14.4 Definitief Regionaal Beleidsplan VNOG 2021-2024
Tekst van het document
| 23 |
De principes van ‘informatiegestuurd en risicogericht werken’, waar het risicoprofiel een belangrijke tool en informatiebron voor is, staan aan de basis van het uitvoeringsbeleid van de afdeling risico- en crisisbeheersing. Dit risicoprofiel geeft inzicht in waar de ‘hotspots’ in de regio zich bevinden. Denk aan: de concentratie van kwetsbare doelgroepen, het soort bebouwing of het type zorg dat daar wordt geleverd, zoals thuiszorg of 24-uurszorg. Door informatie op deze wijze te ontsluiten kunnen gerichte keuzes worden gemaakt, als het gaat om doelgroepen branchebenadering, de inzet van (publieks) campagnes en het communiceren van risico’s. In een meer zelfsturende maatschappij is het belangrijk dat inwoners en andere belanghebbenden zelf direct (online) toegang krijgen tot informatie over (brand) veiligheid. Daarbij horen ook specifieke handelingsperspectieven gericht op objecten of woningen. Bij risicogerichte (advies)gesprekken met instellingen en bedrijven wordt de toepassing van de Risico Analyse Monitor (RAM) en de bijbehorende scenario’s beproken. Er wordt intensief samengewerkt met gemeenten om zoveel mogelijk aan te sluiten bij activiteiten die de gemeenten al organiseren.
Met toezichtprojecten worden thema’s uitgevoerd, bijvoorbeeld met betrekking tot woongebouwen waar voornamelijk zelfstandige ouderen wonen, woningen boven winkels, bijeenkomstgebouwen, escaperooms, kinderdagverblijven en andere potentieel risicovolle of kwetsbare locaties. Informatie geven aan burgers is zinvol, toezicht heeft effect, maar blijvend resultaat is er pas als daadwerkelijk het gedrag van mensen kunnen beïnvloeden om (brand)veiliger te leven. De VNOG ontwikkelt met de veiligheidsregio Brabant Zuidoost beïnvloedingsstrategieën en interventies ter preventie van de vijf belangrijkste brandoorzaken. Door het uitvoeren van pilots in gemeenten, worden succesformules regionaal uitgerold. Denk hierbij aan campagnes over ‘schoorsteenbranden’ en specifieke beleidsinstrumenten om in te zetten in ‘gebieden met opkomstoverschrijding’. Het voornemen is het bouwbesluit aan te passen zodat per juli 2022 alle gebouwen, dus ook bestaande bouw, verplicht moeten beschikken over een rookmelder.
24 | |
5.3
Incidentbestrijding
zo snel mogelijk ter plaatse te zijn. Echter is de opkomsttijd één van de vele maatregelen die brandweer kan treffen om te zorgen voor een brandveilige leefomgeving. Onder andere daar waar de tijden niet gehaald worden, investeert de VNOG extra in het adviseren tot het nemen van risicobeheersingsmaatregelen en wordt ingespeeld op initiatieven van al dan niet georganiseerde burgerhulpverlening.
De brandweer hanteert een risicogerichte aanpak om de brandveiligheid in de regio te optimaliseren. Dit houdt in dat een combinatie van maatregelen op het gebied van risicobeheersing en (de voorbereiding op) incidentbestrijding wordt getroffen om de brandrisico´s zo optimaal mogelijk te beheersen. Het streven daarbij is verbetering van de brandveiligheid in de gehele regio.
Voor de gemeente(n) waar de extra preventie- en risicobeheersingsmaatregelen nodig zijn omdat de opkomsttijden niet altijd gegarandeerd kunnen worden zal samen met de betrokken gemeente een lokale risicoanalyse opgesteld worden. Op basis hiervan wordt uiterlijk in 2022 een plan van aanpak gemaakt waarin ook aandacht besteed wordt aan de communicatie met inwoners, bedrijven, instellingen en bezoekers van de regio hieromtrent, zodat ook zij hun verantwoordelijkheid kunnen nemen.
In het verzorgingsgebied van de VNOG kunnen niet overal de wettelijke normtijden voor de eerste basisbrandweereenheid (tankautospuit) worden behaald. Dit betekent niet automatisch dat het brandrisico voor deze gebieden onaanvaardbaar is. De brandweer zal zich altijd blijven inspannen om
Woont u in het buitengebied? Dan bestaat er een kans dat u te maken krijgt met een natuurbrand. Wij geven graag aan hoe u uw woonomgeving zó kunt inrichten, dat de kans op schade zo klein mogelijk is.
5.4
Zorg voor een buiten aansluiting met lange tuinslang Leg geen brandbaar materiaal onder vlonders en veranda’s
We geven communicatief invulling aan de ambitie om de zelfredzaamheid van inwoners te vergroten. De communicatiespecialisten van Bedrijfsvoering werken nauw samen met alle afdelingen. In onze manier van communiceren sluiten we aan op onze veranderende rol en ontwikkelingen en trends.
