Begroting 2023-2026
Tekst van het document
2023 26.718 2.748 8.071 10.616 5.283 4.158 103 4 3.604 448 -22.560 1.223 247 976 149 6 73 70 -23.635
Meerjarenbegroting 2023-2026 2024 2025 26.627 27.176 2.741 2.710 8.071 8.071 10.603 10.542 5.211 5.854 4.072 4.072 111 111 4 4 3.604 3.604 354 354 -22.555 -23.105 1.079 911 148 31 931 881 149 146 6 3 73 73 70 70 -23.486 -23.870
2026 27.043 2.701 8.071 10.545 5.726 4.072 111 4 3.604 354 -22.971 882 882 541 399 73 70 -23.311
Bedragen * € 1.000, -/- = nadeel
Toelichting mutaties reserves Programma Gezondheid en bewegen Vanuit de reserve dekking kapitaallasten wordt jaarlijks € 6.000 (tot 2024) onttrokken ter dekking van de kapitaallasten behorende bij het onderzoek voor Sportpark Putter Eng. Programma Groei en ontwikkeling Vanuit de reserve sociaal domein wordt een bedrag van € 247.000 (storting) oplopend naar € 399.000 (onttrekking) gemuteerd voor egalisatie van kosten binnen Jeugd. Programma Maatschappelijke participatie In 2023 wordt een bedrag van € 877.000 gestort in de reserve sociaal domein voor egalisatie van kosten binnen WMO. Programma Werken en leren In 2023 wordt een bedrag van € 70.000 onttrokken uit de reserve sociaal domein voor aanraming van het re-integratiebudget.
28 van 91
Investeringen In bijlage G Meerjaren-investeringsprogramma is een overzicht van de investeringen opgenomen.
Specificatie per programma en beleidsproduct Thema 2 Samenleving Programma en beleidsproducten Lasten Jeugdgezondheidszorg Openbare gezondheidszorg Sport en bewegen Sportaccommodaties Zwembad Sportverenigingen Lokaal jeugdbeleid Jeugdhulp Kinderopvang Kunst en cultuur Bijstandsverlening Gemeentelijke minimabeleid Algemene voorzieningen Maatwerkvoorzieningen Nieuwkomers Lokaal onderwijsbeleid Onderwijshuisvesting Bibliotheekwerk Arbeidsparticipatie Volwasseneducatie Totaal Programma Gezondheid en bewegen Programma Groei en ontwikkeling Programma Maatschappelijke participatie Programma Werken en leren Totaal lasten Baten Jeugdgezondheidszorg Openbare gezondheidszorg Sport en bewegen Sportaccommodaties Zwembad Sportverenigingen Lokaal jeugdbeleid Jeugdhulp Kinderopvang Kunst en cultuur Bijstandsverlening Gemeentelijke minimabeleid Algemene voorzieningen Maatwerkvoorzieningen Nieuwkomers Lokaal onderwijsbeleid Onderwijshuisvesting Bibliotheekwerk Arbeidsparticipatie Volwasseneducatie Totaal Programma Gezondheid en bewegen Programma Groei en ontwikkeling Programma Maatschappelijke participatie
Prog. PGB PGB PGB PGB PGB PGB PGO PGO PGO PGO PMP PMP PMP PMP PMP PWL PWL PWL PWL PWL PGB PGO PMP PWL
PGB PGB PGB PGB PGB PGB PGO PGO PGO PGO PMP PMP PMP PMP PMP PWL PWL PWL PWL PWL PGB PGO PMP
JaarBegroting rekening incl. wijz. 2021 2022
Begroting 2023-2026 2023
2024
2025
2026
624 357 449 407 1.729 241 199 7.610 102 238 3.990 1.020 1.065 4.514 71 1.708 1.258 425 2.386 28.392 3.807 8.149 10.660 5.776 28.392
630 427 413 436 510 309 243 7.093 113 247 3.506 1.065 1.377 5.089 241 1.878 903 434 2.431 27.346 2.725 7.695 11.279 5.646 27.346
643 438 418 441 520 288 173 7.513 113 272 3.462 1.048 1.172 4.735 199 1.816 686 434 2.348 26.718 2.748 8.071 10.616 5.283 26.718
643 438 418 435 520 288 173 7.513 113 272 3.459 1.048 1.172 4.729 196 1.721 844 434 2.211 26.627 2.741 8.071 10.603 5.211 26.627
643 438 418 403 520 288 173 7.513 113 272 3.459 1.048 1.172 4.670 193 1.721 1.551 434 2.147 27.176 2.710 8.071 10.542 5.854 27.176
643 438 418 394 520 288 173 7.513 113 272 3.465 1.048 1.172 4.667 193 1.721 1.497 434 2.073 27.043 2.701 8.071 10.545 5.726 27.043
20 6 151 76 1.224 50 4 3.988 71 1.142 436 621 12 7.802 1.478 54 5.201
36 74 4 9 4 3.399 57 426 152 515 63 4.739 115 12 4.035
24 74 4 4 3.254 57 140 152 448 4.158 103 4 3.604
33 74 4 4 3.254 57 140 152 354 4.072 111 4 3.604
33 74 4 4 3.254 57 140 152 354 4.072 111 4 3.604
33 74 4 4 3.254 57 140 152 354 4.072 111 4 3.604
29 van 91
Thema 2 Samenleving Programma en beleidsproducten Programma Werken en leren Totaal baten
Prog. PWL
Geraamd totaal baten en lasten
JaarBegroting rekening incl. wijz. 2021 2022 1.069 578 7.802 4.739 -20.590
Exclusief nieuw beleid Coalitieakkoord 2022-2026
-22.606
Begroting 2023-2026 2023 448 4.158
2024 354 4.072
2025 354 4.072
2026 354 4.072
-22.560
-22.555
-23.105
-22.971
Bedragen * € 1.000, -/- = nadeel
Toelichting mutaties per programma Waar sprake is van een reële afwijking van de programma’s tussen de Begroting 2023-2026 ten opzichte van de Jaarrekening 2021 en de Begroting 2022 dan wordt dat hieronder toegelicht bij het betreffende programma. Programma Gezondheid en bewegen Geen noemenswaardige afwijkingen. Programma Groei en ontwikkeling Binnen het beleidsproduct Jeugd zien een hoger beschikbaar budget, met name als gevolg van het wegvallen van de taakstelling à € 313.000 en het toepassen van indexaties. Deze indexaties zijn volledig gedekt uit het hiervoor beschikbare budget binnen het Programma Algemene dekkingsmiddelen. Programma Maatschappelijke participatie Binnen dit programma waren in 2022 een aantal incidentele budgetten beschikbaar gesteld, waardoor in de Begroting 2023 een lager bedrag beschikbaar lijkt te zijn. Daarnaast is er sprake van een stijging op het product Maatwerkvoorzieningen als gevolg van indexatie. Deze indexatie is volledig gedekt uit het hiervoor beschikbare budget binnen het Programma Algemene dekkingsmiddelen. Programma Werken en leren De lasten op het programma wordt met name veroorzaakt door de uitvoering van het IHP. De kapitaallasten op het product Onderwijshuisvesting stijgen (uitvoering) c.q. dalen (uitstel) hierdoor ook.
30 van 91
Thema Economie en recreatie Algemeen Het thema Economie en recreatie heeft betrekking op het gelijknamige programma.
Portefeuillehouders De verantwoordelijke portefeuillehouders voor dit thema zijn de heren E.T. ’t Jong, H.A. Lambooij en P.A. van Nieuwenhuizen.
Wat willen we bereiken? De beleidsteksten zijn afgestemd op het bestaand en autonoom beleid. Hieronder worden de concrete beleidsdoelstellingen toegelicht die in 2023 aandacht zullen vragen. In het nieuwe coalitieakkoord ‘En nu door!’ hebben de coalitiepartijen hun plannen voor de periode 2022-2026 beschreven. Dit coalitieakkoord zal worden vertaald in een collegeprogramma.
