Notitie: Reflectie gemeenteraden en algemeen bestuur
Tekst van het document
Notitie Reflectie van gemeenteraden en algemeen bestuur waterschap op document ‘Inhoudelijke richting voor het regionale verhaal van de RES 1.0’ en beantwoording Namens RES-werkorganisatie: Marnix Brongers
April 2021
Inhoud Inleiding ......................................................................................................................................................................3 Gemeente Elburg ........................................................................................................................................................4 Raadsstandpunt ......................................................................................................................................................4 Reactie fractie LEV ..................................................................................................................................................7 Gemeente Ermelo.....................................................................................................................................................10 Raadsstandpunt ....................................................................................................................................................10 Gemeente Harderwijk ..............................................................................................................................................11 Raadsstandpunt ....................................................................................................................................................11 Amendement CDA – VVD – GroenLinks:
Zonneladder .........................................................................................12 Motie VVD – CDA: “Opwekken Zonne-energie onder maatschappelijk draagvlak” ............................................13 Gemeente Hattem ....................................................................................................................................................15 Raadsstandpunt ....................................................................................................................................................15 Gemeente Nunspeet ................................................................................................................................................22 Raadsvoorstel .......................................................................................................................................................22 Raadsstandpunt ....................................................................................................................................................25 Gemeente Oldebroek ...............................................................................................................................................28 Raadsstandpunt ....................................................................................................................................................28 Reactie
fractie Algemeen Belang Oldebroek (ABO) .............................................................................................32 Reactie fractie VVD ...............................................................................................................................................35 Gemeente Putten .....................................................................................................................................................37 Raadsstandpunt (verslag commissievergadering) ................................................................................................37 Waterschap Vallei en Veluwe ...................................................................................................................................43 Standpunt Algemeen Bestuur ..............................................................................................................................43
Inleiding In maart 2021 heeft de werkorganisatie RES Noord-Veluwe een document ‘inhoudelijke richting voor het verhaal van de RES 1.0 Noord-Veluwe’ ter consultatie voorgelegd aan de gemeenteraden, algemeen bestuur van het waterschap en provinciale staten van Gelderland. Hiermee is gelegenheid geboden om te reflecteren op en richting mee te geven aan de versie van de RES 1.0 zoals die in april voorgelegd wordt voor formele besluitvorming in colleges en raden.
-
-
De meeste raden (Elburg, Ermelo, Harderwijk, Hattem, Nunspeet, Oldebroek, Putten) hebben gekozen een gezamenlijke reactie/standpunt vanuit de raad te geven (Sommige raden hebben een gezamenlijk raadsstandpunt ingenomen. Daarnaast hebben een paar van deze raden (Elburg, Oldebroek) gelegenheid gegeven aan fracties met een afwijkend standpunt om hun eigen standpunt kenbaar te maken. Het Algemeen Bestuur van het waterschap heeft samen met Vitens een gezamenlijke boodschap meegegeven.
In deze notitie zijn alle ontvangen reacties opgenomen. De werkorganisatie RES heeft per gemeente/waterschap/fractie een antwoord gegeven, waarbij is aangegeven of, en zo ja hoe, in de RES 1.0 rekening is gehouden met de ingezonden reactie.
Gemeente Elburg Raadsstandpunt Reactie van de gemeenteraad van Elburg bij de ‘Inhoudelijke richting voor het regionale verhaal van de RES 1.0 NoordVeluwe’
Inleiding De gemeenteraad van Elburg loopt niet weg voor de verantwoordelijkheid in het kader van de Regionale Energie Strategie. De gemeente Elburg streeft ernaar om energie-neutraal te worden. Vanwege de aard van het grondgebied van de gemeente Elburg is dat echter geen eenvoudige opgave. De gemeenteraad heeft de werksessie op 15 maart 2021 als bijzonder leerzaam ervaren en meent dat dergelijke sessies ook van belang kunnen zijn voor anderen dan alleen raadsleden. De gemeenteraad verwacht dat dergelijke uiterst informatieve bijeenkomsten voor burgers, bedrijven en instellingen kunnen leiden tot meer begrip en draagvlak voor de gekozen richting. Wij hebben kennisgenomen van de verstrekte informatie en hebben deelgenomen aan het raadsatelier op 23 maart 2021. Op 24 maart 2021 heeft de gemeenteraad zich tijdens een beeldvormende en oordeelsvormende bespreking gebogen over de gepresenteerde richting. Mede vanwege de geluiden die tijdens het raadsatelier te horen waren, wenst de gemeenteraad aandacht te vragen voor een vijftal aspecten. Het gaat om de A28, de Veluwemeer-kust, participatie, zonneparken en de noodzakelijke infrastructuur. A28 Wij betreuren het dat de A28 geen onderdeel is van de voorgenomen richting. De raad begrijpt dat de provincie die optie niet wenselijk of realistisch acht.
Daarom merkt de raad op dat die A28 in het verleden juist door de provincie is geopperd. De raad beseft dat het – naar de huidige stand van de (Europese, nationale en provinciale) wet- en regelgeving, de techniek en andere inzichten – niet voor de hand liggend is om deze optie toch in de lucht te houden. De gemeenteraad van Elburg ziet graag dat deze optie niet definitief uit beeld raakt. Daarbij laat de raad u weten dat de eenmansfractie van LEV een andere opvatting huldigt. Innovaties maken veelal mogelijk wat tot dan toe niet voor mogelijk werd gehouden. Door de A28 af te schrijven als optie zal er niet meer gezocht worden naar mogelijkheden om de A28 toch in te zetten voor de energietransitie. Die keuze zorgt voor een onneembare horde in de race naar innovaties. Daarnaast gaan wij er van uit dat onder druk van de energietransitie in de verdere toekomst besloten zal worden tot andere wet- en regelgeving. Daarin zou de balans tussen klimaatdoelen en natuurdoelen anders kunnen liggen. De gemeenteraad van Elburg ziet dan ook in grote meerderheid graag dat de optie A28 wel in de RES 1.0 wordt opgenomen als “te onderzoeken” en geeft in overweging om daartoe te besluiten. Veluwemeer-kust Het is de gemeenteraad duidelijk geworden dat er discussie kan ontstaan over het zoekgebied van de Veluwemeer-kust.
Hoewel de Veluwemeer-kust een kwetsbaar gebied is, met grote landschappelijke en recreatieve waarde, acht de gemeenteraad het te vroeg om slechts op basis van deze inzichten een nader onderzoek te schrappen. De indruk is dat in onze groene gemeente geen enkel gebied bij voorbaat geschikt is voor windenergie. Wij menen er goed aan te doen om u duidelijk te maken dat Elburg instemt met dit aspect van de aangegeven richting voor de RES 1.0. Zoals gezegd willen we wel ons steentje bijdragen als dat op die plaats mogelijk blijkt. Participatie en draagvlak Voor de succesvolle realisatie van de transitie vinden wij draagvlak bij alle betrokkenen – burgers, bedrijven en instellingen – belangrijk. Hierboven heeft de raad al opgemerkt dat de informatieve werksessie van 15 maart 2021 ook aan het verbreden van het draagvlak onder betrokken kan bijdragen. Wij signaleren dat er onder meer bij ondernemers nog veel onduidelijkheid
is over bestaande voorzieningen en er onzekerheid bestaat of die voorzieningen de transitie ook op de wat langere termijn betaalbaar zullen houden. Daarnaast bestaat er onduidelijkheid over de gevolgen van grondcompensatie voor agrariërs. Voor het creëren van een zo breed mogelijk draagvlak acht de gemeenteraad van Elburg het van groot belang dat alle betrokkenen adequaat worden geïnformeerd. Niet alleen over het te bereiken doel van de RES-operatie, maar ook over de beschikbare voorzieningen en de mogelijke ruimtelijke effecten van het realiseren van zonneparken. Zonneparken Wij constateren dat met zonneparken een deel van de opgaaf zal worden gerealiseerd. Hierboven is al gesignaleerd dat er nog onvoldoende duidelijkheid is over de compensatie die daarvoor mogelijk elders vereist wordt. De raad merkt op dat bij het realiseren van zonneparken gebruik gemaakt kan worden van het combineren van functies. Waarom geen zonnepark aanleggen op een parkeerterrein? Daarnaast vraagt de raad van Elburg hierbij nadrukkelijk aandacht voor onder meer de gebiedsgerichte aanpak. Die aanpak is naar de mening van de gemeenteraad van groot belang voor een goede ruimtelijke inpassing van de toekomstige zonneweides. De zogeheten zonneladder willen we dus heel nadrukkelijk toegepast zien.
