Bijlage 9 Toelichting M.e.r.-beoordeling Halvinkhuizen
Tekst van het document
Voor overige delen van het plangebied zijn negatieve effecten uit te sluiten door de afwezigheid van teunisbloempijlstaart. Voor de onderzochte delen van het plangebied is geen ontheffing van de Wet natuurbescherming of het nemen van maatregelen nodig. Zorgplicht Tenslotte geldt voor alle diersoorten (ook de onbeschermde) de zorgplicht. Deze houdt in dat mogelijke nadelige gevolgen voor planten en dieren, voor zover redelijk, zoveel mogelijk vermeden moeten worden. Manieren om aan de zorgplicht te voldoen zijn bijvoorbeeld: • Er wordt gelegenheid gegeven aan grondgebonden zoogdieren, die tijdens de werkzaamheden worden gevonden, te vluchten of zich te verplaatsen naar een schuilplaats buiten het bereik van de werkzaamheden. Dit gebeurt door onder andere vegetatie of bodemmateriaal (takken, stronken, steenhopen) gefaseerd te verwijderen; • In verband met verstoring van aanwezige dieren worden de werkzaamheden zoveel mogelijk overdag uitgevoerd. Conclusie In het plangebied zijn beschermde soorten aanwezig, namelijk das, boommarter, vleermuizen, steenuil, kerkuil en huismus. In tabel 3-9 zijn de globale onderzoeksresultaten binnen het plangebied weergegeven. Tabel 3-9 Globale onderzoeksresultaten van het ecologische onderzoek in Putten Zuid (Bron: TAUW)
Door het nemen van maatregelen kunnen verblijfplaatsen en vliegroutes van vleermuizen behouden blijven. De maatregelen bestaan uit het voorkomen van uitstralende verlichting richting blad 30 van 42
M.e.r.-beoordeling Halvinkhuizen fases 2 & 3 projectnummer 0498100.100 27 januari 2025 Kubiek Ruimtelijke Plannen B.V.
verblijfplaatsen en essentiële vliegroutes van vleermuizen. Voorwaarde is dat de woningen langs de Hooiweg en Van Geenstraat 85 behouden blijven. Wanneer dit niet het geval is, is een ontheffing van de Wet natuurbescherming nodig. Een ter zake kundig ecoloog dient betrokken te worden bij het opstellen van het verlichtingsplan, om te voorkomen dat er negatieve effecten optreden op beschermde functies van vleermuizen. Overige beschermde functies gaan permanent verloren bij de bouw van woningen in het plangebied. Dit is een overtreding van de Wet natuurbescherming voor de steenuil, kerkuil, huismus, das en boommarter. Hiermee is een ontheffing van het Wnb (Wet natuurbescherming) nodig. Bij het nemen van de juiste mitigerende/compenserende maatregelen worden geen significante nadelige effecten verwacht. Voor het mitigeren en compenseren zijn specifieke maatregelen nodig zoals het aanbieden van alternatief leefgebied. Dit alternatief leefgebied dient tijdig gerealiseerd te zijn, voordat het oorspronkelijk leefgebied verloren gaat. Hierbij gaat het vaak om een minimale gewenningsperiode van enkele maanden.
3.6
Water Royal HaskoningDHV heeft een Weging van Waterbelang onderzoek uitgevoerd voor de fase 2/3 van de nieuwe woonwijk Halvinkhuizen. In deze paragraaf wordt ingegaan op de vuilwaterafvoer, hemelwaterafvoer, hydrologische gevolgen grondwater en waterkwaliteit Huidige situatie Het maaiveld in het plangebied varieert tussen +9 en +13 meter NAP. De hogere delen bevinden zich in het noordoosten, terwijl de lagere delen in het zuidwesten liggen. De bodem bestaat uit een toplaag van 0,5 tot 1,5 meter dik, samengesteld uit siltig en humeus zand. Onder deze laag bevindt zich voornamelijk zand, met mogelijk aanwezige leem- en veenlagen. De dikte van deze zandlaag neemt toe richting het zuiden. Het plangebied ligt op een aflopende stuwwal. Vuilwaterafvoer In de toekomstige situatie zal het vuilwater gescheiden worden ingezameld van het hemelwater afkomstig van daken en verhardingen. Vanaf de perceelsgrens heeft de gemeente een resultaatsverplichting om het geproduceerde afvalwater in te zamelen en af te voeren naar een overnamepunt met het waterschap, dat vervolgens verantwoordelijk is voor de ontvangst en zuivering van het vuilwater. De hoeveelheid vuilwater zal in een later stadium worden bepaald, zodra er meer duidelijkheid is over het aantal woningen en hun locaties.
Hierbij wordt uitgegaan van een gemiddelde van 2,4 personen per woning, die elk 10 uur per dag 12 liter/uur afvalwater produceren. Binnen het plangebied zal een vrij verval riolering worden aangelegd, aflopend naar het zuidwesten. Hier kan het vuilwater worden opgevangen in een pompput en via een persleiding worden aangesloten op de ringleiding of direct op het gemeentelijke stelsel van Putten. De detailuitwerking hiervan zal in een latere fase plaatsvinden. Bij het ontwerp van het stelsel worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: • Het afvalwater moet gescheiden van hemelwater worden ingezameld. • De riolering moet voldoen aan het Programma van Standaarden van de gemeente Putten. • Huishoudelijk afvalwater (DWA) moet worden afgevoerd naar de RWZI conform de richtlijnen van het waterschap en de gemeente. • Afvoer moet zoveel mogelijk op basis van vrij verval plaatsvinden. • Indien vrij verval niet volledig mogelijk is, moet de aanleg van (ondergrondse) gevoelige objecten zoals gemalen zoveel mogelijk worden beperkt. • Waar mogelijk moet gebruik worden gemaakt van bestaande rioleringsinfrastructuur. • Het ontwerp van de riolering moet voldoen aan de ‘Leidraad Riolering’ modules B2000 en C2100. • Droogweerafvoer (DWA) moet worden berekend op basis van 12 liter/inwoner/uur gedurende 10 uur (120 liter/dag, ongeacht stelseltype).
