Bijlage 4: RAAP cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Putten
Tekst van het document
6500 voor Chr.
R A P P O R T
RAAP-RAPPORT 2948
Erfgoed tussen Zuiderzee en Veluwe
3750 voor Chr.
Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Putten
2200 voor Chr.
700 voor Chr.
150 na Chr.
320 na Chr.
Archeologisch
Adviesbureau 250 na Chr.
1650 na Chr.
RAAP-RAPPORT 2948
Erfgoed tussen Zuiderzee en Veluwe Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Putten
ir. L.J. Keunen, ir. J. Neefjes, drs. C.J. Frank, S. van der Veen MA & J. van Boldrik
RAAP Archeologisch Adviesbureau BV, 2015
Colofon Opdrachtgever: gemeente Putten Titel: Erfgoed tussen Zuiderzee en Veluwe; een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Putten Status: eindversie Datum: 16 december 2015 Auteurs: ir. L.J. Keunen, ir. J. Neefjes, drs. C.J. Frank, S. van der Veen MA & J. van Boldrik Projectcode: PUCU Bestandsnaam: RA2948_PUCU.indd Projectleider: ir. L.J. Keunen Projectmedewerkers: S. van der Veen MA, ir. J. Neefjes, drs. C.J. Frank & J. van Boldrik ARCHIS-vondstmeldingsnummer: niet van toepassing ARCHIS-waarnemingsnummer: niet van toepassing ARCHIS-onderzoeksmeldingsnummer: niet van toepassing Bevoegd gezag: gemeente Putten ISSN: 0925-6229
RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. Leeuwenveldseweg 5b
telefoon: 0294-491 500
1382 LV Weesp
telefax: 0294-491 519
Postbus 5069
E-mail: raap@raap.nl
1380 GB Weesp © RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V., 2015 RAAP Archeologisch Adviesbureau B.V. aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of de toepassing van de adviezen.
RAAP-RAPPORT 2948 Erfgoed tussen Zuiderzee en Veluwe Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Putten
Samenvatting De gemeente Putten kent een rijke traditie waar het gaat om aandacht voor erfgoed, landschap en recreatie. Cultuurhistorie staat in de gemeente Putten ook volop in de belangstelling. Het Puttens Historisch Genootschap en talrijke individuele onderzoekers dragen al jaren zorg voor uitbreiding van de kennis over het erfgoed in de gemeente. Kenmerkend daarvoor is het opmerkelijk hoge aantal publicaties en internetsites over historische boerderijen en agrarische cultuurlandschappen in Putten. De maatschappelijke aandacht voor de ruimtelijke aspecten van erfgoed is sterk toegenomen, hetgeen geresulteerd heeft in nieuwe wetgeving. Sinds 1 januari 2012 is het verplicht om cultuurhistorische waarden naast archeologie (al bij wet geregeld in 2007; enige jaren daarna kreeg Putten een archeologische kaart) en gebouwd erfgoed (bij wet geregeld in 1962) te borgen, in dit geval mee te wegen bij het opstellen van bestemmingsplannen. Om die afweging te kunnen maken, is een goed overzicht nodig van wat men aan erfgoed bezit. Al naar gelang wat er reeds ligt, ontstaat dat overzicht door bundeling van bestaande kennis en systematische inwinning van nieuwe (ruimtelijke) kennis. Die tweeledige benadering ligt ten grondslag aan de nieuwe cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Putten.
Het resultaat van deze studie is een viertal kaarten, met een bijbehorend rapport en een erfgoedGIS. De kaarten laten goed zien voor welke benadering gekozen is. Op kaartbijlage 1 is de inventarisatie van het landschappelijk erfgoed weergegeven. Hieronder verstaan we de aanwezige cultuurlandschappen met hun specifieke kenmerken, het prestedelijk landschap van de bebouwde kom, de aanwezige landschapselementen en het immaterieel erfgoed in de vorm van veld- en boerderijnamen. Kaartbijlage 2 toont de inventarisatie van het waardevol gebouwd erfgoed (waarvan alleen monumentwaardige bebouwing is opgenomen) en de stedenbouwkundige ensembles met cultuurhistorische waarde. Een waardering van het cultuurlandschap en de herkenbaarheid van het prestedelijk landschap zijn weergegeven op kaartbijlage 3. Hieruit blijkt dat de hoogste waarden te vinden zijn in het zuiden en zuidwesten van de gemeente, alsmede in het oosten en noorden. Het gebied direct zuidelijk en westelijk van de bebouwde kom heeft daarentegen een basiswaarde. Kaartbijlage 4 laat de waardering van bouwkunst en stedenbouw zien. Omdat de ondergrens bij de inventarisatie al vrij hoog lag, staan er slechts gebouwen uit de bovenste drie waarderingsklassen en stedenbouwkundige ensembles uit de bovenste twee waarderingsklassen op de kaart.
Een stedenbouwkundige waarde is onder meer toegekend aan enkele buurtschappen in het buitengebied (Beekweg, Donkeresteeg), de historische kern van Putten, een vijftal landgoederen (Vanenburg, Oldenaller, Bijstijn, Schovenhorst, Groot Spriel en Schoonderbeek), enkele woonbuurten in de kern (Schoolstraat, Da Costastraat e.o., Harderwijkerstraat/Parklaan) en een ensemble van landhuisjes in het bos (Laak/Kozakkenweg). Deze cultuurhistorische waardenkaart biedt een gedegen basis om gemeentelijk beleid op het vlak van cultuurhistorie en erfgoed te formuleren.
5
RAAP-RAPPORT 2948 Erfgoed tussen Zuiderzee en Veluwe Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Putten
6
RAAP-RAPPORT 2948 Erfgoed tussen Zuiderzee en Veluwe Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Putten
Inhoud
Samenvatting ........................................................................................................................................ 5 1 Kader .................................................................................................................................................. 9 2 Methoden en bronnen ................................................................................................................ 13 2.1
Landschapstypen ......................................................................................................................... 13
2.2
Landschapselementen .................................................................................................................. 15
2.3
Immaterieel erfgoed ..................................................................................................................... 17
2.4
Historische bouwkunst en stedenbouw .......................................................................................... 19
3 Historisch cultuurlandschap .................................................................................................. 27 3.1
Historische landschappen Gelderse Vallei en Zuiderzeekust .......................................................... 27
3.2
Historische landschappen Veluwemassief ..................................................................................... 62
3.3
Toevoegingen, bijzonderheden binnen de Histland-eenheden ........................................................ 80
3.4
Prestedelijk landschap: landschappen van vóór de verstedelijking ................................................. 83
3.5
Waardering historisch landschap .................................................................................................. 91
3.6
Herkenbaarheid prestedelijk landschap ......................................................................................... 93
4 Landschapselementen .............................................................................................................. 95 4.1
Inleiding ....................................................................................................................................... 95
4.2
Aardkunde en prehistorische landschapselementen ...................................................................... 97
4.3
Infrastructuur ................................................................................................................................ 98
4.4
Waterstaat .................................................................................................................................. 100
4.5
Verkaveling ................................................................................................................................ 103
4.6
Opgaand groen .......................................................................................................................... 103
4.7
Aarden wallen ............................................................................................................................ 108
4.8
Industrie, nijverheid en delfstoffenwinning ................................................................................... 109
4.9
Religie ....................................................................................................................................... 109
4.10 Bestuur en landinrichting ............................................................................................................ 110 4.11 Oorlog en defensie ...................................................................................................................... 111 4.12 Recreatie en toerisme ................................................................................................................. 112 4.13 Historische nederzettingslocaties (1832) en overige landschapsstructuren in relatie tot erven ...... 112 4.14 Historische erfinrichting .............................................................................................................. 113
5 Immaterieel erfgoed 5.1
................................................................................................................ 119
Toponiemen ............................................................................................................................... 119
7
RAAP-RAPPORT 2948 Erfgoed tussen Zuiderzee en Veluwe Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Putten
6 Historische bouwkunst en stedenbouw ........................................................................... 121 6.1
Stedenbouwkundige en ruimtelijke ontwikkeling van Putten ......................................................... 121
6.2
Inventarisatie historische bouwkunde en stedenbouw .................................................................. 130
6.3
Waardering historische bouwkunde en stedenbouw ..................................................................... 132
Literatuur ............................................................................................................................................ 139 Overzicht van kaartbijlagen ........................................................................................................ 142
8
RAAP-RAPPORT 2948 Erfgoed tussen Zuiderzee en Veluwe Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Putten
1 Kader “… Wat ons tot eenig oponthoud te Putten noopt, is de wensch, om de Kelnerij en het huis Schoonderbeek aldaar niet onbezocht te laten en de ‘Sprengen’ in de nabijheid te zien. Als wij aan ’t station zijn, zijn wij nog geenszins in het dorp. Een klein halfuur is er nog wel meê gemoeid. De Aveg is niet onaardig. Eikenboschjes met hooge, begroeide kanten, bouwakkers tusschen het hout, boerenwoningen, van boomen omringd, een schilderachtige schaapskooi onder het lommer van eerwaardige eiken, nu en dan een kijkje op den toren, een en ander vormt te zamen een rustig, vriendelijk landschap, dat wel niet door zijn verhevenheid in verrukking brengt, maar toch opwekt en aangenaam stemt. Het dorp zelf is stil en eenvoudig, gelijk zich verwachten laat van de woonplaats eener bevolking, die grootendeels van de bebouwing van den niet al te vruchtbaren bodem leeft. Weelde zien wij er niet. Rijke buitenverblijven, sierlijke villa’s heeft Putten niet aan te wijzen. De aanzienlijke landgoederen, tot de gemeente behoorende, liggen op vrij grooten afstand en het eenige groote heerenhuis in het dorp schijnt onbewoond en eenigszins in verval te zijn. Maar wij vinden er ook niet de bewijzen van algemeene armoede. ’t Komt ons voor, dat de ingezetenen over ’t algemeen een bescheiden deel genieten.
