Begroting 2025-2028
Tekst van het document
Specificatie per programma en beleidsproduct De specificatie per programma op beleidsproductniveau is opgenomen in bijlage A.
29 van 109
Thema Economie en recreatie Algemeen Het thema Economie en recreatie heeft betrekking op het gelijknamige programma.
Portefeuillehouders De verantwoordelijke portefeuillehouders voor dit thema zijn de heren ’t Jong en Van Nieuwenhuizen.
Wat willen we bereiken? In het coalitieakkoord ‘En nu door!’ hebben de coalitiepartijen hun plannen voor de periode 2022-2026 beschreven. Dit coalitieakkoord is vertaald in een collegeprogramma. Op basis daarvan worden de concrete actiepunten voor de komende jaren vastgesteld. Hieronder worden de concrete beleidsdoelstellingen toegelicht die in 2025 aandacht zullen vragen.
Wat gaan we daarvoor doen? Actiepunten 2025 – programma Economie en recreatie Jubileumjaar herdenking en bevrijding
Van Nieuwenhuizen/’t Jong/Lambooij
In 2025 is het tachtig jaar geleden dat de Tweede Wereldoorlog ten einde kwam. In dit jubileumjaar zal er meer aandacht zijn voor de herdenkingen en vieringen. Uitvoering Erfgoedbeleid
Van Nieuwenhuizen
Het Erfgoedbeleid 2024-2028 is vastgesteld. Dit beleid vormt het startschot voor het verbeteren van de bescherming van ons cultureel erfgoed. De in het beleid aangestipte deelprojecten worden tussen 2024 en 2028 opgepakt. Toekomstverkenning historisch museum
Van Nieuwenhuizen
Erfgoed Gelderland doet onderzoek naar de mogelijkheden voor een historisch museum. Samen met het reeds uitgevoerde onderzoek van Cor Wijn levert dit een totaalbeeld en advies voor mogelijke toekomstscenario's voor een historisch museum. Afhankelijk van de uitkomst van de onderzoeken geven wij een vervolg aan de uitwerking voor een historisch museum of een museum van Putten. Ondersteuning ontwikkeling Archeologisch Belevings Centrum (ABC)
Van Nieuwenhuizen
Eind 2019 is er een haalbaarheidsstudie voor een grafheuvelcentrum Veluwe uitgevoerd. Uitkomst is dat de focus verlegd wordt van een grafheuvelcentrum Veluwe naar een Archeologisch Belevings Centrum Veluwe (ABC Veluwe), mogelijk vanuit de al bestaande musea en voorzieningen. Museum de Tien Malen op Landgoed Schovenhorst wordt daarbij ook als optie gezien. Een mogelijkheid op die locatie wordt bekeken door een regionale projectgroep. Zodra kansen en acties voor de Puttense recreatie in beeld komen, zullen we die initiatieven ondersteunen.
30 van 109
Centrum onderdeel programma Economie
Van Nieuwenhuizen
De verschillende projecten en ambities voor het centrumgebied gaan we samenbrengen in de programmalijn Centrum, onderdeel van het op te stellen programma Economie. Centrumplan – Herinrichting kernwinkelgebied
Van Nieuwenhuizen
We gaan door met de herinrichting van het kernwinkelgebied/Centrumplan Putten. Aan het eind van het jaar hebben we het gehele kernwinkelgebied voorzien van nieuwe riolering en een vernieuwde inrichting. Visie herinrichting Achterstraat/Molenstraat en verbinding Gervenhof met winkelgebied
Van Nieuwenhuizen
In 2024 is gestart met het opstellen van een visie. In 2025 zal deze gereed zijn. De visie en een daarbij behorend uitvoeringskrediet leggen we voor aan de raad. Markt- uitstal- terrasbeleid en kramenplan
’t Jong/Lambooij
De marktverordening en het uitstalbeleid zijn geactualiseerd en vastgesteld door het college. We werken nu aan het actualiseren van het terrassenbeleid en het kramenplan. Economische visie en uitvoeringsagenda
‘t Jong
De projecten en acties binnen de vier sporen van de uitvoeringsagenda van de Economische visie hebben doorlopend onze aandacht. -
Binnen spoor 1 ‘Toekomstbestendige vrijetijdseconomie, agrifood en breed MKB' gaan we zowel regionaal als lokaal aan de slag met het opstellen van een programma en een uitvoeringsagenda, waarbij er aandacht is voor een vitaal landelijk gebied.
-
Binnen spoor 2 'Vitaal dorpshart en leefbare gemeente' geven we uitvoering aan de projecten Aanpak vitaal dorpshard en (Multimodale) Bereikbaarheid Putten. Met ondersteuning van de provincie komen we daarnaast tot een integrale visie voor het centrum.
-
Met het Regionaal Programma Werklocaties hebben we aandacht voor spoor 3 'Ruimte voor werken' wat in 2025 zijn doorvertaling krijgt in plannen en projecten/acties. Concreet zijn we bezig met parkmanagement: we beginnen op de Hoge Eng en Henslare en kijken vast vooruit naar Keizerswoert. We voeren op reguliere basis overleg met de BKP (Bedrijvenkring Putten en vanaf nu ook met JOOP (Jonge Ondernemers Putten) naast de contactmomenten ten behoeve van concrete projecten.
-
Binnen spoor 4 'Noodzakelijke voorwaarden, de basis op orde' is er voortgang geboekt in het aanjagen van de organisatiegraad en het continueren en intensiveren van de regionale samenwerking. In 2025 gaan we hiermee verder.
Bedrijventerrein Henslare
‘t Jong
31 van 109
We ronden de uitwerking van het stedenbouwkundig ontwerp naar een inrichtingsplan af. Hierbij worden de maatregelen uit het waterhuishoudingsplan ingepast. Daarnaast starten we met het opstellen van een civieltechnische uitwerking van het plangebied. Transformatie bedrijventerrein Ambachtstraat
Cornelissen
Voor project Ambachtstraat is met externe ondersteuning een ontwikkelstrategie uitgewerkt. In 2025 wordt helder welke scenario's er zijn voor de transformatie. De raad wordt betrokken bij de keuze voor een scenario. Revitalisering Keizerswoert en parkmanagement bedrijventerreinen
‘t Jong
We starten met het opstellen van een plan van aanpak voor de revitalisering van Keizerswoert. Parkmanagement zien we daarbij als een belangrijk onderdeel, dat als vliegwiel kan functioneren. De slagingskans van parkmanagement hangt af van de specifieke situatie, de doelgroep en het draagvlak. De Bedrijvenkring Putten (BKP) heeft voorgesteld om op de Hoge Eng een pilot parkmanagement te starten, gestimuleerd door een bedrijveninvesteringszone (BIZ). Deze pilot is inmiddels gestart. De gemeente heeft hierbij een faciliterende rol. Het beschikbaar gestelde bedrag van €10.000 in 2024 en €15.000 vanaf 2025 is ingezet voor de pilot op de Hoge Eng en wordt ingezet voor de opstart van het plan van aanpak voor Keizerswoert. De kosten die hier mogelijk uit voortkomen, moeten nog in kaart worden gebracht. Toeristische investeringsagenda 2023-2025
‘t Jong
Door samen te werken en de krachten te bundelen vanuit ‘Dromen naar Doen’ blijven we de toeristische sector in Putten versterken. Met kansrijke ideeën en initiatieven vanuit lokale wensen en regionale samenwerkingsverbanden ontwikkelen we de sector verder en houden we deze toekomstbestendig. Vitale Vakantieparken
‘t Jong
Onze ambitie is om voor ieder park en cluster een nieuw perspectief te hebben. We zetten ons in om voor ieder vakantiepark en/of cluster van parken een toekomstplan te ontwikkelen. Daarnaast wordt er verder gewerkt aan de ambities voor na 2025: toekomstbestendigheid, verduurzaming van alle parken en de bijdrage aan een betere en gezonde Veluwe. Uitvoeringsstrategie Krachtighuizen
‘t Jong
We geven verder uitvoering aan de deeloplossingen van de uitvoeringsstrategie Krachtighuizen. Het gaat dan met name om groenversterking, uitwerking met de koplopersgroep en perspectief bieden aan parken zonder toekomst en parken zonder toeristische opvolging. Uitvoering en netwerkondersteuning Veluwe-op-1
‘t Jong
We zetten de Veluwe-op-1netwerksamenwerking voort ter realisatie van Veluwebrede doelen die recreatie en natuur in balans houden. Deze doelen komen ten goede aan de Veluwebeleving van gasten en de vrijetijdsbeleving en leefbaarheid van inwoners van Putten. Naast een netwerkbijdrage wordt een ontwikkelbudgetbijdrage gevraagd in plaats van een
32 van 109
projectenbudget. Dit is om Veluwebrede projecten verder te brengen, aan te jagen en te ondersteunen, zodat ze daarna lokaal verder opgepakt kunnen worden in een goede bedding.
