CConstaterende datPutten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Voorlopige jaarstukken 2022

Commissie Economie, Bestuur en Openbare Ruimte 19 juni 2023, gemeente PuttenBij agendapunt: Jaarstukken en programmabegroting 2024-2027 VNOG35.357 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Stand van zaken informatievoorziening Het meerjarenplan van VNG Realisatie (Grip op Informatie) heeft tot doel dat gemeenten en intergemeentelijke organen meer grip krijgen op hun informatievoorziening en stimuleert de organisaties om de Woo te implementeren. In het meerjarenplan is een aantal eisen opgenomen om de informatiehuishouding op orde te krijgen. Dit alles dient te geschieden in een periode tussen een half jaar en vijf jaar na invoering van de Woo. Onderstaande eisen zijn van belang; per eis is de stand in VNOG aangegeven: − Beschikken over (of aangesloten zijn op) een e-depotvoorziening. VNOG volgt hiervoor de ontwikkelingen bij de gemeente Apeldoorn. − Binnen iedere applicatie de selectielijst hebben geïmplementeerd. Bij de aanbesteding van nieuwe applicaties wordt deze eis in het Programma van Eisen opgenomen. Bij een aantal applicaties is de selectielijst reeds geïmplementeerd. − Beheer organiseren op emailarchivering. VNOG is aangesloten bij het initiatief van de VNG: de selectielijst e-mailbewaring. − Beheer organiseren op tekstberichten. VNOG wacht de ontwikkelingen bij het bedrijf af dat nu de website van VNOG en een aantal accounts van sociale media archiveert. − Beschikken over een informatiebeheerplan (minimaal: inzicht in werkprocessen, proceseigenaar, in welke applicaties welke data/documenten staat, hoe het beheer is geregeld).

VNOG heeft nog geen informatiebeheerplan opgesteld; dit volgt nog. − Een kwaliteitssysteem hanteren voor het informatiebeheer, zoals vastgelegd in artikel 16 van de Archiefregeling. De mogelijkheden van een systeem zijn in onderzoek genomen. − Een metagegevensschema vastleggen en aan elk blijvend te bewaren informatieobject metagegevens koppelen. Een metagegevensschema is nog niet vastgelegd; dit volgt nog.

Pagina 52 van 101

4.8. Toekomstparagraaf Op 15 januari 2020 heeft het AB de Toekomstvisie voor VNOG vastgesteld, inclusief bijbehorende Opdrachten om deze Toekomstvisie te realiseren. De Opdrachten moeten in de periode 2020-2026 worden uitgevoerd. In het voortraject van de totstandkoming van de Toekomstvisie zijn de raden nauw betrokken geweest. De Toekomstvisie vormt de basis van het regionaal beleidsplan en van de begrotingen. De uit te voeren Opdrachten zijn in de begroting verwerkt (de Opdrachten zijn daarin opgenomen bij de betreffende programma’s), alsook de financiële effecten van de Toekomstvisie. De Toekomstvisie vormt het antwoord van VNOG op de twee vragen die de samenleving aan VNOG stelt: − Ik heb hulp nodig! (bij brand, ongevallen, rampen, crises) − Leer mij gevaar te voorkomen. (veilig wonen, werken en recreëren) Burgers, bedrijven, instellingen en overheden stellen deze vragen. VNOG moet, op grond van haar wettelijke taken en verantwoordelijkheden uit de Wet veiligheidsregio’s, deze vragen beantwoorden. De Toekomstvisie beoogt, in antwoord op die beide vragen, op hoofdlijnen het volgende te realiseren: − VNOG is dé organisatie in de regio voor samenwerking aan veiligheid. Het is een operationele organisatie, die bij een crisissituatie of ramp nu en in de toekomst garant staat voor professionele hulpverlening aan inwoners en bezoekers van de regio.

− VNOG is een regio waar veilig en gezond gewoond, gewerkt en gerecreëerd kan worden. VNOG speelt in op demografische en maatschappelijke ontwikkelingen die van invloed zijn op hedendaagse en toekomstige veiligheidsrisico’s. VNOG is een toekomstbestendige veiligheidsregio. − VNOG richt zich op: ▪ Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises (maatschappelijke opdracht) (Opgave 0); ▪ Zelfredzaam en risicobewust (Opgave 1); ▪ Vakbekwaam en deskundig (Opgave 2); ▪ Sterke informatiepositie (Opgave 3); ▪ Een gezonde financiële basis en betrokken medewerkers (randvoorwaarde) (Opgave 4). Dit zijn de Opgaven van VNOG. De Opgaven komen als rode draad in de opgavegerichte begrotingen steeds weer terug. De doelstellingen op de programma’s in de programmabegroting zijn gerelateerd aan de Opgaven en in de begroting zijn ook indicatoren opgenomen, waarmee de prestaties op de Opgaven/doelstellingen lopende het jaar periodiek worden gemeten. − VNOG werkt met compacte en slagvaardige posten met goed getrainde vrijwilligers vanuit een versterkte informatiepositie. − Dit alles moet leiden tot een solide veiligheidsregio voor de lange termijn. − De missie van VNOG is: Samen werken aan veiligheid. De kernwaarden zijn: Daadkrachtig – Deskundig – Gepassioneerd. Uit de Toekomstvisie volgen intensiveringen op bepaalde beleidsterreinen (bijv.

beter geoefend personeel), maar er zijn ook structurele besparingen (bijv. ‘minder rubber en metaal’). Aan het einde van de looptijd van de Toekomstvisie, in 2026, wordt er per saldo structureel ruim 5 ton bezuinigd ten opzichte van de gerepareerde begroting 2019. Daarnáást zijn begin 2020 aanvullende efficiencymogelijkheden gezocht en gevonden. De besparingen zijn verwerkt in de meerjarenbegroting. De komende jaren kunnen externe autonome ontwikkelingen en nieuw beleid (bijvoorbeeld als gevolg van gewenste aanvullende dienstverlening vanuit de gemeenten, het Rijk of het VNOG bestuur) leiden tot kostenstijgingen, die een stijging van de gemeentelijke bijdragen tot gevolg kunnen

Pagina 53 van 101

hebben. Als dit soort ontwikkelingen zich voordoen, zullen die, als gebruikelijk, éérst in de Kadernota’s worden geschetst, zodat daar dan besluitvorming over kan plaatsvinden. Uitvoering Toekomstvisie-Opdrachten in 2022 Het document Toekomstvisie-Opdrachten bestaat uit 58 punten. De punten 1 t/m 20 bevatten de Toekomstvisie, de punten 21 t/m 58 zijn de Opdrachten. Sommige Opdrachten kennen een subnummer; daardoor zijn er in totaal 41 Opdrachten. Eén Opdracht betreft een constatering, zodat er 40 Opdrachten zijn om uit te voeren. De Opdrachten uit de Toekomstvisie moeten in de periode 20202026 worden uitgevoerd. VNOG heeft een planning gemaakt voor de uitvoering van de Opdrachten. De meeste Opdrachten kennen een geleidelijke opbouw en meerjarige looptijd. In 2022 zijn 2 Opdrachten afgerond, zodat het totaal aantal afgeronde Opdrachten nu op 22 uitkomt. De ontstane vertragingen (met name door COVID-19) zijn weer verder ingelopen. Kenden bij de vorige rapportage (bij de Halfjaarapportage 2022) nog 8 Opdrachten een vertraging, nu zijn dat er 7 en de vertragingen worden komende tijd nog verder ingelopen. Het aantal Opdrachten dat op schema ligt is 11. Diverse Opdrachten staan op de planning om in de eerste helft van 2023 af te ronden. 22 1 11 7 0 41

KLAAR Constatering Op schema Vertraging Verstoord Totaal

Opdrachten afgerond. Opdracht is dus feitelijk geen opdracht. Opdrachten gestart, afronding is volgens planning later en loopt op schema. Opdrachten gestart, afronding is volgens planning later, maar heeft achterstand opgelopen. Opdrachten waren gepland om af te ronden, maar dat is niet gelukt.

Vooral COVID-19 is er de oorzaak van dat er afgelopen jaren vertragingen zijn ontstaan, maar ook andere externe ontwikkelingen hebben effect gehad op de uitvoering. Zo zorgt de Oekraïne-crisis, het wereldwijde tekort aan grondstoffen en computerchips voor vertraging in de uitlevering van materieel/materialen c.q. de nog lopende aanbestedingstrajecten. Doordat onze leveranciers niet, of pas later kunnen leveren, is ook onze planning aangepast. Bovendien stijgen prijzen en stijgt de rente. In het najaar van 2022 is intern een “mid-term review” op de Toekomstvisie-Opdrachten uitgevoerd, waarin meer in detail naar de voortgang van de Toekomstvisie is gekeken, met name gericht op de huidige status van de grotere Opdrachten en de eventuele toekomstige gevolgen. Inzoomend op met name de Opdrachten met grotere financiële impact is hierbij geconcludeerd dat door diverse economische en maatschappelijke ontwikkelingen, zoals prijsstijgingen en de landelijke ontwikkelingen rondom bouwsteen 1 (het afschaffen van kazernering en consignatie voor vrijwilligers) sommige Opdrachten, in afstemming met het bestuur, zijn vertraagd of inhoudelijk bijgesteld.