Geschoren linden, waaronder er zijn van niet geringen omvang, met vreemde, plat gegroeide stammen, beschaduwen menigen gevel en dat de Puttenaren liefhebbers van bloemen zijn, wordt ons bij onze omwandeling door hun straten openbaar. Eigenaardig zijn de sleden, waarop met water gevulde tobben staan. ’t Is een gepaste voorzorg. Kwam er brand, dan was het gansche dorp in gevaar. Water is er schaarsch, in den zomer althans, en slaat eens de vlam uit, wie zal dan hare verwoestingen berekenen, waar zij in de rieten daken, de houten schuren, de hooibergen en korenmijten, overal voedsel vindt! In deze dorpen is ‘de put’ de voorwaarde van levensbehoud en veiligheid. Haar te graven is het eerste werk dergenen, die in de hooge heistreken, of op de eilanden aan zee, een vaste en althans eenigszins dragelijke woonplaats willen vestigen. Zij gaf den naam aan meer dan één dorp, meer dan ééne heerlijkheid in den lande. Naar haar is ook Putten genoemd, dat voor ’t eerst in eene oorkonde van 855 als Puthem - het heem van de put - voorkomt. …”
De gemeente Putten kent een rijke traditie waar het gaat om aandacht voor erfgoed, landschap en recreatie. We zien het al in bovenstaand citaat van de doopsgezinde predikant Jacobus Craandijk, die in 1879 bewust in Putten uit de trein stapte om van daaruit wandelend richting Het Loo
9
RAAP-RAPPORT 2948 Erfgoed tussen Zuiderzee en Veluwe Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Putten
te gaan. 1 Cultuurhistorie staat in de gemeente Putten volop in de belangstelling. Het Puttens Historisch Genootschap en talrijke individuele onderzoekers dragen al jaren zorg voor uitbreiding van de kennis over het erfgoed in de gemeente. Kenmerkend daarvoor is het opmerkelijk hoge aantal publicaties en internetsites over historische boerderijen en agrarische cultuurlandschappen in Putten. 2 De maatschappelijke aandacht voor de ruimtelijke aspecten van erfgoed is sterk toegenomen, hetgeen geresulteerd heeft in nieuwe wetgeving. Sinds 1 januari 2012 is het verplicht om cultuurhistorische waarden naast archeologie (al bij wet geregeld in 2007; enige jaren daarna kreeg Putten een archeologische kaart) en gebouwd erfgoed (bij wet geregeld in 1962) te borgen, in dit geval mee te wegen bij het opstellen van bestemmingsplannen. Om die afweging te kunnen maken, is een goed overzicht nodig van wat men aan erfgoed bezit. Al naar gelang wat er reeds ligt, ontstaat dat overzicht door bundeling van bestaande kennis en systematische inwinning van nieuwe (ruimtelijke) kennis. Die tweeledige benadering ligt ten grondslag aan de nieuwe cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Putten.
Gemeente Putten De gemeente Putten is een plattelandsgemeente in Gelderland op de overgang van de Gelderse Vallei naar de kust van de vroegere Zuiderzee, de huidige randmeren (figuur 1.1). De gemeente heeft een omvang van 87,45 km², ofwel 8.745 hectare. Op 1 mei 2014 telde de gemeente 24.148 inwoners. In de gemeente bevinden zich het kerkdorp Putten en de kleinere plaatsen of buurtschappen Arkemheen, Bijsteren, Dasselaar, Diermen, Gerven, Halvinkhuizen, Hell, Hoef, Huinen, Huinerbroek, Huinerwal, Koudhoorn, Krachtighuizen, Norden, Nulde, Spriel, Steenenkamer en Veenhuizerveld. Met circa 21.700 inwoners is Putten qua inwoneraantal veruit de grootste kern; hier bevindt zich ook het gemeentehuis. De gemeente Putten grenst in het zuiden aan de gemeente Nijkerk, in het zuidoosten en oosten aan de gemeente Barneveld, in het noorden aan de gemeente Ermelo en in het westen aan de gemeente Zeewolde. Het Nuldernauw, het randmeer tussen Zeewolde en Putten, hoort gedeeltelijk tot de ene en gedeeltelijk tot de andere gemeente. Met uitzondering van een grenscorrectie met Nijkerk kent de gemeente nog dezelfde grenzen als in 1832, met dien verstande dat de grens op het Nuldernauw in 1942 is vastgesteld. 3
1
Craandijk, 1879, p. 287-288. Heel boeiend is de argumentatie voor deze voettocht, die we hier dan ook integraal willen afdrukken: “Is ‘t een ondankbaar versmaden van de zegeningen onzer nieuwe beschaving, wanneer wij den trein, die ons in weinig tijds derwaarts voeren zou, zonder ons, uit Amersfoort laten wegsnellen? Vergissen wij ons in de rigting en hebben wij ons slachtoffers gemaakt van eene noodlottige dwaling, toen wij in een’ der onhebbelijke wagens der Centraalspoor stegen? Hebben wij onze dwaling bemerkt, als wij ons haasten, te Putten uit te stappen? In geenen deele. Door bosschen willen wij onzen weg nemen. Over uitgestrekte heidevelden willen wij ons pad zoeken. Wat onze vaderen gedwongen deden, omdat zij niet anders konden, dat willen wij vrijwillig doen, omdat wij genieten willen in vrijheid, in de plegtige eenzaamheid van het woeste landschap, in de frissche, zuivere lucht, die over de bruine heuvelen der Veluwe waait, in het geurend lommer der eeuwenheugende wouden, - omdat wij een landstreek vol poëzij, vol herinneringen, willen doorkruisen, - omdat wij de Veluwe willen leeren kennen in haren ouden toestand en ons verplaatst willen zien in eeuwen, die lang achter ons liggen, - omdat wij van ons uitstapje naar Apeldoorn zooveel mogelijk genot willen hebben. Daarom sporen wij tot Putten en voorts gaan wij wandelen.
