CConstaterende datPutten
Koppel je AI →
Document · PDF

Jaarstukken 2025 definitief RAAD - versie commissie 23-06-2026

Gemeenteraad 2 juli 2026, gemeente PuttenBij agendapunt: Jaarstukken 202532.065 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Wethouder ‘t Jong

Het project is eind 2025 afgerond. BGT-achterstanden zijn weggewerkt. Structurele capaciteit is geregeld om beheer vanaf 2026 regulier uit te voeren.

30 van 180

Datagedreven werken

Wethouder ‘t Jong

Het dataplatform is ingericht voor het sociaal domein. Voor andere domeinen wordt aansluiting voorbereid. Dienstverleningsconcept

Wethouder ‘t Jong

Het concept is herzien; keuzes over telefonie volgen in het eerste kwartaal van 2026. Daarna wordt het concept vastgesteld. Inzetten op gastvrijheid

Wethouder ‘t Jong

De projectgroep werkt aan kernwaarden die in het eerste kwartaal van 2026 worden gepresenteerd. Daarna volgt implementatie binnen de organisatie. Inclusief werkgeverschap

Wethouder Cornelissen

In 2025 zijn twee medewerkers met een indicatie Banenafspraak ingestroomd. In totaal werken nu vier medewerkers met deze Banenafspraak binnen de gemeente. Via Inclusief Groep werken aanvullend collega’s in schoonmaak en buitendienst. Bestuurlijk overleg Provincie Gelderland

Volledig B&W

Er vindt intensieve samenwerking plaats aan diverse tafels. Intergemeentelijke samenwerking

Burgemeester Lambooij

Samenwerking binnen EHPZ (Ermelo, Harderwijk, Zeewolde) is voortgezet op ruimtelijke opgaven; binnen Foodvalley op landelijk gebied en voedsel. Op sociaal domein, wonen en mobiliteit is samenwerking op de Noord-Veluwe gecontinueerd. Met Bunschoten wordt op onderdelen van de bedrijfsvoering samengewerkt. Uitvoering Integraal Veiligheidsplan

Burgemeester Lambooij

Acties uit het Integraal Veiligheidsplan (IVP) zijn uitgevoerd, onder andere op zorg & veiligheid, cybercrime, ondermijning en informatievoorziening. Het Gelders Akkoord op het gebied van ondermijning is ondertekend en de implementatie volgt. Er wordt gestart met evaluatie van het huidige IVP als input voor het IVP 2027-2030. Opstellen Handhaving uitvoeringsprogramma (HUP)

Burgemeester Lambooij

Het VTH Evaluatierapport 2024 en uitvoeringsprogramma 2025 zijn in juni vastgesteld en gedeeld met raad en provincie. Digitale veiligheid: NIS2

Wethouder ‘t Jong

Er is gewerkt aan een aantal beheersmaatregelen, zoals de doorontwikkeling van het Information Security Management System (ISMS), het verhogen van digitale weerbaarheid, de uitvoering van een GAP-analyse ter voorbereiding op de nieuwe cyberbeveiligingswet en kwetsbaarheidsscan binnen Microsoft 365.

31 van 180

Wat heeft het gekost? Begroting na wijzigingen 2025

Jaarrekening 2025

Verschil rekening t.o.v. begroting na wijz.

16.436 15.129 1.307 55.788 700 55.088 39.351 318 318 318

16.543 15.725 817 59.237 797 58.440 42.694 3.896 49 3.847 4.340 648 3.693 444

16.643 16.015 628 59.845 1.116 58.729 43.202 3.896 49 3.847 4.173 480 3.693 277

100 289 -189 608 319 289 509 0 0 0 -168 -168 0 -168

Gerealiseerd resultaat 39.669 * Inclusief bedrag van de heffing voor de vennootschapsbelasting

43.138

Thema 4 Bestuur, dienstverlening en veiligheid Lasten* Programma Bestuur, dienstverlening en veiligheid Programma Algemene dekkingsmiddelen Baten Programma Bestuur, dienstverlening en veiligheid Programma Algemene dekkingsmiddelen Totaal saldo van baten en lasten Toevoeging aan reserves Programma Bestuur, dienstverlening en veiligheid Programma Algemene dekkingsmiddelen Onttrekking aan reserves Programma Bestuur, dienstverlening en veiligheid Programma Algemene dekkingsmiddelen Toevoeging/onttrekking aan reserves

Begroting 2025

43.479 341 Bedragen * € 1.000, -/- = nadeel

Het voordelig effect van € 0,3 miljoen wordt onder andere veroorzaakt door de storting voorziening wethouderspensioenen (nadeel € 533.000), uitstel van ICT-migraties (€ 237.000), rentebaten uitgeleende middelen (€ 190.000) en een hogere uitkering op het gemeentefonds (€ 114.000). Voor de uitgebreide toelichting op afwijkingen groter dan € 25.000 verwijzen wij u naar onderdeel 2.3 Overzicht baten en lasten jaarrekening 2025. Bestemming rekeningresultaat 2025 Onderstaand vindt u de voorstellen van het bestemming rekeningresultaat: Effect resultaat Bedrag

Effect reserve Bedrag

Thema Bestuur, dienstverlening en veiligheid

363

176

Programma Bestuur, dienstverlening en veiligheid

351

176

30

237

Omschrijving bestemming rekeningresultaat 2025

ICT De geplande systeemmigraties vragen om complexe aanbestedingen. Daarom starten we eerst met het aanbesteden van een softwarebroker. Daarmee creëren we een flexibel en duurzaam fundament voor onze software-inkoop, zonder voor elke toepassing een apart (Europees) traject te hoeven doorlopen. Dit voorkomt verstoringen in de organisatie en maakt ons beter voorbereid op de migraties die volgen.

31

Invoeringskosten HR21

38

In 2025 was budget beschikbaar gesteld voor de invoering van HR21, dit vindt plaats in 2026. 32

Vacatures - inzet recruitment

22

In 2025 waren extra middelen beschikbaar gesteld voor het invullen van vacatures. Dit is deels nog niet gelukt en wordt het in 2026 verder uitgezet. 33

Uitbreiding werkplekken

10

In 2025 is een deel van de extra werkplekken gerealiseerd, maar er is nog meer behoefte aan extra werkplekken. 34

Afwikkeling BNLP

44

BLNP is per 1 juli 2025 opgeheven. Waar bekend is er al rekening gehouden met meerkosten. Echter lopen er twee aanbestedingen (het HRM- en financieel systeem)

32 van 180

37

Effect resultaat Bedrag

Omschrijving bestemming rekeningresultaat 2025

Effect reserve Bedrag

waarvan de implementatiekosten hoger uitvallen. Een deel van het overschot is dan ook nog hiervoor benodigd. 35

WOO

100

Het Rijk heeft extra middelen beschikbaar gesteld voor de uitvoering van de Woo. Uit dit budget worden de kosten voor de Woo contactpersoon gedekt, evenals de kosten voor het anonimiseren van documenten en de ontwikkeling van het informatiemodel. 36

Buitendienst - productenbegroting/optimalisatie bedrijfsvoering

39

Voor het opstellen van een betere productenbegroting en de optimalisatie van de bedrijfsvoering van de buitendienst waren al eerder middelen beschikbaar gesteld. In 2025 is hiermee gestart en zal in 2026 verder ingezet worden voor het onderzoek naar een toekomstbestendige Buitendienst en de locaties die daar onderdeel van uit maken. Programma Algemene dekkingsmiddelen

12

37

12

Onderzoeksbudget In 2025 is opdracht gegeven, de besteding vindt plaats in 2026.

