CConstaterende datPutten
Koppel je AI →
Document · PDF

2022.02.24 Rapport Rekenkamercommissie gemeente Putten - evaluatie gemeentelijk woonbeleid

Commissie Ruimte 30 mei 2022, gemeente PuttenBij agendapunt: Rapport rekenkamercommissie - Evaluatie gemeentelijk woonbeleid22.172 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Evaluatie gemeentelijk woonbeleid Rapport gemeente Putten

Rapport Evaluatie gemeentelijk woonbeleid

Evaluatie gemeentelijk woonbeleid Rapport gemeente Putten

Opdrachtgever Samenwerkende Rekenkamercommissies Elburg, Nunspeet, Oldebroek & Putten

Contactpersonen René de Vries (voorzitter) Özlem Durmus (lid) Marnix Tamse (lid) Jan van den Broek (secretaris)

Datum

Foto voorkant: Fokko Everts Foto p. 1: Beeldbank Putten

24 februari 2022

Rapport Evaluatie gemeentelijk woonbeleid

Overige foto’s: Archief gemeente Putten

Inhoud Samenvatting

1

Gemeenteraad en het woonbeleid

31

Inleiding

3

Kaderstellende rol van de raad

31

Vraagstelling

3

Controlerende rol van de raad

33

Aanpak

4

Rol van de raad: algemeen

33

Leeswijzer

5

Heden en vooruitblik

35

De Woonvisie 2020-2025

35

Trends en lokaal woonbeleid

36

Conclusies en aanbevelingen

39

Beoordeling aan het ideaalmodel

39

Beantwoording hoofdvraag en conclusies

41

Context: (regionale) woningmarkt en landelijke trends in het wonen

6

De (regionale) woningmarkt

6

Landelijke trends in wonen

9

Woonbeleid in de gemeente Putten

11

Achtergrond van het woonbeleid

11

Vergelijking tussen de vier gemeenten

42

Inhoud van het woonbeleid

17

Aanbevelingen

42

Uitvoering van het woonbeleid

24

Rapport Evaluatie gemeentelijk woonbeleid

Bijlage 1: Bronnen

44

Bijlage 2: Normenkader

45

Bijlage 3: Essays

46

Bijlage 4: Tabel met vergelijking

56

Samenvatting In dit onderzoek hebben we het woonbeleid van de gemeente Putten in de periode 2014-2020 geëvalueerd. Het doel van dit explorerende onderzoek is inzichtelijk maken welke doelen de gemeente heeft gehad in het woonbeleid en welke resultaten dat heeft opgeleverd. Door terug te kijken naar het verleden proberen we te verklaren wat wel werkte en wat niet, en waarom dat zo was. Daarbij maken we de kanttekening dat terugkijken vooral zin heeft als de resultaten worden gebruikt om te begrijpen, ervan te leren en niet om af te rekenen. Kortom, het ‘leren van’, om het anno 2022 (nog) beter te doen, is het belangrijkste uitgangspunt voor dit Rekenkameronderzoek. In bijlage 4 is een vergelijkende tabel opgenomen die overeenkomsten en verschillen tussen de vier gemeenten (Nunspeet, Putten, Oldebroek en Elburg) op het thema woonbeleid weergeeft. Wat ging goed? Op basis van het onderzoek concluderen we dat de gemeente Putten met de Woonvisie 2015-2020 een goede basis heeft gelegd voor het woonbeleid. Tevens is het woonbeleid op verschillende momenten adaptief geweest. Er is samengewerkt met partners en ook intern is de verbinding met andere domeinen gezocht bij het opstellen van het beleid. De gemeente heeft een hele set aan instrumenten, regels en afspraken ingezet om het wonen voor verschillende doelgroepen in de gemeente mogelijk te maken.

De gemeenteraad is regelmatig, goed geïnformeerd over de voorbereiding, de uitvoering en de beoordeling van het woonbeleid.

Wat kan beter? Een aandachtspunt voor de gemeente Putten is de verbinding tussen beleidsdoelen en handelen. Er is een duidelijke link van Woonvisie naar de uitvoeringsparagraaf (terug te zien in de vier thema’s), maar de relatie met het woningbouwprogramma/ de planningslijst woningbouw kan soms transparanter. Met andere woorden: er wordt niet altijd een brug geslagen tu ssen afspraken, ambities en beleid enerzijds en concrete (woningbouw)projecten anderzijds, in de onderzoeksperiode. Evaluatie en monitoring van de gehele (woon)beleidslijn , inclusief de samenhang met concrete projecten, kan daarbij helpen . Door vinger aan de pols te houden op gemaakte afspraken kan beter in kaart worden gebracht of het gewenste resultaat wordt bereikt . Daarin ligt ook een rol voor de gemeenteraad weggelegd. Vinger aan de pols houden is bij uitstek een taak voor de gemeenteraad, bijvoorbeeld door periodiek de actuele stand van zaken van het woonbeleid te agenderen. Op zulke momenten kunnen projecten, prestatieafspraken en beleidsdoelen in samenhang worden besproken, in het licht van de actuele woningmarktsituatie. Door als raad actief een controlerende rol te pakken bij de beoordeling van het resultaat van het beleid, kan eventueel bijgestuurd worden op de eerder ingezette koers. In hoofdstuk 7 zijn conclusies en aanbevelingen verder uitgewerkt.

2 Rapport Evaluatie woonbeleid

Inleiding De Rekenkamercommissie van de gemeenten Elburg, Nunspeet, Oldebroek en Putten (hierna: de Rekenkamercommissie, de RKC) heeft een onderzoek uitgevoerd naar de uitvoering van het woonbeleid in de vier gemeenten. Met het onderzoek wil de RKC de gemeenteraden ondersteunen in hun kaderstellende en controlerende rol, met als belangrijkste aandachtspunt de realisatie van voldoende passende woningen. In dit rapport zijn de uitkomsten van dit onderzoek voor de gemeente Putten beschreven.

Vraagstelling De hoofdvraag die het onderzoek dient te beantwoorden is de volgende: “Op welke wijze is het woonbeleid in de periode 2014 -2020 tot stand gekomen en uitgevoerd (al dan niet samen met de verschillende actoren), is dit doeltreffend en doelmatig geweest voor de lokale woningmarkt als het gaat om voldoende passende woningen voor verschillende doelgroepen en heeft de gemeenteraad daarop effectief kunnen sturen en welke leerpunten zijn er voor de toekomst?” Deze hoofdvraag is uitgewerkt in een aantal deelvragen, verdeeld in vijf clusters: Achtergrond van het woonbeleid 1. Hoe is de Woonvisie en het daarop gebaseerde beleid tot stand gekomen en welke belanghebbenden waren hierbij betrokken en vanuit welke rol?

2. In hoeverre is het woonbeleid adaptief geweest? Is er ingespeeld op veranderende (woningmarkt)omstandigheden door het tussentijds aanvullen of aanpassen van visie en/of maatregelen in het woonbeleid? Inhoud van het woonbeleid 3. Wat zijn de door de gemeente Nunspeet, Putten, Oldebroek en Elburg gestelde beleidsdoelen in het woonbeleid, zoals vastgelegd in de Woonvisie? 4. Welke regionale afspraken zijn er gemaakt ten aanzien van het woonbeleid? 5. In welke mate zijn de gestelde doelen in de periode 2014 tot en met 2020 gerealiseerd? Uitvoering van het woonbeleid 6. Met welke partijen wordt rondom het woonbeleid samengewerkt, welke (contractuele) afspraken liggen hieraan ten grondslag en op welke manier worden resultaten gemonitord? 7. Welke instrumenten zijn ingezet om de doelstellingen te bereiken? 8. Doen zich knelpunten voor bij de uitvoering van het beleid en zo ja, welke zijn dat? Kaderstellende rol van de gemeenteraad 9. Welke informatie heeft de gemeenteraad ontvangen en op welk moment? Controlerende rol van de gemeenteraad 10. Hoe is de raad geïnformeerd over het bereiken van de doe lstellingen, de voortgang van de uitvoering en de besteding van de middelen ten aanzien van het woonbeleid?