Project Putterpoorten: TOP Schovenhorst
‘t Jong
Het definitief ontwerp voor TOP Schovenhorst is afgestemd met de stakeholders. Na de aanbesteding starten we begin 2025 met de uitvoering. Het project wordt uiterlijk in december 2025 opgeleverd, zodat we voldoen aan de voorwaarde voor de subsidie 'Regiodeal Veluwe'. Uitbreiden en verbeteren routenetwerk
‘t Jong
We gaan onze mountainbikeroutes bewegwijzeren in Veluwestijl en sluiten daarbij aan op het mountainbikenetwerk van aangrenzende gemeenten op de Veluwe.
Wat mag het kosten? Thema 3 Economie en Recreatie
Jaarrekening
Begroting incl. wijz.
Lasten Programma Economie en recreatie Baten Programma Economie en recreatie Geraamd totaal baten en lasten Dotatie aan reserves Programma Economie en recreatie Onttrekking aan reserves Programma Economie en recreatie
2023 1.483 1.483 244 244 -1.239 710 710 884 884
2024 3.013 3.013 1.186 1.186 -1.826 223 223
2025 2.638 2.638 1.036 1.036 -1.602 121 121
-1.065
-1.604
-1.481
Geraamd resultaat
Meerjarenbegroting 2025-2028 2026 5.290 5.290 4.125 4.125 -1.165 489 489 211 211
2027 5.591 5.591 3.926 3.926 -1.665 211 211
2028 3.682 3.682 2.017 2.017 -1.665 211 211
-1.443
-1.454
-1.454
Bedragen * € 1.000, -/- = nadeel
Toelichting mutaties per programma Waar sprake is van een reële afwijking van de programma’s tussen de Begroting 2025-2028 ten opzichte van de Jaarrekening 2023 en de Begroting 2024, wordt dat hieronder toegelicht bij het betreffende programma. Programma Economie en recreatie Op programma Economie en recreatie is de grondexploitatie van de Henslare verwerkt. Dit heeft zowel effect op de lasten als de baten. Verder start in 2026 de afschrijving op het centrumplan, met dekking uit de reserve dekking kapitaallasten. Toelichting mutaties reserves Programma Economie en recreatie De toevoeging aan de reserves in 2026 heeft betrekking op de bijdrage vanuit grex Henslare aan de reserve Bovenwijkse voorzieningen op basis van de nota Kostenverhaal.
33 van 109
Verder vindt er in 2025 een onttrekking van € 121.000 plaats, oplopend naar € 211.000 in 2026, vanuit de reserve dekking kapitaallasten. Het grootste deel van deze onttrekking is bedoeld om de kapitaallasten van de investering in het Centrumplan op te vangen.
Specificatie per programma en beleidsproduct De specificatie per programma op beleidsproductniveau is opgenomen in bijlage A.
34 van 109
Thema Bestuur, dienstverlening en veiligheid Algemeen Het thema Bestuur, dienstverlening en veiligheid heeft betrekking op de volgende programma’s: -
Programma Algemene dekkingsmiddelen
-
Programma Bestuur, dienstverlening en veiligheid
Portefeuillehouders De verantwoordelijke portefeuillehouders voor dit thema zijn de heren Cornelissen, Van den Hoorn, ’t Jong, Lambooij en Van Nieuwenhuizen.
Wat willen we bereiken? In het coalitieakkoord ‘En nu door!’ hebben de coalitiepartijen hun plannen voor de periode 2022-2026 beschreven. Dit coalitieakkoord is vertaald in een collegeprogramma. Op basis daarvan worden de concrete actiepunten voor de komende jaren vastgesteld. Hieronder worden de concrete beleidsdoelstellingen toegelicht die in 2025 aandacht zullen vragen.
Wat gaan we daarvoor doen? Actiepunten 2025 – programma Bestuur, dienstverlening en veiligheid Communicatie
‘t Jong
Communicatie draagt bij aan een open (bestuurs)cultuur waarbij inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties betrokken zijn bij relevante thema’s en zaken die spelen in de leefomgeving. In 2025 blijven wij doelgroepgericht en eigentijds communiceren en vernieuwen wij onze methoden en middelen waar nodig. De werkwijze omtrent participatie en representatie wordt verder uitgekristalliseerd. We versterken en professionaliseren de interne communicatie en medewerkers krijgen trainingen op het gebied van heldere communicatie. Uitvoering i-Visie
‘t Jong
Afhankelijk van de keuzes die voor het ICT-aandachtsgebied gemaakt worden, zal er invulling gegeven worden aan de actielijnen uit de i-Visie. Nieuwe Archiefwet
‘t Jong
We laten een impactanalyse uitvoeren over de gevolgen van de nieuwe Archiefwet. Aan de hand hiervan bekijken we de financiële gevolgen voor het invoeren en toepassen van de nieuwe wet. Versterken ambtelijke organisatie
Cornelissen
We geven in 2025 uitvoering aan de aanbevelingen uit de eindevaluatie van de doorontwikkeling van de organisatie, die eind 2024 is gestart. Project Basisregistraties op orde
‘t Jong
35 van 109
De acties en projecten die zijn opgenomen in het uitwerkingsplan worden in 2025 verder uitgevoerd. De doelstelling is dat de achterstanden eind 2025 weggewerkt zijn en dat het beheer in de reguliere bedrijfsvoering is opgenomen. Datagedreven werken
‘t Jong
We breiden het dataplatform verder uit naar diverse domeinen, om steeds meer te kunnen sturen en werken op basis van feitelijke data. Dienstverleningsconcept
‘t Jong
We zetten in op hoge kwaliteit van de (op digitale leest geschoeide) dienstverlening en een snelle dienstverlening
tegen
een
betaalbare
prijs.
We
hebben
dat
vastgelegd
in
het
dienstverleningsconcept. Het huidige dienstverleningsconcept dateert uit 2017. We gaan het dienstverleningsconcept herzien en waar mogelijk moderniseren op basis van de huidige behoeften en wensen. Inzetten op gastvrijheid
‘t Jong
We blijven in 2025 werken aan onze kernwaarden en dienstverlening. We organiseren naast workshops een training gastvrijheid voor onze medewerkers. Inclusief werkgeverschap
Cornelissen
Het lukt steeds vaker om kandidaten uit het doelgroepregister, door het bieden van een werkervaringsplek of een detachering via de Inclusief Groep, zodanig te ontwikkelen dat zij door kunnen stromen naar een dienstverband binnen de gemeente Putten. In 2025 willen we dit graag voortzetten en - waar mogelijk - verder bestendigen. Bestuurlijk overleg Provincie Gelderland
Allen
Bestuurlijk overleg met de Provincie Gelderland vindt vooral plaats via de diverse ambtelijke en bestuurlijke tafels (zowel in de Regio EHPZ (Ermelo, Harderwijk, Putten en Zeewolde), de Noord-Veluwe, Foodvalley, alsook andere samenwerkingsverbanden). Intergemeentelijke samenwerking
Lambooij
We benaderen regionale samenwerking vanuit de inhoud. Gezien de gedeelde opgaven, voortkomend uit de ligging tussen de Veluwe en Randmeer, beschouwen we de samenwerking op de Noord-Veluwe met de bestaande thematafels als waardevol. Wat betreft het landelijk gebied werken we samen met de Regio Foodvalley aan de gedeelde opgaven. In de subregio, oftewel het regioarrangement EHPZ, worden opgaven geïntegreerd tot gebiedsopgaven met als doel een gebiedsgerichte uitwerking. Uitvoering Integraal Veiligheidsplan
Lambooij
We geven uitvoering aan de prioriteiten in het Integraal Veiligheidsplan en actualiseren het uitvoeringsplan. De uitvoering van de prioriteiten kwetsbare personen (Zorg & Veiligheid), ondermijning, cybercrime en gedigitaliseerde criminaliteit, informatievoorziening en Vitale Vakantieparken, zijn meegenomen in de actualisatie en geïntegreerd in het vernieuwde uitvoeringsplan. In 2025 wordt ook gestart met de voorbereidingen voor het nieuwe Integraal Veiligheidsplan 2026-2029.
