Bijlage 1 Voorlopige jaarstukken 2022
Tekst van het document
vervallen. Verder wordt ook verwacht dat de benodigde middelen voor frictiekosten, bij de schaalvergroting naar een nieuwe meldkamer, toereikend zijn. Twee andere risico’s die gekwantificeerd stonden begroot zijn onderstaand als niet-kwantificeerbaar gelabeld. De genoemde risico’s zijn naar aanleiding van afspraken en maatregelen inmiddels minder een specifiek risico geworden (voor VNOG). Het betreft de risico’s die te maken hebben met: • de mogelijk gevolgen voor de positie van vrijwilligers als gevolg van Europese regelgeving t.a.v. gelijkschakeling van taken/positie tussen vrijwilligers en beroepspersoneel; door landelijke afspraken over de differentiatie van de taken van vrijwilligers is er geen sprake meer van gelijkschakeling van werk (deze ontwikkeling veroorzaakt wel een nieuw risico op het (niet meer) in alle opzichten kunnen inzetten van vrijwilligers) en • de uitval van faciliteiten op posten als gevolg van het ontbreken van gemeentelijke middelen voor facilitaire zaken; door ver(der)gaande afspraken met de gemeenten gemaakt in het kader van demarcatie is het risico verkleind (hierbij zal nog duidelijk moeten worden of we alles daarmee voldoende ‘onder schot’ hebben). Andersom zijn er twee risico’s die als niet-kwantificeerbaar stonden begroot, nu opgenomen als gekwantificeerd. Het betreft de risico’s: • het risico van het niet matchen tussen de gemeenten en de afd.
RCB t.a.v. de uitvoering van taken en dienstverlening, bij de invoering van de nieuwe Omgevingswet; het bijkomend risico is gekwantificeerd voor het tijdelijk benodigd zijn van extra personeel en • het risico van extra prijsstijgingen (en vertraging) aanschaf blusmaterieel bij realisatie MSP o.b.v. Toekomstvisie; extra prijsstijgingen t.a.v. het nog aan te schaffen blusmaterieel kunnen leiden tot hogere kapitaalslasten c.q. eerdere uitputting van de (gevormde) egalisatiereserve. Tenslotte is het niet gekwantificeerde risico van het optreden van een mogelijke pandemie breder getrokken naar het risico van het kunnen optreden van verschillende crises. Hierbij valt te denken aan de vluchtelingencrisis waarvan sprake was in 2022. Het risico blijft vooralsnog als niet-kwantificeerbaar aangeduid. Op grond van het uitgevoerde risicomanagement in 2022 wordt het volgende overzicht ‘Risico’s jaarrekening 2022’ weergegeven. Risico's jaarrekening 2022 (gekwantificeerd) Nr. Risico's en oorzaken
1 Stoppen Openbaar Brand-/Regionaal meldsysteem (OMS/RBS), risico niet kunnen inpassen medewerkers en (desinvesteringen) materieel i.c.m. het vraagstuk behoud informatiepositie vanuit het brandmeldsysteem. 2 Geen match tussen de gemeenten en de afd. RCB t.a.v. de uitvoering van taken en dienstverlening, bij de invoering van de nieuwe Omgevingswet. Te grote diversiteit in uitvoering/invulling door gemeenten t.o.v. het kwalitatieve en kwantitatieve aanbod van de VNOG. 3 Schaarste capaciteit repressieve inzet van vrijwilligers brandbestrijding. door groter verloop/uitstroom en schaarste vrijwilligers. 4 Teveel (roostering) uren bestaande (repressieve) bezetting brandbestrijding (Arbeidstijden). 5 Hogere prijzen; boven prijsindex, exploitatie.. Wereldwijde ontwikkelingen (v.a. 2021) van een toenemende vraag in samenhang met schaarste van aanbod, doen de grondstof- en materiaalprijzen stijgen. 6 Niet (tijdig) realiseren besparingen Toekomstvisie 2020 t.a.v. materiële kosten door vertraging vervanging - en/of wijzigingen inzichten vervanging materieel.
Pagina 32 van 101
Weerstandscapaciteit (euro's) 75.000
320.000
286.000 15.000
350.000
113.000
7 Niet (tijdig) realiseren besparingen Toekomstvisie 2020 t.a.v. personele kosten (vergoedingen/opleidingen/trainingen vrijwilligers) als gevolg van voortschrijdende inzichten benodigd aantal vrijwilligers in samenhang met (beschikbare) materieel (vorig punt).
315.000
8 Uitval materieel repressieve inzet brandbestrijding door defect materieel en/of gebrek onderdelen voertuigen/brandweermiddelen. 9 Extra prijsstijgingen (en vertraging) aanschaf blusmaterieel bij realisatie MSP o.b.v. Toekomstvisie. Extra prijsstijgingen nog aan te schaffen blusmaterieel leiden tot hogere kapitaalslasten c.q. eerdere uitputting van de (gevormde) egalisatiereserve.
27.000
10 Onvoldoende oefenmogelijkheden Vakbekwaam blijven brandweerpersoneel. Oefenmogelijkheden beperkt bij niet voldoen vakbekwaamheidspleinen eisen RI&E. 11 Noodzakelijke (spoedeisende) aanpassingen aan gebouwen/ installaties voortvloeiende uit afspraken en (wettelijke) eisen (w.o. RI&E). Kosten (tijdelijke) huisvesting/ faciliteiten kantoorpersoneel. 12 Onzekerheid kosten overbrugging na vertrek kantoorlocatie Europaweg. 13 Aanpassingen werkplekfaciliteiten en (meer) thuiswerken (corona). 14 Hack systemen, verhinderen uitvoering crisis en alle ondersteunende/bedrijfsmatige activiteiten door uitval ICT- systemen. 15 Te hoge personele kosten (beroeps en vrijwilligers) door onjuiste gegevens, - berekeningen en ontoereikende kennis en controles. 16 Inkopen voor te hoge bedragen en/of onjuiste uitvoering/voorwaarden (w.o. aanbestedingen) door onjuist inkoopproces en demarcatie problematiek. 17 Onvoorziene kosten aanspraken van personeel na dienstongevallen door veranderingen in de verzekeringsmarkt en gewijzigde mogelijkheden van dekking. 18 Stijging reële bijdrage aan NIPV door bijv. nieuwe taken. 19 Stijging financieringskosten bij aantrekken leningen (vreemd vermogen), door stijging van het rentepercentage. 20 Beboeting en imagoschade door schending van de privacy (overtreding van de algemene verordening gegevensbescherming (AVG)).
Processen rond persoonsgerelateerde gegevens worden niet goed uitgevoerd, waardoor privacygevoelige gegevens op onjuiste plaatsen terecht kunnen komen.
13.000
21 Hogere kosten (eigen) organisatie OVDG'en (Officieren van dienst geneeskundig). Na opzegging door het Witte Kruis van het (doorlopend) contract voor inhuur van OVDG'en ontstaat het risico dat de uitvoering van deze taak door de VNOG zelf, hogere kosten met zich brengt.
50.000
42.000
165.000 38.000 150.000 105.000 15.000 60.000 18.000 1.125.000 30.000
188.000
3.500.000 Risico's jaarrekening 2022 (niet gekwantificeerd) Nr. Risico's en oorzaken
Weerstands-capaciteit (euro's)
1 Hogere personele kosten (beloning/vergoeding) -w.o.relatieve aandeel VNOG- bij repressieve inzet van parttime brandweermensen (i.p.v. vrijwilligers). Uitkomst project Taakdifferentiatie: afschaffing consignatie en kazernering vrijwilligers; mogelijke alternatieven (parttime aanstellingen) duurder. 2 Toename onderhoudskosten materieel voor repressieve inzet brandbestrijding door langer gebruik bestaand materieel. 3 Onzekerheid toekomstbestendige - en efficiënte uitvoering van repressieve taken bij het niet (tijdig) realiseren samenvoeging/-werking kazernes (Toekomstvisie bouwsteen 31 en 31a). Door onzekerheid uitkomsten onderzoeken samenvoeging/-werking aangegeven regio's, nog geen duidelijkheid over verbeteringen uitvoering repressieve activiteiten. 4 Crises (w.o pandemie) kwantificering c.q. opname in risicoprofiel gevolgen crises, zoals COVID19. 5 Uitwerking (operationele) uitvoering demarcatie. De uitwerking/uitvoering van de demarcatieafspraken kan nog leiden tot onvoorziene (financiële) situaties c.q. tegenvallers. 6 Verontreiniging grond/bodem kazernes en oefenpleinen door PFAS. Bij enkele in gebruik zijnde kazernes en oefenterreinen is mogelijk sprake van PFAS verontreiniging.
