CConstaterende datPutten
Koppel je AI →
Document · PDF

Van Damhof - Toelichting

Gemeenteraad 18 december 2025, gemeente PuttenBij agendapunt: TAM-omgevingsplan Van Damhof15.903 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Gemeente Putten

TAM-omgevingsplan Van Damhof Putten Motivering, regels en verbeelding

16 oktober 2025

Kenmerk 0273-03-T01 Projectnummer 0273-03

Motivering

Inhoudsopgave 1.

Inleiding 1.1. Aanleiding 1.2. Ligging plangebied 1.3. Toetsing aan omgevingsplan 1.4. Leeswijzer

1 1 1 2 3

2.

Planbeschrijving 2.1. Geschiedenis 2.2. Huidige situatie 2.3. Toekomstige situatie

4 4 4 5

3.

Beleidskader 3.1. Rijksbeleid 3.1.1. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 3.2. Provinciaal beleid 3.2.1. Omgevingsvisie Gaaf Gelderland 3.2.2. Omgevingsverordening Gelderland 3.3. Regionaal beleid 3.3.1. Woondeal regio Noord-Veluwe 3.4. Gemeentelijk beleid 3.4.1. Omgevingsvisie Putten 2040 3.4.2. Woonvisie Putten 2020-2025 3.4.3. Inbreidingsnotitie 2015 - vastgesteld 2017 3.4.4. Welstandsnota Putten

7 7 7 8 8 10 11 11 11 11 14 15 16

4.

Aspecten fysieke leefomgeving en milieu 4.1. Inleiding 4.2. m.e.r.-beoordeling 4.3. Ladder voor duurzame verstedelijking 4.4. Duurzaamheid & gezondheid 4.4.1. Duurzaamheid 4.4.2. Gezondheid 4.4.3. Conclusie 4.5. Verkeersgeneratie, -afwikkeling & parkeren 4.6. Flora & Fauna 4.6.1. Algemeen 4.6.2. Gebiedsbescherming 4.6.3. Soortenbescherming 4.7. Luchtkwaliteit 4.8. Geluid 4.9. Geur

18 18 18 19 19 19 20 20 20 23 23 24 25 27 27 29

4.10. Milieuzonering 4.11. Omgevingsveiligheid 4.12. Trilling 4.13. Welstand 4.14. Archeologie, cultuurhistorie en landschap 4.14.1. Algemeen 4.14.2. Archeologie 4.14.3. Cultuurhistorie 4.15. Bodem 4.16. Weging van het waterbelang 4.17. Molenbiotoop

29 32 33 34 34 34 34 35 35 36 38

5.

Juridische planbeschrijving 5.1. Algemeen 5.2. Regels

40 40 41

6.

Uitvoerbaarheid 6.1. Maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.1.1. Bestuurlijk vooroverleg 6.1.2. Participatie omgeving 6.2. Financiële haalbaarheid 6.3. Belangenafweging 6.4. Ontwerp TAM-Omgevingsplan

43 43 43 43 43 43 44

1

1.

Inleiding

1.1.

Aanleiding De voormalige dierenartspraktijk aan de Van Damhof 5 is de afgelopen jaren in gebruik als bedrijfsverzamelgebouw en verhuurd aan diverse bedrijven. Het pand is aangekocht door een initiatiefnemer die het voornemen heeft om het bestaande gedateerde bedrijfspand te slopen en op dit perceel en op de daarnaast gelegen paardenwei, hiervoor in de plaats 8 grondgebonden woningen voor uiteenlopende doelgroepen te realiseren. Op grond van het tijdelijk deel van het omgevingsplan (bestemmingsplan Kom Noord en Zuidoost) van de gemeente Putten is het bouwen van woningen in het plangebied niet toegestaan. Daarnaast is het aan het perceel Van Damhof 5 grenzende perceel Da Costastraat 8b (Kadastraal bekend: PTN01C 5255) in dit TAM-omgevingsplan opgenomen. Het bestemmingsplan Kom Noord en Zuidoost staat op dit perceel bedrijfsactiviteiten uit milieucategorie 2 toe. De eigenaar van het perceel gebruikt deze bedrijfsruimte als bijgebouw bij zijn woning en oefent hier geen bedrijfsactiviteiten meer uit. Gelet hierop is afgesproken dat het perceel een woonbestemming krijgt. Afbeelding 1: Ligging plangebied.

Om de bouw van de woningen mogelijk te maken, is dit TAM-omgevingsplan vervaardigd. Op grond van artikel 4.2 Omgevingswet moet het omgevingsplan voldoen aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dat hiervan sprake is, wordt in deze motivering onderbouwd.

1.2.

Ligging plangebied Het plangebied ligt aan de oostkant van de bebouwde kom van Putten, nabij het centrum.

Motivering Gemeente Putten – TAM-Omgevingsplan Van Damhof

2

1.3.

Toetsing aan omgevingsplan Na de inwerkingtreding van de Omgevingswet op 1 januari 2024 vormen alle vigerende bestemmingsplannen van rechtswege het tijdelijk omgevingsplan. Voor het plangebied betreft dit het bestemmingsplan Kom Noord en Zuidoost, dat op 4 oktober 2018 door de gemeenteraad van Putten is vastgesteld. De gronden waar het bouwplan wordt gerealiseerd hebben daarin de bestemming "Maatschappelijk", "Verkeer en Verblijf" en "Wonen". De gronden met de bestemming "Maatschappelijk" zijn onder meer bestemd voor maatschappelijke voorzieningen. Binnen deze bestemming is een bouwvlak aangegeven waarbinnen gebouwen dienen te worden gerealiseerd. De goot- en bouwhoogte zijn binnen dat bouwblok gemaximeerd op respectievelijk 3 en 7 meter. Het bouwplan kan niet binnen deze bestemming worden gerealiseerd, omdat er geen nieuwe woningen zijn toegestaan, gedeeltelijk buiten het bouwvlak wordt gebouwd en de maximale hoogtematen worden overschreden. Een ander deel van het bouwplan wordt weliswaar in de bestemming "Wonen" gerealiseerd. Hier is geen bouwvlak aangegeven, maar de aanduiding 'bijgebouwen'. Daarom staat het bestemmingsplan op de gewenste plek geen nieuwe woningen toe. De gronden met de bestemming "Verkeer en Verblijf" zijn onder meer bestemd voor wegen, straten, paden en parkeervoorzieningen.

In dit deel van het plangebied zijn parkeerplaatsen geprojecteerd, die overigens ook gedeeltelijk in de bestemming "Maatschappelijk komen te liggen. Op het plangebied en op een enkele perceelsgedeelten daarom heen is de aanduiding 'wetgevingszone – wijzigingsgebied 1' aangegeven. Voor die gronden hebben burgemeester en wethouders een wijzigingsbevoegdheid die de bouw van 3 woningen mogelijk maakt. Sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet mogen wijzigingsbevoegdheden niet meer worden toegepast. Bovendien bestaat het bouwplan uit 8 woningen. Afbeelding 2: Fragment vigerend bestemmingsplan.

Motivering Gemeente Putten – TAM-Omgevingsplan Van Damhof

3

Het perceel Da Costastraat 8b heeft de bestemming "Bedrijf" met de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 2'. Binnen deze bedrijfsbestemming zijn bedrijven tot en met milieucategorie 2 toegestaan. Alle gronden hebben daarnaast de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie - hoge verwachting". De ondergrens voor archeologisch onderzoek is respectievelijk 100 m² en 0,4 meter diepte, tenzij van de bestaande fundering gebruik wordt gemaakt en/of deze met maximaal 2,5 meter wordt uitgebreid.

1.4.

Leeswijzer Deze motivering bestaat uit zes hoofdstukken. Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 een planbeschrijving gegeven en wordt ingegaan op de huidige en toekomstige situatie. Hoofdstuk 3 gaat in op het beleid, waarna in hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de aspecten met betrekking tot de fysieke leefomgeving en milieu. Hoofdstuk 5 bevat een toelichting op de juridische regeling. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op maatschappelijke en financiële uitvoerbaarheid en is een samenvatting gegeven waaruit blijkt dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Afbeelding 3: Foto's huidige situatie plangebied en omgeving.