Wat gaan we daarvoor doen? Actiepunten 2023 Uitvoering herinrichting overige pleinen en kernwinkelgebied centrum
P.A. van Nieuwenhuizen
Na afronding van de herinrichting van het Fontanusplein en het Kerkplein is de voorbereiding van de herinrichting van de straten afgerond. Voor de straten is een second opinion gevraagd. Eind 2022/begin 2023 worden nadere keuzes aan het gemeentebestuur voorgelegd, mogelijk voorzien van een nader kredietvoorstel. Uitvoering van het werk zal naar verwachting plaatsvinden in drie fasen: in 2023, 2024 en 2025. Realisatie Brandweerhuisje Oude Kerk
P.A. van Nieuwenhuizen
Eind 2022 vindt enerzijds het vergunningstraject en anderzijds de kredietaanvraag aan de raad plaats. De aanbesteding en uitvoering zijn voorzien voor 2023. Project Putterpoorten
E.T. ‘t Jong
Putterpoorten betreft de ambitie om drie gastvrije Veluwse ontvangstlocaties te creëren met natuurverbeteringen en recreatieve toevoegingen. Het gaat om: P Veluwe Krachtighuizerheide (de raad heeft hiervoor reeds een krediet beschikbaar gesteld), TOP Schovenhorst en P Veluwe Putterbos. Opgave is dus het realiseren van TOP Schovenhorst (waaronder het realiseren van een Archeologisch Belevingscentrum) en P Veluwe Putterbos. De aanbesteding en start uitvoering van Krachtighuizerheide staat gepland voor zomer 2023. Het ontwerp en uitvoeringskrediet voor TOP Schovenhorst en P Veluwe Putterbos worden voorbereid.
31 van 91
Bedrijventerrein Henslare
E.T. ‘t Jong
Eind 2022 wordt het bestemmingsplan in procedure gebracht en wordt de raad geïnformeerd over het uitgiftebeleid. De resultaten van het onderzoek naar de ontwikkelmogelijkheden van het noordelijke gebied worden begin 2023 separaat aan de bestemmingsplanvoorbereiding aan de raad voorgelegd. In 2023 starten we met opstellen van het stedenbouwkundig plan en het opstellen van samenwerkingsovereenkomsten met medeontwikkelaars. Samenwerking in toeristisch investeringsprogramma
E.T. ‘t Jong
Gemeente Putten neemt sinds 2014 deel aan het Programma Vitale Vakantieparken. Het programma krijgt een vervolg in de nieuwe bestuursperiode. Succesvolle onderdelen zijn onder meer het Samenwerkingsverband Dromenlab met Recreatie & Toerisme stakeholders en de lokale initiatieven vanuit het Investeringsfonds verblijfsrecreatie. Vanuit dit fonds zijn er lokale initiatieven en projecten te realiseren die de gastvrije uitstraling van vakantiedorp Putten versterken. Uitvoeringsstrategie Krachtighuizen opstellen
E.T. ‘t Jong
In het gebied Krachtighuizen liggen verreweg de meeste vakantieparken van de gemeente. In september 2019 heeft de raad het beleidskader Recreatie vastgesteld met een gebiedsvisie voor Krachtighuizen. Om deze gebiedsvisie uit te voeren is het wenselijk om in 2023 een uitvoeringsstrategie op te stellen en een (nader te bepalen) uitvoeringsbudget beschikbaar te stellen. Waar mogelijk wordt gebruikgemaakt van de Ontwikkelingsmaatschappij Vitale Vakantieparken en subsidiemogelijkheden vanuit de Regiodeal Veluwe. Opstellen en uitvoeren plan Camping de Kolthoorn
E.T. ‘t Jong
Op voormalig vakantiepark de Kolthoorn is met een tijdelijke vergunning de huisvesting van maximaal 150 arbeidsmigranten geregeld. De bestemming is al gewijzigd van verblijfsrecreatie naar natuur. De vergunning eindigt in september 2023. De grond wordt dan overgedragen aan de gemeente om het terrein vervolgens in te richten voor deels natuur en deels parkeren ten behoeve van sportterrein de Eendracht. Taakstelling is om samen met de betrokkenen een plan op te stellen en de uitvoering ter hand te nemen. ‘Daily Urban System’ Harderwijk, Ermelo, Zeewolde, Putten en Nijkerk
H.A. Lambooij
Een mogelijke samenwerking van deze gemeenten wordt onderzocht naar aanleiding van de Gebiedsagenda Ermelo, Harderwijk en Zeewolde. Economische visie en uitvoeringsagenda
E.T. ‘t Jong
In een in 2023 vast te stellen economische visie worden de koers en ambities voor 2035 vastgelegd. Tevens wordt een uitvoeringsagenda opgesteld. Belanghebbenden en partners worden betrokken bij het opstellen. Opstellen marktbeleid
E.T. ‘t Jong
De weekmarkt is in ontwikkeling. Standplaatshouders investeren in nieuwe marktwagens. Door het opstellen van marktbeleid worden handvatten gecreëerd voor de doorontwikkeling van de weekmarkt.
32 van 91
Wat mag het kosten? Thema 3 Economie en Recreatie
Meerjarenbegroting 2023-2026 2024 2025 2026 1.608 1.588 1.603 1.608 1.588 1.603 119 119 119 119 119 119 -1.489 -1.469 -1.484 308 293 293 308 293 293 -1.181 -1.176 -1.191 Bedragen * € 1.000, -/- = nadeel
2023 1.563 1.563 124 124 -1.438 293 293 -1.146
Lasten Programma Economie en recreatie Baten Programma Economie en recreatie Geraamd totaal baten en lasten Dotatie aan reserves Programma Economie en recreatie Onttrekking aan reserves Programma Economie en recreatie Geraamd resultaat
Toelichting mutaties reserves Programma Economie en recreatie Per saldo vindt er een structurele onttrekking van € 293.000 plaats vanuit de reserve dekking kapitaallasten. Het grootste deel van deze onttrekking is bedoeld om de kapitaallasten van de investering in het Centrumplan op te vangen.
Investeringen In bijlage G Meerjaren-investeringsprogramma is het overzicht van alle investeringen opgenomen.
Specificatie per programma en beleidsproduct Thema 3 Economie en recreatie Programma en beleidsproducten Lasten Recreatie en cultuurhistorie Markt Bedrijvigheid Agrarische Zaken Gemeentelijk bezit Totaal Programma Economie en recreatie Totaal lasten Baten Recreatie en cultuurhistorie Markt Bedrijvigheid Agrarische Zaken Gemeentelijk bezit Totaal Programma Economie en recreatie Totaal baten
Prog. PER PER PER PER PER PER
PER PER PER PER PER PER
Geraamd totaal baten en lasten
JaarBegroting rekening incl. wijz. 2021 2022
Begroting 2023-2026 2023
2024
2025
2026
500 81 261 16 428 1.286 1.286 1.286
944 29 415 34 190 1.611 1.611 1.611
639 30 669 34 190 1.563 1.563 1.563
684 30 669 34 190 1.608 1.608 1.608
664 30 669 34 190 1.588 1.588 1.588
664 30 684 34 190 1.603 1.603 1.603
6 72 55 4 473 611 611 611
1 51 33 54 138 138 138
6 57 5 56 124 124 124
6 57 5 51 119 119 119
6 57 5 51 119 119 119
6 57 5 51 119 119 119
-675
-1.473
-1.438
-1.489
Exclusief nieuw beleid Coalitieakkoord 2022-2026
-1.469 -1.484
Bedragen * € 1.000, -/- = nadeel
33 van 91
Toelichting mutaties per programma Waar sprake is van een reële afwijking van de programma’s tussen de Begroting 2023-2026 ten opzichte van de Jaarrekening 2021 en de Begroting 2022 dan wordt dat hieronder toegelicht bij het betreffende programma. Programma Economie en recreatie De lasten op het beleidsproduct Bedrijvigheid stijgen door kapitaallasten van de investeringen in het centrum. Deze lasten worden gedekt door de reserve dekking kapitaallasten. Daarnaast dalen de lasten binnen Recreatie in verband met beëindiging van incidentele projecten.
34 van 91
Thema Bestuur, dienstverlening en veiligheid Algemeen Het thema Bestuur, dienstverlening en veiligheid heeft betrekking op de volgende programma’s: -
Programma Algemene dekkingsmiddelen
-
Programma Bestuur, dienstverlening en veiligheid
Portefeuillehouders De verantwoordelijke portefeuillehouders voor dit thema zijn de heren B. Cornelissen, E.T. ‘t Jong, H.A. Lambooij en P.A. van Nieuwenhuizen.
Wat willen we bereiken? De beleidsteksten zijn afgestemd op het bestaand en autonoom beleid. Hieronder worden de concrete beleidsdoelstellingen toegelicht die in 2023 aandacht zullen vragen. In het nieuwe coalitieakkoord ‘En nu door!’ hebben de coalitiepartijen hun plannen voor de periode 2022-2026 beschreven. Dit coalitieakkoord zal worden vertaald in een collegeprogramma.
