210630 BP Husselsesteeg 22, Putten_Toelichting
Tekst van het document
Hergebruik van grond Voor de volledigheid kan nog worden vermeld dat de grond naar verwachting niet als schone grond kan worden hergebruikt. Hierbij dient te worden opgemerkt dat dit een indicatieve toetsing aan de Regeling en het Besluit Bodemkwaliteit betreft; het uitgevoerde onderzoek betreft immers geen partijkeuring conform BRL SIKB 1000, protocol 1001. Voor grond welke op het perceel wordt toegepast gelden ons inziens, gezien de geringe overschrijding(en) ten opzichte van de achtergrondwaarden, geen gebruiksbeperkingen. 4.6
Externe veiligheid
4.6.1 Algemeen Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het verminderen en beheersen van risico's van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen in inrichtingen en tijdens het transport ervan. Op basis van de criteria zoals onder andere gesteld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) worden bedrijven en activiteiten geselecteerd die een risico op zware ongevallen met zich mee (kunnen) brengen. Daarbij gaat het vooral om de grote chemische bedrijven, maar ook om kleinere bedrijven als LPG-tankstations en opslagen van bestrijdingsmiddelen. Daarnaast zijn (hoofd)transportassen voor gevaarlijke stoffen, zoals buisleidingen, spoor-, auto-, en waterwegen, ook als potentiële gevarenbron aangemerkt. Het externe veiligheidsbeleid heeft tot doel zowel individuele burgers als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om dit doel te bereiken zijn gemeenten en provincies verplicht om bij besluitvorming in het kader van de Wet milieubeheer en de Wet op de ruimtelijke ordening de invloed van een risicobron op zijn omgeving te beoordelen.
Daartoe wordt binnen het werkveld van de externe veiligheid veelal het plaatsgebonden risico en het groepsrisico gehanteerd: Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans dat een persoon die zich gedurende een jaar onafgebroken onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf en transportas vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen deze kans 1x10-6 (één op de miljoen) bedraagt. 31/53 - v astgesteld - NL.IMRO.0273.BPBGHussteeg22-VA01 - 3 juli 2020
Het groepsrisico (GR) is een berekening van de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De oriëntatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico. Indien een ontwikkeling is gepland in de nabijheid van een risicobron geldt afhankelijk van de ontwikkeling een verantwoordingsplicht voor het toelaten van gevoelige functies. Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Voor bepaalde risicovolle bedrijven geldt het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Hierin zijn de risiconormen voor externe veiligheid met betrekking tot bedrijven met gevaarlijke stoffen wettelijk vastgelegd. Transport van gevaarlijke stoffen (water, spoor, weg) Voor de beoordeling van de risico's vanwege transport van gevaarlijke stoffen geldt het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), met als uitvloeisel het zogeheten Basisnet en de bijbehorende regeling Basisnet. Transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen Voor de beoordeling van de risico's van transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Naast de toetsing aan het plaatsgebonden risico en het groepsrisico is hierin vastgelegd dat aan weerszijden van een buisleiding een bebouwingsvrije afstand moet worden aangehouden voor beheer en onderhoud aan de buisleidingen.
Beleidsvisie externe veiligheid In april 2014 is de Beleidsvisie externe veiligheid gemeente Putten vastgesteld. Uitgangspunt van deze beleidsvisie is de toepassing van verschillende restrictieniveaus voor het al dan niet toestaan van risicovolle bedrijven op bedrijventerreinen. Elk bedrijventerrein is gekoppeld aan een restrictieniveau. Nieuwe risicobedrijven die onder het Bevi vallen worden dus niet per definitie uitgesloten, maar dit is wel als restrictieniveau opgenomen. Het oprichten van nieuwe risicovolle bedrijven buiten bedrijventerreinen wordt tevens niet per definitie uitgesloten, al moet wel rekening worden gehouden met een optimale ruimtelijke ordening en veiligheid. 4.6.2 Onderzoeksresultaten Voor de herontwikkeling van het plangebied is door Lievense | WSP een memo (Bijlage 6) opgesteld. In deze memo worden de resultaten van een beoordeling externe veiligheid voor deze locatie gerapporteerd. Onderstaande afbeelding geeft een overzicht van het plangebied in relatie tot de risicobronnen binnen en nabij het plangebied.
32/53 - v astgesteld - NL.IMRO.0273.BPBGHussteeg22-VA01 - 3 juli 2020
Afbeelding - Overzicht risicobronnen omgeving planlocatie (Risicokaart.nl) Risicobronnen: 1. 2. 3. 4.
Basisnetroute spoor, traject 360E.1 (Amersfoort Oost-Putten) BRZO inrichting (Trouw Nutrition Nederland BV) LPG tankstation (TanQyou) Hogedruk aardgastransportleiding, N-570-26 Transportleiding met een diameter van 4,25 inch en een werkdruk van 40 bar. 5. Provinciale transportroute gevaarlijke stoffen N798 6. Bovengrondse tank met 5000 liter propaan Met betrekking tot deze bron wordt vermeld dat deze tijdens de herontwikkeling van dde locatie komt te vervallen en daarmee voor de toekomstige situatie niet meer van invloed is op de externe veiligheid. Plaatsgebonden risico Het object is niet gelegen binnen de plaatsgebonden risicocontour PR=10-6 van een van de genoemde bronnen of binnen de generieke veiligheidsafstand van een van de bronnen. Het plaatsgebonden risico vormt geen belemmering voor het realiseren van kwetsbare objecten op deze locatie. Groepsrisico In de huidige situatie beschikt camping Hilary over 65 standplaatsen. In de zomerperiode is hier sprake van een bezetting van 130 personen, terwijl dit in de winterperiode ongeveer de helft bedraagt. Dit betekent een gemiddelde bezetting van 95 personen op jaarbasis. In de toekomstige situatie is er sprake van 14 middeldure en dure woningen met een verwachtte bezetting van 3,5 personen per woning.
Daarnaast worden er 19 goedkope woningen voor 1 en 2 persoons huishoudens gerealiseerd met een verwachtte bezetting van 1,5 personen per woning. In totaal is er dan sprake van een bezetting van 78 personen op jaarbasis. Per saldo neemt het aantal aanwezigen op de locatie af en neemt daarom het groepsrisico van de risicobronnen in de omgeving als gevolg van de herontwikkeling af. Verantwoording In de Gezamenlijke beleidsvisie externe veiligheid gemeenten in de regio Noord-Veluwe worden verantwoordingsniveaus per risicobron onderscheiden. Deze niveaus worden bepaald op grond van de afstand tussen bron en object en de kwetsbaarheid van het object. In dit geval is er sprake is van kwetsbare objecten. 33/53 - v astgesteld - NL.IMRO.0273.BPBGHussteeg22-VA01 - 3 juli 2020
Basisnetroute spoor Voor de spoorlijn geldt dat deze gelegen is op een afstand groter dan 200 meter waar alleen het toxisch scenario nog relevant is. Onderstaand is de standaardverantwoording, overeenkomstig de Beleidsvisie, weergegeven. Ontwik keling groepsrisico De grote afstand tot de risicobron en de ontwikkeling van het aantal personen op de locatie zal niet significant doorwerken in de rekenkundige hoogte van het groepsrisico. De beschouwing van het groepsrisico en de verantwoording daarvan is om deze reden volledig kwalitatief uitgevoerd. Mogelijkheden tot beperk ing van het groepsrisico De mogelijkheid tot beperking van het groepsrisico door het beïnvloeden van de personendichtheid is op deze grote afstand tot de risicobron geen item. Zoals gesteld heeft op deze afstand een toe- of afname van personendichtheid geen invloed op het groepsrisico. Daarnaast is de kans te overlijden als gevolg van een incident met gevaarlijke stoffen in deze gebieden vele malen kleiner dan 1/1.000.000. Veiligheidsmaatregelen aan de bron zijn daarom niet realistisch. De bestrijdbaarheid van de omvang van een ramp of zwaar ongeval Ook het bestrijdbaarheid vraagstuk speelt op deze afstand van de risicobron niet. Bestrijding vindt plaats bij de bron. Mogelijkheden tot zelfredzaamheid In geval van een calamiteit moeten personen kunnen schuilen.
