CConstaterende datPutten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Bilderdijkstraat - Bijlagen bij toelichting (waaronder Beeldkwaliteitsplan)

Gemeenteraad 25 november 2021, gemeente PuttenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Bilderdijkstraat, gebied school De Akker11.913 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

bestemmingsplan Bilderdijkstraat - Gebied school De Akker vastgesteld

bestemmingsplan Bijlagen toelichting

Bilderdijkstraat - Gebied school De Akker vastgesteld

Bilderdijkstraat - Gebied school De Akker

Inhoudsopgave

Bijlagen toelichting

4

Bijlage 1

Beeldkwaliteitsplan

4

Bijlage 2

Watertoets

9

Bijlage 3

Ecologisch onderzoek

14

Bijlage 4

Stikstofonderzoek

35

Bijlage 5

Berekening gebruiksfase

54

3

Bilderdijkstraat - Gebied school De Akker

Bijlagen toelichting Bijlage 1 Beeldkwaliteitsplan

4

Beeldkwaliteit project Bilderdijkstraat In 2018 is de stedenbouwkundige visie Bilderdijkstraat door de gemeenteraad vastgesteld. Hieronder is een samenvatting gegeven van de punten uit deze visie die voor de beeldkwaliteit van het project van belang zijn. Voor een uitgebreidere toelichting wordt verwezen naar de visie zelf. Na de samenvatting van de visie uit 2018 wordt ingezoomd op elk deelgebied van het project; de nieuwe school, de twee-onder-één-kap woningen, de sociale huurwoningen en de sociale koopwoningen. De uitgangspunten zijn hier en daar ten opzichte van 2018 geactualiseerd vanwege nieuwe ontwikkelingen en inzichten. Kaders vanuit stedenbouwkundige visie Bilderdijkstraat De huidige woonwijk dateert uit de jaren ’60 en ’70. Het stratenplan van de wijk is royaal van opzet, mede dankzij meerdere groenstroken. De straatprofielen zijn eenvoudig gedetailleerd met trottoirs en rijstroken maar ruim van maatvoering. De bebouwing is standaard en bestaat uit rijen, tweekappers en een incidentele vrijstaande woning van twee lagen met een kap. Voor de woningbouw wordt gedacht aan zowel huur- als koopwoningen. Deels kan de architectuur aansluiten bij de omgeving met een eigentijdse uitstraling. De inrichting van het binnen-gebied verdient speciale aandacht aangezien hier geparkeerd wordt. Er dient een verzorgd beeld te ontstaan.

De maximale bouwhoogte voor de woningen is twee bouwlagen met kap. De maximale bouwhoogte voor de school is 11 meter. Er is aandacht nodig voor het halen en brengen van kinderen rondom de school. Parkeren dient binnen de nieuwbouwlocatie opgelost te worden. De groenstrook aan de oostkant dient behouden te blijven, hier moeten geen autodoorsteken worden gemaakt.

Kaders nieuwe school De Akker Er is inmiddels reeds een mooi ontwerp gemaakt voor het nieuwe schoolgebouw. Welstand is positief over het ontwerp. Algemeen gelden voor het schoolgebouw en het terrein eromheen de volgende uitgangspunten: 

maximale bouwhoogte 11 meter;

de oriëntatie is richting de Bilderdijkstraat, met tenminste één entree aan die zijde;

functionele, duurzame en flexibele bouw. Bijna-energie-neutraal gebouw. Binnenklimaat conform Frisse Scholen Klasse B;

fietsenstalling op eigen terrein;

parkeren voor personeel kan elders in de wijk, hier is overdag voldoende ruimte voor;

halen en brengen van kinderen levert geen problemen, hier zijn geen specifieke voorzieningen voor nodig. Er is in de directe omgeving voldoende ruimte voor kort parkeren. (dit blijkt uit nader onderzoek en overleg);

Kaders twee-onder-één kapwoningen (oostzijde plangebied) Voor het woningtype langs de parkstrook wordt aangesloten bij de huidige woningen aan de noordzijde van de locatie en die aan de overzijde van de Jacob Catsstraat, wat luxere panden in de koopsfeer. De eindwoningen krijgen een zijtuin waarin ook plaats is voor een kleine aanbouw. De woningen worden aan de voorzijde ontsloten door de bestaande stoep langs het groen en daarom is een ondiepe voortuin in de vorm van een terras voldoende. De woningen zijn aan de achterzijde per auto bereikbaar, waar ook geparkeerd kan worden. In de voortuinen mag geen bebouwing worden opgericht. Het beeld vanaf de groenstrook dient rustig en open te blijven. Er mag alleen een erfafscheiding komen van maximaal 1 meter hoog. Aan de noord- en zuidkant van de rij van 8 tweekappers dient een groene afscheiding gemaakt te worden in de vorm van een groenblijvende inheemse haag. Dit geldt dus alleen voor de buitenste twee woningen. De woningen krijgen geen eigen inritten, ook niet aan de achterzijde. Liefst is er zowel in de woningen als in de tuinen zoveel mogelijk aandacht voor groen en duurzaamheid. Huidige bebouwing overzijde

2 van 4

Kaders sociale huurwoningen (westzijde plangebied) Qua beeld sluiten de woningen aan op de woningen langs de P.C. Hooftstraat, waarlangs in dit deel nu voornamelijk huizen van de Woningstichting Putten staan. Door ook aan de overzijde sociale huurwoningen te projecteren, ontstaat een samenhangend geheel. Wel zal het woningtype verschillen van de bestaande eengezinswoningen. De nieuwbouw zal bestaan uit beneden-boven woningen met een portiekontsluiting aan de straat, bestemd voor één- en tweepersoonshuishoudens. Qua bouwvolume verschillen de woningen nauwelijks van de bestaande rijenhuizen. De blokjes krijgen een kleine sprong in de rooilijn vanwege de hoekverdraaiing van de straat. De voortuinen dienen goed onderhouden te worden en (met uitzondering van een toegangspaadje) groen te blijven. Hierover zullen met de Woningstichting nadere afspraken gemaakt worden. De erfafscheiding mag alleen bestaan uit een haag van een inheemse soort, bijvoorbeeld beuk, niet uit een schutting of hek of muur. De haag mag niet te hoog worden. De afstand tot de weg is relatief kort. Er moet een rustig en groen beeld ontstaan, ook voor de bewoners aan de overzijde. Waar mogelijk zouden in de voortuinen nog 1 tot 3 bomen geplaatst kunnen worden. De achtertuin is beperkt van diepte en biedt plaats aan de bergingen voor zowel de woningen op de begane grond als op de verdieping.

Langs de achtererven loopt een voetpad. Referentiebeeld sociale huurwoningen met voortuinen

Kaders sociale koopwoningen Gedacht wordt aan een rijtje van 8 sociale koopwoningen (beneden/bovenwoningen) met de uitstraling van eengezinswoningen. De hoogte is maximaal 10 meter. Deze mogen een wat stoerder en moderner aanzicht hebben dan de bestaande woningen, ze staan op een prominente plek, aan de Bilderdijkstraat, en naast de nieuwe school. In de voortuinen mag geen bebouwing worden opgericht. Er mag alleen een erfafscheiding komen van maximaal 1 meter hoog. Liefst is er zowel in de woningen als in de tuintjes zoveel mogelijk aandacht voor groen en duurzaamheid.

3 van 4

Kaders openbare ruimte De nieuwe woningen worden ontsloten via de P.C. Hooftstraat, via een nieuw aan te leggen toegangsweg door het gebied. Deze dient voldoende breed te zijn, in verband met bereikbaarheid vuilophaalwagen en brandweer. Langs de nieuwe toegangsweg komen stoepen. De bestaande woonbuurt heeft een beperkte parkeercapaciteit. Daarom is besloten om het parkeren geheel op eigen terrein op te vangen. Bij de binnenstraat komen parkeervakken. De toegang wordt gevormd door twee parkeerkoffers met tweezijdig parkeren. Groen en bomen Rondom de school en rondom de parkeervakken komen hier en daar nieuwe stukjes openbaar groen en nieuwe bomen. Ook het groen op de hoek P.C. Hooftstraat – Bilderdijkstraat blijft in eigendom en beheer bij de gemeente. Helaas is niet te voorkomen dat er ook bomen weg zullen moeten in het gebied. In principe geldt hiervoor dat voor elke boom die verdwijnt, 2 bomen terug moeten komen. Als dit niet lukt in het gebied zelf, moet hiervoor budget vrij worden gemaakt om dit elders te compenseren. Door Ecogroen is geïnventariseerd welke bomen in ieder geval waardevol zijn en zoveel mogelijk behouden moeten blijven. Parkeren Op basis van de normen in de Parkeernota Putten is er voldoende parkeerruimte beschikbaar voor de nieuwe woningen.

