RSW 1.0 Noord Veluwe - 2021 04 21
Tekst van het document
De TVW per gemeente helpen om de meest waarschijnlijke warmteoplossingen per wijk of buurt te bepalen. Deze beelden tonen een zeer hoog aandeel all-electric. Onder de huidige marktomstandigheden zijn zogenaamde luchtwarmtepompen de standaard keuze wanneer een woning aardgasvrij wordt gemaakt. Een luchtwarmtepomp heeft als nadeel dat deze bij koud weer deze een slecht rendement heeft en veel stroom vraagt. Bij koud weer (-10°C of lager) worden ook alle luchtwarmtepompen gelijktijdig geraakt. Een warmtepomp die zijn energie uit de bodem onttrekt heeft hier veel minder last van omdat de bodem een vrij constante temperatuur levert (+9°C). In een bestaande wijk kan elke woning gelijktijdig met ongeveer 1,25-1,5 kW het elektriciteitsnet belasten. Daarboven zal de netbeheerder tot uitbreiding over moeten gaan. De grootschalige toepassing van warmtepompen zal dan ook uitbreiding van het elektriciteitsnet noodzakelijk maken.
RSW 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
26
Piekvermogen per woning [kW] Vloeroppervlak
Tussenwoning
Hoekwoning
woning ↓ Soort WP →
Lucht
Grond
Lucht
Grond
2-onder-1-
Vrijstaande
kap-woning
woning
Lucht
Lucht
Grond
Grond
Appartement Lucht
Grond
60 m2
1,20
0,74
80 m2
1,42
0,88
100 m2
1,90
1,22
2,14
1,37
2,14
1,37
3,16
2,04
1,63
1,02
125 m2
2,20
1,41
2,44
1,57
2,44
1,57
3,86
2,32
1,86
1,18
150 m2
2,49
1,61
2,76
1,79
2,76
1,79
4,60
2,61
2,12
1,35
175 m2
2,77
1,79
3,05
1,99
3,05
1,99
5,24
2,90
3,51
2,18
5,90
3,48
200 m2
Figuur 6 - Rekenwaarde Piekvermogen warmtepompen Liander
Voor Liander ligt er hiermee een tweeledige opgave in het verschiet in de regio Noord-Veluwe. Aan de ene kant is het de uitdaging om de grootschalig opgewekte energie (onder andere als uitvloeisel van de RES) op een goede manier technisch op te vangen. Aan de andere kant vraagt ook de warmtetransitie een aanpassing van de bestaande infrastructuur. Ook als er gekozen wordt voor een collectieve warmteoplossing is er sprake van een grotere elektriciteitsvraag, voor o.a. het koken op inductie en evt. een collectieve warmtepomp bij de toepassing van een laagwaardige warmtebron. Om de impact voor de netbeheerder te kunnen bepalen dient een zg. systeemstudie te worden uitgevoerd. Daarbij worden de verwachte veranderingen in (piek)vraag en aanbod geografisch uitgewerkt, middels scenario’s verkend en toegepast op een (digitaal) model van de infrastructuur. Binnen het RES-proces heeft Liander een netimpact-analyse uitgevoerd conform het 'Netimpact bepalen werkproces'. Dit is onderdeel van het afwegingskader Energiesysteem Efficiëntie uit de Handreiking RES 1.1. en op basis daarvan worden verbetervoorstellen geformuleerd. De grootschalige opwek is in veel gevallen de eerste uitdaging, omdat het hier meteen om grote impact op het elektriciteitsnet gaat, zowel qua kabels als stations.
Het tempo waarmee Liander kan voorzien in extra capaciteit ligt op dit moment al lager dan het tempo waarmee de duurzame opwek gerealiseerd wordt. Voor de warmtetransitie geldt dat deze meer geleidelijk zal verlopen. Hier kan met de nodige inzet door Liander op worden geanticipeerd zodat zij ervoor kan zorgen dat de netcapaciteit op orde is als een buurt naar een alternatieve warmtevoorziening overgaat. Afstemming is hierbij wel de sleutelfactor. Beide vormen zijn kapitaalintensieve en in ‘maakbaarheid’ veeleisende ontwikkelingen. De ontwikkelingen in vraag en aanbod gaan soms sneller dan een netbeheerder het netwerk aan kan passen. Het afstemmen van vraag en aanbod vraagt permanent overleg en goede afstemming tussen betrokken partijen. Netverzwaring met betrekking tot de warmtetransitie vraagt een goede afstemming van werkzaamheden met alle stakeholders en omwonenden. Dit om enerzijds maatschappelijke kosten zo laag mogelijk te houden en anderzijds om de benodigde uitbreiding te kunnen realiseren. Aanpassing en uitbreiding van het elektriciteitsnet vraagt niet alleen veel van de netbeheerder, maar ook van gemeenten. Gemeenten zullen meer fysieke ruimte beschikbaar moeten stellen voor het plaatsen van bijvoorbeeld extra transformatorhuisjes in buurten of voor het realiseren van een extra onderstation. Hier moet in de planvorming rekening mee worden gehouden.
Daarnaast zal er in de toekomst ook sprake zijn van het afkoppelen en verwijderen van gasnetten in de gebouwde omgeving. Een opgave in zichzelf.
RSW 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
27
Hoofdstuk 6: Kansen en uitdagingen waarop samengewerkt kan worden Het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving in de regio Noord-Veluwe is geen gemakkelijke taak. De warmtevraag ligt behoorlijk verspreid, er is voornamelijk beschikbaarheid van lagetemperatuur warmtebronnen en passende (all electric) oplossingen vragen een hoge isolatiegraad van woningen en gebouwen. Wel zien we vanuit Over Morgen op basis van deze Regionale Structuur Warmte en de lokale Transitievisies Warmte en verkenningen daartoe diverse kansen waarop gemeenten onderling en met andere stakeholders kunnen samenwerken. Deze worden in paragraaf 6.1 nader toegelicht.
