RES 1.0 Noord-Veluwe 2021 04 21
Tekst van het document
RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
49
Het realiseren van windturbines in de buurt van een grote energievraag (namelijk het bedrijventerrein) beperkt de ruimtelijke impact en de druk op kleinschalige landschappen en bos met hogere natuur- en recreatieve waarden. Op bedrijfsdaken wordt ook veel zonne-energie gerealiseerd. De impact van de wespendief op deze zoeklocatie is beperkt. Uit berekeningen blijkt dat de realisatie van deze drie windturbines leidt tot een additionele mortaliteit die juridisch haalbaar is. Qua kwantiteit lijken drie windturbines van 4,2 MW op deze locatie reëel en kan worden onderzocht of in de toekomst op het bedrijfsterrein nog extra turbines zijn te realiseren.
Bedrijventerrein Lorentz in Harderwijk
Het zoekgebied bedrijventerrein Lorentz lijkt, technisch gezien, ruimte te bieden voor additionele windturbines. In maart 2021, bij de bespreking van het document ‘inhoudelijke richting voor het verhaal van de RES 1.0 Noord-Veluwe heeft Natuurmonumenten gebruik gemaakt de mogelijkheid om in te spreken. Naar aanleiding van vragen uit de raad is toegezegd dat de het zoekgebied bedrijventerrein Lorentz zich beperkt tot het bedrijventerrein zelf. Het Veluwemeer en natuurgebied De Mheenlanden zijn geen onderdeel van het zoekgebied.
RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
50
Inzicht in het maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak Het zoekgebied bedrijventerrein Lorentz wordt vanuit zowel de stakeholders als inwoners beschouwd als de meest logische van alle zoeklocaties (vergelijkbaar met zoekgebied knooppunt Hattemerbroek), vanwege het feit dat het een bestaand initiatief is dat zich bevindt in de buurt van bedrijvigheid. Dit verstoort het landschap niet tot weinig en dat wordt gewaardeerd. Vanuit provinciaal beleid is er geen bezwaar tegen het zoekgebied en onderzoek naar additionele windturbines binnen dit gebied. Bij een aantal stakeholders ligt een groter aantal dan drie turbines gevoelig in verband met hinder aan het werkklimaat of mogelijke toekomstige belemmeringen van ontwikkeling van de bedrijven op het bedrijfsterrein van Lorentz. Inzicht in de systeemefficiëntie Het zoekgebied ligt relatief dichtbij het HS-station Harderwijk en MS-station Lorentz. Netbeheerder Liander investeert in uitbreiding van beide stations. Naar verwachting zijn deze werkzaamheden in 2024 gereed. In dit gebied wordt al zonne-energie opgewekt op grote bedrijfsdaken en het is nadrukkelijk de bedoeling om meer zonne-energie op te gaan wekken op de bedrijfsdaken. De combinatie van zonne- energie met windenergie is gunstig voor de balans op het elektriciteitsnetwerk.
Productie van wind- en zonneenergie (energieaanbod) in dit gebied, waar ook veel energievraag is, is gunstig vanuit systeemefficiëntie. Maatschappelijk kosten voor investeringen in het energienetwerk blijven zo acceptabel. Dit alles bij elkaar maakt dit een gunstige en efficiënte locatie voor het elektriciteitsnetwerk. Energie hub Door de windturbines en het grote aantal grote daken dat benut kan worden voor zonne-energie, maakt het bedrijventerrein Lorentz een energie hub voor de regio Noord-Veluwe. Betekenis voor het bod van de RES 1.0 Het zoekgebied bedrijventerrein Lorentz is onderdeel van het reële deel van het RES-bod. In het reële deel gaan we uit van de drie (nog niet onherroepelijk) vergunde windturbines van elk ruim 4,2 MW. Ook draagt dit gebied naar verwachting bij aan ruim een derde van de bouwsteen zonne-energie op daken en overkappingen op bedrijventerrein. Dit zou dan ruim 15 hectare dakoppervlak in het reële deel van het bod zijn en ruim 30 hectare in het ambitiedeel.
Indicatieve locaties voor drie windmolens op bedrijventerrein Lorentz.
Naast het reële deel van bod is bedrijventerrein Lorentz ook een onderzoeksgebied. Dit betekent dat de komende jaren onderzoek gaat plaatsvinden naar de aanwezigheid van de wespendief, de impact op het Veluwemeer dat Natura2000-status geniet, maar ook dat via een zorgvuldig gebiedsproces met de ondernemers in het gebied onderzocht wordt of, en onder welke voorwaarden, additionele windturbines op het bedrijventerrein kunnen worden gerealiseerd. Randvoorwaarde is dat windenergie mag de bedrijvigheid niet belemmeren. Afstemming moet plaatsvinden over de toekomstige ontwikkeling van bedrijven en de impact daarvan op het bedrijventerrein.
RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
51
6.1.3 Zoekgebied Nuldernauwkust in Ermelo en Putten Inzicht in mogelijke kwantiteit en ruimtelijke kwaliteit Het zoekgebied Nuldernauwkust bevindt zich in het grensgebied van de gemeenten Putten en Ermelo, parallel aan de A28 aan de landzijde ter hoogte van Horst en Nulde. Dit gebied maakt deel uit van het kleinschalige kampenlandschap en voor een deel het open polderlandschap; een agrarisch landschap met onregelmatige verkaveling van akkercomplexen en bosschages, heggen en hagen overgaand in een open landschap aan de kust. De A28 is een belangrijk structurerend element waar de nodige dynamiek van uitgaat. Binnen dit zoekgebied is het mogelijk om een (eventueel dubbele) lijnopstelling van
Zoekgebied Nuldernauwkust
windturbines te realiseren. De bundeling van windmolens aan de bovenregionale infrastructuur wordt gesteund vanuit de stakeholders, en is ook een denklijn die we terugzien in meerdere andere RES-regio’s in Gelderland. De schaal van de windturbines en de lijnopstelling langs de weg gaan relatief goed samen met het dynamische snelweglandschap. Een opstelling met zeven turbines van ca. 5.6 MW lijkt mogelijk met de technische ruimte die er is. Een combinatie met zonne-energie kan hierbij gemaakt worden en zou interessant zijn voor de impact op het elektriciteitsnet. Deze zoekzone langs de A28 bij de gemeenten Ermelo en Putten ligt gedeeltelijk in een gebied dat tot voor kort beschermd weidevogelgebied was. Op 31 maart 2021 hebben de Provinciale Staten A28 als energieroute
van Gelderland de 7e actualisatie van de Omgevingsverordening vastgesteld. De bescherming als weidevogelgebied is hiermee opgeheven, omdat het weidevogelgebied niet meer voldeed aan de randvoorwaarden van een goed weidevogelgebied (PS 31 maart 2021). Het onderzoek ‘A28 als energieroute’ (Altenburg en Wymenga - juli 2019) bevestigt dat dit gebied van beperkte betekenis is voor weidevogels. Het gebied ligt nog wel gedeeltelijk in een Groene Ontwikkelzone en nabij dit gebied ligt het Nuldernauw met een Natura2000-status. Dit belangrijke gebied voor diverse watervogels en trekvogels is een aandachtspunt voor initiatieven voor windenergie die aan de slag gaan in dit zoekgebied. Ook dit zoekgebied ligt in de invloedszone van 1-8 km rondom de Veluwe. Op het moment zijn er principeverzoeken ingediend voor lokale initiatieven binnen het zoekgebied. Op basis van de technische ruimte lijken circa vijf tot zeven windturbines mogelijk. Daarvan zou er een in Putten liggen en de overige windmolens in Ermelo. Het gebied is interessant voor het realiseren van windenergie, omdat hier gekoppeld kan worden met grote (infra)structuren als de A28 en de randmeerkust. Het gaat in dit gebied dus om zeven turbines, afhankelijk van de grootte van de turbines.
De huidige initiatieven zijn bottom-up met betrokkenheid van lokale grondeigenaren en omwonenden en beperken zich vooralsnog tot realisatie van een windpark. Er zijn nog geen initiatieven met betrekking tot grondgebonden zon.
RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
52
Principeverzoek windpark Horst &Telgt in gebied Nuldernauwkust.