Voor het personeel van de school wordt uitgegaan van dubbelgebruik van de nieuwe parkeervakken en van de nu al beschikbare capaciteit langs de Jacob Catsstraat. Langs de Bilderdijkstraat blijft een aantal langsparkeervakken behouden ten behoeve van halen en brengen van kinderen en bezoekers van de school.

Met name rondom de nieuwe school staan bomen die behouden moeten blijven. Ook aan de noordzijde van het plangebied staat een waardevolle boom (beuk).

4 van 4

Bilderdijkstraat - Gebied school De Akker

Bijlage 2 Watertoets

9

datum 19-8-2020 dossiercode 20200819-10-24064

Wateradvies voor ruimtelijke plannen met een klein waterbelang (korte procedure)

Algemeen Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van Rijk, Provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. Via de digitale watertoets is beoordeeld of en welke waterbelangen voor het plan relevant zijn.

Beoordeling In het plangebied liggen geen belangrijke oppervlaktewateren (zogenaamde primaire of A- watergangen), waterkeringen of gebieden die zijn aangewezen voor regionale waterberging. Dit betekent dat dit plan geen essentiële waterbelangen raakt. Op basis daarvan wordt door het waterschap voor het onderhavige plan een positief wateradvies gegeven.

Aandachtspunten Voor de verdere uitwerking en concretisering van de beoogde ontwikkeling, geeft het waterschap aan dat rekening gehouden moet worden met een aantal algemene en gebiedsspecifieke aandachtspunten voor water.

Algemene aandachtspunten

Vasthouden - bergen - afvoeren Een belangrijk principe is dat een deel van het hemelwater binnen het plangebied wordt vastgehouden en/of geborgen en dus niet direct afgevoerd wordt naar de riolering of het oppervlaktewater. Hiermee wordt bereikt dat de waterzuiveringsinstallatie beter functioneert, verdroging wordt tegen gegaan en piekafvoeren in het oppervlaktewater (met eventueel wateroverlast in benedenstrooms gelegen gebieden) wordt voorkomen. Bij lozing op oppervlaktewater zal hiervan een melding gedaan moeten worden bij het waterschap.

Grondwaterneutraal bouwen Om grondwateroverlast te voorkomen adviseert het waterschap om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen. Dit betekent dat aspecten zoals ontwateringsdiepte en infiltratie van hemelwater, beschouwd worden ten opzichte van de GHG. Het structureel onttrekken / draineren van grondwater is geen duurzame oplossing en moet worden voorkomen. Het waterschap adviseert de initiatiefnemer dan ook om voorafgaand aan de ontwikkeling een goed beeld te krijgen van de heersende grondwaterstanden en GHG. Eventuele grondwateroverlast is in eerste instantie een zaak voor de betreffende perceeleigenaar.

Schoon houden - scheiden - schoon maken Om verontreiniging van bodem, grond- en/of oppervlaktewater te voorkomen is het van belang dat het afstromende hemelwater niet verontreinigd raakt. Dit kan door nadere eisen of randvoorwaarden te stellen aan bijvoorbeeld de toegepaste (bouw)materialen. Wij vragen de initiatiefnemer om duurzame bouwmaterialen te gebruiken. De gemeente kan u hierbij verder helpen.

Tot slot Eventueel benodigde vergunningen worden niet binnen de watertoets procedure of met deze Digitale Watertoets geregeld en zullen via daarvoor bedoelde procedures verkregen moeten worden. Een watervergunning van het waterschap is bijvoorbeeld nodig voor het dempen en/of vergraven van watergangen, het lozen van water op oppervlaktewater en het onttrekken van grondwater. Informatie over een watervergunning kunt u vinden op de website van het waterschap (www.vallei-veluwe.nl/loket). Op www.omgevingsloket.nlkunt u een watervergunning aanvragen. Daarnaast kunt u telefonisch contact opnemen met het waterschap onder telefoonnummer 055 - 52 72 911. Wij wensen u succes met de verdere ruimtelijke planvorming en verzoeken u het voorontwerp bestemmingsplan naar ons te mailen [watertoets@vallei-veluwe.nl].

Heeft u vragen of opmerkingen over deze watertoetsapplicatie? Laat het ons per mail weten [watertoets@vallei-veluwe.nl]. Voor dringende watertoetszaken kunt u ons telefonisch bereiken op 055 - 52 72 911.

Team Watertoets, Waterschap Vallei en Vallei

Disclaimer Waterschap Vallei en Veluwe streeft ernaar om correcte en actuele informatie in deze watertoetsapplicatie aan te bieden. Aan het beschikbaar gestelde kaartinformatie kunnen geen rechten worden ontleend. Waterschap Vallei en Veluwe aanvaard geen aansprakelijkheid voor enige vorm van schade naar aanleiding van het gebruik of de informatie die via deze applicatie beschikbaar wordt gesteld.

www.dewatertoets.nl

Bilderdijkstraat - Gebied school De Akker

Bijlage 3 Ecologisch onderzoek

14

Natuurtoets Bilderdijkstraat Noord, Putten

Inventarisatie en beoordeling in het kader van natuurwetgeving en -beleid

Gemeente Putten

Concept

Zuiderzeelaan 53 8017 JV Zwolle T 0384236464 E info@ecogroen.nl

Natuurtoets Bilderdijkstraat Noord, Putten

I www.ecogroen.nl

Inventarisatie en beoordeling in het kader van natuurwetgeving en -beleid

19-485a

16 oktober 2020

Concept

K. (Kelly) Meinesz & J. (Jonathan) Filius

A. (Astrid) van Teeffelen

Gemeente Putten

© Ecogroen bv Alles uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt, mits onder vermelding van bron en status. K. Meinesz en J. Filius (2020). Natuurtoets Bilderdijkstraat Noord, Putten. Inventarisatie en beoordeling in het kader van natuurwetgeving en -beleid. Rapport 19-485a. Ecogroen bv Zwolle.

Inhoud Samenvatting

1

1.

Inleiding 1.1 Aanleiding en doelstelling 1.2 Huidige situatie en voorgenomen ontwikkeling 1.3 Leeswijzer

3 3 3 4

2.

Kader en methode 2.1 Wet natuurbescherming 2.2 Onderzoeksmethode

5 5 6

3.

Bescherming gebieden en houtsopstanden 3.1 Natura 2000 3.2 Natuurnetwerk Nederland 3.3 Houtopstanden

8 8 8 9

4.

Soortbescherming 4.1 Flora 4.2 Zoogdieren 4.3 Broedvogels 4.4 Amfibieën 4.5 Overige soortgroepen

10 10 10 11 13 13

5.

Geraadpleegde bronnen

14

Bijlagen Bijlage 1 – Waardevolle bomen rondom de bebouwing

Samenvatting Aanleiding en doelstelling Gemeente Putten heeft het voornemen om een deel van de Bilderdijkstraat in Putten te herontwikkelen. Voor dit initiatief is een bestemmingsplanwijziging nodig. De beoogde ontwikkeling gaat mogelijk gepaard met effecten op beschermde natuurwaarden. De Wet natuurbescherming (Wnb) verplicht vooraf te toetsen of activiteiten (kunnen) conflicteren met beschermde natuurwaarden. Deze natuurtoets is bedoeld om inzicht te krijgen in mogelijke effecten op aanwezige natuurwaarden die op kunnen treden als gevolg van de plannen.