Toelichting Naast de hiervoor toegelichte verschillen met de begrote risico’s worden hieronder een aantal ontwikkelingen in 2022 toegelicht met betrekking tot risico’s die in zwaarte en omvang (qua weerstandscapaciteit) zijn gewijzigd en daarnaast de risico’s die nieuw zijn waargenomen. Pagina 33 van 101
Van de onderstaande risico’s is de berekende omvang van de weerstandscapaciteit respectievelijk substantieel verlaagd en verhoogd. Risico’s die zijn verlaagd: • het risico van frictiekosten w.o. niet kunnen inpassen medewerkers en (desinvesteringen) materieel, bij het stoppen van het Openbaar Brand-/Regionaal meldsysteem (OMS/RBS): dit risico neemt af naarmate de afbouw vordert met de bijbehorende maatregelen en ontwikkelingen t.a.v. het personeel en materieel; • het risico op kosten van tijdelijke huisvesting ter overbrugging na vertrek kantoorlocatie Europaweg: door gemaakte plannen en verkregen zicht op wat benodigd en beschikbaar is qua huisvesting, is dit risico (financieel) afgenomen; • het risico op het hacken van systemen, waardoor de uitvoering wordt bedreigd van de crisis en alle ondersteunende/bedrijfsmatige activiteiten door uitval van ICT- systemen: door de genomen maatregelen rond beveiliging en bewaking is dit risico afgenomen; Risico’s die zijn verhoogd: • het risico van hogere prijzen/exploitatiekosten boven de prijsindex: door wereldwijde ontwikkelingen (v.a. 2021) t.w.
een toenemende vraag in samenhang met schaarste van aanbod, stijgen de (exploitatie)kosten door stijging van grondstoffen en materialen; • het risico van het niet tijdig realiseren van besparingen vanuit de Toekomstvisie voor wat betreft de personele kosten: door voortschrijdende inzichten wordt een hoger aantal vrijwilligers nodig geacht, in samenhang met het (beschikbare) materieel, dan waarvan is uitgegaan bij de Toekomstvisie; • het risico op stijging van financieringskosten bij het aantrekken van leningen (vreemd vermogen): door een verdere stijging van de rente dan waarmee in toekomstige begrotingen wordt rekening gehouden bij het aantrekken van toekomstige leningen, neemt het risico fors toe dat de berekende rentekosten in de toekomst ontoereikend zijn. Behalve de hiervoor genoemde wijzigingen van risico’s t.a.v. de begroting 2022-2025 zijn onderstaande risico’s nieuw geïnventariseerd in 2022.
Gekwantificeerde risico’s: • onvoldoende oefenmogelijkheden (-terreinen) Vakbekwaam blijven brandweerpersoneel: het risico heeft te maken met het onvoldoende beschikbaar zijn van de vakbekwaamheidspleinen bij het niet voldoen aan de RI&E eisen; bij de berekende benodigde weerstandscapaciteit is de kans berekend dat oefenlocaties moet worden gehuurd en • hogere kosten (eigen) organisatie OVDG'en (Officieren van dienst geneeskundig): na het opzeggen van het (doorlopend) contract door het Witte Kruis voor inhuur van OVDG'en moet VNOG hierin zelf voorzien; bij de berekende weerstandscapaciteit wordt rekening gehouden met de mogelijke meerkosten.
Niet gekwantificeerde risico’s: • toename onderhoudskosten materieel voor repressieve inzet brandbestrijding door langer gebruik bestaand materieel: vooralsnog wordt verwacht dat de dekking van mogelijk hogere kosten kan plaatsvinden uit de reguliere (onderhouds)budgetten; • onzekerheid toekomstbestendige - en efficiënte uitvoering van repressieve taken bij het niet (tijdig) realiseren samenvoeging/-werking kazernes (grensregio’s): mogelijk meerkosten bij onduidelijkheid voor de repressieve organisatie bij vertraging samenwerking, zijn nog niet te geven en • verontreiniging grond/bodem kazernes en oefenpleinen door PFAS: de mogelijkheid bestaat dat VNOG voor (aanzienlijke) extra kosten komt te staan nu op een paar locaties, welke de VNOG in gebruik heeft, de omvang en mate van PFAS-verontreiniging wordt onderzocht. Pagina 34 van 101
Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en alle risico’s waarvoor geen beheersmaatregelen zijn getroffen of waar na het treffen van maatregelen nog resterende risico’s overblijven (de benodigde weerstandscapaciteit). De vastgestelde beleidsregels worden hieronder samengevat. De beschikbare - en de benodigde weerstandscapaciteit en de weerstandsratio worden in de begroting en in de jaarrekening opgenomen. De weerstandsratio wordt daarbij gedefinieerd als quotiënt (uitkomst van de deling) tussen de beschikbare weerstandscapaciteit en de benodigde weerstandscapaciteit. De streefwaarde van de weerstandsratio ligt tussen 1,0 (“matig”) en 1,4 (“voldoende”). Indien de weerstandsratio buiten de bandbreedte van de streefwaarde ligt, wordt in de eerstvolgende Kadernota (of ander geëigend moment in de P&C cyclus) afgewogen hoe deze waarde weer kan worden bereikt. Benodigde weerstandscapaciteit De benodigde weerstandscapaciteit is het bedrag wat nodig is op basis van de financieel gekwantificeerde risico's. Beschikbare weerstandscapaciteit • De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit het totaal van middelen dat beschikbaar is om de risico’s financieel af te dekken.
• De beschikbare weerstandscapaciteit wordt gevormd door de Algemene Reserve, de Bedrijfsvoeringreserve, eventuele Stille Reserve en de post Onvoorziene uitgaven. Bij de VNOG is er geen sprake van een stille reserve. Bij de jaarrekening wordt de post Onvoorziene uitgaven niet meegenomen, omdat deze onderdeel vormt van het resultaat waarvan de bestemming bestuurlijk wordt vastgesteld. Tot de beschikbare weerstandscapaciteit behoren niet de (tijdelijke) bestemmingsreserves. Daar is al een bestedingsdoel aan verbonden. • De Algemene reserve is voor afdekking van risico's (artikel 12 van de Financiële verordening VNOG 2019) en heeft geen einddatum. De Algemene Reserve wordt gevoed vanuit AB besluiten, zoals daarvan o.a. sprake is bij de bestemming van het jaarrekeningresultaat. • De Bedrijfsvoeringsreserve heeft een algemene bufferfunctie en is breed inzetbaar voor prioriteiten (bijv. innovatie) of voor het tijdelijk afvlakken van gemeentelijke bijdragen. De Bedrijfsvoeringreserve heeft geen einddatum en behoort tot de beschikbare weerstandscapaciteit en telt derhalve mee voor de afdekking van risico’s. Dit geldt voor zover er geen bestuurlijke besluitvorming t.a.v. specifieke bestedingen (leidend tot een beklemming/beslag in de toekomst) heeft plaatsgevonden.
Berekening van de beschikbare weerstandscapaciteit Beschikbare weerstandscapaciteit rekening 2022 Saldo Algemene reserve Saldo Bedrijfsvoeringsreserve *) Beschikbaar weerstandsvermogen
€ 1.135.114 2.603.735 3.738.849
* hierbij is rekening gehouden met in 2022 genomen besluiten tot toekomstige besteding in 2023 e.v. ad. € 411.500 zoals blijkt uit de overeenkomstige toelichting in de begroting 2023-2026. Daarmee wordt het saldo van de Bedrijfsvoeringsreserve dat meetelt in het bepalen van de beschikbare weerstandscapaciteit: 3.015.235 – 411.500 = 2.603.735.
Pagina 35 van 101
Berekening van de ratio weerstandsvermogen Weerstandsvermogen VNOG rekening 2022 Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit Ratio
€ 3.738.849 3.500.000 1,07
Toelichting De hoogte van de Algemene Reserve en de Bedrijfsvoeringsreserve eind 2022 is zodanig dat de weerstandsratio zich bevindt aan de ondergrens van de door het bestuur vastgestelde bandbreedte van 1,0 tot 1,4. Financiële kengetallen VNOG Netto schuldquote Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte
Begroting 2022 71% 15% 0,10%
Rekening 2022 41% 32% 7,74%
Toelichting op de kengetallen Algemeen Bestuurlijk zijn er voor de VNOG geen normen vastgesteld waaraan de berekende kengetallen moeten voldoen. Provincies hanteren als toezichthouders op gemeenten en ook gemeenschappelijke regelingen, de signaleringswaarden die het Rijk gebruik bij stresstesten om mede de financiële positie van de zgn. 100.000+ gemeenten te toetsen. Deze signaleringswaarden zijn in onderstaande tabel weergegeven.
