CConstaterende datPutten
Koppel je AI →
Document · PDF

210630 BP Husselsesteeg 22, Putten_Toelichting

Commissie Ruimte 16 september 2021, gemeente PuttenBij agendapunt: Bestemmingsplan Husselsesteeg 2216.693 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

bestemmingsplan Husselsesteeg 22, Putten Gemeente: Putten

Opdrachtgever: Hussel Project B.V

Organisatie

Telefoon

Documentnummer

Lievense Milieu BV

+31 (0)88 910 20 00

SLM011632

Adres

Datum

Versie

Geatano Martinolaan 50

3 juli 2020

NL.IMRO.0273.BPBGHussteeg22-VA01

6229 GS Maastricht

Colofon Rapporthistorie Voorontwerp n.v.t. Ontwerp 20 november 2020 Vastgesteld .. ..... 2020 Onherroepelijk .. ..... 2020 Contactgegevens R. Bouman +31 6 22835288 raymond.bouman@wsp.com

Autorisatie Documentnummer

Versie

Status

SLM011632

NL.IMRO.0273.BPBGHussteeg22-VA01

vastgesteld

Opgesteld door

Functie

Datum

Paraaf

R. Bouman

Adviseur Stedelijke Ontwikkeling

20 november 2020

Geverifieerd door

Functie

Datum

Paraaf

Akkoord projectleider

Functie

Datum

Paraaf

R. Bouman

Adviseur Stedelijke Ontwikkeling

20 november 2020

3/53 - v astgesteld - NL.IMRO.0273.BPBGHussteeg22-VA01 - 3 juli 2020

Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 4

Hoofdstuk 5

2 Inleiding

6

1.1

Aanleiding en doelstelling

6

1.2

Ligging plangebied en begrenzing plangebied

6

1.3

Het geldende bestemmingsplan

8

1.4

Opzet bestemmingsplan

8

Beschrijving bestaande en toekomstige situatie

10

2.1

Huidige situatie

10

2.2

Nieuwe situatie

11

2.3

Stedenbouwkundig plan en Beeldkwaliteit plan

12

Beleidskader

15

3.1

Rijksbeleid

15

3.2

Provinciaal/regionaal beleid

16

3.3

Gemeentelijk beleid

18

Planologische en milieutechnische randvoorwaarden

23

4.1

Ladder voor duurzame verstedelijking

23

4.2

M.e.r.-beoordeling

24

4.3

Archeologie

25

4.4

Cultuurhistorie

30

4.5

Bodem

30

4.6

Externe veiligheid

31

4.7

Flora en fauna

35

4.8

Geluid

40

4.9

Luchtkwaliteit

42

4.10

Bedrijven en milieuzonering

42

4.11

Parkeren

45

4.12

Waterparagraaf

47

4.13

Kabels en leidingen

50

Juridische aspecten

51

5.1

Algemene juridische opzet

51

5.2

Bestemmingsregels

51

5.3

Stedenbouwkundig plan en Beeldkwaliteitplan

51

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

52

Hoofdstuk 7

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

53

7.1

Vooroverleg ex artikel 3.1.1. Bro

53

7.2

Zienswijzen

53

7.3

Vaststelling

53

4/53 - v astgesteld - NL.IMRO.0273.BPBGHussteeg22-VA01 - 3 juli 2020

5/53 - v astgesteld - NL.IMRO.0273.BPBGHussteeg22-VA01 - 3 juli 2020

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1

Aanleiding en doelstelling

De eigenaren van de locatie van camping Hilary op Husselsesteeg 22 te Putten zijn voornemens de locatie te transformeren tot een woningbouwlocatie. Voor de plantonwikkeling wordt van een gedifferentieerd programma uitgegaan. Het nieuwbouwprogramma bestaat uit 35 woningen in uiteenlopende prijscategorieën en twee vervangende woningen. In het vigerend bestemmingplan 'Veegplan Westelijk Buitengebied', dat door de gemeenteraad van Putten is vastgesteld op 4 oktober 2018, hebben de gronden de bestemming 'Recreatie Verblijfsrecreatie'. Deze bestemming laat de realisatie van een woningbouwlocatie niet toe. De gemeente Putten heeft te kennen gegeven positief te staan tegenover de voorgenomen herontwikkeling. Het voorliggend bestemmingsplan is daarom opgesteld om de transformatie van camping tot woningbouwlocatie op het perceel Husselsesteeg 22, gelegen binnen de gemeente Putten, planologisch mogelijk te maken. 1.2

Ligging plangebied en begrenzing plangebied

Afbeelding - ligging van het plangebied Het plangebied is gelegen aan de Husselsesteeg in de gemeente Putten. De locatie is gelegen in het halfopen agrarisch landschap aan de westrand van de Veluwe. Aan deze oude route heeft zich een open lintstructuur ontwikkeld, op de grens tussen een kleine es en drogere zandgrond. Kenmerkend is de kleinschalige kamerstructuur die bestaat uit een gevarieerd lappendeken waarin de percelen afgebakend zijn door lanen, houtwallen en bosschages. De locatie is gelegen aan de noordzijde van de Husselsesteeg en bestrijkt twee groene kamers. In de oostelijke groene kamer ontwikkelde zich het recreatiepark (Camping) Hilary aan de Husselsesteeg 22. De groene kamer heeft een wat opener structuur. In navolgende afbeelding is de begrenzing van het plangebied aan de Husselsesteeg 22 te Putten globaal weergegeven.

6/53 - v astgesteld - NL.IMRO.0273.BPBGHussteeg22-VA01 - 3 juli 2020

Afbeelding - globale begrenzing plangebied (rood)

7/53 - v astgesteld - NL.IMRO.0273.BPBGHussteeg22-VA01 - 3 juli 2020

1.3

Het geldende bestemmingsplan

Op 4 oktober 2018 heeft de gemeenteraad het bestemmingsplan 'Veegplan Westelijk Buitengebied' vastgesteld.

Afbeelding - Uitsnede geldend bestemmingsplan (met plangebied in rood) Ter plaatse hebben de gronden de bestemming 'Recreatie - Verblijfsrecreatie'. Deze bestemming laat de realisatie van een woningbouwlocatie met verschillende woningtypes en de daarbij behorende voorzieningen niet toe. 1.4

Opzet bestemmingsplan

Het bestemmingsplan bestaat uit drie delen: 1. de toelichting: hierin worden de overwegingen beschreven die hebben geleid tot het geven van een bepaalde bestemming aan een stuk grond evenals een uitleg van de gebruikte bestemmingen; 2. de planregels: hierin wordt per bestemming een omschrijving gegeven van het toegestane gebruik en de toegestane bebouwing van de in dit plan begrepen gronden, en; 3. een verbeelding: met daarop aangegeven de bestemmingen van alle gronden. De toelichting is als volgt opgebouwd: hoofdstuk 2 Beschrijving bestaande en toekomstige situatie staat stil bij de huidige en toekomstige situatie van het plangebied. In hoofdstuk 3 Beleidskader is een beknopt overzicht opgenomen van de belangrijkste 8/53 - v astgesteld - NL.IMRO.0273.BPBGHussteeg22-VA01 - 3 juli 2020

beleidsvisies van andere overheden die relevant zijn voor het plangebied; de gevolgen of effecten op de planologische- en milieutechnische aspecten worden in hoofdstuk 4 Planologische en milieutechnische randvoorwaarden beschreven; in hoofdstuk 5 Juridische aspecten worden de gehanteerde bestemmingen met bijbehorende regeling beschreven; hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid, heeft betrekking op de economische uitvoerbaarheid van het plan; hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid behandelt ten slotte de maatschappelijke uitvoerbaarheid.

9/53 - v astgesteld - NL.IMRO.0273.BPBGHussteeg22-VA01 - 3 juli 2020

Hoofdstuk 2 Beschrijving bestaande en toekomstige situatie 2.1

Huidige situatie

Het plangebied is gelegen aan de Husselsesteeg 22 in de gemeente Putten. Camping Hilary bestaat al sinds 1968 en is landelijk gelegen, omgeven door bosrijke omgeving. Deze recreatieve voorziening past in de grotere trend van recreatieve ontwikkelingen uit de tweede helft van de vorige eeuw. Zoals op zoveel plaatsen heeft ook deze een opkomst en teloorgang meegemaakt. Het park is in de afgelopen jaren zodanig in verval geraakt waardoor er geen toekomstperspectief meer is voor de camping. Het merendeel van de chalets is inmiddels verwijderd. Bijzonder aan deze locatie is combinatie van een landelijke kwaliteit enerzijds en de centrale ligging anderzijds. De locatie ligt op loopafstand van de dorpskern en zowel het station als de snelweg zijn goed bereikbaar. De locatie maakt onderdeel uit van een waardevol groengebied met een hoge natuurwaarde. Voor de nieuwe woningbouwlocatie is dan ook van belang dat het groene, landschappelijke karakter behouden blijft.

Afbeelding - bestaande situatie (bron PDOK)

10/53 - v astgesteld - NL.IMRO.0273.BPBGHussteeg22-VA01 - 3 juli 2020

2.2

Nieuwe situatie

Woningen Op de locatie Husselsesteeg 22 zullen 35 nieuwe woningen worden gerealiseerd. De bestaande dubbele woning aan de Husselsesteeg wordt vervangen door een twee-onder-een-kap-woning. Het totaal aantal nieuwe woningen komt hiermee op 37. Het aanbod is zeer breed en bestaat voor een groot deel uit sociale koop. Er worden 21 sociale koopwoningen gerealiseerd. Dit is 60% is van de nieuwbouwwoningen. Dit aanbod wordt deels gerealiseerd in de vorm van XS-woningen en deels in de vorm van de rijtussenwoningen. In het plan worden ook 6 koopwoningen in het midden segment gerealiseerd in de vorm van levensloopbestendige hoekwoningen (17% van de nieuwbouw). Tevens wordt er ruimte geboden aan 10 dure woningen (23% van de nieuwbouw), bestaande uit vrijstaandewoningen en twee-onder-een-kap woningen. De woningverdeling is verduidelijkt in de onderstaande afbeelding.

Afbeelding locaties verschillende woningbouwtypes

11/53 - v astgesteld - NL.IMRO.0273.BPBGHussteeg22-VA01 - 3 juli 2020

Ontsluiting De twee vervangende woningen houden hun directe aansluiting op de Husselsesteeg. De nieuwbouwwoningen worden via een insteek en ontsluitingslus ontsloten. Deze is aangesloten op de Husselsesteeg, op exacte dezelfde plek als waar zich de entree van Hilary bevindt. Parkeren Het plan sluit aan bij de parkeernormen van de gemeente Putten. De dure woningen krijgen twee parkeerplaatsen op eigen erf. De overige parkeerplaatsen worden geconcentreerd in groene koffers. Daardoor houdt het terrein zijn groene aanzien. Groen Het wordt een groen woongebied dat rijk is aan bomen. De ruime landschappelijke opzet biedt veel gelegenheid om te zitten, te wandelen en te spelen. Een groot deel van het bestaande bos aan de westzijde wordt gehandhaafd. Aan de noordzijde wordt de bestaande houtwal zoveel mogelijk behouden en zoals aangegeven in het Stedenbouwkundig plan nieuwe aanplant gerealiseerd op de overgang naar de Handelsweg. Het openbaar gebied krijgt een ruim parkachtig karakter met veel groene bermen, heestervakken en een strooigoed van bomen. In het groen bevindt zich een wadi en een speelplaats. Daarbij ligt het accent op natuurlijk spelen. De bovenstaande hoofdaspecten maar ook andere elementen zijn in het 'Stedenbouwkundig plan en Beedkwaliteitplan Husselsesteeg 22 en 24 te Putten' zoals opgenomen in paragraaf 2.3 beschreven. 2.3

Stedenbouwkundig plan en Beeldkwaliteit plan

De gemeente Putten heeft te kennen gegeven positief te staan tegenover de voorgenomen herontwikkeling. Zij heeft gevraagd om een integraal en samenhangend stedenbouwkundig plan en een beeldkwaliteitsplan voor de locaties Husselsesteeg 22 en 24. Deze documenten kunnen als basis dienen voor een nieuw bestemmingsplan en de te maken afspraken, bijvoorbeeld over de uitbreiding van het openbaar gebied. De eigenaren hebben Vollmer & Partners gevraagd om de planontwikkeling te verzorgen. Het 'Stedenbouwkundig plan en Beedkwaliteit plan Husselsesteeg 22 en 24 te Putten' is als Bijlage 1 bij deze Toelichting gevoegd. Voor dit plan is enkel de informatie van Husselsesteeg 22 relevant. Stedenbouwkundig plan Het stedenbouwkundig plan onderscheidt zich door een sterk landschappelijk karakter. De groene kamerstructuur wordt versterkt door de handhaving en realisatie van groene randen en een ruime open brink. Het plan biedt een samenhangende structuur voor beide locaties in de vorm van een fraai en overzichtelijk landschappelijk casco waarbinnen een breed palet aan woonvormen een plek kan krijgen.

Het stedenbouwkundig plan bestaat uit de volgende bouwstenen Een ruime groene brink in het hart van het plangebied, de collectieve groenvoorziening van de woonbuurt; Behoud van de bosstrook aan de noordzijde van de locatie, grenzend aan de Handelsweg; Een heldere ontsluitingsstructuur met een insteek en ontsluitingslus; Parkeren uit het zicht, op eigen erf en in collectieve parkeerkoffers; Dooradering van het gebied met wandelpaden in combinatie met shared space (geen standaard woonstraten); Versterking van de recreatieve padenstructuur met de realisatie van een wandelpad van de Husselsesteeg naar de Handelsweg; Een breed palet aan koopwoningen in het goedkope, middeldure en dure segment; Een landelijke bouwstijl met een geringe nok- en bouwhoogte; Veel zorg voor duurzaamheid, landschap, klimaatadaptie en natuurinclusief 12/53 - v astgesteld - NL.IMRO.0273.BPBGHussteeg22-VA01 - 3 juli 2020

ontwikkelen.

Afbeelding - Stedenbouwkundig plankaart met het plangebied rood omlijnd

Afbeelding - Impressie van de groene brink, gekeken in noordelijke richting Beeldkwaliteit plan De woningbouw krijgt een landelijk karakter. De architectuur is geïnspireerd op de agrarische schuren in de omgeving. Deze heeft de volgende kenmerken: Sprekende kappen waarbij de dakvorm benadrukt wordt door een eenduidige vorm, heldere contourlijn van overstekken; Dakkapellen worden zo toegepast dat het dakvlak aan weerszijden voldoende maat 13/53 - v astgesteld - NL.IMRO.0273.BPBGHussteeg22-VA01 - 3 juli 2020

blijft houden; minimaal1,50 m; Aan de straatzijde is de kap beeldbepalend, dakkappelen bevinden zich met name aan de noordzijde van de woning; Kopwoningen van de rijen oriënteren zich op de kopzijde naar het groen; De kopwoningen van de rijen kunnen worden voorzien van veranda’s, afgeschermd met hagen; De buitenruimtes van de XS-woningen zijn mee ontworpen in de vorm van een veranda en een direct aan de woning grenzend terras; Garages en bijgebouwen worden mee ontworpen met de woning, deze krijgen of een zelfde kap als het hoofdvolume of een plat dak.

Beeldkwaliteit plan impressies van enkele woningen De stedenbouwkundige en beeldkwaliteitsbepalingen voor de te realiseren woningen op percelen Husselsesteeg 22, zoals opgenomen in het Stedenbouwkundig plan en Beeldkwaliteitplan (Bijlage 1) worden als aanvullend welstandsbeleid vastgesteld bij de vaststelling van dit bestemmingsplan.

14/53 - v astgesteld - NL.IMRO.0273.BPBGHussteeg22-VA01 - 3 juli 2020

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1

Rijksbeleid

3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012) De kaders van het rijksbeleid zijn opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) die op 13 maart 2012 door de Minister van I&M is vastgesteld. Deze structuurvisie vervangt de Nota Ruimte en heeft als uitgangspunt 'Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig'. De SVIR omvat drie hoofddoelen, die als volgt zijn geformuleerd: 1. Concurrerend Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijk-economische structuur van Nederland; 2. Bereikbaar Het verbeteren en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; 3. Leefbaar en veilig Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Voor een aanpak die Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig maakt, moet het roer in het ruimtelijk en mobiliteitsbeleid om. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. De nationale belangen hebben onder andere betrekking op ruimte voor waterveiligheid, behoud van nationale unieke cultuurhistorische kwaliteiten en ruimte voor een nationaal netwerk van natuur. Conclusie De juridische borging van de nationale belangen is vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (zie paragraaf 3.1.2).

3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), ook wel de AMvB Ruimte genoemd, is op 22 augustus 2011 vastgesteld en in oktober 2012 aangevuld. Het Barro heeft als doel om vanuit een concreet nationaal belang een goede ruimtelijke ordening te bevorderen. De AMvB is het inhoudelijke beleidskader van het rijk waaraan ruimtelijke besluiten op provinciaal en gemeentelijk niveau moeten voldoen. Dat betekent dat de AMvB regels geeft over bestemmingen en het gebruik van gronden. Daarnaast kan zij aan de gemeente opdragen in de toelichting bij een bestemmingsplan bepaalde zaken uitdrukkelijk te motiveren. De algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau. Inhoudelijk gaat het om nationale belangen die samenhangen met het beschermen van ruimtelijke functies, zoals natuur in de Ecologische Hoofdstructuur (EHS), of met het vrijwaren van functies. Het besluit bevat alleen die nationale ruimtelijke belangen, die via het stellen van regels aan de inhoud of toelichting van bestemmingsplannen (of daarmee vergelijkbare besluiten) beschermd kunnen worden. Conclusie Het voorliggend plan is niet in strijd met enig nationaal belang uit het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening.

15/53 - v astgesteld - NL.IMRO.0273.BPBGHussteeg22-VA01 - 3 juli 2020

3.1.3 Nationaal Waterplan 2016 - 2021 Het Nationaal Waterplan geeft de hoofdlijnen, principes en richting van het nationale waterbeleid in de planperiode 2016-2021, met een vooruitblik richting 2050. Het kabinet speelt proactief in op de verwachte klimaatveranderingen op lange termijn, om overstromingen te voorkomen. Daarnaast richt het zich op het beschikbaar houden van voldoende schoon (drink)water. Het Nationaal Waterplan bevat de hoofdlijnen van het nationaal beleid en de daartoe behorende aspecten van het ruimtelijk beleid en is de opvolger van het nationaal waterplan 2009-2015. Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten tevens een structuurvisie. Conclusie Het voorliggend plan is niet in strijd met het Nationaal Waterplan. 3.2

Provinciaal/regionaal beleid

3.2.1 Omgevingsvisie en Omgevingsverordening (2017) In de omgevingsvisie van de gemeente Gelderland (vastgesteld door de Provincie op 9 juli 2014) zijn meerdere actualisatieplannen opgenomen. De laatste versie van de Omgevingsvisie is op 10 juli 2017 geconsolideerd. In de omgevingsvisie omschrijft de Provincie Gelderland hoe zij denken dat de omgeving er in de toekomst uit moet zien. In de omgevingsverordening staan de afspraken en regels om de opgaven uit de omgevingsvisie te realiseren. Met de omgevingsvisie beoogt de Provincie bij te dragen aan een toekomstbestendig Gelderland. De provincie kiest er in de Omgevingsvisie voor om vanuit twee hoofddoelen bij te dragen aan gemeenschappelijke maatschappelijke opgaven. Deze zijn: een duurzame economische structuur; het borgen van de kwaliteit en veiligheid van de leefomgeving. Deze twee hoofddoelen benadrukken de rol en kerntaken van de provincie als middenbestuur. Zij beïnvloeden elkaar. Economische structuurversterking vraagt om een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Dat betekent een goede bereikbaarheid en voldoende vestigingsmogelijkheden. Het betekent ook een aantrekkelijke woon- en leefomgeving met de unieke kwaliteiten van natuur, water en landschap in Gelderland.

De strategie van de provincie om de doelen van 'duurzame economische structuurversterking' en 'een gezonde en veilige leefomgeving' te bereiken wordt gevoed door het besef dat stad en land elkaar nodig hebben. Gelderlanders gebruiken het goede van beide werelden. De provincie gaat voor: sterke steden, van belang voor toekomstige aantrekkingskracht, waar kennis zich samenbalt en waar veel jongeren naar toe trekken, waar ook nu al de meeste mensen wonen en werken; een vitaal platteland, waar mensen inspelen op grote veranderingen, waar inwoners zich actief inzetten voor hun gezamenlijke toekomst, een platteland met een eigen economische kracht en een grote natuurlijke en landschappelijke waarde, waar kwaliteit en vitaliteit samen op gaan. Het voorliggend plangebied valt onder de regio Noord-Veluwe. Bijzonder aan deze regio zijn de rust en ruimte met een afwisselend landschap: water, boerenland, steden, dorpen, bos en hei. Daarnaast heeft de regio een rijke cultuurhistorie en goede verbindingen met omringende regio's. Woningbouw 16/53 - v astgesteld - NL.IMRO.0273.BPBGHussteeg22-VA01 - 3 juli 2020

De steden in Gelderland zijn een belangrijke motor voor de Gelderse economie, als concentratiepunt van sociaal-culturele en economische activiteiten. Steden zijn van belang voor de stedelijke bevolking èn voor de bewoners in de omliggende gebieden. Iedere stad heeft zijn eigen unieke kwaliteiten en invloedssfeer. De landschappelijke ligging en het groene karakter dragen bij aan de kracht van de Gelderse steden. In samenhang met de sterke steden zijn vitale dorpen van groot belang. Met name in de regio's waar vergrijzing speelt, is een evenwichtige ontwikkeling gewenst, gericht op de kwaliteit van de bestaande voorraad. De provincie en haar partners streven er samen naar om vraag en aanbod op de woningmarkt met elkaar in balans te brengen en te houden: hoe kan de woningvoorraad kwantitatief en kwalitatief meegroeien met een veranderende vraag? Zij zien daarbij de volgende opgaven: focus van nieuwbouw naar het benutten van de bestaande voorraad; van aanbod-gestuurd naar vraag-gestuurd. In de regionale woonagenda agenderen partijen in de regio Noord-Veluwe regionale opgaven op het gebied van wonen. Zij maken afspraken over wat zij doen. De provincie is een van de partijen. De gemeenten in de Noord-Veluwe hebben in 2011 een Regionale Woonagenda opgesteld. De woonagenda is een afsprakenkader van gemeenten en corporaties.

De provincie streeft er met haar partners naar dat dit wordt uitgebreid tot een samenwerkingsverband met meer partners, waaronder marktpartijen. Een sterke gemeentelijke regie en regionale afstemming zijn op de woningmarkt onmisbaar: de gemeente stelt bestemmingsplannen vast, maakt afspraken met corporaties en andere partijen en koopt eventueel grond. Het inzicht groeit dat op termijn een vorm van strategisch voorraadbeheer nodig is. Dit beheer is gericht op alle woningen binnen een gemeente en liefst afgestemd met de regio. Dit is nodig om vraag en aanbod met elkaar in balans te brengen en houden. Dit vraagt om kennis van de kansen en mogelijkheden voor: aanpassing van de bestaande voorraad; sloop met vervangende nieuwbouw; verdunning; functieverandering van bestaand vastgoed. Op basis van deze kennis kan de meest geschikte locatie bepaald worden voor: eventuele nieuwbouw; het benutten van mogelijkheden in de bestaande voorraad; functieverandering. Conclusie Het aanpassen van een woningbouwmogelijkheid op Husselsesteeg is niet in strijd met de Omgevingsvisie of de Omgevingsverordening.

17/53 - v astgesteld - NL.IMRO.0273.BPBGHussteeg22-VA01 - 3 juli 2020

3.2.2 Waterbeheerprogramma 2016-2021 Het Waterbeheerprogramma 2016-2021 (WBP) is op 30 september 2015 door het algemeen bestuur van het Waterschap Vallei en Veluwe vastgesteld. Het WBP geeft de koers aan die het waterschap gaat varen en beoogt daarmee twee dingen. Ten eerste inzicht geven aan alle gebruikers en partners in het werkgebied in de doelen en maatregelen die het waterschap de komende zes jaar gaat bereiken. Ten tweede de koers intern – als spoorboekje – expliciet maken en vastleggen. De maatregelen zijn op hoofdlijnen uitgewerkt. Het 'hoe' volgt in een later stadium, bij het vaststellen van de (meerjaren)begroting. Het WBP is bewust neergezet als een 'programma' en niet meer als een waterbeheerplan. Met het WBP als programma sluit het waterschap aan bij het Bestuursakkoord Water. Binnen de kaders van de Waterwet, de Europese Kaderrichtlijn Water en de Deltabeslissingen beschrijft hoe het waterschap werkt aan de wateropgaven. Ook speelt het waterschap alvast in op de nieuwe wetgeving omtrent ruimtelijke ordening, waarmee dit WBP ook na de inwerkingtreding van de Omgevingswet houdbaar is. Conclusie Voor dit bestemmingsplan is een waterparagraaf opgenomen in paragraaf 4.12. Hierin is opgenomen welke waterhuishoudkundige thema's relevant zijn voor het plangebied en op welke manier daarmee wordt om gegaan. 3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1 Toekomstvisie Putten Voor het gehele gemeentelijk grondgebied is de 'Toekomstvisie Putten' opgesteld. Met deze Toekomstvisie legt de gemeenteraad van Putten haar speerpunten voor de komende 10 tot 15 jaar neer. Speerpunten die tot stand zijn gekomen in een proces waarin de discussie met de gemeenschap nadrukkelijk is gezocht. In deze Toekomstvisie is een antwoord gegeven op de volgende vragen: 1. Wat voor samenleving wil Putten in 2030 zijn? 2. Wat is dan de kerntaak en -rol van de gemeente Putten? 3. Wat is de rol van de bewoners, ondernemers en (maatschappelijke) organisaties binnen de Puttense gemeenschap? De Toekomstvisie Putten is een samenbundeling van richtinggevende ideeën en visies voor de toekomst van Putten. Met de visie geeft de gemeenteraad het bestuur een richtsnoer om naar te handelen. Dit maakt het mogelijk over 'de waan van de dag' heen te stappen en in te zetten op een koers die Putten ook in de toekomst actueel en urgent houdt voor haar gemeenschap. De toekomstvisie dient daarmee als basis voor de uitvoering van de gemeentelijke (beleids)programma's in de komende 10 tot 15 jaar. De toekomstige samenleving van Putten is gestoeld op thema's die sterk naar voren zijn gekomen in het discussiëren over de toekomst van Putten.

Het gaat om de volgende thema's: een sociale vitale gemeenschap voor jong en oud; een samenleving in een groene en gastvrije omgeving met ruimte voor rust en dynamiek; een samenleving om je hele leven in te kunnen wonen; een samenleving waarin ruimte is voor creativiteit en innovatie. een samenleving waarin inwoners hun hele leven kunnen wonen; huisvesting voor ouderen en starters krijgt extra aandacht; inwoners, maatschappelijke organisaties en gemeentelijk bestuur zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor goede woonmogelijkheden; Putten wil een duurzame samenleving zijn. Wonen voor het leven.

18/53 - v astgesteld - NL.IMRO.0273.BPBGHussteeg22-VA01 - 3 juli 2020

In het kader van deze thema's zijn voor dit bestemmingsplan de volgende speerpunten van belang: het faciliteren van de inwoners om zo lang mogelijk in de eigen woning te wonen; het afstemmen van het woningaanbod op de behoefte binnen de gemeente. Er wordt ruimte gelaten aan particuliere initiatieven; het afstemmen van de nieuwbouw op de vraag vanuit de meest kwetsbare groeperingen; binnen het nieuwbouwprogramma wordt ruimte gelaten voor eigen initiatieven vanuit bewoners en organisaties; het handelen van de gemeente wordt getoetst/gemotiveerd vanuit het oogpunt van een duurzame samenleving. Ook de vraag van andere partijen wordt hieraan getoetst. Conclusie De voorliggende ontwikkeling is niet in strijd met de uitgangspunten van de toekomstvisie. 3.3.2 Structuurvisie Putten 2030 De gemeenteraad van Putten heeft op 6 maart 2015 de Structuurvisie Putten 2030 gewijzigd vastgesteld. De Structuurvisie Putten 2030 is opgesteld met de boodschap van de Toekomstvisie Putten als leidraad. Deze is gerelateerd aan actueel beleid ten aanzien van de verschillende beleidsvelden en vervolgens vertaald in een visie op de ruimtelijke ontwikkeling.

De inhoud van de structuurvisie is leidend en in principe bindend voor het handelen van de gemeente richting initiatiefnemers, en nieuwe bestemmingsplannen moeten inhoudelijk passen binnen de visie van de structuurvisie: Wonen - kwantitatief In de gemeente Putten wordt gebouwd voor de lokale woningbehoefte. Putten hanteert daarbij de ladder van duurzame verstedelijking. Dat wil zeggen dat eerst wordt gekeken naar inbreidingsmogelijkheden en vervolgens pas naar uitbreidingsmogelijkheden. Het dorp Putten is de kern waar nieuwe woningbouw plaatsvindt. Wonen - kwalitatief In de gemeente Putten is plek voor jong en oud en is het mogelijk om er je hele leven te wonen. Putten richt zich daarbij primair op de behoeften van de eigen bevolking. Starters, senioren en mensen met een beperking krijgen daarbij extra aandacht om hun positie op de arbeidsmarkt te versterken. Conclusie De voorliggende ontwikkeling sluit goed aan bij de uitgangspunten van de Structuurvisie Putten 2030.

19/53 - v astgesteld - NL.IMRO.0273.BPBGHussteeg22-VA01 - 3 juli 2020

3.3.3 Woonvisie 2020 - 2025 Het is voor veel mensen lastig om een betaalbare woning te vinden in Putten. In de bestaande voorraad is het aanbod aan betaalbare woningen beperkt, maar dit geldt ook voor de nieuwbouw. Dit is een aandachtspunt. Ook de toenemende zorgbehoefte van onze ouder wordende inwoners vraagt aandacht, evenals onze opgave om de woningvoorraad te verduurzamen. Dit zijn de belangrijkste opgaven die zijn benoemd in de woonvisie die de gemeenteraad op 28 mei 2020 heeft vastgesteld voor de periode 2020-2025. Bij het opstellen van de woonvisie is zorgvuldig rekening gehouden met de regionale afspraken op de Noord-Veluwe. We hebben afgestemd welke huishoudensprognoses worden gebruikt voor de woonvisie. Ook hebben we voor het bepalen van de woonopgaven gebruikgemaakt van gegevens uit regionaal woningmarktonderzoek. We willen de woningvoorraad tussen 2019 tot 2025 uitbreiden met circa 700 woningen. En tot 2030 groeien met 1.100 woningen. Voor starters en senioren zien we de grootste urgentie. Dit vraagt vooral voor starters om meer betaalbare woningen: sociale huur en betaalbare koop. We willen in de periode 2019-2025 170 à 230 sociale huurwoningen toevoegen, evenals een vergelijkbaar aantal betaalbare koopwoningen. Om dit mogelijk te maken staan we open voor innovatieve oplossingen en bouwmethoden.

De locatie Husselsesteeg is opgenomen in de gemeentelijke planningslijst en leent zich, gezien de ligging aan de rand van Putten maar toch op kleine afstand van de voorzieningen, goed voor jongeren en ouderen. Er zijn op deze locatie 35 nieuwe woningen voorzien. De plannen bevatten 21 woningen in de sociale koopsector. Dit betreft een percentage van 60%. Daarnaast worden er nog 6 woningen in het betaalbare segment en 8 woningen in het dure segment gebouwd. Deze percentages bedragen respectievelijk 17% en 23%. Hoewel het percentage voor dure koop boven de nagestreefde 15% ligt, wordt in dit plan met 60% een ruim aanbod gecreëerd in de sociale koopsector. Hiermee worden de belangrijkste doelgroepen bediend en is het iets hogere percentage aan dure koopwoningen aanvaardbaar. Het plan sluit daarmee aan bij de woningbehoefte van Putten en biedt een passend programma op deze plek.

Conclusie Het voorliggend plan is in overeenstemming met de woonvisie. De bouw van 4 vrijstaande woningen, 6 twee-onder-een-kap-woningen, 17 rijwoningen (waarvan 6 hoekwoningen) en 10 xs-woningen leidt tot eengevarieerd woningbouwprogramma waardoor het plan de belangrijkste doelgroepen zoals genoemd in de Woonvisie bediend.

20/53 - v astgesteld - NL.IMRO.0273.BPBGHussteeg22-VA01 - 3 juli 2020

3.3.4 Beleidskader recreatie Instrument 1.7 Woningbouwlocaties Het in 2019 door de Raad vastgestelde beleidskader recreatie biedt de mogelijkheid om enkele vakantieparken, waaronder camping Hilary te transformeren tot een woningbouwlocatie. Voorwaarde is dat er voldaan wordt aan het bouwen van woningen die passen in het streefwoningbouwprogramma uit de Woonvisie.De woningbouwlocatie dient te passen binnen de schaal en omvang van het omliggend landschap. Niet elk vakantiepark komt hiervoor in aanmerking. De locatie draagt bij aan de gemeentelijke volkshuisvestelijke opgave en is gelegen in de nabijheid van het dorp. Argumentatie Dit instrument geeft de mogelijkheid om vakantieparken die gelegen zijn buiten de visiegebieden Huinen, Krachtighuizen en Koudhoorn, om te vormen tot woningbouwlocatie. Het betreft die situaties dat er geen positieve bijdrage aan verblijfsrecreatie wordt gegeven en de locatie ruimtelijk aanvaardbaar is voor woningbouw. De toepassing van dit insturment is als volgt: Veenwaterweg 3 Weltevreden Arlerstrand Strandparc Nulde 't Hoekje Hilary Goorzicht

Niet van toepassing Niet van toepassing Niet van toepassing Niet van toepassing Niet van toepassing Wel van toepassing Wel van toepassing

Conclusie Het vakantiepark (camping) Hilary aan de Husselsesteeg 22 voldoet aan de toepassingscriteria en kan hiermee worden getransformeerd tot woningbouwlocatie. 3.3.5 Parkeernota Putten De Nota Parkeernormen van de gemeente Putten uit 2016 beoogt het vastleggen van de Puttense parkeernormen en het bepalen van een transparant en eenduidig toepassingskader. In de Parkeernota zijn aan de hand van de parkeerkencijfers van de C.R.O.W. parkeernormen opgenomen. Op basis van de omgevingsadressendichtheid in Putten is ervoor gekozen om de CROW-parkeerkencijfers voor weinig stedelijke gebieden (4) als uitgangspunt te hanteren. In Putten is ervoor gekozen om de verscheidenheid aan woningen die CROW hanteert bij haar kencijfers te vereenvoudigen en te relateren aan het bruto vloeroppervlak achter de voordeur (m2 bvo). CROW relateert de kencijfers aan de prijsklasse en type. Ook het onderscheid tussen koop of huur wordt niet gehanteerd aangezien dit verschil nauwelijks relevant is voor de parkeerbehoefte als de woninggrootte wordt meegerekend. In de navolgende tabel zijn de parkeernormen voor wonen weergegeven:

21/53 - v astgesteld - NL.IMRO.0273.BPBGHussteeg22-VA01 - 3 juli 2020

Conclusie In paragraaf 4.11 wordt ingegaan op het aspect parkeren. 3.3.6 Beleidsplan Putten Klimaatneutraal De ambitie van de gemeente Putten is om in 2050 een klimaatneutrale gemeente te zijn. Klimaatneutraal geeft aan dat een product of dienst niet bijdraagt aan klimaatverandering. De uitstoot van alle broeikasgassen binnen de gemeente Putten wordt tot nul gereduceerd. Dit kan mede worden bereikt door energiebesparende maatregelen te nemen en door het toepassen van duurzame energie. Stappenplan: Minder energie verbruiken Energiegebruik zoveel mogelijk duurzaam opwekken Indien de CO2 uitstoot niet in evenwicht is: dan wordt dit groen ingekocht of gecompenseerd. Op dit moment zorgen woningen voor de meeste CO2 uitstoot binnen de gemeente Putten. Naast besparen op energie, zijn er ook mogelijkheden om op een duurzame manier energie op te wekken. De gemeente Putten wil het gebruik van duurzame energiebronnen stimuleren. Het doel van de gemeente Putten is om bij nieuwbouw vanaf 2020 (bijna) energieneutraal te bouwen. Op die manier kan voldaan worden aan de EPC- eisen. De gemeente wil dit bewerkstelligen door (lokale) bouwbedrijven en aannemers te stimuleren tot het toewerken naar energieneutraal bouwen. Bij nieuwbouwplannen wordt de optie van energieneutraal bouwen nadrukkelijk meegenomen. Daarnaast wordt door de gemeente gewerkt aan een Ruimtelijke energie strategie.

Deze strategie moet meer inzicht geven in hetgeen nodig is om de doelen van het Energie-akkoord te halen. Conclusie Het voorliggende plan past binnen de gemeentelijke ambities voor energieneutraal bouwen. 3.3.7 Welstandsnota De gemeenteraad heeft in 2004 de welstandsnota vastgesteld en in 2010 gewijzigd. De nota geeft de kaders voor het welstandsbeleid. Hiermee worden bouwplannen getoetst aan redelijke eisen van welstand, om de fraaie leefomgeving in het dorp te behouden en te versterken. In de Welstandsnota worden per deelgebied welstandscriteria beschreven die betrekking hebben op situering, massa en vorm, gevelkarakteristiek en detaillering, kleur en materiaalgebruik. Zodra er sprake is van een ontwikkelingslocatie zal de gemeente de aanvullende gebiedsgerichte welstandcriteria daarvoor vaststellen, als aanvulling op de welstandsnota. Het opstellen van de welstandscriteria is een vast onderdeel van de stedenbouwkundige planvoorbereiding en worden opgesteld in overleg met de welstandscommissie. De inspraak op de deze aanvullingen wordt gekoppeld aan de reguliere inspraakregeling bij de planvoorbereiding. De welstandscriteria voor de nieuwe woonbuurt moeten zijn vastgesteld door de gemeenteraad voordat de planvorming van de eerste bouwplannen start.

Conclusie Voor de het voorliggende plangebied is een stedenbouwkundig plan en een beeldkwaliteit plan opgesteld (zie ook paragraaf 2.3). De beeldkwaliteitsbepalingen die in de BKP zijn opgenomen worden als aanvullend welstandsbeleid vastgesteld bij de vaststelling van dit bestemmingsplan.

22/53 - v astgesteld - NL.IMRO.0273.BPBGHussteeg22-VA01 - 3 juli 2020

Hoofdstuk 4 Planologische en milieutechnische randvoorwaarden Het milieubeleid is primair bedoeld om een optimale leefomgeving te realiseren. Dit kan er soms toe leiden dat beperkingen worden opgelegd aan gewenste ruimtelijke ontwikkelingen. In onderstaande worden de conclusies voor de verschillende aspecten beschreven. 4.1

Ladder voor duurzame verstedelijking

In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgenomen om in het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. Deze worden in artikel 3.1.6, lid 2 Bro als volgt omschreven: de toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling; als blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied. De gemeenten moeten plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken motiveren volgens de nieuwe laddersystematiek. Het doel van de Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De Ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk belang gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten.

Nieuwe stedelijke ontwikkeling De voorliggende ontwikkeling wordt in het kader van het voorliggende bestemmingsplan beschouwd als een nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Uit jurisprudentie blijkt dat bij het vaststellen van een uitwerkingsplan artikel 3.1.6, tweede lid, Bro in acht genomen zal moeten worden als het uitwerkingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, Bro (uitspraak van 18 mei 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1295 (Zevenaar)). Behoefte Door de provincie Gelderland is de kwantitatieve behoefte aan woningen voor de regio vastgesteld op circa 8.850 woningen voor de periode 2013 tot 2025. Binnen de regio Noord-Veluwe voor Putten voor deze periode de bandbreedte vastgesteld op 650 - 1.010 woningen (huishoudens). Dit betekent gemiddeld 830 woningen. In 2017 is besloten om dit aantal met 10% uit te breiden naar 913 woningen. Er mag daarnaast rekening worden gehouden met planuitval van 20%. Tot en met 2016 zijn er reeds 274 woningen toegevoegd. Dit betekent nog een opgave van 639 woningen tot 2025. De gemeente richt zich primair op het voorzien in de huisvesting van de lokale behoefte en streeft er naar eerst in te breiden in plaats van uit te breiden.

De Inbreidingsnotitie 2015 geeft echter aan dat binnen de kern van Putten geen ruimte meer is om in de behoefte te voorzien waar conform de Woonvisie 2020-2025 nog behoeft aan is. Deze behoefte van ruim 700 woningen wordt ook buiten de kern(en) gezocht. Het plan strekt tot de realisatie van een gevarieerde woningbouwlocatie van totaal 35 nieuwe woningen. Er worden 21 woningen in het goedkope segment, 6 levensloopbestendige woningen in het midden segment en 8 woningen in het dure segment gerealiseerd. 23/53 - v astgesteld - NL.IMRO.0273.BPBGHussteeg22-VA01 - 3 juli 2020

In het Beleidskader recreatie wordt het plangebied Husselsesteeg 22, dat buiten het bestaand stedelijk gebied is gelegen, aangemerkt als woningbouw ontwikkellocatie omdat het een situatie betreft die geen positieve bijdrage meer aan de verblijfsrecreatie geeft. Tevens is de locatie ruimtelijk aanvaardbaar is voor woningbouw. De vigerende recreatieve bestemming zal worden ingeruild voor de woonbestemming. Qua kwalitatieve programmering gaat de gemeente uit van het streefwoningbouwprogramma uit de woonvisie, maar beseft zich ook dat dit niet op elke locatie te realiseren is. Ook willen men de woningbouwprogrammering laten aansluiten bij de vraag van de markt op de korte en lange termijn. Als leidraad wordt bij nieuwbouw een afwegingskader gehanteerd. Projecten zijn kansrijk als zij hieraan (gedeeltelijk) voldoen. Het woningbouwprogramma voor de locatie Husselsesteeg bestaat uit 17 rijwoningen (waarvan 6 hoekwoningen die levensloop bestendig zijn), 10 xs-woningen die als starterwoning in de markt worden gezet, 4 twee-onder-een -kap woningen en 4 vrijstaande woningen. Alle woningen zullen als 1-laags met kap met een landelijke uitstraling worden gerealiseerd. Het uitgangspunt is dat alle woningen volgens BENG (Bijna Energie Neutraal Gebouw) worden gebouwd.

Het woningbouwprogramma van de Husselsesteeg speelt daarmee in op de vraag van de markt, biedt flexibiliteit voor meerdere doelgroepen en houdt rekening met duurzaamheid. Conclusie Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling past binnen de kaders van de Ladder voor duurzame verstedelijking. 4.2

M.e.r.-beoordeling

Voor plannen en besluiten die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu (kunnen) hebben, kan een milieueffectrapportage (m.e.r.) nodig zijn of moet worden beoordeeld of een m.e.r. nodig is. In het Besluit milieueffectrapportage is bepaald voor welke ontwikkelingen dit verplicht is. De voorgenomen ontwikkeling valt onder categorie D11.2 van de bijlage bij het Besluit m.e.r.: het aanleggen of veranderen van een stedelijk ontwikkelingsproject, in het geval deze betrekking heeft op 2.000 woningen of meer. Voor dergelijke projecten moet het bevoegd gezag beoordelen of een milieueffectrapportage nodig is. In dit geval wordt deze drempelwaarde niet overschreden. Het Besluit m.e.r. (artikel 2, vijfde lid onder b.) schrijft ook bij activiteiten onder de drempelwaarde voor dat een milieu-effectbeoordeling nodig is, waarbij wordt verwezen naar de Europese richtlijn milieueffectrapportage. Dit is de zogenaamde vormvrije m.e.r.-beoordeling. In dit kader moet een aanmeldnotitie aan het bevoegd gezag worden voorgelegd. Het bevoegd gezag moet vervolgens binnen 6 weken een beslissing nemen of wel of niet een milieueffectrapportage moet worden doorlopen. Door Econsultancy is een aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling opgesteld. Deze aanmeldnotitie voor de vormvrije m.e.r. beoordeling is toegevoegd als Bijlage 2.

In deze notitie wordt beschreven of er mogelijk sprake is van nadelige milieugevolgen in de omgeving door de realisatie van het plan. Het besluit op deze aanmeldnotitie wordt gelijktijdig ter inzage gelegd met het ontwerpbestemmingsplan. Conclusie Uit de aanmeldnotitie m.e.r. blijkt dat er met de realisatie van het plan geen belangrijke negatieve effecten worden voorzien op de omgeving. Gelet op de schaal van de ontwikkeling, alsmede de huidige invulling van de locatie worden er geen nadelige milieueffecten verwacht. Het doorlopen van een m.e.r. procedure en/of formele m.e.r. beoordelingsprocedure wordt niet 24/53 - v astgesteld - NL.IMRO.0273.BPBGHussteeg22-VA01 - 3 juli 2020

noodzakelijk geacht. Het bevoegd gezag wordt geadviseerd een m.e.r. beoordelingsbesluit te nemen waarin wordt afgezien van het opstellen van een milieueffectrapportage ofwel het doorlopen van een formele m.e.r.-beoordelingsprocedure. 4.3

Archeologie

4.3.1 Algemeen In 1992 heeft Nederland het Europese Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch Erfgoed ondertekend (ook wel het Verdrag van Malta, Conventie van Malta, Verdrag van Valletta genoemd). Dit heeft ertoe geleid dat in Nederland vanaf dat moment meer aandacht is gekomen voor de bescherming van het archeologische bodemarchief. Ter implementatie van de uitgangspunten van het Verdrag van Malta is op 1 september 2007 de Wet op de archeologische monumentenzorg in werking getreden. Deze wet betreft een aanpassing van de Monumentenwet 1988. Uitgangspunt in de wet is bescherming 'waar nodig'. De wet gaat ervan uit dat de gemeenteraad bij het vaststellen van een bestemmingsplan rekening houdt met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten (artikel 38a Monumentenwet 1988). Verder introduceert de Wet op de archeologische monumentenzorg het beginsel van 'de verstoorder betaalt'. De redenering hierachter is, dat initiatiefnemers van projecten mogelijk schade toe brengen aan het bodemarchief en daarom de kosten voor het behoud hiervan voor hun rekening moeten nemen. 4.3.2 Archeologische waardenkaart Op basis van de archeologische waardenkaart blijkt dat het plangebied en haar nabije omgeving is aangewezen als een gebied met een hoge archeologische verwachting.

Dit betekent dat bij bodemingrepen groter dan 100 m² en dieper dan 0,4 m archeologisch onderzoek nodig is.

4.3.3 Onderzoek Ten behoeve van het plan is door Econsultancy een archeologisch verkennend en karterend booronderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is als Bijlage 3 bij deze toelichting opgenomen. Uit dit rapport blijkt dat op basis van het booronderzoek is een duidelijk onderscheid te maken tussen 25/53 - v astgesteld - NL.IMRO.0273.BPBGHussteeg22-VA01 - 3 juli 2020

het zuiden en het noorden van het plangebied. In het zuidelijke deel (en in de meest noordwestelijke boring) liggen de sandr-afzettingen op 8,9 m NAP of lager. In dit deel is geen cultuurlaag en geen BC-horizont aangetroffen en hier is de bodem verstoord tot in de C-horizont. In een zone in het noorden van het plangebied liggen de sandr-afzettingen op 9,0 m NAP of hoger. De cultuurlaag is aangetroffen in de delen waar de sandr-afzettingen op 9,2 m NAP of hoger liggen. In de boringen waar deze laag niet is aangetroffen is de bodem verstoord tot in de sandr-afzettingen. Bovendien is alleen een (10 à 20 cm dik-ke) BC-horizont aangetroffen op de locaties waar de sandr-afzettingen hoger dan 9,4 m NAP liggen. Geconcludeerd kan worden dat het oorspronkelijke sporenniveau (top van de C-horizont) op circa 9,2 tot 9,5 m NAP gelegen heeft en het vondstniveau (cultuurlaag) op 9,3 à 9,8 m NAP. In de zones waar de sandr-afzettingen nu dieper dan 9,2 m NAP liggen, is de top van het sporenniveau door recente verstoringen verloren gegaan. In het zuiden van het plangebied, waar de sandr-afzettingen op 8,9 m NAP en lager liggen, zijn archeologische sporen (uitgezonderd zeer diepe sporen) vermoedelijk reeds geheel verloren gegaan. In de overige delen zijn deze vermoedelijk nog (deels) intact gebleven.