Overzicht algemene dekkingsmiddelen Algemene dekkingsmiddelen

Begroting 2025

Begroting na wijzigingen 2025

4.991 560 880 48.128 240 204 55.003

4.991 560 880 51.419 233 254 58.338

Lokale heffingen OZB Forensenbelasting Toeristenbelasting Gemeentefonds (algemene uitkering) Dividend Saldo financieringsfunctie Totaal

Jaarrekening 2025 4.986 582 837 51.533 231 444 58.613 Bedragen * € 1.000

Voor een nadere toelichting op de lokale heffingen wordt verwezen naar de paragraaf Lokale heffingen. Algemene uitkering gemeentefonds De begroting voor de algemene uitkering van het Rijk wordt berekend op basis van circulaires die door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties worden gepubliceerd in de maanden mei, september en december van het verslagjaar. In 2025 is € 114.000 meer ontvangen dan op basis van de circulaires was begroot. Gemeentefonds

Begroting na wijzigingen 2025

Algemene uitkering 2025 Algemene uitkering 2023-2024 Totaal

51.419 51.419

33 van 180

Verschil rekening t.o.v. begroting na wijz. 51.682 263 -149 -149 51.533 114 Bedragen * € 1.000, -/- = nadeel

Jaarrekening 2025

-

Opbouw verschil Decembercirculaire 2025 Afwijking maatstaven Verschil

Bedrag 246 -132 114 Bedragen * € 1.000, -/- = nadeel

De begroting is bijgewerkt na de septembercirculaire. De decembercirculaire kan vanwege het moment van verschijnen niet meer vertaald worden als begrotingswijziging. Deze komt daardoor in de jaarrekening tot uitdrukking als verschil tussen de begroting en werkelijkheid. Dividend In onderstaande tabel worden de financiële gegevens over deelnemingen in aandelen weergegeven. Het aandelenbezit is als volgt opgebouwd: Toelichting aandelenbezit Nominaal bedrag aandelen Aantal aandelen Boekwaarde aandelen Boekwaarde per aandeel

BNG 10.530 26.325 2,50

Vitens

Alliander/ Nuon

Afvalsturin g Friesland

276.812 1.384.060 5,00

25 11.250 450,00

18.693 18.693 1,00

Inclusief groep 1.880 188.000 100,00

Leisureland s 8.155 338.200 gem. 41,47

Bedragen * € 1,-

De dividendopbrengsten op het aandelenbezit zijn als volgt: Begroting 2025

Beleggingen BNG Vitens Alliander Afvalsturing Friesland Totaal

Begroting na wijzigingen 2025

30 210 240

30 203 233

Verschil rekening t.o.v. begroting na wijz. 26 -4 193 -10 12 12 231 -2 Bedragen x € 1.000, -/- = nadeel

Jaarrekening 2025

Voor het aandelenbezit van Inclusief groep en Leisurelands wordt geen dividend ontvangen. Overzicht kosten van overhead Overheadkosten betreffen alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. De realisatie van baten en lasten in het kader van overhead is als volgt opgebouwd: Overhead

Personeel & organisatie Huisvesting & facilitair ICT Communicatie Tractie Juridische zaken Financiën Afschrijvingen Totaal - 0.4 Overhead

Lasten Begroting Rekening 2025 2025 5.454 5.862 1.016 951 1.725 1.489 108 83 509 493 237 70 117 82 1.121 1.051 10.287 10.081

34 van 180

Baten Saldo Begroting Rekening 2025 2025 170 293 -285 27 29 67 236 25 1 17 2 168 31 30 35 70 227 355 333 Bedragen * € 1.000, -/- = nadeel

De werkelijke kosten voor de overhead zijn lager dan begroot. Dit wordt met name veroorzaakt door: -

Op de personeelskosten is de besteding hoger, met name door lagere doorbelasting aan projecten door inhuur (geen opslag) en lagere doorbelasting van regulier personeel.

-

De kosten van ICT zijn lager als gevolg van de uitgestelde migraties in afwachting van de aanbesteding van de softwarebroker.

-

Ook de kosten voor juridische zaken zijn lager en daarnaast is er aanvullend budget verkregen voor de implementatie van de Woo.

Vennootschapsbelasting De aanslagen tot en met 2022 zijn definitief gemaakt door de Belastingdienst (stand: maart 2026). Over 2023 en 2024 is een aangifte ingediend en een voorlopige aanslag opgelegd. Tegen de aanslag 2016 loopt momenteel nog steeds een bezwaarprocedure op het onderdeel ‘hypotheekleningen’. Dit bezwaar heeft ook gevolgen voor de aangiftes voor opvolgende jaren (tot en met 2019) en tegen deze aanslagen is ook bezwaar aangetekend op het onderdeel hypotheken personeel. Voor deze aanslagen bestaat dus een positief risico, dat wil zeggen dat de aanslagen lager uit kunnen vallen indien het besluit positief uitvalt. De VPB last in 2025 is nihil, met name vanwege het ontbreken van winsten op grondexploitaties in 2025. Onvoorzien In de begroting is een bedrag van € 84.000 opgenomen voor onvoorziene lasten. De realisatie in 2025 bedraagt € 24.000. De specificatie hiervan vindt u onder 2.3 bij Toelichting baten en lasten.

35 van 180

1.2 Paragrafen De paragrafen zijn een verdieping op of een dwarsdoorsnede van een bepaald onderwerp in de begroting. Er zijn acht paragrafen die elke gemeente in de begroting dient op te nemen: 1. Lokale heffingen 2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing 3. Onderhoud kapitaalgoederen 4. Financiering 5. Bedrijfsvoering 6. Verbonden partijen 7. Grondbeleid 8. Openbaarheid Daarnaast hebben gemeenten de vrijheid om over aanvullende onderwerpen een paragraaf in de begroting op te nemen. De gemeente Putten heeft de volgende aanvullende paragrafen: 9. Informatieveiligheid en privacy 10. Duurzaamheid

1.3

36 van 180

Paragraaf Lokale heffingen Algemeen Deze paragraaf geeft inzicht in de belastingen, de leges en de overige heffingen die de gemeente oplegt. Er is informatie opgenomen over de volgende zaken: -

Het beleid ten aanzien van de lokale belastingen;

-

Een overzicht van de begrote en de werkelijk ontvangen inkomsten uit belastingen en overige heffingen;

-

De lokale lastendruk in 2025;

-

Informatie over bezwaar, beroep en kwijtschelding.

De lokale belastingen zijn een belangrijk onderdeel van de “eigen” inkomsten van de gemeente en worden gebruikt als algemeen dekkingsmiddel voor het te voeren beleid. Algemene uitgangspunten Het beleid voor de lokale belastingen is vastgelegd in de verschillende verordeningen. Het tarievenbeleid wordt jaarlijks geformuleerd bij de vaststelling van de begrotingsuitgangspunten in de kadernota. Overzicht begrote en werkelijke ontvangen inkomsten Belastingopbrengsten, tarieven en leges

Begroting incl. wijzigingen 2025

OZB-eigenaar (won./niet-woningen)

in %

Werkelijk 2025

in %

4.304

33,67%

4.302

33,65%

OZB-gebruiker (niet-woningen)

687

5,37%

684

5,35%

Toeristenbelasting

880

6,89%

837

6,55%

Forensenbelasting

560

4,38%

582

4,55%

Reclamebelasting

96

0,75%

97

0,76%

Subtotaal algemene belastingen

6.528

51%

6.502

51%

Rioolheffing

2.544

19,90%

2.543

19,89%

Afvalstoffenheffing c.a. (incl. verk. afvalzakken)

1.968

15,39%

2.033

15,90%

Begraafrechten

458

3,58%

474

3,71%

Marktgelden

40

0,31%

39

0,31%

Leges omgevingsvergunningen

668

5,23%

554

4,33%

Leges burgerzaken

566

4,42%

622

4,86%

Leges APV-vergunningen en GPK

14

0,11%

16

0,13%

Subtotaal tarieven, heffingen en leges

6.257

49%

6.281

49%

Totaal

12.785

100%

12.782

100%

Bedragen * € 1.000

Onroerende-zaakbelastingen Onder de naam onroerende-zaakbelastingen wordt een belasting geheven van diegene die op 1 januari gebruik maakt en/of in het bezit is van een onroerende zaak. De eigenarenbelasting (voor woningen en niet-woningen) wordt opgelegd aan de zakelijk gerechtigde (meestal de eigenaar) van een onroerende zaak. De gebruikersbelasting (alleen voor niet-woningen) wordt opgelegd aan diegene die de onroerende zaak gebruikt.

37 van 180

De WOZ-waarde van de onroerende zaak vormt de basis voor de heffing. De waarde is via een WOZ-beschikking vastgesteld. De gemeente Putten past tariefdifferentiatie tussen toe tussen de tarieven voor eigenaren woningen, eigenaren niet-woningen en gebruikers van nietwoningen. Toeristenbelasting De toeristenbelasting is van toepassing op hotelovernachtingen, op onderkomens voor wisselende verhuur en voor toercaravans en tenten. De gemeente Putten hanteert verschillende tarieven voor de categorieën hotels, kampeermiddelen en overige overnachtingsgelegenheden. Het aantal overnachtingen in 2025 was iets lager dan voorgaand jaar. Forensenbelasting De forensenbelasting wordt geheven van personen die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, beschikken over een (recreatie)woning. Het aantal belastingplichtigen voor de forensenbelasting is nagenoeg gelijk gebleven ten opzichte van 2024. Reclamebelasting Vanaf 2015 wordt een reclamebelasting geheven voor openbare aankondigingen in het dorpscentrum. De belastingopbrengst is, na aftrek van de gemaximeerde perceptiekosten, als subsidie aan de Stichting Ondernemersfonds Putten (SOP) overgemaakt. Met deze middelen kunnen verschillende activiteiten worden bekostigd. Het doel daarvan is behoud c.q. vergroting van de aantrekkelijkheid van het winkelgebied en gebiedspromotie.