Overweeg de aanleg van een vijver voor blus of sproeiwater
Installeer een vonkenvanger bij de schoorsteen van de open haard of kachel Houd het gazon kort (max 5 cm) Installeer dubbel glas vanwege vertraging hittestraling Leg geen brand baar materiaal achter het raam
Houd dakgoten en daken vrij van droog blad Snoei lagere takken op
Sproei regelmatig het bloemperk
Leg geen snoei afval onder brand bare vegetatie
Zorg dat uw huis goed bereik baar is voor hulpdiensten
Plaats een zichtbaar huisnummer aan de openbare weg
Bedrijfsvoering
Maak een brandvrij tuin ontwerp met beplanting die niet snel brandt
We gaan op zoek naar inzichten, gevoelens, drijfveren en beelden die leven bij inwoners, gemeenten en partners. We zijn daarbij reëel en kijken hoe onze eigen informatie overkomt en of het leidt tot gedragsverandering, bijvoorbeeld door het bieden van handelingsperspectief of voorbereid en alert zijn. Waar nodig sturen we bij. Ook maken we de afweging welke rol communicatie heeft en welke passende middelen we inzetten. Onze communicatie is open, snel, zorgvuldig en (inter)actief. We houden de laatste ontwikkelingen op gebied van communicatie (nieuwe middelen en technieken) nauwgezet in de gaten om zo goed mogelijk te kunnen blijven communiceren met de verschillende doelgroepen. Communicatieadviseurs en -medewerkers van de VNOG zoeken actief verbinding met communicatiecollega’s van het brede scala aan partijen waarmee de VNOG samenwerkt.
Innovatie Innovatieve projecten dragen bij aan het vergroten van de preventieve veiligheid en gezondheid. Tevens wordt het restrisico voor de brandbestrijding verkleind. Beide delen samen, preventie en bestrijding, bepalen gezamenlijk in hoofdlijnen het veiligheidsniveau. Enkele voorbeelden hiervan zijn: Gebruiken van de lokale context voor risicobewustwording: na een woningbrand ontvangen omwonenden een brief/flyer over brandpreventie van de gemeente en de brandweer en/of worden zij hierover gericht benaderd via social media. Na een brand met (grote) impact organiseren we informatiebijeenkomsten. Lokale bestuurders zijn belangrijke veiligheidsambassadeurs in deze vorm van communicatie. Actief aanbieden en delen van kennis over (brand)veiligheid aan partners die invloedrijk zijn in hun eigen netwerken, bijvoorbeeld via workshops. We richten ons hierbij op onder meer ouderenconsulenten, woningbouwcorporaties, thuiszorgorganisaties, vrijwilligersorganisaties, en studenten in de zorg en techniek. Daarnaast doen we mee met publiekscampagnes over (brand)veilig leven, de jaarlijkse (landelijke) brandpreventieweken en zijn we aanwezig op enkele grote evenementen. Deze activiteiten worden zowel door beroepsmedewerkers als door vrijwilligers uitgevoerd.
In het programma ‘Burgerkracht’ uit de beleidsperiode 2017-2020 is in samenwerking met netwerkpartners en bedrijven ervaring opgedaan in verschillende innovatieve projecten. Gemeenten sluiten hierop aan vanuit verschillende domeinen, bijvoorbeeld Wonen en de Wmo. Door deze co-creatie worden meer resultaten ten behoeve van een veilige en gezonde samenleving bereikt, zoals bij het innovatieproject Leefsamen (waaronder toepassing van slimme sensoren en sociale alarmering) in de Achterhoek en het ‘blussen met kleine blusmiddelen’, een project van de gemeente Elburg, de brandweerpost, STAN burgerhulpverlening en bewoners/ondernemers. Het uitbreiden van AED-locaties met blusmiddelen en EHBO-spullen ligt in het verlengde van dit gedachtegoed. Door pilots uit te voeren met (slimme) sensortechniek en drones, wordt er voorbereiding getroffen op het ‘nieuwe melden’ bij de meldkamer en worden buurt- en burgerhulpverlening ondersteund. De opgedane (pilot) ervaringen, kennis en netwerken zijn de basis voor een nieuw te ontwikkelen programma (medio 2020 gereed) waarin zelf- en samenredzaamheid stimuleren centraal staat. In het nieuwe programma wordt ook gekeken naar wat de gevolgen zijn van nieuwe risico’s. Denk aan de energietransitie met concrete voorbeelden als de waterstof CV ketel, elektrische vervoermiddelen en de (buurt)accu’s.
| 25 |
6. Vakbekwaam & deskundig De VNOG investeert in de vakbekwaamheid en professionaliteit van alle medewerkers op elk niveau. Dit wordt zichtbaar doordat medewerkers worden geschoold, gericht getraind en er wordt realistisch geoefend zodat deskundigheid wordt vergroot. De operationele organisatie is compact en efficiënt ingericht op de risico’s van het verzorgingsgebied. De VNOG treedt op als een betrouwbare en onafhankelijke adviseur en investeert daarom in adviesvaardigheden van haar medewerkers. Hierbij is extra aandacht voor de veranderende adviesrol in het kader van de Omgevingswet. De leidinggevenden van de VNOG zijn professioneel en kundig. •
•
•
Er is een compacte en slagvaardige brandweerorganisatie. Het fijnmazige netwerk van brandweerposten en de vrijwilligers vormen hiervoor de basis. Minder, maar beter passend materieel met bijbehorend goed opgeleide en getrainde medewerkers moeten zorgen voor een optimale voorbereiding op de kernactiviteiten brand en hulpverlening. De inspanningen zijn gericht op het versterken van de kwaliteit (vakbekwaamheid) van de (vrijwillige) medewerkers om hun taken vakbekwaam en professioneel uit te kunnen voeren. De posten worden ten aanzien van vakbekwaamheid op maat ondersteund: verantwoordelijkheid nemen waar mogelijk, ondersteund worden waar nodig.