Wie ‘t met ons doen wil, moet een open oog en een open hart hebben voor de natuur. Anders vindt hij ‘t vervelend. Van vermoeijenis moet hij niet weten, want eens op weg, moet hij voort. Aan tafelweelde moet hij niet verslaafd zijn, want op iets, wat naar een’ maaltijd gelijkt, heeft hij maar zeer weinig kans. Overigens dient hij zich goed te doordringen van de gedachte, dat een Veluwsch uur gansch iets anders is, dan een gewoon uur, vooral, wanneer hij niet als een postbode zonder omzien voort wil jagen. Iedere gelegenheid, om zich omtrent de rigting te vergewissen, moet hij aangrijpen, want als hij Putten door is, heeft hij huis noch hut, mensch noch kind te verwachten, om den weg te vragen. Wie nu op deze dingen zich heeft voorbereid, die aanvaarde goedsmoeds den togt.”
2 3
We wijzen onder meer op het werk van Frank van Doorn, Peter Bijvank en Paul op den Brouw. Stichting Werkgroep Kadastrale Atlas Gelderland, 1993.
10
RAAP-RAPPORT 2948 Erfgoed tussen Zuiderzee en Veluwe Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Putten
480000
Strand-Horst Strand-Horst
172000
168000
480000
164000
Horst Horst Ermelo Ermelo
Telg Telg
8 8
476000
476000
Nuldernauw Nuldernauw
Strand-Nulde Strand-Nulde
Hoef Hoef
Bijsteren Bijsteren
Putten Putten
Huinerbroek Huinerbroek
472000
472000
Halvinkhuizen Halvinkhuizen Krachtighuizen Krachtighuizen Koudhoorn Koudhoorn
Nijkerk Nijkerk Veenhuizerveld Veenhuizerveld
468000
Driedorp Driedorp
Kruishaar Kruishaar
468000
Slichtenhorst Slichtenhorst
Prinsenkamp Prinsenkamp
erkerveen erkerveen rkerveen
Voorthuizen Voorthuizen TE1/pucu_fig1_1 164000 Zwartebroek Zwartebroek Figuur 1.1. Ligging van de gemeente Putten.
168000
S S 172000
De gemeente Putten kent een goede ontsluiting. Het gemeentelijk grondgebied wordt geheel in het westen doorsneden door de A28, waardoor het agrarisch cultuurlandschap van de randmeerkust wordt gescheiden. Daarnaast loopt de oude Zuiderzeestraatweg (N798) door de gemeente. Deze weg verbindt de dorpen langs de Zuiderzeekust. De N303 is de route richting Voorthuizen. Ten noorden van het dorp Putten komen beide N-wegen bij elkaar en gaan als N303 verder richting Ermelo. Putten kent daarnaast een station aan de zogenaamde Centraalspoorweg, gelegen aan de Stationsstraat.
Team De samenstelling van de cultuurhistorische waardenkaart werd uitgevoerd door een team van RAAP, Overland en het Monumenten Advies Bureau (MAB). De kartering en beschrijving van het historisch cultuurlandschap werd uitgevoerd door Jan Neefjes (Overland). Samen met Arjan Roos bracht hij ook het historisch opgaand groen in kaart. CeesJan Frank (MAB) inventariseerde en
11
RAAP-RAPPORT 2948 Erfgoed tussen Zuiderzee en Veluwe Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Putten
waardeerde de historische bouwkunst en stedenbouw. Steven van der Veen (RAAP) nam de kartering en rapportage van een groot deel van de landschapselementen voor zijn rekening. Janne van Boldrik (RAAP) verwerkte een aantal inventarisaties van de veld- en boerderijnamen in het GIS. Christian Brouns (RAAP) analyse de historische nederzettingslocaties ten aanzien van hun huidige toestand. Thomas Engels (RAAP) zorgde voor de opmaak van de kaarten en de verwerking van de GIS-data. Felix ter Schegget (RAAP) verzorgde de opmaak van het rapport. Luuk Keunen (RAAP) fungeerde als projectleider, verzorgde de communicatie, integreerde alle aangeleverde deelinventarisaties en nam de samenstelling van het rapport voor zijn rekening.
Dankwoord De samenstelling van de cultuurhistorische waardenkaart was niet mogelijk geweest zonder de kritische en opbouwende reacties van de projectgroep vanuit de ambtelijke organisatie, te weten Jan Doornbos en Maarten Wispelweij (regioarcheoloog Noordwest-Veluwe). De klankbordgroep, bestaande uit leden van het Puttens Historisch Genootschap en zelfstandige onderzoekers, leverde een zeer waardevolle bijdrage aan dit eindresultaat. Daarvoor willen we iedereen van harte bedanken.
Leeswijzer In hoofdstuk 2 worden de methodiek en de bronnen uiteengezet. In hoofdstuk 3 volgt een toelichting op de landschapstypen en in hoofdstuk 4 op de landschapselementen. Vervolgens gaan we in hoofdstuk 5 in op het immaterieel erfgoed en in hoofdstuk 6 op de historische bouwkunst en stedenbouw. De kaartbijlagen 1 en 2 geven een beeld van de historische kenmerken van landschap en bouwkunst, terwijl de kaartbijlagen 3 en 4 de waardering en herkenbaarheid laten zien. Dit rapport biedt in de eerste plaats een methodische en inhoudelijke toelichting op de gebieden, structuren en objecten die op de kaarten staan afgebeeld. Er is geen chronologische ontwikkelingsgeschiedenis van het Puttense landschap in dit rapport opgenomen. Deze geschiedenis is gedeeltelijk verwerkt in de toelichting op de landschapstypen. Verder verwijzen we voor een landschaps- en nederzettingsgeschiedenis naar de toelichting op de archeologische waarden- en verwachtingskaart (RAAP-rapport 2462). 4
Gebruik De cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Putten bevat een zeer grote hoeveelheid informatie en is in de eerste plaats een GIS-product, dat straks via de gemeentelijke GIS-viewer gebruikt kan worden. Van de daarvan afgeleide analoge kaarten is om praktische redenen niet alle informatie te lezen. Dat heeft bijvoorbeeld te maken met meerdere puntsymbolen op één locatie die elkaar afdekken, veld- en boerderijnamen die elkaar zouden overlappen als ze allemaal zichtbaar zouden zijn, meerdere eigenschappen van één object (opgenomen in het GIS) die niet allemaal in het symbool tot uiting kunnen komen en de gekozen afbeeldingsschaal van 10:000. Wij raden derhalve aan telkens naast (of in plaats van) de analoge kaarten ook het GIS en de toelichtende rapportage te raadplegen om na te gaan welke informatie over een specifieke locatie voorhanden is.
4
Goossens, 2012.
12
RAAP-RAPPORT 2948 Erfgoed tussen Zuiderzee en Veluwe Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Putten
2 Methoden en bronnen
2.1 Landschapstypen 2.1.1 Historisch cultuurlandschap: ‘Histland Putten’ De landschapstypen op kaartbijlage 1, en in het GIS dat erachter ligt, noemen we Histland-Putten. Histland deelt landschappen in naar hun ontginnings- en bewoningsgeschiedenis, voor zover herkenbaar in het huidige landschap. Twee aspecten zijn daarbij van belang. Het eerste aspect is de wijze van ontginning (kampontginning, broekontginning, etc.). De lijnen en structuren (wegen, wateren, verkavelingspatronen) die bij deze ontginning in het landschap zijn aangelegd, vormen de basis van de ontwikkeling van het landschap. Ze zijn vaak nu nog herkenbaar. Het tweede aspect is de latere gebruiksgeschiedenis en ontwikkeling van het landschap (verdroging, vernatting, intensivering, etc.). Ook deze ontwikkeling heeft zijn sporen in het landschap nagelaten. Op de oudste topografische kaarten is het resultaat van deze landschapsvormende processen te zien. Dat zijn de kaarten van De Man (omstreeks 1812), de topografisch-militaire kaarten (omstreeks 1850) en de zogenaamde bonneblaadjes (vanaf circa 1870 tot 1940). Het landschap zoals af te lezen op deze (veelal) 19e-eeuwse kaarten wordt vaak beschouwd als de referentie voor het historische landschap. Deze referentie moeten we echter niet te absoluut zien.