Gedurende de resterende looptijd van de Toekomstvisie-Opdrachten worden ontwikkelingen die hiermee samenhangen gevolgd, indien nodig financieel doorgerekend, en met het bestuur besproken In bijlage 2 is een gedetailleerd overzicht opgenomen van de stand van alle Opdrachten, waarin per Opdracht zaken worden toegelicht. Er wordt op hoofdlijnen zowel ingegaan op planning, proces en inhoud. Ondertussen is in 2022 ook al nagedacht over de periode na het aflopen van de Toekomstvisie in 2026. Er is gekeken naar maatschappelijke ontwikkelingen en trends. Eerste ideeën over met welke (nieuwe) uitdagingen VNOG te maken krijgt, wat de samenleving gaat verwachten en hoe VNOG zich hierbij kan positioneren, zijn verkend. Deze verkenning gaat de komende tijd door en zal t.z.t. worden meegenomen in het traject van het nieuwe Regionaal Beleidsplan, dat in 2024 formeel zal starten en waarbij de raden conform de Wet weer zullen worden geconsulteerd.

Pagina 54 van 101

II. Jaarrekening

Pagina 55 van 101

5. Balans per 31 december 2022 ACTIVA Ultimo 2022

Ultimo 2021

44.922.199

43.109.750

44.922.199

43.109.750

Vorderingen op openbare lichamen

1.386.085

889.859

Uitzettingen in 's Rijks schatkist < 1 jaar

3.210.334

6.108.938

441.411

147.509

5.037.829

7.146.306

14.016

30.747

1.638.283

2.070.756

VASTE ACTIVA Materiële vaste activa investeringen met een economisch nut Totaal materiële vaste activa VLOTTENDE ACTIVA Uitzettingen < 1 jaar

Rekening courant verhouding met Rijk Overige vorderingen Totaal Uitzettingen < 1 jaar Liquide middelen Overlopende activa Nog te ontvangen bedragen van Overige Nederlandse Overheidslichamen Overige nog te ontvangen bedragen

-

Vooruitbetaalde bedragen

1.285.969

1.380.506

Totaal Overlopende activa

2.924.252

3.451.262

TOTAAL VLOTTENDE ACTIVA

7.976.097

10.628.315

52.898.296

53.738.065

TOTAAL ACTIVA

Pagina 56 van 101

PASSIVA Ultimo 2022

Ultimo 2021

Eigen Vermogen Het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening

2.360.352

5.255.817

Algemene reserve

1.135.114

1.135.114

Bestemmingsreserves

13.687.418

9.133.557

17.182.885

15.524.488

1.481.560

1.179.444

21.313.154

24.885.534

VASTE PASSIVA

Totaal Eigen Vermogen Voorzieningen

Vaste schulden > 1 jaar Onderhandse lening binnenlandse banken en overige financiële instellingen Onderhandse lening van openbare lichamen

2.138.702

3.181.008

Totaal Vaste schulden > 1 jaar

23.451.856

28.066.542

TOTAAL VASTE PASSIVA

42.116.301

44.770.474

Banksaldi

1.344.882

1.093.099

Overige schulden

4.219.251

1.137.703

Totaal Netto vlottende schulden < 1 jaar

5.564.133

2.230.802

65.789

49.078

Overige overlopende passiva

5.152.072

6.687.711

Totaal Overlopende passiva

5.217.862

6.736.789

TOTAAL VLOTTENDE PASSIVA

10.781.995

8.967.591

52.898.296

53.738.065

VLOTTENDE PASSIVA Netto vlottende schulden < 1 jaar

Overlopende passiva Overige vooruit ontvangen bedragen

TOTAAL PASSIVA

Pagina 57 van 101

6. Overzicht van baten en lasten

Begrotingsrechtmatigheid De jaarrekening 2022 sluit met een voordelig saldo. Programma ‘5. Directie & Control’ is niet binnen de begroting gebleven. Dit levert een financieel-technische overschrijding op programmaniveau op van € 105.914. De overschrijding wordt veroorzaakt doordat hier de personeelskosten van enkele boven formatieve medewerkers worden verantwoord. Deze kosten worden gecompenseerd binnen het geheel van de personele begroting waarop de directeur en het MT gezamenlijk sturen. Zie hiervoor de analyse op hoofdlijnen. Van begrotingsonrechtmatigheid is om deze reden geen sprake. Ook programma 8. ‘Kazernes in eigendom en overgangsrecht’ kent een begrotingsoverschrijding. Dit programma wordt echter 1 op 1 afgerekend (in lijn met het beleid) met de betreffende gemeenten, zodat dit geen wezenlijke begrotingsonrechtmatigheid oplevert. De overige programma’s zijn binnen de begroting gebleven. De in het jaarverslag toegelichte activiteiten passen binnen de inhoudelijke doelstellingen van VNOG zoals deze in de begroting 2022 zijn geformuleerd.

Pagina 58 van 101

6.1. Verklaring resultaat 2022 op hoofdkostensoorten Het positief jaarresultaat 2022 bedraagt € 2.360.000. Hieronder worden de grootste verschillen tussen de begroting 2022 (na wijzigingen) en de realisatie toegelicht. Deze is zoals gebruikelijk opgesteld voor een aantal hoofdkostensoorten: personeel (inclusief inhuur en verhuur), vrijwilligers, exploitatie kapitaallasten en renteresultaat. De uitkomsten komen grotendeels overeen met de prognose bij de Halfjaarrapportage 2022. Toen werd een saldo van € 2.865.000 voorzien. Het verschil wordt onder meer veroorzaakt door verplichtingen uit de CAO gemeenten (éénmalige personeelskosten buiten de invloed van VNOG) en door gestegen prijzen. Onderstaande tabel vergelijkt de uitkomsten over 2022 met de twee voorgaande jaren. Verklaring resultaat op hoofdlijnen

2020

2021

2022

Verschil

Verschil

Verschil

Personeel

998.000

627.000

160.000

Vrijwilligers

1.950.000

1.303.000

390.000

Exploitatie (excl. COVID-19 uitgaven)

2.430.000

3.158.000

1.554.000

-617.000

-32.000

0

-

-

0

COVID-19 uitgaven (voor rekening VNOG) Kapitaallasten Renteresultaat Totaal

168.000

200.000

256.000

4.929.000

5.256.000

2.360.000

Personeel De hoofdcomponent personeel kan uitgesplitst worden naar de drie componenten salarissen & sociale lasten, inhuurkosten en detachering. Onderstaande tabel geeft inzicht in deze drie componenten. Personeel

Verschil

Salarissen + sociale lasten

580.000

Inhuurkosten (exclusief Oekraine)

-602.000

Detachering

182.000

Totaal

160.000

De component salarissen & sociale lasten wordt beïnvloed door de aanwezigheid van vacatureruimte. Om flexibiliteit in de organisatie te houden, is het invullen van vacatures geen automatisme en wordt er gestuurd op het hebben van enige onderbezetting. Daarmee kunnen bovendien uitgaven voor noodzakelijke inhuur worden gedekt (zie hieronder). Tevens is in het kader van ‘De Expeditie’ doorstroming van personeel mogelijk gemaakt door tijdelijk een dubbele bezetting op enkele functies te accepteren middels een ‘dakpanconstructie’ van twee à drie jaar. Voorts zijn er in de loop van het jaar kosten ontstaan door een CAO-wijziging voor de beroepsmedewerkers, die leidde tot een extra betaling in december. Tenslotte zijn enkele voorzieningen getroffen voor wettelijk spaarverlof (verplicht) en voor medewerkers die de organisatie hebben verlaten. De kosten voor inhuur hebben betrekking op de uitvoering van reguliere taken waarvoor op dat moment door een vacature, ziekte of project geen interne capaciteit beschikbaar was. De belangrijkste posten binnen deze component zijn: • Interim teamleider(s) deels gedekt uit reserve • Projectleider vervanging hardware (MDT’s) deels gedekt uit reserve • HRM adviseur deels gedekt door bijdrage van andere deelnemende regio’s i.v.m. LMS • Salarisadministratie gedekt uit vacature • Adviseur(s) externe en industriële veiligheid Pagina 59 van 101

• • • •

Projectondersteuning Melkamer (MKON - nieuw) (kosten gedeeld in Oost-5) Ondersteuning BOR Meldkamer (MKON - nieuw) (kosten gedeeld met Oost-5) Projectondersteuner inkoop- en verplichtingentraject Vervanging roosterplanner

