkheden voor de uitbouw van het recreatieve netwerk, voor zowel toeristen als de eigen inwoners. De gemeente Raalte heeft de ambitie om een grotere rol te spelen op het gebied van toerisme en recreatie dan op dit moment het geval is. Het gaat daarbij zowel om het vergroten van het aantal recreanten als het verhogen van de gemiddelde besteding per recreant, die in Raalte wat achterblijft bij het landelijke gemiddelde. Om deze sterkere positie op het gebied van toerisme en recreatie te realiseren wil Raalte nog meer dan nu gebruik maken van de bijzondere ligging van de gemeente, op de overgang van de Sallandse Heuvelrug naar de IJsselvallei. Een toename van toerisme en recreatie zal echter altijd aan grenzen gebonden zijn. Uitgangspunt is namelijk het behoud van de rust, kwaliteit en identiteit van het Raalter buitengebied.

De gemeente Raalte heeft niet de intentie hierbij de bovengrens op te zoeken. Met de voorgestane ontwikkeling wordt een kwaliteitsverbetering van het terrein Jacobsgat voorgestaan. Dit zowel op het front van landschappelijke inpassing, als van de toeristische/recreatieve functie. De ontwikkeling is daarmee in overeenstemming met het beleid uit de Structuurvisie Raalte 2025+. Economische beleidsvisie 2005-2020 In de economische beleidsvisie is een lange termijnvisie gedefinieerd: "Waar willen de gemeente Raalte en haar partners de komende 15 jaar naar toe…? Waar moeten we staan met elkaar…?". Er zijn drie hoofddoelen gedefinieerd: de regionaal verzorgende en schragende functie van Raalte vereist een aanpak die voornamelijk is gericht op bestendigen en beheerst uitbouwen van de traditionele bedrijvigheid; de gemeente wil haar kansen op het gebied van recreatie en toerisme gaan benutten; het winkelaanbod van Raalte zal toewerken naar een onderscheidend vermogen ten opzichte van vergelijkbare winkelharten. De reikwijdte van deze visie is opgedeeld in ontwikkelprogramma's. Om lijn te brengen in de activiteiten van de gemeente Raalte en haar partners wordt gewerkt langs een aantal Buitengebied, partiële herziening nr. 10, omgeving Jacobsgat (concept, versie 3)

23

programmalijnen: het netwerk: de wijze waarop samen met ondernemers en andere partners aan de economie wordt gewerkt; de wijze waarop ruimte wordt gecreëerd voor de vestiging van bedrijven; een aantal thema's: werkgelegenheid en arbeidsmarkt, centrumfunctie, reconstructie platteland en toerisme en recreatie. De economische beleidsvisie geeft primair inhoud aan de economische visie voor de komende jaren. Daarbij is zoveel mogelijk aangegeven met welke projecten het thema verder uitgewerkt zou kunnen worden in samenwerking met betrokkenen. Er wordt gestreefd naar een onderscheidend vermogen dat kan worden bewerkstelligd met een kwalitatieve toevoeging van horeca. Dit beleid bevat geen specifieke punten die relevant zijn voor voorliggend bestemmingsplan. Beleidsplan Recreatie & Toerisme 2017-2020 Dit beleidsplan geeft de visie op de ontwikkeling van toerisme en recreatie in de gemeente Raalte. De gemeente spreekt de ambitie uit om meer banen, overnachtingen en bestedingen te realiseren binnen de gemeente. Daarbij staat de ondernemer centraal en verbindt en faciliteert de gemeente. De gemeente stimuleert een nauwere samenwerking binnen het toeristisch werkveld. Voor Salland, en daarmee voor Raalte, zijn rust, ruimte, en een aantrekkelijk en afwisselend landschap belangrijke kenmerken.

Ondernemers die kwaliteitsverbeteringen willen doorvoeren in hun bedrijf wil de gemeente dan ook zo veel mogelijk de ruimte geven. Naast de kwaliteit van de toeristische bedrijven is het gevarieerde landschap een eigenschap die Raalte als bestemming aantrekkelijk maakt. Bij ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied is het daarom van belang om hier kansen van te maken. Dit betekent dat, naast dat nieuwe ontwikkelingen in het buitengebied passend moeten zijn in de omgeving en altijd zorgvuldig in het landschap moeten worden ingepast, we kansen moeten oppakken om juist dit landschap te vermarkten. De gemeente zet primair in op het behoud van de diversiteit en het op peil houden van de kwaliteit van de verblijfsaccommodaties binnen de gemeente. Ruimtelijke ontwikkelingen, zo ook ontwikkelingen bij recreatieve bedrijven, vinden vrijwel altijd plaats in een omgeving waarin ook andere functies/belangen een rol spelen. Hierna wordt ter toelichting een aantal voorbeelden gegeven van aspecten die aan bod komen bij de vraag of een ontwikkeling passend is in de omgeving: Omliggende functies: beoordeeld wordt of de beoogde ontwikkeling zich op een goede manier verhoudt tot omliggende functies zoals woningen en (agrarische) bedrijven.

Verkeer: is de infrastructuur berekend op het extra verkeer dat verband houdt met het nieuwe bedrijf of de uitbreiding? Is de locatie adequaat ontsloten? Landschap: bij ontwikkelingen in het buitengebied wordt beoordeeld of de beoogde locatie landschappelijk gezien geschikt is. Het fraaie landschap is één van de zaken die Salland voor bezoekers aantrekkelijk maakt en we willen het kind niet met het badwater weggooien. Het landschapontwikkelingsplan (LOP) (en provinciaal beleid) geeft richtlijnen op basis waarvan wordt beoordeeld of de ontwikkeling vanuit landschappelijk perspectief passend is op de beoogde locatie en zo ja: hoe de nieuwe ontwikkeling zich goed in het landschap kan voegen. Natuur/milieu: zijn er natuurwaarden in de omgeving waar rekening mee moet worden gehouden? Voldoet het plan aan geldende milieunormen/regels? Bovenstaande criteria zijn veelal kwalitatief van aard en de relevantie van een specifiek aspect zal per ontwikkeling verschillen. De beoordeling van een concreet initiatief blijft daarom altijd maatwerk. Daarbij kan ook een afweging van belangen aan de orde zijn. Buitengebied, partiële herziening nr. 10, omgeving Jacob sgat 24

(concept, versie 3)

De beoogde ontwikkeling betreft met name een (noodzakelijke) kwaliteitsverbetering van de verblijfsvoorzieningen. Hiervan is sprake doordat er als gevolg van de ontwikkeling een ruimere opzet per slaapplaats mogelijk wordt. Hierbij is geen sprake van een kwantitatieve uitbreiding (aantal toegestane slaapplaatsen op het terrein blijft gelijk). Onderdeel van dit plan is eveneens een investering in het kader van de Kwalitateitsimpuls Groene Omgeving (Bijlage 1). Hierbij wordt gericht op een landschappelijke kwaliteitsverbetering op het terrein van Jacobsgat en het agrarisch perceel ten zuidwesten hiervan (natuurontwikkeling). De ontwikkeling is dan ook in lijn met het Beleidsplan Recreatie & Toerisme 2017-2020.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Raalte&id=9a6c013d-73c8-4b50-b1bf-79aa06612a16