CConstaterende datPutten
Koppel je AI →
Document · PDF

Notitie: Reflectie gemeenteraden en algemeen bestuur

Gemeenteraad 8 juli 2021, gemeente PuttenBij agendapunt: RES 1.013.960 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

U noemt dat, omdat er wel potentie is voor meer windmolens. Dit onderzoek is gericht op mogelijke schade voor beschermde diersoorten, met name de wespendief. Onze zorg is dan ook dat, als het onderzoek weinig tot geen schade oplevert voor plant of dier, de weg vrij is voor uitbreiding van molens na 2030. Dit met name omdat er, gezien de beperkte mogelijkheden, daarna een bovenregionale afweging moet worden gemaakt, en de Provincie Gelderland hierin een belangrijke regisseursrol heeft. De rol van de gemeenteraad van Oldebroek zal dan, naar onze mening, beperkt blijken. Daarnaast ziet u mogelijkheden voor de aanleg van zonnevelden in de omgeving van deze locatie, waarbij gebruik van landbouwgrond onvermijdelijk is. Bijzonder is dat u in het rapport over de afhankelijkheid van zon en afwezigheid van wind, in zijn geheel geen uitspraak doet. De VVD is van mening dat, mede gelet op de levensduur van mogelijk extra windmolens, dit concept RES 1.0 geen oplossing is en een onevenredige belasting is voor de inwoners en bezoekers van deze omgeving. Ook inzet van goed landbouwgronden om zonnevelden te realiseren is voor de VVD geen optie. Tevens zijn wij van mening dat er veel meer inzet moet worden gedaan op onderzoek naar energiebronnen als kernenergie, waarbij de belasting voor de omgeving minder zal zijn, en de opbrengst vele malen groter. Ook evt.

afwezigheid van zon of windstille perioden spelen dan geen rol. De doelstelling van gemeente Oldebroek, klimaatneutraal in 2050, zou alleen bereikt kunnen worden met 35% energiebesparing, 21 windmolens, 25 ha zonnepanelen, alle daken vol met panelen, en inzet van een biovergister (andere verhouding is mogelijk). De VVD ziet duidelijk andere oplossingsrichtingen, met name inzet kernenergie. De VVD is van mening dat klimaatneutraal in 2050 op de voorgestelde wijze in RES 1.0 niet mogelijk, danwel acceptabel is voor onze inwoners.

Wij willen u de suggestie mee geven helder te maken wat de gevolgen (kunnen) zijn, als het genoemde onderzoek geen belemmeringen oplevert en Prov. bestuursdwang kan betekenen. Tevens aan te geven wat de realistische ontwikkel en uitvoeringstijd is om een alternatief als kernenergie uit te voeren. ( GS van Brabant noemt 10 jaar.) Tot zover de toelichting van de VVD fractie op de reactie van de commissie R&L gemeente Oldebroek.

Met hartelijke groet, H.G.P. Kemp VVD fractie Oldebroek

Beantwoording Naar aanleiding van gebruik zonnepanelen op dak: In de benchmark ‘zon op grote daken’ staat gemeld dat in de gemeente Oldebroek meer dan 20% van de grote daken is benut voor zonne-energie. Er staat niet vermeld hoeveel procent van het dakoppervlak is benut. Het benutten van grote daken voor zonne-energie is gewenst en de voorkeurslocatie in de RES 1.0. Een gebiedsgerichte aanpak is gewenst om te zorgen dat de projecten voor zonne-energie ook daadwerkelijk aangesloten kunnen worden op het energienet. Naar aanleiding van de zorg omtrent het onderzoeksgebied Hattemerbroek: Graag verwijzen we naar onze beantwoording op de raadsreactie hierboven. Naar aanleiding van afhankelijkheid zon en wind: In het Nederlandse energiesysteem van de toekomst wordt het aandeel weersafhankelijke technieken (zon en wind) groter. Dit kan op termijn leiden tot situaties waarbij er over- (meer aanbod dan vraag) en onderproductie is (meer vraag dan aanbod). Het Nederlandse energiesysteem is onderdeel van het Europese energiesysteem. Ook nu al halen we op momenten energie uit het buitenland, terwijl we op andere momenten energie leveren aan het buitenland. In de toekomst zal ook opslag en conversie van energie aan belang winnen.

Naar aanleiding van alternatieve technieken zoals kernenergie: In de vastgestelde Bestuurlijke Startnotitie is opgenomen dat in de RES conform opdracht vanuit het Klimaatakkoord gekeken wordt naar bewezen technieken zon en wind. Voor warmte is een scala aan warmteoplossingen onderzocht. Kernenergie is geen optie voor de regio. Besluiten over kernenergie worden op nationaal niveau genomen. In het Klimaatakkoord is opgenomen dat kernenergie eventueel na 2030 in beeld kan komen. Kernenergie kan geen bijdrage leveren aan het halen van de 2030-klimaatdoelstellingen, omdat de bouw van kerncentrales langer duurt dan de periode tot 2030.