Er zijn kosten in rekening gebracht aan aanverwante organisaties voor uitvoering van werkzaamheden en projecten door aan hen gedetacheerde medewerkers. Dit betreft enkele medewerkers, die een aanstelling boven de sterkte hebben. Vrijwilligersvergoedingen Het budget voor vrijwilligersvergoedingen wordt extracomptabel onderverdeeld in diverse deelbudgetten ten behoeve van een optimale sturing. Het deelbudget voor inzetten (uitrukken) is in 2022 overschreden. Conform beleid is deze overschrijding (1.815.000 – 2.017.544 = - 202.544) ten laste gebracht van de egalisatiereserve ‘uitrukken’, omdat dit onderdeel niet voorspelbaar is. Hieronder een overzicht op deelniveau van het vrijwilligersbudget 2022: Budget exclusief werkgeverslasten 2022

Geregistreerde uren exclusief werkgeverslasten

vaste vergoeding

1.095.000

1.164.602

inzeturen

1.815.000

2.017.544

kazernering

1.245.000

1.214.576

akbekwaam blijven

1.600.000

1.576.776

vakbekwaam worden

480.000

521.882

ondersteuning vakbekwaamheid

555.000

313.147

PPMO

125.000

105.168

keuringen

55.000

17.224

brandveilig leven

20.000

1.861

vergaderen

50.000

40.420

onderhoud

150.000

134.610

declaraties

120.000

109.189

overig

135.000

80.265

7.445.000

7.297.264

848.000

605.035

8.293.000

7.902.299

resultaat

390.701

onderwerp

totaal exclusief werkgeverslasten diversen w.o. werkgeverlasten en inhuur totaal uitgaven vrijwilligersvergoedingen

Bij de Halfjaarrapportage 2022 werd een onderschrijding van € 500.000 verwacht op het totale budget voor vrijwilligersvergoedingen. Met de toevoeging uit de egalisatiereserve ‘uitrukken’ komt het resultaat uit op € 593.245 positief. Exploitatie Navolgende tabel geeft het verschil in exploitatiekosten per programma weer. Met uitzondering van het programma Directie & Control kennen alle programma’s een onderschrijding. In paragraaf 6.2 is een uitgebreidere toelichting per programma opgenomen.

Pagina 60 van 101

Resultaat Exploitatiekosten

2022

Programma 1. Risico- en Crisisbeheersing

286.000

2. Brandweerzorg

536.000

3. GHOR

-11.000

4. MON

21.000

5. Directie en Control

161.000

6. Bedrijfsvoering

124.000

7. Algemene Dekkingsmiddelen Totaal

437.001 1.554.000

De totale onderschrijding ligt in lijn met de Halfjaarrapportage 2022, toen een resultaat van € 1.985.000 werd verwacht. In 2022 waren er geen directe kosten voor COVID-19, anders dan de facilitaire kosten als werkgever. Kapitaallasten (rente en afschrijving) In de begroting 2022 is een budget van € 6.230.550 opgenomen voor kapitaallasten (rente en afschrijving exclusief kazernes) en een toevoeging aan de egalisatiereserve afschrijvingen van € 55.000. De werkelijke kapitaallast is € 4.983.064 en is daarmee € 1.247.486 lager dan begroot. De oorzaak hiervoor ligt met name in (in de afgelopen jaren) uitgestelde investeringen in brandweermateriaal/materieel. Het verschil is na aftrek van de reeds begrote toevoeging aan de egalisatiereserve afschrijvingen toegevoegd. Hiernaast is ook de opbrengst van de verkopen materieel (€ 132.483) conform staand beleid toegevoegd aan de egalisatiereserve afschrijvingen. Programma Risico- en Crisisbeheersing

Werkelijk 2021

Begroting 2022

Werkelijk 2022

Restant 2022

16.706

48.000

32.616

15.384

4.084.786

4.886.700

4.094.335

792.365

63.583

238.200

101.274

136.926

GHOR

-

-

-

-

MON

-

-

-

-

Directie & Control

-

-

-

-

Bedrijfsvoering

826.110

1.057.650

754.839

302.811

Bedrijfsvoering (extra afschrijving)

136.742

-

-

-

-

-

-

-

Brandweerzorg Brandweerzorg (extra afschrijving)

Algemene Dekkingsmiddelen

5.127.927

6.230.550

4.983.064

1.247.486

Kazernes in eigendom en overgangsrecht

677.997

683.000

682.220

780

Bijdragen van de individuele gemeenten

-677.997

-683.000

-682.220

-780

0

0

0

0

COVID-19-uitgaven Voor een toelichting op COVID-19-uitgaven wordt verwezen naar paragraaf 4.4.

Pagina 61 van 101

6.2. Specificatie per programma In deze paragraaf wordt per programma een tabel met de realisatie per product en een tabel met een toelichting op overschrijdingen en overschotten vanaf € 25.000 gepresenteerd.

Toelichting op Voordeel (V)/Nadeel (N) vanaf € 25.000 01. Personele kosten Saldo op salarissen, inhuur en detachering personeel wordt op totalen verantwoord en toegelicht in § 6.1. N 28. Regionaal Brandmeldsysteem De omzetting van de aansluitingen van RBS naar externe marktpartijen is in 2022 later in gang gezet dan waarmee in de projectplanning en de begroting 2022 rekening was gehouden. Daarnaast hadden de externe partijen moeite om leveranciers te vinden om de migratie technisch te kunnen realiseren door een gebrek aan voldoende technisch geschoold personeel. Dit heeft geleid tot flinke vertraging van de migratie. De keerzijde hiervan was dat er daardoor ook veel meer inkomsten voor RBS gerealiseerd konden worden zodat aanwending van de bestemmingsreserve in 2022 niet nodig is gebleken. V 90. Overig - Overige processen Crisisbeheersing Als gevolg van de inzet ten behoeve van de coördinatie van de opvang van de Oekraïners zijn activiteiten doorgeschoven en zijn budgetten niet uitgegeven. - Risicobeheersing veranderkosten Voor opleidingen in kader Omgevingswet is extra budget beschikbaar gesteld. Het steeds weer opschuiven van de invoeringsdatum van de omgevingswet leidt ook tot het later aanwenden van deze extra gelden.

Daarnaast zijn opleidingskosten gedrukt door het inzetten van eigen medewerkers, door het inzetten van kennis en expertise vanuit gemeenten en door het organiseren van in company trainingen - Programma zelfredzaam en risicobewust (inclusief project R!SQ) Dit project is grotendeels maar niet geheel afgewikkeld in 2022, waardoor er een onderschrijding is van het budget. V Overige verschillen elk kleiner dan 25.000 V V 95. Rente en afschrijving V

Pagina 62 van 101

-179.427

166.924

29.600 48.800

217.900 14.851 311.151 15.384

Resultaat voor bestemming (V) 1.0 Mutaties reserves - Toevoeging: toevoeging kapitaallasten aan egalisatiereserve afschrijving € 15.384. N - Onttrekking: tijdelijke reserve incidentele veranderkosten € 33.000, reserve zelfredzaamheid € 298.573, reserve frictiekosten € 120.000. De onttrekkingen aan de reserve Zelfredzaam zijn gelijk aan de werkelijke uitgaven in 2022 en lager dan begroot omdat het programma niet in 2022 is afgerond maar doorloopt in 2023. N N Resultaat na bestemming (V)

Pagina 63 van 101

314.034 -15.384

-217.927 -233.311 80.722

Toelichting op Voordeel (V)/Nadeel (N) vanaf € 25.000 01. Personele kosten Saldo op salarissen, inhuur en detachering personeel wordt op totalen verantwoord en toegelicht in § 6.1. Het budget voor personeelsactiviteiten is overschreden doordat na een tweetal COVID-19 jaren veel aandacht is besteed aan het herstel van de verbinding tussen medewerkers, vrijwilligers en derden. Hierdoor heeft een inhaalslag plaatsgevonden wat betreft huldigingsmomenten en bijeenkomsten. Er is een relatie met de onderschrijding op punt 90 (zie onder), representatiekosten en externe personeelskosten. Diverse verschillen elk voor zich kleiner dan € 25.000. N 02. Vrijwilligersvergoedingen Zie toelichting in § 6.1 . V 08. Vrijwilligers Overig Het nadeel wordt veroorzaakt door de kosten van “Zorg voor personeel”. Op deze kostensoort is € 41.000 meer uitgegeven dan begroot. Kosten die op deze kostensoort worden geboekt zijn niet alleen de bloemen en fruitmanden voor ‘lief en leed’ maar ook grotere kosten als afscheid van personeel of zelfs brandweertaken. Zo is het afscheid van de duikers van Heerde, als gevolg van het beëindigen van de duiktaak, ook op dit budget geboekt. Het budget van € 1.000 per district is hiervoor ontoereikend en dit is bij de begroting van 2023 gecorrigeerd.