In de 19e eeuw was er in het Puttense landschap volop dynamiek gaande en ook na deze periode ontstonden er landschappen die we als historisch kunnen beschouwen. Het jaar 1850 wordt beschouwd als de omslag van landschappen die we ‘oud’ noemen (kampontginningen, broekontginningen, oude bossen) naar landschappen die we als ‘jong’ beschouwen (jonge ontginningen, jonge bossen). Samenvattend geven de landschapstypen op kaartbijlage 1 en de bijbehorende toelichting informati e over: - de ontginningsgeschiedenis; - de latere bewonings- en gebruiksgeschiedenis; - het landschapsbeeld in de periode 1850-1930; - recente veranderingen en de historische kenmerken van het landschap nu.
2.1.2 Inventarisatie van (historische) landschapstypen In totaal zijn circa 500 deelgebieden ingedeeld naar historische landschapstypen. De landschappen zijn in eerste instantie gekarakteriseerd naar hun voorkomen halverwege de 19e eeuw, waarbij gebruik is gemaakt van bovengenoemde kaarten. Om de historisch-geografische kenmerken van het huidige landschap te karakteriseren is tevens gebruik gemaakt van Bing Maps, luchtfoto’s, Google Earth, Google Streetview en (beperkt) veldwerk. Uiteindelijk leverde deze methodiek een inventarisatie op van de landschapstypen in de gemeente Putten (weergegeven op kaartbijlage 1). Omstreeks 1850 bestond in Putten een grote variatie aan historische landschappen die na een gebruiksgeschiedenis van meer dan duizend jaar tot stand waren gekomen. Het landschap was het
13
RAAP-RAPPORT 2948 Erfgoed tussen Zuiderzee en Veluwe Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Putten
resultaat van voornamelijk agrarisch gebruik, van bosbouw, van waterbeheer en van landgoedaanleg, dat van gebied tot gebied verschilde. Dat leverde vele regionale variaties op. Om het historische landgebruik in te schatten, is gebruik gemaakt van bodemkaarten en oude grondwatertrappenkaarten. De bodem en hydrologie waren niet alleen bepalend voor de gebruiksmogelijkheden van de Puttense boeren, maar waren deels ook weer het resultaat van hun wijze van ontginning, ontwatering en landbouw. Om de oudere landschapsgeschiedenis te reconstrueren is gebruikgemaakt van geomorfologische kaarten, hoogtebeelden, literatuur, en historisch-geografische interpretatie van verkaveling- en wegenstructuren. Ook in de 20e eeuw kregen de Puttense landschappen karakteristieken die we nu tot de historische kenmerken rekenen. Vandaar dat we voor deze periode gebruik hebben gemaakt van jongere topografische kaartseries, de zogenaamde bonneblaadjes (tot 1940), naoorlogse topografische kaarten, luchtfoto’s en het meest recente top10-vector bestand. Ontwikkelingen als verbeterde ontwatering, verbeterde ontsluiting, bevolkingsgroei, infrastructuur, etc. maakten het in de loop van de 20e eeuw mogelijk het landschap steeds meer naar de hand van de gebruiker te zetten.
Processen als schaalvergroting, bebouwing van lage gebieden, intensivering van de landbouw en verwijderen van houtsingels en sloten hadden vaak een nivellerend effect op de landschappelijke verscheidenheid. Dergelijke processen worden meestal beschouwd als een aantasting van het historische landschap. Deze aspecten komen tot uiting in de waardering van historische cultuurlandschappen (op kaartbijlage 3; zie § 2.1.4).
2.1.3 Prestedelijk landschap De sfeer en de eigenheid van wijken en straten hangt, naast de stedenbouwkundige opzet en de aanwezige wijken, ook af van het landschap zoals dat bestond voordat het gebied bebouwd was. Van het dorp Putten is daarom het zogenaamde ‘prestedelijk landschap’ in kaart gebracht (eveneens aangegeven op kaartbijlage 1). De bebouwde kom is ingedeeld naar de landschappen die aanwezig waren voordat de verstedelijking toesloeg, ofwel voordat de bebouwing zich vanuit de oude kern over het omliggende landelijk gebied verspreidde. Delen van het dorp Putten zijn getypeerd naar het vroegere landschapstype dat er lag en naar de mate waarin dat landschap herkenbaar is.
2.1.4 Waardering historisch landschap en herkenbaarheid prestedelijk landschap Na de inventarisatie is voor de 500 deelgebiedjes van het buitengebied van de gemeente Putten een waardering (historisch-geografische waarde) vastgesteld. De gebieden zijn gewaardeerd volgens een 1-5 schaal. Deze waardering is op kaartbijlage 3 weergegeven. Zie § 3.5 voor een toelichting op de waarden. Voor de bebouwde kom is de herkenbaarheid van het prestedelijke landschap bepaald. Evenals de waardering van de landschapstypen is de herkenbaarheid van het prestedelijk landschap weergegeven op kaartbijlage 3. Zie verder § 3.6 voor een toelichting
14
RAAP-RAPPORT 2948 Erfgoed tussen Zuiderzee en Veluwe Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Putten
2.2 Landschapselementen In thematische databases en naar categorie onderverdeeld op kaartbijlage 1 is een groot aantal landschapselementen opgenomen. Voor elk landschapselement is in de achterliggende database de specifieke bron opgenomen. Hieronder benoemen we een en ander op hoofdlijnen.
2.2.1 Aardkunde en prehistorische landschapselementen Op basis van archeologische datasets, zoals ARCHIS en de AMK, hebben we bekende grafheuvels in kaart gebracht. In aanvulling daarop is een analyse van het AHN2 (Actueel Hoogtebestand Nederland) uitgevoerd met als doel potentiële nieuwe grafheuvels te identificeren en in het terrein zichtbare relicten van de permafrost uit de laatste ijstijd op te sporen.
2.2.2 Infrastructuur De historische wegen, paden, brinken/pleinen, spoorlijnen en objecten die daaraan gerelateerd zijn/waren, zijn geïnventariseerd aan de hand van het kadastraal minuutplan uit 1832, de Chromotopografische Kaart des Rijks uit de jaren 1900 en 1930 en literatuur en documentatie van verschillende aard. In globale tijdsperioden is aangegeven wanneer deze lijnelementen zijn aangelegd, rechtgetrokken of verdwenen. Op basis van historisch kaartmateriaal en studies van het Gelders Genootschap en de Provincie Gelderland hebben we een nadere duiding aan oude doorgaande routes gegeven. 5 Een eerdere inventarisatie van kerkepaden is hierin geïntegreerd. 6 De op kaartbijlage 1 opgenomen infrastructuur is zo compleet als van historisch kaartmateriaal te herleiden was. Dat betekent dat het mogelijk is dat bijvoorbeeld padenstelsels binnen buitenplaatsen niet of niet volledig gekarteerd zijn. Op dit schaalniveau kunnen aanvullingen wenselijk zijn. Wegen die pas na 1832 zijn ontstaan en/of aangelegd en inmiddels weer zijn verdwenen, zijn niet gekarteerd. Daarom ontbreekt bijvoorbeeld de legendacategorie ‘weg, 1832-1900, nu verdwenen’, terwijl dergelijke wegen wel bestaan hebben. Dat heeft te maken met methodische oorzaken.
Kaartmateriaal van na 1832 (zoals de bonneblaadjes) heeft een dermate grote afwijking dat de ligging op basis van dit kaartmateriaal alleen onmogelijk heel precies aan te geven is. Veel preciezer gegeorefereerd kaartmateriaal, zoals het kadastraal minuutplan uit 1832 of de huidige topografische kaart, laat deze wegen immers niet zien. 7 Er is daarom in zijn geheel van afgezien, zoals dat ook voor andere gemeentelijke kaarten in de Gelderse Vallei achterwege is gebleven. Een exacte kartering van deze generatie wegen en paden zou om een meer tijdsintensieve cartografische tussenstap vragen, bijvoorbeeld via tussentijds kadastraal kaartmateriaal.