• Het ontwerp moet rekening houden met toekomstige uitbreidingen.
blad 31 van 42
M.e.r.-beoordeling Halvinkhuizen fases 2 & 3 projectnummer 0498100.100 27 januari 2025 Kubiek Ruimtelijke Plannen B.V.
Voor de ligging van de rioolstelsels (hoofdriool) in openbaar gebied gelden de volgende eisen: • De ligging moet rekening houden met de ontgravingsdiepte en bijbehorende sleufbreedte in openbaar gebied, zoals de rijbaan, het trottoir en de berm van de weg. • Boven het riool mogen geen bomen worden geplant. De minimale afstand van hart riool tot hart boom varieert van 1,5 tot 4,0 meter, afhankelijk van de grondwaterstand en het boomtype, met een minimale afstand van 2,5 meter. Algemene ontwerpregels voor het hoofdriool: • Een gronddekking van minimaal 1,2 meter vanaf de kruin van de weg. • Een verticale afstand van 0,20 meter bij kruisende leidingen. • Een buisverhang van 1:500 voor leidingen; voor de eerste twee eindstrengen geldt een verhang van 1:300 en voor de volgende twee strengen een verhang van 1:400. • De maximale afstand tussen de putten bedraagt 70 meter. • DWA-leidingen moeten een minimale diameter van 200 mm hebben. Voor het ontwerpen van droogweerafvoer geldt ook: • De minimale afstand tussen de putten, gezien in wegbreedte, bedraagt 0,5 meter (putten liggen niet naast elkaar, maar versprongen ten opzichte van elkaar). • De minimale afstand tussen de leidingen, gezien in wegbreedte, bedraagt 0,5 meter. Hemelwaterafvoer Door de bouw van woningen neemt het verharde oppervlak toe.
Dit zorgt voor een snellere afstroming van hemelwater naar het oppervlaktewater, waardoor de druk op het watersysteem toeneemt. Dit moet worden gecompenseerd door de aanleg van extra waterberging. Er kan gekozen worden om al het hemelwater binnen het gebied vast te houden in wadi’s, waarna dit kan infiltreren in de ondergrond. Er moet voldoende waterberging gerealiseerd worden om een bui die eens in de 100 jaar voorkomt (T100 bui) te kunnen opvangen (86 mm). De wadi’s moeten worden voorzien van een overloopconstructie om bij nog extremere buien (>T100) het water af te kunnen voeren naar het omliggende watersysteem. Een deel van de waterbergingsopgave kan verwerkt worden op uitgeefbaar gebied, bijvoorbeeld door infiltratiekoffers aan te leggen met een overloopvoorziening. De bergingsopgave op eigen perceel is: •
25% van het tuinoppervlak (86 mm berging).
Het hemelwater vanaf de percelen moet zoveel mogelijk oppervlakkig worden afgevoerd naar een wadistructuur. De daken voeren volledig af op de openbare ruimte. Bij toepassing van wadi’s of andere infiltratievoorzieningen gelden de volgende uitgangspunten: 1. Alleen bovengrondse infiltratievoorzieningen in de vorm van een wadi toepassen. 2. Een infiltratievoorziening dient bij voorkeur een bui van 86 mm (T=100) te bergen. 3. De ledigingstijd van infiltratievoorzieningen bedraagt ongeveer 48 uur. De buffer dient hierna weer volledig beschikbaar te zijn voor nieuwe buien. De wadi’s worden voorzien van een overloopvoorziening die het hemelwater (boven de T100 bui) loost op de watergang bij de Hooiweg. Deze zijn momenteel deels verland en zullen weer in profiel worden gebracht. Voor zowel het in profiel brengen van de watergang als het gebruik van deze watergang voor de afvoer van het overstortvolume is al goedkeuring verkregen van de grondeigenaren. De benodigde compensatie kan op dit moment niet bepaald worden, aangezien het stedenbouwkundig plan en de ruimtelijke inrichting nog onvoldoende uitgewerkt zijn. Bij de nadere uitwerking van het plangebied wordt aangesloten bij de randvoorwaarden ten aanzien van de waterbergingscompensatie uit dit plan.
blad 32 van 42
M.e.r.-beoordeling Halvinkhuizen fases 2 & 3 projectnummer 0498100.100 27 januari 2025 Kubiek Ruimtelijke Plannen B.V.
