concept PIP vergelijkingsdocument nieuwe versie
Tekst van het document
Door het opnemen van archeologische dubbelbestemmingen worden de waarden ook nu beschermd> Archeologische waarden in geldende bestemmingsplannen Voor windturbine 7 in de gemeente Putten geldt dat de ter plaatse aanwezige dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' eventueel aanwezige waarden zijn beschermd. Voor de plaatsing van de windturbine, waar een nieuwe bestemming wordt toegekend wordt de dubbelbestemming 'Waarde Archeologie 2' overgenomen, voor het overige blijft de onderliggende dubbelbestemming gelden. De gemeente Ermelo heeft haar archeologische waarden niet vertaald in het onderliggende bestemmingsplan Buitengebied waardoor eventuele archeologische waarden niet juridisch-planologisch beschermd zijn, maar alleen door de algemene zorgplicht uit de Erfgoedwet worden beschermd. Omdat exacte uitvoering van werken bij het windpark nog niet duidelijk zijn, en nu ook geen onnodige onderzoekslast op te leggen wordt voorgesteld de waarden van de gemeentelijke beleidskaart voor het gehele plangebed in de gemeente Ermelo over te nemen als dubbelbestemming in dit inpassingsplan. Daarvoor zijn een dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie H' en 'Waarde - Archeologie L', zoals ook toegepast in andere bestemmingsplannen in de gemeente Ermelo opgenomen voor een hoge verwachtingswaarde (H) en lage verwachtingswaarde (L).
Gekozen is om in beide gemeente de daar toegepaste dubbelbestemmingen over te nemen om binnen die gemeenten zo veel mogelijk verschillende regelingen te voorkomen. <NB. waarden voor archeologie in Ermelo zijn nog handmatig ingetekend op de verbeelding op basis van de gemeentelijke (pdf) waardenkaart, er zit dus nog een onnauwkeurigheid in. In het ontwerpbestemmingsplan worden de waarden op basis van een digitaal bestand opgenomen> Het windpark doet zo geen afbreuk aan archeologische waarden. Eventuele archeologische waarden zijn beschermd door een dubbelbestemming. 5.7.2.2 Overige cultuurhistorie
92
Provincie Gelderland
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt (concept ontwerp) De kern van de collectie erfgoed in Gelderland bestaat uit de objecten en ensembles die onder de Erfgoedwet en gemeentelijke monumentenverordeningen zijn aangewezen als beschermd monument of beschermd monumentaal ensemble. Deze staan weergegeven op de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Gelderland (zie Figuur 5.10).
heeft verwijderd: PM¶
In de nabijheid van het plangebied, nabij windturbine 1, bevindt zich een bunker (schuilbunker-Schietbaan Horst). De Schietbaan Horst nabij Ermelo is in 1941 gebouwd en werd door de Duitsers gebruikt voor het oefenen met lichtgeschut. De Duitse soldaten konden vanaf deze locatie lichtgeschut afschieten richting het IJsselmeer. Ooit hebben hier meer bunkers en bouwwerken gestaan maar die zijn tijdens de bouw van de A28 verloren gegaan. De bunker wordt niet aangetast door realisatie van het windpark. In het noordoostelijk deel van het plangebied liggen twee bouwkundige monumenten met agrarische functie. In dit deel van het plangebied zijn geen windturbineposities voorzien. De dichtstbijzijnde windturbineposities liggen op ruim 400 meter van deze monumenten. Het dichtstbijzijnde stads- en dorpsgezicht ligt op circa 3 kilometer van de dichtstbijzijnde windturbines. Figuur 5.10 Beschermde monumenten (Rijk en provincie)
Er zijn verder geen cultuurhistorisch waardevolle objecten in de directe omgeving van het windpark gelegen. Het windpark doet geen afbreuk aan overige cultuurhistorische waarden. 5.7.3
Conclusie
Het windpark doet geen afbreuk aan archeologie en overige cultuurhistorische waarden in het plangebied en de omgeving ervan. Voor archeologie geldt dat nader onderzoek wordt uitgevoerd, aanwezige waarden worden beschermd door het opnemen van dubbelbestemmingen voor archeologie. Voor het aspect cultuurhistorie is er sprake van een goede ruimtelijke ordening.