6.1 Kansen Een belangrijke kans ligt er om als gemeenten samen met het regionale energieloket een regionale aanpak te ontwikkelen voor: 1. het isoleren van de gebouwde omgeving. Voor vrijwel alle gebouwen (van voor 1995) in de gemeenten geldt dat die een flinke isolatieopgave hebben. Hiervoor kan regionaal worden samengewerkt om aanpakken te ontwikkelen passend bij het type woningen en gebouwen in de regio Noord-Veluwe in samenwerking met het energieloket. Ook het activeren van bewoners om stappen te ondernemen kan positief beïnvloed worden als er een consistente boodschap vanuit de hele regio komt. Belangrijk daarbij is om aan te sluiten bij natuurlijke momenten waarop bewoners investeren in hun woning bijv. bij verhuizing of verbouwing (uitbouw, vervanging badkamer of keuken). Ook de overstap naar elektrisch koken en aandacht voor goede ventilatie zijn logischerwijs onderdeel van deze aanpak;
Een duurzame en betaalbare woning in een prettige woonomgeving is datgene waar wij als woningcorporaties voor staan. Onze inzet is gericht op het verlagen van de energielasten door het reduceren van de energievraag door de woning goed te isoleren en waar mogelijk de opwek van duurzame energie ten dienste van onze huurders door bijvoorbeeld zonnepanelen. Deze ontwikkeling sluit geheel aan bij de transitievisie warmte en is op die manier verbonden met de RES. Marieta Peek, directeur Woningstichting Putten, lid stuurgroep RES Noord-Veluwe als vertegenwoordiger woningcorporaties
2. individuele all-electric en hybride oplossingen. All electric (vooral warmtepompen) lijkt de dominante aardgasvrije verwarmingstechniek in de meeste buurten te worden. Een tussenstap naar hybride warmtepompen ligt op veel plaatsen voor de hand. Op drie manieren kan het zinvol zijn om hierin samen te werken als regio:
RSW 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
28
• Het ontwikkelen van een aanpak naar all electric voor alle woningen na 2005 (en mogelijk ook na 1990) Deze woningen zijn zonder grote aanpassingen aardgasvrij te maken door het vervangen van de cv-ketel. Mogelijk is vervanging van radiatoren nog wel noodzakelijk. Het lijkt logisch om hier bewoners te wijzen op een natuurlijk moment om de woning aardgasvrij te maken namelijk als de cv-ketel aan vervanging toe is. Als deze aanpak succesvol wordt uitgerold kunnen deze woningen uiterlijk binnen 15 jaar aardgasvrij zijn. 15 jaar is namelijk de (gemiddelde) levensduur van een cv-ketel.;
• De overstap naar een hybride warmtepomp aan te moedigen Dit ligt vooral voor de hand in die buurten waar op termijn de overstap naar all electric voorzien wordt, maar waar de overstap naar volledig elektrisch nu nog een te grote investering vraagt;
• Het ontwikkelen van een buurtaanpak naar all electric Zo is Ermelo al bezig met een aanpak binnen een deel van de Vogelbuurt (Wijk van de Toekomst, zie ook kader). Ook Hattem is recent gestart met het ontwikkelen van een wijkaanpak all electric in een nieuwe wijk (gebouwd na 2005). Hun aanpak kan gekopieerd en verbeterd worden voor andere buurten in de regio. Het is belangrijk om hier ook de corporaties intensief bij te betrekken. Bovenstaande kansen passen binnen de Regionale Samenwerkingsagenda CO2-reductie / energietransitie Noord-Veluwe die in 2020 van start is gegaan. Naar aanleiding van de geïdentificeerde startgebieden voor kleinschalige, lokale warmtenetten zijn een aantal quickscans uitgevoerd11. Hieruit komt naar voren dat het interessant is om: 1. De haalbaarheid van lage temperatuur aardwarmte (ondiepe geothermie) als bron voor deze lokale warmtenetten verder te onderzoeken. Ondiepe geothermie lijkt vooral kansrijk voor Putten, Ermelo, Harderwijk en Nunspeet. Er is daarbij nog meer onderzoek nodig naar de ondergrond om o.a. de doorlaatbaarheid te toetsen. Het ligt voor de hand om nader onderzoek op regionale schaal te laten uitvoeren; 2. Te onderzoeken of een demoproject met ondiepe geothermie in de regio ontwikkeld kan worden; 3. De kansen voor aquathermie verder te verkennen samen met het Waterschap.
Er is potentie in Harderwijk, Elburg en Hattem vanuit zowel oppervlaktewater als de RWZI’s. In Harderwijk wordt een eerste project ontwikkeld voor nieuwbouwwijk Waterfront fase 3 (zie ook het kader ‘realisatie open warmtenet’ in paragraaf 7.3). In Elburg en Hattem is warmte uit de RWZI’s kansrijk om uit te koppelen naar de bedrijventerreinen waarop deze gevestigd zijn. De potentie van diepe geothermie is in de regio Noord-Veluwe nog onbekend. Het is aan te raden om als regio een (hydro)geologisch bureau te vragen om de nieuwe seismische data die in het kader van het landelijke programma SCAN zijn verzameld, te interpreteren. Als blijkt dat er potentie voor diepe geothermie is, kan het interessant zijn om vervolgonderzoek te doen. Het is hierbij wenselijk om afstemming te zoeken met Waterschap Vallei en Veluwe en Vitens. Diepe geothermie lijkt me name interessant voor de industrie, maar kan ook een potentiële warmtebron voor een (grootschaliger) warmtenet in Harderwijk zijn. Restwarmte is heel beperkt aanwezig in de regio. Echter, in Zeewolde wordt een groot datacenter ontwikkeld dat potentieel veel (lagetemperatuur) warmte kan leveren. In de loop van 2021 wordt naar verwachting duidelijk of dit datacenter er inderdaad zal komen. De gemeente Harderwijk is momenteel betrokken bij een verkenning voor uitkoppeling van deze warmte naar Zeewolde en Harderwijk toe.
In de regio Noord-Veluwe wordt op een aantal plaatsen al groen gas of biogas geproduceerd. Groen gas is zeer welkom om o.a. in te zetten in de historische (monumentale) vestingen van Elburg en Hattem.
11 Quickscans uitgevoerd door RHDHV in opdracht van de provincie Gelderland voor de gemeenten Putten, Ermelo, Harderwijk en Hattem in 2020 / 2021
RSW 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
29
Twee zaken zijn relevant om in regioverband te onderzoeken: 1. Als het huidige leveringscontract van de Bio-energiecentrale Harderwijk afloopt, kan overwogen worden om te zorgen dat het groen gas regionaal gebruikt wordt bijv. in de vestingen van Elburg en Hattem of het buitengebied. Het is waardevol om te onderzoeken hoe dit gestalte kan krijgen; 2. Het Waterschap zet het biogas dat geproduceerd wordt in Elburg en Harderwijk ter plekke met behulp van een WKK om in elektriciteit en warmte. Als de WKK is afgeschreven is het interessant om te bezien of het biogas (al dan niet in de vorm van groen gas) gebruikt kan worden om lokaal in te zetten. Zo wordt er in Elburg voldoende biogas geproduceerd om de historische vesting van warmte te voorzien; 3. Daarnaast is het interessant om te onderzoeken of de productie van biogas in de regio verhoogd kan worden. Op basis van de landelijke data is er te weinig bekend over het warmteverbruik in andere sectoren dan woningen en utiliteit. Het is dan ook aan te bevelen om samen met de Omgevingsdienst een verdieping te maken en zo meer inzicht te verkrijgen in de warmtevraag van bijvoorbeeld industrie en landbouw in de regio. Aanpak voor bedrijven(terreinen). Ook bedrijven hebben een opgave om te verduurzamen en om aardgasvrij te worden.
Een manier om dit aan te jagen is het organiseren van parkmanagement Investeringsagenda toekomstige bedrijventerreinen
bij bedrijventerreinen. Hier wordt in een aantal gemeenten al ervaring mee opgedaan. Er kunnen dus lessen gedeeld worden met betrekking tot het opzetten parkmanagement en het inzetten van parkmanagement voor de verduurzamingsopgave. In Harderwijk wordt op bedrijventerrein Lorentz bijvoorbeeld gewerkt aan een aanpak om energieleverend te worden (project Be Positive; zie ook kader). In de Investeringsagenda bedrijventerreinen Noord-Veluwe is ook aandacht voor verduurzaming. Daarnaast is een aanpak voor bedrijventerreinen ook opgenomen in de Regionale Samenwerkingsagenda CO2-reductie / energietransitie Noord-Veluwe die in 2020 van start is gegaan. In communicatie naar bedrijven toe ligt samenwerking in de regio, met bijv. de Omgevingsdienst NoordVeluwe (ODNV), het Noord-Veluwe Ondernemersoverleg (NVOO) en VNO-NCW voor de hand. Provinciaal zijn er ook subsidies voor handen. Daarnaast zijn er al diverse projecten, initiatieven en organisaties bezig met het stimuleren van verduurzamen van de energievoorziening voor bedrijven(terreinen). Een voorbeeld hiervan is het Innovatiehuis De Diamant; Aanpak voor verduurzamen van vakantieparken. Alle gemeenten in Noord-Veluwe hebben te maken met een aparte categorie woningen namelijk vakantiewoningen. Ook deze zullen verduurzaamd
Website Vitale Vakantieparken
en aardgasvrij gemaakt moeten gaan worden. Momenteel wordt binnen het programma Vitale Vakantieparken Veluwebreed tussen 11 gemeenten en de provincie samengewerkt om deze kampeer- en bungalowparken te revitaliseren. Hier ligt een kans om ook het thema verduurzaming en aardgasvrij nog beter te verankeren binnen dit programma en de link te leggen met de Regionale Samenwerkingsagenda CO2-reductie voor regio Noord-Veluwe. Aanpak voor verduurzamen van defensieterreinen. Een andere opgave die specifiek is voor de regio is het verduurzamen en aardgasvrij maken van de defensieterreinen. Defensie heeft op haar kazernes veel oude gebouwen die een hoog energieverbruik hebben (en slechte energielabels). Het ministerie is geïnteresseerd om te onderzoeken of een oplossing voor hun vastgoed ook kan helpen voor de betreffende gemeente. Echter, deze kazernes liggen allemaal best ver van de gebouwde omgeving. Het lijkt dan ook niet direct voor de hand te liggen om een koppeling te maken vanuit een warmtenet naar deze terreinen. De afstanden zijn simpelweg te groot. Alleen in Wezep zou hier mogelijk een kans kunnen liggen. Als regio gezamenlijk optrekken met Defensie ligt uiteraard wel voor de hand. In de RES zijn de defensieterreinen in beeld als bouwsteen voor opwek d.m.v. zon PV.