Eind 2023 heeft een evaluatie plaatsgevonden en naar aanleiding daarvan is besloten om de reclamebelasting te gaan baseren op de WOZ-waarde in plaats van een vast bedrag per onderneming. Daarnaast is besloten om de totaalopbrengst te verhogen omdat er in de voorgaande jaren geen indexering van de tarieven heeft plaatsgevonden. In 2025 is de nieuwe tariefstelling ingegaan. Rioolheffing Bij de jaarrekening 2022 en actualisatie van het Zuiveringskringafvalwaterketenplan (ZAP) is gebleken dat de stand van de egalisatievoorziening riolering aan de hoge kant is. De korting van € 12,50 tot 2031 die bij de vorige herziening van het ZAP is ingesteld, kon daarom structureel worden gemaakt. Daarnaast wordt vier jaar lang (t/m 2027) een korting gegeven op het geïndexeerde basistarief voor particulieren en bedrijven van € 25,00. Voor recreatieobjecten geldt een korting van € 6,25. In 2026 wordt de beleidsnotitie Riolering en water (voorheen: ZAP) geactualiseerd. Afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Onze gemeente maakt voor de doorberekening van de kosten van afvalverwijdering gebruik van tariefdifferentiatie, waarbij de kosten worden doorberekend in de jaarlijkse aanslag afvalstoffenheffing (vast bedrag per huishouden) en in de prijzen van de verschillende afvalzakken.

38 van 180

In de halfjaarrapportage werd een nadeel op afval gepresenteerd vanwege onder andere de prijsstijging GFT en de inhuur van een extra vuilniswagen. De realisatie (exclusief de extracomptabele kosten) is € 116.000 voordeliger t.o.v. de begroting. Het voordeel wordt veroorzaakt doordat de verwachte prijsstijging van de GFT minder was dan verwacht en de werkelijke vergoeding van Nedvang en voor oud papier is hoger dan geraamd. Dit compenseert de gerealiseerde meerkosten vanwege de inhuur van twee huisvuilwagens voor het grotendeel van het jaar. Begraafrechten Voor de begraafplaatsen geldt een sluitende exploitatie. Het saldo wordt jaarlijks verrekend met de voorziening. Door stijgende uitgaven is de voorziening naar verwachting vanaf 2026 niet meer toereikend om het verschil tussen kosten en opbrengsten te dekken. Daarom vindt in 2026 een integrale financiële herziening plaats van de begraafplaatsen met als doel een toekomstbestendige exploitatie. Marktgelden In 2021 is de kostendekkendheid van de marktgelden onderzocht. Hierbij bleek dat de tarieven fors verhoogd zouden moeten worden om 100% kostendekkend te zijn. De gemeenteraad heeft besloten om de tarieven gefaseerd te laten stijgen, 20% per 2022 en nog eens 10% per 2023 en (nog) niet naar een 100% kostendekkend tarief te gaan. Uit de jaarrekening 2025 blijkt een kostendekkendheid van 53%.

Een hogere dekkingsgraad leidt tot hogere tarieven en dit is gezien het economische belang van de markt voor de gemeente niet wenselijk. Leges Het hoge percentage kostendekkendheid van de leges uit hoofdstuk 1 van de legesverordening heeft te maken met de zogenaamde paspoortpiek. Paspoorten en identiteitskaarten waren in 2014 voor het eerst 10 jaar geldig. Daarvoor was de geldigheidsduur van deze documenten 5 jaar. Tussen 2019 en 2024 waren er weinig aanvragen voor nieuwe documenten. Doordat de eerste paspoorten en identiteitskaarten met een nieuwe geldigheid verlopen in 2024, is er vanaf 2024 tot en met 2028 een flinke stijging van het aantal aanvragen. Omdat de kosten niet evenredig meestijgen, vertaalt dit zich in een hogere kostendekkendheid. De kostendekkendheid van hoofdstuk 2 van de legesverordening (Omgevingswet) is verder teruggelopen door dalende opbrengsten doordat grote bouwprojecten nog moeten starten. In de begroting was al rekening gehouden met lagere opbrengsten doordat grondexploitatie Rimpeler is afgesloten en de bouw binnen Halvinkhuizen later start als gevolg van procedure bij de Raad van State. In 2025 is deze procedure afgerond en worden er vanaf 2026 naar verwachting meer vergunningen aangevraagd. In 2026 wordt de legesheffing en kostendekkendheid van hoofdstuk 2 geëvalueerd.

Lokale lastendruk in 2025 In de Coelo-atlas van de lokale lasten 2025 is te zien hoe de lastendruk in Putten zich verhoudt tot andere gemeenten. De in aanmerking genomen heffingen zijn OZB-woningeigenaren, afvalstoffenheffing inclusief een gemiddeld afvalzakkenverbruik en rioolheffing. Voor 2025 staat

39 van 180

Putten op de vijfde plaats wat betreft de laagste netto woonlasten voor een meerpersoonshuishouden met een eigen woning. Voor een meerpersoonshuishouden in Putten betekent dat een belastingbedrag van € 793,- per jaar. De woonlasten in de goedkoopste gemeente bedragen € 680,- en in de duurste € 2.117,- per jaar.

Jaar 2025 2024 2023 2022 Bron: Coelo.nl

Woonlaste n 1persoonsh uishouden € 765 € 724 € 716 € 701

Eigenaar bewoner Woonlasten Rangnummer meer meerpersoons persoonshuishouden huishouden € 793 5 € 753 6 € 746 10 € 728 13

Woonlasten 1persoonshu ishouden € 394 € 371 € 374 € 364

Huurder Woonlasten meer persoonshuishouden € 422 € 400 € 404 € 391

Rangnummer meer persoonshuis houden 118 115 142 141

Informatie over bezwaar, beroep en kwijtschelding Bezwaarschriften In 2025 was het aantal woningen onder bezwaar 1,9%, in 2024 was dit 1,4%. Hoewel de wettelijke proceskostenvergoeding is verlaagd, zien we nog steeds dat een groot aandeel bezwaren via een no-cure-no-pay bureau wordt ingediend. Voor de niet-woningen is het percentage objecten onder bezwaar 1,1% (1,5% in 2024). De uitkomst van het bezwaartraject in 2024 is dat van de ingediende bezwaren 12% geheel of gedeeltelijk is toegewezen en 82% ongegrond is verklaard of ingetrokken. Het aantal beroepsprocedures is voor zover nu bekend drie (de afhandeling van de bezwaren is tot het einde van het jaar is doorgegaan en de rechtbanken hebben achterstanden hebben bij de verwerking van de ingediende beroepen). Kwijtscheldingsbeleid De minima in Putten, met een inkomen van minder dan 100% van bijstandsnorm, kunnen in aanmerking komen voor kwijtschelding van lokale heffingen. De heffingen waarvoor dit geldt, zijn rioolheffing, afvalstoffenheffing en grafonderhoud. Om te beoordelen of aanvragers in aanmerking komen voor kwijtschelding vindt een vermogens- en inkomenstoets plaats. In 2025 hebben 79 personen op basis van automatische toetsing kwijtschelding gekregen. Daarnaast zijn er nog 120 kwijtscheldingsaanvragen ingediend waarvan er 74 geheel en één gedeeltelijk zijn toegewezen.

Na beoordeling zijn er 41 aanvragen afgewezen, twee aanvragen zijn nog in behandeling en twee aanvragen zijn niet in behandeling genomen.

40 van 180

Kostendekking In onderstaande tabel is de kostendekkendheid van de leges opgenomen: Berekening van kostendekkendheid: Kosten taakveld(en),

Afval

Riolering

Begraven

2.080

2.206

894

Mutatie voorziening

-

-301

-296

Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen

-510

-

-254

Netto kosten taakveld

1.569

1.905

344

Kwijtschelding

23

35

-

Overhead

230

289

130

BTW

225

317

-

Totale kosten

2.047

2.546

474

Opbrengst heffingen/rechten

2.033

2.543

474

Dekkingspercentage

99%

100%

100%

Toe te rekenen kosten:

Berekening van kostendekkendheid: Kosten taakveld(en), Inkomsten taakveld(en), excl. heffingen Netto kosten taakveld

Hoofdstuk 1 o.a. burgerzaken

Hoofdstuk 2 o.a. Hoofdstuk 3 o.a. omgevingsAPV vergunningen

Marktgelden

476

684

95

59

-

-

-

-

476

684

95

59

190

486

95

16

-

-

-

-

666

1.170

190

75

Toe te rekenen kosten: Overhead BTW Totale kosten Opbrengst heffingen/rechten

622

554

16

39

Dekkingspercentage

93%

47%

9%

53%

Voor de taken Afval, Riolering en Begraven geldt dat de opbrengsten volledig besteed (dienen te) worden aan het product. Eventuele overschotten of tekorten worden geëgaliseerd via een voorziening en blijven daarmee beschikbaar voor het product.

