CConstaterende datPutten
Koppel je AI →
Document · PDF

Vertrekpuntennotitie Landelijk Gebied Noord Veluwe

Commissie Ruimte 23 januari 2024, gemeente PuttenBij agendapunt: Vertrekpuntennotitie landelijk gebied Noord Veluwe28.588 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Landelijk Gebied Noord Veluwe Onderdeel van het Vitaal Landelijk Gebied Gelderland

Vertrekpuntennotitie

Colofon

Titel

:

Vertrekpuntennotitie Landelijk Gebied Noord Veluwe – onderdeel van het VLGG

Status

:

Werkdocument

Contact

:

Fiona van der Burgt

Datum

:

10 november 2023 (inhoudelijke versie: 8 juli 2023)

Email

:

fiona.vanderburgt@overmorgen.nl

1

Inhoudsopgave Samenvatting

3

1.

Inleiding

5

2.

Het gebied en haar stakeholders

10

3.

Beleidsopgaven voor het gebied

20

4.

Kansen en spanningen

44

5.

Gebiedsvisie en oplossings- richtingen

54

6.

Gebiedsprogramma

58

7.

Ontwikkelpad

70

Bijlage 1: Geraadpleegde bronnen

74

Bijlage 2: Gesproken partijen (voorjaar 2023), overleggen en klankbordgroepen

75

Bijlage 3: Data en methoden stikstofanalyse

77

Bijlage 4: Bronnen voorbeelden visie landbouwtransitie

80

2

Samenvatting In het landelijk gebied van de Noord Veluwe ligt een forse stapel aan opgaven voor stikstof, natuur, water, klimaat en landbouw. Het is waarschijnlijk dat er een grote transitie in het landelijk gebied van de Noord Veluwe zal plaatsvinden. Er moeten slimme keuzes gemaakt worden wat past en kan in de ‘smalle strook van wonen en werken’ die is ingeklemd tussen de Natura2000 gebieden. De stikstof- en waterdoelen lijken met het nemen van de juiste maatregelen binnen doelbereik te zijn, maar voor de klimaatdoelen geldt dat (in de agrarische sector) nog lang niet. Voor veel agrarische bedrijven heerst grote onzekerheid over hun toekomst. Alle bedrijven in de Noord Veluwe liggen binnen 25km vanaf het stikstofgevoelige Natura2000 gebied en het merendeel komt derhalve in aanmerking voor de regeling piekbelasters. Als veel boeren in het gebied hiervan gebruik willen maken, kan het landelijk gebied er al op korte termijn zeer anders uit komen te zien. De regio Noord Veluwe kan en wil zelf sturing blijven geven aan de toekomst van haar landelijk gebied. De regio heeft in het verleden al andere grote transities ondergaan. Dit document helpt om sturing te geven aan de transitie waar de regio nu voor staat. Deze vertrekpuntennotitie visualiseert de Noord Veluwe aan de hand van een zonering waar in verschillende mate ruimte is voor water, natuur en agrarische activiteiten.

In deze vertrekpuntennotitie is aan de hand van deze visie het volgende verder uitgewerkt: • • •

Uitvoering aan de hand van een natuur- en landbouwprogramma en verschillende gebiedsprocessen Benodigd beleid en instrumentarium Manier van samenwerken

In het natuurprogramma worden maatregelen uitgewerkt die vanuit de balans tussen bodem- water en natuur werken aan herstel van het bodem- en watersysteem. Het benoemt maatregelen rondom het verbeteren van de infiltratie van regenwater en verminderen van verdamping, het verhogen van het grondwaterpeil en verminderen van onttrekkingen, een vergroting van het areaal natuur, diversificatie en verjonging van het bos, het versterken van bufferzones tussen natuur en landbouw, het versterken en toevoegen van landschapselementen en -in de lage delen- vernatting en het verhogen van het waterpeil. Met

3

deze maatregelen wordt bijgedragen aan een grote variëteit aan maatschappelijke doelen, zoals natuurherstel, biodiversiteit, waterkwaliteit, klimaatadaptatie, groenblauwe dooradering etc. Wat betreft landbouw ligt het perspectief in maatwerk per bedrijf en een diversiteit van agrarische bedrijfsmodellen. De in de visie voorgestelde zoneringen geven aan welk type bedrijfsmodellen en agrarische ontwikkelingen zouden passen in het gebied. De sector produceert voedsel en duurzame bouwmaterialen en doet dat op een wijze die past binnen de grenzen van het bodem-, water- en natuursysteem. De sector als geheel wordt daarvoor gewaardeerd (zowel in financiële als spreekwoordelijke zin). Individuele ondernemers kiezen op welke manier zij daaraan bijdragen. Het landbouwprogramma bevat maatregelen voor stoppers, maatregelen voor blijvers die management aanpassingen en innovaties willen doen in hun bedrijfsvoering en maatregelen voor “nieuwe” blijvers; ondernemers die een grote transformatie in hun bedrijfsmodel willen realiseren. Daarbij is het belangrijk te realiseren dat stikstofreductie niet het enige doel is; ontwikkelingen in de sector dragen ook bij aan de waterkwaliteitsdoelen, vermindering van broeikasgassen (methaan, lachgas en CO2) en CO2-vastlegging.

De puzzel wordt gelegd in lokale gebiedsprocessen waarvan al enkele succesvol lopen (GEUS, Vier Merken, Veenhuizerveld en Hoenwaard), en in de toekomst nieuwe zullen starten. In de gebiedsprocessen worden ook de relaties gelegd naar andere opgaven die er spelen zoals energie en woningbouw. Het gebied kent van oudsher vele landgoederen, waarvan het model (alles gecombineerd, integraal, lokaal) als voorbeeld kan dienen of waar men van kan leren of op kan teruggrijpen. In de gebiedsprocessen wordt samen, integraal, gebiedsgericht gekeken hoe alle maatschappelijke opgaven het beste ingevuld kunnen worden. De transitie in de Noord Veluwe is omvangrijk en moet voldoende gefaciliteerd wordt met beleid en instrumentarium. Op dit moment ontbreekt het nog aan voldoende instrumentarium om de benodigde transitie in het buitengebied aan te jagen. Dit betekent dat de overheid aan zet is om de randvoorwaarden te creëren waardoor de transitie kan slagen. Hiervoor zal gekeken moeten worden wat er vanuit de provincie en het Rijk ontwikkeld worden. Onder beleid en instrumentarium zijn er op dit moment vijf concrete ideeën om op korte termijn, in de regio, mee te starten: een aanvulling op de piekbelastersregeling, een grondbank en -fonds, versnelling van het VAB-beleid, ontwikkelen beleidskaders voor het landschapsmodel en regelingen voor extensieve/natuurinclusieve agrarische bedrijfsvoering.

Ook moet de (rijks)overheid aangeven wanneer het goed genoeg is: er is behoefte aan heldere kaders en doelstellingen specifiek voor de regio. Er is een grote noodzaak tot uitvoering en aan de slag gaan samen met het gebied. Het initiatief ligt bij de zeven gemeenten van het gebied. De programma’s en gebiedsprocessen krijgen richting van “onderop” vanuit het gebied. Op lokaal niveau wordt de verbinding gevonden en het eigenaarschap gevoeld. Van bovenaf wordt gestuurd op duidelijke kaders en doelen. Dit wordt vormgegeven in het bestuurlijk overleg van de zeven portefeuillehouders van de gemeenten. Hierbij sluiten de provincie en waterschap waar nodig aan. Er is een ambtelijke kerngroep als ambtelijke tegenhanger van het BO die de beleidsdoelstellingen en specifieke uitwerking van regelingen aanjaagt. In de eerste fase zal een kwartiermaker aan de slag kunnen met het optuigen van de programma’s en de manier van samenwerken. De kwartiermaker draagt vanaf 2024 het stokje overdraagt aan een programma-manager. Zo kan de regio sturing en uitvoering geven aan een toekomstbestendig, vitaal landelijk gebied.

4

1. Inleiding Dit document is het resultaat van een periode waarin de Noord Veluwe werkt aan een verkenning van de opgaven in het landelijke gebied, en met name de aanpak van stikstof. Het betreft de thema’s natuur en biodiversiteit, stikstof, water en bodem, klimaat en landbouw. De inhoud is tot stand gekomen via een Gebiedsgerichte Aanpak (GGA), samen met de gebiedspartners. Deze rapportage is opgesteld door adviesbureau Over Morgen. De verkennende periode liep van januari tot juli 2023. Het Rijk zet sterk in op gebiedsgerichte aanpakken om tot oplossingen voor stikstofproblematiek te komen. De provincies, en daarmee ook de provincie Gelderland, gaan een ruimtelijk perspectief opstellen om dit handen en voeten te geven. In het najaar van 2023 moet dit gereed zijn en bij het Rijk worden ingeleverd. Tegelijkertijd en in samenhang hiermee levert de provincie levert tegen de zomer van 2023 de Gelderse invulling van het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) op. In Gelderland heet dat Vitaal Landelijk Gebied Gelderland (VLGG). Verder houdt Gelderland vast aan de aanpak van de Gelderse Maatregelen Stikstof waarbij gezocht wordt naar een verbreding van de stikstofopgave in relatie tot water, wonen en CO2-reductie.

