TAM-omgevingsplan Halvinkhuizen fase 2 en 3 MOTIVERING (versie raad 6 maart 2025)
Tekst van het document
TAM-Omgevingsplan Halvinkhuizen Fase 2 En 3 Gemeente Putten
TAM-Omgevingsplan Halvinkhuizen Fase 2 En 3 Gemeente Putten
PLANGEGEVENS IDN Projectnummer Titel Projectleider Auteur STATUS Concept Voorontwerp Ontwerp Vastgesteld
DETAILS NL.IMRO.0273.TAM004-VA01 TAM-omgevingsplan Halvinkhuizen fase 2 en 3
DATUM 6 november 2024 3 december 2024 5 maart 2025
Inhoudsopgave
MOTIVERING
6
Hoofdstuk 1
Inleiding
6
Aanleiding Toelichting op TAM-omgevingsplan Ligging en begrenzing planlocatie Vigerend omgevingsplan Leeswijzer
6 7 7 8 9
Bestaande situatie
10
Plangebied Groenstructuur Mobiliteit Langzaamverkeer
10 10 11 12
Stedenbouwkundig plan
13
Basisopzet Beeldkwaliteit Woonprogramma
13 13 13
Beleidskader
14
Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Besluit kwaliteit leefomgeving Nationaal waterprogramma 2022-2027 Provinciaal beleid Provinciale omgevingsvisie Provinciale omgevingsverordening Regionaal beleid Woondeal regio Noord-Veluwe 2022-2030 Waterschapsverordening Waterschap Vallei en Veluwe Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie Putten 2040 Woonvisie Putten 2020-2025 Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan Ontwikkelingsvisie Halvinkhuizen Woningbouwmonitor 2024 Duurzaamheidsvisie Putten
14 14 14 15 15 15 16 18 18 19 19 19 20 22 22 23 24
Effecten op en van de fysieke leefomgeving
25
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 2.4 Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 Hoofdstuk 4 4.1 4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.2 4.2.1 4.2.2 4.3 4.3.1 4.3.2 4.4 4.4.1 4.4.2 4.4.3 4.4.4 4.4.5 4.4.6 Hoofdstuk 5
2
TAM-omgevingsplan Halvinkhuizen fase 2 en 3
5.1
Omgevingsveiligheid 5.1.1 Wettelijk kader 5.1.2 Beoordeling 5.1.3 Verantwording groepsrisico 5.1.4 Conclusie 5.2 Onontplofte oorlogsresten 5.2.1 Inleiding 5.2.2 Onderzoek 5.2.3 Conclusie 5.3 Water 5.3.1 Wettelijk kader 5.3.2 Waterhuishoudkundig plan en watertoets 5.3.3 Conclusie 5.4 Gezondheid en milieu 5.4.1 Wettelijk kader 5.4.2 Beoordeling en conclusie 5.5 Luchtkwaliteit 5.5.1 Wettelijk kader 5.5.2 Beoordeling 5.5.3 Conclusie 5.6 Geluid 5.6.1 Wettelijk kader 5.6.2 Beoordeling 5.6.3 Conclusie 5.7 Trilling 5.7.1 Wettelijk kader 5.7.2 Beoordeling en conclusie 5.8 Slagschaduw bij windturbines 5.8.1 Wettelijk kader 5.8.2 Beoordeling en conclusie 5.9 Bodem 5.9.1 Wettelijk kader 5.9.2 Beoordeling 5.9.3 Conclusie 5.10 Geur 5.10.1 Wettelijk kader 5.10.2 Beoordeling 5.10.3 Conclusie 5.11 Landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed 5.12 Ladder voor duurzame verstedelijking 5.12.1 Wettelijk kader 5.12.2 Beoordeling 5.12.3 Conclusie 5.13 Cultuurhistorie en archeologie 5.13.1 Wettelijk kader 5.13.2 Cultuurhistorie
25 25 26 27 28 28 28 28 28 29 29 29 30 30 30 31 31 31 31 32 32 32 32 33 33 33 33 33 33 34 34 34 34 35 36 36 36 39 39 39 39 40 40 40 40 41
ruimte voor ontwikkeling
3
5.13.3 Archeologie 5.13.4 Conclusie 5.14 Ruimte voor toekomstige functies, infrastructuur en openbare buitenruimte 5.14.1 Wettelijk kader 5.14.2 Beoordeling en conclusie 5.15 Flora en fauna 5.15.1 Wettelijk kader 5.15.2 Gebiedsbescherming 5.15.3 Soortenbescherming 5.15.4 Conclusie 5.16 Milieubelastende activiteiten 5.16.1 Wettelijk kader 5.16.2 Beoordeling 5.16.3 Conclusie 5.17 Parkeren en verkeer 5.17.1 Parkeren 5.17.2 Verkeer 5.17.3 Conclusie 5.18 Kabels en leidingen 5.19 Milieueffectrapportage 5.19.1 Wettelijk kader 5.19.2 Beoordeling 5.19.3 Conclusie Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.2.1 6.2.2 6.3 6.3.1 6.3.2 6.3.3 6.3.4 6.3.5 6.3.6 Hoofdstuk 7 7.1 7.2 7.2.1 7.2.2
Juridische aspecten
56
Algemeen Opbouw regels Algemeen Preambule voor hoofdstuk artikelnummering Verantwoording van de regels Algemene bepalingen Regels voor functies en activiteiten Algemene regels voor aanleggen Algemene regels voor bouwen Financiële bepalingen Overgangsrecht
56 56 56 56 57 57 58 58 58 58 74
Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid
75
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid Participatie Procedure
75 75 75 76
Bijlagen bij toelichting
4
44 44 44 44 45 45 45 46 47 48 48 48 48 51 51 51 51 53 53 54 54 54 55
TAM-omgevingsplan Halvinkhuizen fase 2 en 3
Bijlage 1
Onderzoek onontplofte oorlogsresten
Bijlage 2
Akoestische verkenning
Bijlage 3
Verkeersonderzoek
Bijlage 4
Historisch bodemonderzoek
Bijlage 5
Waterhuishoudkundig plan
Bijlage 6
Geuronderzoek
Bijlage 7
Ecologisch soortonderzoek Putten-Zuid
Bijlage 8
stikstofdepositieonderzoek
Bijlage 9
m.e.r. beoordeling
Bijlage 10
plankostenregels kostenverhaal met tijdvak 1/3
Bijlage 11
plankostenregels kostenverhaal met tijdvak 2/3
Bijlage 12
plankostenregels kostenverhaal met tijdvak 3/3
Bijlage 13
Onderbouwing grondprijzen
Bijlage 14
Taxatie
Bijlage 15
Sfeerverslag participatie
ruimte voor ontwikkeling
5
MOTIVERING Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Vanwege de te verwachten bevolkingsgroei in gemeente Putten blijft er, na de voltooiing van Rimpeler, behoefte aan nieuwe woningen. Met de nieuwe woonwijk Putten Halvinkhuizen wordt voorzien in deze behoefte. In de Omgevingsvisie 2040 (zie paragraaf 4.4.1) wordt hier al op voorgesorteerd en is de locatie Halvinkhuizen aangewezen als uitbreidingslocatie voor wonen. In maart 2022 is de Ontwikkelingsvisie Halvinkhuizen vastgesteld door de gemeenteraad van Putten. Hierin staan de kaders voor de ontwikkeling van Halvinkhuizen. De ontwikkeling van Halvinkhuizen vindt plaats in een aantal fasen. Voorliggend plan richt zich daarbij op de fasen 2 en 3. Voor het plangebied geldt een actief voorbereidingsbesluit. Voor fase 1 is op 23 november 2023 een bestemmingsplan door de gemeenteraad vastgesteld
fasering van Halvinkhuizen Het initiatief kan niet worden gerealiseerd op grond van het omgevingsplan. Om een en ander planologisch-juridisch mogelijk te maken, moet het omgevingsplan van de gemeente Putten worden gewijzigd. Voorliggend TAM-omgevingsplan zorgt voor de gewenste planologische kaders en toont aan dat het voornemen voorziet in een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
6
TAM-omgevingsplan Halvinkhuizen fase 2 en 3
1.2
Toelichting op TAM-omgevingsplan
Het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) ondersteunt bij het werken volgens de Omgevingswet. Er zijn tijdelijke alternatieve maatregelen (TAM) voor organisaties die bij de voorbereiding en inwerkingtreding van de wet nog geen gebruik kunnen maken van lokale of landelijke onderdelen van het DSO. Deze vangnetten zorgen ervoor dat deze organisaties de belangrijkste uitvoeringsprocessen kunnen blijven uitvoeren, totdat ze het DSO wel kunnen gebruiken. Een van de tijdelijke alternatieve maatregelen is de TAM-IMRO ofwel het TAM-Omgevingsplan. Kort gezegd houdt TAM-IMRO in dat de huidige techniek voor planvorming tijdelijk kan worden gebruikt onder de Omgevingswet. Deze techniek betreft de bestaande uitwisselingsstandaard IMRO (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) en de bestaande voorziening Ruimtelijke Plannen. IMRO is een bekende en functionerende techniek. De TAM-IMRO vraagt niet om alternatieve software. Het gaat meer om langduriger gebruik van de bestaande systemen en koppelingen.
