TOELICHTING Bijlage 2 Onderzoek onontplofte oorlogsresten
Tekst van het document
22P049 conceptrapport VO OO Nieuwbouwwijk Halvinkhuizen Putten 1.0 d.d. 11 mei 2022
44
Afbeelding 9: Uitsnede van de luchtfoto van 23 maart 1945. Op de luchtfoto zijn mangaten en een opstelplaats waargenomen Bron: WAG sortieref. 4-2109, fotonr. 3018.
Afbeelding 9: Uitsnede van de luchtfoto van 23 maart 1945. Op de luchtfoto zijn mangaten en opstelplaatsen waargenomen Bron: WAG sortieref. 4-2109, fotonr. 3018.
22P049 conceptrapport VO OO Nieuwbouwwijk Halvinkhuizen Putten 1.0 d.d. 11 mei 2022
45
Luchtfotodekking 5 januari 1945 De luchtfoto van 5 januari 1945 was reeds in bezit. Op de luchtfoto zijn geen sporen van oorlogshandelingen waargenomen. De luchtfoto is van matige kwaliteit (B) en dekt niet het hele onderzoeksgebied. Luchtfotodekking 23 maart 1945 De luchtfoto’s van 23 maart 1945 zijn geraadpleegd omdat uit het bronnenonderzoek naar voren kwam dat de gemeente Putten herhaaldelijk gebombardeerd is. De luchtfoto dekt voor het overgrote deel het onderzoeksgebied, op een klein stuk in het zuidwesten na. Op de geraadpleegde luchtfoto’s zijn geen bominslagen waargenomen. Wel zijn er mangaten te zien. Aangezien uit de geraadpleegde bronnen geen gevechtshandelingen bekend zijn in dit gebied, kan ervan worden uitgegaan dat het hier schuilgaten en geen schuttersputten betreft. Schuil- of mangaten werden gebruikt om in te schuilen tijdens luchtaanvallen. De foto’s zijn van goede tot matige kwaliteit (A-B) en dekken gezamenlijk het gehele onderzoeksgebied. Van beide foto’s is een 3D-foto gemaakt.
Afbeelding 10: Uitsnede van de luchtfoto van 5 januari 1945. Bron: KAD sortieref. 16-1574, fotonr. 4067.
22P049 conceptrapport VO OO Nieuwbouwwijk Halvinkhuizen Putten 1.0 d.d. 11 mei 2022
46
Afbeelding 11: Uitsnede van de luchtfoto van 23 maart 1945. Bron: WAG sortieref. 4-2109, fotonr. 3018.
Afbeelding 12: Uitsnede van de luchtfoto van 23 maart 1945. Bron: WAG sortieref. 4-2109, fotonr. 3018.
22P049 conceptrapport VO OO Nieuwbouwwijk Halvinkhuizen Putten 1.0 d.d. 11 mei 2022
47
Afbeelding 13: 3D-luchtfoto van de luchtfoto’s van 23 maart 1945. Bron: WAG sortieref. 4-2109, fotonrs. 3017 en 3018.
Luchtfotodekking 28 augustus 1945 De luchtfoto van 28 augustus 1945 is geraadpleegd om de situatie na de bevrijding vast te stellen. De luchtfoto is van matige kwaliteit (B) en dekt het gehele onderzoeksgebied. In het westen van het onderzoeksgebied is een ‘niet-definieerbare verstoring’ waargenomen. Een nietdefinieerbare verstoring is een verstoring waarvan de oorzaak tijdens de luchtfoto-analyse niet kon worden vastgesteld. Het gaat hier waarschijnlijk om een verstoring of grondroering die niet veroorzaakt is door oorlogshandelingen.
22P049 conceptrapport VO OO Nieuwbouwwijk Halvinkhuizen Putten 1.0 d.d. 11 mei 2022
48
Afbeelding 14: Uitsnede van de luchtfoto van 28 augustus 1945. Bron: NCAP 106G-LIB-285, fotonr. 3278.
3.9
Leemten in kennis Op basis van de geraadpleegde bronnen zijn nog enkele leemten in kennis. Deze leemten in kennis zijn: • • • • • • • • •
De gegevens over munitieruimingen binnen de grenzen van het onderzoeksgebied in de periode 1940-1945 zijn onbekend; De gegevens over munitieruimingen binnen de grenzen van het onderzoeksgebied in de periode 1947-1970 zijn onbekend; Niet van alle gebeurtenissen kon de exacte locatie worden vastgesteld op basis van de geraadpleegde bronnen. Voor deze gebeurtenissen geldt dat ze niet nader geanalyseerd zijn in het kader van dit vooronderzoek; Websites veranderen continu door updates en nieuwe informatie. Soms verdwijnen sites ook van het internet; of zijn ontoegankelijk geworden. Informatie kan zodoende verdwijnen of veranderen; In het gemeentearchief van Putten ontbrak het archief van de luchtbeschermingsdienst voor de jaren na 1941; In het gemeentearchief van Putten zijn geen stukken gevonden over aangetroffen/geruimde OO; Niet alle luchtfoto’s dekten het volledige onderzoeksgebied en enkele foto’s zijn van matige kwaliteit; Een vooroorlogse luchtfoto was niet beschikbaar, waardoor het niet mogelijk was om de situatie vóór de Duitse inval in mei 1940 (de ‘nul-situatie’) vast te stellen; De oorzaak van de niet-definieerbare verstoring is niet bekend noch via andere bronnen te achterhalen. Echter gaat het hier zeer waarschijnlijk om een verstoringen die niet is veroorzaakt door oorlogshandelingen.
