Referentiegebouwen BENG
Tekst van het document
Resultaten BENG indicatoren en E/E per concept Concepten 1 – gas 2 – all electric 3 – warmtelevering
40
Energiebehoefte [kWh/m2] ≤ 50 49,8 49,8 50,0
Primaire energie [kWh/m2] ≤ 49,5 37,8 48,3 30,2
Hernieuwbare energie ≥ 50% 50,7% 51,0% 53,0%
E/E [-] 0,245 0,477 0,261
k:\doc\e\2015\137100\e2015137100r001v2.docx 07-11-2016
Concept 3 - warmtelevering dichte delen Rc vloer/gevel/dak 5,0/6,0/7,0 m2.K/W open delen Utotaal 0,9 W/m2.K infiltratie qv10;spec 0,20 dm3/sm2 verwarming externe warmtelevering tapwater elektrische boilers, gymzaal indirect gestookte boiler op externe warmtelevering koeling HT compressie, gymzaal geen koeling ventilatie balansventilatie met wtw 80% (D2b2) verlichting onderwijs 6 W/m2, gymzaal 8 W/m2, veegschakeling (met daglichtregeling bij school) PV 64.000 Wp, circa 320 m2
BENG referentiegebouwen
4.21 Onderwijs M Een multifunctioneel centrum bestaande uit een basisschool, een kinderdagverblijf en een kleine sporthal. Het gebouw bestaat uit twee bouwlagen. De sporthal bevindt zich op de 1e verdieping. Gebruiksoppervlak van circa 3.800 m2. Uitgangspunten voor alle concepten open delen zonwering handmatig, daklicht en vluchtdeuren Utotaal 1,4 W/m2.K, te openen ramen medium water+lucht voor verwarming en koeling ventilatie debiet conform Bouwbesluit, terugregeling 20%, ventilatoren forfaitair Concept 1 - gas dichte delen Rc vloer/gevel/dak 5,0/5,0/6,0 m2.K/W open delen Utotaal 1,0 W/m2.K infiltratie forfaitair verwarming HR-ketel tapwater elektrische boilers, sport indirect gestookte boiler op HR107 ketel koeling HT compressie, sport geen koeling ventilatie balansventilatie met HR-wtw 80%, CO2 regeling (D5a) verlichting 10 W/m2, sport veegschakeling (met daglichtregeling bij school) PV 172.000 Wp, circa 860 m2
k:\doc\e\2015\137100\e2015137100r001v2.docx 07-11-2016
Concept 2 – all electric dichte delen Rc vloer/gevel/dak 5,0/5,0/6,0 m2.K/W open delen Utotaal 1,0 W/m2.K infiltratie forfaitair verwarming elektrische warmtepomp met aquifer als bron tapwater elektrische boilers, sport elektrisch doorstroomtoestel koeling koudeopslag, sport geen koeling ventilatie balansventilatie met HR-wtw 80%, gymzaal (D2b2), rest CO2 regeling (D5a) verlichting 10 W/m2, veegschakeling (met daglichtregeling bij school) PV 102.000 Wp, circa 510 m2 Concept 3 - warmtelevering dichte delen Rc vloer/gevel/dak 5,0/6,0/8,0 m2.K/W open delen Utotaal 0,9 W/m2.K infiltratie qv10;spec 0,20 dm3/sm2 verwarming externe warmtelevering tapwater elektrische boilers, sport indirect gestookte boiler op externe warmtelevering koeling HT compressie, sport geen koeling ventilatie balansventilatie met HR-wtw 80% (D2b2) verlichting onderwijs 6 W/m2, gymzaal 8 W/m2, veegschakeling (met daglichtregeling bij school) PV 146.000 Wp, circa 730 m2 Resultaten BENG indicatoren en E/E per concept Concepten 1 - gas 2 – all electric 3 - warmtelevering
Energiebehoefte [kWh/m2] ≤ 50 49,8 50,0 49,9
Primaire energie [kWh/m2] ≤ 44,3 35,3 43,3 30,1
Hernieuwbare energie ≥ 50% 50,5% 52,2% 50,6%
E/E [-] 0,298 0,476 0,331
41
BENG referentiegebouwen
22 Onderwijs L
23 Onderwijs XL
42
k:\doc\e\2015\137100\e2015137100r001v2.docx 07-11-2016
24 Sport M
BENG referentiegebouwen
4.22 Onderwijs L Een middelbare school met drie verdiepingen en een sporthal. Gebruiksoppervlak van circa 8.500 m2. Uitgangspunten voor alle concepten open delen ramen Utotaal 1,0 W/m2.K, daklicht en vluchtdeuren Utotaal 1,4 W/m2.K, te openen ramen infiltratie forfaitair plafond sporthal open medium water+lucht voor verwarming en koeling ventilatie debiet conform Bouwbesluit, terugregeling 20%, ventilatoren forfaitair Concept 1 - gas dichte delen Rc vloer/gevel/dak 3,5/4,5/6,0 m2.K/W verwarming HR-ketel tapwater elektrische boilers, gymzaal indirect gestookte boiler op HR107 ketel koeling HT compressie, gymzaal geen koeling ventilatie balansventilatie met HR-wtw 80%, CO2 regeling (D5a) verlichting 12 W/m2, veegschakeling PV 360.000 Wp, circa 1.800 m2 Concept 2 – all electric dichte delen Rc vloer/gevel/dak 3,5/4,5/6,0 m2.K/W verwarming elektrische warmtepomp met aquifer als bron tapwater elektrische boilers, gymzaal elektrisch doorstroomtoestel koeling koudeopslag ventilatie balansventilatie met HR-wtw 80% gymzaal (D2b2), onderwijs met CO2 regeling (D5a), verlichting 10 W/m2, veegschakeling PV 240.000 Wp, circa 1.200 m2
k:\doc\e\2015\137100\e2015137100r001v2.docx 07-11-2016
Concept 3 - warmtelevering dichte delen Rc vloer/gevel/dak 4,5/4,5/7,0 m2.K/W verwarming externe warmtelevering tapwater elektrische boilers, gymzaal indirect gestookte boiler op externe warmtelevering koeling HT compressie, gymzaal geen koeling ventilatie balansventilatie met HR-wtw 80% (D2b2) verlichting onderwijs 6 W/m2, gymzaal 8 W/m2, veegschakeling PV 330.000 Wp, circa 1.650 m2 Resultaten BENG indicatoren en E/E per concept Concepten 1 - gas 2 – all electric 3 - warmtelevering
Energiebehoefte [kWh/m2] ≤ 50 47,2 45,3 49,8
Primaire energie [kWh/m2] ≤ 45,5 32,3 37,7 28,8
Hernieuwbare energie ≥ 50% 51,2% 53,7% 51,9%
E/E [-] 0,376 0,439 0,336
43
BENG referentiegebouwen
4.23 Onderwijs XL Een groot vierkant onderwijsgebouw voor hoger of universitair onderwijs met acht verdiepingen. In het midden bevindt zich een vide over alle verdiepingen. Gebruiksoppervlak van circa 16.000 m2. Uitgangspunten voor alle concepten open delen daklicht en vluchtdeuren Utotaal 1,4 W/m2.K, te openen ramen tapwater elektrische boilers medium water+lucht voor verwarming en koeling ventilatie balansventilatie met wtw 80%, CO2 regeling (D5a) debiet conform Bouwbesluit, terugregeling 20%, ventilatoren forfaitair verlichting 8 W/m2, veegschakeling met daglichtregeling Concept 1 - gas dichte delen Rc vloer/gevel/dak 5,0/6,0/7,0 m2.K/W open delen ramen Utotaal 0,8 W/m2.K infiltratie qv10;spec 0,20 dm3/sm2 verwarming HR-ketel koeling HT compressie PV 575.000 Wp, circa 1.800 m2 voldaks en circa 1075 m2 gevel Concept 2 – all electric dichte delen Rc vloer/gevel/dak 3,5/4,5/6,0 m2.K/W open delen ramen Utotaal 1,0 W/m2.K infiltratie forfaitair verwarming elektrische warmtepomp met aquifer als bron koeling koudeopslag PV 360.000 Wp, circa 1.800 m2 voldaks Concept 3 - warmtelevering dichte delen Rc vloer/gevel/dak 5,0/6,0/7,0 m2.K/W open delen ramen Utotaal 1,0 W/m2.K infiltratie forfaitair verwarming externe warmtelevering koeling HT compressie PV 560.000 Wp, circa 1.800 m2 voldaks en circa 1000 m2 gevel
Concepten 1 - gas 2 – all electric 3 - warmtelevering
Energiebehoefte [kWh/m2] ≤ 50 39,3 45,3 45,0
Primaire energie [kWh/m2] ≤ 47,1 27,0 37,8 25,5
Hernieuwbare energie ≥ 50% 50,2% 51,0% 51,1%
E/E [-] 0,373 0,446 0,351
Bij het concept met gas is het maar net mogelijk om aan de eis voor hernieuwbare energie te voldoen. De energiebehoefte is zo ver mogelijk verlaagd. Een verdere verbetering van de schilisolatie levert bijna niets op. Er is net voldoende dak- en geveloppervlak beschikbaar voor realisatie van de benodigde PV.