Netto schuldquote Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte
A= minste risico < 90% > 50% begr. > 0%
Categorie B - gem. risico 90%-130% 20%- 50% begr. = 0
C = meeste risico > 130% < 20% begr.< 0%
De kengetallen geven alleen in relatie tot elkaar een beeld. Wanneer dit beeld verontrustend is kan dit betekenen dat de financiële positie onder druk staat en er dus maatregelen nodig zijn om deze situatie te verbeteren. Aan de hand van de voor VNOG berekende positie valt op te maken wat de status is van financiële positie bij het opmaken van de jaarcijfers 2022. Netto schuldquote Dit kengetal geeft een indicatie van de druk van schuldenlast (rente en aflossing) op de eigen middelen. De quote wordt berekend door de netto schuld te delen door het totaal aan jaarlijkse baten. Bij de begrote cijfers voor 2022 werd uitgegaan van een hogere schuldenlast en een lagere positie aan eigen middelen. Mede door de besluiten vanuit het verleden over een passende reservepositie en bijbehorend weerstandsvermogen, valt de berekende netto schuldquote in de categorie ‘minste risico’. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de organisatie aan haar financiële verplichtingen kan voldoen. Hiertoe wordt de omvang van het eigen vermogen gerelateerd aan de totale omvang van het vermogen (dus het eigen en het vreemde vermogen). Hierbij geldt hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de financiële weerbaarheid van de VNOG. De berekende ratio (inclusief het exploitatieresultaat over 2022) bedraagt 32% en valt daarmee binnen de categorie ‘gemiddeld risico’. Pagina 36 van 101
Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft weer hoeveel structurele ruimte er is om de eigen lasten te dragen, ook als bijvoorbeeld de baten afnemen of lasten in de toekomst gaan toenemen. Het gaat daarbij om de ruimte die wordt berekend door het structurele saldo (verschil tussen structurele baten en lasten) te delen door het totaal aan jaarlijkse baten. Deze ratio heeft vooral zeggingskracht wanneer de uitvoering van de begroting niet wordt verstoord door uitzonderlijke situaties zoals daar de afgelopen jaren wel sprake van is geweest o.a. door de Covid-19 pandemie. Vanaf 2022 is de situatie t.a.v. corona weer genormaliseerd. Daartegenover is er wel sprake geweest van een crisis door de opvang van vluchtelingen m.n. uit Oekraïne. Dit heeft geen verstoring veroorzaakt zoals daarvan wel sprake was bij corona. De betekenis van de berekende ratio voor het financieel beleid blijft in de huidige context nog wel beperkt.
Pagina 37 van 101
4.2. Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Het brandweermaterieel en drie kazernes zijn in eigendom van de VNOG (Harderwijk, Doetinchem en Apeldoorn-Zuid). Ter dekking van de groot onderhoudskosten van deze (overgenomen) kazernes is in de jaarrekening van VNOG voor de kazernes Harderwijk en Doetinchem per kazerne een voorziening gevormd voor rekening van de betreffende gemeente; dit op basis van een meerjarig onderhoudsplan (MJOP). De kazerne in Apeldoorn-Zuid (Saba) betreft een appartementsrecht. Het opbouwen van een voorziening groot onderhoud voor de kazerne Apeldoorn-Zuid (Saba) is daardoor een aangelegenheid van de Vereniging van Eigenaren Werkgebouw Zuid. De kazernes in eigendom van VNOG zijn allemaal aangekocht in 2013. In 2023, na de BTW herzieningstermijn van 10 jaar, zullen de kazernes Harderwijk en Doetinchem terug verkocht gaan worden aan de desbetreffende gemeenten. Dan wordt ook de binnen VNOG opgebouwde onderhoudsvoorziening aan de betreffende gemeenten overgedragen. Over het moment van terug verkoop van de kazerne Apeldoorn-Zuid (Saba) vindt nog overleg plaats met de gemeente Apeldoorn. Dit mede in verband met de planvorming rondom de 1 post in Apeldoorn. De kapitaalgoederen voor rekening van VNOG betreffen de voertuigen en overig materieel waarop wordt afgeschreven. Voor dit materieel wordt er regio-breed met één beheerssysteem gewerkt.
De planning van het onderhoud vindt plaats volgens regionaal en landelijk vastgestelde intervallen en protocollen.
Pagina 38 van 101
4.3. Paragraaf Financiering Inleiding De Financieringsparagraaf is één van de voorgeschreven paragrafen als onderdeel van de Programmarekening op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Artikel 13 van dit besluit schrijft voor dat de beleidsvoornemens en ontwikkelingen ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille worden beschreven. Op grond van de Wet Fido (Financiering Decentrale Overheden) moet de veiligheidsregio twee treasury-instrumenten hanteren. Dit zijn het treasurystatuut en de treasuryparagraaf. Op 10 december 2020 heeft het AB een nieuw treasurystatuut vastgesteld met een ingangsdatum van 1 januari 2021. Risicobeheer Dit onderdeel geeft een samenvatting van het (verwachte) risicoprofiel van de organisatie. Het bevat tevens de gegevens die op grond van de Wet Fido voor de toezichthouder nodig zijn w.o. de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Renterisico’s Financiering en renterisico zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Telkens wanneer een geldlening moet worden afgelost en herfinanciering noodzakelijk is, bestaat immers het gevaar dat de begroting geconfronteerd zal worden met hogere rentelasten. Door ontwikkelingen op de geld- of kapitaalmarkt kan de nieuwe lening duurder uitvallen dan de oude. Ook wanneer een geldlening in aanmerking komt voor renteherziening bestaat dit risico.
De Wet Fido stelt grenzen aan de mate waarin een gemeente of andere decentrale overheid zich bloot kan stellen aan renterisico. Ter beperking van dit risico is zowel voor de vaste schuld (langlopende leningen) als voor de vlottende schuld (kortlopende leningen) een wettelijke grens vastgesteld. Het niet voldoen aan deze limitering kan voor de Provincie, als toezichthouder van VNOG, aanleiding zijn om maatregelen te nemen. Preventief toezicht op het afsluiten van geldleningen behoort in laatste instantie tot de mogelijkheden. Renterisico vaste schuld De renterisiconorm is een wettelijke norm die betrekking heeft op de vaste schuld. Vaste schuld ontstaat wanneer leningen worden afgesloten met een rente typische looptijd van één jaar of langer. De renterisiconorm zet decentrale overheden aan tot spreiding van hun lening portefeuille en daarmee verlaging van het jaarlijks renterisico door hen te verplichten aflossingen op geldleningen en momenten van renteherziening over toekomstige begrotingsjaren te verdelen. Het is aan de besturen van de decentrale overheden zelf om binnen de renterisiconorm voor een bepaalde mate van spreiding te kiezen. Berekening Renterisiconorm: Begrotingstotaal 2022 Percentage Renterisiconorm
: € 61,0 miljoen : 20% : € 12,2 miljoen afgerond
De risiconorm geeft aan dat jaarlijks maximaal € 12,2 miljoen van de vaste schuld in aanmerking mag komen voor aflossing of renteherziening. VNOG heeft in 2022 geen leningen aangetrokken. Dit was mogelijk door de heroriëntatie op de voorgenomen investeringen die de afgelopen jaren heeft plaatsgevonden waardoor in voorgaande jaren slechts in beperkte mate gebruik werd gemaakt van de beschikbaar gestelde kredieten. In 2022 is al wel meer gebruik gemaakt van de beschikbare kredieten maar nog niet volledig. Pagina 39 van 101
Daarnaast was er sprake van een toename van de reserves binnen VNOG die als intern financieringsmiddel zijn aangewend. In het verslagjaar is voor een bedrag van € 4,6 miljoen op de vaste schuld afgelost. In 2022 was geen sprake van renteherziening van een van de aangetrokken geldleningen. De VNOG heeft in 2022 dus ruimschoots aan de renterisiconorm voldaan. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet bepaalt de maximale omvang van de externe korte geldpositie. Deze zogenaamde netto vlottende schuld mag maximaal 8,2% bedragen van het totaal van de jaarbegroting van VNOG bij aanvang van het jaar. De totale omvang van de jaarbegroting 2022 van VNOG bedroeg bij aanvang van het jaar 2022 circa € 61,0 miljoen. De kasgeldlimiet bedraagt daarmee afgerond circa € 5,0 miljoen. Onderstaand overzicht bevat de liquiditeitspositie in relatie tot de kasgeldlimiet, zoals bedoeld in het “Uitvoeringsbesluit Financiering Decentrale Overheden”.
