RES 1.0 Noord-Veluwe 2021 04 21 (lage resolutie)
Tekst van het document
In ruimtelijke atelier die in aanloop naar de concept-RES zijn uitgevoerd, ontstond het idee voor opwekking van zonne-energie in de polder Oosterwolde, om zo een alternatief verdienmodel te bieden aan agrariërs die daar in geïnteresseerd zouden zijn. Lokaal eigenaarschap, waardoor inkomsten in het gebied zouden kunnen blijven, zou daarbij kunnen helpen. Hoewel op dat moment duidelijk was dat deze bouwsteen op zijn zachtst gezegd uitdagend was, is deze bouwsteen als onderdeel van variant B opgenomen in de concept-RES. Na vaststelling van de concept-RES heeft de regio concept-RES met daarin de bouwsteen ‘Zon in combinatie met veenweideherstel’ ter consultatie voorgelegd aan de inwoners van de regio. Inzicht in het maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak Uit de regionale ruimtelijke ateliers was al bekend dat stakeholders verdeeld zijn over de bouwsteen ‘Zon in combinatie met veenweideherstel’. De combinatie van zon op land in een weidevogelgebied is complex. Inwoners in de regio en het gebied hebben aangegeven overwegend negatief tegenover deze bouwsteen te staan. Ruim 40% van de respondenten scoorde de bouwsteen als zeer laag (1 op een schaal van 5). De schoonheid van natuur en landschap in dit gebied wordt hogelijk gewaardeerd. Op 31 maart 2021 hebben de Provinciale Staten van Gelderland de 7e actualisatie van de Omgevingsverordening vastgesteld.
De bescherming als weidevogelgebied is hiermee opgeheven, omdat het
RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
71
weidevogelgebied niet meer voldeed aan de randvoorwaarden van een goed weidevogelgebied. De bouwsteen ‘zon in combinatie met veenweideherstel’ sluit dan ook niet aan bij provinciale belangen. Dit maakt het praktisch onmogelijk om zon-op-land in dit gebied te realiseren. Ook de gemeenteraad van Oldebroek heeft bij vaststelling van de concept-RES met een amendement en Notitie reflectie beantwoording
een motie benadrukt de polder Oosterwolde ongeschikt te vinden als zoekgebied. Inzicht in de systeemefficiëntie Vanuit systeemefficiëntie is deze bouwsteen uitdagend, aangezien het netwerk in de polder Oosterwolde bijzonder dun is en uitbreiding/versteviging kostbaar. Aangezien ook het zoekgebied Drontermeerkust is afgevallen voor de RES 1.0, is een combinatie zon en wind ook niet mogelijk.
6.3 Landgoederenzone In de regio Noord-Veluwe is een gemeentegrensoverstijgend gebied met bijzondere kwaliteiten: de landgoederenzone. Het gebied strekt zich uit van Hattem tot aan Putten.
Landgoed Staverden in Ermelo
Landgoed Oldenaller in Putten
In dit gebied komen veel maatschappelijke opgaven samen. Energietransitie is één van deze opgaven. In het RES-proces heeft de regio specifiek een analyse uitgevoerd naar deze landgoederenzone. In ruimtelijke ateliers zijn de mogelijkheden verkend voor opwek van duurzame energie in dit gebied. Daarbij is nadrukkelijk gekeken naar de voorwaarden waaronder dit zou kunnen. Een integrale gebiedsgerichte aanpak waarbij meerdere opgaven in samenhang worden bezien en geadresseerd is gewenst. De energietransitie-opgave zal zich moeten voegen naar de aard en schaal van de verschillende deelgebieden. De landgoederenzone omvat ook de Groene Ontwikkelzone (GO) wat betekent dat er ruimte is voor de ontwikkeling van andere functies en activiteiten, indien er gelijktijdig versterking van de functie als Werkboek uitwerking landgoederen
verbindings- of verwevingszone wordt gerealiseerd. Bijvoorbeeld gericht op het migreren van dieren. Vooral voor zonnevelden met een kleinschalige opzet, zijn er kansen voor synergie. Net als voor het thema landschap geldt, kan hier een kanttekening worden gezet dat als er vele kleine zonnevelden verspreid in een landschap worden ontwikkeld er een omslagpunt kan komen naar een energielandschap en dat is dan veelal niet wenselijk.
RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
72
Mede naar aanleiding van de ruimtelijke ateliers die zijn gehouden in aanloop naar de concept-RES, hebben landgoedeigenaren zich verenigd en de intentie uitgesproken om te komen tot een meerjarige samenwerking in de landgoederenzone. De landgoedeigenaren hebben aangegeven dat de focus van deze samenwerking moet liggen op integrale aanpak van de thema’s cultureel erfgoed, natuur, landschap en energie. Aangezien de landgoederen gemeentegrenzen overstijgt, kan zo’n integrale gebiedsgerichte aanpak alleen succesvol zijn wanneer verschillende gemeenten, provincie, waterschap, netbeheerder en relevante belanghebbenden in dit gebied dit ondersteunen. Overheden moeten zichzelf dan binden aan een grensoverstijgende gebiedsaanpak en afspraken verankeren in ruimtelijk instrumentarium onder de Omgevingswet. Eén van de instrumenten onder de Omgevingswet is het Programma. Er bestaan verschillende vormen Programma’s. Het werken met Programma’s onder de Omgevingswet is voor veel overheden nog nieuw. Daarom heeft de regio in het eerste kwartaal van 2021, in samenwerking met het Nationaal Programma RES en ondersteund door NL-Ingenieurs, een pilot uitgevoerd. In deze pilot zijn de mogelijkheden van het instrument Programma voor gebiedsgerichte uitwerking van de regionale afspraken uit de RES verkend.
Conclusie is dat een gebiedsprogramma goede mogelijkheden biedt om meerdere gebiedsopgaven in de landgoederen op een integrale manier aan te pakken.
6.4 Innovatie in de regio Schaarste maakt creatief. In de Noord-Veluwe is het lastig om op het thema grootschalige opwek van duurzame elektriciteit een grote bijdrage te leveren aan de nationale doelstellingen. Binnen deze beperkingen werkt de regio aan innovaties, zoals off-grid oplossingen en conversie.
Praktijkvoorbeeld:
Off-grid oplossing: Duurzame en zelfvoorzienende energieopslag met een zeezoutbatterij Gemeente Oldebroek benut het dak van de gemeentewerf voor opwek van zonne-energie. De opgewekte elektriciteit wordt opgeslagen in een zeezoutbatterij: een proefproject met product van Proefproject op gemeentewerf Oldebroek met zon op dak, elektrische auto en zoutaccu. Noord-Veluwse bodem. De elektrische vrachtauto van de gemeentewerf wordt geladen vanuit deze batterij. Dit geheel is een voorbeeld van een off-grid oplossing. Dit betekent dat er geen aansluiting is gerealiseerd met het elektriciteitsnetwerk van Liander. Aangezien het aansluiten van zon op grote daken op het elektriciteitsnet één van de beperkingen is waar projectontwikkelaars tegenaan lopen, is het belangrijk dat ook wordt gewerkt aan off-grid-oplossingen waarin opslag een belangrijk onderdeel is. Dit proefproject biedt ook kansen voor opschaling naar agrarische daken in het buitengebied en kan een onderdeel worden van het Erf van de Toekomst (LTO).
RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
73
Op dit moment worden subsidies gegeven voor het opwekken van duurzame elektriciteit. In toenemende mate wordt
Conversie betekent: het
duidelijk dat naast opwek ook opslag en conversie belangrijk
omzetten van duurzaam
zijn in het nieuwe energiesysteem waar we naar toe bewegen.
opgewekte elektriciteit in
Zowel het opslaan van elektriciteit in bijvoorbeeld zoutbat-
waterstof. Waterstof biedt
terijen als het opzetten van elektriciteit in waterstof is op
de mogelijkheid om energie
dit moment nog niet rendabel. De regio roept de landelijk
op te slaan en op een ander
overheid op het subsidiestelsel te actualiseren en ook opslag
moment te gebruiken.
en conversie subsidiabel te maken.
RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
74
Hoofdstuk 7: Systeemefficiëntie 7.1 Het belang van systeemefficiëntie De Nederlandse netbeheerders werken aan het energienet van vandaag en morgen. Vanuit hun kennis en kunde geven alle betrokken partijen in de RES inzicht in de mogelijkheden om het energienet uit te breiden (ruimte, tijd en geld). Ook doen voorstellen voor systeemefficiëntie vanuit het belang maatschappelijke kosten zo laag mogelijk te houden en het tijdig realiseren van de klimaatdoelen. De RES vraagt om een gecoördineerde uitvoering in goede samenwerking tussen overheden, netbeheerders en marktpartijen.