2.2.3 Waterstaat Aan de hand van het kadastraal minuutplan uit 1832 en de Chromotopografische Kaart des Rijks uit ongeveer 1900 zijn de locaties geïnventariseerd waar destijds bruggen, sluizen, vonders,
5 6 7
Wabeke, 2011. Inventarisatie door RAAP in opdracht van Landschapsbeheer Gelderland; intern document. Er kunnen afwijkingen tot wel 40 meter ontstaan, hetgeen onwenselijk is op deze kaartschaal.
15
RAAP-RAPPORT 2948 Erfgoed tussen Zuiderzee en Veluwe Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Putten
sprengkoppen, watergangen en dijken hebben gelegen. Ook de historische kustlijn is aangeduid. Voor lijnelementen is aangegeven of deze nog bestaan of inmiddels verdwenen zijn.
2.2.4 Verkaveling Bewaard gebleven kavelgrenzen zeggen iets over de gaafheid van het landschap ten opzichte van de referentieperiode. Meer dan wegen en waterlopen is de verkaveling immers onderhevig aan landbouwkundige vernieuwingen, zoals schaalvergroting. Kavelgrenzen zijn ingetekend op basis van een vergelijking tussen de kadastrale minuutplans uit 1832, de enige gemeentedekkende volledige kaart van de verkaveling vóór 1850 en een recente luchtfoto. Alleen de kavelgrenzen tussen percelen zijn aangegeven; wanneer een historische weg of waterloop (bestaand of verdwenen) op kaartbijlage 1 staat, is op basis daarvan al duidelijk dat daar in het verleden ook een kavelgrens lag.
2.2.5 Opgaand groen Van alle structuren met opgaand groen (bosjes, lanen, bomenrijen, singels, houtwallen) die volgens de topografische kaart in het buitengebied aanwezig zijn (in Putten circa 2.500 stuks), is beoordeeld of ze als historisch gekenmerkt kunnen worden. Deze elementen kunnen zowel lijnvormig (lanen, bomenrijen) als vlakvormig (bosjes, boomgroepen) zijn. Losse bomen zijn niet in kaart gebracht. ‘Historisch’ betekent niet dat de bomen oud zijn, wel dat de structuur een zekere ouderdom heeft of past in het historische landschap. Groen binnen de bebouwde kom, in bos- en heidegebieden en in buitenplaatsen is het groen niet systematisch geïnventariseerd. Deze structuren zijn zonder uitgebreid veldwerk moeilijk van hun omgeving te onderscheiden zijn. De wijze waarop de groenstructuren zijn ingedeeld, is te lezen in § 4.6.
2.2.6 Aarden wallen Aarden wallen zijn in meerdere stappen in kaart gebracht. De eerste stap vormde een gedetailleerde analyse van het AHN2 op basis waarvan potentiële wallen in kaart konden worden gebracht. Deze zijn vervolgens in verschillende functionele categorieën ondergebracht voor zover dat zonder veldwerk mogelijk was. Op basis van lokale kaart- en veldstudie, met name door Peter Bijvank, kon de database verder worden aangevuld.
2.2.7 Industrie, nijverheid en delfstoffenwinning Om relicten van historische industriële ontwikkeling en delfstoffenwinning in kaart te brengen, was een combinatie van bronnen noodzakelijk. Het betreft historisch kaartmateriaal, databases van bekende historische bebouwing alsmede het AHN2. Die laatste bron was noodzakelijk om historische winningsgaten in kaart te brengen en waar mogelijk te duiden.
2.2.8 Religie Op basis van een vergelijking tussen historisch kaartmateriaal en recente topografische kaarten zijn historische kerkhoven en begraafplaatsen in beeld gebracht. Hierbij zijn de jaren 1950 als
16
RAAP-RAPPORT 2948 Erfgoed tussen Zuiderzee en Veluwe Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Putten
grens aangehouden van wat we nog cultuurhistorisch relevant achten. Kerken maken onderdeel uit van de historische nederzettingslocaties (1832) en de gebouwd-objectdatabases, en zijn daarom niet aanvullend nog eens onder deze categorie in beeld gebracht.
2.2.9 Bestuur en landinrichting Doel van dit onderdeel was het in kaart brengen van RD-punten, die we op basis van de betreffende laag uit de digitale Topografische Kaart hebben kunnen selecteren. Reeds bestaande inventarisaties uit het West-Veluweproject bevatten digitale informatie over buurt- en markegrenzen, die in het kaartbeeld konden worden geïntegreerd.
2.2.10 Oorlog en defensie Relicten van oorlog en defensie zijn voornamelijk in kaart gebracht door het raadplegen van bestaande databases (www.4en5mei.nl, www.tracesofwar.com) en landelijke en lokale literatuur. Daarbij merken we op dat vooral de Tweede Wereldoorlog een rol speelt in Putten en andere periodes van oorlogsvoering en defensief handelen ondervertegenwoordigd zijn in de gemeente.
2.2.11 Recreatie en toerisme Op basis van literatuur- en kaartstudie zijn betekenisvolle plekken in relatie tot recreatie en toerisme in beeld gebracht. Hieronder rekenen we ook ‘sport en spel’ voor de lokale bewoners.
2.2.12 Historische nederzettingslocaties (1832) en overige landschapsstructure n in relatie tot erven Historische nederzettingslocaties die samen de bebouwingsstructuur van een groot deel van het buitengebied weergeven, zijn geïnventariseerd aan de hand van het kadastraal minuutplan uit 1832. 8 Er is daarbij een typologische onderverdeling gemaakt. Ook zijn grachten/vijvers geïnventariseerd die samenhangen met de historische nederzettingslocaties. Hierbij is aangegeven of ze nu nog bestaan of dat ze zijn verdwenen. Pollen zijn geïnventariseerd aan de hand van een bodemkartering 1:10.000. 9 Bepalend voor opname was zichtbaarheid in het terrein, in het reliëf dan wel door (historische) bebouwing.
2.3 Immaterieel erfgoed Het onderdeel ‘immaterieel erfgoed’ is nog maar beperkt uitgewerkt; het bevat nu uitsluitend toponiemen. In de toekomst zou het wenselijk zijn om onder dit thema ook aandacht te besteden aan sagen/legenden, volksfeesten, gebeurtenissen, etc. Om dat raamwerk alvast te creëren hebben we er toch voor gekozen om de overkoepelende aanduiding ‘immaterieel erfgoed’ te gebruiken. De toponiemen zijn ingedeeld in twee categorieën: ‘boerderij- en huisnamen’ en ‘veld- en gebiedsnamen’. De gebiedsnamen duiden op samenhangende ontginningseenheden die ook de aard van het vroegere landschap aanduiden. Dit zijn grotere gebieden die vele hectares omvatten. De veld8
Hierbij kon gebruik worden gemaakt van de bestaande kartering voor de archeologische waarden- en verwachtingskaart (Goossens, 2012), die verder is aangevuld.
9
Leenders e.a., 1990.
17
RAAP-RAPPORT 2948 Erfgoed tussen Zuiderzee en Veluwe Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Putten
namen zijn afkomstig van één enkel of meerdere percelen samen. Met de boerderij- en huisnamen worden de locaties van zowel verdwenen als bestaande boerderijen aangegeven. De gebruikte toponiemen zijn merendeels afkomstig uit twee publicaties van Wim Hagoort (1984 en 2006), aangevuld met kleinere collecties en publicaties. Aan de hand van bekende kadastrale nummers en adressen kon, met behulp van de BAG, topografische kaarten en kadastrale minuutplannen uit 1832, de juiste locatie worden bepaald. In sommige gevallen zijn bekende boerderij- en veldnamen niet vermeld. Het niet kunnen bepalen van de locatie door gebrek aan informatie was hiervoor de voornaamste reden. De inventarisatie is verre van compleet. Met name door de nadruk van de verschillende publicaties op het zuidwestelijk en zuidelijk gedeelte van de gemeente zijn vooral de veldnamen voor andere delen van de gemeente maar heel beperkt in kaart gebracht. Aan de hand van diverse inventarisaties konden de boerderijnamen wel relatief compleet op kaart worden gezet. Daarbij moeten we opmerken dat de kwaliteit van verschillende bronnen onduidelijk was (met name bron 3) en dat er derhalve onvolkomenheden in deze kaartlaag kunnen voorkomen. In onderstaand overzicht noemen we de verschillende bronnen en de wijze waarop hiermee is omgegaan. De nummering verwijst naar de bron in het GIS. Bron 1: dissertatie W.J.