41 van 180

Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding Deze paragraaf heeft als doel het inzicht geven in het beleid van de gemeente met betrekking tot risico’s, het totaal aan financiële risico’s afzetten tegen de beschikbare middelen en inzicht en beoordeling van de financiële positie aan de hand van kengetallen. In lijn met de nieuwe nota Risicomanagement zijn er een aantal verbeteringen doorgevoerd in deze paragraaf. Zo wordt er onderscheid gemaakt tussen de incidentele en structurele risico’s, weerstandscapaciteit en worden de risico’s met een risicoscore van 10 of hoger inclusief beheersmaatregelen gepresenteerd. Kaderstelling -

Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV)

-

Nota Risicomanagement

Weerstandsvermogen Beschikbare weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen of mogelijkheden (buffers) waarover de gemeente kan beschikken om niet begrote kosten te dekken. Onderscheid wordt gemaakt in incidentele en structurele weerstandscapaciteit. De beschikbare weerstandscapaciteit per 1 januari 2026 is als volgt: Beschikbare weerstandscapaciteit Algemene reserve per 1 januari

Incidenteel

Structureel

10.961

2026

2027

2028

2029

Vrij deel bestemmingsreserves: -

Reserve weerstandscapaciteit

5.845

-

Reserve algemene buffer

15.666

-

Reserve grondexploitatie

2.208

-

Reserve sociaal domein

6.768

Stelpost onvoorzien

60

Totaal incidenteel

41.508

Onbenutte budgettaire capaciteit

3.330

606

442

349

Onbenutte belastingcapaciteit

2.615

2.615

2.615

2.615

Totaal structureel

5.945

3.221

3.056

2.964

Bedragen * € 1.000

Benodigde weerstandscapaciteit Om de benodigde weerstandscapaciteit te bepalen, hebben we een inschatting gemaakt van de financiële risico’s die de gemeente loopt. Per risico is geschat hoe groot de kans is dat het zich voordoet (waarschijnlijkheid) en welke financiële impact dit dan zou kunnen hebben. Daarbij zijn de criteria gehanteerd zoals uitgewerkt in de nota Risicomanagement. Hoe hoger de waarschijnlijkheid dat risico’s zich voordoen en hoe groter de impact hiervan is, hoe meer aandacht de risico’s verdienen. De uitkomst van de risico-inventarisatie is samengevat in onderstaande tabel:

42 van 180

Kans 3. Matig (25%)

4. Groot (50%)

5. Zeer groot (> 750K)

1

1

4. Groot (375-750K)

2

1

3. Matig (150-375K)

6

Impact

1. Zeer klein (< 1%)

2. Klein (75-150K)

2. Klein (10%)

1

5. Zeer groot (> 75%)

2 3

4

2

1

1. Zeer klein (< 75K)

In totaal zijn er 24 risico’s gekwantificeerd. De risico’s met een risicoscore van 10 of hoger (rode risicoscores) worden conform de (geamendeerde) beleidsregel opgenomen in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing. Risico's met een risicoscore van 10 of hoger In onderstaande tabel zijn de risico’s gepresenteerd die de hoogste bijdrage hebben aan de benodigde weerstandscapaciteit. In de laatste kolom is aangegeven of het risico ten opzichte van de laatste gepresenteerde stand (Begroting 2026) nieuw (N) of ongewijzigd (O) is. Nr .

Risico + beheersmaatregel

Bruto financieel risico

Kans

1.

Grondexploitatie Periodieke analyse ontwikkelingen in MPG. Dekking (gedeeltelijk) reserve grondexploitatie.

28.696

Zie par. grondbel eid

8.992

I

2.

Algemene uitkering daalt Sluitende begroting presenteren, mogelijk maatregelen nemen in kosten e/o opbrengsten.

2.000

25%

500

S

O

3.

Investeringsprojecten Voor materiële projecten wordt een eigen risicoanalyse gemaakt en wordt daarop gemonitord.

1.200

50%

600

S

O

4.

Huisvesting doelgroepen Woonvisie Planningslijst woningbouw

1.000

50%

500

I

O

5.

Uitgezette en gegarandeerde geldleningen Toetsing bij verstrekking Onderpand (bij hypotheken)

3.900

10%

390

I

6.

Zorgfraude Toezichthouder en M&O beleid

1.500

25%

375

I

O

7.

Vergrijzing en krapte arbeidsmarkt (intern) Loongebouw aantrekkelijk maken/houden. Werving en selectie. Knelpunten ontstaan door krapte dekken uit de reserve Knelpunten personeel.

300

50%

150

I

O

8.

Stikstofnormen De stikstofproblematiek heeft een directe invloed op ruimtelijke ontwikkeling binnen onze gemeenten. De gemeente kiest daarom voor een proactieve aanpak waarbij het kennisniveau binnen de organisatie op peil wordt gehouden door samenwerking met externe deskundigen, regionale samenwerking en het organiseren van interne kennissessies. Hiermee tonen wij ons ook als actief sparringpartner in de richting van de provincie. Door deze aanpak kunnen beleidswijzigingen snel worden door vertaald naar projecten en vergunningverlening, bijv. door middel van intern en of extern verwerven van benodigde stikstofruimte.

500

50%

250

I

O

9.

Toename regelingen Rijk Vanuit het Rijk worden meer taken bij de gemeente belegd

200

50%

100

S

O

43 van 180

Netto I/S financie el risico

N/O

Nr .

Risico + beheersmaatregel

Bruto financieel risico

Kans

Netto I/S financie el risico

N/O

O

middels financiering vanuit een SPUK. Dit geeft druk op de personeelsbezetting, omdat gemeenten (tijdelijk) personeel nodig hebben om de regeling uit te voeren. 10 .

Krapte elektriciteitsnetwerk In nieuwbouwprojecten werken we samen met de netbeheerder aan nieuwe energiesystemen om netbewust te bouwen en hierdoor wel mogelijkheid tot aansluiting te realiseren. Bij de bestaande bouw kijken we naar projecten om piekbelasting te verlagen evenals het buffervermogen op het stroomnet te verhogen.

500

75%

375

I

11 .

Inflatie Risico op hogere kosten voor inkoop (incl projecten en investeringen) en subsidies, maar ook sociaal domein, welke niet worden gecompenseerd door opbrengsten. Rekening houdend met het toegenomen inflatierisico als gevolg van geopolitieke spanningen.

200

75%

150

I

Toelichting wijzigingen: 2.

Actualisatie en het openen van nieuwe grondexploitaties zorgt voor een toename van het risicoprofiel. Het risicoprofiel is op grondexploitatieniveau beoordeeld. De uitkomsten van de verschillende grondexploitaties is opgenomen in de paragraaf Grondbeleid.

5.

Bijgesteld i.v.m. aflossingen en nieuwe garantstellingen, netto-effect -/- € 100.000.

11. De kans op het inflatierisico is toegenomen, mede door geo-politieke spanningen in de wereld. De stijging van energieprijzen zal naar verwachting ook doorvertaald worden in hogere kosten. Voor het bepalen van de benodigde weerstandscapaciteit wordt het gewogen (netto) bedrag van alle risico’s meegenomen: Benodigde weerstandscapaciteit

Incidenteel 2026

Risico’s vermogen

2.492

Risico’s grondexploitatie

8.979

Structureel 2025

Risico’s exploitatie Totaal

11.471

2026

2027

1.359

1.359

1.359

1.359

2028

1.359

1.359

1.359

1.359

Bedragen * € 1.000

Ratio weerstandsvermogen De relatie/ratio wordt bepaald door de berekende beschikbare weerstandscapaciteit (hoeveel niet bestemde middelen zijn er beschikbaar) te delen door de berekende benodigde weerstandscapaciteit (financiële risico’s). Het weerstandsvermogen laat de volgende ontwikkeling zien: Incidenteel 2025

Structureel 2025

Beschikbare weerstandscapaciteit

41.508

5.945

3.221

3.057

2.964

Benodigde weerstandscapaciteit

Ratio weerstandsvermogen

2026

2027

2028

11.471

1.359

1.359

1.359

1.359

Ratio

3,6

4,4

2,4

2,2

2,2

Waarderingscijfer

A

A

A

A

A

Bedragen * € 1.000

44 van 180

De norm voor het waarderingscijfer is in de nota Risicomanagement vastgesteld op minimaal een C (1.0-1.4). Voor de streefwaarde geldt categorie B (neutraal). De ratio van Putten valt voor zowel incidenteel als structureel in klasse A. Wel zien we de ratio vanaf 2026 dalen. Dit komt name door een forse daling van de rijksinkomsten. Kengetallen De kengetallen geven inzicht in de financiële weerbaar- en wendbaarheid. Zij leggen verbanden tussen een aantal aspecten die elk voor een verantwoord oordeel van de financiële positie relevant zijn. De financiële positie is altijd een momentopname waardoor een getal alleen niet zoveel zegt. Het gaat om de verbanden tussen de getallen en de ontwikkeling van getallen over een aantal jaren.