1.3
Ligging en begrenzing planlocatie
Halvinkhuizen is gelegen aan de zuidkant van de dorpskern van Putten, ten zuiden van de Van Geenstraat en ten westen van de Roosendaalseweg en sportpark Putter Eng. Het gebied is omsloten door de Nijkerkerstraat en de Van Geenstraat aan de noordzijde, de Roosendaalseweg aan de oostzijde, de Hooiweg aan de zuidzijde en Beitelweg aan de westzijde. De ontwikkeling van Halvinkhuizen vindt plaats in een aantal fasen. In 2023 is voor fase 1 een bestemmingsplan opgesteld, vastgesteld op 23 novermber 2023. Dit betrof de noordoostelijke kwadrant van Halvinkhuizen. Voorliggend plan richt zich op fasen 2 en 3. Fase 2 is het deel van het plangebied ten noorden van de houtwal die horizontaal door het plangebied loopt. Fase 3 ligt daar ten zuiden van. Het ontwikkelgebied kent momenteel hoofdzakelijk een agrarisch gebruik (grasland), met een aantal (agrarische) bedrijven, woningen en volkstuinen. In onderstaand figuur is de ligging van het plangebied weergegeven.
ruimte voor ontwikkeling
7
Ligging plangebied op luchtfoto
1.4
Vigerend omgevingsplan
Het omgevingsplan van de gemeente Putten bestaat op de planlocatie uit de bruidsschatregels en uit het tijdelijk deel van het omgevingsplan: het bestemmingsplan 'Westelijk Buitengebied'. Dit bestemmingsplan is vastgesteld door de raad van de gemeente 3 juli 2014. Op 12 mei 2016 is het bestemmingsplan op onderdelen gerepareerd naar aanleiding van de (tussen)uitspraak van de Raad van State. Vervolgens heeft de raad op 4 oktober 2018 het bestemmingsplan 'Veegplan Westelijk Buitengebied' vastgesteld. Dit betreft een herziening op onderdelen van het bestemmingsplan Westelijk Buitengebied (en reparatiebesluit). In het (tijdelijke deel van) het omgevingsplan kent het plangebied voornamelijk een agrarische functie. Onderhavige ontwikkeling is niet passend binnen deze functie.
8
TAM-omgevingsplan Halvinkhuizen fase 2 en 3
Uitsnede verbeelding plangebied met het plangebied rood omlijnd (PDOK)
1.5
Leeswijzer
Na dit hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving van de bestaande situatie gegeven. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 de gewenste situatie toegelicht. Daarbij wordt ingegaan op de gewenste ontwikkeling en op de ruimtelijke en functionele inpassing daarvan in de bestaande structuur. Hoofdstuk 4 geeft een beschrijving van het van belang zijnde beleidskader, waarna in hoofdstuk 5 een toetsing aan de milieuaspecten volgt. Wanneer deze van toepassing zijn, worden daarbij de uitgangspunten voor het TAM omgevingsplan genoemd. In hoofdstuk 6 volgt een toelichting op de werking van het TAM omgevingsplan en de daarin opgenomen juridische regeling. Tenslotte gaat hoofdstuk 7 in op de uitvoerbaarheid van het TAM omgevingsplan, waarbij aandacht wordt besteed aan de maatschappelijke en economische uitvoerbaarheid.
ruimte voor ontwikkeling
9
Hoofdstuk 2
Bestaande situatie
Het dorp Putten telt momenteel circa 24.000 inwoners. Daarmee is de plaats de grootste binnen de gemeente Putten. Putten wordt aan de oost- en noordoostkant begrenst door de Veluwe. In het zuiden en het westen zijn voornamelijk agrarische gronden aanwezig, gecombineerd met historische landschappen. De historische landschappen maken deel uit van het noordelijke deel van de Gelderse Vallei.
2.1
Plangebied
Halvinkhuizen is gelegen aan de zuidkant van de dorpskern, ten zuiden van de Van Geenstraat en ten westen van de Roosendaalseweg / sportpark Putter Eng. Halvinkhuizen ligt voorts naast het landgoed Bijstein (westzijde van het ontwikkelgebied Halvinkhuizen). Het plangebied (fase 2 en 3 van ontwikkelgebied Halvinkhuizen) sluit ruimtelijk goed aan de op de bestaande ruimtelijke structuur van het dorp. In en rond het plangebied bevinden zich houtwallen en landschappelijke groenstructuren, en daarmee ook ecologische verbindingen. Het huidige gebruik van het plangebied bestaat momenteel voornamelijk uit agrarisch gebruik (grasland). De oppervlakte van fase 2 en 3 is gezamenlijk circa 26 hectare.
Historische ontwikkeling Halvinkhuizen (bron: Ontwikkelingsvisie Halvinkhuizen)
2.2
Groenstructuur
De groenkwaliteit van Halvinkhuizen ligt in het historische enkdorpenlandschap en de kenmerken die (deels) nog zichtbaar zijn: oude akkerlanden opgedeeld in meerdere kleine percelen, met daarop gevestigd kleine oude (woon)boerderijen, open/halfopen groenruimtes met hakhout en lange bomenrijen, onverharde zandpaden, sloten en beken. De houtwallen zijn in het landschap het meest beeldbepalend en vormen de kernkwaliteit van het gebied. In de houtwallen staan inheemse boomsoorten die beschermd zijn in verband met hun waarde voor beschermde diersoorten.
10
TAM-omgevingsplan Halvinkhuizen fase 2 en 3
Huidige bomenstructuren Halvinkhuizen (bron: BDP) (nb. bolletjes op de kaart geven aangetroffen diersoorten aan)
2.3
Mobiliteit
Halvinkhuizen is gesitueerd nabij twee gebiedsontsluitingswegen. De Nijkerkerstraat (N798), ten noorden van het gebied, is een gebiedsontsluitingsweg buiten de bebouwde kom, met een snelheidsregime van 80 km/h. Deze weg verbindt Nijkerk met Putten en sluit aan de noordzijde van Putten aan op de N303 richting Ermelo en Harderwijk. Tussen de aansluiting Henslare en de Van Geenstraat rijden per etmaal circa 10.300 motorvoertuigen. De Van Geenstraat, ten noordoosten van het gebied, is een gebiedsontsluitingsweg binnen de bebouwde kom, waar een maximumsnelheid van 50 km/h geldt. Deze weg vervult een belangrijke verbindende functie tussen de Nijkerkerstraat en Voorthuizerstraat (N303). Aan de oostzijde ligt de Roosendaalseweg. Dit is een erftoegangsweg binnen de bebouwde kom met een maximumsnelheid van 30 km/h. Deze weg heeft een belangrijke ontsluitingsfunctie van de sportlocatie en van de dorpskern vanuit het buitengebied. De overige wegen in, en rondom het gebied, zijn momenteel zogenaamde erftoegangswegen buiten de bebouwde kom, met een maximumsnelheid van 60 km/h. Het betreft de Hooiweg aan de zuidzijde en de Beitelweg aan de westzijde. Dit zijn smalle wegen die momenteel niet geschikt zijn voor het verwerken van veel verkeer. De dichtstbijzijnde halte voor het openbaar vervoer ligt aan de Nijkerkerstraat (ter hoogte van de Kraakweg). Deze halte is via de
ruimte voor ontwikkeling
11
Enghuusweg bereikbaar. De halte wordt bediend door de lijn 101 (1x/uur, spits 2x/uur); lijn 620 en lijn 674 (beide uitsluitend spitsritten).