De opgaven om het vakmanschap van onze medewerkers verder te vergroten worden zo veel mogelijk integraal benaderd. Dit bevordert een uniforme werkwijze, stimuleert regionale kennisuitwisseling en maakt efficiënt organiseren van deze activiteiten mogelijk. In onderstaande paragrafen staat beschreven welke bijdrage de afdelingen gaan leveren om de gestelde doelen te realiseren.
6.1
GHOR
Vakbekwaamheid richt zich op de GHORfunctionarissen met een operationele rol binnen de mono- en multidisciplinaire crisisbeheersing en leidt tot vakbekwame medewerkers. De focus bij vakbekwaamheid ligt op het vakbekwaam houden van de eigen operationele functionarissen. Daarnaast levert de GHOR (net als de brandweer en Crisisbeheersing) een oefenstaf, die zorgt voor de voorbereiding en uitvoering van multidisciplinaire trainingen en oefeningen.
26 | |
Specialisme
het algemeen bestuur van september 2019 om de advisering zo in te richten dat alle gemeenten dezelfde diensten aangeboden krijgen. Er is een nieuwe leidraad vastgesteld gericht op de Grootschalige Geneeskundige Bijstand (GGB). Deze leidraad is een handreiking voor een uniforme werkwijze in het kader van de GGB. De leidraad betreft geen wettelijke verplichting. De komende jaren onderzoekt de GHOR hoe, binnen de huidige financiële kaders, aan deze leidraad invulling kan worden gegeven. De afgelopen jaren heeft de GHOR het scenario Infectieziektencrisis, zowel mono- als mulitidisciplinair, veelvuldig geoefend. Dit heeft er onder meer toe geleid dat zowel de GHOR als de geneeskundige partners, zoals GGD, ziekenhuizen en huisartsen, goed voorbereid waren op de Coronacrisis en hun verantwoordelijkheid konden nemen.
6.2 Risico- en crisisbeheersing De afdeling faciliteert en regisseert een breed platform waar kennis vanuit de samenleving op specifieke terreinen wordt samengebracht en waarbij nieuwe netwerken worden betrokken. Denk hierbij aan thema’s zoals klimaatadaptie, waterveiligheid en natuurbranden. Deze netwerken worden ook benut door gemeenten om vraagstukken georganiseerd en gecoördineerd op te pakken. Hiermee versterkt de Veiligheidsregio haar regisseursfunctie op een breed terrein. Daarbij werken wij samen met betrokken partijen zoals provincie, Waterschappen, verzekeringsmaatschappijen en recreatiebedrijven. Wij organiseren of sluiten aan bij bijeenkomsten op het gebied van nieuwe type crises en landelijke ontwikkelingen. In Oost-5 verband (vijf veiligheidsregio’s in Gelderland en Overijssel) bundelen we onze krachten in werkgroepen om gezamenlijk producten te ontwikkelen. Op het gebied van risico- en informatiegerichte adviseringsvaardigheden van medewerkers vindt een doorontwikkeling plaats. Het toepassen van de veiligheidsdasboards risicobeheersing concepten (waaronder gebruik scenario’s, Risico Analyse Monitor (RAM) en bluswatertool) past hierin en borgt de adviesrelatie met incidentbestrijding en crisisbeheersing. Ook wordt in het kader van de implementatie van de omgevingswet geïnvesteerd in een andere werkwijze, gericht op vakmanschap en expertise.
Wij zijn en blijven een betrouwbare netwerkpartner voor de gemeenten, GGD, omgevingsdiensten en andere partijen die vanuit ons netwerk betrokken zijn bij de Omgevingswet. Hierbij blijven wij ons bewust van het besluit van
Voor het uitvoeren van specialistische taken, zoals bij natuurbrandbestrijding moeten de chauffeurs getraind worden in het rijden met hun specifieke voertuig. Het gaat dan om het realistisch oefen in het terrein en het oefenen van de op het voertuig aanwezige terreinvaardigheidssystemen, alsmede het gebruiken en bedienen van de blussystemen.
Ten aanzien van de operationele vakbekwaamheid zorgt het taakveld crisisbeheersing voor training van de multidisciplinaire functionarissen en multidisciplinaire samenwerking in de crisisteams in de hoofdstructuur van de crisisorganisatie. Jaarlijks worden COPI-, ROT, GBT- en dilemmatrainingen voor de 22 colleges en een systeemtoets georganiseerd, zodat functionarissen de mogelijkheid hebben om minstens één keer per jaar in hun crisisteam te oefenen. De komende beleidsperiode wordt geïnvesteerd in een betere monitoring van het kwaliteitsniveau van de vakbekwaamheid.
6.3
In toekomst verwachten we dat bijvoorbeeld ook blusrobots worden ingezet. De bediening hiervan moet ook realistisch geoefend worden.
Incidentbestrijding
Meer taakdifferentiatie en spreiding van specialismen in de operationele brandweerorganisatie hebben gevolgen voor onder meer de materieelspreiding en de hierop afgestemde en bijpassende vakbekwaamheid. Het versterken van vakbekwaamheid en deskundigheid van de (vrijwillige) medewerkers is gerelateerd aan hun basis- en specialistische taken. Credo hierbij is: We zorgen ervoor dat wat je vaak doet, goed doet. De komende beleidsperiode wordt op drie aspecten een kwaliteitsimpuls ingezet: 1.
2.
3.