RSW 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
30
Subsidieaanvraag proeftuinen aardgasvrije wijken Ministerie van BZK. Om de kansen te vergroten om als regio in aanmerking te komen voor subsidie om een buurt daadwerkelijk aardgasvrij te maken, is het Website aardgasvrije wijken
als regio goed om gezamenlijk één of twee aanvra(a)g(en) te ondersteunen en duidelijk te maken hoe de hele regio hiervan gaat leren. Dit kan in de derde subsidieronde die naar verwachting op 1 juni wordt opengesteld. Aanvragen hiervoor kunnen tot 1 november 2021 worden ingediend. Regionale kennisdeling op gebied van innovatie. Ontwikkelingen gaan hard. Kennisdeling binnen de regio ligt dan ook voor de hand. Denk hierbij aan het delen van kennis met betrekking tot technische ontwikkelingen, praktijkervaringen met technieken maar ook ervaringen rond (innovatieve) buurt- of gebiedsgerichte aanpakken. Communicatie naar inwoners. Landelijk zijn campagnes opgestart om iedereen aan te moedigen stappen te zetten in de energietransitie. Het heeft meerwaarde om ook als regio in aanvulling hierop
Iedereen doet wat
met een campagne te komen om alle bewoners en bedrijven bewust te maken van de opgave die op ze af komt (m.b.t. isoleren / energiebesparen, elektrisch koken en het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving). Lokaal kan deze campagne dan weer benut worden in de lokale aanpakken;
Verbeter je huis
Klimaatadaptatie als koppelkans in alle gemeenten. Tussen nu en 2050 gaan alle buurten toe naar een aardgasvrije warmtevoorziening. Dat is een grote verbouwing en tegelijkertijd een kans om dat
Website Klimaat en Veluwe
klimaatadaptief te doen. Denk daarbij aan het afkoppelen van de hemelwaterafvoer van het rioolstelsel, zodat de riolering minder belast wordt en er minder afvoer van schoon water plaatsvindt. Maar ook het toevoegen van meer groen in buurten en wijken, zodat hemelwater langer wordt vastgehouden en er meer verkoeling is. De regio werkt op dit thema ook samen op basis van het Regionaal Adaptatieplan (RAP). Het is belangrijk om afstemming te zoeken met dit programma.
6.2 Uitdagingen Anderzijds zien we ook een aantal uitdagingen waar alle gemeenten mee te maken hebben:
• Capaciteit gemeenten. De energietransitie is een enorme opgave waar nu volop richting aan wordt gegeven. Dit vraagt veel van gemeenten. De huidige ambtelijke organisaties zijn daar nog niet op ingericht. Budgetten en fte’s zijn nog niet toereikend om de opgave aan te kunnen pakken. De RES en TVW's zijn opgesteld. Deze moeten in de volgende fase verder uitgewerkt worden bijv. in (wijk) uitvoeringsplannen en daarna tot realisatie worden gebracht. Ook moeten deze plannen landen in de Omgevingsvisie en alles wat daarmee samenhangt. Dit zijn nieuwe opgaven, die een grote inzet van gemeenten vragen.
• Financiering. De warmtetransitie is naast een technische en sociale uitdaging (namelijk: welke alternatieve warmtevoorziening is mogelijk en hoe krijg ik iedereen mee), ook een financieel vraagstuk. Op dit moment is er nog geen oplossing voor de financiering van de warmtetransitie. Het is duidelijk dat de meeste partijen die moeten investeren, daar hulp bij nodig hebben. Dan gaat het om bewoners, woningcorporaties, bedrijven, gemeenten en andere gebouweigenaren. Dit is in sommige gevallen op te lossen met al bestaande financieringsmogelijkheden, zoals gemeentelijke duurzaamheidsleningen of een subsidie vanuit de rijksoverheid of de provincie. In de meeste gevallen echter, is de onrendabele top nog niet op te vangen. Daarvoor zijn nieuwe financieringsconstructies nodig. Hierbij is iedereen afhankelijk van wat er op landelijk niveau wordt ontwikkeld.
• Draagvlak. De gemeenten zijn niet degenen die de meeste investeringen moeten doen. Dat zijn de gebouweigenaren. Naast dat er financiering nodig is om de benodigde investeringen te doen, is het ook van belang dat er draagvlak is voor de warmtetransitie. De gebouweigenaren maken zelf de keuze om richting aardgasvrij te gaan.
RSW 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
31
Om dat te doen is het van belang dat zij: 1. Goed geïnformeerd zijn over wat de warmtetransitie inhoudt; 2. Duidelijkheid hebben over de voorkeursoplossing in hun buurt; 3. Betrokken worden;
• Samenwerking. Het succesvol organiseren van samenwerking is een uitdaging op zich. De warmtetransitie is een grote opgave die wel baat heeft bij samenwerking. Samenwerking met onder andere de netbeheerder, de woningcorporaties, energiecoöperaties, het energieloket, het waterschap en de regio. Dit om snelheid te kunnen gaan maken en op te kunnen gaan schalen, zodat een CO2-neutrale gebouwde omgeving in 2050 realiteit is.
Ook om deze uitdagingen aan te kunnen is het aan te bevelen tenminste regelmatig ervaringen met elkaar te delen binnen de regio. Daarbovenop kan ook een gezamenlijke lobby richting de provincie en het rijk meerwaarde bieden.
RSW 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
32
Hoofdstuk 7: Regionale aanpak Het vorige hoofdstuk laat zien dat de gemeenten op de Noord-Veluwe voor een aantal gedeelde kansen en uitdagingen staan. Op lokaal niveau zien we veel gelijkenissen wat betreft de opgave. Dit betekent dat elke gemeente zelf aan de slag moet, maar een aantal van die kansen én uitdagingen kunnen ook regionaal worden opgepakt zoals in het vorige hoofdstuk beschreven. Regionale samenwerking vraagt echter wel wat van de verschillende betrokken partijen. Allereerst is het nodig om een gedeelde ambitie te hebben: welke richting willen de verschillende partijen aan tafel in slaan? Wanneer duidelijk is wat de ambities zijn, is het tijd voor de vervolgvraag: hoe kan de regio zich organiseren om de ambitie en de verschillende bovenlokale kansen en uitdagingen zo efficiënt mogelijk aan te pakken?