Het nadeel op zorg voor personeel is voor een deel gecompenseerd door voordelen bij Brandweerwedstrijden (€ 4.000) en kosten van de verschillende personeelsverenigingen (€ 5.000). N

Pagina 64 van 101

-224.000 -63.860

3.834 284.026

390.701

30.496

20. Operationele voorbereiding De nasleep van Corona en druk op diverse nieuwe en bestaande projecten hebben ervoor gezorgd dat het onderdeel innovatie geen aandacht heeft gekregen. In de coronatijd is veel planvorming en procedures geactualiseerd, vernieuwd of aangepast wat ervoor heeft gezorgd dat er in 2022 slechts beperkte aanpassingen hebben plaatsgevonden. V 21. Materieel en Logistiek - het kledingbudget is onderschreden en dit bedrag is toegevoegd aan de egalisatiereserve nieuw operationeel uniform. Op dit budget worden zo min mogelijk uitgaven gedaan omdat vanaf 2023 het nieuwe uniform wordt uitgerold waarbij de egalisatiereserve wordt ingezet. - het budget voor onderhoud aan Waterwinplaatsen is niet gebruikt omdat er geen zaken zijn uitgevoerd die door de brandweer betaald moeten worden. - voor de CBRN taak zijn de middelen die hiervoor in 2022 beschikbaar waren niet volledig gebruikt - er is laat gestart met het aanbieden van de ademlucht cilinders voor onderhoud in 2022 waardoor er minder kosten zijn gemaakt. Dit wordt in 2023 ingehaald. - door het verouderde wagenpark en de stijgende kosten is de post onderhoud voertuigen overschreden waaronder de reparatie aan een voertuig van € 24.000 (versnellingsbak defect) - bij materialen (onderhoud, aanschaf, keuringen) is een overschrijding ontstaan die voor een groot deel wordt veroorzaakt door prijsstijgingen.

- voor de vervanging van uitrukkleding is een jaarlijks budget beschikbaar. Dit bedrag was dit jaar niet volledig noodzakelijk Overige verschillen elk kleiner dan 25.000. V 24. Vakbekwaam worden en blijven Vakbekwaam worden Doordat de looptijd van sommige opleidingen, als gevolg van de nasleep van Corona, langer is zijn deze kosten verdeeld over een langere periode en verschillende jaren. Verder is de nieuwe opleiding redvoertuig uitgesteld tot 2023 en ligt de oude prijs een stuk lager dan de te verwachten nieuwe prijs. 2 kandidaten die de leergang Officier van Dienst (OVD) in 2022 volgden konden pas in september starten in plaats van januari. Daardoor zijn de bedragen voor de examens later gefactureerd. Er zijn meer mensen opgegeven voor rijbewijzen dan er daadwerkelijk zijn geweest. Dit betekent niet alleen budget over op rijbewijzen maar ook geen afname van de opleidingen brandweerchauffeur en pompbediener. Vakbekwaam blijven Wat betreft HV (hulpverlening) hebben de posten minder gebruik gemaakt van de aantallen die begroot zijn. Dit had te maken met de nasleep van Corona en het versneld invoeren van het deelproject 5 blusvoertuigen waardoor er minder HV momenten waren.

Voor brand zijn er 3 RO (realistisch oefenen) momenten vervallen door Corona, 2 momenten verkeerd gepland en voor 3 momenten hadden zich onvoldoende vrijwilligers aangemeld waardoor het moment niet door kon gaan. Door een toenemende druk op de totale oefenplanning en onze instructeurs is besloten om 2 (de 81 BR-103 en de 91 BR-103(A) momenten te annuleren. Helaas hebben we in 2022 geen gebruik kunnen maken van het vakbekwaamheidsplein ASK 't Harde en zijn hier geen bedragen op uitgegeven. Voor de ROF (regeling operationele functionarissen) trainingen is men uitgegaan van het totaal aantal functionarissen. Echter heeft niet iedereen alle (buitenland) trainingen kunnen volgen. Ook zijn er in 2021 al een aantal personen naar deze training geweest die dus niet ten laste kwamen van de begroting van 2022. Verder zijn er diverse lunches niet afgenomen en is het LRH (levensreddend handelen)/AED te hoog begroot omdat veel van onze ROF-functionarissen tevens bij een brandweerpost betrokken zijn en daar deze training volgen. V 90. Overig - Opleidingen en cursussen. Dit budget kent t.o.v. het begrote bedrag een overschrijding veroorzaakt door een inhaalslag. - Het budget voor representatiekosten en externe personeelskosten onderschreden. Dit moet in verband gezien worden met de overschrijding bij Zorg voor personeel onder personeelskosten.

- Diverse verschillen elk voor zich kleiner dan 25.000. V 95. Rente en afschrijving In 2021 is een groot aantal kredieten voor 2021 af geraamd, nadat de begroting voor 2022 was opgesteld. Dit verklaart het verschil tussen de begrote en verwachte realisatie van kapitaalslasten in 2022. Het af te ramen bedrag had te maken met een vertraging op de uitvoering van het materieelspreidingsplan als gevolg van het wereldwijde tekort aan grondstoffen en oplopende prijzen van materiaal en materieel. Conform beleid worden de verschillen tussen de begrote en werkelijke kapitaallasten gestort in de egalisatiereserve afschrijvingen.

Pagina 65 van 101

21.671

367.545 25.000 42.000 52.000 -72.000 -47.000 56.000 12.185 411.360 -34.134

427.072

392.938 -55.000 46.730 49.329 41.059

V Resultaat voor bestemming (V) 99. Mutaties reserves - Toevoeging: Egalisatiereserve afschrijvingen: verkoop materieel € 132.483 en onderschrijding kapitaallasten € 807.365 Egalisatiereserve nieuwe operationele uniformen € 367.545 (begroot minus werkelijke uitgaven kleding). - Onttrekking: Egalisatiereserve afschrijvingen: extra afschrijving afgestoten materieel € 101.274: begroot was de afstoot van 2 vrachtwagens in 2022 (€ 238.200 restant boekwaarde). Er is er 1 afgestoten en deze heeft meer opgeleverd dan begroot waardoor de extra afschrijving € 20.000 lager uitvalt. De 2e vrachtwagen is begin 2023 verkocht. De kapitaallasten van 2 overbruggingsvoertuigen zijn onderdeel van de totale kapitaallasten en toevoeging aan de egalisatiereserve afschrijvingen onder toevoegingen. Egalisatiereserve uitrukken: het verschil tussen de begrote en werkelijke loonsom inzeturen wordt verrekend met deze reserve (zie § 6.1 ) € 202.544 N Resultaat na bestemming (V)

Pagina 66 van 101

929.291 1.872.496 1.292.394

-117.419

1.189.975 682.521

Toelichting op Voordeel (V)/Nadeel (N) vanaf € 25.000 01. Personele kosten - Saldo op salarissen, inhuur en detachering personeel wordt op totalen verantwoord en toegelicht in § 6.1. - Overige personeelskosten kleiner dan 25.000. V 90. Overig Diverse overige verschillen elk voor zich kleiner dan 25.000.

N Resultaat voor bestemming (V)

4.179 143.075 -

Resultaat na bestemming (V)

143.075

3.0 Mutaties reserves Onttrekking: overgehevelde kledingbudget van 2021 naar 2022 € 21.000.

Pagina 67 van 101

146.754 500 147.254

Toelichting op Voordeel (V)/Nadeel (N) vanaf € 25.000 01. Personele kosten Saldo op salarissen, inhuur en detachering personeel wordt op totalen verantwoord en toegelicht in § 6.1. V 90. Overig Dit voordeel is ontstaan doordat het opleidingsbudget in 2022 voor een groot deel niet is aangewend. V Diverse overige verschillen elk voor zich kleiner dan 25.000 V Resultaat voor bestemming (V) 4.0 Mutaties reserves Resultaat na bestemming (V)

Pagina 68 van 101

79.066 40.900 19.234 139.200 139.200

Toelichting op Voordeel (V)/Nadeel (N) vanaf € 25.000 01. Personele kosten - Saldo op salarissen, inhuur en detachering personeel wordt op totalen toegelicht in § 6.1. 23. Huisvesting - Naast de fors gestegen energieprijzen in 2022 heeft voor de oefenlocatie Loenen afrekening van energiekosten over 2021 en 2022 plaatsgevonden. Op deze locatie zijn onderhoudswerkzaamheden cf. het MJOP uitgevoerd. In één hal is inbraakbeveiliging geïnstalleerd. - In maart 2022 is de nieuwe kazerne Didam in gebruik genomen. Eenmalig zijn er kosten gemaakt voor opleveringsschoonmaak na de bouw en voor inventaris. Onder andere verrijdbaar kledingrek, koelkast, vriezer, prullenbakken, zeepdispensers en handdoek automaten. Hiernaast heeft installatie