Wat gaan we daarvoor doen? Actiepunten 2023 Basisregistraties op orde
E.T. ‘t Jong
De overheid werkt aan een samenhangende objectenregistratie (SOR). Hierin worden o.a. de basisregistraties BAG, BGT, WOZ opgenomen. De beoogde ingangsdatum is 2025. Om hierop goed voorbereid te zijn, is het belangrijk om de huidige uitvoering van de basisregistratie op orde te hebben en al op elkaar af te stemmen. Conform de opmerkingen vanuit de ENSIArapportages zal daarom de formatie voor de uitvoering verder worden uitgebreid vanuit de extra middelen die hiervoor in de Begroting 2023 zijn opgenomen. Digitalisering verder ontwikkelen
E.T. ‘t Jong
De gemeente digitaliseert haar processen continu en zal daar verder mee doorgaan. Zo zal voor de invoering van de Omgevingswet een informatiesysteem worden gebouwd. Bij de invoering van de Omgevingswet zal bij elke zorgdrager het informatiebeheer op orde moeten zijn. Informatieveiligheid is bij digitalisering van groot belang. Daarom wordt hierop de komende jaren hoog ingezet om te borgen dat de gegevens van (o.a.) burgers optimaal worden beveiligd. De ICT is in BLNP-verband ondergebracht. Via een actieve voorlichtingscampagne gaan de wij burgers meer bewust maken van de noodzaak van een goede ICT-beveiliging. Inzetten op gastvrijheid
E.T. ‘t Jong
Dienstverlening heeft alles te maken met gastvrijheid en daar zet gemeente Putten vanaf dit jaar nadrukkelijker op in. Daarnaast wordt een aantal specifieke processen tegen het licht gehouden ter verbetering van de dienstverlening, zoals het proces van verloren en gevonden voorwerpen. Ook de volledig vernieuwde website zal beoordeeld worden op eenvoudig taalgebruik (B1), de webrichtlijnen en de doorontwikkeling van online formulieren.
35 van 91
Samenwerking bedrijfsvoering BLNP
H.A. Lambooij
In 2023 worden de vervolgstappen gezet richting de vorming van gezamenlijke teams. Dat geldt voor een deel voor de werkzaamheden van Financiën en verder op het vlak van ICT. De werkzaamheden binnen Juridische zaken (bezwaren, juridische kwaliteitszorg en tweedelijnsadvisering) en HRM worden al door gezamenlijke teams opgepakt. De verdere ontwikkeling van de samenwerking bedrijfsvoering komt ook op de bestuurlijke agenda. Actualisatie risicomanagement
E.T. ‘t Jong
Er wordt in 2023 opnieuw een concern brede risico-inventarisatie gemaakt. Daarbij wordt een financiële kwantificering van de risico’s gemaakt ter bepaling van de hoogte van de benodigde reserve weerstandsvermogen. Uitvoering Integraal veiligheidsplan (IVP)
H.A. Lambooij
Het vastgestelde uitvoeringsplan bevat de acties en maatregelen bij de prioriteiten en overige strategische thema’s van het IVP. Het regionale deel van het uitvoeringsplan wordt in 2023 op projectmatige wijze door de drie gezamenlijke gemeenten (Ermelo, Harderwijk, Putten) ter hand genomen. Tegengaan ondermijning
H.A. Lambooij
In 2023 zal in het kader van (het tegengaan van) ondermijning blijvend worden ingezet op weerbaarheid en bewustwording onder de medewerkers en inwoners van de gemeente. Hier zal invulling aan worden gegeven aan de hand van de actiepunten uit het uitvoeringsplan van het Integraal Veiligheidsplan Harderwijk, Ermelo en Putten 2020 -2024 (IVP). Informatiegestuurde handhaving Boa's
H.A. Lambooij
Eind 2022/begin 2023 wordt een begin gemaakt met informatiegestuurde handhaving, mede op basis van de uitgangspunten van het vastgestelde uitvoeringsplan IVP (lokaal en bovenlokaal). Communicatie en burgerparticipatie
E.T. ‘t Jong
De contouren van het gemeentelijk beleid op het gebied van communicatie en participatie zijn in 2019 neergelegd in de notitie Luisteren. De notitie ziet op de periode 2018-2022 en wordt vernieuwd in de notitie Luisteren 2.0. Streven is om in de komende bestuursperiode een extra accent te leggen op het thema participatie. Aandacht voor Puttens dialect
P.A. van Nieuwenhuizen
In samenspraak met de vrijwilligers van het Puttens Historisch Genootschap is de website Het Verhaal van Putten aangevuld met informatie over het Puttens Dialect vanuit het boekje Putters Proaten. Ook is daarbij de vertaling opgenomen van de spreuken op de wand bij de Ontvangstbalie. Momenteel onderzoeken wij de mogelijkheden om in 2023 de spreuken op de wand op een interactieve manier te ontsluiten voor de mensen die wachten in de ontvangstruimte.
36 van 91
Wat mag het kosten? Meerjarenbegroting 2023-2026 2023 2024 2025 2026 14.164 14.404 14.472 14.480 12.658 12.536 12.630 12.663 1.506 1.868 1.841 1.817 48.348 49.960 50.996 48.213 515 515 515 515 47.832 49.445 50.480 47.697 34.184 35.557 36.524 33.732 313 297 295 295 313 297 295 295 34.497 35.853 36.819 34.027 Bedragen * € 1.000, -/- = nadeel
Thema 4 Bestuur, Dienstverlening en Veiligheid Lasten Programma Bestuur, Dienstverlening en Veiligheid Programma Algemene Dekkingsmiddelen Baten Programma Bestuur, Dienstverlening en Veiligheid Programma Algemene Dekkingsmiddelen Geraamd totaal baten en lasten Dotatie aan reserves Programma Bestuur, Dienstverlening en Veiligheid Programma Algemene Dekkingsmiddelen Onttrekking aan reserves Programma Bestuur, Dienstverlening en Veiligheid Programma Algemene Dekkingsmiddelen Geraamd resultaat
Toelichting mutaties reserves Programma Bestuur, dienstverlening en veiligheid Per saldo vindt er een onttrekking van € 313.000 plaats vanuit de reserve dekking kapitaallasten. Het grootste deel van deze onttrekking is bedoeld om de kapitaallasten van de renovatie en inrichting van het gemeentehuis op te vangen.
Investeringen In bijlage G Meerjaren-investeringsprogramma is het overzicht van alle investeringen opgenomen.
37 van 91
Specificatie per programma en beleidsproduct Thema 4 Bestuur, dienstverlening en veiligheid Programma en beleidsproducten Lasten Bestuurlijke samenwerking Bestuursorganen/ondersteuning Secretarieleges Burgerzaken Brandweer en rampenbestrijding Openbare orde en veiligheid Overhead Algemene baten en lasten Gemeentefonds Dividenden Treasury OZB Overige belastingen Totaal Programma Bestuur, dienstverlening en veiligheid Programma Algemene dekkingsmiddelen Totaal lasten Baten Bestuurlijke samenwerking Bestuursorganen/ondersteuning Secretarieleges Burgerzaken Brandweer en rampenbestrijding Openbare orde en veiligheid Overhead Algemene baten en lasten Gemeentefonds Dividenden Treasury OZB Overige belastingen Totaal Programma Bestuur, dienstverlening en veiligheid Programma Algemene dekkingsmiddelen Totaal baten
Prog.
Jaarrekening 2021
Begroting incl. wijz. 2022
125 1.397 133 420 1.299 640 7.701 552 -
202 1.544 170 458 1.412 675 8.207 174 -
162 334 115 12.878 11.715 1.162 12.878
-11 283 129 13.242 12.668 574 13.242
-
-
PBD PBD PBD PBD PBD PBD PBD PAD PAD PAD PAD PAD PAD PBD PAD
PBD PBD PBD PBD PBD PBD PBD PAD PAD PAD PAD PAD PAD PBD PAD
Geraamd totaal baten en lasten Exclusief nieuw beleid Coalitieakkoord 2022-2026
Begroting 2022-2025 2023
2024
2025
2026
139 139 139 139 1.532 1.409 1.396 1.333 171 171 171 171 420 420 420 420 1.493 1.493 1.493 1.493 656 634 634 634 8.247 8.270 8.377 8.473 696 645 624 599 412 826 820 820 313 313 313 313 84 84 84 84 14.164 14.404 14.472 14.480 12.658 12.536 12.630 12.663 1.506 1.868 1.841 1.817 14.164 14.404 14.472 14.480
289 298 10 6 83 352 16 36.800 239 536 4.186 2.567 45.383 1.038 44.345 45.383
38.151 240 25 4.319 1.157 44.596 704 43.892 44.596
339 10 24 143 41.788 240 53 4.418 1.333 48.348 515 47.832 48.348
32.506
31.354
34.184 35.557 36.524 33.732
339 10 1 24 330 -
339 10 24 143 43.376 240 51 4.444 1.333 49.960 515 49.445 49.960
339 10 24 143 44.387 240 50 4.470 1.333 50.996 515 50.480 50.996
339 10 24 143 41.566 240 50 4.508 1.333 48.213 515 47.697 48.213
Bedragen * € 1.000, -/- = nadeel
Toelichting mutaties per programma Waar sprake is van een reële afwijking van de programma’s tussen de Begroting 2023-2026 ten opzichte van de Jaarrekening 2021 en de Begroting 2022 dan wordt dat hieronder toegelicht bij het betreffende programma. Programma Bestuur, dienstverlening en veiligheid Geen noemenswaardige afwijkingen. Programma Algemene dekkingsmiddelen Op het beleidsproduct Algemene baten en lasten staat nu nog het nog niet bestede deel van de stelpost prijsindexatie. Met name bij de tussentijdse rapportages zal deze worden ingezet ter dekking van de stijgende lasten als gevolg van indexaties. Overige afwijkingen worden toegelicht in het overzicht Algemene dekkingsmiddelen.
