Quickscan flora en fauna
Tekst van het document
•
in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daaropvolgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied;
•
ter voorkoming van schade en overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes of begraafplaatsen;
•
ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden;
•
ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren;
•
in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw;
•
in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer;
•
in het kader van bestendig beheer of onderhoud van landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied;
•
in het algemeen belang van de betreffende soort.
Zorgplichten Tot slot gelden onder de Omgevingswet een aantal (nieuwe en uitgebreide) specifieke zorgplichtbepalingen. Deze worden hieronder toegelicht. Belangrijk is dat vanaf 2024 ook een specifieke zorgplicht geldt voor soorten die op een Nederlandse Rode Lijst zijn geplaatst. Deze zorgplicht heeft tot gevolg dat ook vooraf moet worden nagegaan of er een kans is dat één of meer van deze Rode Lijst-soorten binnen of in de directe omgeving van het plangebied kunnen voorkomen. Dit voor zover het om soorten gaan die niet al onder het hiervoor beschreven beschermingsregime vallen en waarvoor vergunningplicht geldt in geval van handelingen met schadelijke gevolgen. Voor deze Rode Lijst-soorten is in hoofdstuk 4 en 5 een eigen paragraaf opgenomen.
Aanleg rotonde, N798 Putten | Eelerwoude | 35
Voor iedere activiteit, handeling, ruimtelijk plan of ruimtelijke ontwikkeling is het verplicht om te toetsen of deze kan leiden tot vergunningplicht, of dat mogelijk een vrijstelling van deze vergunningplicht geldt. Maar ook of er mogelijk een specifieke zorgplicht van toepassing kan zijn. Algemene zorgplicht In artikel 1.7 van de Omgevingswet is opgenomen dat iedereen die weet, of redelijkerwijs kan vermoeden, dat zijn activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de fysieke leefomgeving: • alle maatregelen moet nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; • als die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, moet hij die gevolgen zoveel mogelijk beperken en ongedaan maken; • als de gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt, moet hij die activiteit achterwege laten voor zover dat redelijkerwijs van hem kan worden gevraagd. Daarnaast is in artikel 1.7a van de Omgevingswet ook een algemeen verbod opgenomen. Daarin is vastgelegd dat het verboden is om een activiteit te verrichten of na te laten als daardoor aanzienlijke nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving (dreigen te) ontstaan. Het betekent bijvoorbeeld dat het verboden is onnodig dieren en planten te doden, wanneer er redelijkerwijs een andere oplossing voor is, bijvoorbeeld de dieren te verplaatsen naar een ander gebied.
Verder is het op grond van artikel 2.1 van de Wet dieren verboden om zonder redelijk doel of met overschrijding van hetgeen ter bereiking van zodanig doel toelaatbaar is, bij een dier pijn of letsel te veroorzaken dan wel de gezondheid of het welzijn van het dier te benadelen. Dat geldt ook voor in het wild levende dieren. Specifieke zorgplicht Naast deze algemene zorgplicht gelden vanaf 2024 ook een aantal specifieke zorgplichten (artikel 4.3 van de Omgevingswet). Deze specifieke zorgplichten in relatie tot natuur staan in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Flora- en fauna-activiteiten Voor dit plan zijn de in artikel 11.27 van het Bal opgenomen specifieke zorgplichten voor het uitvoeren van flora- en fauna-activiteiten van belang. Samengevat komen deze zorgplichten op het volgende neer: Eenieder die een activiteit wil gaan uitvoeren en waarbij hij of zij weet, of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor beschermde natuurwaarden of soorten dan is hij/zij verplicht om alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen of zelfs de activiteit niet uit te voeren. Is er toch noodzaak voor deze activiteit en kunnen de nadelige gevolgen niet geheel worden voorkomen dan moet ervoor gezorgd worden die gevolgen zoveel mogelijk worden beperkt of ongedaan gemaakt.