Alle bedragen in onderstaand overzicht x € 1.000 Vlottende Vlottende Schulden Middelen Saldo Gemiddeld over=+/onder=januari 1.061 6.069 -5.008 schrijding limiet februari 1.690 6.951 -5.260 maart 1.558 6.355 -4.796 kwartaal 1 -5.021 -€ 10.021 april 467 7.761 -7.294 mei 1.167 4.261 -3.093 juni 1.808 4.595 -2.787 kwartaal 2 -4.391 -€ 9.390 juli 417 4.599 -4.182 augustus 738 4.707 -3.969 september 1.576 5.357 -3.781 kwartaal 3 -3.977 -€ 8.976 oktober 1.963 6.486 -4.524 november 310 4.001 -3.691 december 1.345 3.210 -1.865 kwartaal 4 -3.360 -€ 8.359
-10.021
-9.390
-8.976
-8.359
Kasgeldlimiet VNOG: € 4.999.294,0 afgerond € 4.999.294 Begroot aan het begin van het jaar 2022 € 60.967.000 Cf begroting vastgesteld in het AB conform artikel 2d van het uitvoeringsbesluit Financiering Decentrale Overheden geldt voor een gemeenschappelijke regeling een percentage van 8,2%
Zoals uit bovenstaand overzicht blijkt is de kasgeldlimiet in 2022 niet overschreden. Schatkistbankieren Met ingang van 1 januari 2014 heeft het Ministerie van Financiën het voor overheidslichamen verplichte schatkistbankieren ingevoerd. VNOG is hierdoor verplicht om overtollige middelen in rekening-courant aan te houden bij het Ministerie van Financiën. Als overtollig wordt aangemerkt alle middelen die een drempelbedrag overschrijden. Voor VNOG is het drempelbedrag voor 2022 bepaald op € 1.219.340 (2% van begrotingstotaal). VNOG legt in navolgende tabel verantwoording af over de wijze waarin in 2022 de regels over schatkistbankieren zijn nageleefd.
Pagina 40 van 101
Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000) Verslagjaar (1)
Drempelbedrag
1219,34 Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
141
112
185
101
(3a) = (1) > (2)
Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Ruimte onder het drempelbedrag
1.079
1.107
1.034
1.118
(3b) = (2) > (1)
Overschrijding van het drempelbedrag
-
-
-
-
(2)
(1) Berekening drempelbedrag Verslagjaar (4a) (4b) (4c)
Begrotingstotaal verslagjaar Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat
60.967 60.967
(1) = (4b)*0,02 + (4c)*0,002 met een minimum van €1.000.000 als het begrotingstotaal kleiner of gelijk is aan 500 mln. En als begrotingstotaal groter dan € 500 miljoen is is het Drempelbedrag drempelbedrag gelijk aan € 10 miljoen, vermeerderd met 0,2% van het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat. (2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen
1219,34
Kwartaal 1 (5a) (5b) (2) - (5a) / (5b)
Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil) Dagen in het kwartaal Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
12.671
10.237
17.014
9.305
90
91
92
92
141
112
185
101
Uit bovenstaand overzicht blijkt dat VNOG in 2022 de regels voor het schatkistbankieren volledig heeft nageleefd. Renteberekening jaarrekening Voor de kapitaallasten van kazernes zijn in 2022 evenals voorgaande jaren de afgesproken projectpercentages doorbelast. Deze projectpercentages zijn gebaseerd op de ten behoeve van de financiering van de kazernes aangetrokken leningen. Aan de reguliere VNOG-investeringen is in 2022 0,8% rente toegerekend. Uitgezette externe gelden In het treasurystatuut staat dat er drie soorten kortlopende gelden ingezet kunnen worden. Het gaat om de volgende instrumenten: callgeld (daggeld), kasgeldleningen & deposito’s en rekening-courantovereenkomsten. VNOG heeft een rekening-courant bij de BNG en drie rekeningen bij de ING. Met ingang van 1 januari 2014 heeft het Ministerie van Financiën het voor overheidslichamen verplichte schatkistbankieren ingevoerd. VNOG is hierdoor verplicht om overtollige middelen in rekening-courant aan te houden bij het Ministerie van Financiën.
Pagina 41 van 101
4.4. Crises paragraaf Covid-19 In december 2020 heeft het AB besloten dat VNOG voor de gemeenten toezicht en handhavingscapaciteit organiseert via externe bedrijven. Bij deze besluitvorming is ervan uitgegaan (op basis van de brief van de minister van VWS van 28 september 2020), dat deze kosten tot en met het 1e kwartaal 2021 konden worden gedeclareerd bij het ministerie van VWS. Deze kosten zijn ook gedeclareerd. Deze declaratie is nog niet door het ministerie voldaan (€ 196.932). Specifiek voor de CTB-controle (Corona Toegangsbewijzen) eind 2021 verloopt de Rijksbijdrage ad € 2.140.710 aan de deelnemende gemeenten via VNOG. Dit verloopt budgettair neutraal; de afwikkeling en verantwoording volgen in 2022 en 2023. De declaraties die voor de zorghotels zijn ingediend bij de zorgverzekeraars zijn in 2022 voldaan. Oekraïne Het Ministerie heeft de veiligheidsregio’s een rol toebedeeld in de eerste opvang van ontheemden uit Oekraïne. Het Ministerie heeft ter dekking van de te maken kosten een ‘bekostigingsregeling voor de eerste opvang ontheemden Oekraïne door veiligheidsregio’s’ vastgesteld. De veiligheidsregio’s kunnen op basis hiervan kosten voor regie, coördinatie van de spreiding van ontheemden, communicatie, zorg en materiële uitgaven declareren.
VNOG moet op grond van deze regeling niet alleen haar eigen hieronder vallende kosten declareren, maar ook de door de GGD of gemeenten gemaakte kosten voor zover ze voldoen aan de voorwaarden in de regeling. Op basis van een eerste inschatting heeft VNOG voor het veiligheidsregiodeel een voorschot aangevraagd van circa € 1.150.000. Dit bedrag bestaat vooral uit de inhuur van derden bij de uitvoering van taken in het Oekraïne dossier, dan wel voor het uitvoeren van werkzaamheden die zijn blijven liggen bij medewerkers die zich inzetten bij de eerste opvang van ontheemden uit Oekraïne. Deze activiteit is door de bekostigingsregeling van het Rijk in principe budgettair neutraal. Het Ministerie heeft op basis van de ingediende aanvraag een bedrag aan voorschot toegekend van € 900.000. De in 2023 opgestelde declaratie van de over 2022 door VNOG gemaakte kosten komt uit op een bedrag van € . Dit betreft allemaal kosten die door VNOG zijn gemaakt. Er lopen geen kosten van de GGD mee in de einddeclaratie die VNOG heeft ingediend. VNOG heeft geen taken uitbesteed aan gemeenten, zodat er ook geen gemeentelijke kosten in de einddeclaratie zijn meegenomen. De door VNOG samengestelde declaratie moet voor 15 juli 2023 worden ingediend.
Pagina 42 van 101
4.5. Paragraaf Bedrijfsvoering Inleiding De paragraaf Bedrijfsvoering is een voorgeschreven onderdeel en is bedoeld om de bedrijfsvoering toe te lichten. In de VNOG begroting is het separate programma ‘Bedrijfsvoering’ opgenomen. Voor de behaalde doelstellingen en uitgevoerde activiteiten op dit programma wordt verwezen naar hoofdstuk 3. Deze paragraaf gaat in op diverse andere onderwerpen binnen de bedrijfsvoering. Werkkostenregeling Het werken met een groot aantal vrijwilligers zorgt ervoor dat de verhouding tussen de totale loonsom en het aantal medewerkers voor wat betreft de Werkkostenregeling (WKR) ongunstig uitvalt. Hierdoor is een eindheffing vanwege de WKR veelal onvermijdelijk. Voor een vroegtijdig inzicht in de ontwikkeling van de WKR eindheffing, berekent VNOG met ingang van 2017 ieder kwartaal de cumulatieve effecten van de WKR. Op die manier kan worden bezien of er een eindheffing vanwege de WKR dreigt, of bijsturing nog mogelijk is en kunnen bijsturingsacties worden genomen. Deze maatregel heeft sinds 2017 effect. De eindheffing is in de afgelopen jaren gedaald, in het bijzonder tijdens de COVID-19 jaren, toen men weinig bij elkaar kon komen. Over 2022 is na twee COVID-19 jaren de eindheffing echter weer opgelopen, doordat in 2022 veel aandacht is besteed aan het herstellen van het contact door fysieke bijeenkomsten die onder de WKR vallen.