Bescherming gebieden en houtopstanden • Het plangebied ligt buiten de begrenzing van Natura 2000, op ongeveer 400 meter afstand. Gezien de afstand, de aard van de activiteiten en de tussenliggende infrastructuur en bebouwing zijn – met uitzondering van stikstofemissie – geen negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebied te verwachten. • Het plangebied ligt midden in een woonwijk, waardoor er bebouwing, straten en groenstructuren tussen het plangebied en het Natuurnetwerk Nederland (NNN) gelegen zijn, welke een afschermende werking hebben. Vanwege deze ligging en de afstand van 400 meter tot het NNN heeft het plan geen negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden. • Het plangebied ligt binnen de grens van de bebouwde kom Wet natuurbescherming. Hier heeft de Wet natuurbescherming ten aanzien van de bescherming van houtopstanden geen werking. Vervolgstappen ten aanzien van houtopstanden zijn in het kader van de Wet natuurbescherming daarom niet aan de orde. Wel kunnen de gemeentelijke regels ten aanzien van kap van toepassing zijn.

Soortbescherming • In het plangebied zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen. Onmisbare vliegroutes en foerageergebieden van vleermuizen zijn eveneens niet binnen het plangebied aangetroffen. • In het plangebied zijn geen jaarrond beschermde nesten van huismus, gierzwaluw of overige vogels aangetroffen. • Binnen de invloedsfeer van de plannen zijn enkele algemeen voorkomende broedvogels van bebouwing en plantsoen aangetroffen of te verwachten zoals ekster, houtduif, merel, kauw en Turkse tortel. • In het plangebied zijn geen verblijfplaatsen van overige beschermde zoogdieren, amfibieën, flora, reptielen, ongewervelden en vissen aangetroffen of te verwachten, met uitzondering van beschermde soorten waarvoor een vrijstelling van ontheffingsplicht geldt in de provincie Gelderland.

Advies en vervolgstappen • Om de effecten door stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden in beeld te brengen, is een stikstofberekening met het rekenmodel AERIUS noodzakelijk.

Natuurtoets Bilderdijkstraat Noord, Putten

01

• Werkzaamheden die broedbiotopen van aanwezige vogels beschadigen of dusdanig verstoren dat broedsucces in gevaar komt, dienen te allen tijde te worden voorkomen. Dit is voor de verwachte soorten mogelijk door gefaseerd te werken en de uitvoering bij voorkeur op te starten in de periode half november-half februari. Bij uitvoering van de plannen in de periode tussen half februari en half november wordt geadviseerd om voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelcontrole door een ter zake deskundige uit te laten voeren. Tijdens de broedvogelcontrole wordt gekeken of zich broedende vogels ophouden binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden. Mochten broedende vogels aanwezig zijn dan dienen de werkzaamheden ter plekke te worden uitgesteld tot de jongen zijn uitgevlogen. Voor het broedseizoen wordt geen standaardperiode gehanteerd, maar is het van belang of een broedgeval wordt verstoord, ongeacht de datum. • NB: De bevindingen uit dit onderzoek zijn 3 jaar geldig: indien de uitvoering van de plannen plaatsvindt na oktober 2023, kan onderzoek naar beschermde soorten opnieuw vereist zijn.

Natuurtoets Bilderdijkstraat Noord, Putten

02

1. Inleiding 1.1 Aanleiding en doelstelling Gemeente Putten heeft het voornemen om een deel van de Bilderdijkstraat in Putten te herontwikkelen. Voor dit initiatief is een bestemmingsplanwijziging nodig. De beoogde ontwikkeling gaat mogelijk gepaard met effecten op beschermde natuurwaarden. De Wet natuurbescherming (Wnb) verplicht vooraf te toetsen of activiteiten (kunnen) conflicteren met beschermde natuurwaarden. In deze natuurtoets worden de effecten van de beoogde ontwikkelingen op de onderdelen soort- en gebiedsgerichte natuurbescherming en houtopstanden van de Wet natuurbescherming (Wnb) beoordeeld.

1.2 Huidige situatie en voorgenomen ontwikkeling Aan de noordzijde van de Bilderdijkstraat in Putten, gelegen tussen de P.C. Hooftstraat en de Jacob Catsstraat, staan een aantal schoolgebouwen (figuur 1.1). Naast de schoolgebouwen bestaat het perceel uit bestrating en beplanting inclusief enkele bomen. Het plangebied is gelegen binnen de bebouwde kom van Putten en wordt omgeven door woningen en winkels. De gemeente wil het plangebied omvormen (door verbouwing en/of sloop in combinatie met nieuwbouw) naar woningen en een nieuw schoolgebouw. De groenstrook aan de oostzijde (Jacob Catsstraat) blijft behouden. Uitvoering van het plan is voorzien in 2021.

Figuur 1.1 Locatie plangebied (rood omlijnd). Bron luchtfoto: Nationaal Georegister.

Natuurtoets Bilderdijkstraat Noord, Putten

03

1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 zijn het wettelijk kader en de onderzoeksmethodiek beschreven. Vervolgens wordt een effectanalyse en -beoordeling gegeven ten aanzien van beschermde gebieden en houtopstanden (hoofdstuk 3) en soorten (hoofdstuk 4). In hoofdstuk 5 zijn de geraadpleegde bronnen vermeld.

Natuurtoets Bilderdijkstraat Noord, Putten

04

2. Kader en methode 2.1 Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming (Wnb) regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, soorten en houtopstanden. In dit rapport wordt ingegaan op alle drie deze onderdelen. De volledige en actuele wettekst van de Wet natuurbescherming is te raadplegen op http://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/. Kader 2.1 bevat een samenvatting van de relevante wetteksten. Kader 2.1 Wet natuurbescherming Zorgplicht (artikel 1.11) De Wet eist van iedereen zorgplicht voor de natuur. Zorgplicht is altijd van kracht, ook ten aanzien van niet beschermde natuur. Artikel 1.11 schrijft voor dat niemand moedwillig natuurgebieden of in het wild levende dieren of planten of hun directe leefomgeving mag verstoren, schaden of doden. Dit kan door het achterwege laten van een handeling of door het treffen van maatregelen ter voorkoming van schade of -als zelfs dat niet kan- de ontstane schade zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. Een voorbeeld van voorzorg is het werken in de minst kwetsbare periode van soorten. Natura 2000 (hoofdstuk 2) Hoofdstuk 2 regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, bestaande uit Habitatrichtlijngebieden (HR) en Vogelrichtlijngebieden (VR). Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen geformuleerd voor de bescherming van natuurlijke habitats, habitats van soorten en leefgebieden van vogels.

Artikelen 2.1 tot en met 2.11 van de Wet regelen de bescherming van (de doelen voor) Natura 2000-gebieden. Artikel 2.7 verplicht om vooraf te beoordelen of plannen, projecten en activiteiten in of in de nabijheid van Natura 2000-gebieden significant negatieve effecten kunnen hebben op de voor deze gebieden geformuleerde doelen. Als uit de beoordeling blijkt dat geen effecten optreden dan kan een plan worden vastgesteld of is een vergunning voor een project of handeling niet nodig. Zijn (significant) negatieve effecten niet uit te sluiten dan is een nadere beoordeling nodig. Artikel 2.8 bevat de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan voor het vaststellen van een plan of het verlenen van een vergunning. Het bevoegd gezag is meestal de provincie waar (het grootste deel van) de ingreep of handeling plaatsvindt, soms is dat het rijk. Soorten (hoofdstuk 3) Hoofdstuk 3 regelt de bescherming van soorten. De bescherming van soorten is verdeeld over de artikelen 3.1, 3.5 en 3.10. Het betreft de bescherming van: • Vogels zoals genoemd in de Vogelrichtlijn (artikel 3.1), in de praktijk vaak onderverdeeld in: – Vogels met jaarrond beschermde nesten, zoals huismus, gierzwaluw en buizerd. – Overige vogels, waarvan nesten alleen tijdens het broedseizoen zijn beschermd (periode van nestbouw, ei-leg, broeden en voeren van de jongen op het nest).