3 Rapport Evaluatie woonbeleid

Rol van de raad: algemeen 11. Welke (sturings)instrumenten heeft de gemeenteraad tot zijn beschikking op het terrein van wonen en in hoeverre zet de gemeenteraad deze in? 12. Heeft de gemeenteraad adequaat zijn kaderstellende en controlerende rol kunnen vervullen? 13. Welke effecten van het toepassen van deze sturingsinstrumenten zijn te constateren? Toekomstig woonbeleid 14. Wat zijn de belangrijkste trends die van invloed zijn op de woningmarktopgaven voor de komende jaren? 15. Wat betekenen deze trends voor de toekomstige rolinvulling van de gemeenteraad voor het woonbeleid? 16. Welke gevolgen heeft de nieuwe Omgevingswet voor het woonbeleid? 17. Welke leerpunten zijn er om vertraging in de uitvoering van het woonbeleid te voorkomen? Er is voorafgaand aan het onderzoek besloten vraag 14 t/m 17 niet als zodanig individueel in dit onderzoek te beantwoorden, vanwege de veelomvattendheid van de vragen. Het beantwoorden van deze vragen zou qua tijdsinvestering te veel vragen, daar ze geschikt zouden zijn voor zelfstandige onderzoeken. In plaats daarvan komen de belangrijkste thema’s uit deze vragen terug in een viertal essays, te vinden in bijlage 3. De rolinvulling van de gemeente en gemeenteraad en mogelijke instrumenten staat daarbij steeds centraal. We vatten het antwoord op de vragen 14 t/m 17 samen in hoofdstuk 6, Vooruitblik.

Aanpak Het onderzoek is afgebakend tot de periode 2014 -2020, maar we werpen ook een blik op het heden en de toekomst. Het verleden staat vooral centraal in hoofdstuk 3, hoofdstuk 4 en deels in hoofdstuk 5. Omdat de meeste gemeenten sinds 2019 of 2020 werken met een nieuwe Woonvisie, vinden we het belangrijk om ook daaruit (vooral procesmatig) kort wat zaken uit te lichten, want dat zit vers in het geheugen en is het vigerende beleid waarmee de gemeenten op dit moment werken. Dat doen we in hoofdstuk 5, 6 en 7. We gaan in het onderzoek niet in op het brede veld van het woonbeleid, maar richten we ons specifiek op de doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid als het gaat om voldoende passende woningen voor de verschillende doelgroepen zoals ook vastgelegd in de hoofdvraag van het onderzoek. Dit betekent dat we bepaalde thema’s die wel gelieerd zijn aan het wonen, zoals duurzaamheid, niet zullen behandelen, omdat dit niet een directe relatie heeft met bovengenoemd onderzoeksdoel. Het onderzoek is gebaseerd op bestudering van diverse gemeentelijke documenten en op een aantal interviews. Voor iedere gemeente zijn de Woonvisies en de prestatieafspraken bestudeerd, alsmede andere specifieke documenten die betrekking hadden op de realisatie van voldoende woningen.

Daarnaast zijn de raadsvoorstellen over dit thema en de raadsverslagen van de vergaderingen waarin woonbeleid aan de orde is geweest, onderzocht. Van de corporaties, die bij de realisatie van goedkope woningen een belangrijke rol spelen, zijn ook verschillende beleidsdocumenten bestudeerd.

4 Rapport Evaluatie woonbeleid

Per gemeente is een interview gehouden met de voor het woonbeleid verantwoordelijke wethouder. Daarnaast is gesproken met de betrokken beleidsambtenaren. In de vier gemeenten zijn vier corporaties werkzaam; ook met een afvaardiging van elk van deze vier corporaties is gesproken. Huurderorganisaties zijn in de gelegenheid gesteld schriftelijk antwoord te geven op een aantal vragen. Er is tevens een interview geweest met een beleidsmedewerker van de Provincie Gelderland. Tot slot hebben er twee korte informerende gesprekken plaatsgevonden, met een lid van de urgentiecommissie en een coördinator van de Samenwerking NoordVeluwe (SNV). Een overzicht van de bestudeerde documenten en geïnterviewde personen is te vinden in bijlage 1.

voor de gemeente Putten in op respectievelijk het woonbeleid zelf en de rol van de gemeenteraad daarbij. Hoofdstuk 6 kijkt op basis van de essays in bijlage 3 vooruit naar de toekomst van het woonbeleid. Hoofdstuk 7, tot slot, bevat de conclusies en aanbevelingen uit het onderzoek. Voor de snelle lezer geven we per (lange) paragraaf, en vanaf hoofdstuk 3 per (lange) deelvraag, een korte samenvatting in een tekstblok. We nemen daarbij steeds de in d it hoofdstuk omschreven hoofdvraag in ogenschouw.

Bij de beoordeling van de uitkomsten van het onderzoek is een ideaalmodel voor het woonbeleid gebruikt. Dat toetsingskader is te vinden in bijlage 2. In het kader van de deelvragen 14 tot en met 17 zijn vier essays geschreven, over de onderwerpen bouwen, betaalbaarheid, marktontwikkelingen en wonen met zorg. Deze essays zijn te vinden in bijlage 3. In bijlage 4 is een vergelijkende tabel opgenomen met verschillen en overeenkomsten tussen de vier gemeenten op het gebied van het woonbeleid.

Leeswijzer Allereerst beschrijven we in het volgende hoofdstuk de (regionale) context voor het woonbeleid. Dat doen we, omdat de beleidskeuzes die in de gemeente Putten gemaakt zijn niet los kunnen worden gezien van de bredere situatie in de regio en in Nederland als geheel. In de hoofstukken 4 en 5 gaan we vervolgens specifiek 5 Rapport Evaluatie woonbeleid

Context: (regionale) woningmarkt en landelijke trends in het wonen Om het woonbeleid van de gemeente Putten goed te begrijpen, moeten we het bekijken in de context. In dit hoofdstuk gaan we op twee belangrijke elementen van die context in. Allereerst gaan we in op de (regionale) woningmarkt, op basis van het bestaande onderzoek dat daarna is gedaan (paragraaf 3.1). Daarnaast gaan we ook in op de relevante landelijke ontwikkelingen qua woonbeleid (3.2).

De (regionale) woningmarkt Er is op twee momenten onderzoek gedaan naar de regionale woningmarkt op de Noord-Veluwe, in 2013 en in 2019. In het eerste onderzoek wordt voorspeld dat het aantal huishoudens vanaf 2025 gaat afnemen in de regio. De woningvraag ligt op dat moment ook lager, door de economische crisis. Regionaal staan er 6.576 woningen in het woningbouwprogramma voor de periode 2013-2020. In een aantal gemeenten, (ook in Putten) is sprake van overprogrammering (aantal bouwplannen ligt hoger ten opzichte van de huishoudensprognose). Putten laat een afwijkend beeld zien als het gaat om gevraagde woningtypen. Er zoeken relatief veel doorstromers een EGW-koopwoning. Het beschikbare aanbod van dit segment is relatief laag. Hierdoor is op basis van woonwensen een tekort zichtbaar. Het tweede onderzoek laat zien dat de huishoudensgroei nog tot 2030 zal doorzetten. De groei wordt veroorzaakt door migratie. Er blijkt sinds 2013 structureel minder gebouwd te zijn dan afgesproken in de regio. Putten zal in de toekomst te maken krijgen met vergrijzing en een toename van het aantal 75-plussers. 6 Rapport Evaluatie woonbeleid

De woningmarkt op de Noord-Veluwe is op verschillende momenten onderzocht. Zo is in voorbereiding van de Regionale Woonvisie een onderzoeknotitie woningmarkt opgesteld in 2013 1 en ook voorafgaand aan de Regionale Woonagenda uit 2019 heeft een woningbehoefteonderzoek plaatsgevonden (zie voor paragraaf 3.1.1) 2. Deze onderzoeken geven een indruk van de (regionale) woningmarkt in de periode 2014-2020 en van de ontwikkelingen die hebben plaatsgevonden. Onderzoeknotitie 2013 De onderzoeknotitie uit 2013 geeft een weergave van de woningmarkt op de Noord-Veluwe ten tijde van even na de economische crisis, die duurde van 2008 tot 2011. De notitie is tot stand gekomen door een analyse van bestaande bronnen (o.a. WoON 2012) en een marktconsultatie met woonpartners. Een samenvatting van de resultaten:  Op regioniveau zet de groei van het aantal huishoudens door na 2013. Vanaf 2025 zal de groeitrend afnemen, wordt voorspeld.  Ontgroening en vergrijzing zal verder toenemen in de regio: het aantal 75-plussers neemt toe, jongeren trekken weg. Ook het aantal kleine huishoudens zal toenemen (meer eenpersoonshuishoudens, minder huishoudens met kinderen). Dit leidt op termijn tot een andere bevolkingssamenstelling.  Door extramuralisatie (de scheiding van wonen en zorg) neemt het aantal oudere/kwetsbare huishoudens toe.

1

Onderzoeknotitie Woningmarkt Noord-Veluwe, Atrivé, 28 augustus 2013.