Inzicht in het maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak Regionale stakeholders en inwoners geven aan dat de mogelijkheid tot lokaal eigenaarschap kan rekenen op draagvlak. Er is met dit zoekgebied relatief weinig landschapsvervuiling en er is een heldere, logische opstelling mogelijk (verbinding infrastructuur en opstelling windmolens). De koppeling met infrastructuur en clustering wordt gewaardeerd. Tegelijkertijd zijn er zorgen over de nabijheid van kwetsbare en beschermde natuur, zoals het Natura2000-gebied van het randmeer Nuldernauw Ook is er zorg over de negatieve impact op de recreatie en watersport. In verband met watervogels is de wens geuit om de turbines verder landinwaarts te plaatsen en zo meer afstand te houden tot het randmeer. Hier zit een spanning tussen het kunnen realiseren van een enkele of een dubbele rij turbines. Aandachtspunt daarbij is wel dat we vanuit het onderzoek Wind op en rond de Veluwe weten, dat hoe dichter windmolens bij het kerngebied van de Veluwe komen, hoe groter de impact. Het zoekgebied Nuldernauwkust is genoemd als lopend initiatief in de bovenregionale bestuurlijke afspraken naar aanleiding van de rapportage Windenergie op en rondom de Veluwe. Het vervolgproces moet meer duidelijk bieden in het voor komen van de Wespendief op deze locatie en de impact hiervan op het zoekgebied.
RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
53
Inwoners in de regio zijn verdeeld wat betreft dit zoekgebied. Het maakt daarbij voor mensen niet uit of de windturbines gecombineerd worden met zonnepanelen. De spreiding van de antwoorden laat zien dat een groot gedeelte van de respondenten dit zoekgebied laag scoort (waaronder ook inwoners uit het gebied zelf) en tegelijkertijd is er een grote groep die het juist hoog scoort (waaronder ook inwoners uit het gebied zelf). Verder sluit dit zoekgebied aan bij de provinciale wens om turbines langs infra te realiseren. Weidevogelgebied ter plaatse was weinig succesvol. Met de 7e actualisatie van de Provinciale Verordening heeft dit gebied niet langer de status weidevogelgebied. Inzicht in de systeemefficiëntie Het zoekgebied biedt de mogelijkheid om windenergie te combineren met zonne-energie. Dit leidt tot efficiënt kabelgebruik. Wanneer windmolens worden ontwikkeld in dit gebied, dan worden ze naar verwachting aangesloten op de kabel richting het onderstation in Harderwijk. Er is niet een directe link met een bedrijfsterrein, de kabel is relatief lang, maar dat is niet onoverkomelijk. Er zijn mogelijkheden voor cable pooling als wind en zon in functionele samenhang worden gerealiseerd. Een combinatie met 30 tot 60 hectare zon op deze locatie zou wind en zon in balans brengen.
Zon en wind hoeven daarvoor niet beslist in elkaars directe nabijheid te liggen, maar kunnen ook op enige afstand van elkaar worden ontwikkeld en wel dezelfde kabel delen. Maatschappelijke kosten voor netaansluiting en uitbreiding van het onderstation in Harderwijk (al opgenomen in de investeringsagenda van de netbeheerder) blijven dan acceptabel. Energie hub Door de windturbines, de mogelijkheid voor realisatie van grondgebonden zonne-energie, maakt het zoekgebied Nuldernauwkust– naast de zoekgebieden knooppunt Hattemerbroek en bedrijventerrein Lorentz – potentieel een derde energie hub voor de regio Noord-Veluwe. Betekenis voor het bod van de RES 1.0 Het zoekgebied Nuldernauwkust is onderdeel van het ambitie deel van het RES-bod. Er is namelijk nog geen omgevingsvergunning afgegeven, maar er liggen wel principeverzoeken. In het ambitiedeel gaan 6.2.5 Zon langs snelwegen en overige infrastructuur en drijvend
we uit van de zeven windturbines van elk 5,6 MW. Ook nemen we een deel (naar verwachting ongeveer de helft) van de zon-op-dak potentie (met name grote agrarische daken) van de bouwsteen zonneenergie op daken en overkappingen in buitengebied mee in het reële deel en het ambitiedeel. Een koppeling met zon boven grotere parkeerterreinen (bij strand Nulde) kan worden onderzocht. Voor realisatie van windprojecten moet altijd een milieueffectrapportage worden uitgevoerd. De impact op het Nuldernauw met Natura2000-status moet in elk geval worden onderzocht. Vanuit het onderzoek
Bijlage 2 Projectenlijst
Wind op en rond de Veluwe weten we bovendien dat zorgvuldig gekeken moet worden naar de mogelijke impact op de wespendief. Verdere concretisering (exacte projectlocatie windmolens en eventuele combinatie met grondgebonden zon) van het zoekgebied Nuldernauwkust moet plaatsvinden in nauwe samenwerking met belanghebbenden in het gebied. De inwoners in dit gebied zijn op de hoogte van het principeverzoek (en zijn in sommige gevallen mede-initiatiefnemer). Door realisatie van dit windpark zouden zowel de gemeente Ermelo als de gemeente Putten betekenisvolle stappen zetten richting verduurzaming van hun elektriciteitsvraag. De mogelijke opwek van dit windpark draagt voor een belangrijk bij aan het regionale RES-bod. Mocht uit ecologisch onderzoek naar de aanwezigheid van wespendief, blijken, dat het niet mogelijk is dat dit windpark te realiseren, dan heeft dat flinke consequenties: Niet alleen voor het regionale RES-bod, maar ook voor de duurzame opwek die in Ermelo en Putten kan worden gerealiseerd.
RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
54
6.1.4 Zoekgebied Veluwemeerkust Inzicht in mogelijke kwantiteit en ruimtelijke kwaliteit Het zoekgebied ligt in de gemeente Elburg min of meer parallel, maar niet direct aan, de Veluwemeerkust. Het gebied heeft een cultuurhistorisch nog gaaf landschap met een overwegend open karakter. Uit het rapport ‘A28 als energieroute’ (Altenburg en Wymenga - juli 2019) komt naar voren dat het ecologisch bezien onwenselijk is om windmolens direct aan de oever van het Veluwerandmeer te plaatsen (Natura2000). Langs en boven de oever zijn veel vliegbewegingen van bijzondere Europees beschermde vogelsoorten (met een instandhoudingsdoelstelling). Er is een afstand vanaf de kustlijn van ten minste 800 meter en bij voorkeur 1.200-1.400 meter nodig om negatieve
Zoekgebied Veluwemeerkust
effecten te voorkomen. Het zoekgebied houdt hier zoveel mogelijk rekening mee. In de nabijheid van het gebied ligt ook weidevogelgebied. Agrariërs in het gebied kunnen hier subsidie ontvangen voor Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb) specifiek om weidevogelgebied te beheren. Een ander knelpunt binnen dit zoekgebied is de laagvliegzone van Defensie die samenhangt met de oefenterreinen op de Noord-Veluwe. Hier wordt regelmatig met helikopters geoefend. Op basis van de analyse van belemmeringen, lijkt er technische ruimte te ontstaan voor windmolens. Vanuit het onderzoek ‘Wind op en rondom de Veluwe’ komt naar voren dat het realiseren van windenergie op of nabij de Veluwe zeer moeilijk lijkt en daarom is dit een van de weinige locaties rond Elburg waar windenergie wellicht gerealiseerd kan worden, bezien vanuit de belemmeringenkaart en het onderzoek ‘A28 als energieroute’. Nadere onderzoek naar de aanwezigheid van o.a. de wespendief en verkenning met belanghebbenden in het gebied moet uitwijzen of, en zo ja hoe, er daadwerkelijk mogelijkheden zijn voor realisatie van windmolens in dit zoekgebied. Inzicht in het maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak Regionale stakeholders en inwoners van de regio zijn sceptisch over de mogelijkheden voor en wenselijkheid van het realiseren van windenergie in dit zoekgebied.
Inwoners in de regio hebben zorgen bij het realiseren van windenergie in dit zoekgebied, al is de spreiding van de waardering van dit zoekgebied zeer breed. Een grote groep staat er negatief tegenover. Zij noemen daarbij de bescherming van natuur- en landschapswaarden. Een andere groep kan zich juist goed vinden in het gebied. Zij noemen juist het open landschap en de aanwezige wind langs de Veluwemeerkust als kans voor windenergie. Landinwaarts zouden windmolens wellicht mogelijk zijn, maar de mogelijkheden hiervoor moeten zorgvuldig in kaart worden gebracht. Mocht blijken dat er mogelijkheden voor windmolens zijn, dan wordt een opstelling in lijn met de Veluwemeerkust meer gewaardeerd dan losse molens, om zo verrommeling tegen te gaan.
RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
55
Cultuurhistorisch landschap met een overwegend open karakter aan Veluwemeerkust.
In de concept-RES werd het zoekgebied Veluwemeerkust genoemd. Dit gebied bestond toen nog uit twee delen: een deel in Nunspeet en een deel in Elburg. De gemeenteraad van Nunspeet staat bijzonder kritisch tegenover windenergie in het buitengebied langs de Veluwemeerkust. Er zijn zorgen rondom de natuurwaarden in en rondom het zoekgebied en of die niet aangetast worden. Het zuidelijke deel van het zoekgebied, zoals het in de concept-RES stond, ligt dicht bij het weidevogelgebied Polsmaten. De gemeenteraad van Elburg is kritisch over de realisatie van grondgebonden zon. Windenergie heeft daarom de voorkeur boven zonne-energie. De raad heeft aangegeven dat het inzetten op geclusterde locaties voor windenergie belangrijk is; dat sluit aan bij het realiseren van een cluster in het zoekgebied Veluwemeerkust. Inzicht in de systeemefficiëntie Dit zoekgebied ligt relatief ver van het dichtstbijzijnde onderstation in Harderwijk. De combinatie met grondgebonden zon ligt hier niet voor de hand, vanwege het open karakter en cultuurhistorische waarden van het polderlandschap. Daarmee is het aansluiten van een windinitiatief in dit gebied relatief kostbaar en minder efficiënt dan de eerder genoemde zoekgebieden voor windenergie. Betekenis voor het bod van de RES 1.0 Het zoekgebied Veluwemeerkust is geen onderdeel van het RES-bod.
Er zijn namelijk geen gerealiseerde of vergunde windprojecten of principeverzoeken. Het zoekgebied Veluwemeerkust is wel een onderzoeksgebied in deze RES 1.0. Dit houdt in dat, op basis van de huidige kennis, er onvoldoende informatie bekend is om te kunnen zeggen dat er voor 2030 in dit gebied windenergie kan worden opgewekt. Door het gebied als onderzoeksgebied mee te nemen, sluiten we het gebied vooralsnog niet uit.
RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
56
Tegelijkertijd is duidelijk dat dit gebied een zeer gevoelig gebied is en er veel nader onderzoek en nauwe afstemming met de omgeving en belanghebbenden nodig is naar de mogelijkheden van dit gebied en de impact op Natura2000-gebieden, weidevogelgebieden, inwoners en andere belanghebbenden (bijvoorbeeld agrarisch en recreatie). Aangezien dit een onderzoeksgebied is, nemen we geen voorschot op wat er uit het onderzoek komt.
6.1.5 Zoekgebieden afgevallen voor de RES 1.0 Windmolens langs de Drontermeerkust In de concept-RES waren drie ruimtelijke varianten/denkrichtingen opgenomen. In variant B was het zoekgebied Drontermeerkust opgenomen. Op basis van een integrale afweging tussen ruimtelijke kwaliteit, bestuurlijk en maatschappelijk draagvlak en systeemefficiëntie is geconstateerd dat het niet reëel is om windmolens te realiseren aan de Drontermeerkust. Het zoekgebied Drontermeerkust is komen te vervallen voor de RES 1.0. Inzicht in mogelijke kwantiteit en ruimtelijke kwaliteit Het zoekgebied voor windturbines zoals opgenomen in de concept-RES bestond uit vijf grote turbines van ieder 5,6 MW. Gedacht werd aan een opstelling in een lijnopstelling parallel aan het Drontermeer. Het zoekgebied lag grotendeels in de gemeente Oldebroek en deels in de gemeente Elburg. Er leek enige (technische) ruimte voor het realiseren van windenergie, al is het hierbij nodig dat verschillende omwonenden meedoen als ‘molenaarswoning’, omdat die woningen voor een deel binnen de geluidcontour zouden vallen. Het gebied kent een aantal serieuze knelpunten voor verdere ontwikkeling. Zo overlapt het zoekgebied met een succesvol weidevogelgebied, een ganzenrustgebied en ligt nabij Natura2000-gebied (het Drontermeer).
In de recent vastgestelde 7e actualisatie van de Omgevingsverordening van de provincie is opgenomen dat windturbines uitgesloten zijn in en nabij weidevogelgebied. Dit betreft ook de overzwaai van rotorbladen boven weidevogelgebied in. In het Natura2000-gebied en in de directe invloedssfeer ervan zijn windturbines lastig te vergunnen onder de Europese Natura2000-regelgeving. Ook moet er bij Natura2000 rekening gehouden worden met de externe werking van doelsoorten in het gebied. Ecologisch bezien is het onwenselijk om windmolens direct aan de oever te plaatsen van het Veluwerandmeer (Natura2000). Langs en boven de oever zijn veel vliegbewegingen van bijzondere Europees beschermde vogelsoorten (met een instandhoudingsdoelstelling). Er is een afstand van tenminste 800 meter en bij voorkeur 1.2001.400 meter nodig om negatieve effecten te voorkomen. Buitendijks ligt er parallel aan de dijk een smalle strook zonder status van Gelders natuurnetwerk (GNN), Natura2000, ganzenrustgebied of weidevogelgebied. Hoewel in deze buitendijkse zone een opstelling verder onderzocht zou kunnen worden waarbij belanghebbenden in het gebied zoals de binnendijkse gelegen boerderijen en Defensie worden betrokken, is het zeer onwaarschijnlijk dat windmolens in dit gebied gerealiseerd kunnen worden.
Dit gebied ligt, net als het gebied ten zuiden van de N50 bij knooppunt Hattemerbroek, in de laagvliegzone voor helikopters van Defensie. Vanwege de weidevogelbescherming en de actualisatie van de Verordening is het realiseren van grootschalige zonne-energie praktisch onmogelijk in dit zoekgebied. Inzicht in het maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak Zowel stakeholders als bewoners zijn overwegend negatief over het realiseren van windenergie in dit zoekgebied. Het open karakter van het gebied en de aanwezigheid van Natura2000 – en hoog gewaardeerde weidevogelgebieden zijn daar de voornaamste redenen voor.
RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
57
De provincie heeft aangegeven dat het zoekgebied niet aansluit bij provinciale belangen, omdat het overlapt met weidevogel-, ganzenrust–, en Natura2000-gebied en daardoor niet te realiseren is voor 2030. De gemeenteraad van Oldebroek heeft een amendement aangenomen waarin zij aangeeft het plaatsen van windturbines in de polder Oosterwolde onacceptabel te vinden. Het zoekgebied Drontermeerkust ligt precies op de grens met de polder Oosterwolde. Inzicht in de systeemefficiëntie Een eventueel te realiseren windpark zou ver weg liggen van een aansluitpunt waardoor deze relatief duur is. Van alle zoekgebieden ligt dit initiatief het verst verwijderd van een onderstation waardoor de kabelkosten relatief hoog zullen zijn. Het combineren van zonne- en windenergie zou in dit gebied voor een betere balans zorgen, maar die combinatie is in dit gebied niet mogelijk.
Windmolens bij dorpen (dorpsmolens) In de concept-RES waren drie ruimtelijke varianten/denkrichtingen opgenomen. In variant C was het principe van de dorpsmolen opgenomen als ‘zoekgebieden voor windenergie’. Op basis van een integrale afweging tussen ruimtelijke kwaliteit, bestuurlijk en maatschappelijk draagvlak en systeemefficiëntie is geconstateerd dat het niet reëel is om dorpsmolens in de regio Noord-Veluwe te realiseren. Het principe dorpsmolens is komen te vervallen voor de RES 1.0. Inzicht in mogelijke kwantiteit en ruimtelijke kwaliteit Dorpsmolens zijn relatief ‘kleine’ turbines van ca. 2 MW per stuk. Het principe van de dorpsmolens was gebaseerd op lokaal initiatieven in de buurt van een dorp of kern. Idee daarbij was dat het daarmee aansluit op de zones waar de meeste mensen wonen en waar de meeste energie verbruikt wordt. Uitgangspunt was dat dorpsmolens zouden moeten kunnen rekenen op lokaal draagvlak: waar initiatieven zijn, ontstaan ‘eigen’ dorpsmolens. Dorpsmolens kunnen op deze manier bijdragen aan lokaal eigenaarschap van de energietransitie: bewoners kunnen financieel deelnemen en profiteren van een turbine. Aanname in de concept-RES was dat er, verdeeld over de gehele regio, ruimte zou kunnen zijn voor zo’n tien dorpsmolens.