Er gaan veel (nationale) middelen beschikbaar komen vanuit het NPLG (Transistiefonds Landelijke Gebied) die voor een aanzienlijk deel ook in de nabijheid van de Veluwe als grootste Natura 2000 gebied kunnen gaan landen. Bij het inzetten van deze middelen zal het niet alleen gaan om het aanpakken van (lokale) knelpunten. Het combineren van de stikstofopgave met andere opgaven zoals waterkwaliteit en klimaat, betekent automatisch een grotere noodzaak tot een meer integrale, gebiedsgerichte aanpak. 1.1. Doel van deze vertrekpuntennotitie De regio Noord Veluwe kan en wil zelf sturing blijven geven aan de toekomst van de Noord Veluwe. Op 21 oktober 2022 in een bestuurlijk overleg met alle wethouders en de gedeputeerde hebben de NoordVeluwse gemeenten uitgesproken de komende maanden als regio proactief aangehaakt te willen zijn bij deze ontwikkelingen en zelf mede invulling te geven aan een gebiedsgerichte aanpak in deze regio. De provincie ondersteunt deze proactieve houding van harte en benadrukt de samenwerking van de NoordVeluwse gemeenten en het waterschap. Met dit plan wordt een visie gedeeld voor de toekomst van het landelijk gebied in deze regio, en concrete programma’s, maatregelen, beleid en instrumentarium om de transitie naar dat toekomstbeeld in te gaan zetten. De provincie Gelderland kan met dit plan een concrete invulling voor deze deelregio geven aan hun VLGG.

Tevens worden de inzichten en kaarten uit dit plan gedeeld in de regiotafels EHZ+P en Kop van de Veluwe, waar de NPLG-doelen en opgaven geïntegreerd worden met de doelen op wonen en de energietransitie om te komen tot ruimtelijke perspectief voor EHZ+P en Kop van de Veluwe. Dit werkdocument is een weergave van de opgedane inzichten en bijeengebrachte informatie uit analyses, klankbordgroepen en bilaterale gesprekken met gebiedspartijen. De provincie Gelderland neemt kennis van dit proces en de vertrekpuntennotitie. Dit document heeft (datum: 10 november 2023) geen formele status. 1.2. Nationale ontwikkelingen Landelijk Gebied Nederland staat voor een uitdagende transitie van het landelijk gebied. Het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) bepaalt in belangrijke mate de nationale doelen en de reikwijdte van de thema’s natuur en biodiversiteit, stikstof, water en bodem, klimaat en landbouw. Hoe en wanneer deze doelstellingen

5

bereikt kunnen worden, wordt door overheden, ondernemers en maatschappelijke organisaties samen vormgegeven, op verschillende schaalniveaus. Het Rijk heeft alle provincies gevraagd om een Provinciaal Gebiedsprogramma op te stellen. Hierin stellen de provincies per gebied de doelen voor stikstof, natuur, water, klimaat en bodem vast. De provincies zijn gevraagd deze programma’s op 1 juli 2023 aan te leveren bij het Rijk. Het Rijk NPLG toetst of de provinciale programma’s optellen tot het landelijke doel van minder stikstofemissie in 2030/2035 en het halen van de instandhoudingsdoelen. In het najaar van 2023 wordt het eerste NPLG vastgesteld en wordt (meer) duidelijk welke instrumenten in te zetten zijn bij de transitie in het landelijk gebied. Gedurende het opstellen van deze vertrekpuntennotitie is er op nationaal niveau ook gewerkt aan het landbouwakkoord. Dit moest tot “duidelijkheid, zekerheid en rust” leiden voor de agrarische sector. Op woens-

dag 21 juni is besloten om te stoppen met het proces. Tot slot is in de afrondende weken van het opstellen van deze vertrekpuntennotitie bekend geworden hoe de piekbelastersregeling eruit ziet en is die ook opengesteld. Deze regeling is een eenmalige vrijwillige regeling voor ondernemers die piekbelaster zijn, wil het kabinet op korte termijn een forse reductie van de stikstofneerslag realiseren. Door een brede groep piekbelasters te vragen keuzes te maken tussen fors verduurzamen, verplaatsen, of vrijwillig stoppen. Op basis van de huidige beschikbare informatie (eind juni 2023) blijkt dat een groot deel van de Noord Veluwse boeren hiervoor in aanmerking kan komen. 1.3. De Gelderse aanpak Het perspectief van de provincie Gelderland is een gezond, vitaal en leefbaar landelijk gebied met een duurzame land- en tuinbouw, gezonde natuurgebieden, groene industrie, wonen, werken en recreëren met de natuur, schoon en voldoende water en voorbereid op de klimaatverandering. De kenmerken en de identiteit van onze Gelderse gebieden staan hierbij centraal. De Provincie Gelderland werkt samen met stakeholders binnen regio, aan aanvullende maatregelen die gericht zijn op het versterken van de natuur en het verminderen van de stikstofdepositie. Daarvoor is de aanpak Gelderse Maatregelen Stikstof (GMS) opgesteld.

In de vervolgfase zet de provincie in op de creatie van uitvoeringsallianties voor de Veluwe, Achterhoek en Rijntakken. Deze allianties moeten voor de realisatie van de gestelde ambities zorgen. De Gelderse stikstofaanpak heeft laten zien dat de provincie samen met alle betrokkenen werkt aan gedragen oplossingen voor een complexe problematiek. In het Programma Vitaal Landelijk Gebied Gelderland (VLGG) kiest de provincie voor verbreding van deze aanpak met klimaat en water en met een perspectief voor de landbouw. Dit is in lijn met het NPLG. Met het Vitaal Landelijk Gebied Gelderland voor 2024-2035 geeft de provincie invulling aan de doelen en ambities in het landelijk gebied voor natuur, water, klimaat en landbouw. Dit wordt uitgewerkt voor de Veluwe met de omliggende valleien, de Achterhoek & Liemers en het Rivierengebied als de meest kenmerkende landschappelijke eenheden (bodemwatersystemen) van Gelderland. Hiermee wordt het VLGG een belangrijke bouwsteen voor de transitie in het landelijk gebied van Gelderland. Gelderland heeft veel ambities, zoals woningen bouwen, de energietransitie, natuur herstellen en landbouw duurzamer maken. Als dat allemaal gerealiseerd wordt, moet de provincie bijna twee keer zo groot zijn. Er moeten dus slimmere keuzes en combinaties gemaakt worden. Dit wordt gedaan aan de regiotafels en uitgewerkt in een regioarrangement.

Per regio wordt gekeken wat er qua karakteristieken in de regio hoort daarbij en welke activiteiten en inrichting daarbij passen. De provincie heeft de regie, omdat het totaal van de regio’s een samenhangend geheel moet opleveren. Voor de Noord Veluwe rand gaat het om de regiotafels EHZ+P (Ermelo-Harderwijk-Zeewolde plus Putten) en de Kop van de Veluwe (Hattem, Oldebroek, Elburg, Nunspeet). De beleidsanalyse, kansen en knelpunten die geformuleerd zijn in deze vertrekpuntennotitie, worden op dit niveau geïntegreerd en afgewogen met andere opgaven zoals de 6

energietransitie en woningbouw. Figuur 1 geeft in een organogram weer hoe deze GGA zich verhoudt tot andere processen in de provincie.

Figuur 1: Organogram hoe deze GGA zich verhoudt tot het VLGG en de Regiotafels, en meer lokale gebiedsprocessen waaronder Geus.

1.4. Afbakening van het gebied Dit is een vertrekpuntennotitie voor de regio Noord Veluwe. Het gebied bestaat uit zeven gemeenten: Hattem, Oldebroek, Elburg, Nunspeet, Harderwijk, Ermelo en Putten en vallen onder het waterschap Vallei en Veluwe. Vanuit een geografisch standpunt wordt de regio Noord Veluwe omringd door drie grote Natura2000 gebieden (Veluwe, Randmeren, Rijntakken) (zie figuur 2).

Figuur 2: Gebied Noord Veluwe en Natura2000 gebieden.