 De economische crisis veroorzaakt dat de daadwerkelijke woningvraag op dat moment lager ligt, doordat veel huishoudens hun woonwensen niet realiseren of uitstellen.  Door de kredietcrisis komt een koopwoning meer in het bereik van starters, al blijft er voor deze groep beperkingen in de leencapaciteit.  De huisvesting van arbeidsmigranten lijkt een stabiele trend te vertonen, het gaat in 2013 naar schatting om zo’n 2.500 tot 3.000 arbeidsmigranten. Het wonen op recreatieparken is een probleem.  Regionaal staan er 6.576 woningen in het woningbouwprogramma voor de periode 2013-2020. Gemiddeld gaat het om 1.000 woningen per jaar.  In een aantal gemeenten in de regio ligt het aantal geplande woningen hoger ten opzichte van de huishoudensprognose. Er wordt voorspeld dat door de economische crisis de geplande productie voor de komende jaren niet gehaald zal worden. Specifiek voor de gemeente Putten:  In Putten vinden verhuizingen met name binnen de gemeente plaats en zijn inwoners meer honkvast.  In Putten is er op korte termijn (2013) een tekort aan meergezinswoningen (zowel koop als huur) en aan eengezinskoopwoningen. In 2013 is er een overschot aan eengezinshuurwoningen. Er is in 2013 een overschot aan tussen- en hoek woningen en een tekort aan tweekappers en vrijstaande woningen.

2

Woningmarktonderzoek regio Noord-Veluwe, Atrivé, 18 december 2019.

7 Rapport Evaluatie woonbeleid

 Putten laat daarmee een afwijkend beeld zien. In Putten zoeken relatief veel doorstromers een eengezinskoopwoning. Het beschikbare aanbod van dit segment is relatief laag. Hierdoor is op basis van woonwensen een tekort zichtbaar.  In Putten is sprake van een kwantitatief verschil tussen het aantal geplande woningen en de huishoudensprognose, maar omgekeerd van wat in de andere gemeenten te zien is. Het aantal geplande woningen in Putten ligt lager dan de verwachte huishoudensgroei. Uitwerking in Regionale Woonvisie 2014 Als het gaat om het toevoegen van voldoende woningen voor de huisvesting van alle doelgroepen is het uitgangspunt van de Regionale Woonvisie op hoofdlijnen dat er niet te veel gebouwd moet worden. De behoefte zal op termijn, men verwacht tussen 2020 en 2025, op het hoogst zijn en daarna gaan dalen. Daarom moet het aantal nieuwbouwwoningen beperkt blijven, meer specifiek vertaald in de volgende zes aandachtspunten:  Groei in met name de categorie een- en tweepersoonshuishoudens;  Grote behoefte aan nultreden- en levensloopbestendige woningen;  Behoefte aan sociale huur (vooral senioren);  Beperktere behoefte aan huurwoningen in de vrije sector;  Blijvende behoefte aan duurdere koopwoningen;  Dreigend overschot aan gewone rijwoningen in de koopsector.

3

Bijlage 1 Actualisatie Uitvoeringsprogramma Woonvisie 2015-2019, 12 juli 2016.

De provincie Gelderland heeft in het Kwalitatief WoonProgramma (KWP) voor de periode 2015 – 2019 bepaald hoe veel woningen de verschillende regio’s mogen bouwen. Het bouwprogramma per gemeente in de Regionale Woonvisie sluit bij dit kader aan. Dat betekent dat de bestaande planvoorraad op het moment van vaststellen van de Regionale Woonvisie te groot is. Het is dus nodig, aldus de Regionale Woonvisie, om bestaande plannen te verdunnen, uit te stellen of te schrappen. Om na te gaan in hoeverre de feitelijke planvoorraad van de gemeenten past bij de kaders van het KWP gebruikt de provincie de Planmonitor Wonen. In deze monitor vullen gemeenten ieder ja ar hun actuele planvoorraad in 3. Sinds 2017 is de formele structuur van de Regio Noord-Veluwe (RNV) opgeheven. Er wordt sindsdien gewerkt met een gastheermodel, waarbij elke gemeente zorg draagt voor het coördineren van een aantal regionale taken. Onder het nieuwe samenwerkingsverband de Samenwerking Noord-Veluwe (SNV) is in 2019 een nieuwe Regionale Woonagenda vastgesteld voor de periode 2019 2022 4. Woningmarktonderzoek regio Noord-Veluwe, 2019 Ten opzichte van de situatie in 2013 laat het onderzoek in 201 9 een aantal verschuivingen zien. De voorspelde krimp van het aantal huishoudens blijkt later te gaan plaatsvinden; er wordt nu groei voorspeld tot na 2030. Wel blijft de waarschuwing dat op

4

Regionale Woonagenda 2019-2022 Samenwerking Noord-Veluwe, 7 februari 2019.

8 Rapport Evaluatie woonbeleid

termijn de vergrijzing zal leiden tot krimp. Ten tijde van het opstellen van dit onderzoek was de betaalbaarheid in de koopsector nog geen probleem, in de huursector was dat wel het geval. Starters blijken moeilijk aan een woning te kunnen komen. Het beperken van de nieuwbouw, conform de Regionale Woonvisie uit 2014, blijkt geslaagd, en dat is ook in de gemeente Putten het geval. Specifiek voor de gemeente Putten:  Putten heeft een hoge gemiddelde woningwaarde en gemiddeld inkomen, en heeft samen met Ermelo de kleinste sociale doelgroep van de regio (35% van het totaal aantal huishoudens). Dit betekent overigens niet dat al deze huishoudens ook in een sociale huurwoning wonen.  In Putten is in 2018 de woonquote 5 voor huishoudens in een koopwoning het hoogst in de regio (30,1%). In Putten zijn de woonlasten sinds 2012 gestegen, terwijl die in andere gemeenten gelijk is gebleven of is gedaald. In de huursector is de woonquote juist afgenomen in Putten, als enige gemeente in de regio. Dit komt omdat het besteedbaar inkomen sterker is gegroeid dat de gemiddelde woonlasten in de huursector.  Putten zal in de toekomst te maken krijgen met vergrijzing, het is de verwachting dat Putten, Oldebroek en Nunspeet aanmerkelijk meer 75-plussers zullen kennen dan Elburg.

Landelijke trends in wonen De regionale trends staan niet op zichzelf. Ook landelijk was na de economische crisis van 2008 te zien hoe de woningvraag sterk afnam, er daardoor afzetproblemen bij nieuwbouw waren en de overheid beleid maakte dat gericht was op het beperken van de nieuwbouw. In de jaren voor de economische crisis van 2008, waren in veel gemeenten (en in veel gevallen aangejaagd door provincies) steeds omvangrijkere bouwprogramma’s opgesteld, aangejaagd door groeiambities en het financiële perspectief van grondexploitaties. Met de crisis bleken nieuwbouwwoningen slecht afzetbaar en moesten gemeenten in sommige gevallen fors afboeken op hun aangekochte gronden. Tegelijkertijd, ook onder invloed van de crisissituatie, kwam het thema ‘krimp’ op de agenda te staan: de groei van het aantal huishoudens zou gaan afnemen, met toekomstige leegstand als potentieel gevolg. Beide ontwikkelingen waren reden voor het Rijk om in 2012 de Ladder voor Duurzame Verstedelijking in te voeren, om te waarborgen dat gemeenten niet opnieuw een overaanbod van woningbouwplannen zouden creëren. De ladder (opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening) stelt dat bij een nieuw bestemmingsplan aangetoond moet worden dat er een actuele regionale behoefte bestaat aan nieuwbouw, die niet op andere plannen , bij voorkeur binnen de bestaande bebouwing, geaccommodeerd kan worden.

Een tweede ontwikkeling die van invloed is op de nieuwbouw is de invoering van de Verhuurderheffing in 2012. Deze vorm van belasting op de woningcorporaties maakte dat de kasstroom van de corporaties sterk verslechterde, waardoor hun mogelijkheden om

5

Percentage van het inkomen dat aan woonlasten wordt besteed.