• Soorten (exclusief vogels) van de Habitatrichtlijn (bijlage IV) en de Verdragen van Bern (bijlage II) en Bonn (bijlage I), zoals bedoeld in artikel 3.5. • Andere soorten (artikel 3.10), onderverdeeld in: – Soorten waarvoor geen vrijstelling geldt. – Soorten waarvoor -op basis van de betreffende provinciale verordening- vrijstelling van de verbodsbepalingen geldt. Indien effecten niet zijn uit te sluiten moet -voorafgaand aan het vaststellen van een plan- zijn beoordeeld of er uitzicht is op het verkrijgen van een ontheffing. Als er aantoonbaar uitzicht is op het verkrijgen van een ontheffing dan kan het plan worden vastgesteld. Als bij ruimtelijke ingrepen verbodsbepalingen worden overtreden dan is het noodzakelijk om een ontheffing aan te vragen bij het bevoegd gezag, tenzij gewerkt kan worden volgens een goedgekeurde gedragscode. Het bevoegd gezag is meestal de provincie waar (het grootste deel van) de ingreep of activiteit plaatsvindt, soms is dat het rijk. Voor het verkrijgen van een ontheffing moet zijn beschreven hoe de initiatiefnemer er voor zorgt dat schade aan beschermde soorten tot een minimum beperkt blijft, welke mitigerende en compenserende maatregelen nodig zijn, dat alternatieven ontbreken en aan welk wettelijke belang wordt voldaan.

Natuurtoets Bilderdijkstraat Noord, Putten

05

Houtopstanden (hoofdstuk 4) Hoofdstuk 4 regelt de bescherming van houtopstanden. Een bij Wet beschermde houtopstand betreft een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend buiten de bebouwde kom, die een oppervlakte grond beslaat van tien are of meer, of bestaat uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen. Voor het kappen (van een deel) van een beschermde houtopstand geldt meld- (artikel 4.2) en herplantplicht (artikel 4.3). Er geldt een verbod op de kap als het voornemen daartoe niet (maximaal een jaar en minimaal een maand) vooraf is gemeld bij bevoegd gezag. Binnen drie jaar moet dezelfde grond op bosbouwkundig verantwoorde wijze zijn herbeplant. De gemeenteraad stelt de grens bebouwde kom Wet natuurbescherming vast. Het bevoegd gezag is meestal de provincie waar (het grootste deel van) de ingreep plaatsvindt, soms is dat het Rijk. Provinciale staten kunnen in de provinciale verordening regels opnemen over de melding en de herplant, zoals herplant op andere gronden dan waar de (deels) gevelde opstand stond.

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (https://wetten.overheid.nl/BWBR0030378/) en uitgewerkt in provinciale verordeningen. In het Barro staat dat bij provinciale verordening gebieden moeten worden aangewezen die het Natuurnetwerk Nederland vormen. De ligging van die gebieden wordt geometrisch vastgelegd. Bij provinciale verordening worden in het belang van de bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden, regels gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen. Voor nieuwe ontwikkelingen binnen of nabij het NNN, waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan, geldt een ‘nee-tenzij’-afweging. Dit houdt kortweg in dat significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN niet toegestaan is. Regels voor beoordeling van effecten op het NNN zijn vastgelegd in provinciale verordeningen en verankerd in de (gemeentelijke) bestemmingsplannen.

2.2 Onderzoeksmethode Allereerst is een quickscan onderzoek uitgevoerd. Op basis van de bevindingen uit de quickscan is aanvullend soortenonderzoek uitgevoerd. Hieronder is de opzet van de diverse onderzoeken beschreven.

Quickscan Om de aanwezige of te verwachten beschermde waarden binnen de invloedssfeer van het plan in beeld te brengen is gestart met literatuuronderzoek. Hierbij is onderzocht of het plangebied binnen of nabij beschermde gebieden ligt en of beschermde soorten bekend zijn in of in de directe omgeving van het plangebied. Hiervoor is onder andere gebruik gemaakt van de Nationale Databank Flora en Fauna (de NDFF verspreidingsatlas) en provinciale kaartviewers (zie geraadpleegde bronnen, hoofdstuk 5). De verzamelde informatie uit het literatuuronderzoek vormt de basis voor het veldbezoek dat op 4 november 2019 (droog, bewolkt, 9°C, weinig wind) is uitgevoerd. Tijdens het veldbezoek zijn het plangebied en de directe omgeving onderzocht door een ecoloog van Ecogroen, waarbij aandacht is besteed aan beschermde soorten binnen de Wet natuurbescherming en mogelijke relaties tussen het plangebied en beschermde gebieden. Speciale aandacht is uitgegaan naar aanwezigheid van (mogelijke) jaarrond

Natuurtoets Bilderdijkstraat Noord, Putten

06

beschermde nesten van broedvogels in de bebouwing en bomen binnen de invloedsfeer van de plannen. Daarnaast zijn bomen en bebouwing gecontroleerd op geschiktheid als vaste verblijfplaats voor vleermuizen en grondgebonden zoogdieren zoals steenmarter. Op basis van het uitgevoerde literatuuronderzoek en het veldbezoek is beoordeeld welke beschermde soorten (mogelijk) aanwezig zijn. Vervolgens is op basis van het voorgenomen plan bepaald welke effecten kunnen optreden op beschermde soorten en of vervolgstappen (zoals bijv. nader onderzoek of een vergunnings- of ontheffingsaanvraag Wnb) vereist zijn.

Aanvullend vleermuisonderzoek Het quickscan-onderzoek heeft aangetoond dat in de bebouwing in het plangebied mogelijk verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn. Op basis van onze ervaringen, de beperkte grootte van de potentiële invliegopeningen en de bouwkundige constructie van de bebouwing, verwachtten we enkel de aanwezigheid van de vleermuissoorten gewone en ruige dwergvleermuis in de bebouwing. De onderzoeksinspanning is daarom afgestemd op deze soorten. Vleermuisonderzoek is uitgevoerd conform landelijk vleermuisprotocol 2017 en de kennisdocumenten voor deze soorten (BIJ12, 2017a; 2017b). Dit houdt in dat er vier nachtelijke bezoeken verspreid over het jaar zijn uitgevoerd. Specifiek gaat het om twee bezoeken naar zomer- en kraamverblijfplaatsen in de periode half mei - half juli met minimaal 10 dagen tussen beide onderzoeken en twee bezoeken in de periode half augustus - september gericht op baltsterritoria/paarverblijfplaatsen van (groepjes) vleermuizen, met minimaal 10 dagen tussen beide onderzoeken. Tevens is tijdens de bezoeken aandacht besteed aan eventuele vliegroutes en (belangrijkste) foerageergebieden. Alle onderzoeken zijn door één of twee personen in de ochtend- of avondschemering uitgevoerd bij gunstige weersomstandigheden (droog, luchttemperatuur van minstens 10 graden Celsius en weinig wind; zie tabel 2.1).

Hierbij is het plangebied en omliggend gebied al fietsend doorkruist en is gebruik gemaakt van batdetectors die de mogelijkheid hebben om geluidsopnames te maken zoals de EMT2, D240X en M500. Tabel 2.1 Overzicht van de uitgevoerde veldbezoeken. Soortgroep Quickscan natuurtoets 1e bezoek vleermuizen 2e bezoek vleermuizen 3e bezoek leermuizen 4e bezoek vleermuizen

Datum 04-11-2020 09-06-2020 07-07-2020 18-08-2020 17-09-2020

Tijdstip 09:00 – 11:45 21:45 – 23:45 3:30 – 5:30 21:45 – 00:00 5:15 – 07:15

Aantal pers. 1 2 2 2 1

Weersomstandigheden 9°C, bewolkt, droog, weinig wind 14°C, half bewolkt, droog, weinig wind 10°C, helder, droog, weinig wind 18°C, helder, droog, windstil 10°C, helder, droog, weinig wind

Analyse Op basis van het uitgevoerde onderzoek is beoordeeld welke soorten aanwezig zijn en is bepaald of het plangebied gelegen is in of nabij beschermde gebieden. Vervolgens is op basis van het voornemen (zie paragraaf 1.2) bepaald welke effecten kunnen optreden op beschermde soorten en gebieden en of vervolgstappen (zoals het aanvragen van ontheffing of vergunning Wet natuurbescherming) vereist zijn.