38 van 91
Overzicht algemene dekkingsmiddelen De belangrijkste onderdelen van het overzicht algemene dekkingsmiddelen zijn voorgeschreven. Het gaat daarbij om: a. Lokale heffingen, waarvan de besteding niet gebonden is; b. Algemene uitkeringen (gemeentefonds); c.
Dividend;
d. Saldo van de financieringsfunctie; e. Overige algemene dekkingsmiddelen. De algemene dekkingsmiddelen in zijn als volgt opgebouwd: Algemene dekkingsmiddelen
2023
Baten OZB Forensenbelasting Toeristenbelasting Algemene uitkering Dividend Saldo financieringsfunctie Totaal
4.418 779 473 41.788 240 -360 47.339
2024
2025
2026
4.444 4.470 4.508 779 779 779 473 473 473 43.376 44.387 41.566 240 240 240 -774 -770 -770 48.538 49.579 46.796 Bedragen * € 1.000, -/- = nadeel
Lokale heffingen, waarvan de besteding niet gebonden is De belastingopbrengsten stijgen door indexatie van de tarieven met 1,6%. In volgende jaren stijgen de opbrengsten uit OZB door areaaluitbreidingen vanwege nieuw- en verbouw. Zie de paragraaf Lokale heffingen voor een nadere toelichting op de belastingopbrengsten. Algemene uitkering De algemene uitkering uit het gemeentefonds is de belangrijkste inkomstenbron van gemeenten. In deze begroting zijn de uitkomsten van de Meicirculaire 2022 verwerkt. Het budgettair effect daarvan op de begroting ziet er als volgt uit: Meicirculaire 2022
2023
Accres/uitkeringsbasis Prognose extra middelen Jeugd (voor 2024 e.v.100 %) Stelpost aanvulling Rijk Totaal effect meicirculaire
41.788 41.788
2024
2025
2026
41.874 43.003 39.412 1.502 1.384 954 1.200 43.376 44.387 41.566 Bedragen * € 1.000, -/- = nadeel
De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de Rijksuitgaven. Volgens het systeem van ‘samen de trap op en samen de trap af’ hebben wijzigingen in de Rijksuitgaven direct invloed op de omvang van het gemeentefonds. De jaarlijkse toename of afname van het gemeentefonds, voortvloeiend uit de trap op trap af methode, wordt het accres genoemd. Voor alle jaren tot en met 2025 is er sprake van een jaar-op-jaar opwaartse bijstelling van het accres. Vanaf 2026 ontstaat er een terugval, landelijk het ravijnjaar genoemd. Met name door het gunstig uitvallen van het herverdeeleffect (voordeelgemeente) valt dit voor onze gemeente (nog) mee. Op moment van schrijven wordt gewerkt aan een nieuwe financieringssystematiek
39 van 91
voor 2026 en verder. Daarbij wordt ook gekeken naar de zorg die gemeenten en provincies ervaren over hun financiën in 2026 en verder. In afwachting van de nieuwe systematiek is er een stelpost opgenomen in lijn met de (structurele) opbrengst van voorgaande jaren om het ‘ravijn’ te egaliseren. Voor het jaar 2023 zijn extra middelen voor Jeugd beschikbaar gesteld. Tussen het Rijk, IPO en VNG is afgesproken dat gemeenten in hun meerjarenraming rekening mogen houden met 100% van de bedragen die structureel nodig zijn volgens de Commissie van Wijzen en die ten grondslag liggen aan de middelen die vanuit de Hervormingsagenda Jeugd beschikbaar moeten komen. Het effect van de Septembercirculaire 2022 lichten wij via een afzonderlijke raadsbrief toe en wordt als begrotingswijziging 2023 verwerkt. Dividend In onderstaande tabel worden de financiële gegevens over deelnemingen in aandelen weergegeven. Het aandelenbezit is als volgt opgebouwd: Toelichting aandelenbezit
BNG
Nominaal bedrag aandelen Aantal aandelen Boekwaarde aandelen Boekwaarde per aandeel
Alliander/ Nuon
Vitens 10.530 26.325 2,50
18.693 18.693 1,00
Afvalsturing Inclusief Leisurelands Friesland groep 25 1.880 8.155 276.812 11.250 188.000 338.200 1.384.060 450,00 100,00 gem. 41,47 5,00 Bedragen * € 1,-
De geraamde dividendopbrengsten op het aandelenbezit zijn als volgt: Beleggingen
2023
BNG Vitens Alliander Afvalsturing Friesland Totaal
2024 30 210 240
2025
2026
30 30 30 210 210 210 240 240 240 Bedragen * € 1.000, -/- = nadeel
Saldo financieringsfunctie Op het taakveld Treasury zijn de rentelasten over de aangetrokken geldleningen en de rentebaten over de uitgezette gelden opgenomen. Hierbij is wel de stelpost rente zoals opgenomen in het coalitieakkoord in 2023 bijgesteld. De huidige prognose laat zien dat er niet met ingang van 2023 al een lening benodigd is. Onvoorzien In de begroting wordt een post onvoorzien opgenomen onder de algemene dekkingsmiddelen van 0,12% van het begrotingstotaal conform de Financiële verordening. Het gaat voor 2023 om een bedrag van € 73.000. Het college heeft de bevoegdheid om de post onvoorzien aan te wijzen voor incidentele zaken en legt bij elke tussentijdse rapportage verantwoording af over het gebruik van de post onvoorzien.
40 van 91
Kosten van de overhead Overheadkosten bevatten alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. De kosten van de overhead zijn als volgt opgebouwd: Overhead Personeel & organisatie Huisvesting & facilitair ICT Communicatie Tractie Juridische zaken Financiën Materialen
2023 5.546 831 1.080 72 363 94 63 55 8.104
Totaal - 0.4 Overhead
2024 2025 2026 5.557 5.652 5.736 831 831 831 1.080 1.080 1.080 72 72 72 363 363 363 106 118 130 63 63 63 55 55 55 8.127 8.234 8.330 Bedragen * € 1.000, -/- = nadeel
De kosten van de overhead zijn ten opzichte van de gewijzigde Begroting 2022 gestegen, met name door een lagere doorbelasting aan derden. Dit wordt grotendeels opgevangen binnen andere beleidsproducten. Vennootschapsbelasting We hebben een stelpost van structureel € 12.000 opgenomen in de begroting voor de vennootschapsbelasting. Dit is bedoeld voor incidentele verkopen van panden waarbij een boekwinst wordt gerealiseerd. De verwachte positieve resultaten op het complex Rimpeler kunnen ingezet worden voor de vennootschapsbelasting. Het nettoresultaat na vennootschapsbelasting zal toegevoegd worden aan de reserve grondexploitatie.
41 van 91
Hoofdstuk 4 Paragrafen
42 van 91
Paragraaf Lokale heffingen Inleiding Naast de algemene uitkering uit het gemeentefonds en de specifieke uitkeringen van het Rijk zijn de lokale heffingen het belangrijkste deel van de gemeentelijke inkomsten. De lokale heffingen bestaan uit de gemeentelijke belastingen, rechten en retributies. Lokale belastingen worden onderscheiden in heffingen waarvan de besteding gebonden dan wel ongebonden is. Ongebonden lokale heffingen (OZB, forensenbelasting, toeristenbelasting en precariobelasting) worden tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend omdat de besteding niet is gebonden aan een bepaalde taak. Gebonden heffingen, zoals de afvalstoffenheffing en de rioolheffing, worden verantwoord op het betreffende programma en worden niet tot de algemene dekkingsmiddelen gerekend. Voor het betalen van rechten en retributies verricht de gemeente diensten. De kosten van de gemeentelijke dienstverlening worden doorberekend in de tarieven. Verhoging tarieven Op de tarieven voor de onroerende zaakbelastingen, de forensenbelasting, de toeristenbelasting en bij diverse leges wordt een indexatie van 1,6% toegepast. De toe te passen index wordt elk jaar opnieuw berekend met behulp van meerdere prijsontwikkelingscijfers. Naast de verhoging van de tarieven met een prijsindexatie is specifiek voor de afvalstoffenheffing een aanvullende verhoging van het tarief gewenst.