Provincie Gelderland
heeft verwijderd: PM¶
93
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt (concept ontwerp)
5.8
Water
5.8.1
Toetsingskader
Water en ruimtelijke ordening hebben met elkaar te maken. Enerzijds is water één van de ordende principes in de ruimtelijke ordening en kan daarmee beperkingen opleggen aan het ruimtegebruik. Anderzijds kunnen ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een goede afstemming tussen beide is derhalve noodzakelijk om problemen zoals wateroverlast, slechte waterkwaliteit, verdroging, et cetera te voorkomen. De verplichte watertoets is geregeld in de artikelen 3.1.1. en 3.1.6. van het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: Bro). Vanaf het begin van de planvorming dient overleg gevoerd te worden tussen bevoegd gezag, waterbeheerders en andere betrokkenen. Doel van dit overleg is gezamenlijk de uitgangspunten en wensen vanuit duurzame watersystemen en veiligheid te vertalen naar concrete gebied specifieke ruimtelijke uitgangspunten. Hierbij geldt dat afwenteling moet worden voorkomen en dat de drietrapsstrategie 'vasthouden, bergen en afvoeren' moet worden gehanteerd. Nationaal Bestuursakkoord Water In het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) is het kabinetsstandpunt over het waterbeleid in de 21e eeuw vastgelegd. De hoofddoelstellingen zijn: het waarborgen van het veiligheidsniveau bij overstromingen en het verminderen van wateroverlast. Daarbij wordt de voorkeur gegeven aan ruimtelijke maatregelen boven technische maatregelen.
In het NBW is ook de watertoets als procesinstrument opgenomen. De watertoets is het proces van vroegtijdig informeren, adviseren en beoordelen van waterhuishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van dit nieuwe instrument is waarborgen dat de waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet in beschouwing worden genomen als het gaat om waterhuishoudkundige relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Waterwet Op 22 december 2009 is de Waterwet in werking getreden. Kort samengevat regelt de Waterwet het beheer van oppervlaktewater en grondwater. Ook verbetert de wet de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. De Waterwet vervangt een groot aantal wetten op het gebied van water. De Waterwet biedt instrumenten om het waterbeheer op een doeltreffende en doelmatige manier op te pakken. Op rijksniveau wordt een nationaal waterplan gemaakt. Dit plan bevat de hoofdlijnen van het nationale waterbeleid en de daartoe behorende aspecten van het nationale ruimtelijk beleid. De ruimtelijke aspecten van die plannen van Rijk en provincies worden aangemerkt als structuurvisies in de zin van de Wro. De bedoeling is dat op basis van deze structuurvisies plannen van de Waterwet doorwerken in de ruimtelijke ordening en ervoor zorgen dat de waterbelangen op een goede manier worden geborgd.
De op 1 januari 2008 ingevoerde Wet gemeentelijke watertaken is ook opgenomen in de Waterwet. Door deze wetgeving hebben de gemeenten een aantal nieuwe zorgplichten: afvloeiend hemelwater, grondwaterstand en een verbrede zorgplicht inzamelen afvalwater buitengebied. Omgevingsverordening Gelderland De provincie legt provinciaal waterbeleid vast ter bescherming van de provinciale belangen. In de Omgevingsverordening Gelderland worden er geen aandachtspunten voor water gegeven aan het plangebied en directe omgeving. Beleid Waterschap Vallei en Veluwe Het vigerende waterschap voor het plangebied van Windpark Horst en Telgt is waterschap Vallei en Veluwe. Aansluitend bij de Europese, nationale en provinciale wetgeving, is er door het waterschap een waterbeheerprogramma opgesteld - 'Blauw Omgevingsprogramma' - voor de periode 2022 2027. In dit waterbeheerprogramma staan de doelen en middelen beschreven hoe het waterschap in deze periode blijft zorgen voor haar drie hoofdtaken: waterveiligheid, schoon water en voldoende water. Voor meer praktische en algemene aangelegenheden, waaronder aanpassingen in het watersysteem of bemalingen, zijn de Keur en Legger van het waterschap Vallei en Veluwe de wettelijke regeling.