Netimpactanalyse In de netimpactanalyse biedt Liander inzicht in de impact die keuzes in de RES hebben op het energienet. Daarnaast geven zij adviezen over het verbeteren van de systeemefficiëntie, namelijk het zo optimaal Netimpactanalyse
mogelijk ontwerpen en gebruiken van het energiesysteem. Dit is een van de vier afwegingskaders in de RES. Het zorgt ervoor dat plannen tijdig uitvoerbaar zijn tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten. Met de impactanalyse is de RES-regio in staat om te sturen op tijdige realisatie van ambities, efficiënt ruimtegebruik en laagste maatschappelijke kosten en daarnaast systeemefficiëntie mee te nemen in de stappen ná RES 1.0.
7.2 Impact op het elektriciteitsnet Uitkomsten doorrekening netimpact – overzicht op stationsniveau Het bod van de Regio Noord-Veluwe bestaat uit 130 MW aan zonneweides, 66,2 MW aan windmolens en 195 MW aan grootschalige zon op dak. Voor de netbeheerder is het relevant om te rekenen met het aan te sluiten vermogen in MW. Dit is het vermogen dat nodig is om de energie die geproduceerd wordt terug te leveren aan het net. Deze aantallen MW hangen samen met de eerdergenoemde productie per jaar in TWh. In de netimpactanalyse wordt de belasting hiervan op HS-, TS- en MS-stationsniveau in beeld gebracht. De netimpact op het midden- en laagspanningsnet (MS- en LS-net) is op hoofdlijnen in beeld gebracht. Het ambitiedeel van het RES-bod van de regio Noord-Veluwe past niet binnen de huidige capaciteit van de elektriciteitsstations in de regio. Op de drie grote HS- (hoogspanning) en TS-stations (tussenspanning) in de regio (Hattem, Harderwijk en Nunspeet) sluit de netbeheerder grote (>5 MVA) wind- en zonontwikkelingen aan. Ook ‘voeden’ deze stations het onderliggende net. Er zijn meerdere oplossingsrichtingen die de netbeheerder in kan zetten om deze knelpunten op te lossen:
• Door op HS-stations Harderwijk en Hattem de redundantie te verlaten kan de netbeheerder als het ware de reservecapaciteit van het station benutten. Of dit daadwerkelijk kan qua techniek en omgevingsfactoren, moet verder worden onderzocht. Hierbij neemt de netbeheerder mee of dit een toekomstbestendige oplossing is ná 2030.
• Op MS-stations (middenspanning) sluit de netbeheerder o.a. kleinere zonontwikkelingen aan. Op de MS-stations Lorentz, Hoge Enk en Wezep moet de capaciteit worden uitgebreid. De netbeheerder onderzoek wat er op de huidige locaties mogelijk is. Daarbij houden zij ook rekening met de bereikbaarheid met kabels en spanningsvraagstukken.
RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
75
Om de knelpunten vóór 2030 weg te nemen is 5 à 6 hectare ruimte nodig om stations uit te breiden en nieuw te bouwen. De investeringskosten op stationsniveau voor de netbeheerder bedragen € 7 -15 miljoen. Daarnaast zijn ook nog verzwaringen nodig in de MS- en LS-netten, deze bedragen € 19 – 23 miljoen. Op diverse stations komt de belasting in 2030 net onder of net boven de stationscapaciteit uit. Dit betekent dat er mogelijk geen ruimte meer is voor ontwikkelingen ná 2030. Ook spelen de spanningsniveaus een rol bij actuele knelpunten in het gebied. Dit onderbouwt de behoefte voor het toepassen van systeemefficiënte oplossingen om zo maatschappelijke kosten te beperken. Het bod sluit goed aan op de
De kaart is een momentopname van februari 2021.
uitbreidingsplannen die de netbeheerder voor stations Harderwijk en Hattem heeft. Hetzelfde geldt voor de stations in Nunspeet en Nijkerk. Voor deze uitbreidingen baseert de netbeheerder zich op haar prognoses voor zowel de flinke toename van de hoeveelheid teruggeleverde duurzame opwek in 2030, als door een groeiende vraag én een doorkijk naar 2050. De netbeheerder is met de gemeentes in gesprek over onder andere grondposities en bestemmingsplanwijzigingen ten behoeve van de uitbreidingen of nieuwbouw van stations Hattem, Harderwijk en Nunspeet. De netbeheerder denkt deze uitbreidingen voor 2030 te hebben gerealiseerd. Het is van belang om samen een gebiedsgerichte uitvoeringsplanning te maken voor de beoogde winden zonontwikkelingen. De Omgevingswet geeft hier goede handvatten voor. Uitkomsten doorrekening netimpact – inzicht op het middenspannings- en laagspanningsnet Het aandeel aan te sluiten MW voor zon op dak is ten opzichte van de concept-RES verdubbeld. Zon op dak wordt doorgaans aangesloten op het middenspanningsnet. Daar is in de doorrekening van de RES beperkt naar gekeken. De hoeveelheid aan te sluiten aanbod is vele malen hoger dan de tot nu toe aangesloten vraag, het net is hier niet op berekend. De netbeheerder verwacht hier dus op diverse locaties knelpunten, zeker in
Uitbreiding van het net
gebieden waar ons net ‘dun’ is, zoals in het buitengebied. In algemene zin valt wel te zeggen dat zon op dak op een bedrijventerrein gemakkelijker kan worden aangesloten, dan zon op het dak van een boerderij ergens in het buitengebied (vraag en aanbod koppelen). Een dak met zonnepanelen kan vaak achter de aansluiting van het bedrijf worden aangesloten en de piekbelasting kan lager worden door gelijktijdig gebruik. Dat heeft geen invloed op het netwerk. De vraag is dan waar opwek in het buitengebied heen moet? Het organiseren van opslag kan hier een rol in spelen. Zo kunnen grote investeringen in het net vermeden worden en maatschappelijke kosten bespaard.
RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
76
Het MS-net niet uitgelegd om op grote schaal zon op dak op aan te sluiten. Bovendien hebben naast de RES ook de Transitievisies Warmte en Regionale Laadinfrastructuur impact op de MS- en LS-netten. De netbeheerder onderzoekt ook hiervoor graag samen met de regio wat nodig is voor een toekomstbestendige netstructuur en hoe daar met een gezamenlijke uitvoeringsplanning te komen. Verzwaren van het net kost tijd en (veel) geld, en niet alles kan tegelijk. Realiseren van zon op dak vraagt een zorgvuldige, goed afgestemde planning tussen regio (gemeenten), netbeheerder en betrokkenen. Het vraagt om een gerichte gebiedsgerichte aanpak en verankering van de plannen in de omgevingsvisie voor zowel vraagstukken rondom opwek als vraag. Door de werkzaamheden te plannen kan de netbeheerder haar schaarse materialen en mankracht op het juiste moment op de juiste plekken inzetten.
7.3 Aanbevelingen Aanbevelingen vanuit systeemefficiëntie Het meenemen van de principes van systeemefficiëntie in de afwegingen voor de RES biedt kansen om maatschappelijke kosten en ruimte te besparen, de haalbaarheid in tijd van de RES-ambitie te vergroten en slimme keuzes te maken voor de periode na 2030. Voor de verdere uitwerking van de RES in een gebiedsgerichte aanpak en/of de slag naar RES 2.0 geeft netbeheerder Liander de volgende adviezen rond efficiënt benutten van het elektriciteitssysteem:
• Start waar capaciteit beschikbaar is: voor de realiseerbaarheid van plannen is het belangrijk om te kijken naar timing. Zo zijn er elektriciteitsstations die nog capaciteit vrij hebben of die op relatief korte termijn (2023/2024) uitgebreid kunnen worden. Door gezamenlijk eerst op gebieden rond deze stations te focussen, kan parallel gewerkt worden aan het realiseren van uitbreidingen in andere gebieden die meer tijd kosten.
• Combineer waar mogelijk wind en zon in één ontwikkeling, op één kabel en op hetzelfde station. • Door zon en wind te clusteren en kleinere zonprojecten te clusteren wordt het net efficiënter benut, dit geldt zowel voor stationscapaciteit als de aansluitmogelijkheden en kabels. Dit biedt kansen in het buitengebied.
