CConstaterende datPutten
Koppel je AI →
Document · PDF

2026-018.1 Putten - Eindrapport Rekenkameronderzoek Armoede- en schuldenbeleid

Gemeenteraad 5 maart 2026, gemeente PuttenBij agendapunt: Eindrapport Rekenkameronderzoek armoede- en schuldenbeleid20.649 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Eindrapport Rekenkameronderzoek armoedeen schuldenbeleid Gemeente Putten

Colofon Offertenummer: FC 527 Auteurs:

Artem Vardanyan Yorick van den Berg Gerard Nieuwe Weme Julian Edens Sari van Aart

B&A B.V. Bezuidenhoutseweg 161 Postbus 829 2501 CV Den Haag 070 – 3029500 info@bagroep.nl www.bagroep.nl Den Haag, februari 2026

© Copyright B&A B.V. 2025. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Op alle opdrachten en werkzaamheden zijn de Algemene voorwaarden van B&A B.V. van toepassing, gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel Haaglanden onder dossiernummer: KvK Haaglanden 27177844. De Algemene voorwaarden treft u als bijlage aan en kunt u tevens inzien op onze website, www.bagroep.nl. B&A is gevestigd in Den Haag, Amsterdam en Rotterdam.

Inhoudsopgave 1. Samenvatting 1.1 Aanleiding 1.2 Centrale vraag 1.3 Leeswijzer 2. Bevindingen 2.1 Analyse inkomenspositie (2020–2022) 2.2 Kortdurend lage inkomenspositie (≤ 1 jaar onder 130% sociaal minimum) 2.3 Langdurend lage inkomenspositie (≥ 4 jaar onder 130% sociaal minimum) 2.4 Analyse schuldenproblematiek (2021–2023) 2.5 Bekendheid en behoeften van inwoners 2.6 Ervaringen met gemeentelijke dienstverlening – mystery guest onderzoek 2.7 Ervaringen van uitvoerende medewerkers en partners - aansluiting op behoeften 2.8 Bereik en effectiviteit 2.9 Nieuwe doelgroepen 2.10 Middelen en knelpunten 2.11 Beleid armoede en schulden 2.12 Informatievoorziening en de rol van de raad 2.13 Leren van andere gemeenten 3. Conclusies 4. Aanbevelingen 5. Bestuurlijke reactie 6. Nawoord 7.

Nota van bevindingen 7.1 Aanleiding 7.2 Onderzoeksvragen 7.3 Onderzoeksmodel 7.4 Normenkader 7.5 Onderzoeksverantwoording 7.6 Bevindingen leefwereld 7.6.1 Inleiding 7.6.2 Omvang en ontwikkeling doelgroepen 7.6.3 Bevindingen bekendheid, toegang en aansluiting behoeften perspectief inwoners 7.6.4 Toetsing normenkader 7.7 Bevindingen uitvoeringswereld 7.7.1 Inleiding 7.7.2 Bevindingen ingezette maatregelen en voorzieningen 7.7.3 Bevindingen armoede- en schuldenaanpak 7.7.4 Bevindingen aansluiting aanpak en voorzieningen op behoeften 7.7.5 Bevindingen bereik doelgroepen 7.7.6 Bevindingen toereikendheid middelen 7.7.7 Toetsing normenkader 7.8 Bevindingen beleidswereld 7.8.1 Inleiding 7.8.2 Bevindingen beleid en doelen armoede en schulden 7.8.3 Bevindingen ingezette middelen armoede en schulden 7.8.4 Bevindingen effecten beleid armoede en schulden 7.8.5 Bevindingen resultaten ten opzichte van de andere vier gemeenten en landelijk 7.8.6 Bevindingen positionering raad 7.8.7 Toetsing normenkader 8. Bijlage 1: Overzicht van ingezette regelingen per gemeente 9. Bijlage 2: geraadpleegde bronnen

3

5 5 5 5 6 6 6 6 6 6 6 6 7 7 7 7 7 7 8 9 10 13 15 15 15 16 17 19 20 20 20 22 25 26 26 26 30 31 32 34 35 36 36 36 39 39 41 43 44 47 63

Deel A

Samenvatting

4

1. Samenvatting 1.1 Aanleiding De samenwerkende rekenkamers (hierna rekenkamer) van de gemeenten Elburg, Hattem, Nunspeet, Oldebroek en Putten hebben gekozen om het ‘armoede1- en schuldenbeleid’ te onderzoeken. De Rekenkamer geeft aan dat het onderwerp om meerdere redenen actueel is: de gevolgen van de stijgende prijzen van energie en boodschappen, mede als gevolg van de oorlog in Oekraïne en de aandacht voor het onderwerp in de verkiezingsdebatten. Gemeenten hebben bij de aanpak van armoede een belangrijke rol. Niet alleen bij het in het beeld krijgen wie hulp nodig heeft, maar ook in het helpen bij de noodzakelijke (financiële) ondersteuning. Gemeenten zijn gebonden aan wet- en regelgeving, maar hebben ook de beleidsvrijheid om hier keuzes in te maken. 1.2 Centrale vraag De centrale onderzoeksvraag is: Lukt het de gemeenten Elburg, Hattem, Nunspeet, Oldebroek, en Putten om de beschikbare middelen voor armoede doeltreffend/doelmatig in te zetten, worden de huishouders in (dreigende) armoede bereikt en is de aanpak effectief? Hoe zetten de gemeenten de schuldhulpverlening in en in hoeverre helpt dit bij de bestrijding van armoede? Wat kan er beter en wat kunnen de 5 gemeenten van elkaar leren? 1.3 Leeswijzer Dit onderzoeksrapport bestaat uit 2 delen. De bestuurlijke nota (deel A) bevat een samenvatting van de bevindingen die het onderzoek heeft opgeleverd (hoofdstuk 2).

De nota van bevindingen (deel B) biedt een gedetailleerder inzicht in alle bevindingen en geeft ook antwoord op alle onderzoeksvragen. De nota van bevindingen biedt meer verdieping en kan gebruikt worden om meer beeld en context te krijgen bij de algemene bevindingen die beschreven zijn in de bestuurlijke nota. Bijlage 1 van de nota van bevindingen biedt een overzicht van alle minimaregelingen die in de 5 onderzochte gemeenten worden ingezet, en kan gebruikt worden ter lering en inspiratie. Bijlage 2 geeft een overzicht van de gebruikte bronnen en gesproken respondenten.

1

In de nieuwe methode betekent armoede dat een huishouden niet genoeg financiële middelen heeft voor minimaal

noodzakelijke uitgaven in Nederland. Hierbij wordt gekeken naar inkomen, vermogen en worden voor het eerst werkelijke individuele uitgaven aan wonen en energie meegenomen.

5

2. Bevindingen 2.1 Analyse inkomenspositie (2020–2022) Kortdurend lage inkomenspositie (≤ 1 jaar onder 130% sociaal minimum) In Putten is tussen 2020 en 2022 een afname zichtbaar in het aandeel huishoudens dat maximaal één jaar onder de inkomensgrens van 130% van het sociaal minimum leeft (van 11,45% naar 10,10%). Deze dalende trend is vergelijkbaar met de ontwikkeling in de overige onderzochte gemeenten. De percentages liggen daarbij structureel op zelfde niveau als in de andere gemeenten, behalve Hattem die lagere percentages laat zien. 2.2 Kortdurend lage inkomenspositie (≤ 1 jaar onder 130% sociaal minimum) In Putten is tussen 2020 en 2022 een lichte daling zichtbaar in het aandeel huishoudens dat maximaal één jaar onder de inkomensgrens van 130% van het sociaal minimum leeft (van 11,45% naar 10,10%). Deze trend is vergelijkbaar met de ontwikkeling in de overige onderzochte gemeenten. De percentages zitten steeds rond het gemiddelde: Putten wijkt niet significant af in positieve of negatieve zin. Hattem blijft in deze periode de gemeente met het laagste aandeel huishoudens onder deze inkomensgrens, terwijl Nunspeet en Oldebroek over het algemeen iets hogere percentages laten zien dan Putten.

2.3 Langdurend lage inkomenspositie (≥ 4 jaar onder 130% sociaal minimum) Ook bij de huishoudens die langdurig (vier jaar of langer) een inkomen onder de grens van 130% van het sociaal minimum hebben, is in Putten sprake van een lichte afname (van 6,25% in 2020 naar 6,06% in 2022). Dit patroon is ook zichtbaar in de meeste andere gemeenten. De waarden in Putten liggen rond het gemiddelde van de vijf gemeenten. Opvallend is dat Hattem hier structureel lager scoort, met percentages onder de 6%. Nunspeet laat daarentegen iets hogere percentages zien, maar deze verschillen blijven relatief beperkt. 2.4 Analyse schuldenproblematiek (2021–2023) Het aandeel huishoudens met bekende schulden in Putten is tussen 2021 en 2023 toegenomen van 4,8% naar 5,7%. Deze stijging is vergelijkbaar met de trend in andere gemeenten. Over de hele periode blijft Putten onder het landelijk gemiddelde, dat oploopt van 7,7% naar 8,8%. In vergelijking met omliggende gemeenten ligt Putten qua percentage schuldenaren in 2023 iets hoger dan Hattem (4,8%) en nagenoeg gelijk aan Oldebroek en Nunspeet (beide 5,8%). Daarmee laat Putten geen opvallende afwijking zien ten opzichte van de regionale context. 2.5 Bekendheid en behoeften van inwoners In Putten is de meerderheid van de gesproken inwoners niet volledig op de hoogte van het volledige aanbod aan inkomensondersteunende regelingen.

Dit patroon komt ook voor in Elburg en Nunspeet. De meerderheid van de inwoners kent alleen de regelingen die ze zelf gebruiken. Dit wijst op een beperkt bereik van algemene communicatie over het aanbod. De behoefte aan proactieve communicatie komt in meerdere gemeenten terug, maar wordt in Putten expliciet genoemd door meerdere inwoners en ook de wens voor één vast contactpersoon (continuïteit). Opvallend is de behoefte aan ondersteuning bij het afbouwen van bewindvoering, wat in andere gemeenten minder expliciet genoemd wordt. 2.6 Ervaringen met gemeentelijke dienstverlening – mystery guest onderzoek Raadsleden in Putten waren gematigd positief over het vinden van hulp. De bijzondere bijstand was goed vindbaar, maar de individuele inkomenstoeslag minder. In vergelijking met gemeenten als Hattem en Elburg, waar de beoordeling negatiever uitviel, scoort Putten hierop gemiddeld. Wel werd de informatievoorziening als wisselend ervaren, met name door onduidelijkheden op de website en beperkte telefonische bereikbaarheid – een punt dat ook in Nunspeet en Hattem speelt. 2.7 Ervaringen van uitvoerende medewerkers en partners - aansluiting op behoeften In Putten ervaren uitvoerenden dat de ondersteuning in algemene zin toereikend is, maar dat maatwerk en proactief handelen nog onvoldoende tot uiting komen. Deze constatering komt ook naar voren in Oldebroek en Nunspeet.

Putten wijkt hierin niet significant af, maar sluit wel aan bij een bredere behoefte aan meer flexibiliteit en persoonlijk contact.

6

2.8 Bereik en effectiviteit Uitvoerenden hebben moeite te bepalen wie ze niet bereiken, omdat inwoners vaak niet op de hoogte zijn van hun recht op hulp. Dit verhoogt de drempel, vooral voor mensen met schulden. Daarnaast heeft de gemeente geen zicht op de effectiviteit van verschillende regelingen. Ook is de vraag wat zijn goede indicatoren om het succes te meten? Daarvoor loopt de gemeente nu een traject via Movisie. Het gebruik van de inkomensregelingen van 16% wordt deels verklaard door een cultuur van zelfoplossing en wantrouwen in de overheid. Externe organisaties zoals Stichting Leergeld helpen het bereik te vergroten, zoals blijkt uit de stijging van het aantal gezinnen dat geholpen wordt. Dit lage gebruik speelt ook in andere gemeenten op de Noord-Veluwe. Vergelijkbaar met Nunspeet en Oldebroek, blijkt het moeilijk om bepaalde doelgroepen in beeld te krijgen, met name mensen met schulden of beperkte digitale vaardigheden. 2.9 Nieuwe doelgroepen Putten signaleert – net als de andere gemeenten – nieuwe doelgroepen als gevolg van de energiecrisis en inflatie, zoals ZZP’ers, werkende armen en mensen met een inkomen tussen 110-130% van het sociaal minimum. Uniek in Putten is de constatering dat alleenstaande ouders nog onvoldoende in beeld zijn, wat in de andere gemeenten niet specifiek als aandachtspunt wordt genoemd.

2.10 Middelen en knelpunten Uitvoerenden in Putten ervaren de middelen als beperkt toereikend, vooral als het bereik vergroot wordt. In vergelijking met Hattem (waar flexibiliteit beter ervaren wordt) en Oldebroek (waar ambtshalve verstrekking wordt genoemd als kans), lijkt Putten nog in een verkennende fase te zitten rond de inzet van automatische toekenningen. Samenwerking binnen het sociaal domein wordt genoemd als aandachtspunt voor verbetering. 2.11 Beleid armoede en schulden Putten richt zich op duurzame ondersteuning, vergroten van het bereik, betere samenwerking en vereenvoudiging van procedures. Deze doelen komen grotendeels overeen met die van de andere gemeenten, maar Putten legt een nadrukkelijke focus op het vergroten van deelname aan voorzieningen en het verbeteren van het hulpbereik – elementen die in bijvoorbeeld Elburg en Oldebroek minder expliciet naar voren komen. 2.12 Informatievoorziening en de rol van de raad In Putten wordt de raad geïnformeerd over het armoede- en schuldenbeleid via de kadernota, begroting, maandrapportages, jaarstukken en aanvullende informatieavonden of evaluaties. De informatie is beknopt en de raad maakt hier beperkt gebruik van in termen van actieve sturing en vraagstelling. In vergelijking met gemeenten als Oldebroek, waar de raad actief wordt betrokken, is de strategische rol in Putten minder zichtbaar.

Het bereik en de effectiviteit van de verschillende regelingen zijn in beeld gebracht in de gemeente Oldebroek en hierover wordt het gesprek gevoerd in de raad. De gemeente Putten werkt aan nieuwe beleidsindicatoren om de kaderstellende en controlerende functie te versterken. Daarmee bevindt Putten zich in een transitiefase, vergelijkbaar met Hattem. In tegenstelling tot Nunspeet, wordt in Putten nog weinig gebruikgemaakt van praktijkervaringen naast cijfers, wat de betrokkenheid van de raad zou kunnen vergroten. 2.13 Leren van andere gemeenten In vergelijking met de andere gemeenten in dit onderzoek – Elburg, Hattem, Nunspeet en Oldebroek – valt op dat de gemeenteraad van Putten minder actief gebruikmaakt van de beschikbare informatie over armoede en schulden. In Oldebroek wordt de raad bijvoorbeeld regelmatig betrokken via concrete casussen en externe evaluaties, wat de kaderstellende en controlerende rol versterkt. Dit suggereert dat meer context en voorbeelden kunnen bijdragen aan effectievere raadsbetrokkenheid. Op het gebied van vroegsignalering maakt Putten gebruik van externe partijen zoals Stimenz en neemt hierin Nunspeet als voorbeeld. Ook onderzoekt de gemeente Putten hoe andere gemeenten omgaan met het verhogen van inkomensgrenzen en de ondersteuning van vluchtelingen.

Deze verschillen bieden Putten aanknopingspunten om werkzame onderdelen uit andere lokale aanpakken te verkennen en mogelijk toe te passen.

7

3. Conclusies Conclusie 1: de doelgroep is vaak niet op de hoogte van het volledige aanbod Respondenten uit de doelgroep die gebruik maken van 1 of meerdere regelingen, zijn in meerderheid niet op de hoogte van het volledige aanbod. De meerderheid kent alleen de regelingen die ze zelf gebruiken. Respondenten uit de doelgroep die gebruik maken van 1 of meerdere regelingen, zijn in meerderheid niet op de hoogte van het volledige aanbod. De meerderheid kent alleen de regelingen die ze zelf gebruiken. Daardoor kan het voorkomen dat inwoners sommige regelingen, zoals de individuele inkomenstoeslag, niet weten te vinden of aan te vragen. Conclusie 2: niet alle inwoners uit de doelgroepen worden bereikt en het niet-bereik is niet goed in beeld Gemiddeld genomen wordt volgens onderzoek uitgevoerd in 2021 dat 16% van de doelgroep gebruik maakt van de regelingen. Dit sluit aan op een landelijk en regionaal beeld van beperkt bereik van armoederegelingen. Veel doelgroepen zijn niet automatisch bij de gemeente in beeld, bijvoorbeeld werkende armen, alleenstaande ouders of mensen met beperkte digitale vaardigheden. Daarnaast kloppen veel inwoners niet uit zichzelf aan voor hulp uit een gevoel van schaamte of het idee “het zelf te moeten oplossen”. Ook een breder wantrouwen in de overheid speelt een rol.

Daarnaast speelt mee dat inwoners in Putten geneigd zijn om hulp in hun directe sociale omgeving te zoeken (bijvoorbeeld in kerkelijk verband), waardoor zij onder de radar van de gemeente blijven. Tot slot speelt ook de onbekendheid met het volledige aanbod waarschijnlijk een rol. Conclusie 3: het aanbod aan regelingen sluit aan op de behoeften Het pakket aan regelingen op het gebied van inkomensondersteuning dat de gemeente Putten aanbiedt, voorziet in de behoeften van de doelgroep. Zowel door uitvoerenden van de gemeente en externe organisaties, als door inwoners, worden geen hiaten gesignaleerd. Conclusie 4: er is ruimte voor verbetering in het bieden van maatwerk en proactief handelen door de gemeente en haar partners Uitvoerenden geven aan dat zij nog onvoldoende toekomen aan het bieden van maatwerk en proactief handelen. Hierdoor blijven kansen onbenut om (de problematiek van) de doelgroep beter in kaart te brengen en in een vroeg stadium problemen aan te pakken. Conclusie 5: de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraad is beperkt Informatievoorziening aan de raad over het armoedebeleid vindt volgens beleidsmakers, naast de reguliere P&C cyclus, plaats door middel van informatieavonden en incidentele evaluaties. De geboden informatie is volgens beleidsmakers beknopt en (bij)sturing door de raad is, mede hierdoor, beperkt.

8

4. Aanbevelingen Aanbeveling 1: zet in op betere bekendheid van de regelingen Als meer inzicht ontstaat in het niet-bereik, kunnen de doelgroepen ook beter proactief worden benaderd met communicatie over de regelingen. Daarnaast kan de algemene communicatie en vindbaarheid van de regelingen, bijvoorbeeld op de website van de gemeente, worden verbeterd. Aanbeveling 2: investeer in meer maatwerk en een actieve benadering van de doelgroepen Bij het ontstaan van armoede is complexe en/of meervoudige problematiek vaak de grootste risicofactor. Maatwerk is nodig om deze multi-problematiek te herkennen en te kunnen aanpakken. Zorg dat uitvoerders de tijd en ruimte hebben om maatwerk te bieden. Een van de mogelijkheden om capaciteit hiervoor vrij te maken, is door tegelijkertijd in te zetten op meer ambtshalve verstrekken. Hierdoor kan mogelijk tevens het bereik en gebruik worden vergroot, maar daarmee ook het risico op overschrijding van budgetten. Aanbeveling 3: vergroot het inzicht in het niet-bereik Om het bereik van de ondersteuning te vergroten, moet de gemeente inzicht krijgen in welke groepen inwoners buiten beeld blijven. Daartoe dient voor elke regeling het bereik en niet-bereik in kaart te worden gebracht. De Lokale Armoedescan van het CBS kan daarvoor een nuttig hulpmiddel zijn. Aanbeveling 4: zet in op meetbare en concrete doelen en resultaten voor het armoedebeleid.

Monitor vervolgens de uitvoering aan de hand van deze SMART doelen. Momenteel wordt gewerkt aan nieuwe beleidsindicatoren voor het armoedebeleid. Zie erop toe dat de nieuwe indicatoren meetbaar zijn in effect en tijd, en dat deze de ambities van uw raad weerspiegelen. Voer vervolgens periodiek het gesprek met het college over de voortgang aan de hand van de nieuwe indicatoren. Stel waar nodig het beleid bij.

9

5.

10

Bestuurlijke reactie

11

12

6. Nawoord Geacht college, Op 6 januari 2026 ontvingen wij van u de bestuurlijke reactie op ons rekenkamerrapport ‘Onderzoek naar armoede- en schuldenbeleid’. Wij willen u hier hartelijk voor bedanken! In de bestuurlijke reactie lezen wij dat het college dit onderwerp een warm hart toedraagt en dat zij blij is met de positieve effecten die het beleid nu al heeft. De rekenkamer waardeert ook het voornemen dat het college de aanbevelingen betrekt in haar beleid en/of meeneemt in de uitvoering. Ondanks deze constructieve reactie is het college kritisch op de lange doorlooptijd van ons onderzoek, waardoor het rapport niet meer geheel aansluit op de actualiteit en het veel ambtelijke inzet heeft gekost. Wij (h)erkennen dit en betreuren de gang van zaken. Ook als rekenkamer streven wij naar een vlot en efficiënt onderzoeksproces. Tegelijkertijd willen wij geen concessies doen aan de kwaliteit van het onderzoek/het rapport en zullen daarom altijd zorgvuldig te werk gaan. Dit neemt niet weg dat wij de kritiek van het college ter harte nemen bij vervolgonderzoeken. Wij zien uit naar de behandeling van ons rapport in de commissievergadering. Met hartelijke groet, Namens de rekenkamer, H.W.P. (Peter) Niemeijer (voorzitter)

13

Deel B

Nota van bevindingen 14

7. Nota van bevindingen 7.1 Aanleiding De samenwerkende rekenkamers (hierna rekenkamer) van de gemeenten Elburg, Hattem, Nunspeet, Oldebroek en Putten hebben gekozen om het ‘armoede2- en schuldenbeleid’ te onderzoeken. Dit onderwerp is om meerdere redenen actueel: de gevolgen van de stijgende prijzen van energie en boodschappen, mede als gevolg van de oorlog in Oekraïne en de aandacht voor het onderwerp in de verkiezingsdebatten. Gemeenten hebben bij de aanpak van armoede een belangrijke rol. Niet alleen in het beeld krijgen wie hulp nodig heeft, maar ook in het helpen bij de noodzakelijke (financiële) ondersteuning. Gemeenten zijn gebonden aan wet- en regelgeving, maar hebben ook de beleidsvrijheid om hier keuzes in te maken. 7.2 Onderzoeksvragen De centrale onderzoeksvraag is: Lukt het de gemeenten Elburg, Hattem, Nunspeet, Oldebroek, en Putten om de beschikbare middelen voor armoede doeltreffend/doelmatig in te zetten, worden de huishouders in (dreigende) armoede bereikt en is de aanpak effectief? Hoe zetten de gemeenten de schuldhulpverlening in en in hoeverre helpt dit bij de bestrijding van armoede? Wat kan er beter en wat kunnen de 5 gemeenten van elkaar leren? De volgende deelvragen zijn daarbij per wereld ingedeeld. Leefwereld 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Wat is de omvang van de doelgroepen van armoederegelingen en schuldhulpverlening? Is de doelgroep gegroeid of veranderd (trendoverzicht)? Zijn er (mede door recente ontwikkelingen op de energiemarkt en de opgelopen inflatie) nieuwe doelgroepen die niet in beeld zijn bij de gemeenten? Zijn de mogelijkheden tot het aanvragen van inkomensondersteunende maatregelen bekend bij de doelgroep? Vindt de doelgroep de toegang tot de mogelijkheden en middelen? Zijn deze begrijpelijk in het kader van dienstverlening? Is de doelgroep daadwerkelijk geholpen met de ingezette instrumenten (inkomensondersteunende maatregelen)? In hoeverre sluiten de instrumenten aan bij de behoeften van de doelgroep? Welke behoeften hebben de huishoudens in (dreigende) armoede als het gaat om ondersteuning van de gemeente?

Uitvoeringswereld 8.

Welke inkomensondersteunende maatregelen en andere middelen zetten de gemeenten in voor de armoedeaanpak en schuldhulpverlening? 9. Hoe ziet de armoedeaanpak eruit en is deze goed opgebouwd? 10. Hoe is de schuldhulpverlening georganiseerd? 11. Hoe sluit de uitvoering van de gemeente aan op de behoeften van ondersteuning van huishoudens? 12. Bereiken de gemeenten de doelgroepen van de inkomensondersteunende maatregelen? 13. Zijn (mede door recente ontwikkelingen op de energiemarkt en de opgelopen inflatie) nieuwe doelgroepen die nog niet in beeld bij de gemeenten? 14. Zijn de beschikbare middelen in de praktijk toereikend? Beleidswereld 15. Welk beleid voeren de vijf gemeenten op het gebied van armoede en schuldhulpverlening? 16. Hebben de gemeenten de volledige doelgroep in beeld?

2

In de nieuwe methode van het CBS betekent armoede dat een huishouden niet genoeg financiële middelen heeft voor minimaal noodzakelijke uitgaven in Nederland. Hierbij wordt gekeken naar inkomen, vermogen en worden voor het eerst werkelijke individuele uitgaven aan wonen en energie meegenomen.

15

17. Welke doelen en resultaten hebben de gemeenten geformuleerd? Welke overwegingen liggen hieraan ten grondslag? 18. Hoe betrekt de gemeente inwoners bij het opstellen van beleidsplannen en de inrichting van de uitvoering van maatregelen? 19. Hoeveel middelen hebben de gemeenten beschikbaar voor het armoedebeleid en de schuldhulpverlening? 20. Zorgt de armoedeaanpak en schuldhulpverlening ervoor dat huishoudens in armoede beter kunnen rondkomen? 21. In hoeverre worden de gestelde doelen/resultaten behaald? 22. Hoe verhouden de resultaten zich ten opzichte van landelijke cijfers? 23. Welke verschillen in resultaten zijn er tussen de vijf gemeenten in termen van bereik en effect? 24. Wat kunnen de gemeenten van elkaar leren? 25. Hoe wordt de raad geïnformeerd over het armoedebeleid/schuldhulpverlening en de uitvoering ervan? 26. Kan de raad met de geboden informatie zijn kaderstellende en controlerende rol adequaat vervullen? 7.3 Onderzoeksmodel Op basis van de onderstaande onderzoeksvragen is in dit onderzoek verondersteld dat de gemeenten Elburg, Hattem, Nunspeet, Oldebroek en Putten een beeld hebben van de risicogroepen in ofwel de opgaven in de ‘leefwereld’. De volgende veronderstelling is dat het beleid en de ambities hierop zijn gebaseerd. Met andere woorden: als dit de maatschappelijke opgave is, dan hebben we deze ambities en doelen. Dit is de ‘beleidswereld’.

Vervolgens is de aanname dat het beleid ook vertaald is naar een set van regelingen en aanpakken; de ‘uitvoeringswereld’. De laatste aanname is dat de ‘uitvoeringswereld’ effectief is in de ‘leefwereld’. De risicogroepen worden bereikt en de aanpak leidt tot vermindering van de (risico’s op) armoede en verbetering van de bestaanszekerheid en daarmee worden beleidsdoelen gerealiseerd. Dat leidt tot het volgende onderzoeksmodel, waarbij het plan van aanpak ook op hoofdlijnen is weergegeven.

De fasering van het onderzoek en de onderzoeksmethoden was opgebouwd aan de hand van de ‘werelden’. Per wereld startte het onderzoek met een documentenanalyse, gevolgd door interviews met de vertegenwoordigers in die wereld, zoals inwoners, uitvoerenden en beleidsmakers- en bepalers. In de leefwereld werd daarnaast ook dossieronderzoek en praktijkonderzoek uitgevoerd met behulp van ‘mystery guests’. Aan raadsleden is gevraagd om aan de hand van voorbeeldsituaties op zoek te gaan naar hulp en deze aan te vragen. In Putten, Elburg en

16

Nunspeet deden twee raadsleden mee, in Oldebroek vier en in Hattem één. De opbrengsten uit de gesprekken met de inwoners zijn betrokken bij de vraagstelling aan de uitvoerenden zoals consulenten van de gemeente en medewerkers van partners die inwoners helpen. Vervolgens zijn de opbrengsten uit de gesprekken met de uitvoerenden weer betrokken bij de vraagstelling aan de beleidsmakers- en bepalers. Gesproken is met beleidsmedewerker van de gemeente, de verantwoordelijk wethouder en een vertegenwoordiging van de raad. Op deze manier zijn de bevindingen steeds verrijkt vanuit een ander perspectief en is daarmee de hoofdvraag beantwoord. In bijlage 1 zijn de geraadpleegde documenten en respondenten opgenomen. 7.4 Normenkader Het normenkader voor dit onderzoek is in onderstaande tabel weergegeven. Onderdeel onderzoeksmodel Leefwereld

Vraag

Normen

1. Wat is de omvang van de doelgroepen van armoederegelingen en schuldhulpverlening? 2. Zijn er (mede door recente ontwikkelingen op de energiemarkt en de opgelopen inflatie) nieuwe doelgroepen die niet in beeld zijn bij de gemeente? 3. Zijn de mogelijkheden bekend bij de doelgroep? 4. Vindt de doelgroep de toegang tot de mogelijkheden en middelen? 5. Zijn deze begrijpelijk in het kader van dienstverlening?

▪

Beschrijvende vragen, geen norm.

▪

Inwoners weten hoe zij de mogelijkheden tot inkomensondersteuning kunnen vinden. Inwoners zijn bekend met de mogelijkheden tot inkomensondersteuning. Het beroep doen op de mogelijkheden tot inkomensondersteuning is laagdrempelig voor inwoners. De mogelijkheden zijn begrijpelijk voor de doelgroep.

▪

▪

▪

Uitvoeringswereld

17

6. Is de doelgroep daadwerkelijk geholpen met de ingezette instrumenten? In hoeverre sluiten de instrumenten aan bij de behoeften van de doelgroep?

▪

7. Welke behoeften hebben de huishoudens in (dreigende) armoede als het gaat om ondersteuning van de gemeente en hoe sluit de uitvoering van de gemeente daarop aan? 8. Welke inkomensondersteunende maatregelen en andere middelen zetten de gemeenten in voor de armoedeaanpak en schuldhulpverlening?

▪

▪

▪

De ingezette inkomensondersteunende maatregelen helpen inwoners bij het vergroten van hun bestaanszekerheid. De ingezette instrumenten sluiten aan bij de behoeften van de doelgroep. De uitvoering van de ondersteuning door de gemeente sluit aan bij de behoeften van huishoudens in (dreigende) armoede.

Beschrijvende vraag, geen norm.

Onderdeel onderzoeksmodel

Beleidswereld

Vraag

Normen

9. Hoe ziet de armoedeaanpak eruit en is deze goed opgebouwd?

▪

▪

De armoedeaanpak is zo ingericht dat deze aansluit bij zowel de behoeften van inwoners als de doelen die de gemeente wil bereiken. Sprake is van een leer- en verbetercyclus tussen verschillende uitvoerders van verschillende regelingen waarmee steeds de aanpak waar nodig wordt aangescherpt.

10. Hoe is de schuldhulpverlening georganiseerd? 11. Hoe sluit de uitvoering van de gemeente aan op de behoeften van ondersteuning van huishoudens? 12. Bereiken de gemeenten de doelgroepen van de inkomensondersteunende maatregelen? 13. Zijn (mede door recente ontwikkelingen op de energiemarkt en de opgelopen inflatie) nieuwe doelgroepen nog niet in beeld bij de gemeenten? 14. Zijn de beschikbare middelen in de praktijk toereikend?

▪

Beschrijvende vraag, geen norm.

▪

Beschrijvende vraag, geen norm.

▪

De gemeenten bereiken de door hen benoemde doelgroepen.

▪

De gemeente heeft nieuwe doelgroepen in beeld en heeft een onderbouwde keuze gemaakt om voor deze groepen wel of geen vorm van maatregelen in te zetten.

▪

15. Welk beleid voeren de vijf gemeenten op het gebied van armoede en schuldhulpverlening? 16. Hebben de gemeenten de volledige doelgroep in beeld?

▪

De beschikbare middelen zijn binnen de inhoudelijke kaders van de maatregelen toereikend. Beschrijvende vraag, geen norm.

▪

De gemeenten hebben de volledige doelgroep in beeld.

17. Welke doelen en resultaten hebben de gemeenten geformuleerd? Welke overwegingen liggen hieraan ten grondslag?

▪

Doelen zijn concreet en resultaatgericht geformuleerd en bevatten indicatoren en streefwaarden. Sprake is van een analyse van de opgave rondom armoede en een daarop gebaseerde beleidsambitie.

18. Hoe betrekt de gemeente inwoners bij het opstellen van beleidsplannen en de inrichting van de uitvoering van maatregelen?

▪

▪

▪

▪

18

De gemeente betrekt inwoners bij het opstellen van het beleid (doelen). De gemeente betrekt inwoners bij de inrichting van de uitvoering van maatregelen en de armoede aanpak. De gemeente vraagt periodiek aan de doelgroepen van het beleid wat goed gaat en wat beter kan in de uitvoering.

Onderdeel onderzoeksmodel

Vraag

Normen

19. Hoeveel middelen hebben de gemeenten beschikbaar voor het armoedebeleid en de schuldhulpverlening? 20. Zorgt de armoedeaanpak en schuldhulpverlening ervoor dat huishoudens in armoede beter kunnen rondkomen? 21. In hoeverre worden de gestelde doelen/resultaten behaald?

▪

Beschrijvende vraag, geen norm.

▪

Inwoners die gebruik maken van inkomensondersteunende maatregelen en schuldhulpverlening geven aan dat zij hierdoor beter kunnen rondkomen. De gemeente monitort het doelbereik. De beoogde doelen en resultaten worden gerealiseerd.

22. Hoe verhouden de resultaten zich ten opzichte van landelijke cijfers? 23. Welke verschillen in resultaten zijn er tussen de vijf gemeenten in termen van bereik en effect? 24. Wat kunnen de gemeenten van elkaar leren? 25. Hoe wordt de raad geïnformeerd over het armoedebeleid/schuldhulpverle ning en de uitvoering ervan?

▪

Beschrijvende vraag, geen norm.

▪

Beschrijvende vraag, geen norm.

▪

Beschrijvende vraag, geen norm.

▪

26. Kan de raad met de geboden informatie zijn kaderstellende en controlerende rol adequaat vervullen?

▪

De raad wordt minimaal jaarlijks geïnformeerd over het bereik en het effect van het armoedebeleid en schuldhulpverlening. De raad kan met de geboden informatie over het bereik en het effect van het armoedebeleid en schuldhulpverlening de controlerende en kaderstellende rol vervullen.

▪ ▪

7.5 Onderzoeksverantwoording Het onderzoek bestond uit de volgende stappen: Documentenstudie Eerst zijn alle inkomensregelingen van de gemeente geanalyseerd. In kaart is gebracht welke regelingen er zijn en welke voorwaarden daarvoor gelden. Vervolgens is, op basis van gemeentelijke cijfers, onderzocht hoe het gebruik en bereik van deze regelingen zich hebben ontwikkeld. Daarnaast is de armoedeproblematiek in Putten geanalyseerd aan de hand van de beschikbare gegevens. Het tweede deel van de documentenstudie richtte zich op een inhoudelijke analyse van het relevante beleid rondom armoede, schulden en bestaanszekerheid. Hierbij is ook het proces van informatievoorziening vanuit het college naar de raad meegenomen met betrekking tot de aanpak van armoede, schulden en het verbeteren van de bestaanszekerheid. Veldwerk onder inwoners Op basis van geanonimiseerde gemeentelijke bestanden heeft de Rekenkamer een selectie gemaakt van huishoudens met als doel om 12 interviews af te nemen. Dit is gelukt. In deze gesprekken deelden de huishoudens onder andere hun ervaringen met het aanvraagproces en het effect van de ontvangen hulp. Veldwerk onder uitvoerende medewerkers Interviews zijn afgenomen met uitvoerende consulenten van de gemeente en samenwerkingspartners in Putten.

Doel was om inzicht te krijgen in het aanvraagproces, hoe huishoudens toegang vinden tot hulp en ondersteuning, welke inspanningen worden geleverd om het bereik te vergroten en welke factoren een rol spelen bij het nietbereiken van bepaalde groepen. Daarnaast gaven uitvoerders aan wat goed gaat en wat verbeterd kan worden. Ook reflecteerden zij op de bevindingen uit de gesprekken met huishoudens.

19

Veldwerk onder beleidsmakers Beleidsmedewerker verantwoordelijk voor armoede en bestaanszekerheid zijn geïnterviewd, evenals de verantwoordelijke wethouder. In deze gesprekken is onder andere besproken wat de belangrijkste doelen van de gemeente zijn, hoe de gemeente stuurt op het behalen van deze doelen en welke factoren de behaalde resultaten beïnvloeden. Daarnaast gaven zij aan wat goed gaat en wat beter kan. Ook reflecteerden zij op de uitkomsten van de gesprekken met zowel inwoners als uitvoerders. Rapportage De bevindingen zijn per perspectief (inwoners, uitvoerders en beleidsmakers) uitgewerkt. Dit heeft geleid tot een nota van bevindingen. 7.6 Bevindingen leefwereld 7.6.1 Inleiding In dit hoofdstuk zijn de bevindingen over de omvang en ontwikkelingen op het gebied van armoede en schulden van de gemeente Putten opgenomen. Daarnaast zijn de ervaringen van bewoners weergegeven als het gaat om de bekendheid met voorzieningen, de toegang tot voorzieningen en het aansluiten van voorzieningen bij de behoefte van bewoners. Eerst zijn in de rode kaders de bevindingen per deelvraag op hoofdlijnen weergegeven, gevolgd door een onderbouwing van dat antwoord. Het hoofdstuk sluit af met een toetsing aan het normenkader. De snelle lezer kan volstaan met het lezen van de beantwoording op hoofdlijnen in de rode kaders. In dit hoofdstuk zijn de volgende deelvragen beantwoord: 1.

Wat is de omvang van de doelgroepen van armoederegelingen en schuldhulpverlening? Is de doelgroep gegroeid of veranderd (trendoverzicht)? 2. Zijn er (mede door recente ontwikkelingen op de energiemarkt en de opgelopen inflatie) nieuwe doelgroepen die niet in beeld zijn bij de gemeente? 3. Zijn de mogelijkheden tot het aanvragen van inkomensondersteunende maatregelen bekend bij de doelgroep? 4. Vindt de doelgroep de toegang tot de mogelijkheden en middelen? 5. Zijn deze begrijpelijk in het kader van dienstverlening? 6. Is de doelgroep daadwerkelijk geholpen met de ingezette instrumenten (inkomensondersteunende maatregelen)? In hoeverre sluiten de instrumenten aan bij de behoeften van de doelgroep? 7. Welke behoeften hebben de huishoudens in (dreigende) armoede als het gaat om ondersteuning van de gemeente? 7.6.2

Omvang en ontwikkeling doelgroepen

1. Wat is de omvang van de doelgroepen van armoederegelingen en schuldhulpverlening? Is de doelgroep gegroeid of veranderd (trendoverzicht)? Bevindingen op hoofdlijnen: ▪ Het aantal inwoners met een inkomen tot 110% van het sociaal minimum neemt in mindere mate af dan inwoners tot 101%, 120% en 130% van het sociaal minimum tussen 2020 en 2022. ▪ Langdurige lage inkomensposities in deze groep komen minder vaak voor en dalen licht. ▪ Schuldenaren3 stegen van 460 in 2021 naar 570 in 2023, maar blijven onder het landelijke gemiddelde.

3

Het CBS definieert schuldenaren als 'huishoudens met geregistreerde problematische schulden' als huishoudens waarin ten minste één persoon voldoet aan criteria zoals deelname aan een wettelijk schuldsaneringstraject (WSNP), een bij het Bureau Krediet Registratie (BKR) geregistreerd minnelijk traject of betalingsachterstand, of opname in het Centraal Curatele en Bewindregister (CCBR) vanwege verkwisting of problematische schulden.

20

Onderbouwing In de onderstaande tabel worden de totale aantallen huishoudens weergegeven met een inkomen tussen 101% en 130% van het sociaal minimum voor de jaren 2020 tot en met 2022 4. Daarnaast is ook het totaal aantal huishoudens per jaar opgenomen. Deze gegevens en indelingen zijn afkomstig uit de Armoedescan van het CBS. Figuur 1. Duur inkomenspositie: 1 jaar Jaar 101%

110%

120%

130%

2020

4,16%

6,25%

8,33%

11,45%

Aantal huishoudens 9606

2021

3,08%

6,16%

8,21%

10,26%

9747

2022

3,03%

6,06%

8,08%

10,10%

9900

In figuur 1 is te zien dat het percentage voor het aantal inwoners tot 101%, 120% en 130% van het sociaal minimum door de jaren heen afneemt. Het percentage voor het aantal inwoners tot 110% van het sociaal minimum neemt in mindere mate af. Het aantal totale huishoudens in de gemeente Putten steeg tussen 2020 en 2022 met 294 huishoudens naar 9900 huishoudens. Figuur 2. Duur inkomenspositie: 4 jaar (langdurig) Jaar 101% 110% 2020 1,04% 3,12%

120% 4,16%

130% 6,25%

2021

1,03%

3,08%

4,10%

6,16%

2022

1,01%

3,03%

4,04%

6,06%

In figuur 2 is te zien dat in de periode 2021-2022 in alle inkomensgroepen het percentage inwoners dat 4 jaar of langer in deze inkomensgroep zit afneemt. Het aandeel inwoners dat langdurig van een laag inkomen moet rondkomen neemt dus af. Figuur 3. Aantal schuldenaren en percentage van schuldenaren ten opzichte van alle huishoudens in de gemeente Jaar Schuldenaren % t.o.v. alle huishoudens % landelijk 2021 7,7% 460 4,8% 2022

520

5,2%

8,1%

2023

570

5,7%

8,8%

In figuur 3 is te zien dat het aantal schuldenaren in de gemeente is gestegen van 460 in 2021 naar 570 in 2023. Dit is een toename van 4,8% naar 5,7%. Hoewel het percentage schuldenaren in de gemeente groeit, blijft het lager dan het landelijke percentage, dat in dezelfde periode opliep van 7,7% in 2021 naar 8,8% in 2023. De gemeente Putten scoort gunstiger dan het landelijk gemiddelde. 2. Zijn er (mede door recente ontwikkelingen op de energiemarkt en de opgelopen inflatie) nieuwe doelgroepen die niet in beeld zijn bij de gemeenten? Bevindingen op hoofdlijnen: ▪ Werkende armen: deze groep is de afgelopen jaren groter geworden, met mensen die ondanks werk moeite hebben om rond te komen. ▪ Door de samenwerking met RMC heeft de gemeente goed zicht op jongeren tot 27 jaar. Via vroegsignalering komen wel signalen van financiële zorgen binnen over de groep boven 27 jaar.

4

Tot 2022 zijn de meest recente cijfers van het CBS.

21

Onderbouwing Perspectief gemeente (consulenten, beleidsmakers) De groep werkende armen is de afgelopen jaren steeds prominenter geworden. Deze mensen werken wel, maar hebben ondanks hun werk moeite om rond te komen. Door de stijgende kosten van levensonderhoud en andere financiële druk ervaren steeds meer werkenden financiële onzekerheid. Deze trend is goed zichtbaar. Het is duidelijk dat deze groep vaker in armoede terechtkomt dan voorheen. Consulenten geven aan dat de gemeente goed zicht heeft op jongeren tot 27 jaar in samenwerking met RMC. De gemeente Putten wijst de inwoners actief op regelingen en hulp. De gemeente ontvangt signalen van financiële zorgen in de groep boven 27 jaar via vroegsignalering. 7.6.3

Bevindingen bekendheid, toegang en aansluiting behoeften perspectief inwoners 5

3. Zijn de mogelijkheden tot het aanvragen van inkomensondersteunende maatregelen bekend bij de doelgroep? 4. Vindt de doelgroep de toegang tot de mogelijkheden en middelen? 5. Zijn deze begrijpelijk in het kader van dienstverlening? Bevindingen op hoofdlijnen: ▪ Bekendheid van regelingen: De meerderheid van de gesproken inwoners is niet volledig op de hoogte van alle gemeentelijke inkomensondersteunende regelingen. Ze zijn alleen bekend met de regelingen die ze zelf al gebruiken. ▪ Toegang tot regelingen: De meerderheid van de gesproken inwoners vindt hulp via omwegen, zoals vrienden of welzijnsorganisaties, in plaats van direct via de gemeente. Slechts 2 inwoners vonden zelf de hulp. Vluchtelingen krijgen automatisch hulp via de gemeente en Putten voor Elkaar. ▪ Begrijpelijkheid van dienstverlening: De meerderheid van de inwoners wenst meer begrijpelijke en op maat gemaakte ondersteuning, zoals een vaste inkomensconsulent en snellere hulp in urgente gevallen. Ondanks verbeterpunten, ervaart de meerderheid van de gesproken inwoners financiële hulp als ondersteunend. ▪ Mystery guest onderzoek: -

Vinden van hulp: De raadsleden waren gematigd positief over het vinden van hulp. De bijzondere bijstand was goed te vinden, maar de individuele inkomenstoeslag niet. Het raadslid van de casus ‘individuele inkomenstoeslag’ werd nooit teruggebeld door de gemeente en had nog niet de juiste hulp gevonden.

-

Toegang tot aanvragen van hulp: Over het aanvragen van hulp waren raadsleden positief over de bijzondere bijstand en vrij negatief over de inkomenstoeslag. De casus van de inkomenstoeslag werd als ontmoedigend ervaren, waarbij de hulp niet werd doorgezet, terwijl voor bijzondere bijstand geen belemmeringen werden ervaren.

-

Duidelijkheid van informatie: Het gemiddelde cijfer voor duidelijkheid was net voldoende. De informatie over de bijzondere bijstand op de website werd als helder ervaren, maar er waren vaak onduidelijkheden over onder welke optie de specifieke hulp viel. Mocht een inwoner afhankelijk zijn van bellen, dan vindt het raadslid met de casus ‘individuele inkomenstoeslag’ het problematisch dat de gemeente haar nooit heeft teruggebeld.

Onderbouwing Bekendheid van regelingen 8 van de 12 gesproken inwoners geven aan niet bekend te zijn met alle aanwezige gemeentelijke regelingen naast

5

Bevindingen binnen deze en volgende paragrafen zijn gebaseerd op gesprekken met 12 inwoners en het mystery guest casusonderzoek. Zie voor meer informatie de onderzoeksverantwoording.

22

de regelingen waar zij al gebruik van maken. Zij zijn niet altijd volledig op de hoogte van de precieze beschikbare ondersteuning. Mystery Guest ‘vinden van hulp’ In de gemeente Putten geven de raadsleden die als Mystery Guest op zoek zijn gegaan naar hulp bij het onderdeel ‘’vinden van hulp’’ een gemiddeld cijfer van een 7. Echter liggen de cijfers ver uit elkaar: een 9 (bijzondere bijstand) en een 5 (individuele inkomenstoeslag). Het raadslid met de casus ‘individuele inkomenstoeslag’ wist niet precies op welke regeling zij recht had, hiervoor zou zij teruggebeld worden, alleen is dit nooit gebeurd. Het raadslid dat de casus had voor bijzondere bijstand gaf als toelichting: ‘’De website geeft duidelijk aan welke opties er zijn, als je dan eenmaal een keuze hebt gemaakt voor een menu dan zijn alle mogelijkheden duidelijk zichtbaar. Om daar te komen is heel makkelijk, maar het is wel zoeken onder welke optie deze casus dan valt. Ik denk dat er veel mensen wel op de juiste plek belanden.’’ Toegang vinden tot regelingen 2 van de 12 gesproken inwoners hebben zelf de hulp gevonden. Verder vinden 10 inwoners uiteindelijk de weg naar hulp via omwegen zoals tips van vrienden of lokale welzijnsorganisaties.

Het komt vaker voor dat gesproken inwoners via deze kanalen op hun recht op gemeentelijke ondersteuning worden gewezen, dan dat de gemeente zelf contact opneemt via de telefoon of een brief. De andere 3 gesproken inwoners kwamen als vluchteling in de gemeente Putten terecht en werden automatisch geholpen door de gemeente om gemeentelijke regelingen aan te vragen met de hulp van Putten voor Elkaar. Mystery Guest toegang: ‘aanvragen van hulp’ In de gemeente Putten geven de raadsleden die als Mystery Guest op zoek zijn gegaan naar hulp bij het onderdeel ‘’aanvragen van hulp’’ een gemiddeld cijfer van een 7. Ook hier liggen de cijfers ver uit elkaar: een 10 (bijzondere bijstand) en een 4 (individuele inkomenstoeslag). Het raadslid met de casus ‘individuele inkomenstoeslag’ geeft aan dat het doorlopen van de stappen om hulp te krijgen ‘’ontmoedigend’’ zijn en dat zij nooit verder in het proces van aanvragen is gekomen. Het andere raadslid met de casus ‘bijzondere bijstand’ geeft aan dat hij eigenlijk geen belemmeringen ervaarde tijdens het vinden en aanvragen van hulp: ‘’Ik ben overal heel goed geholpen en kwam ik terecht waar ik moest zijn.

Als ik iets moet noemen: de website van de gemeente is al duidelijk, maar kan nog meer proberen om mee te bewegen op de vraag van de bezoeker.’’ Begrijpelijk in kader van dienstverlening 7 van de 12 inwoners zouden graag een meer begrijpelijke dienstverlening wensen. Zij hebben behoefte aan aanvullende ondersteuning zoals een vaste inkomensconsulent, meer zelfstandigheid in de bewindvoering, meer maatwerk in de regelingen en sneller hulp bij urgente situaties. Echter geven 11 gesproken inwoners aan dat de aangeboden hulp hen financieel helpt: Het stelt hen in staat hun kosten te betalen. Eén gesproken inwoner geeft aan dat de regelingen bij haar stress hebben weggenomen, maar dat zij geen recht heeft op de bijstand terwijl zij met psychische- en fysieke klachten kampt.

‘’Als je dus niet het goede zoekwoord intypt krijg je dus ook niet snel te zien wat je zoekt op de website van de gemeente.’’

23

“Ik had eerder al contact gehad met de gemeente, die zeiden mij niet te kunnen helpen met financiële ondersteuning. Ook op de website stond niks aangegeven. Een studieadviseur raadde mij aan om te zoeken op 'individuele studietoeslag'. Toen ik hiernaar zocht op de website van gemeente Putten kwam er een aanvraagformulier tevoorschijn.’’