7

Met name de flora en fauna op de Veluwe is gevoelig voor de neerslag van stikstof. Naast het beschermen van dit unieke stukje natuur wil de regio Noord Veluwe ruimte blijven bieden voor ontwikkeling op de thema’s werken, wonen en recreëren. Dat maakt het vinden van toekomstbestendige oplossingen een complexe uitdaging. De zeven Noord-Veluwse gemeenten vinden het belangrijk om verder te kijken dan sectorale maatregelen of alleen de stikstofproblematiek. Er komen namelijk allerlei transities op de regio af; van woningbouwopgaves tot regionale energiestrategie en van verduurzaming van de landbouw tot veerkrachtig maken van landgoederen. Het gebied moet centraal komen te staan. De uitdaging is de juiste ontwikkeling op de juiste plek te krijgen. 1.5. Onze werkwijze De vertrekpuntennotitie is tot stand gekomen in een gebiedsgerichte aanpak. Dit document moet het verhaal vertellen van en voor het gebied. De inhoud is tot stand gekomen door bureaustudie, data-analyse, 1-op-1 gesprekken met de verschillende partijen uit het gebied en gebiedssessies. Voor een overzicht van de geraadpleegde bronnen, zie bijlage 1. Voor een overzicht van de bilaterale gesprekken, die zie bijlage 2. In mei/juni hebben vier gebiedssessies plaatsgevonden met drie “klankbordgroepen” met belanghebbenden uit het gebied op de thema’s natuur & water, landbouw en een integrale sessie.

Op deze sessies is het de opzet van de vertrekpuntennotitie getoetst met het gebied: agendeert het voldoende wat er in het gebied moet gaan gebeuren? Deelnemers van deze sessies zijn meegenomen in de beleidsopgaven voor het gebied. Ze zijn bevraagd op projecten en maatregelen: wat moet er gebeuren? En wat heb je nodig aan instrumentarium? Deze sessies met de drie werkgroepen zijn geen volwaardig participatietraject. Dat zal plaats moeten vinden bij specifieke, lokale gebiedsprocessen die dit document agendeert voor de toekomst. De opbouw van het document is als volgt:

Het gebied en haar karakteristieken (Hoofdstuk 2) Om te weten welke (on)mogelijkheden er in het gebied zijn voor toekomstige ontwikkelingen, is het belangrijk om op te halen wat de karakteristieken zijn van het gebied en welke partijen actief zijn in het landelijk gebied. Wat zijn de waarden en wensen van de mensen die in het gebied wonen, werken en leven? Dit hoofdstuk beschrijft de resultaten van 1-op-1 gesprekken met de belangrijkste gebiedspartners en bureau-analyse.

Beleidsopgaven (Hoofdstuk 3) In het gebied is een eenduidige boodschap nodig. De beleidsopgaven moeten helder zijn en inzicht geven wat er de komende jaren op het gebied af komt. Dit inzicht maakt het voor mensen en bedrijven mogelijk om afwegingen te maken over de toekomst die ze voor zich zien, welke ontwikkelpaden daarbij horen (denk aan investeren en groeien, alternatieve verdienmodellen ontwikkelen, stoppen of verplaatsen). Voor veel onderwerpen zijn de opgaven op dit moment nog niet inzichtelijk genoeg. In de Gelderse Statenbrief “Perspectief voor vitaal Gelders landelijk gebied” worden doelen en uitgangspunten benoemd. Dit hoofdstuk maakt de vertaling daarvan voor de Noord Veluwe zo scherp mogelijk. Het schetst puur de opgave, en gaat nog niet in op oplossingsrichtingen.

Kansen en spanningen (Hoofdstuk 4) Sommige beleidsopgaven zijn onderling strijdig met elkaar, andere versterken elkaar. Door de beleidsopgaven met elkaar en met de waarden en wensen uit het gebied te confronteren, ontstaat een totaalbeeld van waar kansen liggen en waar spanning zit. Het hoofdstuk bevat een analyse van de stikstofdoelen. We brengen de beschikbare kennis samen en blijven zo feitelijk mogelijk. Merk op dat dit plan geen uitgebreid onderzoek bevat, maar wel met behulp van data probeert een kwantitatieve onderbouwing te geven. De gebruikte data zijn altijd openbaar, en de cijfers kunnen gelezen worden als een orde van grootte. 8

Gebiedsvisie en oplossingsrichtingen (Hoofstuk 5) Vanuit deze kansen en spanningen formuleren we oplossingsrichtingen. We kijken via een gezoneerde visie op de Noord Veluwe naar welke activiteiten waar kunnen plaatsvinden.

Gebiedsprogramma (Hoofdstuk 6) Hoofdstuk 6 bevat het gebiedsprogramma op hoofdlijnen: wat is er nodig qua maatregelen, lokale gebiedsprocessen, manier van samenwerken, beleid, instrumenten, capaciteit en middelen? Hiermee maakt de provincie aanspraak op de middelen uit het Transitiefonds (€24,3 miljard op Rijksniveau). Dat is nodig om gebiedspartners en ondernemers in het gebied perspectief te kunnen geven om hun aandeel te hebben in het bereiken van de doelen van het NPLG.

Ontwikkelpad (Hoofdstuk 7) Het laatste hoofdstuk geeft inzicht in welke stappen in de tijd worden genomen en een reflectie op het doorlopen proces.

9

2. Het gebied en haar stakeholders 2.1. Gebiedskarakteristieken- en waarden De Noord Veluwe is een landelijk gebied met bosrijk natuurlandschap, agrarische benutting en verschillende kleinere steden en dorpen. Cultureel is het gekenmerkt door drie Hanzensteden (Elburg, Harderwijk en Hattem) en rijk aan toeristen die voornamelijk komen voor bezoeken aan de natuur van de Veluwe en de Randmeren. Het landschap van de Noord Veluwe kent een sterk hoogteverschil, van de stuwwal via het van oudsher kleinschalig singellandschap op de overgang, naar de open landbouwpolders langs de voormalige Zuiderzee. De bodem is in een groot deel van het gebied zanderig, maar langs de randen is moerige grond, veen en op sommige plekken klei te vinden. Aan de westrand liggen de Randmeren en aan de noordrand is het gebied begrensd door de IJssel. In de zone langs de randmeren bevinden zich ook polderlandschappen, onder meer de polders Oosterwolde, Hattem en Veluwse polder. Meer landinwaarts wordt het gebied gekenmerkt door landbouw gevolgd door de natuur van de Veluwe, waarom het gebied bekend staat. Elburg en Harderwijk zijn markante steden aan het water, gemeenschappen die van oudsher sterk verbonden waren met de beroepsvisserij en handelsvaart. De andere kernen liggen in de Veluwerand, op de overgang van hoge naar lage gronden.

In het gebied vind je de vele grotere en kleine woonkernen en dorpen; Hattem, Hattemerbroek, Wezep, Oosterwolde, Kerkdorp, Noordeinde, Oldebroek, Het Loo, Elburg, Hoge Enk, Doornspijk, ’t Harde, Nunspeet, Elspeet, Vierhouten, Hulshorst, Hierden, Harderwijk, Ermelo en Putten. In het gebied bevinden zich diverse landgoederen, waaronder Landgoed Staverden, Landgoed Morren, Landgoed Zwaluwenburg, Landgoed Hulshorst en Schovenhorst. De landgoederen in het gebied verschillen van grote en toegankelijkheid. Het gebied heeft in het verleden al vele transformaties doorgemaakt, zie bijvoorbeeld figuur 3. Op de kaart zie je de snelle overgangen in het landschap van kust, polders, kleinschalig agrarisch coulisselandschap naar bosrijke natuur en hei. De voedselarme zandgronden lenen zich niet goed voor akkerbouw. Vorige eeuw is hier met actieve steun van de overheid ingezet op de niet-grondgebonden veehouderij. Op plekken waar voorheen hooguit schapen konden grazen, ontstond een florerende sector. Met de komst van het IJsselmeer en daarna het aanleggen van de Flevoland verloren de steden hun positie aan de kust. De beroepsvisserij en handelsvaart en allerlei daaraan gelieerde ambachtelijke ketens zagen zich gedwongen om een radicale transitie door te maken (met compensatie vanuit het Rijk).

De eendenhouderij rondom Harderwijk herinnert aan deze periode: de eenden waren een nieuw verdienmodel voor de voormalige schippers van Harderwijk. Defensie was altijd heel groot in het gebied met vele kazernes in Harderwijk, Ermelo en Oldebroek. Vandaag de dag worden er nieuwe bestemmingen voor deze kazernes gevonden voor andere bedrijvigheid.