Eindheffing Werkkostenregeling 2016
288.000
2017
61.000
2018
71.000
2019
36.000
2020
38.000
2021
18.000
2022
126.600
Eenmalige veranderkosten Toekomstvisie De eenmalige veranderkosten vanuit de Toekomstvisie betreffen onder andere de organisatieontwikkeling en informatievoorziening. Wat betreft de organisatieontwikkeling het volgende. De directeur heeft eind 2018 een bestuursopdracht gekregen om een toekomstbestendige organisatie te vormen die veiligheid en zorg biedt aan de burgers. De bestuursopdracht bestaat uit twee onderdelen. Het eerste deel is uitgewerkt in de reader voor de bestuurlijke tweedaagse van september 2019 en heeft geleid tot de Toekomstvisie, die vastgesteld is op 15 januari 2020. Het tweede deel omvat de inrichting, cultuur en aansturing van de organisatie. Het dagelijks bestuur heeft voor dit tweede deel van de opdracht het besluit genomen tot aanpassing van de organisatie. Daarbij is besloten om de organisatie en medewerkers te ontwikkelen door middel van een organische veranderaanpak. Dit betekent een veranderaanpak waarbij - in nauwe samenwerking met de medewerkers en de OR - stapsgewijs veranderingen in de organisatie worden aangebracht; dit met rechtspositionele waarborgen. Hiervoor is een aangepast sociaal statuut vastgesteld op 13 februari 2020. VNOG zag dit proces als een reis, genaamd ‘de Expeditie’, waarin we met elkaar onze organisatievisie vorm en inhoud geven. Samen werken we aan de koers en daar waar nodig sturen we onze koers bij.
Aan het einde van dit traject (in 2022) zijn bijvoorbeeld de knelpunten op het gebied van aansturing, eenheid en integraal denken in het managementteam verholpen. Daarbij leggen wij een fundament onder onze toekomst. In 2022 is ‘de Expeditie’ formeel afgerond. In samenwerking met de OR wordt het proces van ‘de Expeditie’ geëvalueerd.
Pagina 43 van 101
Terugblik 2022 Een onderdeel van de ‘de Expeditie’ is het traject van de ‘Professionals voor de toekomst’. Dit traject is een intensieve leergang voor het vergroten van persoonlijk leiderschap waardoor in het werk en in het leven meer flow ervaren wordt. Een tweede groep Professionals voor de Toekomst heeft in juni 2022 de resultaten van hun opdrachten gepresenteerd. Eind 2022 is de derde groep Professionals voor de Toekomst gestart. Deze groep bestaat uit nieuwe leidinggevenden en medewerkers die zichzelf hebben aangemeld. Naast de persoonlijke ontwikkeling, gaat de groep aan de slag met drie innovatieve opdrachten. De opdrachten gaan over: samenredzame maatschappij, synergie tussen de afdelingen en het verkennen van de mogelijkheden voor een VNOG Academy. Naast de instroom van nieuwe medewerkers en de interne doorstroom, werpen ook de mogelijkheden voor externe loopbaanontwikkeling zijn vruchten af. Een aantal medewerkers die binnen de VNOG niet meer op hun plek zaten, hebben een functie gevonden buiten de organisatie. Door de positieve insteek blijven zij ambassadeurs voor VNOG. Om de teameffectiviteit te verbeteren maken meer teams gebruik van o.a. Insights Discovery. Het eerste opleidingsplan na de organische verandering van VNOG is uitgevoerd. Zo waren er trainingen over presenteren, communiceren en adviseren in een bestuurlijke omgeving.
Samen met de bedrijfsarts is driemaal de verzuimtraining voor leidinggevenden verzorg. De werkgroep ‘VNOG vitaal’ organiseerde een aantal activiteiten op het gebied van gezonde leefstijl, bewegen, balans tussen werk en privé. Voor de veranderkosten is bij vaststelling van de Toekomstvisie incidenteel € 1.040.000 beschikbaar gesteld. Deze middelen zijn beschikbaar gesteld voor ‘de Expeditie’, Risico- en Crisisbeheersing, IT en Vakbekwaamheid. In de tabel hieronder staat een verantwoording op de veranderkosten tot en met 2022. Uitgaven 2020
Uitgaven 2021
Uitgaven 2022
1.040.000
723.208
434.467
Lei ders cha ps progra mma :
-151.925
-44.191
-40.013
-236.130
Ontwi kkel - en l oopba a na dvi es
-13.749
-1.688
-8.664
-24.101
Profes s i onel e va a rdi gheden
7.543
-35.598
-56.134
-84.189
Duurza a m i nzetba a rhei d
-54.017
-19.572
-73.589
Mobi l i tei t
-4.447
-5.923
-10.370
Subs i di e A&O voor mobi l i tei t
5.000
5.000
10.000
Budget éénmalige veranderkosten Toekomstvisie: Budget:
Totale uitgaven
Uitgaven:
Pers onel e kos ten
-93.987
Projectlei di ng a dmi ni s tra tieve proces s en
-24.674
-24.674
Informa tievoorzi eni ng
-40.000
-40.000
Doorontwi kkel i ng RCB Totale uitgaven: Restant budget 31-12 boekjaar
-89.300
-183.287
-64.500
-33.000
-64.500
-316.792
-288.741
-158.307
-730.840
723.208
434.467
276.160
Risico Inventarisatie & Evaluatie (RI&E) en Arbo In de periode van 2017 t/m 2018 is er een gedegen Risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) uitgevoerd (onderdelen: warme RI&E, koude RI&E, specialistische RI&E). In 2019 werd het RI&E rapport definitief en is een Plan van Aanpak opgesteld, om de actiepunten uit het RI&E rapport uit te voeren. De actiepunten staan in het Arbomanagementsysteem (AMS). Veel actiepunten zijn inmiddels Pagina 44 van 101
uitgevoerd of opgestart. Vanwege Covid-19 en de organisatieontwikkeling en – verandering is de uitvoering van bepaalde actiepunten naar achteren verschoven. Nu de functies opnieuw zijn ingevuld, zijn afgelopen jaar de namen van de uitvoerders voor de resterende actiepunten toegevoegd aan het AMS. Voor de afdelingen zijn rapportages gemaakt. Voor de resterende actiepunten worden afspraken gemaakt met de betreffende uitvoerders, zodat zij deze het komende jaar kunnen oppakken. Uitvoering verdiepende RI&E voor TS-flex In het kader van ‘Uitrukken Op Maat (UOM)’ heeft het landelijke Veiligheidsberaad in december 2020 een doorontwikkeling van de zienswijze UOM goedgekeurd, die het mogelijk maakt om hier regionaal verder mee te kunnen. In de VNOG Toekomstvisie is dit onderwerp als Opdracht 46 opgenomen (zie ook paragraaf 4.8). Eén van de voorwaarden bij UOM is dat er een maatwerk RI&E moet worden uitgevoerd en worden vastgesteld. Het MT heeft in december 2022 ingestemd met het voorgenomen besluit ‘RI&E TS-flex’ en het bijbehorende Plan van Aanpak; dit ligt nu bij de OR. Na definitieve vaststelling wordt het Plan van aanpak met de actiepunten toegevoegd aan het AMS en in uitvoering genomen. Integrale aanpak actiepunten locaties Vanuit Arbo is het afgelopen jaar gewerkt aan het oplossen en aanpakken van de actiepunten op de locaties (kantoren en de 56 posten).
