CConstaterende datPutten
Koppel je AI →
Document · PDF

14.4 Definitief Regionaal Beleidsplan VNOG 2021-2024

Gemeenteraad 4 februari 2021, gemeente PuttenBij agendapunt: Ingekomen stukken - Raadsinformatiebrieven 4 februari 202113.820 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

REGIONAAL BELEIDSPLAN 2021-2024

Inhoud Voorwoord 5 1. Inleiding 6 1.1 Gemeenschappelijke regeling: VNOG 6 1.2 Ontwikkelingen in de regio 6 1.3 Doelstellingen en scope beleidsplan, P&C en financiën 7 1.4 Totstandkoming beleidsplan 8 1.5 Leeswijzer 8

2. Visie & organisatie

9

3. Kenschets & risicoprofiel

12

2.1 Missie 9 2.2 Visie 9 2.3 Strategische pijlers 10 2.4 Organisatie VNOG 10

3.1 Kenmerken 12 3.2 Maatschappelijke ontwikkelingen 12 3.3 Regionaal risicoprofiel 14 3.4 Beleidsontwikkelingen en wetswijzigingen 16

4. Kerntaken 19 4.1 GHOR 19 4.2 Risico- en crisisbeheersing 19 4.3 Incidentbestrijding 22 4.4 Bedrijfsvoering 22

5. Zelfredzaam & risicobewust

23

6. Vakbekwaam & deskundig

26

7. Sterke informatiepositie

28

5.1 GHOR 23 5.2 Risico- en crisisbeheersing 23 5.3 Incidentbestrijding 24 5.4 Bedrijfsvoering 25

Colofon Het Regionaal Beleidsplan 2021-2024 is opgesteld door deelnemers vanuit GHOR, brandweer, politie, gemeenten en in afstemming met partners. Datum vaststelling Vastgesteld in juni 2020 door het algemeen bestuur van de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG). Eindredactie en beheer Het beheer van het Regionaal beleidsplanligt bij de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland. Contactgegevens Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland Postbus 234 7300 AE Apeldoorn

2 | |

6.1 GHOR 26 6.2 Risico- en crisisbeheersing 26 6.3 Incidentbestrijding 27 6.4 Bedrijfsvoering 27

7.1 GHOR 28 7.2 Risico- en crisisbeheersing 29 7.3 Incidentbestrijding 30 7.4 Bedrijfsvoering 30

Bijlagen 32 Bijlage 1: Borging wettelijke vereisten Bijlage 2: Overzicht operationele prestaties crisisorganisatie Bijlage 3: Overzicht wetsartikelen omgevingsvergunningen

33 34 36

| 3 |

Voorwoord Voor u ligt het regionaal beleidsplan van de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG) 2021 - 2024. In deze beleidsperiode investeren wij in het verwezenlijken van onze Toekomstvisie VNOG, zoals vastgesteld in het algemeen bestuur van 15 januari 2020. Als het goed is, leest u in dit plan dan ook niets nieuws: de Toekomstvisie is voorafgaand aan de vaststelling besproken met de tweeëntwintig raden in de VNOG. Nieuw in dit plan is wel de koppeling met het geactualiseerde regionaal risicoprofiel, dat een omvattend beeld geeft van de aard, omvang en effecten van de risico’s in onze regio. Op basis van het risicoprofiel zijn de incidenttypen bepaald die in de komende beleidsperiode worden uitgewerkt. Het zal u niet verbazen dat één van de incidenttypen die uitgewerkt wordt een ‘uitbraak van een nieuw type virus’ is. Een pandemie is in ons risicoprofiel al benoemd als waarschijnlijk en ernstig risico. Hiervoor is een real case scenario uitgewerkt. Ondertussen zijn we geconfronteerd met de wereldwijde uitbraak van het COVID-19 virus, de grootste crisis na de tweede wereldoorlog. Door dit scenario de komende beleidsperiode uit te werken, kunnen de lessen die we tijdens de Coronacrisis geleerd hebben, borgen. De Coronacrisis heeft het belang van het risicoprofiel en het beleidsplan laten zien.

De VNOG is voorbereid op crisis en in staat gebleken flexibel en langdurig slagkracht te leveren ter ondersteuning van de verschillende crisispartners. Ook is tijdens de Coronacrisis duidelijk geworden dat de samenwerking bij crisis en rampen zich niet meer beperkt tot lokaal en regionaal niveau. De nationale, regionale en gemeentelijke crisisstructuren worden verbonden. Via het Veiligheidsberaad vindt afstemming plaats tussen veiligheidsregio’s, Rijk en landelijke crisispartners. De VNOG staat op de fundamenten van vier sterke kolommen: rood (brandweer), wit (gezondheidszorg), blauw (politie) en oranje (gemeenten). Samen met de andere crisispartners geven wij de komende vier jaar uitvoering aan dit regionaal beleidsplan. Samen werken aan veiligheid! luidt het credo van onze veiligheidsregio. In de komende beleidsperiode is het van belang dat wij niet stil staan en toekomstbestendig blijven. Door middel van innovaties worden nieuwe werkwijzen, technieken, sociale interventies, etc. getest en waar succesvol geïmplementeerd. Daarnaast is er ook aandacht voor het fundament: een solide bedrijfsvoering en betrokken medewerkers. Hier zijn het afgelopen jaar als forse stappen op gezet en dit wordt verder uitgebouwd. Met dit strategische beleid voor de komende jaren zorgen wij ervoor dat we een veiligheidsregio zijn die er toe doet voor haar inwoners.

Veilig en gezond, wonen werken recreëren.

4 | |

| 5 |

1.

Inleiding

1.1

Gemeenschappelijke regeling: VNOG

Alle gemeenten zijn wettelijk verplicht zich voor te bereiden op rampen en zware ongevallen die zich op hun grondgebied kunnen voordoen. Nederland is ingedeeld in 25 veiligheidsregio’s. Een veiligheidsregio is op basis van de Wet veiligheidsregio’s (Wvr) verlengd lokaal bestuur en heeft een (bij wet verplichte) gemeenschappelijke regeling als juridische grondslag. Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG) bestaat uit 22 gemeenten. Het is dé organisatie in de regio die bij een incident, crisissituatie of ramp nu en in de toekomst garant staat voor professionele hulpverlening aan de inwoners en bezoekers van de regio. Van Harderwijk tot Winterswijk. De maatschappelijke opgaven van de VNOG zijn: 1. Het voorkomen en beperken van incidenten, rampen en crises. 2. Het bestrijden van incidenten, rampen en crises. 3. Herstel na een ontwrichte situatie. Samen werken de 22 gemeenten structureel aan het leveren van brandweerzorg, geneeskundige hulpverlening risicobeheersing en preventie en aan het voorkomen en bestrijden van rampen en crises. 24 Uur per dag en 7 dagen per week wordt slagvaardig en deskundig opgetreden bij incidenten, rampen en crises. Ook wordt continue gewerkt aan het verbeteren van de kwaliteit van alle onderdelen. Elke gemeente is deelnemer en medeverantwoordelijk voor de bestuurlijke en organisatorische aansturing van de veiligheidsregio.

Het Algemeen Bestuur, bestaande uit de 22 burgemeesters van de deelnemende gemeenten van de VNOG, is gezamenlijk verantwoordelijk voor de VNOG.

1.2

Ontwikkelingen in de regio

De afgelopen jaren zijn de speerpunten in beleid van de VNOG veranderd. De missie bleef steeds ongewijzigd: ‘samen werken aan veiligheid’. Centraal staat dat de zorg \voor een fysieke leefomgeving waar inwoners veilig kunnen wonen, werken en recreëren.

6 | |

1.3

Een belangrijke ontwikkeling is de verschuiving van repressie naar preventie. Een risicogerichte aanpak, waarin ook ingezet wordt op het vergroten van risicobewustzijn en zelfredzaamheid van inwoners, organisaties en bedrijven, is ook voor de komende beleidsperiode een belangrijke pijler. Inwoners en bezoekers van de VNOG worden geïnformeerd en gestimuleerd om preventieve maatregelen te nemen, ook een handelingsperspectief bij rampen en crisis geboden Hedendaagse en toekomstige veiligheidsrisico’s zijn bepalend voor de activiteiten van de veiligheidsregio. Voorbeelden hiervan zijn ouderen die langer zelfstandig thuis wonen, de komst van vluchtelingen, uitbraken van ziekten en virussen zoals de vogelgriep en het coronavirus en terreurdreiging. De komende jaren wordt met behulp van slimme technologie steeds meer ingezet op real-time monitoring van risico’s in de fysieke leefomgeving om hier adequaat op te kunnen inspelen. Gebleken is dat een goede informatiepositie van de VNOG van cruciaal belang is. Het versterken van de informatiepositie is al jaren een belangrijk doel en daarin hebben belangrijke ontwikkelingen plaatsgevonden. Een prijswinnend voorbeeld van het versterken van de informatiepositie is de ontwikkeling van de Risico-Analaysemonitor.