22P049 conceptrapport VO OO Nieuwbouwwijk Halvinkhuizen Putten 1.0 d.d. 11 mei 2022
49
3.10 Inventarisatiekaart Alle relevante gegevens met een geografisch component uit de geraadpleegde bronnen zijn ingetekend op een inventarisatiekaart in GIS, waarin ook de resultaten van de geanalyseerde (en gegeorefereerde) luchtfoto’s zijn verwerkt. In de onderstaande afbeelding is de inventarisatiekaart voor het onderzoeksgebied weergegeven. Op de A1 kaart (losbladig, bijlage 4) zijn ook de corresponderende unieke nummers weergegeven. Op de inventarisatiekaart zijn de volgende indicaties ingetekend: • Oorlogsschade [RAP_441001A]; • Bombardement [RAP_441105A, RAP_441106A, RAP_441119A, RAP_441225A, RAP_450224A, RAP_450314A01, RAP_450314A02, RAP_450314A03, RAP_450318A, RAP_450322A, RAP_450324A01, RAP_450324A02]; • Crashlocatie [RAP_450228A]; • Vuurgevecht [RAP_450415A, RAP_450416A].
Afbeelding 15: Inventarisatiekaart onderzoeksgebied Halvinkhuizen te Putten gemeente Putten.
22P049 conceptrapport VO OO Nieuwbouwwijk Halvinkhuizen Putten 1.0 d.d. 11 mei 2022
50
4 ANALYSE GEGEVENS 4.1
Inleiding analyse: verdacht of onverdacht gebied Op basis van de geraadpleegde gegevens kan worden vastgesteld of een onderzoeksgebied (deels) verdacht of onverdacht op OO is. Indien er in het onderzoeksgebied geen oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden en/of indien er geen OO in/op de (water)bodem zijn achtergebleven, is een gebied onverdacht. Als uitgangspunten voor de conclusie verdacht of onverdacht wordt bijlage 2 als leidraad gebruikt voor aanwezigheid van OO in het onderzoeksgebied. Verder wordt gebruikgemaakt van kennis en ervaring door het maken van een beredeneerde inschatting: •
Verhoogde kans op OO: VERDACHT (bij specifieke meldingen van OO en bij oorlogshandelingen of militaire aanwezigheid en daardoor aanwezigheid van OO) Geen verhoogde kans op OO: ONVERDACHT (bij alle andere gevallen dan verdacht en bij contra-indicaties op verdachte gebieden).
•
Indien van de bovengenoemde richtlijnen (zie bijlage 2) voor de horizontale afbakening wordt afgeweken, is dit gemotiveerd. Als er indicaties zijn dat (delen van) het onderzoeksgebied betrokken (zijn) is geweest bij oorlogshandelingen dan wordt het (de) verdachte gebied(en) horizontaal afgebakend en worden de volgende zaken vastgesteld voor elk van het op OO verdachte gebied: • • • • • • • • •
Indicaties en contra-indicaties van oorlogshandelingen; (Hoofd- en sub-) soort mogelijk aan te treffen OO; Kalibers/ gewichtsklasse van de mogelijk aan te treffen OO; Nationaliteit van de mogelijk aan te treffen OO; Verschijningsvorm van de mogelijk aan te treffen OO; Type ontstekingsinrichtingen voor de hoofdsoort afwerpmunitie; De hoeveelheid mogelijk aan te treffen OO; De horizontale afbakening van het verdachte gebied De verticale afbakening van het verdachte gebied.
4.2
Indicaties en verdachte gebieden Tijdens het vooronderzoek zijn geen indicaties aangetroffen waaruit blijkt dat in het onderzoeksgebied Nieuwbouwwijk Halvinkhuizen Putten oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden waarbij OO zijn achtergebleven in de (water)bodem. Het onderzoeksgebied is ONVERDACHT op OO.
4.3
Indicaties zonder verdacht gebied In de geraadpleegde bronnen zijn wel indicaties van oorlogshandelingen aangetroffen die betrekking hebben op het onderzoeksgebied en/of de nabije omgeving maar niet hebben geleid tot een verdacht gebied binnen de grenzen van het onderzoeksgebied. In de onderstaande tabel is per indicatie met RAP-nummer beargumenteerd waarom de indicatie niet heeft geleid tot een verdacht gebied binnen de grenzen van het onderzoeksgebied. RAP-nummer Zonder RAPnummer
Gebeurtenis Militaire aanwezigheid (opstellingen)
Bron Luchtfoto’s 23 maart 1945
Bijzonderheden Op de luchtfoto van 23 maart 1945 zijn ten noorden van het onderzoeksgebied opstellingen waargenomen. Opstelplaatsen werden gebruikt om voertuigen in onder te brengen in geval van luchtaanvallen. Hierbij is geen sprake van OO. Op basis van
22P049 conceptrapport VO OO Nieuwbouwwijk Halvinkhuizen Putten 1.0 d.d. 11 mei 2022
51
RAP-nummer
Gebeurtenis
Bron
Zonder RAPnummer
Militaire aanwezigheid (mangaten)
Luchtfoto 23 maart 1945
[RAP_441001A]
Oorlogsschade
•
• •
https://www.oktober44.nl /razzia De Zeeuw et al., Nijkerk 1940-1945, 102 Peters, Gelderland bevrijd, 60 GP inv. nr. 8 GP inv. nr. 7
• • • • • • • • • •
TNA UK AIR37/716 TNA UK AIR27/1169/40 TNA UK AIR27/1169/41 TNA UK AIR27/1548/64 TNA UK AIR27/1559/45 TNA UK AIR37/718 TNA UK AIR27/1169/43 TNA UK AIR27/1662/29 GP inv. nr. 25 TNA UK AIR 37/718
• •
[RAP_441105A, RAP_441106A, RAP_441119A, RAP_441225A, RAP_450224A, RAP_450314A01, RAP_450314A02, RAP_450314A03, RAP_450318A, RAP_450322A, RAP_450228A, RAP_450324A01, RAP_450324A02]
Bombardementen
[RAP_450228A]
Crashlocatie
GP (zonder toeg. nr.) inv. nr. 25
RAP_450415A