44
k:\doc\e\2015\137100\e2015137100r001v2.docx 07-11-2016
Resultaten BENG indicatoren en E/E per concept
BENG referentiegebouwen
4.24 Sport M Een middelgroot zwembad met twee grote baden. Gebruiksoppervlak van circa 2.900 m2. Uitgangspunten voor alle concepten dichte delen Rc vloer/gevel/dak 3,5/4,5/6,0 m2.K/W open delen Utotaal 1,0 W/m2.K infiltratie qv10;spec 0,40 dm3/sm2 medium water+lucht voor verwarming en koeling ventilatie debiet zwemdeel 200% x Bouwbesluit, rest Bouwbesluit, ventilatoren forfaitair terugregeling 60% verlichting geen aanwezigheidsdetectie in gemeenschappelijke ruimtes Concept 1 - gas verwarming HR-ketel tapwater indirect gestookte boilers met HR107 koeling HT compressie, zwemhal en kleedkamers geen koeling ventilatie balansventilatie met HR-wtw 95% (D2b2) verlichting 12 W/m2 veegschakeling in zwemdeel, rest 6 W/m2 veeg+daglichtregeling PV 224.000 Wp, circa 1.120 m2 Concept 2 – gaswarmtepomp verwarming gasgestookte warmtepomp met aquifer als bron tapwater DWTW, zonneboiler, indirect gestookte boilers met HR107 koeling koudeopslag, zwemhal en kleedkamers geen koeling ventilatie balansventilatie met HR-wtw 95%, CO2 regeling (D5a) verlichting 10 W/m2 veegschakeling in zwemdeel, rest 6 W/m2 veeg+daglichtregeling PV 78.000 Wp, circa 390 m2
k:\doc\e\2015\137100\e2015137100r001v2.docx 07-11-2016
Concept 3 - warmtelevering verwarming externe warmtelevering tapwater indirect gestookte boilers met externe warmtelevering koeling HT compressie, zwemhal en kleedkamers geen koeling ventilatie balansventilatie met HR-wtw 95% (D2b2) verlichting 12 W/m2 veegschakeling in zwemdeel, rest 6 W/m2 veeg+daglichtregeling PV 146.000 Wp, circa 730 m2 Resultaten BENG indicatoren en E/E per concept Concepten 1 - gas 2 – all electric 3 - warmtelevering
Energiebehoefte [kWh/m2] ≤ 50 47,3 44,3 47,3
Primaire energie [kWh/m2] ≤ 25 24,9 24,7 25,0
Hernieuwbare energie ≥ 50% 71,3% 66,0% 61,7%
E/E [-] -0,212 0,309 0,058
45
BENG referentiegebouwen
25 Sport L
26 Kantoor S
46
k:\doc\e\2015\137100\e2015137100r001v2.docx 07-11-2016
27 Kantoor M
BENG referentiegebouwen
4.25 Sport L Een groot sportcomplex met 2 grote sporthallen met tribunes en een zwembad met twee baden. Gebruiksoppervlak van circa 8.500 m2. Uitgangspunten voor alle concepten dichte delen Rc vloer/gevel/dak 3,5/4,5/6,0 m2.K/W open delen Utotaal 1,0 W/m2.K infiltratie qv10;spec 0,40 dm3/sm2 medium water+lucht voor verwarming en lucht voor koeling in zwemdeel, rest water+lucht ventilatie debiet zwemdeel+sporthal 200% x Bouwbesluit, rest Bouwbesluit, ventilatoren forfaitair terugregeling 60% verlichting aanwezigheidsdetectie alleen in sporthal met kleedkamers Concept 1 - gas verwarming HR-ketel tapwater indirect gestookte boilers met HR107 koeling HT compressie ventilatie balansventilatie met HR-wtw 95% (D2b2) verlichting 12 W/m2 veegschakeling in zwem/sportdeel, rest 6 W/m2 veeg+daglichtregeling PV 580.000 Wp, circa 2.900 m2 Concept 2 – warmtepomp plafond open verwarming elektrische warmtepomp met aquifer als bron tapwater DWTW, zonneboiler, indirect gestookte boilers met HR107 koeling koudeopslag ventilatie balansventilatie met HR-wtw 95%, CO2 regeling (D5a) verlichting 14 W/m2 veegschakeling in zwem/sportdeel, rest 6 W/m2 veeg+daglichtregeling PV 340.000 Wp, circa 1.700 m2
k:\doc\e\2015\137100\e2015137100r001v2.docx 07-11-2016
Concept 3 - warmtelevering verwarming externe warmtelevering tapwater indirect gestookte boilers met externe warmtelevering koeling HT compressie ventilatie balansventilatie met HR-wtw 95% (D2b2) verlichting 12 W/m2 met veegschakeling in zwemdeel, rest 6 W/m2 met veeg+daglichtregeling PV 390.000 Wp, circa 1.950 m2 Resultaten BENG indicatoren en E/E per concept Concepten 1 - gas 2 – all electric 3 - warmtelevering
Energiebehoefte [kWh/m2] ≤ 50 46,5 47,2 46,5
Primaire energie [kWh/m2] ≤ 25 24,8 24,5 24,9
Hernieuwbare energie ≥ 50% 70,8% 72,1% 62,9%
E/E [-] -0,103 0,343 0,148
47
BENG referentiegebouwen
4.26 Kantoor S Een kantoorgebouw aan de voorzijde van een bedrijfsgebouw met 3 bouwlagen. Met een gebruiksoppervlak van circa 1.700 m2 niet echt klein, maar de overige kantoorgebouwen zijn een stuk groter. Er is uitgegaan van een aangrenzende verwarmde bedrijfshal 100x200 m. Uitgangspunten voor alle concepten open delen Utotaal 1,0 W/m2.K infiltratie forfaitair medium water voor verwarming en koeling ventilatie debiet conform Bouwbesluit en ventilatoren forfaitair verlichting 7 W/m2, veegschakeling met daglichtregeling Concept 1 - gas dichte delen Rc vloer/gevel/dak 3,5/5,0/7,0 m2.K/W verwarming HR-ketel tapwater elektrische boilers koeling LT compressie ventilatie balansventilatie met HR-wtw 90% (D2b2) PV 40.000 Wp, circa 200 m2 Concept 2 – all electric dichte delen Rc vloer/gevel/dak 3,5/5,0/7,0 m2.K/W verwarming elektrische warmtepomp met als bron buitenlucht tapwater elektrische boilers koeling HT compressie ventilatie balansventilatie met HR-wtw 90% (D2b2) PV 34.000 Wp, circa 170 m2 Concept 3 - warmtelevering dichte delen Rc vloer/gevel/dak 5/6,0/7,5 m2.K/W verwarming externe warmtelevering tapwater elektrische boilers koeling LT compressie ventilatie mechanische afzuiging met zelfregelende roosters (C2b) PV 62.000 Wp, circa 310 m2
Concepten 1 - gas 2 – all electric 3 - warmtelevering
48
Energiebehoefte [kWh/m2] ≤ 50 26,6 26,6 49,5
Primaire energie [kWh/m2] ≤ 25 22,1 24,1 24,5
Hernieuwbare energie ≥ 50% 50,6% 54,1% 58,9%
E/E [-] 0,242 0,264 0,270
k:\doc\e\2015\137100\e2015137100r001v2.docx 07-11-2016
Resultaten BENG indicatoren en E/E per concept
BENG referentiegebouwen
4.27 Kantoor M Een middelgroot rechthoekig kantoorgebouw met 5 bouwlagen. Gebruiksoppervlak van circa 4.400 m2. Uitgangspunten voor alle concepten open delen Utotaal 1,0 W/m2.K infiltratie forfaitair ventilatie debiet 140% x Bouwbesluit, ventilatoren forfaitair verlichting 6 W/m2, veegschakeling met daglichtregeling Concept 1 - gas dichte delen Rc vloer/gevel/dak 5,0/6,0/7,0 m2.K/W verwarming HR-ketel tapwater elektrische boilers koeling HT compressie medium water+lucht voor verwarming en koeling ventilatie balansventilatie met wtw 80%, CO2 regeling (D5a), 40% terugregeling PV 96.000 Wp, circa 480 m2 Concept 2 – all electric dichte delen Rc vloer/gevel/dak 3,5/4,5/6,0 m2.K/W verwarming elektrische warmtepomp met als bron een aquifer tapwater elektrische boilers koeling koudeopslag medium water+lucht voor verwarming en koeling ventilatie balansventilatie met wtw 80% (D2b2), 40% terugregeling PV 80.000 Wp, circa 400 m2
k:\doc\e\2015\137100\e2015137100r001v2.docx 07-11-2016
Concept 3 - warmtelevering dichte delen Rc vloer/gevel/dak 3,5/4,5/6,0 m2.K/W verwarming externe warmtelevering tapwater elektrische boilers koeling HT compressie medium water+lucht voor verwarming en water voor koeling ventilatie balansventilatie met wtw 80% (D2b2), 40% terugregeling PV 96.000 Wp, circa 480 m2 Resultaten BENG indicatoren en E/E per concept Concepten 1 - gas 2 – all electric 3 - warmtelevering
Energiebehoefte [kWh/m2] ≤ 50 30,4 34,1 30,5
Primaire energie [kWh/m2] ≤ 25 19,5 24,2 19,7