2.4
Langzaamverkeer
In het Gemeentelijk Verkeers- en Vervoersplan is het uitgangspunt dat binnen de gemeente Putten elke weg ook toegankelijk en beschikbaar moet zijn voor fietsers. Alle gebiedsontsluitingswegen nabij het plangebied maken onderdeel uit van het hoofdfietsnetwerk. In de omgeving van Halvinkhuizen zijn dit de Nijkerkerstraat en de Van Geenstraat. De Nijkerkerstraat is in beeld als onderdeel van een snelfietsroute vanuit Amersfoort via Nijkerk, Putten, Ermelo en Harderwijk naar Zwolle. Voor het plangebied is ook de snelle en veilige fietsverbinding via Henslare naar het NS-station van belang. Naast deze verbinding zijn er ook routes door Bijsteren en Rimpeler. Richting het centrum maakt de route door de Groene Scheg onderdeel uit van het hoofdfietsnetwerk. Dit is een solitaire route door het groen. Naast deze hoofdfietsroutes is de Roosendaalseweg voor fietsers eveneens belangrijk voor de bereikbaarheid van de daar aanwezige sportvoorzieningen.
Huidige langzaamverkeer structuur rond Halvinkhuizen (bron: Ontwikkelingsvisie Halvinkhuizen)
12
TAM-omgevingsplan Halvinkhuizen fase 2 en 3
Hoofdstuk 3 3.1
Stedenbouwkundig plan
Basisopzet
Voor de ontwikkeling van Halvinkhuizen is in maart 2022 de ontwikkelingsvisie opgesteld. Hiermee wordt een planologisch-juridische richtlijn gegeven voor de inrichting van de woonwijk Halvinkhuizen. Met dit omgevingsplan wordt hier uitwerking aan gegeven. Er worden maximaal 920 woningen toegestaan; zowel vrijstaand, aaneen of gestapeld. In de verbeelding zijn de bouwhoogtes vastgelegd, conform de uitgangspunten uit de ontwikkelingsvisie. Daarnaast is de is de bestaande groenstructuur vastgelegd, die behouden en versterkt wordt. Voor fase 2 en 3 wordt nog een stedenbouwkundig uitwerkingsplan en een beeldkwaliteitskader opgesteld. In de regels wordt geborgd dat een omgevingsvergunning voor de bouw van de panden niet kan worden verleend wanneer deze in strijd is met het nog vast te stellen beeldkwaliteitsplan.
3.2
Beeldkwaliteit
De gewenste beeldkwaliteit zal worden uitgewerkt in een beeldkwaliteitsplan. Dit plan zal worden uitgewerkt en vastgesteld na de vaststelling van dit TAM-omgevingsplan. In dit TAM-omgevingsplan is met een voorwaardelijke verplichting geborgd dat omgevingsvergunningen pas kunnen worden verleend nadat het beeldkwaliteitsplan door de raad is vastgesteld en het plan daaraan voldoet. Na de vaststelling zal het beeldkwaliteitsplan ook als toetsingskader dienen bij vergunningverlening voor de realisatie van fase 2 en 3. In hoofdlijnen zal de beeldkwaliteit aansluiten bij de ontwikkelingsvisie en bij fase 1 van Halvinkhuizen.
3.3
Woonprogramma
Het woningbouwprogramma op hoofdlijnen wordt vastgelegd in de diverse stukken ter onderbouwing van de planregels voor het kostenverhaal, horende bij de onderhavige planontwikkeling . Waarbij aangesloten wordt bij het streefwoningbouwprogramma als benoemd in de woonvisie 2020 - 2025 van de gemeente Putten (geldend beleid). In het stedenbouwkundig uitwerkingsplan wordt hier een nader uitwerking opgenomen. De woonprogrammakaart geeft overzicht van de woningbouwplannen binnen fase 2 en 3 van Halvinkhuizen. Hierin worden niet alleen de kwantitatieve aspecten, maar ook de kwalitatieve eisen aan woningbouwtypen belicht.
ruimte voor ontwikkeling
13
Hoofdstuk 4 4.1
Beleidskader
Rijksbeleid
4.1.1 NationaleOmgevingsvisie(NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is de langetermijnvisie voor een duurzame fysieke leefomgeving in Nederland. De NOVI vervangt onder andere de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Nederland staat voor een aantal urgente maatschappelijke opgaven, die zowel lokaal als regionaal, nationaal en internationaal spelen. Grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland flink veranderen. Nederland heeft een lange traditie van zich aanpassen. Deze opgaven worden benut om vooruit te komen en tegelijkertijd het mooie van Nederland te behouden voor de generaties na ons. De NOVI biedt een perspectief om deze grote opgaven aan te pakken, om samen Nederland mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Omgevingskwaliteit is het kernbegrip: dat wil zeggen ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. Met inachtneming van maatschappelijke waarden en inhoudelijke normen voor bijvoorbeeld gezondheid, veiligheid en milieu. In dat samenspel van normen, waarden en collectieve ambities, stuurt de NOVI op samenwerking tussen alle betrokken partijen. De NOVI heeft de maatschappelijke opgaven samengevat in 4 prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; 2.
Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio's; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Onder deze prioriteiten hangen 21 nationale belangen die het lokale, regionale en provinciale niveau overstijgen. Deze belangen hebben onder andere betrekking op het realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit, zorgt dragen voor een woningvoorraad die aansluit op woonbehoeften, het beperken van klimaatverandering, et cetera. De verantwoordelijkheid van het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen, waardoor inhoudelijke keuzes in veel gevallen ook het beste regionaal kunnen worden gemaakt. Met de NOVI wordt het proces in gang gezet waarmee de keuzes voor de leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Conclusie Onderhavig initiatief betreft een ontwikkeling van beperkte omvang zonder strijdigheid met rijksbelangen. De ontwikkeling is passend binnen de NOVI.
4.1.2 Besluit kwaliteit leefomgeving Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) is een van de vier algemene maatregelen van bestuur (amvb's) en bevat specifieke regels waar lagere overheden zich aan moeten houden. In hoofdstuk 5 zijn regels opgenomen voor het opstellen van een omgevingsplan en het beoordelen van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Deze instructieregels hebben betrekking op de volgende onderwerpen (afdeling 5.1): Waarborgen van de veiligheid; Beschermen van de waterbelangen; Beschermen van de gezondheid en van het milieu; Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (waaronder de ladder voor duurzame verstedelijking); Behoud van ruimte voor toekomstige functies; Behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten; en Bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen.
14
TAM-omgevingsplan Halvinkhuizen fase 2 en 3
In bijzondere gevallen is het mogelijk dat minister ontheffing verleend van de instructieregels. In hoofdstuk 5 van deze onderbouwing wordt ingegaan op de onderwerpen die van belang zijn voor deze ontwikkeling, en wordt onder meer getoetst aan de instructieregels uit het Bkl. Conclusie Met deze wijziging wordt, met in acht neming van de beleidsdoelen zoals verwoord en uitgewerkt in rijksbeleid en -regelgeving, tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties gekomen. Deze toelichting geeft de onderbouwing hiervan.
4.1.3 Nationaalwaterprogramma2022-2027 In het Nationaal Waterprogramma 2022-2027 beschrijft de Rijksoverheid de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de uitvoering ervan in de rijkswateren- en vaarwegen. De voorgestelde aanpak is hierbij integraal en gebiedsgericht. Dit in één programma waarmee de Rijksoverheid anticipeert op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. In maart 2022 zijn de definitieve teksten van het Nationaal Waterprogramma gepubliceerd. Er worden hierin drie hoofdambities genoemd: Een veilige en klimaatbestendige delta; Een concurrerende, duurzame en circulaire delta; Een schone en gezonde delta met hoogwaardige natuur. Verstedelijking raakt opgaven op het gebied van woningbouw, klimaatadaptatie, economische ontwikkeling, energietransitie en stedelijke mobiliteit. Water speelt een belangrijke rol bij de kwaliteit van de gebouwde leefomgeving. Duurzame stedelijke ontwikklgin vraagt daarom om ruimte voor water en maatregelen voor klimaatadaptatie. Onderhavig plangebied valt niet binnen de aangewezen gebieden voor de gebiedsgerichte uitwerkingen van het Waterprogramma. Wel is de initiatiefnemer verplicht bij ruimtelijke plannen de waterbeheerder vroegtijdig te betrekken. Het is verplicht de watertoets te doorlopen. Conclusie Op bovenstaande voorwaarde is onderhavig plan niet in strijd met het Nationaal Waterprogramma 2022-2027.
In de procedure rond overhavig plan is contact gezocht met de waterbeheerder, in dit geval het Waterschap. Verdere toelichting op het aspect water is te vinden in paragraaf 5.3.