Vuurgevecht
NIMH toeg. nr. 422 inv. nr. 371
RAP_450416A
Vuurgevecht
NIMH toeg. nr. 422 inv. nr. 371
Bijzonderheden deze indicatie is geen verdacht gebied afgebakend. Op de luchtfoto van 23 maart 1945 zijn ten noorden van het onderzoeksgebied mangaten waargenomen. In het onderzoeksgebied hebben geen gevechtshandelingen plaatsgevonden. De mangaten hadden louter een schuilfunctie. Op basis van deze indicatie is geen verdacht gebied afgebakend. Uit het bronnenonderzoek kwam naar voren dat de Duitse bezetter als represaille voor de aanslag van de Puttense verzetsbeweging op een aantal Wehrmachtsofficieren een deel van het dorp hebben platgebrand. Veel huizen hadden oorlogsschade. Er zijn geen aanwijzingen dat OO hieraan debet is. Er is geen verdacht gebied afgebakend. Uit het bronnenonderzoek kwam naar voren dat in de relevante kaartvierkanten regelmatig bommen zijn gevallen. Het ging hierbij echter voornamelijk om bombardementen op de spoorlijn. De spoorlijn ligt buiten onderzoeksgebied. Bovendien zijn op de luchtfoto’s van 8 november 1944, 5 januari 1945 en 23 januari 1945 geen bominslagen waargenomen. Op basis van deze indicaties is geen verdacht gebied afgebakend. Uit het bronnenonderzoek bleek dat op 28 februari 1945 een Brits toestel is neergestort op de rijksweg Putten-Nijkerk. Dit is buiten onderzoeksgebied. Er zijn geen indicaties dat er OO afkomstig van het toestel in het onderzoeksgebied terechtgekomen zijn.
Op basis van deze indicatie is geen verdacht gebied afgebakend. In de nacht van 15 op 16 april 1945 schoot de Britse kapitein R.J. Holland op twee wachters in kaartvierkant qZ.526086. De Duitsers schoten niet terug. Dit was een zeer kleinschalige schermutseling en bovendien vond deze plaats buiten onderzoeksgebied. Er is op basis van deze indicatie geen verdacht gebied afgebakend. In de nacht van 16 op 17 april 1945 raakten vier Britse militairen met een aantal Duitse militairen in een vuurgevecht verwikkeld. Het lijkt om een klein vuurgevecht te staan. Bovendien vond deze plaats buiten onderzoeksgebied. Er is op basis van deze indicatie geen verdacht gebied afgebakend.
22P049 conceptrapport VO OO Nieuwbouwwijk Halvinkhuizen Putten 1.0 d.d. 11 mei 2022
52
Hierbij dient te worden opgemerkt dat er niet kan worden uitgesloten dat er OO in onverdachte gebieden worden aangetroffen. Op basis van dit onderzoek zijn in de geraadpleegde bronnen voor de onverdachte gebieden geen/onvoldoende aanwijzingen aangetroffen dat er een verhoogde kans is op OO. 4.4
Bodembelastingkaart OO In de onderstaande afbeelding is de Bodembelastingkaart OO voor het onderzoeksgebied weergegeven. Deze kaart is ook losbladig, op A1-formaat (bijlage 5) aan dit vooronderzoek OO toegevoegd. Het onderzoeksgebied is onverdacht op OO.
Afbeelding 16: Bodembelastingkaart OO van het onderzoeksgebied Nieuwbouwwijk Halvinkhuizen Putten in de gemeente Putten. Het onderzoeksgebied is onverdacht op OO in de (water)bodem.
22P049 conceptrapport VO OO Nieuwbouwwijk Halvinkhuizen Putten 1.0 d.d. 11 mei 2022
53
5 CONCLUSIE EN ADVIES 5.1
Conclusie Op basis van de geraadpleegde bronnen, de beoordeling en evaluatie van de indicaties en contra-indicaties is vastgesteld dat het onderzoeksgebied Nieuwbouwwijk Halvinkhuizen Putten in de gemeente Putten niet getroffen is door oorlogshandelingen tijdens de Tweede Wereldoorlog, waardoor OO in de (water)bodem kunnen zijn achtergebleven. Het onderzoeksgebied is onverdacht op OO.
5.2
Leemten in kennis Samenvattend zijn er de volgende leemten in kennis zijn: • • • • • • • • •
5.3
De gegevens over munitieruimingen binnen de grenzen van het onderzoeksgebied in de periode 1940-1945 zijn onbekend; De gegevens over munitieruimingen binnen de grenzen van het onderzoeksgebied in de periode 1947-1970 zijn onbekend; Niet van alle gebeurtenissen kon de exacte locatie worden vastgesteld op basis van de geraadpleegde bronnen. Voor deze gebeurtenissen geldt dat ze niet nader geanalyseerd zijn in het kader van dit vooronderzoek; Websites veranderen continu door updates en nieuwe informatie. Soms verdwijnen sites ook van het internet; of zijn ontoegankelijk geworden. Informatie kan zodoende verdwijnen of veranderen; In het gemeentearchief van Putten ontbrak het archief van de luchtbeschermingsdienst voor de jaren na 1941; In het gemeentearchief van Putten zijn geen stukken gevonden over aangetroffen/geruimde OO; Niet alle luchtfoto’s dekten het volledige onderzoeksgebied en enkele foto’s zijn van matige kwaliteit; Een vooroorlogse luchtfoto was niet beschikbaar, waardoor het niet mogelijk was om de situatie vóór de Duitse inval in mei 1940 (de ‘nul-situatie’) vast te stellen; De oorzaak van de niet-definieerbare verstoring is niet bekend noch via andere bronnen te achterhalen. Echter gaat het hier zeer waarschijnlijk om een verstoringen die niet is veroorzaakt door oorlogshandelingen.