Bieden van meer ondersteuning aan brandweerposten bij de voorbereiding en organisatie van oefeningen en materieelonderhoud. Op deze wijze wordt meer tijd vrij gemaakt voor een kwaliteitsimpuls aan het oefenen. Afhankelijk van de wensen van de post wordt een programma op maat ingezet. Hierbij wordt meer aandacht gegeven aan de vakbekwaamheid en uitvoering van specialistische taken. Kwalitatief beter oefenen onder realistische omstandigheden. Aangezien vrijwilligers tijdens inzetten beperkt met daadwerkelijke branden en andere incidenttypen te maken krijgen, is een impuls ten aanzien van het oefenen onder realistische omstandigheden wenselijk. Collega’s zullen zoveel als mogelijk worden voorbereid, bijgeschoold en geoefend op nieuwe maatschappelijk ontwikkelingen en daarbij behorende risico’s zoals ten gevolge van de energietransitie en klimaatadaptatie.
6.4
Bedrijfsvoering
Vanuit bedrijfsvoering wordt de ontwikkeling van professionele, vakbekwame en vak volwassen medewerkers, die goed toegerust zijn op hun functie, gefaciliteerd en ondersteund. De VNOG investeert hiertoe in de ontwikkeling van haar leidinggevenden en medewerkers. Hierbij wordt ingezet op (persoonlijk) leiderschap, initiatief en vak- volwassenheid. Duurzame inzetbaarheid en mobiliteit zijn de komende jaren belangrijke thema’s. De VNOG investeert bovendien in een toekomstbestendig personeelsbestand, om zo vroegtijdig te anticiperen op de veranderende arbeidsmarkt, de veranderende behoefte aan personeel en het vertrek van personeel o.g.v. leeftijd/pensioen en historische verloopcijfers. Concreet wordt ingezet op: • Een krachtig en enthousiast managementteam dat richting geeft, besluitvaardig is en handelt volgens en aanspreekbaar is op de kernwaarden van de VNOG: betrokken, professioneel en daadkrachtig. • Leidinggevenden die de medewerker aanspreken op het persoonlijk leiderschap, de professionele en persoonlijke ontwikkeling en hen daarbij coachen en begeleiden. • Vak volwassen medewerkers met initiatief en persoonlijk leiderschap.
| 27 |
7. Sterke informatiepositie De coronacrisis heeft duidelijk gemaakt dat het van belang is om te beschikken over de adequate informatie. Bij welke risico’s lopen welke groepen gevaar? Waar zitten de kwetsbare personen een rol, wat zijn de risicovolle bedrijven? Zowel voor het voorkomen als voor het bestrijden van incidenten en crises is actuele en betrouwbare informatie noodzakelijk. Snelle, actuele en betrouwbare informatie maakt adequate besluitvorming mogelijk, waaruit effectieve inzet van middelen en mensen volgt. Het aan elkaar koppelen en verbinden van informatiesystemen en het duiden en interpreteren van die informatie tussen de verschillende partners van de VNOG maakt het inzetten van hulpverlening effectief en slagvaardig. Koppeling van bestanden van verschillende VNOG afdelingen dan wel onderdelen daarvan, het monitoren van risico’s en kennis van de kwetsbaarheden in onze veiligheidsregio maakt dat gerichter kan worden ingezet op de risico’s en ze beperken. Een goede informatiepositie is relevant om de stap te maken van reageren naar voorspellen. De faciliteiten die het mogelijk maken om informatie gestuurd te werken worden organisatie breed beschikbaar gesteld. Dit maakt informatieuitwisseling tussen onderdelen in de organisatie eenvoudiger. •
•
•
•
28 | |
Door het verzamelen, duiden en verspreiden van duidelijke informatie worden veiligheid en zorg door de VNOG verbeterd. Voor inwoners betekent dit dat zij weten waar zij de juiste informatie over veiligheid kunnen vinden en wat zij zelf kunnen doen, of samen met anderen kunnen doen. De VNOG heeft een goede informatiepositie en samen met partners (gemeenten, waterschappen, omgevingsdiensten, etc.) snel inzicht in veiligheids- en gezondheidsrisico’s. Ook kunnen hulpdiensten sneller en adequater optreden als zij over de juiste informatie beschikken. Daarnaast gaat het hier ook om de interne informatievoorziening van de VNOG, om managementinformatie.
De opgaven om deze doelen te realiseren worden gebundeld in een programma en integraal opgepakt, zowel binnen de diverse afdelingen van de VNOG als in de samenwerking met gemeenten en externe partners. Hierbij is oog voor een efficiënte inzet van capaciteit en middelen. In onderstaande paragrafen staat beschreven welke bijdrage de afdelingen leveren om de gestelde doelen te realiseren.
7.2
7.1
GHOR
De coronacrisis heeft aangetoond dat het van essentieel belang is om snel over adequate en up to date-informatie te kunnen beschikken. Op dit moment is de GHOR is voor een totaalbeeld afhankelijk van de informatie die zij ontvangt van de verschillende zorgpartners. Dit zijn er erg veel. In de VNOG-regio zijn bijvoorbeeld al meer dan 70 organisaties die niet-acute zorg aanbieden, zoals verpleeghuizen, verzorgingshuizen. Daarnaast zijn nog ca. 1.000 kleine, individuele niet-acute zorgaanbieders actief, veelal in de wijkverpleging en de kraamzorg. Door het permanent monitoren van het geneeskundig beeld ontstaat inzicht in de actuele beschikbaarheid van acute- en niet-acutezorg. Risico’s en knelpunten worden vroegtijdig gesignaleerd zodat proactief gehandeld kan worden. Mede daardoor is het bijvoorbeeld mogelijk om ten tijde van een incident slachtoffers sneller naar het juiste ziekenhuis te vervoeren en bij een infectieziektecrisis patiënten beter over de regio te verspreiden. Daarnaast kan de beschikbare informatie worden gebruikt voor risico-reducerende maatregelen zoals een goede inrichting van de fysieke leefomgeving en effectreducerende maatregelen als extra repressieve capaciteit en veilige schuilmogelijkheden. Zo kan bij een grootschalig evenement bijvoorbeeld extra ambulancecapaciteit ingezet worden om de druk op de reguliere zorg te beperken.