Door middel van de aanvullende verhoging wordt ook dit tarief kostendekkend. Beoordeling kostendekkendheid Jaarlijks wordt de kostendekkendheid van de gebonden heffingen in beeld gebracht. Eén keer in de drie jaar vindt een grote herziening plaats. De tarieven/percentages van de leges voor bouwactiviteiten zijn bijgesteld in de Legesverordening 2022. Raming inkomsten in begroting In onderstaande tabel zijn de verwachte baten uit gemeentelijke belastingen en leges opgenomen: Gemeentelijke belastingen en rechten 2023 Belastingopbrengsten, tarieven en leges Toelichting Begroting 2023 OZB-eigenaar (won./niet-woningen) 1 3.831 OZB-gebruiker (niet-woningen) 1 587 Toeristenbelasting 2 779 Forensenbelasting 3 473 Reclamebelasting 4 81 Subtotaal algemene belastingen 5.751 Rioolheffing 5 2.635 Afvalstoffenheffing c.a.(incl. verkoop afvalzakken) 6 1.714 Begraafrechten 7 571 Marktgeld 8 51 Leges omgevingsvergunningen (incl. welstand) 9 1.043 Leges burgerzaken (excl. Rijksleges) 10 227 Leges APV-vergunningen 11 14 Leges overige algemene dienstverlening 12 63 Subtotaal tarieven, heffingen en leges 6.318 Totaal Raming
12.069
43 van 91
Begroting 2022 3.741 578 735 422 81 5.557 2.576 1.644 562 45 1.043 225 14 63 6.171 11.728 Bedragen * € 1.000
Toelichting gemeentelijke belastingen en heffingen/rechten 1.
Onroerende-zaakbelastingen (OZB)
In de Begroting 2023-2026 is uitgegaan van 1,6% opbrengstverhoging voor begrotingsjaar 2023 vanwege de loon- en prijsontwikkelingen. De opbrengsten voor 2023-2026 zijn constant gehouden. Om de lastenontwikkeling te beheersen was tot 2019 de zogenaamde macronorm OZB afgesproken. Dit betekende dat de OZB-opbrengst in Nederland als geheel niet meer mocht stijgen dan een bepaald percentage. De macronorm OZB is met ingang van 2020 vervangen door de 'Benchmark gemeentelijke belastingen'. Deze benchmark geeft gemeenten meer informatie over de ontwikkeling van de lokale lasten in zowel eigen als andere gemeenten. Het resultaat van de benchmark wordt gepresenteerd in de COELO-atlas die elk jaar in maart uitkomt. De bestaande opbrengstverhouding bij de OZB tussen woningen en niet-woningen is voor 2023 gehandhaafd. De WOZ-waarde vormt de basis voor de aanslagoplegging. Jaarlijks worden alle onroerende zaken opnieuw getaxeerd. Voor 2023 geldt als waardepeildatum 1 januari 2022. Door flinke stijgingen op de woningmarkt zullen de WOZ-waarden hoger zijn. De tarieven van de OZB zullen echter naar beneden worden bijgesteld omdat bij de tariefbepaling de begrote opbrengst het uitgangspunt is. 2.
Toeristenbelasting
De toeristenbelasting is van toepassing op hotelovernachtingen, op onderkomens voor wisselende verhuur en voor toercaravans en tenten. Voor 2023 worden de tarieven verhoogd met de 1,6% inflatiecorrectie.
44 van 91
3.
Forensenbelasting
De forensenbelasting is van toepassing op vrijwel alle stacaravans op recreatieparken en op de eigenaren met een tweede woning. De belastingplichtigen voor deze heffing worden individueel aangeslagen. De verhoging van de forensenbelasting is gekoppeld aan die van de OZB. Voor 2023 worden de tarieven verhoogd met de 1,6% inflatiecorrectie. De vraag naar recreatiewoningen is de afgelopen jaren toegenomen, waardoor ook de opbrengst van de forensenbelasting is gestegen. 4.
Reclamebelasting
Ondernemers in het aangewezen heffingsgebied in het dorpscentrum, die op hun pand een openbare aankondiging hebben, worden aangeslagen voor de reclamebelasting. Het tarief in het kerncentrumgebied is € 550,- en het overig centrumgebied € 400,-. De reclamebelasting wordt ingezet als dekkingsmiddel voor de subsidie aan de Stichting Ondernemersfonds Putten. De afspraken met Stichting Ondernemersfonds Putten zijn vastgelegd in een convenant. Door de Corona-maatregelen in 2020 en 2021 konden veel activiteiten niet doorgaan in het dorpscentrum. Hierdoor ontstond een financieel overschot bij het ondernemersfonds. Daarom is besloten om in 2021 en 2022 de aanslagheffing reclamebelasting achterwege te laten. Voor 2022 heeft de gemeente wel een subsidiebedrag van € 78.750 uitgekeerd aan het ondernemersfonds. Vanwege de Corona-omstandigheden is ook de evaluatie die in 2021 zou plaatsvinden uitgesteld naar 2024. 5.
Rioolheffingen
Met het vaststellen van het ZAP in 2020 is gekozen voor een teruggave van het overschot in de egalisatievoorziening riolering in de vorm van een korting van € 12,50 tot en met 2031. Het geïndexeerde tarief voor 2023 inclusief deze korting komt uit op € 221,40. Uit de begroting blijkt echter dat de kosten voor inspectie lager uitvallen. Hierdoor kan het tarief voor 2023 verlaagd worden naar € 219,40 en is er sprake van € 100% kostendekkendheid. 6.
Afvalstoffenheffing
Onze gemeente maakt voor de doorberekening van de kosten van afvalverwijdering gebruik van tariefdifferentiatie, waarbij de vaste kostencomponenten worden doorberekend in de jaarlijkse aanslag afvalstoffenheffing (vast bedrag per huishouden). De verwerkingskosten van het afval worden doorberekend in de prijzen van de verschillende afvalzakken. De wereldwijde economische omstandigheden hebben ook invloed op de prijzen van de afvalverwerking. Zo zijn de opbrengsten voor oud papier veel hoger dan enkele jaren geleden. Tegelijkertijd nemen de kosten voor transport en huisvesting van de gemeentelijke dienst toe. Hierdoor zijn een aantal verwachte besparingen niet gehaald. Daarnaast ontvangen we minder vergoeding voor het aanbieden van PMD. De indexatie leidt tot een tariefstijging van € 1,90. Daarnaast vindt er een stijging plaats als gevolg van hogere lasten à € 4,10. De totale kostenbegroting voor 2023 leidt tot een tarief afvalstoffenheffing per huishouden van € 125,40 (2022: € 119,40). De overige aanbiedingstarieven, zoals de prijzen voor de afvalzakken blijven gelijk. Hiermee zijn de tarieven 100% kostendekkend.
45 van 91
7.
Begraafplaatsrechten
Voor de begraafplaatsen geldt een sluitende exploitatie. Het saldo wordt jaarlijks verrekend met de voorziening. In het voorjaar van 2019 is de kostendekkendheid opnieuw beoordeeld. De tarieven stijgen met 1,6% inflatiecorrectie. 8.
Marktgelden
In 2021 is de kostendekkendheid van de marktgelden onderzocht. Hierbij bleek dat de tarieven fors verhoogd moesten worden om 100% kostendekkend te zijn. De gemeenteraad heeft besloten om deze stijging te faseren, 20% per 2022 en nog eens 10% per 2023. Tevens is besloten om vóór het vaststellen van de tarieven in 2024 opnieuw een vergelijking te maken tussen de kosten en de opbrengsten. De ontwikkelingen van de kosten en de bezetting op de markt worden dan betrokken bij het bepalen van de gewenste kostendekkendheid en de gevolgen voor de tarieven vanaf 2024. 9.
Leges omgevingsvergunningen (inclusief welstand)
De komst van de Omgevingswet en de Wet Kwaliteitsborging hebben grote gevolgen voor Titel 2 van de legesverordening (dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving / omgevingsvergunning). Dit deel van de legesverordening wordt compleet gewijzigd. Bij het berekenen van de tarieven wordt uitgegaan van 100% kostendekkendheid. 10. Leges burgerzaken Een deel van de leges burgerzaken zijn gemaximeerd door het Rijk. De overige leges burgerzaken stijgen met 1,6% inflatiecorrectie exclusief de leges die gemaximeerd zijn door het Rijk. De leges burgerzaken zijn niet kostendekkend, wat onder andere wordt veroorzaakt doordat de leges zijn gemaximeerd vanuit het Rijk. 11. Leges APV-vergunningen De leges voor de APV-vergunningen stijgen met 1,6% inflatiecorrectie. 12. Leges overige algemene dienstverlening Dit betreffen de leges voor ondergrondse infrastructuren, verkeer en vervoer (o.a. gehandicaptenparkeerkaarten) en registratie in het Landelijk Register Kinderopvang. Deze leges stijgen met 1,6% inflatiecorrectie. Lastendruk in Putten ten opzichte van andere gemeenten Als we de lokale lastendruk vergelijken met die van de andere Nederlandse gemeenten, zien we in de COELO-atlas van de lokale lasten dat Putten voor 2022 op de 13e plaats staat voor wat betreft de netto woonlasten voor een meerpersoons-huishouden. (2021: 21e plaats).