Advies Op basis van de resultaten van dit vooronderzoek OO en de conclusies is het onderzoeksgebied ONVERDACHT op OO. De voorgenomen werkzaamheden kunnen derhalve plaatsvinden zonder dat vervolgstappen noodzakelijk zijn in de opsporing van OO. De (grond)werkzaamheden kunnen derhalve regulier worden uitgevoerd. Indien tijdens werkzaamheden toch een OO of verdacht voorwerp wordt aangetroffen, is het zaak de juiste procedure direct te starten. Het voorwerp niet beroeren en de politie meteen op de hoogte stellen. Deze zal, indien noodzakelijk, de EOD inschakelen om het eventuele OO te ruimen.
22P049 conceptrapport VO OO Nieuwbouwwijk Halvinkhuizen Putten 1.0 d.d. 11 mei 2022
54
6 BIJLAGEN
22P049 conceptrapport VO OO Nieuwbouwwijk Halvinkhuizen Putten 1.0 d.d. 11 mei 2022
55
Bijlage 1
Overzicht beoordelen/evalueren inventarisatie (VO OO)
In het ‘Certificatieschema vooronderzoek (VO) en risicoanalyse (RA) Ontplofbare oorlogsresten (OO)’ staat vermeld dat de indicaties en contra-indicaties uit het bronnenonderzoek worden beoordeeld en op basis daarvan wordt gemotiveerd vastgesteld: 1. of er in het onderzoeksgebied sprake is van concrete aanwijzingen voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten, en zo ja; 2. hoofdsoort, subsoort, kaliber/gewichtsklasse, nationaliteit en verschijningsvorm van mogelijke ontplofbare oorlogsresten en voor de hoofdsoort afwerpmunitie tevens het type ontstekingsinrichtingen en het verwachte aantal; 3. horizontale en verticale afbakening van het verdachte gebied. Bij de beoordeling en evalueren van het bronnenmateriaal worden de volgende uitgangspunten gehanteerd. 1. Bij het vaststellen van de conclusie worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: a. Bij de beoordeling of bepaalde oorlogshandelingen een concrete aanwijzing vormen voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten in het onderzoeksgebied, wordt bijlage 2a als leidraad gehanteerd. Hiervan mag alleen gemotiveerd worden afgeweken en gemaakte keuzes moeten worden onderbouwt; b. Indien er sprake is van concrete aanwijzingen van de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten, wordt de conclusie VERDACHT gerapporteerd; c.
Indien er geen sprake is van concrete aanwijzingen van de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten, wordt de conclusie ONVERDACHT gerapporteerd. 2. Indicaties/contra-indicaties dienen een locatieverwijzing te hebben, aangezien deze essentieel is om te bepalen of de informatie relevant is voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten in het onderzoeksgebied. Voor de locatieverwijzing gelden de volgende uitgangspunten: a. indicaties/contra-indicaties moeten worden vertaald naar een locatie in de huidige topografie; b. waar sprake is van onduidelijkheid/onbetrouwbaarheid in de locatieverwijzing, wordt dit gedocumenteerd; c. bij gebruikmaking van indicaties/contra-indicaties uit geschreven bronnen, dient de locatieverwijzing uit het bronbestand in de rapportage ongewijzigd te worden overgenomen. 3. Bij de classificatie van objecten op luchtfoto’s dient de validiteit van de classificatie vastgelegd te worden in de volgende twee niveaus van betrouwbaarheid. a. Bevestigd: betrouwbaarheid grenst aan zekerheid. De waarneming kan worden bevestigd met een tweede bron (betrouwbaarheid 99%); b. Waarschijnlijk: de luchtfoto-analisten zijn overwegend zeker van de validiteit van de classificatie van het object (betrouwbaarheid 50 % of hoger). c.
Mogelijk: de luchtfoto-analisten zijn overwegend onzeker van de validiteit van de classificatie van het object (betrouwbaarheid lager dan 50 %). De betrouwbaarheid van de classificatie wordt per object vastgelegd. Indien een object met de betrouwbaarheid “mogelijk” invloed uitoefent op de afbakening van het verdachte gebied, wordt dit duidelijk in de rapportage beschreven. 4. De interpretatie van luchtfoto’s uit het tijdvak 1940-1945 vindt als volgt plaats: a. De organisatie rapporteert de wijze waarop de luchtfotobeelden zijn geoptimaliseerd voor interpretatie;
22P049 conceptrapport VO OO Nieuwbouwwijk Halvinkhuizen Putten 1.0 d.d. 11 mei 2022
56
b. De organisatie interpreteert de geselecteerde luchtfoto’s ten minste op schade aan het landschap als gevolg van oorlogshandelingen en de indicaties zoals genoemd in bijlage 2; c. Bij de interpretatie dienen aantoonbaar ten minste twee deskundigen ter zake luchtfotointerpretatie te worden betrokken, zowel betreffende de classificatie van objecten als het betrouwbaarheidsniveau zoals bedoeld onder punt 3. 5. De conclusie wordt vastgesteld op basis van indicaties en/of contra-indicaties waarvan de betrouwbaarheid door de organisatie is getoetst door het stellen van de onderstaande vragen. a. Betreft het informatie uit een primaire bron of uit een secundaire bron?; b. Kan de informatiebron op zichzelf als betrouwbaar worden beschouwd aangaande de feiten die de bron vermeldt?; c. Komt de informatie uit een bron overeen met informatie over dezelfde -(contra-)indicatie? d. Aan de hand van de antwoorden op deze vragen wordt de betrouwbaarheid van de bron geëvalueerd. Indien een informatiebron of informatie welke doorslaggevend is voor de conclusie VERDACHT als overwegend onbetrouwbaar wordt beschouwd, dient dit in de rapportage te worden vastgelegd. 6. Bij het vaststellen van de conclusie VERDACHT/ONVERDACHT voor het onderzoeksgebied of een deel daarvan worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: a.