7.1 Gedeelde ambities en belangen Voor een succesvolle samenwerking is het van belang dat er sprake is van gedeelde ambities en belangen. Dit klinkt logisch, maar is tegelijkertijd het onderdeel waarop de meeste samenwerkingen spaak lopen. De eerste stap, voordat de regio een organisatiestructuur in stapt, is het voeren van het gesprek over de verschillende ambities van de partijen en hoe die tot een gezamenlijke ambitie gemaakt kunnen worden. Uitgangspunten die opgehaald zijn om samenwerking tot een succes te maken in deze regio zijn:
• De gemeenten doen lokaal wat lokaal kan; • De gemeenten in de regio werken samen wanneer het resultaat daarmee toegevoegde waarde oplevert;
• De samenwerking vindt plaats op vrijwillige basis; • De samenwerking is pragmatisch. Er moet ruimte zijn voor de verschillende snelheden en manieren van betrokkenheid van de gemeenten. Niet elke gemeente zal dus bij elk onderdeel aangehaakt zijn. Soms zullen dat drie gemeenten zijn, soms zeven.
7.2 Organisatiestructuur: hoe organiseren? Ook vanuit NPRES wordt gevraagd om een (structureel) regionaal overleg samen in te richten om periodiek af te stemmen over:
• een logische inzet van beschikbare (bovengemeentelijke) warmtebronnen; • de afweging tussen inzet in verschillende sectoren; • mogelijkheden tot cascadering; • de bijbehorende huidige en toekomstige bovengemeentelijke warmte-infrastructuur. Om voortvarend aan de slag te gaan met de gedeelde ambitie en de bovenlokale kansen en uitdagingen, is een slagvaardige organisatiestructuur nodig die dat mogelijk maakt. Dit om als betrokken partners de regie te kunnen voeren. Alle betrokkenen zijn daarbij medeverantwoordelijk voor de resultaten van de samenwerking. Het is echter niet nodig om een geheel nieuwe organisatiestructuur te vormen.
RSW 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
33
In 2020 is een vernieuwde samenwerking opgesteld tussen de zeven Noordveluwse gemeenten. Gezamenlijk is gewerkt aan een Regionale Samenwerkingsagenda. Deze wordt jaarlijks geëvalueerd en biedt mogelijkheden om nieuwe onderwerpen toe te voegen. Dit kan een goed platform zijn om (een aantal extra) geïdentificeerde kansen uit hoofdstuk 6 in op te nemen. Het voorstel is dan ook om aan te sluiten bij deze bestaande samenwerking en bij de samenwerking rond de RES van de Noord-Veluwe. Voor de RES is een werkgroep en stuurgroep opgericht. Idealiter worden de opgaven vanuit de RSW direct behandeld in de werkgroep RES.
7.3 Lerend netwerk Alle gemeenten zijn het erover eens dat het delen van lessen op regionaal niveau heel zinvol is. In dat lerend netwerk delen de verschillende partijen geleerde lessen uit bijvoorbeeld een buurt- of gebiedsgerichte aanpak. Dit wordt nu ook opgepakt binnen het thema Aardgasreductie in de Regionale Samenwerkingsagenda. De eerste ervaringen in de warmtetransitie worden inmiddels ook opgedaan:
• Zo is Ermelo al daadwerkelijk aan de slag om de eerste bestaande buurt aardgasvrij te realiseren (zie kader ‘Wijk van de Toekomst’). Hiervoor is via de provincie Gelderland ook financiering in de vorm van subsidie verkregen. Daarnaast is het gemeentehuis van Ermelo energiezuinig verbouwd en aardgasvrij gemaakt (zie kader ‘energiezuinig gemeentehuis’) door middel van WKO.
• In de gemeente Harderwijk zijn de eerste sociale huurwoningen energiezuinig en aardgasvrij gebouwd (zie kader ‘aardgasvrije huurappartementen’), is een aanpak ontwikkeld om bedrijventerrein Lorentz energieleverend te maken (zie kader ‘duurzaam bedrijventerrein’), wordt een nieuwe woonwijk ontwikkeld die verwarmd gaat worden d.m.v. aquathermie (zie kader ‘open warmtenet’). En is een grootschalige bio-energiecentrale gerealiseerd waar groen gas wordt geproduceerd (zie kader ‘vergisting op schaal’).
• In Nunspeet zijn de eerste NOM-woningen opgeleverd (zie kader ‘NOM woningen’). • In Wezep (gemeente Oldebroek) wordt zwembad de Veldkamp verwarmd met warmte uit het riool afkomstig van CêlaVíta (zie kader ‘warmte uit het riool’). Dit zijn zo een aantal voorbeelden die de gemeenten met elkaar kunnen delen, met daaraan gekoppeld de geleerde lessen en tips. Ook intervisie kan een bruikbaar instrument zijn om elkaar verder te helpen in dit complexe werkveld.
RSW 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
34
Voorbeeld energiezuinig gemeentehuis Gemeentehuis - Ermelo Wat: energiezuinige verbouwing van het gemeentehuis van Ermelo van label D naar label A en volledig aardgasvrij. Met de verbouwing wordt tevens een eind gemaakt aan de huidige klachten over het binnenklimaat. Vooral in de zomer is het hier te warm. Verwacht wordt dat de CO2-uitstoot met de verbouwing 85 procent kan worden teruggebracht. Hoe: Er is gekozen voor een warmte-koudeopslag (WKO). Dat betekent dat warmte welke wordt gewonnen tijdens bijvoorbeeld de zomer in de wintermaanden kan worden ingezet. Daarnaast worden alle kozijnen en glas vervangen en LED-verlichting geïnstalleerd. De kosten van de verbouwing moeten volledig uit het huidige budget voor de bedrijfsvoering worden gedekt. Onder meer door de lagere huisvestingskosten, de energiebesparende maatregelen en het minder hoeven storten van gelden in het meerjarenonderhoudsplan. Wanneer: In najaar 2020 is het gerenoveerde gemeentehuis geheel opgeleverd. Met wie: gemeente Ermelo als opdrachtgever. Realisatie door hoofdaannemers BAM Bouw en Techniek en WSi Techniek. Van Panhuis bouw heeft eerder de kozijnen en HR++ beglazing gerealiseerd.
Voorbeeld duurzaam bedrijventerrein BE Positive – Duurzaam Lorentz - Harderwijk Wat: Eind 2017 is de Bedrijvenkring Harderwijk gestart met het project BE Positive – Duurzaam Lorentz. Dit project heeft als doel om het bedrijventerrein energie leverend te maken in plaats van energie vragend voor 2025 en een bijdrage te leveren aan de gemeentelijke doelstelling om de CO2 uitstoot te verlagen. Hoe: In 2018 zijn bij 150 bedrijven op het bedrijventerrein Lorentz I-II-III energiescans uitgevoerd gericht op het elektriciteitsverbruik. Hiermee zijn mogelijke energiemaatregelen in kaart gebracht. Zowel collectieve als individuele maatregelen. Momenteel wordt gewerkt aan het opzetten van een organisatie om de collectieve oplossingen te kunnen gaan uitvoeren. In toekomst wordt onderzocht welke projecten op het gebied van warmtevraag en -aanbod mogelijk zijn. Wanneer: Het project BE Positive – Duurzaam Lorentz loopt ook de komende jaren door.