9 Rapport Evaluatie woonbeleid

te investeren in nieuwbouw en/of om de huren laag te houden beperkt werden. Sinds 1 januari 2016 moeten woningcorporaties woningen toewijzen volgens de nieuwe regels voor passend toewijzen. Het doel van de overheid is om hiermee te voorkomen dat huishoudens met de laagste inkomens komen te wonen in te dure woningen. De passendheidsnorm is onderdeel van de Woningwet 2015, waarin voorschriften staan voor betaalbare woningtoewijzing voor woningcorporaties. Een andere wijziging vanuit de Woningwet 2015 is dat de samenwerking tussen gemeenten en corporaties minder vrijblijvend is geworden. Het maken van prestati eafspraken is verplicht (en de gemeente is verplicht om als basis voor die afspraken een actueel woonbeleid te hebben) en corporaties zijn beperkt in de inzet van hun middelen tot het eigen, vanuit het Rijk vastgestelde, werkgebied. Als het gaat om het thema wonen en zorg werkt de trend naar langer zelfstandig thuis blijven wonen steeds verder door. De Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015 (WMO) zorgt daarbij voor een andere verhouding tussen gemeente en bewoners. Vanaf ongeveer 2018 begon de lage rente, samenhangend met het Europese beleid om de economie aan te jagen, de prijzen in de koopsector sterk op te drijven. Dit werd mede veroorzaakt door een groot aantal investeerders die met de lage rente eenvoudig woningen konden opkopen en rendabel doorverhuren.

De positie van koopstarters is door deze ontwikkelingen de laatste jaren snel fors slechter geworden.

10 Rapport Evaluatie woonbeleid

Woonbeleid in de gemeente Putten Nadat we in het vorige hoofdstuk hebben beschreven hoe de situatie is in de regio waar de vier gemeenten deel van uitmaken, kijken we in dit hoofdstuk nader naar het woonbeleid in de gemeente Putten. In lijn met de vraagstelling is het belangrijkste aandachtspunt daarbij de realisatie van voldoende woningen voor de verschillende doelgroepen. We gaan in dit hoofdstuk eerst in op de achtergrond van de Woonvisie, vervolgens op de inhoud van het beleid en tot slot op de manier waarop het beleid is uitgevoerd. Daarmee worden de deelvragen 1 tot en met 8 beantwoord.

Achtergrond van het woonbeleid Het woonbeleid is vastgelegd in een Woonvisie 2015-2020 met een bijbehorende uitvoeringsparagraaf. Met ingang van de nieuwe Woningwet 2015 zijn afspraken tussen gemeenten en corporaties minder vrijblijvend, zo moeten verplicht prestatieafspraken gemaakt worden. De Woonvisie dient als kader voor het bod dat woningcorporaties uitbrengen. De Woonvisie 2015-2020 bood een actuele lokale visie en koers gebaseerd op recente ontwikkelingen.

Het gemeentelijk woonbeleid in Putten is vastgelegd in de Woonvisie 2015-2020. Uitvoeringsmaatregelen zijn opgenomen in een hoofdstuk van de Woonvisie (hoofdstuk 4). 6 Op 18 november 2014

6 7

is in de commissie Samenleving een eerste concept van de Woonvisie voorgelegd 7. De Woonvisie is vervolgens door de gemeenteraad vastgesteld op 30 april 2015 8. De vorige Woonvisie dateert uit 2011 en is opgesteld voor de periode 2011-2016 met een doorkijk naar 2020. In de tussentijd hebben zich verschillende maatschappelijke en economische ontwikkelingen voorgedaan, en bood het stuk geen actuele visie op het wonen meer. De gemeente achtte het daarom nuttig de Woonvisie te herzien. Er wordt kort teruggekeken op de voorgaande Woonvisie, die van 2011 tot 2015 van kracht was 9. In de vorige Woonvisie stonden twee doelstellingen centraal:  Bouwen voor de lokale behoefte;  Streven naar duurzaamheid van woning en woonomgeving. Uit de terugblik blijkt dat in de nieuwbouwproductie goed op gang is gehouden. Om starters een plek te bieden in Putten is er naast de bestaande Starterslening ook een Starterslening voor de bestaande bouw in het leven geroepen en zijn Kopen -met-Kortingwoningen regelmatig opnieuw op de markt gekomen. Ook zijn er voor senioren verschillende nieuwbouwprojecten gerealiseerd. Op het gebied van duurzaamheid zijn verschillende stappen gezet, ook in samenwerking met Woningstichting Putten, zo is er het Puttens Energieloket en is de energetische kwaliteit van woningen verbeterd, zowel van koopwoningen als van corporatiewoningen.

Woonvisie gemeente Putten 2015-2020, 30 april 2015.

8

Raadsbesluit vaststelling Woonvisie 2015-2020, 30 april 2015.

Raadsbrief Woonvisie, 22 april 2015

9

Woonvisie 2015-2020, p. 3.

11 Rapport Evaluatie woonbeleid

Ook is er sinds 2013 een duurzaamheidslening beschikbaar gesteld. De gemeente constateert dat er al veel gedaan is op het gebied van wonen en dat de Woonvisie van 2015-2020 daar op voortborduurt. In de regio Noord-Veluwe is in 2014 een Regionale Woonvisie vastgesteld die, samen met bijbehorende onderzoeksgegevens uit het WoON 2012 10, als kapstok moet dienen voor de lokale Woonvisies van de regiogemeenten. De thema’s uit de Regionale Woonvisie zijn lokaal voor de gemeente Putten in de Woonvisie 2015-2020 uitgewerkt.

4.1.1 Deelvraag 1: Hoe is de Woonvisie en het daarop gebaseerde beleid tot stand gekomen en welke belanghebbenden waren hierbij betrokken en vanuit welke rol? Bij het opstellen van de Woonvisie heeft de gemeente intensief samengewerkt met de lokale woningcorporatie. Daarnaast zijn andere partijen via een Woonconferentie betrokken bij de beleidsvorming. Ook de gemeenteraad heeft in een vroeg stadium meegedacht over de beleidskaders. Bestaande kaders vanuit regio en provincie gaven de ruimte aan waarbinnen het woonbeleid moest passen. Zo dient

De gemeente Putten heeft in lijn met de verplichtingen uit de nieuwe Woningwet 2015 het woonbeleid geactualiseerd, in de vorm van een nieuwe Woonvisie. In de Woningwet is tevens vastgelegd dat de Woonvisie werkt als onderlegger voor de te maken prestatieafspraken met woningcorporatie. Er zijn verschillende kaders, afspraken en regels waarbinnen de Woonvisie is vastgesteld, deze bespreken we hieronder. Regionale Woonvisie 2014 Ten tijde van het vaststellen van de Woonvisie 2015-2020 van de gemeente Putten is er al een Regionale Woonvisie die stamt uit 2014. Deze Regionale Woonvisie is een van de belangrijke kaders waarbinnen het lokale woonbeleid in Putten is vastgesteld. Het wordt omschreven als een regionale kapstok, een bindend verhaal waar gemeenten elkaar vinden. Het heeft de status van een dunne schil, omdat, zo wordt geconcludeerd het zwaartepunt van het maken van beleid en keuzes op het lokale niveau ligt, en ook de democratische legitimatie. 11 Voor dit onderzoek is vooral van belang dat de Regionale Woonvisie inzet op het beperken van de planvoorraad. In Putten is niet zozeer een remmend beleid gevoerd, maar meer beheerste groei.

de Regionale Woonvisie 2014 en het bijbehorende woningmarktonderzoek uit 2013 als dunne schil voor de lokale visies en afspraken. Ook heeft de gemeente een bestaande Structuurvisie, uit 2014. Gedurende de looptijd van de Woonvisie bestaan er twee bestuursovereenkomsten, van 2014-2018 en van 2018-2020, waarvan de eer-

In mei 2014 hebben de leden van de commissie Samenleving van de gemeente Putten informatie ontvangen over de onderzoeknotitie en de Regionale Woonvisie. Daarin wordt geconcludeerd dat de Regionale Woonvisie 2014 een duidelijke voorzet geeft (kwantita-

ste als kader heeft gediend bij het opstellen van de Woonvisie 20152020. 10

Onderzoeknotitie Woningmarkt Noord-Veluwe, Atrivé, 28 augustus 2013.

11

Regionale Woonvisie Noord-Veluwe, 2014, p. 3.