Motivering Gemeente Putten – TAM-Omgevingsplan Van Damhof

4

2.

Planbeschrijving

2.1.

Geschiedenis In het midden van de 19e eeuw lag het plangebied in het kampenlandschap tussen de dorpskern van Putten en de Veluwe. Na de Tweede Wereldoorlog is de bebouwde kom aan deze zijde geleidelijk uitgebouwd. Tussen de Van Damstraat, de Da Costastraat en de Veldstraat was aanvankelijk een open ruimte met verspreid staande bebouwing. Het pand aan de Van Damhof 5 werd gebouwd in 1974 (bron: BAG-viewer). Hierin was een dierenartspraktijk gevestigd. In 1990 (bron: BAG-viewer) ontstond het hofje door de bouw van de seniorenwoningen rondom een groen plantsoentje ten oosten van de dierenartspraktijk. In het najaar van 2017 zijn drie vestigingen van de dierenartspraktijk verhuisd naar Harderwijk. Het pand is sindsdien in gebruik als bedrijfsverzamelgebouw bij een aantal paramedische praktijken. Afbeelding 4: Historische topografie.

2.2.

Huidige situatie De Van Damhof is een doodlopend hofje dat bereikbaar is vanaf de Van Damstraat. De voormalige dierenartspraktijk is nu in gebruik als bedrijfsverzamelgebouw. In dit gebouw zijn momenteel (voorjaar 2024) een slendersalon, een Thaise massagesalon en een schoonheidsspecialist gevestigd. Aan de zuidkant van de voormalige dierenartspraktijk liggen 7 parkeerplaat-

Motivering Gemeente Putten – TAM-Omgevingsplan Van Damhof

5

sen. Daarnaast maakt een voormalige paardenwei aan de oostkant van de bebouwing onderdeel uit van het plangebied. Afbeelding 5: Huidige situatie plangebied.

2.3.

Toekomstige situatie De sloop van de voormalige dierenartspraktijk maakt het mogelijk om het hofje af te maken. Door ook aan de noordwestkant van het centrale groene plantsoentje woningen te bouwen, ontstaat een intiem hofje. Het bouwplan bestaat uit twee korte blokken rijwoningen, die beide met hun eindgevel tegen de (voormalige) bedrijfshal aan de Da Costastraat 8b aan worden gebouwd. Ter plaatse van de dierenartspraktijk wordt een blok van 5 woningen gebouwd, die bestaan uit twee bouwlagen met een kap. De hoekwoning die naar de entree van hofje is gericht krijgt een dwarskap, de overige woningen een langskap in de vorm van een afgetopt zadeldak. Naast Van Damhof 11 wordt een blokje met 3 rijwoningen gebouwd. Deze woningen bestaan uit één bouwlaag met een kap, zodat deze woningen voor wat betreft de goot- en bouwhoogte aansluiten bij de daarnaast gesitueerde woningen. Ook van dit blokje heeft de hoekwoning een dwarskap en de overige twee woningen een langskap in de vorm van een afgetopt zadeldak. Het ontwerp sluit zodoende aan bij de kleinschalige stedenbouwkundige korrelgrootte van de bebouwing aan de Van Damhof. De 7 parkeerplaatsen aan de zuidzijde van de voormalige dierenartspraktijk zullen worden gehandhaafd. Aan de oostzijde van het nieuwe bouwblok zullen 6 extra parkeerplaatsen worden aangelegd.

De gronden rondom die parkeerplaatsen worden zoveel mogelijk groen ingericht met beplanting die bestand is tegen droge perioden. De parkeerplaatsen zullen worden uitge-

Motivering Gemeente Putten – TAM-Omgevingsplan Van Damhof

6

voerd in waterdoorlatende halfverharding, Naast het toevoegen van groen zullen er ecologische maatregelen aan de gebouwen worden toegevoegd, zoals: ▪ het plaatsen van vleermuis- en vogelnestkasten om de biotoop voor deze dieren te versterken; ▪ sedumdakbedekking op bergingen dat water opvangt en geleidelijk weer afgeeft door verdamping. Dit vermijdt de piekbelasting op de riolen en verlaagt de omgevingstemperatuur. De 8 grondgebonden woningen zijn bedoeld voor uiteenlopende doelgroepen en zijn geschikt voor starters, (startende) gezinnen en senioren. De focus bij deze ontwikkeling ligt echter op senioren. Een aantal woningen wordt uitgevoerd als zogenaamde nultredenwoning met in basis een slaap- en badkamer op de begane grond. De andere woningen zijn levensloopbestendig. De 8 woningen worden zo veel als mogelijk in het betaalbare segment (NHG-grens, prijspeil 1 januari 2024) gerealiseerd. De woningen variëren in grootte, zodat binnen het betaalbare segment ook variatie in prijs mogelijk is. Op deze wijze kunnen zoveel mogelijk woningzoekenden in aanmerking komen voor een geschikte betaalbare koopwoning. Afbeelding 6: Toekomstige situatie.

Motivering Gemeente Putten – TAM-Omgevingsplan Van Damhof

7

3.

Beleidskader

3.1.

Rijksbeleid

3.1.1. Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 vastgesteld. De NOVI vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). In de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen Nederland staat, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke prioriteiten de Rijksoverheid stelt bij de inrichting van Nederland en hoe het Rijk keuzes maakt in de uitvoering daarvan. Keuzes die samenhangen met toekomstbeelden over de fysieke leefomgeving, maatschappelijke opgaven en bijbehorende economische perspectieven. Steeds duidelijker wordt dat de opgaven alleen goed aangepakt kunnen worden als dat in samenhang gebeurt, het ontwikkelpotentieel van heel Nederland optimaal wordt benut en gezorgd wordt voor een duurzame verbinding van alle delen van Nederland en met de landen om ons heen. Het beleid in de leefomgeving is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de betrokken overheden.

De NOVI geeft aan waar het Rijk zich op nationale schaal aan bindt, waar het regie voert richting medeoverheden of waar het juist aan de medeoverheden is om keuzes te maken. Provincies en (samenwerkende) gemeenten zullen in hun omgevingsvisies uiting geven aan hun eigen verantwoordelijkheid en keuzes in de fysieke leefomgeving. Met de NOVI wordt in beeld gebracht waar kansen liggen. Kansen om de kwaliteit van onze leefomgeving te verbeteren. Kansen om sociale samenhang, gezondheid en economisch herstel te bevorderen en kansen om schone, veilige en duurzame technieken, die bijdragen aan de beoogde transitie naar een circulaire samenleving – stevig te verankeren in onze manier van leven en werken. Daartoe zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen.

Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de boven- als de ondergrond. Ten behoeve van die afweging gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes:

Motivering Gemeente Putten – TAM-Omgevingsplan Van Damhof

8

▪ combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; ▪ kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; ▪ afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Planspecifiek Van de 21 nationale belangen is het zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften voor de onderhavige ontwikkeling het meest significant. Er worden acht woningen toegevoegd. Dit past binnen het vijfde nationale belang uit de NOVI: Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. De opgave is aansluitend op de woonbehoefte (met name in en bij de stedelijke regio's) tussen 2020 en 2035 circa 1,1 miljoen woningen toe te voegen aan de woningvoorraad en een goede kwaliteit van de woningvoorraad in regio's met bevolkingsdaling te behouden.

Daarnaast is er een opgave om de gebouwde omgeving in 2050 CO2-arm, klimaatbestendig en natuurinclusief te maken. Doordat er gasloze woningen worden gebouwd waarbij in het planvoornemen diverse maatregelen worden genomen (zoals sedumdakbedekking op de woningen, en andere maatregelen op het hemelwater zo goed mogelijk in het plangebied op te vangen en te verwerken) wordt ook hieraan een bijdrage geleverd. De planontwikkeling is verder niet in strijd met de uitgangspunten van de NOVI.

3.2.