Figuur 3: Uitsnede van de kaart van het gebied rond Harderwijk/Hierden 100 jaar geleden. Bron: toporeis

10

2.1.1. Landbouwanalyse Het gebied kent verschillende landbouw-typen en bedrijven1 (tabel 1 en tabel 2). De nadruk ligt in het gebied op de veehouderijen: van de 709 agrarische bedrijven in het gebied, zijn 65 (9%) gericht op akker- of tuinbouw. Rondom Elburg en Oldebroek bevinden zich grootschalige grondgebonden bedrijven. Dit wordt afgewisseld met niet-grondgebonden veehouderijen. In de rest van het gebied zijn de bedrijven over het algemeen klein(er), met een afwisseling tussen pluimvee, vleeskalveren, geiten etc. Putten en Oldebroek hebben van de zeven gemeenten het grootste agrarische areaal (tabel 1). Tabel 1. Aantal bedrijven in 2020, landbouw en veehouderij per gemeente en totalen. CBS 2022.

Gemeente

Rundvee

Pluimvee

Varkens

Overig vee

Glastuinbouw

Tuinbouw

Akkerbouw

Totaal

Elburg

Vleesvee 24

Melkvee 18

1

1

39

2

3

11

99

Ermelo

28

12

2

3

28

1

2

5

82

Harderwijk

9

3

1

0

9

1

2

3

27

Hattem

7

6

0

1

12

0

1

2

28

Nunspeet

30

19

1

2

35

1

3

11

101

Oldebroek

29

39

4

3

67

1

3

13

160

Putten

46

41

14

13

69

0

20

20

212

Totaal

173

139

22

22

260

6

34

65

709

Tabel 2. Hectare bouwland en grasland per gemeente en totalen. Op basis van aantal bedrijven in 2020. CBS 2022.

Gemeente

Bouwland (Incl. braakland en overige) in hectares

Grasland in hectares (excl. groenvoedergewassen)

Totaal

Elburg 496 1918 2414 Ermelo 254 1031 1281 Harderwijk 67 296 364 Hattem 107 812 919 Nunspeet 412 1798 2210 Oldebroek 546 3546 4088 Putten 990 3082 4072 Totaal 2.864 12.483 15.348 In het gebied heeft enkele jaren geleden een grootschalige herverkaveling plaatsgevonden. Er wordt ingezet op extensivering van de melkveehouderij in dit gebied. Bedrijfsopvolging is een aandachtspunt, tabel 3 laat zien dat een aanzienlijk percentage van de bedrijven (27%) tot dusverre geen opvolging heeft.

1 Het is van belang om een kanttekening te plaatsen bij de genoemde cijfers, gezien de best beschikbare data gaat over de jaren 2020 en 2021 en er

vele veranderingen in de afgelopen twee jaar hebben plaatsgevonden. Deze veranderingen betreffen de aantallen bedrijven, de manier van bedrijfsvoering en welke vergunningen daadwerkelijk nog worden gebruikt. De analyse is gebaseerd op openbare date, bij gemeenten zelf is er specifiekere/meer up-to-date data beschikbaar. Deze analyse is dus een indicatie van wat er in het gebied speelt.

11

Tabel 3. Aantal bedrijven van stoppers 55+ (zonder opvolging) areaal cultuurgrond 2020, per gemeente en totalen. Deze tabel is op basis van de landbouwtelling. DASH 2021.

Gemeente Elburg Ermelo Harderwijk Hattem Nunspeet Oldebroek Putten Totaal

Aantal bedrijven

Oppervlakte in hectare

42 23 11 12 37 54 58 237

588 290 154 229 445 886 736 3328

Tabel 4 geeft inzicht in de latente ruimte bij stal en mestopslag per gemeente, hier zal verder op in worden gegaan in sectie 3.2.1. Tabel 4: Overzicht van latente ruimte bij stal en mestopslag per gemeente in kg NH3.

Gemeente

Stal en mestopslagemissie NH3 (DASH, 2020) (kg NH3)

Vergunde NH3 emissies t/m 2019 (I-GO) (kg NH3)

Vergunde NH3 emissies t/m 2023 (I-GO) (kg NH3)

Latente ruimte bij stal en mestopslag (kg NH3)

Elburg

90.674

93.921

93.921

3.247

Ermelo Harderwijk

124.337 39.324

196.518 76.480

196.518 78.856

72.181 37.156

Hattem Nunspeet Oldebroek

22.284 114.813 153.159

28.831 131.125 189.376

28.831 131.125 189.376

6.547 16.312 36.217

Putten Totaal

393.279 937.871

476.012 1.150.09

484.198 1.160.65

82.733 212.228

2.1.2. Economische landbouwanalyse De aanwezigheid van de agrarische sector is zichtbaar door het aandeel landoppervlak: 28% van de totale hectare van de Noord Veluwe is agrarisch cultuurland (variërend van 8% in Harderwijk tot 48% in Putten). Daarnaast is de agrarische sector economisch aanwezig. De primaire agrarische sector is goed voor 2,8% van de totale werkgelegenheid in de regio. Het bredere agro-complex voor 8,8%. Een grove schatting laat zien dat de totale jaarlijkse opbrengsten (berekend middels de Standaard Opbrengsten) van de agrarische bedrijven in het gebied jaarlijks ongeveer €574 miljoen euro representeren2 (zie tabel 5).

2 De gepresenteerde cijfers zijn een berekende benadering aangezien werkelijke economische data uit het gebied niet toegankelijk was voor deze

analyse. De berekening is gebaseerd op het gemiddelde aantal dieren of hectare per bedrijf in de gemeentes voor elke sector (bron: CBS). Vervolgens is de Standaard Opbrengst die bij zo’n bedrijf hoort afgeleid van de Nederlandse gemiddelde SO per sector en aangepast aan de typische bedrijfsgrootte van de regio ten opzichte van het Nederlandse gemiddelde (bron: agrimatie).

12

Tabel 5. Overzicht aantal bedrijven, standaard opbrengst en arbeidsjaar eenheden voor de agrarische sector in de Noord Veluwe. Bron: CBS landbouwtelling, Agrimatie Wageningen Economic Research. Economische gegevens gemiddelde van 2021, 2022 en 2023.

Sector

Aantal bedrijven

Melkvee Vleeskalverij Rundvee gemengd/overig Pluimvee Varkens Akkerbouw Glastuinbouw Overige hok/graasdieren Totaal

Schatting Standaard Opbrengst (in miljoen €) 188 136 185 34 34 56 13 73 692

€ 60 € 148 € 257 € 20 € 21 €2 €8 € 57 € 574

Schatting Arbeidsjaar eenheden (FTE) 264 228 453 28 44 12 50 124 1203

Veruit de meeste bedrijven zijn rundveebedrijven. De vleesrundveebedrijven zijn relatief intensief (vleeskalverij bedrijven hebben over het algemeen 20% meer dieren dan het Nederlandse gemiddelde in de sector). Alle rundveebedrijven samen representeren dan ook een groot aandeel van de economische omvang van de agrarische sector in het gebied. Een aandachtspunt hierbij is dat de Standaard Opbrengst geen indicatie voor de toegevoegde waarde. De kosten van het produceren van vlees of melk liggen hoger dan de kosten voor de akkerbouw. Dat wil zeggen dat een akkerbouwer meer over houdt van 100 euro opbrengsten dan bijvoorbeeld een varkenshouder. Daarnaast zijn bij de SO de opbrengsten uit subsidies of verbreding niet meegenomen. Deze activiteiten horen ook bij de agrarische sector en dragen bij aan de economie in het gebied. De aanwezigheid van de landbouw heeft ook bredere welvaartseffecten, zogenaamde maatschappelijke kosten en baten. De stikstofuitstoot met haar gevolgen en kosten van dien is hier een voorbeeld van. Het effect op klimaatverandering, gezondheid en welzijn in de directe omgeving zijn van belang om mee te nemen in een economische analyse van de landbouw. 2.2.

Stakeholders Naast de drie overheden, provincie, waterschap en gemeenten zijn in het landelijk gebied landgoederen, agrarische ondernemers, recreatieondernemers en natuurorganisaties belangrijke spelers die we betrekken. Ook andere ondernemers in landelijk gebied, op de randen van het landelijke gebied en de bedrijventerreinen zijn van belang en betrekken we. 2.2.1. Betrokken gemeenten Het gebied bestaat uit zeven gemeenten: Hattem, Oldebroek, Elburg, Nunspeet, Harderwijk, Ermelo en Putten. De gemeenten zijn gezamenlijk opdrachtgever voor het opstellen van dit plan. Vanuit hun lokale positionering en betrokkenheid staan de gemeenten het dichtst bij de ondernemers en inwoners. Met name via hun RO instrumentarium hebben de gemeenten een belangrijke faciliterende en/of sturende rol in de inrichting van het landelijkgebied. Daarin moeten de gemeenten samen met andere stakeholders een afweging maken tussen de opgaven van het landelijk gebied, de energietransitie en de woonopgave. Deze afweging maken ze aan een zogeheten integrerende tafel: Kop van De Veluwe en de EHZ+P. Daarnaast worden de milieuvergunningen vanuit de gemeente verleend via de Omgevingsdienst Noord Veluwe. Alle gemeenten maken een omgevingsvisie, bij de meeste gemeenten zijn deze al opgesteld, anderen zijn hier nog mee bezig en/of werken aan een vernieuwing (zie tabel 6).