12 Rapport Evaluatie woonbeleid

tief) voor de omvang van het woningbouwprogramma voor de komende jaren, waaronder inzicht in de behoefte aan wonen met zorg. De invulling van de kwalitatieve opgaven wordt aan de gemeenten overgelaten. Er wordt daarnaast het grote belang van de bestaande woningvoorraad benadrukt en worden mogelijkheden voor aanpassing van deze bestaande voorraad benoemd. Naast de woningbouwprogrammering en de bestaande voorraad zijn ook de thema's wonen-welzijn-zorgen duurzaamheid uitgewerkt. Op basis van de uitgewerkte thema's is een uitvoeringsagenda opgesteld die moet leiden tot acties in de gekozen richtingen. De regionale visie zal nog lokaal moeten worden uitwerkt. Hier is in de informatiebrief al een concept inhoudsopgave opgesteld. 12 Gemeenteraden van de regiogemeenten hebben advies kunnen uitbrengen over de inhoud van de Regionale Woonvisie, voordat deze zou worden vastgesteld door het Dagelijks Bestuur van de regio Noord-Veluwe. 13 Structuurvisie 2030 De Structuurvisie 2030 van de gemeente Putten stamt uit 2014 en geeft een integrale uitwerking van het ruimtelijke beleid van de gemeente. De Toekomstvisie Putten 14, die is opgesteld door de gemeente en de gemeenschap heeft daarbij op hoofdlijnen de koers voor de toekomst bepaald. Voor het thema wonen wordt de lijn aangehouden dat er in Putten gebouwd wordt voor de lokale wo-

12

ningbehoefte en dat daarbij de ladder voor duurzame verstedelijking wordt gehanteerd. Gebaseerd op de Provinciale prognoses van 2012 wordt geconstateerd dat het aantal huishoudens in Putten nog zeker tot 2040 zal blijven groeien en dat dit implicaties heeft voor het aantal benodigde woningen. In eerste instantie wordt bij uitbreiding van de woningvoorraad gekeken naar inbreidingsmogelijkheden, waarbij het karakter van het dorp Putten (groen en ruimte) belangrijk is. Om in te springen op de toekomstige woningbehoefte is ook aanpassing van de bestaande voorraad van belang, de gemeente zet in op het levensloopbestendig en duurzaam maken van woningen. Men constateert in de Structuurvisie dat er een blijvende vraag is naar starterswoningen maar ook dat er in de toekomst sprake zal zijn van vergrijzing. Voor zowel starters als senioren zet de gemeente instrumenten in voor passende woningen voor deze groepen. 15 Bestuursovereenkomsten In mei van 2014 sloten de coalitiepartijen Wij Putten, ChristenUnie en SGP de bestuursovereenkomst Samen Doen voor de bestuursperiode 2014-2018 16. Het thema wonen komt terug in de vorm van de stelling ‘we verbeteren het woningaanbod’. Bestuurlijk staat de ambitie centraal om voor alle Puttenaren passende woonruimte mogelijk te maken, onafhankelijk van hun positie op de woningmarkt.

Om deze ambitie te realiseren, worden drie punten voorzien: het in kaart brengen van behoefte, onderzoek doen

Notitie voor de Commissie Samenleving, 3 juni 2014.

15

Structuurvisie Putten, 24 februari 2014, p. 10-13.

13

College informatie, regio Noord-Veluwe, 3 april 2014.

16

Bestuursovereenkomst Samen Doen 2014-2018, 14 mei 2014.

14

Toekomstvisie Putten, 6 februari 2014.

13 Rapport Evaluatie woonbeleid

naar alternatieve woonvormen en begin 2015 duidelijkheid geven over nieuwbouwmogelijkheden op inbreidingslocaties. Na de verkiezingen in 2018 is een nieuwe bestuursovereenkomst gesloten voor de periode 2018-2022 Bouwen aan Putten tussen de coalitiepartijen Wij Putten, ChristenUnie en SGP 17. Ook in deze bestuursovereenkomst staat passende huisvesting voor verschillende doelgroepen centraal bij het thema wonen. Belangrijk wordt daarbij het gesprek met inwoners en het mogelijk maken van initiatieven uit de samenleving gevonden. Er wordt in 2018 geconstateerd dat de woningmarkt in Putten onder druk staat. Tot 2018 bouwde men in Putten zo’n 80 woningen per jaar, in overleg met de Provincie wil het bestuur dit verhogen naar ten minste gemiddeld 100 woningen per jaar. De focus ligt op het voorzien in de lokale behoefte. Bijeenkomsten rondom de Woonvisie

Op 18 november 2014 is tijdens een bijeenkomst van de commissie Samenleving een eerste concept van de Woonvisie is voorgelegd. Op 9 december 2014 is vervolgens een Woonconferentie georganiseerd. Tijdens deze Woonconferentie heeft een discussie plaats gevonden over 3 thema’s: de bestaande voorraad en nieuwbouw, wonen-welzijn-zorg en duurzaamheid. De deelnemers van de Woonconferentie hebben de mogelijkheid gehad om hun opmerkingen kenbaar te maken. Drie personen/organisaties hebben een reactie gegeven op de concept Woonvisie 2015-2020. Naast de woonconferentie heeft een gesprek met partners op het gebied van wonen-welzijn-zorg plaatsgevonden.

4.1.2 Deelvraag 2: In hoeverre is het woonbeleid adaptief geweest? Is er ingespeeld op veranderende (woningmarkt)omstandigheden door het tussentijds aanvullen of aanpassen van visie en/of

Naast kaders en regels vastgelegd in documenten heeft bij de totstandkoming van de Woonvisie 2015-2020 een participatief traject plaatsgevonden waarbij stakeholders, betrokkenen en partners van de gemeente hun inbreng hebben gegeven voor de Woonvisie. Woningstichting Putten heeft op 28 augustus 2014 een stakeholderbijeenkomst georganiseerd, waar in een forumdiscussie verschillende thema’s de revue hebben gepasseerd. Drie thema’s zijn aangestipt in de Woonvisie 2015-2020: Doorstroming, Vergrijzing en Zorg en Welzijn. 18

17

Bestuursovereenkomst Bouwen voor Putten 2018-2022, 7 mei 2018.

maatregelen in het woonbeleid? De Woonvisie van Putten wordt eens in de vijf jaar geactualiseerd. De gemeente heeft een uitvoeringshoofdstuk met afspraken en actiepunten opgenomen. Er heeft twee keer een wijziging van de Woonvisie 2015-2020 plaatsgevonden. Er worden jaarlijks prestatieafspraken met Woningstichting Putten gemaakt en deze afspraken worden jaarlijks geëvalueerd.

Een Woonvisie is een vrij statisch document en wordt in het geval van de gemeente Putten eens in de vijf jaar geactualiseerd. Om in

18

Woonvisie 2015-2020, p. 9.

14 Rapport Evaluatie woonbeleid

te kunnen spelen op veranderingen op de woningmarkt in de gemeente is naast het visiedeel van de Woonvisie een uitvoeringshoofdstuk opgenomen met concrete afspraken. Amendement Woonvisie Vlak vóór het vaststellen van de Woonvisie 2015-2020 is nog een amendement aangenomen. Het amendement betrof een voorstel tot een aanpassing van de verdeling goedkope, middeldure en dure huur en koop in de Woonvisie. Er is ook een motie ingediend, dat betrof het onderzoeken van de mogelijkheden van de Blijverslening, deze motie is na toezegging ingetrokken. 19 Woonvisie en uitvoeringsagenda Ondanks dat de Woonvisie een vrij statisch document is heeft het stuk twee maal een wijziging ondergaan. De eerste wijziging is doorgevoerd op 6 juli 2017 20. Deze wijziging een aanpassing aan het woningbouwprogramma. In overleg met regiogemeenten is de woningbouwopgave voor de periode 2013-2025 in 2017 verhoogd naar 913. De gemeenteraad heeft daarom op 6 juli 2017 besloten om de streefproductie te verhogen naar gemiddeld 80 woningen per jaar. De tweede wijziging van de Woonvisie is doorgevoerd op 8 maart 2018, zoals vastgesteld in de Raadsvergadering van 20 februari 2018. Het betreft een wijziging van de maximale koopprijs van een goedkope koopwoning, van €170.000,- in de eerste versie van de

19 20

Woonvisie, naar €200.000,- in de gewijzigde versie. 21 Deze wijziging laat zien dat de gemeente meebeweegt met de woningmarkt in Putten. Een hogere prijsgrens kan ontwikkelaars stimuleren om meer goedkope koopwoningen te bouwen. Dit is mede ingegeven door stijgende bouwkosten en verscherpte duurzaamheidseisen. Prestatieafspraken De prestatieafspraken worden jaarlijks door Woningstichting Putten, de gemeente en de huurderbelangenvereniging geactualiseerd en geëvalueerd. In de evaluatie wordt bijgehouden welke zaken zijn afgesproken en wat daarvan is uitgevoerd, uitgesplitst naar thema zoals vastgelegd in de prestatieafspraken. Zowel de woningcorporatie als de gemeente geven aan het belangrijk te vinden dit jaarlijks te doen. Zowel uit de gesprekken met de gemeente als met Woningstichting Putten blijkt een sterke betrokkenheid van de woningcorporatie bij het gemeentelijk woonbeleid. Men ziet de Woonvisie echt als een gezamenlijk stuk, waarbij de woningcorporatie ook mede penvoerder is. Ook denken ze mee over beslissingen die de gemeente neemt. De bijdrage die Woningstichting Putten doet aan de Woonvisie wordt jaarlijks gepresenteerd in de ‘bijdrage aan de Woonvisie’ 22. Overige beleidsstukken In aanvulling op de Woonvisie zijn er in de afgelopen jaren in de gemeente Putten verschillende beleidsnota’s, beleidsnotities en

Zie ook pagina 7, verslag raadsbijeenkomst, 30 april 2015.