Pagina 69 van 101

-5.131 -61.000

-30.700

plaatsgevonden van software voor toegangsbeheer en montage van accespoints VNOG ICT infrastructuur. Al deze zaken hebben hoge kosten geleid. - Ook voor de oefenlocatie Groenlo waren de energielasten fors gestegen. - Vooruitlopend op een definitief akkoord op de begroting van demarcatie waren er in 2022 als werkzaamheden verricht ten behoeve van de definitieve overgang dienstverlening 2023. - Overige verschillen kleiner dan € 25.000. N 62. Middelen - Contractmanagement wordt uitgevoerd door NIPV voor landelijke contracten (denk aan Haakarm voertuigen, WTS systemen, dienstvoertuigen en energie). Verder is m.n. voor de klacht t.a.v. de aanbesteding TS en het procesbeheersysteem van Risico- en Crisisbeheersing juridisch advies ingekocht. - Overige verschillen kleiner dan € 25.000. N 63. Verzekering Voor nadere toelichting zie paragraaf Bedrijfsvoering (4.5). Onderschrijding komt door dossiers die nog niet zijn afgehandeld. Hiervan is lastig aan te geven wanneer deze afgehandeld worden. En lopen vaak door in het volgende jaar. V 64. Personeelszaken - HRM advies. Daar waar noodzakelijk is in 2022 voor enkele zaken expertise ingekocht; voor enkele complexe personeelsdossiers een juridisch adviesbureau. Het aantal dossiers wisselt per jaar. Verder is expertise op het gebied van FLO ingehuurd. De expertise op gebied van FLO wordt met 2 jaar verlengd.

En daarnaast expertise voor het onderhoud van het functiegebouw van de VNOG. - Assessment vrijwilligers en beroeps. -Tweede loopbaanbeleid. Hiervan wordt nog weinig gebruikgemaakt. Mede i.v.m. het meerjarig landelijk onderzoek naar duurzaam inzetbaarheid, de mentale en fysiek belasting. - Mobiliteit: personeelsontwikkeling. Naast het centraal opleidingsbudget hebben de afdelingen een eigen opleidingsbudget. - De expeditie/veranderkosten: Leiderschapsprogramma, Professionele vaardigheden, Ontwikkel- en loopbaanadvies, duurzaam inzetbaarheid en Mobiliteit: minder uitgegeven dan begroot (blijft in reserve organisatieontwikkeling). Voor toelichting zie paragraaf Bedrijfsvoering (4.5.). - Diverse verschillen elk voor zich kleiner dan 25.000. V 65. Informatie - Ontwikkeling Documentaire Informatievoorziening. De heroriëntatie op het zaaksysteem van de VNOG (JOIN) gebeurt pas in 2023. En zit dus in de vertraging. In 2022 was hiervoor budget gereserveerd. Naast de verwachte aanbesteding, zullen er ook kosten zijn voor projectleider kosten in de vorm van externen. - Connectivity. Door het beter beheersen van het aantal gebruikers en het onderbrengen van bepaalde diensten bij een andere leverancier, waren de uitgaven 2022 lager dan voorgaande jaren. Bovendien lopen de kosten voor het OMS terug, omdat RBS werkzaamheden overgaan naar een commercieel partij.

-Licenties Netwerk- en systeembeheer. De kosten voor het monitoren door een externe liepen tot en met oktober 2022 i.v.m. het eindigen van het contract. Dit heeft geresulteerd in een onderschrijding. Er is een nieuw contract afgesloten waarvan de kosten vanaf 2023 weer zullen worden gemaakt. - Enkele budgetten binnen Informatie worden op nieuw gealloceerd, zodat het beter aansluit bij de huidige ICT omgeving. - Diverse verschillen elk voor zich kleiner dan 25.000. V 66. Arbo - Bedrijfskundige zorg. De vaccinatie inhaalslag heeft in 2022 plaatsgevonden. Verder is budgetuitputting ook afhankelijk van de hoogte van het langdurig ziekteverzuimpercentage. - De uitputting van het budget voor arbeidsmiddelen is afhankelijk van het aantal aanvragen voor steunzolen, computerbrillen, aangepaste bureaustoelen, maskerbrillen, veiligheidsbrillen, muizen, etc. Behalve voor de TS Flex, is RIE uitgevoerd voor de drie oefenlocaties Loenen, Groenlo en Ask. Nog niet alle actiepunten vanuit RIE zijn uitgevoerd. Zie voor verdere toelichting paragraaf bedrijfsvoering (4.5.). V 89.Overig - In 2022 waren er geen wachtgeld verplichtingen. Hierbij komen de WAZO uitkeringen. Dit heeft geleid tot een onderschrijding van deze budgetten. - Het is wisselend per jaar hoeveel medewerkers een opleiding starten. In 2022 is minder uitgegeven dan begroot.

-24.400 -15.200 11.039 -120.261 -58.400

7.898 -50.502

48.290 27.300

-28.590 64.000 58.000 197.700

11.864 330.474 79.000

122.400 43.400

30.000

8.682 283.482 23.000 36.918

59.918 95.300 34.200 -39.000

Pagina 70 van 101

- Ook in 2022 heeft de VNOG kosten gemaakt voor covid-19. Deze kosten zijn niet declarabel. Onder andere worden er nog steeds testen ingekocht en aangeboden. En staat er nog wat meubilair in opslag, waarvoor huur moet worden betaald. Diverse verschillen elk voor zich kleiner dan 25.000. V V V Resultaat voor bestemming (V)

98. Rente en afschrijving Diverse verschillen kleiner dan € 25.000

99. Mutaties reserves - Storting: toevoeging aan egalisatiereserve afschrijvingen € 302.811, overheveling budget naar 2023 voor FMIS € 175.000, projectleider FMIS € 55.000, dynamisch alarmeren € 35.000 en procesbeheersysteem Risicobeheersing € 81.000. - Onttrekking: € 125.300 voor ‘de Expeditie’, overheveling budget 2021 naar 2022: € 32.000 inhaalslag vaccinaties en € 35.000 nieuwe website, € 45.100 bijkomende kosten MSP. N Resultaat na bestemming (V)

Pagina 71 van 101

-3.153

87.347 302.811 10.205 946.633 -302.811

-375.785 -678.596 268.037

Toelichting op Voordeel (V)/Nadeel (N) vanaf € 25.000 01. Personele kosten Saldo op salarissen, inhuur en detachering personeel wordt op totalen verantwoord en toegelicht in § 6.1. N 52. Directie Overig In 2022 zijn kosten gemaakt voor het project landelijke meldkamer en de BOR meldkamer Oost- Nederland. Naast de VNOG werden deze kosten gedragen door IJsselland, Twente, Gelderland - Midden en - Zuid. Uiteindelijk zijn er meer kosten gemaakt dan begroot en verdeeld over de regio’s. Diverse verschillen < € 25.000. N 53. Control Inventarisatie van risico's in de bedrijfsvoering zijn intern opgesteld. V Diverse verschillen, elk voor zich kleiner dan 25.000 N Resultaat voor bestemming (N) 5.0 Mutaties reserves Resultaat na bestemming (N)

Pagina 72 van 101

-79.977 -50.000

9.114 -40.886 19.700 -4.751 -105.914 -105.914

Toelichting op Voordeel (V)/Nadeel (N) vanaf € 25.000 01. Personeelskosten De stelpost salarissen is onderdeel van de salaris begroting en is toegelicht in de analyse in paragraaf 6.1. 71. Treasury Evenals in 2021 is een voordelig renteresultaat gerealiseerd, dat in paragraaf 4.3 wordt toegelicht. 72. Loon- en prijscompensatie De stelpost looncompensatie werd bijna volledig ingezet als gevolg van de CAO 2021 – 2022. D stelpost prijscompensatie is ook niet geheel ingezet. 88. Algemeen Stelposten zijn niet volledig aangewend € 635.000 V Werkkostenregeling € 106.000 N Vorming voorziening verlofsparen € 112.115 N Diverse verschillen elk voor zich kleiner dan € 25.000. € 15.353 V

Pagina 73 van 101

V

200.700

V

256.456

V

257.318 423.238

Totaal Voordeel

1.137.711

Toelichting Binnen dit programma wordt een aantal specifieke producten verantwoord die VNOG voor een beperkt aantal gemeenten uitvoert. Programma 8 sluit altijd op nihil aangezien alle kosten en opbrengsten met de desbetreffende gemeenten worden verrekend. Per product van het programma 8 is een verantwoording samengesteld ten behoeve van de desbetreffende gemeente. In deze verantwoording zijn de belangrijkste afwijkingen van de begroting nader toegelicht. Deze verantwoordingen zijn reeds met de (financieel) ambtenaren van de desbetreffende gemeenten besproken. Kazernes. De voorschotten die VNOG bij de gemeenten in rekening brengt, zijn sinds 2014 ongewijzigd gebleven terwijl als gevolg van gestegen kostenontwikkelingen de werkelijke uitgaven voor de exploitatie van de kazernes jaarlijks toenemen. Aanpassing van de hoogte van de bevoorschotting was uitgesteld in afwachting van de besluiten over demarcatie waarmee helder wordt wie nu welke exploitatie uitgaven gaat betalen en dus ook gaat begroten. De demarcatie-afspraken zijn in december 2021 vervat in een Regeling die het algemeen bestuur heeft vastgesteld en die aan de colleges ter instemming is voorgelegd; in 2022 is dit afgerond. Aangezien VNOG de exploitatie voor de betreffende gemeenten uitvoert, worden alle uitgaven afgerekend. Overgangsrecht.