Gemeente Putten Raadsstandpunt (verslag commissievergadering) Samenwerken aan RES 1.0 Noord-Veluwe Toelichting: Sinds het voorjaar van 2019 werkt de regio Noord-Veluwe aan de Regionale Energiestrategie (RES). Uiterlijk 1 juli 2021 moet de RES 1.0 worden ingediend bij het Nationaal Programma RES. Ter voorbereiding hierop is een 'Inhoudelijke richting voor het regionaal verhaal van de RES 1.0 Noord-Veluwe' opgesteld. De commissie wordt gevraagd vóór 1 april 2021 een reactie te geven aan de hand van de volgende vragen: Herkent u de stappen die we hebben gezet om te komen tot deze richting voor het regionale verhaal RES 1.0? Kunt u zich in deze richting vinden? Zo niet, welke suggesties wilt u ons meegeven, zodat wij de RES 1.0 kunnen aanscherpen? De heer Bakker spreekt in namens de Vereniging tot behoud van Natuurmonumenten. Hij geeft aan zeer tevreden te zijn over de gevoerde procedure op de Noord-Veluwe. Hij wil graag 2 suggesties meegeven: 1. Geen grootschalige opwek toe te staan in beschermde natuurgebieden (Gelders Natuurnetwerk en Natura2000). 2. Als randvoorwaarde opnemen dat de natuurkwaliteit beschermd moet worden zodra grootschalige opwek wordt toegestaan. Voor Putten noemt hij het zoekgebied voor windturbines langs de A28 en de verkenning Wind op en rond de Veluwe (effecten voor de wespendief).

In principe is windenergie langs infrastructurele werken akkoord, maar deze locatie ligt dicht bij Natura2000 gebied. Elke windturbine is een risico; daarom is hij voorstander om binnen de 8-km zone geen windturbines te plaatsen. Op de vraag of het plaatsen van zonnevelden op landbouwgronden de biodiversiteit schaadt, geeft de heer Bakker aan dat dat afhankelijk is waar de zonnevelden geplaatst worden. De heer Van de Koot (CDA), mevrouw Van Dam (Gemeentebelangen), de heer Van den Brink (SGP), de heer Luitjes (Wij Putten) en de heer Van den Heuvel (ChristenUnie) reageren op het notitie en de daarin gestelde vragen. Herkent u de stappen die we hebben gezet om te komen tot deze richting voor het regionale verhaal RES 1.0 en kunt u zich in deze richting vinden? CDA Veel werk verzet in de afgelopen 1,5 tot 2 jaar; compliment aan alle betrokkenen. Teleurstellend dat de ontwikkeling van windenergie langs de A28 op de lange baan worden geschoven (of zelfs definitief uit zicht is). Processtappen zijn helder en logisch: de 3 varianten uit de conceptversie zijn samengebracht in een definitieve 1.0 versie. CDA kan zich vinden in de verdeling 'Reëel deel', 'Ambitiedeel' en 'Onderzoeksdeel'. Gemeentebelangen Verheugd dat het voorlopige aanbod van alle RES-sen (52,5 TWh) ver boven de landelijke doelstelling uitkomt.

Windturbines langs de A28 zijn nu niet te realiseren (blijft een ambitie); dat heeft een behoorlijke impact voor Putten voor het halen van de doelstellingen. Volledig eens met zon op daken; daar is nog veel winst te behalen. Zonneladder leidt waarschijnlijk tot betere benutting van daken. Veel respondenten geven aan zorgen te hebben over zonnevelden op land vanwege aantasting landschap, natuur en recreatiegebieden. Gemeentebelangen is van mening dat we zuinig moeten omgaan met het landschap en landbouwgrond. We herkennen het proces, maar dat is wel onder tijdsdruk gevraagd. Er is veel werk verzet met als resultaat goed onderbouwde documenten met daarin alle hoofdingrediënten. Toch zijn er nog veel aannames en onzekerheden. Daarom is het lastig om aan te geven of de fractie zich in de richting kan vinden: wat is de exacte impact en in hoeverre staat de raad van Putten zelf aan het roer.

