CConstaterende datPutten
Koppel je AI →
Document · PDF

RES 1.0 Noord-Veluwe 2021 04 21

Commissie Economie, Bestuur en Openbare Ruimte 28 juni 2021, gemeente PuttenBij agendapunt: RES 1.037.476 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021

26

Op nationaal niveau was er samenwerking met rijkspartijen zoals het Nationaal Programma RES (NPRES) en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), met het Rijksvastgoedbedrijf, en met Staatsbosbeheer, Defensie, Prorail en Rijkswaterstaat in het kader van het OER-programma (Opwek Energie op Rijksgronden).

Koppelkansen Vaak zijn plannen voor zon-op-dak of zonnevelden en windmolens prima te koppelen aan andere plannen. Dat maakt ze bijvoorbeeld:

Zon & recreatie en educatie • Nieuwe routes door het landschap • Betrokkenheid samenleving bij transitie en duurzame levensstijl

• nog duurzamer • aanvaardbaarder voor omwonenden • rendabeler

Voorbeeld: samenwerking met initiatief van de Schooldakrevolutie.

Waar liggen die koppelkansen?

Cable pooling zon & wind • 95% van tijd is er opwek uit zon OF opwek uit wind

Wind & opbrengst voor bewoners

• Opgewekte elektriciteit uit zon en wind kan dus via dezelfde kabel worden vervoerd

• Inwoners kunnen aandelen kopen • Percentage inkomsten gaat naar omgevingsfonds Voorbeeld: bij windmolenpark Hattemerbroek zijn inwoners mede-eigenaar

Zon & parkeren

en is een duurzaamheidsfonds ingesteld.

• Zonnepanelen op carports en grote parkeerterreinen • Auto’s koel, droog en sneeuwvrij Voorbeeld: zonnepark op het dak van parkeerterrein Dolfinarium.

Zon & natuur en landschap • Kruidenrijk grasland onder en om panelen • Landschapselementen als omranding voor herstel kleinschalig landschap en landgoederenzone • Ondersteunend aan ecologische verbindingszone Voorbeeld: in de pilot Landgoederenzone onder-

Zon & infrastructuur • Zonnepanelen als geluidsscherm om geluidshinder te voorkomen

zoeken we samen met landgoedeigenaren de mogelijkheden voor duurzame opwek binnen de landschappelijke en maatschappelijke kwaliteiten van de landgoederen in de regio.

Zon op dak & draagkracht verenigingen • Extra inkomstenbron voor bijv. sportverenigingen

Zon & landbouwtransitie • Asbest daken vervangen met zonnepanelen • Extra financiële motor om landbouwtransitie te versnellen of zon op voormalige agrarische erven. Voorbeeld: Erf van de toekomst initiatief van de LTO.

Zon op dak & inkomen en imago ondernemers • Verdienmodel en groen imago voor bedrijven Voorbeeld: Zonnedak op Bouw- en infrapark in Harderwijk levert energie voor 125 huishoudens.

RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021

27

Hoofdstuk 4: Proces De regio Noord-Veluwe werkt al enkele jaren samen aan de energietransitie. De komende decennia blijft de energietransitie een belangrijk thema. Het proces in de regio startte met de pilot-RES (2017-2018), daarna in de concept-RES (20192020) en deze RES 1.0 (2020-2021). In 2023 volgt de RES 2.0, in 2025 de RES 3.0, enzovoorts. Naast de energietransitie is er een andere grote verandering gaande: de invoering van de Omgevingswet. De afspraken uit deze RES moeten worden verankerd in de omgevingsbeleid (gemeentelijke omgevingsvisies, programma en omgevingsplannen) om vergunningen te kunnen afgeven voor energieprojecten. Ook in de provinciale omgevingsvisie en verordening moeten de RES-afspraken hun plaats krijgen.

Planning RES-proces richting 2030 en 2050

RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021

28

4.1 Uitgangspunten Bij aanvang van het proces waarin de regio werkte richting de concept-RES en de RES 1.0 heeft de regio de volgende richtinggevende uitgangspunten geformuleerd in de Bestuurlijke Startnotitie:

• De RES-regio Noord-Veluwe voorziet in 2050 in haar eigen energiebehoefte. • De opgave van de RES wordt zo veel mogelijk integraal benaderd: andere gebiedsopgaven worden waar mogelijk meegenomen bij het maken van afwegingen.

• De regio kijkt naar het potentieel van de regio en wat dit betekent voor de energieopgave, de ruimtelijke kwaliteit en infrastructuur. Dit alles met aandacht voor de maatschappelijke acceptatie en maatschappelijke kostenefficiëntie. Juist vanwege dit spanningsveld is het nodig aan de voorkant de volgende spelregels met elkaar af te spreken:

• De RES is gebaseerd op lokale regie in een regionaal proces van samenwerking. • De RES wil zo veel mogelijk aansluiten op wat er aan lokale kansen en mogelijkheden is of wordt ontwikkeld. Daarbij geldt de kanttekening dat het geen vrijblijvend proces is. De regio heeft een inspanningsverplichting.

• Alle overheidspartijen zijn bereid om bestaand (ruimtelijk) beleid te heroverwegen wanneer dat bijdraagt aan het realiseren van de energietransitie op regionaal niveau. In overleg met het Rijk zoeken we naar mogelijkheden om extra ruimte te creëren waar huidige landelijke en Europese (natuur)regelgeving beperkend is.

• Samen uit, samen thuis. Het begrip “Samen uit, samen thuis” vraagt van alle deelnemende bestuurlijke partijen dat zij zich, op basis van een vastgestelde startnotitie, committeren aan het proces van vorming van een RES die ook mede het uitgangspunt vormt voor de uitwerking in de instrumenten die lokaal de kaders bepalen voor ontwikkelingen op het gebied van ruimte en energie. Dit betekent ook dat er een weging plaats gaat vinden tussen “lusten en lasten” in relatie tot ieders bijdrage aan de RES die niet alleen recht doet aan de lokale context, maar ook aan de kwaliteiten van de Noord-Veluwe als geheel.

• De bestuurlijke partners in de regio hebben vertrouwen dat in onderling overleg een gedragen RES ontwikkeld kan worden. Iedereen werkt daar ook hard aan. Desondanks is het voorstelbaar dat er een situatie ontstaat waarin de bestuurlijke partners in de RES het niet met elkaar eens kunnen worden. Daarom is het nodig om aan de voorkant met elkaar af te spreken hoe in zo’n situatie wordt gehandeld. Hiervoor is een escalatiemodel ontwikkeld en vastgesteld in de Bestuurlijke Startnotitie.

• De bestuurders spreken elkaar aan op ieders bijdrage aan de RES waarin gezocht wordt naar een weging tussen lasten en lusten die recht doet aan de kwaliteiten van de Noord-Veluwe.

• De gemeenten en de provincie borgen de afspraken in de RES in de instrumenten van de Omgevingswet (gemeentelijk: omgevingsvisie, programma en omgevingsplannen en provinciaal: omgevingsvisie, omgevingsverordeningen en projectbesluiten) en in de transitievisie warmte en de wijkuitvoeringsplannen.

4.2 Pilot-RES in de regio Noord-Veluwe In 2017-2018 hebben de gemeenten in de regio Noord-Veluwe zich verdiept in de enorme opgave van de komende energietransitie. De Noord-Veluwe was één van de zeven landelijke pilotregio’s uit de Greendeal Regionale Energie Strategie. Rijk, VNG, UvW en IPO hebben met dit traject verkend wat de ruimtelijke impact van de energieopgave is en wat nodig is om te komen tot maatschappelijk draagvlak. Tijdens de pilot is voor de acht1 gemeenten, met behulp van de Energie Transitie Atlas (ETA), de ruimtelijke potentie aan zonne-energie, windmolens en biomassa in beeld gebracht. Vervolgens zijn de gemeenten Ermelo, Putten, Nunspeet, Elburg en Oldebroek een intensief traject gestart met lokale sessies en ruimteateliers over de energietransitie.

1

In de pilot-RES deed ook gemeente Heerde mee. Gemeente Heerde heeft zich aangesloten bij de RES-regio Cleantech en is daarmee geen onderdeel van de RES-regio Noord-Veluwe.

RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021

29

Op het moment van de pilot had de gemeente Harderwijk de stappen uit de pilot al doorlopen, aangezien zij al lokaal klimaatbeleid hadden opgesteld. De gegevens hiervan zijn aangeleverd en in de pilot-RES verwerkt. De pilot-RES was bedoeld om ervaring op te doen met de RES, zodat vanuit deze ervaringen elke regio in Nederland een RES kon opstellen. Op basis van een inhoudelijke analyse hebben de gemeenten geconcludeerd dat er nog aanzienlijke verschillen zijn tussen de resultaten van de pilot-RES en wat nodig is voor de concept-RES. De leerervaringen uit de pilot zijn meegenomen in het traject dat heeft geleid tot de concept-RES in 2020 en deze RES 1.0.

4.3 De concept-RES Noord-Veluwe In de periode tussen het voorjaar van 2019 en de zomer van 2020 heeft de regio gewerkt aan de concept-RES Noord-Veluwe. De landelijke planning voor oplevering van een gedragen concept-RES heeft concept -RES

de regio voor een flinke uitdaging gesteld. De volgende stappen zijn hierin gevolgd: 1. Basis op orde brengen 2. Voorbereiden en uitvoeren ruimtelijke ateliers (werksessies) 3. Bestuurlijke besluitvorming 4. Maatschappelijke betrokkenheid 5. Warmte (RSW) 1. Basis op orde brengen Aan het begin van het RES-traject heeft de regio een inventarisatie gemaakt van het bestaande (ruimtelijk) beleid omtrent energie en de plannen voor duurzame opwek van energie in de verschillende gemeenten.

Bijlage 4. Energiemix

Ook zijn de leerpunten uit de pilot-RES geïnventariseerd. Ook heeft de regio de gegevens en kaarten bestudeerd die zijn aangeleverd door het NPRES, gemeenten, provincie, waterschap en netbeheerder. Om zicht te krijgen op de huidige en verwachte toekomstige regionale en lokale vraag naar en aanbod van energie en de zijn analyses uitgevoerd op lokaal en regionaal niveau: de energiemixen 2030 en 2050. Op 24 september 2019 was de regionale start van het RES-traject. Het proces en de beoogde resultaten zijn hier besproken. Ook zijn de aanwezigen geïnformeerd over de warmtetransitie in de regio en de stappen die binnen de RSW gezet zouden gaan worden. Zowel stakeholders als bestuurders (ook raads-, staten- en AB-leden) waren aanwezig. Tijdens deze bijeenkomst zijn de thema’s voor de gebiedsateliers vastgesteld. 2. Voorbereiden en uitvoeren ruimtelijke ateliers (werksessies) Nadat de regio een goed beeld had gekregen van de huidige stand van zaken en inzichten over de verwachte ontwikkelingen, is een aanpak ontwikkeld waarin via ruimtelijke ateliers met stakeholders is nagedacht over de wijze waarop duurzame energie in de regio kan worden gerealiseerd. Ter voorbereiding op de ruimtelijke ateliers is een landschapsanalyse uitgevoerd en zijn energiebouwstenen ontwikkeld. Daar waar al energiebouwstenen bestonden vanuit de pilot-RES zijn deze hergebruikt.

Van 28 oktober tot en met 11 november 2019 hebben er vijf gebiedsateliers plaatsgevonden. Redenen daarvoor waren dat de regio grofweg is op te delen in vijf gebiedstypen en dat de regio er bewust voor koos om zoveel mogelijk op regionaal niveau te werken en geen ateliers op lokaal niveau te doen. Er is een landschapsanalyse uitgevoerd met daarbij de kenmerken per landschap. Aan de hand van die analyse zijn er gebiedstypen geformuleerd, die elk uit meerdere landschapstypen kunnen bestaan.

RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021

30

Per gebiedstype is een atelier georganiseerd:

• Bedrijventerreinen • Infrastructuur • Agrarisch gebied • Landgoederenzone • Bos, heide en defensieterreinen Tijdens elk gebiedsatelier is met stakeholders uit die gebieden gekeken naar de gebiedsspecifieke opgaven en zijn de kansen en belemmeringen voor grootschalige opwekking in die gebieden geïnventariseerd. Er is ook naar andere (ruimtelijke) opgaven en naar mogelijke koppelkansen gekeken. Tijdens een regionaal transformatieatelier op 3 december 2019 zijn de analyses uit de gebiedsateliers samengebracht op regionaal niveau. Tijdens dit atelier zijn zoekgebieden en bouwstenen voor zonne- en windenergie voor de gehele regio en per landschapstype en functietype gepresenteerd en gevalideerd. Daarbij is ook gebruik gemaakt van de belemmeringenkaarten. Met de resultaten van dit atelier zijn vijf ruimtelijke varianten ontwikkeld die opgebouwd zijn uit zoekgebieden voor zonne- en windenergie. Ook is hier gewerkt aan een regionaal afwegingskader. Aan de hand van dit afwegingskader zijn de varianten steeds gewogen en verder uitgewerkt. 3. Bestuurlijke besluitvorming Om sturing te kunnen geven aan het RES-proces is een regionale stuurgroep RES Noord-Veluwe ingericht. De stuurgroep bestaat uit bestuurders van de verschillende overheden: zeven wethouders met de portefeuille duurzaamheid, een gedeputeerde uit de provincie Gelderland, een heemraad van het Waterschap Vallei en Veluwe.

Deze bestuurders nemen de besluiten in de stuurgroep. In de stuurgroep zitten ook vertegenwoordigers van andere maatschappelijke organisaties: de netbeheerder Liander, Natuur en Milieu Gelderland (voorheen GNMF), de gezamenlijke woningcorporaties, de verenigde energiecoöperaties, VNO-NCW. Deze leden geven advies aan de bestuurders. De stuurgroep RES Noord-Veluwe wordt voorgezeten door Bob Bergkamp (wethouder Oldebroek en gastheer voor het thema duurzaamheid in de regio Noord-Veluwe)

Provinciale Staten

Gemeenteraden (7x)

Algemeen Bestuur

Gedeputeerde Staten

Colleges B&W (7x)

College D&H

Stuurgroep RES Procesregisseur Werkgroep RES

Organisatiestructuur RES Noord-Veluwe

RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021

31

De stuurgroep RES komt regelmatig bij elkaar om richting te geven aan het RES-proces. De stuurgroep stelt belangrijke documenten vast en geeft ze daarmee vrij voor formele besluitvorming in de dagelijkse en algemene besturen van gemeente, provincie en waterschap. Gedurende het gehele proces worden de gemeenteraden, Provinciale Staten en het Algemeen bestuur via de wethouders, gedeputeerde en heemraad geïnformeerd over de vorderingen. Op gezette tijden worden de volksvertegenwoordigers gevraagd om hun wensen en opmerkingen over inhoud en proces te laten horen. Werkgroep De stuurgroep wordt ondersteund door de ambtelijke werkgroep RES die tot taak heeft de RES op proces en inhoud voor te bereiden, binnen de opdrachten en kaders van de stuurgroep. De werkgroep wordt voorgezeten door de procesregisseur en bestaat naast ambtenaren van de zeven gemeenten, waterschap en provincie uit vertegenwoordigers van de netbeheerder, Natuur en Milieu Gelderland (voorheen GNMF), de gezamenlijke energiecoöperaties, de gezamenlijke woningcorporaties, VNO-NCW en externe adviseurs. De werkgroep heeft samen met regionale stakeholders de RES 1.0 inhoudelijk ontwikkeld. Procesregisseur De procesregisseur RES is het eerste aanspreekpunt voor alle gemeenten en externe partijen. Hij bewaakt het overzicht en de voortgang, organiseert bijeenkomsten en vormt projectgroepen.