Verloop kengetallen

Jaarrekening 2024

Begroting 2025

Jaarrekening 2025

Gelders gemiddelde (o.b.v. Jaarrekening 2024)

7%

36%

Netto schuldquote

-8%

26%

Netto schuldquote gecorrigeerd

-16%

19%

-2%

29%

Solvabiliteitsratio

69%

47%

66%

39%

Grondexploitatie

10%

12%

15%

7%

Structurele exploitatieruimte

11%

7%

9%

3%

Belastingcapaciteit

76%

72%

75%

98%

Netto schuldquote (gecorrigeerd)

categorie: A

rapportcijfer: 3

Dit kengetal geeft onze schuldlast (aangegane leningen) ten opzichte van onze eigen middelen weer. De schuldlast verminderd met alle doorgeleende/verstrekte leningen leidt tot een gecorrigeerde netto schuld. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de medeoverheid ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Momenteel is deze laag (negatief), maar met de verwachte financieringsvraag in 2026 en volgende jaren neemt de schuld ook toe. Solvabiliteitsratio

categorie: A

rapportcijfer: 4

In hoeverre wij in staat zijn om aan onze financiële verplichtingen te voldoen wordt berekend in de solvabiliteitsratio. Onze solvabiliteit in 2025 is 66%. Dit betekent dat de bezittingen zijn gefinancierd met 66% eigen vermogen (reserves) en 34% vreemd vermogen (voorzieningen, langlopende schulden en kortlopende schulden). Grondexploitatie

categorie: A

rapportcijfer: 1,5

Het kengetal grondexploitatie geeft weer hoe de waarde van de grondexploitatie zich verhoudt tot de totale baten. Grondexploitaties kunnen een grote impact hebben op de financiële positie van een gemeente. Een lager kengetal geeft een lager (relatief) risico weer. In 2025 is deze 15%, maar met de investeringen in Halvinkhuizen en Henslare neemt het percentage toe in 2026 en verder. Vervolgens daalt deze weer door verkopen op met name deze grondexploitaties.

45 van 180

Structurele exploitatieruimte

categorie: A

rapportcijfer: 1

Het kengetal structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Belastingcapaciteit

categorie: A

rapportcijfer: 0,5

De belastingcapaciteit wordt gerelateerd aan de hoogte van de gemiddelde woonlasten (OZB, rioolheffing en reinigingsheffing). Naast de OZB wordt tevens gekeken naar de riool- en afvalstoffenheffing omdat de heffing niet kostendekkend hoeft te zijn, maar ook lager mag worden vastgesteld (er is dan sprake van belastingcapaciteit die niet benut wordt). Het rapportcijfer voor de kengetallen is in onderstaande tabel opgenomen: Rapportcijfer kengetallen

Jaarrekening 2024

Begroting 2025

Jaarrekening 2025

Netto (gecorrigeerde) schuldquote

3,0

3,0

3,0

Solvabiliteitsratio

4,0

4,0

4,0

Grondexploitatie

1,5

1,5

1,5

Structurele exploitatieruimte

1,0

1,0

1,0

Belastingcapaciteit

0,5

0,5

0,5

Totaal

10,0

10,0

10,0

In de nota Risicomanagement is aangegeven dat er een totaalcijfer wordt berekend over alle kengetallen om een oordeel te geven over de samenhang. Het totaalcijfer (afgerond op heel cijfer) van de kengetallen kent als streefwaarde een 8. Op basis van bovenstaande uitkomsten kunnen we stellen dat de financiële positie van de gemeente goed is. Wel is er, gezien de (landelijke) ontwikkelingen, meer aandacht voor monitoring en (bij)sturing.

46 van 180

Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Algemeen Het onderhoud van de kapitaalgoederen legt beslag op een aanzienlijk deel van de financiële middelen van de gemeente Putten. Kapitaalgoederen zijn verdeeld naar de categorieën wegen, water, riolering, groen, straatmeubilair, gebouwen en overige. In deze paragraaf wordt ingegaan op het beleidskader, de beheerplannen en de financiële consequenties. In de beleid- en beheerplannen legt de raad de kaders vast voor de uitvoering van het onderhoud aan de kapitaalgoederen. Het niveau van het onderhoud en de kwaliteit van de kapitaalgoederen zijn bepalend voor het voorzieningenniveau en de jaarlijkse lasten. Integraal Beheer Openbare Ruimte en beheerplannen In 2015 is het beleidsplan IBOR vastgesteld. Inmiddels is het OPOR (Omgevingsprogramma Openbare Ruimte) het beleidsstuk voor de gemeente dat beschrijft waar de openbare ruimte uit bestaat en hoe we dit zo integraal mogelijk kunnen beheren en onderhouden. Voor elk product in de buitenruimte is beschreven we wat we aan areaal hebben, welk kwaliteitsniveau er nu is, wat onze ambities zijn en wat het beheer en onderhoud ons gaat kosten. Het actuele OPOR voor 2026 is het OPOR zoals vastgesteld op 12 juni 2025. De beeldkwaliteitsniveaus zijn ingedeeld in vijf niveaus en zijn landelijk vastgelegd door de CROW: uitmuntend (A+), goed (A), voldoende (B), matig (C) en onvoldoende (D).

Voor gemeente Putten zijn de volgende niveaus vastgelegd: Onderhoudsel ement Groen/bomen Groenvoorzieni ngen Water en sloten Speelplekken Meubilair Verharding Lichtmasten Verkeersmeubil air Civiele kunstwerken Riolering Reiniging

B B+A

Buitengebi ed recreatie B B+A

Buitengebi ed agrarisch B B

B nvt B B B B

B nvt B B+A A B

B B A B+A B B

B B B B+A B B

B

B

B

B

B

B A

B B

B B

B B+A

B B

Centrum

Woonwijken

Begraafpla atsen

Bedrijvent erreinen

Hoofdinfra structuur

A A

B B+A

A A

B B

A nvt A A A A

B B B B B B

A nvt A A A nvt

B

B

B A

B B

Wij geven hieronder een nadere toelichting op de diverse componenten. Wegen Beheerplan Wegen Beleid Onze wegen, fietspaden, voetpaden en overige verhardingen worden onderhouden op basis van de in het beleidsplan OPOR vastgelegde beeldkwaliteitsniveaus. Voor een duurzaam beheer van de wegen is het essentieel dat groot en vervangingsonderhoud tijdig wordt uitgevoerd. Daarnaast is het belangrijk, ook voor de verkeersveiligheid, dat de weginrichting- en constructie worden afgestemd op de wegfunctie en het -gebruik, of omgekeerd. Bij groot of

47 van 180

vervangingsonderhoud worden eventuele verkeersmaatregelen en/of andere gewenste aanpassingen waar mogelijk meegenomen. Beheer In 2025 zijn de volgende onderhoudsprojecten en reconstructies uitgevoerd: de toegankelijkheid Brinkstraat-Koesteeg is verbeterd, er is een parkeerplaats aan de Waterweg aangelegd, er is groot onderhoud uitgevoerd op de Krachtighuizerweg met inrichting als fietsstraat en er is groot onderhoud op deTelgterweg uitgevoerd inclusief onderhoud groen en bermen. De reconstructie van de Meskampersteeg, onderhoud van de Laak en het groot onderhoud van de Beekweg starten begin 2026. Budgetten De werkelijke kosten ten opzichte van de begroting zijn als volgt: Overzicht wegen Reguliere kosten wegen Groot onderhoud wegen Kapitaallasten wegen Interne kosten (uren) Totale kosten wegenbeheer

Begroting 2025 Rekening 2025 1.481 836 610 628 956 872 1.149 1.182 4.197 3.518 Bedragen * € 1.000, -/- = nadeel

De reguliere kosten voor wegen zijn aanzienlijk lager dan begroot. Hiervan wordt nog ruim € 230.000 bestemd naar 2026. De kosten zijn lager doordat naast kleine meevallers in de kosten ook de opbrengsten voor kabels en leidingen hoger dan geraamd waren. Ook is er een vergoeding à € 100.000 ontvangen voor zwerfafval over de jaren 2023 en 2024. Deze opbrengsten worden gesaldeerd met de kosten. Het groot onderhoud wordt sinds 2025 via de egalisatievoorziening groot onderhoud wegen verrekend. Hierin wordt jaarlijks € 610.000 gestort en in 2025 is er eenmalig vanuit de reserve IBOR € 200.000 in gestort. Ook zijn er legesopbrengsten à € 18.000 toegevoegd ter dekking van de nog komende kosten voor groot onderhoud. Er is in 2025 € 330.000 uitgegeven aan groot onderhoud wegen. Voorziening groot onderhoud wegen 2025 Stand per 1-1 Dotatie 828 Onttrekking (uitgaven groot onderhoud) -330 Stand per 31-12 499 Bedragen * € 1.000, -/- = nadeel Bedragen * € 1.000, -/- = nadeel

Beheerplan Verlichting Beleid De gemeente Putten brengt openbare verlichting aan in de openbare ruimte en beheert deze met als doel een aantrekkelijke en een sociaal- en verkeersveilige omgeving te creëren voor haar inwoners en bezoekers aan de gemeente. Binnen de openbare ruimte zijn er verschillende beleidsuitgangspunten en ambitieniveaus in de onderhoudskwaliteit, welke kan verschillen binnen en buiten de bebouwde kom van de gemeente.