De mate waarin deze bouwwerken afsluitbaar zijn tegen de indringing van toxisch gas en de tijdsduur dat deze bouwwerken worden blootgesteld zijn hierbij parameters. Nieuwe woningen zijn goed geïsoleerd, waardoor ze een goede bescherming bieden tegen het binnendringen van het toxisch gas. Belangrijk is wel dat luchtbehandelinginstallaties met één druk op de knop uit te schakelen zijn. Dit is echter niet af te dwingen in deze ruimtelijke procedure. Deze verantwoording dient gelezen te worden in combinatie met de Gezamenlijke beleidsvisie externe veiligheid gemeenten in de regio Noord-Veluwe en de daarin gemaakte keuzes. Advies brandweercluster Veluwe West Ten aanzien van bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid dient advies te worden ingewonnen bij de brandweercluster Veluwe West. De aanvullende adviezen van de brandweercluster Veluwe West worden door de gemeente meegwogen bij de besluitvorming. Conclusie De externe veiligheid vormt geen belemmering voor de herontwikkeling van de locatie aan de Husselsesteeg 22 in Putten.
34/53 - v astgesteld - NL.IMRO.0273.BPBGHussteeg22-VA01 - 3 juli 2020
4.7
Flora en fauna
4.7.1 Algemeen Verschillende soorten planten, dieren worden beschermd in de Wet natuurbescherming. De Wet is per 1 januari 2017 van kracht geworden en vervangt de Flora- en faunawet, de Natuurbeschermingswet 1998 en de Boswet. Op basis van de Vogel- en Habitatrichtlijn, speciale beschermingsgebieden aangewezen. Een ruimtelijke ontwikkeling is alleen mogelijk als duidelijk is dat de nesten, holen of andere verblijfsplaatsen niet worden vernield of beschadigd. Verstoring is in sommige wel toegestaan, mits er geen negatief effect is op populatieniveau. Beschermde planten mogen niet worden verwijderd van hun groeiplaats. Ook mogen door een ruimtelijke ontwikkeling geen significante negatieve effecten plaatsvinden op beschermde gebieden. 4.7.2 Natuurtoets Adviesbureau Groenewold Milieu & Natuur een natuurtoets/quickscan uitgevoerd om de natuurwaarden in beeld te brengen bij de ontwikkeling van het voorliggende perceel. De natuurtoets is als Bijlage 7 in de toelichting opgenomen. Uit de natuurtoets blijkt het volgende: Algemeen Verschillende soorten planten, dieren worden beschermd in de Wet natuurbescherming. Op basis van de Vogel- en Habitatrichtlijn, zijn in de Wet speciale beschermingsgebieden aangewezen. Een ruimtelijke ontwikkeling is alleen mogelijk als duidelijk is dat de nesten, holen of andere verblijfsplaatsen niet worden vernield of beschadigd.
Verstoring is in sommige gevallen wel toegestaan, mits er geen negatief effect is op populatieniveau. Beschermde planten mogen niet worden verwijderd van hun groeiplaats. Ook mogen door een ruimtelijke ontwikkeling geen significante negatieve effecten plaatsvinden op beschermde gebieden. Adviesbureau Groenewold Milieu & Natuur heeft in opdracht van initiatiefnemer een natuurtoets uitgevoerd Aan de Husselsesteeg 22 in het buitengebied van Putten. Het betreft verwijdering van de caravans en chalets, het schonen van het terrein en realisatie van in totaal 37 woningen. Het gaat dan om 10 XS-woningen, 11 tussenwoningen, 6 eindwoningen, 4 tweekappers en 4 vrijstaande woningen. Ook de 2 bestaande woningen worden vervangen door nieuwe. Uit de quickscan moet blijken of de sloop en de nieuwbouw gevolgen kan hebben voor beschermde natuurwaarden. Beschermde soorten Er zijn op het recreatieterrein geen beschermde soorten of verblijfplaatsen aangetroffen. Alleen in de woning en het bijgebouw zijn (oude) nesten gevonden van de huismus. Om te bepalen of deze nesten nog bezet zijn is nader onderzoek nodig conform het Kennisdocument Huismus. Hoewel de kans gezien de te volgen aanvliegroutes niet heel groot lijkt, zijn verblijfplaatsen van vleermuizen in de woning niet met zekerheid uit te sluiten. Op een aantal plaatsen zijn mogelijke invliegopeningen.
Ook hiervoor is het advies een nader onderzoek in te stellen in voorjaar/zomer 2020, conform het vleermuisprotocol. Specifiek is ook gezocht naar (potentiële) verblijfplaatsen van das, kleine marters, steenuil en kerkuil. Deze zijn niet gevonden. Het is niet onmogelijk dat diverse soorten vogels broeden in of direct rond het plangebied. Alle broedende vogels zijn beschermd. Bij aanvang van de werkzaamheden in het broedseizoen verdient het daarom aanbeveling om vanuit de zorgplicht het gebied voorafgaand aan de werkzaamheden nogmaals te controleren op mogelijke verblijfplaatsen. Als broedende vogels aanwezig zijn moet worden gewacht tot de jonge vogels zijn uitgevlogen. Er geldt een vrijstelling voor de algemeen beschermde soorten (Omgevingsverordening Gelderland). Overigens blijft de algemene zorgplicht altijd van kracht. nAfhankelijk van 35/53 - v astgesteld - NL.IMRO.0273.BPBGHussteeg22-VA01 - 3 juli 2020
de uitkomsten van het nader onderzoek is een ontheffing Wet natuurbescherming soorten noodzakelijk. De provincie is hiervoor bevoegd gezag. Gebiedsbescherming Het plangebied ligt in het buitengebied van Putten op ruim 1.350m van Natura2000 gebied Veluwe. Het plan heeft geen negatieve effecten op beschermde habitats en soorten. De nieuwe activiteiten bestaan uit bewoning (gasloos). Uit een Aeriusberekening (v2020) (Bijlage 8) op basis van de voertuigbewegingen conform de CROW is er geen stikstofdepositie berekend hoger dan 0.00 mol/ha/jaar. Ook de aanlegfase is in beeld gebracht en geeft geen depositie hoger dan 0.00 mol/ha/jaar. Hiermee is geen vergunning Wet natuurbescherming voor gebieden nodig. Gelders natuurnetwerk (GNN) / Groene Ontwikkelzone (GO) Het plan grenst aan het GNN en ook de GO ligt op korte afstand. De groene zones rond het plangebied aan noord (deels), oost en zuidzijde behoort tot het GNN. Met de geplande tijdelijke bouwweg naar het noorden moet doorsnijding van het GNN worden vermeden (uitweg zoveel mogelijk west). De bomen rond het plan blijven in principe allemaal behouden. Ook wordt het plan verder geheel groen ingepast. Op basis van de ligging van het plangebied ten opzichte van de begrenzing van het GNN mag worden aangenomen dat er geen effecten zijn te verwachten op de wezenlijke waarden en kenmerken van het GNN en de GO.