Hij heeft tot taak de werkorganisatie RES aan te sturen en de werkzaamheden daarbinnen te coördineren. De procesregisseur draagt de producten voor besluitvorming in de diverse organen voor aan de Stuurgroep. De procesregisseur werkt nauw samen met de (bestuurlijk) voorzitter van de Stuurgroep. De procesregisseur zorgt ook voor de afstemming met de andere Gelderse RES-regio’s via de provinciale Experttafel Regionale Samenwerking (GEA) en aangrenzende RES-regio’s (West-Overijssel en Flevoland). De procesregisseur vertegenwoordigt de regio in landelijke afstemming die plaatsvindt via bijeenkomsten van het Nationaal Programma RES. Afspraken bij de start van het RES-proces Bij aanvang van het RES-traject hebben de gemeenten, provincie en het waterschap in een Bestuurlijke Startnotitie afspraken gemaakt over hoe zij gezamenlijk tot de concept-RES wilden komen. Deze afspraken Startnotitie

zijn vastgesteld door gemeenteraden, provinciale staten en het algemeen bestuur van het waterschap. Op 19 december 2019 zijn aan de stuurgroep vijf uiteenlopende varianten gepresenteerd voor grootschalige elektriciteitsopwekking in de regio. Deze vijf varianten waren tot stand gekomen op basis van de gebiedsateliers en het regionale atelier met stakeholders. De stuurgroep gaf richting aan de verdere uitwerking hiervan, vanuit de wenselijkheid, de haalbaarheid en het advies van de maatschappelijke partijen in de stuurgroep. Vanaf dat moment is verder gewerkt met drie varianten die combinaties vormden van de eerdere vijf. Op 22 april 2020 stelde de stuurgroep de concept-RES vast en gaf zij deze, samen met de concept-RSW, vrij voor besluitvorming in colleges en raden. 4. Maatschappelijke en bestuurlijke betrokkenheid Het participatieproces tot 1 juni 2020 was erop gericht gedurende het RES-proces zowel de bestuurlijke RES-partners als maatschappelijke organisaties te betrekken. Gezien de korte periode waarin de concept-RES ontwikkeld moest worden heeft de regio ervoor gekozen om maatschappelijke organisaties nauw te betrekken. In deze lokale en regionale organisaties zijn inwoners en bedrijven georganiseerd waardoor hun inbreng, zij het indirect, meegenomen is bij de ontwikkeling van de concept-RES. Omwonenden en individuele bewoners zijn niet direct betrokken geweest.

RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021

32

Uitgangspunt in de vorming van de concept-RES Noord Veluwe was dat de bestuurlijke partners samen met maatschappelijke organisaties tot strategische keuzes komen. Maatschappelijke organisaties zoals woningcorporaties en bedrijfsleven zijn verantwoordelijk voor een aanzienlijk deel van het energieverbruik. Naast het maatschappelijke belang hebben zij ook een direct economisch belang. Het waterschap is enerzijds grootverbruiker van energie, anderzijds kan en wil het waterschap ook een bijdrage leveren aan de energietransitie, onder andere door warmte en duurzame elektriciteit die zij kunnen leveren. Andere maatschappelijke organisaties zoals de energiecoöperaties willen en kunnen een belangrijk rol spelen in de opwekking van duurzame energie. Financiële participatie door burgers in projecten voor grootschalige opwekking is een belangrijk uitgangspunt in het Klimaatakkoord. Agrariërs, natuur- en milieuorganisaties, landgoedeigenaren, parkmanagement (bedrijventerreinen) en partijen als Rijkswaterstaat, ProRail en Defensie hebben vanzelfsprekend bijzondere aandacht voor ruimtelijke inpassing van de energietransitie. Tegelijkertijd kunnen terreinbeherende organisaties ook een rol spelen in de opwekking van duurzame energie. Op 13 januari 2020 zijn drie varianten gepresenteerd aan de stakeholders. De stakeholders hebben de varianten besproken en geanalyseerd.

Sterke en zwakke punten zijn per variant opgehaald en verder verwerkt. Dit leverde een verbeterslag op voor de drie varianten. Op 6 februari 2020 heeft de stuurgroep verder richting gegeven aan de locaties en de schaalgrootte van grootschalige elektriciteitsopwekking om zo tot drie varianten voor de concept-RES te komen. Dit na een presentatie van netbeheerder Liander over de impact van de verschillende varianten op het energiesysteem en na advies van de overige maatschappelijke partners uit de stuurgroep. In het document ‘Stand van zaken concept-RES Noord-Veluwe’ werden aan de hand van de drie ruimtelijke varianten/denkrichtingen de contouren geschetst voor de concept-RES. In de stuurgroep van 6 februari 2020 is de concept-RSW vastgesteld. De concept-RSW is met de concept-RES vrijgegeven voor formele besluitvorming in colleges en raden. Op 25 februari 2020 hebben alle gemeenteraadsleden, Statenleden en leden van het Algemeen Bestuur van het waterschap het document ‘Stand van zaken concept-RES Noord-Veluwe’ ontvangen, met Bestuurlijke reacties

daarin een overzicht van het proces en de drie ruimtelijke varianten/denkrichtingen voor grootschalige opwekking. De oorspronkelijke planning was om op 21 maart 2020 een gezamenlijke consultatiebijeenkomst te organiseren voor alle deze bestuurders over die stand van zaken. Doel was om hen te informeren en te consulteren op de drie varianten uit de concept-RES. Vanwege de maatregelen rondom het coronavirus heeft deze bijeenkomst niet plaats kunnen vinden. Als alternatief is van alle bestuurders schriftelijke reactie gevraagd. Van alle gemeenteraden (niet alle fracties) zijn wensen en bedenkingen ontvangen. Het Algemeen Bestuur van het waterschap heeft niet gereageerd. Vanuit Provinciale Staten is uit één fractie een inhoudelijke reactie ontvangen. Oorspronkelijke was een laatste regionaal atelier met alle stakeholdersop 6 april 2020 voorzien. Doel was om aan hen vooraf de concept-RES op te sturen en tijdens het atelier hun belangen en ideeën per zoekgebied, bouwsteen en variant te inventariseren. Vanwege de maatregelen rondom het coronavirus heeft deze fysieke bijeenkomst niet plaats kunnen vinden. Als alternatief hebben de stakeholders begin april de concept-RES digitaal ontvangen en is hun input in de vorm van een digitale enquête opgehaald.

In de periode april/mei 2020 stelden de colleges van B&W de concept-RES (inclusief de concept-RSW) vast en leggen ze deze voor ter vaststelling door de gemeenteraden. Alle gemeenteraden stelden de

conceptRES

concept-RES en -RSW vast voor 1 oktober.

RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021

33

Gedeputeerde Staten stelde de concept-RES en -RSW vast en stuurde deze voor oordeelsvorming naar Provinciale Staten. Het college van Dijkgraaf en Heemraden stelden na consultatie van het Algemeen Bestuur de concept-RES en -RSW vast en stuurde deze ter informatie naar het Algemeen Bestuur. Op 1 oktober 2020 diende de regio Noord-Veluwe de concept-RES en -RSW in bij het NPRES. Er is in de concept-RES nadrukkelijk niet gekozen voor één van de ruimtelijke varianten/denkrichtingen. Aangezien de

De concept-RES van de regio

concept-RES was opgesteld in nauwe afstemming tussen

Noord-Veluwe bestond uit

overheden en maatschappelijke organisaties en inwoners

drie ruimtelijke varianten/

nog nauwelijks hun inbreng hadden kunnen geven, bestond

denkrichtingen die elk 0,5 TWh

de sterke behoefte om de samenleving breder te betrekken.

aan grootschalige opwekking

Ook liep er nog een aantal onderzoeken en de regio wilde niet

van elektriciteit bevatten,

vooruitlopen op mogelijke uitkomsten.

maar waarvan de ruimtelijke invulling, de impact op de

De concept-RES beschreef dat de grootschalige opwekking

elektriciteitsnetsysteem-

van duurzame elektriciteit impact heeft op het elektriciteit-

efficiëntie, en het

snetwerk (infrastructuur en opslagcapaciteit). Daarom heeft

maatschappelijk en bestuurlijk

de netbeheerder elk van de drie varianten/denkrichtingen

draagvlak verschilden.

voor grootschalige opwekking doorgerekend op netimpact. De concept-RES bood een eerste inzicht in de mogelijke impact op het elektriciteitsnetwerk. Na vaststelling is de concept-RES is ter consultatie voorgelegd aan de inwoners in de regio. Dit was de eerste stap van het vervolg van de ontwikkeling van de RES 1.0. 5. Warmte (RSW) In de fase van de concept-RES hebben alle zeven Noord-Veluwse gemeenten hun Transitievisie Warmte (TVW) opgesteld. In de TVW’s is de toekomstige warmtevraag bestudeerd en zijn voorkeursoplossingen concept -RSW

voor het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving beschreven. Gebaseerd op deze lokale visies hebben de gemeenten bovenlokale kansen en belemmeringen in kaart gebracht. Daarvoor zijn beschikbare regionale warmtebronnen geïnventariseerd. Daarnaast is een projectie gemaakt van de impact die de warmtetransitie heeft op de regionale infrastructuur voor warmte. Op basis van deze inventarisatie is een voorstel uitgewerkt over de regionale verdeling van warmtebronnen. Deze stappen zijn geland in de concept-RSW.