• Door vraag en aanbod aan elkaar te koppelen wordt niet alleen de capaciteit van de stations, maar worden ook de aansluitpunten en kabels efficiënt benut. Deze aanpak heeft redelijk wat potentie, vooral op bedrijventerreinen.
• Stem ontwikkelingen af met naastgelegen regio’s Food Valley en Cleantech. Veel HS-stations in Gelderland worden gedeeld door meerdere RES-regio’s. Algemene aanbevelingen vanuit de netbeheerder Naast de aanbevelingen vanuit systeemefficiëntie geeft de netbeheerder graag de volgende algemene adviezen mee:
• Stem tijdlijnen op elkaar af, maak afspraken over uitvoeringscoördinatie. In een uitvoeringsprogramma kan een tijdslijn voor de duurzame opwek projecten, inclusief benodigde netuitbreidingen, worden uitgewerkt. Belangrijk is te beseffen dat uitbreiding van het energienet doorgaans langer duurt dan de realisatie van een wind- of zonnepark. Door de uitbreiding van het energienet te koppelen aan ruimtelijke ontwikkelingen, kan de netbeheerder zorgen dat gewenste regionale ontwikkelingen tijdig kunnen worden aangesloten op de energie-infrastructuur.
• Kijk met elkaar (verder) vooruit om ambities tijdig te kunnen realiseren. Door verder vooruit te kijken, is er meer tijd voor het zoeken van geschikte locaties voor kabels en elektriciteitsstations, het doorlopen van planprocedures en het inplannen van schaarse technici om al het werk te realiseren. Verder vooruit kijken, vergroot de kans dat de regionale ambities samen op tijd worden gerealiseerd.
RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
77
• Reserveer ruimte voor energie-infrastructuur in ruimtelijk-/omgevingsbeleid. Energie-opwek is een nieuwe ruimtevrager. Ook is door de toenemende energie-opwek meer ruimte nodig voor de distributie daarvan. Voor de realisatie van zonneparken en in mindere mate voor windmolens is dit een herkenbare ontwikkeling. Minder bekend is dat er ook ruimte nodig is voor de benodigde netverzwaring, in de vorm van nieuwe stations en ondergrondse kabels. Schaarse ruimte die ook voor andere belangrijke doeleinden kan worden geclaimd.
• De uitgewerkte ambities van de RES-regio’s bieden netbeheerders belangrijke inzichten in welke uitbreidingen van de energie-infrastructuur nodig zijn. De handreiking die onlangs is opgesteld door Handreiking Netbeheer Nederland
Netbeheer Nederland schetst voor alle stappen van het RES-proces hoe de plannen zo concreet mogelijk gemaakt kunnen worden. Hoe concreter (waar komt wat) en zekerder bijvoorbeeld vastgelegd in ruimtelijk beleid) de plannen zijn, hoe beter de netbeheerder rekening kan houden met de informatie.
RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
78
Hoofdstuk 8: Draagvlak De afspraken in deze RES gaan de leefomgeving in de regio NoordVeluwe veranderen. Iedereen in de regio krijgt met de RES te maken. Daarom is het belangrijk dat alle partijen betrokken worden. Bestuurders, volksvertegenwoordigers en ambtenaren, maar zeker ook maatschappelijke en natuurorganisaties, het bedrijfsleven, agrariërs en landeigenaren, energiecoöperaties, inwoners en specifiek jongeren.
8.1 Bestuurlijk draagvlak Rond de zomer van 2020 hebben de gemeenten, het waterschap en de provincie het concept-bod RES vastgesteld. Op 1 oktober 2020 is de concept-RES Noord-Veluwe ingediend bij NPRES. Reactienota RES NoordVeluwe
In het proces naar het opstellen van de RES 1.0 is door de werkorganisatie - in overleg met betrokkenen - een reactienota opgesteld, daarin wordt antwoord gegeven op alle in de oplegnotitie geuite wensen en bedenkingen. De reactienota maakt onderdeel uit van deze RES 1.0 die wordt vastgesteld door de volksvertegenwoordigers. Gezamenlijk regionaal proces Het opstellen van de RES is een gezamenlijk regionaal proces dat alle betrokken partijen met elkaar aangaan. In het najaar van 2019 is de Bestuurlijke Startnotitie RES Regio Noord-Veluwe door alle
Bestuurlijke Startnotitie
gemeenteraden, Provinciale Staten en het algemeen bestuur van het waterschappen vastgesteld. In deze startnotitie zijn de uitgangspunten en afspraken vastgelegd voor het gezamenlijke proces. Tevens zijn hierin afspraken gemaakt over de opgave, het proces, de op te leveren resultaten, de uitgangspunten en ‘spelregels’ die we hanteren en de planning en besluitvorming. In het hoofdstuk 4 ‘Proces’ is te lezen welke stappen zijn gezet op het gebied van bestuurlijke besluitvorming, vanaf de Startnotitie tot een bestuurlijk gedragen RES 1.0. Daarnaast hebben tijdens dit proces individuele maatwerkgesprekken op ambtelijk- en bestuurlijk niveau plaatsgevonden met alle gemeenten, waterschappen en de provincie. Bestuurlijk proces vaststelling RES 1.0 De RES 1.0 is half april 2021 via de stuurgroep RES Noord-Veluwe aangeboden aan de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten, Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland en het dagelijks bestuur van de waterschappen met het verzoek deze ter besluitvorming voor te leggen aan de volksvertegenwoordigers. De volksvertegenwoordigers nemen uiterlijk begin juli 2021 een besluit over de RES 1.0. Alle reacties hierop zullen worden verzameld en worden meegezonden bij het indienen van de RES 1.0 bij NPRES. Deze reacties worden verwerkt in het proces naar de RES 2.0.
Toekomstperspectief bestuurlijk draagvlak De regio werkt samen aan de hand van de Regionale Samenwerkingsagenda CO2-reductie | Energietransitie. Een deel van de uitwerking van de RES kan daar onderdeel van gaan uitmaken.
RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
79
Solidariteit onderling De realisatie van de opgave is binnen de regio niet evenredig over de gemeenten verdeeld. Niet alle gemeenten hebben evenveel mogelijkheden voor grootschalige opwek. In het geval van een niet evenredige lastenverdeling als gevolg van de duurzame energieproductie in het kader van de RES, zoeken we naar mogelijkheden om de lusten en de lasten onderling te compenseren en/of te accepteren. De RES is, zoals de naam al aangeeft, een regionale strategie. Bij het realiseren van energieprojecten zoals zon op grote daken en zon op land is een gebiedsgerichte aanpak gewenst. Uit zorgvuldige analyse moet blijken waar capaciteit (mensen en middelen) het meest efficiënt en effectief ingezet kan worden. Dit kan betekenen dat er bewust wordt gekozen om aan de slag te gaan in een gebied in een gemeente, omdat daar aansluitmogelijkheden beschikbaar zijn op korte termijn. Een ander gebied in een andere gemeente wordt dan later in de tijd opgepakt. Hierdoor kan er (tijdelijk) een ‘scheefgroei’ ontstaan, waardoor het beeld kan ontstaan dat een gemeente (te) weinig stappen zet. Op dat moment moet deze consequentie van de regionale strategie niet leiden tot ‘scheve’ gezichten. Door op regionaal de uitvoering van de RES te ‘programmeren’ én de voortgang op regionaal niveau te monitoren5, kunnen regionale partners elkaar vasthouden.