De conclusie VERDACHT wordt gehanteerd indien op basis van de beoordeling van indicaties en contra-indicaties er volgens een onderbouwde inschatting van de organisatie voor het gehele of een gedeelte van het onderzoeksgebied sprake is van de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten; b. De conclusie ONVERDACHT wordt gehanteerd voor dat deel van het onderzoeksgebied dat niet als verdacht gebied wordt aangemerkt. 7. Het verdachte gebied wordt horizontaal en verticaal afgebakend, gespecificeerd per hoofdsoort van mogelijke ontplofbare oorlogsresten. Daarbij worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: a. Bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt bijlage 2 als richtlijn gehanteerd. Hiervan mag alleen gemotiveerd worden afgeweken en gemaakte keuzes moeten worden onderbouwd. b. Uitgangspunten verticale afbakening: i. bij het bepalen van de verticale afbakening per hoofdsoort dient specifiek rekening te worden gehouden met in ieder geval: bodemtype, gewicht en kaliber/diameter van ontplofbare oorlogsresten; ii. voor het berekenen van de indringingsdiepte van afwerpmunitie wordt wordt gebruik gemaakt van een rekenmethode.
Indien de verwachtte ontplofbare oorlogsresten in de catalogus van het ontwerp Voorschrift Bepaling Indringingsdiepte Conventionele Explosieven (Deltares, 1210497-000, 2015), aanwezig zijn dient tenminste deze rekenmethode gebruikt te worden. Bevinden de verwachte ontplofbare oorlogsresten niet in de catalogus, wordt beschreven en gemotiveerd welke rekenmethode wel is gebruikt. Indien naast de “Deltares methode” andere rekenmethoden worden toegepast, worden de verschillen tussen beide methoden en de uitkomsten daarvan in de rapportage verklaard; iii. indien sprake is van grondverzet/grondroering in de periode 1945 tot heden, wordt op basis daarvan bepaald of, en zo ja tot welke diepte minus huidig maaiveld/ huidige (water)bodem en ten opzichte van NAP de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten kan worden uitgesloten; iv. de verticale afbakening wordt uitgedrukt in de diepte ten opzichte van NAP, en als dat niet mogelijk is, wordt dit uitgedrukt in de diepte ten opzichte van de maaiveldhoogten ten tijde van WOII. c. Uitgangspunten horizontale afbakening: i. bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt, op basis van het beschikbare bronnenmateriaal, de geografische tolerantie gerapporteerd en bij
22P049 conceptrapport VO OO Nieuwbouwwijk Halvinkhuizen Putten 1.0 d.d. 11 mei 2022
57
een geografische tolerantie van meer dan 10 meter wordt de reden daarvan gemotiveerd; ii. voor luchtfoto’s wordt de wijze waarop dit is gegeorefereerd beschreven; iii. het verdachte gebied wordt weergegeven op een wijze waardoor de positie ten opzichte van het coördinatensysteem van de Rijksdriehoeksmeting (RD) nauwkeurig te herleiden is; iv. indien de afstanden die zijn gebruikt bij de horizontale afbakening een basis hebben in wetenschappelijk of empirisch onderzoek, wordt voor dit onderzoek een voor derden herleidbare bronvermelding gegeven; v. indien de afstanden die zijn gebruikt bij de horizontale afbakening arbitrair bepaald zijn, wordt dit als zodanig in de rapportage benoemd. d. De verschijningsvorm van mogelijk aanwezige ontplofbare oorlogsresten wordt vastgesteld en gerapporteerd.