94
Provincie Gelderland
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt (concept ontwerp) De Keur van het Waterschap Vallei en Veluwe beschrijft wat wel en niet mag vanwege onder ander oppervlaktewaterlichamen (watergangen, onder ander hoofdwatergangen en schouwsloten). In de keur is een belangrijk onderdeel van oppervlaktewaterlichamen omschreven: de beschermingszone. De beschermingszone is een zone met een breedte van 5 meter, aan beide zijden van een oppervlaktewaterlichaam (type A), gemeten vanuit de insteek van het oppervlaktewaterlichaam. Deze strook grond is bedoeld om ervoor te zorgen dat de watergang stabiel en toegankelijk voor onderhoud blijft. Deze zone is niet op de legger vermeld. Binnen de beschermingszone van oppervlaktewaterlichamen is het volgens de Keur verboden om zonder watervergunning in de bodem te graven. Ook het dempen van oppervlaktewaterlichamen is zonder vergunning verboden. Daarnaast is het volgens de Keur verboden zonder watervergunning van het bestuur grondwater te onttrekken of water in de bodem te infiltreren. In de Keur van het waterschap Vallei en Veluwe is opgenomen dat de versnelde afvoer van neerslag, afkomstig van verhard oppervlak, te beperken. Een uitbreiding van het verhard oppervlak moet dus in principe, vanuit waterhuishoudkundig oogpunt, waterbalans neutraal plaatsvinden.
heeft verwijderd: Noorderzijlvest
Verder mag het afstromende hemelwater niet worden vervuild, dit kan worden voorkomen door het gebruik van niet-uitlogende (bouw)materialen. Als het af te voeren water wel is vervuild, dient het gezuiverd te worden voordat lozing op het wateroppervlak plaatsvindt. In het Activiteitenbesluit Milieubeheer zijn regels beschreven voor het lozen op het oppervlaktewater. 5.8.2
Onderzoek
Watersysteem - oppervlaktewater
heeft verwijderd: p
Het plangebied voor Windpark Horst en Telgt valt in zijn geheel onder het beheer van waterschap Vallei en Veluwe. Het maaiveld van het plangebied ligt tussen circa 0 tot 2 meter boven NAP. Ten westen van het plangebied ligt het Veluwerandmeer Nuldernauw. In en om het plangebied lopen verschillende categorie A-watergangen, waarvan het Groenebeekje en de Krakenburgbeek ook een natuurfunctie hebben. Daarnaast liggen er ook verscheidene B- en C-oppervlaktewateren in het plangebied die een belangrijke landbouwkundige functie hebben; ze zorgen voor voldoende drooglegging in zomer en winter. Het plangebied ligt buiten het sleutelgebied voor de regio Noord-Veluwe dat is bepaald in het Blauw Omgevingsprogramma. Voor de instandhouding van een goede waterkwaliteit, grondgebruik en een veilige afwatering speelt het oppervlaktewater een cruciale rol. De fundatiediameter van windturbines is niet alleen afhankelijk van het type windturbine, maar wordt doorgaans tevens sterk bepaald door de eigenschappen van de bodem. Voor het bepalen van de minimaal aan te houden afstand tot watergangen is uitgegaan van een fundatiediameter van 30 meter. Dit betekent dat voor windturbines een minimale afstand tot watergangen van het watersysteem geadviseerd wordt van 15 meter (gerekend vanaf het centrum van de windturbine).
Op deze wijze overlapt het fundatieoppervlak van de windturbine niet met de watergang, waardoor het watersysteem naar verwachting niet op een negatieve wijze beïnvloed wordt. Bovendien hanteert het Waterschap Vallei en Veluwe een beschermingszone van 5 meter voor oppervlaktewateren type A, gerekend vanaf de insteek. De minimaal aan te houden afstand voor windturbines tot deze wateren is daarom 20 meter (halve fundatiediameter + 5 meter beschermingszone). Windturbines die op meer dan 20 meter van de primaire watergang staan hebben naar verwachting geen negatieve invloed. De positionering van de windturbines heeft geen invloed op de watergangen in het plangebied.