4.4 De RES 1.0 Noord-Veluwe Na vaststelling van de concept-RES in de gemeenteraden, Gedeputeerde Staten en het college van Dijkgraaf en Heemraden is in de periode vanaf de zomer 2020 tot het voorjaar van 2021 met veel energie gewerkt om de concept-RES door te ontwikkelen richting de RES 1.0. In deze periode zijn inwoners nadrukkelijker betrokken, lopende onderzoeken afgerond, en aanvullende analyse uitgevoerd. De volgende stappen zijn hierin gevolgd: 1. Verzamelen input voor RES 1.0 op basis van reacties op de drie ruimtelijke varianten/denkrichtingen uit de concept-RES. 2. Analyse van de ontvangen input. 3. Beschrijven bouwsteen/zoekgebied. 4. Uitwerken voorstel voor het verhaal van de RES 1.0. 5. Bestuurlijke validatie van de inhoudelijke richting voor het verhaal van de RES 1.0. 6. Opstellen RES 1.0.

RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021

34

Van drie varianten naar één regionaal verhaal 3 varianten uit de concept RES Elke variant bestaat uit: • Zoekgebieden voor windenergie • Bouwstenen voor zonne-energie Oldebroek

Hattem

Oldebroek

Elburg

Hattem

Elburg

Nunspeet

Harderwijk

Nunspeet

Harderwijk

Ermelo

Hattem

Oldebroek

Elburg

Nunspeet

Harderwijk

Ermelo

Ermelo

Putten

Putten

Putten

Variant A

Variant B

Variant C

Input op de varianten vanuit: • Bewoners

• Stakeholders

• Netbeheerder Liander

• PBL

• Bestuurders • Lopende onderzoeken

Analyse van de ontvangen input er ad sk ng te m

W ar

El

Afw eg i

er ad sk ng

Afw ekt eg i

r

de

jk

r li

Af w

jk d

raag v

eg

in

k

er

en

uu

ui

eli

st

br

g

pp

ad

gs

in

ka

eg

ch a

sk

be

ge

Kw a

it ite ric

Af w

M a ats

• Op basis van de vier afwegingscriteria: - Kwantiteit - Ruimtelijke kwaliteit - Maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak - Systeemefficiëntie

Sy ste em

it ite nt

ie nt cië effi

• Per zoekgebied en bouwsteen

Ru

im

te

la k

Beschrijven bouwsteen/zoekgebied • Toelichting aan de hand van de vier afwegingscriteria • Conclusie: meenemen naar RES 1.0 of niet

Uitwerken voorstel voor verhaal van de RES 1.0

Bestuurlijke validatie van inhoudelijke richting

Opstellen RES 1.0 RES 1.0

Reëel onderdeel: zonneen windenergie projecten met een grote realisatiekans (al gerealiseerd, al vergund of met een SDE++ beschikking)

RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021

Ambitie onderdeel: haalbare kansen voor zonne- en windenergie (projecten in initiatieffase, ideeën of ambities)

Nader onderzoek deel: het gaat hier om gebieden waar in principe technische ruimte is voor ontwikkelingen maar waarbij er nog veel onzekerheden of waarden zijn.

35

1. Verzamelen input voor RES 1.0 op basis van reacties op de drie ruimtelijke varianten/denkrichtingen uit de concept-RES. Vanuit verschillende kanalen is gereageerd op de concept-RES:

• Reacties van inwoners. Burgerconsultatie

- Burgerconsultatieronde (fysieke enquête, digitale enquête, gesprekken met inwoners)

• Reacties van bestuurders:

- Moties, amendementen en raadsbesluiten uit besluitvormingstraject concept-RES - Aandachtspunten van de provincie Gelderland

Reacties raden

• Reacties vanuit het Rijk / landelijke instanties:

- Tussentijdse analyse PBL (monitor concept-RES’en) - NPRES (foto van de concept-RES’en)

Reactie provincie

• Reactie van netbeheerder Liander

- Impactanalyse/handreiking systeemefficiëntie

• Reacties maatschappelijke organisaties: - Digitale enquête

Analyse PBL

• Uitkomsten onderzoeken: - Eindrapportage Pilot Verkenning MER voor vier Gelderse regio’s door Berenschot - Eindrapportage Onderzoek naar Wind op en rondom de Veluwe

Foto NPRES

Consultatie van inwoners Vanaf 1 juni 2020 bood de regio inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties, woonachtig en werkzaam in de regio, de mogelijkheid om direct hun mening te geven over de drie ruimtelijke

Verkenning MER

varianten/denkrichtingen uit de concept-RES. Naast een gezamenlijke regionale boodschap was er in deze consultatieronde ruimte voor een eigen lokale invulling. Hierdoor kon elke gemeente haar eigen uitvoeringstempo bepalen met lokale autonomie, maar was er daarnaast wel sprake van een gezamenlijk

Onderzoek Wind

verhaal naar de inwoners binnen de RES-regio Noord-Veluwe. Elke gemeente heeft zelf invulling gegeven aan lokale participatie. Regionaal is dit gefaciliteerd. Op verschillende manier zijn geïnteresseerde bewoners geïnformeerd over de regionale bijdrage aan de nationale doelstellingen (concept-bod). Daarnaast is aan inwoners gevraagd om te reageren op de ruimtelijke varianten/denkrichtingen, de zoekgebieden voor windenergie en de bouwstenen voor zonne-energie. 2. Analyse van de ontvangen input De werkgroep RES heeft de ontvangen reacties en de eindrapportages van de onderzoeken geanalyseerd

2.3 Afwegingskader

en integraal gewogen op basis van het afwegingskader. 3. Beschrijven zoekgebieden windenergie en bouwstenen zonne-energie Op basis van de integrale afweging per zoekgebied voor windenergie en bouwsteen voor zonne-energie is een beschrijving opgesteld. Voor elk zoekgebied en bouwsteen is een voorlopige conclusie getrokken. Per zoekgebied en bouwsteen is beoordeeld of deze opgenomen kan worden in de RES 1.0. Daarbij is telkens de vraag gesteld of het betreffende zoekgebied of de bouwsteen een realistisch onderdeel van het regionale bod is. Zoekgebieden waar nog te weinig informatie over bekend is, zijn wel opgenomen in de RES 1.0 als onderzoeksgebied, maar zijn geen onderdeel van het kwantitatieve bod van de regio.

RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021

36

4. Uitwerken voorstel voor het verhaal van de RES 1.0 Aan de hand van de beschrijvingen per zoekgebied voor windenergie en bouwsteen voor zonne-energie Verhaal van de RES 1.0

en de getrokken conclusie is een voorstel uitgewerkt voor de contouren van de RES 1.0. Deze zijn beschreven in het document ‘Inhoudelijke richting voor het regionale verhaal van de RES 1.0’. Dit document is in 10 december 2020 gepresenteerd aan de stuurgroep en op 16 december aan de regionale stakeholders in een regionaal werkatelier. 5. Bestuurlijke validatie van de inhoudelijke richting voor het verhaal van de RES 1.0 In maart 2021 is het document ‘Inhoudelijke richting voor het regionale verhaal van de RES 1.0’ gepresenteerd aan alle gemeenteraden, provinciale staten en het algemeen bestuur van het waterschap. Op 23 maart 2021 hebben raads-, staten- en AB-leden in een raadsatelier met elkaar gesproken over de RES, vragen gesteld aan elkaar, standpunten uitgewisseld en ideeën gedeeld. Door het uitwisselen van beelden over de RES, het proces en motivaties zijn meer beelden ontstaan over het regionale sentiment over de RES 1.0. Op basis van de presentaties in de afzonderlijke raden en het gezamenlijke raadsatelier hebben de raden hun reactie gegeven op het document ‘inhoudelijke richting voor het regionale verhaal van de RES 1.0’. De werkorganisatie RES heeft in een notitie de gestelde vragen beantwoord. 6. Opstellen RES 1.0 De werkorganisatie heeft op basis van alle voorgaande stappen en ontvangen inbreng van alle

Notitie beantwoording reflecties

partijen deze RES 1.0 opgesteld. Om de raden inzicht te geven in of, en zo ja hoe, invulling is gegeven aan ingediende zienswijzen, moties, verzoeken tot amendering heeft de werkorganisatie een notitie beantwoording zienswijze opgesteld. Voor de zomer van 2021 stellen alle zeven gemeenteraden van de Noord-Veluwe, Provinciale Staten van Gelderland en het algemeen bestuur van het Waterschap Vallei en Veluwe de RES 1.0 en de RSW 1.0 vast. Begin juli 2021 dient de regio Noord-Veluwe haar RES 1.0 in bij het NPRES.