Natuurtoets Bilderdijkstraat Noord, Putten

07

3. Bescherming gebieden en houtsopstanden 3.1 Natura 2000 Het plangebied ligt niet in Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is ‘Veluwe’, gelegen op een afstand van circa 400 meter ten oosten van het plangebied (zie figuur 3.1). Directe negatieve effecten op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebied, waaronder oppervlakteverlies van habitattypen en leefgebied, zijn, gezien deze afstand, uitgesloten. De eventuele effecten beperken zich tot externe werking (uitstralende, of indirecte effecten). Het gaat bijvoorbeeld om mogelijke effecten op de waterhuishouding, uitstoot van stikstof en verstoring door licht of geluid. Op basis van de aard van de plannen en de tussenliggende afstand worden indirecte effecten op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebied Veluwe – met uitzondering van stikstof – uitgesloten. Stikstofdepositie Gezien de aard en omvang van het plan en de afstand tot stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden zijn indirecte effecten als gevolg van stikstofdepositie mogelijk. Of dit al dan niet het geval is kan alleen worden getoetst door een stikstofberekening uit te (laten) voeren met behulp van het rekenmodel AERIUS. Een dergelijke toetsing waarbij wordt gerekend met machine-uren en emissiefactoren kan worden gevraagd door bevoegd gezag.

Ter onderbouwing van de plannen wordt geadviseerd een dergelijke toetsing uit te (laten) voeren.

Figuur 3.1 Locatie plangebied (rood) ten opzichte van Natura 2000-gebied ‘Veluwe’(lichtgroen) en NNN-gebied (donkergroen). Bron luchtfoto: Nationaal Georegister.

3.2 Natuurnetwerk Nederland Uit de interactieve kaarten van Provincie Gelderland blijkt dat het plangebied buiten het NNN ligt op 400 meter afstand van het NNN (zie figuur 3.1). Met de beoogde ontwikkeling wordt afgeweken van het

Natuurtoets Bilderdijkstraat Noord, Putten

08

vigerende bestemmingsplan. De provinciale regels van Gelderland over het NNN gelden echter alleen voor gronden binnen het NNN. De “nee, tenzij” afweging is daarom niet aan de orde. In het kader van goede ruimtelijke ordening is het wel noodzakelijk te waarborgen dat een plan de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN niet aantast. Goede ruimtelijke ordening houdt in dat naastgelegen functies elkaar niet te veel hinderen. Het plangebied ligt middenin een woonwijk, waardoor er bebouwing, straten en groenstructuren tussen het plangebied en het NNN gelegen zijn, welke een afschermende werking hebben. Vanwege deze ligging en de afstand van 400 meter tot het NNN heeft het plan geen negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden. Dat wil zeggen dat rust, donkerte, openheid landschap, de kwaliteit van de bodem, water en lucht, waterhuishouding, oppervlakte, robuustheid, aaneengeslotenheid en de samenhang van het NNN, niet worden aangetast door het plan. Het nemen van vervolgstappen is niet aan de orde.

3.3 Houtopstanden Toetsing aan de Wet natuurbescherming Het plan voorziet in het (mogelijk) vellen van een aantal bomen in het plangebied, rondom de gebouwen. De groenstrook aan de oostzijde (Jacob Catsstraat) blijft behouden. Het plangebied ligt binnen de grens van de bebouwde kom Wet natuurbescherming (Gemeente Putten, 2020). Hier heeft de Wet natuurbescherming ten aanzien van de bescherming van houtopstanden geen werking. Vervolgstappen ten aanzien van houtopstanden zijn in het kader van de Wet natuurbescherming daarom niet aan de orde. Wel kunnen de gemeentelijke regels ten aanzien van kap van toepassing zijn.

Aanvullende beoordeling De gemeente heeft Ecogroen aanvullend verzocht om van de bomen aan te geven welke bomen rondom de bebouwing waardevol zijn vanuit ecologisch / landschappelijk oogpunt en het best behouden kunnen blijven. De bomen in de oostelijke groenstrook maakten in principe geen onderdeel uit van de vraag aangezien de groenstrook sowieso behouden blijft. In bijlage 1 is op kaart en in foto’s weergegeven welke bomen vanuit ecologisch en/of landschappelijk oogpunt het best behouden kunnen blijven. Hierbij zijn in het veld ook enkele bomen aan de zuidrand van de oostelijke groenstrook mee-beoordeeld – de overig bomen aan de oostzijde zijn niet beoordeeld. De gemarkeerde bomen zijn beoordeeld als vitaal en behoudenswaardig. De Wet natuurbescherming belet de eventuele kap van deze bomen echter niet.

Natuurtoets Bilderdijkstraat Noord, Putten

09

4. Soortbescherming 4.1 Flora Binnen het plangebied is beperkt vegetatie aanwezig. Vegetatie binnen het plangebied bestaat voornamelijk uit een intensief gemaaid gazon. Verder zijn er in het plangebied enkele bomen aanwezig (zomereik, linde en beuk). Tijdens het veldbezoek zijn geen in de Wet natuurbescherming beschermde plantensoorten aangetroffen. Op basis van de aangetroffen soortensamenstelling, de terreingesteldheid en bekende verspreidingsgegevens worden deze soorten ook niet verwacht. Het nemen van vervolgstappen ten aanzien van de soortgroep flora is in het kader van de Wet natuurbescherming niet aan de orde.

4.2 Zoogdieren Vleermuizen Het leefgebied van vleermuizen bestaat uit verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden (zie ook kader 4.1). Hieronder worden deze onderdelen nader beschreven. Kader 4.1 Vleermuizen Verblijfplaatsen Verblijfplaatsen kunnen zich bevinden in donkere en voor vleermuizen bereikbare ruimten in bomen, huizen, kelders et cetera en kunnen aanwezig zijn in de vorm van kraamverblijven / zomerverblijven, baltslocaties / paarverblijven en winterverblijven. Verstoring, beschadiging, vernietiging of het verwijderen van deze verblijfplaatsen is verboden. Vliegroutes Voor oriëntatie tijdens de trek van en naar hun verblijfplaatsen en foerageergebieden gebruiken vleermuizen veelal jarenlang dezelfde structuren. Vanwege dit traditiegetrouwe gedrag van vleermuizen vormen bepaalde lijnvormige structuren (bijvoorbeeld rijen woningen, watergangen en bomenrijen) een belangrijk onderdeel van een vliegroute. Wanneer alternatieve structuren ontbreken zijn dergelijke structuren ‘onmisbaar’ en zodoende beschermd. Foerageergebieden Locaties waar insecten aanwezig zijn, bijvoorbeeld langs randen van bossen, bomenrijen of boven water zijn van belang als foerageergebied voor vleermuizen. Foerageergebied van vleermuizen geniet binnen de Wet natuurbescherming echter geen juridische bescherming, tenzij het onmisbaar is voor het voortbestaan van een populatie.

Verblijfplaatsen Tijdens de quickscan zijn potentieel geschikte verblijfplaatsen voor gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis aangetroffen in open stootvoegen en openingen tussen de buitenmuur en het dakoverstek die toegang bieden tot de spouw. De bomen en struiken in het plangebied zijn ongeschikt als vaste verblijfplaatsen van vleermuizen door het ontbreken van geschikte holten en spleten. Ten aanzien van de bebouwing is aanvullend vleermuisonderzoek uitgevoerd volgens het geldende vleermuisprotocol (zie ook 2.2). Tijdens het aanvullende onderzoek zijn in het plangebied geen verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen. Op basis van de uitgevoerde veldbezoeken worden verblijfplaatsen van vleermuizen in het plangebied uitgesloten. Vervolgstappen voor verblijfplaatsen van vleermuizen zijn niet aan de orde.

Natuurtoets Bilderdijkstraat Noord, Putten

10

Vliegroutes Als gevolg van de voorgenomen plannen worden geen opgaande lijnvormige structuren verwijderd die van belang kunnen zijn als onmisbare vliegroute voor vleermuizen. Vervolgstappen voor vliegroutes van vleermuizen zijn niet aan de orde. Foerageergebieden Door aanwezigheid van begroeiing wordt het plangebied mogelijk gebruikt als foerageergebied voor soorten als gewone dwergvleermuis en laatvlieger (NDFF 2020). Tijdens het vleermuisonderzoek zijn gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger inderdaad in lage aantallen foeragerend aangetroffen, met name kort na zonsondergang en kort voor zonsopgang. Gezien de korte perioden waarin er foerageeractiviteit is waargenomen en de aanwezigheid van voldoende alternatieve foerageergebieden in de omgeving, zoals bosranden en bomenlanen, geven de voorgenomen plannen geen aanleiding schade te veronderstellen aan (onmisbare) foerageergebieden van vleermuizen. Vervolgstappen voor foerageergebieden van vleermuizen zijn niet aan de orde.