13

Tabel 6: Omgevingsvisies per gemeente

Gemeente

Omgevingsvisie status

Elburg Ermelo Harderwijk Hattem Nunspeet Oldebroek Putten

Vastgesteld, 2018 – nieuwe versie, inventarisatie duurt tot juni 2023 Vastgesteld, 2022 Concept Vastgesteld, 2023 Vastgesteld, 2018 Vastgesteld, 2018 – nieuwe versie, inventarisatie bezig Ligt ter inzage

Elburg Elburg is momenteel bezig met een inventarisatietraject voor de nieuwe omgevingsvisie. De gemeente heeft een diversiteit aan agrariërs, waarvan een deel wilt uitbreiden. De gemeente mist instrumentarium om deze groep te ondersteunen of alternatieven te kunnen bieden. In het oosten van de gemeente ligt defensie terrein, in bouw onmogelijkheden heeft het terrein het meeste effect op de gemeente. Betreft natuur heeft het defensie terrein een positieve bijdrage vanwege geringe menselijke interventie. In het westen, rondom de stad, bevinden zich twee gebieden van collectief beheer waaronder het Goor. Deze worden beheerd door de stichting Goor commissie. Vanuit het westen wordt in deze gemeente GNN uitgebreid, hiervoor wordt geregeld land voor opgekocht. Ook woningbouw is een belangrijk thema voor de gemeente. Omdat in Elburg de stikstofuitstoot groter is dan de vergunningsruimte (meer dan 100%), is er spraken van een negatieve stikstofruimte voor bouw en landbouw.

Ermelo Ermelo heeft een uitgebreide en visuele omgevingsvisie, die ondersteunend kan zijn in dit GGA proces. Een groot deel van de gemeente is Natura2000 gebied. De gemeente heeft een eigen boswachterij. In omgevingsvisie staan verschillende plannen over heideontwikkeling en vernatting. In het oosten van de gemeente ligt de agrarische enclave omringd door Natura2000 gebied. In dit gebied vindt op dit moment het gebiedsproces GEUS plaats (zie sectie 2.3.2). Afspraken en doelen die daar gemaakt worden, hoeven niet per definitie ook in de rest van de gemeente te gelden, maar het proces kan wel een voorbeeld zijn in de aanpak. Ten westen van de kern ligt nog een (agrarisch) gebied: Horst en Telgt. Dit is voor de gemeente het enige gebied waar ontwikkeling mogelijk is en hier ligt dan de ontwikkelambitie op zowel woningbouw, bedrijfslocaties als windmolens. De vraag daar is: waar ga je nu echt op inzetten?

Harderwijk Harderwijk heeft relatief weinig boeren en juist veel industrie/bedrijvigheid. Het bedrijventerrein Lorentz is het grootste bedrijventerrein van Gelderland. De gemeente benadrukt dat stikstof voor hun vooral te maken heeft met bedrijven, meer dan agrarisch, en onderdeel moet zijn van deze aanpak. Ook woningbouw is een belangrijk thema voor de gemeente wat ruimte vraagt. De gemeente is in gesprek met de agrariërs. Met name in de eenden sector willen boeren stoppen en sommigen zijn al gestopt.

Hattem Er is zeer weinig ruimte in het landelijk gebied rondom Hattem. Woningbouw en de uitbreiding van het bedrijventerrein H2O zijn belangrijk thema’s voor de gemeente die ruimte vragen. De agrarische gemeenschap ligt klem tussen snelwegen, de Veluwe, rivieren en er is geen ruimte om uit te breiden. Er zijn alleen grondgebonden boeren en er is geen intensieve veehouderij. Een klein aantal boeren hebben een opvolgingsvraagstuk. Het ruimtelijke probleem speelt al langer. Op korte termijn wordt hiervoor naar een oplossing gezocht, maar op lange termijn zal een nieuwe ruimtelijke puzzel gelegd moeten worden met het

14

oog op lagere stikstofemissies. De gemeente wil graag ondersteunen in dat “landschapsbeheer” een businessmodel voor boeren kan zijn en daar instrumentarium voor bieden. Juridisch is daarbij de grootste uitdaging.

Nunspeet Veel agrarische bedrijven in de gemeente zijn al gestopt. De gemeente kent nog een aantal melkveehouderijen. Zo zijn er nog 7 melkveehouders rondom Nunspeet. De meeste zijn jonge boeren met de verwachting dat die gewoon doorgaan. Ook zijn er 4 melkveehouderijen in Elspeet waar via natuurlijk verloop waarschijnlijk nog wel het een en ander gaat gebeuren. In het zuiden van de gemeente ligt de agrarische enclave omringd door Natura2000 gebied. In dit gebied vindt op dit moment het gebiedsproces GEUS plaats (zie sectie 2.3.2). Afspraken en doelen die daar gemaakt worden, hoeven niet per definitie ook in de rest van de gemeente te gelden, maar het proces kan wel een voorbeeld zijn in de aanpak. Een groot deel van de gemeente is Natura2000 en de Hierdense Beek (gedeeltelijk Natura2000) is een belangrijke waterstroom in het gebied. Natuur die in het verleden ontwikkeld is (de Hierdense poort), is nu ook stikstofgevoelig.

Oldebroek De gemeente is momenteel bezig met het actualiseren van haar omgevingsvisie uit 2018. Daarnaast heeft Oldebroek een eigen Programma Vitaal Platteland Oldebroek waarmee de gemeente uitvoering geeft aan haar Omgevingsvisie voor het buitengebied. Een speerpunt is om de waardevolle natuur, het mooie landschap en de leefbaarheid van het buitengebied te behouden dan wel te versterken. In de bestuursovereenkomst van de gemeente Oldebroek is onder andere als speerpunt geformuleerd om de waardevolle natuur en de leefbaarheid van het buitengebied te behouden dan wel te versterken. Daartoe worden de mogelijkheden om als overheid bij te dragen aan een mooi en afwisselend landschap verkend. Maatregelen daarvoor moeten onder meer worden gezocht op het gebied van de biodiversiteit, circulaire economie en klimaatadaptatie. Van belang is daarbij een balans te vinden tussen de diverse gebruikers en activiteiten, zodat ze elkaar niet belemmeren, maar waar mogelijk versterken en ondersteunen. Met het vastgestelde Programma Vitaal Platteland Oldebroek is een koers ontwikkeld om te komen tot een samenhangende en gebiedsgerichte uitvoering voor het buitengebied, waarbij de gemeente de regie houdt. In dit programma worden drie zones toegepast: polder, gemengd overgangsgebied en natura2000 gebied.

In overgangsgebied ligt de wens om te schakelen naar meer natuurinclusief boeren, maar hier is nog geen enkel instrumentarium voor beschikbaar. De wens van de gemeente is dat dit onderdeel wordt van deze vertrekpuntennotitie. Met het Programma Vitaal Platteland Oldebroek is een koers ontwikkeld om te komen tot een samenhangende en gebiedsgerichte uitvoering voor het buitengebied. Het programma moet gebruikers van het buitengebied uitnodigen om met initiatieven en ideeën te komen die passen binnen de koers van dat deelgebied. Een projectenwebsite met informatie over het Programma: www.programmaVPO.nl.

Putten In de gemeente Putten is veel natura2000 gebied en veel agrarisch gebied. Putten wil zelf aan het stuur en niet afwachten qua aanpak. De afgelopen jaren zijn al een aantal boerenbedrijven gestopt (nertsenhouders). In de Puttense omgevingsvisie zijn deelgebieden/zoneringen aangegeven: sterk agrarisch, landgoederen, natuur, etc. Het gaat de gemeente om de kwaliteit van landschap. Want wie beheert dat landschap als de boeren allemaal zouden moeten stoppen? Het buitengebied moet het buitengebied blijven; niet een veredeld recreatieterrein of elke kilometer een grote opslagloods. De ruimtelijke puzzel voor Putten gaat in het Ermelo-Harderwijk-Zeewolde (EHZ) verband. De zwaartekracht van het EHZ verband ligt op 15

wonen, werken en ruimtegebruik en niet op natuur en stikstof. Putten wil met deze vertrekpuntennotitie een bepaalde gemeenschappelijkheid voor elkaar krijgen, zoals in de Gelderse Foodvalley bijvoorbeeld al het geval is. Momenteel is Putten bezig met het inventariseren onder boeren voor hun programma vitaal landelijkgebied Putten. 2.2.2. Provincie Gelderland De provincie heeft als regisseur van het landelijk gebied het belang om samen met de regio te komen tot de realisatie van een integrale ruimtelijke puzzel waarin alle puzzelstukjes worden gelegd en de diverse doelen worden gerealiseerd. De provincie is verantwoordelijk om een Vitaal Landelijk Gebied Gelderland op te stellen en uit te voeren. Dit programma is onderdeel van het Nationaal Programma Landelijk Gebied en wordt daarmee door de provincie in afstemming met het Rijk gedaan. De thema’s natuur, water, bodem, klimaat en landbouw met hun doelstellingen staan centraal in de programma’s voor het landelijk gebied. In Hoofdstuk 3 van dit document wordt dit verder toegelicht. 2.2.3. Waterschap Vallei en Veluwe Het waterschap is verantwoordelijk voor de waterkwantiteit en de waterkwaliteit in de regio. Het gaat dan zowel over grondwater als oppervlaktewater. Belang van het waterschap is om beleidsdoelen te realiseren onder andere door te werken aan voldoende schoon water en het voorkomen van wateroverlast.