4.2
Provinciaal beleid
4.2.1 Provincialeomgevingsvisie De ruimtelijke Omgevingsvisie 'Gaaf Gelderland' van de provincie Gelderland is vastgesteld door de Provinciale Staten op 19 december 2018 en inwerking getreden op 1 maart 2019. De Omgevingsvisie is het thematisch ruimtelijk beleidsdocument waarin doelstellingen op de middellange termijn worden vormgegeven. Het doel van de Omgevingsvisie is om een schoon, gezond, veilig en welvarend Gelderland te creëren. De provincie hoopt dit te bereiken door te werken aan zeven samenhangende ambities. Deze ambities zijn als volgt: 1. Energietransitie: van fossiel naar duurzaam; 2. Klimaatadaptatie: omgaan met veranderend weer; 3. Circulaire economie: sluiten van kringlopen; 4. Biodiversiteit: werken met de natuur; 5. Bereikbaarheid: duurzaam verbonden; 6. Vestigingsklimaat: een krachtige, duurzame topregio; 7. Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam. Binnen elke ambitie heeft de provincie verdere ambities en een aanpak geformuleerd. Zo streeft de
ruimte voor ontwikkeling
15
provincie ernaar om de eerste afvalloze provincie van Nederland te zijn, om in 2030 het busvervoer zonder uitstoot te hebben en aardagsvrije en circulaire nieuwbouw te realiseren. Met name deze ambities rond duurzame nieuwbouw zijn van belang. Verder kunnen ruimtelijke plannen aanhaken bij de zeven samenhangende ambities. Conclusie Onderhavig plan is niet in strijd met de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland, dit wordt verder uitgewerk in toetsing aan de provinciale omgevingsverordening.
4.2.2 Provincialeomgevingsverordening De Omgevingsverordening van de provincie Gelderland is vastgesteld door de Provinciale Staten op 15 december 2021 en nadien meermaals gewijzigd. De geraadpleegde versie is gepubliceerd op 1 mei 2024. Met de Omgevingsverordening stelt de provincie regels aan bestemmings- en omgevingsplannen van gemeenten. De provincie richt zich hierbij op onderwerpen die van provinciaal belang zijn, zoals verstedelijking, natuur, nationale landschappen en water. Gemeenten krijgen op sommige terreinen meer beleidsvrijheid, terwijl ze op andere gebieden te maken krijgen met strikte provinciale richtlijnen. In hoofdstuk 5 zijn de instructieregels voor het omgevingsplan opgenomen. Binnen de Omgevingsverordening Gelderland kent het gebied een aantal gebiedsaanwijzingen. Dit zijn: Gelderse streek Randmeerkust Op locaties binnen de Gelderse streek Randmeerkust dient bij een nieuwe activiteit of ontwikkeling rekening te worden gehouden met de voor die streek vastgestelde kernkwaliteiten en ontwikkeldoelen van het landschap. In de bijlage bij artikel 5.42 worden voor dit gebied een negental kernkwaliteiten en bijbehorende ontwikkeldoelen beschreven. Deze gaan over verschillende delen van de streek. Geen van de beschreven kernkwaliteiten bevindt zich in het plangebied.
Glastuinbouwbedrijf buiten een glastuinbouwontwikkelingsgebied Volgens dit artikel kan eenmalig een uitbreiding van een bestaand glastuinbouwbedrijf plaatsvinden. Voor de gewenste ontwikkeling is dit artikel niet van toepassing. Intrekgebied Deze paragraaf is opgenomen met het oog op het beschermen van de kwaliteit van het grondwater vanwege de openbare drinkwatervoorziening. Met de gewenste ontwikkeling is geen sprake van grondwaterbedreigende activiteiten. In paragraaf 5.2 wordt verder ingegaan op het aspect water. Oude bosgroeiplaats Dit artikel gaat over herbeplanting van houtopstanden op andere grond. In geval van het aantasten van de houtopstanden in het plangebied zal aan de voorwaarden in dit artikel moeten worden voldaan. Werkgebied van de Faunabeheereenheid Gelderland Dit artikel gaat over de toedeling van beheer en onderhoud van het faunabeheer. In paragraaf 5.14 wordt verder ingegaan op het aspect Flora en fauna. Daarnaast geldt er de volgende omgevingswaarde: Wateroverlast in het beheergebied van waterschap Vallei en Veluwe: waarde staat in regeltekst Voor de wateroverlast in het beheergebied van waterschap Vallei en Veluwe geldt binnen het stedelijk gebied een gemiddelde kans op overstroming van 1:100 per jaar voor locaties waar feitelijk bebouwing, hoofdinfrastructuur en spoorwegen aanwezig zijn en 1:10 per jaar voor het overige gebied.
Het aspect water is verder uitgewerkt in paragraaf 5.2.
16
TAM-omgevingsplan Halvinkhuizen fase 2 en 3
Tot slot gelden er nog de gebieden met beperkingen: Aanvraagvereisten activiteiten in beschermingsgebieden grondwater Als aanvulling op de gebiedsaanwijzing “intrekgebied” wordt hier gesteld dat binnen zes maanden na melding van een grondwaterbedreigende activiteit met de activiteit wordt begonnen. Activiteiten in beschermingsgebieden grondwater Voor activiteiten in beschermingsgebieden grondwater geldt specifieke zorgplicht zodra deze grondwaterbedreigend zijn. Dat is met gewenste ontwikkeling niet het geval. Mijnbouwactiviteit in intrekgebied Het is verboden in een intrekgebied een mijnbouwwerk aan te leggen en te exploiteren, behalve voor het opsporen of winnen van aardwarmte. Deze activiteiten zijn niet van toepassing voor de gewenste ontwikkeling. Woningbouw Omdat voorliggend bestemmingsplan de bouw van nieuwe woningen mogelijk maakt is artikel 5.64 van de omgevingsverordening van toepassing. Dit artikel stelt dat een nieuwe woonlocatie in het omgevingsplan alleen mogelijk kan worden gemaakt voor zover deze ontwikkeling past binnen de hierover gemaakte afspraken in de regionale woonagenda. De regionale afspraken spelen een belangrijke rol bij de motivering van een nieuwe locatie, naast de Ladder voor duurzame verstedelijking (artikel 5.129 g van het Besluit kwaliteit leefomgeving).
Uiteraard kan de ontwikkeling van een zodanige schaal zijn, dat de bovenlokale impact ook nog buiten de eigen regio getoetst moet worden, bijvoorbeeld als die impact de provincie- of regiogrens overschrijdt. Dat laatste is met voorgenomen ontwikkeling niet het geval. Ten behoeve van de flexibiliteit is het in uitzonderlijke gevallen mogelijk om van een regionale woonagenda af te wijken. In dat geval moet onder andere aantoonbaar sprake zijn van afstemming met de gemeenten in de regio, omdat de ontwikkeling vooruitlopend op de actualisatie van het afsprakenkader mogelijk wordt gemaakt. Oude bosgroeiplaatsen Binnen het plangebied liggen 2 oude bosgroeiplaatsen.
Ligging oude bosgroeiplaatsen in het plangebied.
ruimte voor ontwikkeling
17
De oude bosgroeiplaatsen zullen worden meegenomen in de stedenbouwkundige uitwerkingen van het plan en daarin een groene invulling krijgen met het behoud van deze oude bosgroeiplaatsen. Hieraan moeten vergunningaanvragen voldoen conform de regels van het omgevingsplan. De noordelijke oude bosgroeiplaats valt binnen de functie 'Woongebied'. Deze locatie zal dus op bovenstaande wijze beschermd worden. De zuidelijke oude bosgroeiplaats ligt binnen de functie 'Groen'. Deze zal ook op de genoemde wijze beschermd worden. Daarnaast geldt dat bouwen binnen de functie groen alleen is toegestaan als geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan bestaande groenstructuren en natuurwaarden. Op deze wijzen wordt rekening gehouden met deze natuurwaarden. Conclusie Voorliggend initiatief betreft de ontwikkeling van een deel van een nieuwe woonwijk. Voorliggend plan is niet strijdig met de bepalingen in de provinciale omgevingsverordening. Om te handelen overeenkomstig de Omgevingsverordening moet de voorgenomen ontwikkeling passen binnen de regionale woonagenda. Deze zal in paragraaf 4.3.1 beschreven worden.
4.3
Regionaal beleid
4.3.1 Woondeal regio Noord-Veluwe 2022-2030 De Woondeal van de regio Noord-Veluwe is 8 maart 2023 ondertekend door de betrokkenen, waaronder het college van B&W van de gemeente Putten. Doel hiervan is om de woningbouwopgave concreter te maken en afspraken per gemeente te maken. Als regio wordt ingezet op een bouwopgave van ruim 12.500 woningen verspreid over de 7 gemeenten Elburg, Ermelo, Harderwijk, Hattem, Nunspeet, Oldebroek en Putten. navolgende tabel geeft inzicht in de woningbouwopgave voor Putten. Putten zet zich in om voor 2030 1403 woningen te bouwen. Halvinkhuizen is daarvoor een cruciaal project, dit wordt ook onderkend in de woondeal zelf.