Hydrologische gevolgen grondwater Er worden geen effecten anders dan aanvulling van het grondwater verwacht bij de uitvoering van deze wadi’s. Op locaties waar actief geïnfiltreerd wordt, dient de ondergrond voorafgaand gecontroleerd te worden op storende lagen. Indien nodig dienen deze verwijderd dan wel doorbroken te worden om stagnatie te voorkomen. Waterkwaliteit In de toekomstige situatie wordt hemelwater van daken en verhardingen gescheiden ingezameld en aangesloten op waterbergingen/infiltratiezones. Hemelwater van balkons (vervuild schrobwater) wordt aangesloten op het vuilwaterstelsel. Terrassen kunnen direct afwateren in de tuin, en schrobputjes zijn alleen voor vervuild water. Toekomstige bewoners moeten zich hiervan bewust zijn om verontreiniging te voorkomen. Klimaatadaptatie Klimaatverandering kan leiden tot langere perioden van droogte, wat invloed heeft op de afvalwaterketen. Minder doorspoeling van riolen met hemelwater zorgt voor ophoping van vervuiling. Bij de eerstvolgende regenbui wordt veel vuil naar de rioolwaterzuiveringen (RWZI) afgevoerd, wat deze vaak niet goed kan verwerken. Ook zijn overstortingen vanuit het riool extra vervuild. De belangrijkste opgave op het gebied van hemelwater is het opvangen van de gevolgen van klimaatverandering.
In het plangebied willen we dit realiseren door onze systemen aan te passen en meer gebruik te maken van de openbare ruimte voor opvang en afvoer van hemelwater. Ook willen we de eigen rol van particulieren vergroten. Het plangebied wordt zo ingericht dat bij een klimaatbui van 70 mm in 1 uur geen schade aan bebouwing of infrastructuur ontstaat. Tabel 3-10: Uitgangspunten klimaatbestendige inrichting (bron: weging van waterbelang fase 2 en 3, Royal HaskoningDHV)
Conclusie De uitgangspunten van Halvinkhuizen bieden solide richtlijnen voor de waterhuishoudkundige inrichting. Er wordt voldoende ruimte gereserveerd voor water. Bij de verdere uitwerking van het plan moet echter worden gecontroleerd of aan alle waterhuishoudkundige eisen wordt voldaan. Rekening houdend met de verschillende eisen die worden gesteld aan de toekomstige maaiveldhoogte, vuilwaterafvoer, hemelwaterafvoer, hydrologische gevolgen voor grondwater en waterkwaliteit, worden op voorhand geen negatieve gevolgen verwacht voor de ontwikkeling van Halvinkhuizen.
blad 33 van 42
M.e.r.-beoordeling Halvinkhuizen fases 2 & 3 projectnummer 0498100.100 27 januari 2025 Kubiek Ruimtelijke Plannen B.V.
3.7
Bodem Ontplofbare oorlogsresten Uit onderzoek van Bombs Away B.V. blijkt dat voor het gehele project Halvinkhuizen in de Gemeente Putten geen indicaties zijn dat er ontplofbare oorlogsresten zijn binnen de grenzen van het project. Dit betekent dat fase 2 & 3 bij het project Halvinkhuizen onverdacht is op ontplofbare oorlogsresten.
3.8
Archeologie, cultuurhistorie en landschap In dit hoofdstuk komen de effecten van de ontwikkeling van het plangebied op de aspecten archeologie, cultuurhistorie en landschap aan de orde. Wettelijk kader Sinds 1 juli 2016 bundelt de Erfgoedwet de bestaande wet- en regelgeving voor het behoud en beheer van cultureel erfgoed in Nederland. Daarom dient er specifiek gekeken te worden naar de archeologische en cultuurhistorische waarden die mogelijk aanwezig zijn binnen het plangebied.
3.8.1
Landschap Ontstaansgeschiedenis Het dorp Putten bestaat uit een grote dorpsenk en wordt zodoende Putter enk genoemd. Door bemesting van de landerijen met potstalmest zijn de akkers relatief hoog in het landschap komen te liggen (bolle akkers). De oude wegen snijden zodoende door het verhoogde landschap. Aan de randen van de dorpsenk ligt een groot aantal middeleeuwse boerderijen. Ook bij plangebied Halvinkhuizen is dit het geval. De middeleeuwse boerenerven hebben ongetwijfeld oudere voorgangers gehad. De boerderijen en landerijen waren eigendom van kloosters en de voorgangers kunnen teruggaan tot in de 8e eeuw. De dorpsenk werd omringd door heide. De heide was van belang voor de bemesting van de landerijen en werd met schapen onderhouden. Het landschap ligt, direct zuidelijk van het plangebied, een stuk lager. De ondergrond is hier nat en was zodoende in de middeleeuwen minder geschikt voor landbouw. De akkers in de gemeente worden vaak omgeven door hakhoutstruwelen (houtwallen). Enerzijds diende deze voor de bescherming van de bouwlanden tegen wild, anderzijds voor geriefhout (verwarming van de boerderij en het bereiden van eten). De houtwallen worden als cultuurlandschappelijke waarden bestempeld. Aan de randen van het plangebied langs de Hooiweg en rondom het agrarische erf Beitelweg 7 bevinden zich twee historische groenstructuren.
Daarnaast loopt er vanaf de Hooiweg 10 een historische ontginningswal het gebied in. Vanuit het westen, vanaf de Beitelweg, loopt langs de noordzijde van Beitelweg 7 een aarden enkwal het gebied in. Beide wallen raken elkaar in het midden van het plangebied. De wallen zijn nu nog herkenbaar in het gebied als houtwal. Ook enkele historische kadastrale grenzen rondom Beitelweg 7 zijn nog in het huidige landschap te herleiden. De kromme vorm van de Beitelweg heeft mogelijk te maken met het landgoed Bijstein. Tot slot lag langs de huidige Roosendaalseweg in het verleden een weg die nu niet meer herkenbaar in het plangebied aanwezig is. Effectbeoordeling Hoewel de cultuurlandschappelijke waarden in het plangebied geen beschermde status hebben, gaat door de realisatie van de woonwijk Halvinkhuizen landschappelijke kwaliteit verloren. Het betreft hier met name de openheid van de erven. Bij de ontwikkeling van de wijk wordt waar mogelijk rekening gehouden met deze waarden. Dit is met name terug te zien in het voornemen om de bestaande houtwalstructuren in het plangebied voor Halvinkhuizen te behouden en juist als groene drager voor de nieuwe woonwijk te gebruiken. Het behoud van deze houtwallen kan de wijk extra kwaliteit geven.
blad 34 van 42
M.e.r.-beoordeling Halvinkhuizen fases 2 & 3 projectnummer 0498100.100 27 januari 2025 Kubiek Ruimtelijke Plannen B.V.