Meer specifiek geldt een plicht om: voorafgaand aan de activiteit na te (laten) gaan of er aanwijzingen zijn van de aanwezigheid op of nabij de locatie waar de activiteit wordt verricht of in de directe nabijheid daarvan: • van nature in Nederland in het wild levende vogels; • van nature in Nederland in het wild levende dieren of planten van soorten, genoemd in de bijlagen II, IV en V bij de Habitatrichtlijn; • dieren of planten van soorten, genoemd in bijlage IX bij het Bal of in de Nederlandse Rode Lijsten; en • voor die soorten belangrijke leefgebieden of natuurlijke habitats;
Aanleg rotonde, N798 Putten | Eelerwoude | 36
Wanneer dit het geval is dient de initiatiefnemer op objectieve wijze vast te (laten) stellen dat nadelige gevolgen kunnen worden uitgesloten voor dieren van die soorten, hun nesten, hun voortplantingsplaatsen, hun rustplaatsen en hun eieren, of voor planten van die soorten. Kan dat niet dan zal moeten worden nagegaan welke gevolgen de activiteit kan hebben voor dieren van die soorten, hun nesten, hun voortplantingsplaatsen, hun rustplaatsen en hun eieren, of voor planten van die soorten en moeten er (aantoonbaar) passende preventieve maatregelen worden getroffen om die nadelige gevolgen te voorkomen, worden gemonitord of de maatregelen werken en worden zo nodig herstelmaatregelen uitgevoerd.
Invasieve uitheemse exoten Exoten of uitheemse soorten zijn dieren of planten die door menselijk handelen buiten hun natuurlijke verspreidingsgebied terecht zijn gekomen. Ook delen ervan, zoals eicellen, zaden of wortelen, vallen onder die begrippen. De term 'uitheemse soort' is bedoeld om een hele soort mee aan te duiden. De term 'exoot' is bedoeld om individuele exemplaren van een uitheemse soort mee aan te duiden. Onder de Omgevingswet geldt een verbod op opzettelijke activiteiten met invasieve uitheemse exoten van de Unielijst. Dit is een lijst van de Europese Commissie waarop soorten staan, die in delen van de EU-schade toebrengen een ecosystemen. Er zijn dan ook rijksregels en internationale regels opgesteld om de introductie en verspreiding van invasieve uitheemse exoten te voorkomen (Art.11.108, lid 1). De volgende opzettelijke handelingen met soorten van de Unielijst zijn verboden: • • • • • • • •
het grondgebied van de Unie binnenbrengen (ook niet door middel van doorvoer onder douanetoezicht); houden (ook niet in een gesloten omgeving); kweken (ook niet in een gesloten omgeving); naar, uit of binnen de EU vervoeren (behalve het vervoeren naar voorzieningen vanwege uitroeiing); in de handel brengen; gebruiken of uitwisselen; toestaan om zich voort te planten, te kweken of te telen (ook niet in een gesloten omgeving); vrijlaten in het milieu.
Het gaat hier dus om opzettelijke activiteiten. Daarnaast gelden er verplichtingen om alle noodzakelijke stappen te nemen om de (on)opzettelijke introductie of verspreiding van soorten van de Unielijst te voorkomen.
Bescherming van gebieden Met het onderdeel gebiedsbescherming (toetsing Natura 2000-activiteit) worden binnen de Omgevingswet de Natura 2000-gebieden beschermd. Natura 2000 is een samenhangend netwerk van natuurgebieden in Europa. Natura 2000 bestaat uit gebieden die zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogelrichtlijn (79/409/EEG) en gebieden die zijn aangemeld op grond van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG). Voor alle gebieden gelden instandhoudingsdoelstellingen. De kern van de bescherming is dat deze instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar mogen worden gebracht. Activiteiten of projecten mogen geen negatieve effecten hebben op de waarden waarvoor het gebied is aangewezen. Essentieel is dat vergunningplicht geldt als uit een Natura 2000-toets volgt dat activiteiten verslechterende of significant verstorende gevolgen kunnen hebben voor een Natura 2000-gebied of een bijzonder nationaal natuurgebied.
Aanleg rotonde, N798 Putten | Eelerwoude | 37
Net als bij soorten zijn er ook in de wet mogelijkheden om van deze vergunningplicht af te wijken wanneer de bepaalde activiteit is vastgelegd in een programma, de provinciale omgevingsverordening of ministeriële regeling. Dit is vastgelegd in paragraaf 11.1.2 van het Bal.