Zie ook de reeds in de concept-RES opgenomen uitspraken: “De gemeenteraden van Oldebroek en van Elburg hebben in het raadsvoorstel waarmee de conceptRES is aangenomen ook aangegeven dat het belangrijk is dat volop wordt ingezet op zonnepanelen op daken.” en “De gemeenteraad van Elburg heeft aangegeven het belangrijk te vinden dat zonnepanelen op landbouwgrond worden vermeden.” Infrastructuur We begrijpen van de netbeheerder dat het neerleggen van een goede infrastructuur geen sinecure is. Liander verwacht nog de nodige obstakels in het realiseren van een adequaat netwerk voor de totale toekomstige energievoorziening. Naar onze mening is dat niet een aspect waar lichtvaardig mee kan worden omgegaan. Zonder een adequaat netwerk kan Elburg zich wel willen inspannen om haar aandeel te leveren, maar kan zij die inspanning niet realiseren. Wij vragen daar dan ook nadrukkelijk aandacht voor.
Gemeenteraad Elburg Elburg, 30 maart 2021
Beantwoording Naar aanleiding van A28: Een deel van de regio is gecharmeerd van het idee om een ‘windsnelweg’ langs de A28 en het spoor te realiseren. Deze corridor ligt in Natura2000-gebied en is laagvliegroute voor Defensie. Daardoor is het niet realistisch om voor 2030 in dit gebied windmolens te realiseren. Dit inzicht was al vroeg in het RES-traject ontstaan en daarom is dit gebied tijdens het RES-traject niet verder onderzocht. Er is toen voor gekozen om op zoek te gaan naar andere zoekgebieden voor windenergie. Die zijn opgenomen in de RES 1.0. In de RES 1.0 is uitgegaan van huidige (natuur)beleid. In de regio is veel natuur waardoor de mogelijkheden om binnen de huidige beleidsregels grootschalig wind- en zonne-energie op te wekken beperkt zijn. Dit stelt gemeenten binnen de regio (de één wat meer dan de ander) voor een dilemma: Als wordt vastgehouden aan de huidige toepassing van de Natura2000-wetgeving, dan kunnen enkele Noord-Veluwse gemeenten beperkt een bijdrage leveren aan provinciale en landelijke doelstellingen voor het opwekken van hernieuwbare elektriciteit. Binnen de context van de Noord-Veluwe, met zo’n groot aandeel beschermde natuur, gaat dat dan lastig worden. Het oplossen van dit dilemma, vraag om het vinden van een balans. De regio Noord-Veluwe, kan dit niet alleen.
Graag zoekt de regio met provincie en het Rijk naar mogelijkheden om extra ruimte te creëren waar huidige landelijke en Europese (natuur)regelgeving beperkend is, of te accepteren dat de bijdrage van de regio aan het behalen van de provinciale en nationale klimaatdoelen voor wat betreft de opwekking van hernieuwbare elektriciteit, zeer beperkt blijft. Dit dilemma is verwoord in de RES 1.0 Noord-Veluwe. Naar aanleiding van participatie en draagvlak: De energietransitie gaat de komende decennia plaatsvinden. Ontwikkelingen gaan niet in een rechte lijn. Voortdurend moet gekeken worden waar knelpunten zitten en hoe die op te lossen. Betaalbaarheid op langere termijn voor zowel burgers als ondernemers zal een aandachtspunt blijven. Daar waar nodig en mogelijk zullen beleidsinstrumenten (bijv. subsidies) worden ingezet om de energietransitie mogelijk te maken en te stimuleren. In dit proces zullen instrumenten die hun werking hebben verloren worden afgeschaft en nieuwe instrumenten worden ontwikkeld en ingezet. Als zon op land gerealiseerd wordt in GNN-gebied, dan zal dit verlies aan natuur gecompenseerd moeten worden. Daarom is het belangrijk om in deze situaties te werken vanuit het gebied en zorgvuldige integrale afwegingen te maken.
Naar aanleiding van zonneparken: Zonnepanelen als overkapping (bijvoorbeeld boven parkeerterreinen) komen voor in de eerste vier bouwstenen voor zonne-energie zoals genoemd in de RES 1.0: o Daken en overkappingen op bedrijfsterreinen o Daken en overkappingen in dorpen en steden o Daken en overkappingen in buitengebied (agrarische daken) o Daken en overkappingen op defensieterreinen. In de RES 1.0 Noord-Veluwe is de Gelderse Zonneladder als uitgangspunt opgenomen. Zon op dak geniet de voorkeur. Zon op land wordt in de zonneladder niet uitgesloten. In de RES 1.0 is de bouwsteen zon op land i.c.m. gebiedsopgaven benoemd (samenhang). Deze bouwsteen vraagt om gebiedsgerichte uitwerking en maatwerk (zorgvuldigheid). Naar aanleiding van infrastructuur: In Elburg, maar ook breder in de regio, is veel draagvlak voor het benutten van grote daken voor zonne-energie. Er zijn gemeenten die daar afgelopen jaren heel succesvol in zijn geweest. Het delen van leerervaringen op regionaal niveau kan andere gemeenten ongetwijfeld helpen om ook een hoger percentage grote daken te benutten voor zonne-energie.
Het is wel belangrijk om een gebiedsgerichte aanpak te hanteren en de netbeheerder in een vroegtijdig stadium te betrekken zodat het net op de juiste plaatsen en op het juiste moment voldoende capaciteit heeft en de investeringen tegen de laagst mogelijke maatschappelijke kosten kunnen worden gedaan. Het is verstandig om in een gebiedsgerichte aanpak niet alleen te kijken naar zon op grote daken, maar gelijk ook te kijken naar eventuele zonneparken i.c.m. gebiedsopgaven.
Reactie fractie LEV
Beantwoording Voor punt 1 tot en met 5 verwijs ik graag naar beantwoording raadsvragen. Naar aanleiding van punt 6: Wanneer windmolens geplaatst zouden worden in het bos langs de A28, dan is het inderdaad zo dat dit ten koste zou gaan van veel bomen. Dat zou betekenen dat elders compensatie moet plaatsvinden. De daarvoor beschikbare ruimte is schaars. Naar aanleiding van effecten van windmolens op het dierenrijk op de grond onder of nabij de molens. Enerzijds zijn in de wetenschap diverse 'aanwijzingen' dat windparken verstoring en stress leveren voor bepaalde grondsoorten. Anderzijds is dat er nog geen reden is om aan te nemen dat deze populaties significant onder druk komen of dat het ecosysteem verstoord raakt. Het Rijk, Provincies, de Nederlandse WindEnergie Associatie (NWEA), TenneT en groene partijen (Vogelbescherming Nederland, Zoogdiervereniging en de Natuur en milieufederaties) werken samen aan het traject Natuurinclusieve Energietransitie voor wind en hoogspanning op land (NIEWHOL). Het doel van dit traject is om te komen tot afspraken waarmee wordt gezorgd voor zowel de doorgang van de ontwikkeling van windparken hoogspanningsverbindingen op land, als voor een vermindering van de negatieve effecten ervan op de staat van instandhouding van kwetsbare vogels en vleermuizen.
Meer windenergie is nodig om de klimaatdoelen te halen en zo mens en natuur – ook vogels en vleermuizen – te beschermen. Zie: Natuurinclusieve Energietransitie voor Wind en Hoogspanning op Land - Regionale Energiestrategie (regionale-energiestrategie.nl) -
In de RES Noord-Veluwe staat uitgebreid beschreven dat de regio zich kenmerkt vanwege haar natuur- en landschap. Voor windenergie is opgenomen dat er meer onderzoek nodig is om (natuur)effecten beter in beeld te krijgen. Voor zonne-energie op land wordt aangegeven dat er een zorgvuldige gebiedsgerichte afweging gemaakt moet worden. Ook daar zijn natuurbelangen nadrukkelijk in beeld evenals maatwerk en zorgvuldigheid.