Daarbij wordt rekening gehouden met de OZB (voor een woning met een gemiddelde waarde), de rioolheffing en de afvalstoffenheffing. Voor een meerpersoonshuishouden in Putten betekent dat een belastingbedrag van € 728,- per jaar. De woonlasten in de goedkoopste gemeente bedragen € 667,- en in de duurste € 1.736,- per jaar. In de paragraaf Weerstandsvermogen wordt nader ingegaan op de aanwezige ruimte in de belastingcapaciteit van onze gemeente.
46 van 91
Kostendekkendheid tarieven Met ingang van 2013 wordt de kostendekkendheid van de diverse rechten, heffingen en leges periodiek herzien. In het kader van de Vernieuwing BBV is het vanaf de Begroting 2017 verplicht om in de paragraaf Lokale heffingen inzicht te geven in de berekening om de kostendekkendheid van de tarieven aan te tonen, de beleidsuitgangspunten die ten grondslag liggen aan die berekening en hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd. De berekening van de kostendekkendheid van de heffingen en leges is op basis van de begrotingscijfers 2023 als volgt: Berekening van kostendekkendheid: Kosten taakveld(en) Inkomsten taakveld(en), excl. Heffingen Netto kosten taakveld Toe te rekenen kosten: Kwijtschelding Overhead Btw Totale kosten Opbrengst heffingen/rechten Dekkingspercentage
Berekening van kostendekkendheid: Kosten taakveld(en) Inkomsten taakveld(en), excl. Heffingen Netto kosten taakveld Toe te rekenen kosten: Overhead Btw Totale kosten Opbrengst heffingen/rechten Dekkingspercentage
Afval 1.637 -753 884 15 120 242 1.261 -1.261 100%
Omgevingsvergunning 613 613 360 973 -973 100%
Riolering Begraven 2.113 2.113 35 133 354 2.635 -2.635 100%
515 -148 367 56 423 -423 100%
Leges burgerAPV vergunningen zaken 328 90 328 90 117 445 -349 78%
60 150 -14 9% Bedragen * € 1.000
Kwijtscheldingsbeleid De minima in Putten, met een inkomen van minder dan 100% van bijstandsnorm, kunnen in aanmerking komen voor kwijtschelding van lokale heffingen. De heffingen waarvoor dit geldt, zijn rioolheffing, afvalstoffenheffing, OZB en grafonderhoud. Om in aanmerking te komen voor kwijtschelding dient een vermogens- en inkomenstoets plaats te vinden. Overzicht tarieven Voor een overzicht van de gehanteerde tarieven verwijzen we u naar de bijlage D Overzicht belastingtarieven 2020 tot en met 2023.
47 van 91
Paragraaf Weerstandsvermogen Inleiding Het weerstandsvermogen is het vermogen van de gemeente om financiële tegenvallers (incidenteel en structureel) op te kunnen vangen. Met andere woorden: hoe robuust is de financiële positie van de gemeente? Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de beschikbare weerstandscapaciteit (de buffers) en de benodigde weerstandscapaciteit (de risico’s). De financiële positie van de gemeente kan daarnaast ook uitgedrukt worden in financiële kengetallen. In deze paragraaf worden zowel het weerstandsvermogen als de financiële kengetallen toegelicht. Financiële kengetallen In deze paragraaf zijn de financiële kengetallen opgenomen die zijn voorgeschreven door het BBV. De doelstelling is om hiermee een beter inzicht te geven in de financiële positie van de gemeenten. Jaarrekening 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Netto schuldquote
-16%
31%
21%
45%
59%
53%
Netto schuldquote gecorrigeerd
-31%
16%
8%
32%
48%
42%
Solvabiliteitsratio
62%
59%
63%
51%
54%
56%
Grondexploitatie
0%
-1,4%
15,0%
10,6%
35,7%
41,6%
Structurele exploitatieruimte
7,6%
3,7%
6,6%
8,5%
9,0%
4,6%
Belastingcapaciteit
85%
76%
75%
75%
75%
75%
Omschrijving kengetal
Netto schuldquote (gecorrigeerd) De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Dit geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. De netto schuldquote is met 21% laag te noemen en is, rekening houdend met uitstaande leningen, (gecorrigeerd) 8% voor de gemeente Putten. Vanaf 2024 stijgt het kengetal omdat we dan verwachten een geldlening aan te trekken. Solvabiliteitsratio Indien er sprake is van een forse schuld én veel eigen vermogen (het totaal van de algemene en de bestemmingsreserves), hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn voor de financiële positie. Daar is bijvoorbeeld sprake van indien een lening is aangegaan omdat het eigen vermogen niet liquide is (omdat het vast zit in bijvoorbeeld een gemeentehuis of dat er andere investeringen mee zijn gefinancierd). Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid. Onze solvabiliteit is 63%. Dit betekent dat de bezittingen zijn gefinancierd met 63% eigen vermogen (reserves) en 37% vreemd vermogen (voorzieningen, langlopende schulden en kortlopende schulden). Grondexploitatie Het kengetal grondexploitatie geeft weer hoe de waarde van de grondexploitatie zich verhoudt tot de totale baten. Een lager kengetal geeft een lager (relatief) risico weer. Het kengetal is 15%.
De prognose voor complex Halvinkhuizen zorgt in eerste instantie voor een stijging van het kengetal, aangezien de lasten voor de baten gaan.
48 van 91
Structurele exploitatieruimte Het kengetal structurele exploitatieruimte is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. De structurele exploitatieruimte is een belangrijk aandachtspunt voor de komende begrotingsjaren. De structurele exploitatieruimte geeft aan hoe de jaarlijkse baten en lasten (gecorrigeerd voor incidentele baten, lasten en reservemutaties) zich verhouden en hoeveel ruimte nog in de exploitatie aanwezig is. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. In de Begroting 2023 is de structurele exploitatieruimte positief. Hierbij wel de aantekening dat dit een weergave is zonder nieuw beleid. Zodra dit onderdeel wordt van de begroting, zal de structurele exploitatieruimte dalen. Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit wordt gerelateerd aan de hoogte van de gemiddelde woonlasten (OZB, rioolheffing en reinigingsheffing). Naast de OZB wordt tevens gekeken naar de riool- en afvalstoffenheffing omdat de heffing niet kostendekkend hoeft te zijn, maar ook lager mag worden vastgesteld (er is dan sprake van belastingcapaciteit die niet benut wordt). Voor Putten ligt de belastingcapaciteit op 75%.