Deze zorgt voor meer risicoduiding en een betere informatiepositie met betrekking tot objecten in de gebouwde omgeving Vakbekwaam en deskundig personeel is noodzakelijk om adequaat incidenten, rampen en crises te kunnen managen. Net als de afgelopen jaren wordt hier de komende jaren structureel geïnvesteerd. Het doel is een compacte en slagvaardige brandweerorganisatie, met passend materieel, een goed opgeleide en getrainde medewerkers. Hetzelfde geldt voor de medewerkers die actief zijn in de regionale crisisorganisatie. De risicoanalyses uit het regionale risicoprofiel vormen de basis voor de vertaalslag naar advisering over de risico’s en de operationele informatievoorziening voor de eenheden en de crisisorganisatie. Hierdoor verloopt het optreden van hulpdiensten adequater en draagt dit bij aan een snellere beheersing van het incident.

Doelstelling en scope beleidsplan, P&C en financiën

In de Wet veiligheidsregio’s is vastgelegd dat het bestuur ten minste eenmaal in de vier jaar een regionaal beleidsplan vaststelt (art. 14 Wvr). Dit beleidsplan vormt het strategisch beleidskader voor de VNOG en beschrijft de koers voor de komende vier jaar. De Programmabegroting 20212024 is ook opgebouwd vanuit de Toekomstvisie (bouwstenen, financiële vertaling in jaarschijven). Dit beleidsplan wordt gerealiseerd binnen de financiële kaders van de programmabegroting. Het regionaal beleidsplan bevat ambities om te innoveren. Dit betreft met name technologische innovaties met een accent op het verbeteren van de operationele en de interne informatievoorziening, alsmede op de wijze waarop nieuwe technologie kan bijdragen aan zelf- en samenredzaamheid – en daarmee tot de (beleving van) veiligheid. Uit de aard der zaak zijn de kosten van toekomstige innovaties nog niet allemaal in beeld. “Technology push” leidt over het algemeen tot meer kosten, die niet of alleen gedeeltelijk worden gecompenseerd door besparingen. Hiervoor bestaan nog geen uitgewerkte plannen. Deze zullen per jaarschijf – met in de hand een Informatiebeleidsplan – in de begroting moeten worden ingebed. Een belangrijke bron zal het landelijk Programmaplan Informatievoorziening 2020-2025 van het IFV zijn.

SLIMME VOORBEELDEN Vanuit onze kennis over risico’s zijn we in staat om gemeenten te adviseren en informeren we inwoners zodat ze risicobewust zijn, handelingsperspectief hebben en weten waar zij de juiste informatie over de veiligheidsrisico’s kunnen vinden. Gelet op de technologische ontwikkelingen wordt de komende jaren met name in dit werkveld de extra inzet gericht op innovatieve toepassing. Voorbeelden van innovatieve toepassingen die een belangrijke bijdrage kunnen leveren aan zelfredzaamheid en risicobewustzijn zijn: • inzetten van sensoren en drones om een (bos) brand snel te detecteren. • Slimme rookmelders en andere sensoren die drones (automatisch) laten opstijgen bij een melding van inbraak, brand of bij ‘dwaling’ van personen kunnen zorgen voor een snelle interventie op het gebied van zorg en veiligheid. • het transporteren van spullen en hulpmiddelen, zoals een AED.

Rapportage over de voortgang van dit regionaal beleidsplan vindt plaats via de reguliere planning & control cyclus. De programmabegroting vormt het ‘spoorboekje’ voor de uitvoering van de ambities, gekoppeld aan de middelen die hiervoor beschikbaar zijn. De relatie tussen geld en de inhoudelijke doelen wordt met name gelegd met de beleidsindicatoren, die met ingang van 2021 in de (opgavegerichte) begroting zijn opgenomen. Op operationeel niveau krijgt deze relatie vorm in (jaar)plannen en overzichten voor de volgende aspecten: • Spreidingsplan voertuigen en specialismen (beschikbaar) • Meerjaren Investeringsplan (wordt herzien) • Onderhoudsprogramma’s materieel en materialen • Opleidings- en oefenprogramma repressief personeel (beschikbaar) • Bezettingsoverzicht en meerjarenplan vrijwilligersbestand naar post, functie, specialisme, leeftijd (in ontwikkeling) • ARBO plan • Informatiebeleidsplan (herziening najaar 2020, zie hierboven) Hierover wordt op hoofdlijnen gerapporteerd in financiële verkenningen en de jaarrekening.

| 7 |

2. 1.4

Totstandkoming beleidsplan

Het Regionaal Risicoprofiel en de Toekomstvisie VNOG vormen de basis voor het nieuwe regionaal beleidsplan. De concept Toekomstvisie is uitgebreid besproken met de raden. Vanuit de VNOG zijn in 2019 drie regionale bijeenkomsten voor raadsleden georganiseerd. Tijdens die bijeenkomsten heeft het bestuur van de VNOG de raadsleden heeft geïnformeerd over de eerste uitkomsten van de bestuurs tweedaagse, waar de basis is gelegd voor de Toekomstvisie. Vervolgens hebben alle burgemeesters individueel met hun raad het gesprek gevoerd over de concept Toekomstvisie en input opgehaald, die betrokken is bij de besluitvorming over de Toekomstvisie in januari 2020. Vervolgens hebben alle gemeenteraden hun zienswijze op het concept risicoprofiel en beleidsplan kunnen geven. De ontvangen reacties zijn verwerkt in zowel het definitieve risicoprofiel als het beleidsplan.

1.5

Leeswijzer

Hoofdstuk twee gaat in op de visie, de missie en de strategische pijlers van de organisatie. De Kenschets VNOG en het risicoprofiel staan in hoofdstuk drie. Hoofdstuk vier beschrijft de kerntaken die de afdelingen binnen de VNOG uitvoeren. In hoofdstuk vijf, zes en zeven beschrijft per afdeling hoe wordt vormgegeven aan de strategische pijlers.

Visie & organisatie

2.1 Missie

2.2 Visie

De VNOG heeft als missie:

De visie van de VNOG luidt als volgt:

“Samen werken aan veiligheid”

“Veilig en gezond wonen, werken en recreëren”

De VNOG is dé organisatie in de regio voor samenwerking aan veiligheid. De VNOG is een operationele organisatie, die bij een crisissituatie of ramp garant staat voor professionele hulpverlening aan de inwoners en bezoekers van de regio, van Harderwijk tot Winterswijk. Naast incidentbestrijding ligt een stevige nadruk op risico- en crisisbeheersing. Beide aandachtsvelden zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en bepalen gezamenlijk het veiligheidsniveau. Aan deze missie geeft de VNOG invulling door samen te werken met haar partners. Denk hierbij aan de kolompartners zoals de gemeenten, Politie en Defensie, maar ook andere partijen zoals Rijkswaterstaat, Prorail, de GGD en energieleveranciers. Als gevolg van de Coronacrisis zijn ook nieuwe samenwerkingsrelaties tot stand gekomen zoals met verzorgingshuizen en de recreatiebranche. De komende beleidsperiode wordt nog nadrukkelijker samenwerking gezocht met veiligheidsregio’s in de buurt, ook grensoverschrijdend in Duitsland. Daarnaast is er een sterkere focus op risicobewustzijn en zelfredzaamheid van inwoners, waarvoor de dialoog met deze partijen wordt opgezocht. Inwoners, instellingen, bedrijven en bezoekers van de regio worden gestimuleerd en waar mogelijk gefaciliteerd tot zelfredzaamheid en het nemen van eigen verantwoordelijkheid.