3.8.2
Archeologie Huidige situatie De gemeente Putten hanteert een Archeologische beleidskaart waarop de verwachting voor archeologische waarden zijn opgenomen. Zoals te zien in onderstaande afbeelding kent het gebied voor het overgrote deel een hoge verwachtingswaarde en zijn er delen met een middelhoge en lage verwachting aangemerkt. Op basis van de archeologische beleidskaart zijn regels voor archeologie opgenomen in het vigerende bestemmingsplan. De verschillende gebieden met verwachtingswaardes kennen in het bestemmingsplan dan ook een dubbelbestemming archeologie. Deze dubbelbestemming zorgt ervoor dat onderzoek moet worden verricht in het kader werkzaamheden. Ontwikkelingen in het plangebied zijn mogelijk wanneer archeologisch onderzoek wordt verricht. De onderzoeksverplichting is afhankelijk van de diepte van de werkzaamheden en de archeologische verwachting: •
•
•
Hoge verwachting: Archeologisch onderzoek is verplicht wanneer er ingrepen plaatsvinden met een omvang groter dan 100 m2 en die dieper gaan dan 40 centimeter beneden maaiveld. Middelhoge verwachting: Archeologisch onderzoek is verplicht wanneer er ingrepen plaatsvinden met een omvang groter dan 500 m2 en die dieper gaan dan 40 centimeter beneden maaiveld. Middelhoge verwachting: Archeologisch onderzoek is verplicht wanneer er ingrepen plaatsvinden met een omvang groter dan 5.000 m2 en die dieper gaan dan 40 centimeter beneden maaiveld.
Effectbeoordeling Er is nader archeologisch onderzoek noodzakelijk voor het in kaart brengen en waarderen van archeologische resten in de bodem, het in beeld brengen van mogelijke effecten die kunnen optreden bij realisatie van de voorgenomen ontwikkeling en een verkenning van maatregelen om eventuele effecten te mitigeren. Met inachtneming van deze onderzoeksverplichting en daaruit volgende maatregelen, worden geen belangrijk nadelige gevolgen ten aanzien van het aspect archeologie verwacht.
3.8.3
Cultuurhistorie Huidige situatie In het plangebied zijn geen beschermde cultuurhistorische waarden en monumenten aanwezig, zoals rijksmonumenten, gemeentelijke momenten of een beschermd stads- of dorpsgezicht. Het plangebied grenst wel aan een historische buitenplaats met monumententaal pand, aan de westzijde (zie onderstaand figuur). Het gaat hier om de historische buitenplaats Bijstein. In 2015 heeft de gemeente Putten een uitgebreid cultuurhistorisch onderzoek laten uitvoeren. In het onderzoek zijn enkele waardevolle erven aangeduid. In het zuidoostelijke deel van het plangebied, aan de randen van de beoogde woonwijk, lagen oorspronkelijk meerdere historische boeren- en woonerven. Ook het perceel Beitelweg 7 is aangeduid als historisch boerenerf. De waarde van dit boerenerf wordt in het onderzoek erkend, maar de betreffende percelen hebben geen beschermde status in de vorm van een gemeentelijk- of rijksmonument. Effectbeoordeling In het plangebied is een historisch boerenerf aanwezig, maar deze heeft geen beschermde status. Door de afwezigheid van beschermde cultuurhistorisch waardevolle elementen worden geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu verwacht ten aanzien van het aspect cultuurhistorie.
In de ontwikkelingsvisie is de cultuurhistorie van het gebied wel benoemd als identiteitsdrager en wordt het zodoende ook als waardevol aspect in de planuitwerking meegenomen.
blad 35 van 42
M.e.r.-beoordeling Halvinkhuizen fases 2 & 3 projectnummer 0498100.100 27 januari 2025 Kubiek Ruimtelijke Plannen B.V.
Conclusie Met inachtneming van de volgende maatregelen worden geen belangrijk nadelige gevolgen ten aanzien van archeologie, cultuurhistorie en landschap verwacht:
3.9
•
Ten aanzien van archeologie geldt een verplichting tot nader onderzoek. Hieruit kunnen maatregelen volgen om negatieve effecten op archeologische waarden te voorkomen;
•
Bij het ontwerp van de wijk dient zoveel mogelijk aangesloten te worden op de aanwezige landschappelijke waarden. Doordat er geen beschermde elementen verloren gaan en in het ontwerp van de wijk rekening gehouden wordt met de aanwezige landschappelijke elementen, worden geen belangrijk nadelige gevolgen ten aanzien van het landschap verwacht.