SGP De fractie heeft in het verleden aangegeven meer dan 30% van de daken voor zonne-energie (uitgangspunt) te willen benutten ten gunste van zon op land. Daarnaast wil de fractie het meekoppelen met de stikstofproblematiek/sanering agrarische bedrijven (uitgangspunt 7) eruit hebben. De fractie kan niet terugvinden of hier iets mee is gedaan en wit dit graag alsnog aangepast zien. De motie dorpsmolens is overgenomen, maar het is de fractie niet duidelijk hoe de motie 'Opwekken zonne-energie met beleid' (unaniem aangenomen door de raad van Putten) in het proces is meegenomen. Complimenten voor het vele werk dat is verzet. Ook voor wat betreft de burgerparticipatie, ondanks de beperkingen in verband met corona. Wij Putten De fractie is van mening dat er een best positief stuk over de RES Noord-Veluwe voorligt. Maar het is een dynamisch proces dat iedere 2 jaar geactualiseerd moet worden. RES gaat uit van wind en zon: voor Putten gaat dit om 7 windturbines (grotendeels op grondgebied van Ermelo) en zon (vooral op daken en maximaal 20 ha. op land). Putten komt met de pilots Grootschalige Energie Opwek al in de buurt van die 20 ha. We moeten invulling geven aan de taakstellingen die we van het rijk krijgen. We zien daarom uit naar wat er in het regeerakkoord van het nieuwe kabinet komt te staan over de klimaatambities.

Putten heeft raadsbreed de doelstelling geformuleerd om in 2050 klimaatneutraal te zijn, maar die ambitie kan niet alleen met de huidige technologie van wind en zon worden gerealiseerd. ChristenUnie De fractie kan zich in hoofdlijnen vinden in de RES en ziet dat er naar de gemeenteraden is geluisterd. De fractie heeft moeite met de wijze waarop de provincie een streep door windenergie heeft gehaald. De fractie heeft primair liever geen zon op landbouwgronden, maar zegt niet pertinent nee. Regionaal zijn er tegengestelde belangen, maar er is wel een gezamenlijke doel. Het is belangrijk om te kiezen uit de minst slechte keuzes: wat kan waar. Welke suggesties wilt u ons meegeven, zodat wij de RES 1.0 kunnen aanscherpen? CDA Het is niet duidelijk wat op het grondgebied van Putten als reëel is aangemerkt en wat als ambitie. Wat is bijvoorbeeld de status van de 3 plannen voor zonnevelden (Diermen, Cleenhorsterweg, Keizerswoert) in Putten. De plankaart is/lijkt op een aantal onderdelen niet nauwkeurig/volledig. Het linksonder in geel gemarkeerde is het gebied in Diermen waar 9-11 ha zonneveld is bedacht en waarvoor breed draagvlak bestaat. De bouwsteen Nuldernauwkust is daarentegen veel groter getekend dan het plangebied in werkelijkheid is. Zon op daken. door de bank genomen wordt 30% geteld als reëel realiseerbaar.

Heel veel stakeholders geven aan dat dit aspect hoog scoort op draagvlak, etc. Er zou veel meer inspanning moeten worden gedaan om juist dat percentage zon op dak te verhogen. Wat op het dak ligt, hoeft niet op landbouwgrond. Gemeentebelangen Breng aansluitmogelijkheden met andere thema’s en transities in kaart. Het verdient nadere aandacht van regio's en partners om te zien of de goede voorbeelden tot meer toepassingen kunnen leiden. Er wordt veel ingezet op wind en zon, maar er zijn ook andere opties. Er zijn definitieverschillen en soms tegenstrijdigheden in de interpretatie en toepassing ervan. Ook worden de principes vaak alleen benoemd zonder aan te geven wat er precies mee gedaan wordt, of waar de meerwaarde voor de regio zit. Wanneer telt iets mee en hoe wordt gerekend. Afstemming met buurgemeenten en verschillende regio’s is belangrijk. Wat spreker betreft zijn we nog te weinig regionaal met elkaar in gesprek geweest en wordt dat naar een hoger niveau getild. Wat gaan we doen als we in de knel komen met de ambitie? We moeten vooruitdenken. Ga pro-actief te werk over afspraken met de netbeheerder Alliander. Afspraken over prioritering bij het aansluiten van nieuwe projecten, exacte eisen aan het netwerk en welke kosten moeten nog worden gemaakt. Het is belangrijk op de hoogte te blijven van mogelijkheden en belemmeringen.