Provinciaal beleid

3.2.1. Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Op 19 december 2018 hebben Provinciale Staten de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld, die op 1 maart 2019 in werking is getreden. De Omgevingsvisie beschrijft het beleid, maar heeft geen rechtstreekse doorwerking in bestemmingsplannen. In de Omgevingsverordening (zie hieronder) zijn regels, waarin de ambities en doelen van deze Omgevingsvisie die doorwerking hebben, geformuleerd. De provincie kiest er in de Omgevingsvisie voor om vanuit twee hoofddoelen bij te dragen aan gemeenschappelijke maatschappelijke opgaven. Deze zijn: ▪ een duurzame economische structuur; ▪ het borgen van de kwaliteit en veiligheid van onze leefomgeving. Een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland staat daarbij centraal. De provincie doet dit door bij de uitoefening van haar taken de focus te leggen op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland. Met behulp van zeven ambities – op het terrein van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, economisch ves-

Motivering Gemeente Putten – TAM-Omgevingsplan Van Damhof

9

tigingsklimaat en op het woon- en leefklimaat – geeft de provincie hier richting aan. En door vier 'spelregels' of 'Doe-principes' –doen, laten, zelf en samen – geeft de provincie hier werking aan. Tezamen vormen zij het kader waar binnen de provincie werkt en afwegingen maakt. Vanuit de invalshoeken Dynamisch, Divers en Mooi Gelderland zijn ambities opgenomen om de doelen in de praktijk waar te maken. De strategie van de provincie om deze doelen te bereiken wordt gevoed door het besef dat stad en land elkaar nodig hebben. De provincie gaat daarom voor: ▪ sterke steden, van belang voor toekomstige aantrekkingskracht, waar kennis zich samenbalt en waar veel jongeren naar toe trekken, waar ook nu al de meeste mensen wonen en werken; ▪ een vitaal platteland, waar mensen inspelen op grote veranderingen, waar inwoners zich actief inzetten voor hun gezamenlijke toekomst, een platteland met een eigen economische kracht en een grote natuurlijke en landschappelijke waarde, waar kwaliteit en vitaliteit samen op gaan. Voor wonen en werken geldt een regionale aanpak die gericht is op een gezonde en veilige woonomgeving, waarin mensen zich met elkaar verbonden voelen en die goed bereikbaar is en goede voorzieningen heeft. Om Gelderland voor mensen en bedrijven aantrekkelijk te houden, is de kwaliteit van de leefomgeving van groot belang. Goed wonen hoort daarbij.

Woonwensen veranderen door de tijd en met de leeftijd. Mensen worden ouder, wonen steeds langer alleen en zelfstandig, worden steeds meer energiebewust en zijn mobieler dan vroeger, waardoor ze ook meer en makkelijker verhuizen. De dynamiek op de woningmarkt is groot, ook als gevolg van ontwikkelingen in de Randstad. Het grootste deel van de woningen die in 2050 in Gelderland nodig zijn, staat er al. Voor nieuwe ontwikkelingen geldt dat pas als er geen andere goede mogelijkheden zijn, uitbreiding aan de randen van onze steden of dorpen acceptabel is. Daarbij staat een goede balans tussen de vraag en aanbod van woningen in verschillende prijscategorieën voorop, ook voor specifieke doelgroepen. Daarbij wordt de ladder voor duurzame verstedelijking in acht genomen. Duurzaamheid is voor de provincie geen keuze. De manier van wonen, werken, verplaatsen, leven moet echt anders. Het roer moet om, om het gave Gelderland dat is opgebouwd ook vast te kunnen houden in de toekomst. Dit is een ambitieuze, maar onvermijdelijke opgave. Duurzaamheid is minder zeggen en meer doen! De provincie zet zich daarbij in voor vitale steden en dorpen en voor een duurzame verstedelijking, gericht op versterking van de stedelijke netwerken, gecombineerd met aandacht voor de vitaliteit van kleine kernen en dorpen. De kwalitatieve regionale opgave voor wonen is van provinciaal belang.

Het beleid voorziet in provinciale kaders voor het terugdringen van leegstand en overcapaciteit in gemeentelijke plannen en voor zorgvuldige locatie-afwegingen op regionaal niveau, waarbij de ladder voor duurzame verstedelijking wordt ingezet. De ruimtelijke kwaliteit van de Van Damhof verbetert doordat de voormalige dierenartspraktijk in het hofje wordt vervangen door woningen. Deze woningen sluiten voor wat betreft massa-

Motivering Gemeente Putten – TAM-Omgevingsplan Van Damhof

10

opbouw en vormgeving aan bij de woningen in de omgeving en passen daardoor in het landelijke en dorpse karakter van Putten. De woningen in het plangebied, die zoveel mogelijk worden gerealiseerd in verschillende prijsklassen in het betaalbare segment, dragen zowel in kwantitatief als in kwalitatief opzicht bij aan de woningbehoefte. De ladder voor duurzame verstedelijking is echter niet van toepassing (zie paragraaf 4.3). Bij de realisatie van de woningen zal ook aandacht worden besteed aan de aspecten duurzaamheid en klimaatadaptatie. De woningen worden gasloos en voorzien van zonnepanelen. De sedumdakbedekking op de bergingen vangt water op en zorgt ervoor dat dit geleidelijk verdampt. Ook bij de halfverharde parkeerplaatsen is voldoende ruimte om water te bergen en vertraagd af te voeren. Rondom die parkeerplaatsen wordt gekozen voor klimaatbestendige beplanting. De planontwikkeling past daardoor binnen de uitgangspunten van de Omgevingsvisie. 3.2.2. Omgevingsverordening Gelderland In de Omgevingsverordening Gelderland, die op 2 januari 2024 in werking is getreden is in artikel 5.64 bepaald dat een omgevingsplan nieuwe woningen alleen toelaat als die ontwikkeling past binnen de regionale woonagenda. In de regionale Woondeal staan afspraken tot en met 2030 over het thema wonen tussen gemeenten, provincie en het Rijk.

In de regio Noord-Veluwe gaat het daarbij om de realisatie van 12.728 woningen in de periode tot en met 2030 en voor de gemeente Putten om 1.403 woningen. De bouw van acht woningen aan de Van Damhof past binnen dit programma. In de omgevingsverordening zijn twee natuurcategorieën vastgelegd: het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Gelderse Groene Ontwikkelingszone (GO). Het onderhavige plangebied maakt geen onderdeel uit van het GNN of de GO. Het plangebied ligt binnen de molenbiotoop van korenmolen 't Hert. In artikel 5.54 is bepaald dat een molenbiotoop de ruimte is die vrij wordt gehouden voor een goede windvang. Daarnaast geldt voor draaiende en niet-draaiende molens dat een vrije ruimte rond de historische molen belangrijk is voor de zichtbaarheid en beleefbaarheid van de oorspronkelijke functie. Veel molens zijn beeld- en sfeerbepalend voor hun locatie en directe omgeving. Ze maken onderdeel uit van de regionale identiteit. Door eventuele bebouwing of hoge beplanting in de nabijheid nemen de zichtbaarheid, beleefbaarheid en het functioneel gebruik van de molen af. Bij de molenbiotoop wordt als vuistregel gewerkt met een straal van 400 meter vanaf het middelpunt van de molen. Op de gevolgen hiervan wordt in paragraaf 4.17 ingegaan.

Hierin wordt geconstateerd dat de geprojecteerde bebouwing weliswaar hoger is dan de molenbiotoop toestaat, maar dat gelet op de tussenliggende bebouwing de windvang niet wordt beperkt en dat de nieuwe woningen evenmin van invloed zijn op de zichtbaarheid en beleefbaarheid van de molen. Conclusie De Omgevingsverordening Gelderland verzet zich niet tegen de bouw van acht woningen aan de Van Damhof.

Motivering Gemeente Putten – TAM-Omgevingsplan Van Damhof

11

3.3.