Hernieuwbare energie ≥ 50% 51,7% 56,0% 51,4%
E/E [-] 0,384 0,419 0,387
49
BENG referentiegebouwen
28 Kantoor XL1
29 Kantoor XL2
50
k:\doc\e\2015\137100\e2015137100r001v2.docx 07-11-2016
30 Bijeenkomst S
BENG referentiegebouwen
4.28 Kantoor XL1 Een zeer groot kantoorgebouw opgebouwd in 2 bouwdelen: een rechthoekig deel met 16 bouwlagen geschakeld met een lager vierkant deel met 7 bouwlagen. In het hoge deel zit een daklicht boven de vides. Gebruiksoppervlak van circa 24.500 m2. Uitgangspunten voor alle concepten dichte delen Rc vloer/gevel/dak 3,5/4,5/6,0 m2.K/W infiltratie forfaitair plafond open ventilatie balansventilatie met wtw 80%, CO2 regeling (D5a), debiet 140% x Bouwbesluit, 40% terugregeling, ventilatoren forfaitair verlichting 4 W/m2, veegschakeling met daglichtregeling Concept 1 - gas open delen Utotaal 0,9 W/m2.K, lichtstraat met buitenzonwering verwarming HR-ketel tapwater elektrische boilers koeling HT compressie medium water+lucht voor verwarming en koeling PV 606.000 Wp, circa , circa 1.870 m2 plat dak + 1.160 m2 gevel/overstek Concept 2 – all electric open delen Utotaal 1,0 W/m2.K, lichtstraat met buitenzonwering verwarming elektrische warmtepomp met als bron een aquifer tapwater elektrische doorstroomtoestellen koeling koudeopslag medium water+lucht voor verwarming en koeling PV 370.000 Wp, circa 1.850 m2
k:\doc\e\2015\137100\e2015137100r001v2.docx 07-11-2016
Concept 3 - warmtelevering open delen Utotaal 1,0 W/m2.K, lichtstraat met buitenzonwering verwarming externe warmtelevering tapwater elektrische boilers koeling HT compressie medium water+lucht voor verwarming en water voor koeling PV 524.000 Wp, circa 1.870 m2 plat dak + 750 m2 gevel/overstek Resultaten BENG indicatoren en E/E per concept Concepten 1 - gas 2 – all electric 3 - warmtelevering
Energiebehoefte [kWh/m2] ≤ 50 31,3 32,8 31,0
Primaire energie [kWh/m2] ≤ 25 20,1 25,0 17,3
Hernieuwbare energie ≥ 50% 50,6% 54,1% 50,5%
E/E [-] 0,309 0,340 0,276
51
BENG referentiegebouwen
4.29 Kantoor XL2 Een zeer groot kantoorgebouw in een U-vorm met een atrium op noord. Het gebouw heeft 8 bouwlagen. Gebruiksoppervlak van circa 24.000 m2. Uitgangspunten voor alle concepten dichte delen Rc vloer/gevel/dak 4,5/4,5/6,0 m2.K/W open delen Utotaal 0,9 W/m2.K, deuren parkeergarage 1,4 W/m2.K, te openen ramen atriumdak Utotaal 1,4 W/m2.K zonder buitenzonwering infiltratie forfaitair plafond open ventilatie balansventilatie met wtw 80%, CO2 regeling (D5a), debiet 140% x Bouwbesluit, 40% terugregeling, ventilatoren forfaitair Concept 1 - gas verwarming HR-ketel tapwater elektrische boilers koeling HT compressie medium water+lucht voor verwarming en koeling verlichting 7 W/m2, veegschakeling met daglichtregeling PV 784.000 Wp, circa 2.800 m2 plat dak + 1.120 m2 overstek op zuid en west Concept 2 – all electric verwarming elektrische warmtepomp met als bron een aquifer tapwater elektrische doorstroomtoestellen koeling koudeopslag + niet preferent warmtepomp in zomerbedrijf medium water+lucht voor verwarming en koeling verlichting 4 W/m2, veegschakeling met daglichtregeling PV 460.000 Wp, circa 2.300 m2 Concept 3 - warmtelevering verwarming externe warmtelevering tapwater elektrische boilers koeling HT compressie medium water+lucht voor verwarming en koeling verlichting 4 W/m2, veegschakeling met daglichtregeling PV 570.000 Wp,
circa 2.850 m2 plat dak
Concepten 1 – gas 2 – all electric 3 – warmtelevering
52
Energiebehoefte [kWh/m2] ≤ 50 40,8 40,9 37,6
Primaire energie [kWh/m2] ≤ 25 23,9 24,5 18,8
Hernieuwbare energie ≥ 50% 52,6% 59,7% 50,5%
E/E [-] 0,376 0,356 0,307
k:\doc\e\2015\137100\e2015137100r001v2.docx 07-11-2016
Resultaten BENG indicatoren en E/E per concept
BENG referentiegebouwen
4.30 Bijeenkomst S Een rechthoekig bijeenkomstgebouw met 2 bouwlagen. Het gebouw kan dienst doen als verenigingsgebouw of als een paviljoen. De 1e verdieping heeft een omloop met verdiepingshoge ramen en een overstekende dakrand. Gebruiksoppervlak van circa 1.750 m2. Uitgangspunten voor alle concepten dichte delen Rc vloer/gevel/dak 3,5/4,5/6,0 m2.K/W open delen ramen en entree Utotaal 1,0 W/m2.K geen zonwering, deuren 1,4 W/m2.K infiltratie forfaitair tapwater elektrische boilers medium water+lucht voor verwarming en koeling ventilatie debiet 140% x Bouwbesluit, ventilatoren forfaitair Concept 1 - gas verwarming HR-ketel koeling HT compressie ventilatie balansventilatie met wtw 80% (D2b2), 40% terugregeling verlichting 8 W/m2, veegschakeling, boven in combinatie met daglichtregeling PV 90.000 Wp, circa 450 m2 Concept 2 – all electric verwarming elektrische warmtepomp met bodem als bron koeling bodemkoeling ventilatie balansventilatie met wtw 80%, CO2 regeling (D5a), 60% terugregeling verlichting 8 W/m2, veegschakeling, boven in combinatie met daglichtregeling PV 52.000 Wp, circa 260 m2 Concept 3 - warmtelevering verwarming externe warmtelevering koeling HT compressie ventilatie balansventilatie met wtw 80% (D2b2), 40% terugregeling verlichting 5 W/m2, veegschakeling, boven in combinatie met daglichtregeling PV 54.000 Wp, circa 270 m2
k:\doc\e\2015\137100\e2015137100r001v2.docx 07-11-2016
Resultaten BENG indicatoren en E/E per concept Concepten 1 - gas 2 – all electric 3 - warmtelevering
Energiebehoefte [kWh/m2] ≤ 50 48,6 45,2 46,1
Primaire energie [kWh/m2] ≤ 25 24,1 23,8 23,2
Hernieuwbare energie ≥ 50% 63,2% 66,4% 51,7%
E/E [-] 0,047 0,261 0,217
53
BENG referentiegebouwen
31 Bijeenkomst M
32 Bijeenkomst L
54
k:\doc\e\2015\137100\e2015137100r001v2.docx 07-11-2016
33 Bijeenkomst XL
BENG referentiegebouwen
4.31 Bijeenkomst M Een bijna vierkant bijeenkomstgebouw voor een bioscoop met zes zalen. Het gebouw heeft deels twee bouwlagen. Aan de entreezijde is een grote glaspui. Gebruiksoppervlak van circa 2.350 m2. Uitgangspunten voor alle concepten dichte delen Rc vloer/gevel/dak 3,5/4,5/6,0 m2.K/W open delen ramen en entree Utotaal 1,0 W/m2.K geen zonwering, deuren 1,4 W/m2.K infiltratie forfaitair medium water+lucht voor verwarming en koeling ventilatie debiet 180% Bouwbesluit, ventilatoren forfaitair Concept 1 - gas verwarming HR-ketel tapwater elektrische boilers koeling HT compressie ventilatie balansventilatie met HR-wtw 80% (D2b2), 40% terugregeling verlichting 8 W/m2, veegschakeling PV 110.000 Wp, circa 550 m2 Concept 2 – all electric verwarming elektrische warmtepomp met bodem als bron tapwater elektrisch doorstroomtoestel koeling bodemkoeling ventilatie balansventilatie met HR-wtw 80% (D2b2), 40% terugregeling verlichting 8 W/m2, veegschakeling PV 68.000 Wp, circa 340 m2 Concept 3 - warmtelevering verwarming externe warmtelevering tapwater elektrische boilers koeling HT compressie ventilatie balansventilatie met HR-wtw 80%, CO2 regeling (D5a), 60% terugregeling verlichting 5 W/m2, veegschakeling PV 70.000 Wp, circa 350 m2
k:\doc\e\2015\137100\e2015137100r001v2.docx 07-11-2016
Resultaten BENG indicatoren en E/E per concept Concepten 1 - gas 2 – all electric 3 - warmtelevering
Energiebehoefte [kWh/m2] ≤ 50 46,2 41,8 43,6
Primaire energie [kWh/m2] ≤ 25 24,5 24,3 22,5