Een dorpsmolen zou dan lokaal aangesloten worden op het middenspanningsnet, zodat het niet nodig is om aan te sluiten op een onderstation. Realisatie van een dorpsturbine zou moeten verlopen via een zorgvuldig plaatsingsproces. Dorpsmolens, verspreid over de regio, zouden kunnen leiden tot verrommeling op regionale schaal. Bovendien zouden turbines moeten passen in de directe omgeving. Het realiseren van turbines in de nabijheid van gebieden waar mensen wonen in de dorpen en het buitengebied, brengt het risico mee van hinder in de leefomgeving. De impact van het onderzoek Wind op en rondom de Veluwe is groot op het principe van dorpsturbines, omdat de meeste indicatielocaties zich bevinden in de Veluwezoom. Dit is dicht in de buurt van het broedgebied van de Wespendief en kan daarmee een negatieve impact hebben op de mogelijkheden voor het realiseren van windturbines in andere zoekgebieden. Inzicht in het maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak Uit de regionale ruimtelijke ateliers was al bekend dat stakeholders verdeeld zijn over het principe van dorpsmolens. Er is angst voor verrommeling van het landschap door de spreiding van de turbines. Verder is de nabijheid van Natura2000-gebieden complex. Bewoners hebben aangegeven overwegend negatief tegenover de dorpsmolens te staan. Tweederde van de respondenten scoorde het principes als zeer laag (1 op een schaal van 5).
Er wordt gevreesd voor te veel overlast voor bewoners vanwege geluidsoverlast, slagschaduw en zichtverlies. Men ziet het als te versnipperd en is bang voor het effect op toerisme en woongenot. Verder is aangegeven dat het idee van
RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
58
participatie in een duurzame vorm van energie op zich mooi is, maar men vreest het NIMBY-effect en veel benodigd onderzoek en overleg. De provincie geeft aan dat zij vreest voor de aantasting van het landschap en Natura2000-gebieden. Het principe van dorpsmolens sluit dan ook niet aan bij provinciale belangen. De gemeenteraad van Elburg geeft aan dat dorpsmolens wellicht een aanvulling kunnen zijn op geclusterde grootschalige windenergie locaties. In de gemeente Putten is een motie aangenomen waarin staat dat er geen bestuurlijk draagvlak is voor dorpsmolens op het grondgebied van de gemeente. Inzicht in de systeemefficiëntie Vanuit systeemefficiëntie zijn dorpsmolens uitdagend, aangezien elke dorpsmolens apart aangesloten moet worden en de maatschappelijke kosten hoger zijn dan wanneer windmolens in een cluster worden gerealiseerd. Ruimtelijk zou er een koppeling gemaakt kunnen worden met bestaande bebouwing, waardoor de ruimtelijke impact wellicht beperkt kan worden. Tegelijkertijd hoeft een dorpsturbine van maximaal 2 MW aan vermogen niet naar een onderstation en kan eventueel in combinatie met kleine zonneweides worden gerealiseerd. Een dorpsmolens kan zo een bijdrage leveren aan een zekere lokale ‘zelfvoorzienendheid’ op dorps/buurtniveau.
De kabel is relatief goedkoop want hoeft niet naar onderstation en ze kan gebruik maken van een relatief bescheiden aansluiting op het middenspanningsnet. Er is in beperkte mate ruimte op het netwerk voor lokale dorpsturbines. Er zou concurrentie kunnen optreden met zon op dak om ruimte op het middenspanningsnet. Door de lagere hoogte is de efficiëntie en businesscase in beginsel minder goed.
6.1.6 Windsnelweg in het bos langs A28 en het spoor Vanaf het begin van het RES-traject is duidelijk dat de ruimte voor windmolens zeer beperkt is in de regio Noord-Veluwe. In de Bestuurlijke Startnotitie is daarom het uitgangspunt opgenomen dat alle overheidspartijen bereid zijn om bestaand (ruimtelijk) beleid te heroverwegen wanneer dat bijdraagt aan het realiseren van de energietransitie op regionaal niveau. In overleg met het Rijk zoeken we naar mogelijkheden om extra ruimte te creëren waar huidige landelijke en Europese (natuur)regelgeving beperkend is.’ Verschillende partijen in de regio roepen op om te onderzoeken of windmolens in het bos langs de A28 (windsnelweg) mogelijk kunnen zijn. Langs de infrastructurele lijn (A28 en het naastliggende spoor), wonen geen mensen waardoor windmolens daar geen overlast opleveren voor inwoners. Tegelijkertijd valt het bos langs de A28 en het spoor in het kerngebied van de Veluwe en heeft het een Natura2000-status. Uit eerdere onderzoeken, zoals het onderzoek ‘A28 als energieroute’ (Altenburg en Wymenga juli 2019), is wel gebleken dat windmolens langs de A28, vanwege de geldende Natura2000beschermingsregels, zeker niet mogelijk zijn voor 2030. Omdat dit inzicht al vroeg in het RES-traject ontstond, is de regio gaan kijken of er andere gebieden in de regio kansrijk zouden kunnen zijn voor windenergie.
De zoekgebieden die eerder in dit hoofdstuk/hierboven zijn genoemd, zijn het resultaat van die zoektocht.
RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
A28 als energieroute onderzocht.
59
In de fase tot aan de RES 1.0 is met regionale stakeholders niet verder gekeken naar de mogelijkheid voor windmolens langs de A28 en het spoor. Dit gebied is daarom ook niet opgenomen als zoekgebied in de concept-RES. Als gevolg daarvan is tijdens de consultatieronde met de inwoners ook niet gepolst hoe de inwoners van de regio denken over windmolens langs de A28. Dilemma Sommigen zien het gebied in het bos langs de A28 en het spoor als voorkeurslocatie voor windenergie. Dit gebied ligt in het kerngebied van de Veluwe (+1 km). In de rapportage ‘Windenergie op en rondom Notitie reflectie beantwoording
de Veluwe’ (A&W rapport) wordt geconcludeerd dat windturbines in het kerngebied van de Veluwe + 1km juridisch niet haalbaar zijn. Vanwege de huidige natuurwetgeving ontstaat er een dilemma: Als onverkort wordt vastgehouden aan de huidige toepassing van de Natura2000-wetgeving, dan kunnen enkele Noord-Veluwse gemeenten niet/nauwelijks een bijdrage leveren aan provinciale en landelijke doelstellingen voor het opwekken van hernieuwbare elektriciteit. Binnen de context van de NoordVeluwe, met zo’n groot aandeel beschermde natuur, gaat dat dan echt niet lukken. Het oplossen van dit dilemma, vraagt om het vinden van een balans. De regio Noord-Veluwe, kan dit niet alleen. Graag zoekt de regio met provincie en het Rijk naar mogelijkheden om extra ruimte te creëren waar huidige landelijke en Europese (natuur)regelgeving beperkend is, of te accepteren dat de bijdrage van de regio aan het behalen van de provinciale en nationale klimaatdoelen voor wat betreft de opwekking van hernieuwbare elektriciteit, zeer beperkt blijft.
RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
60
6.2 Bouwstenen zonne-energie De regio Noord-Veluwe hanteert de Gelders zonneladder als uitgangspunt.
1 2 3 4
No regret • Daken • Onbenutte bebouwde locaties • Op infrastructurele werken Zorgvuldig inpassen • Langs infrastructurele werken • Industriële plassen • Pauzelandschappen: Combineren op gevoelige locaties • Langs stads- of dorpsrand • Minder efficiënte landbouwgrond • Andere plassen • Buffer rondom natuurgebieden • Recreatiegebieden Grootschalig enkelvoudig • Productieve landbouwgrond
Vanuit zowel inwoners als stakeholders kunnen alle bouwstenen waarbij zon op grote daken of overkappingen wordt gerealiseerd rekenen op veel steun. Men vindt het logisch dat het potentieel van daken Zonnewijzer
benut wordt, dat heeft de voorkeur boven zonne-energie op land en wordt benoemd als efficiënte benutting van de ruimte. Stakeholders geven daarbij nog aan niet te onderschatten welke inzet er nodig is om het potentieel van de grote daken te benutten. Voorwaarde is dat pand- en locatie eigenaren meewerken met deze ontwikkeling. Dit is weer mede afhankelijk van de haalbaarheid van een initiatief. Vanuit Natuur en Milieu Gelderland is tevens aangegeven dat het benutten van grote daken een randvoorwaarde is, om met maatwerk, ook te kunnen kijken naar duurzame opwek in natuur en landschap. Het realiseren van grondgebonden projecten voor zonne-energie ligt gevoelig in de regio Noord-Veluwe. Een significant deel (16.069 hectare, ofwel 30,6% van de regio) van het grondgebied van de regio wordt voor de
RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
61
landbouw gebruikt. Een deel van deze landbouwgrond is tevens weidevogelgebied en/of ganzenrustgebied. De afgelopen decennia is het landbouwareaal in de regio met name als gevolg van woningbouw en ontwikkeling van bedrijventerreinen met 11% afgenomen: in Putten is de afname het kleinst geweest met 4%, terwijl in Harderwijk bijna de helft van de landbouwgrond een andere bestemming heeft gekregen. Grondgebruik; oppervlakte cultuurgrond (hectare) Periode
Elburg Ermelo Harderwijk Hattem
Nunspeet
Oldebroek
Putten
NoordVeluwe
Nederland Gelderland
2000
2.705
1.580
748
1.096
2.345
4.482
4.258
17.214
1.975.504
253.196
2010
2.576
1.352
388
1.113
2.317
4.546
4.054
16.345
1.872.319
238.060
2020
2.413
1.308
392
940
2.166
4.094
4.092
15.405
1.814.451
225.716
Wijziging periode 2010-2020
-162
-44
4
-172
-151
-452
38
-940
-57.869
-12.344
-6%
-3%
1%
-15%
-7%
-10%
1%
-6%
-3%
-5%
-292
-272
-356
-155
-179
-389
-166
-1.809
-161.053
-27.480
-11%
-17%
-48%
-14%
-8%
-9%
-4%
-11%
-8%
-11%
Wijziging perdiode 2000-2020
De druk op de landbouw is de afgelopen jaren steeds groter geworden. Schaalvergroting was nodig om te kunnen overleven. Het aantal landbouwbedrijven in de regio is daardoor de afgelopen decennia met ongeveer helft afgenomen: Aantal landbouwbedrijven, totaal Periode
Elburg Ermelo Harderwijk Hattem
Nunspeet
Oldebroek
Putten
NoordVeluwe
Nederland Gelderland
2000
200
173
71
62
229
296
367
1.398
97.389
16.846
2010
148
121
46
46
163
238
294
1.056
72.324
12.359
2020
99
82
27
28
101
160
212
709
52.695
8.854
Wijziging periode 2010-2020
-49
-39
-19
-18
-62
-78
-82
-347
-19.629
-3.505
-33%
-32%
-41%
-39%
-38%
-33%
-28%
-33%
-27%
-28%
-101
-91
-44
-34
-128
-136
-155
-689
-44.694
-7.992
-51%
-53%
-62%
-55%
-56%
-46%
-42%
-49%
-46%
-47%
Wijziging perdiode 2000-2020
Genoemde ontwikkelingen bepalen uiteraard het sentiment in de regio waar het gaat over ontwikkeling van zonnevelden op landbouwgrond. In het bod van de RES 1.0 wordt daarom nadrukkelijk ingezet op het benutten van grote daken en grondgebonden zon langs infrastructuur en drijvend. Daarnaast wordt in het bod voor de RES 1.0 de ontwikkeling van zon op landbouwgrond niet volledig uitgesloten. Wel wordt daarbij nadrukkelijk gesteld dat hiervoor maatwerk nodig is en een gebiedsgerichte aanpak
RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
62
waarbij ook andere gebiedsopgaven worden meegewogen. Voor zon op land geldt dat het accent ligt op kleinschaligheid en inpasbaarheid en aansluiting wordt gezocht met landschap, natuur en cultuurhistorie. In totaal bevat het bod van de RES 1.0 130 hectare zon op land. Daarvan zit al 30 tot 40 hectare met een SDE beschikking of vergunning in de pijplijn. Als de totale ambitie voor zon op land wordt gerealiseerd, dan leidt dit tot een afname van agrarisch gebruik van het land. 0,81% van de landbouwgrond zou dan gebruikt worden voor grondgebonden zon, al dan niet in combinatie met ander gebruik. Wanneer er zon op land wordt vergund dan gaat dat meestal gepaard met een zogenaamde VVGB (verklaring van geen bedenkingen) waarmee voor een bepaalde periode (25 jaar bv) mag worden afgeweken van het geldende bestemmingsplan (meestal agrarisch). Op deze manier wordt gelijk geborgd dat na afloop van de vergunde periode de oorspronkelijke bestemming weer teruggebracht wordt. De bestemming wordt dus niet veranderd en het bestemmingsplan ook niet aangepast. Het uitgangspunt om de Gelderse zonneladder te hanteren in de RES Noord-Veluwe is in lijn met wens en opdracht van verschillende gemeenteraden en het waterschap. Daarom kijken we goed welke potentie Verkenning Zon op Daken
er is voor zonnepanelen op daken in de regio Noord-Veluwe. Een uitgebreide toelichting op de potentie voor zonnepanelen op verschillende daken, en mogelijke ontwikkelingen die helpen om dit potentieel te benutten, is te vinden in de Verkenning Zon op Daken. Aan de hand van de voorkeursvolgorde uit de Gelderse zonneladder volgt hieronder per bouwsteen voor zonne-energie een toelichting:
6.2.1 Zon op grote daken op bedrijfsterreinen Inzicht in mogelijke kwantiteit en ruimtelijke kwaliteit Verspreid over de regio zijn grotere en kleinere bedrijfsterreinen te vinden. Deze bouwsteen voor zon heeft betrekking op het realiseren van zonprojecten op grote daken, maar ook bij (nieuwe) overkappingen op parkeerterreinen en boven opslagterreinen op bedrijfsterreinen: ‘harde’ plekken waar al bedrijvigheid en industrie is. Dit is vanwege meerdere redenen logisch. Zo combineert het vraag naar en aanbod van energie, helpt het om efficiënt gebruik te maken van de ruimte en vindt energieproductie plaats buiten het zicht. Je zou kunnen zeggen dat de zonne-installaties passen bij een werklandschap. De bouwsteen staat hoog op de Gelderse Zonnewijzer. Hoewel de potentie aan beschikbare grote daken in de regio Noord-Veluwse
Zon op bedrijfspanden in Harderwijk
gemeenten laag is ten opzichte van veel andere Nederlandse gemeenten, is het wel belangrijk om het beschikbare dakoppervlak goed te benutten. In de regio Noord-Veluwe is ruim 590 hectare bruto dakoppervlak aan daken groter dan 300m2. Daarvan is ongeveer een derde bedrijfsdaken. Helaas is lang niet al dit dakoppervlak te benutten voor zonnepanelen. Er zijn verschillende belemmeringen die het benutten van al het oppervlak beperken. Op basis van landelijke en provinciale cijfers is het realistisch om te verwachten dat in de periode tot 2030
RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
63
ongeveer 30% van al het dakoppervlak daadwerkelijk benut kan gaan worden. Op bedrijfsdaken is het naar verwachting wel makkelijker om een groter deel van het potentieel te benutten dan op daken van maatschappelijk vastgoed en agrarisch vastgoed. Daarbij stellen we dat ook een deel van de logistieke en opslagruimte (de buitenruimte) van de bedrijfsterreinen is te benutten door deze te overkappen of verticale zonnepanelen te plaatsen. In de RES 1.0 gaan we ervanuit dat er in 2030 ca. 90 hectare oppervlak op grote daken op bedrijventerreinen gerealiseerd kan worden. Als we uitgaan van 1,5 MW aan zonvermogen per hectare, dan gaat het om maximaal 135 MW. Inzicht in de systeemefficiëntie Door grote daken op bedrijfsterreinen te benutten voor productie van zonne-energie wordt aanbod gecreëerd daar waar de vraag naar elektriciteit is. De (ruimte voor) de benodigde infrastructuur is vaak al aanwezig. Het is onduidelijk of het middenspanningsnetwerk voldoende de stroom kan absorberen op bijvoorbeeld zeer zonnige weekenddagen met veel stroomproductie en minder vraag het middenspanningsnet. Door gebiedsgericht (per bedrijventerrein) en in samenwerking met de netbeheerder aan de slag te gaan, kan gewerkt aan een voorspelbare en realiseerbare aanpak en planning.