Regionaal beleid

3.3.1. Woondeal regio Noord-Veluwe Algemeen De Noord-Veluwse gemeenten en woningcorporaties hebben op woensdag 8 maart 2023 in Zutphen de regionale woondeal Noord-Veluwe getekend. Hiermee spreken zij af het woningtekort gezamenlijk aan te pakken. De woondeal beschrijft hoeveel woningen er in de regio gebouwd worden tot en met 2030, waar dit gaat gebeuren en wat het aandeel betaalbare woningen zal zijn. De regio Noord-Veluwe zet in op de bouw van ruim 12.500 woningen verspreid over de gemeenten Elburg, Ermelo, Harderwijk, Hattem, Nunspeet, Oldebroek en Putten. De Noord-Veluwe is de enige regio in de provincie Gelderland waarbij ook de woningcorporaties de woondeal mee ondertekenen. De gemeenten op de Noord-Veluwe hebben 15 bouwlocaties aangewezen als zogenaamde sleutelprojecten. Met in totaal zo'n 8.000 woningen dragen deze projecten significant bij aan de regionale ambitie van ruim 12.500 woningen. In totaal moeten er in de gemeente Putten volgens de Woondeal 1.403 woningen worden gerealiseerd, waarvan 1.027 in het betaalbare koop- of huursegment. De 8 woningen aan de Van Damhof die zoveel mogelijk in het betaalbare segment worden gerealiseerd, dragen bij aan deze opgave. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling past binnen de kaders van de Woondeal regio Noord-Veluwe

3.4.

Gemeentelijk beleid

3.4.1. Omgevingsvisie Putten 2040 De Omgevingsvisie Putten 2040 is op 2 november 2023 door de gemeenteraad vastgesteld. De omgevingsvisie is het inspiratiedocument voor het behoud en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving in Putten tot aan het jaar 2040. Het is het beoordelingskader voor (ruimtelijke) projecten en initiatieven van inwoners, ondernemers en de gemeente zelf. Het gemeentebestuur is gericht op een duurzame (fysieke) leefomgeving, waarin de mensen (sociaal/cultureel), de planeet (ecologie) en de welvaart op harmonieuze manier in balans zijn. Hierin streeft het gemeentebestuur sociale, ecologische en economische duurzaamheid na. Deze drie ambities zijn verbeeld in het Puttense Wiel: ▪ de gemeente Putten stelt de mens centraal, als gebruiker van de ruimte; ▪ de gemeente Putten is rentmeester van de (dorpse en natuurlijke) leefomgeving; ▪ de gemeente Putten blijft werken aan een vitale en gastvrije economie. In de omgevingsvisie zijn vervolgens negen centrale opgaven uitgewerkt die goed het brede palet aan opgaven en ambities weergeeft. Voor woningbouw is de opgave 'aangenaam wonen in Putten' het belangrijkst. Het gemeentebestuur streeft ernaar dat de woningvoorraad op de lange termijn aansluit bij de woonbehoeften uit de samenleving. Rekening houden met de ontwikkeling op langere termijn vraagt om flexibiliteit.

Het realiseren van passende huisvesting ziet de gemeente als een geza-

Motivering Gemeente Putten – TAM-Omgevingsplan Van Damhof

12

menlijke verantwoordelijkheid van inwoners, maatschappelijke organisaties en gemeentebestuur. De gemeente streeft naar een evenwichtige woningvoorraad die alle segmenten omvat en alle doelgroepen onderdak biedt. Bij voorkeur zijn woningen voor meerdere doelgroepen geschikt en daarmee ook op langere termijn inzetbaar. Er is een gezonde opbouw van de bevolking nodig om de vitaliteit van Putten en haar voorzieningen in stand te houden. De gemeente zet zich in om tot 2040 2.200 woningen te bouwen, aansluitend bij de prognoses voor de groei van het aantal inwoners in Putten. De gemeente bouwt voor de lokale behoefte, met extra aandacht voor starters en (vitale) ouderen. Voor deze ontwikkeling is door de gemeente met name aandacht gevraagd naar mogelijkheden voor senioren. In de plannen worden twee specifieke seniorenwoningen gerealiseerd, met een volledig woonprogramma op de begane grond. De overige woningen worden levensloopbestendig ingericht. Het zwaartepunt van woningbouw ligt in het dorp Putten. De gemeente vindt dat inbreiding boven uitbreiding moet gaan. Inbreiding moet passen in de dorpse schaal en mag niet ten koste gaan van de bestaande omgeving, maar juist (groene) kwaliteit toevoegen. Ten slotte moeten woningen toekomstbestendig zijn, zowel de bestaande als nieuwe woningen.

De gemeente streeft dan ook naar een duurzame woningvoorraad die zich kenmerkt door: groen, klimaat adaptief, natuur inclusief en energieneutraal. In de Omgevingsvisie zijn spelregels geformuleerd ten aanzien van de opgave 'aangenaam wonen'. Ze zijn nadrukkelijk bedoeld om initiatiefnemers te inspireren om het initiatief mogelijk aan te scherpen en vormen voor de gemeente een concreet kader voor de beoordeling van het plan. Uit afbeelding 7 blijkt dat aan de spelregels wordt voldaan. Afbeelding 7: Omgevingsvisiekaart. Het initiatief draagt bij aan de ambities van Aangenaam wonen in Putten door invulling te geven aan de volgende spelregels: 1. Nieuwbouw is in beginsel alleen mogelijk binnen de Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom en is grenzen van de bebouwde kom van het dorp (inbreidaardoor een inbreidingsinitiatief. ding), of via de rood voor rood regeling. 2. De uitstraling van de woning of het gebouw draagt bij De woningen sluiten voor wat betreft massa-opbouw en aan het dorpse / landelijke karakter van Putten. vormgeving aan bij de woningen in de omgeving en passen daardoor in het landelijke en dorpse karakter van Putten. 3. Nieuwe gebouwen moeten in massa, hoogte en Zie punt 2. Door de bouw van acht woningen extra als ruimtelijke kwaliteit passend zijn in de omgeving.

De vervanging van de voormalige dierenartspraktijk verbekwaliteit en leefbaarheid van de bestaande leefomgetert de kwaliteit en leefbaarheid van de bestaande ving blijft tenminste gelijk en wordt bij voorkeur beter. leefomgeving. 4. Er wordt een bijdrage geleverd aan een evenwichtige De woningen worden zoveel mogelijk in het betaalbare woningvoorraad die inspeelt op de (toekomstige) besegment gerealiseerd in verschillende prijsklassen en hoeften van Puttenaren qua woontypologie en prijsklas- zijn bedoeld voor uiteenlopende doelgroepen en zijn se. Indien het initiatief uit meer dan 20 woningen begeschikt voor starters, (startende) gezinnen en seniostaat; zie het gedetailleerde woningbouwprogramma in ren. de Woonvisie Putten.

Motivering Gemeente Putten – TAM-Omgevingsplan Van Damhof

13

5. Het woonprogramma houdt rekening met de draagkracht van het bestaande voorzieningenniveau en van de vitaliteit van de bestaande wijk. 6. De ontwikkeling kan zichzelf volledig financieren inclusief de eventueel noodzakelijke aanpassingen in de omgeving. Zo niet, is er een passende financieringsconstructie gevonden met relevante partners. 7. Er wordt een bijdrage geleverd aan de duurzaamheidsambities van gemeente Putten..

8. Er wordt een bijdrage geleverd aan de ambities van Bereikbaar Putten.

De bouw van acht woningen extra is door de kleinschalige omvang niet van invloed op de draagkracht van het bestaande voorzieningenniveau en van de vitaliteit van de bestaande wijk. Het initiatief wordt volledig door de particuliere initiatiefnemer gefinancierd.

Door de realisatie van het bouwplan wordt de Van Damhof afgerond en krijgt het hofje een intiem karakter. De bestaande groenstructuur blijft behouden en er worden geen bomen gekapt ten behoeve van de planontwikkeling. De gronden rondom de parkeerplaatsen krijgen een groene inrichting, waarbij gekozen is voor gebiedseigen klimaatbestendige beplanting. Op het perceel en in de halfverharde parkeerplaatsen is voldoende ruimte om water te bergen en vertraagd af te voeren. Hierdoor wordt waterinfiltratie vereenvoudigd. Sedumdakbedekking op bergingen dat water opvangt zorgt ervoor dat het geleidelijk weer wordt afgegeven door verdamping. De woningen worden gasloos en voorzien van zonnepanelen, waarbij wordt voldaan aan alle wettelijke eisen zoals geformuleerd in het Bkl. Uit paragraaf 4.5 blijkt dat het omliggende wegennet de extra verkeersgeneratie als gevolg van het bouwplan kan verwerken. In die paragraaf is ook beschreven dat er wordt voldaan kan worden aan de parkeernormen, deels door nieuwe parkeervoorzieningen toe te voegen en deels door bestaande parkeervoorzieningen beter te benutten. Ook krijgen alle woningen een ruimte waarin fietsen gestald kunnen worden.