Eindbeeld is dat met vijf GHOR-regio’s in Oost Nederland - samen met meldkamers ambulancediensten, huisartsen, Geestelijke Gezondheidszorg en thuiszorgorganisaties - 24/7 een actueel geneeskundig beeld kan worden gedeeld. Daarnaast werkt de GHOR samen met de GGD en gemeenten - actief aan haar informatiepositie over maatschappelijke onderwerpen. De GHOR heeft en houdt een unieke rol en positie bij de uitwisseling van actuele informatie binnen de geneeskundige keten, die niet door andere partijen kan worden ingevuld. Met het realiseren van een sterke informatiepositie binnen de witte kolom maakt de GHOR de koppeling tussen veiligheid en gezondheid. Verder zorgt de GHOR voor integratie van het geneeskundig beeld in het totale informatieplatform van de veiligheidsregio (een vorm van een ‘Veiligheid Informatie Centrum’).
Risico- en crisisbeheersing
Ten behoeve van het veilig repressief optreden bij risicovolle objecten zoals zorginstellingen maakt het taakveld risicobeheersing operationele informatie beschikbaar voor de afdeling Incidentbestrijding. Over circa 2.100 objecten kunnen plattegronden worden getoond waarop de locatie van bijvoorbeeld bluswater-voorzieningen, brandscheidingen, risico’s (bijvoorbeeld opslag gevaarlijke stoffen) en opstelplaatsen staan aangegeven. De wijze waarop de operationele informatie aangeboden wordt verandert. Steeds meer informatie wordt door bedrijven digitaal ontsloten en beschikbaar gesteld aan de Veiligheidsregio. Actuele en goede informatie over de mate van brandveiligheid (staat van constructies, brandscheiding, materialen en opslag) draagt bij aan een snelle en gewogen beslissing over de in te zetten bestrijdingstactiek. Hierdoor kan beter worden ingezet op veilig repressief optreden en schadebeperking. Daarvoor wordt beschikbare informatie vertaald naar operationele uitgangspunten en verwerkt tot digitale gegevens die zichtbaar zijn op de voertuigen (Memex). Op basis van het risicoprofiel brandweer worden maatregelen geformuleerd. Zowel in het eerste primaire proces ‘Beheersen van risico’s’ (voorkomen, verkleinen) als het tweede primaire proces ‘Bestrijden van incidenten’ (operationele voorbereiding, oefenen, materieel & logistiek, incidentbestrijding).
Denk hierbij aan maatregelen zoals het informeren en stimuleren van zelfredzaamheid of geven van handelingsperspectieven in gebieden die de opkomsttijd niet halen. In het derde primaire proces, normaliseren van de situatie, worden gegevens en feiten vanuit nabespreking, First Impression Report (FIR) en onderzoeksresultaten vanuit het Team Brandonderzoek verzameld. Dit zijn ingrediënten voor verschillende activiteiten van de afdelingen risico-en crisisbeheersing en incidentbestrijding.
informatiemanagers monitoren continu risico’s en dreigingen samen met brandweer, GHOR en externe betrokken partijen en data-analisten. Deze risico-informatie is dynamisch beschikbaar. Dit zorgt ervoor dat de operationele organisatie (inclusief de netwerkpartners) al in een vroegtijdig stadium van een (dreigend) incident over de informatie kan beschikken en beter is voorbereid. Ook het zo nodig bijstellen van procedures kan zo tijdig plaatsvinden. Daarbij is slim samenwerken mogelijk tussen de dienstdoende Informatiemanagers, het informatiemanagement van de GHOR en brandweer en de afdeling Informatievoorziening rond het inrichten en werken met een vorm van Veiligheid Informatie Centrum.
Veiligheidsdashboard Het risicoprofiel brandweer is nog niet voor elke gemeente volledig beschikbaar. Doorontwikkeling van deze innovatie (het prototype veiligheidsdashboard) geeft inzicht in alle risico’s in de regio en maakt het visueel en dynamisch, waardoor actuele (real time) informatie beschikbaar wordt. Aanrijdende eenheden kunnen door het dashboard direct zien welke klus zij te doen krijgen: soort wijk en bewoning, aantal ingeschrevenen op een adres, uitbreidingsrisico van brand aan de hand van bouwjaar en bouwwijze van een object. Tactiek en opschaling kunnen versneld bepaald worden door de operationele eenheden. Een verdere doorontwikkeling van het veiligheidsdashboard naar het regionale risicoprofiel kan in de toekomst tot de mogelijkheden behoren.