Gemeente Ermelo Raadsstandpunt Geachte heer Brongers, beste Marnix, Op 11 april jl. heb je de gemeenteraad van Ermelo een presentatie gegeven met betrekking tot bovenstaand onderwerp. Toegezegd is dat ik voor een gebundelde reactie van de raad zou zorgen. Die tref je onderstaand aan. Er is slechts één reactie te melden. Die is overigens ook bij genoemde presentatie al gegeven en ook bij het Raadsatelier op 23 maart. Het betreft de situatie aangaande het zoekgebied Nuldernauw. Hier loopt nog een onderzoek met betrekking tot de mogelijke aanwezigheid van de wespendief en de provincie Gelderland bekijkt nog of de status van vogelweidegebied aldaar blijft gehandhaafd of wordt afgeschaald. Afhankelijk van deze twee zaken is het mogelijk dat dit zoekgebied vervalt. Als dit het geval is, heeft dit flinke consequenties voor ons RES-bod. Wij zien dit graag duidelijk opgenomen in het definitieve rapport. Met vriendelijke groet, Aad Bezemer Fractievertegenwoordiger Progressief Ermelo
Beantwoording Naar aanleiding van onderzoek wespendief en status weidevogelgebied: Deze zoekzone Nuldernauwkust langs de A28 bij de gemeenten Ermelo en Putten ligt gedeeltelijk in een gebied dat recent nog beschermd weidevogelgebied was. Op 31 maart 2021 hebben de Provinciale Staten van Gelderland de 7e actualisatie van de Omgevingsverordening vastgesteld. De bescherming als weidevogelgebied is hiermee opgeheven, omdat het weidevogelgebied niet meer voldeed aan de randvoorwaarden van een goed weidevogelgebied (PS 31 maart 2021). Het onderzoek ‘A28 als energieroute’ (Altenburg en Wymenga - juli 2019) bevestigt dat dit gebied van beperkte betekenis is voor weidevogels. Het gebied ligt nog wel gedeeltelijk in een Groene Ontwikkelzone en nabij dit gebied ligt het Nuldernauw met een Natura2000-status. Dit belangrijke gebied voor diverse watervogels en trekvogels is een aandachtspunt voor initiatiefnemers voor windenergie die aan de slag willen gaan in dit zoekgebied. Ook deze zoekzone ligt in de invloedszone van 1-8 km rondom de Veluwe. -
Meer onderzoek naar het voorkomen van de wespendief moet nog worden uitgevoerd. In de RES 1.0 is opgenomen dat, afhankelijk van onderzoek naar de wespendief, het mogelijk is dat dit zoekgebied vervalt. Dat betekent dat, als dit het geval is, het flinke consequenties heeft voor het regionale RES-bod, maar ook voor de duurzame opwek die in Ermelo en Putten kan worden gerealiseerd.
Gemeente Harderwijk Raadsstandpunt
Het raadsstandpunt is tot stand gekomen, mede naar aanleiding van een aangenomen amendement (zie hieronder) en een motie (zie hieronder).
Amendement CDA – VVD – GroenLinks: Zonneladder
Motie VVD – CDA: “Opwekken Zonne-energie onder maatschappelijk draagvlak”
Beantwoording Naar aanleiding van besluit 2: In de RES 1.0 Noord-Veluwe is de Gelderse Zonneladder als uitgangspunt opgenomen. Zon op dak geniet de voorkeur. Zon op land wordt in de zonneladder niet uitgesloten. In de RES 1.0 is de bouwsteen zon op land i.c.m. gebiedsopgaven benoemd (samenhang). Deze bouwsteen vraagt om gebiedsgerichte uitwerking en maatwerk (zorgvuldigheid). Harderwijk werkt aan een uitnodigingskader grootschalige opwek. Hierin kan de gemeente kaders stellen voor realisatie van lokale initiatieven. Eisen aan (financiële) participatie door omwonenden kan daar onderdeel van zijn. De regio onderschrijft het belang van lokaal eigenaarschap, maar bepaalt niet het lokale beleid. Regionale afstemming tussen gemeenten over lokaal beleid omtrent grootschalige opwek van duurzame elektriciteit is gewenst.
Gemeente Hattem Raadsstandpunt
Beantwoording Naar aanleiding van: TWh reëel bod en ambitie: Het bod van de RES 1.0 bestaat uit een reëel deel (0,20 TWh) en een ambitiedeel (0,33 TWh). Gezamenlijk is het bod van de regio daarmee 0,53 TWh. In de RES 1.0 is per gemeente hiervoor een onderverdeling opgenomen. Naar aanleiding van: Zoekgebied Hattemerbroek – participatie – draagvlak: Maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak U stelt: “In de RES 1.0 Noord-Veluwe zijn zoekgebieden geselecteerd op basis van “in principe technische ruimte”. Daarna worden ruimtelijke kwaliteit, externe werking van natuurgebieden en netwerkinpassing nader verkend op haalbaarheid door stakeholders en deskundigen. Inwoners worden onvoldoende betrokken en worden geconfronteerd met de gevolgen van een keuze op basis van techniek”. Voor de zuiverheid is het belangrijk te beseffen dat de zoekgebieden in de RES 1.0 van de Noord-Veluwe niet zijn geselecteerd op basis van technische ruimte en dat daarna is ruimtelijke kwaliteit, externe werking van natuurgebieden en netwerkinpassing nader is verkend op haalbaarheid door stakeholders en deskundigen. In de Bestuurlijke Startnotitie is opgenomen dat de overheden in de regio bereid zijn om huidige (natuur)beleid te heroverwegen wanneer dat nodig is om regionale doelen te halen. De regio heeft gekeken en blijft kijken naar mogelijkheden om ruimte te vinden voor grootschalige opwek.
In de RES 1.0 wordt hier nadrukkelijk op ingegaan. In het proces dat heeft geleid tot de zoekgebieden is via een iteratief proces voortdurend een integrale afweging gemaakt tussen kwantiteit, systeemefficiëntie, ruimtelijke kwaliteit (inclusief beleidsmatige belemmeringen) en maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak. Vanaf 2019 is er in een groot aantal ruimtelijke ateliers met meer dan honderd maatschappelijke organisaties gewerkt aan de RES. In deze analyse is onder andere gebruik gemaakt van belemmeringenkaarten, geldend (natuur)beleid, analyse van energie-infrastructuur, netimpactanalyses, MER-analyse, PBL-analyse, burgerconsultatie, informeren van en besluitvorming door gemeenteraden, provinciale staten en algemeen bestuur waterschap. Hiermee is niet alleen invulling gegeven aan het advies van het Planbureau van de Leefomgeving, maar is het proces uitgevoerd conform de opdracht zoals vastgelegd in de Bestuurlijke Startnotitie. Rond de zomer van 2020 is de concept-RES vastgesteld als belangrijke tussenstap in dit proces. In de RES 1.0 van de Noord-Veluwe is het hele proces waarin de RES 1.0 tot stand is gekomen uitgebreid beschreven.
Participatie U - de raad van Hattem - wil dat uw inwoners aan de hand van de door de raad vastgestelde participatiecode bij de start van eventuele nieuwe zoekzones worden betrokken en actief mee kunnen werken aan de te stellen onderzoeksvragen en de onderzoeksopzet. Daarnaast geeft u dat gesprekken en afspraken bij grensoverschrijdende projecten tussen gemeenten noodzakelijk zijn, waarbij inwoners ook meepraten over hoe de proces- en financiële participatie bij projecten worden geregeld. U - de raad van Hattem – onderschrijft dat voor het regionale verhaal van de RES een participatieproces gevolgd. U onderkent dat het onderzoeken van draagvlak door de hoge mate van abstractie, lastig is gebleken. U vindt dat de opbrengst van het (red: lokale en regionale) participatieproces niet als representatief kan worden aangemerkt. -
-
-
Voor participatie geldt: “Hoe meer hoe beter en over het algemeen wil je altijd meer”. Conform de afspraken uit de Bestuurlijke Startnotitie stonden de gemeenten aan het roer voor het betrekken van hun inwoners in het RESproces. Ter ondersteuning daarvan heeft de regio hiervoor regionale middelen beschikbaar gesteld. Gemeente en regio hebben hun best gedaan om participatie zorgvuldig in te vullen. Dit, in een lastige tijd waarin beperkingen rondom corona participatie moeilijker maken dan anders. Welke stappen lokaal en regionaal zijn gezet kunt u nalezen in de Rapportage Burgerparticipatie. We weten dat een beperkt aantal mensen geïnteresseerd is in inspraak. Dat geïnteresseerde mensen hebben gereageerd hebben we gezien tijdens lokale bijeenkomsten en de uitgebreide reacties via de digitale enquête. Vooraf is er geen doel gesteld van een bepaald aantal reacties dat behaald moest worden om aan uw norm te voldoen. Daarom zijn wij van mening dat niet geconcludeerd kan worden dat te weinig inspraak is geweest.