8 | |

De VNOG draagt bij aan het creëren van voorwaarden voor een fysieke leefomgeving waarin veilig wonen, werken en recreëren voor inwoners, instellingen, bedrijven en bezoekers mogelijk is. De VNOG is een slagvaardige organisatie, die berekend is op hedendaagse en toekomstige veiligheidsrisico’s, gebruikmakend van huidige en toekomstige technologie. Het (brand)risicoprofiel is leidend voor de activiteiten van de VNOG. De focus ligt op wat er veel is. Zo kent de regio veel natuur, agrarisch en recreatief gebied, worden er veel (grote) evenementen georganiseerd, herbergt het vele recreanten en telt het diverse zorginstanties. Daarnaast zal de regio steeds meer te maken krijgen met een toename van toeristen op het water en in de natuurgebieden, en de impact van de energietransitie en klimaatverandering (overstromingen en extreme droogte in natuurgebieden).

Innovatie: nieuwe werkwijzen en moderne technologie

Fundament: solide financiële basis

Het bestuur heeft op 15 januari 2020 uitgesproken het belangrijk te vinden dat bij invulling van de toekomstvisie ruimte is voor innovatie. Technische en maatschappelijke ontwikkelingen gaan immers snel en de VNOG wil hierop aansluiten. In de uitwerking van de strategische pijlers is hier dan ook rekening mee gehouden. Waar mogelijk en nuttig wordt gebruik gemaakt van nieuwe werkwijze en moderne technologieën die een slimme, snelle en adequate inzet ondersteunen.

Het fundament voor de strategische pijlers – én voor de reguliere activiteiten - is een solide financiële basis. De komende jaren wordt geïnvesteerd in het verder op orde brengen van de bedrijfsvoering. De kwaliteitsslag vindt plaats door invulling van formatie die vanwege de vacaturestop langdurig heeft opengestaan. Ook wordt ingezet op ontwikkeling van goede informatiesystemen die ondersteunen bij de beheersing van de organisatie.

| 9 |

2.3 Strategische pijlers

Ten behoeve van een veilig en gezonde regio zet de VNOG in op versterking van de volgende drie pijlers:

Voor wie

VEILIG EN GEZOND WONEN, WERKEN EN RECREËREN

Eigen medewerkers & toekomstige medewerkers, inwoners en bezoekers van de regio, kennis- en zorginstellingen, bedrijven, overheid, politiek & bestuur

Wij en onze maatschappelijke opdracht • Dé deskundige organisatie in de regio voor samenwerking aan veiligheid. • Een operationele, slagvaardige organisatie die bij een crisissituatie of ramp nu en in de toekomst garant staat voor professionele hulpverlening aan inwoners en bezoekers van de regio.

‘SAMEN WERKEN AAN VEILIGHEID’

BETROKKEN

DAADKRACHTIG

|

Met wie

|

Gemeenten, andere veiligheidsregio’s, veiligheidspartners, (zoals politie en defensie) netwerkpartners (zoals natuurbeheerders en energieleveranciers)

PROFESSIONEEL

Goede financiële basis | Het (brand)risocoprofiel is leidend voor alle activiteiten | De focus ligt op wat het gebied uniek maakt: natuur (zowel bos, heide als water) en agrarisch gebied, de vele (grote) evenementen, het hoge aantal recreatieparken en vele zorgorganisaties in de regio | We spelen in op demografische en maatschappelijke trends en ontwikkelingen

DE

TOEKOMSTVISIE VAN DE VNOG

Zelfredzaam & (risico)bewust 

Informeren en stimuleren inwoners, bedrijven en organisaties



Bieden handelingsperspectief (Wat kan ik zelf doen)

Vakbekwaam & deskundig 



2.4. Organisatie VNOG De VNOG heeft een beroepsformatie van circa 350 fte. Daarnaast werken bij de VNOG circa 1400 repressieve vrijwilligers. De VNOG is een operationele organisatie. Een groot aantal medewerkers heeft daarom naast de ‘koude’ dagdienstfunctie ook een ‘warme’ functie. Zij draaien bijvoorbeeld piketdiensten en rukken uit bij incidenten om hun warme functie te vervullen. Andere medewerkers hebben een rol als bijvoorbeeld Officier van Dienst bij de brandweer, Algemeen Commandant Geneeskundige Zorg of voorlichter bij het perspiket. Binnen het werkgebied van de VNOG bevinden zich 56 brandweerposten. Alleen in Apeldoorn worden twee posten bezet door beroepspersoneel. Post Centrum 24 uur per dag en post Zuid tijdens kantoortijden. Alle overige posten wordt de

10 | |

Sterke informatiepositie

Compacte en slagvaardige brandweer, GHOR en multidisciplinaire crisisorganisatie. Beter passend materieel met bijbehorend goed opgeleide en getrainde medewerkers Verantwoordelijkheid nemen waar mogelijk, ondersteunen waar nodig.



Verzamelen, duiden en verspreiden van duidelijke informatie en daardoor zorg en hulp verbeteren.



Risicoadvisering:Hulpdiensten kunnen sneller en adequater optreden. Inwoners en partners weten waar zij de juiste informatie over veiligheid kunnen vinden. Interne informatievoorziening, managementinformatie.

paraatheid gegarandeerd door vrijwilligers. Al onze brandweerposten zijn 24-uur per dag en zeven dagen in de week beschikbaar en paraat om te regeren op een (incident)melding. De organisatie wordt de komende jaren door een organische veranderaanpak vereenvoudigd onder meer om de brandweerposten beter te kunnen ondersteunen. De organisatie bestaat in dit toekomstbeeld uit de afdelingen GHOR (Geneeskundige HulpverleningsOrganisatie in de Regio), Risicoen Crisisbeheersing, Incidentbestrijding en Bedrijfsvoering. Deze indeling is ook aangehouden in de komende hoofdstukken van dit plan. Per hoofdstuk wordt per afdeling ingegaan op de kerntaken van de veiligheidsregio en de activiteiten ten aanzien van de strategische pijlers.

Werkmodel organisatie GHOR

Afdeling Risico- & Crisisbeheersing

Afdeling Incidentbestrijding

Afdeling Bedrijfsvoering

Brandweerposten

| 11 |

3.

Kenschets & risicoprofiel

3.1

Kenmerken

In het gebied van de VNOG wonen op een oppervlakte van 3.000 km² ruim 820.000 mensen. In de zomer verblijven daarnaast circa 1,4 miljoen recreanten op de Veluwe en circa 0,5 miljoen in de Achterhoek. De regio kent veel natuur, agrarisch en recreatief gebied. Ook worden veel (grote) evenementen georganiseerd, zijn er veel recreatieparken, ligt het aan de landsgrens en telt het veel zorgorganisaties.

3.2

Maatschappelijke ontwikkelingen

De samenleving wordt complexer en in toenemende mate geconfronteerd met nieuwe risicotypen, zoals uitval van nutsvoorzieningen en extreme weersomstandigheden. Risico’s die vandaag actueel zijn, kunnen morgen overschaduwd worden door nieuwe risico’s. Verandering leidt ook tot nieuwe veiligheidsen gezondheidsrisico’s en een nieuwe

Prominente ontwikkelingen met gevolgen voor de fysieke leefomgeving, waarop de VNOG zich goed moet voorbereiden zijn: benaderingswijze. Om op nieuwe risico’s voorbereid te zijn, zijn samenwerkingsverbanden met bestaande en nieuwe crisispartners nodig. Ook de ‘beleving’ van risico’s is aan verandering onderhevig, al dan niet veroorzaakt door mediaaandacht of gebeurtenissen elders in de wereld. Inwoners hebben behoefte aan informatie en handelingsperspectieven om de eigen weerbaarheid te verhogen. Op allerlei domeinen ontstaan initiatieven van zelforganisatie. Ook deze raken veiligheid en gezondheid. Inwoners nemen de regie over de eigen zelf- en samenredzaamheid, zeker in een regio waar de buurtschappen, wijk- en dorpsgemeenschappen actief zijn. De komende jaren zullen ontwikkelingen de fysieke leefomgeving in toenemende mate beïnvloeden en veiligheids- en gezondheidsrisico’s met zich mee brengen.

Demografische ontwikkelingen Nederland staat de komende decennia grote demografische veranderingen te wachten. Vergrijzing is hiervan een bekend voorbeeld, het aantal ouderen (65 jaar en ouder) zal tot 2040 verdubbelen. Dit betekent een toenemende behoefte aan voor ouderen geschikte woningen, zorg-, culturele- en recreatieve voorzieningen in de buurt. Bevolkingskrimp op nationale schaal is al vanaf 2020 denkbaar. Dit blijft uiteraard een voorspelling, in de looptijd van het plan kunnen nieuwe inzichten beschikbaar komen.Ook zullen regionale verschillen in concentraties van bevolking zichtbaar worden. Rekening moet worden gehouden met een perspectief van groei met name voor de stedelijke gebieden en onzekerheid over de krimp, met name voor de plattelandsgemeenten. Klimaatverandering De wereldwijde klimaatverandering heeft extreme weersomstandigheden als gevolg. Het KNMI geeft aan dat hittegolven frequenter en extremer worden, dat het waarschijnlijk is dat er meer zware neerslag zal vallen en dat perioden van droogte toenemen. Dit verhoogt de kans op natuurrampen zoals overstromingen, extreem weer en natuurbranden en kan ook nadelig zijn voor onze gezondheid, denk aan luchtwegproblemen door luchtvervuiling. Door verandering in temperatuur, vochtigheid en neerslag kunnen infectieziekten meer ruimte krijgen. Dit kan leiden tot ziektegolven.

Energietransitie In de energietransitie staat de overgang van fossiele brandstoffen naar duurzame energiebronnen centraal, met als doel om energieneutraal te worden. In 2030 wil Nederland 49 procent minder koolstofdioxide uitstoten, in verhouding tot de meting in 1990. In 2050 moet de energievoorziening bijna helemaal duurzaam en CO2-neutraal zijn. Bij het realiseren van deze doelstelling spelen gemeenten een cruciale rol, ze initiëren energieprojecten om deze transitie uit te voeren. Te denken valt aan zonneparken, windmolenparken, biogasinstallaties, geothermische installaties, waterstoftankstations en buurtbatterijen om de duurzaam opgewekte energie op te slaan. De veiligheidsrisico’s van de energietransitie zijn nog grotendeels onbekend. Maar er zijn signalen uit de praktijk dat de vernieuwingen sneller plaatsvinden dan wat beleidsmatig is te ondervangen.

12 | |

Technologische ontwikkelingen Technologische ontwikkelingen volgen elkaar in hoog tempo op en hebben grote impact op de maatschappij. Het gebruik van sensortechnologie, ‘internet of things’ en kunstmatige intelligentie (bijv. algoritmes) kunnen betere zorg en veiligheid bieden, maar kunnen ook een gevaar voor de samenleving vormen vanwege de steeds groter wordende afhankelijkheid van het internet waaraan apparaten verbonden zijn en data opslag in de ‘cloud’. Het leidt tot privacyvraagstukken en sociale onrust (bijvoorbeeld verspreiding van nepnieuws). Dit heeft vooral invloed op de veiligheidsbeleving van mensen. Moedwillig handelen Moedwil wordt in dit verband gebruikt als een verzamelterm voor ontwikkelingen in de samenleving waarbij opzettelijk handelen de oorzaak is voor (gewelds)incidenten. Denk hierbij aan terrorisme, cybercriminaliteit, drugslaboratoria, illegale vuurwerkhandel en ook andere vormen van extremisme, zoals ultranationalisme. Ook een toename van polarisatie, het verscherpen van tegenstellingen tussen (groepen) mensen, kan bijvoorbeeld leiden tot demonstraties en openbare orde verstoringen. Ook is steeds meer aandacht voor ondermijning. Met name in de buitengebieden van plattelandsgemeenten is een ontwikkeling zichtbaar waar de onder- en bovenwereld steeds meer met elkaar vermengen.

Corona De uitbraak van het COVID-19 virus heeft laten zien dat het verzorgingsgebied van de VNOG met relatief veel inwoners van 65-jaar en ouder en relatief veel inwoners in verzorgingshuizen bijzonder kwetsbaar is.

| 13 |

3.3

Regionaal risicoprofiel

Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland is wettelijk verplicht een risicoprofiel op te stellen (art. 15 Wvr) en vierjaarlijks te herzien. Het doel van het risicoprofiel is inzicht krijgen in de aanwezige risico’s en het bestuur van de veiligheidsregio in staat stellen om afgewogen keuzes te maken over het beperken van deze risico’s.

In de toekomstvisie VNOG is vastgelegd dat het risicoprofiel leidend is voor alle activiteiten van de VNOG. Het regionaal risicoprofiel geeft dan ook inhoudelijk richting aan de werkzaamheden op het gebied van advisering, opleiden, trainen en oefenen van eenheden en crisisteams, operationele informatievoorziening en risicocommunicatie. Het risicoprofiel is de opbrengst van een brede verkenning van maatschappelijke ontwikkelingen, risico-inventarisatie en analyse. Het risicoprofiel geeft inzicht in de relevante incidenttypen voor

onze regio, inclusief een weging naar impact en waarschijnlijkheid. In totaal zijn 17 incidenttypen geselecteerd en in een risicodiagram weergegeven. Niet alle geselecteerde incidenttypen kunnen in één beleidsperiode uitgewerkt worden. De Veiligheidsregio heeft de afgelopen jaren een groot aantal incidenttypen voorbereid, zoals natuurbrand, infectieziektencrisis en overstromingen. Tijdens de Coronacrisis van 2020 zijn de voorbereidingen op een mogelijke infectieziekencrisis van belang gebleken. Ervaringen Coronacrisis De Coronacrisis was in het begin vooral een ‘gezondheidszorgcrisis’. Dat betekende dat de partijen in de zorg aan de lat stonden om de pandemie te bestrijden. De veiligheidsregio’s en anderen waren in eerste instantie faciliterend en ondersteunend aan de zorgpartijen. Er speelden thema’s als het aantal besmettingen (bron- en contactonderzoek), de IC-capaciteit van ziekenhuizen en schaarste van personeel en middelen en de mogelijkheid om de IC-capaciteit te ontlasten door patiënten naar andere ziekenhuizen over te brengen. Kort daarop volgde aandacht voor de verpleeg- en verzorgingshuizen en GGZ-instellingen, de schaarste daar aan persoonlijke beschermingsmiddelen en het gereedmaken van zorghotels en begrafenissen.

Vervolgens (en ook tussentijds) ging de aandacht uit naar maatschappelijke thema’s als de opvang van kinderen van ouders met vitale beroepen, problemen achter de voordeur, leerlingen die ‘uit beeld’ waren geraakt, het vaststellen van noodverordeningen, de communicatie hierover en de handhaving ervan. Tot slot speelden de anderhalvemetersamenleving, het economisch herstel en de afschaling etcetera. In de eerste weken was het lastig om zicht te krijgen op feiten, de sturingsmechanismen en de juiste aanspreekpunten in de Witte Kolom. De veelheid aan cure- en carepartijen en de organisatiewijze maakte dat op regionaal niveau niet altijd een volledig en/of actueel beeld gegeven kon worden van de (zorg)situatie. Om de informatiepositie van de VNOG te verbeteren (zie ook hoofdstuk 7), heeft het bestuur bij het vaststellen van de Toekomstvisie extra financiële middelen beschikbaar gesteld.

Figuur 1: Risicodiagram VNOG 2021-2024. De nummering zegt niets over rangorde of waardering. Dit is de ordening van de VNOG per incidenttype.

14 | |

opgezet en ook de inkoop van hulpmiddelen en testcapaciteit werd georganiseerd via nieuw opgerichte structuren op landelijk niveau: het Landelijke Consortium Hulpmiddelen en de Landelijke Coördinatiestructuur Testcapaciteit. Ook werden nieuwe overlegstructuren zoals de regionale Taskforce voor niet-acute zorg opgericht. Doel van deze overlegstructuur is om met de zorgpartners knelpunten in de zorgcontinuïteit gezamenlijk op te lossen. De VNOG heeft tijdens de crisis laten zien dat zij een flexibele organisatie is, die beschikt over een enorme slagkracht. Niet alleen wat betreft brandbestrijding maar ook op andere terreinen, zoals bijvoorbeeld het snel kunnen leveren van personeel voor de ondersteuning van zorghotels en voor benodigde teststraten. De Coronacrisis is een langdurige crisis en de VNOG is in staat om de verschillende kolommen langdurig te ondersteunen. De aanpak van de crisis wordt uiteraard geëvalueerd en de leereffecten zullen worden geborgd. Daarbij worden uiteraard ook de ervaringen met de internationale samenwerking betrokken.

Gebiedsgerichte aanpak door samenwerking De komende jaren start een gebiedsgerichte aanpak natuurbrand beheersing. Aanleiding hiervoor is de klimaatverandering en de risico’s die dit met zich meebrengt. De provincie, Veiligheidsregio Gelderland-Midden en Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland werken, voor een periode van 2 tot 3 jaar, samen aan dit project. Het doel is dat het leidt tot een beheertraject.

Tijdens deze crisis is ook duidelijk geworden dat een pandemie van deze omvang nationale sturing en coördinatie vereisten. De ministers van J&V en van M&Z gaven de voorzitters van de veiligheidsregio’s aanwijzingen die omgezet moesten worden in regionale noodverordeningen. Landelijk werd een coördinatiecentrum voor de spreiding van IC- en ziekenhuispatiënten

| 15 |

Gedurende de looptijd van het onderhavige beleidsplan worden de volgende incidenttypen uitgewerkt: Verstoring telecom & uitval ICT De samenleving wordt steeds afhankelijker van informatie- en communicatietechnologie. Extra investeren in het voorkomen, beperken en bestrijden van digitale ontwrichting wordt dan ook noodzakelijk geacht. Expliciet hierbij is de continuïteit in/van de eigen organisatie. Brand in een gebouw met meerdere functies en kwetsbare bewoners Er zijn steeds meer mensen die langer thuis blijven wonen en minder zelfredzaam zijn. Mede vanwege de vergrijzing vormt dit in toenemende mate een risico in het werkgebied van de VNOG. Er is een combinatie gemaakt met de trend dat ouderen steeds meer bij elkaar gaan wonen in multifunctionele woongebouwen, waarbij ook voorzieningen zijn zoals zorg op afspraak en recreatie mogelijkheden. Vanwege de kwetsbaarheid van met name deze minder zelfredzame doelgroep tijdens een brand, is het noodzakelijk extra aandacht aan dit onderwerp te blijven besteden. Extreme weersomstandigheden In het risicoprofiel zijn de incidenttypen extreem weer en langdurige hitte & droogte toegevoegd, omdat de effecten van klimaatverandering steeds meer zichtbaar worden en dit ontwrichtende gevolgen heeft voor de maatschappij.

Vanwege de, in potentie, grote en langdurige impact op de maatschappij is dit een thema om in de komende beleidsperiode nader uit te werken. Daarbij wordt ook aandacht besteed aan de consequenties van extreem weer voor de crisisorganisatie. Verstoring elektriciteitsvoorziening Dit incidenttype is in het vorige risicoprofiel ook geprioriteerd. Vooral vanwege de ontwikkelingen in het kader van de energietransitie en de (nog onbekende) risico’s die dit met zich meebrengt, is het van belang de komende jaren de oorzaken en effecten van een stroomstoring nader te analyseren en te investeren op het voorkomen, beperken en bestrijden van een dergelijke verstoring. Uitbraak van een onbekend virus’ Het incidenttype infectieziektecrisis is eerder als beleidsprioriteit benoemd en uitgewerkt. De activiteiten die destijds hiervoor zijn opgezet zijn zeer nuttig gebleken bij de bestrijding van het huidige coronavirus. Inmiddels hebben we veel ervaring opgedaan en is het wenselijk deze leermomenten te borgen in de uitwerking van het incidenttype ‘uitbraak onbekend virus’.

16 | |

3.4

Beleidsontwikkelingen en wetswijzigingen

Een aantal beleidsontwikkelingen en wetswijzigingen zal invloed hebben op de werkzaamheden van de VNOG. Strategische agenda Veiligheidsberaad Het Veiligheidsberaad bestaat uit de voorzitters van de 25 veiligheidsregio’s. Het Veiligheidsberaad heeft de gezamenlijke prioriteiten van de veiligheidsregio’s vastgesteld. Deze zijn weergegeven in de strategische agenda Veiligheidsberaad en vormen de leidraad voor het overleg tussen het Veiligheidsberaad en de minister. De thema’s in de strategische agenda zijn aangedragen door veiligheidsregio’s: 1. Taak- en rolopvatting veiligheidsregio’s in relatie tot de evaluatie van de Wet veiligheidsregio’s 2. Kansen en bedreigingen van de informatie- en data gestuurde maatschappij 3. Gezamenlijke aanpak bij ongekende crises, waarbij diverse factoren en effecten (van micro- tot en met macroniveau) zodanig samenkomen, dat sprake is van een langdurige ontwrichting van de maatschappij. 4.

Vrijwilligheid Voor het Veiligheidsberaad ligt de focus op de aandachtsgebieden: • Veerkracht van de samenleving: de wijze waarop mensen omgaan met de omstandigheden • Herstelvermogen van (fysieke) basisvoorzieningen • Omgaan met de netwerksamenleving en spontane (burger)initiatieven • Continuïteit van overheidsinstanties, inclusief hulpverleningsdiensten en nutsvoorzieningen • Continuïteit van het openbaar bestuur Naast de strategische agenda van het veiligheidsberaad zijn er ook diverse agenda’s van de landelijke koepelorganisaties voor de brandweer, GHOR en bevolkingszorg. Waar nodig zijn de doelstellingen uit deze agenda’s betrokken bij de ambities van de diverse taakvelden. Ook landelijke handreikingen en regels vanuit de Rijksoverheid krijgen een vertaalslag op regionaal niveau.

Landelijke Meldkamer Samenwerking (LMS) De ambulancezorg, brandweer, koninklijke marechaussee en politie krijgen, begin 2023, één landelijk netwerk van tien samenwerkende meldkamers. Dit netwerk wordt beheerd door de Landelijke Meldkamer Samenwerking. Deze ontwikkeling leidt tot één meldkamer in Apeldoorn voor de vijf veiligheidsregio’s in Oost-Nederland. In het verlengde hiervan vindt binnen het zorgwerkveld een ontwikkeling plaats waarbij geëxperimenteerd wordt met zorg coördinatiecentra (ZCC) voor de aanname van zorgvragen. Regionale zorgpartners willen door intensieve samenwerking de zorg zo inrichten dat de zorgvragen op juiste wijze worden beoordeeld en dat door middel van eenduidige triage, de juiste zorgverlener op het juiste moment passende zorg biedt. De 112-meldingen blijven binnenkomen op de tien landelijke meldkamers, die in nauw contact staan met de ZCC’s. Evaluatie Wet veiligheidsregio’s In 2019 is de evaluatie van de Wet veiligheidsregio’s gestart. In deze evaluatie wordt nagegaan in hoeverre de Wet veiligheidsregio’s in de praktijk aan de verwachtingen voldoet. Hierbij wordt ingegaan op het functioneren van het stelsel. Het gaat daarbij om de realisatie van efficiënte en kwalitatief hoogwaardige brandweerzorg, geneeskundige hulpverlening, bevolkingszorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing onder bestuurlijke regie.

Eind 2020 wordt het onderzoeksrapport opgeleverd. Dit Regionaal Beleidsplan is opgesteld voordat de uitkomsten van het onderzoeksrapport bekend zijn. Afhankelijk van de omvang van de wijzingen en moment van invoering, wordt bepaald of het Regionaal Beleidsplan tussentijds herzien moet worden. Omgevingswet In 2021 treedt de Omgevingswet met bijbehorende nadere regelgeving (besluiten en regelingen) in werking. Het implementatietraject moet in 2029 zijn afgerond. Deze wet heeft een grote impact op de wijze van adviseren van de gemeenten op de terreinen fysieke veiligheid en gezondheid. De komst van de Omgevingswet betekent een stelselwijziging waarbij alle wetten die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving in één wet worden samengebracht en geïntegreerd. De stelselwijziging raakt het gehele netwerk rond de advisering, waaronder provincies, gemeenten, Omgevingsdiensten, GGD, Veiligheidsregio’s, Waterschappen en Rijkswaterstaat. De VNOG bereidt zich voor op de transitie naar de nieuwe wet met bijbehorende regelgeving (besluiten en regelingen) en het daarmee samenhangende Digitaal Stelsel Omgevingswet.

Wet Normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) Per 1 januari 2020 is de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) in werking getreden. De invoering van deze wet leidt ertoe dat de rechtspositie van ambtenaren overgaat van het bestuursrecht naar het privaatrecht en zo vergelijkbaar wordt aan werknemers in het bedrijfsleven. Voor het personeel van de veiligheidsregio’s dat in dienst is van de veiligheidsregio’s (uitgezonderd het ambulancepersoneel, omdat dit een eigen CAO volgt) is in de ‘aanpassingswetgeving in verband met de invoering van de Wnra’ uitstel verleend. Om dit uitstel was verzocht vanwege de complexe situatie van werkgeverschap waarmee de veiligheidsregio’s te maken hebben en vanwege de mogelijke consequenties voor de inrichting van het hybride model van brandweerzorg in Nederland. De omzetting van de huidige aanstelling van personeel van de veiligheidsregio’s naar een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht geschiedt op een later tijdstip, bij Koninklijk Besluit te bepalen. De veiligheidsregio’s zijn nu aangesloten bij de VNG/LOGA en passen de gemeentelijke rechtspositie CAR/UWO toe, soms met lokale afwijkingen. De CAR/UWO bevat specifieke brandweerbepalingen, onder meer voor brandweervrijwilligers. Op veiligheidsregio’s blijven de huidige arbeidsvoorwaarden CAR/ UWO van kracht, zolang de veiligheidsregio’s nog blijven uitgezonderd van de Wnra.

De VNG heeft toegezegd in het jaar 2020 de CAR/UWO voor de veiligheidsregio’s te zullen voortzetten. De CAR/ UWO wordt alleen nog voor de veiligheidsregio’s in stand gehouden. Door het Veiligheidsberaad is een principe besluit genomen over het collectief organiseren van bindende arbeidsvoorwaarden voor het personeel van veiligheidsregio’s. De wijze waarop dit tot stand kan komen wordt nog nader onderzocht.

| 17 |

Vrijwilligheid Bij de uitwerking van de Wnra is aan het licht gekomen dat de rechtspositie van de brandweervrijwilliger mogelijk strijdig is met Europese wet- en regelgeving en het gelijkheidsbeginsel in het algemeen. Het huidige brandweerstelsel is gebaseerd op een mix van vrijwilligheid en beroeps-brandweer. Hierin hebben alle brandweermensen in principe dezelfde taken en opleidingsvereisten. Door Europese en internationale regelgeving en jurisprudentie blijkt dat de huidige situatie niet ongewijzigd in stand kan blijven. Aanvullend onderzoek heeft dit beeld bevestigd. Het Veiligheidsberaad en de minister van JenV vinden het belangrijk hier een oplossing voor te vinden binnen de juridische kaders, met behoud van het voor de brandweerorganisatie in Nederland zo kenmerkende element van vrijwilligheid. Vrijwilligheid is en blijft een belangrijk aspect van de Nederlandse samenleving in zijn algemeenheid en voor de brandweer in het bijzonder. Daarom is, in opdracht van het Veiligheidsberaad en de minister van JenV, in juni 2019 een denktank ingericht die een denkrichting heeft uitgewerkt, waarbij het systeem van vrijwilligheid behouden blijft. Deze denkrichting lag op 9 december 2019 voor in het Veiligheidsberaad. In dit nieuwe model beschikken we nog steeds over een adequate brandweerorganisatie waarbij iedereen ertoe doet.

Daarbij wordt dan ook ingespeeld op de afnemende beschikbaarheid van vrijwilligers overdag.

Het Veiligheidsberaad en de minister van JenV streven naar een stelsel inclusief vrijwilligheid, dat in alle veiligheidsregio’s kan worden gehanteerd en zoveel mogelijk kan worden afgestemd op de behoeften in de betreffende veiligheidsregio. Om te komen tot een afgewogen en zorgvuldig besluit, is door het Veiligheidsberaad en de minister van JenV op 9 december jl. besloten om de consequenties van de bestuurlijke koers inzichtelijk te maken voor alle veiligheidsregio’s en gesprekken aan te gaan met alle betrokken partners, onder wie niet in de laatste plaats de vrijwilligers zelf.

4.

Kerntaken

De Wet veiligheidsregio’s stelt in artikel 10 de taken waar de veiligheidsregio’s minimaal aan moeten voldoen. Deze behoren tot de kerntaken van de VNOG. In onderstaande tekst staat beschreven hoe elke afdeling binnen de VNOG deze kerntaken vormgeeft. Voor alle afdelingen geldt dat zij werken vanuit een integrale aanpak, zowel binnen de VNOG als in de samenwerking met gemeenten en externe partners. Hierbij is oog voor een efficiënte inzet van capaciteit.

4.1

GHOR

De Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR) coördineert - op basis van de Wet publieke gezondheid en de Wet veiligheidsregio’s de geneeskundige zorg bij incidenten, rampen en crises om de burgers van de VNOG optimale hulp te bieden. De doelstelling is het zoveel mogelijk voorkomen van slachtoffers en indien er toch slachtoffers zijn, hen de best beschikbare zorg te bieden. Dit gebeurt door de geneeskundige hulpverlening tijdens incidenten, rampen en crises te laten functioneren als één (witte) keten, waarbij de taken en verantwoordelijkheden duidelijk afgebakend en ingevuld zijn. De GHOR vervult een centrale rol in de voorbereiding van de geneeskundige keten. Dit vereist veel afstemming met ketenpartners uit de zorgsector, zoals de ambulancedienst, de GGD, ziekenhuizen en huisartsen. Onder regie van het openbaar bestuur werkt de GHOR (witte kolom) nauw samen met brandweer (rode kolom), politie (blauwe kolom), gemeenten (oranje kolom) en andere organisaties. Daarnaast heeft de GHOR een belangrijke taak op het gebied van het voorkomen van incidenten, rampen en crises. Deze taak vertaalt zich onder andere in het adviseren van gemeenten en (de raden van bestuur van) ziekenhuizen en zorginstellingen over acute zorg en publieke gezondheid. De advisering heeft betrekking op evenementen, omgevingsveiligheid, zorgcontinuïteit en actuele bestuurlijke thema’s.

Daarnaast levert de GHOR vanuit gezondheidskundig perspectief haar expertise aan het risicoprofiel en andere planfiguren van de VNOG.

4.2

Risico- en crisisbeheersing

De afdeling risico- en crisisbeheersing werkt samen met partners aan een risicobewuste en (brand)veilige leefomgeving. Dit doet de afdeling door risicoanalyses op te stellen van het verzorgingsgebied, zodat bepaald kan worden welke risico’s het meest effectief gereduceerd kunnen worden en inzichtelijk is waarop de afdeling Incidentbestrijding zich moet voorbereiden. Doelgroepen en branches worden gericht benaderd om risicobewustzijn te verhogen, dit gebeurt via voorlichting, advisering en toezicht. De afdeling adviseert, gevraagd en ongevraagd, vanuit een wettelijke verplichting (art. 10, lid 1a,b,c en d Wvr). Taakveld Risicobeheersing Het taakveld risicobeheersing adviseert met name op complexe omgevingsvergunningen voor de activiteiten ruimtelijke ontwikkeling, milieu, bouwen en brandveilig gebruik. Het gaat dan specifiek over fysieke veiligheid en brandveiligheid waaronder bereikbaarheid en bluswatervoorzieningen. Daarnaast adviseert ze beleidsmatig op omgevingsvisies en –plannen waarbij gebruik wordt gemaakt van de risico’s uit het regionale risicoprofiel en de opgebouwde netwerken. Tot slot wordt geadviseerd op risicovolle evenementen en wordt geanticipeerd in regionale projecten, zoals vitale vakantieparken en de gebiedsgerichte aanpak van natuurbrandrisico.