Geur Antea Group heeft een onderzoek naar geurhinder uitgevoerd (d.d. 21 november 2024). Met dit onderzoek is beoordeeld of er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ten aanzien van geurhinder. Wettelijk kader Binnen het thema geur wordt onderscheid gemaakt in de achtergrondbelasting en de voorgrondbelasting. De achtergrondbelasting is de gecumuleerde geurbelasting van alle agrarische bedrijven samen. De voorgrondbelasting is de geurbelasting van die veehouderij welke de meeste geur op een geurgevoelig object veroorzaakt, hetzij omdat het een grote veehouderij betreft, hetzij omdat de veehouderij dicht bij het geurgevoelig object is gelegen. De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) stelt normen voor maximale geurbelasting op geurgevoelige objecten of minimaal vereiste afstanden tussen veehouderijen en geurgevoelige objecten. De Wgv biedt voor gemeentes de mogelijkheid tot het opstellen van een geurverordening. In de verordening kan de gemeente besluiten om afwijkende waarden voor geurbelasting of afwijkende vaste afstanden vast te stellen. De gemeente Putten heeft voor Putten-Zuid (Halvinkhuizen) een dergelijke verordening vastgesteld (Verordening geurhinder en veehouderij Putten Zuid 2017, vastgesteld op 7 december 2017).
Om te kunnen voldoen aan het gewenste woonklimaat mag de geurbelasting niet meer bedragen dan 6,8 ou E/m3 (voorgrondbelasting) en 13,7 ouE/m3 (achtergrondbelasting). Huidige situatie Op onderstaand figuur is de geurbelasting van de huidig aanwezige veehouderijen in de omgeving van het plangebied weergegeven. Hieruit blijkt dat de 7 ou E/m3 -contour in hoofdzaak wordt veroorzaakt door de veehouderijen aan de Beitelweg. Deze contour overlapt een groot deel van het plangebied. Slechts in een beperkte strook aan de noordzijde van het plangebied is sprake van een geurbelasting kleiner dan 7 ouE/m3.
blad 36 van 42
M.e.r.-beoordeling Halvinkhuizen fases 2 & 3 projectnummer 0498100.100 27 januari 2025 Kubiek Ruimtelijke Plannen B.V.
Figuur 3.10: Huidige situatie geurbelasting van de aanwezige veehouderijen
Effectbeoordeling Met de ontwikkeling van Halvinkhuizen wordt de veehouderij aan de Beitelweg 7 uit bedrijf genomen. Op onderstaand figuur is de verwachte geurbelasting weergegeven in de situatie zonder deze veehouderij.
Figuur 3.11: Toekomstige situatie geurbelasting veehouderijen
blad 37 van 42
M.e.r.-beoordeling Halvinkhuizen fases 2 & 3 projectnummer 0498100.100 27 januari 2025 Kubiek Ruimtelijke Plannen B.V.
Als de veehouderij aan Beitelweg 7 in de toekomst stopt met haar activiteiten, zal in het grootste deel van de gebieden de achtergrondbelasting bepalend zijn. Dit betekent dat er 7 tot 16% geurgehinderden zullen zijn, wat resulteert in een matig tot goed leefklimaat. In de nabijheid van Beitelweg 3, 4, 6 en 10 is echter de voorgrondbelasting bepalend, wat leidt tot 16 tot 25% geurgehinderden. Dit wordt geclassificeerd als een matig tot slecht leefklimaat. Bovendien kan er, volgens de geurverordening, niet gebouwd worden binnen de >7 ouE/m³ contour van deze gebouwen zonder de eigen geurverordening te overtreden. Deze locaties vallen binnen fase 4 van Halvinkhuizen Conclusie Als de veehouderij aan de Beitelweg 7 stopt, kan er in het grootste deel van Halvinkhuizen woningbouw plaatsvinden. Echter, aan de westzijde van het plangebied zorgen de aangrenzende veehouderijen nog steeds voor een situatie waarin niet zomaar gebouwd kan worden. Als bouwen op die locaties toch gewenst is, moet de geursituatie daar nader worden onderzocht. Dit is echter voor fase 4. Voor fase 2 & 3 is er daarmee geen aanvullend onderzoek voor geur nodig.
3.10
Energie en circulariteit Halvinkhuizen moet een duurzame wijk worden op het gebied van energie en circulariteit. Hiervoor worden verschillende principes en uitgangspunten gehanteerd. Door deze uitgangspunten toe te passen op geheel Halvinkhuizen, wordt een energieneutrale en circulaire wijk gerealiseerd. Duurzame energie Alle woningen worden energieneutraal gerealiseerd volgens de BENG-norm. In een vroeg stadium worden duurzaamheidsmaatregelen meegenomen in het ontwerp van de bebouwing. Deze maatregelen versterken de identiteit van de bebouwing en daarmee van de wijk, en kunnen een prominente plek krijgen in de woningontwerpen en in de openbare ruimte. Zonnepanelen De woningen in Halvinkhuizen worden voorzien van zonnepanelen, zowel PV-panelen als PVTpanelen. PV-panelen wekken alleen elektriciteit op, terwijl PVT-panelen zowel elektriciteit als warmte kunnen opwekken. De panelen worden op of in het dak geïntegreerd en mee-ontworpen met de woning, waarbij rekening wordt gehouden met de zonzijde en de hellingshoek van het paneel. Ook de bebouwing en begroeiing binnen het plangebied worden zo ingericht dat ze de zoninstraling zo min mogelijk belemmeren, om de opbrengst van de zonnepanelen te maximaliseren. Warmtepompen Naast zonnepanelen wordt in Halvinkhuizen ook gebruik gemaakt van warmtepompen. De installaties van verschillende woningen worden zoveel mogelijk gecombineerd.