36 van 109
Opstellen integraal Handhaving uitvoeringsprogramma (HUP)
Lambooij
Op grond van de in 2024 in werking getreden Omgevingswet stellen we voor de fysieke leefomgeving een integraal (ruimte overstijgend) handhavingsuitvoeringsprogramma op. NIS2 (Network and Information Security Directive)
‘t Jong
De ciso's van de samenwerkende gemeente Nijkerk, Leusden, Bunschoten en Putten zorgen ervoor dat NIS2 tijdig en volledig wordt geïmplementeerd. Actiepunten 2025 – programma Algemene dekkingsmiddelen -
Wat mag het kosten? Thema 4 Bestuur, dienstverlening en veiligheid
Jaarrekening 2023
Begroting incl. wijz. 2024
Meerjarenbegroting 2025-2028 2025
2026
2027
2028
Lasten Programma Bestuur, dienstverlening en veiligheid Programma Algemene dekkingsmiddelen Baten Programma Bestuur, dienstverlening en veiligheid Programma Algemene dekkingsmiddelen Geraamd totaal baten en lasten
14.638
15.277
16.436
18.126
18.070
18.045
14.132
14.434
15.129
15.192
15.117
15.090
506
843
1.307
2.934
2.954
2.955
52.649
54.800
55.788
52.808
53.033
53.629
910
852
700
700
700
700
51.738
53.948
55.088
52.108
52.333
52.929
38.011
39.523
39.351
34.682
34.963
35.584
Dotatie aan reserves Programma Bestuur, dienstverlening en veiligheid Programma Algemene dekkingsmiddelen Onttrekking aan reserves Programma Bestuur, dienstverlening en veiligheid Programma Algemene dekkingsmiddelen Geraamd resultaat
4.679
4.847
-
-
-
-
115
-
-
-
-
-
4.564
4.847
-
-
-
-
4.897
5.318
318
318
318
316
420
471
318
318
318
316
4.477
4.847
-
-
-
-
38.228
39.994
39.669
35.000
35.280
35.900
Bedragen * € 1.000, -/- = nadeel
Toelichting mutaties per programma Waar sprake is van een reële afwijking van de programma’s tussen de Begroting 2025-2028 ten opzichte van de Jaarrekening 2023 en de Begroting 2024, wordt dat hieronder toegelicht bij het betreffende programma. Programma Bestuur, dienstverlening en veiligheid Op product Brandweer en rampenbestrijding is de indexatie van de VNOG verwerkt (KN 25), daar staat de stelpost prijsindexatie tegenover. Op het programma zijn ook de lasten voor overhead geraamd. De overhead lasten stijgen door cao stijgingen in oktober 2024 en de verwachte stijging in 2025. Programma Algemene dekkingsmiddelen
37 van 109
De lasten op programma Algemene dekkingsmiddelen stijgen in 2026 door de rente op de financiering. Op basis van de liquiditeitsprognose hebben we naar verwachting eind 2025 aanvullende financiering nodig, mede door uitgaven op projecten. In 2025 is de raming op het beleidsproduct Algemene baten en lasten hoger vanwege nog niet bestede deel van de stelpost prijsindexatie. Met name bij de tussentijdse rapportages zal deze worden ingezet ter dekking van de stijgende lasten als gevolg van indexaties. Overige afwijkingen worden toegelicht in het overzicht Algemene dekkingsmiddelen. De opbrengsten op het programma dalen in 2026 door een lagere Algemene uitkering, zie ook hierna de toelichting op de algemene dekkingsmiddelen. Toelichting mutaties reserves Programma Bestuur, dienstverlening en veiligheid Per saldo vindt er een onttrekking van € 318.000 plaats vanuit de reserve dekking kapitaallasten. Het grootste deel van deze onttrekking is bedoeld om de kapitaallasten van de renovatie en inrichting van het gemeentehuis op te vangen.
Specificatie per programma en beleidsproduct De specificatie per programma op beleidsproductniveau is opgenomen in bijlage A.
Overzicht algemene dekkingsmiddelen De belangrijkste onderdelen van het overzicht algemene dekkingsmiddelen zijn voorgeschreven. Het gaat daarbij om: a.
Lokale heffingen, waarvan de besteding niet gebonden is;
b.
Algemene uitkeringen (gemeentefonds);
c.
Dividend;
d.
Saldo van de financieringsfunctie;
e.
Overige algemene dekkingsmiddelen.
De algemene dekkingsmiddelen zijn als volgt opgebouwd: Algemene dekkingsmiddelen
2025
Baten OZB Forensenbelasting Toeristenbelasting Algemene uitkering Dividend Saldo financieringsfunctie Totaal
4.991 880 560 48.128 240 204 55.003
2026
2027
2028
4.991 4.991 4.991 880 880 880 560 560 560 45.298 45.523 46.119 240 240 240 -1.597 -1.598 -1.599 50.373 50.597 51.191 Bedragen * € 1.000, -/- = nadeel
Lokale heffingen, waarvan de besteding niet gebonden is De belastingopbrengsten stijgen door indexatie van de tarieven met 3,5%. Verder stijgen de opbrengsten voor 2025 door areaaluitbreidingen vanwege nieuw- en verbouw. Zie de paragraaf Lokale heffingen voor een nadere toelichting op de belastingopbrengsten. Algemene uitkering
38 van 109
De algemene uitkering uit het gemeentefonds is de belangrijkste inkomstenbron van gemeenten. In deze begroting zijn de uitkomsten van de Meicirculaire 2024 verwerkt. Het budgettair effect daarvan op de begroting ziet er als volgt uit: Meicirculaire 2024
2025
Accres/uitkeringsbasis Prognose extra middelen Jeugd Stelpost 511 miljoen aanvullende Rijkskorting Totaal effect meicirculaire
2026
48.128 48.128
2027
2028
44.972 45.280 45.831 901 830 875 -575 -587 -587 45.298 45.523 46.119 Bedragen * € 1.000, -/- = nadeel
De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van het accres. Het accres is gesplitst in een vaststaand volumedeel en een loonen prijsdeel dat per circulaire wordt bijgesteld op basis van de laatste inzichten van het Centraal Planbureau (CPB) over de loon- en prijsontwikkeling. Met ingang van 2024 (in de Meicirculaire 2024 met één jaar vervroegd) is door het Rijk een nieuwe financieringssystematiek toegepast en is het gemeentefonds gekort. Met name vanaf 2026 zorgt deze korting voor een aanzienlijk lagere uitkering. Gemeenten en Rijk hebben een principeakkoord bereikt over het financiële kader voor de Hervormingsagenda Jeugd en zijn de middelen voor 2025 beschikbaar gesteld. De beschikbaarstelling van de middelen voor de jaren 2026 en verder vindt plaats na het advies van de deskundigencommissie en de besluitvorming daarover en worden voor nu als prognose geraamd. Het kabinet Rutte IV heeft in aanvulling op de afspraken van de Hervormingsagenda Jeugd een extra korting van € 511 miljoen ingeboekt. Hiervan zou in 2025 al een korting van € 500 miljoen op de algemene uitkering worden geeffectueerd. In de meicirculaire is deze korting in 2025 ongedaan gemaakt. Van de reeks van € 511 miljoen euro vanaf 2026 is inmiddels duidelijk dat het nieuwe kabinet ook deze korting schrapt.
Het effect van de Septembercirculaire 2024 lichten wij via een afzonderlijke raadsbrief toe en wordt als begrotingswijziging 2025 verwerkt. Dividend In onderstaande tabel worden de financiële gegevens over deelnemingen in aandelen weergegeven. Het aandelenbezit is als volgt opgebouwd: Toelichting aandelenbezit Nominaal bedrag aandelen Aantal aandelen Boekwaarde aandelen Boekwaarde per aandeel
BNG 10.530 26.325 2,50
Vitens 18.693 18.693 1,00
Alliander/ Nuon
Afvalsturing Friesland 25 276.812 11.250 1.384.060 450,00 5,00
Inclusief groep
Leisurelands
1.880 188.000 100,00
8.155 338.200 gem. 41,47
Bedragen * € 1,-
De geraamde dividendopbrengsten op het aandelenbezit zijn als volgt: Beleggingen
2025
BNG Vitens
2026 30 -
39 van 109
2027 30 -
2028 30 -
30 -
Alliander Afvalsturing Friesland Totaal
210 240
210 210 210 240 240 240 Bedragen * € 1.000, -/- = nadeel
Saldo financieringsfunctie Op het taakveld Treasury zijn de rentelasten over de aangetrokken geldleningen en de rentebaten over de uitgezette gelden opgenomen. Daarnaast is een stelpost rente opgenomen voor de te verwachten aan te trekken lening. Onvoorzien In de begroting wordt een post onvoorzien opgenomen onder de algemene dekkingsmiddelen van 0,12% van het begrotingstotaal conform de Financiële verordening. Het gaat voor 2025 om een bedrag van € 84.000. Het college heeft de bevoegdheid om de post onvoorzien aan te wijzen voor incidentele zaken en legt bij elke tussentijdse rapportage verantwoording af over het gebruik van de post onvoorzien. Kosten van de overhead Overheadkosten bevatten alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. De kosten van de overhead zijn als volgt opgebouwd: Overhead Personeel & organisatie Huisvesting & facilitair ICT Communicatie Tractie Juridische zaken Financiën Materialen Totaal - 0.4 Overhead
2025 6.371 992 1.476 108 438 171 64 55 9.674
2026 2027 2023 6.456 6.425 6.416 992 992 992 1.441 1.441 1.440 108 108 108 438 438 438 183 144 127 64 64 64 55 55 55 9.735 9.666 9.639 Bedragen * € 1.000, -/- = nadeel
Vennootschapsbelasting We hebben een stelpost van € 12.000 structureel opgenomen in de begroting voor de vennootschapsbelasting, onder meer voor de lasten uit de VPB-plichtige activiteiten. De verwachte positieve resultaten op grondexploitaties kunnen ingezet worden voor de vennootschapsbelasting. Het nettoresultaat na vennootschapsbelasting op de grondexploitatie zal toegevoegd worden aan de reserve grondexploitatie.