Hernieuwbare energie ≥ 50% 60,5% 64,2% 51,5%
E/E [-] 0,125 0,285 0,262
55
BENG referentiegebouwen
4.32 Bijeenkomst L Een rechthoekig bijeenkomstgebouw voor een museum met een filmzaal. Het gebouw heeft grotendeels twee bouwlagen. Aan de entreezijde is een grote glaspui. Gebruiksoppervlak van circa 5.000 m2. Uitgangspunten voor alle concepten dichte delen Rc vloer/gevel/dak 3,5/4,5/6,0 m2.K/W open delen ramen en entree Utotaal 1,0 W/m2.K, deuren en glasdak 1,4 W/m2.K entree geen zonwering infiltratie forfaitair tapwater elektrische boilers medium water+lucht voor verwarming en koeling ventilatie debiet 180% Bouwbesluit, ventilatoren forfaitair verlichting geen aanwezigheidsdetectie bevochtiging elektrisch in museumzalen Concept 1 - gas verwarming HR-ketel koeling HT compressie ventilatie balansventilatie met HR-wtw 80%, CO2 regeling (D5a), 60% terugregeling verlichting in museumzalen 20 W/m2 rest 8 W/m2, veegschakeling PV 244.000 Wp, circa 1.220 m2 Concept 2 – all electric verwarming elektrische warmtepomp met aquifer als bron, COP=6 koeling koudeopslag ventilatie balansventilatie met HR-wtw 80% (D2b2), 40% terugregeling verlichting in museumzalen 16 W/m2 rest 8 W/m2, veegschakeling PV 210.000 Wp, circa 1.050 m2 Concept 3 - warmtelevering verwarming externe warmtelevering koeling HT compressie ventilatie balansventilatie met HR-wtw 80% (D2b2), 40% terugregeling verlichting in museumzalen 14 W/m2 rest 8 W/m2, veegschakeling PV
210.000 Wp, circa 1.050 m2
Concepten 1 - gas 2 – all electric 3 - warmtelevering
56
Energiebehoefte [kWh/m2] ≤ 50 50,0 49,8 47,0
Primaire energie [kWh/m2] ≤ 25 24,8 23,7 24,7
Hernieuwbare energie ≥ 50% 61,4% 67,4% 57,9%
E/E [-] 0,323 0,308 0,322
k:\doc\e\2015\137100\e2015137100r001v2.docx 07-11-2016
Resultaten BENG indicatoren en E/E per concept
BENG referentiegebouwen
4.33 Bijeenkomst XL Een groot bijeenkomstgebouw voor een theater of schouwburg met een kleine en een grote zaal. Het gebouw heeft een ruimte foyer met vide over 3 bouwlagen. Aan de entreezijde bij de foyer is een grote glaspui. Gebruiksoppervlak van circa 9.700 m2. Uitgangspunten voor alle concepten dichte delen Rc vloer/gevel/dak 3,5/4,5/6,0 m2.K/W open delen ramen en entree Utotaal 1,0 W/m2.K, deuren en glasdak 1,4 W/m2.K entree geen zonwering infiltratie forfaitair tapwater elektrische boilers medium lucht voor verwarming en koeling in de theaterzalen, overig water+lucht ventilatie debiet theaterzalen/foyer 400%/200% x Bouwbesluit, overig conform bouwbesluit, 60% terugregeling, ventilatoren forfaitair verlichting geen aanwezigheidsdetectie in foyer en theaterzalen, de toneelverlichting is buiten beschouwing gelaten, dit is beschouwd als procesgebonden energiegebruik Concept 1 - gas verwarming HR-ketel koeling HT compressie ventilatie balansventilatie met HR-wtw 80% (D2b2), theater/foyer met CO2 regeling (D5a) verlichting in theater/foyer 8 W/m2 vertrekschakeling, overig 6 W/m2, veegschakeling PV 380.000 Wp, circa 1.900 m2 Concept 2 – all electric verwarming elektrische warmtepomp met aquifer als bron koeling koudeopslag ventilatie balansventilatie met HR-wtw 80% (D2b2) verlichting in theater/foyer 10 W/m2 vertrekschakeling, overig 6 W/m2,
veegschakeling PV 330.000 Wp, circa 1.650 m2
k:\doc\e\2015\137100\e2015137100r001v2.docx 07-11-2016
Concept 3 - warmtelevering verwarming externe warmtelevering koeling HT compressie ventilatie balansventilatie met HR-wtw 80% (D2b2) verlichting in theater/foyer 10 W/m2 vertrekschakeling, overig 6 W/m2, veegschakeling PV 360.000 Wp, circa 1.800 m2 Resultaten BENG indicatoren en E/E per concept Concepten 1 - gas 2 – all electric 3 - warmtelevering
Energiebehoefte [kWh/m2] ≤ 50 43,1 47,6 47,6
Primaire energie [kWh/m2] ≤ 25 25,0 24,6 24,6
Hernieuwbare energie ≥ 50% 55,7% 67,3% 54,7%
E/E [-] 0,282 0,336 0,336
57
BENG referentiegebouwen
ir. I.M. (Ieke) Kuijpers - van Gaalen DGMR Bouw B.V.
k:\doc\e\2015\137100\e2015137100r001v2.docx 07-11-2016
58
BENG referentiegebouwen
Bijlage 1 Titel
Invloed van gebruiksfunctieprofielen in EPG
Gebruiksfunctieprofielen in EPG
datum vestiging uw kenmerk ons kenmerk verwerkt door
11 mei 2016 Arnhem E.2015.1371.N002 GA
project betreft versie contactpersoon e-mail/telefoon
RVO/BENG referentiegebouwen Effect van gebruiksfunctieprofielen in EPG concept ir. R.M.M. (René) van der Loos rlo@dgmr.nl/088 346 76 16
1. Inleiding Binnen het kader van de ontwikkeling van de referentiegebouwen is er gekeken naar de invloed van de gebruikersprofielen die opgenomen zijn in NEN 7120. Doel hiervan is om te onderzoeken of het mogelijk dan wel gewenst is om het aantal referentiegebouwen te beperken. Het onderzoek is uitgevoerd door te kijken naar één gebouw waarin alleen de gebruiksfunctie gewisseld wordt. Dat geeft een eerste inzicht in het effect dat de huidige gebruikersprofielen in NEN 7120 hebben op de BENG indicatoren. Hierbij is zowel gekeken naar de energiebehoefte als naar het primair energiegebruik. De indicator duurzame energie wordt niet beïnvloedt door de gebruikersprofielen. Bij het beoordelen van de resultaten van de gebruiksprofielen wordt feitelijk in beeld gebracht welke uitgangspunten voor de gebruiksfuncties in de NEN 7120 in combinatie met NEN 8088 zijn opgenomen. In de praktijk zullen echter voor bijvoorbeeld een kantoor ten opzichte van de norm afwijkende bedrijfstijden van toepassing zijn mede afhankelijk van het gebruik in de avonduren en eventueel weekenden. Tevens zal er sprake zijn van afwijkende bezettingsgraden afhankelijk van de wijze van bedrijfsvoering door de gebruiker van het gebouw.
De analyse van de gebruiksprofielen uit NEN 7120 geeft dus geen beeld van de verschillende manieren waarop een bepaald gebouwtype in de praktijk gebruikt kan worden, maar van het gebruik dat in NEN 7120 als gestandaardiseerd gebruik voor de gebruiksfunctie is opgenomen. In het huidige onderzoek is er niet gekeken naar de representativiteit van deze gebruiksprofielen. Er zijn twee analyses voor het wisselen van de gebruiksfunctie uitgevoerd: a verlichting en ventilatoren forfaitair per gebruiksfunctie, ventilatie capaciteit onbekend (er wordt dan per gebruiksfunctie gerekend met een minimum ventilatiedebiet op basis van Bouwbesluit) b verlichting 10 W/m2 en ventilatie 2-voudig (onafhankelijk van de gebruiksfunctie) Bij deze laatste analyse is de invloed van het verlichtingsvermogen en het ventilatiedebiet op een vaste waarde gezet (voor alle gebruiksfuncties gelijk). Er wordt dan alleen gekeken naar de invloed van gebruikstijden, binnentemperatuur en interne warmtelast - factoren die niet beïnvloedt worden door gebruiksinvoer. Bij verlichting en ventilatie kan de gebruiker in de EPC berekening eigen waarden opgeven. De resultaten van de eerste analyse zijn daardoor alleen geldig indien er forfaitair gerekend wordt voor verlichting en ventilatie.
Bij de analyse is er voor de geometrische gegevens uitgegaan van het HBO-gebouw van 4 verdiepingen hoog en een gebruiksoppervlak van 13.712 m2. Er is van uitgegaan dan het gebruiksoppervlak volledig één gebruiksfunctie is.