Het taakveld crisisbeheersing zorgt voor voldoende opgeleide informatiemanagers, loggers, plotters en informatiecoördinatoren voor de multidisciplinaire crisisteams. Crisisbeheersing ontwikkelt procedures voor werken met het Landelijk Crisis Management Systeem (LCMS) en zorgt er voor dat informatie en plannen bij een eventuele crisis beschikbaar zijn. De ambitie is, conform de toetsingscriteria van de Inspectie, te beschikken over een actueel risicobeeld en dat deze informatie continu toegankelijk en beschikbaar is voor de parate crisisorganisatie. De komende jaren wordt deze ambitie als volgt ingevuld: dienstdoende
| 29 |
7.3
Incidentbestrijding
Incidentbestrijding moet voor een adequaat en veilig optreden 24/7 beschikken over juiste en actuele informatie bij de inzet van incidenten. Deze informatie moet gericht zijn op enerzijds risico’s en anderzijds op specifieke object-/terrein-/omgevingskenmerken. Met slimme operationele informatiesystemen komt steeds meer informatie beschikbaar voor de uitrukkende brandweereenheden en –functionarissen. Het gaat hierbij niet alleen om plattegronden maar ook 3-D weergaven. Met behulp van deze informatie kunnen de hulpdiensten beter ingezet worden. De informatie dient zo actueel mogelijk te zijn en behapbaar en snel beschikbaar. Risico- en crisisbeheersing zorgen voor de juiste ontsluiting van relevante informatie. Om hiervan adequaat gebruik te kunnen maken, wordt hieraan binnen het vakbekwaamheidsprogramma voor de posten en de beroepsmedewerkers aandacht besteed.
7.4
Wij maken daarnaast optimaal gebruik van de landelijke voorzieningen door aan te sluiten op het landelijk programma informatievoorziening 20202025 en hier actief aan deel te nemen door middel van de coalitie pilot ‘virtuele assistent’. De VNOG is een organisatie die veel samenwerkt met andere ketenpartners en regio’s. Door bij de inrichting van de informatievoorziening aan te sluiten bij de landelijke ontwikkelingen wordt het samenwerken makkelijker.
Virtuele assistent Een voorbeeld van innovatie waar we mee bezig zijn is de ontwikkeling van een ‘Virtuele Assistent’ die helpt bij de beeld- en oordeelsvorming binnen de regionale crisisorganisaties. Deze Virtuele Assistent ondersteunt de crisisorganisatie bij de bestrijding van crisisituaties. In de (nabije) toekomst moet de applicatie niet alleen in staat zijn te ondersteunen bij allerlei soorten incidenten en te helpen bij het vroegtijdig signaleren van risico’s.
•
•
Bedrijfsvoering
Een goede informatiepositie begint bij intern de informatie up-to-date hebben. Hierbij zoeken we de samenwerking op met partners (gemeenten, waterschappen, omgevingsdiensten, etc.) met als doel snel inzicht te hebben in de veiligheids- en gezondheidsrisico’s in ons werkgebied. We volgen de ontwikkelingen op het gebied van de Landelijk Meldkamer en de Omgevingswet intensief, om zo te borgen dat de informatievoorzieningen goed aan blijven sluiten. Daarnaast zetten we in op de nadere invoering van een aantal ICT beheerprocessen zoals functioneel beheer en databeheer, met als doel de informatievoorziening betrouwbaarder te maken.
•
De Virtuele Assistent ondersteunt de beeldvorming van de crisisorganisatie door verschillende open en gesloten databronnen te combineren en te komen tot een geautomatiseerde beeldvorming rond een incident(-locatie). De Virtuele Assistent ondersteunt de oordeelsvorming van de crisisorganisatie door relevante historische incidenten te identificeren en zo een incident in het heden te vergelijken met incidenten uit het verleden. De Virtuele Assistent ondersteunt ‘van begin tot eind’; de beeldvorming en de selectie van historische incidenten worden continu aangepast op basis van de ontwikkeling van het incident en de bestrijding daarvan.
De ambitie is om de informatievoorziening betrouwbaar, weerbaar en ‘bij de tijd’ in te richten: Betrouwbaar door een focus op de integrale informatievoorziening en deze in te richten conform de architectuurprincipes van de VERA (Veiligheidsregio’s Referentie Architectuur) en invoering van ICT beheersprocessen conform BISL (Business Information Services Library). Weerbaar door in te zetten op informatiebeveiliging en continuïteit. Ook de toepassing van VERA draagt hier aan bij, hierdoor zijn we beter voorbereid op veranderingen. Bij de tijd door de veiligheidsregio te ondersteunen in de ambitie van informatiegericht werken, hierbij wordt ingezet op de toepassing van Business Intelligence (BI). Ook het monitoren van nieuwe technologische ontwikkelingen draagt hieraan bij.
30 | |
| 31 |
Bijlagen
Bijlage 1 Borging wettelijke vereisten
De Wet veiligheidsregio’s geeft aan uit welke onderdelen het beleidsplan moet bestaan. De VNOG heeft deze onderdelen voor een deel uitgewerkt in separate documenten.