Met de realisatie van Halvinkhuizen wordt dus invulling gegeven aan de afspraken gemaakt in de Woondeal van de regio Noord-Veluwe 2022-2030.
18
TAM-omgevingsplan Halvinkhuizen fase 2 en 3
4.3.2 WaterschapsverordeningWaterschapVallei en Veluwe De waterschapsverordening van Waterschap Vallei en Veluwe bevat regels over activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor het watersysteem binnen het waterschapsgebied. De waterschapsverordening berust op artikel 2.5 van de Omgevingswet en vervangt de keur van Waterschap Vallei en Veluwe en de daarbij horende algemene regels. Bovendien bevat het regels over lozingen, die voorheen op rijksniveau waren geregeld. De waterschapsverordening is ingericht conform het 'ja, mits' principe. Dit betekent dat activiteiten zijn toegestaan, mits wordt voldaan aan de in de waterschapsverordening genoemde voorwaarden. Om dit vorm te geven wordt er gewerkt met zorgplichten en algemene regels. Dit zorgt ervoor dat de waterschapsdoelen goed worden beschermd en dat er tegelijkertijd voldoende ruimte is voor initiatieven van derden en lokaal maatwerk. De kerntaken van een waterschap zijn het beheer van het watersysteem en het waterketenbeheer. De waterschapsverordening is opgebouwd aan de hand van vier thema's: 'waterkeringen', 'oppervlaktewaterlichamen', 'bergingsgebieden' en 'grondwater en waterkwaliteit & zuiveringen'. Binnen het plangebied liggen een aantal oppervlaktewaterlichamen waarop de regels uit de waterschapsverordening van toepassing zijn.
Het gaat om oppervlaktelichamen categorie C, buiten een poldergebied, in een gebied zonder natuurfunctie en buiten vaarwater categorie I. Bij eventuele aanpassing van deze oppervlaktewaterlichamen zal rekening moeten worden gehouden met de regels uit deze verordening. Conclusie Voor de ontwikkeling van fase 2 en 3 van Halvinkhuizen is een waterhuishoudkundig plan opgesteld. In paragraaf 5.3 wordt hier verder op ingegaan.
4.4
Gemeentelijk beleid
4.4.1 OmgevingsvisiePutten 2040 Op 2 november 2023 is de Omgevingsvisie Putten 2040 vastgesteld. De Omgevingsvisie Putten 2040 is een belangrijk onderdeel van de Omgevingswet. Deze omgevingsvisie is de kapstok voor toekomstig beleid en toekomstige initiatieven voor de fysieke leefomgeving. In de omgevingsvisie geeft de gemeente Putten aan hoe onze (fysieke) woon- en leefomgeving er op lokaal niveau uit moet komen te zien. Denk aan woningen en bedrijven, verkeer en vervoer, water en groen en onderwijs- en sportvoorzieningen. Maar het gaat ook over zaken die minder tastbaar zijn zoals duurzaamheid en gezondheid. Een heldere toekomstvisie helpt bij het beoordelen van nieuwe ideeën en het uitvoeren van de Omgevingswet. De Omgevingsvisie Putten 2040 bevat tal van opgaven, ambities, en (impliciet) keuzes die de fysieke leefomgeving van Putten beïnvloeden. De gemeente Putten realiseert zich goed dat de integrale omgevingsvisie bestaande uit zoveel opgaven en ambities een hoog detailniveau kent. Dit is nodig om in de toekomst initiatieven die op de gemeente Putten afkomen goed te kunnen afwegen. Sommige ambities zijn al vastgelegd in bestaand beleid. Andere zijn nieuw. Voor een totaal overzicht is het natuurlijk zaak de volledige omgevingsvisie door te nemen. In de omgevingsvisie zijn negen centrale opgaven uitgewerkt die goed het brede palet aan opgaven en ambities weergeeft.
Een opgave is een maatschappelijk vraagstuk dat om een antwoord vraagt. Deze opaven zijn gekoppeld aan drie ambities die onderdeel zijn van het Puttense Wiel. De drie ambities zijn: De gemeente Putten stelt de mens centraal, als gebruiker van de ruimte; de gemeente Putten is rentmeester van de (dorpse en natuurlijke) leefomgeving; de gemeente Putten blijft werken aan een vitale en gastvrije economie.
In de omgevingsvisie is Halvinkhuizen ook als uitbreidingslocatie aangewezen. Dit is een locatie die voorziet in de woonbehoefte van Putten.
ruimte voor ontwikkeling
19
Relevante doelen uit de omgevingsvisie zijn: Een passende en betaalbare woningvoorraad voor de lange termijn In Putten wil de gemeente ervoor zorgen dat de woningvoorraad op de lange termijn aansluit bij de woonbehoeften uit de samenleving. Rekening houden met de ontwikkeling op langere termijn vraagt om flexibiliteit. Hetrealiseren van passende huisvesting ziet de gemeente als een gezamenlijke verantwoordelijkheid van inwoners, maatschappelijke organisaties en gemeentebestuur. De gemeente streeft naar een evenwichtige woningvoorraad die alle segmenten omvat en alle doelgroepen onderdak biedt. Bij voorkeur zijn woningen voor meerdere doelgroepen geschikt en daarmee ook op langere termijn inzetbaar. Er is een gezonde opbouw van de bevolking nodig om de vitaliteit van Putten en haar voorzieningen in stand te houden. Aandachtspunt hierbij is de doelgroep jongeren. Ook voor deze doelgroep wil de gemeente voldoende woningen bieden. De gemeente zet zich in om tot 2040 2.200 woningen te bouwen, aansluitend bij de prognoses voor de groei van het aantal inwoners in Putten. De gemeente bouwt voor de lokale behoefte, met extra aandacht voor starters en (vitale) ouderen. Hier is voldoende aanbod in sociale huur en betaalbare koop voor nodig. Woningbouwontwikkeling kan zo bijdragen aan een inclusieve samenleving voor jong en oud.
De gemeente kijkt met Woningstichting Putten naar mogelijkheden om doorstroming van ouderen in de sociale huur te stimuleren, waardoor meer mensen passend worden gehuisvest. Prettige woonwijken: gezond en inclusief De gemeente zet in op zorgzame en inclusieve wijken. De gemeente maakt goed wonen voor inwoners met een zorgbehoefte mogelijk. Dat vraagt om een integrale benadering van wonen, zorg en welzijn, samenwerking, mogelijkheden voor ontmoeting en geschikte woonvormen op de juiste plek. Hier past de gemeente een integrale benadering van wonen, zorg en welzijn toe. Om te beginnen is daar een gezonde en aantrekkelijke woonomgeving met een hoge milieukwaliteit voor nodig. Ruimte voor sport en beweging is een belangrijk onderdeel van een gezonde woonomgeving. Bovendien biedt groen een aantrekkelijk omgeving om te sporten en bewegen en elkaar te ontmoeten. Bovendien moet iedere woning een aangename zijde hebben: uitzicht op groen (we streven de 3/30/300 vuistregel na), geen geluid(geluidluwe zijde) en/of geuroverlast, geen luchtverontreiniging en een veilige vluchtroute i.v.m. Omgevingsveiligheid. Putten zet zich in om de woonkwaliteit blijvend te monitoren. Op dit moment gaat het bijvoorbeeld al goed met het monitoren van afstanden tot groen en het zicht op groen in de wijk.
Verder dragen mogelijkheden voor ontmoeting, toegankelijkheid en bereikbaarheid van voorzieningen bij aan vitaliteit. Dit gaat vereenzaming tegen omdat mensen elkaar meer tegenkomen op straat. Om dit zo goed mogelijk op de wensen van bewoners aan te laten sluiten zorgt de gemeente voor meer betrokkenheid van inwoners bij de inrichting van de openbare ruimte. De gemeente stimuleert het aanpassen van woningen, woonomgeving en voorzieningen aan de wens of noodzaak van veel inwoners om (langer) zelfstandig te wonen en ten behoeve van toekomstbestendigheid. Een speciaal aandachtspunt in Putten is goed wonen voor mensen met een zorgbehoefte. De gemeente stimuleert nieuwe woonvormen voor vitale senioren. De woonwijk Halvinkhuizen wordt ontworpen om in deze doelen van de gemeente Putten te kunnen voorzien.