Specifieke maatregelen of aanvullend onderzoek worden niet nodig geacht. Voorbehoud en zorgplicht Algemene zorgplicht Voor alle beschermde soorten, dus ook voor de soorten die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht, geldt wel een zogenaamde ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wnb). De kwetsbare perioden kan per soortgroep verschillen. Als ‘veilige’ periode voor alle groepen geldt in het algemeen de periode van half augustus tot half november, de periode waarin de voortplantingstijd achter de rug is en dieren als vleermuizen, overige zoogdieren en amfibieën nog niet in winterslaap zijn. Indien een plangebied in die periode bouwrijp wordt gemaakt, geeft realisatie gedurende het winterseizoen en het daarop volgende voorjaar meestal geen problemen. Vaak is het voldoende om rekening te houden met de broedtijd (15 maart-15 juli-huismus tot 15 augustus). Beschermde soorten Indien tijdens de uitvoering van de werkzaamheden beschermde soorten worden waargenomen dienen maatregelen te worden genomen om schade aan deze individuen zo veel mogelijk te voorkomen (bijvoorbeeld wegvangen en verplaatsen). Ecologische kansen / natuurinclusief bouwen In de nieuwbouw zijn relatief eenvoudig extra voorzieningen (niet verplicht) te realiseren voor vogels zoals huismus en gierzwaluw en/of vleermuizen. Door de betere isolatie van woningen verdwijnen openingen, kieren e.d.
en daarmee nest- en schuilplaatsen, die vroeger heel gewoon waren. De maatregelen kosten weinig geld maar betekenen veel voor de betreffende soorten. Zo is een bijdrage te leveren aan het behoud van deze soorten voor de toekomst. Bijvoorbeeld een speciale neststeen of nestkast voor de huismus of een neststeen of plank voor gierzwaluwen (eten veel muggen). Een spouwmuurkast voor vleermuizen (eten veel muggen) is bij nieuwbouw eenvoudig in de spouw in te metselen. De dieren kunnen dan niet in de spouw zelf komen maar krijgen wel extra verblijfplaatsen ter beschikking. Advies en aanbevelingen In de natuurtoets worden ten slotte aanbevelingen gegeven voor het uitvoeren van werkzaamheden:
36/53 - v astgesteld - NL.IMRO.0273.BPBGHussteeg22-VA01 - 3 juli 2020
1. Vanwege de aanwezige (oude) nesten van de huismus nader onderzoek uitvoeren in april/mei om te bepalen of de nesten nog in gebruik zijn en zo ja om hoeveel nestplaatsen het gaat. Bij het aantreffen daarvan zijn mitigerende maatregelen nodig en is aanvragen van een ontheffing Wnb soorten noodzakelijk. 2. Omdat verblijfplaatsen van vleermuizen gezien de aanwezige invliegopeningen niet op voorhand met zekerheid zijn uit te sluiten is het advies in de periode april-september nader onderzoek te doen, om eventuele verblijfplaatsen aan te tonen of uit te sluiten. 3. Natura2000 gebied Veluwe ligt op ruim 1.350m afstand van het plangebied. Er zijn geen negatieve gevolgen te verwachten voor beschermde soorten of habitats. Uit een Aeriusberekening blijkt dat zowel in de gebruiks- als de aanlegfase geen bijdrage is berekend hoger dan 0.0 mol/ha/jaar. Een Wnb vergunning gebieden is niet nodig. 4. Bij uitvoering van de werkzaamheden altijd invulling geven aan de ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wet natuurbescherming), wat inhoudt dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan beschermde soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. 5. Concreet houdt de zorgplicht hier in om de verwijdering van caravans en chalets en het bouwrijp maken van het terrein uit te voeren buiten de broedtijd. Overigens mogen eventuele vroege of late legsels niet worden verstoord.
De beste tijd is dan tussen 15 juli (huismus 15 augustus) en 15 maart. Bij start van de werkzaamheden in de broedtijd vooraf een extra controle uitvoeren op aanwezigheid van broedende vogels. 6. Ook tot de zorgplicht behoort er voor te zorgen dat bij de nieuwbouw geen onnodige verlichtingsbronnen in werking zijn en/of uitstralen richting het GNN. 7. In de quickscan is er van uitgegaan dat de grotere bomen rond het plangebied behouden blijven. Als grotere bomen toch moeten worden gekapt is vooraf een extra toets nodig op aanwezigheid van holtes en beschermde verblijfplaatsen. 8. In de nieuwbouw aandacht besteden aan natuurinclusief bouwen. Dat kan door een aantal voorzieningen in de nieuwbouw mee te nemen, zoals genoemd in bijlage 4 van de quickscan en door een groene inpassing (struiken, heesters, heggen e.d.). 4.7.3 Nader onderzoek Uit het bovenstaande is gebleken dat er waarschijnlijk huismussen broeden in de te slopen woningen. Ook kan de aanwezigheid van vleermuizen niet op voorhand worden uitgesloten. Daarom is nader onderzoek noodzakelijk. Dit nader onderzoek heeft reeds plaats gevonden en is al Bijlage 9 aan deze toelichting toegevoegd. Mitigerende maatregelen Voordat de woningen gesloopt worden zijn mitigerende (verzachtende) maatregelen nodig. Het betreft tijdelijke maatregelen (voor en tijdens de sloop en de bouw) en permanente voorzieningen in de nieuwbouw.