Het gaat hier om maatschappelijk geld, dus er moet een

-

-

-

zorgvuldige afweging worden gemaakt. De bouw van een nieuw onderstation kost 5 tot 7 jaar. Belangrijk om projecten af te stemmen op de netwerkcapaciteit. Een aandachtspunt is de verankering in het ruimtelijk juridische kader. De instrumenten van de ruimtelijke ordening (omgevingsvisies, omgevingsplannen) vormen het kader waarbinnen de plannen van de regio’s vanaf 2022 verankerd moeten gaan worden. Blijf alert op burgerparticipatie, inclusief participatie in eigendom en lokaal eigenaarschap. De fractie verwijst hierbij ook naar een motie in de Tweede Kamer om inwoners vooraan te laten meedenken (Burgerforum). Ook samenwerking met LTO ziet de fractie als een kans. Zet ook in op besparing en onderzoek: “wat we niet gebruiken, hoeven we ook niet op te wekken”. We zijn deels afhankelijk van subsidies (SDE). Verzoek om pro-actief te oriënteren wat hierbij mogelijk is.

SGP Grootste pijnpunt voor de SGP is bouwsteen 6 (Zon gekoppeld aan landbouwtransitie). Bij de concept RES heeft SGP uitdrukkelijk verzocht dit zoekgebied/deze bouwsteen eruit te halen. Dit is niet gebeurt en daarom brengt de SGP dit opnieuw in met de volgende motivaties: ▪ Burgerparticipatie laat zien dat hier weinig draagvlak voor is. ▪ Op de Zonneladder staat deze vorm van opwek onderaan: eerst op daken, langs infra, defensieterreinen, e.d. Als over 10 à 20 jaar blijkt dat dit onvoldoende is, kunnen we alsnog landbouwgrond opofferen. ▪ Er is al een enorme druk op gebruik van landbouwgrond voor o.a. woningbouw, infrastructuur, natuuraanleg en kringlooplandbouw. ▪ Grasland/gewassen neemt CO2 op en is nodig voor de voedselproductie. ▪ In de Structuurvisie staat onder duurzaamheid: "verder is de gemeente geen voorstander van duurzaamheidsprojecten in een open landschap" en onder agrarisch: "het beleid is er op gericht om de agrarische sector voldoende ontwikkelingsmogelijkheden te bieden". ▪ Er is nog weinig onderzoek gedaan naar de effecten op het bodemleven. De SGP stelt voor om vooral in te zetten op zon op daken en om het aantal hectares landbouwgrond voor zon terug te brengen naar 30 tot 50 ha. Eventueel kan in een later stadium het aantal ha. weer worden opgevoegd (als dat nodig blijkt te zijn).

Wij Putten Wij Putten wil een duurzame energievoorziening die betaalbaar, leveringszeker en veilig is, waardoor maatschappelijk draagvlak bestaan en waarbij eigenaarschap en deelnemerschap zo veel mogelijk lokaal is. Grotere betrokkenheid van onze inwoners is echt een must (eventueel via instrument Burgerforum). De provincie heeft voorlopig een dikke streep door windenergie op en rond de Veluwe gezet, wat een gevoelige klap is om onze doelstellingen te halen. Daartegenover geeft een gedeputeerde van Gelderland in een interview in Trouw aan dat regio's minder op zon en meer op windenergie moeten inzetten. Vruchtbare landbouwgrond is hard nodig voor de landbouw. We moeten zuinig zijn op onze bodem, zowel voor energieopwek als de landbouw zelf. Wij Putten is sterk voorstander van zon op daken, maar zien dat nog weinig in het buitengebied (lastig om businesscase sluitend te krijgen). Het is wachten op innovaties (goedkopere zonnepanelen en systeem om met een veel hoger rendement elektriciteit om te zetten in groene waterstof). Wij Putten wil dit maximaal stimuleren. Netcapaciteit tot 2030 is onvoldoende. Wij Putten wil inzetten op reductie van energie en besparen (isoleren). Wij Putten vraagt het college zelf actiever te zoeken naar geschikte locaties voor zon. Het kaartmateriaal geeft een te groot zoekgebied aan.

De fractie mist wat er met de motie 'Opwekken zonne-energie met beleid' is gebeurd. Draagvlak is cruciaal. Wij Putten wil daarom lokaal eigenaarschap en deelnemerschap sterker regelen. Ook vraagt de fractie het college om de mogelijkheid van een Gemeentelijke energiecorporatie te onderzoeken. Participatie moet sterker georganiseerd worden. De fractie vraagt serieus te kijken naar bijvoorbeeld het instrument van burgerforum. De doelstelling voor 2050 is klimaatneutraal en voor 2030 49 á 55% reductie CO2. Hiervoor is niet alleen de RES van belang, maar ook de Transitievisie Warmte en de pilot Grootschalige Energie Opwek. De fractie wil graag een totaaloverzicht via een simpel instrument: waar staan we met de betrekking tot de ambities en welke vorderingen maken we. Deze informatie helpt bij het beoordelen van vervolgstappen.