Betekenis voor het bod van de RES 1.0 De bouwsteen zon op grote daken van bedrijfsterreinen is onderdeel van het reële- en het ambitiedeel van het bod van de RES 1.0. Voor het reële deel gaan we uit van 45 hectare, omdat dit oppervlak al is gerealiseerd, of is vergund en/of er een SDE++-beschikking is afgegeven. Voor het ambitiedeel gaan we uit van 90 hectare zon op bedrijventerreinen, deze kan grotendeels op daken en deel op overkappingen op bedrijfsterreinen gerealiseerd worden. Aangezien zon op dak veel draagvlak heeft en qua ruimtelijke kwaliteit en systeem efficiëntie grote voordelen heeft, is het benutten van deze potentie een belangrijke opgave in de energietransitie in de Noord-Veluwe. Daarbij is het nodig uit te zoeken of en hoe beleid aangepast kan worden om zo pandeigenaren te faciliteren in het realiseren van zonne-energie op hun daken. Extra maatschappelijke inspanning om businesscases haalbaar te maken zoals versterken van de netinfrastructuur, versterken van dakconstructies, ontzorgen van ondernemers bij aanvragen van subsidies worden benoemd door stakeholders om deze potentie zoveel als mogelijk te benutten.
6.2.2 Zon op grote daken in dorpen en steden Inzicht in mogelijke kwantiteit en ruimtelijke kwaliteit Deze bouwsteen betreft grote daken en (nieuwe) overkappingen op parkeerterreinen in dorpen en steden (minimaal 15 kWp, ca. 60 panelen). Voorbeelden van grote daken binnen de bebouwde kom, zijn daken van maatschappelijk vastgoed (bijvoorbeeld schooldaken, daken van gemeentelijk vastgoed en zorginstellingen). Elke gebruikersgroep vraagt om een specifieke aanpak. Op daken van maatschappelijk vastgoed (groter dan 300 m2), bijna 700 panden in de NoordVeluwe, ligt ongeveer 87 hectare dakoppervlak. Naar verwachting kan een kleiner deel van dit vastgoed benut worden dan bij agrarische
Zon op gemeentehuis Ermelo
en bedrijfsdaken. De business case van deze
RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
64
bouwsteen kan namelijk lastig zijn doordat het vaak gaat om relatief kleine initiatieven. Er zijn dan meer daken nodig om tot eenzelfde aantal panelen en een goed verdienmodel te komen. Vaker dan bij grote daken op bedrijventerreinen zijn deze grote daken en overkappingen zichtbaar, ze zijn onderdeel van de leefomgeving van mensen en het moet wel mogelijk zijn deze goed in te passen. Aan de andere kant is het juist een meerwaarde van deze bouwsteen dat de energietransitie dichterbij komt en deel wordt van de leefomgeving, op een manier die men als logisch ziet (benutten van ‘lege’ daken). De bouwsteen staat daarom ook hoog op de Gelderse Zonneladder. Doordat de kwantitatieve potentie voor opwek van deze bouwsteen kleiner is wordt de bijdrage in het regionale bod van de RES relatief bescheiden; deze blijft beperkt tot ongeveer 5 hectare. Inzicht in de systeemefficiëntie Met zon op daken in de gebouwde omgeving wordt elektriciteit opgewekt daar waar er ook vraag naar elektriciteit is. Bovendien is de verwachting dat de vraag naar elektriciteit de komende jaren gaat stijgen als gevolg van een toename van het aantal elektrische voertuigen en warmtepompen. In de gebouwde omgeving is netinfrastructuur aanwezig, maar vaak is die infrastructuur nog niet berekend op de toename van zowel het energieaanbod als de -vraag.
Versteviging van het laag- en middenspanningsnet vraagt veel capaciteit (mensen en middelen) van de netbeheerder. Niet overal in de regio kan op hetzelfde moment het net worden verzwaard. Een gebiedsgerichte aanpak maakt de realisatie van de bouwsteen voorspelbaar, planbaar, concreet en zeker. Betekenis voor het bod van de RES 1.0 De bouwsteen zon op grote daken in dorpen en steden is onderdeel van het reële- en het ambitiedeel van het bod van de RES 1.0. Voor het reële deel gaan we uit van een klein aandeel, omdat dit oppervlak al is gerealiseerd of is vergund en er een SDE++-beschikking is afgegeven. Voor het ambitiedeel gaan we uit van 5 hectare zon op grote daken. Daarnaast kunnen overkappingen boven bedrijfs- of parkeerterreinen in dorpen en steden ook een belangrijke bijdrage leveren. Aangezien zon op dak veel draagvlak heeft en qua ruimtelijke kwaliteit en systeem efficiëntie Website schooldakrevolutie
grote voordelen heeft, is het benutten van deze potentie een belangrijke opgave in de energietransitie in de Noord-Veluwe. Zo is de regio met Schooldakrevolutie in gesprek over een specifieke aanpak om schooldaken te benutten voor zonne-energie. In sommige gemeenten zijn schooldaken al aardig benut. Soms ervaren dak-eigenaren belemmeringen die realisatie van zon op grote daken tegenhoudt. Het nodig uit te zoeken of en hoe beleid aangepast kan worden om dak-eigenaren te faciliteren in het realiseren van zonne-energie op hun daken. Extra maatschappelijke inspanning om businesscases haalbaar te maken zoals
Plaatsing eerste zonnepaneel op Prins Bernardschool in Ermelo.
versterken van de netinfrastructuur, versterken van dakconstructies, ontzorgen van ondernemers bij aanvragen van subsidies worden benoemd door stakeholders om deze potentie zoveel als mogelijk te benutten.
RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
65
6.2.3 Zon op grote daken in het buitengebied Inzicht in mogelijke kwantiteit en ruimtelijke kwaliteit Er is vrij veel potentieel aan groot dakoppervlak (voornamelijk agrarische daken) in het buitengebied. Het is de ultieme vorm van dubbel ruimtegebruik. Het is logisch dat potentieel ten volle te benutten en efficiënt gebruik te maken van de ruimte. Op veel bedrijfsdaken in de regio (ca. 1250), waaronder agrarische daken, zijn al zonnepanelen geïnstalleerd. Ze zijn inmiddels op veel plekken zichtbaar en een gewoon onderdeel van het landschap in het buitengebied. Ongeveer een derde van de 590 hectare aan grote daken in de Noord-Veluwe ligt in het buitengebied. Helaas is ook lang niet al het
Zon op agrarische daken
dakoppervlak van agrarische daken te benutten voor zonnepanelen. Er zijn verschillende belemmeringen die daarvoor zorgen. De constructie is niet altijd geschikt, bij sommige daken, zoals kassen, is het essentieel dat ze niet bedekt worden, en netcongestie kan in het buitengebied ook een rol spelen. Op basis van landelijke en provinciale cijfers is het realistisch om te verwachten dat in de periode tot 2030 ongeveer 30% van het dakoppervlak daadwerkelijk benut kan gaan worden. In de RES 1.0 gaan we er vanuit dat 15 hectare potentieel benut wordt in het reële deel van het bod en in het ambitiedeel 30 hectare oppervlak op grote (agrarische) bedrijfsdaken in het buitengebied gerealiseerd wordt. In deze cijfers zitten onzekerheden. Door de landbouwtransitie en stikstofproblematiek kan de situatie zich voordoen dat stallen en daarmee dakoppervlak verdwijnt. Ook is niet bekend welk deel van de grote daken asbest bevat. Om hier inzicht in te krijgen kan samenwerking met bijvoorbeeld LTO hier interessant zijn. Daarnaast moet bij het onderzoek naar het benutten van grote daken in het buitengebied ook gekeken worden naar samenhang met de bouwstenen ‘Zon gekoppeld met de gebiedsopgaven’ (zoals de landbouwtransitie). Zo kan onderzoek gedaan worden naar het aantal veehouderijen dat gaat stoppen de komende jaren en de locaties van asbest daken.
Informatie hierover is nodig om de haalbaarheid van het benutten van de grote daken in het buitengebied beter in te kunnen schatten. Inzicht in de systeemefficiëntie De vraag naar energie op agrarische bedrijven is beperkt en het bestaande infrastructurele netwerk LTO Erf van de Toekomst
is dun. Er zijn stevige investeringen nodig om zon op grote daken in het buitengebied aan te sluiten waardoor het minder efficiënt is, dan bijvoorbeeld zonne-energie op daken van bedrijventerreinen en in dorpen en steden. Aansluitingen zijn waarschijnlijk relatief duur of vragen om slimme coördinatie waarbij verschillende boerendaken worden gekoppeld op één grote aansluiting. Bij aansluitproblemen is het goed om ook mogelijkheden voor opslag van energie, bijvoorbeeld in zoutaccu’s of door middel van waterstof, te verkennen. Het benutten van grote agrarische daken voor opwekking van zonne-energie wordt door LTO gezien als onderdeel van het Erf van de Toekomst.
RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
66
Betekenis voor het bod van de RES 1.0 De bouwsteen zon op grote daken van in het buitengebied is onderdeel van het reële- en het ambitiedeel van het bod van de RES 1.0. Voor het reële deel gaan we uit van 60 hectare, omdat dit oppervlak al is gerealiseerd of is vergund en er een SDE++-beschikking is afgegeven. Voor het ambitiedeel gaan we uit van nogmaals 60 hectare zon op grote daken in het buitengebied.
6.2.4 Zon op grote daken en overkappingen op defensieterreinen Inzicht in mogelijke kwantiteit en ruimtelijke kwaliteit Uit de analyse van de defensieterreinen in de Noord-Veluwe blijkt dat er een potentie is voor ongeveer 20 hectare aan grote daken en ongeveer 10 hectare aan grote parkeerterreinen. We gaan ervan uit dat hiervan tezamen maximaal 50 procent te benutten is als netto oppervlakte. Deze cijfers hebben een hoge mate van onzekerheid. Alles staat of valt met de medewerking van Defensie en het Rijksvastgoedbedrijf (RVB), als eigenaar van de percelen en de gebouwen. Defensie staat zelf ook voor een belangrijke verduurzamingsopgave. Als onderdeel daarvan kijkt Defensie ook naar vernieuwing en aardgasvrij maken van hun vastgoed, ook op de kazerneterreinen in
Parkeerterrein op defensieterrein, overkapt met zonnepanelen.
de Noord-Veluwe. Als gevolg daarvan is nu nog lastig te bepalen hoeveel dakoppervlak er precies behouden blijft of dat er zelfs dakoppervlak bij komt. Het aardgasvrij maken van de gebouwen leidt naar verwachting tot een toename in de elektriciteitsvraag. Elektrificatie van (een deel) van het wagenpark en mogelijke plaatsing van laadpalen op defensieterreinen zal ook leiden tot een toename in de elektriciteitsvraag. We gaan er in de RES 1.0 vanuit dat zo’n 5 hectare, of 5 MW, oppervlak benut kan worden om zonneenergie op te wekken. Het gaat om circa vijf compacte locaties. Naar verwachting ligt op die locaties de energievraag en het aanbod dicht bij elkaar. Dit zou qua benodigde infrastructuur ook gunstig zijn. Inzicht in de systeemefficiëntie Defensie is een grote energieverbruiker. Opwekking van duurzame energie vlak bij de vraag is wenselijk voor de energieinfrastructuur. Enkele grotere clusters van grote daken en parkeerterreinen zouden overkapt kunnen worden. Efficiënt kabelgebruik is daardoor mogelijk. Het gaat hier om het benutten van al bestaand dakoppervlak en ook grote parkeerterreinen. Het gaat om circa vijf compacte locaties. Dit zou ook qua kabel uit moeten kunnen en het zal waarschijnlijk lokaal op het middenspanningsnet kunnen worden aangesloten.
Betekenis voor het bod van de RES 1.0 De bouwsteen zon op grote daken en overkappingen op defensieterreinen is onderdeel van het ambitiedeel van het bod van de RES 1.0. Er zijn nog geen projecten in beeld die al gerealiseerd zijn, een beschikking of vergunning hebben. Voor het ambitiedeel gaan we uit van 5 hectare zon op grote daken en overkappingen. Het is belangrijk om het gesprek met het Rijksvastgoedbedrijf en Defensie te continueren.
RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
67
6.2.5 Zon langs snelwegen en overige infrastructuur en drijvend Inzicht in mogelijke kwantiteit en ruimtelijke kwaliteit De bouwsteen heeft betrekking op het ontwikkelen van projecten voor zonne-energie langs infrastructuur. Deze locaties worden vaak al als verstoord gezien, waardoor plaatsing van zonnepanelen, niet of nauwelijks als probleem wordt gezien. De bestaande geluidsschermen en -wallen zijn vaak geen mooie objecten en daarom wordt het combineren met zonnepanelen gesteund. Daarbij moet gedacht worden aan grondgebonden zon in bermen en overhoeken, maar ook op geluidsschermen. Er bestaan wel zorgen wanneer nagedacht wordt over het creëren van nieuwe geluidswallen. Het uitzicht vanaf de snelweg of uit de
Bestaande geluidschermen langs A28 mogelijk combineren met zonnepanelen.
trein moet ook niet verstoord worden. Ook zijn er zorgen geuit rondom de verkeersveiligheid vanwege eventuele reflectie van zonnepanelen langs de snelweg en er zijn twijfels bij de business case. Op verschillende plekken in de regio kunnen ook drijvende zonnepanelen worden geplaatst, zoals op De Kolk bij knooppunt Hattemerbroek. Bij deze bouwsteen denken we ook aan voormalige vuilstorten. Op die manier is het efficiënt ruimtegebruik op plekken die men al beschouwd als ‘verstoord’ en die niet te dicht in de buurt van Microsoft Word - Amendement beleidskader hernieuwbare energie CDA definitief. docx
woningen zijn. Gemeente Hattem en provincie Gelderland onderzoeken de mogelijkheid om op een voormalige vuilstort in de gemeente Hattem een zonnepark van ca. 2 hectare te laten ontwikkelen. Aangezien deze specifieke locatie in een Natura2000-gebied ligt, zou er een uitzondering moeten worden gemaakt op de lijn om geen zon op land in Natura2000-gebied toe te staan. Voor enkele grotere initiatieven zoals drijvende zonnevelden en het benutten van enkele stortplaatsen lijkt het haalbaar dat dit kan worden gerealiseerd voor 2030. In de Noord-Veluwe liggen infrastructuurlijnen ook vaak in Natura2000-gebieden, dit beperkt aanleg van zon langs infra langs een deel van de corridor A28. Inzicht in de systeemefficiëntie De langlijnige vorm en relatief kleine initiatieven maakt bekabeling relatief duur. Haalbaarheid van de business case is onduidelijk, maar zal per project verschillen. Betekenis voor het bod van de RES 1.0 De bouwsteen zon langs snelwegen, overige infrastructuur en drijvend is onderdeel van het reële deel en het ambitiedeel van het bod van de RES 1.0. Voor het reële deel gaan we uit van projecten die al in de pijplijn zitten, zoals het drijvende zonnepark bij Hattemerbroek. Voor het ambitiedeel gaan we uit van 30 tot 40 hectare zon op land of water. Het is belangrijk om het gesprek met Rijkswaterstaat, andere wegbeheerders en ProRail te continueren.
Daarbij moet wel opgemerkt worden dat Rijkswaterstaat haar capaciteit (mensen en middelen) inzet in die gebieden die de grootste bijdrage kunnen leveren aan de nationale doelstellingen. De mogelijkheden
RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
68
langs de infrastructuur in de Noord-Veluwe zijn echter zeer beperkt. In het Rijksbrede Programma OER (Opwek van Energie op Rijksvastgoed) is een lijst met grote projecten opgesteld. De corridor N50 staat op de lijst van mogelijk interessante gebieden. Het ligt dus in de rede om deze bouwsteen voor zonneenergie te zien in het licht van het zoekgebied voor windenergie bij knooppunt Hattemerbroek. Bij verdere uitwerking van drijvende zonne-energie is het belangrijk ook rekening te houden met sportvisserijgebruik en de toegankelijkheid van wateren voor de sportvisserij en recreatie. Afstemming met Waterschap Vallei en Veluwe is van belang bij de ontwikkeling van drijvende zonnepanelen. Het waterschap toetst op de ecologische impact van drijvende zonneparken.