De huismus is gehecht aan de verblijfplaats. Een (tijdelijke) vervangende nestkast heeft waarschijnlijk niet dezelfde eigenschappen als de eigen verblijfplaats. Daarom is het plaatsen van meerdere alternatieve verblijfplaatsen per nestplaats noodzakelijk. Per nestplaats moeten twee tijdelijke voorzieningen worden opgehangen op gunstige plaatsen, in dit geval dus 6 huismuskasten. Huismussen zijn gevoelig voor veranderingen in de omgeving en moeten daar erg aan wennen. Daarom moeten de nestvoorzieningen minimaal 3 maanden voor uitvoering van de werkzaamheden zijn gerealiseerd. Hoe dichter bij de oorspronkelijke nestplaats des te groter de kans op succes. Bij voorkeur binnen 50m en anders binnen 200m, geeft de meeste kans dat de betrokken individuen ook gebruik zullen maken van de aangeboden alternatieven. Het Kennisdocument Huismus geeft als richtlijnen voor mitigatie: nestplaatsen minimaal 3m hoog broedruimte minimaal 15 x 8 cm niet behandeld met chemische middelen bij voorkeur noord of oost georiënteerd 37/53 - v astgesteld - NL.IMRO.0273.BPBGHussteeg22-VA01 - 3 juli 2020
voldoende dekking in de directe omgeving (opgaand groen, heggen e.d.) geschikte voedselplaatsen in de nabije omgeving kastopening niet dichter dan 50cm van elkaar duurzaam beheer bewezen effectief In deze situatie met drie nesten moeten dan minimaal 6 vervangende voorzieningen worden geplaatst, zoals een mussenflat, een nestpan, een mussenpot e.d. Op het perceel zelf zijn verder geen mogelijkheden tijdelijke voorzieningen op te hangen op 3m of hoger. De enige mogelijkheid betreft een aantal grotere bomen op en rond het perceel, of een aantal aan de gevel van één van de omliggende woningen (bij voorkeur vlak onder de goot). De kasten moeten zo worden opgehangen dat er bij de werkzaamheden geen verstoring plaats vindt. Het leefgebied is van goede kwaliteit en zal dat naar verwachting ook blijven. Dat is van belang voor voldoende dekking, slaapplaatsen en voedselplekken. Waar vaak niet direct aan wordt gedacht is dat er ook voldoende water in de omgeving moet zijn en bij voorkeur ook zanderige plekken. Mussen nemen graag een stofbad om hinderlijke parasieten kwijt te raken. Er is inmiddels ook een zandplek gerealiseerd, er zijn bosjes aanwezig en er is water. Nadat alle tijdelijke maatregelen tijdig zijn getroffen moeten de bestaande verblijfplaatsen enige dagen voor de sloop ongeschikt worden gemaakt. De mussen hebben dan even de tijd om alternatieve plaatsen op te zoeken.
In de nieuwbouw kan dan een permanente voorziening worden aangebracht bijvoorbeeld door vogelschroot na de 2e pannenlaag te plaatsen (noord- of oostgevel) of door het plaatsen van duurzame nestkasten, bijvoorbeeld Waveka 1SP (koloniekast), lB MU 01 (inbouwsteen), Vivarapro lB Dl 01 (inbouwsteen, NK MU 06 (opbouwkast), bij voorkeur aan de noord- of oostzijde. Keuze maken Gekozen is voor het in de nieuwbouw meenemen van drie inbouw neststenen per woning, zoals aangegeven in de situatietekening bij de aanvraag. Als de andere nieuwe woningen eerder worden gebouwd dan de bestaande gesloopt dan kunnen daar ook nestplaatsen als mitigatie worden aangeboden. Ecologisch werkprotocol Voor een duidelijk overzicht van de te treffen maatregelen, de volgorde van werkzaamheden e.d. is een ecologisch werkprotocol een hulpmiddel. De provincie vraagt een dergelijk protocol overigens ook als bijlage bij de aanvraag ontheffing Wnb soorten. De functies van het gebied voor de huismus moeten behouden blijven. Door het nemen van geschikte maatregelen kunnen negatieve effecten worden uitgesloten. Deze maatregelen moeten leiden tot behoud van de ecologische functionaliteit van het gebied voor de huismus. De maatregelen moeten aanwezig zijn én functioneren voordat de werkzaamheden starten.
Het gaat het dan om bijvoorbeeld een of enkele van de volgende typen maatregelen: Behoud van nestgelegenheid door het tijdig aanbieden van voldoende nieuwe huisvestingsmogelijkheden in de vorm van nestkasten, neststenen, vogelvides e.d. Voor elke vernietigde verblijfplaats minimaal twee Behoud van voldoende dekkingsmogelijkheden door aanplant van doornige struiken, groenblijvende heesters e.d. binnen 2,5 meter van plekken waar gefoerageerd wordt Behoud van slaapgelegenheden door aanbrengen van bijvoorbeeld groenblijvende gevelbegroeiing of heesters Behoud van voldoende drinkwater door bijvoorbeeld aanleg van vijvers Behoud van voldoende mogelijkheden voor nemen van stofbaden door zandige plekken te realiseren of te handhaven. Werken buiten de broedtijd, welke loopt van medio april- half augustus. 38/53 - v astgesteld - NL.IMRO.0273.BPBGHussteeg22-VA01 - 3 juli 2020
Een ecologisch werkprotocol moet op de locatie aanwezig te zijn en onder alle betrokken partijen bekend zijn. Werkzaamheden moeten aantoonbaar conform dit protocol worden uitgevoerd. Door zorgvuldige uitvoering en het treffen van de genoemde mitigerende maatregelen komt de functionaliteit van de leefomgeving van de huismus niet in het geding. Conclusie Das In de wijdere omgeving zijn waarnemingen bekend van onder meer das, eekhoorn en vos. In de bosgebieden ten noordoosten van het plangebied zijn ook dassenburchten bekend. Dassen kunnen grote afstanden afleggen om te foerageren en maken mogelijk en waarschijnlijk gebruik van de houtwal ten noorden van het plangebied. Deze houtwal blijft in stand zodat er voor langstrekkende dassen geen extra verstoring is te verwachten. Het is wel goed dit punt in het plan te borgen, zodat de groenstrook ook gehandhaafd en toegankelijk blijft voor eventuele dassen en andere soorten. Het plangebied zelf is grotendeels ongeschikt als verblijfplaats voor dassen. Er is in en op het terrein gezocht naar aanwijzingen voor verblijfplaatsen, zoals poepsporen, vraatsporen en nestmateriaal. Huismus Er is bij de aanvullende bezoeken een drietal nesten van de huismus geconstateerd. Het is aan te bevelen hiertoe een aanvraag Wnb soorten in te dienen bij de provincie.
Minimaal 3 en bij voorkeur 6 maanden voor de sloop moeten 6 nestkasten worden opgehangen op geschikte plaatsen in de omgeving, als mitigatie. Deze aanvraag is reeds ingediend en als Bijlage 10 aan deze toelichting toegevoegd. Vleermuizen Op basis van de aanvullende bezoeken zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen in de dubbele woning aangetroffen. Wel is een aantal soorten aanwezig in de (wijdere) omgeving. Dat geeft mogelijkheden voor realisatie van nieuwe verblijfplaatsen in de te realiseren woningen in het plan (daklijsten, overstekken, boeidelen, vleermuiskasten e.d.). Om ook zomerverblijfplaatsen en paarplaatsen juridisch uit te sluiten of aan te tonen is volgens het vleermuisprotocol een aantal bezoeken nodig in de periode juli-oktober. Ecologisch werkprotocol Bij de aanvraag Wnb soorten voor de huismus is een ecologisch werkprotocol nodig. Hierin staan de maatregelen die nodig zijn om de functies van het gebied voor de huismus te behouden. Ook staat er in wanneer de werkzaamheden worden uitgevoerd en waarbij ecologische begeleiding nodig is. Deze maatregelen moeten leiden tot behoud van de ecologische functionaliteit van het gebied voor de huismus. De maatregelen moeten aanwezig zijn én functioneren voordat de werkzaamheden starten Advies 1.