RSW 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
35
Voorbeeld NOM-woningen Molenbeek - Nunspeet Wat: In september 2019 vond de oplevering plaats van 20 nul-op-de-meter woningen in Molenbeek in Nunspeet. Hoe: De woningen zijn energieneutraal en aardgasvrij. Over het jaar heen wordt er evenveel energie in de woningen opgewekt als er wordt verbruikt. Hierbij wordt gebruik gemaakt van warmte-terugwinning, een warmtepomp, zonnepanelen en lagetemperatuur vloerverwarming. Met wie: Deze woningen zijn in bezit van woningcorporatie Omnia Wonen. MorgenWonen, onderdeel van VolkerWessels, was verantwoordelijk voor de bouw.
Voorbeeld vergisting op schaal Bio-energiecentrale (BECH) - Harderwijk Wat: In juni 2019 startte de productie van groen gas in de bio-energiecentrale in Harderwijk. Deze centrale bestaat uit een vergistingsinstallatie die met warmte van de rioolwaterzuivering biomassa door vergisting verwerkt tot groen gas en bodemverbeteraars. Hoe: Groen gas wordt geproduceerd uit de vergisting van onder andere mest. Dit vermindert het mestoverschot en biedt een duurzaam alternatief voor aardgas. Met wie: Waterschap Vallei en Veluwe en Jan Bakker B.V. hebben samen de bio-energiecentrale Harderwijk (BECH) geïnitieerd en opgezet.
Voorbeeld aardgasvrije huurappartementen Waterfront - Harderwijk Wat: in september 2019 zijn de eerste 20 energiezuinige sociale huurappartementen opgeleverd in het Waterfront Harderwijk. Hoe: De woningen zijn energiezuinig en aardgasvrij. Als techniek is gekozen voor een warmtepomp per appartement. Ook zijn de twee gebouwen voorzien van zonnepanelen. Met wie: Dit zijn de eerste aardgasvrije appartementengebouwen van woningcorporatie UWOON. De woningen zijn in samenwerking met Koopmans Bouwgroep gerealiseerd.
RSW 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
36
Voorbeeld realisatie open warmtenet Waterfront fase 3 - Harderwijk Wat: realisatie van een open warmtenet door gemeente Harderwijk. Hoe: duurzame warmte wordt verkregen vanuit de RWZI en oppervlaktewater in combinatie met WKO en een industriële warmtepomp. In eerste instantie worden 860 nieuwbouwwoningen in Waterfront aangesloten. De warmtenetleidingen worden zo gedimensioneerd dat uitbreiding naar het gemeentehuis en bestaande bebouwing in de toekomst mogelijk is. Gemeente Harderwijk is in de eerste fase eigenaar van dit open net waaraan in de toekomst ook andere warmtebronnen gekoppeld kunnen worden. Met wie: Een samenwerking tussen gemeente Harderwijk en Waterschap Vallei en Veluwe.
Voorbeeld bewonersparticipatie Wijk van de Toekomst - Ermelo Wat: aanpak om 484 koop- en huurwoningen met bouwjaar rond 1970 te isoleren en aardgasvrij te maken. Met wie: • Bewonerswerkgroep (ca. 15 bewoners) • Projectgroep (incl. 1 lid van de bewonerswerkgroep) Hoe: • Financiering: subsidie vanuit provincie: 12.000 euro bijdrage per particuliere woning en 7.500 euro voor corporatiewoning. • Communicatie: via social media en huis-aan-huisbrieven, drie bewonersavonden, voorbeeldwoning UWOON in de wijk, workshop inductie koken met TV-kok, meerdere ochtenden door wijkvereniging georganiseerd. Hierdoor > 90% van de bewoners bereikt. Uitvoering: van isoleren en installeren naar aardgasvrij. In maximaal 7 jaar aardgasvrij; iedereen doet mee in eigen tempo en met maximale keuzevrijheid: 1. Uitgangssituatie per woning digitaal in beeld 2. Isolatiepakket op maat naar minimaal label B 3. Voor alle eigenaar-bewoners een woninggebonden 'aardgasvrij- budget'; 4. Na-isoleren tot label B: de installatiefase; 5. Database waarin elke bewoners zijn persoonlijke stand van zaken kan inzien; 6. Aardgasvrije buurt na 7 jaar Wanneer: dit project loopt van 2019 tot 2027.
RSW 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
37
Voorbeeld warmte uit het riool Zwembad de Veldkamp – Wezep Wat: Sinds mei 2018 wordt zwembad de Veldkamp in Wezep aardgasvrij verwarmd met restwarmte uit het riool. Ook wel riothermie geheten. Met wie: Tauw en Sportfondsen Nederland met CêlaVíta, gemeente Oldebroek en waterschap Vallei en Veluwe. Hoe: CêlaVíta, dat aan de rand van Wezep aardappelproducten maakt, loost dagelijks gezuiverd afvalwater met een temperatuur van ruim 30 graden op het riool. Deze hoeveelheid is vergelijkbaar met de inhoud van een groot zwembad. Om deze restwarmte te kunnen gebruiken is een nieuwe infrastructuur aangelegd (o.a. 800 m riool). Het rioolwater van de aardappelfabriek loopt rechtstreeks via de rioolbuizen naar de twee bufferkelders, met een gezamenlijke capaciteit van 100 kuub, onder de parkeerplaats van het zwembad. Vervolgens wordt het doorgepompt naar de warmtepomp. Daar wordt het gezuiverde afvalwater van CêlaVíta verhoogd van 30 naar 55 graden Celsius. Het verwarmde water wordt, via platenwisselaars, verdeeld over de twee zwembaden en de whirlpools.
RSW 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
38
Hoofdstuk 8: Conclusies en aanbevelingen 8.1 Conclusies Op basis van de inventarisatie die is gemaakt in het kader van deze Regionale Structuur Warmte kunnen we de volgende conclusies trekken:
• Voor de regio Noord-Veluwe geldt dat de warmtevraag in 2030 door energiebesparende maatregelen licht zal dalen ten opzichte van de huidige vraag.
• Het algemene beeld voor de regio is dat de voorkeursoplossing voor de gebouwde omgeving grotendeels richting individuele all-electric oplossingen neigt.
• Gevolg hiervan is dat de elektriciteitsvraag zal gaan stijgen in de regio, omdat een groot gedeelte van de gebouwde omgeving over zal gaan op all-electric warmteoplossingen. Hierdoor wordt de behoefte aan duurzaam opgewekte elektriciteit groter.
• Dit heeft dan ook consequenties voor de elektriciteitsnetten. De druk die ontstaat door toename in vraag qua capaciteit en duurzame opwek op het elektriciteitsnet is groot. Continue afstemming met de netbeheerder is nodig om het aanbod af te stemmen op de vraag en de impact op zaken als kosten en de ruimtelijke omgeving optimaal te laten verlopen.
• Op een beperkt aantal plekken (in de centra van de grotere kernen) lijken kleinschalige, lokale warmtenetten het meest kansrijk en betaalbaar. Harderwijk is hierop een uitzondering. Daar zijn verhoudingsgewijs de meeste kansen voor de ontwikkeling van een warmtenet naast buurten waar all electric het beste lijkt te passen.
• De regio Noord-Veluwe kenmerkt zich door een hoge beschikbaarheid aan verbrandbare en vergistbare biologische reststromen.
• Er zijn weinig warmtebronnen in de regio die qua potentie de grenzen van de gemeente overstijgen om in te zetten als bron voor de gebouwde omgeving.
• De bronnen waarmee de warmtenetten gevoed zullen gaan worden, zullen lokaal met name ingevuld worden met lagetemperatuur warmtebronnen zoals omgevingswarmte (bv. aquathermie of lage temperatuur aardwarmte) naast biomassa als tijdelijke bron.
• Inzet productie van biogas door vergisting is door de aanwezigheid van gebouwen met historische en monumentale kenmerken een voorwaardelijke stap om de kosten voor onder andere de isolatieopgave te beperken.
8.2 Aanbevelingen Ondanks dat individuele all-electric warmteoplossingen veelal naar voren komen als meest kansrijk, betekent dit niet dat de gemeenten alles lokaal moeten oplossen. Er komen vanuit de lokale Transitievisies Warmte veel opgaven naar voren waar alle gemeenten voor staan, zoals:
• de isolatieopgave, • de financiering van de warmtetransitie, • het bereiken van draagvlak. Daarnaast is tenminste het delen van kennis over gemeenten heen aan te bevelen, zodat niet overal het wiel opnieuw uitgevonden hoeft te worden. Bijna elke gemeente is immers al aan de slag om uitvoering te geven aan de warmtetransitie zoals ook te zien in de voorbeelden die geschetst worden in hoofdstuk 7. Ook daadwerkelijk samenwerken op een aantal van deze opgaven wordt aanbevolen. Suggesties hiertoe (in de
RSW 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
39
vorm van kansen en uitdagingen) zijn in hoofdstuk 6 opgesomd. Uitgangspunt is daarbij dat gemeenten die meerwaarde zien in samenwerking dit zullen oppakken. Het is dus niet zo dat alle gemeenten op alle onderwerpen moeten gaan samenwerken. De regio wil dit organiseren binnen de al bestaande organisatiestructuur van de Regionale Energie Strategie en de Regionale Samenwerkingsagenda CO2-reductie.
RSW 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
40
Bijlagen 1. Wamtebronnen Werkingsprincipe van warmtepompen Je hebt warmtepompen die lucht gebruiken als warmtebron (lucht-water-warmtepompen) en die water gebruiken als warmtebron (water-water-warmtepompen). Een lucht-water-warmtepomp gebruikt als bron bijvoorbeeld buitenlucht. Een water-water-warmtepomp gebruikt als bron bijvoorbeeld bodemenergie (via een bodemlus) of warmte uit zon (via zonthermische panelen). Voor het benutten van energie uit buitenlucht is een buitenunit nodig. Voor het benutten van warmte uit de bodem moet er een bodemlus geboord worden onder de woning of in de tuin. Voor het benutten van zonthermie moeten er thermische zonnepanelen geplaats worden op het dak van de woning. Grotere gebouwen kunnen ook gebruik maken van een eigen warmte- en koudeopslaginstallatie (WKO) waarin het overschot aan warmte van de zomer opgeslagen wordt voor gebruik in de winter, en het overschot aan koude uit de winter te gebruiken is voor koeling in de zomer. Er komen steeds meer nieuwe generatie warmtepompen op de markt, die een grotere temperatuursprong kunnen maken door gebruik te maken van andere koudemiddelen, zoals ammoniak (NH3) en CO2. De nieuwe generatie warmtepompen zijn oorspronkelijk ontwikkeld voor de industrie en worden daar al jaren toegepast. Het is dus al een bewezen techniek.
Dit type warmtepompen is daarom uitermate geschikt voor het leveren van warmte aan een collectieve installatie in gebouwen of aan warmtenetten in buurten. Speciaal voor woningen is er nu ook een individuele lucht-water-warmtepomp op de markt met als koudemiddel CO2, die zonder problemen 70°C kan produceren. Voordeel is dat je dan dus niet meer de bestaande radiatoren hoeft te vervangen. Nadeel is dat ze wel minder energie-efficiënt zijn. De verwachting is dat er ook water-water-warmtepompen voor woningen op de markt komen met dezelfde eigenschappen. Om op grotere schaal individuele warmtepompen in buurten toe te passen is het wel van belang dat er technieken komen om warmte compact in de woning op de slaan. Dat vraagt de nodige innovatie en extra ruimte in gebouwen. Energie uit de bodem en diepere aardlagen Uit de bodem en uit diepere aardlagen kan warmte onttrokken worden. Een vuistregel; elke kilometer neemt de temperatuur met circa 30° C toe. Dus hoe dieper je boort, hoe hoger de temperatuur. Of je op een bepaalde diepte in Nederland deze warmte ook daadwerkelijk uit de aarde kan winnen, is sterk afhankelijk van de lokale eigenschappen van de aardlagen.
Bron
Diepte
Temperatuur
Bodemlussen of WKO
Tot 250 meter
10 - 15 °C
Ondiepe geothermie (lage temperatuur aardwarmte (LTA))
250-1000 meter
20 - 40 °C
Diepe geothermie
1-4 kilometer
40 - 100 °C
Ultradiepe geothermie
4-6 kilometer
100 - 180 °C
Tabel 1 Bodemenergie en aardwarmte.
RSW 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
41
Figuur 1 - Open WKO potentie in GJ per hectare per jaar.
Voor de regio Noord-Veluwe is de bovenste aardlaag geschikt om in te zetten als warmtebron of voor opslag van warmte en koude. De combinatie van bodemsamenstelling en de ruime aanwezigheid van aquifers maken het mogelijk een hoge thermische opbrengst te realiseren. Harderwijk, Ermelo en Putten kennen het grootste grondgebied met gunstige omstandigheden voor WKO. In de overige gemeenten is WKO ook mogelijk maar zijn de omstandigheden minder gunstig. In deze gebieden zijn meer voorzieningen nodig voor dezelfde warmtevraag waardoor het systeem kostbaarder wordt in aanleg en gebruik. Aandachtspunt bij toepassing van WKO is de balans tussen de warmte- en koudevraag.12 Vandaar dat deze systemen vooral toegepast worden bij utiliteitsgebouwen. Wil je dit systeem inzetten in een gebied waar de warmtevraag veel hoger is dan de koudevraag dan zul je deze warmte moet regenereren. Dat kan bijvoorbeeld door toepassing van zonthermie als bron voor warmte. Ondiepe geothermie, ook wel lage temperatuur aardwarmte (LTA) genoemd, is potentieel een andere heel interessant warmtebron in de regio Noord-Veluwe. Daarbij is het van belang dat de thermische doorlaatbaarheid van de ondergrond nog nader onderzocht gaat worden. Daar is nu nog weinig over bekend. LTA lijkt vooral interessant als potentiële bron voor de gemeenten Putten, Ermelo, Harderwijk en Nunspeet.
12 Dit blijkt bijvoorbeeld ook uit de quickscan voor het centrumgebied van Ermelo (uit november 2020), waaruit blijkt dat WKO vooral interessant is voor een klein cluster van supermarkten, maar niet voor het gehele potentiegebied warmtenet.
RSW 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
42
Figuur 2 – Potentie lage temperatuur aardwarmte (LTA) in TJ per hectare per jaar
Over de potentie van diepe geothermie in dit gebied is nog weinig bekend. Landelijk wordt naar de potentie van diepe geothermie nader onderzoek gedaan binnen het programma SCAN. In figuur 3 zijn Website Scan aardwarmte
de lijnen weergegeven waar seismisch onderzoek gedaan wordt. Voor Noord-Veluwe is het interessant om op basis van de data die beschikbaar zijn en komen te kijken of er kansen lijken te liggen voor diepe geothermie. Als er voldoende potentie lijkt, kan vervolgonderzoek interessant zijn.