Weerstandsvermogen Beschikbare weerstandscapaciteit (buffers) Weerstandsvermogen =
Benodigde weerstandscapaciteit (risico's)
De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen
en mogelijkheden om niet begrote en onvoorziene kosten te dekken. Risico’s zijn mogelijke gebeurtenissen met financiële impact waarvoor nog geen maatregelen getroffen zijn. Middelen en mogelijkheden om deze risico’s te dekken, zijn bijvoorbeeld het instellen van voorzieningen, het afsluiten van verzekeringen of andere risico beperkende maatregelen. Om de continuïteit van de uitvoering van het vastgestelde beleid te waarborgen, wordt een weerstandsvermogen in stand gehouden. Het is een maatstaf voor de mate waarin de gemeente in staat is om de gevolgen van risico’s op te vangen zonder dat het beleid of de uitvoering daarvan in gevaar komt. Het is aan gemeenten zelf om te bepalen wat een passende omvang van het weerstandsvermogen is. Vanuit het provinciaal toezicht zijn ook geen directe normen te geven. Het weerstandsvermogen is afhankelijk van de beschikbare weerstandscapaciteit (hoeveel niet bestemde middelen zijn er beschikbaar) en de benodigde weerstandscapaciteit (hoeveel middelen zijn nodig om alle risico’s op te kunnen vangen). Aan de hand van deze grootheden bepalen wij het weerstandsvermogen. Het weerstandsvermogen laat de volgende ontwikkeling zien: Berekening weerstandsvermogen Beschikbare weerstandscapaciteit (buffer) Benodigde weerstandscapaciteit (risico's) Totaal weerstandsvermogen
Begroting 2022 39.086 6.581 32.505
49 van 91
Jaarrekening 2021 Begroting 2023 44.031 44.967 7.900 8.144 36.131 36.823 Bedragen * € 1.000, -/- = nadeel
Het weerstandsvermogen uitgedrukt als verhouding tussen de beschikbare en de benodigde weerstandscapaciteit is als volgt: Ratio weerstandsvermogen 44.976 8.144 = 5,52
Waarderingsklasse A B C D E F
Ratio >2.0 1.4-2.0 1.0-1.4 0.8-1.0 0.6-0.8 <0,6
Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
Bovenstaande normtabel is ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit Twente. Het geeft aan hoe de ratio weerstandsvermogen geïnterpreteerd kan worden. Voor onze gemeente is de ratio weerstandsvermogen ‘uitstekend’. De conclusie is dat onze gemeente beschikt over een zeer acceptabele buffer voor het opvangen van de financiële tegenvallers en dat de financiële positie robuust is. Beschikbare weerstandscapaciteit (buffers) De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen of mogelijkheden (buffers) waarover de gemeente kan beschikken om niet begrote kosten te dekken. De weerstandscapaciteit bestaat uit de volgende elementen: vrij aanwendbare reserves, stille reserves, onbenutte belastingcapaciteit en de stelpost voor onvoorziene uitgaven. De beschikbare weerstandscapaciteit is als volgt: Beschikbare weerstandscapaciteit Weerstandscapaciteit in exploitatie Onbenutte belastingcapaciteit Stelpost onvoorziene uitgaven Totaal Weerstandscapaciteit in vermogensfeer Saldo begroting/rekening Algemene reserve Vrij deel bestemmingsreserves Reserves bouwgrondexploitatie Stille reserves aandelenbezit Stille reserves gebouwen en voorzieningen Totaal
Toelichting
Jaarrekening 2021
Begroting 2023
1 2
2.363 67 2.430
2.979 39 3.018
2.437 73 2.510
3 4 5
1.209 2.244 23.661 7.180 2.362 p.m. 36.656
4.452 2.244 24.454 7.501 2.362 p.m. 41.013
2.699 5.932 24.845 6.620 2.362 p.m. 42.457
6 7
Totaal beschikbare weerstandscapaciteit
1.
Begroting 2022
39.086
44.967 44.031 Bedragen * € 1.000, -/- = nadeel
Onbenutte belastingcapaciteit: de berekening van de onbenutte belastingcapaciteit is lastig, omdat de OZB niet gemaximeerd is. Een redelijke benadering is om de Puttense belastingdruk te vergelijken met de gemiddelde belastingdruk van alle Gelderse gemeenten. In de provincie Gelderland is de gemiddelde belastingdruk voor de OZB per inwoner over 2022 € 275,-. Voor Putten is de belastingdruk berekend op € 176,- per inwoner, € 99,- lager. Met 24.619 inwoners bedraagt de onbenutte belastingcapaciteit € 2,4 miljoen.
2.
Stelpost onvoorziene uitgaven: voor onvoorziene uitgaven is een structurele stelpost opgenomen van € 73.000.
3.
Saldo begroting: in de begroting houden we rekening met een positief saldo (inclusief nieuw beleid) van € 2.699.000.
50 van 91
4.
Algemene reserve: de gemeente Putten heeft een vrij aanwendbare algemene reserve. Het begrote saldo van de algemene reserve bedraagt per 1 januari 2023 ± € 5,9 miljoen met als uitgangspunt de bekende situatie per medio augustus 2022. In hoofdstuk 2 Financiële hoofdlijnen is de ontwikkeling van de algemene reserve voor de komende jaren nader uitgewerkt.
5.
Vrij deel bestemmingsreserves: bestemmingsreserves zijn gevormd voor een bepaald doel. De raad heeft de bevoegdheid de bestemming te wijzigen en deze bijvoorbeeld in te zetten voor het opvangen van optredende risico’s. In de nota Reserves en voorzieningen 2019 is bepaald welke bestemmingsreserves meetellen in de weerstandscapaciteit (beschikbare buffer) en welke bestemmingsreserves geblokkeerd zijn. Bij bepaling van de weerstandscapaciteit tellen de volgende reserves mee: -
Reserve algemene buffer;
-
Reserve weerstandscapaciteit;
-
Reserve grondexploitatie;
Volgens de prognose per medio augustus 2022 bedraagt het totaal van bovengenoemde vrije bestemmingsreserves per 1 januari 2023 circa € 31,5 miljoen (inclusief reserve grondexploitatie). De geblokkeerde reserves tellen niet mee, omdat deze reserves niet structureel ingezet kunnen worden als dekkingsmiddel voor de begroting. 6.
Stille reserves aandelenbezit: de gemeente Putten heeft aandelen van Vitens, BNG en Alliander. Het verschil tussen de boekwaarde en de verkoopwaarde van deze aandelen vormt een stille reserve. De verkoopwaarde is lastig te bepalen, omdat voor deze aandelen geen actieve markt bestaat (niet vrij verhandelbaar). De waarde is benaderd op basis van historische overnamekoersen en de omvang van het eigen vermogen. Verder moet bedacht worden dat bij verkoop van aandelen de dividendopbrengsten vervallen.
7.
Stille reserves op gebouwen en voorzieningen: de gemeente Putten is eigenaar van diverse gebouwen en voorzieningen die veelal verhuurd zijn of in gebruik zijn gegeven. Deze gebouwen en voorzieningen zijn voor (bijna) nihil op de balans gewaardeerd, maar vertegenwoordigen in het economische verkeer wel een waarde. Deze economische waarde is echter moeilijk in te schatten, omdat niet alle gebouwen en voorzieningen een courante locatie en/of bestemming hebben. Zodoende zijn deze stille reserves op p.m. gesteld.
Benodigde weerstandscapaciteit (risico’s) Om de benodigde weerstandscapaciteit te bepalen, hebben we een inschatting gemaakt van de financiële risico´s die de gemeente loopt. Vanuit de belangrijkste risico’s voor de gemeente zijn deze risico’s organisatie breed concreet gemaakt. Dit leidt tot subrisico’s. Per subrisico is geschat hoe groot de kans is dat het zich voordoet (waarschijnlijkheid) en welke financiële impact dit dan zou kunnen hebben. Daarbij zijn de criteria gehanteerd zoals uitgewerkt in de nota Reserves en voorzieningen 2019. Hoe hoger de waarschijnlijkheid dat risico’s zich voordoen en hoe groter de impact hiervan is, hoe meer aandacht de risico’s verdienen. Ook is bepaald welke maatregelen zijn genomen om de risico’s te beheersen. De uitkomst van de risico-inventarisatie is samengevat in onderstaande tabel:
51 van 91
Totaaloverzicht risico's
Maximaal financieel gevolg
Financieel gevolg na weging
Risico's categorie 'rood'
9.450
4.525
Risico's categorie 'oranje'
8.455
3.459
Risico's categorie 'groen'
900
160
18.805
8.144
Totaal bedrag risico's
Bedragen * € 1.000, -/- = nadeel
Het risicoprofiel voor de gemeente Putten neemt licht toe ten opzichte van de inschatting bij de Jaarstukken 2021. De risico’s nemen vooral toe door de laatste economische ontwikkelingen waarbij nog niet duidelijk is tot in hoeverre dit gecompenseerd zal worden door het Rijk. Op basis van deze risicosimulatie bedraagt de totale blootstelling aan financiële risico´s ruim € 18,8 miljoen. Rekening houdend met de waarschijnlijkheid waarmee deze risico’s zich ook daadwerkelijk voordoen, resteert een bedrag van bijna € 8,1 miljoen. Dit betekent dat € 8,1 miljoen nodig is om de geïdentificeerde risico's financieel af te dekken. Dit bedrag is beschikbaar binnen de beschikbare weerstandscapaciteit. Voor de volledige uitwerking van de individuele risico’s per categorie verwijzen we naar bijlage I Uitkomsten risico-inventarisatie.
52 van 91
Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding Het onderhoud van de kapitaalgoederen legt beslag op een aanzienlijk deel van de financiële middelen van de gemeente Putten. Kapitaalgoederen zijn (ten minste) verdeeld naar de categorieën wegen, riolering, water, groen en gebouwen. In deze paragraaf wordt ingegaan op het beleidskader, de beheerplannen en de financiële consequenties. In de beleids- en beheerplannen legt de raad de kaders vast voor de uitvoering van het onderhoud aan de kapitaalgoederen. Het niveau van het onderhoud en de kwaliteit van de kapitaalgoederen zijn bepalend voor het voorzieningenniveau en de jaarlijkse lasten. Integraal Beheer Openbare Ruimte en beheerplannen In 2015 is het beleidsplan IBOR vastgesteld. In dit plan zijn de doelstellingen en ambities weergegeven voor het integrale beheer van de openbare ruimte. Tevens zijn de kwaliteitsniveaus benoemd en vastgesteld. In het beleidsplan is ook een stappenplan opgenomen voor de komende jaren om de vastgestelde ambities voor de kwaliteit van de openbare ruimte te kunnen realiseren. In het beleidsplan IBOR is de volgende ambitie opgenomen inzake de kwaliteitsniveaus van de openbare ruimte.