4.4.2 WoonvisiePutten 2020-2025 De gemeenteraad van Putten heeft de Woonvisie Putten 2020-2025 op 28 mei 2020 vastgesteld. Onder de titel 'Werken aan het Puttens palet' beschrijft de gemeente hierin wat ze wil op het brede terrein van het wonen. Als startpunt hiervoor is een woningmarktanalyse uitgevoerd, hieruit komt naar voren dat er per saldo een behoefte is aan betaalbare woningen.
20
TAM-omgevingsplan Halvinkhuizen fase 2 en 3
Leidend principe is 'inbreiding gaat voor uitbreiding', maar met alleen inbreidingslocaties wordt het een lastige opgave om voldoende woningen te bouwen. De woonopgaven zijn vertaald naar een drietal ambities: 1. Betaalbare en passende woningen voor de lokale behoefte We willen dat alle inwoners van Putten zo passend mogelijk wonen en we willen ons dorp levendig houden. Daarvoor is een uitbreiding van onze woningvoorraad met circa 700 woningen nodig in de periode 2019 tot 2025. Voor starters en senioren zien we de grootste urgentie. Dit vraagt vooral voor starters om meer betaalbare woningen: sociale huur en betaalbare koop. We willen in de periode 2019-2025 170 à 230 sociale huurwoningen toevoegen, evenals een vergelijkbaar aantal betaalbare koopwoningen. 2. Zorgzame en inclusieve wijken In de gemeente Putten maken we goed wonen voor mensen met een zorgbehoefte mogelijk. Dat vraagt om een integrale benadering van wonen, zorg en welzijn, samenwerking, mogelijkheden voor ontmoeting en geschikte woonvormen op de juiste plek. Mensen moeten zoveel mogelijk een wooncarrière in de eigen omgeving kunnen maken, zodat mensen goed wonen in een omgeving waar ze zich thuis voelen en waar zij een netwerk hebben of kunnen opbouwen. 3. Een duurzaam thuis In het coalitieakkoord van Putten zijn landelijke ambities en normen voor verduurzaming vertaald naar het wonen in Putten.
We willen een duurzame woningvoorraad die zich kenmerkt door groen en zuinig energieverbruik, dan wel energieneutraliteit. Om er voor te zorgen dat er woningen worden gebouwd, zoveel mogelijk passend bij de woningbouwbehoefte in Putten, is er een streefwoningbouwprograma geformuleerd die geldt tot en met 2025. Deze is op 2 februari 2023 voor het laatst geindexeerd, waardoor die er als volgt uit ziet: Sociale huur: 30% Vrije sector huur aan de geldende liberalisatiegrens tot maximaal € 1.050,-: 5% Sociale koop tot € 270.000,-: 15% Betaalbare koop € 270.000,- tot € 350.000,-: 15% Middeldure koop € 350.000,- tot € 450.000,-: 20% Dure koop € 450.000,- en meer: 15%
Het planvoornemen zal hieraan voldoen. Dit komt terug in de regels van het plan met betrekking tot het kostenverhaal. Conclusie De behoefte voor nieuwe woningen in Putten blijft bestaan ook na 2025, wanneer de realisatie van Fase 2 en 3 wordt verwacht voorzien deze woningen in de behoefte. Wanneer het streefwoningbouwprogramma dan veranderd, zal het woningbouwprogramma van Halvinkhuizen fase 2 en 3 daarop worden aangepast.
ruimte voor ontwikkeling
21
Om te borgen dat er in Halvinkhuizen woningen worden gebouwd die zoveel mogelijk aansluiten op de actuele woonbehoefte.
4.4.3 GemeentelijkVerkeers- en Vervoersplan In het Gemeentelijk Verkeers-en Vervoerplan 2021-2030 (GVVP) wordt al het beleid met betrekking tot verkeer en vervoer uiteengezet. Doel van het plan is het vaststellen van een evenwichtig beleid voor mobiliteit, waarmee een duurzame, vlotte en veilige verkeersafwikkeling te bevorderen is voor alle verkeersdeelnemers in de gemeente Putten voor de periode 2021-2030. Deze doelstelling bestaat uit een drietal onderdelen: 1. Duurzame mobiliteit Het bevorderen van meer duurzame mobiliteit, zoals het stimuleren van het gebruik van de fiets en elektrische voertuigen, waarmee tegelijkertijd ook de verkeersoverlast wordt gereduceerd. 2. Vlotte verkeersafwikkeling (bereikbaarheid) Het verbeteren van bestaande infrastructuur en de aanleg van nieuwe infrastructuur om de bereikbaarheid te optimaliseren voor alle vervoermiddelen. 3. Veilige verkeersafwikkeling (verkeersveiligheid) De vorm, functie en het gebruik van de weg op elkaar laten aansluiten ten gunste van de verkeersveiligheid en de leefbaarheid. In het kader van ontwikkeling Putten Zuid is reeds onderzoek uitgevoerd naar ontsluitingsmogelijkheden van Halvinkhuizen. Een van de opties is het aanleggen van een ontsluitingsweg voor Halvinkhuizen. Hierop wordt nader ingegaan in paragraaf 5.17 Parkeren en verkeer. Conclusie Met onderhavig plan zal de ontsluiting goed onderbouwd moeten worden.
De realisatie van deze hoeveelheid aan woningen zal immers effect hebben op het wegennetwerk rondom het plangebied. In paragraaf 5.17 Parkeren en verkeer wordt nader onderbouwd hoe voor dit plan een passende verkeersontsluiting kan worden gerealiseerd.
4.4.4 Ontwikkelingsvisie Halvinkhuizen In maart 2022 is de Ontwikkelingsvisie Halvinkhuizen vastgesteld. De visie is opgesteld door de gemeente Putten met bijdragen van diverse deskundigen, inbreng van inwoners en belanghebbenden en de bewoners van het plangebied. De visie is opgedeeld in vier delen. In het eerste deel wordt achtergrondinformatie van de locatie gegeven en worden de ambities beschreven. De hoofdambitie is: Halvinkhuizen is een duurzame, groene en veilige woonwijk met voldoende ruimte voor betaalbare woningen. Een gemoedelijke wijk waar het prettig wonen is voor gezinnen, jongeren en ouderen. Waar de bestaande houtwallen de nieuwe wijk direct een groene uitstraling geven. Een wijk waar een mooie verbinding met het landschap is gemaakt en waar mensen elkaar kennen. Waar Puttenaren, oud en jong, wonen in de nabijheid van de kern, het station en het landschap. Een woonomgeving waar de verbinding voelbaar is tussen dorp en omliggend landschap. In het tweede deel van de ontwikkelingsvisie worden de ruimtelijke hoofdstructuren beschreven. De ruimtelijke hoofdstructuur voor Halvinkhuizen is met behulp van een aantal kaarten vastgelegd. Deze zijn uitgewerkt voor de volgende thema's: groen, waterberging, verkeer, wonen, inpassing randen, duurzaamheid en bouwvelden en bebouwing.
De ontwikkelingsvisie is niet te gedetailleerd en enigszins flexibel zodat er de mogelijkheid is om in te spelen op trends en ontwikkelingen. Het derde deel van de visie is de verbeelding en geeft aan wat de gewenste sfeer is voor Halvinkhuizen voor zowel de openbare ruimte als de architectuur van de bebouwing. Het heeft als doel te inspireren en is
22
TAM-omgevingsplan Halvinkhuizen fase 2 en 3
geen beeldkwaliteitsplan. Bij de uitwerking van verschillende fases zal het verder uitgewerkt worden.
In het vierde en laatste deel wordt de ontwikkelstrategie beschreven. De schaal van Halvinkhuizen vraagt om een gefaseerde uitvoering. Gestart is met fase 1. Bij de uitwerking van de andere fases worden de planaspecten zoals de groenstructuur, landschappelijke inpassing, watersysteem en verkeersontsluiting integraal meegenomen. Conclusie Met voorliggend plan wordt uitwerking gegeven aan het gestelde in de ontwikkelingsvisie voor Halvinkhuizen.