Grondgebonden zoogdieren Steenmarter Er zijn in de omgeving van het plangebied geen waarnemingen van steenmarter bekend (NDFF, 2020). Tijdens het quickscan veldbezoek zijn geen sporen (zoals latrines of prooiresten) van steenmarter in of om het plangebied aangetroffen. Evenmin zijn geschikte openingen gevonden die toegang geven tot mogelijke vaste verblijfplaatsen van steenmarter. Tijdens het aanvullend nachtelijk onderzoek zijn ook geen exemplaren van steenmarter waargenomen. Vervolgstappen voor steenmarter zijn niet aan de orde. Overige grondgebonden zoogdieren Vaste verblijfplaatsen van overige beschermde grondgebonden zoogdieren (artikel 3.5 en 3.10 Wet natuurbescherming) worden op basis van terreinkenmerken, het veldbezoek en bekende verspreidingsgegevens (NDFF 2020) uitgesloten. Vervolgstappen voor deze soorten zijn niet aan de orde. Wel zijn in het plangebied vaste verblijfplaatsen van een aantal algemeen voorkomende grondgebonden zoogdiersoorten te verwachten. Dit zijn onder andere huisspitsmuis en bosmuis. Bij de geplande ingrepen kunnen enkele verblijfplaatsen en/of exemplaren van deze grondgebonden zoogdieren geschaad worden. In voorliggende situatie geldt voor deze soorten in de provincie Gelderland vrijstelling van de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming, waardoor het nemen van vervolgstappen voor deze zoogdieren niet aan de orde is.

4.3 Broedvogels Bij broedvogels wordt onderscheid gemaakt in twee categorieën met een verschillend beschermingsregime (zie kader 2.1).

Natuurtoets Bilderdijkstraat Noord, Putten

11

Broedvogels met jaarrond beschermde nesten Van veel broedvogels zijn nesten alleen gedurende het broedseizoen beschermd. Nestlocaties kunnen buiten het broedseizoen zonder overtreding van de Wet natuurbescherming verwijderd worden. Voor een aantal broedvogelsoorten geldt echter dat de nestlocaties inclusief de functionele omgeving jaarrond beschermd zijn (zie kader 4.2). Kader 4.2 Broedvogels met jaarrond beschermde nestplaatsen Onder jaarrond beschermde nesten van broedvogels wordt in Gelderland verstaan: in functie zijnde nesten van de ooievaar, boomvalk, buizerd, havik, ransuil, roek, wespendief, zwarte wouw, slechtvalk, sperwer, steenuil, kerkuil, oehoe, gierzwaluw, grote gele kwikstaart en huismus. Voor sommige andere soorten geldt dat de nesten jaarrond beschermd zijn als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen.

In het plangebied zijn geen waarnemingen bekend van broedvogels met jaarrond beschermde nesten (NDFF, 2020). Tijdens het veldbezoek zijn in het plangebied geen (geschikte) nestlocaties of onmisbaar foerageergebied aangetroffen van vogels waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn. De dakconstructie bestaat uit een combinatie van dakleer/bitumen en metalen of houten afwerking aan de zijkanten (figuur 4.1); deze zijn ongeschikt als nestlocatie voor de gebouwbewonende soorten huismus en gierzwaluw. Vervolgstappen zijn niet aan de orde voor broedvogels met jaarrond beschermde nesten.

Figuur 4.1. De bebouwing in het plangebied.

Overige broedvogels In bebouwing en bomen binnen de invloedsfeer van de plannen is geschikt broedbiotoop aanwezig voor enkele vogelsoorten als houtduif, merel, kauw, ekster en Turkse tortel. Voor alle inheemse vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die soorten, nesten, eieren of vaste rust- of verblijfplaatsen beschadigen of verstoren. Voor werkzaamheden met schadelijke effecten op broedvogels wordt veelal geen ontheffing verleend, omdat het uitvoeren van de werkzaamheden buiten het broedseizoen over het algemeen een goed alternatief vormt. Als broedseizoen wordt gehanteerd: periode van nestbouw, periode van broed op de eieren en de periode dat de jongen op het nest gevoerd worden. Voor de meeste soorten kan de periode tussen half maart en half juli worden aangehouden als

Natuurtoets Bilderdijkstraat Noord, Putten

12

broedseizoen. In het kader van de Wet natuurbescherming wordt voor het broedseizoen echter geen standaardperiode gehanteerd, omdat deze per soort en vaak per jaar kan verschillen. Van belang is of een broedgeval wordt verstoord, ongeacht de datum. Bij uitvoering van de plannen in de periode tussen half februari en half november wordt geadviseerd om voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelcontrole door een ter zake deskundige uit te laten voeren. Tijdens de broedvogelcontrole wordt gekeken of zich broedende vogels ophouden binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden. Mochten broedende vogels aanwezig zijn dan dienen de werkzaamheden ter plekke te worden uitgesteld tot de jongen zijn uitgevlogen.

4.4 Amfibieën In het plangebied ontbreekt (permanent) oppervlaktewater, waardoor voortplanting van amfibieën is uitgesloten. Op basis van het veldbezoek, terreinkenmerken en verspreidingsgegevens (o.a. NDFF, 2020) wordt ook overwintering van de soorten in de Habitatrichtlijn, de Verdragen van Bern en Bonn en nationaal beschermde amfibieën zonder provinciale vrijstelling (zoals knoflookpad, poelkikker en heikikker) uitgesloten. Vervolgstappen voor deze soorten zijn niet aan de orde. Wel is -hetzij beperkt- overwintering van algemene amfibieënsoorten zoals gewone pad en bruine kikker te verwachten in aanwezige ruigtes, rommelhoekjes, (muizen)holen en de strooisellaag in het plangebied. Bij realisatie van de plannen kunnen enkele exemplaren van bovengenoemde vrijgestelde amfibieën geschaad worden. In voorliggende situatie geldt voor deze soorten in de provincie Gelderland vrijstelling van de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming, waardoor het nemen van vervolgstappen voor deze amfibieën niet aan de orde is.

4.5 Overige soortgroepen Op basis van de terreinkenmerken, habitateisen en bekende verspreidingsgegevens (NDFF, 2020) worden in het plangebied geen voortplanting of vaste verblijfplaatsen verwacht van beschermde reptielen, insecten, vissen en ongewervelden. Het nemen van vervolgstappen in het kader van de Wet natuurbescherming is niet aan de orde voor deze soortgroepen.

Natuurtoets Bilderdijkstraat Noord, Putten

13

5. Geraadpleegde bronnen Literatuur BIJ12 (2017a). Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus. Versie 1.0, juli 2017. BIJ12 (2017b). Kennisdocument Ruige dwergvleermuis Pipistrellus nathusii. Versie 1.0, juli 2017. Broekhuizen, S. et al. (2016). Atlas van de Nederlandse zoogdieren. – Natuur in Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden, Leiden. Dienst Regelingen (2009). Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten ontheffing Flora- en faunawet ruimtelijke ingreep. Ministerie van EZ (2015). Besluit van de Minister van Economische zaken van 15 oktober 2015, DGAN-PDJNG / 15129301, houdende vaststelling van geactualiseerde Rode lijsten flora en fauna. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus & Zoogdiervereniging (2017). Vleermuisprotocol 2017, maart 2017.

Internet Gebiedendatabase Natura 2000 (http://www.synbiosys.alterra.nl/natura2000). NDFF (2020). Nationale Databank Flora en Fauna (https://ndff-ecogrid.nl). Geraadpleegd 17 oktober 2019. Provincie Gelderland (2019). Interactieve kaart NNN en Natura 2000. (https://gelderland.maps.arcgis.com/) Geraadpleegd op 17 oktober 2019. RAVON.nl (Website met soortinformatie over reptielen, amfibieën en vissen). Geraadpleegd 6 oktober 2020. Sovon.nl (Website met soortinformatie over vogels). Geraadpleegd 6 oktober 2020. Vlinderstichting.nl (Website met soortinformatie over vlinders en libellen). Geraadpleegd 6 oktober 2020. Zoogdierenvereniging.nl (Website met soortinformatie over de Nederlandse zoogdieren). Geraadpleegd 6 oktober 2020.