21

Raadsbesluit, 20 februari 2018.

Raadsbesluit, 6 juli 2017.

22

Bijdrage aan de Woonvisie, 2017, 2018, 2019.

15 Rapport Evaluatie woonbeleid

beleidsplannen opgesteld tijdens de looptijd van de Woonvisie, die ook betrekking op het wonen hebben. Op 13 december 2013 is de regionale intentieverklar ing huisvesting arbeidsmigranten regio Noord-Veluwe ondertekend door vertegenwoordigers van de werkgevers, de uitzendbranche

Coalitieakkoord 2018-2022 komt duidelijk de toenemende druk op de woningmarkt naar voren. Bouwen in Putten wordt als eerste thema benoemd, en de bouwopgave voor de gemeente staat centraal. Het plan om de netto toevoeging op te hogen van 80 woningen naar 100 woningen per jaar is daarbij een belangrijk stap.

Noord-Veluwe, de 8 RNV-gemeenten en de regionale Woningcorporaties. In deze intentieverklaring zijn afspraken en uitgangspunten vastgelegd over de huisvesting van arbeidsmigranten (waarvan de huisvestingsopgave wordt aangenomen als een gegeven) in de regio. Deze intentieverklaring is de basis geweest voor het arbeidsmigrantenbeleid van alle gemeenten in de regio. Sinds 2019 wordt er gewerkt met een Meerjarenplan Samenleving 23. Dit plan verbindt het beleid uit verschillende wettelijke kaders. Het beslaat het brede terrein van samenlevingsbeleid: ter ondersteuning van inwoners bij het vormgeven van hun dagelijks leven. Het plan draagt bij aan het vormgeven van de integraliteit van verschillende beleidsvelden. Bestuurlijke visie Midden in de looptijd van de Woonvisie hebben er gemeentelijke verkiezingen plaatsgevonden. De verandering in de woningmarkt is duidelijk terug te lezen. In het Coalitieakkoord 2014-2018 wordt er nog met voorzichtigheid gekeken naar het toevoegen van woningen door nieuwbouw. De focus ligt vooral op het bevorderen van doorstroming in de bestaande voorraad en het mogelijk maken van alternatieve woonvormen voor bepaalde groepen. In het

23

Raadsbrief, 26 maart 2019.

16 Rapport Evaluatie woonbeleid

Inhoud van het woonbeleid In het woonbeleid van gemeenten worden doelen en ambities vastgelegd waar in de toekomst (in het geval van de Woonvisie: voor de komende vier jaar) aan wordt gewerkt. In deze paragraaf gaan we na welke beleidsdoelen zijn vastgelegd op het gebied van wonen, zowel lokaal als regionaal. We focussen daarbij weer op voldoende passende woningen voor verschillende doelgroepen.

4.2.1 Deelvraag 3: Wat zijn de door de gemeente Putten gestelde beleidsdoelen in het woonbeleid, zoals vastgelegd in de Woonvisie? In de Woonvisie zijn een aantal inhoudelijke thema’s uitgewerkt. De thema’s relevant voor dit onderzoek bespreken we: (1) De bestaande voorraad, (2) Woningbouwprogrammering en (3) Wonen, Welzijn en Zorg. In een Uitvoeringsparagraaf zijn deze pijlers verta ald naar concrete afspraken.

In de Woonvisie van de gemeente Putten staan een viertal thema’s centraal, als belangrijkste uitgangspunten. Deze vier thema’s zijn vervolgens uitgewerkt tot maatregelen. De gemeente neemt hierbij de thema’s over die ook in de Regionale Woonvisie 2014 zijn aangehouden. We bespreken in dit hoofdstuk de thema’s die van belang zijn voor dit onderzoek en waar het gaat over voldoende passende woningen voor verschillende doelgroepen.  De bestaande voorraad: De bestaande voorraad wordt omgeschreven als een belangrijk onderdeel van de woningmarkt. Er worden verschillende concrete acties voor de bestaande voorraad voorgesteld. Zo wil de gemeente inwoners stimuleren hun eigen woning op te plussen, ofwel levensloopbestendig en

17 Rapport Evaluatie woonbeleid

duurzaam maken. De gemeente neemt daarbij vooral een informerende en communicerende rol in. Daarnaast ziet de gemeente een taak voor de woningcorporatie om sociale huurwoningen te verduurzamen. Indien nodig zal de gemeente zich bemoeien (via een huisvestingsverordening) met de verdeling van sociale huurwoningen. Om inwoners passend te laten wonen kan het stimuleren van doorstroming een sleutel zijn, al is het geen doel op zich. Starters kunnen gebruik blijven maken van de Starterslening, als steuntje in de rug bij de stap naar de koopmarkt. Om diversiteit te bevorderen worden huurwoningen verkocht. Dit komt de verdeling van koop- en huurwoningen in wijken ten goede. Als het gaat om arbeidsmigranten neemt de gemeente een faciliterende rol op zich, die zich richt op huisvestingsinitiatieven. Tot slot wordt er onder het thema bestaande voorraad ingezet op het betrekken van partners en gebruikers bij de duurzame kwaliteitsverbetering van de openbare ruimte.  Woningbouwprogrammering: De groei van de woningvoorraad doormiddel van nieuwbouw staat centraal bij dit thema, zodat in de behoefte aan meer woningen in Putten kan worden voo rzien. Het gaat om 80 woningen per jaar, in totaal 913 in de periode 2013-2025. Dit aantal is een verhoging (in 2017) van wat oorspronkelijk is vastgelegd, op basis van opnieuw berekende behoefte.

Bij uitbreiding wordt de ladder van duurzame verstedelijking gehanteerd, waarbij de voorkeur gaat naar inbreidingboven uitbreidingslocaties voor nieuwbouw. Bij het woningbouwprogramma staat zowel kwantiteit (tekort aan woningen) als kwaliteit (woningen passend bij de woonvraag) centraal , met ruimte voor alternatieve, nieuwe woonvormen. Ook wordt daarbij ruimte geboden aan initiatieven uit de samenleving (col-

lectief en particulier opdrachtgeverschap). Bij de woningbouwprogrammering wordt een streefwoningbouwprogramma aangehouden, zie hieronder. Goedkoop

Middelduur

Duur

Totaal

Huur

10%

20%

5%

35%

Koop

20%

31%

14%

65%

Totaal

30%

51%

19%

100%

 Wonen-welzijn-zorg: Op het gebied van wonen, welzijn en zorg wil de gemeente werken aan het faciliteren van woningaanpassingen door particuliere woningeigenaren. Ook het realiseren van passende woningen in de nabijheid van woonzorgcentra in het centrum van Putten wordt benoemd als doelstelling. Tot slot wordt er bij dit thema gerefereerd aan het belevingsonderzoek, waaruit blijkt dat er grote samenhorigheid en gevoel voor verantwoordelijkheid bestaat onder inwoners van Putten. De gemeente wil daarom ten aanzien van het sociale domein uitgaan van de (eigen) kracht van inwoners, door aan te sluiten bij bestaande burgerinitiatieven en te dienen als vangnet voor de zwakkeren in de samenleving. Uitvoeringsparagraaf Woonvisie In de Woonvisie 2015-2020 is een hoofdstuk opgenomen met de doelen en daarbij behorende afspraken m.b.t. het woonbeleid. Het hoofdstuk bevat afspraken over de volgende thema’s:

18 Rapport Evaluatie woonbeleid

1. Bestaande voorraad Opplussen: bestaande woningen in huur en koop waar nodig en mogelijk geschikt maken voor mensen met een beperking. Woonruimteverdeling: in het kader van de nieuwe Huisvestingswet nader bepalen of sturing in verdeling van sociale huurwoningen aan de orde is. Doorstroming: mensen wonen in een prettige woning naar wens, in een woonomgeving waarin zij zich prettig voelen. Starters: starters blijvend ondersteunen bij het maken van de stap naar een koopwoning. Gemêleerde wijken: diversiteit aan doelgroepen op het niveau van wijken. Arbeidsmigranten: faciliteren van huisvestingsinitiatieven voor arbeidsmigranten. Leefbare woonomgeving: Partners en gebruikers betrekken bij duurzame kwaliteitsverbetering van de openbare ruimte . 2. Woningbouwprogrammering Groei woningvoorraad door flexibel bouwprogramma: voorzien in voldoende woningen voor de lokale woningbehoefte .