32 | |
Wettelijke bepaling
Beschreven in
Een beschrijving van de beoogde operationele prestaties van de crisisorganisatie (Art 14, lid 2a, Wvr)
Overzicht operationele prestaties regionale crisisorganisatie (bijlage 2 Regionaal Beleidsplan 2021-2024)
Een uitwerking van de landelijke doelstellingen (Art. 14, lid 2b, Wvr)
Strategische agenda Veiligheidsberaad (opsomming opgenomen in paragraaf 2.4 Regionaal Beleidsplan)
Een informatieparagraaf met beschrijving informatievoorziening tussen diensten en organisaties (Art. 14, lid 2c, Wvr)
Maakt onderdeel uit van het Regionaal Crisisplan, vastgesteld door het algemeen bestuur op 12 december2019
Een oefenbeleidsplan (Art. 14, lid 2d, Wvr)
Meerjarenbeleidsplan Multidisciplinaire Vakbekwaamheid, vastgesteld door het algemeen bestuur op 26-10-2017
Beschrijving van de niet-wettelijke adviesfunctie (Art. 14, lid 2e, Wvr)
Regionaal Beleidsplan 2021 - 2024
De voor de brandweer geldende opkomsttijden en beschrijving van de aanwezigheid van brandweerposten en beschrijving van voorzieningen en maatregelen (Art. 14, lid 2f)
Regionaal dekkingsplan wordt vastgesteld als bijlage bij het Regionaal Beleidsplan 2021-2024 op 10 december 2020
| 33 |
Bijlage 2 Overzicht operationele prestaties crisisorganisatie Het bestaande uitgangspunt dat binnen 80% van de gevallen de opkomsttijden (zoals gesteld in het Besluit veiligheidsregio) behaald worden, wordt ook voor deze beleidsperiode gehandhaafd. De reden om uit te gaan van dit percentage komt voort uit de uitgestrektheid van de regio in relatie tot de bevolkingsdichtheid en kosteneffectiviteit. Het is niet altijd mogelijk om binnen de gestelde tijd op de opkomstlocatie te zijn. Daarnaast is een deel van de ondersteunende functionarissen niet in een piket georganiseerd.
Vanaf het moment dat de meldkamer tot grootschalige alarmering overgaat (in de praktijk betekent dit vanaf het moment dat de GRIP-regeling in werking treedt) moeten de volgende functionarissen binnen de genoemde tijden zijn gestart met hun werkzaamheden. We streven ernaar om ook binnen de gestelde normtijden op locatie te zijn, maar dat is niet altijd noodzakelijk omdat via verbindingsmiddelen op afstand al afstemming kan plaatsvinden over te nemen besluiten en noodzakelijke acties gecoördineerd kunnen worden. Team
Functionaris
Norm (Bvr)
Streven VNOG
Locatie
Meldkamer Oost Nederland
CaCo
Geen norm bepaald
Na alarmering binnen 2 minuten op de meldkamer
MON
CoPI
• • •
Leider CoPI Officier van Dienst Brandweer Officier van Dienst Geneeskundig Officier van Dienst Politie Officier van Dienst Bevolkingszorg Communicatieadviseur CoPI (persvoorlichter VNOG) Informatiemanager CoPI
Binnen 30 minuten gestart met de uitvoering van taken
Na alarmering in 80% van de gevallen binnen 30 minuten op opkomstlocatie
Plaats incident
• • • • •
Geen norm
Na alarmering in 80% van de gevallen binnen 45 minuten op opkomstlocatie
Plaats incident
ROT
• •
Regionaal Operationeel Leider Algemeen Commandant Brandweer Algemeen Commandant Geneeskundige zorg Algemeen Commandant Politie Algemeen Commandant Bevolkingszorg Regionaal Militair Operationeel Adviseur (RMOA)
Binnen 45 minuten gestart met de uitvoering van taken
Na alarmering in 80% van de gevallen binnen 45 minuten op opkomstlocatie
MAC
ROT
• •
Communicatieadviseur ROT Informatiemanager ROT
Binnen 30 minuten gestart met de uitvoering van taken
Na alarmering in 80% van de gevallen binnen 30 minuten op opkomstlocatie
MAC
ROT – sectie Informatiemanagement
• •
Beleidsondersteuner/logger Plotter
Binnen 40 minuten gestart met de uitvoering van taken
Na alarmering in 80% van de gevallen binnen 40 minuten op opkomstlocatie
MAC
Binnen 60 minuten gestart met de uitvoering van taken
Na alarmering in 80% van de gevallen binnen 60 minuten op opkomstlocatie
MAC
ROT – Secties Bevolkingszorg, Brandweerzorg, Geneeskundige zorg en Politiezorg
34 | |
• •
Norm (Bvr)
Streven VNOG
Locatie
Na alarmering in 80% van de gevallen binnen 60 minuten op opkomstlocatie
Gemeentehuis getroffen gemeente
• • •
Burgemeester (voorzitter) Adviseur Bevolkingszorg (gemeentesecretaris) Adviseur Crisisbeheersing (ambtenaar openbare orde en veiligheid) Adviseur Brandweer Adviseur Politie Communicatie adviseur GBT
GBT
•
Adviseur Geneeskundige zorg
Binnen 60 minuten gestart met de uitvoering van taken
Na alarmering in 80% van de gevallen binnen 90 minuten op opkomstlocatie
Gemeentehuis getroffen gemeente
GBT (ondersteuning)
• •
Informatiemanager GBT Verslagleggers GBT
Geen norm
Na alarmering in 80% van de gevallen binnen 60 minuten op opkomstlocatie
Gemeentehuis getroffen gemeente