heeft verwijderd: bb heeft verwijderd: n
Provincie Gelderland
95
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt (concept ontwerp) Figuur 5.11 Watergangen plangebied
heeft verwijderd: .@ Plangebied met watergangen
Waterkeringen Er liggen geen waterkeringen in het plangebied. Grondwater De Noord-Veluwe(flank) is gevoelig voor verdroging. Diverse beken voeren het water snel af naar de randmeren. Binnen het plangebied komt volgens de bodemkaart van Nederland een aantal grondwatertrappen voor. Grondwatertrappen zijn klassen waarin aangegeven wordt waar de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) en de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) zich bevindt. Tabel 5.8 geeft een overzicht over de grondwaterstanden in de grondwatertrap die voorkomt binnen het plangebied. Een uitsnede van de bodemkaart is zichtbaar in Figuur 5.10. De gemiddeld laagste grondwaterstand van deze bodem is voor een groot deel van het plangebied minder dan 50 centimeter onder maaiveldniveau. Voor een korte strook langs de A28 geldt dat de GLG tussen de 120 en 180 centimeter onder maaiveld (-mv) ligt. De gemiddeld hoogste grondwaterstand varieert van minder dan 25 centimeter onder maaiveld tot maximaal 140 centimeter diepte. Tabel 5.8 Grondwatertrappen
96
heeft verwijderd: .@ heeft verwijderd: .@.
heeft verwijderd: .@
Provincie Gelderland
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt (concept ontwerp) Figuur 5.12 Grondwatertrappen plangebied [bron: BRO Nederland]
heeft verwijderd: .@
De windturbines krijgen waarschijnlijk een betonnen fundering krijgen en zullen op (een aantal) heipalen geplaatst worden. De fundatie heeft een dikte van circa 3,5 tot 4 meter. In het worst case-scenario is deze dikte ook de begraafdiepte van de fundatie. Daarnaast bestaat er ook de mogelijkheid om de fundatie deels bovengronds (op grondniveau) te plaatsen of kan er voor een monopile (innovatieve fundatie) worden gekozen. Door gebruik te maken van niet-uitlogende bouwmaterialen, wordt uitspoelen van stoffen voorkomen. Om tijdens het bouwproces activiteiten uit te kunnen voeren in een droge bouwput, is tijdelijke bemaling van het grondwater nodig, aangezien de grondwaterstand in het plangebied gemiddeld tussen minder dan 25 centimeter en 180 centimeter diepte ligt. Dit geldt met name voor aanleg van funderingen en bekabeling.
heeft verwijderd: centimeteren
Informatie over de aard en omvang van de bemaling dient te worden voorgelegd aan het waterschap ter beoordeling van eventuele effecten in het kader van de watervergunning. Uitspoelen van stoffen, en daarmee veranderingen van de grondwaterkwaliteit, wordt niet verwacht. Na afronding van het bouwproces zal de normale grondwaterstand hersteld worden, waardoor negatieve effecten op de kwantiteit en kwaliteit van het grondwater niet binnen de verwachting liggen. Tijdens de operationele fase, dus als de windturbines in werking zijn, is er geen effect op het grondwater. Hemelwaterafvoer Door de plaatsing van de windturbines en de eventuele aanleg van ontsluitingswegen neemt de hoeveelheid verhard oppervlak toe. Dit verharde oppervlak bestaat uit de fundering van de windturbine, wegen en bij elke windturbine een opstelplaats. Deze werken zijn permanent aanwezig tijdens de gehele exploitatiefase van het windpark. Windturbines met een fundatiediameter van circa 30 meter hebben een verhard oppervlak van ongeveer 707 m2 tot gevolg. Voor kraanopstelplaatsen bedraagt dit circa 5.200 m2. Het totale verhard oppervlak per windturbine bedraagt in dit geval naar verwachting circa 5.907 vierkante meter, pus circa 6.050 m2 voor de ontsluitingswegen en het inkoopstation. Het totale oppervlak aan verharding in het windpark is 47.400 m2.