Een aanvraag Wet natuurbescherming soorten indienen bij de provincie, vanwege de aanwezigheid van drie huismusnesten op de Husselsesteeg 22/22a te Putten. Deze aanvraag is reeds ingediend en als Bijlage 10 aan deze toelichting toegevoegd. 2. Op basis van de waarnemingen lijkt het gebouw niet in trek als verblijfplaats voor vleermuizen. Voor juridisch voldoende zekerheid is aan te bevelen in de periode juli-oktober nog een aantal bezoeken te brengen. 3. Als bijlage bij de aanvraag Wnb soorten voor de huismus een ecologisch werkprotocol (laten) opstellen. Op basis van de onderzoeksresultaten en met inachtneming van de aanbevelingen is voor voorlgiggend plan aangetoond dat het aspect ecologie geen belemmering vormt voor het 39/53 - v astgesteld - NL.IMRO.0273.BPBGHussteeg22-VA01 - 3 juli 2020
bestemmingsplan. 4.8
Geluid
4.8.1 Algemeen De basis voor de ruimtelijke afweging van geluid is de Wet geluidhinder (Wgh) en de Luchtvaartwet. Bij vaststelling van een bestemmingsplan moeten we rekening houden met deze regels en wetten als we : gronden bestemmen voor nieuwe geluidgevoelige objecten (bijv. woningen en onderwijsgebouwen) binnen zones langs (spoor-)wegen, zones rondom industrieterreinen en zones rondom luchtvaartterreinen; gronden bestemmen voor de aanleg van nieuwe, dan wel reconstructie van gezoneerde (spoor-) wegen; gronden bestemmen voor (nieuwe) industrieterreinen waar zich grote lawaaimakers kunnen vestigen; zonegrenzen van industrieterreinen en luchtvaartterreinen herzien. De geluidbelasting op de gevels van nieuwe geluidgevoelige bestemmingen mag in principe niet hoger zijn dan de voorkeursgrenswaarde. Als de geluidbelasting op de gevel wel hoger is dan de voorkeursgrenswaarde, kan onder bepaalde voorwaarden een verzoek worden gedaan tot vaststelling van hogere waarden. Hierbij mag de geluidsbelasting de uiterste grenswaarde echter niet overschrijden. De voorkeursgrenswaarde en uiterste grenswaarde voor nieuwe geluidgevoelige bestemmingen kunnen per geluidsbron verschillen.
Om voor vaststelling van een hogere grenswaarde in aanmerking te kunnen komen, moet aan de volgende wettelijke eis worden voldaan: het moet om een situatie gaan waarbij maatregelen om het verwachte geluidsniveau terug te brengen tot de voorkeursgrenswaarde onvoldoende doeltreffend zijn, dan wel op overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard stuiten. 4.8.2
Akoestisch onderzoek
Ten behoeve van het voorliggend bestemmingsplan is door Lievense | WSP een 'Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai' (zie Bijlage 11) uitgevoerd. Wegverkeerslawaai Langs alle wegen bevinden zich als gevolg van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidszones, behalve bij woonerven en 30 km-gebieden. Nieuwe geluidgevoelige bestemmingen, zoals woningen en scholen, binnen zones van wegen moeten worden getoetst aan de Wgh (artikel 74). De breedte van de zone langs wegen is afhankelijk van de ligging van een weg (in stedelijk gebied of buitenstedelijk) en van het aantal rijstroken. Bij nieuwe geluidgevoelige bestemmingen binnen zones langs wegen is akoestisch onderzoek nodig. Op basis van de uitkomsten kunnen zo nodig maatregelen worden overwogen. De voorkeursgrenswaarde voor nieuwe geluidgevoelige bestemmingen bedraagt veelal 48 dB(A). De uiterste grenswaarde bedraagt binnen de bebouwde kom 63 dB(A). Buiten de bebouwde kom bedraagt de uiterste grenswaarde 53 dB(A). Het plan is gelegen aan de Husselsesteeg 22 in Putten en binnen de wettelijke geluidzone van de Husselsesteeg en de Keizerswoert. Het doel van het onderzoek wegverkeerslawaai is het bepalen van de optredende geluidbelastingen vanwege deze wegen en het toetsen van de berekende waarden aan de grenswaarden uit de Wet geluidhinder.
40/53 - v astgesteld - NL.IMRO.0273.BPBGHussteeg22-VA01 - 3 juli 2020
Afbeelding Ligging rekenpunten Door de gemeente Putten zijn telgegevens aangeleverd voor de Handelsweg en de Husselsesteeg. Tevens zijn etmaalintensiteiten voor het maatgevende jaar 2030 aangeleverd. Het gedeelte van de Handelsweg dat het dichts bij het plangebied is gelegen betreft een doodlopende 30 km/uur straat. Vanuit een worst case benadering wordt ook voor dit wegvak uitgegaan van de etmaalintensiteit die is gegeven voor het overige gedeelte van de Handelsweg Voor de Keizerswoert zijn geen gegevens bekend. Conform Google Maps lijkt het om een onverharde weg te gaan die bedoeld is voor bestemmingsverkeer/fietsverkeer. Gezien dit gebruik en het beperkt aantal bestemmingen langs deze weg, wordt geconstateerd dat deze weg geen bijdrage aan de geluidbelasting levert. Het akoestisch onderzoek wordt daarom beperkt tot de zoneplichtige Husselsesteeg en de niet-zoneplichtige Handelsweg. Conclusie De voorgenomen herbestemming heeft geen significant effect op de omgeving. Bestemmingsverkeer ten behoeve van woningen is lager dan bestemmingsverkeer naar recreatiewoningen. Door de (lichte) afname in voertuigbewegingen zal de geluidsbelasting als gevolg van de Husselsesteeg en aansluitende wegen in beperkte mate lager zijn dan in de bestaande situatie.
Uit het onderzoek blijkt dat de geluidbelasting als gevolg van de Husselsesteeg ten hoogste 48 dB bedraagt inclusief aftrek conform art. 110g Wgh. Daarmee wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Tevens kan het akoestisch woon- en leefklimaat als goed bestempeld worden. De Wet geluidhinder vormt daarmee geen belemmering voor vaststelling van het plan.
41/53 - v astgesteld - NL.IMRO.0273.BPBGHussteeg22-VA01 - 3 juli 2020
4.9
Luchtkwaliteit
Het wettelijk kader met betrekking tot de luchtkwaliteit is sinds 2007 vastgelegd in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (Wm) en in de algemene maatregel van bestuur: 'Niet in betekenende mate bijdragen' (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM). In titel 5.2 van de Wm is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) geregeld. In dit programma staat onder andere beschreven wanneer en hoe overschrijding van luchtkwaliteitsnormen moet worden aangepakt. In het programma wordt rekening gehouden met nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Ontwikkelingen die binnen het programma passen hoeven niet te worden getoetst aan de luchtkwaliteitsnormen. Voor projecten die niet in betekende mate bijdragen aan luchtverontreiniging, hoeft geen onderzoek te worden gedaan naar de luchtkwaliteit. Met het plan worden in totaal 37 woningen mogelijk gemaakt. De voorgenomen ontwikkeling behoort tot de in de Regeling 'Niet in betekenende mate bijdragen' genoemde categorie 'Kantoorlocaties en woningbouwlocaties'. Conform voorschrift 3A.2 (Woningbouwlocaties) dragen woningbouwlocaties met één of twee ontsluitingswegen en respectievelijk 1.500 en 3.000 nieuwe woningen niet in betekenende mate bij. Pas bij 1.500 woningen met 1 ontsluitingsweg is sprake van een relevante bijdrage aan de luchtkwaliteit. Het plan draagt niet in betekenende mate bij aan luchtverontreiniging.