De buitenunits van warmtepompen worden opgenomen in het bouwvolume en niet los op, voor, achter, of aan de gevel geplaatst. Bijvoorbeeld als schoorstenen op het dak. Energiebesparing Er wordt compact gebouwd met zo min mogelijk gevel- en dakoppervlak door het toepassen van smalle, diepe woningen, rug-aan-rug woningen en veel woningen binnen een volume (zoals rijwoningen, beneden-boven woningen en appartementen). Dit draagt bij aan het beperken van het energieverbruik. De gevels worden georiënteerd op de zonzijde. Voor een goede zonbijdrage hoeft de oriëntatie niet pal Zuid te zijn. Een kleine verdraaiing in oriëntatie ten opzichte van Zuid, tot circa 20° oost- of westwaarts, levert slechts een beperkte afname aan zonnewarmte. De zonbijdrage hangt o.a. af van het glasoppervlak in de gevels, de oriëntatie en in welke mate de woningen zijn geïsoleerd. Meer glas in de zuidwestelijke gevels levert besparing in energiegebruik. Om in de zomer te hoge binnentemperaturen te voorkomen, is zonwering noodzakelijk. Zonwering helpt ook om te voorkomen dat men airco’s gaat gebruiken.
blad 38 van 42
M.e.r.-beoordeling Halvinkhuizen fases 2 & 3 projectnummer 0498100.100 27 januari 2025 Kubiek Ruimtelijke Plannen B.V.
Circulariteit De woningen en overige functies in Halvinkhuizen worden zoveel mogelijk circulair gebouwd. Het gaat om eco-plus bebouwing. Dit betekent onder andere dat de materialen die gebruikt worden biologisch zijn, zoals hennepvezels, olifantsgras en schapenwol. Er worden voor Halvinkhuizen kaders opgesteld die eco-plus bouwen stimuleren. Een middel hiervoor kan een scoretabel zijn, met daarin ook aangegeven welk minimum behaald dient te worden. Ontwikkelaars kiezen de aspecten waarop zij inzetten. Conclusie Aan de hand van de uitgangspunten voor duurzame energie en circulair bouwen moet Halvinkhuizen een duurzame wijk worden. Waar mogelijk worden duurzaamheidsprincipes gekoppeld met klimaatadaptatie, groen en beeldkwaliteit. Wanneer invulling wordt gegeven aan deze principes, worden geen nadelige milieueffecten verwacht ten aanzien van energie en circulariteit.
3.11
Gezondheidsbevordering Effectbeoordeling De ontwikkeling van Halvinkhuizen fase 2 en 3 biedt ruimte voor sporten, spelen, ontmoeten en verblijven in een groene omgeving. De gezondheid wordt bevorderd door ruimte te bieden voor sporten, bewegen, ontmoeten en verblijven. De belangrijkste plekken zijn te vinden in de groene loper, in de buurttuin en langs de houtwal, met telkens verschillende sferen. De groene loper is een openbaar groenstrook, maar heeft een bijna privékarakter, als uitbreiding van de privéruimtes van de woningen daarlangs. De buurttuin heeft een meer openbaar karakter. Het is een ideale plek om te verblijven en buren te ontmoeten. Op meerdere plekken worden speelvoorzieningen voor verschillende leeftijdsgroepen gerealiseerd. De buurttuin, dicht bij de woningen, is het meest geschikt voor de jongste kinderen. De centrale speelplek langs de houtwal is voor oudere kinderen en jongeren bestemd. De groenen wadistructuur geeft aanleiding om uitdagende speel- en sporttoestellen aan te leggen, in de vorm van een parcours langs de houtwallen en, wanneer dat mogelijk is in relatie tot de aanwezige flora en fauna, ook in beperkte mate door delen van de houtwallen heen. De inrichting wordt daar voor iedereen aantrekkelijk gemaakt. Volwassenen kunnen gebruik maken van de sporttoestellen die hier gerealiseerd worden.
Dit vormt het eerste deel van de beweegroute door Halvinkhuizen. De gerealiseerde fietsstructuur voor verbindingen tussen de wijk, het dorp en de omgeving. De nieuwe fietspaden sluiten aan bij de bestaande structuur op de Van Geenstraat, de rotonde en de Roosendaalseweg ten hoogte van het parkeerterrein van het sportpark. In de wijk is deze structuur verder aangevuld met het fijnmazige wandelpadennetwerk dat de uitwisseling tussen woonomgeving en groen vergroot. Er wordt daarbij rekening gehouden met het bestaande mennegat in de houtwallen. Er zijn dus geen extra fietsdoorsteken gemaakt ten koste van de houtwalstructuur ecologische verbinding. Conclusie Er worden geen significante nadelige gevolgen ten aanzien van gezondheidsbevordering verwacht.
3.12
Klimaat In 2050 is het hele grondgebied van Putten klimaat adaptief en water robuust. Specifiek leidt dit tot deze doelen voor 2030 (Programmaplan Duurzaamheid gemeente Putten): • Aanpakken hittegevoelige locaties: 30% schaduw op buurtniveau, op maximaal 300 meter lopen van elke woning een koele openbare verblijfsplek en aansluiting tot normenkader leefbare verstedelijking van de provincie Gelderland (35-50% groen op buurtniveau). • Inzetten op maximale infiltratie en minder wateronttrekking. Voorkomen van structureel grondwateroverlast. Bovendien ruimte inrichten zodat piekbuien van 70mm/uur zonder schade verwerkt kunnen worden.
blad 39 van 42
M.e.r.-beoordeling Halvinkhuizen fases 2 & 3 projectnummer 0498100.100 27 januari 2025 Kubiek Ruimtelijke Plannen B.V.