48 van 180

Beheer Het beheerplan verlichting maakt onderdeel uit van het OPOR. Op basis van de levensduur voor armaturen en lichtmasten moeten er jaarlijks ongeveer 200 armaturen (5% van totale areaal) en ongeveer 90 lichtmasten (2% van totale areaal) worden vervangen. Daarnaast zijn we gestart in 2024 2025 om mee te liften met integrale civiele, infra en nutsprojecten (gemeentelijke en van derden) om de bestaande infrastructuur volledig te benutten of aan te passen naar het huidige beleid, beheersnormen en einddoelen van onze OVL-infrastructuur. In 2025 zijn de volgende acties gerealiseerd of uitgevoerd: er is een nieuw beheerprogramma voor de openbare verlichting aangeschaft, er is gestart met de inrichting van energiemonitoringprogramma voor het verbruik en de facturatie, er is een programma van eisen opgesteld voor de openbare verlichting (onderhoud en projecten) en de voorbereidingen voor de aanbesteding in 2026 zijn gestart. Daarnaast zijn er op diverse locaties conventionele armaturen vervangen voor LED, is er een inhaalslag gemaakt in de vervanging van oude lichtmasten en is er op diverse locaties (o.a. in het centrum) het areaal uitgebreid of vernieuwd. Budgetten De werkelijke kosten t.o.v.

de begroting voor verlichting zijn als volgt: Overzicht verlichting Reguliere kosten verlichting Onderhoudskosten verlichting Kapitaallasten verlichting Interne kosten (uren) Totale kosten verlichting

Begroting 2025 Rekening 2025 256 167 194 194 98 99 82 82 630 541 Bedragen * € 1.000, -/- = nadeel

De reguliere kosten op openbare verlichting laat een overschot zien van € 89.000. Dit wordt nagenoeg geheel veroorzaakt door de lagere energieprijzen dan geraamd. Het groot onderhoud wordt sinds 2025 via de egalisatievoorziening groot onderhoud openbare verlichting verrekend. Hierin wordt jaarlijks € 194.000 gestort en in 2025 is er eenmalig vanuit de reserve IBOR € 250.000 in gestort. Er is in 2025 € 63.000 uitgegeven aan groot onderhoud. Voorziening groot onderhoud openbare verlichting Stand per 1-1 Dotatie Onttrekking (uitgaven groot onderhoud) Stand per 31-12

2025

444 63 380 Bedragen * € 1.000, -/- = nadeel Bedragen * € 1.000, -/- = nadeel

Riolering Beleid In december 2023 is de Beleidsnotitie Riolering en Water vastgesteld en wat betreft de financiën geactualiseerd met de Beleidsnotitie Riolering en Water 2024-2026. We hopen de nieuwe beleidsnotitie op te kunnen laten gaan in de nieuwe structuur van de Omgevingswet. We vinden het belangrijk om water, riolering en klimaatadaptatie een goede plek te geven in de Omgevingswet-structuur, daarom gebruiken we de komende jaren om ons voor te bereiden op de nieuwe planstructuur.

49 van 180

Beheer De renovatie van de drukrioleringsunits omvat ruim 700 locaties. Dit project is gestart eind 2022 en in begin 2026 worden de laatste drie locaties afgerond. Ook wordt de afkoppeling van de openbare ruimte voortgezet. Hierbij is het afkoppelen centrumplan en de Grieteweg in 2025 gerealiseerd en gestart met het afkoppelen van de Bosrand. Hierbij worden combinaties gemaakt met diverse reconstructies. In 2025 zijn vier rioolgemalen gerenoveerd. In 2026 staat de renovatie van vier rioolgemalen gepland. Afhankelijk van de uitkomsten van de inspectie van de riolering worden er rioolstrengen voorzien van een liner en worden de overige tekortkomingen aan de riolering opgelost. Budgetten De werkelijke kosten t.o.v. de begroting zijn als volgt: Overzicht riolering Reguliere kosten riolering Kapitaallasten riolering Interne kosten (uren) Totale kosten riolering

Begroting 2025 Rekening 2025 1.611 1.221 524 474 503 511 2.638 2.206 Bedragen * € 1.000, -/- = nadeel

Uit bovenstaande overzicht blijkt dat de kosten lager zijn dan begroot. Dit verschil wordt betrokken bij de egalisatievoorziening riolering. Groen Openbaar Groen Beleid In 2025 is het groen- en bomenbeleid geactualiseerd en middels het OPOR integraal vastgesteld. Hiermee is beleid gegeven aan de visies die o.a. in de omgevingsvisie zijn vastgesteld. Na aanleiding van het nieuwe beleid is er een nieuwe inventarisatie gestart voor het in kaart brengen van alle waardevolle bomen. Hiermee hopen we het komende jaar een nieuwe waardevollebomenlijst vast te kunnen stellen. Beheer In 2025 is het Klaarwaterbos integraal onderzocht om de fasering en prioritering voor de gehele wijk vast te leggen. Verder zijn diverse groenvakken aangepakt die vanwege onkruid onbeheersbaar geworden waren en is de Voorthuizerstraat verder vergroend met extra bomen en een bonte berm. Budgetten De werkelijke kosten t.o.v. de begroting voor het groenonderhoud zijn als volgt: Overzicht groen Reguliere kosten groen Kapitaallasten groen Interne kosten (uren) Totale kosten groen

Begroting 2025 Rekening 2025 994 1.047 314 280 703 608 2.012 1.936 Bedragen * € 1.000, -/- = nadeel

50 van 180

Onder de kapitaallasten en interne uren zijn ook de kosten voor spelen opgenomen. Er wordt voor € 66.000 (budget vanuit sport en spel en kleine ongemakken in de wijk) voorgesteld te bestemmen voor de Groene Scheg en actualisatie van de waardevolle bomen lijst. Speelvoorzieningen Beleid In 2025 is het Beleidsplan speelruimte vertaald naar een productblad spelen in het vastgestelde OPOR. Hierbij zorgen we dat er goed georganiseerde speelruimtes zijn binnen elke speelbuurt, dat de speelruimtes inclusief zijn, dat er een beweegvriendelijke leefomgeving gecreëerd wordt, versterken we het aanbod voor jongeren en werken we aan participatie en samenwerking. Beheer De bestaande speelplekken zijn geïnventariseerd en worden o.b.v. het uitvoeringsplan aangepakt. Hierbij is van belang dat de Puttense speelruimte actueel, veilig, vitaal en gemoderniseerd is en blijft. In 2025 zijn in totaal acht speelplekken gerenoveerd: drie in de wijk Klaarwaterbos (Hoofdlaan, Zwaluwenburg en Slangenburg), op de Gerststraat, de Klaverraat, de Roosendaalseweg en twee aan de Davelaarsgoed. Aan de Davelaarsgoed is een ‘bijzonder’ speeltoestel gevraagd na aanleiding van een gehouden enquête onder buurtbewoners. Budgetten De kapitaallasten en interne kosten worden verantwoord onder groen. Vanaf 2026, na aanleiding van het OPOR, wordt dit apart in beeld gebracht. De werkelijke reguliere kosten t.o.v.

de begroting voor spelen zijn als volgt: Overzicht spelen Reguliere kosten spelen Totale kosten spelen

Begroting 2025 Rekening 2025 85 50 85 50 Bedragen * € 1.000, -/- = nadeel

Begraafplaatsen Beleid In 2025 is er een projectteam opgesteld voor het herberekenen van de tarieven en kostendekkendheid van de begraafplaatsen in het beheer van de gemeente Putten. Daarnaast worden ook de verordeningen en uitvoerings-/beleidsregels herzien en/of aangepast. De afronding hiervan is gepland eind 2026. Beheer Er zijn geen renovaties uitgevoerd op de begraafplaats voor 2025. Het beheer zal gericht zijn op het behouden van de A kwaliteitsnorm op de begraafplaats.