Er is tevens geen sprake van een (dreigende) normoverschrijding van luchtverontreinigende stoffen ter plekke van nabijgelegen wegen met hoge verkeersintensiteiten rondom het plangebied (conform Bron: https://www.nsl-monitoring.nl/viewer/# ) . Geconcludeerd wordt de luchtkwaliteit met de realisatie van het plan niet zal verslechteren en er geen belemmeringen zijn voor het aspect luchtkwaliteit. Conclusie Geconcludeerd wordt de luchtkwaliteit met de realisatie van het plan niet zal verslechteren en er geen belemmeringen zijn voor het aspect luchtkwaliteit. 4.10
Bedrijven en milieuzonering
In het kader van het voorliggende bestemmingsplan is het van belang inzichtelijk te maken of er sprake is van een goede milieuzonering: de overheid dient er op toe te zien dat er voldoende afstand in acht wordt genomen tussen functies die hinder of gevaar veroorzaken (bijvoorbeeld bedrijven), en de (gevoelige) functies die daar last van hebben (bijvoorbeeld woningen). Die afstand moet ook weer niet onnodig groot zijn, omwille van een efficiënt ruimtegebruik. Om dit inzichtelijk te maken wordt uitgegaan van de publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering 2009' van de Vereniging Nederlands Gemeenten (VNG). Hierbij gaat het om de in deze publicatie opgenomen categorisering van bedrijfstypen en de daarbij behorende richtafstanden ten opzichte van woonbebouwing (uitgaande van een rustige woonwijk). De VNG-publicatie is een algemeen geaccepteerd instrument om na te gaan of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening in situaties waar woningen dicht bij bedrijven worden voorzien. De publicatie geeft richtafstanden per bedrijfscategorie. De afstanden worden gegeven voor de milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar en worden gemeten vanaf de perceelsgrens van de inrichting tot aan de gevels van woningen. Deze richtafstanden zijn gebaseerd op het omgevingstype 'rustige woonwijk' of 'rustig buitengebied'.
Als sprake is van het omgevingstype 'gemengd gebied' mogen de richtafstanden verlaagd worden. Als de afstanden worden gerespecteerd is er sprake van een milieu-hygiënisch te verantwoorden situatie en een goede ruimtelijke ordening. Als een van de afstanden niet wordt gerespecteerd, is nader onderzoek noodzakelijk om na te gaan of de situatie alsnog milieuhygiënisch inpasbaar is. 42/53 - v astgesteld - NL.IMRO.0273.BPBGHussteeg22-VA01 - 3 juli 2020
Aanwezige bedrijven Ten noordwesten van het plangebied is bedrijventerrein Keizerswoert gelegen. Het bedrijventerrein is inwaarts gezoneerd, rekening houdend met woningen ten zuiden van het terrein en aan de Beekweg in noordoostelijke richting. Dit resulteert in het toestaan van milieucategorieën tot en met 4.2 zoals in de onderstaande afbeelding weergegeven voor het meest nabijgelegen blok met bedrijfsbestemming. Volgens opgave van de Omgevingsdienst Noord-Veluwe is aan de Nijverheidsweg nog een inrichting in categorie 5.2 aanwezig.
Afbeelding - Milieucategorieën en richtafstanden In de bovenstaande afbeelding zijn ook de richtafstanden rond de genoemde categorieën geprojecteerd. Hieruit volgt dat het plangebied deels is gelegen binnen de richtafstand voor inrichtingen in milieucategorie 4.2 en de inrichting in categorie 5.2. Milieucategorie 4.2 Het plangebied wel gelegen binnen de richtafstand voor inrichtingen in milieucategorie 4.2.
43/53 - v astgesteld - NL.IMRO.0273.BPBGHussteeg22-VA01 - 3 juli 2020
Afbeelding - inrichtingen in milieucategorie 4.2 Uit de toelichting bij bestemmingsplan "Handelsweg 2 en Husselsesteeg 26" uit 2017, gelegen tussen de betreffende inrichtingen en Husselsesteeg 24, valt af te leiden dat nieuwe woningen binnen dat plan alleen kunnen worden gerealiseerd als zij buiten de geur- en geluidscontouren worden geprojecteerd. Woningen binnen het plangebied liggen op grotere afstand dan Husselsesteeg 26 en daarmee buiten de geurcontouren. Nader onderzoek op dit punt is niet noodzakelijk. Voor alle ontwikkelingen na vaststelling van het voornoemd bestemmingsplan zijn de gevoelige bestemmingen in dat plan maatgevend. Aangezien de Husselsesteeg 22 op grotere afstand is gelegen, wordt gesteld dat het woon- en leefklimaat ter plaatse van die woningen aanvaardbaar is, en dat de realisatie van de woningen geen belemmering vormt voor de activiteiten van bestaande inrichtingen. Na het verschijnen van de laatste versie van de VNG-publicatie in 2009 is wet- en regelgeving op het gebied van luchtkwaliteit en stofhinder verder aangepast. In het Activiteitenbesluit zijn de voorschriften uit de Nederlandse emissierichtlijn (NER) overgenomen, met daarin eisen voor de beperking van stofemissie voor bedrijven. Nader onderzoek naar stofhinder is daarmee niet noodzakelijk. Wat betreft gevaar is enkel de groothandel in brandstoffen aan de Handelsweg 32 mogelijk relevant.