Gebruiksfunctieprofielen in EPG
2. Resultaten energiebehoefte In figuur 1 en 2 zijn de resultaten weergegeven voor de analyse van de energiebehoefte voor beide onderzochte situaties: a verlichting en ventilatoren forfaitair, ventilatie capaciteit onbekend b verlichting 10 W/m2 en ventilatie 2-voudig verwarming
koeling
zomercomfort
verlichting
150
125
50
25
1 cel
1 logies
1 winkel
1 bijeenkomst
1 bijeenkomst ko
1 sport
1 sport matig
1 kantoor
1 gezondheid+bed
1 gezondheid
0
1 onderwijs
Energiebehoefte (kWh/m2 GO)
75
Figuur 1 Energiebehoefte bij verschillende gebruiksfuncties: a verlichting en ventilatoren forfaitair; ventilatie onbekend
verwarming
koeling
zomercomfort
verlichting
150
125
100
75
50
25
2 cel
2 logies
2 winkel
2 bijeenkomst
2 bijeenkomst ko
2 sport
2 sport matig
2 kantoor
2 gezondheid+bed
2 gezondheid
0
2 onderwijs
Energiebehoefte (kWh/m2 GO)
k:\prj\e\2015\137100 rvo beng referentiegebouwen\05 - rapportage\e2015137100n002 analyse epg gebruiksfunctieprofielen - concept.docx 07-11-2016
100
Figuur 2 Energiebehoefte bij verschillende gebruiksfuncties; b verlichting 10 W/m2 en ventilatie 2-voudig
2
Gebruiksfunctieprofielen in EPG
In figuur 1 en 2 is te zien dat de invloed van verlichting groot is. In figuur 1 is dit een combinatie van de het geïnstalleerd verlichtingsvermogen en de gebruikstijd. In figuur 2 is het verlichtingsvermogen vastgezet op 10 W/m2. Hierdoor zijn de verschillen bij verlichting alleen nog toe te rekenen aan de verschillen in gebruikstijden (branduren overdag en in de avond) die in NEN7120 worden aangehouden.
k:\prj\e\2015\137100 rvo beng referentiegebouwen\05 - rapportage\e2015137100n002 analyse epg gebruiksfunctieprofielen - concept.docx 07-11-2016
Op grond van de resultaten voor analyse a in figuur 1 lijken de volgende gebruiksfuncties in het doorgerekende voorbeeldgebouw een vergelijkbaar resultaat te hebben qua energiebehoefte: onderwijs en bijeenkomst kinderopvang (ko) winkel en logies gezondheid (zonder bed), kantoor, sport en bijeenkomst Wel is de verdeling van de posten verwarming en koeling enigszins verschillend. Bij de resultaten voor analyse b in figuur 2 ontstaan bij winkel en logies echter verschillen tussen beide gebruiksfuncties. Voor de andere twee groepen gebruiksfuncties kan wel geconstateerd worden dat deze voor beide analyses weinig onderscheidend zijn qua energiebehoefte.
3. Resultaten primaire energie In figuur 3 en 4 zijn de resultaten weergegeven voor de analyse van de primaire energie voor beide onderzochte situaties: a verlichting en ventilatoren forfaitair, ventilatie capaciteit onbekend b verlichting 10 W/m2 en ventilatie 2-voudig De uitgangspunten zijn gelijk aan de analyse voor de energiebehoefte. De installaties in het gebouw voor verwarming, koeling en ventilatie zijn voor alle onderzochte gebruiksfuncties gelijk. Bij het primair energiegebruik is het aandeel van verlichting nog groter dan bij de energiebehoefte.
3
2 cel
ventilatoren
1 cel
1 logies
1 winkel
ventilatoren
2 logies
2 winkel
warm tapwater
1 bijeenkomst
1 bijeenkomst ko
warm tapwater
2 bijeenkomst
2 bijeenkomst ko
verlichting
1 sport
1 sport matig
verlichting
2 sport
2 sport matig
koeling incl ZC
1 kantoor
koeling incl ZC
2 kantoor
verwarming
1 gezondheid+bed
1 gezondheid
1 onderwijs
Primair energiegebruik BENG (kWh/m2 GO)
verwarming
2 gezondheid+bed
2 gezondheid
2 onderwijs
Primair energiegebruik BENG (kWh/m2 GO)
k:\prj\e\2015\137100 rvo beng referentiegebouwen\05 - rapportage\e2015137100n002 analyse epg gebruiksfunctieprofielen - concept.docx 07-11-2016
Gebruiksfunctieprofielen in EPG
350 bevochtiging PV
300
250
200
150
100
50
0
Figuur 3 Primaire energie bij verschillende gebruiksfuncties verlichting en ventilatoren forfaitair; ventilatie onbekend
350 bevochtiging PV
300
250
200
150
100
50
0
Figuur 4 Primaire energie bij verschillende gebruiksfuncties; verlichting 10 W/m 2 en ventilatie 2-voudig
4
Gebruiksfunctieprofielen in EPG
Op grond van de resultaten voor analyse a in figuur 3 lijken de volgende gebruiksfuncties in het doorgerekende voorbeeldgebouw een vergelijkbaar resultaat te hebben qua primair energiegebruik: onderwijs en bijeenkomst kinderopvang (ko) logies en cel gezondheid (zonder bed), kantoor en bijeenkomst Bij logies en cel is de verdeling van de posten warm tapwater en ventilatoren duidelijk verschillend.
k:\prj\e\2015\137100 rvo beng referentiegebouwen\05 - rapportage\e2015137100n002 analyse epg gebruiksfunctieprofielen - concept.docx 07-11-2016
Wanneer bij de sportfunctie de invloed van warm tapwater buiten beschouwing gelaten wordt, kan ook sport onder de derde groep met gezondheid (zonder bed), kantoor en bijeenkomst geschaard worden. Dit was bij de energiebehoefte (waar tapwater niet in wordt meegenomen) ook het geval. Bij de resultaten voor analyse b in figuur 4 ontstaan tussen logies en cel echter verschillen. Voor de andere twee groepen gebruiksfuncties kan wel geconstateerd worden dat deze weinig onderscheidend zijn qua primair energiegebruik.
4. Conclusie Doel van het uitgevoerde onderzoek is het in beeld brengen van de mogelijkheden voor het beperken van het aantal gebruiksfuncties en daarmee mogelijk het aantal referentiegebouwen voor utiliteit beperken. Hierbij is alleen gekeken naar de invloed van het gestandaardiseerde gebruiksprofiel zoals dat voor elke gebruiksfunctie in NEN 7120 is opgenomen. Wanneer er naar de verschillende analyses voor energiebehoefte en primair energiegebruik gekeken wordt, kan geconstateerd worden dat de volgende groepen gebruiksfuncties in het doorgerekende voorbeeldgebouw tot een vergelijkbaar resultaat leiden. Wel is de verdeling van de posten bij een aantal gebruiksfuncties enigszins verschillend: onderwijs en bijeenkomst kinderopvang (ko) gezondheid (zonder bed), kantoor en bijeenkomst Bij de laatste groep zou sport op grond van de energiebehoefte ook toegevoegd kunnen worden, maar het primaire energiegebruik ligt hoger door de hogere tapwatervraag bij sportfuncties. In de energiebehoefte wordt de tapwaterbehoefte niet meegenomen waardoor dit verschil niet tot uiting komt. De energiebehoefte en het primair energiegebruik voor de gebruiksfunctie gezondheidszorg met bedgebied is veel hoger dan voor de andere gebruiksfuncties. Op grond van het gebruiksprofiel uit NEN 7120 is hiervoor geen vereenvoudiging mogelijk.
De categorie bijeenkomst voor kinderopvang leidt tot vergelijkbare resultaten als onderwijs. Typisch daarbij is dat de gebruiksfunctie bijeenkomst voor kinderopvang voor de EPC vrijwel gelijk is aan de gebruiksfunctie bijeenkomst (overig). Wel wordt er gerekend met een hoger ventilatiedebiet op basis van Bouwbesluit. Ook bij onderwijs is er natuurlijk sprak van een relatief hoog ventilatiedebiet. Voor de gebruiksfunctie bijeenkomst voor kinderopvang waren geen aparte referentiegebouwen gepland. Deze gebruiksfunctie maakt onderdeel uit van een brede school en/of een multifunctioneel centrum. Voor onderwijs zijn verschillende referentiegebouwen in ontwikkeling. Feitelijk is het hierdoor voor de energieprestatie van het referentiegebouw niet nodig om onderscheid te maken tussen het gedeelte met onderwijs en het gedeelte met kinderopvang.