Naast het waterschap is ook de provincie Gelderland verantwoordelijk, zeker wat betreft grote grondwateronttrekkingen en strategische waterreserves. De maatregelen ter versterking van biodiversiteit en verlaging van de stikstofuitstoot hebben vaak ook effect op de waterkwaliteit en beschikbaarheid. Daarom is het waterschap partner in het uitwerken van de gebiedsgerichte aanpak. Waterschap Vallei en Veluwe heeft met haar “Blauwe Omgevingsvisie 2050” een visie ontwikkeld in de geest van de nieuwe Omgevingswet (figuur 4). Met deze BOVI2050 geeft het waterschap richting naar een duurzame samenleving waarbij water het ordenend principe is. Om de waterkwaliteit verder te verbeteren kan een logischere ruimtelijke verdeling van functies en ander gebruik van de bodem helpen. Het principe “Water en (vooral) bodem sturend” speelt hierin een belangrijke rol.

Figuur 4: Visiekaart uit BOVI 2050

16

2.2.4. Natuur- en terreinbeherende organisaties Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer hebben grote delen van de Veluwe in bezit. Een andere belangrijke stakeholder is het Gelders Landschap wat verschillende gebieden en landgoederen in bezit heeft. Daarnaast heeft de gemeente Nunspeet via de Elspeter Bos BV een gedeelte in bezit. Ook Defensie bezit grond in het gebied en speelt daar een rol in het natuurbeheer. De natuurorganisaties hebben samen met de andere natuurbezitters zoals de landgoedeigenaren belang om het herstel van de natuurwaarden in de Veluwe te borgen. Hiervoor hebben zij de samenwerking nodig met de andere gebiedspartijen. Private landgoederen zijn onder andere: Landgoed Morren, Landgoed Hulshorst, Landgoed Schovenhorst en Landgoed Essenburgh. Deze landgoederen beheren natuur en zijn bestemd voor recreatie met een cultuurhistorische waarde. Er is geen agrarische activiteit op deze landgoederen. Bij enkelen is er een brasserie of hotel op het landgoed. 2.3. Gebiedsprocessen Figuur 5 illustreert waar in de regio actieve gebiedsprocessen plaatsvinden. Dit zijn de gebiedsprocessen de Vier merken, agrarische enclave GEUS, Veenhuizerveld en Hoenwaard2030. Deze worden hieronder kort toegelicht. Daarnaast zijn er een aantal gebiedsprocessen die in de toekomst mogelijk gaan lopen.

Figuur 5. Gebiedsprocessen in de regio Noord Veluwe.

17

2.3.1. De Vier merken Voor de polder Oosterwolde hebben 18 boeren een plan gemaakt. Dit plan biedt een oplossing voor stikstof, water, natuur, klimaat en behoud van verdienmodel voor de agrarische sector. Een essentieel onderdeel van het plan is de aankoop van een boerderij die de provincie Gelderland gekocht heeft in Doornspijk. Het te koop zetten van deze boerderij was voor de boeren de aanleiding om zelf een gebiedsplan voor de polder te maken om op die manier perspectief te schetsen voor een natuurinclusieve toekomst. Er komen in het plan hectares beschikbaar om aan te sluiten bij het Aanvalsplan Grutto, het bevat een grootschalige, vrijwillige verkaveling en een bedrijfsverplaatsing, waardoor alle bedrijven en het gebied verder geoptimaliseerd kunnen worden. De boeren hebben zich verenigd in de Stichting De Vier Merken. 2.3.2. GEUS GEUS is een agrarische enclave van de vierwoonkernen Garderen, Elspeet, Uddel en Speuld zijn omringd door landbouwgebied. Het gebied kent een grote concentratie van kalverhouderij, een van de grootste van Nederland. Dit gebied heeft te maken met diverse opgaven; leefbaarheid (voorzieningen en wonen), water en natuur (meer en beter vasthouden van water, stikstof en diverse andere natuur opgaven) en toekomstperspectief voor de landbouw en recreatie. De vier kernen willen vitaal blijven met betrekking tot de wonen, werken en recreëren.

In GEUS is een Living Lab opgezet om het gebied duurzaam te ontwikkelen, waarin de agrariër centraal staat. Dit project zit nu in pre-verkenningsfase en heeft nu een plan van aanpak voor het gebiedsproces opgezet. Het Living Lab stelt eind dit jaar een visie voor het gebied op, een plan op hoofdlijnen en een samenwerkingsovereenkomst. Dit gevolgd door een op maat en stapsgewijs uitvoeren van maatregelen. De afspraken die in dit gebiedsproces worden gemaakt willen we integraal meenemen in deze vertrekpuntennotitie. 2.3.3. Veenhuizerveld Vanuit de provincie Gelderland loopt de pilot gebiedsontwikkeling Veenhuizerveld. De Provincie Gelderland heeft het proces om tot een Gebiedsperspectief-Uitvoeringsplan te komen gestimuleerd en gefaciliteerd. Veenhuizerveld is onder het Interbestuurlijk Programma (IBP) Vitaal Platteland gestart als een van de gebiedsprocessen (gericht op verduurzaming van de landbouw en biodiversiteit) en als onderdeel van het natuurherstelmaatregelen spoor van het GMS (Gelderse Maatregelen Stikstof). Het is een gebiedspilot in de overgangsgebieden beleid die door de Rijksoverheid beschikbaar zijn gesteld voor gebiedspilots in de overgangsgebieden. Tot 2021 is het Gebiedsproces gefinancierd vanuit het IBP Foodvalley.

Vanaf begin 2022 is de pilot Gebiedsproces Veenhuizerveld doorgezet door de Provincie en betaald vanuit de middelen voor het SPUK-NIL (SPecifieke UitKering NatuurInclusieve Landbouw). Speerpunten zijn -realiseren nieuwe natuur ter afronding van het Gelders Natuur Netwerk, -realiseren ecologische verbinding tussen Gerven en Hell en bos Boeschoten -hydrologisch herstel van de Veldbeek – stimuleren van de transitie naar Natuur inclusieve landbouw (NIL) in het kader van natuurherstelmaatregelen (o.a. vitale bodem, stikstof). Per juni 2023 is het Gebiedsperspectief Veenhuizerveld in concept gereed. Voor enkele agrariërs is ook gestart met het uitwerken van een NIL-bedrijfsplan, waarvoor het Gebiedsperspectief als handreiking dient. Het laten opstellen van een NIL-bedrijfsplan gebeurt op vrijwillige basis. Bijzonder aan de pilot Veenhuizerveld is dat parallel aan het uitwerken van een Gebiedsperspectief met enkele boeren en burgers experimenten in het veld zijn opgestart. Zo zijn er zichtbare resultaten, wat sterk bijdraagt aan het draagvlak. De inzichten verkregen uit pilot Veenhuizerveld zijn zeer waardevol voor nieuw op te starten gebiedsprocessen in het kader van de transitie in overgangsgebieden naar natuurinclusieve landbouw.

18

2.3.4. Hoenwaard2030 Hoenwaard2030 is een gebiedsproces in de uiterwaarde van de IJssel. Het gebied ligt gedeeltelijk in de Noord Veluwe. Vijf overheidsorganisaties: de provincie Gelderland, Rijkswaterstaat, waterschap Vallei en Veluwe en de gemeenten Hattem en Heerde hebben samen met betrokkenen uit het gebied een toekomstvisie opgesteld met als resultaat het gebiedsplan “Hoenwaard2030, Levendige Hoenwaard”. Focus ligt op het behouden van het karakteristieke cultuurlandschap en het versterken van de natuurwaarden. De schop gaat naar verwachting 2027 de grond in. Natuurinclusieve landbouw past goed bij het gebied en binnen het project wordt gekeken hoe er vanuit het gebied een bijdrage aan de transitie kan worden geleverd. 2.3.5. Toekomstige gebiedsprocessen Gedurende het opstellen van dit plan zijn er twee concrete initiatieven voor gebiedsprocessen in beeld gekomen. Deze twee zijn hieronder beschreven. Daarnaast zijn er een handvol andere locaties te benoemen waar een gebiedsproces passend en/of interessant zou kunnen zijn, maar waarvoor het op dit moment voorbarig is om al van een toekomstig gebiedsproces te spreken, In het “eendengebied” rondom Harderwijk zijn in Harderwijk de meeste agrariërs actief (naast eendenhouders ook kalverhouders).