heeft verwijderd: levensfase heeft verwijderd: 1.925 heeft verwijderd: , uitgaande van de afmetingen 35 bij 55 meter .… heeft verwijderd: 2.632 heeft verwijderd: . <PM verhardingen zoals heeft verwijderd: >
Provincie Gelderland
97
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt (concept ontwerp) Door een toegenomen hoeveelheid verhard oppervlak stroomt hemelwater sneller af. Wanneer dit direct versneld in het bestaande oppervlaktewatersysteem terecht komt, kan dit problemen veroorzaken voor de instandhouding van een bepaald peilbeheer. En dit kan vervolgens weer potentieel negatieve gevolgen hebben voor de waterkwaliteit, de bodemfunctie en een veilige afwatering. Indien negatieve effecten plaatsvinden, dient vertraagde afvoer gerealiseerd te worden. Compensatie verhard oppervlak Voor de uitbreiding van verhard oppervlak geldt in beginsel een compensatieplicht in de vorm van bergings- of infiltratievoorzieningen, waarbij niet meer water uit het gebied mag worden afgevoerd dan in de huidige situatie. Voor wat betreft het compenseren van verhard oppervlak is compensatie van versnelde afvoer niet nodig zolang het water afstroomt op de berm of op omliggend maaiveld. Het water van de toegangswegen stroomt af op de berm, alwaar het kan wegzakken/infiltreren. Het water van de verharding nabij de windturbines stroomt af op naast gelegen percelen. Het water kan daar wegzakken/infiltreren. Om te voorkomen dat het rondom deze verharding in langdurig natte perioden drassig wordt, wordt rondom de verharding eventueel een drain of grindkoffer aangelegd.
heeft verwijderd: Maatregelen kunnen bestaan uit het niet aanleggen van riolering, maar het direct afvoeren van water via het maaiveld. Op deze manier krijgt het water de tijd om te infiltreren en kan het vertraagd ondergronds naar het oppervlaktewater stromen. Ook kan er worden gekozen voor het aanleggen van halfopen verharding, zodat het water wel kan infiltreren. Tevens kunnen naast wegen, fundaties en opstelplaatsen extra sloten gecreëerd worden, waardoor het waterbergend vermogen toeneemt. PM <berging. evt motiveren sloten. Er is ter plekke voldoende ruimte te infiltreren>…
Het water dat van deze verhardingen afstroomt wordt echter niet middels kolken en riolering geloosd op oppervlaktewater. Het water stroomt af op de berm en/of naast gelegen maaiveld. Er is daarom geen watercompensatie benodigd voor de toename aan verhard oppervlak. Watertoets De watertoets is het proces van vroegtijdig informeren, adviseren en beoordelen van water huishoudkundige aspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. Het doel van dit instrument is waarborgen dat de water huishoudkundige doelstellingen expliciet in beschouwing worden genomen als het gaat om water huishoudkundige relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Het concept ontwerpinpassingsplan wordt in het kader van de watertoets voorgelegd aan het waterschap tijdens het wettelijk Bro-overleg met instanties. De resultaten van deze afstemming worden verwerkt in deze paragraaf. De eventueel benodigde watervergunningen voor de uitvoering en eventuele afstemming daarover volgen hun eigen procedure. 5.8.3
Conclusie
Bodemkwaliteit
5.9.1
Toetsingskader
Op grond van artikel 3.1.6 van het Bro dient een bodemonderzoek verricht te worden met het oog op de toekomstige ruimtelijke ontwikkeling van het gebied. Het bevoegd gezag moet onderzoek verrichten naar de bestaande toestand en deze toetsen aan de wenselijke bodemkwaliteit. De Wet bodembescherming (Wbb) is erop gericht bodemkwaliteit te waarborgen of te verbeteren indien nodig. De wet schrijft voor dat eenieder die de bodem verontreinigd verplicht is maatregelen te nemen om deze verontreiniging tegen te gaan. Daarnaast staat ook beschreven op welke manier te handelen indien het een historische bodemverontreiniging betreft. Als instrument omvat de Wbb bodemkwaliteitseisen voor verschillende type bodems en gebruiksfuncties. Wanneer sprake is van een te hoge concentratie van een bepaalde stof (bodemverontreiniging) en de kans op directe verspreiding aanwezig is, dient bodemsanering uitgevoerd te worden. Verspreiding van een verontreiniging kan bijvoorbeeld plaatsvinden via stroming van grond- en oppervlaktewater. Wanneer sprake is van een te hoge concentratie van een bepaalde stof, maar niet aangetoond kan worden dat het risico van verspreiding aanwezig is, dient sanering uitgevoerd te worden ten tijde van nieuwe ontwikkelingen in het gebied. De bouw van een windpark is een voorbeeld van zo'n nieuwe ontwikkeling, ook wel een natuurlijk moment genoemd.
98
heeft verwijderd: wijziging heeft verwijderd: of watervergunning
De windturbines hebben geen negatief effect op de waterhuishouding. Een watervergunning is mogelijk nodig voor grondwateronttrekking, voor waterberging en kruising van een watergang. De vergunningen zijn niet noodzakelijk in het kader van de ruimtelijke procedure. Rekening houdend met de (eventueel) benodigde vergunningen is er voor het aspect water sprake van een goede ruimtelijke ordening.