6.2.6 Zon in combinatie met gebiedsopgaven De regio Noord-Veluwe ontwikkelt windenergie en zet vol op het benutten van grote daken voor het opwekken van zonne-energie. Om het elektriciteitsaanbod in de regio te verduurzamen is echter ook zon op land (of drijvend) nodig. Daarom kijkt de regio ook naar mogelijkheden voor zon op land. Zorgvuldigheid in proces en participatie en juiste maatvoering passend bij aard en schaal van het landschap zijn daarbij essentieel. Inzicht in mogelijke kwantiteit en ruimtelijke kwaliteit In de regio Noord-Veluwe spelen verschillende opgaven: landbouwtransitie, het stikstofdossier, behoud en versterking van natuur en landschap, recreatie, klimaatadaptatie en natuurlijk ook de energietransitie. De RES is een aanleiding om in gesprek te gaan met belanghebbenden in de regio, maar niet de enige. Deze bouwsteen biedt de mogelijkheid om, mits zorgvuldig en met de juiste maatvoering ingezet in combinatie met andere gebiedsopgaven, meerdere opgaven aan te pakken. Het hele grondgebied van de Noord-Veluwe: de binnenzijde van de Veluwe, het overgangsgebied van de hogere Veluwe naar de
Aanbouw zonnepanelenveld bij Aalbertshoeve in Ermelo -
randmerenkust en de landgoederenzone: Het
april 2021
zijn landschappen met oude laanstructuren en landgoederen, met essen, kampen en jonge ontginningen. Het gaat ook om het landbouwgebied in de agrarische enclaves. Parallel aan de Veluwerand en in de enclave liggen de dorpen, aan de randmeren de oude Hanzesteden. In dit gebied bevinden zich van oudsher veel veehouderijbedrijven. Vanwege het stikstofdossier is er behoefte aan het transformeren van de veehouderij waarbij onder meer de stikstofbelasting op de Veluwe afneemt. Dit vraagt om andere stalsystemen of extensivering van bedrijven. Dit zal een forse investering vragen waarbij de koppeling van zon en landbouwtransitie de mogelijkheid geeft om een aanvullend verdienmodel met bijvoorbeeld per boerenbedrijf een zonneweide te realiseren. Dit zou bijvoorbeeld ook ruimtelijk kunnen worden ingepast in het kleinschalig landschap door aan te sluiten bij bestaande boerenerven. Zo ontstaan verspreide zonneparkjes van een à twee hectare die lokaal kunnen worden aangesloten.
RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
69
Op enkele locaties zijn grotere zonneclusters wellicht mogelijk zoals in agrarische transitiegebieden en in de Koloniën in de agrarische enclave. Echter, in de gemeente Nunspeet geldt het beleidskader voor zonne-energie waarin zonne-energie op land bij bestaande (agrarische) bedrijven alleen mogelijk is, met een aantal randvoorwaarden en met een maximale netto oppervlakte van 0,5 hectare. Dit beleid geldt ook in de agrarische enclave bij Elspeet. Een groter zonnecluster is daar op dit moment dus niet mogelijk. Provincie Gelderland heeft een sterke voorkeur voor zonnevelden op land wanneer deze zijn gecombineerd met sloop van stallen en landschappelijk ingepast met groen/houtwallen. Inzicht in het maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak Uit de reacties die inwoners van de Noord-Veluwe hebben gegeven tijdens de consultatieronde na vaststelling van de concept-RES, bleek dat een meerderheid van de respondenten zich niet kan vinden in deze bouwsteen of aangeeft het lastig te vinden om een beeld te krijgen bij hoe de bouwsteen precies kan werken. In algemene zin is er een duidelijke voorkeur voor zon op dak boven grondgebonden zon. Aantasting van het landschap, de natuur – landbouw – en recreatiegebieden worden daarbij het meest genoemd als zorgen. Als het moet gebeuren: dan heel zorgvuldig en met een goede belangenafweging.
Deze bouwsteen is zojuist bedoeld voor deze zorgvuldige afweging. Deze bouwsteen staat niet op zichzelf maar krijgt zijn kracht vanuit de verbinding die wordt gelegd met andere relevante gebiedsopgaven. In verschillende ruimtelijke ateliers (werksessies) bleek dat het gebruik van impressiebeelden van de inpassing van zonne-energie in agrarische gebieden, zorgvuldige inpassing belangrijk is en tot meer steun kan leiden. Uit de bewonersenquête blijkt dat deze bouwsteen relatief laag wordt gewaardeerd. Reden van de lage waardering is dat zonnevelden afbreuk kunnen doen aan het gebiedsspecifieke karakter van het buitengebied. Wel wordt het als mogelijk gezien om aan de randen, in een ruimtelijk gebiedsproces met maatwerk, zonnevelden te realiseren. Zon op (voormalige) erven lijkt ook haalbaar, wat draagvlak betreft. Inzicht in de systeemefficiëntie In het buitengebied is een relatief dunne energie-infrastructuur. Op dit moment is het daardoor niet mogelijk om op elke locatie in de regio zon op dak of grondgebonden zonprojecten aan te sluiten. Een zorgvuldige gebiedsgerichte aanpak waarbij ook de netbeheerder aan tafel zit, maakt het mogelijk om de energietransitie voorspelbaar, planbaar en realiseerbaar te maken. Een gebiedsgerichte aanpak is ook nodig om het effect van losse projecten in het landschap te monitoren en het landschap te beschermen.
Betekenis voor het bod van de RES 1.0 De bouwsteen zon in combinatie met gebiedsopgaven is onderdeel van het reële deel van het bod van de RES 1.0. Voor het reële deel gaan we uit van de verschillende projecten die al een SDE beschikking hebben voor een zonnepark, samen ca. 15 hectare. Voor het ambitiedeel van het regionale bod gaan we uit van 90 tot 100 hectare. Voor het onderzoeksdeel nemen we geen kwantitatief getal op. De crux zit namelijk in het zorgvuldige gebiedsproces dat doorlopen moet worden om te kunnen bepalen of, en zo ja hoeveel, duurzame elektriciteit er opgewekt kan worden. Dit vraagt dus analyse en uitwerking samen met de belanghebbenden in de gebieden. Vanuit meerdere partijen is aangegeven dat het benutten van grote daken een randvoorwaarde is, om met maatwerk ook te kunnen kijken naar grondgebonde zonprojecten. Samenwerking met bijvoorbeeld LTO kan hier interessant zijn, eventueel in samenhang met de bouwsteen ‘zon op grote daken in het buitengebied’. Zo kan onderzoek gedaan worden naar de combinatie van zonne-energie, landbouwtransitie, stikstofdossier en versterking van natuur en landschap, en andere gebiedsopgaven.
RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021
70
Voorkomen moet worden dat ontwikkelingen van blijvende boeren in hun landbouwtransformatie worden belemmerd zoals het versplinteren van - toekomstige - huiskavels. Bij stoppende boeren zou een blauw voor rood regeling kunnen gelden. In de gehele Noord-Veluwe zijn er de komende tien jaar naar verwachting meer dan 150 stoppende boerenbedrijven die elk 1 of 2 hectare zon zouden kunnen realiseren bij voorkeur op de voormalige boerenerven. Ook bij blijvers is deze bouwsteen als onderdeel van hun transformatie bespreekbaar. Hier ligt een groot potentieel. Een goede nadere uitwerking in samenhang met de bouwsteen zon op grote daken in het buitengebied zal moeten plaatsvinden. Dit zal gebiedsgericht moeten plaatsvinden in afstemming met andere ruimtelijke gebiedsopgaven zoals het kleinschalige landschap en het woongenot van burgers en recreatieve waarden en met behoud van belangrijke waarden zoals de nog gave ‘enken’ in het gebied.
6.2.7 Bouwsteen afgevallen voor RES 1.0 Zon in combinatie met veenweideherstel In de concept-RES waren drie ruimtelijke varianten/denkrichtingen opgenomen. In variant B was de bouwsteen ‘Zon in combinatie met veenweideherstel’ opgenomen. Op basis van een integrale afweging tussen ruimtelijke kwaliteit, bestuurlijk en maatschappelijk draagvlak en systeemefficiëntie is geconstateerd dat het niet reëel is om de bouwsteen ‘Zon in combinatie met veenweideherstel’ in de regio Noord-Veluwe te realiseren. Bouwsteen ‘Zon in combinatie met veenweideherstel’ is komen te vervallen voor de RES 1.0. Inzicht in mogelijke kwantiteit en ruimtelijke kwaliteit In de regio Noord-Veluwe is één veenweidegebied: polder Oosterwolde in de gemeente Oldebroek. In dit gebied spelen meerdere gebiedsopgaven. Zo is er in delen van dit gebied in meer of mindere mate sprake van bodemdaling. Dit kan op termijn het verdienvermogen van een deel van de agrariërs onder druk zetten. Tegelijkertijd is dit veenweidegebied een succesvol weidevogelgebied. Verschillende agrariërs zetten zich nadrukkelijk in voor het weidevogelbeheer. Hiervoor ontvangen zij ook beheervergoedingen vanuit het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb).