RES 1.0 Noord-Veluwe 2021 04 21 (lage resolutie)
Tekst van het document
RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
98
Ambitiedeel van het bod Aanvullend op de projecten die gerealiseerd zijn en in de pijplijn zitten zijn is uit het RES traject een ambitie deel gekomen. Ook voor dit deel van het bod is het aantal hectare zon op dak en zonnevelden omgerekend naar een aantal TWh.
Zon
Aantal hectare
MW/hectare
MW
Vollasturen
TWh
Zon op dak
130
1,5
195
950
0,19
Zon op land
130
1,0
130
950
0,12
Totaal
0,31
Op vergelijkbare wijze is dit opnieuw gedaan voor het aantal windturbines: Windturbine
Aantal
Vollasturen
TWh
5,6 MW
7
3500
0,14
4,2 MW
3
3500
0,04
3,6 MW
4
3000
0,04
0,05 MW
1
-
0,0002
Totaal
0,22
De onderdelen in het ambitiedeel van het bod leveren de regio 0,53 TWh. Dat is ongeveer 49,1% van de verwachte elektriciteitsvraag in 2030. Met de realisatie van deze ambitie wordt verwacht dat de regio in 2030 53% CO2 reductie kan halen ten opzichte van 1990. In 2018 was er al ongeveer 15% CO2 reductie behaald ten opzichte van 1990. De verwachte CO2 reductie in 2030, per onderdeel van het RES 1.0 bod is als volgt:
RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
99
Het reële deel en het ambitiedeel van het bod, verdeeld over verschillende vormen van grootschalige opwek, ten opzichte van de verwachte elektriciteitsvraag, is in de volgende figuur samengevat.
De verwachte elektriciteitsvraag is bepaald aan de hand van de doorrekening van het RES 1.0 bod in het Energietransitiemodel (ETM). Dit is verder toegelicht in de bijlage “Energiemix Noord Veluwe en uitgangspunten ETM”. Hier wordt ook verder toegelicht dat de grootschalige opwek vanuit de RES samen met andere ontwikkelingen naar verwachting zal leiden tot ca. 46% CO2 reductie bij het reële deel van het bod en 53% CO2 reductie bij het ambitiedeel van het bod. Lokale uitwerking van het RES 1.0 bod Het RES 1.0 bod bestaat uit een reëel deel en een ambitiedeel. Wanneer we kijken welk deel van beide delen in de verschillende gemeenten ligt, en dit vergelijken met de verwachte elektriciteitsvraag in 2030 per gemeente, dan komen we tot het volgende overzicht:
De verwachte elektriciteitsvraag per gemeente is gebaseerd op de berekeningen uit het Energietransitiemodel (ETM). De uitgangspunten en aannames zijn beschreven in bijlage 4..
RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
100