(Collectief) particulier opdrachtgeverschap: voorzien in de behoefte aan (collectieve) zelfbouw van burgers. 3. Wonen-welzijn-zorg Voldoende geschikte woningen: inwoners kunnen zo lang mogelijk in hun huidige woning blijven. Eigen kracht, kracht van de samenleving: we gaan uit van eigen kracht van de inwoners, en geven optimaal ruimte aan de kracht van de Puttense samenleving.

4.2.2 Deelvraag 4: Welke regionale afspraken zijn er gemaakt ten aanzien van het woonbeleid? De vier thema’s in de Woonvisie van Putten zijn gebaseerd op de vier thema’s uit de Regionale Woonvisie 2014, waarvan we de drie thema ’s die relevant zijn voor dit onderzoek bespreken: (1) de potentie van de bestaande woningvoorraad, (2) de woningmarkt in beweging, (3) wonen-welzijn-zorg.

Zoals benoemd in paragraaf 2.1.2 fungeert de Regionale Woonvisie 2014 als een dunne schil voor het lokale woonbeleid van de regiogemeenten. In de Regionale Woonvisie zijn een aantal zaken vastgelegd die relevant zijn voor dit onderzoek: (1) de potentie van de bestaande woningvoorraad (2) de woningmarkt in beweging (3) Wonen-welzijn-zorg. Elk thema heeft een lokale en regionale component.

19 Rapport Evaluatie woonbeleid

Thema 1 Potentie bestaande voorraad: De bestaande voorraad is het vertrekpunt van het woonbeleid. Er moet optimaal worden ingezet op de opgaven betaalbaarheid en beschikbaarheid van sociale huurwoningen, de duurzaamheid van de bestaande voorraad en de geschiktheid voor senioren en mensen met een beperking. Regionaal worden er verschillende pilots en bijeenkomsten georganiseerd 24. Lokaal worden deze thema’s uitgewerkt in de Woonvisie en in (prestatie)afspraken met corporaties. Thema 2 Woningmarkt in beweging: Het doel is om voldoende woningen toe te voegen voor de eigen woningbehoefte en om overschotten en tekorten weg te werken. De planvoorraad moet aansluiten bij de behoeften. Er moeten voldoende kwalitatief sociale huurwoningen zijn. Regionaal wordt een Programma Wonen opgesteld, een intentieverklaring arbeidsmigranten opgesteld en de planvoorraad gemonitord. Lokaal stellen regiogemeenten een eigen woningbouwprogramma op, dat men afstemt met buurgemeenten. Het woningbouwprogramma krijgt een plek in de lokale Woonvisie en er worden afspraken met corporaties gemaakt. Het KWP3 en de regionale afspraken leggen vast wat de bandbreedte is waarbinnen de gemeente nieuwe woningen kan realiseren. Thema 3 Wonen, welzijn, zorg: Er moeten voldoende (zorg) geschikte woningen en woonvormen zijn die aansluiten op de wensen van senioren/mensen met een beperking.

Daarbij hoort een passende zorg en welzijnsinfrastructuur. Regionaal worden bijeenkomsten met betrokkenen georganiseerd, wordt specialistische

zorg georganiseerd en afgestemd. Lokaal worden zaken uitgewerkt in de Woonvisie, afspraken met corporaties gemaakt en kansen/knelpunten geagendeerd voor de regionale bijeenkomsten.

4.2.3 Deelvraag 5: In welke mate zijn de gestelde doelen in de periode 2014 tot en met 2020 gerealiseerd? Het blijkt dat een groot deel van de geplande acties inderdaad is uitgevoerd. Tegelijkertijd is de monitoring van de gestelde doelen niet altijd even helder en zijn afspraken niet altijd SMART-opgesteld.

Woonvisie 2015-2020 In de Woonvisie zelf is een uitvoeringsagenda opgesteld, in hoofdstuk 4. Er is echter geen apart werkdocument beschikbaar met de voortgang van gemaakte afspraken. Het is dus niet helemaal duidelijk in hoeverre de gestelde doelen aan het einde van de looptijd van de Woonvisie in 2020 gehaald zijn en ook zijn veel van de gestelde doelen geformuleerd voor de kortere termijn en is het onduidelijk wat precies voor de langere termijn is afgesproken (eerste paar jaar van de looptijd van de Woonvisie, 2015, 2016, 2017). De mate waarin afspraken SMART zijn opgesteld verschilt per afspraak. Sommige afspraken hebben een duidelijk tijdspad, hebben betrekking op een specifiek project of onderzoek en hebben een duidelijk meetbaar resultaat. Een voorbeeld: In samenspraak met

24

Bijeenkomsten kwaliteit en betaalbaarheid, Pilot loslaten bindingseisen, Pilot loslaten toewijzingsregels. Woonvisie Regio Noord-Veluwe 2014, p. 23.

20 Rapport Evaluatie woonbeleid

WSP aanvullende mogelijkheden onderzoeken, zoals inzet wooncoach, verhuiskostenvergoeding of huurgewenningsbijdrage , in het 2 e kwartaal van 2015. Andere afspraken zijn weer minder SMART opgesteld, bijvoorbeeld: Wijkgericht werken verder uitrollen, 2015/2016/2017. Tegelijkertijd moet daarbij in gedachten gehouden worden dat het woonbeleid sterk beïnvloed wordt door een steeds veranderende context, waardoor het lastig kan zijn meetbare doelen op te stellen. Dat betekent daarom ook niet dat een niet-SMART geformuleerde doelstelling per definitie ‘slecht’ is. Het belangrijkste is dat de vorm recht doet aan de intentie van partijen en de stand van zaken in het denken. SMART kán wel helpen bij het scherper formuleren van doelen, waar dat mogelijk is. Met dat in gedachten lopen we de verschillende gestelde doelen en gemaakte afspraken na. Omdat een werkdocument van afspraken ontbreekt is getracht op basis van verschillende gemeentelijke (jaar)stukken uit 2015-2020 per thema een overzicht te maken van de voortgang per actiepunt uit de uitvoeringsparagraaf. Hieronder beschrijven we per thema de stand van zaken, van de actiepunten waar dat mogelijk is. Bestaande voorraad  Opplussen: Er zijn met WSP prestatieafspraken gemaakt over het opplussen van woningen 25. Er is terug te vinden dat met

25

WSP is afgesproken dat de corporatie zich inzet voor bewustwording bij senioren over woningaanpassingen. Het is niet duidelijk of er ook is gewerkt aan de bewustwording van senioren met een eigen woning. Er is in de Woonvisie afgesproken dat de invoering van Gewoon Gemak onderzocht zal worden. Deze website met tips en adviezen is sinds 2017 voor inwoners beschikbaar, onder de naam WoongemakPutten.nl. Deze regeling is in 2017 geëvalueerd 26.  Woonruimteverdeling: De mogelijkheden tot het invoeren van een Huisvestingsverordening zijn onderzocht. De Huisvestingsverordening is op 11 juni 2015 ingevoerd. 27  Doorstroming: Door een gevarieerd woningbouwprogramma wordt niet alleen voorzien in de behoefte van starter, maar ook van de doorstromer. Er is afgesproken dat in de nieuwbouwprogrammering rekening gehouden wordt met op het gang krijgen van doorstroming. Het is uit de stukken onduidelijk hoe dat vorm heeft gekregen. Ook zou de informatie en communicatie rondom verhuismogelijkheden geïntensiveerd worden. WSP heeft hier uitvoer aangegeven door regelmatig bericht uit doen naar hun huurders, aan de hand van persberichten en flyers. 28 Tot slot is bij dit punt afgesproken dat samen met WSP onderzoek wordt gedaan naar de inzet van doorstroommaatregelen zoals wooncoaches en een verhuisvergoeding. WSP heeft bij verschillende complexen de inzet hiervan onderzocht. 29

Evaluaties Prestatieafspraken 2016, 2017, 2018.

28

Evaluatie Prestatieafspraken, mei 2016.

26

Raadsbrief, 12 juli 2017

29

Bod op de Woonvisie, 2016-2020.

27

Raadsbesluit, 11 juni 2015.