4.4.5 Woningbouwmonitor 2024 De Woningbouwmonitor 2024 is in juni 2024 opgesteld door de gemeente Putten. De woningbouwmonitor 2024 bestaat uit een drietal delen. De planmonitor presenteert een overzicht van de woningen die in de afgelopen jaren zijn gerealiseerd. De planningslijst biedt een overzicht van alle projecten met de bijbehorende aantallen. De projectenmonitor verschaft inzicht in de huidige status van projecten en identificeert eventuele knelpunten. Tevens biedt het een overzicht van de woningvoorraad in relatie tot zowel de korte- als lange termijndoelen. De gemeente Putten heeft de ambitie gesteld om 1.403 woningen te realiseren tot 2030, maar uit de Woningbouwmonitor blijkt dat er door vertragingen in de huidige prognose 166 woningen na 2030 zullen worden gerealiseerd. Er zijn al enkele maatregelen genomen om de achterstand in de woningbouw tot 2030 in te halen. Zo is een Taskforce Versnel Wonen opgezet die zich richt op het versnellen en verdichten van lopende projecten. Tevens onderzoeken zij potentiële nieuwe locaties voor woningbouw. Daarnaast wordt de voortgang van projecten actiever bijgehouden. Door deze actieve benadering wil men zowel de kwaliteit van de woningbouw verbeteren als de kwantiteit beter monitoren. Dit maakt het mogelijk om sneller en efficiënter in te spelen op veranderingen en behoeften binnen de woningmarkt.
Halvinkhuizen fase 2 en 3 is onderdeel van de planninglijst in de woningbouwmonitor. Het plan voorziet dan ook in de beoogde woningbouwproductie, zowel kwantitatief als kwalitatief. Wel is het aantal woningen in de woningbouwmonitor voor fase 3 een stuk lager dan in dit plan is benoemd. Het verschil is
ruimte voor ontwikkeling
23
de fasering, wat in de Woningbouwmonitor als fase 3 is benoemd is nu fase 4 in de planning en visa versa. Conclusie Met de ontwikkeling van Halvinkhuizen wordt uitwerking gegeven aan de geplande woningen in de gemeente Putten.
4.4.6 DuurzaamheidsvisiePutten De duurzaamheidsvisie voor de gebiedsontwikkeling Halvinkhuizen is parallel opgezet aan de stedenbouwkundige visievorming voor het gebied. Visie voor het gebied, als bijlage bij de vastgestelde Ontwikkelingsvisie Halvinkhuizen toegevoegd, is dat Halvinkhuizen een aantrekkelijke, toekomstbestendige, leefbare woonwijk in het groen, met ruimte voor waterberging, biodiversiteit en duurzame energie is. Een viertal thema's staat centraal: Duurzame energie: Duurzame energie is de voorwaarde voor het realiseren van een toekomstbestendige wijk. We zetten hierin een extra stap. Duurzame mobiliteit: Gebruik van de (elektrische) auto wordt gecombineerd met fietsen en wandelen. Auto's zijn te gast en minder zichtbaar aanwezig. Circulariteit: We gaan experimenteren met circulair bouwen. De markt is aan zet. De gemeente geeft het voorbeeld in de openbare ruimte. Klimaatadaptatie & Biodiversiteit: waterberging, het tegengaan van hittestress en een groenblauw structuur met inheemse soorten zijn kernkwaliteiten. Voor Halvinkhuizen is dit als volgt uitgewerkt: Energiesysteem: in overleg tussen de ontwikkelaars en de gemeente wordt een keuze gemaakt voor het energiesysteem van Halvinkhuizen. Om deze te kunnen maken is een onderzoek uitgevoerd.
Op basis hiervan wordt de afweging gemaakt voor het systeem op basis van de criteria duurzaamheid, investeringskosten, betaalbaarheid voor de consument en ruimtegebruik. Dit is in overeenstemming is met het Programma Duurzaamheid, waarvan het programmaplan 16 mei 2024 is vastgesteld. De pilot is vastgelegd in dit Programmaplan. Gebouwen: één nestplaats per woning voor vogel/ insect d.m.v. gevelste-nen/dakpannen per woning, regentonnen, dakoverstekken voor verkoeling. Openbare ruimte: hemelwater lang vasthouden door middel van onder andere wadi’s, veel groen (klimaatadaptatie), verschillende soorten groen (biodiversiteit), waterdoorlatende verharding, geconcentreerde parkeerplaatsen met energie-opwek gecombi-neerd en mogelijk met waterinfiltratie. Mobiliteit: op kleine schaal wordt deelmobiliteit geïntroduceerd om ervaring op te doen en mogelijk het vervolg in andere fases van Halvinkhuizen vormgeven. Conclusie Gemeente Putten, provincie, netbeheerders en ontwikkelaars van Halvinkhuizen hebben voor de ontwikkeling van de nieuwbouwwijk afgesproken een pilot te doen voor het duurzame energie systeem. Dit zal dan in de bouwfase verder uitgewerkt worden. Dit omgevingsplan faciliteert dit door voorzieningen voor duurzame energieopwekking toe te staan in de regels. Halvinkhuizen zal gebouwd worden volgens de huidige duurzaamheidseisen.
Op moment van schrijven is dit Beng (bijna energie neutrale gebouwen). Afhankelijk van het moment van de aanvraag voor de omgevingsvergunning kunnen deze eisen wettelijk naar boven bijgesteld worden. Naast deze wettelijke eisen zullen in het beeldkwaliteitsplan aanvullende eisen en wensen beschreven worden. Dit niet alleen om een nog duurzamere wijk te maken, maar ook om de visuele inpassing goed te borgen. Het plan is dan ook in lijn met de Duurzaamheidsvisie Putten.
24
TAM-omgevingsplan Halvinkhuizen fase 2 en 3
Hoofdstuk 5
Effecten op en van de fysieke leefomgeving
In dit hoofdstuk wordt getoetst of het plan een bijdrage levert aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Hierbij wordt ingegaan op verschillende aspecten van de fysieke leefomgeving. Paragraaf 5.1 tot en met 5.14 zijn opgebouwd aan de hand van de instructieregels die het Bkl (Besluit Kwaliteit Leefomgeving) in hoofdstuk 5 geeft. Paragraaf 5.15 en verder bestaat uit overige relevante instructies, regels en beleid vanuit het rijk, de provincie of gemeente.
5.1
Omgevingsveiligheid
5.1.1 Wettelijk kader In paragraaf 5.1.2 van het Bkl worden regels gegeven over de toelaatbaarheid van de verschillende categorieën gebouwen en locaties in verband met een veiligheidsrisico dat ontstaat door een activiteit die op grond van het omgevingsplan op die locatie is toegestaan. Kwetsbare gebouwen en locaties Het Bkl werkt, net als het voorgaande recht, met de begrippen beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties. In bijlage VI bij het Bkl is aangegeven welke soorten gebouwen en locaties tot de verschillende categorieën behoren. Belangrijk om op te merken is dat ook gebouwen en locaties die nog niet bestaan, maar wel op grond van een omgevingsplan mogelijk gemaakt worden, tot deze categorieën worden gerekend. De lijst in bijlage VI betreft een limitatieve lijst. Indien een functie niet is genoemd in de bijlage, valt het hier dus niet onder. Het staat het bevoegd gezag vrij om functies onder een strengere categorie te scharen dan vereist. In H4 van het Bal worden de minimale afstanden van verschillende milieubelastende activiteiten tot kwetsbare locaties genoemd. Plaatsgebonden risico Artikel 5.7 Bkl bepaalt dat het plaatsgebonden risico voor kwetsbare gebouwen en locaties en zeer kwetsbare gebouwen niet groter mag zijn dan 1 op de 1.000.000.
In artikel 5.8 Bkl, in combinatie met de verschillende onderdelen van bijlagen VII van het Bkl en H4 van het Bal, is aangegeven bij welke afstanden aan het vereiste van artikel 5.7 Bkl wordt voldaan. Artikel 5.9 Bkl bepaalt vervolgens tot waar de afstanden gemeten dienen te worden. Voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties geldt dat het bevoegd gezag het plaatsgebonden risico van maximaal 1 op de 1.000.000 niet in acht neemt maar er rekening mee houdt. Dit houdt in dat het bevoegd gezag een eventuele afwijking van dit getal moet kunnen verantwoorden, maar dat die afwijking dus eventueel wel toegestaan is. Aandachtsgebieden Het plaatsgebonden risico, gekoppeld aan de afstanden die daar krachtens artikel 5.8 Bkl voor gelden, zorgen voor een contour rondom het risico-object waarbinnen geen kwetsbare gebouwen of locaties gerealiseerd mogen worden. De zogenaamde aandachtsgebieden voegen meer lagen aan deze contour toe. Het Bkl kent drie soorten aandachtsgebieden: een brandaandachtsgebied, explosieaandachtsgebied en een gifwolkaandachtsgebied. Net als bij het plaatsgebonden risico worden ook voor de aandachtsgebieden de begrenzingsregels gegeven in het Bkl. Het aanwijzen van een aandachtsgebied heeft twee belangrijke consequenties.