U stelt dat in het document ‘inhoudelijke richting voor het verhaal van de RES 1.0’ een conclusie is getrokken dat het zoekgebied Hattemerbroek als ‘gunstig’ naar voren komt. Voor de zuiverheid hechten wij eraan vast te stellen dat die conclusie niet in het document was opgenomen. In de RES 1.0 staat beschreven dat, op basis van een zorgvuldig proces en een integrale afweging, dit zoekgebied naar boven is gekomen. In de RES 1.0 van de Noord-Veluwe wordt uitgebreid stilgestaan bij alle mogelijke obstakels die realisatie van windmolens in de regio en in de nabijheid van knooppunt Hattemerbroek in de weg kunnen staan. U stelt dat uit andere onderzoeken (Rapport windenergie op en rond de Veluwe en het definitieve MER Windmolenpark Hattemerbroek) blijk, dat uitbreiding van windenergie in de regio Noord-Veluwe en op de betreffende locatie Hattemerbroek niet realistisch is. Wij delen dat beeld gedeeltelijk. Binnen de regio zien we wel mogelijkheden voor realisatie van windmolens vóór 2030 in zoekgebied Nuldernauwkust. (additionele) windmolens in andere zoekgebieden in de regio zoals bij knooppunt Hattemerbroek lijken vóór 2030 niet realistisch. Dat wordt ook ondersteund door het onderzoek ‘Wind op en rondom de Veluwe’.
Het rapport stelt dat aanvullend ecologisch onderzoek is nodig en bovenregionale effecten moeten worden afgewogen, waarbij mogelijke mitigerende maatregelen in ogenschouw genomen moeten worden. Op basis van de definitieve MER Windmolenpark Hattemerbroek (2014) kan niet worden gesteld dat additionele windmolens langs de N50 niet realistisch zijn. In de m.e.r.-analyse is naar twee plangebieden gekeken (plangebied Hattem en plangebied Oldebroek). Het plangebied Hattem (kromme lijn ‘langs A28’) is bekeken, maar de initiatiefnemer heeft destijds besloten geen verdere actie te zetten op zijn alternatief. Andere mogelijke plangebieden in de nabijheid van het knooppunt Hattemerbroek zijn niet beoordeeld. ….., waarbij inwoners ook meepraten over hoe de proces- en financiële participatie worden geregeld. Na vaststelling van de RES 1.0 moeten de regionale afspraken uit de RES worden verankerd in lokaal beleid. Daarin kan op lokaal niveau worden aangegeven aan welke criteria projecten moeten voldoen om in aanmerking te komen voor een vergunning. Proces- en financiële participatie kunnen onderdeel zijn van dit beleid. In de regio Noord-Veluwe wordt het streven van 50% lokaal eigenaarschap overigens van harte ondersteund, evenals zorgvuldige participatie met de omwonenden en andere belanghebbenden in concrete projecten/initiatieven.
In de RES 1.0 staat beschreven hoe invulling gegeven kan worden aan 50% lokaal eigenaarschap en wordt er gepleit voor gebiedsgerichte aanpakken om zoekgebieden verder te concretiseren. U geeft aan dat binnen de gemeenteraad van Hattem geen meerderheid bestaat voor een doorontwikkeling van windmolens op de betreffende locatie (red: knooppunt Hattemerbroek). In de RES 1.0 wordt erkend dat uw raad en de raad van Oldebroek tegenstelde standpunten hebben ten aanzien van het onderzoeken van mogelijke doorontwikkeling van zoekgebied knooppunt Hattemerbroek. In de RES 1.0 wordt daarom het zoekgebied Hattemerbroek niet opgenomen als onderzoeksgebied. Wel is de volgende passage opgenomen, waarmee we menen tegemoet te komen aan uw twijfels en zorgen en u de gewenste ruimte te geven om uw inwoners zorgvuldig te kunnen betrekken: ‘Na vaststelling van de RES 1.0 Noord-Veluwe gaan gemeenten Hattem, Oldebroek en Kampen en de regio’s Noord-Veluwe en West-Overijssel met elkaar in gesprek over de corridor N50 vanaf het knooppunt Hattemerbroek richting Kampen. Gezien de nabijheid van het dorp Hattemerbroek ligt het voor de hand om nadrukkelijk te kijken naar mogelijkheden in westelijke richting (N50 richting Kampen en het spoor). Bij eventuele uitbreiding richting Kampen moet ook rekening worden gehouden met het weidevogelgebied van Overijssel in de IJsseldelta.
De gemeenteraad van Hattem heeft aangegeven dat vanuit ruimtelijke kwaliteit rekening gehouden moet worden met uniforme uitstraling (opstellingsvorm, type en hoogte). De gemeenten kijken samen en afzonderlijk naar draagvlak onder de inwoners en samenwerking met energiecoöperaties. Daarnaast gaat de komende jaren rondom de gehele Veluwe ecologisch onderzoek uitgevoerd worden naar de aanwezigheid van de wespendief en andere soorten. Uit het onderzoek
‘Wind op en rondom de Veluwe’ weten we dat het wenselijk is om windturbines zo ver mogelijk van het kerngebied van de Veluwe te plaatsen (als het überhaupt kan)’. Onderzoek Wespendief U schrijft: “Onlangs is geconstateerd dat, voordat ontwikkeling van windenergie (verder) vorm kan krijgen in de regio, een meerjarig onderzoek noodzakelijk is naar de Wespendief. Mede afhankelijk van de uitkomsten van dit onderzoek naar de Wespendief op de Veluwe, houdt de provincie Gelderland al rekening met de mogelijkheid, dat een bovenregionale afweging gemaakt moet worden. De Raad van Hattem kan zich vinden in dit meerjarige onderzoek, omdat dit voor de gehele Veluwe geldt. De uitkomsten van dit onderzoek kunnen echter geen gevolgen hebben voor het zoekgebied Hattemerbroek, gelet op het feit dat voor de doorontwikkeling van windenergie op deze locatie onvoldoende lokaal draagvlak is.” NB: De fracties van de PvdA en ChristenUnie pleiten voor een integraal plan, RES-regio’s overschrijdend, zelfs provincie overschrijdend zonder op voorhand zoekgebieden uit te sluiten en onderzoek naar natuur en landschap niet te beperken tot alleen de wespendief. In de uitwerking pleiten deze fracties voor een bovenregionaal beleidskader landschap en milieu op basis van beginspraak van energiecorporaties, landschaps- en natuurorganisaties en inwoners.
Zoekgebieden op voorhand uitsluiten vinden deze fracties onverstandig omdat we daarmee het realiseren van onze klimaatdoelstellingen en een duurzame energieopwekking verder uit het oog verliezen. -
-
Zie ook beantwoording van vorige vraag. In de Bestuurlijke Startnotitie is opgenomen dat in de RES een integrale afweging wordt gemaakt tussen verschillende criteria. Maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak is er daar één van. Een zorgvuldige afweging kan worden gemaakt wanneer al deze criteria zijn beoordeeld. Vooruitlopen op de uitkomsten van dat proces, door nu al te stellen dat de uitkomsten van het onderzoek naar de wespendief geen gevolgen hebben voor het zoekgebied knooppunt Hattemerbroek, is strijdig met de opdracht zoals die in de Bestuurlijke Startnotitie is vastgesteld. Naar aanleiding van de opmerking van de fracties PvdA en ChristenUnie is het wellicht goed te weten dat de landelijke werkgroep knelpunten en kansen energie, natuur en landschap een advies heeft uitgebracht aan het Opdrachtgevend Beraad van het Nationaal Programma RES. In dit advies wordt gepleit voor een landelijk afwegingskader natuur en landschap; vraagstukken op deze terreinen heeft immer vaak een bovenregionaal karakter.