Daarnaast kunnen er door toedoen van klimaatverandering periodes van hittestress ontstaan, vooral in dichtbebouwde gebieden met veel verharding. De beste oplossing tegen hittestress is een ‘groen dak’ van boombladeren, dat koeling biedt door schaduw en verdamping. Hiervoor zijn aanpassingen aan de infrastructuur nodig, die gecombineerd kunnen worden met hemelwaterstructuren. Conclusie Er worden op basis van de uitgevoerde onderzoeken geen nadelige effecten op het klimaat verwacht.
3.13
Hinder tijdens de aanlegfase In dit hoofdstuk wordt de verwachte hinder tijdens de aanlegfase van de woonwijk Halvinkhuizen fase 2 en 3 besproken. Hierbij wordt ingegaan op de effecten van bouwverkeer, stof, geluid, trillingen en licht, evenals de maatregelen die worden genomen om deze hinder te beperken. Bouwverkeer Huidige situatie: Het plangebied is momenteel agrarisch gebied met weinig verkeer. Verwachte effecten: Tijdens de aanlegfase van fase 2 en 3 wordt een toename van bouwverkeer verwacht. Dit verkeer zal voornamelijk bestaan uit vrachtwagens die bouwmaterialen aanvoeren en afvoeren. Mitigatie: • Bouwverkeer zal zoveel mogelijk worden geleid via hoofdwegen en ontsluitingsroutes om de impact op bestaande woonwijken te minimaliseren. • Er worden verkeersmanagementplannen opgesteld om de verkeersstromen te reguleren en omleidingsroutes in te stellen. • Bouwverkeer wordt beperkt tijdens de spitsuren om verkeersopstoppingen te voorkomen. Geluidshinder Huidige situatie: Het gebied is momenteel rustig met weinig geluidsbronnen. Verwachte effecten: Bouwactiviteiten zoals grondverzet, heien en transport van materialen zullen tijdelijke verhogingen van het geluidsniveau veroorzaken. Deze activiteiten kunnen vooral overdag hinderlijk zijn voor omwonenden. Mitigatie: • Beperking van werkzaamheden tot de daguren (07:00 - 19:00 uur).
• Gebruik van geluidsarme bouwmachines en technieken. • Plaatsen van tijdelijke geluidschermen rondom het bouwterrein. Trillinghinder Huidige situatie: Geen significante trillingsbronnen aanwezig. Verwachte effecten: Het gebruik van zware machines en heien kan trillingen veroorzaken die hinderlijk kunnen zijn voor nabijgelegen gebouwen en infrastructuur. Mitigatie: • Monitoring van trillingsgevoelige gebouwen in de omgeving. • Aanpassing van bouwmethoden indien trillingsniveaus boven de toegestane normen uitkomen. • Informeren van omwonenden over de planning van trillingsintensieve werkzaamheden. Luchtkwaliteit Huidige situatie: De luchtkwaliteit in het gebied voldoet aan de wettelijke normen. Verwachte effecten: Bouwactiviteiten kunnen leiden tot verhoogde niveaus van stof en uitlaatgassen, wat de luchtkwaliteit tijdelijk kan verslechteren. Mitigatie: • Regelmatig besproeien van bouwterreinen om stofvorming te verminderen. • Gebruik van goed onderhouden en emissiearme bouwmachines. • Afdekken van vrachtwagens die bouwmaterialen vervoeren. blad 40 van 42
M.e.r.-beoordeling Halvinkhuizen fases 2 & 3 projectnummer 0498100.100 27 januari 2025 Kubiek Ruimtelijke Plannen B.V.
Lichtoverlast Huidige situatie: Het gebied heeft momenteel weinig lichtbronnen. Verwachte effecten: Bouwactiviteiten kunnen leiden tot tijdelijke lichtoverlast door bouwverlichting, vooral tijdens de donkere maanden. Mitigatie: • Beperken van bouwverlichting tot de noodzakelijke werkuren. • Gebruik van afgeschermde verlichting om lichtverspreiding naar omliggende gebieden te minimaliseren. Communicatie met omwonenden Huidige situatie: Omwonenden zijn nog niet volledig geïnformeerd over de bouwactiviteiten. Verwachte effecten: Gebrek aan informatie kan leiden tot frustratie en onbegrip bij omwonenden. Mitigatie: • Regelmatige updates en informatiebijeenkomsten voor omwonenden over de voortgang van de werkzaamheden. • Inrichten van een meldpunt voor klachten en vragen van omwonenden. • Transparante communicatie over de planning en duur van hinderlijke werkzaamheden. Conclusie Tijdens de aanleg van fase 2 en 3 van Halvinkhuizen wordt enige hinder verwacht, voornamelijk door bouwverkeer, geluid, trillingen, stof en licht. Met de voorgestelde mitigatiemaatregelen kan de hinder echter tot een aanvaardbaar niveau worden beperkt. Het opstellen van een BLVC-plan (Bereikbaarheid, Leefbaarheid, Veiligheid en Communicatie) voor de gehele ontwikkeling van Halvinkhuizen wordt aanbevolen om de hinder verder te minimaliseren en de impact op de omgeving te beheersen.
blad 41 van 42
M.e.r.-beoordeling Halvinkhuizen fases 2 & 3 projectnummer 0498100.100 27 januari 2025 Kubiek Ruimtelijke Plannen B.V.
4.