Sinds eind 2017 wordt invulling gegeven aan de uitwerking van het Akkoord Reparatie FLOovergangsrecht. Periodiek worden richtlijnen verstrekt vanuit het landelijke LOGA met betrekking tot de uitwerking van onderdelen van dit akkoord. Ten opzichte van 2020 en 2021 waarin het versneld sparen heeft plaatsgevonden, waren de kosten in 2022 niet meer zo hoog. Totaal

Pagina 74 van 101

0

7. Waarderingsgrondslagen Materiële vaste activa Materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs (dit omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten) onder aftrek van de cumulatieve afschrijvingen. Disagio wordt niet geactiveerd. De gehanteerde afschrijvingsmethoden staan beschreven in de Financiële Verordening. De VNOG schrijft af volgens de lineaire methode op al haar reguliere activa en annuïtair op de gebouwen. Aan investeringen die gedurende het boekjaar worden aangeschaft wordt wel rente toegerekend, maar er wordt daarvoor geen afschrijving berekend. De eerste afschrijving vindt plaats in het boekjaar volgend op het jaar van aanschaf. De afschrijving wordt gebaseerd op de levensduur van de activa. Verkort overzicht afschrijvingstermijnen Waardering en afschrijving vaste activa: 1. Activa met een verkrijgingprijs van minder dan € 10.000 worden niet geactiveerd. 2. Afschrijving van gebouwen vindt plaats op basis van de annuïtaire methode, op gronden wordt niet afgeschreven. Op alle overige activa wordt lineair afgeschreven. 3. De rente voor de toerekening van de kapitaallasten wordt bepaald door het AB bij de vaststelling van de begroting. Voor enkele projecten (aankoop van kazernes Doetinchem, Harderwijk en Apeldoorn SABA) is een projectrente vastgesteld die gekoppeld is aan het rentepercentage van de voor de financiering aangetrokken leningen. 4.

De materiële vaste activa met economisch nut, zoals bedoeld in artikel 35 van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeente, worden afgeschreven volgens de afschrijvingstermijnen zoals vastgesteld in de vergadering van het DB van 29 november 2018. Het vaststellen van de lijst met afschrijvingstermijnen is, op grond van de huidige Financiële Verordening, een bevoegdheid van het DB. Aanvullend op de vastgestelde lijst zijn de volgende uitgangspunten vastgesteld: a. Tweedehands aangekochte activa worden afgeschreven op basis van de geschatte resterende economische levensduur; b. Investeringen die in voorgaande leden niet specifiek zijn benoemd worden afgeschreven op basis van de verwachte economische levensduur. Vorderingen Vorderingen zijn opgenomen tegen de nominale waarde. Liquide middelen Liquide middelen zijn opgenomen tegen de nominale waarde. Overlopende activa Overlopende activa zijn opgenomen tegen de nominale waarde. Algemene reserve Algemene reserves zijn reserves waaraan het Algemeen Bestuur geen specifieke bestemming heeft gegeven. Bestemmingsreserves Bestemmingsreserves zijn reserves waaraan het Algemeen Bestuur een specifiek doel heeft gegeven. Binnen deze reserves is onderscheid mogelijk in wettelijke, egalisatie en overige bestemmingsreserves.

Pagina 75 van 101

Voorzieningen Voorzieningen moeten gevormd worden wegens: a. verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten; b. op de balansdatum bestaande risico’s ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten; c. kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren. De voorzieningen worden gevormd tegen nominale waarde. Langlopende schulden De langlopende schulden zijn opgenomen tegen nominale waarde. Van langlopende schulden is spraken wanneer de oorspronkelijke looptijd één jaar of langer is. Vlottende passiva De vlottende passiva zijn opgenomen tegen nominale waarde. Stelsel van baten en lasten De baten en lasten zijn toegerekend aan het jaar waarin de diensten of goederen zijn geleverd. Eventuele verliezen en in redelijkheid te berekenen risico’s, die hun oorsprong vinden in of voor het verslagjaar zijn verwerkt in de jaarrekening. De baten en lasten waartussen een causaal verband bestaat zijn in hetzelfde jaar verantwoord. De programmarekening 2022 is opgesteld over de periode 1 januari 2022 – 31 december 2022.

Resultaat bestemming Conform BBV worden de mutaties in de reserves zowel in de begroting als in de rekening, separaat verantwoord. Hierdoor is het jaarrekeningresultaat zowel voor als na bestemming inzichtelijk.

Pagina 76 van 101

8. Toelichting op de balans Activa Materiele Vaste Activa (MVA) Aanschafwaarde per 01-01-2022

77.873.628

Af: Afschrijving per 01-01-2022

-34.763.878

Stand per 01-01-2022

43.109.750

Bij: Investeringen 2022

6.972.288

Af: Bijdragen derden

-

Af: Desinvestering 2022

-

Bij: cum afschrijvingen des-investeringen 2022

-

Af: Afschrijvingen 2022

-5.159.839

Af: Afwaarderingen 2022 Totaal saldo activa per 31-12-2022

44.922.199

De stand per 1-1-2022 bestaat uit de boekwaarde van de gehele VNOG. De VNOG kent alleen investeringen met economisch nut. De activa van de VNOG bestaan uit vijf categorieën, namelijk gronden & terreinen, bedrijfsgebouwen, vervoermiddelen, apparatuur en overige activa. In 2021 is het activabestand aanzienlijk opgeschoond. Hiermee ontstaat een is een betere weergave op de balans van de bezittingen en de afschrijvingen daarop ontstaan. De opgeschoonde activa-items (m.n. vervoermiddelen, brandweermaterialen en ICT-middelen) waren afgeschreven en afgestoten maar stonden nog met aanschafwaarde en afgeschreven waarde op de balans van de VNOG. Bij de opschoning is tevens getoetst of de afstoot (in het verleden) conform de geldende interne afspraken heeft plaatsgevonden. Hieronder de stand van de balans per categorie. Verloopstaat Inveresteringen 2022 Categorie Boekwaarde per 01-01-2022

Gronden & Terreinen

Machines & apparaten & installaties

Bedrijfs- gebouwen Vervoermiddelen

Overige materiele vaste Totaal activa

1.875.000

11.923.639

18.204.621

8.403.963

2.702.528

43.109.751

Bij: investering 2022

-

64.577

1.800.053

2.680.461

2.427.197

6.972.288

Af : bijdragen derden

-

-

-

-

-

-

Af: desinvestering 2022

-

-

-

-

-

-

Bij: cum afschrijvingen des-investeringen 2022

-

-

-

-

-

-

-575.975

-2.456.971

-1.496.237

-630.656

-5.159.839

11.412.241

17.547.703

9.588.187

4.499.069

44.922.200

-

-

-

-

11.412.241

17.547.703

Af: Afschrijving 2022 Subtotaal

1.875.000

Af: Afwaarderingen 2022 Totaal saldo activa per 31-12-2022

1.875.000

9.588.187

4.499.069

44.922.200

Toelichting op de afschrijvingen De gehanteerde afschrijvingsmethoden zijn conform de Financiële Verordening VNOG 2021, hoofdstuk 6, artikel 11. Op gronden & terreinen wordt niet afgeschreven, op bedrijfsgebouwen wordt annuïtair afgeschreven. Alle overige activa schrijft de VNOG af volgens de lineaire methode. Aan investeringen die gedurende het boekjaar worden aangeschaft, wordt wel rente toegerekend, maar geen afschrijving berekend. De eerste afschrijving vindt plaats in het boekjaar volgend op het jaar van aanschaf. Het DB heeft een afschrijvingstabel (termijn) vastgesteld die met ingang van 2019 wordt toegepast. In het jaar 2022 heeft de VNOG € 6.972.288 geïnvesteerd. De gerealiseerde investeringen zijn lager dan het toegekende investeringsbudget, dit is vooral veroorzaakt doordat de aanbesteding en aanschaf van materieel/materialen wordt vertraagd door schaarste van grondstoffen en oplopende prijzen. Een aantal investeringen zijn hierdoor verplaatst naar de komende jaren.