5
Gebruiksfunctieprofielen in EPG
Beperking van het aantal referentiegebouwen zou op grond van bovenstaande mogelijk zijn voor de referentiegebouwen voor de gebruiksfuncties gezondheid (zonder bed), kantoor en bijeenkomst. Hiervoor worden momenteel de onderstaande BENG referentiegebouwen ontwikkeld. tabel 1
k:\prj\e\2015\137100 rvo beng referentiegebouwen\05 - rapportage\e2015137100n002 analyse epg gebruiksfunctieprofielen - concept.docx 07-11-2016
Gebouw Gezondheidsgebouw zonder bed S Kantoor S Kantoor M Kantoor XL 1 Kantoor XL 2 Bijeenkomstgebouw S Bijeenkomstgebouw M Bijeenkomstgebouw L Bijeenkomstgebouw XL
Voorbeeld Gezondheidscentrum (niet klinisch), kantoor Kantoor klein Kantoor middel Kantoor groot variant 1, 2 bouwblokken Kantoor groot variant 2, atrium Verenigingsgebouw, vergaderpaviljoen Bioscoop Museum, bioscoop, poppodium Theater
BVO (m2) 1.000 1.800 6.000 24.000 24.000 1.500 2.390 6.000 13.000
Van het kleine gebouw voor gezondheid (zonder bed) was al geconstateerd dat dit ook een kantoorgebouw kan zijn. Daaraan zou theoretisch dus ook een bijeenkomstfunctie toegekend kunnen worden. Hiervoor is nu het bijeenkomstgebouw S voorgesteld. Het verschil tussen deze gebouwen zit met name in de toegepaste hoeveelheid glas en in het klimatiserings/ventilatie concept. Ook voor de grotere gebouwen zou op grond van de vergelijkbare resultaten voor het doorgerekende voorbeeldgebouw verwacht kunnen worden dat de gebruiksfunctie kantoor en bijeenkomst uitwisselbaar zijn. Dit is echter wat te kort door de bocht. De voorbeeldgebouwen zijn onderscheidend op een aantal andere punten die in de huidige onderzoek niet tot uiting komen doordat in de analyse gekeken is naar één voorbeeldgebouw met verschillende gebruiksfuncties. Het gaat daarbij om: de verschijningsvorm van theater en bioscoop versus grotere kantoorgebouwen.
∙ bij deze bijeenkomst gebouwen is er sprake van een veel lager aandeel open geveldelen ∙ de verhouding verlies/gebruiksoppervlak door de grotere verdiepingshoogte bij zalen installatietechnische verschillen zoals: ∙ het ventilatiedebiet bij hoge bezettingen in bijeenkomstgebouwen ∙ het geïnstalleerde verlichtingsvermogen bij bijvoorbeeld musea Uiteindelijk zijn deze gebruiksfuncties in de analyse wel uitgewisseld, maar in de praktijk leiden deze gebruiksfuncties ook tot andere bouwkundige vormen en installatietechnische keuzes. Het vereenvoudigen van de gebruiksfuncties zou dan wel mogelijk zijn, maar dit leidt niet automatisch tot een beperking van de bijbehorende referentiegebouwen. Op een kantoorverdieping kan immers geen theaterzaal gerealiseerd worden. De enige beperking in de referentiegebouwen die wij voor de hand vinden liggen is de overlap tussen een klein kantoor en een gezondheidsgebouw zonder bed. Een verschil hierbij is nog de omvang van het gebruiksoppervlak van 1.800 versus 1.000 m2. Indien overwogen wordt om het aantal referentiegebouwen voor andere gebruiksfuncties te beperken dan adviseren wij om op voorhand de gebruiksfunctie in deze grotere referentiegebouwen uit te wisselen om te beoordelen of dat in dergelijk gebouwvormen ook nog steeds leidt tot vergelijkbare resultaten.
Daarbij rekening houdend met de gebruiksfunctie specifieke kenmerken zoals verschijningsvorm en installatie- en ventilatieconcept.
6
BENG referentiegebouwen
Bijlage 2 Titel
Toepassing van BIM voor referentiegebouwen
BIM en referentiegebouwen datum vestiging uw kenmerk ons kenmerk verwerkt door
11 mei 2016 Arnhem E.2015.1371.00.N001 RLO|GA
project betreft versie contactpersoon e-mail/telefoon
RVO/BENG referentiegebouwen Toepasbaarheid van BIM 001 ing. M. (Machiel) Huisman mhi@dgmr.nl/088 346 76 22
1. Inleiding Bij de ontwikkeling van nieuwe gebouwen wordt steeds meer gebruik gemaakt van BIM - (ge)Bouw Informatie Modellen. Bij de ontwikkeling van de nieuwe referentiegebouwen BENG is daarom de vraag gesteld in hoeverre het zinvol is om hierbij BIM toe te passen. In deze notitie wordt ingegaan op de sterke en zwakke punten bij de toepassing van BIM voor de referentiegebouwen. Allereerst wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op het gebruik van de referentiegebouwen en de definitie van BIM voor dit onderzoek. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 de toepassing van BIM beschreven voor referentiegebouwen. De huidige manier van vastleggen van de referentiegebouwen is beschreven in hoofdstuk 4. De verschillen en voor- en nadelen van beide methoden worden besproken in hoofdstuk 5, waarna wordt afgesloten met een conclusie.
2. Uitgangspunten 2.1 Referentiegebouwen
De referentiegebouwen worden gebruikt voor het (beleidsmatig) rekenen aan energieprestaties. Dit kan variëren van kosten/batenstudies bij aanscherpingen van de energieprestatie-eisen tot Cepcstudies bij aanpassing van de beoordelingsmethode. Hierbij worden effecten van voorgenomen beleidswijzigingen in beeld gebracht. Daarnaast worden de referentiegebouwen voornamelijk gebruikt voor het in beeld brengen van het effect van verschillende maatregelen. De referentiewoningen zijn bijvoorbeeld verwerkt in het softwarepakket ‘EPG en kosten’ en de utiliteitsgebouwen in de energiebesparingsverkenner utiliteitsbouw. Daarnaast worden de referentiegebouwen nog gebruikt in artikelen en/of presentaties om effecten van energiebesparende maatregelen bij voorbeeldgebouwen inzichtelijk te maken. De basis van de referentiegebouwen is de invoer voor de energieprestatie. In de kern gaat het bij de referentiegebouwen om het vastleggen van de invoergegevens hiervoor. De uittrekstaat van verliesoppervlaktes met bijbehorende oriëntatie, belemmering en warmteweerstanden en het gebruiksoppervlak, gerubriceerd per rekenzone. 2.2 BIM Onder een BIM wordt voor dit onderzoek een 3d weergave van een gebouw verstaan, met daarbij de informatie over de bijbehorende gegevens van de materialisatie vastgelegd in een uitwisselbaar bestandsformaat, bijvoorbeeld IFC.
Een BIM is opgebouwd uit bouwkundige en installatietechnische elementen die gezamenlijk het gebouw vormen. Aan deze elementen kunnen materiaaleigenschappen toegekend worden, bijvoorbeeld het soortelijk gewicht, de lambda waarde, ZTA waarde of het verwarmingsvermogen. Door de
BIM en referentiegebouwen
eigenschappen direct toe te kennen aan de elementen is de geometrie in combinatie met de materiaaleigenschappen eenduidig vastgelegd.
3. Toepassing
k:\prj\e\2015\137100 rvo beng referentiegebouwen\05 - rapportage\e2015137100n001 bim en referentiegebouwen - concept.docx 12-05-2016
Als we kijken naar het gebruik van de referentiegebouwen wordt er gekeken naar het effect op de energieprestatie (de vastgelegde indicatoren zoals EPC en het gebouwgebonden energiegebruik). In de referenties zijn in de basis de vorm en de afmetingen van het gebouw vastgelegd gerelateerd aan het type gebruik. In de referentiegebouwen staan installatietechnische concepten in zekere zin los van het gebouw. Bij eenzelfde gebouw zijn immers verschillende concepten te realiseren met een zelfde effect op de energieprestatie. Dit geldt tot op zeker niveau ook voor de luchtdichtheid, Rc-, U- en psiwaarden van de gebouwschil en de thermische capaciteit van het gebouw. De Rc- en U-waarde moeten minimaal voldoen aan de vangneteisen uit het Bouwbesluit, voor zover van toepassing, maar kunnen ook met betere prestaties in het concept worden verwerkt. De maatregelen aan de gebouwschil bepalen mede de verhoudingen tussen binnen en buitenoppervlaktes van de ruimtes en het gebouw. De gevel-, dak- en vloeroppervlaktes van de binnenruimtes (voor zover deze grenzen aan buitenlucht) bepalen het transmissieoppervlak. Dit oppervlak vormt de invoer voor de energieprestatieberekeningen. Tot op zeker niveau kan een aanpassing van de Rc-waarde dus leiden tot andere gebouwafmetingen (kleiner Ag of groter BVO).