Natuurtoets Bilderdijkstraat Noord, Putten

14

Bijlagen

Bijlage 1 – Waardevolle bomen rondom de bebouwing Advies is om de op kaart aangegeven bomen (ook afgebeeld op de foto’s) in elk geval te behouden. NB: Overige bomen in de groenstrook in het oosten van het plangebied zijn conform vraagspecificatie niet beoordeeld.

Projectnummer: 19485 Projectnaam: Quickscan Bilderdijkstraat, Putten Opdrachtgever: Gemeente putten

Bilderdijkstraat - Gebied school De Akker

Bijlage 4 Stikstofonderzoek

35

Adviesrapport Stikstofonderzoek Bilderdijkstraat Putten

Beoordeling ten aanzien van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden

Gemeente Putten

concept

Zuiderzeelaan 53 8017 JV Zwolle T 0384236464 E info@ecogroen.nl

Stikstofonderzoek Bilderdijkstraat Putten

I www.ecogroen.nl

Beoordeling ten aanzien van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden

19-485b

3 december 2020

concept

M. (Merlijn) de Graaf & A. (Anton) Alberts

A. (Astrid) van Teeffelen

Gemeente Putten

© Ecogroen bv Alles uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt, mits onder vermelding van bron en status. Graaf, M. de & A. Alberts (2020). Stikstofonderzoek Bilderdijkstraat Putten. Beoordeling ten aanzien van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Rapport 19-485b. Ecogroen bv Zwolle.

Inhoud 1.

Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Kenschets ontwikkeling en locatie 1.3 Leeswijzer

1 1 1 2

2.

Toetsingskader en methode 2.1 Toetsingskader stikstofdepositie 2.2 Methode

3 3 4

3.

Uitgangspunten 3.1 Algemeen 3.2 Huidige situatie 3.3 Aanlegfase 3.4 Gebruiksfase

6 6 6 7 8

4.

Resultaten en conclusie 4.1 Rekenresultaat 4.2 Samenvatting en conclusie

9 9 9

5.

Geraadpleegde bronnen

10

Bijlagen Bijlage 1 – Inzet mobiele werktuigen

1. Inleiding 1.1 Aanleiding Gemeente Putten heeft het voornemen om een deel van de Bilderdijkstraat in Putten te herontwikkelen. Voor dit initiatief is een bestemmingsplanwijziging nodig. Gemeente Putten heeft Ecogroen gevraagd om in dat kader stikstofberekeningen te maken om te bepalen of al dan niet sprake is van een toename in stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden van soorten in Natura 2000-gebieden. Dit rapport beschrijft de stikstofberekeningen van de huidige situatie, de aanlegfase en de gebruiksfase van de activiteiten binnen het plangebied. Overige ecologische onderzoeken in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) zijn geen onderdeel van deze rapportage en zijn separaat uitgewerkt in Meinesz & Filius (2020).

1.2 Kenschets ontwikkeling en locatie Het plangebied ligt in de bebouwde kom van Putten, ingeklemd tussen de Bilderdijkstraat, de P.C. Hooftstraat en de Jacob Catsstraat (figuur 1.1). In het plangebied staan een aantal schoolgebouwen. In de huidige situatie worden de gebouwen onder andere gebruikt als basisschool, kerk en opslag. Het plan bestaat uit de sloop van de huidige bebouwing en de bouw van een nieuwe basisschool (voor 180-200 leerlingen), 8 twee-onder-een kap woningen, 24 boven/beneden woningen en 4 tot 8 sociale koopwoningen (4 rijtjeswoningen of 8 appartementen). De planning is in 2021 te starten met de sloop van fase 1 (PC Hooftstraat 35 en Jac. Catsstraat 74 en 76) en te starten met de bouw van de nieuwe school. De bouw van de school zal in totaal een jaar duren, waardoor een deel van de bouw in het tweede rekenjaar valt. De sloop van fase 2 (Jac. Catsstraat 70A en 72) staat halverwege 2022 gepland. Nadat de sloop van fase 2 is afgerond start de bouw van de woningen. Het plangebied ligt op ongeveer 400 meter van Natura 2000-gebied (zie figuur 1.1).

Stikstofonderzoek Bilderdijkstraat Putten

01

Figuur 1.1: Locatie van het plangebied (rood omrand) ten opzichte van Natura 2000-gebied Veluwe (groen). Bron achtergrond: PDOK.

1.3 Leeswijzer Het juridisch kader waarbinnen dit stikstofonderzoek is uitgevoerd en de gebruikte methodiek zijn beschreven in hoofdstuk 2. Hoofdstuk 3 geeft vervolgens de uitgangspunten voor de berekening. Tenslotte volgen de rekenresultaten en de conclusie in hoofdstuk 4.

Stikstofonderzoek Bilderdijkstraat Putten

02

2. Toetsingskader en methode 2.1 Toetsingskader stikstofdepositie In dit rapport is beoordeeld of de bestemmingsplanwijziging conflicteert met de Wnb, onderdeel stikstof van het onderdeel Gebiedsbescherming (Natura 2000), waarbij de beschermde waarden op twee manieren betrokken zijn (Kaajan, 2018): 1. De uitvoerbaarheidstoets, die volgt uit de Wet ruimtelijke ordening. Met deze toets wordt de vraag of de beschermingsregimes uit de Wnb de uitvoerbaarheid van het plan in de weg staan beantwoord. Vrij vertaald wordt bepaald of er uitzicht is op het verkrijgen van een Wnb-vergunning voor het project dat voortvloeit uit het bestemmingsplan. 2. Wet natuurbescherming-toets (Wnb-toets), zoals vastgelegd in artikel 2.7 lid 1 Wnb & artikel 2.8 lid 1 Wnb e.v. Kortweg: Voorafgaand aan vaststelling van het bestemmingsplan moet worden nagegaan of (uitvoering van) het plan kan leiden tot mogelijk significant negatieve effecten op een Natura 2000gebied. Volgens vaste jurisprudentie bestaat deze toets uit een vergelijking tussen de feitelijke, planologisch legale situatie en de maximale plansituatie. De regels waaraan stikstofberekeningen moesten voldoen waren voorheen vastgelegd in het Programma Aanpak Stikstof (PAS) en verankerd in de Wet natuurbescherming.

De Raad van State zette in 2019 een streep door het PAS, waarmee (het overgrote deel van) het tot dan toe gebruikte toetsingskader is komen te vervallen. Het Rijk en de provincies werken op dit moment aan een oplossing voor deze impasse, onder andere door het aanpassen van de Wet natuurbescherming (Spoedwet Aanpak Stikstof), het Stikstofregistratiesysteem (SSRS) en de (provinciale) beleidskaders voor het salderen van stikstofemissies. Het rekenmodel AERIUS-Calculator wordt voorgeschreven als rekenmodel voor stikstofberekeningen.

Uitvoerbaarheidstoets Het plan is uitvoerbaar (vergunbaar) indien het plan op zichzelf niet leidt tot een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden van soorten binnen Natura 2000-gebieden óf per saldo geen toename van stikstofdepositie ontstaat ten opzichte van de referentiesituatie. De referentiesituatie is de laagste (vergunde) situatie vanaf de datum waarop artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn van toepassing werd op een Natura 2000-gebied (de referentiedatum). Voor het Natura 2000gebied Veluwe geldt 24 maart 2000 als referentiedatum (BIJ12, z.d.): Het is aannemelijk dat de stikstofemissies op de referentiedatum voor omliggende Natura 2000-gebieden gelijk of hoger zijn dan de huidig feitelijke situatie. Het gebruik van het plangebied is sinds de referentiedatum niet wezenlijk gewijzigd en de emissiefactoren voor mobiele werktuigen, gebouwemissies (stookinstallaties/ CV-ketels) en verkeer waren op de referentiedatum hoger (Min. VORM, 2007; Kok, 2014; Sipma & Rietkerk, 2016; AERIUS factsheet, 2020b). Uitgaande van een worst-case benadering is de NOx-emissie op de referentiedatum gelijkgesteld aan de huidig feitelijke situatie. De uitvoerbaarheid van het plan is zodoende afhankelijk van de uitkomst van de Wnb-toets.

Wnb-toets Conform het toetsingskader van de Wnb-toets is een berekening van de aanlegfase en de gebruiksfase gemaakt, dit betreffen berekeningen van meerdere (bouw)jaren.