22P049 conceptrapport VO OO Nieuwbouwwijk Halvinkhuizen Putten 1.0 d.d. 11 mei 2022
58
Bijlage 2
Vaststellen verdacht gebied en afbakening in vooronderzoek (CS-VROO)
Deze bijlage maakt onderdeel uit van hoofdstuk 3 van de Nadere bepalingen voor het beoordelen van bronnenmateriaal en afbakening van verdacht gebied behorende bij het Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse ontplofbare oorlogsresten en wordt gebruikt om te beoordelen of er concrete aanwijzingen zijn van de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten (verdacht of onverdacht) en voor de horizontale afbakening van het verdachte gebied. Hiervan mag alleen gemotiveerd worden afgeweken. Deze bijlage bevat per indicatie een uitgebreide opsomming van factoren waarmee de onderzoeker rekening moet houden bij de beoordeling of sprake is van een verdacht gebied, en zo ja, bij de afbakening van dit gebied. Naast deze uitgangspunten die door de onderzoeker worden toegepast, is een ‘referentiekader’ opgesteld met gedeelde kennis, uitgangspunten en referentiedocumenten. Dit is een meer dynamisch deel en dat valt buiten dit certificatieschema. Deze bijlage bestaat uit de volgende twee delen: • •
Beoordelen bronnenmateriaal conflictperiode Beoordeling bronnenmateriaal na-conflictperiode (nog niet ingevuld)
Beoordelen bronnenmateriaal conflictperiode Militair object Indicatie Algemene omschrijving
Militair object Gebouw, bouwwerk of cluster van gebouwen en/of bouwwerken, al dan niet voorzien van wapens en/of OO, dat dient ter verdediging, voor logistieke doeleinden of voor de huisvesting van militairen in oorlogstijd. Militaire gebouwen/bouwwerken kunnen worden onderverdeeld in drie categorieën: • veldversterkingen (lichte constructie van hout, grond e.d.); • zware versterkingen (ongewapend/licht gewapend beton, baksteen/beton combinaties); • duurzame versterking (zwaar gewapend beton, eventueel met stalen pantserdelen). Een niet-limitatieve opsomming van objecten waaraan kan worden gedacht:
Uitgangspunten voor het beargumenteerd aanmerken en afbakenen van verdacht gebied
• wapenopstelling; • geschutopstelling; • barak; • munitieopslag, al dan niet in open veld; • zoeklichtopstelling; • radaropstelling; • gevechtsloopgraaf; • communicatieloopgraaf; • schuilloopgraaf; • schuttersput; • mangat; • tankgracht- of geul; • bunker, in de vorm van zware of duurzame versterking; • kampement; • obstakel, zoals prikkeldraadversperring, wegafzetting, drakentand, palenveld tegen luchtlandingen, net tegen torpedo’s en afgezonken schip; • een verdedigingswerk bestaande uit meerdere objecten. Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren: • de aard/functie van het object; • of het object onderdeel vormde van een groter geheel; • het aantal vermoedelijk aanwezige OO ter plaatse van het militair object gedurende het gebruik daarvan; • de vermoedelijke locatie in of nabij het object waar OO werden opgeslagen; • tijdstip en reden van het verlaten van het militair object (bijvoorbeeld: voordat de bevrijding plaatsvond, opmars vijandelijke troepen, algehele capitulatie, verplaatsen van wapens); • informatie over het opruimen van het militaire object en/of de daar aanwezige OO; • welke voor de hand liggende dumplocaties er in de nabijheid van het object aanwezig zijn geweest.
• of er aanwijzingen zijn dat OO zijn aangetroffen op de locatie van het object of in de nabijheid daarvan, en zo ja, welke relatie deze OO heeft/hebben met de bekende aard/functie van het object.
22P049 conceptrapport VO OO Nieuwbouwwijk Halvinkhuizen Putten 1.0 d.d. 11 mei 2022
59
Mijnenveld Indicatie Algemene omschrijving Uitgangspunten voor het beargumenteerd aanmerken en afbakenen van verdacht gebied
Mijnenveld Geregistreerd mijnenveld of gebied waar ooit de aanwezigheid van landmijnen is vermoed. Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren: • het aantal en type gelegde mijnen; • het aantal en type geruimde mijnen; • of het mijnenveld meerdere keren op aanwezigheid van mijnen is onderzocht; • de nauwkeurigheid van de aangegeven begrenzing van het mijnenveld; • verschijningsvorm; • welke voor de hand liggende dumplocaties er in de nabijheid van het mijnenveld aanwezig zijn geweest; • of er aanwijzingen zijn dat OO zijn aangetroffen op de locatie van het mijnenveld of in de nabijheid daarvan, en zo ja, welke relatie deze OO heeft/hebben met het mijnenveld.
Dumplocatie van OO Indicatie
Dumplocatie van OO
Algemene omschrijving
Informatie dat op een specifieke locatie OO in de landbodem en/of waterbodem zijn gedumpt met als doel OO te verwijderen of te verbergen. Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren:
Uitgangspunten voor het beargumenteerd aanmerken en afbakenen van verdacht gebied
• het type of de typen OO die zijn gedumpt; • losse OO of verpakt; • wijze van dumping (met vrachtwagen, met de hand, vanaf een vaartuig); • locatie van dumping (land/water); • de verplaatsing van OO in het water en de ophoping bij obstakels in het water ingeval van dumping van OO in water.
Vliegtuigcrash Indicatie Algemene omschrijving Uitgangspunten voor het beargumenteerd aanmerken en afbakenen van verdacht gebied
Vliegtuigcrash Het neerkomen van (delen van) een militair vliegtuig, niet zijnde een geslaagde (nood)landing. Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren: • of er aanwijzingen zijn dat er onderdelen van het toestel (of delen daarvan) in de bodem of op/in de waterbodem zijn achtergebleven, en zo ja: • de bekende locatie(s) van neerkomen; • de OO die aan boord waren bij neerkomen; • de toestand van het toestel bij neerkomen; • schadebeeld; • de bergingswerkzaamheden die in de verschillende tijdvakken (in de directe nasleep van de crash, direct na de bevrijding en daarna) hebben plaatsgevonden; • de ondergrondse verplaatsing van het toestel of delen daarvan; • of er aanwijzingen zijn dat OO zijn aangetroffen op de crashlocatie, en zo ja, welke relatie deze OO heeft/hebben met de crash; • de mogelijke aanwezigheid van stoffelijke resten, milieukundige bodemverontreiniging (zoals brandstof) en archeologisch erfgoed.
Vernielingslading Indicatie Algemene omschrijving Uitgangspunten voor het beargumenteerd aanmerken en afbakenen van verdacht gebied
Vernielingslading Vernielingslading (al dan niet in werking gesteld) Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren: • gebruikte OO als vernielingslading; • de aard van het te vernietigen object, zoals gebouwen, bruggen en wegen; • de (locatie van) de plaatsing van de vernielingslading ten opzichte van het te vernietigen object; • of de lading (gedeeltelijk) in werking is gesteld en of daardoor een deel van de vernielingslading is verplaatst; • schadebeeld; • opruimwerkzaamheden ter plaatse van het vernietigde object;
22P049 conceptrapport VO OO Nieuwbouwwijk Halvinkhuizen Putten 1.0 d.d. 11 mei 2022
60
Indicatie
Vernielingslading • of er aanwijzingen zijn dat OO zijn aangetroffen op de locatie van het te vernietigen object, of in de nabijheid daarvan.