ChristenUnie ChristenUnie roept de stuurgroep op om best practises met elkaar te delen (leren van elkaar). Verder wil de fractie investeren in: ▪ stimuleren (besparen / volleggen van daken / opwek zonne-energie); ▪ faciliteren (bijv. via duurzaamheidsleningen; is in Putten succesvol); ▪ inspireren (bijv. project ZigD in Diermen). Wethouder Koops dankt de fracties voor hun inbreng. Hij reageert op de vragen en opmerkingen. Hij zegt toe met een voorstel over burgerparticipatie (eventueel via burgerforum) terug te komen naar de commissie. De voorzitter vat de discussie in grote lijnen samen: door de verkenning van de provincie staat er voorlopig een streep door windenergie, waardoor meer druk op zonnevelden komt; de fracties investeren het liefst in zon op dak en liever niet op landbouwgronden; er wordt veel belang gehecht aan draagvlak en participatie / lokaal eigenaarschap.

Beantwoording Vraag 1: Naar aanleiding van zorg Gemeentebelangen: De afspraken die regionaal worden gemaakt in de RES 1.0 moeten worden verankerd in het lokale en provinciale ruimtelijk beleid. De gemeenteraad staat aan het roer bij het verankeren van de afspraken in de omgevingsvisie, het omgevingsplan en mogelijke programma’s. Ook bij het opstellen van lokaal beleid ten aanzien van grootschalige opwek staat de raad aan het roer. De afspraken in de RES richten zich op het halen van het bod uiterlijk 2030. Dit betekent dat er nog ruimte is de komende jaren om het tempo waarin projecten gerealiseerd moeten worden te bepalen en bij te sturen wanneer nodig. In de Bestuurlijke Startnotitie die aan het begin van het RES-traject is vastgesteld is afgesproken dat de RES zich – conform de opdracht uit het Klimaatakkoord – alleen richt op wind en zon. Deze keuze komt voor uit de noodzaak op 2030-doelen te halen en wind en zon bewezen technieken zijn die ook daadwerkelijk vóór 2030 gerealiseerd kunnen zijn. Andere technologieën zijn op dit moment nog onvoldoende bewezen. In het RES-traject richting 2.0 en verder kunnen door technologische ontwikkelingen nieuwe/alternatieve technieken beschikbaar komen. In de volgende versies van de RES is er ruimte om die technieken dan op te nemen.

Naar aanleiding van vraag SGP: In de RES 1.0 staat beschreven dat de zon op dak de voorkeur heeft boven zon op land. De Gelderse Zonneladder wordt als uitgangspunt gehanteerd. In de RES 1.0 wordt ervan uitgegaan dat ongeveer 30% van de grote dakoppervlakken benut kan worden voor zonnepanelen. Dit percentage kan de indruk wekken dat dit laag is, maar gezien de vele belemmeringen die bestaan bij het benutten van grote daken is dit percentage wel reëel. Binnen de huidige wet en regelgeving is het al een flinke klus om 30% te halen. Richting RES 2.0 en verder, wordt gekeken of meer van de potentie benut zou kunnen worden (nieuwe technieken kunnen daarbij mogelijkerwijs helpen). In de RES 1.0 is, conform de Gelderse zonneladder, de bouwsteen zon op land i.c.m. gebiedsopgaven opgenomen. Deze bouwsteen is dus niet meer dezelfde als de bouwsteen zon gekoppeld met landbouwtransitie zoals die in de concept-RES bestond. Deze bouwsteen zon i.c.m. gebiedsopgaven vraagt om gebiedsgerichte uitwerking (samenhang) en maatwerk (zorgvuldigheid). In de regio zijn situaties waarbij deze bouwsteen een bijdrage kan leveren aan het oplossen van maatschappelijke opgaven. De stikstofproblematiek en de landbouwtransitie zijn daar voorbeelden van. In de RES is 130 hectare zon op land opgenomen voor de regio als totaal. Focus in de regio is zon op dak.