In de bestemmingsplankaart is hiervoor een veiligheidscontour opgenomen. Het plangebied ligt ruim buiten deze contour. Daarom wordt nader onderzoek naar gevaar niet noodzakelijk geacht. Categorie 5.2 De inrichting van de Coöperatieve Pelsdierenfokkerscentrale Flevo is gevestigd aan de Nijverheids-weg 13 op meer dan 300 meter ten westen van het plangebied. De percelen waarop de inrichting is gevestigd, zijn bestemd voor inrichtingen in categorie 3.2 en categorie 4.1. In de quickscan Bedrijven en milieuzonering behorend bij het bestemmingsplan Keizerswoert1 is deze inrichting als categorie 4.1 ingeschaald. Volgens KvK-gegevens uit diezelfde quickscan is de SBI-code van de hoofdactiviteit 1091. De VNG-publicatie kent hier afhankelijk van de activiteit categorie 4.1, 4.2 of 5.2 aan, zoals weergegeven in de onderstaande tabel. 44/53 - v astgesteld - NL.IMRO.0273.BPBGHussteeg22-VA01 - 3 juli 2020
Omschrijving geur stof geluid gevaar destructiebedrijven 700 30 200 50 beender-, veren-, vis- en vleesmeelfabriek 700 100 100 30 drogerijen (gras, pulp, groenvoer, veevoer), 700 200 300 (Z)2 50 watercapaciteit = 10 ton/u Afbeelding - Tabel Veevoederfabrieken milieucategorie 5.2 en specifieke richtafstanden [m] Uit deze tabel volgt dat alleen de richtafstand voor geur groter is dan de fysiek aanwezige afstand van 300 meter. Ook voor deze inrichting wordt verwezen naar het bestemmingsplan "Handelsweg 2 en Husselsesteeg 26" en 'Afbeelding - Milieucategorieën en richtafstanden' uit de toelichting bij het bestemmingsplan, met daarop de geurcon-touren voor Keizerswoert. De daadwerkelijke contour is beduidend kleiner dan de richtafstand van 700 meter. Nader onderzoek naar geurhinder is daarom niet noodzakelijk, het woon- en leefklimaat ter plaatse van de woningen is aanvaardbaar te noemen. Bovendien wordt de inrichting niet in haar mogelijkheden belemmerd, omdat op kortere afstand reeds woningen zijn gelegen die maatgevend zijn. Conclusie Het woon- en leefklimaat ter plaatse van de nieuw te realiseren woningen binnen het plangebied is aanvaardbaar te noemen. Bedrijven op bedrijventerrein Keizerswoert vormen op basis van beschikbare informatie geen belemmering voor de vaststelling van het voorliggend bestemmingsplan en de realisatie van het voornemen. 4.11
Parkeren
Het uitgangspunt is dat het parkeren op eigen terrein moet worden opgelost. In de gemeentelijke parkeernota word de parkeerbehoefte gerelateerd aan de grootte van de woning. Deze parkeernormen zijn gebaseerd op de parkeerkencijfers van het CROW (zie ook paragraaf 3.3.5). In de Parkeernota zijn voor de bebouwde kom (overig Putten) de volgende parkeernormen opgenomen:
Parkeerbehoefte Voor het bepalen van de parkeerbehoefte van het plangebied zijn de gemeentelijke parkeernormen gehanteerd. functies
parkeer
xs-woningen( < 50m2 ) rijwoningen tussen ( 50-70 m2 ) rijwoningen hoek ( 80-120 m2 ) twee(onder 1)kap ( >120 m2)
norm 1,6 1,6 1,9 2,1
45/53 - v astgesteld - NL.IMRO.0273.BPBGHussteeg22-VA01 - 3 juli 2020
aantal parkeerwoningen behoefte 10 16,0 11 17,6 6 11,4 6 11,4
vrijstaande woningen ( >120 m2 ) TOTAAL
2,1
4 37
8,4 64,8
Op basis van de gemeentelijke parkeerkencijfers wordt voor de voorliggende locatie Husselsesteeg 22 een parkeerbehoefte geraamd van 65 parkeerplaatsen. Verkeerskundige analyse Voor het plan heeft Goudappel Coffeng B.V. een verkeerskundige analyse uitgevoerd om inzicht te krijgen in de verkeerskundige effecten als gevolg van de transformatie. Dit inzicht en de daarbij behorende conclusie is beschreven in de 'Verkeerskundige analyse woningbouwontwikkeling Husselsesteeg Putten' die als Bijlage 13 aan deze toelichting is toegevoegd. Uit de analyse kunne de volgende conclusies worden getrokken: De toekomstige verkeersintensiteit, inclusief verkeersgeneratie van de geplande woningbouw, kan verkeersveilig worden afgewikkeld op de Husselsesteeg. Ten opzichte van de huidige functie neemt de verkeersintensiteit, na realisatie van de woningen, beperkt toe met circa 40 mvt/etmaal. Het huidige profiel is geschikt voor de afwikkeling van de toekomstige verkeersintensiteit. Door de wegbreedte ligt de snelheid laag. Passeren van tegemoetkomend verkeer is goed mogelijk via de bermverharding. Van bermschade is in de huidige situatie geen sprake. De geringe toename van het verkeer heeft geen (negatief) effect op de verkeersveiligheid van voetgangers (die gebruik maken van de rijbaan of naastgelegen berm) en het (doorgaande) fietsverkeer.
Parkeeraanbod in het plangebied: Het plan sluit aan bij de parkeernormen van de gemeente Putten. De dure woningen krijgen twee parkeerplaatsen op eigen erf. De overige parkeerplaatsen worden geconcentreerd in groene koffers. Daardoor houdt het terrein zijn groene aanzien. Parkeerplaatsen conform het stedenbouwkundig plan: Parkeerplaatsen: garage/dubbele oprit op maaiveld totaal
aantal 10 49
norm 1,8 -
In totaal zijn er 67 parkeerplaatsen gepland binnen het plangebied.
46/53 - v astgesteld - NL.IMRO.0273.BPBGHussteeg22-VA01 - 3 juli 2020
totaal 18 49 67
Afbeelding - te realiseren parkeerplaatsen Conclusie Op grond van de normen uit de Parkeernota, wordt geconcludeerd dat er voor de 37 woningen voldoende parkeerplaatsen beschikbaar zullen zijn. Het plan zal niet leiden tot een parkeerdruk op de omgeving en vormt daarom geen belemmering voor de vaststelling van het plan. 4.12
Waterparagraaf
4.12.1 Algemeen Sinds 1 november 2003 is voor alle ruimtelijke plannen de watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is waterbelangen evenwichtig mee te nemen in het planvormingsproces van Rijk, Provincies en gemeenten. Hiermee wordt een veilig, gezond en duurzaam watersysteem nagestreefd. De toets omvat het gehele proces van vroegtijdig informeren, adviseren, afwegen en uiteindelijk beoordelen van de in ruimtelijke plannen voorkomende waterhuishoudkundige aspecten. 4.12.2 De Watertoets Het klimaat veranderd en we krijgen steeds meer te maken met stortbuien en piekmomenten in onze neerslag. De inrichting van de openbare ruimte kan bijdragen aan een oplossing voor dit probleem. De inrichting van de openbare ruimte kan bijdragen aan een oplossing voor dit probleem. Ten behoeve van het bestemmingsplan is, door het Waterschap Vallei-Veluwe, de watertoets uitgevoerd. 31 maart 2020 heeft het Waterschap het plan, zoals verwacht, ruimschoots voldoet aan de norm van het waterschap en per saldo sprake is van een positief effect op de waterhuishouding. Er zal voor de ontwikkeling geen nadere afstemming of een watervergunning nodig zijn. Verder zijn de volgende aandachtspunten relevant: Hemelwater wordt op basis van de trits 'vasthouden-bergen-afvoeren' zoveel mogelijk ter plaatse vastgehouden.
Wanneer lozen in de bodem redelijkerwijs niet mogelijk is kan geloosd worden op oppervlaktewater. Lozen op de riolering is in principe niet toegestaan; Afvalwater niet zijnde 'schoon' hemelwater aansluiten op het riool; 47/53 - v astgesteld - NL.IMRO.0273.BPBGHussteeg22-VA01 - 3 juli 2020
Houdt bij het ontwerp rekening met de gemiddelde hoogste grondwaterstand; De ontwikkeling dient in de gebruiksfase grondwaterneutraal te zijn. Structurele drainage of andere middelen om grondwater af te voeren zijn in principe niet toegestaan. Geen uitlogende materialen gebruiken op plaatsen die in contact kunnen komen met (grond)water; Plangebied Verhardingen De paden en wegen zijn terughoudend vormgegeven en zo smal mogelijk gehouden. Daardoor komt het groene karakter het beste tot zijn recht. Voor de verhardingen gelden de volgende uitgangspunten: De wegen bestaan uit een smalle rijbaan, geflankeerd door groene bermen; Wegen wateren af op de berm en op de wadi; Parkeervakken worden uitgevoerd in halfverharding of graskeien zodat waterinfiltratie mogelijk is; De parkeervakken worden met hagen of groen omzoomd; Looppaden worden waar mogelijk uitgevoerd als leempaden; Bomen en parkeervakken wisselen elkaar af waardoor een groen beeld gerealiseerd wordt, Waterinfiltratie De ondergrond leent zich goed voor waterinfiltratie. In het woongebied worden wadi’s gerealiseerd waar het hemelwater op wordt afgekoppeld. De paden en wegen wateren af op de berm. De parkeerplaatsen hebben een infiltrerende verharding.