21 Rapport Evaluatie woonbeleid

 Starters: De Koop Starterslening wordt nog steeds ingezet 30. Er is afgesproken dat WSP verkoop van huurwoningen aan starters mogelijk maakt. WSP doet dit en zet hierbij ook de Corporatie Starterslening in 31.  Gemêleerde wijken: om een diversiteit aan doelgroepen te bewerkstelligen in wijken is afgesproken dat bij ni euwbouw (op het niveau van minimaal 100 woningen) gestreefd wordt naar gevarieerde wijken. WSP heeft in de evaluatie van de prestatieafspraken aangekondigd te willen bouwen in de uitbreidinglocatie Rimpeler. Uit het jaarverslag 2019 van WSP blijkt dat de corporatie 78 woningen toevoegt op Rimpeler in de goedkope en middeldure huur. 32  Arbeidsmigranten: In de prestatieafspraken zijn over de huisvesting van arbeidsmigranten afspraken met WSP opgenomen. Op 22 november 2018 heeft een discussiebijeenkomst plaatsg evonden over de huisvesting van arbeidsmigranten. Ook is er een gesprek geweest met uitzendbureau Fides. 33 In de Woonvisie is afgesproken dat het proefproject ‘accommoderen behoefte arbeidskrachten’ uitgevoerd zou worden. Uit de Jaarrekening van 2016 blijkt dat dit proefproject heeft plaatsgevonden.  Leefbare woonomgeving: In de Woonvisie staat vastgelegd dat het Wijkgericht werken verder wordt uitgerold. Het Wijkgericht werken staat vanaf 2018 expliciet opgenomen in de jaarstukken. Er worden ook prestatieafspraken met WSP gemaakt over

betrokkenheid en participatie van huurders bij de leefomgeving. WSP zet zich hiervoor middels verschillende projecten (bijvoorbeeld Schauwplein, Hoek van Damstraat, tuinenprojecten) in. Woningbouwprogrammering  Groei woningvoorraad door flexibel bouwprogramma: In de eerste versie van de Woonvisie is een ambitie van 70 woningen (plancapaciteit van 83 woningen*) toevoegen per jaar vastgelegd voor de periode 2013-2025. Na de wijziging in 2018 is de streefproductie opgehoogd naar 80 woningen per jaar (plancapaciteit van 93 woningen*). Aantal toegevoegde woningen per jaar: 2015 =71, 2016 = 28, 2017 = 87, 2018 = 22, 2019 = 37, 2020= 150 34. Ook is in de Woonvisie vastgelegd dat de gemeente flexibele bestemmingsplannen gaat opstellen. Flexibele bestemmingsplannen gaan uit van samenwerking tussen partijen vanaf de start in plaats van een tijdrovend inspraaktraject achteraf. Het is onduidelijk of dit is doorgevoerd in de gemeente. Tevens zou er een uitwerking plaatsvinden van alternatieve woonvormen. Dit is onderzocht, op 23 mei 2017 heeft de Commissie Samenleving de Discussienota Problematiek Huisvesting besproken 35. In 2019 zijn beleidsregels met betrekking tot tijdelijke bewoning recreatieverblijven opgesteld 36. Tot slot is op dit thema afgesproken eens per half jaar een woningmarktmonitor uit te voeren. Deze woningmarktmonitor heeft plaats-

30

Jaarstukken 2020, 8 juli 2021.

* Rekening houdend met planuitval.

31

Evaluatie Prestatieafspraken, mei 2016.

34

Gemeentelijke jaarstukken en CBS Statline.

Jaarverslag 2019, WSP.

35

Jaarstukken 2017.

Notitie voor de Commissie Ruimte, 25 november 2019.

36

Jaarstukken 2019.

32 33

22 Rapport Evaluatie woonbeleid

gevonden op 18 mei 2016, waar zowel medewerkers van de gemeente als van lokale makelaars en projectontwikkelaars aanwezig waren.  (Collectief) particulier opdrachtgeverschap: Zowel in de plannen voor de locatie Bijsteren als Rimpeler is een deel CPO en een deel PO opgenomen 37. Het PO deel is gerealiseerd. In 2018 heeft het college een notitie Voortgang plannen en aanpak alternatieve woonvormen in Putten opgesteld, waarin zelfbouw en CPO zijn opgenomen 38. Wonen-welzijn-zorg  Voldoende geschikte woningen: Informatie over mantelzorgwoningen is opgenomen op de website van WoongemakPutten.  Eigen kracht, kracht van de samenleving: Er is in de Woonvisie afgesproken het project Eigen kracht ouderen in Putten een vervolg te geven. De pilot Eigen Kracht voor ouderen is van februari 2013 tot oktober 2013 in Putten actief is geweest. Uit correspondentie met ambtenaren blijkt dat de pilot specifiek voor ouderen geen vervolg heeft gekregen, maar wel dat het aspect eigen kracht in het gehele sociaal domein (wmo, jeugdwet en participatiewet) een plek heeft. Bij alle meldingen en aanvragen wordt dit uitgevraagd en meegenomen.

37

Raadsbrief, 22 mei 2017.

38

College informatie, 15 oktober 2018.

23 Rapport Evaluatie woonbeleid

Uitvoering van het woonbeleid 4.3.1 Deelvraag 6: Met welke partijen wordt rondom het woonbeleid samengewerkt, welke (contractuele) afspraken liggen hieraan ten grondslag en op welke manier worden resultaten gemonitord? De gemeente werkt met verschillende partijen samen om het woonbeleid tot uitvoering te brengen. Dit zijn dezelfde partijen als die betrokken zijn geweest bij de totstandkoming van de Woonvisie. Met sommige partijen worden bindende afspraken gemaakt (de woningcorporatie), met andere beperkt de samenwerking zich tot informeren en op de hoogte houden.

Prestatieafspraken In de Woningwet is bepaald dat gemeenten, woningcorporaties en huurderbelangenverenigingen als drie gelijkwaardige partners samenwerken om te komen tot prestatieafspraken. De prestatieafspraken zijn gebaseerd op het bod dat woningcorporaties doen op de Woonvisie. Prestatieafspraken kunnen jaarlijks worden vastgesteld of meerjarig met per jaar een update in de vorm van een jaarschijf. Ook de gemeente Putten maakt prestatieafspraken en wel met Woningstichting Putten en de huurdersvereniging Putten. Elk jaar levert WSP een bod op de Woonvisie aan, als opmaat naar de prestatieafspraken. In dit bod staan de belangrijkste uitgangspunten voor WSP opgenomen. Vervolgens komen gemeente, corporatie en huurdersvereniging samen om prestatieafspraken te maken. De basis daarvoor liggen in de meerjarige prestatieafspraken, die jaarlijks geëvalueerd en geactualiseerd worden, met een jaarschijf. Bij de prestatieafspraken wordt dezelfde indeling aangehouden als

24 Rapport Evaluatie woonbeleid

in de Woonvisie (qua thema’s) om het voor alle partijen herkenbaar te maken, blijkt uit de gesprekken. De prestatieafspraken worden door gemeente, corporatie en huurdervereniging gezien als een goede leidraad en een vast moment om thema’s die spelen bij elkaar op te halen. Ook woningcorporatie Habion is actief in Putten, met een zeer klein bezit van 100 woningen. Met Habion worden geen prestatieafspraken gemaakt. Regionale woonruimteverdeling Naast de samenwerking tussen de gemeente en de corporaties bij het maken van prestatieafspraken, werken de woningcorporaties in de regio met een regionaal woonruimteverdeelsysteem. Hierbij worden sociale huurwoningen in de regio aangeboden via één platform, waar al het aanbod van de corporaties centraal te vinden is. 39 Dit betekent dus ook dat woningzoekenden regionaal naar een sociale huurwoning kunnen zoeken. Ook de bezwarencommissie woonruimteverdeling is regionaal georganiseerd .

de huisvestingsverordening vervolgens verboden de in de verordening aangewezen woonruimte zonder huisvestingsvergunning in gebruik te nemen of te geven. Woonruimteverdeling op basis van de Huisvestingswet 2014 gebeurt dus aan de hand van een vergunningensysteem. Burgemeester en wethouders kunnen de bevoegdheid om vergunningen te verlenen desgewenst mandateren aan eigenaren of beheerders van woonruimte, bijvoorbeeld aan de (samenwerkende) corporaties. Dit gebeurt ook zo in de gemeenten in de regio Noord-Veluwe. Onderdeel van de huisvestingsverordening in de regio Noord-Veluwe is een urgentieregeling. Hierin staat opgenomen onder welke voorwaarden inwoners van de regio aanspraak kunnen maken op een urgentieverklaring wanneer zij zich in een urgente woonsituatie bevinden. Het toewijzen van een urgentieverklaring wordt beoordeeld en geregeld door een regionaal opererende urgentiecommissie.

4.3.2 Deelvraag 7: Welke instrumenten zijn ingezet om de doelstellingen te bereiken?

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11484309/1