In de toelichting bij de RES wordt aangegeven wat de impact is van dit bod zou kunnen zijn voor Putten. Eventueel kan in een later stadium het aantal hectares weer worden opgevoerd (als dat nodig blijkt te zijn). Naar aanleiding van motie (‘Opwekken zonne-energie met beleid’): In de RES 1.0 is de Gelderse Zonneladder opgenomen als uitgangspunt voor verdere uitwerking van de zoekgebieden. Dit betekent dat de voorkeur uitgaat

naar zon op dak. Zon op land kan wel, maar heeft niet de voorkeur. Wanneer zon op land wordt ontwikkeld, dan altijd via zorgvuldige participatie en ruimtelijk ingepast. Naar aanleiding van opmerking ChristenUnie: De provincie heeft geen streep gezet door windenergie. Op basis van het onderzoek Wind op en rond de Veluwe is komen vast te staan dat zorgvuldigheid in acht genomen moet worden. Aanvullend onderzoek is nodig. Het gebied langs de A28 (Nuldernauwkust) staat in de RES 1.0 opgenomen als ambitiegebied. Vraag 2: Naar aanleiding van opmerking CDA: In de RES 1.0 wordt ervan uitgegaan dat ongeveer 30% van de grote dakoppervlakken benut kan worden voor zonnepanelen. Dit percentage kan de indruk wekken dat dit laag is, maar gezien de vele belemmeringen die bestaan bij het benutten van grote daken is dit percentage wel reëel. Binnen de huidige wet en regelgeving is het al een flinke klus om 30% te halen. Richting RES 2.0 en verder, wordt gekeken of meer van de potentie benut zou kunnen worden (nieuwe technieken kunnen daarbij mogelijkerwijs helpen). Gebiedsgericht kan, in samenwerking met de netbeheerder, een aanpak worden ontwikkeld waarmee het percentage zon op grote daken zo hoog mogelijk kan worden.

Door gezamenlijk op te trekken kunnen investeringen door de netbeheerder zo goed mogelijk worden gepland, teleurstellingen worden voorkomen en maatschappelijke kosten zo laag mogelijk blijven. De zonprojecten Diermen, Cleenhorsterweg, Keizerswoert in Putten zijn in totaal ongeveer 20 hectare. Deze zijn opgenomen in de ambitie van de RES. Het plangebied voor de windmolens is kleiner dan het zoekgebied Nuldernauwkust, dat klopt. Een zoekgebied is namelijk globaler dan een concrete projectlocatie. Het klopt dat het zonnepark Diermen niet op de kaart staat. Dat is immers ook een projectlocatie. Naar aanleiding van oproep Wij Putten: Reductie van energie en besparen (isoleren) is sowieso verstandig. Zoals vastgelegd in de Bestuurlijke Startnotitie die bij aanvang van het RES-traject is vastgesteld, is dit echter geen onderdeel van de RES 1.0. Besparing en reductie van energieverbruik is opgenomen in lokaal beleid, zoals de Transitievisies Warmte. Naar aanleiding van motie (‘Opwekken zonne-energie met beleid’): In de RES 1.0 is de Gelderse Zonneladder opgenomen als uitgangspunt voor verdere uitwerking van de zoekgebieden. Dit betekent dat de voorkeur uitgaat naar zon op dak. Zon op land kan wel, maar heeft niet de voorkeur. Wanneer zon op land wordt ontwikkeld, dan altijd via zorgvuldige participatie en ruimtelijk ingepast.

Naar aanleiding van motie (‘Realiteit in de RES’): In de RES 1.0 is het principe van de dorpsmolens niet opgenomen. Dorpsmolens zijn vervallen. Naar aanleiding van motie (‘Positieve energie’): In de RSW 1.0 is de potentie van alle mogelijke warmtebronnen in beeld gebracht. Dat is de opdracht vanuit het Klimaatakkoord. Naast de potentie van biomassa, is ook de potentie van restwarmte, geothermie, bodemenergie, biogas, groen gas, en WKO in beeld gebracht. Voor biomassa en biogas is in deze inventarisatie uitgegaan van de lokale beschikbaarheid van reststromen. Het gaat daarbij dus om wat de regionale potentie is van binnen de regio aanwezige warmtebronnen. Dat wil nog niet zeggen dat deze bronnen ook daadwerkelijk ingezet gaan worden. Dat zal lokaal afgewogen worden. Uit de lokale transitievisies warmte blijkt dat de gebouwde omgeving van de dorpen en steden in de regio NoordVeluwe zich maar beperkt lenen voor kleinschalige, collectieve warmtenetten. Naar verwachting zullen elektrische oplossingen met een warmtepomp belangrijk zijn in de transitie naar aardgasvrij. Wat in de RSW naar voren komt is dat lokale vaste biomassa in voldoende mate aanwezig is om te kunnen dienen als (tijdelijke) warmtevoorziening voor de potentiële warmtenetten.