Het plangebied behoort op de omgevingsvisiekaart tot het woongebied (zie afbeelding 8). Bij het zoeken van extra plancapaciteit hebben nieuwe inbreidingslocaties prioriteit, maar wel met behoud van het groene karakter van het dorp. Er zijn daarnaast ook uitleglocaties nodig omdat de plancapaciteit van inbreidingslocaties niet toereikend is om in de woningbehoefte te voorzien. Plannen iets verder buiten het centrum lenen zich voor de invulling van de woonbehoefte van starters (goedkope en betaalbare koop), of voor grondgebonden woningen voor vitale senioren. Er dient ernaar te worden gestreefd de verschillende doelgroepen binnen wijken zoveel mogelijk te mixen en waar mogelijk binnen gebouwen.

Motivering Gemeente Putten – TAM-Omgevingsplan Van Damhof

14

Afbeelding 8: Omgevingsvisiekaart.

Het plangebied is een inbreidingslocatie in een hofje met seniorenwoningen. De bouwmassa van de nieuwbouw sluit hierop aan. Het bouwplan past zodoende binnen het hofje dat al een voor Putten kenmerkend dorps en landelijk karakter heeft. In paragraaf 2.3 wordt ingegaan op de inrichting van het groen rondom de parkeerplaatsen, de ecologische maatregelen, het woningaanbod binnen de ontwikkeling enzovoort. De planontwikkeling past binnen de uitgangspunten van de omgevingsvisie. 3.4.2. Woonvisie Putten 2020-2025 De Woonvisie Putten 2020-2025 met als titel "Werken aan het Puttens palet" is op 28 mei 2020 door de gemeenteraad vastgesteld. Deze woonvisie moet in de periode van 2020-2025 een kader bieden voor beslissingen over woonthema's en basis zijn voor prestatieafspraken met woningcorporatie(s) en andere partijen. Putten wordt gekenmerkt door een hechte, authentieke, zelfstandige en ondernemende gemeenschap waarin het goed wonen is van jong tot oud. De vastgestelde woonopgaven zijn vertaald naar drie ambities: ▪ betaalbare en passende woningen voor de lokale behoefte; ▪ zorgzame en inclusieve wijken; ▪ een duurzaam thuis. De lokale behoefte is onderzocht en in kaart gebracht. De woonbehoefte tussen 2019 en 2025 ligt op totaal 840 woningen, waarvan van 240 wordt verwacht dat deze door middel van inbreiding kunnen worden gerealiseerd.

Voor de periode van 2025-2040 ligt de woonbehoefte op 1008 woningen. Inbreiding gaat daarbij voor uitbreiding. Conclusie De 8 woningen aan de Van Damhof vormen onderdeel van de invulling van de inbreidingsopgave. De woningen zullen voldoen aan de huidige duurzaamheidseisen en worden zoveel mogelijk gerealiseerd in het betaalbare segment voor diverse doelgroepen en zijn geschikt voor star-

Motivering Gemeente Putten – TAM-Omgevingsplan Van Damhof

15

ters, (startende) gezinnen en senioren. De planontwikkeling wordt ook genoemd in de door het college vastgestelde woningbouwmonitor 2024. Het is een inbreidingsinitiatief dat inspeelt op een bestaande behoefte. Het plan past hiermee binnen de gemeentelijke woonvisie. 3.4.3. Inbreidingsnotitie 2015 - vastgesteld 2017 Op 9 maart 2017 heeft de gemeenteraad het ontwerp van de Inbreidingsnotitie 2015 gewijzigd vastgesteld. Doel van de Inbreidingsnotitie 2015 is om zowel de bestaande als de nieuwe potentiële inbreidingslocaties in beeld te brengen, deze zijn (opnieuw) beoordeeld op basis van stedenbouwkundige randvoorwaarden en per locatie is de potentiële woningcapaciteit bepaald aan de hand van een indicatieve verkavelingssuggestie. De definitieve stedenbouwkundige invulling en de bouwvoorschriften worden geregeld in het bestemmingsplan. Hierbij is het beleid uit de Woonvisie 2015 – 2015 (Afwegingskader 'nieuwbouw') leidend. In de inbreidingsnotitie is ingegaan op zaken als: ▪ inbreiding gaat in principe voor uitbreiding; ▪ zuinig ruimtegebruik; ▪ ruimtelijke kwaliteitsaspecten; ▪ duurzaamheid en ruimtelijke inrichting. Afbeelding 9: Fragment kaart inbreidingsnotitie.

Om te bepalen of met nieuwe plannen sprake is van 'goede ruimtelijke ordening', zijn in de notitie spelregels opgenomen voor nieuwe ontwikkelingen. Het gaat om de volgende ruimtelijke afwegingen, milieutechnische afweging en de financiële haalbaarheid. Op de milieutechnische afwegingen en de financiële haalbaarheid wordt ingegaan in hoofdstuk 4 en in paragraaf 6.2 van deze motivering.

Motivering Gemeente Putten – TAM-Omgevingsplan Van Damhof

16

De ruimtelijke afweging (wat, waar en waarom daar) heeft betrekking op planologische en stedenbouwkundige aspecten: ▪ omdat ruimte in de bebouwde kom schaars is moeten de diverse ruimtelijke relevante belangen op een rij worden gezet en onderling worden afgewogen. Belangen kunnen soms ook tegengesteld zijn. Uit een goede belangenafweging moet duidelijk worden welke functie waar gewenst is, en waarom die functie nodig is (nut en noodzaak) en waarom juist op die plek; ▪ het bouwplan moet stedenbouwkundig acceptabel zijn. In de 'Stedenbouwkundige Randvoorwaarden voor de Bebouwde Kom van Putten' (SRBK die onderdeel uitmaken van de Inbreidingsnotitie) worden daarvoor stedenbouwkundige handvatten gegeven. Een van de locaties die genoemd wordt in de inbreidingsnotitie is de Van Damhof (locatie 10). In planologisch opzicht wordt in de inbreidingsnotitie de afweging gemaakt dat omdat het bedrijfsperceel aan alle kanten wordt omsloten door woonpercelen en dat bij de bedrijfsbeëindiging van de dierenartsenpraktijk, een functieverandering naar wonen voor de hand zou liggen. De stedenbouwkundige voorwaarden gaan uit van een andere ontwikkeling. Destijds werd er nog niet vanuit gegaan dat de locatie van de dierenartspraktijk ook vrij zou komen. De in de inbreidingsnotitie genoemde stedenbouwkundige voorwaarden zijn daardoor niet zonder meer van toepassing.

Het bouwplan sluit in stedenbouwkundig opzicht wel aan bij de bestaande woningen aan de Van Damhof. Conclusie De stedenbouwkundige voorwaarden in de Inbreidingsnotitie gaan uit van een andere ontwikkeling. De planontwikkeling past echter wel binnen de ontwikkelingsprincipes die aan de Inbreidingsnotitie ten grondslag liggen. 3.4.4. Welstandsnota Putten In artikel 4.19 van de Omgevingswet is aangegeven dat 'als in het omgevingsplan regels worden opgenomen over het uiterlijk van bouwwerken en de toepassing daarvan uitleg behoeft, (…) de gemeenteraad beleidsregels vast[stelt] voor de beoordeling of een bouwwerk aan die regels voldoet. Deze beleidsregels zijn zo veel mogelijk toegesneden op de te onderscheiden bouwwerken.' Via dit artikel is vastgelegd dat het welstandstoezicht onder de Omgevingswet loopt via het omgevingsplan. In artikel 4.114 van de Invoeringswet Omgevingswet is overgangsrecht opgenomen waarin een welstandsnota na inwerkingtreding van de Omgevingswet gelijkgesteld wordt aan een beleidsregel als bedoeld in artikel 4.19 Omgevingswet. De Welstandsnota Putten is op 7 februari 2013 door de gemeenteraad vastgesteld. De gemeente Putten heeft de welstandscriteria gedifferentieerd naar gebieden. Per gebied zijn specifieke criteria opgesteld voor bouwwerken waarvoor een omgevingsvergunning nodig is.