Binnen 90 gestart met de uitvoering van taken
Na alarmering in 80% van de gevallen binnen 90 minuten op opkomstlocatie
Gemeentehuis getroffen gemeente
Geen norm
Na alarmering in 80% van de gevallen binnen 90 minuten op opkomstlocatie
Auditorium
• • •
Burgemeesters van betrokken gemeenten Hoofd Officier van Justitie (HOvJ) Voorzitter(s) betrokken waterschap(pen) Betrokken Rijksheren Strategisch adviseurs hulpdiensten (Brandweer, GHOR, Politie, Bevolkingszorg) Communicatie adviseur RBT Regionaal operationeel leider Externe deskundigen/adviseurs
• •
Informatiemanager RBT Verslagleggers RBT
Geen norm
Na alarmering in 80% van de gevallen binnen 90 minuten op opkomstlocatie
Auditorium
•
Actiecentra bevolkingszorg
RBT
•
• •
Plotter Logger
•
GBT
•
• •
• •
Functionaris
•
CoPI (ondersteuning)
•
Team
RBT (ondersteuning)
| 35 |
Bijlage 3 Overzicht wetsartikelen omgevingsvergunningen Onderstaande wetsartikelen zijn van toepassing en onderbouwen de advisering van de veiligheidsregio aan bevoegd gezag op het onderdeel omgevingsvergunning. De wetsartikelen zijn op te splitsen naar twee wetten, te weten: • Wet veiligheidsregio • Omgevingswet en onderliggende besluiten Wet veiligheidsregio (Wvr) Wvr Art. 10 lid b (wettelijke adviestaak= Het adviseren van bevoegd gezag over risico’s van branden, rampen en crises in de bij of krachtens wet aangewezen gevallen alsmede in de gevallen die in het beleidsplan veiligheidsregio zijn bepaald) Invoeringswet Omgevingswet (zoals aangeboden aan eerste kamer) verwijzing naar wijziging art 14 Wvr onderdeel B (In beleidsplan veiligheidsregio (VNOG) moet een beschrijving van de omvang van de adviesfunctie van de van de veiligheidsregio t.a.v. omgevingsplannen moet worden opgenomen) Omgevingswet en onderliggende besluiten
Bal (Besluit Activiteiten Leefomgeving): • Afd. 3.3 (complex bedrijf) • hoofdstuk 4 (plaatsgebonden risico’s milieu belastende activiteiten) • Art. 3.101 lid 3c (onder de aanwijzing valt niet het exploiteren van een buisleiding die een activiteit met externe veiligheidsrisico’s als bedoeld in bijlage VII uit Bkl.(lees Art. 3.101 lid 3c EN genoemd in bijlage VII) Omgevingsregeling: • Art. 4.1 (bevoegd gezag), Art. 4.2 (normadressaat) en Art. 4.3 (maatwerkvoorschriften of vergunningvoorschriften), Art. 4.10 (toepassingsbereik), art. 4.11 (berekenen afstanden plaatsgebonden risico) en Art. 4.12 (berekenen afstanden aandachtsgebieden) • Art. 5.36 (bestaande bouw NEN 2575) en Art. 5.37 (bestaande bouw (NEN 8062) • Art. 7.132 en Art. 7.133 (voorziening voor het oefenen van brandbestrijdingstechnieken) • Art. 7.2 sub g (gelijkwaardige maatregel) • Par. 7.1.2.1 art. 7.5 t/m 7.13 (bouwactiviteit met o.a. veiligheid, gezondheid en veiligheid omgeving) • Par. 8.2.2 art. 8.4 t/m 8.7a (waarborgen van de veiligheid aandachtsgebieden) • Art. 9.2 (beoordeling milieubelastende activiteit externe veiligheid) • Par. 12.1.1 art. 12.1 en art. 12.2 (Externe veiligheidsrisico’s) • Compleet nieuwe Hoofdstuk 16 DSO art. 16.1 t/m 16.15
Omgevingswet: • Art. 1.3 (algemene doelstelling Ow mbt veiligheid en gezondheid) • Afd. 1.3 met art. 1.6,1.7 en 1.8 (algemene zorg voor fysieke leefomgeving. In andere wet geregeld 1 • Art. 4.7 gelijkwaardigheid (voor VRs mbt complex bedrijf en link Bbl en Bkl (zie onderstaand) • Art 2.24 (grondslag voor het dat algemene instructieregels rijk gesteld worden) • Art. 2.28 (omgevingsplannen en projectbesluiten) • Art 2.28 aanhef verwijst naar Art. 2.24 (algemene instructieregel) • Art. 2.28 Lid C (verplichte algemene instructieregel externe opslag, productie, gebruik en vervoer voor uitvoering Seveso inrichting) Omgevingsbesluit: • Art. 4.33 (advies door bestuur VR) t.b.v. milieu belastende maatregelen . VR is adviseur omgevingsvergunning • Geeft verwijzing naar bijlage III onder 1 (omgevingsbesluit 3 juli 2018) • Afd. 10.8 w.o. Par. 10.8.1 en Art. 10.27 (gegevensverstrekking externe veiligheidsrisico’s) Bbl: • Brandveilig gebruik en omgevingsplan Par. 6.1.2 (gebruiksmelding), • Art. 6.4 (specifieke zorgplicht brandveilig gebruik bouwwerken) en Art. 6.10 (gemeente wijkt af) • (zeer) kwetsbaar gebouw/locatie; bijlage VI • Bijlage I onderdeel B Bkl (besluit kwaliteit Leefomgeving): • Par. 5.1.2 (instructie regels externe veiligheid in omgevingsplan) • Art. 5.2 (veiligheidsrisico’s bij branden, rampen en crisis) • Art. 5.3 (Toepassingsbereik gebouwen en locaties) tot Art.
5.35 (Seveso) met verwijzing naar bijlage VI en VII (blz 905 en verder.) Art. 8.12 (beoordelingsregels activiteit externe veiligheid met verwjzing naar Art. 10 lid A en B Wvr en bijlage VII onder B en E van BKL
36 | |
| 37 |