In een BIM model zijn de gegevens die benodigd zijn voor de EPC berekening niet direct uit het model te halen. In het model zijn de geometrische gegevens nauwkeurig vastgelegd. Daarnaast kunnen materiaalgegevens vastgelegd worden zoals dikte en lambda-waarde. Hieruit kunnen de benodigde R cwaarden bepaald worden. De bepaling van de Rc-waarde vindt echter buiten het model plaats. Van de verschillende benodigde bouwkundige gegevens voor de invoer van de energieprestatie staat in tabel 1 aangegeven in hoeverre deze herleidbaar zijn uit het model. Installatietechnische elementen kunnen ook binnen een BIM gemodelleerd worden. Dit gebeurt op dezelfde wijze als bouwkundige elementen. Voor een verwarmingsconcept kan het opweksysteem, distributiesysteem en afgiftesysteem gemodelleerd worden. Net als met de Rc-waarde correspondeert dit niet direct met de invoer voor de EPC berekening. Van een concept is het rendement van de verschillende systeemdelen benodigd. Dit zit niet standaard in een BIM. Eventueel kan dit handmatig aan een rekenzone of klimatiseringszone toegekend worden. De herleidbaarheid van installatietechnische gegevens uit het model is weergegeven in tabel 2. tabel 1 herleidbaarheid bouwkundige uitgangspunten Benodigd gegeven Ag klimatisering-/ rekenzone
Oriëntatie per geveldeel en rekenzone Rc- of U-waarde per geveldeel en rekenzone
Begrenzing per geveldeel psi-waarde
BIM kan door middel van een zone aan het model toegevoegd worden. Gebouwdelen die grenzen aan meerdere zones moeten opgeknipt worden in meerdere delen. Voor andere modelgebruikers is dit echter ongewenst. handmatig uit het model te herleiden aan de hand van de gegeven oriëntatie beschrijving van de Rc- en U-waarde per component kan aan het model toegekend worden. De Rc-waarde wordt niet automatisch berekend aan de hand van diktes en lambda waardes. De ligging aan een bepaalde rekenzone wordt niet automatisch herkend. De oppervlaktes moeten handmatig bepaald worden. Er is nog geen automatische uitvoer beschikbaar. Begrenzing met buiten volgt in de basis uit het model maar een overzicht kan niet automatisch uit het model gegenereerd worden. kan niet aan het model toegekend worden, de gegevens voor de berekening zijn aanwezig in het model*
2
BIM en referentiegebouwen
Luchtdichtheid
kan niet aan het model toegekend worden, de gegevens voor de berekening zijn aanwezig in het model* thermische massa de gegevens voor de bepaling hiervan zijn in het model aanwezig (geometrie en dichtheid), bepaling thermische massa dient handmatig te worden uitgevoerd. * in een BIM kunnen alleen waarden toegekend worden aan elementen of samengestelde elementen. De psi-waarde wordt bepaald aan de hand van de verschillende (samengestelde) elementen die in het knooppunt aanwezig zijn. Het is daarom niet mogelijk om deze waarde toe te kennen aan het model. Mogelijk dat de waarde uit de beschikbare gegevens in het model berekend kan worden maar hiervoor is een aanvullende rekenmodule nodig (3D koudebrug berekening). De psi-waarden moeten dan na elke relevante wijziging opnieuw berekend worden.
tabel 2 herleidbaarheid bouwkundige uitgangspunten Benodigd gegeven rendement van opwekking, distributie en afgifte warmte, koude en warmtapwater ventilatiedebiet
k:\prj\e\2015\137100 rvo beng referentiegebouwen\05 - rapportage\e2015137100n001 bim en referentiegebouwen - concept.docx 12-05-2016
ventilatoren verlichtingsvermogen schakeling verlichting
energieopwekking
BIM beschrijving van het rendement per component kan aan het model toegekend worden. Omschrijvingen komen niet direct overeen met benodigde invoer EPC berekening. beschrijving van het ventilatiedebiet per component kan aan het model toegekend worden. voor de EPC berekening is het totaal per rekenzone benodigd. Dit kan handmatig uit het model herleid worden. ventilatoren kunnen aan het model toegevoegd worden. deze hebben geen relatie met de rekenzone waarin ze liggen. de armaturen kunnen per component aan het model toegevoegd worden. deze hebben geen relatie met de rekenzone waarin ze liggen. de componenten voor de schakeling kunnen aan het model toegevoegd worden. voor de invoer in de EPC berekening moet dit handmatig uit het model herleid worden. de componenten kunnen als losse onderdelen aan het model toegevoegd worden.
4. Huidige vastlegging Thans zijn de referentiegebouwen vastgelegd als één of meerder geschakelde blokken in een blokkenof schetsmodel. Hiervan zijn in een rekensheet (Excel) de gegevens vastgelegd zoals Ag, BVO, hoogte, lengte, breedte, aandeel glas en gebruiksfuncties. De maatregelpakketten inclusief de bouwkundige gegevens als Rc-, U-, psi-waarden, infiltratie en thermische capaciteit worden aan de gebruiker van de referentiegebouwen overgelaten. Voor de thans in ontwikkeling zijnde referentiegebouwen BENG is Sketchup beoogd. Sketchup is een tekenprogramma dat geschikt is voor het maken van oppervlakten en ruimtelijke modellen. Aan de elementen die getekend worden kunnen kleuren en afwerkingen toegekend worden. Het is dus niet mogelijk om (materiaal)eigenschappen direct te koppelen aan de getekende modellen, deze zullen als separate beschrijving bij de modellen horen. Eventueel zou door middel van kleurcoderingen een koppeling gerealiseerd kunnen worden. De benodigde gegevens moeten handmatig berekend worden.
3
BIM en referentiegebouwen
5. Beoordeling Gegevens Wanneer de huidige vastlegging wordt vergeleken met het BIM model blijkt dat in beide situaties de benodigde gegevens beschikbaar zijn om de EPC berekening te kunnen maken. De gegevens liggen in een BIM vastgelegd aan de hand van de elementen, bij een blokken- of schetsmodel is dit een separate beschrijving. Het voordeel van deze beschrijving is dat vrij snel verschillende varianten vergeleken kunnen worden. In een BIM moet dit op element niveau vergeleken worden, bij het schetsmodel is dit een beschrijving over de gebouwschil in zijn geheel of per oriëntatie.
k:\prj\e\2015\137100 rvo beng referentiegebouwen\05 - rapportage\e2015137100n001 bim en referentiegebouwen - concept.docx 12-05-2016
Eenduidig Het voordeel van een BIM ten opzichte van een blokken- of schetsmodel is dat in een BIM de gegevens eenduidiger beschreven zijn. Dit komt voornamelijk tot uiting wanneer er een verschil is in Rc- of Uwaarde in gelijke geveldelen. Bijvoorbeeld wanneer een dak verschillende Rc-waarden heeft. Door interpretatieverschillen kunnen fouten in het schetsmodel optreden, in een BIM is dit niet mogelijk. Varianten Een voordeel van een schetsmodel ten opzichte van een BIM is dat varianten in materialisatie sneller gerealiseerd zijn. Dit kan bij een schetsmodel door de beschrijving aan te passen. In een BIM dienen dan alle materialen te worden voorzien van andere parameters (de informatie moet in het model aan alle elementen toegevoegd worden). Ook het overzicht over de verschillende varianten is in een blokken- of schetsmodel beter, zoals beschreven onder het kopje ‘gegevens’. Invoergegevens In een BIM worden doorgaans de materialen met hun eigenschappen vastgelegd. Daarmee zijn de gegevens aanwezig voor het bepalen van de Rc-waarde. Deze Rc-waarde kan handmatig aan een samengesteld element worden toegevoegd. Dit wordt doorgaans niet gedaan en vergt een extra handeling. De oppervlakte van deze gegevens dient handmatig uit het model gehaald te worden. In een BIM wordt de koppeling tussen geometrie en materiaalgegevens van een element en een rekenzone of oriëntatie niet herkend.
In een blokken- of schetsmodel is geen koppeling aanwezig tussen materiaalgegevens en de geometrie. De psi-waarde is een gegeven over het knooppunt van verschillende elementen, het is niet gelinkt aan een element zelf. Het is dan ook niet mogelijk om deze waarde aan het BIM toe te kennen. De gegevens om deze waarde te berekenen zijn wel aanwezig, deze berekening vergt echter specialistische kennis en software.
6. Conclusie Uit de vergelijkingen tussen de huidige situatie met een blokken- of schetsmodel met een separate beschrijving en een BIM blijkt dat beide modellen voldoende informatie bevatten voor het maken van een EPC berekening. In een BIM ligt de benodigde informatie gedetailleerder vast aan de hand van de materiaalgegevens (op elementniveau) dan in het blokken- of schetsmodel. Hierdoor kunnen bij een BIM geen interpretatie verschillen (meer) optreden. Door deze hogere mate van gedetailleerdheid is het echter lastiger en arbeidsintensiever om varianten op te stellen. Voor elke (bouwkundige en installatietechnische) variant dient het model aangepast te worden terwijl bij een blokken- of schetsmodel alleen de beschrijving aangepast hoeft te worden. De invloed van wanddiktes op het Ag en het verliesoppervlak is hierbij niet meegenomen. De invoergegevens zullen in beide gevallen handmatig uit het model gehaald moeten worden.
4
BIM en referentiegebouwen
Momenteel is bij een BIM niet alle benodigde (EPG invoer) informatie automatisch uit het model te halen. Het op een rij zetten van de benodigde informatie is daardoor (vooralsnog) arbeidsintensiever. Mogelijk dat dit in de toekomst kan wijzigen als er een (meer automatische) export ontwikkeld wordt ten behoeve van EPG-berekeningen. Voor dit moment is Sketchup een goede tussenstap. Referentiegebouwen worden in de basis gebruikt voor het doorrekenen van verschillende varianten (met bouwkundige en installatietechnische maatregelen). Door de benodigde gedetailleerde invoer van informatie op elementniveau is een BIM relatief arbeidsintensief om te maken. De uitvoer biedt weinig meerwaarde voor de referentiegebouwen. Bovendien moet de benodigde uitvoer thans nog vaak met de hand gegenereerd worden.
k:\prj\e\2015\137100 rvo beng referentiegebouwen\05 - rapportage\e2015137100n001 bim en referentiegebouwen - concept.docx 12-05-2016
Al met al lijkt een BIM voor de beoogde toepassing op dit moment weinig meerwaarde te bieden ten opzicht van de huidige situatie waarbij gewerkt wordt met een blokken- of schetsmodel met een beschrijving van de maatregelen.