4.5 Na vaststelling RES 1.0: vertaling naar lokaal en provinciaal beleid De RES 1.0 beschrijft de regionale plannen. Het abstractieniveau is vrij hoog. In de RES worden zoekgebieden voor windenergie en bouwstenen voor zonne-energie benoemd. Het gaat dus niet om concrete projecten. Pas als de plannen uit deze RES 1.0 in provinciaal en lokaal beleid zijn verankerd, is er een basis waarop vergunningverlening kan plaatsvinden. Deze RES moet dus vertaald worden in gemeentelijke en provinciale omgevingsvisies, omgevingsplannen en de provinciale verordening en in (gebieds-)gerichte programma’s. In de Bestuurlijke Startnotitie is vastgesteld dat de gemeenten en de provincie dat de afspraken die zij maken in de RES borgen in de instrumenten van de Omgevingswet (gemeentelijk: omgevingsvisie, programma en omgevingsplannen en provinciaal: omgevingsvisie, omgevingsverordeningen en projectbesluiten. De instrumenten van de Omgevingswet worden vastgesteld door gemeenteraden (omgevingsvisie en -plan) of college van B&W (programma’s). Provinciale Staten stelt de provinciale omgevingsvisie en -verordening en projectbesluit vast, het college van Gedeputeerde Staten kan een programma vaststellen. Ook het waterschap kan een projectbesluit nemen.

RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021

37

Omgevingsvisies moeten participatief tot stand komen en gebaseerd zijn op een integrale afweging van opgaven. Om verankering van de afspraken uit het RES-traject goed te kunnen doen is gedurende het RES-traject al integraal gekeken naar de energietransitie en andere maatschappelijke opgaven. In het ruimtelijk beleid, zoals uitnodigingskaders grootschalige opwek, leggen lokale overheden vast of, en onder welke voorwaarden2, vergunningen kunnen worden afgegeven. Regionale afstemming op het niveau van uitnodigingskaders is gewenst. Zo kan namelijk een regionale samenhang ontstaan en behouden blijven. In een aantal situaties is het belangrijk om gebiedsgericht afspraken te maken, aangezien sommige gebieden in de RES ook gemeentegrenzen overstijgen. Het beleidsinstrument Programma onder de Omgevingswet biedt daarvoor goede mogelijkheden. Via een (gebieds-)programma kunnen overheden (gemeenten, provincie en waterschap) samen afspraken maken over ruimtelijke ontwikkelingen in gebieden. Maatschappelijke partijen kunnen zich ook aan een programma verbinden (bijvoorbeeld via een convenant). In het voorjaar van 2021 heeft de regio een pilot uitgevoerd naar de toepassing van het instrument Programma onder de Omgevingswet voor de uitvoering van de RES. Uit deze pilot bleek dat het instrument Programma absoluut kansrijk is als basis voor integrale gebiedsgerichte uitwerking van de RES.

Door verankering van de RES-afspraken in het omgevingsbeleid krijgt de RES op regionaal niveau een juridische basis, wat tevens een stap is naar de uitwerking en uitvoering. Voor de concrete uitvoering wordt regionaal samengewerkt via een regionaal uitvoeringsprogramma dat jaarlijks wordt bijgesteld en waarin ook een uitvoeringsagenda is opgenomen. Deze uitvoeringsagenda geeft richting aan de regionale en lokale inzet en financiering gericht op de realisatie van de beoogde projecten. Wanneer initiatiefnemers voor energieprojecten (wind- en/of zonne-energie) zich melden met een vergunningsaanvraag, dan hebben inwoners en andere belanghebbenden de gelegenheid om hun geluid te laten horen. Het vaststellen van de RES 1.0 biedt zo nog steeds veel ruimte voor gemeenten om op lokaal niveau besluiten te nemen over energieprojecten. Tegelijkertijd worden de afspraken op regionaal niveau niet voor niets gemaakt. De regio doet met deze RES een bod waarmee zij aangeeft hoe, en op welke wijze, zij bijdraagt aan het halen van de nationale klimaatdoelen. Dit is een serieus bod. Het is geen vrijblijvend verhaal. Gemeenten zetten zich in om het RES 1.0-bod gestand te doen. In de Bestuurlijke Startnotitie is dit ook beschreven in het uitgangspunt ‘Samen uit, samen thuis’.

Alle deelnemende bestuurlijke partijen hebben zich gecommitteerd aan het proces van vorming van de RES die ook mede het uitgangspunt vormt voor de uitwerking in de instrumenten die lokaal de kaders bepalen voor ontwikkelingen op het gebied van ruimte en energie. De bestuurders spreken elkaar aan op ieders bijdrage aan de RES waarin gezocht wordt naar een weging tussen lasten en lusten die recht doet aan de kwaliteiten van de Noord-Veluwe. Om in 2030 de regionale bijdrage aan de nationale doelstellingen (bod van 0,53 TWh), zoals vastgelegd in deze RES, te kunnen realiseren, moeten vergunningen voor aanleg van zonneparken en windturbines Website RVO

tijdig worden verleend. Verankering van de RES in het omgevingsbeleid is dus een randvoorwaarde om het regionale bod te kunnen realiseren. Op basis van ervaringscijfers weten we dat ontwikkeling van een zonneveld 1-3 jaar duurt. Bij vergunningverlening in 2027-2029 kunnen projecten nog gerealiseerd zijn in 2030. Het totale ontwikkelingstraject van windenergieproject duurt langer: gemiddeld 7 jaar. Dit betekent dat vergunningverlening uiterlijk in 2025 verleend moet zijn, wil het project in 2030 gerealiseerd zijn.

2 Hierbij valt te denken aan: opruimen van zonnepanelen, windmolens na levensduur, maar ook lokaal eigenaarschap, ruimtelijke inpassing, etc.

RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021

38

4.6 Richting RES 2.0 en verder Ontwikkelingen op het gebied van energieopwekking gaan razendsnel. Ook maatschappelijk zien we ons telkens voor nieuwe uitdagingen gesteld. Dat maakt dat we elke dag opnieuw moeten kijken naar waar we staan. Of onze plannen nog steeds goed zijn, of dat we nieuwe inzichten hebben waardoor het verstandiger is om bestaande plannen aan te passen. Technologische ontwikkelingen gaan zeker een rol spelen in de energietransitie. Vanwege de innovatietrend in zonnepanelen en windturbines valt te verwachten dat deze technieken tot 2030 belangrijk blijven. Ook nieuwe warmte-oplossingen kunnen beschikbaar komen. Op basis van de huidige stand van alternatieve technologieën is de verwachting dat alternatieve technologieën vóór 2030 een bescheiden bijdrage gaan leveren aan de verduurzaming van onze energievoorziening. Periodieke herijking Het is niet ondenkbaar dat rond 2030 en zeker op weg naar 2050 sommige alternatieve technologieën (zowel voor opwekking van elektriciteit als warmte-oplossingen) een stadium bereiken waarin zij een grote bijdrage aan de doelstelling kunnen leveren. Daarom wordt de RES elke twee jaar geüpdatet, om bestaande plannen te kunnen aanpassen aan de nieuwste inzichten.

Als alternatieve technologieën beter scoren op bijdrage aan de doelstellingen, schaalbaarheid en uitvoerbaarheid is er op dat moment de mogelijkheid en de flexibiliteit om ze op te nemen in de RES. Het is en blijft een iteratief proces. In 2023 moet de regio haar RES 2.0 opleveren.

RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021

39

Hoofdstuk 5: Ruimte De regio wil zorgvuldig omgaan met het landschap en de ruimte, en tegelijkertijd ambitieus én realistisch zijn bij het opwekken van duurzame energie. Zuinig omgaan met de ruimte die er is, is daarom van belang. Dit vraagt om een zorgvuldig onderzoek en een zorgvuldige afweging zodat we goed met de investeringen omgaan én de landschappelijke Marskamp Ermelo kwaliteiten behouden én ontwikkelen op regionale schaal. Dit is een dynamisch evenwicht dat we zoeken in een ontwikkelend landschap dat nooit stil staat. De Noord-Veluwe is een bedrijvige regio in een prachtig landschap, ingenesteld tussen de unieke Randmeerkust, de IJssel en de bosrijke Veluwe. De regio staat bekend om de cultuurhistorie en de bijzondere natuur en is geliefd bij bewoners, recreanten uit binnen- en buitenland en er leeft een grote diversiteit aan flora en fauna.

5.1 De Noord-Veluwse landschappen en historie De regio Noord-Veluwe kenmerkt zich door de gradiënten in het landschap vanaf de stuwwal naar de Randmeren.