De welstandstoetsing vindt plaats aan de hand van het gebouw in zijn omgeving, het gebouw op zichzelf, de detaillering en het kleur- en materiaalgebruik.

Motivering Gemeente Putten – TAM-Omgevingsplan Van Damhof

17

Het plangebied ligt in het deelgebied Zuidoost. Voor dit gebied wordt een lichte welstandstoets toegepast. Er is dan sprake van toetsing op de hoofdaspecten van een bouwwerk voor wat betreft de plaatsing- en situering, massa en vorm, kleur en materialen. Deel- of detailaspecten van een bouwplan blijven buiten beschouwing, tenzij het behoud van de bestaande kwaliteit in het geding is. Dit om te voorkomen dat een bouwplan waarop globale criteria van toepassing zijn, wordt geweigerd vanwege oneffenheden op detailniveau (kleur kozijn, een iets te lichte kleur dakpan). De welstandscriteria voor dit deelgebied zijn als volgt ▪ Algemeen  De bestaande gebouwde omgeving is het kwalitatieve referentiepunt voor ieder (vergunningplichtig) bouwwerk. Dat wil zeggen dat een bouwkundige toevoeging of verandering de bestaande stedenbouwkundige structuur, de typologie van gebouwen en detaillering, kleur en materiaalgebruik ervan als uitgangspunt dient te nemen. ▪ Plaatsing  De hoofdgebouwen zijn op de weg georiënteerd.  Bestaande rooilijnen worden gerespecteerd. ▪ Massa en vorm bebouwing  De hoofdgebouwen hebben een enkelvoudige bouwmassa.  Bijgebouwen en aan- en uitbouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdgebouw.  Per rij of cluster eenheid in massaopbouw van de hoofdgebouwen.

 De nokrichting van twee-onder-één-kap- en rijenwoningen is evenwijdig aan de weg Er heeft inmiddels een voorlopige beoordeling plaatsgevonden, waarbij door de welstandscommissie positief is gereageerd op de plannen. Naar het oordeel van de commissie krijgt het hofje een kwaliteitsimpuls door op deze locatie woningen toe te voegen. De twee koppen met zadeldaken geven de ontwikkeling een duidelijke beëindiging. De woning met zadeldak over twee bouwlagen met kap, heeft een sleutelpositie in deze ontwikkeling. De zijgevel vormt de inleiding naar het hofje. Van belang is om deze gevel als beeldbepalend te beschouwen en van een hoekaccent te voorzien door middel van openingen of wisseling in materiaalgebruik. Naar aanleiding van deze opmerking is die kopgevel aangepast. Over deze zijgevel is verder opgemerkt dat deze erg hoog is ten opzichte van de directe omgeving. Deze suggestie is eveneens overgenomen doordat de gootlijnen ondertussen meer zijn afgestemd op de omliggende bebouwing (aan het hof). Verder werd een voorstel gedaan om meer diversiteit aan te brengen in de goothoogten en/of gemetselde gevelvlakken van de drie westelijke woningen, zodat een vriendelijker meer kleinschalig beeld zou ontstaan. Naar aanleiding van deze opmerking is het bouwplan aangepast.

Ten slotte oogde de aansluiting van de twee kappen op de bestaande hal gekunsteld door de verschillende hellingen en hoogten. Conclusie Door een aanpassing van het voorlopig ontwerp is de inpassing van de woningen in relatie tot de bestaande hal is stedenbouwkundig en architectonisch op zo'n manier vormgegeven, dat een ter plaatse passend vormgegeven beeld ontstaat.

Motivering Gemeente Putten – TAM-Omgevingsplan Van Damhof

18

4.

Aspecten fysieke leefomgeving en milieu

4.1.

Inleiding In het kader van de totstandkoming van dit TAM-omgevingsplan is onderzoek uitgevoerd naar verschillende milieu- en omgevingsaspecten om de uitvoerbaarheid van de planontwikkeling aan te tonen en dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Bij iedere ruimtelijke ontwikkeling dient inzichtelijk gemaakt te worden of er vanuit milieuhygiënisch oogpunt belemmeringen en/of beperkingen aanwezig zijn voor de directe omgeving en de beoogde ontwikkeling zelf. In dit hoofdstuk wordt voor de beoogde ontwikkeling nader ingegaan op de verschillende aspecten; indien noodzakelijk is aanvullend onderzoek uitgevoerd. De betreffende rapportages maken als bijlage deel uit van deze motivering.

4.2.

m.e.r.-beoordeling Algemeen De wetgeving omtrent de milieueffectrapportage (m.e.r) is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit. Het bevoegd gezag zal per specifiek geval na moeten gaan of er sprake is van een plan of programma in de zin van de Strategische milieubeoordeling-richtlijn. Onder een plan of programma wordt in ieder geval verstaan: een omgevingsvisie, een programma, een omgevingsplan en een voorkeursbeslissing. Er hoeft niet (meer) getoetst worden aan de limitatieve lijst van m.e.r.-plichtige plannen en programma's uit de Bijlage bij het Besluit MER. Er wordt onder de Omgevingswet geen onderscheid (meer) gemaakt tussen een formele en vormvrije m.e.r.-beoordeling op grond van aangewezen drempelwaarden. Er is dus nog maar één m.e.r.-beoordelingsprocedure. Toetsing In bijlage V zijn projecten en de daarvoor benodigde besluiten aangewezen waarvoor een mer(beoordelings)plicht geldt. Onder J11 worden hier stedelijke ontwikkelingsprojecten genoemd als mer-(beoordelings)plichtig. Vijf van de acht woningen worden gebouwd ter plaatse van de voormalige dierenartspraktijk. De gronden van de overige drie woningen hebben al een woonbestemming. Gelet op het beperkte ruimtebeslag wordt de planontwikkeling in dit geval niet gezien als een stedelijk ontwikkelingsproject.

Daarbij is op grond van jurisprudentie (ABRvS 201901439/1/R1) van belang dat sprake is van bestaand bebouwd gebied en dat het ruimtebeslag van de uitbreiding van de voorziene bebouwing relatief beperkt is. Wellicht ten overvloede kan worden opgemerkt dat uit de samenvatting van de onderzoeken in dit hoofdstuk, volgt dat belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn uitgesloten. Conclusie Het aspect m.e.r.-beoordeling levert geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling.

Motivering Gemeente Putten – TAM-Omgevingsplan Van Damhof

19

4.3.

Ladder voor duurzame verstedelijking Algemeen Om de ruimte zorgvuldig te benutten en overprogrammering te voorkomen is de "Ladder voor duurzame verstedelijking" geïntroduceerd. De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist. Bij een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet de behoefte aan die ontwikkeling (trede 1) worden aangetoond. Indien die stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt buiten het bestaand stedelijk gebied, moet worden gemotiveerd waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien (trede 2). Het begrip stedelijke ontwikkeling wordt daarbij als volgt gedefinieerd: "ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen". Toetsing Het aantal woningen neemt met 8 toe ten opzichte van het aantal dat in het vigerende bestemmingsplan is toegestaan. Op grond van de jurisprudentie (AbRvS 16 september 2015, nr. 201501297/1/R4) wordt de bouw van elf woningen in de bebouwde kom niet aangemerkt als stedelijke ontwikkeling en hoeft er niet te worden getoetst aan de ladder.

Conclusie De ladder voor duurzame verstedelijking is in dit geval niet van toepassing.

4.4.