(Ongecontroleerde) massa explosie/vernielingslocatie Indicatie Algemene omschrijving Uitgangspunten voor het beargumenteerd aanmerken en afbakenen van verdacht gebied
(Ongecontroleerde) massa explosie/vernietigingslocatie (Sympathische) detonatie van een explosievenvoorraad zoals bijvoorbeeld een munitieopslag of munitietrein of een locatie waar OO vernietigd zijn. Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren: • de locatie waar de explosie(s) heeft/hebben plaatsgevonden (primaire detonatiehaard); • de wijze waarop de explosie(s) tot stand is/zijn gekomen (bijv. beschieting, ongeval of gecontroleerde detonatie); • de voorziening waarin de OO waren ondergebracht/gelegen ten tijde van de explosie (bijvoorbeeld een gebouw, een open munitieopslagvoorziening, een springput waarin de OO zijn ingegraven, aan boord van trein/vrachtwagen/schip); • de terreineigenschappen/geografische omstandigheden van het gebied waar de explosie/vernietiging heeft plaatsgevonden; • de hoofdsoort, subsoort, type en aantal/hoeveelheid van de opgeslagen/aanwezige bij de explosie betrokken OO; • het tijdsbestek waarin de massa-explosie/munitievernietiging heeft plaatsgevonden; • of er aanwijzingen zijn dat OO zijn aangetroffen in de omgeving van de (ongecontroleerde) massa explosie/vernietigingslocatie, en zo ja, of deze OO een relatie heeft/hebben met de explosie; • de locaties waar als gevolg van de explosie
weggeslingerde OO zijn beland en de spreiding ervan; • de vraag of weggeslingerde OO direct na de explosie aan de oppervlakte is/zijn gebleven of is/zijn ingedrongen in de bodem; • de zorgvuldigheid waarmee eventuele ruimingen kort na de explosie hebben plaatsgevonden en onder welke omstandigheden/condities dat is gebeurd.
Artilleriebeschieting Indicatie Algemene omschrijving Uitgangspunten voor het beargumenteerd aanmerken en afbakenen van verdacht gebied
Artilleriebeschieting Beschieting door grondgebonden geschut, mortieren of grondgebonden (meervoudige) raketwerpsystemen of beschieting door scheepsgeschut. Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren: • het soort en kaliber granaat; • de locatie van waar is geschoten; • de nauwkeurigheid waarmee het doel is geregistreerd; • de afstand waarover is geschoten; • de locaties en spreiding van granaatinslagen; • type beschieting (bijvoorbeeld: storingsvuur, uitwerkingsvuur, afsluitingsvuur); • intensiteit van de beschieting (bijvoorbeeld: aantal vuurstoten, duur van de vuurstoten, aantal granaten per vuurstoot, totaal aantal verschoten granaten); • periode waarbinnen beschietingen hebben plaatsgevonden (uren, dagen, maanden, enz.); • of de beschieting werd uitgevoerd met een waarnemer; • of er vooraf is ingeschoten; • of er OO zijn aangetroffen in het kennelijk beschoten gebied, of in de nabijheid daarvan, en zo ja, of deze OO een relatie heeft/hebben met de beschieting.
Raketbeschieting door jachtbommenwerpers Indicatie Algemene omschrijving Uitgangspunten voor het beargumenteerd aanmerken en afbakenen van verdacht gebied
Raketbeschieting door jachtbommenwerpers Raketbeschieting door jachtbommenwerpers, in de Nederlandse praktijk doorgaans door Hawker Typhoons. Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren: • de bekende locaties en spreiding van raketinslagen, zoals gebleken uit de inventarisatie van het bronnenmateriaal; • het aantal verschoten raketten per toestel; • het aantal aantoonbaar gedetoneerde raketten; • informatie over de na de raketbeschieting door de autoriteiten geregistreerde blindgangers (indien beschikbaar); • het maximale aantal nog aanwezige blindgangers; • het verwachte aantal blindgangers; • type jachtbommenwerper;
22P049 conceptrapport VO OO Nieuwbouwwijk Halvinkhuizen Putten 1.0 d.d. 11 mei 2022
61
Indicatie
Raketbeschieting door jachtbommenwerpers • vliegrichting ten tijde van het afvuren van de raketten; • wijze van verschieten (het verschieten van alle raketten in één of meerdere salvo’s); • eventuele andere bekende gegevens over de toegepaste tactiek; • verwachte of maximale horizontale ondergrondse verplaatsing van de raket direct na inslag; • of er aanwijzingen zijn dat CE zijn aangetroffen in de omgeving van de beschieting, en zo ja, of deze OO een relatie heeft / hebben met de beschieting.
Bombardement met brisantbommen Indicatie Algemene omschrijving Uitgangspunten voor het beargumenteerd aanmerken en afbakenen van verdacht gebied
Bombardementen met brisantbommen Luchtaanval met inzet van brisante afwerpmunitie, inclusief clusterbommen. Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren: • de bekende locaties en spreiding van bominslagen; • het aantal afgeworpen bommen per toestel; • het aantal aantoonbaar gedetoneerde bommen; • informatie over de na het bombardement door de autoriteiten geregistreerde blindgangers; • het maximale aantal nog aanwezige blindgangers; • het verwachte aantal blindgangers. • type bommenwerper; • wijze van afwerpen/toegepaste tactiek (zoals een afworp in duikvlucht, een afworp van geringe hoogte of een afworp van grote hoogte, vliegrichting, afworp in salvo ja/nee, als clustermunitie ja/nee); • verwachte of maximale horizontale ondergrondse verplaatsing van de bom direct na inslag; • of er aanwijzingen zijn dat OO zijn aangetroffen in de omgeving van het bombardement, en zo ja, of deze OO een relatie heeft/hebben met het bombardement.