Hagoort (2006): Deze bron is leidend voor de opname van toponiemen uit het kadaster (kadastrale sectie I, blad 1-5). Alle veldnamen, gebiedsnamen en boerderijen binnen het gebied van kadastrale sectie I die met een perceelsnummer waren aangegeven, zijn met behulp van deze bron ingevoerd. Bron 2: scriptie W.J. Hagoort (1984): Deze bron is leidend bij de opname van toponiemen uit het kadaster (kadastrale secties G en H). Deze toponiemen (veldnamen, gebiedsnamen en boerderijnamen) en de bijbehorende perceelsnummers zijn afgelezen uit de kaarten achter in het boek en vervolgens ingevoerd. Bij verschillen tussen bron 1 en bron 2 was bron 1 leidend. Bron 3: boerderijnamenkaart ‘Een historisch zwerftocht door het landschap van Putten’: Door middel van het georefereren van de kaart en op basis van het aangegeven nummer met een bij behorende lijst zijn deze boerderijnamen ingevoerd. De boerderijnamenkaart is vrij grofschalig, dus bij twijfel zijn namen niet overgenomen. Bij verschillen waren de bronnen 1 en 2 leidend. Bron 4: ‘rapport per woning, vernummeringsgeschiedenis’: Twee boerderijen zijn met het huidige adres op Google Maps opgezocht waarna de toponiemen op kaartbijlage 1 geplaatst zijn. Bron 5: Chomotopografische Kaart des Rijks (‘bonneblaadje’), omstreeks 1900: Op basis van gegeorefereerde kaartbladen zijn de toponiemen aan de database toegevoegd.
Bron 6: Puttens Historisch Genootschap: De boerderij Pepersgoed, Rimpelerweg 2, was een schriftelijke mededeling.
18
RAAP-RAPPORT 2948 Erfgoed tussen Zuiderzee en Veluwe Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Putten
Bron 7: Feestbundel D.P. Blok: In de publicatie voor D.P. Blok waarin meerdere auteurs een bijdrage hebben geleverd, onder wie Wim Hagoort, is een kaartje opgenomen met Werdense boerderijen in Putten (pag. 111, afbeelding 2). Deze boerderijen zijn in het onderschrift van namen voorzien. Bron 8: Chomotopografische Kaart des Rijks (‘bonneblaadje’), omstreeks 1930: Op basis van gegeorefereerde kaartbladen zijn de toponiemen aan de database toegevoegd. Bron 9: Topografische Kaart, omstreeks 1950: Op basis van gegeorefereerde kaartbladen zijn de toponiemen aan de database toegevoegd. Bron 10: Database TBL Perceel van gemeente Putten: Het Gemeentearchief Putten beschikt over een database met onder meer boerderijnamen en adressen. Deze zijn overgenomen in de database. In deze database stonden alle woningen met naam, bouwjaar, verbouwingen, namen, adres, bewoners (als deze informatie bekend was). Hiervan is alleen de boerderij- of woningnaam overgenomen. Panden met bouwjaren na 1951 zijn niet overgenomen. Aan de hand van de adressen konden de namen op kaartbijlage 1 worden opgenomen. Bron 11: artikelen van Peter Bijvank: Uit een reeks artikelen van Peter Bijvank (gepubliceerd op zijn website, tot en met december 2014) werden nog ontbrekende veld- en boerderijnamen in de database overgenomen. Het betreft onder meer de locaties van Middel Gerven en de Bleickstroet.
Bron 12: Jaarboek PHG 1992: In het jaarboek uit 1992 van het Puttens Historisch Genootschap is een inventarisatie van boerderijen opgenomen. De lijst met boerderijnamen en adressen begint op pagina 55. Ze staan geordend op alfabetische volgorde van het adres. Bij het merendeel van de boerderijen stond er een boerderijnaam achter. Boerderijen zonder naam zijn (uiteraard) niet overgenomen. Bron 13: archeologische waarden- en verwachtingskaart: De Kelnarij met zijn locatie is overgenomen uit de archeologische waarden- en verwachtingskaart.
2.4 Historische bouwkunst en stedenbouw 2.4.1 Inventarisatie Bij de inventarisatie van de historische bouwkunst en stedenbouw, weergegeven op kaartbijlage 2, hebben we op hoofdlijnen de volgende uitgangspunten gehanteerd: - De inventarisatie richt zich op buitenkant van panden (dus niet interieurs). - De tijdsgrens van de inventarisatie ligt in principe bij 1970. - Het kwaliteitsniveau van de inventarisaties is hoog, op gemeentelijk monumentniveau. - Rijksmonumenten en de gemeentelijke monumenten worden als zodanig herkenbaar op de kaart (kaartbijlage 2) aangegeven.
19
RAAP-RAPPORT 2948 Erfgoed tussen Zuiderzee en Veluwe Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Putten
Definitie Onder de historisch-bouwkundige waarden en stedenbouw wordt het beschermde en onbeschermde ‘bovengrondse’ gebouwde erfgoed verstaan: gebouwen (objecten, complexen en ensembles), steden bouwkundige structuren, maar ook historisch straatmeubilair, grenspalen, herinneringsmonumenten, monumentale kunst in de openbare ruimte (dat wil zeggen: wandkunst, nagelvast verbonden met architectuur), etc. Tevens vallen beschermde dorpsgezichten, voor zover aanwezig, onder dit begrip, evenals andere bijzondere gezichten/ensembles, historische buitenplaatsen en gebieden. Voor het onderdeel (historisch-)bouwkundige waarden zijn zowel beschermde als onbeschermde objecten en ensembles geïnventariseerd, gewaardeerd en geselecteerd ten behoeve van de inventarisatiekaart (kaartbijlage 2). De onderlinge samenhang, de ruimtelijke context en de historische gebiedskarakteristiek, speerpunten in het ruimtelijk erfgoedbeleid, kunnen zo optimaal worden vergeleken en gewogen. Ook alle rijksmonumenten en de gemeentelijke monumenten zijn in de inventarisatie opgenomen en gewaardeerd.
Inventarisatieperiode In de inventarisatie is in principe de tijdsperiode tot circa 1965-1970 onderzocht, tot en met de wederopbouwperiode. Incidenteel kunnen jongere objecten in de inventarisatie zijn opgenomen, bijvoorbeeld wanneer de planvorming en het ontwerp van voor 1970 zijn of wanneer het betreffende item onlosmakelijk deel uitmaakt van een ouder ensemble. Met de toevoeging van de wederopbouwperiode is dus een verdiepingsslag gemaakt ten opzichte van de rijks- en gemeentelijke monumentenlijst.
Bureauonderzoek en veldwerk De inventarisatie is opgesplitst in een bureauonderzoeksfase en een veldwerkfase. In de bureauonderzoeksfase is kennis genomen van alle bestaande inventarisatielijsten, de redengevende beschrijvingen van de rijksmonumenten en de gemeentelijke monumenten en de lijst met karakteristieke bebouwing, opgenomen in het rapport Stedebouwkundige randvoorwaarden voor de bebouwde kom van Putten (door Gemeente Putten/Ontwerpbureau TKA). Tevens is relevante literatuur bestudeerd (zie literatuurlijst), alsmede via internet beschikbare inventarisaties van bijvoorbeeld oorlogsmonumenten, molens, industrieel erfgoed en de database van het Nieuwe Instituut (BONAS-archiwijzer). Ook de historische kring heeft relevante suggesties voor aanvulling van de inventarisatielijst gedaan. Het veldwerk is in twee fasen uitgevoerd: een integrale veldinventarisatie van de bebouwde kom van Putten is uitgevoerd op 13 november 2014. Het buitengebied is in eerste instantie via luchtfoto’s en Google Maps (Streetview) geïnventariseerd. Geïsoleerd gelegen objecten en via Streetview niet te beoordelen items zijn daarna in één veldwerkdag (21 januari 2015) bezocht en beoordeeld. De objecten en ensembles zijn vanaf de openbare weg geïnventariseerd.