40 van 109
Hoofdstuk 4 Paragrafen Paragraaf Lokale heffingen Inleiding Naast de algemene uitkering uit het gemeentefonds en de specifieke uitkeringen van het Rijk zijn de lokale heffingen het belangrijkste deel van de gemeentelijke inkomsten. De lokale heffingen bestaan uit de gemeentelijke belastingen, rechten en retributies. Lokale belastingen worden onderscheiden in heffingen waarvan de besteding gebonden dan wel ongebonden is. Ongebonden lokale heffingen (OZB, forensenbelasting en toeristenbelasting) worden tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend omdat de besteding niet is gebonden aan een bepaalde taak. Gebonden heffingen, zoals de afvalstoffenheffing en de rioolheffing, worden verantwoord op het betreffende programma en worden niet tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend. Voor het betalen van rechten en retributies verricht de gemeente diensten. De kosten van de gemeentelijke dienstverlening worden doorberekend in deze tarieven. Indexatie tarieven Op de tarieven voor de onroerende zaakbelastingen, de forensenbelasting, de toeristenbelasting en bij diverse leges wordt een indexatie van 3,5% toegepast. De toe te passen index wordt elk jaar opnieuw berekend met behulp van meerdere prijsontwikkelingscijfers. Raming inkomsten in begroting In onderstaande tabel zijn de verwachte baten uit gemeentelijke belastingen en leges opgenomen: Gemeentelijke belastingen en rechten 2025
Belastingopbrengsten, tarieven en leges
Toelichting
Begroting 2025
OZB-eigenaar (won./niet-woningen)
1
4.304
4.072
OZB-gebruiker (niet-woningen) Toeristenbelasting Forensenbelasting
1 2 3
687 880 560
635 827 495
Reclamebelasting
4
78
81
Subtotaal algemene belastingen
Begroting 2024
6.510
6.111
Rioolheffing
5
2.544
2.473
Afvalstoffenheffing c.a.(incl.verk.afvalzakken)
6
1.968
1.870
Begraafrechten
7
708
597
Marktgeld
8
46
44
Leges omgevingsvergunningen
9
743
743
Leges burgerzaken (excl. Rijksleges)
10
293
287
Leges APV-vergunningen
11
14
14
Leges overige algemene dienstverlening
12
69
63
Subtotaal tarieven, heffingen en leges
6.384
6.090
Totaal Raming
12.894
12.201
41 van 109
Bedragen * € 1.000
69
14
46
293
708
743
1.968
2.544
g nh ef Be fin gr ge g. Le aa .. s ge fre om s ch ge bu te vi rg n M n er ar gs za kt Le ve ge ke rg ge ld n u s nn (e Le ov xc in ge er ge l. s ig R n AP e i j ks al Vge le ve ge m rg en s u e nn ) di in en ge st n ve rle ni ng
fin
fe
he f
io ol
R
al
Le
Af v
la
m eb
el
as
tin
tin as
el nb
ec
R
st of
g
g tin
as
Fo
re
ns e
nb te
is er
To
g
78
560
880
687
n)
el
in on
t-w
ie
(n er ik
ru
O
O
ZB -g
eb
r(
w
on ./n
ie
t-w
on
in
ge
ge
n)
Opbrengsten in € * 1.000
5.000 4.500 4.000 3.500 3.000 2.500 2.000 1.500 1.000 500 0
aa en ig ZB -e
Begroting 2024 Begroting 2025
4.304
Lokale heffingen 2025
Soort opbrengst
Toelichting gemeentelijke belastingen en heffingen/rechten 1.
Onroerende-zaakbelastingen (OZB)
De OZB kent 3 tarieven; ozb voor eigenaren van woningen, ozb voor eigenaren van nietwoningen en ozb voor gebruikers van niet-woningen. De bestaande opbrengstverhouding bij de OZB tussen woningen en niet-woningen is voor 2025 gehandhaafd. In de Begroting 2025-2028 is uitgegaan van 3,5% opbrengstverhoging voor begrotingsjaar 2025 vanwege de loon- en prijsontwikkelingen. Daarnaast is de begrote opbrengst verhoogd vanwege verwachte uitbreidingen in de belastingcapaciteit, bijvoorbeeld door de bouw van nieuwe woningen. De opbrengsten voor 2025-2028 zijn constant gehouden. Om de lastenontwikkeling te beheersen was tot 2019 de zogenaamde macronorm OZB afgesproken. Dit betekende dat de OZB-opbrengst in Nederland als geheel niet meer mocht stijgen dan een bepaald percentage. De macronorm OZB is met ingang van 2020 vervangen door de 'Benchmark gemeentelijke belastingen'. Deze benchmark geeft gemeenten meer informatie over de ontwikkeling van de lokale lasten in zowel eigen als andere gemeenten. Het resultaat van de benchmark wordt gepresenteerd in de COELO-atlas die elk jaar in maart uitkomt. Het nieuwe kabinet heeft in het Hoofdlijnenakkoord 2024 -2028 opgenomen dat de jaarlijkse stijging van de OZB wordt gemaximeerd via afspraken met gemeenten. Hoe dit gaat plaatsvinden is nog niet bekend.
42 van 109
De WOZ-waarde vormt de basis voor de aanslagoplegging. Jaarlijks worden alle onroerende zaken opnieuw getaxeerd. Voor 2025 geldt als waardepeildatum 1 januari 2024. Bij het bepalen van de tarieven van de OZB wordt rekening gehouden met de ontwikkeling van de WOZ-waarden omdat bij de tariefbepaling de begrote opbrengst het uitgangspunt is. 2.
Toeristenbelasting
De toeristenbelasting is van toepassing op hotelovernachtingen, op onderkomens voor wisselende verhuur en voor toercaravans en tenten. Voor 2025 worden de tarieven verhoogd met de 3,5% inflatiecorrectie. 3.
Forensenbelasting
De forensenbelasting is van toepassing op vrijwel alle stacaravans op recreatieparken en op de eigenaren met een tweede woning. De belastingplichtigen voor deze heffing worden individueel aangeslagen. De verhoging van de forensenbelasting is gekoppeld aan die van de OZB. Voor 2025 worden de tarieven verhoogd met de 3,5% inflatiecorrectie. 4.
Reclamebelasting
Ondernemers in het aangewezen heffingsgebied in het dorpscentrum, die op hun pand een openbare aankondiging hebben, worden aangeslagen voor de reclamebelasting. Het tarief in het kerncentrumgebied is € 550,- en het overig centrumgebied € 400,-. De reclamebelasting wordt ingezet als dekkingsmiddel voor de subsidie aan de Stichting Ondernemersfonds Putten. De afspraken met Stichting Ondernemersfonds Putten zijn vastgelegd in een convenant. In 2023 heeft een evaluatie plaatsgevonden en de uitkomsten hiervan hebben geleid tot een voorstel aan de gemeenteraad om de tarieven aan te passen per 2025. De redenen hiervoor zijn een wens tot meer differentiatie naar grootte van de onderneming en een verhoging van de totaalopbrengst. Op het moment van opstellen van de begroting is dit voorstel nog in behandeling. 5.
Rioolheffingen
Bij de jaarrekening 2022 en actualisatie van het ZAP blijkt dat de stand van de egalisatievoorziening riolering aan de hoge kant is. De korting van € 12,50 tot 2031 die bij de vorige herziening van het ZAP is ingesteld, is daarom structureel gemaakt. Daarnaast wordt 4 jaar lang (tot de volgende herziening van het ZAP) een korting gegeven op het geïndexeerde basistarief voor particulieren en bedrijven van € 25,-. Voor recreatieobjecten geldt een korting van € 6,25. 6.