Bombardement met brandbommen Indicatie Algemene omschrijving Uitgangspunten voor het beargumenteerd aanmerken en afbakenen van verdacht gebied
Bombardementen met brandbommen Luchtaanval met inzet van afwerpmunitie met een brandlading. Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren: • de locaties en spreiding van bominslagen; • het aantal vermoedelijk afgeworpen bommen per toestel; • het aantal aantoonbaar aangetroffen brandbommen na het bombardement, al dan niet uitgebrand; • informatie over schade veroorzaakt door brand in het kennelijk getroffen gebied; • het maximale aantal nog aanwezige blindgangers; • het verwachte aantal blindgangers; • type bommenwerper; • wijze van afwerpen/toegepaste tactiek (zoals een afworp van geringe hoogte of een afworp van grote hoogte, vliegrichting, afworp als clustermunitie); • informatie over de windrichting en -snelheid; • of er aanwijzingen zijn dat OO zijn geruimd/aangetroffen in het door het bombardement getroffen gebied of in de nabijheid daarvan, en zo ja, welke relatie deze OO heeft/hebben met het bombardement.
Beschieting door vliegtuigen Indicatie Algemene omschrijving Uitgangspunten voor het beargumenteerd aanmerken en afbakenen van verdacht gebied
Beschieting door vliegtuigen Beschieting door vliegtuigen met boordwapens/boordgeschut. Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren: • type vliegtuig; • bewapening waarmee is beschoten; • of het een stilstaand of bewegend doel betrof; • de nauwkeurigheid van de locatie van het getroffen doel; • wijze van beschieten/toegepaste tactiek (waaronder afstand en hoek van het vliegtuig ten opzichte van het doel); • informatie over schade veroorzaakt door de beschieting; • of er aanwijzingen zijn dat OO zijn aangetroffen in het kennelijk beschoten gebied of in de nabijheid daarvan, en zo ja, welke relatie deze OO heeft/hebben met de beschieting.
Inslagpunt van een blindganger (vliegtuigbom)
22P049 conceptrapport VO OO Nieuwbouwwijk Halvinkhuizen Putten 1.0 d.d. 11 mei 2022
62
Indicatie Algemene omschrijving
Uitgangspunten voor het beargumenteerd aanmerken en afbakenen van verdacht gebied
Inslagpunt van een blindganger (vliegtuigbom) Informatie dat op een specifieke locatie een vliegtuigbom is neergekomen die niet (geheel) in werking is getreden, zoals een situatieschets die in de nasleep van een bombardement door de bevoegde instanties is gemaakt. Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren: • het type vliegtuigbom en het gewicht; • de wijze van afwerpen/toegepaste tactiek; • de nauwkeurigheid van de informatie over het inslagpunt; • de vliegrichting; • de vliegsnelheid; • de afwerphoogte; • de ondergrondse offset; • schadebeeld; • de naoorlogse zoekacties.
Inslagpunt van een V1 Indicatie Algemene omschrijving Uitgangspunten voor het beargumenteerd aanmerken en afbakenen van verdacht gebied
Inslagpunt van een al dan niet gedetoneerde V1 Gebied dat is getroffen door de inslag van een V1. Bij het vaststellen of de indicatie leidt tot de conclusie VERDACHT of ONVERDACHT en bij de horizontale afbakening van het verdachte gebied wordt ten minste rekening gehouden met de volgende factoren: • de bekende locatie van inslag; • de lanceerlocatie; • de afstand die de V1 heeft afgelegd voordat deze is ingeslagen; • het type V1; • of de V1 na inslag is gedetoneerd; • de verwachte en maximale offset van de V1 direct na inslag; • of de V1 al is geruimd; • de mogelijke bodemverontreiniging door bijvoorbeeld de aanwezigheid van benzeen en brandstof.
Inslagpunt van een V2 Indicatie Algemene omschrijving Uitgangspunten voor het beargumenteerd aanmerken en afbakenen van verdacht gebied
Nog niet ingevuld
22P049 conceptrapport VO OO Nieuwbouwwijk Halvinkhuizen Putten 1.0 d.d. 11 mei 2022
63
Bijlage 3
Dekking geraadpleegde luchtfoto’s
22P049 conceptrapport VO OO Nieuwbouwwijk Halvinkhuizen Putten 1.0 d.d. 11 mei 2022
64
22P049 conceptrapport VO OO Nieuwbouwwijk Halvinkhuizen Putten 1.0 d.d. 11 mei 2022
65
22P049 conceptrapport VO OO Nieuwbouwwijk Halvinkhuizen Putten 1.0 d.d. 11 mei 2022
66
Bijlage 4
A1 Inventarisatiekaart (losbladig en digitaal)
22P049 conceptrapport VO OO Nieuwbouwwijk Halvinkhuizen Putten 1.0 d.d. 11 mei 2022
67
Bijlage 5
A1 Bodembelastingkaart OO (losbladig en digitaal)
22P049 conceptrapport VO OO Nieuwbouwwijk Halvinkhuizen Putten 1.0 d.d. 11 mei 2022
68
Bijlage 6
Certificaat ISO 9001:2015
22P049 conceptrapport VO OO Nieuwbouwwijk Halvinkhuizen Putten 1.0 d.d. 11 mei 2022
69
Bijlage 7
Certificaat CS-VROO
22P049 conceptrapport VO OO Nieuwbouwwijk Halvinkhuizen Putten 1.0 d.d. 11 mei 2022
70