Met de diverse afdelingen zijn er al vele actiepunten afgewerkt en uitgevoerd. Samen met team VSP (Vastgoed, Services en Projecten) is in november 2022, in het kader van het traject van ‘demarcatie huisvesting’ (zie ook hierna in de paragraaf ‘Huisvesting’), een groot aantal afspraken gemaakt om de resterende actiepunten integraal op te pakken en te implementeren, in goed overleg met de gebouweigenaren (de gemeenten). Hierbij is de ‘blauwdruk nieuwe brandweerkazernes’ als uitgangspunt genomen. De blauwdruk bevat alle randvoorwaarden voor een “Arbo”-verantwoorde werkomgeving. De blauwdruk wordt gebruikt als meetlat voor de bestaande kazernes en als uitgangspunt bij de bouw van nieuwe kazernes. Samen met VSP worden de resterende actiepunten uitgevoerd. Hiermee is er een verdere stap gezet om overal tot een verantwoorde en veilige werkomgeving te komen. Overige onderwerpen − Uitvoering vaccinatiebeleid: VNOG heeft met de Arbo-Unie in november 2021 alle medewerkers die een besmettingskans op DTP en Hepatitis A&B hebben, aangeschreven om hen de gelegenheid te bieden zich op te geven voor een preventieve vaccinatie. Via de Arbo-Unie is teruggekoppeld dat een kleine 450 medewerkers op dit verzoek hebben gereageerd. In maart 2022 is de actie gestart die bestond uit diverse rondes en herhaalprikken. De actie werd afgerond in november.
In totaal zijn er in de diverse vormen ruim 700 vaccinaties gezet. Bovendien is de werkwijze met de Arbo-Unie voor nieuwe medewerkers via HRM ook op een duidelijke manier geregeld. Het gehele project is conform de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) door de Arbo-Unie uitgevoerd. − Melden ongevallen, etc.: Vanaf januari 2022 kunnen digitaal op MijnVNOG voorvallen gemeld worden (ongevallen, bijna-ongevallen, gevaarlijke situaties, etc.). Vanaf september 2022 kan er ook op elke tablet van de post digitaal een melding worden gemaakt. Dit maakt het melden laagdrempeliger. In 2023 wordt er vanuit Arbo nog extra aandacht gegeven aan het digitaal melden. − Projecten: Arbo heeft deelgenomen aan diverse projectgroepen t.b.v. aanbestedingen en heeft geadviseerd bij aankoop, voorbeelden: project tankautospuiten (TS), project watertransport-500, project vaartuigen, project TS-flex, project aanbesteding realistisch oefenen, project verhuizing en samen met M&L is gewerkt aan advies en landelijke richtlijn motorkettingzaag. − Adviezen: Arbo heeft in 2022 diverse adviezen uitgebracht naar aanleiding van vragen vanuit diverse afdelingen, voorbeelden: autogordels (draagcomfort en gebruiksgemak), kleding kettingzaag met normen zaagsnelheid, kleding logistieke afdeling, kleding schippers, DME project
Pagina 45 van 101
−
(Diesel motoren emissie: afzuiging kazernes / werkplaatsen), geluid plaatsing compressoren, covid projecten, dakluiken 4x4 natuurbrand voertuigen, zit- en stahoogte cabines voertuigen. Pausit: In het voorjaar 2022 is het pauzeprogramma Pausit als ‘pilot’ voor één jaar aangeschaft. Het is met name bedoeld voor de medewerkers die veel beeldschermwerk uitvoeren. Het programma voorkomt langdurig zitten en zorgt voor meer beweging op de werkdag. Het programma bevat fysieke en mentale oefeningen om arbeidsgerelateerde klachten te voorkomen en te helpen herstellen. Na deze pilot volgt evaluatie en wordt bezien of het wordt gecontinueerd.
Verzekeringen De landelijke projectgroep risicomanagement & verzekeringen (PRV) heeft in 2021 de oprichting van de ‘stichting Expertisebureau risicobeheer’ verzorgd en begeleidt momenteel de procedure voor het oprichten van de stichting Waarborgfonds. Hier nemen alle veiligheidsregio’s aan deel. Het Expertisebureau is er met name voor het meedenken in de complexe zaken, het uniformeren van de aanspraken binnen alle veiligheidsregio’s, begeleiden van aanbestedingen en faciliteren in een schadebeheerssysteem. Het Waarborgfonds is voor het afdekken van risico’s welke we niet willen of kunnen verzekeren. Zie voor een nadere toelichting ook de paragraaf 4.6. ‘verbonden partijen’. De ongevallenverzekering en de verzekering van het wagenpark zijn in 2022 met 12 maanden verlengd tot 31-12-2023/01-01-2024. Daarna kunnen beide contracten niet meer worden verlengd en ze moeten daarom in 2023 worden aanbesteed. Hierna volgt een overzicht van het aantal dossiers dat in 2022 in behandeling is genomen bij onszelf als eigen risicodrager of bij de verzekeraar; bijgewerkt tot 16 januari 2023: Personele dossiers: − Ongevallen: 23 dossiers, variërend in financiële omvang. − Eigendommen: 11 dossiers. Alle dossiers zijn voor eigen rekening van de VNOG. o 5 dossiers onder de € 500 o 5 dossiers boven de € 500 − Aansprakelijkheid richting derden: 7 dossiers. − Rechtsbijstand: geen dossiers.
Materiele dossiers: − Instrumenten: 2 dossiers. − Werkmateriaal: 0 dossier. − Brandverzekering: 1 dossier. − Wagenpark: Totaal 55 dossiers: o Schadeclaim tussen: € 0 – € 5.000: 41 o Schadeclaim tussen: € 5.000 – € 10.000: 6 o Schadeclaim tussen: € 10.000 – € 25.000: 2 o Schadeclaim: > € 25.000: 0 o 6 dossiers staan nog open waarbij de omvang nog niet bekend is. Specificatie: o 5 (nog) geen claim o 17 claims WA o 31 claims Casco o 1 dossier met letsel (eigen medewerker (vrijwilliger)) − −
Uitkeringen in dossiers ouder dan 2022: 33 facturen op personele dossiers en 19 facturen op materiele dossiers (zowel betalingen en ontvangsten). Er staan nog enkele letseldossiers van het personeel open: o 2016: 2 dossiers o 2017: 1 dossiers o 2018: geen dossiers o 2019: geen dossiers o 2020: 1 dossiers o 2021: 2 dossiers o 2022: 15 dossiers
Pagina 46 van 101
Privacy en Security In 2022 is VNOG gestart met het versnellingsprogramma BIO en AVG2 om de informatiebeveiliging en privacy te versterken. Dit versnellingsprogramma is landelijk door alle veiligheidsregio’s omarmd. Het meerjarenprogramma moet leiden tot een kwaliteitsslag op gebied van privacy en security. In 2022 is flink ingezet op de governance rond privacy en security. Het beleid gegevensbescherming (privacy) en het beleid informatiebeveiliging (security), alsmede veel inhoudelijk beleid is vastgesteld. Ander beleid zit in de afrondende fase of wordt in 2023 opgestart. Daarnaast is ingezet op het versterken van de security door het invoeren van diverse technische maatregelen. Vanuit privacy is gestart met een update van het verwerkingsregister en is stevig ingezet op de DPIA3 als methodiek om privacy risico’s in beeld te brengen. In 2022 is elk kwartaal uitgebreid aan het dagelijks bestuur gerapporteerd ten aanzien van de voortgang van het programma. Vanaf 2023 rapporteren we binnen de reguliere P&C cyclus. Voor de komende jaren wordt daarnaast een bewustwordingsprogramma (awareness) doorlopen om ook het personeel mee te nemen in de ontwikkelingen en de cyberweerbaarheid te versterken. Innovatie Innovatie is een belangrijk onderwerp voor VNOG, waar op allerlei manieren invulling aan wordt gegeven.
Het gaat daarbij zowel om innovatieve werkwijzen en partnerschappen (zoals project voor langer veilig thuis wonen, de brandbarometer in samenwerking met Interpolis, de inzet van gedragswetenschap bij campagnes, de mobiele brandweer escaperoom en het project R!SQ), als innovatieve materialen en producten (zoals de inzet van drones bij de natuurbrandbestrijding, of de nieuw aanbestede blusvoertuigen die zuiniger zijn en grotendeels recyclebaar). Bij de programma’s in hoofdstuk 3 wordt nader op initiatieven ingegaan. Duurzaamheid In december 2021 heeft het AB de duurzaamheidsvisie voor VNOG vastgesteld. Het AB heeft, gelet op de spanning tussen enerzijds de ambitie om stappen te zetten, maar anderzijds de financiën, gekozen voor een visie ‘volgend-plus’. Dit betekent dat VNOG minimaal de wettelijke verplichtingen volgt, maar ook zoekt naar duurzaamheidsaspecten waarin kan worden versneld. De visie is in 2022 uitgewerkt tot een meerjaren strategie. Deze bestaat uit een zestal thema’s, die de uitkomst zijn van een uitgevoerde analyse binnen de afdelingen van VNOG. De zes thema’s zijn: Inkoop, Vastgoed, Facilitair, Mobiliteit, Gedrag en Specifieke VNOG activiteiten. In de strategie zijn doelstellingen/speerpunten voor elk van de zes thema’s opgenomen.