Een groot deel van de geïnventariseerde objecten en ensembles (in het bijzonder in de bebouwde kom) is, voor zover goed zichtbaar vanaf de openbare weg, tevens gefotografeerd. Er is niet alleen gekeken naar de individuele objecten en complexen, maar ook naar de ensembles, met name die binnen de samen-
20
RAAP-RAPPORT 2948 Erfgoed tussen Zuiderzee en Veluwe Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Putten
hangende historische structuren (de historische kern van Putten, buurtschappen). Ook reeds beschermde monumenten zijn opnieuw bekeken. De inventarisatie biedt immers een goede gelegenheid om de huidige staat van overlevering te beoordelen en eventueel niet-beschermde erfbebouwing alsnog onder de aandacht te brengen. De terreinen van de verschillende landgoederen zijn niet opnieuw bezocht. Voor deze terreinen is voldoende informatie beschikbaar via de redengevende beschrijvingen van rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten.
Wanneer opgenomen in de inventarisatie? De geïnventariseerde objecten en complexen hebben gemeen dat ze alle in meer of mindere mate een positieve bijdrage leveren aan de cultuurhistorische gebiedskarakteristiek. Ze zijn in eerste instantie geselecteerd aan de hand van algemeen gangbare architectuurhistorische, cultuurhistorische en historisch-ruimtelijke (ensemble)waarderingscriteria, zoals herkenbaarheid (ten aanzien van de oorspronkelijke functie), een redelijke mate van gaafheid, authenticiteit en/of zeldzaamheidswaarde, zichtbaarheid (beeldbepalend) en ensemblewaarde. De uit deze eerste schifting geselecteerde objecten zijn uiteindelijk ten behoeve van de cultuurhistorische waardenkaart opnieuw gewaardeerd (zie § 2.4.3).
2.4.2 De database legenda Database met variabelen De via bovenstaande methodiek geïnventariseerde en geselecteerde historische bouwkunst is samengebracht in een uitgebreide database met een aantal variabelen. Deze database is gekoppeld aan het cultuurhistorisch GIS. De variabelen zijn: - Bag-nummer; - categorie; - subcategorie; - objecttype; - subtype; - adres; - huisnummer; - kern; - naam; - oorspronkelijke functie; - huidige functie; - exacte datering; - periode datering; - ontwerper; - bouwstijl; - status bescherming; - bouwhistorische verwachting.
Bouwkundige eenheden In principe is ieder gebouwd object (bouwkundige eenheid met een zelfstandig adres) apart in de database en op kaartbijlage 2 opgenomen. Dit geldt ook voor de vrijstaande bijgebouwen. Hierbi j
21
RAAP-RAPPORT 2948 Erfgoed tussen Zuiderzee en Veluwe Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Putten
is zoveel mogelijk uitgegaan van de wijze waarop de bijgebouwen in de GBKN zijn gekarteerd en van een eigen bag-nummer zijn voorzien. Soms zijn oorspronkelijke bouwkundige eenheden naderhand gesplitst en zijn de onderdelen van eigen huisnummers en bagnummers voorzien. Deze onderdelen zijn in dat geval afzonderlijk in de database opgenomen. Ook onderdelen van dubbele of meervoudige woningblokken zijn als afzonderlijke objecten (dus per huisnummer) in de database opgenomen. Ook hier is de bag-informatie leidend. Indien relevant zijn ook losse onderdelen in tuinen en op erven in de inventarisatie meegenomen en in database en kaart afzonderlijk vermeld (bijvoorbeeld toegangshekken, baarhuizen op begraafplaatsen, bakhuizen). Historische begraafplaatsen zijn als vlak opgenomen.
Categorieën In de inventarisatie wordt een aantal bouwcategorieën onderscheiden (zie het onderstaande lijstje). Binnen de bouwcategorieën bestaan verschillende bouwtypen, als verfijning van de hoofdcategorie. Deze ‘bouwtypen’ zijn in een aparte kolom van de bijbehorende database vermeld. In de categorie ‘agrarisch’ wordt bijvoorbeeld onderscheid gemaakt in de bouwtypen ‘boerderij’, ‘schuur’, ‘hooiberg’, ‘bakhuis’. Daarnaast is een verdere verfijning van de typologie mogelijk. De verschillende categorieën zijn in de aan kaartbijlage 2 gekoppelde database vermeld. De categorieën zijn: - agrarisch; - bestuur en rechtspraak; - gedenken (waaronder funerair erfgoed); - gezondheidszorg; - handel; - industrie en bedrijvigheid; - infrastructuur en waterstaat; - kasteel, buitenplaats; - objecten; - onderwijs; - religie; - sport, spel en recreatie; - tuin, park en plantsoen; - wooncultuur.
Datering De informatie over de exacte en geperiodiseerde datering is afkomstig uit verschillende bronnen: redengevende beschrijvingen van rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten, inventarisatielijsten, lokale literatuur, opschriften op gevels, uiterlijke kenmerken en de bag-informatie.
Overige informatieve variabelen in de database De overige informatie in de database (naam, functies, ontwerpers, etc.) is verzameld aan de hand van beschikbare informatie in eerdere inventarisatielijsten, redengevende beschrijvingen, (lokale) literatuur en via de input van de historische kring.
22
RAAP-RAPPORT 2948 Erfgoed tussen Zuiderzee en Veluwe Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Putten
Ensembles Er is niet alleen gekeken naar de individuele objecten en complexen, maar ook naar de ensembles, met name die binnen de samenhangende historische structuren (de historische kern van Putten, de uitbreidingswijken van voor en na de Tweede Wereldoorlog, de landgoederen en boerderijenensembles in het buitengebied). Ook reeds beschermde monumenten zijn opnieuw bekeken. De inventarisatie biedt immers een goede gelegenheid om de huidige staat van overlevering te beoordelen en eventueel niet beschermde erfbebouwing alsnog onder de aandacht te brengen. De selectie van de ‘nieuwe’ objecten en ensembles heeft plaats gevonden op basis van de ruimtelijke en cultuurhistorische selectiecriteria: stedenbouwkundige/landschappelijke en ensemblewaarden, lokaalhistorische waarden, architectuur- en bouwhistorische waarden, herkenbaarheid, gaafheid/authenticiteit en zeldzaamheidswaarde. Zowel de beschermde als de niet-beschermde objecten en ensembles zijn meegenomen. Op verzoek van de opdrachtgever is ingestoken op een relatief hoog kwaliteitsniveau van de inventarisaties. Hierbij is de gemiddelde cultuurhistorische/ architectuurhistorische kwaliteit van de door de gemeente onderscheiden ‘karakteristieke gebouwen’ richtinggevend geweest.
2.4.3 Waardering historische bouwkunst en stedenbouw Waardering in schaalniveaus Bij de waardering van de objecten wordt uitgegaan van verschillende schaalniveaus (‘orden’), waaraan, naast regulier beschermingsbeleid via Monumentenwet of erfgoedverordening, specifiek beleid via het bestemmingsplan gekoppeld kan worden. De waarderingskaart (kaartbijlage 4) is daarmee ontwikkelingsgericht en geeft informatie over hoe om te gaan met de beschermde en onbeschermde waarden, wanneer ontwikkelingen plaats vinden of moeten worden getoetst (behoud, onderzoek, ontwikkelingsmogelijkheden, randvoorwaarden en aanbevelingen). Kaartbijlage 4 kan als onderlegger worden gebruikt voor nieuwe bestemmingsplannen, maar ook als basis dienen voor de selectie van nieuwe gemeentelijke monumenten. De selectie van bijzondere stedenbouwkundige ensembles geeft een overzicht van die gebieden, waarbinnen ruimtelijke ontwikkelingen vanuit cultuurhistorisch perspectief om speciale aandacht vragen.