Het aantreffen van handgevormd aardewerk en houtskool duidt bovendien op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats binnen het plangebied. Regioarcheoloog Booronderzoek Het booronderzoek dat is uitgevoerd was zeer degelijk. Advies proefsleuvenonderzoek Elk onderzoek verlangt maatwerk. In dit geval bepaalt het huidige gebruik/inrichting waar je wel of niets kunt verwachten. En waar je wel en niet sleuven kan/moet aanleggen. Het te onderzoeken gebied is 1,4 hectare groot. De bosstrook die het plangebied westelijk begrenst, valt buiten het onderzoek. Hoewel een onderzoek betrekking zou moeten hebben op het gehele plangebied, wil ik wel meegaan in dit voorstel de bosstrook buiten een onderzoek te houden. Let wel, bij een ontwikkeling in de bosstrook zal mogelijk wel een archeologisch onderzoek verlangd worden. Omdat het onderzoeksgebied niet uit maagdelijke grond bestaat (sommige delen zijn verstoord door voormalige opstallen en ondergrondse infrastructuur) is een dekkingsgraad van 10% gewenst. Dit komt neer op een sleuvenoppervlak van 1400 m2. Van deze vierkante meters kan 200 m2 als vrij invulbaar worden beschouwd. Niet gebruiken als het niet hoeft, maar inzetten als het net de duidelijk kan geven die benodigd is. Verder is het van belang dat de projectleider in het veld de vrijheid heeft om naar inzicht de locatie van de sleuven aan te passen.

Advies Eerst een PvE te laten opstellen en dit PvE vervolgens laten goedkeuren door de gemeente. Hieruit volgt dan de situering van de proefsleuven en de uitvoering van het proefsleuven onderzoek. Evaluatieverslag Proefsleuvenonderzoek Econsultancy heeft in opdracht van Hussel Project een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd. De werk-zaamheden worden uitgevoerd in het kader van realisatie van woningbouw in het plangebied aan de Husselsesteeg 22 en 24 in de gemeente Putten. Voor een locatie, aan de Husselsesteeg 22 en 24 te Putten zijn plannen ontwikkeld, in het kader van huizenbouw (zie ontwerp, Figuur 3). Intacte archeologische resten in de bodem kunnen mogelijk door de bouwwerkzaamheden beschadigd raken. Het huidige onderzoek komt voort uit het gemeentelijk selectiebesluit om in te stemmen met het door Econsultancy gegeven advies voor een vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven. Dit in het kader van opsporen, in beeld brengen en documenteren van intacte archeologische resten in de bodem.

26/53 - v astgesteld - NL.IMRO.0273.BPBGHussteeg22-VA01 - 3 juli 2020

Overzicht mogelijke huizen en/of bijgebouwen binnen het onderzoeksgebied gepro-jecteerd op de stedenbouwkundige plankaart. In de zuidwestelijk gelegen werkputten 21 en 22 gaat het daarbij mogelijk om meerbeukige structuren. Samenvatting Tijdens het archeologisch onderzoek zijn ongeveer 155 sporen blootgelegd, waarvan het merendeel kuilen en paalkuilen betroffen. Stratigrafisch bevinden de sporen zich globaal op een diepte tussen de 50 en 100 cm beneden maaiveld. De sporen zijn verdeeld over de onderzoekslocatie in 24 werkputten aangetroffen. Grote concetraties sporen zijn vooral centraal op de onderzoekslocatie waargenomen. Binnen de onderzoekslocatie zijn op tien plekken clusters sporen waargenomen waarvoor het vermoeden bestaat dat ze oorspronkelijk onderdeel zijn geweest van afzonderlijke structuren. Het gaat hierbij vermoedelijk om de restanten van huisplattegronden en/of bijgebouwen. Op basis van ligging bestaat er voorts een vermoeden op samenhang tussen verschillende structuren, waarbij met name de structuren (en sporen) in werkput 11 en 12. Over de oriëntatie van de waargenomen structuren kan worden opgemerkt dat deze noordwest bij zuidoost gericht is. De opbouw van twee van de structuren is vermoedelijk meerbeukig.

Op basis van de uiterlijke kenmerken van de sporen en structuren in combinatie met de uitkomsten van het vooronderzoek lijkt het te gaan om de resten van een prehistorische vindplaats/nederzetting. Naast sporen is tijdens het veldonderzoek een kleine hoeveelheid vondstmateriaal aangetroffen. Het gaat daarbij primair om (pre) historisch aardewerk en daarnaast een breuksteen van kwarts. 27/53 - v astgesteld - NL.IMRO.0273.BPBGHussteeg22-VA01 - 3 juli 2020

De vondsten zijn allemaal vlakvondsten, gevonden tijdens de aanleg van werkputten. Een verband van het vondstmateriaal met de sporen en/of structuren is vastgesteld bij één kuil (S6.15). Het gaat hierbij om een scherf vermoedelijk vervaardigd in de prehistorie (Late-Bronstijd en/of Vroege-IJzertijd). Ter hoogte van de structuur in werkput 11, zijn zowel handgevormde scherven als roodbakkend aardewerk (vanaf de Nieuwe tijd) tijdens de aanleg gevonden. Deze scherven zijn echter niet direct in verband te brengen met de ter plaatse aangetroffen sporen. Recapitulatie doelstellingen en onderzoeksvragen Op basis van de gegevens van het archeologisch onderzoek kunnen onderstaande, in het PvE opge-nomen, onderzoeksvragen beantwoord worden. Er hoeven geen nieuwe vragen geformuleerd te worden. Algemeen Bij het Inventariserend Veldonderzoek Proefsleuven dienen de volgende onderzoeksvragen een rol te spelen: 1. Zijn er archeologische resten in de bodem aanwezig? 2. Zo ja, wat is de aard, omvang, ouderdom, herkomst, kwaliteit en locatie van de archeologische resten (horizontaal en verticaal)? 3. Hebben de archeologische waarden een relatie met uit de omgeving bekende archeologische of historische locaties en welke is dat? 4. Welke gegevens over de aangetroffen vindplaatsen kunnen de archeologische kennis van de regio en Putten aanscherpen? 5.

Wat is de mate van conservering en gaafheid van de archeologische resten? 6. In welke mate zijn de onderzoeksgebieden verstoord? 7. Is sprake van (een) behoudenswaardige vindplaats(en) (licht dit toe)? 8. Wat is het belang van de vindplaats voor de lokale, regionale en nationale geschiedschrijving? 9. Wat kunnen de uitkomsten van het onderzoek zeggen over vergelijkbare terreinen in de omgeving? 10. Is vervolgonderzoek noodzakelijk en welke methoden zouden hierbij kunnen worden ingezet? 11. Op welke manier dient bij eventuele graafwerkzaamheden met archeologische resten te worden omgegaan? 12. Indien er geen archeologische resten worden aangetroffen, wat is de reden voor de afwezigheid van archeologisch resten? De mogelijke aanwezige vindplaatsen worden aan de hand van de gestelde vragen gewaardeerd conform KNA versie 4.1, bijlage IV Waarderen van vindplaatsen. Aanbevolen wordt ook om de me-thodiek uit de SIKB leidraad Standaard Archeologische Monitoring te volgen voor het bepalen van de fysieke kwaliteit. Periode en sites Dit aspect van het onderzoek richt zich op de aard, ouderdom, omvang en andere archeologische kenmerken van de vindplaatsen. Hieruit zijn de volgende vragen afgeleid: 13. Welke en hoeveel vindplaatsen zijn in het onderzoeksgebied te herkennen? 14. Wat is per archeologische site in het onderzoeksgebied: a.

de ligging (inclusief diepteligging)e geologische en/of bodemkundige eenheid b. de omvang (inclusief verticale dimensies) c. het type en de functie van de sites of off-site-patronen d. de samenstelling van de archeologische resten (grondsporen en mobilia) e. Wat is, indien aanwezig, de ouderdom van de cultuurlaag? f. de vondst- en spoordichtheid g. de stratigrafie voor zover aanwezig h. de ouderdom, periodisering, typechronologische classificatie 28/53 - v astgesteld - NL.IMRO.0273.BPBGHussteeg22-VA01 - 3 juli 2020

i.

wanneer zijn vindplaatsen in onbruik geraakt?