Conclusie Deze aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling is opgesteld om mogelijk belangrijke nadelige milieueffecten in beeld te brengen voor de ontwikkeling van Halvinkhuizen fase 2 & 3, zodat het bevoegd gezag een m.e.r.-beoordelingsbesluit kan nemen. Als onderbouwing bij deze m.e.r.beoordeling zijn milieuonderzoeken uitgevoerd. De voorgenomen ontwikkeling (fase 2 & 3) maakt onderdeel uit van de ontwikkeling Halvinkhuizen, bestaande uit circa 1.400 woningen. In deze aanmeldnotitie zijn de effecten van fase 2 & 3 beoordeeld, waarbij rekening is gehouden met mogelijke cumulatie met fase 1. Fase 2 & 3 Voor de voorgenomen activiteit geldt dat, wanneer wordt voldaan aan de gestelde eisen en maatregelen uit de onderzoeken en onderhavige notitie, naar verwachting geen belangrijk nadelige milieugevolgen optreden. De conclusie is dat het doorlopen van een m.e.r.-procedure voor de ontwikkeling van fase 2 & 3 niet noodzakelijk is. Halvinkhuizen De ontwikkeling Halvinkhuizen moet nog in meer detail uitgewerkt worden om te kunnen stellen dat negatieve effecten op de omgeving helemaal uit te sluiten zijn. Er moet bijvoorbeeld nog nader onderzoek gedaan worden naar de aspecten van verkeer, geluid, ecologie, bodem en geur. Op voorhand is echter de verwachting dat er voldoende mogelijkheden zijn om keuzes te maken en maatregelen te treffen zonder dat dit nadelige milieueffecten heeft.
Onderstaand zijn per thema de conclusies beschreven. Tabel 4-1 Conclusies per thema voor fase 2 & 3 en de ontwikkeling van Halvinkhuizen.
Thema
Fase 2 & 3
Verkeer en parkeren Geluid
Geen belangrijk nadelig effect, mits er goede stedenbouwkundige keuzes worden gemaakt die langzaam verkeer bevorderen op de van Geenstraat. Geen belangrijk nadelig effect Geen belangrijk nadelig effect, naast de al toegepaste bronmaatregelen door middel van geluidsreducerend wegdek op de Nijkerkerstraat en Van Geenstraat, ook overdrachtsmaatregelen en ontvangstmaatregelen toe te passen. Dit kan echter bezwaren opleveren vanuit stedenbouwkundig oogpunt. Geen belangrijk nadelig effect.
Luchtkwaliteit Externe veiligheid
Ecologie
Water Bodem Archeologie, cultuurhistorie en landschap Geur
Geen belangrijk nadelig effecten verwacht wanneer de propaantank op het ontwikkelingsgebied wordt weggehaald. Geen belangrijk nadelig effect, mits er rekening wordt gehouden met de bovengenoemde mitigerende ontwerpen en de propaantank voor de bouw van huizen wordt verwijderd. Geen nadelige effect op gebiedsbescherming en stikstofdepositie, mits Hooiweg 22 saldogever is. Er worden negatieve effecten verwacht op verschillende soorten. Hiervoor moeten ontheffingen op de Wnb worden aangevraagd. Wanneer de verwachte negatieve effecten afdoende worden gecompenseerd of gemitigeerd kan de beoogde ontwikkeling doorgang vinden. Er zijn geen negatieve effecten te verwachten. Geen belangrijk nadelig effect mits maatregelen uit nader onderzoek worden toegepast. Geen belangrijk nadelig effect mits maatregelen uit nader onderzoek naar archeologie worden toegepast. Geen belangrijk nadelig effect.
Energie en circulariteit Gezondheidsbevordering Klimaat
Geen belangrijk nadelig effect, wanneer invulling wordt gegeven aan de duurzaamheidsprincipes. Geen belangrijk nadelig effect.
Hinder tijdens de aanlegfase
Geen belangrijk nadelig effect mits overkoepelend BLVC-plan voor Halvinkhuizen als geheel.
Geen belangrijk nadelig effect
blad 42 van 42
Over Antea Group Antea Group is het thuis van 1700 trotse ingenieurs en adviseurs. Samen bouwen wij elke dag aan een veilige, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Je vindt bij ons de allerbeste vakspecialisten van Nederland, maar ook innovatieve oplossingen op het gebied van data, sensoring en IT. Hiermee dragen wij bij aan de ontwikkeling van infra, woonwijken of waterwerken. Maar ook aan vraagstukken rondom klimaatadaptatie, energietransitie en de vervangingsopgave. Van onderzoek tot ontwerp, van realisatie tot beheer: voor elke opgave brengen wij de juiste kennis aan tafel. Wij denken kritisch mee en altijd vanuit de mindset om samen voor het beste resultaat te gaan. Op deze manier anticiperen wij op de vragen van vandaag en de oplossingen voor morgen. Al 70 jaar.
Contactgegevens Tolhuisweg 57 8443 DV Heerenveen Postbus 24 8440 AA Heerenveen
Copyright © Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs. De informatie die in dit rapport is opgenomen is uitsluitend bestemd voor geadresseerde(n) en kan persoonlijke of vertrouwelijke informatie bevatten. Gebruik van deze informatie, door anderen dan de geadresseerde(n) en gebruik door hen die niet gerechtigd zijn van deze informatie kennis te nemen, is niet toegestaan. De informatie is uitsluitend bestemd om te worden gebruikt door de geadresseerde, voor het doel waarvoor dit rapport is vervaardigd. Indien u niet de geadresseerde bent of niet gerechtigd bent tot kennisneming, is openbaarmaking, vermenigvuldiging, verspreiding en/of verstrekking van deze informatie aan derden niet toegestaan, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group en wordt u verzocht de gegevens te verwijderen en direct een melding te maken bij security@antegroup.nl. Derden, zij die niet geadresseerd zijn, kunnen geen rechten aan dit rapport ontlenen, tenzij na schriftelijke toestemming door Antea Group.
www.anteagroup.nl