Mystery Guest ‘duidelijkheid’ In de gemeente Putten geven de raadsleden die als Mystery Guest op zoek zijn gegaan naar hulp bij het onderdeel ‘’duidelijkheid’’ een gemiddeld cijfer van een 5,5. Het raadslid met de casus ‘individuele inkomenstoeslag’ gaf een 4, omdat zij aangeeft hoe belangrijk het is dat je toegang hebt tot het aanvragen van de regelingen. Als je namelijk digibeet bent, ben je afhankelijk van een telefoontje en dit raadslid is nooit teruggebeld door de gemeente. Het andere raadslid met de casus ‘bijzondere bijstand’ gaf een 7 betreft de duidelijkheid: ‘’Het is op de website vooral duidelijk dat er veel mogelijk is, maar er komen ook direct veel vervolgvragen waar ik het gevoel heb dat het makkelijker zou zijn om er met iemand over te kunnen spreken. Het is niet direct duidelijk dat het deze casus om de bijzondere bijstand gaat, maar de informatie die er vervolgens beschikbaar is, is heel duidelijk en makkelijk te lezen.’’ 6.

Is de doelgroep daadwerkelijk geholpen met de ingezette instrumenten (inkomensondersteunende maatregelen)? In hoeverre sluiten de instrumenten aan bij de behoeften van de doelgroep?

“Als je geen toegang hebt tot het internet ben je afhankelijk van een telefoontje’’

Bevindingen op hoofdlijnen: ▪ De ingezette instrumenten bieden financiële stabiliteit en versterken fysiek- en sociaal welzijn onder de meerderheid van de gesproken inwoners. ▪ De instrumenten sluiten aan bij de behoeften van de meerderheid van de gesproken inwoners. ▪ Eén derde van de gesproken inwoners geeft aan andere vormen van ondersteuning nodig te hebben. Onderbouwing De meerderheid (8 van de 12) gesproken inwoners geeft aan daadwerkelijk geholpen te zijn met de ingezette instrumenten. Deze sluiten grotendeels aan op hun behoeften. De instrumenten, zoals de algemene bijstand en de armoederegelingen, hebben een directe en positieve invloed op hen doordat zij hierdoor rond kunnen komen. Ze zorgen niet alleen voor financiële stabiliteit, maar versterken ook het fysiek- en sociaal welzijn door regelingen zoals Volwassenen- en Jeugdfonds Sport & Cultuur. De meerderheid (8 van de 12) gesproken inwoners geven aan dat de instrumenten aansluiten op hun behoeften en geven aan geen andere vormen van ondersteuning nodig te hebben. 4 van de 12 gesproken inwoners geven aan dat zij andere vormen van ondersteuning nodig hebben zoals gepaste huisvesting, meer financiële rust bij een slechte fysieke- en mentale gezondheid, maatwerk bij taalcursus en maatwerk bij Volwassenenfonds Sport & Cultuur. 7.

Welke behoeften hebben de huishoudens in (dreigende) armoede als het gaat om ondersteuning van de gemeente? Bevindingen op hoofdlijnen: ▪ De gesproken inwoners hebben behoeften aan proactieve communicatie, continuïteit in contact en maatwerk in ondersteuning. Onderbouwing De meerderheid van de gesproken inwoners is tevreden over de geboden ondersteuning. Zij geven een aantal verbeterpunten aan en punten die behouden moeten blijven. ▪

▪ ▪

24

Proactieve communicatie: de meerderheid van de inwoners geven aan dat zij niet zelf door de gemeente zijn benaderd. De gemeente kan inwoners meer zelf benaderen over de beschikbare ondersteuning. Niet iedereen heeft toegang tot informatie via advertenties of andere kanalen. Continuïteit in contact: inwoners wensen één vast contactpersoon vanuit de gemeente. Hierdoor hoeven zij hun situatie niet herhaaldelijk uit te leggen en kan een vertrouwensband worden opgebouwd. Specifieke ondersteuning op maat:

-

-

Eén inwoner geeft aan dat hun gezin sport bij een goedkope sportschool in een nabij gemeente, maar dat dit niet vergoed wordt. Volgens de inwoner zijn de sportscholen binnen de gemeente Putten te klein en te duur voor hun gezin. Eén inwoner had graag haar woning willen ruilen met een huurwoning in de buurt, waar een eerder een familielid woonde. De woningcorporatie is hier verantwoordelijk voor, maar de gemeente heeft de inwoner hierin niet kunnen ondersteunen. Dit heeft de inwoner als een nare en stressvolle ervaring ervaren. Eén inwoner ervaart belemmeringen bij het afbouwen van bewindvoering, terwijl de inwoner al twee jaar schuldenvrij is. Eén inwoner geeft aan dat degene, ondanks gebruik van bepaalde regelingen, geen algemene bijstand ontvangt en daardoor moeite heeft met ontspanning. De inwoner wil graag weer actief worden, maar de psychische en fysieke klachten vormen hierbij een belemmering.

7.6.4 Toetsing normenkader Voor de toetsing aan de norm werken we met de volgende termen in volgorde van niet voldoen tot voldoen: ▪ Voldoet niet: dit betekent dat op geen enkele wijze (0%) wordt voldaan aan de norm. ▪ Voldoet beperkt: dit betekent dat voor een klein deel (<=50%) wordt voldaan aan de norm ▪ Voldoet merendeels: dit betekent dat voor een groter deel (>50%, <75%) wel dan niet wordt voldaan aan de norm. ▪ Voldoet grotendeels: dit betekent dat voor een zeer groot gedeelte (>75%) wordt voldaan aan de norm. ▪ Voldoet: dit betekent dat volledig (100%) wordt voldaan aan de norm. Normen Inwoners weten hoe zij de mogelijkheden tot inkomensondersteuning kunnen vinden.

Inwoners zijn bekend met de mogelijkheden tot inkomensondersteuning.

Het beroep doen op de mogelijkheden tot inkomensondersteuning is laagdrempelig voor inwoners.

De mogelijkheden zijn begrijpelijk voor de doelgroep.

De ingezette inkomensondersteunende maatregelen helpen inwoners bij het vergroten van hun bestaanszekerheid. De ingezette instrumenten sluiten aan bij de behoeften van de doelgroep. De uitvoering van de ondersteuning door de gemeente sluit aan bij de behoeften van huishoudens in (dreigende) armoede.

25

Toetsing Voldoet grotendeels. Gesproken inwoners weten de mogelijkheden tot inkomensondersteuning te vinden. Dit gebeurt voornamelijk via hun sociale kring of hulporganisaties. Voldoet beperkt. Het merendeel van de gesproken inwoners weet dat de gemeente ondersteuning biedt. Zij zijn niet allemaal op de hoogte wat precies. Voldoet grotendeels. Het beroep doen op ondersteuning is laagdrempelig volgens gesproken inwoners. Contact opnemen met een hulpinstantie of met de gemeente is voldoende om geholpen te worden. Voldoet merendeels. De mogelijkheden zijn begrijpelijk voor inwoners. De geboden hulp is merendeels voldoende. Echter hebben inwoners behoefte aan meer maatwerk in de ondersteuning. Voldoet grotendeels. De maatregelen helpen gesproken inwoners rond te komen. Daarnaast heeft het een positieve impact op hun fysiek- en sociaal welzijn. Voldoet grotendeels. De ingezette instrumenten sluiten aan bij de behoeften van gesproken inwoners. Voldoet merendeels. De uitvoering sluit merendeels aan bij de behoeften van inwoners. Inwoners geven meerdere verbeterpunten aan, zoals proactieve communicatie, een vast contactpersoon en meer maatwerk.

7.7 Bevindingen uitvoeringswereld 7.7.1 Inleiding In dit hoofdstuk zijn de bevindingen over de inzet van voorzieningen en de aanpak van armoede en schulden van de gemeente Putten opgenomen. Eerst zijn in de rode kaders de bevindingen per deelvraag op hoofdlijnen weergegeven, gevolgd door een onderbouwing van dat antwoord. Het hoofdstuk sluit af met een toetsing aan het normenkader. De snelle lezer kan volstaan met het lezen van de beantwoording op hoofdlijnen in de rode kaders. In dit hoofdstuk zijn de volgende deelvragen beantwoord: 8.

Welke inkomensondersteunende maatregelen en andere middelen zet de gemeente in voor de armoedeaanpak en schuldhulpverlening? 9. Hoe ziet de armoedeaanpak eruit en is deze goed opgebouwd? 10. Hoe is de schuldhulpverlening georganiseerd? 11. Hoe sluit de uitvoering van de gemeente aan op de behoeften van ondersteuning van huishoudens? 12. Bereiken de gemeenten de doelgroepen van de inkomensondersteunende maatregelen? 13. Zijn (mede door recente ontwikkelingen op de energiemarkt en de opgelopen inflatie) nieuwe doelgroepen nog niet in beeld bij de gemeente? 14. Zijn de beschikbare middelen in de praktijk toereikend? 7.7.2 8.