Vervolg uitwerking RES en participatie U geeft aan dat: “De raad van Hattem vindt het belangrijk dat regionaal een uniforme aanpak wordt gehanteerd voor het uitvoeren van vervolgonderzoeken inzake de RES 1.0, het vormgeven van participatie op het gebied van inspraak (beginspraak), maar ook het vormgeven van financiële participatie in projecten en het organiseren van lokaal eigenaarschap en zeggenschap. Graag vernemen wij welke initiatieven de projectgroep hierop kan ondernemen en wat hierover kan worden vastgelegd in de RES 1.0.” -
-
-
De regio Noord-Veluwe is in gesprek met de provincie Gelderland en andere regio’s rondom de Veluwe die worden geraakt door de uitkomsten van het onderzoek Wind op en rondom de Veluwe. Vervolgonderzoek naar de wespendief (en andere soorten) wordt afgestemd met het doel te komen tot een uniforme aanpak. Het belang van participatie en draagvlak dat de raad van Hattem ziet, wordt breed gedeeld in de regio NoordVeluwe. In de RES 1.0 wordt hier uitgebreid op ingegaan. Invulling moet plaatsvinden op lokaal niveau. Gemeenten kunnen hiervoor kaders opstellen. In de RES is opgenomen dat het gewenst is dat gemeenten op regionaal niveau beleid omtrent grootschalige opwek afstemmen. Hieronder vallen ook de kaders rondom financiële participatie, lokaal eigenaarschap en zeggenschap. De zes energiecoöperaties in de regio spelen een belangrijke rol in het realiseren van lokaal eigendom. Om de slagkracht van de energiecoöperaties op de Noord-Veluwe te vergroten, zijn de zes lokale energiecoöperaties in Noord-Veluwe overeengekomen een Unie van Energiecoöperaties Noord-Veluwe op te richten. Hiermee ontstaat er ook op regionaal niveau een duidelijke partner voor de RES-regio-organisatie.
Naar aanleiding van Zon op land – vuilstort U stelt: “Een mogelijke doorgroei naar 30 tot 40 ha zon op het grondgebied van Hattem is prematuur. Hattem werkt aan de omgevingsvisie en omgevingsplannen. De uitkomsten hiervan zijn bepalend voor eventuele verdere ruimte voor zon op land. Wij zijn blij met het “Project Wielink” en hopen, dat dit project binnen enkele jaren wordt gerealiseerd. Een belangrijke eerste stap. De raad van Hattem heeft in haar beleidskader hernieuwbare energie kaders gesteld voor eventuele opwek middels zonnepanelen op de voormalige vuilstortlocatie en wacht de uitkomsten van het lopende natuuronderzoek in opdracht van de initiatiefnemer af.“ -
U hebt voor Hattem kaders gesteld voor projecten voor hernieuwbare energie. Daarnaast werkt u aan een omgevingsvisie en omgevingsplannen. U bent daarmee goed aan de slag met de Omgevingswet. In de Bestuurlijke Startnotitie is vastgelegd dat de afspraken die regionaal worden gemaakt in de RES 1.0 moeten worden verankerd in het lokale en provinciale ruimtelijk beleid. Dit betekent dat u, na vaststelling van de RES, zult moeten bezien of omgevingsvisie, omgevingsplannen en/of uw beleidskader hernieuwbare energie daarop aangepast moet worden.
Naar aanleiding van Verdere aandachtspunten In de regio is veel draagvlak voor het benutten van grote daken voor zonne-energie. Er zijn gemeenten die daar afgelopen jaren heel succesvol in zijn geweest. Het delen van leerervaringen op regionaal niveau kan andere gemeenten ongetwijfeld helpen om ook een hoger percentage grote daken te benutten voor zonne-energie. Het is wel belangrijk om een gebiedsgerichte aanpak te hanteren en de netbeheerder in een vroegtijdig stadium te betrekken zodat het net op de juiste plaatsen en op het juiste moment voldoende capaciteit heeft en de investeringen tegen de laagst mogelijke maatschappelijke kosten kunnen worden gedaan. De RES 1.0 van de Noord-Veluwe hanteert de Gelderse Zonneladder als uitgangspunt. Dit betekent dat zon op land niet de voorkeur heeft.
-
In de Regionale Structuur Warmte (RSW) zijn zowel ondiepe als diepe geothermie (aardwarmte) genoemd als mogelijke warmtebron. De potentie van ondiepe geothermie (ook wel lage temperatuur aardwarmte genoemd) is groot. Dit is een mogelijke bron voor de kleinschalige, lokale warmtenetten in de grootste kernen in de regio. Het is aan te raden om hier vervolgonderzoek naar te doen. In de RSW benoemen we dit expliciet als kans. De potentie van diepe geothermie is nog onbekend. Landelijk wordt naar de potentie van diepe geothermie nader onderzoek gedaan binnen het programma SCAN1. Voor de regio Noord-Veluwe is het interessant om op basis van de data die beschikbaar zijn en komen te kijken of er kansen lijken te liggen voor diepe geothermie. Als er voldoende potentie lijkt, kan vervolgonderzoek interessant zijn. De toepasbaarheid van diepe geothermie zal beperkt blijven tot Harderwijk en de industrie met een grote warmtevraag. Dit komt omdat een diepe
geothermiebron heel veel warmte geeft. Grofweg voor 5.000 woningequivalenten (weq). Dat betekent dat er ook al een warmtenet moet zijn voordat deze bron ingezet kan worden. -
-
1
In de RES wordt ingegaan op alternatieve energiebronnen. Waterkracht is geen onderdeel geweest van de analyses in het kader van de RES. Kernenergie is buiten de scope van de RES. Enerzijds omdat een eventuele nieuwe kerncentrale(s) voor 2030 niet realistisch is, anderzijds omdat het een onderwerp is waar op nationaal niveau over wordt besloten. In het Klimaatakkoord wordt kernenergie niet uitgesloten als mogelijke techniek voor na 2030. Gas (biogas, groen gas) is opgenomen in de RSW als warmtebron voor de Noord-Veluwe. Besparing van energie is een heel goed idee. Conform de afspraken uit de Bestuurlijke Startnotitie is dit niet opgenomen in de RES. Energiebesparing (waaronder isolatie) is wel een onderdeel van lokaal (duurzaamheids)beleid. In de Transitievisies Warmte is isolatie altijd genoemd als eerste te nemen stap. Enerzijds omdat er dan minder warmte nodig is en anderzijds omdat goedgeïsoleerde woningen de mogelijkheid bieden voor lagetemperatuur warmteoplossingen (zoals een warmtepomp). Campagnes kunnen zeker helpen om het bewustzijn van het belang van energiebesparing te stimuleren en zo gedragsverandering te bevorderen.
Het programma - SCAN aardwarmte
Gemeente Nunspeet Raadsvoorstel
Raadsstandpunt
Beantwoording Naar aanleiding van besluit 3.1: In de RES 1.0 Noord-Veluwe is de Gelderse Zonneladder als uitgangspunt opgenomen. Zon op dak geniet de voorkeur. Zon op land wordt in de zonneladder niet uitgesloten. In de RES 1.0 is de bouwsteen zon op land i.c.m. gebiedsopgaven benoemd (samenhang). Deze bouwsteen vraagt om gebiedsgerichte uitwerking en maatwerk (zorgvuldigheid). In zowel De Gelderse Zonneladder als De Nunspeetse Zonneladder wordt eerst prioriteit gegeven aan zon op daken alvorens op landbouwgrond. Naar aanleiding van besluit 3.2: Het verplichten van het aanleggen van een zonnedak bij nieuwbouw is juridisch nu niet mogelijk. Dit zou opgenomen moeten worden in het Bouwbesluit. In de RES 1.0 wordt dit punt daarom opgenomen als lobbypunt. Naar aanleiding van besluit 3.3: Sinds het sneuvelen van het wetsvoorstel voor de verwijdering van asbest in de Eerste Kamer (juni 2019) is de stimulans om te saneren minder groot geworden. Op dit moment bestaat er landelijk geen regeling, die het verwijderen van asbest voor zonnepanelen stimuleert. Provinciaal is er een regeling voor particulieren, de Toekomst Bestendig Wonen Lening, deze ingezet worden indien de gemeente asbestsanering als maatregel in deze regeling heeft benoemd. Landelijk is bekend dat asbest een van de knelpunten is ten aanzien van de realisatie van zonnepanelen op daken.