De advieskoppelingen naar het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en het Besluit risico’s en zware ongevallen (Brzo) vervallen met de invoering van de Omgevingswet. Ter vervanging zijn er in de verschillende nieuwe omgevingsbesluiten en -regelingen advieskoppelingen opgenomen die enerzijds via Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) ingevoerd gaan worden en anderzijds via de omgevingstafels worden behandeld. Daarnaast kan gevraagd en ongevraagd worden geadviseerd over de in het Regionaal Risicoprofiel opgenomen risico’s. Taakveld Crisisbeheersing Het taakveld crisisbeheersing heeft een voorbereidende en coördinerende rol binnen de rampenbestrijding en crisisbeheersing. Dit betekent dat deze fungeert als netwerkpartner voor een breed scala aan regionale en nationale partijen. Op de schaal Oost-Nederland wordt intensief

18 | |

| 19 |

samengewerkt. De werkzaamheden zijn erop gericht om in geval van een crisis een groot aantal betrokken diensten te laten functioneren als één samenhangende organisatie met als doel de crisis gezamenlijk en zo doelmatig mogelijk te bestrijden. Daartoe zorgt Crisisbeheersing voor het instandhouden van de operationele organisatie, zodat de benodigde (multi)functionarissen geworven, opgeleid, geoefend en inzetbaar zijn, op de juiste wijze gealarmeerd worden en kunnen beschikken over de juiste middelen en ingerichte crisisruimten. Ook het evalueren van oefeningen en inzetten om een lerende organisatie te zijn, behoort tot de werkzaamheden van Crisisbeheersing. Veel aandacht gaat verder uit naar de twee cruciale processen voor Crisisbeheersing: informatie en communicatie. Crisisbeheersing voert ook regie op de totstandkoming van het regionaal risicoprofiel, beleidsplan en crisisplan. Daarnaast worden rampbestrijdingsplannen voor en met specifieke bedrijven ontwikkeld en incidentbestrijdingsplannen opgesteld. Ook worden convenanten afgesloten met netwerkpartners. Hierin is vastgelegd wat partijen van elkaar verwachten tijdens crisissituaties. Crisisbeheersing levert tevens expertise om gemeenten, vanuit een brede ervaring en met een multidisciplinaire blik, te adviseren op het gebied van grootschalige C-evenementen.

De coördinatie van activiteiten voor de gemeentelijke crisisbeheersingsorganisatie (oranje kolom) maakt ook onderdeel uit van de afdeling risico- en crisisbeheersing. Hierbij gaat het om het ontwikkelen van beleid, het organiseren van netwerkbijeenkomsten, het trainen van de gemeentelijke crisisorganisatie, de ondersteuning van gemeentesecretarissen, adviseurs crisisbeheersing en crisiscommunicatie, het borgen van de alarmering en het vertegenwoordigen van de regio in interregionale en landelijke bijeenkomsten. ___________________________________________ In het Brzo en het Bevi zijn de risico’s vastgelegd waarover de Veiligheidsregio moet adviseren. Dit betreft vooral complexe (proces)industrie en opslag van gevaarlijke stoffen die bij een incident gevolgen hebben op de omgeving. Brzo bedrijven in de VNOG zijn Lesli Vuurwerk in Lichtenvoorde, Mainfreight in ’s-Heerenbergh, Veco in Eerbeek, Trouw Nutricion in Putten en VDL in Apeldoorn. In bijlage 3 is een overzicht opgenomen met alle relevante artikelen uit de Wet veiligheidsregio’s, de omgevingswet, het omgevingsbesluit, de omgevingsregeling, besluit bouwwerken leefomgeving, besluit kwaliteit leefomgeving, besluit activiteiten leefomgeving.

20 | |

Transitie naar de Omgevingswet De komst van de omgevingswet brengt een andere manier van werken met zich mee. Dit betekent een verandering in de samenwerking met de gemeenten, GGD en omgevingsdiensten. Integraliteit, samenwerking en netwerken zijn hierbij volgens ons de sleutel tot een succesvolle samenwerking. Betrokkenheid van de Veiligheidsregio is in de planfase van ruimtelijke ontwikkeling essentieel. Zowel voor de (brand)veiligheid van onze inwoners, ondernemers en recreanten, als de veiligheid van onze medewerkers tijdens inzetten. Daarom vindt binnen de veiligheidsregio en specifiek binnen het taakveld risicobeheersing de komende jaren een kwalitatieve transitie plaats om te voldoen aan de uitgangspunten van de Omgevingswet. De in 2017 vastgestelde visie “De VNOG in transitie naar de omgevingswet” en de in 2016 ingezette koers van “regelgericht naar risicogericht” zijn daarbij het uitgangspunt.

De insteek van de transitie ligt in dienstverlening en advisering richting gemeenten (bevoegd gezag) en initiatiefnemers opgesplitst naar complexe omgevingsvergunningen, Toezicht (waarschijnlijk ook wet kwaliteitsborging op het bouwen), evenementen en omgevingsveiligheid (beleidsmatige advisering omgevingsvisies en -plannen). Het algemeen bestuur heeft in september 2019 het besluit genomen om in ieder geval te komen tot een eenduidige advisering voor alle gemeenten en ten behoeve van de aangegeven noodzakelijke inbreng van de veiligheidsregio bij de omgevingsplannen en complexe omgevingsvergunningen. Hiertoe heeft de Veiligheidsregio een overzicht gemaakt van alle relevante wet- en regelgeving waarover en waarbij de veiligheidsregio en/of haar partners richting gemeenten kunnen adviseren. De adviesvorm is afhankelijk van het type aanvraag. De kern van het advies is risico- en informatiegericht, waarbij de impacteffecten voor de incident- en crisisbestrijding voorop staan.

Internationale samenwerking De huidige internationale samenwerking met Duitsland heeft met name betrekking op Kreis Borken en Kreis Kleve. Er zijn afspraken gemaakt met de federale hulpdienst Technisches Hilfswerk (THW). Ook heeft de VNOG convenanten met een aantal Duitse gemeenten gesloten over de eerstelijns inzet van brandweereenheden over de grens. Het gaat hierbij vooral om dagelijkse basis hulpverlening. De samenwerking krijgt de komende jaren nog concreter vorm, doordat onderzocht wordt of de posten Dinxperlo en Suderwick samen kunnen gaan tot één internationale brandweerpost. Ook is er een regeling in de maak met betrekking tot de inzet van een grensliaison. Deze functionaris kan worden ingezet om te zorgen dat er bij grote of bijzondere incidenten voldoende afstemming is tussen de Nederlandse grensregio’s en de Duitse buurregio. De grensliaison neemt zitting in de Krisenstab, vergelijkbaar met ROT/RBT. De samenwerking met Duitsland wordt langs de gehele VNOG grens versterkt. Dit geldt zowel voor de operatie alsook voor de bestuurlijke samenwerking. Grensoverschrijdende samenwerking is een belangrijk aspect en onderdeel van de taken van de VNOG, zowel operationeel als ten aanzien van crisisbeheersing zoals bij de bestrijding van het coronavirus. De samenwerking met Duitsland is goed. De komende jaren gaan we de samenwerking nog verder intensiveren.

Hiervoor was op 5 november 2020 een conferentie gepland met alle bestuurders van de gemeenten aan beide zijde van de grens. Deze is in verband met de aangescherpte corona maatregelen verplaatst naar het voorjaar van 2021. Tijdens deze conferentie komen alle aspecten van de samenwerking aan de orde: de operationele samenwerking, de internationale kazerne Dinxperlo / Suderwick en de samenwerking ten aanzien van crisisbeheersing met als actueel onderwerp corona. Om het structurele karakter van de samenwerking met Duitsland te bevestigen wordt een bestuurlijke commissie voor de grensoverschrijdende samenwerking NL/D ingesteld.

| 21 |

4.3

Incidentbestrijding

Het fijnmazige netwerk van 56 brandweerposten in de regio en onze vrijwilligers vormen de basis voor incidentbestrijding. Incidentbestrijding verzorgt de uitruktaken van de brandweer, onderscheiden in de taakvelden: brand, hulpverlening, waterongevallen en gevaarlijke stoffen. Het grootste deel van deze taken, ca. 95 % wordt uitgevoerd door vrijwilligers die zich naast hun hoofdfunctie inzetten en bekwamen voor deze incidentbestrijdingstaken. Daarvoor worden de nodige voorbereidende werkzaamheden verzorgd, zoals het vakbekwaam worden en blijven van de brandweer medewerkers en het beheer en onderhoud van de voertuigen. Het bestuur heeft gekozen voor een compacte en slagvaardige brandweerorganisatie. Minder, maar beter passend materieel, een hierop in omvang afgestemde organisatie, met goed opgeleide en getrainde medewerkers die moeten zorgen voor een optimale voorbereiding op en uitvoering van de kernactiviteiten binnen incidentbestrijding. Dit wordt in de komende jaren (2021-2026) geïmplementeerd. Een bijlage bij dit regionaal beleidsplan is het dekkingsplan 2021-2024. Dit dekkingsplan is gebaseerd op de toekomstvisie en het materieelspreidingspland, zoals vastgesteld in het algemeen bestuur van 15 januari 2020.