Afvalstoffenheffing
Onze gemeente maakt voor de doorberekening van de kosten van afvalverwijdering gebruik van tariefdifferentiatie, waarbij de kosten worden doorberekend in de jaarlijkse aanslag afvalstoffenheffing (vast bedrag per huishouden) en in de prijzen van de verschillende afvalzakken. De wereldwijde economische omstandigheden hebben invloed op de prijzen van de afvalverwerking en daarmee op de afvalbegroting. Zo worden de opbrengsten voor oud papier
43 van 109
in 2025 lager begroot en stijgen de kosten voor het verwerken van keuken- en tuinafval. Tegelijkertijd nemen ook de kosten voor transport en de gemeentelijke dienst toe i.v.m. de CAO-stijgingen. Om de kosten voor product afval te dekken, wordt het tarief voor afval verhoogd naar € 155,-. Dit is gelijk aan het tarief van 2024 plus de stijgingen GFT vanuit de halfjaarrapportage 2024, de CAO-ontwikkelingen en een indexatie van 3,5%. 7.
Begraafplaatsrechten
Voor de begraafplaatsen geldt dat de kosten op het product harder stijgen dan de opbrengsten. De tarieven stijgen met 3,5% inflatiecorrectie, terwijl de kosten voor lonen en salarissen, maar ook brandstof en materieel, sterker stijgen dan de indexatie. Daardoor ontstaat een tekort op de exploitatie, het saldo wordt jaarlijks verrekend met de voorziening. Het tekort op het product is door deze ontwikkeling echter structureel, wat betekent dat de voorziening dit op den duur niet meer kan dekken. Voor product begraven staat voor 2025 actualisatie van de visie op het beheer van begraafplaatsen gepland, met mogelijke gevolgen voor kosten en tarifering. Voorgesteld wordt om het tarief op product Begraven te indexeren en het tekort eerst met de voorziening te egaliseren. Eventuele effecten op de tarieven worden dan verwerkt na afronding van het onderzoek. 8.
Marktgelden
In 2024 is besloten om bij de tariefstelling van de marktgelden niet uit te gaan van een kostendekkendheid van 100%, maar de op dat moment berekende kostendekkendheid van 58%. Een hogere dekkingsgraad leidt tot hogere tarieven en dat is gezien het economische belang van de markt voor de gemeente niet wenselijk. De tarieven voor 2025 worden daarom enkel geïndexeerd met 3,5%. 9.
Leges
De legestarieven worden verhoogd met 3,5% inflatiecorrectie. Een aantal tarieven, zoals voor reisdocumenten en rijbewijzen, zijn gemaximeerd door het Rijk. Hier worden de maximum tarieven gehanteerd. De opbrengsten voor hoofdstuk 2 van de legesverordening (Omgevingswet) zijn zo goed mogelijk begroot maar nog steeds lastig in te schatten vanwege de onzekerheden die gepaard gaan met omschakeling naar de Omgevingswet vanaf 2024. Lastendruk in Putten ten opzichte van andere gemeenten Als we de lokale lastendruk vergelijken met die van de andere Nederlandse gemeenten, zien we in de COELO-atlas van de lokale lasten dat Putten voor 2024 op de 6e plaats staat voor wat betreft de netto-woonlasten voor een meerpersoonshuishouden (2023: 10e plaats). Daarbij wordt rekening gehouden met de OZB (voor een woning met een gemiddelde waarde), de rioolheffing en de afvalstoffenheffing. Voor een meerpersoonshuishouden in Putten betekent dat een belastingbedrag van € 753,- per jaar. De woonlasten in de goedkoopste gemeente bedragen € 675,- en in de duurste € 1.988,- per jaar. In de paragraaf Weerstandsvermogen wordt nader ingegaan op de aanwezige ruimte in de belastingcapaciteit van onze gemeente.
44 van 109
Kostendekkendheid tarieven De berekening van de kostendekkendheid van de heffingen en leges is op basis van de begrotingscijfers 2025 als volgt: Berekening van kostendekkendheid:
Afval
Riolering
Begraven
Kosten taakveld(en),
1.854
2.517
782
Inkomsten taakveld(en), excl. Heffingen
-349
-730
-455
Netto kosten taakveld
1.505
1.787
327
Kwijtschelding
32
48
-
Overhead
230
289
130
BTW
205
420
-
Toe te rekenen kosten:
Totale kosten
1.972
2.544
457
Opbrengst heffingen/rechten
-1.968
-2.544
-458
100%
100%
100%
Dekkingspercentage Berekening van kostendekkendheid: Kosten taakveld(en) Inkomsten taakveld(en), excl. Heffingen Netto kosten taakveld Toe te rekenen kosten: Overhead Btw Totale kosten Opbrengst heffingen/rechten Dekkingspercentage
Hoofdstuk 1 Hoofdstuk 2 o.a. o.a. burgerzaken omgevingsvergunningen 392 701 392 701 190 583 -449 77%
486 1.186 -738 62%
Hoofdstuk 3 o.a. APV
Marktgelden
95
59
95
59
95 191 -14 7%
16 75 -46 62%
Voor product Riolering en Begraven geldt dat tekorten en overschotten op het product wordt geëgaliseerd middels een egalisatievoorziening. Kwijtscheldingsbeleid De minima in Putten, met een inkomen van minder dan 100% van bijstandsnorm, kunnen in aanmerking komen voor kwijtschelding van lokale heffingen. De heffingen waarvoor dit geldt, zijn rioolheffing, afvalstoffenheffing, OZB en grafonderhoud. Bij de aanvraag voor kwijtschelding vindt een vermogens- en inkomenstoets plaats. Overzicht tarieven Voor een overzicht van de gehanteerde tarieven verwijzen we u naar de bijlage D Overzicht belastingtarieven 2022 tot en met 2025.
45 van 109
Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding Deze paragraaf heeft als doel het inzicht geven in het beleid van de gemeente met betrekking tot risico’s, het totaal aan financiële risico’s afzetten tegen de beschikbare middelen en inzicht en beoordeling van de financiële positie aan de hand van kengetallen. In lijn met de nieuwe Nota Risicomanagement zijn er een aantal verbeteringen doorgevoerd in deze paragraaf. Zo wordt er onderscheid gemaakt tussen de incidentele en structurele risico’s, weerstandscapaciteit en worden de risico’s met een risicoscore van 10 of hoger inclusief beheersmaatregelen gepresenteerd.
Kaderstelling -
Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV)
-
Nota Risicomanagement
Weerstandsvermogen Beschikbare weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen of mogelijkheden (buffers) waarover de gemeente kan beschikken om niet begrote kosten te dekken. Onderscheid wordt gemaakt in incidentele en structurele weerstandscapaciteit. De beschikbare weerstandscapaciteit per 1 januari 2025 is als volgt: Beschikbare weerstandscapaciteit Algemene reserve per 1 januari
Incidenteel 2025
Structureel 2025
2026
2027
2028
6.985
Vrij deel bestemmingsreserves: - reserve weerstandscapaciteit
5.845
- reserve algemene buffer
15.085
- reserve grondexploitatie
6.543
- reserve sociaal domein
5.664
Stelpost onvoorzien
-
Totaal incidenteel
40.122
Onbenutte budgettaire capaciteit
3.330
606
442
349
Onbenutte belastingcapaciteit
2.615
2.615
2.615
2.615
Totaal structureel
5.945
3.221
3.056
2.964
Bedragen * € 1.000
Benodigde weerstandscapaciteit Om de benodigde weerstandscapaciteit te bepalen, hebben we een inschatting gemaakt van de financiële risico’s die de gemeente loopt. Per risico is geschat hoe groot de kans is dat het zich voordoet (waarschijnlijkheid) en welke financiële impact dit dan zou kunnen hebben. Daarbij zijn de criteria gehanteerd zoals uitgewerkt in de Nota Risicomanagement. Hoe hoger de waarschijnlijkheid dat risico’s zich voordoen en hoe groter de impact hiervan is, hoe meer aandacht de risico’s verdienen. De uitkomst van de risico-inventarisatie is samengevat in onderstaande tabel:
46 van 109
Kans 1. Zeer klein 2. Klein (< 1%) (10%)
3. Matig (25%)
5. Zeer groot (> 750K)
1
1
4. Groot (375-750K)
2
3. Matig (150-375K)
4
Impact
7
4. Groot (50%)
5. Zeer groot (> 75%)
3
1
1
1
1
1
2. Klein (75-150K) 1. Zeer klein (< 75K)
1
In totaal zijn er 24 risico’s gekwantificeerd. De risico’s met een risicoscore van 10 of hoger (rode risicoscores) worden conform de (geamendeerde) beleidsregel opgenomen in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing. Risico's met een risicoscore van 10 of hoger In onderstaande tabel zijn de risico’s gepresenteerd die de hoogste bijdrage hebben aan de benodigde weerstandscapaciteit. In de laatste kolom is aangegeven of het risico ten opzichte van de laatste gepresenteerde stand (Jaarstukken 2023) nieuw (N) of ongewijzigd (O) is. Nr.