Daarbij is het advies om deze bron slechts tijdelijk in te zetten en om toe te werken naar andere duurzame bronnen (zoals ondiepe geothermie) die de warmtenetten op termijn van warmte kunnen voorzien. Vaak is voor andere bronnen namelijk al een bepaalde schaalgrootte van een warmtenet nodig voordat deze kunnen worden ingezet. Biomassa voor collectieve installaties of warmtenetten heeft daarnaast als voordeel dat de eisen die gesteld worden aan deze installaties m.b.t. fijnstof en dergelijke veel hoger zijn dan bij toepassing in pellet- en houtkachels. Bij grotere en collectieve installaties is het ook praktisch realiseerbaar om te handhaven en de kwaliteit te borgen waarmee de

-

effecten van uitstoot tegen kunnen worden gegaan. Uiteraard is en blijft het belangrijk om goed af te wegen waarvoor biomassa wel en niet wordt ingezet. Deze afweging kan lokaal worden gemaakt. Bij de RES zal via een energiemix worden aangegeven wat het RES-bod kwantitatief betekent voor Putten. Wanneer er lokaal behoefte bestaat aan meer informatie, dan kan op lokaal niveau een nadere verdieping worden gemaakt. Hiermee kan inzichtelijk worden gemaakt waar Putten precies staat met betrekking tot de ambities en welke vorderingen Putten maakt. Deze informatie helpt bij het beoordelen van vervolgstappen.

Naar aanleiding van de samenvatting van de voorzitter: Ontwikkeling van windenergie is inderdaad complex in de Noord-Veluwe. Het is echter niet zo dat daardoor de druk om zonnevelden te ontwikkelen groter wordt. Vanwege de huidige capaciteit van het elektriciteitsnet en de verwachte uitbreidingen, is het voor 2030 niet mogelijk om meer hectare zon op dak of zonneveld te ontwikkelen dan nu is opgenomen in de RES 1.0. In de regio is een sterke voorkeur voor zon op daken boven zon op land. In de RES 1.0 Noord-Veluwe is daarom de Gelderse Zonneladder als uitgangspunt opgenomen. Zon op dak geniet daarbij de voorkeur. Zon op land wordt in de zonneladder niet uitgesloten. In de RES 1.0 is de bouwsteen zon op land i.c.m. gebiedsopgaven benoemd (samenhang). Deze bouwsteen vraagt om gebiedsgerichte uitwerking en maatwerk. Het belang van participatie en draagvlak dat de raad van Putten ziet, wordt breed gedeeld in de regio NoordVeluwe. In de RES 1.0 wordt hier uitgebreid op ingegaan. Invulling moet plaatsvinden op lokaal niveau. Gemeenten kunnen hiervoor kaders opstellen.

Waterschap Vallei en Veluwe Standpunt Algemeen Bestuur Gezamenlijke boodschap Vitens en Waterschap Vallei en Veluwe: voorkeur aquathermie uit effluent (TEA) boven energie uit de bodem Kernboodschap Waterschap Vallei en Veluwe en Vitens delen graag hun kennis van het grondwatersysteem en worden vroegtijdig in (gemeentelijke) overleggen betrokken om een brede afweging van warmtebronnen mogelijk te maken in de gemeentelijke warmtevisies en de RES-sen. Kansrijke warmtebronnen zijn Thermische Energie uit Afvalwater (TEA) en Thermische Energie uit Oppervlaktewater (TEO). Warmte- en koude opslag (WKO) en aardwarmte worden gezien als risicovol en verdienen een zorgvuldige afweging om nadelige effecten op het grondwatersysteem te voorkomen. Het aantal boringen dient maximaal beperkt te worden.

De ondergrond is van onschatbare waarde. Het is onmisbaar voor ons voedsel, voor ons drinkwater, voor natuur en landbouw. Een samenleving zonder voldoende water van goede kwaliteit op de juiste plek brengt de eigen gezondheid in gevaar en kent economische beperkingen.

Nederland ondergaat een warmtetransitie, waarbij de verwarming en koeling van huizen overgaat van fossiele brandstoffen naar hernieuwbare bronnen. Thermische Energie uit Afvalwater (TEA) en Thermische Energie uit Oppervlaktewater (TEO) vormen kansrijke warmtebronnen, die een belangrijke plaats kunnen innemen en een voorkeur hebben boven warmtebronnen in de ondergrond. Waterschap Vallei en Veluwe en Vitens hebben zorgen over de sterke toename van Warmte-Koude-Opslag-systemen (WKO). Doorboringen van waterscheidende lagen in de ondergrond leiden tot een grotere kwetsbaarheid van het (grond)watersysteem voor verontreinigingen en wateroverlast. Ook voor geothermie geldt dat er risico’s bestaan voor het grondwater met grote impact op het (grond)watersysteem en de drinkwatervoorziening. Op basis van deze risico’s (onvoldoende putintegriteit, beperkte mogelijkheden voor beheersmaatregelen) wordt voor het hele beheersgebied van het waterschap opgeroepen om terughoudend te zijn bij het toepassen van geothermie. Waterschap Vallei en Veluwe en Vitens willen graag hun kennis van het (grond)watersysteem delen en beschikbaar stellen en worden bij voorkeur betrokken om een brede afweging van warmtebronnen mogelijk te maken in de gemeentelijke warmtevisies en de volgende RES-plannen. Toelichting: In grote delen van het beheergebied van het waterschap zijn er op 10 à 15 meter diepte kleilagen.