Criteria De selectie van de cultuurhistorisch waardevolle objecten en de uiteindelijke klassering (orden) heeft plaatsgevonden via een toetsing aan de hand van vijf ruimtelijke en cultuurhistorische waarderingscriteria. Deze criteria zijn speciaal voor dit doel geformuleerd op basis van bovengenoemde algemeen, gangbare criteria en zijn eerder ook in andere gemeenten toegepast: - het belang van het object als onderdeel van de ontwikkelingsgeschiedenis van de omgeving; ondersteuning van de cultuurhistorische gebiedskarakteristiek en/of ensemblewaarde, bijvoorbeeld in relatie tot een beschermd stads- of dorpsgezicht en beschermde monumenten; - het belang van het object vanwege de bijzondere betekenis voor het beeld van de omgeving, vanwege opmerkelijke ligging/zichtlijnen/landmark; - het belang van het object vanwege de herkenbaarheid van het oorspronkelijke concept en de gebiedseigen functie, in relatie tot de ontwikkelingsgeschiedenis en de historische gelaagdheid van het gebied;
23
RAAP-RAPPORT 2948 Erfgoed tussen Zuiderzee en Veluwe Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Putten
- het belang van het object wegens de authenticiteit van hoofdvorm, gevelindeling en/of detaillering; - het belang van het object vanwege de kenmerkende/bijzondere/zeldzame bouwstijl, typologie en/of vorm. Het gaat dus om een aantal cultuurhistorische en architectuurhistorische, maar vooral contextuele, historisch-ruimtelijke criteria, die het object duiden als onderdeel van een specifieke lokale cultuurhistorische gebiedskarakteristiek, bijvoorbeeld de historische dorpskern, de uitbreidingswijken, de landgoederen en de agrarische ensembles in het buitengebied. 10 Met de ruimtelijke insteek van deze toetsing wordt geanticipeerd op de veranderende benadering 11 van erfgoed, zoals die in het nieuwe rijksbeleid is geformuleerd. Hierin wordt aangedrongen op
een grotere rol voor cultuurhistorie in het ruimtelijk beleid. De directe omgeving van historische objecten, complexen en ensembles is immers ‘sterk bepalend voor de manier waarop de cultuurhistorische kwaliteit tot zijn recht komt. Ook gebieden zelf hebben immers cultuurhistorische kwaliteiten’, aldus de Beleidsbrief MoMo. Alle in de inventarisatie opgenomen objecten zijn met behulp van bovenstaande criteria en met in achtneming van de verschillende gebiedskarakteristieken getoetst. Per criterium kunnen de volgende scores worden gehaald: xx, x, 0 of -. - hoge waarde: xx; - positieve waarde: x; - neutrale waarde: 0; - negatieve waarde: -. De optelsom van deze scores leidt tot het formuleren van een eindwaardering in drie klassen (orden): - 1: zeer hoge cultuurhistorische kwaliteit (orde 1): minimaal 3 maal xx en 2 maal x; - 2: hoge cultuurhistorische kwaliteit (orde 2): minimaal 2 maal xx en 2 maal x; - 3: positieve/beeldondersteunende kwaliteit (orde 3): alles daaronder, maar minimaal 3 maal x en 2 maal 0. Zie voor verdere toelichting van de waardering, zie § 6.3.
Gebouwen met bouwhistorische kwaliteiten In de waarderingskaart zijn ook de gebouwen met een bouwhistorische verwachting opgenomen. Het gaat om beschermde en niet-beschermde gebouwen, waarvan op basis van beschikbare informatie uit bouwhistorische rapportages, redengevende beschrijvingen en inventarisatiegegevens bekend is of verwacht wordt dat er (intern) historische bouwconstructies en bouwsporen van belang en daterend uit de periode voor circa 1850 bewaard zijn gebleven. Ook via waarnemingen 10
Overigens zijn ook de rijksmonumenten en de gemeentelijke monumenten nog eens aan deze criteria getoetst. Zoals blijkt uit de inventarisatie vallen de al beschermde monumenten meestal binnen de hoogst gewaardeerde categorie (zeer hoge cultuurhistorische kwaliteit).
11
Volgens Beleidsbrief MoMo Modernisering Monumentenzorg, samengesteld door het Ministerie van OCW, november 2009.
24
RAAP-RAPPORT 2948 Erfgoed tussen Zuiderzee en Veluwe Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Putten
vanaf de openbare weg kunnen bouwhistorische kwaliteiten worden verondersteld, bijvoorbeeld zichtbaar in de aanwezigheid van hoge, steile kappen, gevels met oude bouwsporen, etc. Zo kan het in de oude kern van Putten gaan om gebouwen, die wellicht nog relicten bezitten, die samen met de verkavelingssporen verwijzen naar de laatmiddeleeuwse en jongere nederzettingsontwikkeling. In het buitengebied betreft het vooral de oudere agrarische bebouwing, de grote historische boerderijen en de schuren, waarvan sommige belangwekkende houtconstructies uit de 17e en 18e eeuw bezitten (of ouder). Ook de bebouwing op kasteel- en buitenplaatsen kunnen een bouwhistorische verwachting bezitten. De gebouwen met een bouwhistorische verwachting zijn alle ook getoetst aan de hand van de waarderingscriteria en in een van de drie orden ondergebracht. Het kan zowel beschermde als onbeschermde gebouwen betreffen. Het betreft dus een extra gewaardeerde kwaliteit binnen de totale inventarisatie.
(Steden)bouwkundige ensembles Op kaartbijlage 4 zijn ook de belangrijke historische (steden)bouwkundige ensembles (in de legenda opgenomen onder het kopje ‘stedenbouw’) gewaardeerd in de volgende vijf categorieën, waardoor een schaal van 1 tot 5 ontstaat: - zeer hoge waarde; - hoge waarde; - middenwaarde; - basiswaarde; - geen bijzondere waarde. Deze schaalverdeling en de waardering sluiten aan bij de systematiek van de landschappelijke waardering (zie § 2.1.4). Na toetsing van de gebieden en ensembles op deze criteria (zie § 6.3.3, tabel 1) bleken in de gemeente Putten alleen de twee hoogste waarden voor te komen.
25
RAAP-RAPPORT 2948 Erfgoed tussen Zuiderzee en Veluwe Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Putten
26
RAAP-RAPPORT 2948 Erfgoed tussen Zuiderzee en Veluwe Een cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Putten
3 Historisch cultuurlandschap
3.1 Historische landschappen Gelderse Vallei en Zuiderzeekust 3.1.1 Kampontginningen Kampontginningen zijn de oudste ontginningen van de zandgronden. 12 Ze ontlenen hun naam aan de vroegste vorm die ze hadden. Een kamp was een kleine, door wallen omgeven ontginning. In de Gelderse Vallei ontstonden de eerste kampen op de drogere gronden, waar akkers konden worden aangelegd. Die gronden lagen tegen de flanken van het Veluwemassief en op de hogere dekzandruggen in de Gelderse Vallei, voor zover ze voldoende ontwaterd waren om akkerbouw mogelijk te maken. Een kamp bestond in eerste instantie uit een door wallen omgeven akker, waarbuiten een nog ‘woest’ gebied lag met bos, heide en groenlanden waar het vee kon worden geweid. Later werden dergelijke kampen uitgebreid en werden nieuwe wallen aangelegd. Soms was een kamp direct al groter en werden binnen een kamp direct graslanden en gebruiksbosjes opgenomen. 13 Eeuwenlang bleef het areaal van de kampontginningen beperkt van omvang. Verdere ontginning ten koste van heide was slechts zeer beperkt mogelijk vanwege de essentiële rol van heide en groenlanden in het landbouwsysteem. Hier graasde vee en werd strooisel gewonnen, en later geplagd. Het rundvee graasde op de heide en in de meer grazige lage gebieden, waaruit men ook hooi haalde voor de wintervoedering.