Zij vormen richtinggevende kaders die door de teams gebruikt worden bij de lopende processen of bij de operationele uitwerkingen die de komende tijd gemaakt gaan worden. Elke doelstelling beschrijft de periode of het jaartal wanneer de doelstelling behaald moet worden en meestal ook het beoogde percentage aan reductie. Bij elk thema zijn twee doelstellingen/speerpunten geformuleerd, zodat er in totaal 12 speerpunten zijn. De uitvoering is in 2022 gestart. Een volgende stap is het vullen van de CO2 prestatieladder als nulmeting, zodat het effect van de uitgevoerde speerpunten t.z.t. kan worden gevolgd en hierop ook verantwoording kan worden afgelegd. Ondertussen zijn er in 2022 zoals gezegd al diverse speerpunten opgepakt en komende mogelijkheden in beeld gebracht. Als voorbeelden de thema’s Inkoop en Vastgoed: − Voor het thema Inkoop leert de ervaring dat als er op basis van reguliere vervanging de juiste keuzes gemaakt worden, het duurzame alternatief voor middelen en diensten meestal niet duurder hoeft te zijn. Duurzaam inkopen wordt daarom waar mogelijk inmiddels toegepast.
2 Baseline Informatiebeveiliging Overheid en Algemene verordening gegevensbescherming 3 Data protection impact assessment
Pagina 47 van 101
−
Op het thema Vastgoed zijn er goede kansen voor verduurzaming. Ten eerste doen er zich diverse grote verbouwingen voor bij kazernes; dan kunnen direct ook duurzaamheidsmaatregelen genomen worden. Ten tweede zijn er komende vijf jaar vele nieuwbouwprojecten voor kazernes. Deze nieuwe kazernes kunnen direct door de gemeenten duurzaam en circulair worden gebouwd, conform de blauwdruk die VNOG beschikbaar heeft. Dit zal in eerste aanleg wat duurder zijn, maar de eerste ervaringen leren al dat de total cost of ownership (TCO) vaak lager is dan een minder duurzame variant. De vele nieuwbouwplannen bieden daarmee mooie kansen om in de komende vijf jaar slagen in het verduurzamen van het vastgoed te maken. Dit thema pakt VNOG in nauw overleg met de gemeenten op, die immers de gebouweigenaren zijn.
Om verdere stappen te zetten in de richting van haar ambitie heeft het AB eind 2022 een duurzaamheidsreserve ingesteld en via de Kadernota per 2024 ook structureel budget beschikbaar gesteld om de CO2-prestatieladder periodiek te actualiseren. Huisvesting Er is in 2022 een belangrijke mijlpaal bereikt op het dossier huisvesting op het onderdeel ‘demarcatie kazernes’. De demarcatie legt vast welke partij (gemeente of VNOG) welke facilitaire en onderhoudstaken uitvoert in de kazernes, die in eigendom zijn (en blijven) van de gemeenten. Dit onderwerp liep al geruime tijd en er is lang gesproken over demarcatie afspraken. De afspraken zijn in 2021 samen met de gemeentelijke gebouwbeheerders en financieel ambtenaren tot stand gekomen. In december 2021 heeft het AB deze afspraken in de vorm van een ‘Regeling demarcatie’ vastgesteld. Deze Regeling is vervolgens begin 2022 ter instemming aan de colleges voorgelegd. In de loop van 2022 hebben de colleges ingestemd en in april is de bij de Regeling behorende begrotingswijziging ter zienswijze aan de raden voorgelegd. Als tussenstap werd in het najaar 2022 een extra overlegronde doorlopen met de gemeenten die een zienswijze hadden ingediend. In de laatste AB-vergadering van 2022 werd de bijgestelde begrotingswijziging definitief vastgesteld.
De demarcatie gaat in per 1 januari 2023 en in nauwe samenwerking en overleg met de gemeenten wordt er praktisch uitvoering aan gegeven. In de P&C-documenten zal periodiek worden gerapporteerd op de voortgang.
Pagina 48 van 101
4.6. Paragraaf Verbonden partijen Inleiding Een Verbonden Partij (VP) is een privaat- of publiekrechtelijke organisatie waarin de VNOG een financieel én een bestuurlijk belang heeft. Er is sprake van een financieel belang als VNOG aansprakelijk is bij het niet nakomen van de verplichtingen door de rechtspersoon. Er is sprake van een bestuurlijk belang als VNOG vertegenwoordigd is in het bestuur of zeggenschap daarin kan uitoefenen. Gelet op deze kwalificaties is alleen de ‘gemeenschappelijke regeling Meldkamer Oost Nederland (MON) voor VNOG een verbonden partij. Hiernaast heeft VNOG bestuurlijke of financiële belangen in de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV), de Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s, het Nederland Instituut Publieke Veiligheid (NIPV), de Stichting Brandweeropleidingen Gelderland Overijssel (BOGO), het Veluws Bosbrandweer Comité (VBC) en de Samenwerkingsregeling Incidentbestrijding IJsselmeergebied (SAMIJ). Meldkamer Oost Nederland (MON) Twee leden van het algemeen bestuur VNOG nemen deel in het algemeen bestuur van de MON. Tot 1 januari 2020 bestond de financiële bijdrage uit een voorschot dat tweemaal per jaar werd voldaan. De financiële middelen die beschikbaar worden gesteld zijn niet verhaalbaar in het geval de MON haar financiële verplichtingen niet nakomt.
VNOG zorgt samen met de Veiligheidsregio IJsselland, de districten NOG en IJsselland binnen de politie-eenheid Oost en de vergunninghouders ambulancezorg in de regio’s NOG en IJsselland voor de financiering van de MON. Relatie met doelstelling Volgens de Wet veiligheidsregio’s is het bestuur van de Veiligheidsregio verantwoordelijk voor het instellen en in standhouden van een gemeenschappelijke meldkamer. Beleidsvoornemens / ontwikkelingen Het invoeren van de nieuwe meldkamer (de Landelijke Meldkamer Samenwerking (LMS) met tien locaties in Nederland, waaronder Apeldoorn) zorgt voor een grote impact. Voor de MON betekent dit dat het beheer en de bedrijfsvoering van de meldkamer per 1 januari 2020 is ondergebracht bij het verbijzonderde deel van de politieorganisatie LMS. Dit houdt ook in dat de Veiligheidsregio ingaande 1 januari 2020 hiervoor geen bijdrage meer aan de MON verschuldigd is. Het positief resultaat over 2019 groot € 411.141 is, in tegenstelling tot voorgaande jaren, niet terug betaald aan de deelnemers, maar is toegevoegd aan de algemene reserve van de MON. Dit om (on)verwachte kosten tussen 1 januari 2020 en het moment van opening van de nieuwe meldkamer voor Oost 5 (de vijf veiligheidsregio’s in het oosten van het land, naar verwachting eerste kwartaal 2023) te kunnen dekken. Over 2022 heeft VNOG dus geen bijdrage aan de MON betaald. Het bestuurlijk belang J.N.
Rozendaal DB lid MON en A.J.M. Heerts DB lid MON. Het financieel belang Bijdrage 2022: € nihil Omvang Eigen- Vreemd vermogen MON Eigen vermogen: 1-1-2022: € 371.162,- 31-12-2022: € 0,Vreemd vermogen: 1-1-2022: € 0,31-12-2022: € 0,De omvang van het verwachte nadelig resultaat 2022 voor de MON bedraagt circa € 20.000. Dit nadelig saldo wordt gedekt uit de aanwezige algemene reserve MON. Pagina 49 van 101
Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV) De WVSV is een vereniging van de 25 veiligheidsregio’s. De voorzitters van de veiligheidsregio’s vormen de ledenvergadering. Het bestuur van de WVSV kent vijf zetels en bestaat uit bestuurders uit veiligheidsregio’s. In 2021 zat in het eerste bestuur i.o. van de WVSV geen bestuurder uit VNOG. Het bestuur vormt tevens de onderhandelingsdelegatie, ondersteund door een vertegenwoordiging vanuit de Raad Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio (RCDV). Onder anderen de directeur van VNOG en de ambtelijke secretaris. De WVSV wordt op het gebied van bedrijfsvoeringtaken ondersteund door het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid, NIPV. De WVSV is vanaf januari 2022 aan de slag om namens de besturen van de veiligheidsregio’s te onderhandelen met de werknemersorganisaties en afspraken te maken over de arbeidsvoorwaarden voor het personeel van de veiligheidsregio’s. De WVSV heeft hiermee het werk van de brandweerkamer van de VNG overgenomen. De vereniging is verantwoordelijk voor de arbeidsvoorwaarden van ca. 28.000 medewerkers, waaronder beroeps en vrijwillig brandweerpersoneel.
Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s en Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s Ten tijde van de regionalisering van de brandweer zijn de aanspraken bij ongevallen, zoals die golden bij de gemeentelijke en regionale brandweren, via nieuwe verzekeringspolissen samengevoegd. Onder meer door een versterkte onderlinge samenwerking van veiligheidsregio’s op dit vlak, is echter een toenemend bewustzijn ontstaan over de aard en hoogte van aanspraken van medewerkers als gevolg van ongevallen op het werk. In de loop van de tijd bleek dat de dekking van de ongevallenverzekering niet in alle gevallen (meer) aansloot bij de verwachting die zowel de veiligheidsregio als ook de medewerker hadden. Hiernaast kwam de verzekerbaarheid onder druk te staan doordat het aantal aanbieders afnam, de premies stegen en de voorwaarden versoberd werden. Daarnaast is gebleken dat de verzekeringsfunctie binnen de veiligheidsregio’s veelal kwetsbaar is ingevuld door ‘eenpitters’ met beperkte formatie en beperkte kennis en ervaring. Dit alles leidt tot (de wens tot) meer samenwerking op het verzekeringsdossier. De samenwerking tussen de veiligheidsregio’s krijgt vorm in twee stichtingen: de Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s, waarvan de oprichting 12 oktober 2022 heeft plaatsgevonden en de Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s, waarvan de oprichting in de loop van 2023 zal volgen.
De Stichting Risicobeheer is een gezamenlijk expertisebureau waarmee de veiligheidsregio’s collectief een ongevallenverzekering kunnen inkopen en deze schades kunnen afwikkelen. De Stichting Waarborgfonds is bedoeld voor het in gezamenlijkheid dragen van niet-verzekerbare risico’s. De stichtingen zijn met name van belang voor het meedenken in de complexe zaken, het uniformeren van alle aanspraken binnen alle veiligheidsregio’s, begeleiden van aanbestedingen en het afdekken van risico’s welke we niet willen of kunnen verzekeren. Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) Het NIPV (voorheen Instituut Fysieke Veiligheid - IFV), is een bij wet opgericht zelfstandig bestuursorgaan (ZBO). Een ZBO is een bestuursorgaan van de centrale overheid dat bij de wet, krachtens de wet bij algemene maatregel van bestuur of krachtens de wet bij ministeriële regeling met openbaar gezag is bekleed, en dat niet hiërarchisch ondergeschikt is aan een minister. De positie van het NIPV is vastgelegd in de Wet veiligheidsregio's. De 25 voorzitters van de veiligheidsregio's vormen samen het algemeen bestuur van het NIPV. Het bestuur is verantwoordelijk voor alle taken en werkzaamheden die het NIPV uitvoert in het kader van de Wet veiligheidsregio’s.
Het bestuur stelt jaarlijks de begroting met bijbehorend jaarplan, de jaarrekening en het jaarverslag vast en eens per vier jaar een meerjarenbeleidsplan. Hiermee bepaalt het bestuur de ambitie van het NIPV. Ook is het bestuur verantwoordelijk voor concrete zaken als het certificeren van aanbieders van brandweeropleidingen. In
Pagina 50 van 101
de kaderwet ZBO’s wordt geregeld dat het besluit tot vaststelling van de begroting de goedkeuring behoeft van de Minister. Eveneens wordt geregeld dat het besluit tot vaststelling van de jaarrekening de goedkeuring van de Minister behoeft. Indien gedurende het jaar aanmerkelijke verschillen ontstaan of dreigen te ontstaan tussen de werkelijke en de begrote baten en lasten dan wel inkomsten en uitgaven, doet een ZBO daarvan onverwijld mededeling aan de Minister. Stichting Brandweeropleidingen Gelderland Overijssel (BOGO) De BOGO ontwikkelt en verzorgt brandweeropleidingen in opdracht van zes veiligheidsregio’s. Het algemeen bestuur bestaat uit drie burgemeesters en de zes regionaal commandanten / directeuren van de aangesloten veiligheidsregio’s. In principe is de stichting zelf aansprakelijk voor de schulden die worden gemaakt. De bijdrage aan de BOGO is direct gekoppeld aan het soort en aantal afgenomen opleidingen. Veluws Brandweer Comité (VBC) De stichting het Veluws Brandweer Comité (VBC) is opgericht in 1951. Het VBC is een samenwerkingsverband van 20 gemeenten op de Veluwe met als doelstellingen: − Het voorkomen en beperken van bos- en natuurbranden op de Veluwe; − Het verrichten van alle verdere werkzaamheden die met het vorenstaande in de ruimste zin verband houden of daartoe bevorderlijk kunnen zijn.
De stichting tracht haar doel onder meer te verwezenlijken door het organiseren en coördineren van een systeem van detectie (onder meer via vliegtuigen, drones en meetapparatuur) van bos- en natuurbranden. De deelnemende gemeente in het VBC behoren tot het werkgebied van Veiligheidsen Gezondheidsregio Gelderland Midden (VGGM) en VNOG. De deelnemende gemeenten zijn: Apeldoorn, Arnhem, Barneveld, Brummen, Ede, Elburg, Epe, Ermelo, Harderwijk, Hattem, Heerde, Nunspeet, Oldebroek, Putten, Renkum, Rheden, Rozendaal, Scherpenzeel, Voorst en Wageningen. Samenwerkingsregeling Incidentbestrijding IJsselmeergebied (SAMIJ) SAMIJ staat voor Samenwerkingsregeling Incidentbestrijding IJsselmeergebied. De SAMIJ is een netwerk-samenwerking. Het doel van dit netwerk is het borgen van een adequaat functionerende incidentbestrijding in het IJsselmeergebied als samenhangend risicowatersysteem. In dit netwerk zijn veel partijen actief en betrokken. Partijen met allen een eigen rol en taak in de incidentbestrijding. Daarom zijn er samenwerkingsafspraken gemaakt tussen de veiligheidsregio’s en waterschappen rondom het IJsselmeergebied en Rijkswaterstaat, de KNRM, Reddingsbrigade Nederland, de Kustwacht en de Nationale Politie. Het IJsselmeergebied bestaat uit het IJsselmeer en het Markermeer, IJmeer, de Gouwzee en de Randmeren, inclusief het Zwartemeer.
De SAMIJ richt zich hierbij op de bovenregionale bestuurlijke- en operationele afstemming om een effectieve en efficiënte samenwerking te borgen voor incidentbestrijding in het IJsselmeergebied.
Pagina 51 van 101
4.7. Openbaarheidsparagraaf Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid (Woo) in werking getreden. Deze nieuwe wet moet ervoor zorgen dat overheidsinformatie beter vindbaar, uitwisselbaar, eenvoudig te ontsluiten en goed te archiveren is. Daarbij moet de informatie in goede, geordende en toegankelijk staat gebracht en bewaard worden. VNOG voldoet aan de minimale vereisten Wet open overheid Voor wat betreft actieve openbaarmaking wordt de wettelijke fasering van de Woo gevolgd. Voor elke fase worden de documenten uit de betreffende categorie vanaf de wettelijk verplichte datum actief openbaar gemaakt. In 2022 gold voor geen van de categorieën een verplichte openbaarmaking op grond van de Woo. Wel maakt VNOG op haar website en via www.officielebekendmakingen.nl informatie bekend. Wanneer het Platform Open Overheidsinformatie (PLOOI) gereed is, zal hierop worden aangesloten en zal de informatie actief openbaar gemaakt worden. VNOG heeft een Woo- contactpersoon benoemd, die vragen kan beantwoorden over de beschikbaarheid van informatie. Ook worden vanaf 1 mei 2022 verzoeken om openbaarmaking van informatie behandeld en afgedaan via de regels van de Woo.