Ten eerste kan in het geval van een brand- dan wel explosieaandachtsgebied het gebied worden aangewezen als brandrespectievelijk explosievoorschriftengebied. Dit heeft gevolgen voor de bouwvoorschriften waar in het gebied te realiseren gebouwen aan moeten voldoen. Ten tweede moet rekening gehouden worden met het groepsrisico. Het groepsrisico is de kans op het overlijden van minstens tien personen per jaar als gevolg van een ongewoon voorval veroorzaakt door de risico-gevende activiteit. Het bevoegd gezag moet, net als
ruimte voor ontwikkeling
25
bij het plaatsgebonden risico voor beperkt kwetsbare functies, rekening houden met dit groepsrisico. Het Bkl geeft zelf aan hoe het bevoegd gezag hier in ieder geval aan kan voldoen: er kan voor worden gekozen om geen (beperkt) kwetsbare gebouwen en locaties of zeer kwetsbare gebouwen te realiseren in dit aandachtsgebied. Indien deze categorieën wel worden gerealiseerd, kan het bevoegd gezag verplichten dat maatregelen worden getroffen voor de mensen in die locaties of door het aantal mensen in die locaties te beperken.
5.1.2 Beoordeling Woningen betreffen een kwetsbare locatie, zodat getoetst dient te worden aan de wetgeving omtrent omgevingsveiligheid. Voor de beoordeling of in de omgeving van het plangebied risicovolle activiteiten en/of transportroutes gevaarlijke stoffen aanwezig zijn, is de risicokaart geraadpleegd. Onderstaande afbeelding toont een uitsnede van deze kaart.
Uitsnede risicokaart met aanduiding plangebied (bron: Atlas Leefomgeving) Transport gevaarlijke stoffen Er ligt in de directe omgeving (binnen 200 meter) van het plangebied geen hoofdvaarweg, spoorbaan of rijksweg waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Buiten de directe omgeving liggen de EV-relevante spoorlijn Amersfoort - Zwolle (ca. 1200 meter van plangebied) en provinciale weg N798 (ca. 70 meter van het plangebied). Voorts bevindt zich in of nabij het plangebied geen buistransportleiding met een PR 10-6 contour. De dichtsbijzijnde buistransportleiding betreft gasleiding N-570-26 van de Gasunie. Deze ligt op circa 250 meter ten noordwesten van het plangebied. Ten aanzien van de relevante voorgenoemde risicobronnen geldt de volgende risicosituatie:
26
TAM-omgevingsplan Halvinkhuizen fase 2 en 3
Risicobron
pr-contour
PAG zone
Invloedsgebied
Afstand tot planlocatie
Aardgasleiding N-570-26
4 m.
-
140 m.
250 m.
Aardgasleiding N-510 5 m.
-
430 m.
800 m.
Spoorlijn Amersfoort Zwolle
30 m.
35 m. (brand), 460 m. (explosie) 4000 m. (toxisch).
1200 m.
-
355 m. (explosie)
70 m.
1 m.
Provinciale weg N798 -
Het plangebied valt binnen het invloedsgebied toxisch van de spoorlijn. Gezien de planlocatie op een afstand van meer dan 200 meter tot het spoor ligt, volstaat een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Verder ligt het plangebied binnen het invloedsgebied explosie van de provinciale weg N798. In verband met de ligging dient het groepsrisico ten aanzien van deze risicobron overeenkomstig paragraaf 4.4 van de Gezamenlijke beleidsvisie externe veiligheid gemeente in de regio Veluwe-Noord (projectnr. 249182, d.d. januari 2015) beperkt verantwoord te worden. Gelet op het voorgaande is hierna een beperkte verantwoording van het groepsrisico opgenomen. Hiertoe wordt ingegaan op de aspecten rampenbestrijding en zelfredzaamheid. Deze aspecten worden hierna beschouwd Activiteiten In het plangebied vinden EV-relevante activiteiten plaats, te weten aan de Beitelweg 7. Op het terrein is onder meer een propaantank met een inhoud van 18 m3 aanwezig. Voor de propaantank bedraagt de plaatsgebonden risicocontour 40 meter en het invloedgebied 150 meter. Binnen de plaatsgebonden risicocontour mogen geen woningen gerealiseerd worden. Binnen het invloedsgebied mogen woningen gebouwd worden gebouwd, mits het groepsrisico de oriëntatiewaarde niet overschrijdt.
Gezien deze tank midden in het plangebied ligt waar ook de woningen gebouwd moeten worden zal deze tank verwijdert worden voordat er woningen gebouwd zullen worden.
5.1.3 Verantwordinggroepsrisico In het plangebied wordt de functie woongebied bestemd en voor een school en een kinderdagverblijf. Er worden dus ook functies bestemd die in potentie een verminderde zelfredzaamheid meebrengen (zorg- of maatschappelijke functies). Daarnaast biedt de bestemming woongebied de mogelijkheid voor een beroep of bedrijf aan huis. In de hoofdzaak gaat de ontwikkeling om het toevoegen een reguliere woonfunctie. Daarnaast is er met een school en kinderdagverlijf ruimte voor kwetsbare groepen. De wegenstructuur binnen het plangebied zal zodanig worden aangelegd dat er vanuit het oogpunt van rampenbestrijding en zelfredzaamheid voldoende mogelijkheden zijn om bij een eventueel incident te kunnen vluchten dan wel het gebied te kunnen bereiken (ten behoeve van de hulpverlening). Tevens is er voldoende bluswater binnen het plangebied aanwezig. Rampenbestrijding Bij een calamiteit zal de brandweer zich inzetten om effecten ten gevolge van het incident te beperken of te voorkomen. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden bij de bron. De brandweer richt zich dan niet direct op het bestrijden van effecten in of nabij het plangebied. Eventuele secundaire branden in het plangebied kunnen met behulp van de primaire bluswatervoorzieningen worden bestreden door de brandweer. De mogelijkheden voor bestrijdbaarheid worden daarom niet verder in beschouwing genomen.
Zelfredzaamheid Bij een calamiteit is het belangrijk dat de aanwezigen in het plangebied worden geïnformeerd hoe te
ruimte voor ontwikkeling
27
handelen bij een incident. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde waarschuwings- en alarmeringspalen (WAS-palen) of NL-alert. Bij een scenario waarin toxische stoffen vrijkomen, is het advies om naar binnen gaan, ramen en deuren sluiten en dat de eventueel aanwezige mechanische ventilatie handmatig door de gebruikers kan worden uitgezet. Het is het noodzakelijk dat dit wordt meegenomen in het ontwerp van woning. Bij een wolkbrandexplosie scenario is het advies om te vluchten van de risicobron af. Ontruimingsplan Het stimuleren van inrichtingshouders om aandacht te besteden aan hun ontruimingsplannen bij externe incidenten draagt bij aan een verhoging van de veiligheid. Instellingen en bedrijven zijn op grond van de Arbo-wet verplicht een risico-inventarisatie uit te voeren. Uit deze inventarisatie volgt of een BHV-organisatie ingesteld moet worden. Door de handhavers wordt hieraan structureel aandacht aan gegeven bij het uitvoeren van hun toezichtstaken.
5.1.4 Conclusie Er bestaat vanuit het thema externe veiligheid geen belemmeringen ten aanzien van de voorgenomen ontwikkeling.
5.2
Onontplofte oorlogsresten
5.2.1 Inleiding Bij grondroerende werkzaamheden leveren niet-gesprongen, onontplofte explosieven uit de Eerste of Tweede Wereldoorlog een gevaar op als ze worden verplaatst of aangeraakt. Bij het onverwachts aantreffen van niet-gesprongen explosieven tijdens graaf- of andere grondwerkzaamheden, kan dit zorgen voor gevaarlijke situaties voor werknemers en burgers in de nabije omgeving. Ook kan het zorgen voor vertraging bij het uitvoeren van werkzaamheden.
5.2.2 Onderzoek Voor het gehele ontwikkelgebied van Halvinkhuizen is er een onderzoek uitgevoerd naar onontplofte oorlogsresten. Het onderzoek heeft tot doel om te beoordelen of er in het te onderzoeken gebied sprake is van concrete aanwijzingen van de aanwezigheid van onontplofte oorlogsreste en indien deze aanwijzingen er zijn, om een verdacht gebied af te bakenen. Het onderzoek onontplofte oorlogsresten bestaat uit zowel het inventariseren als beoordelen (analyseren) van het bronnenmateriaal (Bijlage 1).