Alle basis en specialistische brand- en hulpverleningstaken zijn zo ingedeeld dat de VNOG adequate hulpverlening kan bieden op een efficiënte wijze en binnen de gestelde normen. Hierdoor komt meer balans in de belastbaarheid van onze vrijwilligers en wordt, met extra investeringen op gebied van vakbekwaamheid, meer aandacht aan het vakmanschap van onze brandweercollega’s gegeven. Veilig en verantwoord werken is hierbij het uitgangspunt. De uitvoering van de repressieve taken, alsmede de veiligheid van het materieel waarmee wordt gewerkt, wordt mede gebaseerd op de ARBO risico-inventarisatie en –evaluatie. In de komende beleidsperiode wordt een visie op natuurbrandbestrijding opgesteld. Dit gebeurt in overleg met de desbetreffende posten. Hierbij wordt tevens onderzocht welke innovaties op het gebied van bestrijdingstactiek en -materieel van toegevoegde waarde kunnen zijn en hoe het natuurbrandrisico zich ontwikkelt. Er zullen drones worden ingezet voor de tijdig ontdekking van natuurbranden. Om de uitvoering van de brandweertaken mogelijk te maken is een goede staat van de huisvesting en het materieel van belang. Huisvesting vindt

22 | |

plaats in overleg met de gemeenten, omdat de meeste kazernes eigendom van de gemeenten zijn. Het materieel op de posten wordt zoveel als mogelijk op elkaar afgestemd, zodat een effectieve uitwisseling tot de mogelijkheden behoort. Op deze wijze kan de exploitatie (verwerving, beheer en onderhoud) efficiënt binnen het materieel- en logistieke proces worden vormgegeven. Dit alles om een operationele organisatie te realiseren die zo goed als mogelijk presteert.

4.4

Bedrijfsvoering

De meeste ondersteunende processen van de VNOG (overhead) zijn binnen de afdeling Bedrijfsvoering ondergebracht. Bedrijfsvoering ondersteunt de primaire processen en het bestuur en managementteam van de VNOG op gebied van informatievoorziening, HR, financiën, inkoop, beleids- en bestuursadvisering en communicatie.

5.

Zelfredzaam & risicobewust

Het is belangrijk dat iedereen risicobewust is en preventief handelt om zelf risico’s te voorkomen of verkleinen. Elk individu is dan ook tot op zekere hoogte zelf verantwoordelijk voor een veilig en gezond leven. Dat geldt voor alle inwoners, en ook voor de bedrijven en instellingen in ons verzorgingsgebied die een verantwoordelijkheid hebben naar hun medewerkers en bewoners. Veiligheid is geen exclusieve taak van de Veiligheidsregio. Het is de bedoeling om samen met inwoners en organisaties onze regio veiliger te maken door: •

Burgers, instellingen en bedrijven te stimuleren tot zelf- en samenredzaamheid en het nemen van eigen verantwoordelijkheid bij incidenten, rampen en crisis en het voorkomen daarvan.

De ambities uit dit beleidsplan - en in het verlengde de toekomstvisie van de VNOG - kunnen alleen gerealiseerd worden als de organisatie op orde is. Hiervoor hebben we onze medewerkers hard nodig. Daarom geven we onze mensen richting, ruimte en vertrouwen om zich te ontwikkelen en de resultaten te behalen die burgers, bestuur en partnerorganisaties van onze Veiligheidsregio vragen. We investeren in een cultuur van open communicatie, waarin het vanzelfsprekend is om feedback te geven en te ontvangen op een wijze die getuigt van inlevingsvermogen in de ander én tegelijkertijd zakelijk is. Vanuit bedrijfsvoering wordt deze ontwikkeling gefaciliteerd en ondersteund.

•

Inwoners en bezoekers te informeren over risico’s en handelingsperspectieven te bieden bij incidenten. Naast (brand)bestrijding en hulpverlening ligt er een stevige nadruk op preventie.

2019 heeft in het teken gestaan van in control komen. Het is zaak om in control te blijven. De afdeling Bedrijfsvoering heeft hierbij een cruciale rol. De komende beleidsperiode richt de afdeling zich op het verder professionaliseren en digitaliseren van de bedrijfsvoering, waarbij het tijdig leveren van betrouwbare stuurinformatie (zowel aan management als aan bestuur) voorop staat. Ook zal de komende jaren de aandacht uit gaan naar huisvesting en demarcatie.

Hierbij is oog voor een efficiënte inzet van capaciteit en middelen. In onderstaande paragrafen staat beschreven welke bijdrage de afdelingen leveren om de gestelde doelen te realiseren.

Inwoners, bezoekers en organisaties zijn dan ook aan zet. Het bestuur van de VNOG heeft de financiële middelen beschikbaar gesteld om deze initiatieven te ondersteunen. De opgaven om deze doelen te realiseren worden gebundeld in een programma en integraal opgepakt, zowel binnen de diverse afdelingen van de VNOG als in de samenwerking met gemeenten en externe partners.

5.1

GHOR

De beschikbaarheid van professionele zorg blijft de komende jaren onder druk staan. Daarom stimuleren we waar mogelijk burgerhulpverlening bij crises en rampen en zien dat als een aanvulling op de professionele voorzieningen. Samen met het Nederlandse Rode Kruis en andere partijen zorgt de GHOR voor de verdere ontwikkeling van deze burgerhulpverlening. Bijvoorbeeld door de burger als hulpverlener, helpende handen, informant of adviseur bij crises en rampen in te zetten. Daarmee versterkt de GHOR, vanuit een onafhankelijke en unieke positie, de slagkracht van de geneeskundige keten en krijgen kwetsbare burgers bij incidenten en rampen eerder de juiste zorg.

De GHOR volgt proactief de maatschappelijke ontwikkelingen en neemt samen met de GGD initiatief door bijvoorbeeld diverse organisaties en actoren op het gebied van veiligheid en zorg bijeen te brengen rondom een actueel thema. Maatschappelijke ontwikkelingen zijn dynamisch. Per jaar wordt vastgesteld welk thema prioriteit heeft. Een voorbeeld is de Coronacrisis 2020, die om een nationale, multidisciplinaire en ketenbrede aanpak vraagt. Deze werkwijze leidt tot kennisdeling, het faciliteren van contacten en netwerken, inkaderen van verantwoordelijkheden, het stimuleren van initiatieven, en het initiëren en/of ondersteunen van onderzoek. In de komende jaren worden in ieder geval de volgende thema’s opgepakt; zelfredzaamheid en burgerparticipatie, gezond ouder worden, sociaal veilige woonomgeving, klimaatverandering en energietransitie.

5.2

Risico- en crisisbeheersing

De afdeling Risico- en crisisbeheersing speelt een belangrijke rol bij het invullen van de pijler ‘zelfredzaam & risicobewust’. Het taakveld crisisbeheersing richt zich daarbij op zelf- en samenredzaamheid van burgers bij rampen en crisis. Het taakveld risicobeheersing richt zich meer op de risicobewustwording en zelfredzaamheid bij brand. In de Wet veiligheidsregio’s is opgenomen dat de veiligheidsregio burgers en hulpverleners moet informeren over gevaren en handelingsperspectieven bij een mogelijke ramp of crisis. De ambitie van de VNOG luidt als volgt: het taakveld crisisbeheersing gaat er in de beleidsperiode voor zorgen dat burgers en bedrijven actief te horen krijgen hoe ze risico’s met betrekking tot een ramp of crisis kunnen voorkomen, welke nieuwe risico’s zich voordoen en wat de gevolgen hiervan zijn. Denk hierbij nadrukkelijk aan de klimaatontwikkelingen en de energietransitie. Het taakveld crisisbeheersing ontwikkelt producten, biedt gemeenten en partners ondersteuning en faciliteert en coördineert processen. Dit betekent dat de ontwikkeling van producten, ondersteuning en coördinatie belegd worden bij de regio of dat de regio individuele gemeenten hierin faciliteert. Burgers krijgen waar mogelijk een rol in het voorkomen en bestrijden van risico’s.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9687369/1