In de RES 1.0 wordt dit punt daarom opgenomen
als lobbypunt om dit extra kracht bij te zetten vanuit de regio. Naar aanleiding van besluit 3.4: Innovatie is onderdeel van de Regionale Energiestrategie (RES) en de Regionale Structuur Warmte (RSW). Verschillende innovatieve technieken worden genoemd. Sommige van deze technieken zijn voor 2030 niet of slechts beperkt beschikbaar. Daarom maken ze geen onderdeel uit van het bod van de RES 1.0. Binnen de Regionale Structuur Warmte (RSW) is aquathermie opgenomen als warmtebron. Op verschillende plekken in de regio is er potentie voor aquathermie. In Nunspeet is dan niet het geval. Dat komt omdat het Veluwemeer te ver van de kern van Nunspeet ligt waar potentieel een warmtenet ontwikkeld kan worden. In Harderwijk, Elburg en Hattem zien we reële mogelijkheden voor de toepassing van aquathermie. Het gebruik van waterstof is beschreven in de Regionale Structuur Warmte. Waterstof wordt vaak genoemd als alternatief voor aardgas. Waterstof is geen bron maar een energiedrager en wordt gemaakt van aardgas (nu nog >90%) of van water met behulp van elektriciteit. Het is op dit moment niet de verwachting dat waterstof een grote rol gaat spelen als energiedrager in de gebouwde omgeving – zeker niet voor 2030. Uiteraard is waterstof wel van groot belang als grondstof voor de industrie en mogelijk als energiebron voor (zwaarder) transport en de industrie.
Binnen het Klimaatakkoord is hier dan ook veel aandacht voor. Na 2030 komt mogelijk wel groene waterstof beschikbaar voor de gebouwde omgeving als er dan tenminste voldoende groene waterstof geproduceerd kan worden tegen een aantrekkelijke prijs. Dat wordt uiteraard gevolgd en meegenomen in de revisies van de RSW. Naar aanleiding van besluit 3.5: In de RES 1.0 is uitgegaan van huidige (natuur)beleid. In de regio is veel natuur waardoor de mogelijkheden om binnen de huidige beleidsregels grootschalig wind- en zonne-energie op te wekken beperkt zijn. Dit stelt gemeenten binnen de regio (de één wat meer dan de ander) voor een dilemma: Als wordt vastgehouden aan de huidige toepassing van de Natura2000-wetgeving, dan kunnen enkele Noord-Veluwse gemeenten niet/nauwelijks een bijdrage leveren aan provinciale en landelijke doelstellingen voor het opwekken van hernieuwbare elektriciteit. Binnen de context van de Noord-Veluwe, met zo’n groot aandeel beschermde natuur, gaat dat dan echt niet lukken. Het oplossen van dit dilemma, vraag om het vinden van een balans. De regio Noord-Veluwe, kan dit niet alleen.
Graag zoekt de regio met provincie en het Rijk naar mogelijkheden om extra ruimte te creëren waar huidige landelijke en Europese (natuur)regelgeving beperkend is, of te accepteren dat de bijdrage van de regio aan het behalen van de provinciale en nationale klimaatdoelen voor wat betreft de opwekking van hernieuwbare elektriciteit, zeer beperkt blijft.
Dit dilemma is verwoord in de RES 1.0 Noord-Veluwe. Naar aanleiding van besluit 3.6: De afspraken die regionaal worden gemaakt in de RES 1.0 moeten worden verankerd in het lokale en provinciale ruimtelijk beleid. Daarmee worden de kaders geschapen waarbinnen ontwikkelingen voor energieprojecten kunnen plaatsvinden. Bij het concretiseren van de regionale afspraken op lokaal- of gebiedsniveau is het van belang om de belanghebbenden tijdig en goed te betrekken. In de RES 1.0 wordt hier nadrukkelijk op ingegaan. Naar aanleiding van besluit 3.7: De energietransitie vereist zorgvuldige afwegingen. Zo lang opslag en conversie van opgewekte elektriciteit nog in de kinderschoenen staan, zullen energieprojecten zoals wind- en zonne-energie aangesloten moeten worden op het elektriciteitsnet. Dat vergt flinke investeringen die met maatschappelijk geld betaald moeten worden. Haalbaarheid en betaalbaarheid van deze projecten is belangrijk. Om dit te organiseren is gebiedsgerichte uitwerking nodig, waarbij de netbeheerder tijdig wordt betrokken. Zo kunnen investeringen op het juiste moment in het juiste gebied plaatsvinden en wordt de energietransitie beter te plannen. Ook voor burgers heeft de energietransitie financiële gevolgen. Vastgoedeigenaren (woningen, bedrijfspanden en maatschappelijk vastgoed) moeten investeren om aardgasvrij te kunnen worden.
Ook hier geldt dat de kosten en baten zich goed tot elkaar moeten verhouden. Naar aanleiding van besluit 3.8: Een deel van de regio is gecharmeerd van het idee om een ‘windsnelweg’ langs de A28 en het spoor te realiseren. Deze corridor ligt in Natura2000-gebied en is laagvliegroute voor Defensie. Daardoor is het niet realistisch om voor 2030 in dit gebied windmolens te realiseren. Dit inzicht was al vroeg in het RES-traject ontstaan en daarom is dit gebied tijdens het RES-traject niet verder onderzocht. Er is toen voor gekozen om op zoek te gaan naar andere zoekgebieden voor windenergie. Die zijn opgenomen in de RES 1.0. Bij de beantwoording van 3.5 (hierboven) is benoemd dat de regio zich voor een groot dilemma ziet geplaatst. Wil de regio een grotere bijdrage leveren aan de nationale klimaatdoelen, dan richten de blikken zich op de corridor A28. In de RES 1.0 is daarom expliciet opgenomen dat de regio in gesprek wil met provincie en Rijk om dit dilemma te bespreken.
Gemeente Oldebroek Raadsstandpunt
Beantwoording Naar aanleiding van uw oproep ruimte te houden voor innovatie: Ontwikkelingen gaan snel. Zoals u terecht aangeeft kunnen toekomstige technologische ontwikkelingen op termijn mogelijk een beter alternatief zijn dan de huidige aanpak door middel van met name wind- en zonneenergie. Wij willen daaraan toevoegen dat ook op het gebied van wind- en zonne-energie ontwikkelingen snel gaan. Zonnepanelen zullen in de toekomst meer opwekken dan de huidige panelen. Windmolens worden ook steeds beter, waarbij ook technologische ontwikkelingen kunnen ontstaan waardoor impact op bijvoorbeeld vogels kan afnemen. In de systematiek van de RES is opgenomen dat elke twee jaar de RES herijkt moet worden. Dit is gedaan juist om mee te kunnen bewegen met de nieuwste inzichten. In de RES 1.0 lag de focus op bewezen technieken wind en zon. Of dit zo blijft in RES 2.0 en verder, is niet te zeggen. Als nieuwe technieken zich snel bewijzen, kunnen deze wellicht ook worden meegenomen. Naar aanleiding van het kompas van de RES 1.0: In de RES 1.0 is getracht een goede balans te vinden tussen wind- en zonne-energie. Dat is namelijk erg belangrijk om de maatschappelijke kosten van de energietransitie binnen de perken te houden (criterium systeemefficiëntie). Gezien de complexiteit rondom windenergie in de regio zal ook zonne-energie belangrijk blijven.