Afbeelding - lokatie Wadi
48/53 - v astgesteld - NL.IMRO.0273.BPBGHussteeg22-VA01 - 3 juli 2020
Afbeelding - Impressie Wadi Conclusie Het plan voldoet ruimschoots aan de gestelde norm van de watertoets. Het aspect Water vormt daarom geen belemmering voor de vaststelling van het voorliggend bestemmingsplan.
49/53 - v astgesteld - NL.IMRO.0273.BPBGHussteeg22-VA01 - 3 juli 2020
4.13
Kabels en leidingen
Binnen of in de nabijheid van het plangebied (aangegeven met blauwe pijl) zijn geen kabels en leiding aanwezig.
Afbeelding - Risicokaart Conclusie Het aspect 'kabels en leiding' vormt geen belemmering voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.
50/53 - v astgesteld - NL.IMRO.0273.BPBGHussteeg22-VA01 - 3 juli 2020
Hoofdstuk 5 Juridische aspecten 5.1
Algemene juridische opzet
In dit hoofdstuk worden, voor zover dit nodig en wenselijk wordt geacht, de van het bestemmingsplan deel uitmakende regels van een nadere toelichting voorzien. De regels behorende bij dit bestemmingsplan geven inhoud aan de aangegeven bestemming. Ze geven aan waarvoor de gronden en opstallen gebruikt mogen worden en wat en hoe er gebouwd mag worden. Bij de opzet van het bestemmingsplan is getracht de regeling zo duidelijk en eenvoudig mogelijk te houden. Voor zover relevant zijn de planregels uit het geldende bestemmingsplan 'Kom West, herziening locatie Matchpoint' in het voorliggende bestemmingsplan een op een overgenomen. De regels uit dit bestemmingsplan voldoen aan de standaardeisen van de gemeente. In het voorliggende bestemmingsplan wordt de goot- en bouwhoogte in meters op de planverbeelding aangegeven, en worden met een aanduiding 'bijgebouwen' specifieke voorwaarden voor bijgebouwen geregeld. 5.2
Bestemmingsregels
In dit bestemmingsplan is enkel sprake van drie standaard bestemmingen: bestemming Groen bestemming Verkeer - Verblijfsgebied bestemming Wonen Ter plaatse van de bestemming 'Wonen' zijn de gronden bestemd voor wonen, bijgebouwen en tuinen en erven. Binnen het plan zullen diverse woningbouwtypes worden gerealiseerd. In zowel de planregels als de verbeelding zijn voor ieder woningbouwtype een bouwaanduiding opgenomen. Op de planverbeelding zijn tevens het maximum aantal toegestane woningen opgenomen. De maximale goot- en gebouwhoogte, oppervlakte, inhoud en afstand tot de zijdelingse perceelsgrenzen zijn in de regels opgenomen. Tevens zijn in de regels voorschriften opgenomen voor bijgebouwen, overkappingen, aan- en uitbouwen. Beroepen- of bedrijven aan huis zijn binnen deze bestemming niet toegestaan. Het openbare gebied is bestemd als 'Groen' en 'Verkeer - Verblijfsgebied'. Deze bestemmingen spreken voor zich. Binnen de bestemming 'Groen' zijn voor het parkeren op maaiveld en een collectieve moestuin zijn binnen de bestemming 'Groen' functieaanduidingen opgenomen. Tevens is een aanduiding – overige zone 'Houtwal' opgenomen om de instandhouding van de houtwal, die tevens dient als migratieroute en fourageergebied van de das, te borgen. 5.3
Stedenbouwkundig plan en Beeldkwaliteitplan
De stedenbouwkundige en beeldkwaliteitsbepalingen voor de te realiseren woningen op percelen Husselsesteeg 22, zoals opgenomen in het Stedenbouwkundig plan en Beeldkwaliteitplan (Bijlage 1) worden als aanvullend welstandsbeleid vastgesteld bij de vaststelling van dit bestemmingsplan. Dat gebeurt op basis van artikel 12 van de Woningwet.
51/53 - v astgesteld - NL.IMRO.0273.BPBGHussteeg22-VA01 - 3 juli 2020
Hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid In beginsel is de gemeenteraad verplicht een exploitatieplan vast te stellen voor gronden waarop een bouwplan is voorgenomen. In een exploitatieplan wordt opgenomen welke kosten met de uitvoering van het bouwplan gemoeid zijn en wie welke kosten voor zijn of haar rekening gaat nemen. Dit is opgenomen in artikel 6.12 lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening. Deze verplichting geldt niet als het 'verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan of besluit begrepen gronden anderszins verzekerd zijn', aldus lid 2 van dit artikel. In het voorliggend plan zijn de kosten anderszins verzekerd. De initiatiefnemer draagt de kosten van het project. Met de initiatiefnemer is een anterieure overeenkomst gesloten, waarin het kostenverhaal (inclusief planschade en leges) is geregeld. Hierdoor is het kostenverhaal voor de gemeente volledig verzekerd. Op basis van voorgaande kan geconcludeerd worden dat voldaan wordt aan artikel 3.1.6. van het Besluit ruimtelijke ordening en de economische uitvoerbaarheid van het plan verzekerd is.
52/53 - v astgesteld - NL.IMRO.0273.BPBGHussteeg22-VA01 - 3 juli 2020
Hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.1
Vooroverleg ex artikel 3.1.1. Bro
Het plan is reeds geruime tijd bij zowel de gemeente Putten als andere instanties bekend. Tevens is het plan in de publiciteit gebracht waardoor zeker de omwonende maar ook andere bewoners van Putten en omstreken kennis hebben kunnen nemen van het plan. Daarom is geen vooroverleg ex artikel 3.1.1. Bro gevoerd met de vooroverlegpartners. 7.2
Zienswijzen
Overeenkomstig afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht heeft het ontwerp-bestemmingsplan 'Husselsesteeg 22, Putten' van 17 december 2020 tot 29 januari 2021 ter inzage gelegen. Tijdens deze periode zijn negen zienswijze ontvangen. Naar aanleiding van de zienswijze is het bestemmingsplan op enkele punten aangepast zoals beschreven in de 'Nota zienswijzen Bestemmingsplan Husselsesteeg 22, Putten (zie Bijlage 14). 7.3
Vaststelling
Het bestemmingsplan Husselsesteeg 22, Putten is op XX-XX- 2020/21 door de gemeenteraad van Putten gewijzigd vastgesteld. Voor de inhoud van het besluit wordt verwezen naar de tekst van het Vaststellingsbesluit.
53/53 - v astgesteld - NL.IMRO.0273.BPBGHussteeg22-VA01 - 3 juli 2020