De verschillende landschapstypen in de Noord-Veluwe

RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021

40

Van de Veluwe naar het water ligt een aantal landschapstypen die het logische gevolg zijn van de natuurlijke omstandigheden en daarmee van het landgebruik door de eeuwen heen. Uit historisch en archeologisch perspectief is het een interessant gebied. Er bevinden zich vele duizenden grafheuvels, celtic fields, jachtkampen of Romeinse Marskampen, zoals bij Ermelo. Tussen de Veluwe en de Randmeren ligt een buitengebied met landgoederen, relatief kleinschalige landschappen, rustige dorpen en mooie Hanzestadjes. Aan de Randmeren liggen de polders met een open karakter. De polders zijn onder te verdelen in het veenweidegebied ten noorden van Elburg en Oldebroek, de open polders langs de Randmeren en het kleinschalige kampenlandschap ten zuidwesten van Harderwijk, Ermelo en Putten. De waterkant is populair bij kitesurfers en andere liefhebbers van watersport. Rust en ruimte kenmerken de Noord-Veluwe.

5.2 Recreatie en toerisme De Noord-Veluwe is al sinds de jaren vijftig een aantrekkelijke bestemming voor een dagje uit en voor vakanties voor jong en oud. Natuur, landschap, cultureel erfgoed in de landgoederenzone en de Hanzensteden zijn de parels. Het voorzieningenniveau is op diverse manieren afgestemd op de wensen van de honderdduizenden toeristische bezoekers. De bezoekers vinden veelal een overnachting op een van de bijna driehonderd vakantieparken of in de hotels in het gebied. De dynamische recreatiesector wordt dan ook gekoesterd door de Noord-Veluwse gemeenten. Oldebroekse Heide

5.3 Regio als verbindingsgebied De Noord-Veluwe is een verbindingsgebied tussen stedelijk gebied Amersfoort-Utrecht en de economische topregio’s Food Valley en Zwolle. De A28 en het naastgelegen spoor hebben een belangrijke functie voor de bereikbaarheid en de doorstroming – ook voor het transport vanuit de Randstad naar Noord-Europa. De verdere infrastructuur is voornamelijk in oost-westrichting ontwikkeld, met vanaf de Veluwe enkele provinciale verbindingswegen die heide- en bosgebieden met tussengelegen dorpen verbinden. De oude Hanzesteden Harderwijk, Elburg en Hattem zijn vanuit hun historie met het water verbonden; bij Harderwijk en Elburg zijn de verbindingswegen naar het ‘nieuwe land’ te vinden.

5.4 De Noord-Veluwse economie Het Noord-Veluwse gebied is een fijne leef- en werkomgeving, waarbij altijd wordt gezocht naar een goede balans tussen ecologie, economie en belevingswaarde. Er is geen grootstedelijk gebied. De groeicijfers van de toegevoegde waarde, de werkgelegenheid en de participatiegraad zijn voor een landelijk gebied goed. Deze liggen hoger dan die van veel stedelijke gebieden of het landelijke gemiddelde. Dit komt onder meer door het relatief grote aantal solide familiebedrijven met een hoge arbeidsmoraal. Dit zorgt voor een stabiele werkgelegenheid. Ook de boerenbedrijven in het buitengebied zijn vaak familiebedrijven waar van generatie op generatie met veel passie landbouw wordt bedreven.

RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021

41

De economische eenheid Noord-Veluwe (Elburg, Ermelo, Harderwijk, Hattem, Heerde3, Nunspeet, Oldebroek en Putten) telt bijna 15.000 bedrijfsvestigingen. Vijf procent hiervan zijn industriële ondernemingen. Het bedrijventerrein Lorentz in Harderwijk is het grootste aaneengesloten bedrijventerrein van Gelderland. Van oudsher zijn er in de regio veel agrarische bedrijven, de sector gezondheidszorg en welzijn is echter de grootste werkgever van de Noord-Veluwe. Er werken ongeveer 17.000 mensen in deze sector. De groothandel en de detailhandel hebben 18% van de werkzame bevolking in dienst, de industrie 11% en de bouw 10%. Meer dan 5.000 werknemers hebben een baan die is gerelateerd aan recreatie en vrije tijd. Ook Defensie is een speler van formaat voor de regio. Defensie is een grote werkgever in de regio en defensieterreinen beslaan een groot deel van het bos- en heiderijke deel van Veluwe. Daarnaast wordt een groot deel van het luchtruim van de regio gebruikt als laagvliegoefenterrein.

5.5 Vestigingsklimaat in de regio In de basis is het vestigingsklimaat van de Noord-Veluwe op orde. De woningmarkt, het leefmilieu en de voorzieningen worden alom gewaardeerd. Omdat het in het westen van het land steeds drukker wordt, is de Noord-Veluwe een steeds aantrekkelijker leefomgeving aan het worden voor hoger opgeleiden en jonge gezinnen. Gezien de centrale ligging in het land is de vraag naar bedrijventerreinen de afgelopen jaren flink toegenomen.

5.6 Regionale uitgangspunten voor ruimtelijke kwaliteit In de Bestuurlijke Startnotitie die is vastgesteld aan het begin van het opstellen van de RES 1.0, heeft de regio een aantal inhoudelijke uitgangspunten geformuleerd ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit:

• Het bod in de RES moet haalbaar en realiseerbaar zijn voor 2030. • De opgave van de RES wordt zo veel mogelijk integraal benaderd: andere gebiedsopgaven (o.a. versterking natuur, herstel landschap, stikstofproblematiek, landbouwtransitie) worden waar mogelijk meegenomen bij het maken van afwegingen.

• We houden rekening met kostenefficiëntie wanneer uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk nodig is om projecten voor duurzame energieopwekking aan te sluiten. Daarvoor clusteren we waar mogelijk wind- en zonne-energie en plaatsen we het aanbod dicht bij de vraag. We streven naar een balans tussen windenergie en zonne-energie. Daarmee voorkomen we piekbelasting op het elektriciteitsnetwerk en maken we optimaal gebruik van de kabels.

• Alle overheidspartijen zijn bereid om bestaand (ruimtelijk) beleid te heroverwegen wanneer dat bijdraagt aan het realiseren van de energietransitie op regionaal niveau. In overleg met het Rijk zoeken we naar mogelijkheden om extra ruimte te creëren waar huidige landelijke en Europese (natuur)regelgeving beperkend is.

3 Heerde maakt geen onderdeel uit van de RES-regio Noord-Veluwe.

RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021

42

5.7 Landschap en ruimtelijke belemmeringen Een aanzienlijk deel van de regio Noord-Veluwe heeft een natuur-beleidsaanduiding. Dit maakt het inpassen van grootschalige duurzame opwekking een complex proces. Onderstaande tabel vat de belangrijkste beleidsaanduidingen samen.

Beleidsveld

Oppervlakte in hectare

Percentage van de regio

Natura-2000 binnen Gelders Natuur Netwerk

22.451

42,70%

Natura-2000 buiten Gelders Natuur Netwerk

1.483

2,80%

Gelders Natuur Netwerk (GNN)

25.281

48,10%

Groene Ontwikkelingszone (GO)

6.472

12,30%

Weidevogelgebied

3.865

7,40%

Bebouwd gebied

4.997

9,50%

Ganzenrustgebied

39

0,10%

Agrarisch grond

16.069

30,60%

Recreatiegronden

1.046

2%

Rijksgronden en gronden van Staatsbosbeheer

10.898

20,70%

Waardevol open gebied

7.202

13,70%

Nationaal landschap

11.880

22,60%

Totale oppervlakte regio Noord-Veluwe

52.573

100%

Beleidsbelemmeringen naar oppervlakte van de regio

Uit het bovenstaande blijkt dat er veel bestaand beleid is dat (harde of zachte) belemmeringen opwerpt bij de realisatie van zonne- en windenergie. De meeste beleidsvelden overlappen met elkaar. Zo bestaat Natura2000-gebied veelal binnen het Gelders Natuur Netwerk (GNN). Zo ligt een deel van de agrarische gronden binnen het Gelders Natuur Netwerk of de Groene Ontwikkelingszone (GO). Bij het ontwikkelen van de varianten in de RES is rekening gehouden met de verschillende beleidsvelden. Tegelijkertijd is er in sommige gevallen maatwerk of wellicht een aanpassing van beleid nodig om de energieprojecten te realiseren zodat energiedoelstellingen kunnen worden gehaald. De regio koestert de waarde en kwaliteiten van de natuur in de Noord-Veluwe. Provincies Gelderland beoordeelt initiatieven op hun effect aan de hand van kaders uit de Wet natuurbescherming. De Wet Natuurbescherming borgt dat natuurgebieden (Natura2000 en Natuur Netwerk Nederland) en natuurwaarden worden beschermd. Op basis van de Wet natuurbescherming constateren we dat duurzame opwek alleen mogelijk is, als wordt aangetoond dat beschermde soorten en gebieden niet worden aangetast. Vanwege deze kaders en de daarmee samenhangende complexiteit en procedurele risico’s zien we nieuwe plannen voor ontwikkeling in bestaande natuurgebieden daarom nauwelijks als reële optie.