Risico + beheersmaatregel
Bruto financieel risico
Kans
Netto financieel risico
I/S
N/O
1.
Grondexploitatie Periodieke analyse ontwikkelingen in MPG. Dekking (gedeeltelijk) reserve grondexploitatie.
7.350
50%
3.675
I
O
2.
Algemene uitkering daalt Sluitende begroting presenteren, mogelijk maatregelen nemen in kosten e/o opbrengsten.
2.000
75%
1.500
S
3.
Investeringsprojecten Voor materiele projecten wordt een eigen risicoanalyse gemaakt en wordt daarop gemonitord.
1.200
50%
600
S
O
4.
Huisvesting doelgroepen Woonvisie Planningslijst woningbouw
1.000
50%
500
I
O
5.
Uitgezette en gegarandeerde geldleningen Toetsing bij verstrekking Onderpand (bij hypotheken)
3.800
10%
380
I
O
6.
Zorgfraude Toezichthouder en M&O beleid
1.300
25%
325
I
7.
Vergrijzing en krapte arbeidsmarkt (intern) Loongebouw aantrekkelijk maken / houden. Werving en selectie. Knelpunten ontstaan door krapte dekken uit de reserve Knelpunten personeel.
300
50%
150
I
8.
Stikstofnormen Het kennisniveau over de ontwikkelingen rond stikstof wordt op peil gehouden met gebruik van externe deskundigen. Lokaal kijken we of we voor projecten intern kunnen salderen en stikstofruimte over kunnen kopen van agrariërs.
500
50%
250
I
O
9.
Toename regelingen Rijk Vanuit het Rijk worden meer taken bij de gemeente belegd middels financiering vanuit een SPUK. Dit geeft druk op de personeelsbezetting, omdat gemeenten (tijdelijk) personeel nodig hebben om de regeling uit te voeren.
200
75%
150
S
O
10.
Krapte elektriciteitsnetwerk
500
75%
375
I
O
47 van 109
Nr.
Risico + beheersmaatregel
Bruto financieel risico
Kans
Netto financieel risico
I/S
N/O
De druk op het energienetwerk neemt toe. In nieuwbouwprojecten onderzoeken we of we centraal een energiesysteem kunnen realiseren.
Toelichting wijzigingen ten opzichte van de Jaarstukken 2023: 2. Ten opzichte van Jaarstukken 2023 is het netto financieel risico met € 500.000 toegenomen. Het presenteren van een sluitende begroting wordt in combinatie met (grote) uitgaven lastiger. Daarnaast daalt onze liquide positie en neemt het risico op een hogere geldlening (naast de verwachte € 60 miljoen) toe. 6. Aangesloten op actuele begroting Jeugdhulp en WMO Maatwerkvoorzieningen. Nettoeffect € 45.000. 7. Een deel van de vacatures zijn ingevuld, risico naar beneden bijgesteld. Netto-effect € 100.000 11. Het risico “Inflatie onvoldoende in raming” is naar beneden bijgesteld van groot naar matig (score 9). Voor het bepalen van de benodigde weerstandscapaciteit wordt het gewogen (netto) bedrag van alle risico’s meegenomen: Benodigde weerstandscapaciteit
Incidenteel 2025
Structureel 2025
2026
2027
2028
Risico’s vermogen
2.270
-
-
-
-
Risico’s grondexploitatie
3.925
-
-
-
-
-
2.294
2.294
2.294
2.294
6.195
2.294
2.294
2.294
2.294
Risico’s exploitatie Totaal
Bedragen * € 1.000
Ratio weerstandsvermogen De relatie/ratio wordt bepaald door de berekende beschikbare weerstandscapaciteit (hoeveel niet bestemde middelen zijn er beschikbaar) te delen door de berekende benodigde weerstandscapaciteit (financiële risico’s). Het weerstandsvermogen laat de volgende ontwikkeling zien: Incidenteel 2025
Structureel 2025
Beschikbare weerstandscapaciteit
40.122
5.955
3.231
3.067
2.974
Benodigde weerstandscapaciteit
6.195
2.294
2.294
2.294
2.294
Ratio
6,5
2,6
1,4
1,3
1,3
Waarderingscijfer
A
A
B
C
C
Ratio weerstandsvermogen
2026
2027
2028
Bedragen * € 1.000
De norm voor het waarderingscijfer is in de Nota Risicomanagement vastgesteld op minimaal een C (1.0-1.4). Voor de streefwaarde geldt categorie B (neutraal). De ratio van Putten valt voor zowel incidenteel als structureel in klasse A. Wel zien we de ratio vanaf 2026 dalen. Dit komt name door een forse daling van de Rijksinkomsten.
48 van 109
Kengetallen De kengetallen geven inzicht in de financiële weerbaar- en wendbaarheid. Zij leggen verbanden tussen een aantal aspecten die elk voor een verantwoord oordeel van de financiële positie relevant zijn. De financiële positie is altijd een momentopname waardoor een getal alleen niet zoveel zegt. Het gaat om de verbanden tussen de getallen en de ontwikkeling van getallen over een aantal jaren.
Jaarrekening 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Netto schuldquote
-7%
-7%
26%
39%
65%
85%
Netto schuldquote gecorrigeerd
-18%
-18%
19%
33%
59%
80%
Solvabiliteitsratio
67%
72%
47%
48%
49%
51%
Grondexploitatie
8%
0%
12%
7%
-1%
-7%
Structurele exploitatieruimte
9%
6,4%
7%
0%
0%
0%
Belastingcapaciteit
82%
75%
72%
72%
72%
72%
Verloop kengetallen
Netto schuldquote (gecorrigeerd)
categorie: A
rapportcijfer: 3
Dit kengetal geeft onze schuldlast (aangegane leningen) ten opzichte van onze eigen middelen weer. De schuldlast verminderd met alle doorgeleende/verstrekte leningen leidt tot een gecorrigeerde netto schuld. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de medeoverheid ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Momenteel is deze laag (negatief), maar met de verwachte financieringsvraag in 2026 en volgende jaren neemt de schuld ook toe. Dat maakt dat het risicoprofiel voor de gemeente ook stijgt. Solvabiliteitsratio
categorie: A
rapportcijfer: 4
In hoeverre wij in staat zijn om aan onze financiële verplichtingen te voldoen wordt berekend in de solvabiliteitsratio. Onze solvabiliteit in 2025 is 47%. Dit betekent dat de bezittingen zijn gefinancierd met 47% eigen vermogen (reserves) en 53% vreemd vermogen (voorzieningen, langlopende schulden en kortlopende schulden). Grondexploitatie
categorie: A
rapportcijfer: 1,5
Het kengetal grondexploitatie geeft weer hoe de waarde van de grondexploitatie zich verhoudt tot de totale baten. Grondexploitaties kunnen een grote impact hebben op de financiële positie van een gemeente. Een lager kengetal geeft een lager (relatief) risico weer. Met de investeringen in Halvinkhuizen en de start van Henslare neemt het percentage toe in 2025 en 2026. In volgende jaren daalt deze weer door verkopen op met name deze grondexploitaties. Structurele exploitatieruimte
categorie: A
rapportcijfer: 1
Het kengetal structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. In 2025 is deze positief, maar in volgende jaren daalt de structurele ruimte naar nihil. Daarmee zijn er voldoende structurele middelen om de structurele uitgaven te kunnen dekken.
49 van 109
Belastingcapaciteit
categorie: A
rapportcijfer: 0,5
De belastingcapaciteit wordt gerelateerd aan de hoogte van de gemiddelde woonlasten (OZB, rioolheffing en reinigingsheffing). Naast de OZB wordt tevens gekeken naar de riool- en afvalstoffenheffing omdat de heffing niet kostendekkend hoeft te zijn, maar ook lager mag worden vastgesteld (er is dan sprake van belastingcapaciteit die niet benut wordt). Het rapportcijfer voor de kengetallen is in onderstaande tabel opgenomen: Rapportcijfer kengetallen Begroting 2025
Jaarrekening 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Netto (gecorrigeerde) schuldquote
3,0
3,0
3,0
3,0
3,0
3,0
Solvabiliteitsratio
4,0
4,0
4,0
4,0
2,7
2,7
Grondexploitatie
1,5
1,5
1,5
1,5
1,5
1,5
Structurele exploitatieruimte
1,0
1,0
1,0
1,0
0,6
1,0
Belastingcapaciteit
0,5
0,5
0,5
0,5
0,5
0,5
Totaal
10,0
10,0
10,0
10,0
8,3
8,7
In de Nota Risicomanagement is aangegeven dat er een totaalcijfer wordt berekend over alle kengetallen om een oordeel te geven over de samenhang. Het totaalcijfer (afgerond op heel cijfer) van de kengetallen kent als streefwaarde een 8. Op basis van bovenstaande uitkomsten kunnen we stellen dat de financiële positie van de gemeente goed is. Wel is er, gezien de (landelijke) ontwikkelingen, meer aandacht voor monitoring en (bij)sturing.