Figuur 3 – concept lijnenkaart seismisch onderzoek SCAN
RSW 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
43
Wat daarnaast van belang is bij bodemenergie is dat dit niet toepasbaar is in drinkwaterbeschermingsgebieden. Aandachtspunt is ook mogelijke interferentie tussen verschillende putten. Het Waterschap en Vitens zijn graag betrokken bij vervolgonderzoeken en planvorming om eventuele risico’s tijdig in kaart te kunnen brengen. Fossiele bronnen In elk scenario en bij elke infrastructuur zijn we in de energietransitie voorlopig nog afhankelijk van fossiele bronnen. Geleidelijk zullen we eerst afscheid nemen van kolen en daarna ook van aardgas. Deze uitfasering kost tijd, daarom is het tijdelijk gebruik maken van fossiele bronnen noodzakelijk. Bij de keuze voor een nieuwe energie-infrastructuur is het wel belangrijk dat er voldoende en bewezen alternatieven beschikbaar zijn, zodat de fossiele bronnen zo snel als mogelijk uitgefaseerd kunnen worden. Belangrijk is dus dat door de keuze minder fossiele brandstoffen nodig zijn en de afhankelijkheid ervan zoveel mogelijk beperkt wordt.
Afhankelijkheid van fossiele bronnen: Tijdens de energietransitie blijven we afhankelijk van fossiele bronnen. Een goed voorbeeld van deze afhankelijkheid is een woning die zonnepanelen heeft liggen op het dak. Het grootste deel van de energie, die wordt opgewekt door de panelen kan niet gelijktijdig worden gebruikt in de woning en wordt dus teruggeleverd aan het elektriciteitsnet en elders gebruikt. Als het daarentegen donker is of bewolkt en de panelen niet of nauwelijks elektriciteit produceren, wordt er elektriciteit uit het elektriciteitsnet gebruikt. Deze elektriciteit wordt opgewekt met een mix van bronnen, nu nog circa 80% fossiel (aardgas en kolen). Dat neemt niet weg dat het goed is dat er zonnepanelen op daken worden geplaatst. Dit draagt zeker bij aan vergroening van de elektriciteitsmix in Nederland. Al het dakoppervlak in Nederland willen we dan ook zoveel mogelijk benutten voor de productie van hernieuwbare elektriciteit.
Restwarmte Restwarmte komt vrij bij een productieproces. Er zijn vele verschillende soorten restwarmte met ook verschillende temperaturen. Voor bestaande warmtenetten is restwarmte de meest voorkomende bron.
RSW 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
44
Figuur 4 - Overzichtskaart met lokaal verrijkte restwarmtebronnen
Een mogelijk nadeel van restwarmte is de beschikbaarheid. Er is maar een beperkt aantal locaties waar restwarmte benut kan worden voor het verwarmen van de gebouwde omgeving (zie figuur 4) en het is in sommige gevallen onzeker hoe lang de warmte beschikbaar blijft. Omdat restwarmte een relatief goedkope bron is, moet het daar waar mogelijk worden benut voor de ontwikkeling van warmtenetten. Het is dan wel van belang dat er een alternatieve duurzame warmtebron op locatie beschikbaar komt, zodat de leveringszekerheid van warmte kan worden gegarandeerd voor een zeer lange tijd. Biomassa Van biomassa in de vorm van bijvoorbeeld hout, bermgras, mest, slib, zeewier en mogelijk ook algen kan energie geproduceerd worden. Dat kan zowel warmte, elektriciteit als gas zijn. Biomassa is daarmee in alle sectoren, dus ook voor industrie en transport, inzetbaar. Biomassa is echter schaars. Voor biomassa geldt nog meer dan voor restwarmte dat de beschikbaarheid op langere termijn onzeker is. Als warmtebron voor de gebouwde omgeving moet er daarom zeer zorgvuldig mee omgegaan worden. Bovendien is het de vraag of biomassa direct ingezet moet worden als energiebron. Vaak zijn er andere routes waarin biomassa een hogere waarde heeft.
De verwachting is dan ook dat de beschikbaarheid van biomassa omlaag zal gaan door mogelijke inkrimping in de landbouwsector en hoogwaardigere toepassing in een circulaire economie. Logischerwijs is het verstandig om de beschikbare biomassa alleen in te zetten als transitiebron bij de ontwikkeling van nieuwe warmtenetten in de bestaande gebouwde omgeving eventueel in combinatie met nieuwbouw. En dan met name daar waar er geen alternatieve bron, zoals restwarmte beschikbaar is. Het is dan wel van belang dat er een alternatieve duurzame warmtebron op locatie beschikbaar komt, zodat de leveringszekerheid van warmte gegarandeerd kan worden. De lokale warmtenetten op
RSW 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
45
biomassa moeten daarom toewerken naar een aanvoertemperatuur van maximaal 70°C. Bij een hogere aanvoertemperatuur is het advies om goede afspraken te maken met de vastgoedeigenaren, zodat de temperatuur voor het einde van de exploitatieduur van de biomassawarmtecentrale verlaagd kan worden. Het verbranden van hout of houtpellets in woningen is niet efficiënt en moet daarom voorkomen worden. Ook het inzetten van biomassa bij de ontwikkeling van een warmtenet voor een nieuwbouwwijk moet niet gestimuleerd worden. Aquathermie Met alle thermische energie uit water (aquathermie) kan in potentie een groot deel van de gebouwde omgeving worden voorzien. Echter, de gebouwde omgeving ligt grotendeels op een grote afstand van potentieel kansrijke locaties. Alleen Harderwijk, Elburg en Hattem zijn logische plekken waar aquathermie een rol kan gaan spelen (zie figuur 5). Dat kan de energie zijn uit oppervlakte-, afval- en drinkwater (TEO, TEA en TED). Om deze bronnen te kunnen benutten zullen er wel warmtenetten in buurten ontwikkeld moeten worden die een aanvoertemperatuur van maximaal 70°C hebben. Voordeel is dat het op een kleinere schaal kan worden toegepast dan bij andere potentiele bronnen voor warmtenetten, zoals bij restwarmte en geothermie vaak het geval zal zijn. Door energie uit oppervlaktewater te onttrekken verbetert de waterkwaliteit en het vermindert ook hittestress.
Voorbeelden van energie uit afvalwater zijn warmte uit het riool (riothermie) en uit het gezuiverde afvalwater (effluentwater) bij een rioolwaterzuiveringsinstallatie.
Figuur 5 - Potentie thermische energie uit oppervlaktewater, binnen de cirkels ligt aanbod en vraag dicht bij elkaar.
RSW 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
46
Bij laagwaardige warmtebronnen, zoals aquathermie is het van belang om te vermelden dat er elektrische warmtepompen nodig zijn om de warmte op het vereiste temperatuurniveau te krijgen voor het verwarmen van de woningen en deze te voorzien van warm tapwater. Er is bij de inzet van warmtepompen dus ook op termijn voldoende duurzame elektriciteit nodig.
Verwarmen met oppervlaktewater: Oppervlaktewater wordt in de zomer sterk opgewarmd. Deze warmte kan onttrokken worden en tijdelijk worden opgeslagen in aquifers voor warmte en koude opslag (WKO). In het stookseizoen kan deze warmte van circa 15°C gebruikt worden als bron voor een warmtepomp. Deze kan warmte tot circa 70°C leveren aan een gebouw of warmtenet. Vanuit de WKO-bron kunnen gebouwen ook gekoeld worden, maar dit is voor de werking van het systeem niet noodzakelijk. Aquathermie maakt WKO-systemen ook interessant zonder een koudevraag om de balans van het systeem te handhaven. De bodem dient wel geschikt te zijn voor WKO. In gebieden met een hoge grondwatersnelheid (wat het geval is dicht bij de randmeren) kan de mate van opslag teniet worden gedaan en het rendement lager uitvallen. Dit betekent echter niet dat het onmogelijk wordt. Een warmtepomp kan ook direct warmte onttrekken uit het oppervlaktewater zonder gebruik te maken van een WKO-bron. Dit is wel minder efficiënt en hierdoor kan er ook minder warmte benut worden.