DGMR Bouw B.V.
5
BENG referentiegebouwen
Bijlage 3 Titel
Resultaten inventarisatie en gemaakte keuzes
BENG referentiegebouwen
1 Woning S tussen Referentie: 7 NoM woningen, 10 losse projecten. Veelvoorkomend: hellend dak, eventuele dakkapel veelal kopersoptie. bij een aantal projecten zijn er in een woonblok 2 woningen met deels een dwarskap op de verdieping voorstel op gedraaide dak niet mee te nemen, wordt al gedaan bij 2 onder 1 kapwoning. bij Nom woningen is een rij huizen vaak voorzien van PV-panelen over geheel dakoppervlak (ook over woningscheiding heen). Hierdoor geen dakkapellen, dakramen etc aan deze zijde. Brochure NoM woningen spreekt over nok excentrisch op de woningen, zodat PV-dak meer m2 krijgt. Woningen met oost-west oriëntatie geen excentrische nok. Voorgevel op Noordoost, daarmee het grootste dakvlak op ZW. Keuze voor 35 en 65 graden dak. Binnenwerkse maat varieert van 5,1 tot 6 m breed en van 7,4 tot 10,5 m diep (excl. uitbouw). Uitgegaan van 5,4 bij 9 m buitenwerkse maat. (5,1 bij 8 binnenwerks). Uitbouw komt bij maximaal de helft van de gevallen voor, met name bij koopwoningen (kopersoptie); verwachting dat in toekomst wel een groter volume wordt gebouwd, maar minder snel uitbouw: er is dan sprake van diepere woningen. Kleine tuinpui aan de achterzijde van de woningen. Voordeur in voorgevel en boven 2 smalle ramen. Veelvoorkomend: metselwerk.
Trapgat < 4 m2 en leidingschachten ook kleiner dan 0,5 m2, dus geen aftrek Ag op begane grond en eerste verdieping. Begane grond vloer grenzend aan kruipruimte. 2 Woning M hoek Referentie: 6 projecten. Veelal garage aan zijgevel (1x niet) en versprongen tov van achtergevel. Hellend dak (40-45 graden) bij alle woningen in het project wel typen erin met deels een dwarskap op de verdieping voorstel om gedraaide dak mee te nemen, in deze gevel zit dan ook een raam. Bij kopwoningen van een rij komt dit ook veel voor. Dwarskap komt natuurlijk niet bij alle 2 onder 1 kapwoningen voor. Deze inefficiënte schilconstructie kan model staan voor andere modelvarianten waarbij extra schil ontstaat: uitbouw, erker, dakkapel. verdiepingen + schuine kap. Binnenwerkse maat varieert van 5.5-6.3 x 10.2-12 m (uitbouwen op begane grond niet in de basis gezien), maar wellicht mogelijk in opties van de bouw. Uitgegaan van 5,7 bij 10,5 m buitenwerkse maat. Grote tuinpui achterzijde van de woningen, verder voornamelijk ramen in voor en achtergevel. Dak soms voorzien van dakraam aan de voorzijde. Voordeur in de zijgevels van de woningen met 1 raam op begane grond er naast en boven de voordeur op de verdiepingen smalle raampjes. Metselwerk, uitgaande van traditionele bouw gemengd/zwaar). Achterzijde tuindeuren openslaand.
Garage? Nee: bij aangrenzende sterk geventileerde ruimte (stallingsruimte motorvoertuigen) geen impact op energiebehoefte als isolatie doorloopt tussen woning en garage. Achtergevel, schuine kap op ZW zijde. Trapgat < 4 m2 en leidingschachten ook kleiner dan 0,5 m2, dus geen aftrek Ag op begane grond en eerste verdieping. Begane grond vloer grenzend aan kruipruimte.
BENG referentiegebouwen
3 Woning L vrij Referentie: 15 passiefhuizen uit catalogus en 2 projecten. Grote diversiteit. 2 verdiepingen + schuine kap i.v.m. PV panelen. Relatief veel glas. Door het relatief grote schiloppervlakte meer aandacht nodig voor transmissieverlies (passief). Door ligging/ruimte op vrij kavel is er meer ruimte voor zon oriëntatie; schuin dakvlak dus niet pal oost/west achtergevel, groot dakvlak op ZW. Voorgevel met dakkapel op NO. Voorstel 8x11 met relatief veel glas. Garage is losstaand gebouw, dus niet meegenomen in EPC. Kachel met rookgasafvoer? Veelvoorkomend: 2 verdiepingen + schuine kap. Trapgat 4 m2 maar leidingschachten kleiner dan 0,5 m2, dus op eerste verdieping alleen aftrek van trapgat. Begane grond vloer grenzend aan kruipruimte. 4 Woning M tussen Referentie: 2 projecten en internetvoorbeelden. 70-85 m2 begane grond BVO 10x7 meter. Kenmerken groter begane grond oppervlak en soms deels eerste verdieping, zowel plat dak als hellend dak gekozen voor plat dak. Slaapkamer en badkamer begane grond slaapkamer aan achterzijde want voorzijde is entree + trap+ woonkamer. Daardoor 2 puien met deur aan achterzijde. Toegang van badkamer ook vanuit hoofdslaapkamer beneden. Huizen zijn niet vrijstaand, tussen/hoekwoning in projectbouw dus tussenwoning en voordeur in voorgevel. Veelal geen appartement.
Trapgat < 4 m2 en ook leidingschachten kleiner dan 0,5 m2, dus geen extra aftrek van Ag op de verdieping. Begane grond vloer grenzend aan kruipruimte. 5 Woonwagen Veel variatie in net als bij vrijstaande woning. Tekeningen van 1 leverancier, afbeeldingen van 2e leverancier. Voorstel o.b.v. tekening: 6,5 x 13 buitenwerkse maten, met extra uitbouw bij entree. Geheel 1laags, licht hellend dak. Tekeningen met dikte ontvangen van woonwagenbouwer voor gevel, vloer en dakopbouw: Rc-waarde vloer en dak 3,0 en voor wand 2,5 aanhouden. Voor wanden een dikte van 150 mm en dak 160 mm. Tussen schuin dak en het geïsoleerd plafond/dak van de woonwagen is ruimte. Deze ruimte is beschouwd als AOR. Begane grond grenzend aan buitenlucht onder. Maat aangehouden voor luchtlaag conform tekeningen, daarmee hoogte ten opzichte van maaiveld bepaald. Grote glaspuien aan voorzijde op ZW oriënteren. 6 Logieswoning Referentie: 8 projecten met verschillende type woningen. Vrijstaand (soms geschakeld). Hellend dak (soms plat of licht hellend), verdieping op stahoogte.
BENG referentiegebouwen
2 laags (soms 1 laags). persoons (ook 2-12 persoons) betekent een slaapkamer op de begane grond+badkamer, en 2 slaapkamers + badkamer op de eerste verdieping. 40-120 m2 BVO buitenmaat 10,4*7,4 m. Voorgevel met voordeur en dakkapel op Noord. Achtergevel met puien op Zuid. Grote tuinpui op west (niet perse op zuid vanwege ligging in park aan strand/vijver etc.). Vaak 2 kleine dakkapellen, soms 1 wat grotere: dakkapel meenemen. Geen open haard in tekeningen. Gemengde bouw (weinig metselwerk). Entree aan lange zijde vakantiewoning. Trapgat < 4 m2 en ook leidingschachten kleiner dan 0,5 m2, dus geen extra aftrek van Ag op de verdieping. Begane grond vloer grenzend aan kruipruimte.
7 Woongebouw M Referentie: 11 projecten, 1 van de projecten heeft een galerij. Hierbij pure woongebouwen bekeken, niet voorzien van commerciële plint. Afmetingen appartementen variëren van 54 m2 per appartement naar 108, 130-150 en 200 (penthouses) en onbekend. Het aantal woningen in een gebouw varieert ook van 35 tot 400. Het aantal bouwlagen varieert van 3-13 bij de referentieprojecten, waarbij 5 en 6 bouwlagen het meeste voorkomt. Metselwerk, uitgaande van traditionele bouw gemengd/zwaar. Veel glas in de gevels. Balkons van de appartementen steken uit ten opzichte van de gevel maar liggen ook in 1 lijn. Buitenafmetingen bovenverdiepingen veelal gelijk aan de onderliggende verdiepingen. Parkeergarage niet, parkeren op straat. Begane grond: bergingen + entree ten kostte van de helft van de appartementen. Dus begane grond maar 3 appartementen. grootte: voorstel gemiddeld 90 m2, circa 8x11. Aangehouden 6 bouwlagen met 6 appartementen, 3 appartementen op begane grond. Rondom een kern. Balkons. Op de begane grond bergingen worden beschouwd als Aangrenzend onverwarmde ruimten. Een berging/fietsenstalling deur. Begrenzing begane grond vloer is grond. Uitstekende liftput en liftopbouw ten opzichte van de rest van het gebouw. 8 Woongebouw XL studios Gebaseerd op voorbeeldgebouw. Op de begane grond is een fietsenstalling gelegen.