Bescherming van houtopstanden Het kappen of rooien van een boom of bomen uit een houtopstand is niet zomaar toegestaan onder de Omgevingswet. Dit geldt ook bij het rooien of het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging van bomen tot gevolg hebben. Hieronder valt ook beschadiging door vee. Onder houtopstand wordt verstaan: • iedere zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend. De gemeente stelt de grenzen van de ‘bebouwingscontour houtkap’ bij besluit vast. De grenzen zijn bij de gemeente na te vragen. De bescherming van houtopstanden kent twee belangrijke instrumenten: meldingsplicht en maatwerkvoorschrift. Een kapmelding is verplicht bij de kap van bomen buiten de bebouwingscontour houtkap. Veelal geldt een 1 op 1 herplantplicht. Provincies bepalen welke gegevens bij een melding moeten worden aangeleverd. Voor het vellen van een houtopstand in verband met realisatie van een Natura 2000-doel geldt er geen meld- en herplantplicht.
De voorgenomen kap van een houtopstand hoeft niet gemeld te worden als het gaat om: • houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwingscontour houtkap; • houtopstanden op erven of in tuinen; • fruitbomen en windschermen om boomgaarden; • naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar; • kweekgoed; • uit populieren of wilgen bestaande: o wegbeplantingen; o beplantingen langs waterwegen, en o eenrijige beplantingen langs landbouwgronden. • het dunnen van een houtopstand; • uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: o ten minste eens per tien jaar worden geoogst; o bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en o zijn aangelegd na 1 januari 2013. • houtopstanden die een kleinere oppervlakte grond beslaan dan 10 are, of bestaan uit een rijbeplanting die 20 of minder bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen. De provincie kan middels een maatwerkvoorschrift een kapverbod opleggen. Mag er wel worden gekapt, dan moeten meestal ook nieuwe bomen worden aangeplant.
De provincie kan met een maatwerkvoorschrift afwijken van de Rijksregels over vellen en herbeplanten. Dit hangt ervan af of hiervoor een provinciale verordening is opgesteld. Mogelijk is ook een omgevingsvergunning van de gemeente nodig. Het aanvragen van deze omgevingsvergunning en het indienen van een kapmelding moet apart van elkaar worden gedaan.
Aanleg rotonde, N798 Putten | Eelerwoude | 38
Voor onderstaande houtopstanden geldt geen melding- en herplantplicht: • het vellen van houtopstanden ter uitvoering van een instandhoudingsmaatregel of een passende maatregel; • het vellen van houtopstanden voor de aanleg en het onderhoud van brandgangen op natuurterreinen; • het vellen van houtopstanden en herbeplanten op een wijze die is beschreven in een goedgekeurde gedragscode.
Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied verbinden. Dit Natuurnetwerk is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van het Natuurnetwerk en hebben hiervoor soms een andere benaming. In of in de directe nabijheid van het NNN geldt het ‘ja, mits- principe. In principe zijn ontwikkelingen toegestaan mits zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied niet aantasten. Een toetsing aan het natuurbeleid is alleen noodzakelijk als de ontwikkeling in strijd is met het omgevingsplan. In een aantal provincies kent het natuurbeleid externe werking of zijn bepalingen opgenomen waaraan het omgevingsplan dient te voldoen. Dit is vastgelegd in de provinciale Omgevingsverordening.
Gelders Natuurnetwerk Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied verbinden. Dit Natuurnetwerk is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van het Natuurnetwerk en hebben hiervoor soms een andere benaming. Zo gebruikt Gelderland de benaming Gelders Natuurnetwerk (GNN). De provincie heeft daarnaast de Groene Ontwikkelingszone (GO) vastgelegd. Dit zijn gebieden die over het algemeen rond en tussen de GNN liggen, zoals de ecologische verbindingszones, weidevogelgebieden en rustgebieden voor wintergasten (ganzen). In de GO is ruimte voor economische ontwikkelingen indien deze samengaan met een substantiële versterking van de samenhang tussen aangrenzende en inliggende natuurgebieden. In het GNN en GO geldt het ‘nee, tenzij’- principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. Wanneer bij een ontwikkeling mogelijke effecten op het GNN of GO denkbaar zijn, is het noodzakelijk een GNN-toetsing uit te voeren. De GNN en de GO worden beide beschermd tegen aantasting van de kernkwaliteiten.
Aanleg rotonde, N798 Putten | Eelerwoude | 39