Duurzaamheid & gezondheid

4.4.1. Duurzaamheid De eisen met betrekking tot de milieuprestatie en energiezuinigheid van gebouwen zijn opgenomen in artikel 4.148-4.160 (Duurzaamheid) van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Hierin is onder meer aangegeven dat een bouwwerk bijna energie neutraal (BENG) dient te zijn. In BENG wordt de energieprestatie van een gebouw uitgedrukt met drie indicatoren: ▪ BENG 1 Energiebehoefte: de hoeveelheid energie die een gebouw nodig heeft voor verwarming en koeling uitgedrukt in kWh per m² gebruiksoppervlakte per jaar. Deze indicator gaat over het beperken van de energievraag van het gebouw zelf. Aandachtspunten: stedenbouwkundig ontwerp, oriëntatie, compact ontwerp, schilisolatie, luchtdichtheid, zomernachtventilatie, ventilatiesysteem en zonwering. ▪ BENG 2 Primair energiegebruik: de hoeveelheid fossiele brandstof in kWh per m² gebruiksoppervlakte per jaar die nodig is voor verwarming, koeling, warm water en installaties. Let op: voor netstroom wordt het rendement van elektriciteitsproductie verrekend. Aandachtspunten: effi-

Motivering Gemeente Putten – TAM-Omgevingsplan Van Damhof

20

ciënte installaties, warmteafgifte op lage temperatuur, warmwater met korte leidingen en warmteterugwinning en toepassing van hernieuwbare energie (ook BENG 3). ▪ BENG 3 Aandeel hernieuwbare energie: het percentage (in procenten) hernieuwbare energie van het totale energiegebruik. Aandachtspunten: toepassing van PV, zonneboiler, bodemenergie, omgevingswarmte, biomassa en externe warmtelevering (mits hernieuwbaar). Toetsing duurzaamheid De woning wordt gasloos en voorzien van zonnepanelen en zullen voldoen aan de BENGeisen. Waar mogelijk zal bij de materialisering gebruik wordt gemaakt van hergebruikte en/of herbruikbare materialen. 4.4.2. Gezondheid Ook de bevordering van gezondheid is een afwegingscriterium bij ruimtelijke ontwikkelingen. In dit hoofdstuk komt een aantal (milieu)aspecten, zoals geluidsoverlast, bodemverontreiniging, externe veiligheid, enzovoort, aan de orde waarbij de gezondheid van de toekomstige bewoners een rol speelt. Uit de uitgevoerde onderzoeken zijn geen belemmeringen naar voren gekomen ten aanzien van gezondheid. Hierdoor mag worden aangenomen dat er in- en rondom de woningen een gewenst woon- en leefklimaat zal bestaan. Dit betekent ook dat het planvoornemen geen onevenredige invloed heeft op de gezondheid van de toekomstige bewoners van de nieuwe woningen, alsmede die van de omwonenden in de (directe) omgeving.

Daarnaast kan bij grotere planontwikkelingen ook gezondheidsbevordering gestimuleerd worden. Zo heeft de fysieke leefomgeving positieve gezondheidseffecten als deze uitnodigt tot gezond gedrag en mensen stimuleert tot meer bewegen, gezonder eten en elkaar ontmoeten. Toetsing In de uitgevoerde onderzoeken in dit hoofdstuk wordt aangetoond dat er een acceptabel woonen leefklimaat aanwezig zal zijn in- en rondom de nieuwe woningen. 4.4.3. Conclusie Uit de in dit hoofdstuk samengevatte onderzoeken blijkt dat er een acceptabel woon- en leefklimaat aanwezig zal zijn in- en rondom de nieuwe woningen. De gezondheid van omwonenden wordt evenmin onevenredig aangetast. Het aspect duurzaamheid en gezondheid levert geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.5.

Verkeersgeneratie, -afwikkeling & parkeren Algemeen Bij ruimtelijke plannen moet rekening worden gehouden met verkeersgeneratie en -afwikkeling en parkeerbehoefte die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling.

Motivering Gemeente Putten – TAM-Omgevingsplan Van Damhof

21

Toetsing De woningen worden vanaf de rotonde van de Voorthuizerstraat en de Engweg via de Van Damstraat ontsloten. Uit paragraaf 6.3.3.2 van de ASVV2021 blijkt dat koopwoningen (tussen en hoek) in weinig stedelijk gebied in de rest bebouwde kom 7,0 tot 7,8 autobewegingen per woning per etmaal genereren. Wanneer uitgegaan wordt van de worst case situatie betekent dit voor 8 rijwoningen 62,4 autobewegingen per etmaal. Gelet op de doelgroep seniore huishoudens waarbij sprake is van een lager dan gemiddeld autobezit, is het aannemelijk dat die worst case situatie niet zal optreden. De paramedische praktijken die nu in het gebouw gevestigd zijn, worden gezien als commerciële dienstverlening. Hiervoor geldt een maximum verkeersgeneratie van 17,7 autovoertuigbewegingen per etmaal per 100 m² bedrijfsvloeroppervlak (bvo). De dierenartspraktijk heeft een oppervlak van 357 m² bvo. De verkeersgeneratie was derhalve 63,2 autobewegingen per etmaal. Geconcludeerd kan worden dat de verkeersintensiteit per saldo niet verandert. De parkeernorm van de gemeente Putten is vastgelegd in de 'Nota parkeernormen Putten 2024'. Bij de toepassing van de parkeernormering worden de volgende stappen doorlopen: ▪ berekening parkeerbehoefte; ▪ vergelijking parkeerbehoefte met gepland parkeeraanbod; ▪ toepassing afwijkingsmogelijkheden als de parkeerbehoefte groter is dan het parkeeraanbod.

Voor de berekening van de parkeerbehoefte is de omvang van woningen en de financieringscategorie bepalend, omdat bewoners van grotere en duurdere woningen hebben een gemiddeld hoger autobezit hebben. Daarnaast wordt onderscheid gemaakt tussen verschillende deelgebieden. De Van Damhof behoort tot het deelgebied 'overig Putten'. Uit een berekening blijkt dat voor de 8 woningen 14,2 parkeerplaatsen noodzakelijk zijn, waarvan 1,6 voor bezoekers. Afbeelding 10: Parkeernormering. Wonen

Overige Putten bewoner bezoek

grondgebonden woningen (m.u.v. sociale huur) ≥ 75 tot < 100 m² gbo ≥ 100 tot < 125 m² gbo ≥ 125 tot < 150 m² gbo sociale huurwoningen < 75 m² gbo Totaal

eenheid

1,5 1,7 1,8

0,2 woning 0,2 woning 0,2 woning

1,0

0,2 woning

aantal

totaal 2 4 1 1 8

3,4 7,6 2,0 1,2 14,2

Op eigen terrein zijn geen parkeerplaatsen beschikbaar (stap 2 vergelijking parkeerbehoefte met gepland parkeeraanbod). Op grond van stap 3 (afwijkingsmogelijkheden als de parkeerbehoefte groter is dan het parkeeraanbod) mag bij een tekort op eigen terrein, bestaand parkeeraanbod elders worden benut.

Motivering Gemeente Putten – TAM-Omgevingsplan Van Damhof

22

Ook in de bestaande situatie waren er geen parkeerplaatsen op eigen terrein. Dierenartsenpraktijken worden niet genoemd in de Nota Parkeernormen Putten 2024. Voor de bestaande situatie is daarom uitgegaan van de categorie commerciële dienstverlening (kantoren met baliefunctie). Hiervoor geldt in deelgebied 'overig Putten' een parkeernorm van 2,85 parkeerplaatsen per 100 m² bvo. Derhalve zijn in de bestaande situatie 10,2 (357 x 2,85) parkeerplaatsen noodzakelijk. Uit constante jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt (onder meer in de uitspraak van 25 november 2015 in zaak nr. 201502307/1/A1) dat bij de beoordeling van de vraag of wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid alleen rekening behoort te worden gehouden met de toename van de parkeerbehoefte als gevolg van het realiseren van het bouwplan. Een eventueel bestaand tekort kan als regel buiten beschouwing worden gelaten. Dit houdt in dat slechts rekening dient te worden gehouden met de toename van parkeerbehoefte als gevolg van het realiseren van het bouwplan ten opzichte van de reeds bestaande parkeerbehoefte. Bij de berekening van de parkeerplaatsverplichting wordt gebruik gemaakt van aanwezigheidspercentages. Bij meerdere functies is er namelijk sprake van een verschillend patroon van tijden waarop bewoners en bezoekers aanwezig zijn.