Door deze afsluitende kleilagen is de ondergrond beschermd tegen mogelijke verontreinigingen uit de bovengrond. Ook houden de waterscheidende lagen de kweldruk uit diepere lagen tegen. Door niet goed afgedichte WKO-boringen kan deze gunstige situatie negatief beïnvloed worden met consequenties voor (grond)waterkwaliteit en -kwantiteit, kwel en wateroverlast in stedelijke gebieden. Ook in gebieden zonder kleilagen of met diepliggende kleilagen vormen gesloten WKO-systemen een risico door lekkage en/of het niet leeghalen en afdichten van oude, afgestoten systemen.

Vanuit deze optiek geredeneerd is het belangrijk dat: -

-

-

Terughoudendheid wordt betracht bij boringen in het algemeen, maar met name bij gesloten, individuele WKO’s. En dat boringen in de ondergrond, uitsluitend voor collectieve warmtevraag – warmtevraag van een substantiële aantal gebouwen- plaatsvinden met een monitoringssysteem om de kwetsbaarheid van het (grond)watersysteem te beperken. Voor warmte- of koudevraag eerst andere bronnen worden verkend die geen boringen behoeven, zoals TEA uit effluentwater, restwarmte, biogas, groengas en zonnecollectoren. En dat bodemenergie pas als laatste bron aangesproken wordt. De registratie van (bestaande) boringen en WKO-systemen verbetert en meer aandacht wordt besteed aan vergunningverlening, toezicht en handhaving. Zo dient het toezicht te worden verbeterd op de uitvoering van boringen door gecertificeerde bedrijven.

Beantwoording In de Regionale Structuur Warmte is de potentie van alle mogelijke warmtebronnen in beeld gebracht. Dat is de opdracht vanuit het Klimaatakkoord. Naast aquathermie geldt dat ook voor de potentie van restwarmte, geothermie, bodemenergie, biogas, groen gas, biomassa, WKO etc. In de praktijk wordt aquathermie normaliter toegepast in combinatie met WKO. De warmte die in de zomer beschikbaar is wil je namelijk graag gebruiken in de winter. In Harderwijk, Elburg en Hattem zien we reële mogelijkheden voor de toepassing van aquathermie, omdat daar zowel oppervlaktewater als RWZI’s zijn dichtbij bebouwing. Uit de lokale transitievisies warmte blijkt dat de gebouwde omgeving van de dorpen en steden in de regio Noord-Veluwe zich maar beperkt lenen voor kleinschalige, collectieve warmtenetten. Naar verwachting zullen elektrische oplossingen met een warmtepomp belangrijk zijn in de transitie naar aardgasvrij. In de lokale visies wordt dit verder beschreven. Bij een warmtepomp wordt omgevingswarmte gebruikt. Dat kan uit de lucht zijn, maar ook uit de bodem of via zonthermie (zonnepanelen op het dak die warmte oogsten). Het is inderdaad belangrijk dat er lokaal aandacht is voor de mogelijke risico’s bij het onttrekken van warmte uit de ondergrond. In de Regionale Structuur Warmte hebben we bovenstaande aandachtspunt m.b.t.

risico’s voor de ondergrond vanuit Vitens en het Waterschap verwerkt. We geven expliciet aan dat WKO niet overal kan worden toegepast, doordat diverse ongewenste gevolgen kunnen optreden (schade aan bodemlagen, veranderingen in grondwaterstromen of de grondwaterstand en wijzigingen in het chemisch evenwicht op een plek). De ondergrondse situatie is zeer relevant bij het vaststellen van WKO-kansen: de bodemgeschiktheid, archeologische waarden, drinkwaterwinning, en drinkwaterbeschermingsgebieden bepalen of WKO lokaal überhaupt een optie is. Ook de locaties van bestaande WKOsystemen zijn relevant, aangezien clustering kan leiden tot interferentie. Hetzelfde geldt voor geothermie. Ook geven we aan dat het Waterschap en Vitens graag betrokken zijn bij vervolgonderzoeken en planvorming rond aquathermie en (ondiepe) geothermie om eventuele risico’s tijdig in kaart te kunnen brengen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10355112/1