Landschap en bodem Dit aspect van het onderzoek omvat de bestudering van de landschappelijke context van de vindplaatsen in historisch perspectief. Dit leidt tot de volgende vragen: 15. Wat is de bodemopbouw binnen het onderzoeksgebied? 16. Waar bevindt zich binnen het plangebied het eerddek? Als eerddek afwezig is, komt dat doordat het er waarschijnlijk niet ontwikkeld is of omdat het in een later stadium weer verwijderd is? 17. Indien er een eerddek wordt aangetroffen. Wat is de dikte en wanneer is dit eerddek aangelegd? 18. Wat is de fysieklandschappelijke ligging van de vindplaatsen (geologie, bodemkunde en geomorfologie)? Zijn er aanwijzingen voor stratigrafische hiaten, d.w.z. erosie of non-depositie, in de geologische profielopbouw ter plekke van de vindplaatsen? 19. Wat is de paleoecologische context van het onderzoeksgebied? Liggen in het plangebied locaties die voor pollenanalyse bemonsterd kunnen worden (licht dit toe)? 20. In hoeverre zijn de aangetroffen bodemlagen geschikt voor een palynologische reconstructie van de vegetatie- en gebruiksgeschiedenis van het terrein? Advies In reactie op de eerste bevindingen heeft de opdrachtgever verzocht bij een archeologisch vervolg rekening te houden met het stedenbouwkundige ontwerp. Als deskundige namens de gemeente Putten heeft dhr.

Wispelweij opgemerkt zich hierbij zorgen te maken over transportbewegingen op het terrein van zwaar bouwverkeer. Een dergelijk zwaar transport beschadigd mogelijk intacte archeologica in de bodem. Tijdens het proefsleuvenonderzoek is een vindplaats ontdekt die op basis van uiterlijke kenmerken van de sporen/structuren vermoedelijk dateert uit de prehistorie (Late-Bronstijd en/of Vroege-IJzertijd). Econsultancy adviseert daarom om binnen het plangebied bij werkzaamheden dieper dan 30 cm (gemeten vanaf maaiveldhoogte) een opgraving uit te voeren. Conclusie Voor het grootste deel van het plangebied wordt geadviseerd een vervolgonderzoek te laten uitvoeren. Dit betreft de zone waar de sandr-afzettingen zich op 9,0 m NAP of hoger bevinden (noorde-lijk deel plangebied). Hoewel de sandr-afzettingen in de meest noordwestelijke boring 6 op 8,9 m NAP gelegen zijn, wordt aanbevolen om, aangezien het hier om een geïsoleerde boring gaat, ook hier een vervolgonderzoek uit te voeren. In dit stadium is de meest geschikte onderzoeksmethode een karterend en waarderend proefsleuvenonderzoek. Bij een proefsleuvenonderzoek dienen verspreid over het plangebied sleuven gegraven te worden met als doel om eventuele archeologische waarden te karteren en waarderen.

Voor dit onderzoek dient een door de bevoegde overheid goedgekeurd Programma van Eisen te zijn opgesteld waarin is vastgelegd waaraan het onderzoek moet voldoen. In het zuidelijke deel van het plangebied, waar de sandr-afzettingen zich op 8,9 m NAP of lager bevinden, wordt geen vervolgonderzoek aanbevolen. Uit het proefsleuven onderzoek blijkt: dat in reactie op de eerste bevindingen de opdrachtgever heeft verzocht bij een archeologisch vervolg rekening te houden met het stedenbouwkundige ontwerp; eventuele transportbewegingen op het terrein van zwaar bouwverkeer mogelijk beschadigingen van intacte archeologica in de bodem kunnen veroorzaken; dat een vindplaats is ontdekt die op basis van uiterlijke kenmerken van de sporen/structuren vermoedelijk dateert uit de prehistorie (Late-Bronstijd en/of 29/53 - v astgesteld - NL.IMRO.0273.BPBGHussteeg22-VA01 - 3 juli 2020

Vroege-IJzertijd). Econsultancy adviseert daarom om binnen het plangebied bij werkzaamheden dieper dan 30 cm (gemeten vanaf maaiveldhoogte) een opgraving uit te voeren. Algmeen opmerking Mochten, ondanks de uitgevoerde onderzoeken, tijdens de graafwerkzaamheden in het vrijgegeven deel van het plangebied toch archeologische waarden worden aangetroffen, dan dient hiervan melding te worden gemaakt conform artikel 5.10 van de Erfgoedwet uit juli 2016 bij het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed2). 4.4

Cultuurhistorie

Het plangebied is gelegen aan de Husselsesteeg in de gemeente Putten. De locatie is gelegen in het halfopen agrarisch landschap aan de westrand van de Veluwe. Aan deze oude route heeft zich een open lintstructuur ontwikkeld, op de grens tussen een kleine es en drogere zandgrond. Kenmerkend is de kleinschalige kamerstructuur die bestaat uit een gevarieerd lappendeken waarin de percelen afgebakend zijn door lanen, houtwallen en bosschages. Camping Hilary is al sinds 1968 op het terrein aanwezig. Conclusie Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het voorliggend bestemmingsplan. 4.5

Bodem

4.5.1 Algemeen In het kader van een nieuw bestemmingsplan dient te worden aangetoond dat de bodem geschikt is (of geschikt te maken) is voor de nieuwe of aangepaste bestemming. Dit vloeit voort uit artikel 3.1.6 Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Wanneer (een deel van) de bodem in het plangebied verontreinigd is, moet worden aangetoond dat het bestemmingsplan, rekening houdend met de kosten van sanering, financieel uitvoerbaar is. 4.5.2 Bodemonderzoeken In het kader van het bestemmingsplan is voor het plangebied door Klijn een verkennend bodemonderzoek 'Verkennend bodemonderzoek Husselsesteeg 22 te Putten' uitgevoerd, zie bijlage Bijlage 5 bij deze toelichting. In het uitgevoerde bodemonderzoek is door middel van de bemonstering en analyse van grond en grondwater de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie vastgesteld. Hieruit is gebleken dat: Zintuiglijk zijn er geen verontreinigingen waargenomen; Op basis van de historie van het perceel en het uitgevoerde vooronderzoek wordt geconcludeerd dat de locatie als een niet verdachte locatie voor de aanwezigheid van asbest kan worden beschouwd.

Deze conclusie wordt bevestigd doordat tijdens de boorwerkzaamheden op of in de bodem op basis van zintuiglijke waarnemingen geen asbestverdacht materiaal is geconstateerd; Analytisch zijn in grondmengmonsters MM1, MM2 en MM3 (0,0-0,5 m-mv) geen verhoogde gehalten met de onderzochte componenten geconstateerd; Analytisch zijn in grondmengmonster MM4 (0,05-0,5 m-mv) licht verhoogde gehalten aan PAK en minerale olie geconstateerd; Analytisch zijn in grondmengmonsters MM5 (0,5-1,0 m-mv), MM6 (0,5-1,5 m-mv) en MM7 (1,0-2,0 m-mv) geen verhoogde gehalten met de onderzochte componenten geconstateerd; Analytisch is in het grondwater ter plaatse van peilbuis 01 een licht verhoogd gehalte 30/53 - v astgesteld - NL.IMRO.0273.BPBGHussteeg22-VA01 - 3 juli 2020

aan barium en zijn, ter plaatse van peilbuis 03, licht verhoogde gehalten aan naftaleen en Per geconstateerd; Analytisch zijn in het grondwater ter plaatse van peilbuis 02 geen verhoogd gehalten met de onderzochte componenten geconstateerd. Conclusie Gezien de resultaten van het onderzoek wordt geconcludeerd dat de voor de onderzoekslocatie opgestelde hypothese “niet verdachte locatie”, formeel gezien niet juist is. Er zijn immers op de locatie enkele licht verhoogde gehalten aangetroffen. De geconstateerde verhoogde gehalten liggen onder de indexwaarde van 0,5 en/of interventiewaarde en vormen géén aanleiding tot het instellen van een nader bodemonderzoek. Op basis van de onderzoeksresultaten bestaan er, vanuit milieuhygiënisch oogpunt gezien, geen belemmeringen voor de vaststelling van het voorliggend bestemmingplan. Asbest Op basis van de historie van het perceel, de uitgevoerde maaiveldinspectie en de zintuiglijke waarnemingen tijdens de boorwerkzaamheden -waarbij geen asbestverdachte materialen zijn aangetroffen- is het aannemelijk dat er geen sprake is van een verontreiniging van de bodem met asbest. Indien hierover echter meer zekerheid is gewenst, wordt geadviseerd een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5707 of NEN 5897 uit te laten voeren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10502300/1