De regio hanteert de zonneladder als uitgangspunt. Dit betekent dat de voorkeur wordt gegeven aan zon op dak boven zon op land. Bij zon op land (bouwsteen zon in combinatie met gebiedsopgaven) moet er altijd sprake zijn van een goede en afgewogen landschappelijke inpassing. Naar aanleiding van windenergie Hattemerbroek: De positie van uw raad is tegengesteld aan het standpunt van de raad van Hattem. De kritische positie van de VVD-fractie is in lijn met de positie van de Hattemse raad. Deze tegengestelde standpunten leiden tot een dilemma dat niet opgelost kan worden voor vaststelling van de RES 1.0. Daarom is in de RES 1.0 de volgende passage opgenomen: In het traject richting RES 1.0 is gekeken of het zoekgebied knooppunt Hattemerbroek ook opgenomen kon worden als onderzoeksgebied. Aangezien op dit moment de gemeenteraden van Oldebroek en Hattem niet inhoudelijk op dezelfde lijn zitten, is dit zoekgebied niet opgenomen als onderzoeksgebied. Na vaststelling van de RES 1.0 Noord-Veluwe gaan gemeenten Hattem, Oldebroek en Kampen en de regio’s Noord-Veluwe en West-Overijssel met elkaar in gesprek over de corridor N50 vanaf het knooppunt Hattemerbroek richting Kampen. Gezien de nabijheid van het dorp Hattemerbroek ligt het voor de hand om nadrukkelijk te kijken naar mogelijkheden in westelijke richting (N50 richting Kampen en het spoor).
Bij eventuele uitbreiding richting Kampen moet ook rekening worden gehouden met het weidevogelgebied van Overijssel in de IJsseldelta. In het onderzoek moet vanuit ruimtelijke kwaliteit rekening worden gehouden met een uniforme uitstraling (opstellingsvorm, type en hoogte). De gemeenten kijken samen en afzonderlijk naar draagvlak onder de inwoners en samenwerking met energiecoöperaties. Daarnaast gaat de komende jaren gaat ecologisch onderzoek uitgevoerd worden naar de aanwezigheid van de wespendief en andere soorten. Uit het onderzoek ‘Wind op en rondom de Veluwe’ weten we dat het wenselijk is om windturbines zo ver mogelijk van het kerngebied van de Veluwe te plaatsen (als het überhaupt kan). -
In de RES 1.0 wordt stilgestaan bij het idee om windmolens in het bos langs de A28 te plaatsen: Sommigen zien het gebied in het bos langs de A28 en het spoor als voorkeurslocatie voor windenergie. Dit gebied ligt in het kerngebied van de Veluwe (+1 km). In de rapportage ‘Windenergie op en rondom de Veluwe’ (A&W rapport 20-140) wordt geconcludeerd dat windturbines in het kerngebied van de Veluwe + 1km juridisch niet haalbaar zijn. Vanwege de huidige natuurwetgeving ontstaat er een dilemma: Als onverkort wordt vastgehouden aan de huidige toepassing van de Natura2000-wetgeving, dan kunnen enkele Noord-Veluwse gemeenten
niet/nauwelijks een bijdrage leveren aan provinciale en landelijke doelstellingen voor het opwekken van hernieuwbare elektriciteit. Binnen de context van de Noord-Veluwe, met zo’n groot aandeel beschermde natuur, gaat dat dan echt niet lukken. Het oplossen van dit dilemma, vraagt om het vinden van een balans. De regio NoordVeluwe, kan dit niet alleen. Graag zoekt de regio met provincie en het Rijk naar mogelijkheden om extra ruimte te creëren waar huidige landelijke en Europese (natuur)regelgeving beperkend is, of te accepteren dat de bijdrage van de regio aan het behalen van de provinciale en nationale klimaatdoelen voor wat betreft de opwekking van hernieuwbare elektriciteit, zeer beperkt blijft. Naar aanleiding van landgoederenzone als zoekgebied voor zonne-energie: In de RES is de bouwsteen zon op land in combinatie met gebiedsopgaven benoemd. Deze bouwsteen kan, mits zorgvuldig landschappelijk ingepast en met maatwerk per locatie, ingezet worden. In de vastgestelde Bestuurlijke Startnotitie is opgenomen dat andere maatschappelijke opgaven bij de analyse in het RES-traject ogenschouw genomen zouden worden. Juist, omdat we weten dat die opgaven (zoals de landbouwtransitie) om aandacht vragen en energietransitie mogelijkerwijs een (deel) van (een) oplossing zou kunnen zijn.
Door het gebied en de maatschappelijke opgaven centraal te stellen, kan vastgesteld worden of, en zo ja hoe, energieopwekking een plaats kan krijgen in het betreffende gebied.
Reactie fractie Algemeen Belang Oldebroek (ABO) Brief bestemd voor de RES organisatie Noord-Oost Veluwe,
Aanvullend op de brief namens de raad van de gemeente Oldebroek als reactie voor het concept RES 1.0 wil de fractie van Algemeen Belang Oldebroek als volgt reageren. 1.
De uitwerking van het klimaatakkoord zal bij ongewijzigd beleid een grote impact hebben op de onze samenleving. De transitie zal zowel op een grootschalige wijze ingrijpen op het Nederlandse landschap (wat van ons allemaal is) en in directe zin heel dichtbij nl. maatregelen aan onze eigen- dan wel huurwoning. Bij het ondertekenen van het klimaatakkoord was die strekking niet in beeld: het was een ver van ons bed show met klimaattafels, politici, bestuurders, beleidsmakers en andere stakeholders. De effecten voor de portemonnee van huiseigenaren en huurders was bij het ondertekenen nauwelijks doorgerekend. Die consequenties zijn pas later inzichtelijk geworden. Evenals het besef dat honderden windturbines en honderden hectares aan zonnevelden de skyline van ons vlakke vaderland ernstig zouden aantasten. Een ingreep op een schaalniveau wat in onze historie nog niet eerder is vertoond. Die impact begint nu door te dringen. De bevolking krijgt keuzes voorgeschoteld die qua gevolgen op het oog niet tot weinig verschillen: wind en zon in wisselende samenstellingen. De gevolgen van Corona hebben remmend gewerkt op het op een laagdrempelige manier delen en uitleggen van de beschikbare informatie, en de bevolking echt te betrekken bij de te maken keuzes. Ondanks de enquêtes en inspraakmomenten die de projectorganisatie heeft uitgezet.
Dat Brenninkmeijer daarom pleit voor een zo breed mogelijk participatietraject is daarom van wezenlijk belang. Het zou de projectorganisatie sieren wanneer – door de beperkingen van Corona – wordt erkend dat een inhaalslag noodzakelijk is om draagvlak te verkrijgen voor de energie-transitie. Dat betekent meegaan met het idee van burgerfora op gemeentelijke schaal om recht te doen aan echte burgerparticipatie.
2.
Het onderdeel zon op kleinschalige landschappen en landbouwgronden is in de geschiktheidsbeoordeling samengevoegd. ABO vindt dat die samenvoeging geen recht doet aan de eigenheid van die landschappen. Het gebied tussen het Veluwe massief en de Zuiderzeestraatweg bevat qua landschap de kroonjuwelen van onze gemeente. Het is een coulissen landschap, afwisselend met open enken gelegen tussen houtwallen, kleine bosgebieden en omliggende begroeiing. Het gebied tussen de Zuiderzeestraatweg en het Randmeer betreft het open veenweide gebied, dat zowel qua bodem opbouw als landschap anders is en minder afwisselend. In het coulisselandschap liggen aaneengeregen de cultuur-historisch interessante landgoederen, in de meeste gevallen ontsloten op de Zuiderzeestraatweg. Een gebied waar zich – sprekend over het grondgebied van de gemeente Oldebroek - ook het recreatiepark Landal bevindt. Waar zich - volgens de rapportage - de gave enken bevinden. En waar zich de Klompenpaden en fietsroutes bevinden. Daar op kleinere schaal (1 a 2 ha) zonnevelden toepassen onder het mom van landschapsherstel, zorgt voor verrommeling en grote aantasting van de landschappelijke waarde. Landschapsherstel is niet te combineren met zonneparken. Het is een contradictio in terminis. Daar komt bij dat om het rendabel te maken (systeem efficiëntie) er dan meerdere zonneparken nodig zijn om tot enig volume te komen.