Bij het opstellen van het IBOR is ook een berekening gemaakt van de benodigde middelen om dit kwaliteitsniveau te realiseren. Deze berekening is gemaakt op basis van normcijfers van CROW (kenniscentrum voor verkeer, vervoer en infrastructuur). In 2023 wordt via het opstellen van de omgevingsvisie gestart met het opstellen van een actuele visie op Beheer Openbare Ruimte. Vervolgens vindt in 2024 vertaling plaats naar beleid en beheerplannen. Daarnaast is het streven om de Leidraad Inrichting Openbare Ruimte (LIOR) te actualiseren. Wij geven hieronder een nadere toelichting op de diverse componenten.
53 van 91
Wegen Beheerplan Wegen Beleid Onze wegen, fietspaden, voetpaden en overige verhardingen worden onderhouden op basis van de in het beleidsplan IBOR vastgelegde beeldkwaliteitsniveaus. Voor een duurzaam beheer van de wegen is het essentieel dat groot en vervangingsonderhoud tijdig wordt uitgevoerd. Daarnaast is het belangrijk, ook voor de verkeersveiligheid, dat de weginrichting- en constructie worden afgestemd op de wegfunctie en het -gebruik, of omgekeerd. Bij groot of vervangingsonderhoud worden eventuele verkeersmaatregelen en/of andere gewenste aanpassingen waar mogelijk meegenomen. Beheer Jaarlijks wordt op basis van technische inspecties en in overleg met interne en externe betrokkenen een overzicht gemaakt van de voor dat jaar noodzakelijke onderhoudsprojecten en werkzaamheden. In 2023 staan de volgende onderhoudsprojecten en reconstructies gepland: -
Uitvoering aansluiting rotonde Kraakweg
-
Aanbesteding en uitvoering groot onderhoud Wildforsterweg en Hessenweg
-
Aanbesteding en start uitvoering groot onderhoud Van Geenstraat
-
Aanbesteding en start uitvoering reconstructie Voorthuizerstraat
-
Opstart plan van aanpak en voorbereidingskrediet groot onderhoud Lage EngwegKerkstraat-Halvinkhuizerweg
-
Aanpak fietsoversteek Henslare
-
Aanpak fietsoversteek Engweg – Vrouw van Putten
-
Aanbesteding en uitvoering vernieuwing rotonde Garderenseweg/Calcariaweg
Budgetten De jaarlijkse budgetten voor wegen zijn als volgt: Budgetten Reguliere kosten wegen Groot onderhoud wegen Kapitaallasten wegen Interne kosten (uren) Totale kosten wegenbeheer
2023
2024 722 587 1.165 797 3.271
2025
629 587 1.366 797 3.379
2026 629 629 587 587 1.426 1.493 797 797 3.439 3.506 Bedragen * € 1.000, -/- = nadeel
Omdat de daadwerkelijke kosten voor groot onderhoud jaarlijks sterk wisselen, is voor de egalisatie van uitgaven voor het groot onderhoud de bestemmingsreserve IBOR ingesteld. Het niet bestede deel wordt gestort in de bestemmingsreserve IBOR. Beheerplan Verlichting Beleid De gemeente Putten brengt openbare verlichting aan in de openbare ruimte met als doel een aantrekkelijke en een sociaal- en verkeersveilige omgeving te creëren voor zijn inwoners en bezoekers aan de gemeente. Binnen de openbare ruimte zijn er verschillende ambitieniveaus in
54 van 91
de onderhoudskwaliteit, welke kan verschillen binnen en buiten de bebouwde kom van de gemeente. Beheer Het beheerplan verlichting maakt onderdeel uit van het IBOR. Op basis van de economische levensduur van 20 jaar voor armaturen en de technische levensduur van 50 jaar voor lichtmasten moeten jaarlijks ongeveer 200 armaturen (5% van totale areaal) en ongeveer 90 lichtmasten worden vervangen (2% van totale areaal). In 2023 gaan we verder met het vervangen van de traditionele openbare verlichting naar ledverlichting. Op basis van de geactualiseerde database worden de vervangingsplannen verder uitgewerkt. Hierbij wordt ook meegelift met de civiele projecten. Budgetten De jaarlijkse budgetten voor verlichting zijn als volgt: Budgetten Reguliere kosten verlichting Onderhoudskosten verlichting Kapitaallasten verlichting Interne kosten (uren) Totale kosten verlichting
2023
2024 189 59 86 64 398
2025
189 59 98 64 410
2026 189 189 59 59 110 122 64 64 422 434 Bedragen * € 1.000, -/- = nadeel
Het totaal van de kosten wegenbeheer en de kosten verlichting sluit aan bij het totaal van het product IBOR wegen, straten en pleinen. Riolering Beleid In het najaar van 2015 is het Zuiveringskringafvalwaterketenplan (hierna ZAP) 2015-2020 vastgesteld. Dit beleidsplan is in regionaal verband (zuiveringskring Waterschap, Harderwijk, Ermelo, Putten) opgesteld. Om het plan actueel te houden is eind 2020 de Verlengingsnotitie ZAP 2021-2023 vastgesteld. We hopen het ZAP op te kunnen laten gaan in de nieuwe structuur van de Omgevingswet. We vinden het belangrijk om water, riolering en klimaatadaptatie een goede plek te geven in de Omgevingswet-structuur, daarom gebruiken we de komende jaren om ons voor te bereiden op de nieuwe planstructuur. Beheer In 2022 wordt het afkoppelen van de openbare ruimte voortgezet. Hierbij worden combinaties gemaakt met reconstructies zoals de Kerkstraat, Halvinkhuizerweg, Lage Engweg en de Bosrand. De renovatie van de drukrioleringsunits omvat ruim 700 locaties en wordt uitgevoerd in de periode van 2022-2023-2024. Budgetten De begrote lasten voor het product riolering zijn als volgt: Budgetten Reguliere kosten riolering Interne kosten (uren) Kapitaallasten Totale kosten riolering
2023
2024 1.216 303 546 2.065
55 van 91
2025
1.158 303 612 2.073
2026 1.054 1.050 303 303 653 654 2.010 2.007 Bedragen * € 1.000, -/- = nadeel
Groen Openbaar Groen Beleid De komende jaren komt de focus meer op boomstructuren en klimaatadaptieve maatregelen te liggen. Op dit moment wordt een boom/groenbeheerplan opgesteld. Via het bomenfonds en de kaart met alle potentiële (nog onbenutte) groeiruimte voor bomen in de bebouwde kom wordt er op gestuurd dat er voldoende compensatie plaatsvindt voor bomen die bij projecten zijn gekapt. In 2022 is de visie aangeleverd en in 2023 wordt n.a.v. deze visie het beleidsplan opgesteld. Het gemoderniseerde bomenbeleid, opgedeeld in visie, beleid en beheerplan zal dienen als overgang en inventarisatie voor de Omgevingswet. Beheer In 2023 wordt verder gegaan met de renovatie van het groen in Klaarwaterbos. Daarnaast wordt er aandacht gegeven aan de zwakke groenvlakken binnen de hele gemeente. Denk hierbij aan locaties waarbij inboeten (steeds) niet goed gaat. Budgetten De jaarlijkse budgetten voor groenonderhoud zijn als volgt: Budgetten Reguliere kosten groen Kapitaallasten groen Interne kosten (uren) Kosten product IBOR Groen
2023
2024 814 238 372 1.424
2025
814 261 372 1.447
2026 814 815 320 364 372 372 1.506 1.551 Bedragen * € 1.000, -/- = nadeel
Speelvoorzieningen Beleid Het belangrijkste uitgangspunt voor speelruimte in Putten is dat de kwaliteit van zowel de formele als de informele speelruimte dusdanig hoog is dat deze uitnodigt tot spel en ontmoeting van de Puttenaren. In het Speelruimteplan zijn een vijftal uitgangspunten opgesteld waaraan de speelruimte zou moeten voldoen. Het Speelruimteplan is in opgesteld en wordt begin 2023 aangeboden ter vaststelling. Beheer Na vaststelling van het Speelruimteplan en de daarbij horende budgetten worden bestaande speelplekken gerenoveerd. Hierbij is extra aandacht voor het moderniseren en inclusiever maken van de speelplekken. Begraafplaatsen Beleid In 2023 wordt onderzocht of er behoefte is aan een beleidsplan. Daarin wordt ook meegenomen wat we gaan doen met de Oude begraafplaats aan de Engweg.