Voor dit gebied gaat de gemeente in haar omgevingsvisie een visie op hoofdlijnen opnemen, om dat vervolgens verder projectmatig en in samenwerking met de ondernemers uit het gebied uit te werken in een deelgebiedsvisie. Daarbij zal het toekomstperspectief van de ondernemers in samenhang met de gewenste functies voor dit gebied veel aandacht krijgen. Dit alles staat nog aan het begin van het proces en moet nog gedefinieerd worden in een concrete aanpak. Rondom de Schuitenbeek in de gemeente Putten zijn ideeën in ontwikkeling voor het opzetten van een klimaatbuffer in het gebied Veldbeek/ Schuitenbeek. Dit proces moet gaan bijdragen aan verschillende doelen. 1. Natuur/ biodiversiteit. Natte natuurdoelen, versterken natuurlijk overgangen tussen de Veluwe en het Randmeer en (bijzondere) kwel, etc. Ook versterken van natuurdoelen buiten de natuurgebieden, bijvoorbeeld als deel van natuurinclusieve landbouw; 2. Versterken van het landschappelijke karakter (kampenlandschap) en erfgoed. 3. Tegengaan verdrogingsproblematiek en wateroverlast bij piekbuien. 4. Verbeteren waterkwaliteit in de beken.

19

3. Beleidsopgaven voor het gebied Op 25 november 2022 publiceerde het kabinet enkele Kamerbrieven (Toekomst Landbouw, Water en Bodem sturend) met daarin zijn visie op het stikstof vraagstuk en de toekomst van onze landbouw. Het ’Ontwikkeldocument Nationaal Programma Landelijk Gebied’ is relevant voor onze analyse van de beleidsopgaven. Het bevat o.a. een nadere (aanzet tot) concretisering van indicatieve doelen en structurerende keuzes uit de startnotitie NPLG. Onderstaand figuur geeft aan hoe de NPLG-doelen vertaald zijn voor Gelderland. Daarnaast zijn er diverse beleidsdoelen vanuit de brief Bodem en water sturend die worden meegenomen in de analyse.

Figuur 6. Vertaling NPLG-doelen voor Gelderland. Bron: Provincie Gelderland, 2022

Per thema is in Gelderland het volgende hoofddoel geformuleerd voor het landelijk gebied: • • • • •

Stikstof: stikstofreductie (en natuurherstel Natura 2000-gebieden); Natuur: Herstel en ontwikkeling van natuur en biodiversiteit; Water: Schoon oppervlaktewater en grondwater; Klimaat: Reductie uitstoot broeikasgassen; Landbouw: Toekomstperspectief landbouw.

Het vervolg van dit hoofdstuk maakt deze provinciale doelstellingen zo concreet mogelijk voor het gebied Noord Veluwe. 3.1. Natuur en biodiversiteit De beleidsopgaven in de regio op natuur zijn gericht om de natuur te herstellen door middel van robuust systeemherstel van de Natura2000 gebieden, groenblauwe dooradering en extra maatregelen en middelen in overgangsgebieden. Om natuurherstel te realiseren is meer nodig dan alleen sturen op stikstof, ook andere factoren zijn van belang. Door de provincie Gelderland is een natuurdoelanalyses laten uitvoeren om beeld te hebben van hoe het staat met de natuur in stikstofgevoelige Natura2000 gebieden. De resultaten worden hieronder genoemd per natuurgebied. 20

Er wordt ingezet op kwalitatieve en kwantitatieve versterking van de natuur, zonder verschuiving van de natura2000 gebiedsbegrenzingen. Vanuit de gemeenten (en ook waterschap) komen ook andere geluiden alleen is dit juridisch (nog) niet mogelijk. De groenblauwe dooradering wordt vergroot door inzet op van het landschap voor droge en natte landschapselementen zodat water kan worden vastgehouden en opgevangen, natuurwaarden verhogen en de identiteit van het landschap wordt versterkt. Betreft groenblauwe dooradering ligt de focus op KRW en natuurwateren en zones langs beekdalen. Ook is er aandacht voor kleiner wateren die richting KRW waterlichamen stromen. In overgangsgebieden wordt ingezet op de verduurzaming van de landbouw, versterking van biodiversiteit en verlenging van chemische stoffen en stikstofdepositie. In de regio bevinden zich drie Natura2000 gebieden (figuur 7), de Veluwe, Veluwerandmeren en Rijntakken en diverse reeds gerealiseerde en nog-te realiseren Natuurnetwerk Nederland (NNN) gebieden. In en rondom deze gebieden zijn het natuurpact, omgevingsvisies en strategisch bosbeleid van kracht. Daarnaast is er speciale aandacht voor weidevogelgebied en het landschap, hieronder worden deze verder toegelicht.

Figuur 7. Natura2000 gebieden: Veluwerandmeren, de Veluwe en Rijntakken. Gegevens op basis van de Geconsolideerde Omgevingsverordening Gelderland (januari 2023).

21

3.1.1. Natura2000 Veluwe De Veluwe is een natuurgebied dat gekenmerkt wordt door droge bossen, droge en natte heide, vennen en stuifzanden. Het gebied kent hoogteverschillen, de hoogste delen van de Veluwe zijn ruim 100m boven NAP. Figuur 8 laat zien dat in de regio Noord Veluwe natuurgebied de Veluwe voornamelijk de zogenaamde habitattypen droge heide, stuifzandenheiden met struikhei en beuken en eikenbos heeft. In het beekdal van de Hierdense en Staverdense Beek bevinden zich schraallanden. Langs de randen van de Veluwe ontspringen de (sprengen)beken, waar beekvegetaties en zeer plaatselijk bronbossen voorkomen.

Figuur 8. Habitattypen Veluwe. Gegevens op basis van de Geconsolideerde Omgevingsverordening Gelderland (januari 2023).

Natura2000 gebieden hebben een habitattype wat in stand moet worden gehouden. Voor ieder habitattype is een behaald instandhoudingsdoel geformuleerd op landelijk- en gebiedsniveau. Voor de gehele Veluwe is dat weergegeven in tabel 7 (een deel van dit gebied valt buiten de regio Noord Veluwe). De Veluwe levert een bijdrage aan de biologische diversiteit en de instandhouding van natuurlijke habitat en soorten binnen de Europese Unie. Naast de betekenis van de Veluwe voor het in standhouden van diverse habitattypen is er een beperkte selectie van soorten waarvoor de Veluwe buitengewoon belangrijk is.

22

Tabel 7: Natura 2000-doelen van de habitattypen van de Veluwe en huidige oppervlakten. PAS Gebiedsanalyse Natura2000 057 Veluwe, 2017. * = prioritair.

H2310 H2320 H2330 H3130 H3160 H3160A

H4010A H4030 H5130 *H6230 H6410 *H7110B H7140A H7150 H7230 H9120 H9190 *H91E0C

Habitattype

Oppervlakte (ha)

Doel

Stuifzandheiden met struikhei Binnenlandse kraaiheibegroeiingen Zandverstuivingen Zwakgebufferde vennen Zure vennen Beken en rivieren met waterplanten (waterranonkels) Vochtige heiden (hogere zandgronden) Droge heiden Jeneverbesstruwelen *Heischrale graslanden Blauwgraslanden (1) *Actieve hoogvenen (heideveentjes) Overgangs- en trilvenen (trilvenen) Pioniervegetaties met snavelbiezen Kalkmoerassen Beuken-eikenbossen met hulst Oude eikenbossen * Vochtige alluviale bossen (beek begeleidende bossen)

1.954,4

Uitbreiding of verbetering

183,9

Behoud van oppervlakte en kwaliteit

2.237,8 7,5 36,3 <1

Uitbreiding of verbetering Behoud van oppervlakte en kwaliteit Uitbreiding of verbetering Uitbreiding of verbetering

116,5

Uitbreiding of verbetering

10.304,3 153,4 329,7 0 4,8

Uitbreiding of verbetering Uitbreiding of verbetering Uitbreiding of verbetering Uitbreiding of verbetering Uitbreiding of verbetering