Zonthermie Tot nu toe heeft zonthermie nauwelijks een rol gespeelt in de warmtetransitie. Enkel voor de opwek van een deel van het warm tapwater (zonneboilers) is deze techniek kleinschalig in Nederland toegepast. Voor ruimteverwarming was simpelweg de overbrugging tussen zomer en winter te lang. Maar ook dit gaat veranderen. De nieuwe generatie thermische zonnepanelen kunnen gedurende een langere tijd warmte uit de omgeving halen, niet alleen uit zon, maar ook uit licht en buitenlucht. Dit is voldoende om zonder opslag een bron te kunnen zijn voor een warmtepomp in een woning, gebouw of in de buurt. Ook kunnen er collectoren geïntegreerd worden in asfaltwegen bij bijvoorbeeld bedrijventerreinen. Door de ontwikkeling van warmteopslag kan (op termijn) zonthermie ook ingezet worden om een groot deel van het jaar een gebouw direct te verwarmen. Afhankelijk van het seizoen kunnen er temperaturen van tussen de 40 en 80°C worden gehaald in een warmtebuffer. Met beperkte inzet van een warmtepomp kan het gehele jaar door warmte voor ruimteverwarming en warm tapwater geleverd worden. Daarnaast kan zonthermie ingezet worden als regeneratie voor een WKO-systeem om deze in balans te brengen. Hernieuwbaar gas De alternatieve bronnen voor aardgas zijn beperkt. Zeker voor de grote hoeveelheid aardgas, die nu in Nederland en de rest van de wereld gebruikt wordt.
Naast groen gas wordt waterstof vaak genoemd als alternatief voor aardgas. Waterstof is geen bron maar een energiedrager en wordt gemaakt van aardgas (nu nog >90%) of van water met behulp van elektriciteit. Het is nu niet de verwachting dat waterstof een grote rol gaat spelen als energiedrager in de gebouwde omgeving – zeker niet voor 2030. Uiteraard is waterstof wel van groot belang als grondstof voor de industrie en mogelijk als energiebron voor (zwaarder) transport en de industrie. Hetzelfde geldt voor groen gas. Daar zijn namelijk geen alternatieven beschikbaar. Na 2030 komt mogelijk wel (wat) groene waterstof beschikbaar voor de gebouwde omgeving als er dan tenminste voldoende groene waterstof geproduceerd kan worden tegen een aantrekkelijke prijs.
RSW 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
47
Alternatieve bronnen voor elektriciteit Net als in alle sectoren, gaat ook voor het verwarmen van de gebouwde omgeving, elektriciteit een nog grotere rol spelen. Met name voor het opwekken van warmte met warmtepompen in woningen, gebouwen en buurten zal de vraag naar elektriciteit stijgen. Deze elektriciteit moet dan wel verduurzaamd (kunnen) worden. Zon en wind zijn daarvoor de meest logische bronnen voor Nederland op dit moment. Verduurzaming is een hele grote opgave. De huidige elektriciteitsmix in Nederland bestaat namelijk nog voor circa 80% uit fossiele bronnen. Nu is elektriciteit altijd beschikbaar, omdat kolen-, gas en kerncentrales het gehele jaar door kunnen leveren op basis van de vraag. Maar in de toekomst zal het elektriciteitsaanbod veel minder constant en ook deels seizoen afhankelijk zijn door een groter aandeel van zonne-energie en windenergie. Het opslaan van energie en in dit geval dus warmte is noodzakelijk. Bij de keuze voor de energie-infrastructuur is het daarom nodig om meer rekening te houden met de (on)mogelijkheid om energie op te slaan. Belangrijk daarbij is te vermelden dat voor het voeden van warmtepompen elektriciteit uit windenergie veel meer geschikt is dan zonne-energie, omdat in het stookseizoen het aanbod van wind vele malen hoger ligt.
Energetische versus realistische potentie van bronnen Om een goed beeld te krijgen van de hoeveelheid die beschikbaar is moeten we ook een onderscheid maken in de soorten potentie. Dat onderscheid is als volgt te maken:
• Energetische potentie: Dat is de totale hoeveelheid energie die in theorie aanwezig is bij de betreffende bron. Zo is bijvoorbeeld de buitenlucht een onuitputtelijke bron van energie omdat lucht altijd en overal aanwezig is.
• Technische potentie: Dat is de hoeveelheid energie die met de huidige stand van de techniek is om te zetten naar een bruikbare vorm. Droge biomassa heeft bijvoorbeeld een verbrandingswaarde van ongeveer 18 GJ/kg. Toch zal niet al deze energie in een ketel kunnen worden overgedragen naar de benodigde stoom. Er zal ook een deel door de schoorsteen in de buitenlucht verdwijnen.
• Economische potentie: Dat is de technisch potentieel beschikbare energie die rendabel te winnen is. Het is bijvoorbeeld heel aantrekkelijk om warmte uit de bodem te halen middels diepe geothermie. Het maken van een (diepe) geothermiebron is echter kapitaalintensief en vraagt om voldoende afzet, over het algemeen minimaal het equivalent van meer dan 5.000 huishoudens, om de investeringen binnen acceptabele termijn terug te kunnen verdienen.
• Realistische potentie: Dat is de economisch beschikbare energie die sociaal en maatschappelijk geaccepteerd wordt. Stel dat er een aantal velden beschikbaar zijn om rendabel op grote schaal zonnecollectoren te plaatsen maar dat daardoor een park voor recreatie en sporten verdwijnt. In dat geval is de kans groot dat de buurt in opstand zal komen. Het omgekeerde kan ook het geval zijn waardoor de realistische potentie niet in zijn geheel een deelverzameling is van de economische potentie (zie figuur 1). Er zijn aardig wat Nederlanders die vanwege de klimaatproblemen en de situatie in Groningen hun woning aardgasvrij maken ook al is dat economisch niet aantrekkelijk. De idealen wegen in dat geval zwaarder dan de portemonnee.
RSW 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
48
2. Energieverbruik Energieverbruik bedrijventerreinen De top 9 bedrijventerreinen met het hoogste gasverbruik in de regio Noord-Veluwe zijn hieronder weergegeven13.
Bedrijventerrein
Kern
TJ/jaar
GWh/jaar
Veldzicht
Ermelo
652
181
Lorentz
Harderwijk
360
100
Feithenhof, Kom Nunspeet
Nunspeet
150
42
Kruismaten 1/2
Elburg
91
25
Keizerswoert
Putten
50
14
De Kolk, G.P.S.
Nunspeet
49
14
Kerkdennen
Ermelo
45
13
Lepelingen
Nunspeet
36
10
Het Veen
Hattem
34
9
Energieverbruik defensieterreinen Het energieverbruik (gas en elektriciteit) van de defensieterreinen in de regio Noord-Veluwe bedraagt volgens het ministerie 189.459 GJ ofwel 189 TJ (53 GWh). Dit betreft de volgende terreinen:
• Prinses Margriet kazerne, Wezep (gemeente Oldebroek) • Legerplaats Oldebroek (op grondgebied van Elburg en Oldebroek) • Tonnetkazerne, ’t Harde (gemeente Elburg) • Generaalspoorkazerne, Ermelo Hiermee staat deze regio in de top 5 qua energieverbruik van het ministerie van Defensie.
13 Bron: Gelderse bedrijventerreinen: klaar voor de toekomst? Technische bijlage, Bureau BUITEN, februari 2019
RSW 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
49