51 van 180

Budgetten De werkelijke kosten t.o.v. de begroting voor begraafplaatsen zijn als volgt: Overzicht begraven Reguliere kosten begraven Dotatie voorziening: storting afkoopsommen Kapitaallasten begraven Interne kosten (uren) Totale kosten begraven

Begroting 2025 Rekening 2025 464 341 250 227 182 171 270 382 1.166 1.121 Bedragen * € 1.000, -/- = nadeel

Er heeft een verschuiving plaatsgevonden tussen uitbesteed werk, WSW en ingeleend personeel. Vandaar de afwijking ten opzichte van de begroting op de reguliere kosten en de interne uren. Verder zijn er kleine voordelen wat betreft de werkelijke kosten ten opzichte van de begroting. Gebouwen Beleid Ons beleid is erop gericht om de gemeentelijke gebouwen in stand te houden zodat deze geschikt zijn voor een doelmatig gebruik van de gehuisveste diensten. In december 2023 is het (financiële) beheerplan vastgesteld. Beheer Naast het klein onderhoud (dagelijks – en contractonderhoud) zijn voor een aantal gebouwen relatief kleine posten opgenomen voor de uitvoering van planmatig onderhoud. Budgetten De werkelijke kosten voor het dagelijks onderhoud zijn als volgt: Onderhoud gebouwen Dagelijks onderhoud Totaal dagelijks onderhoud

Begroting 2025 Rekening 2025 225 225 225 225 Bedragen * € 1.000, -/- = nadeel

Het benodigde budget voor groot onderhoud schommelt jaarlijks. Deze schommeling wordt opgevangen via de egalisatievoorziening groot onderhoud gebouwen. De jaarlijkse dotatie aan deze voorziening bedraagt € 131.000. In 2025 is € 28.500 uit de voorziening onttrokken voor de uitvoering van groot onderhoud. Dit betrof voornamelijk werkzaamheden aan het gemeentehuis. Overzicht beheerplannen en planperiodes Beheerplan Wegen (OPOR) Verlichting (OPOR) Riolering en water (OPOR + Beleidsnotitie) Groen (OPOR) Bomen (OPOR) Begraafplaatsen (OPOR) Speelruimte (OPOR + speelruimteplan) Gebouwen (MJOP)

Planperiode (huidig) 2025-2028 2025-2028 2024-2026 2025-2028 2025-2028 2025-2028 2025-2028 2024-2037

52 van 180

Jaar herziening 2028 2028 2026 2028 2028 2028 2028 2027

Stand reserves en voorzieningen In onderstaande tabel staan de reserve en voorzieningen die een één op één relatie hebben met het (groot) onderhoud van de kapitaalgoederen. Reserve/voorziening

Saldo 01-01-2025

Vermeerderi ng

1.098 7.064 30 3.120 461 506

225 828 444 227 131

Reserve IBOR Egalisatievoorziening groot onderhoud wegen Egalisatievoorziening groot onderhoud OV Egalisatievoorziening riolering Voorziening bomenfonds Egalisatievoorziening afkoopsom grafonderhoud Egalisatievoorziening begraafplaatsen Egalisatievoorziening groot onderhoud gebouwen

53 van 180

Verminderin g

Saldo 31-12-2025

229 1.094 330 499 63 380 197 6.868 30 317 3.030 207 254 29 608 Bedragen * € 1.000

Paragraaf Financiering Algemeen In deze paragraaf gaan we in op de financieringspositie van de gemeente Putten en worden de kansen en risico’s rond de financiering in beeld gebracht. Om de financieringsbehoefte zo goed mogelijk in te schatten, wordt een liquiditeitsprognose gemaakt die per kwartaal wordt geactualiseerd. Financieringspositie en liquiditeitspositie De financieringspositie is het verschil tussen de vaste activa en de vaste passiva op de balans en tekent zich door een ruim liquiditeitsoverschot of financieringsoverschot. De balans van gemeente Putten aan het eind van 2025 ziet er als volgt uit: Vaste activa Vlottende activa Totaal activa

Balans per 31-12-2025 100 Vaste passiva 29 Vlottende passiva 129 Totaal passiva

109 20 129 Bedragen * € 1.000.000

Per einde 2025 heeft gemeente Putten vaste activa ter waarde van € 100 miljoen en vaste passiva van € 109 miljoen. Dit betekent een financieringsoverschot van € 9 miljoen. De vaste passiva wordt onderverdeeld in € 101 miljoen eigen vermogen en voorzieningen en voor € 8,4 miljoen uit langlopende geldleningen. Het liquiditeitsoverschot is ten opzichte van voorgaand jaar fors gedaald van € 19,6 miljoen naar € 9,9 miljoen. Aangetrokken gelden (langlopende en kortlopende schulden) Eind 2025 zijn er twee langlopende geldleningen: 1.

Lening Waterschapsbank: restschuld € 0,4 miljoen, rente 4,42%, looptijd tot 2 juli 2028;

2.

Lening BNG: restschuld € 8 miljoen, rente -0,315%, looptijd tot 5 september 2029.

Uitgezette gelden (liquide middelen en financiële vaste activa) De overtollige gelden ad € 9,9 miljoen bestaan eind 2025 uit € 9,8 miljoen uitgezette gelden bij de schatkist en voor € 0,1 miljoen bij reguliere banken. Daarnaast is onder de financiële vaste activa een bedrag opgenomen van € 10,0 miljoen. Hiervan is € 2,9 miljoen uitgezet als hypothecaire geldlening. Dit zijn gelden die voor een langere termijn beschikbaar zijn gesteld en jaarlijks worden afgelost. Het resterende bedrag bestaat uit investeringen in deelnemingen en uitgezette gelden bij de SVN voor startersleningen en duurzaamheidsleningen. Risicobeheer De uitvoering van de financieringsfunctie kan enkel de publieke taak dienen en het beheer van de middelen moet een voorzichtig karakter hebben. Dit zijn uitgangspunten die zijn opgenomen in de wet Fido. Het gemeentelijk beleid wordt dan ook gekarakteriseerd door een risicomijdende houding. De twee elementen binnen het risicobeheer zijn de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. 54 van 180

Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is in de wet Fido opgenomen om de directe gevolgen van een snelle rentestijging te beperken. Door deze limiet is bepaald dat de gemeente haar financieringsbehoefte voor een beperkt bedrag met kort geld (looptijd < 1 jaar) mag financieren. De norm is in de wet gesteld op 8,5% van het begrotingstotaal aan lasten (excl. de stortingen in de reserves). Als de kasgeldlimiet structureel wordt overschreden, is de gemeente verplicht om de vlottende financiering (looptijd < 1 jaar) om te zetten in vaste financiering. In het kader van de wet Fido ziet ook de provincie hier periodiek op toe. Kasgeldlimiet Begrotingstotaal primitief (excl reserves) Kasgeldlimiet (8.5%) Gemiddeld netto vlottende schuld Ruimte (+) / overschrijding (-)

2025 69.973 5.948 5.948 Bedragen * € 1.000

De gemeente Putten had in 2025 alleen een langlopende financiering. De kasgeldlimiet is niet overschreden. Renterisiconorm Inzicht in de vaste schuld op lange termijn wordt verkregen door berekening van de renterisiconorm. Deze is maximaal 20% van de totale begrotingsomvang. Dit houdt in dat de gemeente ervoor moet zorgen dat in enig jaar niet meer dan 20% van de begrotingsomvang moet worden geherfinancierd. De norm is ingesteld om door een spreiding in looptijden van leningen een stabiele rentelast te bereiken. Renterisiconorm Begrotingstotaal primitief (excl reserves) Renterisiconorm (20% van begrotingstotaal) Aflossingen bestaande langlopende schuld Ruimte (+) / overschrijding (-)

2025 69.973 13.995 2.120 11.875 Bedragen * € 1.000

In 2025 heeft een aflossing van € 120.000 op de lening bij de Waterschapsbank plaatsgevonden en € 2 miljoen op de lening bij de BNG. Deze blijven binnen de renterisiconorm. Interne rentetoerekening Ondanks dat we geen rente meer toevoegen op ons eigen vermogen, voeren we nog steeds een financieel solide beleid. Daarom hanteren we de volgende stelregels: Overzicht kasstromen

Status

De vaste passiva (eigen vermogen en voorzieningen) moeten minimaal 115% zijn van de vaste activa. Dit betekent dat er altijd een minimum aan liquide middelen aanwezig moet zijn.

Op 31 december 2025 zijn de vaste passiva 109% van de vaste activa.

Jaarlijks dient de stand van de reserves en voorzieningen te worden beoordeeld. De toevoeging van een eventueel rekeningresultaat aan de reserves dient overwogen te worden op basis van de eindwaardebepaling van de reserves.

De huidige stand van reserves en voorzieningen is voldoende.

55 van 180

De interne rentetoerekening over 2025 zag er als volgt uit: Overzicht rentebaten en rentelasten Externe rentelasten over de korte en lange financiering Externe rentebaten Totaal door te rekenen externe rente Rente die aan de grondexploitatie moet worden doorbelast Rente van projectfinanciering die aan taakvelden moet worden toegerekend Totaal rente projectfinanciering Saldo door te rekenen externe rente Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen (gewaardeerd op contante waarde) De aan de taakvelden toe te rekenen rente Werkelijk aan taakvelden toegerekende rente Renteresultaat op taakveld Treasury

Toelichting 1 2

Bedrag 13 452 465 -

3 4

5 6 7 8 9 10

Toelichting:

465 465 Bedragen * € 1.000

1.