1,9

Behoud van oppervlakte en kwaliteit

9,2

Uitbreiding of verbetering

<1,0 5.881,1

Behoud van oppervlakte en kwaliteit Uitbreiding of verbetering

1.779,1 15,8

Uitbreiding of verbetering Uitbreiding of verbetering

Naast het onderhouden van het natura2000 gebied de Veluwe zijn er vijf herstelprogramma’s opgesteld voor bossen, heide en stuifzand, vennen en venen, beken en recreatiezonering. In de Veluwse herstelprogramma’s Bossen, Heide en Stuifzanden en Vennen en Venen zijn herstelmaatregelen opgenomen die ontbossing vereisen. Het gaat daarbij om maatregelen als het aanleggen van heidecorridors in bossen en het omvormen van bossen tot blijvend grasland of heideachtige open ruimten. In het Herstelplan Heideen Stuifzanden zijn maatregelen opgenomen om landbouwgronden om te vormen naar een breder gebruik zoals kruidenrijke graslanden of uitgestrekte graanvelden, of naar habitattypen (dichte graslanden, natte heidevelden). Met deze maatregel kunnen historische hellingen worden hersteld. Deze percelen zijn gelegen op historische landbouwgrondlocaties of direct grenzend aan heide of kwalificerend bos. Er wordt voorgesteld om een deel van de herstelmaatregelen buiten het Natura2000 gebied Veluwe en in de enclaves te laten plaatsvinden. De uitwerking van de maatregelen is maatwerk en zal samen met eigenaren vastgesteld en uitgewerkt moeten worden. Waarbij perspectief wordt geboden aan de eigenaren en boeren.

23

3.1.2. Natura2000 Veluwerandmeren De Veluwerandmeren betreffen de ondiepe zoetwatermeren Drontermeer, Veluweveer en Wolderwijd/ Nuldernauw, gemiddeld zijn de meren ruim een meter diep, grote oppervlakken zijn ondiep maar op sommige plekken tot 5 meter diep. De Veluwerandmeren zijn ontstaan bij de drooglegging van de polders van Flevoland vanaf 1957. De meren hebben watertoevoer vanuit de Flevopolders, een aantal Veluwse beken, vanuit noordoostelijke wateren via de Roggebotsluis en zuidwestelijke wateren via de Nijkersluis. Daarnaast zijn er lozingen van het effluent van de rioolwaterzuivering (RWZI’s). Het gebied is gekenmerkt door een slecht ontwikkelde land-water overgang vanwege een winter-zomer- tegennatuurlijk waterpeil. De kust wordt gekenmerkt door een smalle rietkraag, met uitzonderling rondom Elburg waar een relatief groot rietmoeras ligt. Tussen Harderbroek en Flevoland en de Hierdensebeek zijn sinds 2000 diverse eilanden aangelegd. Ook is ten hoogte van Horst met behulp van dammen een kunstmatige luwte gecreëerd voor watervogels en groei van waterplanten. In dit gebied gelden zowel de habitatrichtlijn als de vogelrichtlijn, tabel 8 geeft de habitattypen en doelsoorten weer in de randmeren. Tabel 8: Natura2000 doelen voor de habitattypen en doelsoorten in de randmeren.

H3140 H3150 H6430A en B

H1149 H1163 H1318 A021 A298

Habitattype

Doel

Kranswierwateren Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden Ruigten en zomen (moerasspirea en harig wilgenroosje) Habitatrichtlijnsoorten Kleine modderkruiper Rivierdonderpad

Behoud oppervlakte en kwaliteit Behoud oppervlakte en kwaliteit

Meervleermuis Broedvogels* Roerdomp Grote karekiet

Behoud oppervlakte en kwaliteit

Behoud populatie, omvang leefgebied en kwaliteit leefgebied Behoud populatie, behoud of uitbreiding omvang leefgebied en behoud kwaliteit leefgebied Behoud populatie, omvang leefgebied en kwaliteit leefgebied Uitbreiding omvang en kwaliteit leefgebied Uitbreiding omvang en kwaliteit leefgebied

*Plus een lange lijst niet-broedvogels, omwille van de ruimte hier achterwege gelaten. Meer info: https://www.natura2000.nl/gebieden/gelderland/veluwerandmeren/veluwerandmeren-doelstelling

3.1.3. Rijntakken Natura2000 gebied de Rijntakken bevindt zich langs de Waal, IJssel en de Neder-Rijn, waarvan alleen een gedeelte dat zich aan de IJssel binnen de regio Noord Veluwe valt. De oude nevengeulen langs deze rivieren zijn een thuishaven voor moerasvogels en kamsalamanders. Bevers en reigers herinneren aan het moerasbos dat hier ooit was en over de natuurlijke oeverwallen ligt een tapijt van bloemrijk grasland, een paradijs voor ganzen. Voor de meeste habitattypen in dit gebied is er niet of nauwelijks sprake van stikstofdruk in 2030. Voor Beuken-eikenbossen met hulst (H9120) is er nog wel sprake van een stikstofoverlast. Bovendien is weinig bekend over de huidige staat van instandhouding en of er knelpunten zijn voor het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen.

24

3.1.4. Natuur Netwerk Nederland (NNN) Het Gelders Natuurnetwerk (GNN) maakt onderdeel uit van het NNN. De GNN gebieden zijn beschermd, de beschermingsregels en gewenste ontwikkeling zijn opgenomen in de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (2018). Het doel is om 8.414 ha nieuwe natuur voor het Gelders natuurnetwerk te realiseren. Daarvan is in 2022 ruim 68% gerealiseerd. De verwachting is dat het doel in 2025 grotendeels behaald is. De natuurgebieden binnen het GNN zijn: Veluwerandmeren, Veluwe, Bloemkampen, Hattemerpoort en een (klein) gedeelte van Hoenwaard en Rijntakken. Binnen de natuurgebieden zijn beheerplannen opgesteld om de natuur in stand te houden, te herstellen en te verbeteren. Ook zijn er diverse ontwikkelplannen voor groen, zo is in september 2022 gestart met de uitvoering en aanleg van natuurgebied Bloemkampen aan de Veluwerandmeerkust om te zorgen dat er meer kwelwater naar de oppervlakte komt. In de Omgevingsverordening Gelderland zijn diverse locaties aangewezen als groene ontwikkelzones, zie figuur 9. De Groene ontwikkelingszone (GO) is het gebied dat tussen en rondom natuurgebieden ligt. Hierin liggen onder andere de ecologische verbindingszones, de verbindende schakels tussen de natuurgebieden. Voor bouwen of ontwikkelen in dit gebied gelden specifieke regels.

De kernkwaliteiten in het gebied moet worden versterkt met natuur- en landschapselementen, ook als er geen natuur verloren gaat.

Figuur 9. Gelders Natuurnetwerk (GNN) en groene ontwikkelzones. Gegevens op basis van de Geconsolideerde Omgevingsverordening Gelderland (januari 2023).

3.1.5. Strategisch Bosbeleid provincie Gelderland De provincie Gelderland richt zich met de Gelderse bossenstrategie op het bewerkstelligen extra bos, de omvorming van productiebos naar natuurbos en de revitalisering van bosbodems. Voor de Veluwe en omringende gebieden zijn de volgende opgaven:

25

• • • • •

Meer bos binnen het GNN: 490-540 ha; Meer bos buiten het GNN: 280-300 ha; Vitalisering, verjonging en diversificatie van bos: 20.400-22.500 ha; Meer natuurbos binnen het GNN: 7.000-7.400 ha; Meer bomen buiten het bos – een deel van de 1 miljoen bomen buiten bossen als onderdeel van landschapselementen.

Een deel van deze doelen zal moeten worden bereikt binnen de Veluwe wat binnen de regio Noord Veluwe ligt, hoeveel dit is moet nader worden bepaald. Zowel binnen als buiten de GNN zijn er subsidies beschikbaar voor dan wel de aanleg van nieuw bos of revitalisering en omvorming van bos. 3.1.6. Weidevogelkerngebieden De regio Noord Veluwe kent meerdere weidevogelkerngebieden, waarvan de grootste in polder Oosterwolde, Hoenwaard en langs de Randmeerkust (figuur 10). Daarnaast heeft de Jachthaven van Hattem ook een plasdras gebied waar weidevogels op afkomen. Binnen de weidevogelkerngebieden wordt gericht ingezet op de vogel- en habitatrichtlijn en actief gewerkt met actie plan Grutto. Weidevogelgebied polder Oosterwolde is een polder gekenmerkt door open grasland met weinig bomen. Dit gebied is rijk aan weidevogels, waaronder de kievit, grutto, tureluur, wulp en scholekster, ook komen er meer zeldzamer soorten voor waaronder de Zeearend. In dit gebied is de groep Wild Beheer Eenheid Oosterwolde actief. In het poldergebied Randmeren, tussen Noordeinde en Polsmaten bij Nunspeet komen ook diverse weidevogels voor, voornamelijk de kievit maar ook grutto, tureluur, scholekster en wulp. Hier is de Weidevogelgroep Randmeerkust actief.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13650059/1