Bevindingen ingezette maatregelen en voorzieningen

Welke inkomensondersteunende maatregelen en andere middelen zet de gemeente in voor de armoedeaanpak en schuldhulpverlening?

Bevindingen op hoofdlijnen: ▪ De gemeente biedt inkomensondersteunende regelingen en voorzieningen gericht op ondersteuning en begeleiding, georganiseerd via de gemeente zelf of in samenwerking met partners. ▪ Deze maatregelen en voorzieningen richten zich vooral op inwoners met een inkomen lager dan 130% van de voor hen geldende bijstandsnorm. Onderbouwing In onderstaand figuur 4 wordt een overzicht gegeven van de inkomensondersteunende maatregelen en andere middelen. Deze zijn gevonden via de aangeleverde documenten vanuit de gemeente en de website van de gemeente Putten. Figuur 4. Overzicht inkomensondersteunende maatregelen en andere middelen Inkomensondersteun Regelt Doelgroep ende maatregelen & andere middelen Gemeente: Tegemoetkoming Een financiële tegemoetkoming Inkomen is lager dan 130% dan de voor hoge zorgkosten voor hoge zorgkosten. inwoner geldende bijstandsnorm. Bijzondere bijstand Bijdrage van de gemeente voor De inwoner kan de kosten niet betalen bijzondere en noodzakelijke van zijn of haar inkomen of spaargeld en kosten die een inwoner niet kan er is geen andere regeling die de kosten betalen. kan vergoeden. Incidentele Een incidentele vergoeding is voor Inkomen is lager dan 130% dan de voor vergoeding een éénmalige maatschappelijke inwoner geldende bijstandsnorm. activiteit.

Zoals: ▪ Eénmalige sportieve, culturele, politieke, religieuze en andere maatschappelijke activiteiten (lid van een vakbond).

26

Eénmalige educatieve activiteiten (Bijvoorbeeld een bezoek aan de dierentuin of aan een museum, geen pretparken). ▪ Abonnement op een krant of tijdschrift. ▪ Zwemlessen voor volwassenen. Voordat de inwoner de kosten maakt, doet de inwoner eerst een aanvraag bij de gemeente Putten. Na een toekenning kan de inwoner maximaal € 350,00 per gezinslid declareren. Toeslag van de gemeente voor als de inwoner 3 jaar of langer van een laag inkomen moet leven. Als een inwoner zijn of haar gemeentelijke belastingen niet kan betalen, kan deze om kwijtschelding vragen. ▪

Individuele inkomenstoeslag Kwijtschelding belastingen en heffingen

Studietoeslag

Leermiddelen kinderen middelbare school Beschut werk voor mensen met een arbeidsbeperking Geldzaken & Schulden

27

Een toeslag voor studenten die door een beperking niet kunnen werken naast hun opleiding. Een vergoeding voor kinderen die leermiddelen nodig hebben die verplicht worden door de middelbare school. Mogelijkheid tot beschut werk aanvragen voor inwoners met een lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking. De gemeente ondersteunt inwoners die moeite hebben om aan hun financiële verplichtingen

Inkomen was afgelopen 3 jaar lager dan 110% en weinig vermogen. De inwoner krijgt geen kwijtschelding als er voldoende betalingscapaciteit en/of vermogen is. Onder vermogen verstaat de gemeente onder andere: ▪ De overwaarde van een eigen woning. ▪ Banksaldi. ▪ Eén voertuig met een waarde van meer van € 3.350,00. Tenzij deze echt onmisbaar is in verband met beroep of invaliditeit. ▪ 2 voertuigen of meer. ▪ Een caravan, camper, boot, motor, waardevolle inboedel, verzamelingen of (kunst)collecties. ▪ Een stuk grond en/of een tweede woning. ▪ Effecten, spaarbrieven, levensverzekeringen. 15 jaar of ouder met een medische beperking waardoor inwoner niet kan werken naast studie. Inkomen ≤ 130% van bijstandsniveau en weinig vermogen.

Inwoner met een lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking.

Inwoners met schulden of die moeite met financiële verplichtingen hebben.

te voldoen en/of schulden hebben. Dit kan door middel van schulddienstverlening. De dienstverlening richt zich op drie gebieden: ▪ Schuldbemiddeling (bijvoorbeeld het aanpassen van betalingstermijnen). ▪ Schuldsanering. ▪ Budgettering (hier leert u om te gaan met uw geld). Het eerste gesprek hierover heeft de inwoner met een consulent van de afdeling Samenleving of met een medewerker van Putten voor Elkaar (Stimenz). Wanneer duidelijk is dat er sprake is van een problematische schuldensituatie wordt de inwoner aangemeld bij Verder Groep6. Zij voeren de schulddienstverlening uit. Met Verder Groep wordt een Plan van Aanpak opgesteld hoe de inwoner schulden kan aanpakken. Verder Groep heet sinds 2024 Verder Groep. Partners: Volwassenenfonds Sport & Cultuur

Jeugdfonds Sport & Cultuur

Leermiddelen kinderen basisschool (Stichting Leergeld)

6

Voorheen PLANgroep

28

Het Volwassenenfonds zorgt ervoor dat inwoners van 18 jaar en ouder die het financieel niet breed hebben, toch lid kunnen worden van een sport- of cultuuraanbieder. Het Jeugdfonds zorgt ervoor dat kinderen uit gezinnen die het financieel niet breed hebben toch lid kunnen worden van een sportof cultuuraanbieder. Een vergoeding voor kinderen die leermiddelen nodig hebben die verplicht worden door de basisschool.

Volwassenen van 18 jaar en ouder met een laag inkomen. Bijvoorbeeld inwoners met een uitkering, in de schuldsanering zitten of een inkomen onder 130% van sociaal minimum hebben. Kinderen in de leeftijd van 0 tot en met 17 jaar met ouders met een laag inkomen. Bijvoorbeeld gezinnen met een uitkering, in de schuldsanering zitten of een inkomen onder 130% van sociaal minimum hebben. Voor kinderen uit gezinnen met een laag inkomen. Voor inwoners uit de gemeente Putten aanvraag via Stichting Leergeld Randmeren geldt een hogere grens, 130% van het bijstandsniveau. De bedragen hier zijn: ▪ Alleenstaande ouder: Maximaal € 1.616 per maand ▪ Twee ouder gezin: Maximaal € 2.308 per maand Vanuit de stichting wordt gekeken naar het daadwerkelijk te besteden inkomen.

Laptop-regeling voor kind (Stichting Leergeld)

Een vergoeding voor kinderen in groep 7/8 of op het voortgezet onderwijs voor de kosten van een laptop en/of printer.

Voedselbank

1 keer per week een gratis voedselpakket aanbieden voor inwoners met een laag inkomen. Traject Financiën en Schuldhulp.

Stimenz Schuldhulpverlening (sinds 2024 Verder Groep, voorheen Verder Groep)

Vakantiebank

Sam& voor alle kinderen

29

Verder Groep kijkt samen met de inwoner naar o.a.: ▪ De voorliggende voorzieningen. ▪ Het inkomen. ▪ De toeslagen waar de inwoner recht op heeft. ▪ De beslagvrije voet (bij beslaglegging van salaris, uitkering of toeslagen). ▪ Inkomensbeheer (budgetbeheer of een andere vorm van financieel begeleiding). Wanneer een inwoner geen uitzicht heeft op vakantie en de afgelopen drie jaar niet op vakantie is geweest. Dit is een informerende en doorverwijzende website van de organisaties Stichting Leergeld, Stichting Jarige Job, Jeugdfonds Sport & Cultuur, Nationaal Fonds Kinderhulp en Jeugd Educatie Fonds voor alle aanwezige inkomensvoorzieningen voor

Dus als de inwoner meer verdient, maar hoge woonlasten of schulden hebt, kan het zijn dat de inwoner toch in aanmerking komt voor een bijdrage. Voor kinderen uit gezinnen met een laag inkomen. Voor inwoners uit de gemeente Putten aanvraag via Stichting Leergeld Randmeren geldt een hogere grens, 130% van het bijstandsniveau. De bedragen hier zijn: ▪ Alleenstaande ouder: Maximaal € 1.616 per maand ▪ Twee ouder gezin: Maximaal € 2.308 per maand Vanuit de stichting wordt gekeken naar het daadwerkelijk te besteden inkomen. Dus als de inwoner meer verdient, maar hoge woonlasten of schulden hebt, kan het zijn dat de inwoner toch in aanmerking komt voor een bijdrage. De incidentele vergoeding is tot en met 130% van het sociaal minimum. Inwoners met schulden die doorverwezen zijn door de gemeente. Inwoners met schulden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16569672/1