De provincie Gelderland sluit energieopwekking alleen in door de provincie aangewezen weidevogelgebieden bij voorbaat uit. Voor beoogde nieuwe natuurgebieden kan worden verkend of er Atlas

mogelijkheden zijn voor (een combinatie met) duurzame opwek, mits dit zonder vertraging bijdraagt aan de beoogde ontwikkeling van nieuwe natuur, versterking van biodiversiteit en met inachtneming van de kaders in de Wet natuurbescherming. Dit is in alle gevallen maatwerk en zeer locatie specifiek.

RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021

43

5.8 Spanningsveld energie, natuur en landschap In het najaar van 2020 hebben alle 30 RES-regio’s hun concept-RES ingediend bij het NPRES. Na analyse constateerde het Planbureau voor de Leefomgeving en het NPRES dat een viertal knelpunten Advies NPRES

breed worden gevoeld door de regio’s. Eén van deze knelpunten is het spanningsveld tussen energie, natuur en landschap. In opdracht van het NPRES heeft een werkgroep een advies uitgebracht en oplossingsrichtingen aangedragen. Nadere operationalisatie volgt binnen de NOVI-kaders.

RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021

44

Hoofdstuk 6: Elektriciteit Na zorgvuldige ruimtelijke analyse en een integrale afweging met andere gebiedsopgaven met de regionale stakeholders, netimpactanalyse van de netbeheerder, consultatie van inwoners en validatie bij bestuurders zijn zoekgebieden voor windenergie en bouwstenen voor zonne-energie ontwikkeld. Deze zoekgebieden en bouwstenen vormen het inhoudelijke binnenwerk van deze RES 1.0. De zoekgebieden voor wind-energie en bouwstenen voor zonne-energie worden hieronder toegelicht met de volgende onderdelen: 1. Inzicht in mogelijke kwantiteit en ruimtelijke kwaliteit - Omschrijving van het gebied en waarom het gebied kansrijk is. 2. Inzicht in het maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak - Reacties van de stakeholders, inwoners en van de bestuurders. 3. Inzicht in de systeemefficiëntie - De netimpact bij realisatie. 4. Betekenis voor het bod van de RES 1.0 - Waarom het gebied onderdeel is van RES 1.0 en welke aandachtspunten in ogenschouw genomen moeten worden richting de concrete ontwikkeling van projecten in het betreffende zoekgebied of bij de bouwsteen.

6.1 Zoekgebieden windenergie 6.1.1 Zoekgebied knooppunt Hattemerbroek Inzicht in mogelijke kwantiteit en ruimtelijke kwaliteit Zoals de naam al doet vermoeden bevindt het zoekgebied zich in de nabijheid van het knooppunt Hattemerbroek (A28-N50) dat zich kenmerkt door beweging en dynamiek en het bedrijventerrein H2O met een geconcentreerde energievraag. Aan de overzijde van de A28 (zuidoosten) bevindt zich het dorp Hattemerbroek. Binnen de context van de Noord-Veluwe is het een gebied waar de natuurwaarden relatief lager zijn dan in veel andere gebieden in de regio. RES-regio West-Overijssel en gemeente Kampen kijken naar de corridor N50 om windturbines en zonnevelden te plaatsen op het grondgebied van de gemeente Kampen.

RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021

Zoekgebied Hattemerbroek

45

Ten zuidenwesten van de N50 (gemeente Oldebroek) worden momenteel de vier windturbines van ruim 3 MW gerealiseerd. De tiphoogte van deze windturbines wordt 150 meter. Het traject om te komen tot deze vier windturbines was lang en complex. Na vaststelling van het bestemmingsplan is er tot aan de Raad van State geprocedeerd. Dit heeft geleid tot een aantal aanpassingen, onder andere om te voorkomen dat de geluidsbelasting te hoog wordt en om te borgen dat de molens na 25 jaar weer worden afgebroken. De geconsolideerde Omgevingsverordening (maart 2021) stelt dat in grote delen van het zoekgebied windenergie mogelijk is. De laagvliegroute van vliegveld Lelystad gaat volgens de huidige plannen over het zoekgebied. Dit vormt vooralsnog geen ruimtelijke belemmering voor windturbines, maar zou een knelpunt kunnen worden. Met de kennis van nu lijkt het zoekgebied knooppunt Hattemerbroek in potentie enige ruimte te bieden voor additionele windturbines. Gedacht kan worden aan het verlengen van de in aanbouw zijnde lijnopstelling met een turbine (in afstemming en samenwerking met gemeente Kampen). Een andere denkrichting zou kunnen zijn om richting zuidwesten een nieuwe lijnopstelling met vier of vijf windturbines te realiseren. In dit zoekgebied is technische ruimte beschikbaar voor windmolens.

Het zoekgebied ligt echter in de 1-8 km-zone die is genoemd in het onderzoek Wind op en rond de Veluwe. Dit betekent dat aanvullend ecologisch onderzoek nodig is om vast te stellen of er eventueel ruimte is voor additionele windturbines. In het zoekgebied knooppunt Hattemerbroek zijn initiatieven voor het realiseren van grond-/ watergebonden zonne-energie in de buurt van de in aanbouw zijnde windturbines. Er zijn initiatieven om op het water4 ‘De Kolk’ in de oksel (zuidwesten) van het knooppunt een drijvend zonnepark van 15 hectare te realiseren. In Hattem wordt gekeken naar een drijvend zonnepark op het water tussen Oostersedijk en Oude Middelwetering (~8,5 hectare). Ook wordt er nagedacht over zon op land onder of in de nabijheid van de windturbines. Door bij windturbines een vergelijkbaar opgesteld vermogen zonne-energie te realiseren kan de netaansluiting namelijk beter benut worden. Inzicht in het maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak Uit de ruimtelijke analyses die de regio heeft gedaan met regionale stakeholders, de consultatie op de drie ruimtelijke varianten/denkrichtingen bij inwoners en de analyse door de netbeheerder is gebleken dat in dit zoekgebied potentie heeft voor grootschalige opwek van elektriciteit. Er is relatief weinig zichtverlies en het aansluiten bij het bestaande wegenpatroon en naast het bedrijventerrein wordt logisch gevonden.

Clustering van windturbines op een beperkt aantal locaties in de regio zien mensen liever dan verspreid over meerdere plekken. Het gebied bij knooppunt Hattemerbroek wordt gezien als een logische plek voor zo’n clustering. Uiteraard zijn er ook mensen die kritisch zijn of ronduit tegenstander. Vanuit bewoners uit Oldebroek en Hattem (dorpsoverleg Hattemerbroek) is aangegeven dat zij negatief staan tegenover eventuele uitbreiding van windturbines in de nabijheid van het dorp Hattemerbroek. Bij de behandeling van de concept-RES rond de zomer van 2020 bleek dat de gemeenteraden van Oldebroek en Hattem tegengestelde gedachten hebben over het zoekgebied knooppunt Hattemerbroek. Moties en amendementen

De gemeenteraad van Oldebroek nam een motie en een amendement aan waarin ze aangaf dat het zoekgebied naar het noordoosten uitgebreid zou moeten worden. Zo zou het beter aansluiten op de bestaande infrastructurele lijnen van de N50/A50 en het spoor. De gemeenteraad van Hattem is géén voorstander van additionele windmolens in het gebied rondom het knooppunt Hattemerbroek. Zij verzocht de wethouder om in de stuurgroep te benadrukken dat, bij eventuele uitbreiding van de windopstelling, uniformiteit in tiphoogtes en type windturbines nodig is. 4 Het wateroppervlak valt niet in het GNN.

RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021

46

Op dit moment (april 2021) worden vier windmolens langs de N50 gebouwd. Dit is een forse ingreep is in het gebied. Inwoners in het gebied hebben nog niet écht ervaren welke de impact de molens precies gaan hebben. Hierdoor zijn er twijfels en zorgen die maken dat het op dit moment lastig is om besluiten te nemen over additionele windmolens. Bovendien moet aanvullend ecologisch onderzoek worden verricht naar aanleiding van het onderzoek ‘Wind op en rondom de Veluwe’.