Dat betekent wat ABO betreft, het schrappen van dat ambitie- cq zoekgebied. Het verbaast niet dat landgoed eigenaren zich een voorstander tonen van de toepassing van zonnevelden om qua exploitatie opbrengsten te genereren. Daarin meegaan betekent qua aantrekkelijkheid van onze gemeente dat het kind met het badwater wordt weggegooid. Overigens wordt n.b. in de rapportage vermeld dat op de mogelijkheid van zonnevelden in deze kleinschalige landschappen door de respondenten negatief wordt geoordeeld.
3.
Daar waar sprake is van een ambitiegebied en een zoekgebied zijn wij van mening dat er geen getalsmatige schattingen gemaakt moeten worden. Als je iets gaat onderzoeken moet je niet op voorhand in concrete getallen aangegeven wat je eventueel verwacht als uitkomst. Dan wordt de schijn wel erg gewekt dat je toewerkt naar een gewenste uitkomst.
4.
We houden onverkort vast aan de eerdere zienswijze zoals door de raad meegegeven aan het RES team, om ook andere alternatieve energiebronnen te betrekken in de RES opgave. Voor 2050 is het zeker dat er zich alternatieven zullen aandienen, naast de toepassing van kernenergie. Denkbaar is scenario’s op te nemen die uitgaan van een
minder percentage zon en wind energie door bijvoorbeeld uit te gaan dat 50% energie op een alternatieve manier wordt opgewekt. 5.
Wat ontbreekt in de stukken is een verkenning op welke wijze het planologisch juridisch kader bij de uitvoering van de projecten kan worden ingevuld. Dat heeft ook betrekking op het participatiemodel van inwoners bij de invulling van de zon en wind projecten. Elke gemeente vindt op deze manier het wiel uit. Veel winst kan worden gehaald bij het opstellen van best practices van zon en wind projecten om – daar waar dat wel kan – tot snelle realisatie over te kunnen gaan. Fractie ABO
Beantwoording Naar aanleiding van punt 1: Met het vaststellen van de RES 1.0 is de energietransitie niet klaar. Verdere concretisering van de eerste stappen is nodig. Ook wat betreft participatie zijn de eerste stappen gezet. Binnen de mogelijkheden die er gezien de corona-beperkingen waren, is getracht zo zorgvuldig en passend mogelijk de participatie te organiseren. Zowel op lokaal als regionaal niveau moet verder invulling gegeven worden aan het betrekken van de inwoners in de regio. Zoals terecht wordt gemeld zal de (red: energie) transitie op een grootschalige wijze ingrijpen op het Nederlandse landschap (wat van ons allemaal is. In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is opgenomen dat de Veluwe een gebied is van nationaal belang. Daar waar het gaat om bijvoorbeeld windmolens in Natura2000gebied van de Veluwe, kunnen vragen worden gesteld bij hoe passend het is om een lokaal burgerplatform daarover een uitspraak te laten doen. Wanneer het gaat over gebieden die over verschillende gemeentegrenzen heen gaat, kan dezelfde vraag worden gesteld. Met andere woorden: Juist daarom is het van groot belang om participatie (al dan niet in de vorm van een burgerforum) op het/de juiste niveau(s) te organiseren. Naar aanleiding van punt 2: Toepassing van de bouwsteen zon op land in combinatie met gebiedsopgaven moet altijd maatwerk zijn.
Maatwerk is altijd nodig, of het nou in kleinschalig landschap of op andere landbouwgronden gebeurt. Het open veenweidegebied in de gemeente Oldebroek is mede vanwege de openheid van dit gebied en de kwaliteit als weidevogelgebied, niet opgenomen als zoekgebied in de RES 1.0. De zorg over inpassing van zonnevelden in de landgoederenzone wordt gedeeld. Uit analyses met onder andere (landschaps-) en natuurprofessionals blijkt dat er wel degelijk mogelijkheden bestaan om via kleinschalige zonnevelden (1 a 2 ha) een kwaliteitsslag te maken in het gebied en ook andere maatschappelijke opgaven te adresseren. Ook zonder dat er verrommeling plaatsvindt en grote aantasting van de landschappelijke waarde. De stelling dat landschapsherstel niet is te combineren met zonneparken delen wij dan ook niet. Wel delen wij de zorg dat inpassing van kleinschalige zonneparken bijzonder zorgvuldig moet worden gedaan via een gebiedsproces met belanghebbenden. Naar aanleiding van punt 3: In onderzoeksgebieden nemen we inderdaad geen voorschot op een mogelijke hoeveelheid op te wekken energie. In het ambitiedeel van het RES-bod doen we dat wel. Naar aanleiding van punt 4: In de vastgestelde Bestuurlijke Startnotitie is opgenomen dat in de RES conform opdracht vanuit het Klimaatakkoord gekeken wordt naar bewezen technieken zon en wind. Voor warmte is een scala aan warmteoplossingen onderzocht.
In de systematiek van de RES is opgenomen dat elke twee jaar de RES herijkt moet worden. Dit is gedaan juist om mee te kunnen bewegen met de nieuwste inzichten. In de RES 1.0 lag de focus op bewezen technieken wind en zon. Of dit zo blijft in RES 2.0 en verder, is niet te zeggen. Als nieuwe technieken zich snel bewijzen, kunnen deze wellicht ook worden meegenomen.
Naar aanleiding van punt 5: Het belang van participatie en draagvlak dat de ABO ziet, wordt breed gedeeld in de regio Noord-Veluwe. Regionale afstemming tussen lokale overheden kan voorkomen dat elke gemeente het wiel uitvindt. De regio werkt samen aan de hand van de Regionale Samenwerkingsagenda CO2-reductie | Energietransitie. Een deel van de uitwerking van de RES kan daar onderdeel van gaan uitmaken. Na vaststelling van de RES 1.0 moeten de regionale afspraken uit de RES worden verankerd in lokaal beleid. Daarin kan op lokaal niveau worden aangegeven aan welke criteria projecten moeten voldoen om in aanmerking te komen voor een vergunning. Proces- en financiële participatie kunnen onderdeel zijn van dit beleid. In de regio Noord-Veluwe wordt het streven van 50% lokaal eigenaarschap overigens van harte ondersteund, evenals zorgvuldige participatie met de omwonenden en andere belanghebbenden in concrete projecten/initiatieven. In de RES 1.0 staat beschreven hoe invulling gegeven kan worden aan 50% lokaal eigenaarschap en wordt er gepleit voor gebiedsgerichte aanpakken om zoekgebieden verder te concretiseren.
Reactie fractie VVD Brief toegevoegd aan schrijven van raadscommissie Ruimtegebruik en Leefomgeving n.a.v. reactie op Concept RES 1.0 Noord Veluwe.
Geachte heer Brongers,
Zoals aangekondigd stuurt de fractie van de VVD u een aparte toelichting waarin wij ons standpunt met betrekking tot de concept RES 1.0 uiteen zetten. Wij danken u voor de uitgebreide beantwoording in de diverse sessies die zijn gehouden m.b.t. het tot stand komen van het concept RES 1.0 De VVD fractie is zeker van mening dat de hoofdrichting waar het rapport op aan stuurt, een alternatief voor de huidige wijze van energie opwekking, ook door ons wordt gedeeld. Echter, over de oplossingsrichting verschillen wij van mening. Op dit moment wordt er een windopstelling bij Hattemerbroek gerealiseerd, bestaande uit 4 windmolens. Deze zijn beeldbepalend in de omgeving en de gevolgen zijn groot voor de inwoners. De opbrengst echter is, in het licht van de totale opgave, niet bijzonder groot. Van enige gerealiseerde projecten met zonnepanelen is op dit moment nog geen sprake. Wel neemt het gebruik van zonnepanelen op daken toe, en wordt in het rapport als positief ervaren. Het aantal meters is relatief groot, maar beslaat pas 20% op het totaal. Naar onze mening zijn dit de makkelijke meters, laaghangend fruit, om zo te zeggen. De focus van RES 1.0 ligt op zon en dak, en zelfs op dit moment geen extra windmolens, en er worden geen zoekgebieden voor windmolens opgenomen. Echter, het gebied knooppunt Hattemerbroeks noemt u wel als onderzoeksgebied.