Rentelasten: dit betreffen de rentelasten over een aangetrokken geldlening.

2.

Rentebaten: de ontvangen rente op de verstrekte geldleningen aan derden en op middelen die zijn uitgezet in de Schatkist.

3.

Rente grondexploitatie: niet van toepassing.

4.

Rente projectfinanciering taakvelden: niet van toepassing.

5.

Saldo door te rekenen externe rente: dit betreft de rente die doorberekend kan worden naar de producten als onderdeel van de kapitaallasten. Dit is een negatieve rente. Bij een negatieve rente mag geen doorbelasting plaatsvinden, maar moet het rentesaldo op het product Treasury blijven staan.

6.

Rente eigen vermogen: dit betreft de zogenoemde bespaarde rente, een rentevergoeding voor de inzet van het eigen vermogen als financiering voor investeringen. Met ingang van 2015 wordt geen bespaarde rente meer toegevoegd aan de reserves.

7.

Rente voorzieningen: de egalisatievoorziening afkoopsom grafonderhoud is een contante waarde voorziening. Burgers betalen de afkoopsom vooraf, deze wordt in deze voorziening geparkeerd en jaarlijks vindt een onttrekking plaats om de kosten voor het onderhoud van de graven te dekken. Met ingang van 2019 wordt hier geen rente meer aan toegevoegd.

8.

Aan de taakvelden toe te rekenen rente: omdat het saldo door te rekenen externe rente (zie 5) beperkt is, wordt geen rente doorbelast naar de taakvelden. Dit betekent dat hiermee de vaste rekenrente 0,0% is en er geen rentelasten op de taakvelden staan als onderdeel van de kapitaallasten. De kapitaallasten bestaan alleen uit een afschrijvingscomponent.

9.

Aan taakvelden toegerekende rente: niet van toepassing.

10. Dit betreft het renteresultaat op het taakveld Treasury. Garantieverplichtingen De gemeente verstrekt geen garanties, tenzij de gemeenteraad besluit om hiervan af te wijken. Dit kan zij doen om een publiek doel te dienen, waarbij aan randvoorwaarden wordt voldaan. De mogelijkheden om deze garanties af te geven, bepaald in de wet Fido en het Treasurysta-tuut, zijn beperkt. Aan het eind van 2025 staat de gemeente garant voor een bedrag van € 75 miljoen. In de toelichting op de balans is onder de “Niet uit de balans blijkende rechten en verplichtingen” een nadere uiteenzetting opgenomen.

56 van 180

Paragraaf Bedrijfsvoering Algemeen In deze paragraaf staan we stil bij de bedrijfsvoeringstaken. Verder is met ingang van 2024 in deze paragraaf een toelichting opgenomen op de rechtmatigheidsverantwoording. Intergemeentelijke samenwerking beëindigd Sinds 1 juli 2025 is de Regeling zonder meer samenwerking bedrijfsvoering Bunschoten Leusden Nijkerk Putten officieel ten einde gekomen. Met het wegvallen van deze samenwerking komen er taken terug naar de gemeente. In het najaar van 2025 is ambtelijk verder uitgewerkt hoe we de lokale bedrijfsvoering kunnen versterken en analyseren we op korte of middellange termijn waar kwetsbaarheden liggen en waar we risico lopen ten aanzien van de kwaliteit van dienstverlening. Daarbij worden ook de mogelijkheden en opties om te komen tot een versterking van de regionale samenwerking op het gebied van bedrijfsvoering onderzocht. We werken sinds de beëindiging van de samenwerking bedrijfsvoering BLNP reeds op ad-hoc basis samen met de gemeente Bunschoten bij moeilijk in te vullen functies. Dit heeft er vooralsnog in geresulteerd dat we in gezamenlijkheid een ISO en CISO hebben aangenomen. In 2026 gaan we waar wenselijk en mogelijk door met deze constructie.

Dit meer specifiek op mogelijke taken en functies die terugvloeien naar de gemeente door de beëindiging van de samenwerking bedrijfsvoering BLNP, zoals salarisadministratie en functioneel beheer. HRM Na de beëindiging van BLNP hebben we in 2025 verdere stappen gezet in het versterken en zelfstandig inrichten van de rolverdeling binnen het team en de rol en positionering van HRM binnen de organisatie. De focus lag daarbij op het op orde brengen van de basis. We hebben nieuwe samenwerkingsmogelijkheden onderzocht voor ondersteunende systemen, waaronder functiewaardering (HR21), het nieuwe e-HRM systeem en de aanbesteding van de Arbodienst. Deze trajecten krijgen in 2026 verder vorm en wordt het HRM-systeem geïmplementeerd. Naast deze inhoudelijke vernieuwingen is gewerkt aan de professionalisering en positionering van HRM als strategisch partner binnen de organisatie. Daarbij ligt de nadruk op het versterken van onze adviesrol en het bieden van goede ondersteuning aan zowel management als medewerkers. Ook hebben we geïnvesteerd in de ontwikkeling van medewerkers. Met de implementatie van het nieuwe Learning Management System en het persoonlijk ontwikkeltraject bieden we onze medewerkers de mogelijkheid om kennis en vaardigheden verder uit te bouwen. Vitaliteit is en blijft een belangrijk speerpunt binnen onze organisatie.

In 2025 heeft de jaarlijkse vitaliteitsweek plaatsgevonden en zijn er daarnaast andere activiteiten en workshops georganiseerd die bijdrage aan een gezonde en energieke werkstijl. In 2026 gaan we hiermee verder en wordt er een vitaliteitskalender opgesteld.

57 van 180

Inhuur personeel Naar aanleiding van een onderzoek van de rekenkamer enkele jaren geleden naar de inhuur van personeel verstrekken wij in deze paragraaf jaarlijks inzicht in de kosten van de inhuur van personeel. Dit doen wij aan de hand van de onderverdeling van de kosten van derden zoals opgenomen in het eindrapport van de rekenkamercommissie. -

Specialistische deskundigheid: dit betreft inhuur van specifieke kennis en kunde die de organisatie zelf niet in huis heeft. Vaak, maar niet uitsluitend, betreft dit technische deskundigheid.

-

Interim- of projectmanagement: inhuur van tijdelijke leidinggevenden dan wel ten behoeve van het aansturen van duidelijk afgebakende projecten waarvoor de gemeentelijke organisatie ofwel de formatie ofwel de kennis en kunde niet in huis heeft, evenals de coördinatie van deze projecten.

-

Onderzoek- en advieswerkzaamheden: inhuur van externe functionarissen die tijdelijk worden belast met opdrachten voor het geven van beleids- of organisatieadviezen, inhuur van onderzoekers voor onderzoek van personeels- en organisatievraagstukken of doelmatigheidsonderzoek door de accountant.

-

Inhuur in verband met capaciteitsproblemen: detachering, inhuur door frictie, inhuur door ziekte en zwangerschap, inhuur door piekdrukte.

-

Overig: inhuur van derden die niet in bovenstaande categorieën kunnen worden ingedeeld.

Het overzicht over 2025 inclusief een vergelijking met voorgaande jaren is als volgt: Jaar 2022 2023 2024 2025

Overzicht inhuur 2022-2025 Totaal Specialistisch Interim Advies 3.967 1.024 260 33 4.706 1.106 462 4.735 4.713

968 645

470 375

51 97

Capaciteit 2.637 3.131

Overig 13 7

3.240 6 3.465 131 Bedragen * € 1.000, -/- = nadeel

In bovenstaand overzicht zijn alleen de kosten opgenomen en niet de dekking. Veelal was dekking aanwezig in de personeelsbegroting en/of projecten. De kosten voor inhuur vanwege capaciteitsproblemen zijn, waar mogelijk, gedekt uit beschikbare vacaturegelden of vergoedingen i.v.m. zwangerschap- of ouderschapsverlof. Financiën In 2025 hebben we de aanbesteding van het nieuwe financieel pakket doorlopen, wat in 2026 uiteindelijk tot een gunning heeft geleid. Vervolgens zal gestart worden met de implementatie van het systeem. Verder is een start gemaakt met de aanbestedingsprocedure van de accountantsdiensten voor boekjaar 2027 en verder. Deze aanbesteding wordt in ISNV-verband gedaan. ICT In 2025 is uitvoering gegeven aan de koers zoals beschreven in de iVisie. De focus lag op het versterken van de basis van de informatievoorziening, het vergroten van de digitale weerbaarheid en het beter ondersteunen van de bedrijfsvoering en dienstverlening.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17000616/3