Pagina 77 van 101

Restantkredieten 2022 In hoofdstuk 13 staan de kredieten die in 2022 niet (geheel) zijn uitgevoerd. De uitvoering vindt plaats in 2023 of later. Gevraagd wordt om deze kredieten over te hevelen naar 2023. Vlottende activa Vorderingen < 1 jaar Onder vorderingen op korte termijn vallen vorderingen die binnen een jaar afgehandeld worden. In onderstaande tabel staan de vorderingen op korte termijn aangegeven. Uitzettingen < 1 jaar Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in 's Rijks Schatkist met een rente typische looptijd < 1 jaar Rekening courant verhouding met het Rijk Overige vorderingen Overige uitzettingen Vooruitontvangen facturen Totaal uitzettingen < 1 jaar

31-12-2022 1.386.085

31-12-2021 889.859

Mutatie 496.226

3.210.334 0 441.411 0

6.108.938 0 147.509 0 7.146.306

-2.898.604 0 293.902 0 -2.108.476

5.037.830

Vorderingen op openbare lichamen Dit betreft vorderingen op diverse openbare lichamen die in 2023 worden afgewikkeld. Schatkistbankieren Met ingang van 1 januari 2014 heeft het Ministerie van Financiën het voor overheidslichamen verplichte schatkistbankieren ingevoerd. De VNOG is hierdoor verplicht om overtollige middelen in rekening-courant aan te houden bij het Ministerie van Financiën. Als overtollig wordt aangemerkt alle middelen die een drempelbedrag overschrijden. Voor de VNOG is het drempelbedrag voor 2022 bepaald op € 1.219.340. De VNOG legt in navolgende tabel verantwoording af over de wijze waarin in 2022 de regels over schatkistbankieren zijn nageleefd. Per kwartaal 2022

1

Op dagbasis buiten 's Rijks schatkist gehouden

2

3

4

141.000

112.000

185.000

101.000

Drempelbedrag

1.219.340

1.219.340

1.219.340

1.219.340

Ruimte onder het drempelbedrag

1.078.340

1.107.340

1.034.340

1.118.340

-

-

-

-

Overschrijding van het drempelbedrag

Uit de tabel staat blijkt dat de VNOG in 2022 de regels voor het schatkistbankieren volledig heeft nageleefd. Rekening – courantverhouding met het Rijk Als rekening courant met het Rijk wordt de zero-balancerekening gebruikt. Via dit rekeningnummer verlopen de afromingen naar en de opnames uit ’s Rijks schatkist van en naar de rekening courant VNOG. Het saldo van de zero balance-rekening is altijd € 0. Overige vorderingen Het totaal van overige vorderingen € 441.411,- betreft hoofdzakelijk declaraties van kosten en RBS vorderingen. Liquide middelen Liquide middelen staan ter vrije beschikking:

Pagina 78 van 101

Liquide Middelen

31-12-2022

31-12-2021

Bank BNG NOG

-

-

-

Bank BNG NOG zerobalancing rekening

-

-

-

Bank BNG NOG paraplurekening

-

-

-

2.061

13.306

-11.245

Girorekening

Mutatie

Postbank NOG (V)

32

401

-369

Postbank NOG (A)

46

2.697

-2.651 -1.868

Simpled Card Apeldoorn

256

2.124

Simpled Card Veluwe

6.399

2.815

3.584

Simpled Card Achterhoek

-1.105

2.179

-3.285

Simpled Card IJsselstreek

7.431

7.431

-

Simpled Card LE / LB Totaal liquide middelen

-1.104 14.016

-207 30.748

-898 -16.732

Overlopende activa Overlopende activa

31-12-2022 31-12-2021

Nog te ontvangen bedragen van Overige Nederlandse Overheidslichamen

1.638.283

Overige nog te ontvangen bedragen

2.070.756

Mutatie -432.473

-

-

-

Vooruitbetaalde bedragen

1.285.969

1.380.506

-94.537

Totaal overlopende activa

2.924.252

3.451.262

-527.010

Overige nog te ontvangen bedragen Onder de post ‘Overige nog te ontvangen bedragen’ staan de opbrengsten die de VNOG als baten heeft opgenomen in de exploitatie, maar die nog niet zijn ontvangen. Vooruitbetaalde bedragen Het bedrag aan vooruitbetaalde kosten heeft betrekking op opleidingskosten die reeds in rekening zijn gebracht maar waarvan de opleidingstrajecten pas in de komende jaren worden afgerond. Voor het overige zijn het facturen die betaald zijn in 2022 maar betrekking hebben op 2023.

Pagina 79 van 101

Passiva Eigen vermogen Het eigen vermogen bestaat uit de algemene reserve en bestemmings- en egalisatiereserves en het gerealiseerd resultaat over het boekjaar. Verloopstaat reserves Reserves per 31-12-2022

Vermeerdering Omschrijving

Saldo 1-1-2022

Bestemming rekeningresultaat 2021

5.255.819

Algemene Reserve

1.135.114

Terugbetaling aan gemeenten en exploitatie 2022

bestemming

Vermeer-

Verminde-

Verminderingen

Toevoeging

Saldo per

resultaat 2021

deringen

ringen

ivm afschrijving

rente 2022

31-12-2022

769.940

-4.485.879

als gevolg van

1.135.114,00

Bestemmingsreserves Bedrijfsvoeringreserve

3.000.000

Jeugdbrandweer Oost-Gelre

525.000

509.765

3.015.235

608.000

346.000

5.436

Tijdelijke reserve

5.436

608.000

Egalisatiereserve afschrijvingen

346.000

2.906.529

3.760.879

1.298.044

101.274

7.864.177

Bestemmingsreserve Frictiekn LMO

500.000

Tijdelijke reserve incidentele veranderkosten

434.468

158.307

500.000 276.161

Reserve frictiekosten risicobeheersing Tijdelijke reserve flankerende kn dekkingsspreidingsplan Egalisatiereserve vervanging operationeel uniform

365.000

120.000

245.000

297.517

45.142

252.375

Egalisatiereserve inzetten(uitruk)

400.000

202.544

197.456

Reserve zelfredzaamheid en risicobewust

516.607

298.573

218.035

100.000

367.545

Bestemmingsreserve frictiekosten RBS

200.000

Reserve duurzaamheid Totaal Reserves

467.545

200.000 100.000

15.524.490

769.940

0,00

2.111.588

100.000 1.942.331

101.274

-

14.822.532

Algemene reserve Deze reserve behoort tot de weerstandscapaciteit. Bedrijfsvoeringsreserve Deze reserve behoort tot de weerstandscapaciteit. Jeugdbrandweer Oost-Gelre Van de voormalige Stichting Jeugdbrandweer Oost-Gelre heeft VNOG, na het opheffen van deze stichting, de reserve ontvangen. Deze reserve is voor de nieuwe jeugdgroep Oost-Gelre binnen de Jeugdbrandweer VNOG. Tijdelijke reserve Via deze reserve zijn via een besluit van het algemeen bestuur budgetten overgeheveld van 2022 naar 2023. Verloop van de tijdelijke reserve

Programma

Stand 1 januari 2022

608.000

Ontrekkingen in 2022

608.000 -

Dotaties (overheveling van 2022 naar 2023) FMIS

Bedrijfsvoering

230.000

Dynaisch alarmeren

Bedrijfsvoering

35.000

Procesbeheersysteem RB

Bedrijfsvoering

81.000 346.000

Stand 31 december 2022

346.000

Pagina 80 van 101

Egalisatiereserve afschrijvingen In de nota “Afschrijven en investeren” is afgesproken dat de verkoop van voertuigen, het afboeken van restant-boekwaarden en het verschil tussen begroting en rekening van rente en afschrijving wordt verrekend met de egalisatiereserve. Verloop van egalisatiereserve afschrijvingen Stand 1 januari 2022

2.906.529

Resultaatbestemming vorig boekjaar

3.760.879

Extra afschrijving

-101.274

Verkoop materieel Resultaat kapitaallasten

132.483 1.165.560 1.298.044

Stand 31 december 2022

7.864.177

Bestemmingsreserve Frictiekosten LMS In 2018 heeft VNOG € 500.000 van het Rijk ontvangen ten behoeve van de frictiekosten die ontstaan na vorming van de Landelijke Meldkamer. Tijdelijke reserve incidentele veranderkosten Betreft een tijdelijke (tot eind 2024) bestemmingsreserve voor 'veranderkosten organisatieontwikkeling' met een maximale hoogte van € 1.040.000. In 2022 is voor onder andere “De Expeditie” € 158.300 uitgegeven, hetgeen ten laste van deze reserve is gebracht. Ingaande 2023 is de omvang van de reserve € 276.160. Reserve frictiekosten risicobeheersing Betreft een tijdelijke reserve voor frictiekosten welke gepaard gaan met het implementeren van de Toekomstvisie 2020. Betreft tijdelijke personele extra bezetting in verband met de invoering van de Omgevingswet in de jaren 2021-2024 (4 x € 120.000). Deze reserve is gevormd uit een onderschrijding van het budget voor de salariskosten bij de afdeling in 2020 (conform de Toekomstvisie). In 2022 is er € 120.000 onttrokken. Tijdelijke reserve flankerende kosten dekkings- en spreidingsplan Betreft een tijdelijke (tot eind 2027) bestemmingsreserve voor 'flankerende kosten dekkings-en spreidingsplan' met een maximale hoogte van € 360.000. In 2022 is ervoor € 45.000 uitgegeven en ten laste van deze reserve gebracht.