Bewoners en bezoekers zijn als van elkaar te onderscheiden functies aangemerkt. Zo is de parkeerdruk bij woningen bijvoorbeeld 's nachts groot, terwijl er dan geen bezoek is. Op zaterdagavond is er het meeste bezoek, terwijl dan een deel van de bewoners niet thuis is. Dit biedt mogelijkheden om op dat moment het bezoek deze ruimte te laten benutten. Zo kan dubbelgebruik van parkeerplaatsen plaatsvinden. De parkeereis wordt in dergelijke gevallen gebaseerd op de berekende parkeerbehoefte van verschillende functies op het geldende maatgevende (drukste) moment zoals deze gedurende een dagdeel in de week optreedt. Afbeelding 11: Aanwezigheidspercentages.

Uit de parkeerbalans met aanwezigheidspercentages, blijkt dat de werkdagnacht bepalend is. Op dat moment zijn 12,6 parkeerplaatsen noodzakelijk.

Motivering Gemeente Putten – TAM-Omgevingsplan Van Damhof

23

Afbeelding 12: Parkeerbalans met aanwezigheidspercentages.

Bewoners bezoekers

werkwerkwerkKoopwerkzaterzaterzondagdagochdagmiddagavond dagnacht dagmiddagmiddag tend dag avond dag avond 6,3 6,3 11,34 10,08 12,6 7,56 10,08 8,82 0,16 0,32 1,28 1,12 0 0,96 1,6 1,12

Commerciële dienstverlening

10,18

10,18

0,51

7,64

0,00

0,00

0,00

0,00

Totaal Totaal inclusief salderen

6,46 -3,72

6,62 -3,56

12,62 12,11

11,2 3,57

12,6 12,60

8,52 8,52

11,68 11,68

9,94 9,94

Voor het opvangen van een deel van de parkeerbehoefte kunnen de bestaande parkeerplaatsen aan de zuidkant van de voormalige dierenartspraktijk worden benut zonder dat daarbij een onevenredige invloed op de bestaande parkeerdruk zal ontstaan. Daarnaast worden 6 nieuwe parkeerplaatsen aan de oostzijde van de woningen aangelegd. Derhalve zijn 13 parkeerplaatsen beschikbaar en wordt voldaan aan de parkeernormering. Wellicht ten overvloede blijkt uit de parkeermeting van september 2023 van de gemeente Putten, dat er nog restcapaciteit in de omgeving beschikbaar is. Conclusie Het aspect verkeersgeneratie, -afwikkeling & parkeren levert geen belemmering op voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.6.

Flora & Fauna

4.6.1. Algemeen De natuur in Nederland wordt beschermd vanuit twee invalshoeken: bescherming van gebieden en bescherming van soorten. Per 1 januari 2024 is de Wet natuurbescherming (Wnb) opgegaan in de Omgevingswet: de Aanvullingswet natuur het Aanvullingsbesluit natuur en de Aanvullingsregeling natuur. Ter bescherming van de natuur zijn in het Bkl diverse regels opgenomen. Het gaat hierbij in de eerste plaats om regels voor de gebiedsbescherming van aangewezen Natura 2000-gebieden, regels voor de soortenbescherming van te beschermen planten diersoorten (waaronder vogels) en regels ter bescherming van houtopstanden. Het gebieds- en soortenbeschermingsregime vloeit voor een belangrijk deel voort uit twee Europese richtlijnen, te weten de Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en de Habitatrichtlijn(92/43/EEG). Het normenkader, de instrumenten en de bevoegdheidsverdeling voor het Natuurbeschermingsrecht is ongewijzigd ten opzichte van de Wnb. Voor alle beschermde soorten geldt een ontheffingsplicht. Het bevoegd gezag (de provincie) kan voor de soorten die zijn opgenomen in het 'beschermingsregime andere soorten' vrijstellingsbesluit nemen en hierin onderscheid ma-

Motivering Gemeente Putten – TAM-Omgevingsplan Van Damhof

24

ken tussen meer en minder strikt beschermde soorten. In verband met de planontwikkeling is daarom voor Natuurwaardenonderzoek1 uitgevoerd. 4.6.2. Gebiedsbescherming Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden en wordt in Nederland beschermd door middel van de Omgevingswet. Deze wet biedt een beschermingskader voor de aangewezen beschermde gebieden. Deze gebieden worden beschermd om de gunstige staat van instandhouding van vogelsoorten, habitattypen en andere planten- en diersoorten te behouden en waar nodig te herstellen. Naast de wettelijke bescherming van de Natura 2000-gebieden heeft Nederland de bescherming van andere gebieden planologisch vastgelegd. Onder de planologische bescherming vallen onder andere weidevogelgebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De bescherming van het NNN vindt plaats door toetsing van de bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen aan het NNN-beleid. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuur(gebieden). Door verbindingen tussen natuurgebieden te maken, kunnen planten en dieren zich makkelijker verspreiden over meer gebieden.

De bescherming van het NNN bestaat hieruit (artikel 7.8, lid 2, Bkl): dat geen activiteiten worden mogelijk gemaakt die leiden tot een aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden, of tot een vermindering van de wezenlijke kenmerken en waarden, oppervlakte of samenhang van het NNN. Toetsing gebiedsbescherming Het plangebied ligt op ongeveer 600 meter ten westen van Natura 2000-gebied Veluwe. Wegens de afstand tot deze gebieden kunnen bijna alle directe negatieve effecten tijdens de werkzaamheden en in de nieuwe situatie op voorhand worden uitgesloten. Afbeelding 13: Natura2000.

1

Ecofect B.V., Van Damhof 5 a-d Putten Natuurwaardenonderzoek Omgevingswet, QS51606, Nunspeet, 30 januari 2024

Motivering Gemeente Putten – TAM-Omgevingsplan Van Damhof

25

Wel is het mogelijk dat er sprake is van een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Daarom is een stikstofonderzoek2 uitgevoerd. Uit de AERIUSberekeningen van de aanlegfase blijkt dat er geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/hectare/jaar op de omliggende Natura 2000-gebieden. Uit de AERIUS-berekeningen van de nieuwe gebruiksfase blijkt dat er wél rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/hectare/jaar op het omliggende Natura 2000-gebied. De nieuwe gebruiksfase veroorzaakt een permanente depositie van 0,01 mol/hectare/jaar op het Natura 2000-gebied Veluwe. Uit de AERIUS-berekeningen van de huidige gebruiksfase blijkt eveneens dat er rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/hectare/jaar op het Natura 2000-gebied Veluwe. Door het huidige gebruik ontstaat een depositie van 0,01 mol/hectare/jaar op het eerdergenoemde Natura 2000gebied. Deze depositie wordt veroorzaakt door de gasgestookte opstallen en de daarbij behorende verkeersbewegingen. Uit het onderzoek blijkt dat, indien de referentiesituatie (huidige gebruiksfase) wordt afgetrokken van de nieuwe gebruiksfase, er geen toename is van stikstofdepositie ten opzichte van de referentiesituatie. Zodoende zijn geen negatieve effecten te verwachten op stikstofgevoelige natuur in Natura 2000-gebieden als gevolg van het plan.

Het aspect stikstofdepositie vormt daarom geen belemmering voor het vaststellen van het plan. Het plangebied ligt buiten het Natuurnetwerk Nederland (Natuurnetwerk Gelderland). Hiervoor geldt geen externe werking. Aangezien het plangebied buiten het Natuurnetwerk of de groene ontwikkelingszone valt wordt het niet noodzakelijk geacht dat een verdere toetsing, in de vorm van ja, mits toets, aan de orde is. De planrealisatie heeft daarmee geen negatieve effecten op de natuurwaarden van deze gebieden. Verder onderzoek of een ontheffing zijn niet nodig. Conclusie Uit het oogpunt van de gebiedsbescherming zijn er geen belemmeringen voor de planontwikkeling. 4.6.3. Soortenbescherming Onder de Omgevingswet zijn veel dier- en plantsoorten beschermd. De bescherming richt zich op soorten van Europees belang, die onder de reikwijdte van de Vogel- en Habitatrichtlijn vallen, als om bepaalde soorten van nationaal belang. Soortenbescherming vindt plaats binnen en buiten het natuurnetwerk Nederland. Het kan de vorm hebben van wet- en regelgeving, maar ook van fysieke maatregelen die bescherming, vestiging of uitbreiding van een soortenpopulatie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16155993/1