50 van 109
Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding Het onderhoud van de kapitaalgoederen legt beslag op een aanzienlijk deel van de financiële middelen van de gemeente Putten. Kapitaalgoederen zijn (ten minste) verdeeld naar de categorieën wegen, riolering, water, groen en gebouwen. In deze paragraaf wordt ingegaan op het beleidskader, de beheerplannen en de financiële consequenties. In de beleids- en beheerplannen legt de raad de kaders vast voor de uitvoering van het onderhoud aan de kapitaalgoederen. Het niveau van het onderhoud en de kwaliteit van de kapitaalgoederen zijn bepalend voor het voorzieningenniveau en de jaarlijkse lasten. Integraal Beheer Openbare Ruimte en beheerplannen In 2015 is het beleidsplan IBOR vastgesteld. In dit plan zijn de doelstellingen en ambities weergegeven voor het integrale beheer van de openbare ruimte. Tevens zijn de kwaliteitsniveaus benoemd en vastgesteld. In het beleidsplan is ook een stappenplan opgenomen voor de komende jaren om de vastgestelde ambities voor de kwaliteit van de openbare ruimte te kunnen realiseren. In het beleidsplan IBOR is de volgende ambitie opgenomen inzake de kwaliteitsniveaus van de openbare ruimte.
Bij het opstellen van het IBOR is ook een berekening gemaakt van de benodigde middelen om dit kwaliteitsniveau te realiseren. Deze berekening is gemaakt op basis van normcijfers van CROW (kenniscentrum voor verkeer, vervoer en infrastructuur). In 2023 is gestart met het opstellen van een actuele visie op Beheer Openbare Ruimte. Vervolgens vindt in 2024 en 2025 vertaling plaats naar beleid- en beheerplannen. De geactualiseerde beleid- en beheerplannen voor wegen, bomen en groen (productbladen) worden in 2024, na de begroting, aangeboden. Vanwege het moment van verschijnen en vaststellen van de nieuwe beleid- en beheerplannen zijn de cijfers hiervan nog niet in deze Begroting 2025 verwerkt. In 2025 en verder worden de productbladen opgesteld voor de overige producten.
51 van 109
Wij geven hieronder een nadere toelichting op de diverse componenten. Wegen Beheerplan Wegen Beleid Onze wegen, fietspaden, voetpaden en overige verhardingen worden onderhouden op basis van de in het beleidsplan IBOR vastgelegde beeldkwaliteitsniveaus. Voor een duurzaam beheer van de wegen is het essentieel dat groot en vervangingsonderhoud tijdig wordt uitgevoerd. Daarnaast is het belangrijk, ook voor de verkeersveiligheid, dat de weginrichting- en constructie worden afgestemd op de wegfunctie en het -gebruik, of omgekeerd. Bij groot of vervangingsonderhoud worden eventuele verkeersmaatregelen en/of andere gewenste aanpassingen waar mogelijk meegenomen. Beheer Jaarlijks wordt op basis van technische inspecties en in overleg met interne en externe betrokkenen een overzicht gemaakt van de voor dat jaar noodzakelijke onderhoudsprojecten en werkzaamheden. Het beleid- en beheerplan wegen wordt in 2024 geactualiseerd. In 2025 staan de volgende onderhoudsprojecten en reconstructies gepland: Meskampersteeg, Beulekampersteeg, fietspaden Groene Scheg, Engweg/Dorpsstraat, Hooiweg, Beekweg, Zuiderveldweg, Roosendaalseweg, Krachtighuizerweg, P.C. Hooftstraat en de bermverhardingen: Roosendaalseweg, Beulekampersteeg, Oude Nijkerkerweg en Knapzaksteeg.
Budgetten De jaarlijkse budgetten voor wegen zijn als volgt: Budgetten Reguliere kosten wegen Groot onderhoud wegen Kapitaallasten wegen Interne kosten (uren) Totale kosten wegenbeheer
2025
2026 938 585 1.056 1.141 3.720
2027 733 585 1.180 1.141 3.639
2028 803 733 585 585 1.255 1.330 1.141 1.141 3.783 3.788 Bedragen * € 1.000
Omdat de daadwerkelijke kosten voor groot onderhoud jaarlijks sterk wisselen, is voor de egalisatie van uitgaven voor het groot onderhoud de bestemmingsreserve IBOR ingesteld. Het niet bestede deel wordt gestort in de bestemmingsreserve IBOR. Beheerplan Verlichting Beleid De gemeente Putten brengt openbare verlichting aan in de openbare ruimte met als doel een aantrekkelijke en een sociaal- en verkeersveilige omgeving te creëren voor zijn inwoners en bezoekers aan de gemeente. Binnen de openbare ruimte zijn er verschillende ambitieniveaus in de onderhoudskwaliteit, welke kan verschillen binnen en buiten de bebouwde kom van de gemeente. Beheer
52 van 109
Het beheerplan verlichting maakt onderdeel uit van het IBOR. Op basis van de economische levensduur van 20 jaar voor armaturen en de technische levensduur van 50 jaar voor lichtmasten moeten jaarlijks ongeveer 200 armaturen (5% van totale areaal) en ongeveer 90 lichtmasten worden vervangen (2% van totale areaal). Daarnaast zijn we gestart in 2024 en blijven we waar mogelijk in 2025 meeliften met projecten (gemeentelijke en van derden) om een eigen elektriciteitsnet aan te leggen. Ook gaan we in 2025 verder met het vervangen van de traditionele openbare verlichting naar ledverlichting. Op basis van de geactualiseerde database worden de vervangingsplannen verder uitgewerkt. Hierbij wordt ook meegelift met de civiele projecten. Budgetten De jaarlijkse budgetten voor verlichting zijn als volgt: Budgetten Reguliere kosten verlichting Onderhoudskosten verlichting Kapitaallasten verlichting Interne kosten (uren) Totale kosten verlichting
2025
2026 252 59 102 82 496
2027 252 59 114 82 508
2028 252 252 59 59 126 138 82 82 520 532 Bedragen * € 1.000
Het totaal van de kosten wegenbeheer en de kosten verlichting sluit aan bij het totaal van het product IBOR wegen, straten en pleinen. Riolering Beleid In december 2023 is de beleidsnotitie riolering en water vastgesteld. We hopen de nieuwe beleidsnotitie op te kunnen laten gaan in de nieuwe structuur van de Omgevingswet. We vinden het belangrijk om water, riolering en klimaatadaptatie een goede plek te geven in de Omgevingswet-structuur, daarom gebruiken we de komende jaren om ons voor te bereiden op de nieuwe planstructuur. Beheer De renovatie van de drukrioleringsunits omvat ruim 700 locaties. Dit project is gestart in 2022 en loopt door tot eind 2024, mogelijk met enige uitloop naar begin 2025 (eindoplevering en oplossen ‘tekortkomingen’). Ook wordt de afkoppeling van de openbare ruimte voortgezet. Hierbij worden combinaties gemaakt met diverse reconstructies. In 2025 staat de renovatie van 5 rioolgemalen gepland. Afhankelijk van de uitkomsten van de inspectie van de riolering worden er rioolstrengen voorzien van een liner. Budgetten De begrote lasten voor het product riolering volgens de beleidsnotitie zijn als volgt: Budgetten Reguliere kosten riolering Kapitaallasten Interne kosten (uren) Totale kosten riolering
2025
2026 1.366 640 515 2.521
53 van 109
2027 1.389 657 515 2.560
2028 1.379 1.379 669 686 515 515 2.563 2.579 Bedragen * € 1.000
54 van 109
Groen Openbaar Groen Beleid De komende jaren komt de focus meer op boomstructuren en klimaatadaptieve maatregelen te liggen. Via het bomenfonds en de kaart met alle potentiële (nog onbenutte) groeiruimte voor bomen in de bebouwde kom wordt er op gestuurd dat er voldoende compensatie plaatsvindt voor bomen die bij projecten zijn gekapt. Eind 2024 wordt het beleid- en beheerplan bomen en groen aangeboden ter vaststelling. Beheer In 2025 wordt de renovatie Klaarwaterbos afgerond. In 2024 bleek dat er meer nader onderzoek en voorbereiding nodig was. Het doel blijft om de laanstructuren te kenmerken door bomen van de eerste grootte te waarborgen en te herstellen waar nodig. De middenbermen aan de Voorthuizerstraat worden opgepakt met focus op biodiversiteit, ontstenen en sfeer. De groeiplaats van de bomen aan het Gervenhof wordt verbeterd met als doel wortelopdruk op te lossen en te voorkomen. Daarnaast krijgen de rotondes aan de Stationsstraat en Van Geenstraat krijgen een nieuwe groeninrichting. Ook worden op diverse locaties plantvakken gerenoveerd om de beoogde beeldkwaliteit terug te krijgen. Budgetten De jaarlijkse budgetten voor groenonderhoud zijn als volgt: Budgetten Reguliere kosten groen Kapitaallasten groen Interne kosten (uren) Kosten product IBOR Groen
2025
2026 1.184 328 639 2.150
2027 1.184 371 639 2.194
2028 1.184 1.184 406 431 639 639 2.229 2.254 Bedragen * € 1.000
Speelvoorzieningen Beleid Het belangrijkste uitgangspunt voor speelruimte in Putten is dat de kwaliteit van zowel de formele als de informele speelruimte dusdanig hoog is dat deze uitnodigt tot spel en ontmoeting van de Puttenaren. Het beleidsplan Speelruimte is in 2023 vastgesteld. In 2025 stellen we het productblad spelen op. Beheer De bestaande speelplekken zijn geïnventariseerd en worden o.b.v. het uitvoeringsplan aangepakt. Hierbij is van belang dat de Puttense speelruimte actueel, veilig, vitaal en gemoderniseerd is en blijft.