Pagina 81 van 101

Egalisatiereserve vervanging operationeel uniform Betreft een reserve ter vervanging van de huidige dienstkleding. In 2022 is hieraan € 367.545 toegevoegd. Levering van de nieuwe dienstkleding vindt plaats vanaf 2023. Egalisatiereserve inzetten (uitruk) Betreft een egalisatiereserve voor 'inzetten (uitruk)', zonder einddatum en met een maximale hoogte van € 400.000. In 2022 is hieraan € 202.544 onttrokken. Bestemmingsreserve zelfredzaamheid en risicobewust Betreft een reserve voor het programma ‘Zelfredzaam en Risicobewust’ om burgers, instellingen en bedrijven te informeren en te stimuleren tot een veilig leven, eigen verantwoordelijkheid nemen, etc. Van het resultaat 2020 is € 550.000 toegevoegd. In 2022 is ervoor € 298.573 uitgegeven en ten laste van deze reserve gebracht. Bestemmingsreserve frictiekosten RBS Op grond van landelijke regelgeving moet het Regionaal Brandmeldsysteem (RBS) van VNOG haar activiteiten geheel stopzetten en overdragen aan commerciële marktpartijen. In de begroting is rekening gehouden met een geleidelijke daling van het aantal abonnementen en daarbij behorende daling van inkomsten. Met het beëindigen van de RBS activiteiten zijn echter ook eenmalige frictiekosten te verwachten. De volgende frictiekosten worden verwacht.

Het personeel van RBS is het hele jaar 2022 bezig geweest met het gefaseerd overzetten van het huidige abonneebestand naar een andere provider. De personele kosten kwamen het gehele jaar 2022 voor rekening van VNOG terwijl de snelheid van de afbouw van het abonneebestand en de daaraan gekoppelde inkomsten en dus ook de dekking van de personele kosten, sterk afhankelijk is van het feitelijke moment waarop de abonnees overstappen. Voor de huidige medewerkers RBS zal in samenspraak met deze medewerkers passend werk gezocht gaan worden. Ook hieraan zullen kosten verbonden zijn. De omzetting in 2022 van de aansluitingen van RBS naar externe marktpartijen is later in gang gezet dan waarmee in de projectplanning en de begroting 2022 rekening was gehouden. Daarnaast hadden de externe partijen moeite om leveranciers te vinden om de migratie technisch te kunnen realiseren door een gebrek aan voldoende technisch geschoold personeel. Dit heeft geleid tot flinke vertraging van de migratie. De keerzijde hiervan was dat er daardoor ook veel meer inkomsten voor RBS gerealiseerd konden worden, zodat aanwending van de bestemmingsreserve in 2022 niet nodig is gebleken. Aanwending van deze reserve zal in 2023 door de uiteindelijk forse daling van het aantal betalende abonnees en de deels structurele kosten zeker plaats vinden.

Bestemmingsreserve duurzaamheid Betreft een reserve met een looptijd van vier jaar (t/m eind 2026) en met een maximale hoogte van € 100.000; de bestemmingsreserve wordt ingezet voor duurzaamheidsmaatregelen (AB-besluit december 2022). De berekening van de hoogte van de reserve vindt zijn oorsprong in de te compenseren voetafdruk als gevolg van de aanschaf van de nieuwe blusvoertuigen. Het zou namelijk € 100.000 kosten om een bos aan te planten dat de totale te verwachten CO-2 uitstoot van de nieuwe blusvoertuigen compenseert. Dit wordt echter niet als een passende maatregel beschouwd, maar er is voor dit bedrag een reserve gevormd. Met de reserve kunnen elders in de bedrijfsvoering compenserende duurzaamheidsmaatregelen worden getroffen.

Pagina 82 van 101

Verloopstaat voorzieningen Omschrijving

Saldo

Vermeerde-

Verminde-

Verminderingen

Saldo per

1-1-2022

ringen

ringen

door vrijval

31-12-2022

Voorzieningen voor risico's en verplichtingen FLO VNOG

50.000

50.000

Verlofsparen

112.116

112.116

Arbeidskosten

55.000

55.000

671.772

Voorzieningen voor middelen van derden, waarvan de bestemming gebonden is Groot onderhoud kazerne Doetinchem

596.772

75.000

Groot onderhoud kazerne Harderwijk

532.672

60.000

1.179.445

302.116

Totaal voorziening

592.672 0

-

1.481.560

Toelichting voorzieningen FLO-VNOG Het betreft de opgebouwde FLO-rechten voor actief personeel dat recht heeft op een overgangsregeling. Voorziening verlofuren In de CAO-gemeenten 2021-2022 is de mogelijkheid tot verlofsparen opgenomen. Medewerkers kunnen vanaf 1 januari 2022 bovenwettelijke vakantie-uren sparen. Met dit 'verlofsparen' kunnen medewerkers passend bij hun levensfase hun bovenwettelijke vakantie-uren inzetten op een manier die aansluit bij hun persoonlijke levens- en carrièreplanning. Deze vakantie-uren verjaren niet. Dit kan gaan leiden tot verlofstuwmeren die bijvoorbeeld ingezet gaan worden om eerder met pensioen te gaan. Bij dit verlofsparen is sprake van arbeidskosten gerelateerde verplichtingen (conform besluit begroting en verantwoording) die een niet voorspelbare opbouw en daarmee ook onvoorspelbare afbouw kennen en daarom dient hiervoor een voorziening te worden gevormd. In 2022 is door medewerkers gebruikt gemaakt van deze mogelijkheid. Er zijn 2.242,31 uren in deze regeling gestort. Voor deze uren is tegen een gemiddeld uurloon (€ 50) deze voorziening gevormd. Arbeidskosten Het betreft hier de te verwachten arbeid gerelateerde kosten. Groot onderhoud kazernes Doetinchem en Harderwijk Het betreft hier voorzieningen voor middelen van derden waarvan de bestemming gebonden is.

Deze worden aangewend voor het groot onderhoud aan de overgenomen kazernes van Doetinchem en Harderwijk. Bedragen zijn gebaseerd op de meerjarig onderhoudsplannen van de betreffende gemeenten. VNOG voert het onderhoud uit c.q. laat het onderhoud uitvoeren en de respectievelijke gemeenten zorgen voor de financiering daarvan door middel van het storten van bijdragen in de voorzieningen. Vaste schulden > 1 jaar Omschrijving

Rente

Hoofdsom

GBR

Stand 01-01-22

Lening BNG - 10 jaar - 40107204

2,80%

3.685.000

16000

-

-

-

-

Lening Gemeente Berkelland - 10 jaar

1,72%

10.000.000

16001

3.181.007

-

1.042.305

2.138.702

Lening BNG - 15 jaar - 40109346

1,59%

2.000.000

16002

1.125.567

-

133.022

992.545

Lening BNG - 40 jaar - 40109345

2,29%

4.000.000

16003

3.534.968

-

72.693

3.462.275

Lening BNG - 10 jaar - 40109776

0,81%

2.500.000

16004

875.000

-

250.000

625.000

Lening BNG - 15 jaar - 40110312

1,33%

2.500.000

16005

1.500.000

-

166.667

1.333.333

Lening BNG - 10 jaar - 40110517

0,70%

2.500.000

16006

1.250.000

-

250.000

1.000.000

Lening BNG - 10 jaar - 40110644

0,40%

5.000.000

16007

2.500.000

-

500.000

2.000.000

Lening BNG - 10 jaar - 40110766

0,39%

5.000.000

16008

2.500.000

-

500.000

2.000.000

Lening BNG - 10 jaar - 40111179

0,68%

3.000.000

16009

1.800.000

-

300.000

1.500.000

Lening BNG - 10 jaar - 40111678

0,69%

6.000.000

16010

4.200.000

-

600.000

3.600.000

Lening BNG - 10 jaar - 40111883

0,69%

4.000.000

16011

2.800.000

-

400.000

2.400.000

Lening BNG - 10 jaar - 40112457

0,70%

4.000.000

16012

2.800.000

-

400.000

2.400.000

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12793321/1