5.9
heeft verwijderd: zo mogelijk
Provincie Gelderland
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt (concept ontwerp) Voor de realisatie van het windpark zal grondverzet plaatsvinden, waarbij grond (en mogelijk ook asfalt en onderliggend funderingsmateriaal) wordt ontgraven, hergebruikt, toegepast en/of afgevoerd. Bij dergelijke werkzaamheden is het Besluit bodemkwaliteit (hierna: Bbk)76 van toepassing. Het Bbk bevat algemene regels voor het toepassen van grond (en bouwstoffen) en de kwaliteit van toe te passen grond (en bouwstoffen). Regels voor het graven in de bodem wordt geregeld door de Ontgrondingenwet. In principe is voor het graven in de grond een vergunning nodig. Voor een ontgronding in de landbodem verleent de provincie de vergunning. In afdeling 3.3 van de Omgevingsverordening van de provincie Gelderland staat beschreven wanneer een ontgrondingsvergunning of melding benodigd is. In een aantal gevallen geldt een vrijstelling voor de ontgrondingsvergunning, deze staan beschreven in artikel 3.48 (vrijstelling vergunningplicht). Op grond van de Omgevingsverordening is geen ontgrondingenvergunning nodig bij ontgrondingen van ten hoogste drie meter diep en ten hoogste 3.000 kubieke meter die noodzakelijk zijn voor het realiseren van het geldende bestemmingsplan, inpassingsplan of ontheffing op grond van de Wet ruimtelijke ordening.
Beleid Bodembeheer regio Noord Veluwe De gemeenten Ermelo, Putten, Harderwijk, Nunspeet, Elburg en Oldebroek hebben gezamenlijk een Nota Bodembeheer opgesteld. Deze Nota is op dit moment nog niet formeel vastgesteld door de gemeenten Ermelo en Putten. De Nota is een instrument gericht op duurzaam omgaan met grond. De basis voor dit document ligt in het Besluit bodemkwaliteit en de voor de regio Noord-Veluwe opgestelde bodemkwaliteitskaart en beleidsregel PFAS. In de Nota zijn de voorschriften opgenomen voor het grondverzet waarbij zoveel mogelijk wordt ingezet op het hergebruik van grond binnen de regio zonder afbreuk te doen aan de bestaande bodemkwaliteit. Op basis van dit beleid is het mogelijk om tijdens aanleg van het windpark zoveel mogelijk met een gesloten grond balans te werken. Dit bespaart energie en uitstoot van schadelijke stoffen door onnodig vervoer van overtollige grond. 5.9.2
Onderzoek
Volgens de regionale bodemkwaliteitskaart77 ligt het plangebied van Windpark Horst en Telgt in een gebied met bodemfunctieklasse overig en ontgravingsklasse 'gebiedsspecifiek'. De regio heeft ervoor gekozen om gebiedsspecifiek beleid te voeren, met name vanwege de aanwezigheid van arseen van natuurlijke oorsprong. In het verleden is arseenhoudend kwelwater neergeslagen bij het in contact komen met zuurstofrijker water. Arseen komt van nature voor in gebieden waar veel ijzeroer in de grond aanwezig is, aangezien het hier goed aan bindt.
Provincie Gelderland
99
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt (concept ontwerp) Figuur 5.13 Bodemopbouw ontgravingen [bron: Bodemnota provincie Gelderland (2014)]
heeft verwijderd: .@
In het gebied zijn een aantal verdachte locaties. Onderzoek kan later plaatsvinden. Het toekomstige gebruik van de gronden voor een windturbinepark is niet van gevoelige aard in relatie tot bodemkwaliteit waardoor de bodemkwaliteit in voldoende mate bekend is en geen belemmering betekent voor realisatie van het windpark.
heeft verwijderd: In het gebied zijn geen bekende bodemverontreinigingen aanwezig (zie Figuur 5.@).¶ Figuur 5.@
Verder worden windturbines in het algemeen niet beschouwd als gevoelige objecten die van nature een negatieve invloed hebben op de bodemkwaliteit, mits gebruik wordt gemaakt van niet-uitlogende (bouw)materialen.
100
Provincie Gelderland