55 van 109
Begraafplaatsen Beleid In 2024 is gestart met een project om te komen tot een beleidsplan voor begraven en afstemming van de verschillende verordeningen en uitvoerings-/beleidsregels. In het beleidsplan wordt o.a. ingegaan op de termijnen, afkoop onderhoud en tarieven. De kostendekkendheid van de tarieven wordt daarin ook meegenomen. Dit project loopt door in 2025. Beheer Er zijn geen renovaties gepland op de begraafplaats voor 2025. Het beheer zal gericht zijn op het behouden van de A kwaliteitsnorm op de begraafplaats. Gebouwen Beleid Ons beleid is erop gericht om de gemeentelijke gebouwen in stand te houden zodat deze geschikt zijn voor een doelmatig gebruik van de gehuisveste diensten. In december 2023 is het (financiële) beheerplan vastgesteld. Beheer Naast het klein onderhoud (dagelijks – en contractonderhoud) zijn voor een aantal gebouwen relatief kleine posten opgenomen voor de uitvoering van planmatig onderhoud. Budgetten Het jaarlijkse budget voor het dagelijks onderhoud van de gebouwen bedraagt € 223.000. Het benodigde budget voor groot onderhoud schommelt jaarlijks. Deze schommeling wordt opgevangen via de egalisatievoorziening groot onderhoud gebouwen. De jaarlijkse dotatie aan deze voorziening bedraagt € 131.000. Overzicht beheerplannen en planperiodes Categorie
Beheerplan
Wegen
Wegen Civiele kunstwerken Openbare Verlichting Beleidsnotitie riolering en water Openbaar Groen Speelruimteplan Begraafplaatsen Gebouwen
Riolering Groen
Gebouwen
Planperiode (huidig) 2018-2022 2014-2023 2020-2024 2024-2026 2018-2022 2023-2030 2024-2037
56 van 109
Jaar herziening 2024 2025 2025 2027 2024 2027 2025 2027
Stand reserves en voorzieningen In onderstaande tabel staan de reserve en voorzieningen die een één op één relatie hebben met het (groot) onderhoud van de kapitaalgoederen. Reserve/voorziening Reserve IBOR Egalisatievoorziening riolering Voorziening bomenfonds Egalisatievoorziening afkoopsom grafonderhoud Egalisatievoorziening begraafplaatsen Egalisatievoorziening groot onderhoud gebouwen
2025 1.188 5.783 31 3.070 296 713
57 van 109
Stand ultimo 2026 2027 2028 1.189 1.211 1.233 5.061 4.284 3.825 31 31 31 3.040 3.010 2.980 140 -21 -185 843 974 1.105 Bedragen * € 1.000
Paragraaf Financiering Inleiding Onze financieringsopvattingen zijn volgens de vernieuwde wetgeving Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) weergegeven. Rentevisie Onderdeel van de rentevisie is het vaststellen van de vaste rekenrente in de begroting. Voor 2025 gelden de volgende uitgangspunten: -
Er wordt geen bespaarde rente toegerekend aan de reserves.
-
De omslagrente/vaste rekenrente is volgens onderstaand overzicht bepaald op 0%.
De interne rentetoerekening 2025 ziet er als volgt uit: Overzicht rentebaten en rentelasten Externe rentelasten over de korte en lange financiering Externe rentebaten Totaal door te rekenen externe rente Rente die aan de grondexploitatie moet worden doorbelast Rente van projectfinanciering die aan taakvelden moet worden toegerekend
Toelichting 1 2
Bedrag -16 -210 -226 -
3 4
Totaal rente projectfinanciering
-
Saldo door te rekenen externe rente Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen (gewaardeerd op contante waarde) De aan de taakvelden toe te rekenen rente Werkelijk aan taakvelden toegerekende rente
5 6 7 8 9
Renteresultaat op taakveld Treasury
10
-226 -226 Bedragen * € 1.000
Toelichting: 1.
Rentelasten: dit betreffen de rentelasten over een aangetrokken geldlening. Aangezien gemeente Putten een aangetrokken geldlening heeft met een negatieve rente, is dit bedrag negatief.
2.
Rentebaten: de ontvangen rente op de verstrekte geldleningen aan derden, aangevuld met de rente die ontvangen wordt op het saldo dat uitstaat in de schatkist (schatkistbankieren).
3.
Rente grondexploitatie: niet van toepassing.
4.
Rente projectfinanciering taakvelden: niet van toepassing.
5.
Saldo door te rekenen externe rente: dit betreft de rente die doorberekend kan worden naar de producten als onderdeel van de kapitaallasten. Dit is een negatieve rente. Bij een negatieve rente mag geen doorbelasting plaatsvinden, maar moet het rentesaldo op het product Treasury blijven staan.
6.
Rente eigen vermogen: dit betreft de zogenoemde bespaarde rente, een rentevergoeding voor de inzet van het eigen vermogen als financiering voor investeringen. Er wordt geen bespaarde rente toegevoegd aan de reserves.
7.
Rente voorzieningen: met ingang van 2019 vindt geen rentetoevoeging meer plaats aan de voorziening afkoopsom onderhoud graven vanwege de lage rentestanden.
58 van 109
8.
Aan de taakvelden toe te rekenen rente: omdat het saldo door te rekenen externe rente (zie 5) negatief is, wordt geen rente doorbelast naar de taakvelden. Dit betekent dat hiermee de vaste rekenrente 0,0% is en er geen rentelasten op de taakvelden staan als onderdeel van de kapitaallasten. De kapitaallasten bestaan alleen uit een afschrijvingscomponent.
9.
Aan taakvelden toegerekende rente: niet van toepassing.
10. Dit betreft het renteresultaat op het taakveld Treasury. Het renteresultaat is negatief in 2025, wat betekent dat er meer rente wordt ontvangen dan dat er betaald wordt op de financiering. Gedurende 2025 moet de gemeente naar verwachting nieuwe financiering aantrekken. Voor komende jaren zal dit naar verwachting omslaan naar een te betalen positie. Kasgeldlimiet en renterisiconorm In de Wet financiering decentrale overheden (Fido) zijn de volgende uitgangspunten opgenomen: -
De uitvoering van de financieringsfunctie kan enkel de publieke taak dienen;
-
Het beheer van de middelen moet een voorzichtig karakter hebben.
Deze uitgangspunten worden gevolgd bij de uitvoering van het risicobeheer bij de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is in de Wet Fido opgenomen om de directe gevolgen van een snelle rentestijging te beperken. Door deze limiet is bepaald dat de gemeente haar financieringsbehoefte voor een beperkt bedrag met kort geld (looptijd < 1 jaar) mag financieren. De norm is in de wet gesteld op 8,5% van het begrotingstotaal aan lasten (exclusief de stortingen in de reserves). Als de kasgeldlimiet structureel wordt overschreden, is de gemeente verplicht om de vlottende financiering (looptijd < 1 jaar) om te zetten in vaste financiering. In het kader van de Wet Fido ziet de provincie hier ook periodiek op toe. Voor het begrotingsjaar 2025 bedraagt de kasgeldlimiet € 5,9 miljoen (8,5% van het begrotingstotaal 2025 exclusief reserves). Renterisiconorm Inzicht in de vaste schuld op lange termijn wordt verkregen door berekening van de renterisiconorm. Deze is maximaal 20% van de totale begrotingsomvang. Concreet houdt dit in dat de gemeente ervoor moet zorgen dat in enig jaar niet meer dan 20% van de begrotingsomvang moet worden geherfinancierd. De norm is ingesteld om door een spreiding in looptijden van leningen een stabiele rentelast te bewerkstelligen.