Op nationaal niveau vindt er ook een verkenning plaats naar de verdeling van lusten en lasten. Deze kan goede voorbeelden en creatieve oplossingen opleveren die de regio kunnen helpen. Doorwerking RES in omgevingsbeleid en vergunningen Afspraken uit de RES moeten landen in het ruimtelijk instrumentarium. Het proces en de besluitvorming van de RES is de eerste stap van de beleidsvoorbereiding. Dat moet daarom in ieder geval passen in de 4.5 Na vaststelling RES 1.0: vertaling naar lokaal en provinciaal beleid
algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Milieueffecten (MER) Een breed gedeeld uitgangspunt is dat de RES 1.0 een strategisch document is en formeel geen omgevingsrechtelijk besluit, zoals een regionale structuurvisie of een regionaal omgevingsprogramma dat wel zijn. De MER-verplichting is er bij de RES wettelijk gezien dus ook niet. Daarom heeft onderzoeksbureau Berenschot onderzocht of het noodzakelijk is om een strategie te bepalen over de
Verkenning Berenschot
inzet van MER voor RES 1.0 en RES 2.0. Berenschot heeft voor vier Gelderse RES-regio's, waaronder de Noord-Veluwe, een verkenning uitgevoerd op de voorliggende concept-RES'en. De conclusies waren:
• Beleidsbeperkingen en landschap vormen een belangrijke basis onder het analyse- en ontwerpproces van het concept bod;
• Positief dat wordt ingezet op onderzoek op niveau Veluwe (Wind op en rond de Veluwe); • Betrek milieueffecten als belangrijk criterium; • Transparantie en navolgbaarheid is een belangrijk aandachtspunt en behoeft verbetering. Aanbevelingen voor het vervolgproces:
• Bepaal een strategie over inzet MER-instrumentarium; • Organiseer een transparant proces; • Bepaal welke gebiedsafbakening het best werkt en hoe met regio-overstijgende effecten om te gaan. In de RES 2.0 worden nadere afspraken gemaakt over borging in lokale omgevingsplannen of regionale omgevingsverordeningen. Door een MER op te (laten) stellen kunnen de uitkomsten daarvan in dit proces worden benut.
5 In de Klimaatmonitor moet dus niet alleen gekeken worden naar lokale voortgang, maar ook naar de regionale voortgang. Rijkswaterstaat werkt aan het inzichtelijk maken van cijfers op regionaal niveau.
RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
80
8.2 Maatschappelijk draagvlak Regionale participatie met stakeholders en gemeenten Bij de ontwikkeling en het ruimtelijke ontwerptraject om tot de zoekgebieden voor zon- en windprojecten te komen, heeft participatie een belangrijke rol gespeeld. Zoals beschreven, zijn alle harde- en zachte restricties goed meegenomen en waren experts op gebied van ruimtelijke kwaliteit nauw betrokken. Tijdens de regionale ruimtelijke ontwerpateliers (per gebied) sloten vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties, energiecoöperaties, bedrijven en gemeenten aan om als regio samen de inhoud van RES 1.0 vorm te geven. Meer dan honderd maatschappelijke organisaties hebben als co-producent meegewerkt aan de RES 1.0.
Fysieke en online ateliers met vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties, energiecoöperaties, bedrijven en gemeenten om te komen tot de RES 1.0.
Lokale participatie met inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties Participatie bij concrete gebieden en locaties vraagt om lokaal maatwerk. Elke gemeente pakt(e) communicatie en participatie op vanuit het eigen beleid en ‘spelregels’. De RES 1.0 is grotendeels ontwikkeld in het regionale traject. De inwoners zijn geconsulteerd over de concept-RES, de zoekgebieden voor windenergie, de bouwstenen voor zonne-energie en de ruimtelijke varianten uit de concept-RES. Daar waar de afgelopen jaren al wind- of grondgebonden zonprojecten zijn ontwikkeld, zijn formele besluitvormingstrajecten met inwoners doorlopen. Ook waren inwoners betrokken bij de totstandkoming van het lokale beleid voor zon en wind. Gemeenten hebben hiervoor in de afgelopen jaren onder andere bijeenkomsten en burgerpanels georganiseerd om de mening van inwoners te horen. De komende jaren worden inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties betrokken bij de concretisering van de afspraken uit deze RES 1.0. Van 13 juli tot en met 23 november 2020 heeft de regio de
In de Noord-Veluwe zijn voorbeelden waaruit blijkt dat betrokkenheid van inwoners bij ontwikkeling van energieprojecten tot onver-
mening van haar inwoners opgehaald via een online enquêtetool en via een schriftelijke enquête. In totaal hebben 1.438 mensen de enquête ingevuld.
wachte, maar zeer positieve, uitkomsten kunnen leiden.
RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
81
Praktijkvoorbeeld:
Zonnepark buurtschap Diermen In het buurtschap Diermen (gemeente Putten) zijn na een uitvraag van de gemeente een tweetal initiatiefplannen ingediend door lokale grondeigenaren in combinatie met een projectontwikkelaar. Vanuit het buurtschap bleek er veel verzet tegen deze plannen. De buurtgenoten hebben zich verenigd in de werkgroep ZigD (Zonneveld inspraak gemeenschap Diermen). Met als hoofddoelstelling geen zonneveld in het zich van iemands woning. De stelling van deze werkgroep is dat men geen voorstander is van een zonneveld, maar wel begrijpt dat het nodig is en dan graag meedenkt over een mogelijke locatie voor het zonneveld. Door de gemeente zijn de werkgroep, initiatiefnemers (grondeigenaren) en ontwikkelaar met elkaar in gesprek gebracht. De werkgroep heeft vervolgens geïnventariseerd welke grondeigenaren eventueel bereid zouden zijn mee te werken aan een zonneveld op een alternatieve locatie. Hieruit is een alternatief plan ontstaan op een andere locatie dan de ingediende initiatiefplannen. Met mogelijkheden om de belangen van alle betrokken partijen een plek te geven. Dit proces laat zien dat er door overleg, inzet en onderling vertrouwen veel bereikt kan worden.
Praktijkvoorbeeld:
Zonnepanelen op woongebouw De Palaver in Elburg van woningcorporatie UWOON Op verzoek van een actieve bewonerscommissie is in besloten dit complex te voorzien van zonnepanelen. Hiervoor zijn destijds twee bijeenkomsten voor de huurders georganiseerd en diverse persoonlijke gesprekken met bewoners gevoerd. Uiteindelijk resulteerde dit in een 100% deelname van de bewoners. Elk van de 32 huurappartementen is voor zien van vier zonnepanelen en de centrale voorzieningen hebben 50 panelen. In totaal zijn er 178 panelen aangebracht. De collectieve voorziening kan elk moment real time worden uitgelezen deze hangt namelijk in de centrale hal. De bewoners betalen als verhoging in de servicekosten € 7,- en € 3,- . De € 7,- is voor het individuele appartement en € 3,- voor de CVZ. Het bijzondere aan dit complex is de 100% deelname. Ondanks het feit dat het arbeidsintensief traject was voor installateur en woningcorporatie, een mooi resultaat. En is er een minimale opbrengst per jaar van 41.686 KWh.
RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
82
Financiële participatie en minimaal 50% lokaal eigendom Gedurende het traject is er onderscheid gemaakt tussen procesparticipatie (het betrekken van inwoners en andere belanghebbenden bij het maken van plannen en creëren van urgentie voor de energietransitie) en projectparticipatie (het betrekken van inwoners en andere belanghebbenden bij energieprojecten). In het laatste geval spelen financiële participatie en het teruggeven van waarde aan de directe omgeving een belangrijke rol. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat voor windturbines en zonnevelden gestreefd wordt naar 50% mede-eigenaarschap van inwoners. Dat onderstrepen we in regio Noord-Veluwe. Mede-eigenaarschap is een van de mogelijke uitkomsten van een zorgvuldig participatieproces met de omgeving. Financiële participatie, een omgevingsfonds en een omwonendenregeling zijn andere Participatiewaaier
mogelijke vormen. In de participatiewaaier van de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE) staan deze vormen verder toegelicht. Vanuit NPRES is onderzocht welke mogelijkheden overheden hebben om lokaal eigenaarschap juridisch te verankeren.
Website NPRES
Energiecoöperaties spelen een belangrijke rol in het realiseren van lokaal eigendom. Om de slagkracht van de energiecoöperaties op de Noord-Veluwe te vergroten, zijn de zes lokale energiecoöperaties in Noord-Veluwe overeengekomen een Unie van Energiecoöperaties Noord-Veluwe op te richten. Hierin werken zij op een participatieve manier samen aan de energietransitie in hun werkgebied. De energiecoöperaties hechten aan een goed direct contact met hun leden en aan het behouden van de ‘couleur locale’. Daarnaast bundelen zij hun krachten en activiteiten in de Unie van Energiecoöperaties voor de versterking van de coöperatieve aanpak. Maatschappelijke rol van energiecoöperaties De energiecoöperaties in regio Noord-Veluwe hebben uitge-
Energiecoöperaties zijn
rekend wat hun bijdrage is in de initiatieven in onze regio. Zij
burgerinitiatieven waarin
schrijven dat er al verschillende grote en kleinere projecten
inwoners het heft in
gerealiseerd en er zijn er meer in voorbereiding. Samen zijn
eigen hand nemen en
ze goed voor een productie van zo’n 0,002 TWh per jaar.
lokaal eigenaarschap van
Daarnaast is er al voor 0,012 TWh aan coöperatie-initiatieven
windmolens en zonnevelden
geformuleerd. In totaal telt dit op tot 2,64% van de regionale
vormgeven.
ambitie van 0,53 TWh. Om dit lokaal eigendom mogelijk te maken is het nodig dat gemeenten zorgvuldig omgaan met het maken van afspraken met initiatiefnemers van zonnevelden en windparken. Hiervoor zijn meerdere instrumenten beschikbaar, waaronder het instrument ‘maatschappelijke tender’. Deze wordt op verschillende plekken al ingezet in de regio. Energie Samen werkt vanuit het GEA (ondersteund door NPRES en de provincie) aan richtlijnen voor gemeenten voor het uitzetten van zo’n tender. Deze manier van aanbesteden zorgt ervoor dat inwoners voldoende mee kunnen profiteren van de winst die gemaakt wordt. In de RES 1.0 spreken we af dat we investeren in gebiedscompensaties en gebiedsversterking. Samen met de Participatiecoalitie en energiecoöperaties helpt de RES-werkorganisatie gemeenten om dit, voor zover dit nog niet gebeurd is, goed in hun beleid vast te leggen en uit te voeren.
RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
83
Praktijkvoorbeeld:
Zon op dak bij Kerkelijk Centrum in Ermelo van Energiecooperatie Veluwe-energie Coöperatie Veluwe-Energie heeft in 2020 een zon op dak project gerealiseerd op het dak van het kerkelijk centrum in Ermelo. Een 'modern' kerkgebouw met typische jaren 50/60 architectuur. Het is een bijzondere samenwerking tussen de energiecoöperatie en de hervormde kerk van Ermelo. De installatie is in twee onderdelen aangelegd. Een klein deel is aangesloten achter de meter van het kerkgebouw zelf. Het andere deel is in eigendom van de energiecoöperatie. Drie andere kerkgebouwen zijn op hun beurt weer deelnemer in de energiecoöperatie. Het dak van het kerkgebouw heeft een bijzondere vorm. Na de aanleg van de zonnepanelen werd pas goed zichtbaar hoe de dakhelling verloopt. De Ermelose installateur Cobalt heeft een lichtgewicht plakconstructie toegepast op dit dak. Ondanks de ligging op het noorden is de opbrengst van de installatie boven verwachting. Liander heeft speciaal voor het Kerkelijk Centrum een 150mm2 kabel doorgetrokken tot vlakbij de meterkast van Veluwe-Energie. Dankzij deze oplossing is de spanning op onze aansluiting heel stabiel rond de 230 volt. Dit voorbeeld laat zien dat ook op een 'moeilijk' dak PV-installaties mogelijk zijn. Goede coördinatie en samenwerking met netbeheerder was cruciaal om tot deze PV-installatie te komen.
RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
84
Praktijkvoorbeeld:
Zon op dak bij basisschool De Klokbeker in Ermelo van Energiecooperatie Veluwe Energie De Klokbeker aan de Groevenbeekse Heide in Ermelo was voor coöperatie Veluwe-Energie het sluitstuk van "Zon op Ermelose Scholen". In 2017 bedachten de initiatiefnemers van Veluwe-Energie, het lokale schoolbestuur en de gemeente Ermelo om collectieve PV-installaties te realiseren op schooldaken. We zijn er trots op dat de samenwerking gelukt is. De energiecoöperatie, de scholen en de gemeente Ermelo zijn alle drie partij in de samenwerking. In 2018 en 2019 werden vier installaties aangelegd. Het platte dak op de klokbeker gaf een extra constructieve uitdaging. Door de installatie exact boven de stalen spanten af te steunen liggen de panelen er strak bij en wordt de waterafvoer van het platte dak niet verstoord. Bij de aanvraag van de aansluiting hebben we onze installatie aangemeld en Liander heeft een netberekening uitgevoerd. Desondanks loopt de spanning op de aansluiting hoog op. Tijdens zonnig weer tot ruim boven 250 Volt. Dat leidt dat automatische uitschakeling van de omvormers, waardoor we de verwachte opbrengst niet halen. Liander werkt aan een oplossing: er moet een extra trafo in de wijk geplaatst worden. Het realiseren van een verbetering duurt langer dan gewenst en verwacht.
Het realiseren van de additionele transformator moet voldoen aan de randvoorwaarden die de gemeente Ermelo stelt aan de locatie van deze transformator. Dit voorbeeld laat zien dat ook op een 'moeilijk' dak PV-installaties mogelijk zijn. Goede coördinatie en samenwerking met netbeheerder éen gemeente is cruciaal is om tot een succesvolle PV-installatie te komen.
Betrekken van jongeren Jong RES is een landelijke jongerenbeweging die zich inzet voor de stem en positie van jongeren specifiek in de RES. Jong RES is net zo georganiseerd als de RES’en. In elke regio zit een vertegenwoordiger met Website Jong RES
kernteam. Michiel Bruinewoud is de vertegenwoordiger voor de RES-regio Noord-Veluwe. Hij behartigt de belangen van jongeren en jong werkenden in de regio. In het proces richting RES 1.0 zijn jongeren in de Noord-Veluwe nog nauwelijks aan het woord geweest. In andere regio’s zijn jongeren soms aangehaakt bij de RES via Jong RES. Richting RES 2.0 wil Jong RES ook graag haar geluid laten horen in de Noord-Veluwe. Zo kunnen jongeren beter participeren en een grotere rol gaan spelen op zowel lokaal als regionaal niveau.
RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
85
Het is goed dat de ambitie van 50% lokaal eigenaarschap in de RES 1.0 is opgenomen. We vragen aandacht voor een geschikt model met de mogelijkheid voor jongeren om hieraan mee te doen. Jong RES
Jongeren: een positieve houding over de energietransitie Eind 2020 werd in samenwerking tussen NPRES en Jong RES de jongerenenquête over de houding en belangen van jongeren in Nederland en de regio gepresenteerd. Hieruit bleek dat de stem van jongeren Jongeren enquête 2020
in de leeftijdscategorieën 12-18 jaar en 18-20 jaar overtuigend een positieve houding hebben tegenover het opwekken van meer duurzame energie. 87% van de jongeren uit regio Noord-Veluwe vindt het positief dat er steeds meer duurzame energie wordt gebruikt in Nederland. Bijna 91% van de jongvolwassenen is dan ook (heel erg) geïnteresseerd in duurzame energie en 54% voelt zichzelf (deels) verantwoordelijk om mee te denken over toekomstig energieverbruik. Ook over de technieken, windturbines en zonnevelden, zijn ze positief gestemd: Het aanleggen van zonnevelden in de eigen woonplaats vindt 58% een (heel erg) goed idee, 43% vindt het aanleggen van windmolens in de eigen woonplaats een (heel erg) goed idee. Jongeren in de regio zijn daarin iets minder positief dan het landelijk gemiddelde (63% voor zonnevelden, 49% voor windmolens). Jongeren in de regio zijn wel iets positiever over het aanleggen van zon op daken dan het landelijk gemiddelde. In de regio vindt 89% dat een (heel erg) goed idee. Landelijk is dat 88%. Betrekken van raadsleden Raadsleden zijn gedurende het RES-traject op meerdere momenten betrokken. Bij aanvang van het traject in 2019 via een regionale startbijeenkomst, via commissie- en raadsvergaderingen rondom de besluitvorming over de Bestuurlijke Startnotitie en de concept-RES.
Richting besluitvorming van de RES 1.0 vond in maart 2021 een regionaal raadsatelier plaats waarin raadsleden met elkaar van gedachte konden wisselen over de contouren van de RES 1.0. Gedurende het gehele traject is met enige
Regionale startbijeenkomst eind 2019
regelmaat vanuit de werkorganisatie informatie gedeeld over de stand van zaken.
RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
86
Toekomstperspectief participatie en maatschappelijk draagvlak In het traject waarin de RES 1.0 tot stand is gekomen is gebleken dat de materie van de RES complex is. De RES beschrijft plannen op hoog en vrij abstract niveau. Iedereen voelt dat de RES impact gaat hebben op de leefomgeving, maar het nog weinig concreet. Het gaat over zoekgebieden, maar of daar echt iets komt en waar dan precies, is nog niet duidelijk. Dat maakt participatie van inwoners ingewikkeld. Over het algemeen geldt dat, hoe concreter een plan, hoe duidelijker inwoners daar een mening over hebben. Nu de RES 1.0 gereed is, moeten de plannen verder worden geconcretiseerd. Afspraken uit de RES worden verankerd in het omgevingsbeleid. Inwoners hebben daarin een rol en kunnen daar over meepraten. Parallel daaraan moet de regio en de gemeenten in goede gesprek met inwoners en andere belanghebbenden over invulling van zoekgebieden en ontwikkeling van energieprojecten. Het is nu zaak om naast de direct omwonenden in de omgeving ook de – tot nu toe - zwijgende middengroep zich te laten uitspreken. Hier staan opnieuw de gemeenten aan de lat, maar vanwege de gemeentegrensoverstijgende zoekgebieden moet ook gewerkt worden aan bovenlokaal en/of regionaal perspectief. Bij de start van de volgende fase zal het gesprek gevoerd worden met de gemeenten binnen de regio.
Het doel is om scherp te krijgen welke rol er vanuit de RES gespeeld gaat worden in de participatietrajecten rondom de projecten. Afhankelijk van de rol en de specifieke situatie zal vervolgens bekeken worden welke middelen het best ingezet kunnen worden bij het concreet vormgeven van het participatietraject. We maken voor participatie de volgende afspraken voor de toekomst:
• We borgen met de participatiestrategie dat de energietransitie in regio Noord-Veluwe zoveel mogelijk ten goede komt aan de inwoners van de regio. We streven naar minimaal 50% eigendom en zo laag mogelijke maatschappelijke kosten. We houden ook zoveel mogelijk rekening met gezondheidsaspecten, wegen milieueffecten zorgvuldig af en zorgen dat natuurwaarden zoveel mogelijk behouden blijven.
• We delen en faciliteren informatie in relatie tot de energietransitie zo zorgvuldig mogelijk met stakeholders, ambtenaren, volksvertegenwoordigers en inwoners, zoals over de effecten op de gezondheid van geluid van windturbines, financiële voordelen voor inwoners, en behoud van biodiversiteit.
• We zorgen ervoor dat iedereen in de regio (financieel en/of maatschappelijk) voordeel kan halen uit de plannen. Dat doen we bijvoorbeeld door gemeenten te helpen met het opzetten van maatschappelijke tenders.
RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
87
Hoofdstuk 9: Warmte De Regionale Structuur Warmte (RSW) is een belangrijk onderdeel van de Regionale Energie Strategie (RES) Noord-Veluwe. De regio heeft vanaf de zomer 2019 gewerkt aan gemeentelijke warmtevisies én aan de RSW. De RSW is een separaat document, hieronder is de RSW samengevat.
9.1 Doel van de RSW Het doel van de RSW is om de warmtevraag, het warmteaanbod en de benodigde energie-infrastructuur inzichtelijk te maken, om zo in vogelvluchtperspectief de kansen en knelpunten in de regio te beoordelen. Op deze manier wordt duidelijk waar de gemeenten en partijen elkaar nodig hebben, hoe ze van elkaar kunnen leren en voor welke warmtebronnen ze moeten samenwerken. Dit alles om voortvarend te kunnen starten met de warmtetransitie en zo te zorgen dat de warmtevraag in de regio Noord-Veluwe in 2050 aardgasvrij wordt ingevuld. De RSW wordt tegelijk met de RES elke twee jaar herijkt.
9.2 Proces om te komen tot de RSW Voor het opstellen van deze Regionale Structuur Warmte hebben de gemeenten samengewerkt met Liander, Waterschap Vallei en Veluwe, provincie Gelderland, de woningcorporaties en energiecoöperaties. Ook het regionale energieloket Veluwe Duurzaam, Natuur en Milieu Gelderland, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en VNO-NCW zijn betrokken. Deze partijen vormden samen de regionale werkgroep Warmte waarmee dit document en de aanpak erin is opgesteld.
Een duurzame en betaalbare woning in een prettige woonomgeving is datgene waar wij als woningcorporaties voor staan. Onze inzet is gericht op het verlagen van de energielasten door het reduceren van de energievraag door de woning goed te isoleren en waar mogelijk de opwek van duurzame energie ten dienste van onze huurders door bijvoorbeeld zonnepanelen. Deze ontwikkeling sluit geheel aan bij de transitievisie warmte en is op die manier verbonden met de RES. Marieta Peek, directeur Woningstichting Putten, lid stuurgroep RES Noord-Veluwe als vertegenwoordiger woningcorporaties
9.3 Het beeld dat uit de RSW naar voren komt De warmtevraag van de regio Noord-Veluwe daalt naar verwachting in 2030 door energiebesparende maatregelen licht ten opzichte van de huidige vraag. Er zijn weinig warmtebronnen in de regio die de grenzen van de gemeente overstijgen om in te zetten als bron voor de gebouwde omgeving. Het algemene beeld voor de regio is dat de voorkeursoplossing voor de gebouwde omgeving vanuit het vastgoed bekeken grotendeels naar individuele all-electric oplossingen neigt (zie figuur X op volgende pagina).
RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
88
Figuur X: Voorkeurs warmteoplossingen uit de Transitievisies Warmte per gemeente
Met een aantal plekken (in de centra van de grotere kernen) waar kleinschalige, lokale warmtenetten het meest kansrijk en betaalbaar lijken (zie figuur Y op volgende pagina). Harderwijk is hierop een uitzondering. Daar zijn verhoudingsgewijs de meeste kansen voor de ontwikkeling van een warmtenet naast buurten waar all-electric het beste lijkt te passen.
RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
89
Figuur Y: Potentiële startgebieden voor lokale, kleinschalige warmtenetten
Kansrijke warmtebronnen waarmee de warmtenetten gevoed kunnen gaan worden, zijn lage temperatuur warmtebronnen zoals omgevingswarmte (bijvoorbeeld aquathermie of lage temperatuur aardwarmte) naast biomassa als mogelijke tijdelijke bron. In Harderwijk, Elburg en Hattem is toepassing van aquathermie vooral kansrijk. Daar ligt de bebouwing dichtbij zowel oppervlaktewater als een RWZI. In Putten, Ermelo, Harderwijk en Nunspeet lijkt lage temperatuur aardwarmte (ook wel ondiepe geothermie genoemd) kansrijk (zie figuur Z op volgende pagina). Hier zal nog nader onderzoek naar gedaan moeten worden.
RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
90
Figuur Z: potentie lage temperatuur aardwarmte (LTA) in TJ per hectare per jaar
De potentie van diepe geothermie is nog onbekend. Landelijk wordt naar de potentie van diepe geothermie nader onderzoek gedaan binnen het programma SCAN. Voor de regio Noord-Veluwe is SCAN aardwarmte
het interessant om op basis van de data die beschikbaar zijn en komen te kijken of er kansen lijken te liggen voor diepe geothermie. Als er voldoende potentie lijkt, kan vervolgonderzoek interessant zijn. De toepasbaarheid van diepe geothermie zal beperkt blijven tot Harderwijk en industrie met een grote warmtevraag. Dit komt omdat een diepe geothermiebron heel veel warmte geeft. Grofweg voor 5.000 woningequivalenten (weq). Dat betekent dat er ook al een warmtenet moet zijn voordat deze bron ingezet kan worden. Waterschap Vallei en Veluwe en Vitens zijn graag betrokken bij vervolgonderzoeken en planvorming rond aquathermie en (ondiepe) geothermie om eventuele risico’s tijdig in kaart te kunnen brengen. Wat in de RSW naar voren komt is dat lokale vaste biomassa in voldoende mate aanwezig is om te kunnen dienen als (tijdelijke) warmtevoorziening voor de potentiële warmtenetten. Daarbij is het advies om deze bron slechts tijdelijk in te zetten en om toe te werken naar andere duurzame bronnen (zoals ondiepe geothermie) die de warmtenetten op termijn van warmte kunnen voorzien. Vaak is voor andere bronnen namelijk al een bepaalde schaalgrootte van een warmtenet nodig voordat deze kunnen worden ingezet. Lokaal kan deze afweging worden gemaakt. Er is ook restwarmte aanwezig in de regio. Ook hier gaat het vooral om lage temperatuur warmte.
Er zijn geen bronnen die meer restwarmte bieden dan de lokale vraag. Een infrastructuur om deze warmte te verdelen over de gemeenten is dan ook niet nodig. Een nieuwe restwarmtebron van buiten de regio die in beeld is, is een nieuw datacenter dat mogelijk in Zeewolde gerealiseerd gaat worden. Uitkoppeling van de restwarmte kan een interessante warmtebron voor Harderwijk zijn.
RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
91
Regionaal liggen er ook kansen voor biogas. Er is een aanzienlijke – weliswaar nu nog theoretische – potentie om een deel
Groen gas is biogas
van de gebouwde omgeving hiermee te verwarmen. En
dat is opgewerkt naar
momenteel wordt er ook al biogas en groen gas6 geprodu-
aardgaskwaliteit.
ceerd in de regio bij de RWZI’s in Harderwijk en Elburg. Inzet hiervan ligt vooral voor de hand daar waar isoleren van het vastgoed niet of alleen tegen zeer hoge kosten mogelijk is zoals in de vestingen van Elburg en Hattem en in het omvangrijke buitengebied. Idealiter in een opstelling waarbij een CV-ketel gecombineerd wordt met een hybride warmtepomp om de warmtevraag zo ver mogelijk terug te dringen. Daarnaast is biogas een belangrijke energiebron voor de industrie. Omdat een groot gedeelte van de gebouwde omgeving naar verwachting overgaat op all-electric warmteoplossingen én er in de regio vooral lage temperatuur warmtebronnen zijn om de warmtenetten te voeden, gaat de elektriciteitsvraag in de regio stijgen. Dit heeft dan ook consequenties voor de elektriciteitsnetten. Die zullen verzwaard moeten worden. Een goede samenwerking en afstemming met netbeheerder Liander is dan ook belangrijk. Bovendien wordt de behoefte aan duurzaam opgewekte elektriciteit groter. De precieze verwachte toename in elektriciteit door de warmtetransitie is nu nog zeer lastig te bepalen. Dit hangt af van welke technieken er uiteindelijk toegepast gaan worden en in welke mate er geïsoleerd gaat worden.
Het beeld met betrekking tot de extra benodigde elektriciteit zal verder ingevuld kunnen worden als uitvoeringsplannen op lokaal niveau worden uitgewerkt en er keuzes voor technieken en bronnen worden gemaakt. Afwegingskader Waar je welke warmtebronnen in gaat zetten hangt af van diverse zaken waaronder de aanwezigheid van bronnen en de geschiktheid van het vastgoed. Daarnaast zijn er nog diverse andere factoren die relevant zijn in de afweging.
• Betaalbaarheid: de energierekening moet betaalbaar blijven en lasten moeten zoveel mogelijk evenredig worden verdeeld. Warmteoplossingen met de laagste kosten krijgen voorrang boven duurdere oplossingen. De kosten worden bepaald door de investeringskosten voor een gebouweigenaar, de maandlasten en de totale maatschappelijke kosten.
• Duurzaamheid: hoe duurzaam een bron is, weegt uiteraard ook mee. Daarbij wordt de voorkeur gegeven aan duurzame warmtebronnen met de meeste CO2-besparing.
• Beschikbaarheid: de voorkeur wordt gegeven aan warmtebronnen die lokaal aanwezig zijn. Daarnaast moet ook gekeken worden wanneer bronnen beschikbaar zijn. Daarbij zijn verschillende tijdschalen van belang: zijn deze bronnen de hele dag beschikbaar? Is er sprake van seizoensvariatie? Is er innovatie nodig voordat bronnen ingezet kunnen gaan worden? Sommige bronnen zijn er nu al, maar in de toekomst mogelijk niet meer. Of andersom: deze bronnen zijn er nu nog niet maar komen mogelijk in de toekomst beschikbaar.
• Leveringszekerheid: de betrouwbaarheid van energielevering in Nederland is zeer hoog. Ook bij de overschakeling naar andere bronnen en andere verwarmingssystemen is het van groot belang om verzekerd te zijn van een betrouwbare energielevering. Hierbij dient dan een goede afweging te worden gemaakt tussen de mate van betaalbaarheid en de robuustheid van het totale systeem.
• Draagvlak: ook het maatschappelijk draagvlak weegt zwaar mee in de keuze voor een warmtebron. Bewoners en andere belanghebbenden moeten nadrukkelijk worden betrokken in het proces.
• Comfort: Warmteoplossingen moeten vanzelfsprekend aansluiten bij de behoeften van de gebruikers. Mensen willen prettig blijven wonen en hun huizen op een comfortabele manier warm kunnen krijgen.
RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
92
Het beeld dat nu bestaat over de toekomstige warmtevoorziening voor de regio Noord-Veluwe kan de komende jaren zeker nog wijzigen. Technieken schrijden voort en lokaal zullen bij het maken van (wijk)uitvoeringsplannen nieuwe inzichten naar voren komen. Ook de koppeling tussen extra benodigde duurzame elektriciteit en daarmee extra duurzame opwek en de gewenste toekomstige verwarmingsopties speelt hierin een rol. Als bijvoorbeeld blijkt dat er lokaal maar ook landelijk te weinig duurzame elektriciteit kan worden opgewekt zullen andere bronnen voor verwarming mogelijk (weer) in beeld komen. Bovenstaande criteria zijn daarbij uiteraard ook van groot belang en bepalen mede welke bron waar het beste in te zetten is. Dit alles zal dan ook invloed hebben op de uiteindelijke warmtevoorziening die gerealiseerd gaat worden. De komende jaren zal het beeld steeds aangescherpt worden. Dit zal terugkomen in de geactualiseerde Transitievisies Warmte van de gemeenten en in de aangescherpte en verder uitgewerkt Regionale Structuur Warmte.
9.4 Bovenlokale samenwerking Dat individuele all-electric warmteoplossingen veelal naar voren komen als meest kansrijk, betekent niet dat de gemeenten alles lokaal moeten oplossen. Er staan in de lokale Transitievisies Warmte veel opgaven waar alle gemeenten gezamenlijk voor staan, zoals de isolatieopgave, de financiering van de warmtetransitie, het klimaatbestendig maken van de leefomgeving en het bereiken van draagvlak. Het is daarom logisch om kennis te delen en om op een aantal opgaven samen te werken wanneer dat toegevoegde waarde heeft voor de gemeenten. Suggesties voor onderwerpen voor samenwerking zijn, naast eerder genoemde thema’s:
• een regionale aanpak voor het isoleren van de gebouwde omgeving en individuele all electric en hybride oplossingen;
• nader onderzoek naar de haalbaarheid van lage temperatuur aardwarmte; kansen voor aquathermie en de potentie van diepe geothermie voor lokale warmtenetten;
• het regionaal inzetten van het in de regio geproduceerde groen gas en biogas en het verhogen van de productie van groen gas en biogas;
• het in kaart brengen van de warmtevraag van industrie en landbouw; • het ontwikkelen van een aanpak voor het verduurzamen van bedrijven(terreinen), vakantieparken en defensieterreinen;
• een subsidieaanvraag proeftuin aardgasvrije wijken bij Ministerie van BZK; • kennisdeling op gebied van innovatie; • een gezamenlijke communicatiecampagne; • koppelkansen op gebied van klimaatadaptatie. Uitgangspunt voor samenwerking is dat alleen gemeenten die meerwaarde zien in samenwerken op een onderwerp dit zullen oppakken. Het is dus niet zo dat alle gemeenten op alle onderwerpen moeten gaan samenwerken. De regio wil deze samenwerking organiseren binnen de al bestaande organisatiestructuur van de Regionale Energie Strategie en de Regionale Samenwerkingsagenda CO2-reductie.
RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
93
Bijlagen 1. Stakeholderlijst Bedrijven en organisaties 1. Agrarisch Natuur Collectief Veluwe
43. GNMF
2. Agrarisch Overleg
44. GPG particuliere grondeigenaren
3. Liander
vertegenwoordiging
4. Bedrijvenkring Elburg
45. Green Trust
5. Bedrijvenkring Ermelo
46. IGEV
6. Bedrijvenkring Harderwijk
47. IVN
7. Bedrijvenkring Oldebroek
48. IVN Nijkerk
8. Bedrijvenkring Putten
49. IVN Noordwest- Veluwe
9. Bedrijvenpark H2O
50. Jan Bakker Transport
10. Belangen gemeenschap Noordeinde
51. Jonge Ondernemers Ermelo (JOE)
11. Bijenvereniging
52. Klankbordgroep ’t Loo
12. Bio Energie Centrale Harderwijk
53. Klankbordgroep Wezep
13. BKN Nunspeet
54. KNHS
14. Bonergie
55. KNNV Noordwest Veluwe
15. Buurtgroep Julianpark Wezep
56. Landgoed de Oldhorst
16. Buurtvereniging Horst & Telgt
57. Landgoed Klarenbeek
17. Buurtvereniging Speuld en Omstreken
58. Landgoed Morren
18. D.B.W. Elburg (UWoon-huurders) (Elburg)
59. Landgoed Old Putten
19. De Duinzoom B.V.
60. Landgoed Schouwenburg
20. Dorpsoverleg Hattemerbroek
61. Landgoed Vollenhof
21. Dorpsvereniging Elspeet
62. Landgoed Zwaluwenburg
22. Energiecoöperatie Endura
63. Leisure Lands
23. Energiecoöperatie Noord-Veluwe
64. Liander
24. Energiecoöperatie NunspeetEnergie
65. LTO
25. Energiecoöperatie Powered by Hattem
66. LTO Noord
26. Energiecoöperatie PutterZon
67. LTO Noord NO
27. Energiecoöperatie Veluwe Energie
68. LTO Randmeerkust
28. Energieloket Veluwe Duurzaam
69. Meerinzicht
29. Energieloket Veluwe-Energie
70. Mennorode
30. Gastvrije Randmeren
71. MLG gebiedsontwikkeling
31. Gelders Genootschap
72. Natuur en Milieu Platform Ermelo
32. Gelders Particulier Grondbezit
73. Natuur- en Milieu Coöperatie Randmeerkust
33. Geldersch Landschap & Kasteelen
74. Natuur- en milieuvereniging Groentje
34. Gemeente Elburg
75. Natuurcollectief Veluwe
35. Gemeente Ermelo
76. Natuurmonumenten
36. Gemeente Harderwijk
77. NFC Randmeerkust
37. Gemeente Hattem
78. NMC Randmeerkust
38. Gemeente Nunspeet
79. Noord-Veluwse gemeenten
39. Gemeente Oldebroek
80. Nunspeet / ODNV
40. Gemeente Putten
81. Nunspeet Energie
41. Gezamenlijke Natuurbeschermingswerkgroep
82. Nunspeet Verduurzaamt
42. GGZ Centraal
83. Oldebroeks Buurtoverleg
RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
94
84. Omgevingsdienst Noord Veluwe
113. Stichting Dorpsbelang Oosterwolde
85. Omnia Wonen
114. Stichting Landschapselementen Elburg
86. Ondernemend Elspeet
115. Stichting Natuur - en Milieuzorg Noordwest
87. Ondernemersvereniging Nunspeet 88. Ondernemersvereniging Oldebroek 89. Ondernemersverenigingen Wezel Hattemerbroek OWH
Veluwe 116. Stichting Natuur- en Milieu bescherming Putten 117. Stichting Natuurkracht
90. OnUitPuttenlijk Duurzaam
118. Stichting Natuurschoon Nunspeet
91. Parkmanagement De Kolk
119. Stichting Sandberg van Leuvenum
92. Parkmanagement Harderwijk
120. Toeristisch Platform Oldebroek
93. PM3O Parkmanagement
121. Triada (Hattem)
94. Prorail
122. Uwoon (Elburg)
95. Provincie Gelderland
123. Uwoon (Ermelo)
96. Rabobank
124. Van Werven
97. Randmeerkust (agrarisch natuurbeheer)
125. Vereniging dorpsgemeenschap Vierhouten
98. Randmeerkust agrarische natuurcoöperatie
126. Vereniging Landschap en Milieu Hattem
99. Rentmeesterskantoor van Lynden BV
127. Vitens
100. RES West-Overijssel
128. VLMH
101. Rijksoverheid
129. VNO-NCW
102. Rijksvastgoedbedrijf/Defensie
130. VNO-NCW Veluwe-Vallei
103. Rijkswaterstaat
131. Vogelbeschermingswacht Noord- Veluwe
104. ‘s Heeren Loo
132. Waterschap Vallei Veluwe
105. Samenwerking Noord-Veluwe
133. WBE NW Veluwe
106. SHOW
134. Weidevogelbescherming Randmeerkust
107. SNV/Windenergie
135. Wezep Taartpunt
108. St. Natuur- en Milieu platform
136. Wijkcomité Wezep
109. St. NMP Ermelo
137. Wijkvereniging West
110. Staatsbosbeheer
138. Will2sustain
111. Stichting Bio-energiecluster Oost-Nederland
139. Woningstichting Putten
112. Stichting De Noord West Veluwe verduurzaamt
RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
95
2. Projectenlijst RES 1.0 Noord-Veluwe
Energieopwek projecten in reëele onderdeel RES 1.0 Noord-Veluwe Momentopname februari 2021
Aantal projecten Elburg Zon op dak
TWh/jaar
31 31
0,009
Gerealiseerd
13
0,004
SDE-beschikking
18
0,004
Ermelo Zon op dak
62 56
0,012
Gerealiseerd
33
0,008
SDE-beschikking
23
0,004
5
0,012
SDE aanvraag
1
0,004
SDE-beschikking
1
0,008
Zon op land
RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
96
Aantal projecten Harderwijk Zon
TWh/jaar
78 2
0,000
1
0,000
73
0,022
Gerealiseerd
35
0,008
SDE-beschikking
38
0,014
1
0,002
1
0,002
SDE aanvraag Zon op dak
Zon op land SDE-beschikking Hattem Zon op dak
12 9
0,002
Gerealiseerd
2
0,000
SDE-beschikking
7
0,002
2
0,011
1
0,011
1
0,000
1
0,000
Zon op land Vergund zonder SDE-beschikking Zon warmte SDE-beschikking Nunspeet Zon op dak
43 39
0,009
Gerealiseerd
13
0,002
SDE-beschikking
26
0,007
2
0,001
1
0,001
2
0,003
2
0,003
Zon op land SDE-beschikking Zon warmte SDE-beschikking Oldebroek
63
Wind
1
0,039
1
0,039
59
0,016
Gerealiseerd
20
0,005
SDE-beschikking
39
0,011
2
0,005
In vergunningsprocedure
1
0,002
SDE-beschikking
1
0,003
1
0,014
1
0,014
SDE-beschikking Zon op dak
Zon op land
Zon op water SDE-beschikking Putten Zon op dak
61 58
0,016
Gerealiseerd
24
0,004
SDE-beschikking
34
0,012
RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
97
3. Cijfermatige onderbouwing van het RES 1.0 bod In hoofdstuk 2 worden de verschillende onderdelen van het RES 1.0 bod, het reële deel en het ambitiedeel genoemd. Hoe deze getallen (aantal TWh) tot stand zijn gekomen wordt in deze bijlage verder toegelicht. Reële deel van het bod In het reële deel van het bod gaan we uit van projecten die in de regio Noord Veluwe gerealiseerd zijn of in de pijplijn zitten. Het aantal hectare zonnepanelen op daken en zonnevelden worden in de volgende tabel omgerekend naar een aantal TWh jaarlijkse opwek van elektriciteit. Er wordt uitgegaan van 950 vollasturen per jaar. Voor zonnepanelen op daken gaan we ervanuit dat een groter deel van het dakoppervlak gebruikt kan worden voor panelen, dit resulteert in 1,5 MW opgesteld vermogen per hectare. Voor zonnevelden geldt dat er ook ruimte tussen de panelen, en ruimte voor infrastructuur nodig is. Vaak wordt ook natuur ingepast. Dit leidt tot een opgesteld vermogen van 1 MW per hectare.
Zon
Aantal hectare
MW/hectare
MW
Vollasturen
TWh
Zon op dak
59,3
1,5
195
950
0,08
Zon op land
31,0
1,0
130
950
0,03
Totaal
0,11
Voor windturbines is in de volgende tabel weergegeven om welke aantallen turbines, met verschillende vermogens, het gaat. Deze worden vervolgens met het juiste aantal vollasturen omgerekend naar een aantal TWh jaarlijkse opwek van elektriciteit. Het aantal vollasturen is gebaseerd op de hoogte van de turbines en de windsnelheid op deze hoogte in de Noord Veluwe. Vervolgens is in lijn met NP RES documentatie een aanname gedaan over het aantal vollasturen.
Windturbine
Aantal
Vollasturen
TWh
4,2 MW
3
3500
0,04
3,6 MW
4
3000
0,04
0,05 MW
1
-
0,0002
Totaal
0,09
De onderdelen in het reële bod leveren de regio 0,20 TWh jaarlijkse elektriciteitsproductie op. Dat is 18,6% van de verwachte elektriciteitsvraag in 2030. Met de realisatie van deze plannen wordt verwacht dat de regio in 2030 46% CO2 reductie heeft gehaald ten opzichte van 1990.