Stikstofonderzoek Bilderdijkstraat Putten

03

2.2 Methode In de Veluwe en andere omliggende Natura 2000-gebieden zijn stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden aanwezig. De effecten van de uitvoering van het bestemmingsplan zijn daarom in beeld gebracht aan de hand van modelberekeningen met AERIUS-Calculator (versie 2020) en zijn getoetst volgens de huidige kaders van de Wet natuurbescherming. De hoofdvraag is of sprake is van een (toename van) stikstofdepositie >0,00 mol N/ha/jaar op stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden in omliggende Natura 2000-gebieden. In de aanleg- en gebruiksfase is gebruik gemaakt van intern salderen met het huidige gebruik. Voor voorliggend plan zijn berekeningen van meerdere rekenjaren gemaakt. In tabel 2.1 is de verdeling van de werkzaamheden en het in te zetten huidig gebruik van de bebouwing voor intern salderen over de verschillende (bouw)jaren weergegeven. Voor de berekening van de stikstofdepositie is de uitstoot van betreffend onderdeel naar rato meegenomen. Tabel 2.1 Verdeling van de werkzaamheden en het in te zetten huidig gebruik bebouwing voor intern salderen over de verschillende (bouw)jaren.

Werkzaamheden Sloop fase 1 Sloop fase 2 Bouw school De Akker Bouw woningen Intern salderen fase 1 Intern salderen fase 2 gebruik woningen

Jaar 1 3 maanden

Jaar 2

Jaar 3

Gebruiksfase

9 maanden

3 maanden 3 maanden

Ja

6 maanden Ja

6 maanden Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

6 maanden

12 maanden

Draaiurenmethode Conform de AERIUS-instructie (BIJ12, 2020) is voor mobiele werktuigen (aanlegfase) de draaiurenmethode gehanteerd (zie kader 2.1). Dit betekent dat op basis van het aantal draaiuren in combinatie met het vermogen, de belasting en de emissiefactor de emissie wordt berekend. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen emissies van de mobiele machine tijdens: • Normaal draaien, met een (gemiddelde) motorbelasting; • Stationair draaien, met een lage motorbelasting, onder 10% van het maximale vermogen.

Stikstofonderzoek Bilderdijkstraat Putten

04

Kader 2.1 Formules emissieberekening met de draaiurenmethode. Draaiurenmethode Emissies tijdens volle belasting EMW=V*Be*G*EFW/1000 Met: EMW V Be G EFW

De emissie van het ingevoerde mobiele werktuig [kg/jaar] Het volle vermogen van dit mobiele werktuig [kW] De fractie van het volle vermogen van dit mobiele werktuig dat daadwerkelijk wordt gebruikt tijdens belasting [-] Het aantal uren dat dit mobiele werktuig gemiddeld wordt gebruikt [uren/jaar] Emissiefactor tijdens belast draaien [gram/kWh]

Emissies tijdens stationair draaien ES = TS * EFS_CI * CI / 1.000 CI = V / 20 Met: ES TS EFS_CI CI V

Emissie als gevolg van stationair draaien [kg/jaar] Aantal draaiuren per jaar stationair [uur/jaar] Emissiefactor tijdens stationair draaien per liter cilinderinhoud [gram/liter/uur] Cilinderinhoud [liter] Het volle vermogen van dit mobiele werktuig [kW]

Stikstofonderzoek Bilderdijkstraat Putten

05

3. Uitgangspunten 3.1 Algemeen In de huidige situatie worden de gebouwen met gas verwarmd waardoor stikstofemissie aan de orde is. Ook zorgt verkeer van en naar de bebouwing voor de emissie van stikstof. Tijdens de aanlegfase zijn de mobiele werktuigen en het transport van en naar de bouwplaats (transport bouwmaterialen en werkverkeer personeel) bronnen van stikstofemissie. Tijdens de gebruiksfase zijn het verkeer van en naar de school en de woningen van belang als stikstofbron. De nieuwbouw wordt niet aangesloten op het gasnetwerk en levert hierdoor geen bijdrage aan de stikstofemissie. De planning is in 2021 te starten met de sloop van fase 1, dit is dan ook als jaar 1 genomen in de berekeningen.

3.2 Huidige situatie Gasverbruik • De gebouwemissies zijn gemodelleerd met de kenmerken behorende bij de categorie uit AERIUSCalculator ‘Wonen en Werken - Kantoren en winkels’. Deze categorie past het best bij de situatie. • Het totale gasverbruik van de bebouwing in de huidige situatie is 27.597 m3 (gegevens 2019, aangeleverd door opdrachtgever). Voor het gebouw aan de Jacob Catsstraat 70A wordt het gasverbruik geschat op 1.600 m3 (schatting door Ecogroen op basis van het oppervlak van het gebouw, 120 m2, en het gasverbruik van de andere gebouwen op het terrein). • De stikstofuitstoot (18 kg NOx/jaar) is berekend aan de hand van het totale gasverbruik, een emissienorm van 70 mg/N m3 en een rookgasfactor van 8,99 N m3 rookgas per N m3 aardgas.

Verkeersbewegingen • CROW (2018) heeft geen gegevens van verkeersbewegingen behorende bij een basisschool. Gegevens van een middelbare school zijn de meest gelijkende beschikbare gegevens. Het aantal verkeersbewegingen in de huidige situatie is dan ook geschat aan de hand van het aantal verkeersbewegingen voor een middelbare school (CROW, 2018). Het uitgangspunt is worst case gekozen met een school met 100 leerlingen, dit resulteert in 20 verkeersbewegingen licht verkeer per etmaal (max. weinig stedelijk, rest bebouwde kom). • Het aantal verkeersbewegingen is gemodelleerd als een lijnbron in de categorie ‘wegverkeer binnen bebouwde kom’. Voor de verkeerscategorieën zijn de standaardwaarden die AERIUS hanteert voor emissiefactoren en -hoogte aangehouden. • De provincie Gelderland geeft aan binnen de bebouwde kom 50 meter voor personenauto’s en 150 meter voor vrachtverkeer te modelleren voordat het verkeer wordt opgenomen in het heersende verkeersbeeld (Provincie Gelderland, z.d.). Dit betekent dat het verkeer nog in de wijk wordt opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Voor zwaar verkeer is niet zeker of dit klopt. Om van worst case uit te gaan is de lijnbron is ingetekend vanaf het plangebied tot aan de kruising Bilderdijkstraat – Voorthuizerweg. • De NSL monitoringstool geeft geen informatie over het filepercentage.

Stikstofonderzoek Bilderdijkstraat Putten

06

3.3 Aanlegfase De aanlegfase (sloop + bouw) is in drie jaar afgerond, van alle drie de jaren is een berekening gemaakt.

Mobiele werktuigen • Het type machine, het vermogen van de machine en het aantal draaiuren is gebaseerd op referentieprojecten bekend bij Ecogroen. Hierbij is uitgegaan van moderne machines met verschillende bouwjaren (allen 2013 of nieuwer). • De totale stikstofemissie van de machines die worden ingezet tijdens de sloop van de huidige bebouwing en de bouw van de school en de woningen is ingevoerd in een vlakbron op de locatie van het plangebied met een uitstoothoogte van 4 meter en een spreiding van 2 meter (BIJ12, 2020). • De AERIUS-Calculator kent standaardwaarden voor belasting en emissiefactor gebaseerd op het type machine, vermogen en bouwjaar (AERIUS-factsheet, 2020a). Deze zijn gehanteerd voor de berekening. • In de berekening is rekening gehouden met het stationair draaien van mobiele werktuigen, dit is op 30% gezet. • De tabel in bijlage 1 geeft inzicht in de inzet van machines tijdens de aanlegfase. De totale stikstofemissie tijdens de aanlegfase is 288 kg NOx/jaar en 0,97 kg NH3/jaar. De verschillende waarden per rekenjaar zijn in tabel 3.1 weergegeven. Tabel 3.1 Uitstoot van NOx en NH3 voor de verschillende onderdelen in de aanlegfase per rekenjaar. NOx (kg/jaar) Sloop

Jaar 1

Jaar 2

28

27

Bouw woningen

75

Bouw school

62

21

Totaal aanlegfase

90

123

NH3 (kg/jaar) Jaar 3

Jaar 1

Jaar 2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10808274/1