Aanbouw van vier windmolens langs N50 (nabij knooppunt Hattemerbroek) – april 2021

In maart 2021 hebben alle gemeenteraden gesproken over het document ‘inhoudelijke richting voor het verhaal van de RES 1.0 Noord-Veluwe’. Natuur- en milieuorganisaties hebben de gemeenteraden van Oldebroek en Hattem opgeroepen om het zoekgebied knooppunt Hattemerbroek op te nemen in de RES 1.0 als onderzoeksgebied. Natuur en Milieu Brief Natuur en Milieu Gelderland

Gelderland heeft dit geluid ook laten horen via inspraak in de raad van Oldebroek (18 maart 2021). In een regionaal raadsatelier (maart 2021) hebben de gemeenteraden van Oldebroek en Hattem vervolgens met elkaar van gedachte gewisseld over onder andere het zoekgebied knooppunt Hattemerbroek. Eind maart hebben alle gemeenteraden hun reactie op het document ‘inhoudelijke richting voor het verhaal van de RES 1.0 Noord-Veluwe’ aan de werkgroep RES toegestuurd.

RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021

47

De gemeenteraad van Oldebroek heeft aangegeven de eventuele doorontwikkeling binnen zoekgebied knooppunt Hattemerbroek te willen bezien in samenhang met Hattem en Kampen langs de corridor N50 Notitie reflectie beantwoording

en spoorlijn waarbij het dorp Hattemerbroek ontzien moet worden. De gemeenteraad van Hattem heeft aangegeven dat ze bij meerderheid geen nader onderzoek wensen naar de eventuele doorontwikkeling van windenergie in het zoekgebied knooppunt Hattemerbroek vanwege het ontbreken van lokaal draagvlak. Mocht er wel nader onderzoek plaats gaan vinden dan stelt de gemeenteraad van Hattem participatie van inwoners vanaf het begin als randvoorwaarde en betrekt zij graag bestuur en inwoners van de buurgemeenten erbij. Geconcludeerd moeten worden dat beide raden inhoudelijk (nog) tegengestelde standpunten hebben en er twijfels en zorgen zijn over inpassing en ecologische impact van additionele windmolens in het gebied, het draagvlak onder inwoners (van het gebied) en mogelijke samenwerking met energiecoöperaties. Inzicht in de systeemefficiëntie De vier in aanbouw zijnde windturbines worden aangesloten op het onderstation Hattem. Dit onderstation Hattem ligt op enige afstand, maar toch relatief in de buurt. Rond het knooppunt Hattemerbroek is een dicht vertakt 10 kV net gelegen waardoor gemakkelijk op het elektriciteitsnet kan worden aangesloten. De realisatie van windturbines (energie-aanbod) in de nabijheid van het bedrijventerrein H2O (energievraag) is efficiënt.

In het geval van additionele windmolens in het zoekgebied blijven maatschappelijke kosten als gevolg van de investeringen door de netbeheerder hierdoor acceptabel. De initiatieven voor grondgebonden zonne-energie in de nabijheid van de vier windturbines en de aanwezigheid van grote daken op het bedrijfsterrein H2O waar nog zonnepanelen op kunnen worden aangelegd, maakt dit gebied rond het knooppunt Hattemerbroek interessant. De combinatie van windenergie, grondgebonden zon en zon-op-dak is gunstig voor de balans tussen zon en wind op het elektriciteitsnetwerk. Combineren van zonne-energie onder windturbines maakt het mogelijk om dezelfde elektriciteitskabel dubbel te gebruiken (cable-pooling). Vanuit het oogpunt van systeemefficiëntie is dit wenselijk. Energie hub Door de windturbines, het grote aantal grote daken en mogelijkerwijs de realisatie van grondgebonden zonne-energie, maakt het knooppunt Hattemerbroek een energie hub voor de regio Noord-Veluwe. Betekenis voor het bod van de RES 1.0 Het zoekgebied Hattemerbroek is onderdeel van het reële deel van het RES-bod. In het reële deel gaan we uit van de vier in aanbouw zijnde windturbines van elk ruim 3 MW. Ook nemen we 15 hectare aan watergebonden zonne-energie mee in het ambitiedeel van het bod. Technisch is er in dit zoekgebied ruimte voor 20-40 hectare zon op land die later verder onderzocht kan worden.

Op basis van de criteria zoals vastgesteld bij de concept-RES lijkt vervolgonderzoek rondom Hattemerbroek op langere termijn opportuun. Beide gemeenteraden zijn echter verdeeld en het onderling niet volledig eens ten aanzien van eventueel nader onderzoek rond knooppunt Hattemerbroek. De regio kiest ervoor om dit

Zicht op windmolens vanuit bedrijventerrein Hattemerbroek

dilemma nu niet verder onder druk te zetten en

RES 1.0 Noord-Veluwe | 21 april 2021

48

de gemeenten de ruimte te bieden met elkaar en de omgeving in gesprek te gaan. Daarmee hebben beide gemeenteraden de tijd om ontwikkelingen te volgen en samen met inwoners te komen tot een invulling van het zoekgebied rond Hattemerbroek. De regio kiest er daarom voor om – naast de vier in aanbouw zijn molens - geen concrete opwek in het RES-bod mee te nemen. Na vaststelling van de RES 1.0 Noord-Veluwe gaan gemeenten Hattem, Oldebroek en Kampen en de regio’s Noord-Veluwe en West-Overijssel met elkaar en met Rijkswaterstaat en ProRail in gesprek over de corridor N50 vanaf het knooppunt Hattemerbroek richting Kampen. Gezien de nabijheid van het dorp Hattemerbroek wordt nadrukkelijk gekeken naar mogelijkheden in westelijke richting (N50 richting Kampen en het spoor). Bij eventuele uitbreiding richting Kampen moet ook rekening worden gehouden met het weidevogelgebied van Overijssel in de IJsseldelta. De gemeenten kijken samen en afzonderlijk naar draagvlak onder de inwoners en samenwerking met energiecoöperaties. Daarnaast gaat de komende jaren ecologisch onderzoek uitgevoerd worden naar de aanwezigheid van de wespendief en andere soorten. Dit onderzoek gaat plaatsvinden rondom de gehele Veluwe en beperkt zich niet tot zoekgebied knooppunt Hattemerbroek.

Uit het onderzoek ‘Wind op en rondom de Veluwe’ weten we dat het wenselijk is om windturbines zo ver mogelijk van het kerngebied van de Veluwe te plaatsen (als het überhaupt kan).

6.1.2 Zoekgebied bedrijventerrein Lorentz, Harderwijk Inzicht in mogelijke kwantiteit en ruimtelijke kwaliteit Op het bedrijventerrein Lorentz, te Harderwijk ligt een zoekgebied voor windturbines. Dit zoekgebied kenmerkt zich door industriële bedrijvigheid. Landschappelijk gezien passen windturbines in deze dynamische en technische ‘harde’ omgeving (gebouwen en infrastructuur) ingeklemd tussen het Veluwemeer en de Veluwe. De gemeente Harderwijk en het waterschap Vallei en Veluwe hebben onderzocht of er mogelijkheden zijn voor het opwekken van windenergie op bedrijventerrein Lorentz-I en Lorentz-II. De Milieueffectrapportage (MER) en het ecologisch onderzoek wijzen uit dat er binnen Lorentz I en II, ruimte is voor de plaatsing van drie windturbines.

Zoekgebied bedrijventerrein Lorentz

De gemeente Harderwijk en Waterschap Vallei en Veluwe hebben samen een initiatief ontwikkeld voor de realisatie van drie windturbines op het bedrijventerrein. 'Vanwege de nabijheid van vliegveld Lelystad gelden hoogtebeperkingen voor de windmolens op Lorentz', moet het ministerie van I&W een verklaring van geen bezwaar geven. Om de veiligheidsrisico’s te beperken is de maximale tiphoogte van de windturbines 146,3 meter. De omgevingsvergunning voor de bouw van drie windturbines is verleend. Op dit moment loopt er een bezwaarprocedure tegen vergunningverlening. De vergunning is dus nog niet onherroepelijk. Zowel de gemeente Harderwijk als de provincie Gelderland hebben vertrouwen dat de Raad van State zal oordelen dat de vergunning correct is verleend en de bouw mag plaatsvinden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10249137/2