12.1 Bijlage 1 - Jaarverslag 2019/2020 leerlingzaken
Tekst van het document
1
INHOUD Voorwoord
3
Inleiding
4
1.
6
Het wettelijk kader
1.1
Leerplicht en kwalificatieplicht ............................................................................................................. 6
1.2
RMC ....................................................................................................................................................... 7
1.3
Samenwerking netwerkpartners ........................................................................................................... 8
2.
Feiten en cijfers
11
2.1
Aantal leerlingen in de regio ............................................................................................................... 11
2.2
Methodische Aanpak Schoolverzuim .................................................................................................. 11
2.3
Verzuim 5 t/m 17 jaar ......................................................................................................................... 12
2.4
Processen-verbaal en Haltverwijzingen .............................................................................................. 13
2.5
Vrijstellingen ....................................................................................................................................... 14
2.6
Thuiszitters .......................................................................................................................................... 15
2.7
Jongeren in een kwetsbare positie ..................................................................................................... 15
2.8
Verzuim 18 t/m 22 jaar ....................................................................................................................... 16
2.9
Voortijdig schoolverlaters .................................................................................................................. 17
3.
Wat deed Leerlingzaken nog meer?
20
3.1
Luxe verzuim onderwijs ...................................................................................................................... 20
3.2
Intergrip .............................................................................................................................................. 21
4.
Ontwikkelingen en vooruitblik 2020-2021
22
4.1
Vervolg Interdepartementaal Beleidsonderzoek ................................................................................ 22
4.2
Verlengde kwalificatieplicht ................................................................................................................ 22
4.3
Wetsvoorstel richtingbezwaren .......................................................................................................... 22
4.4
Thuiszitters .......................................................................................................................................... 22
4.5
Regionale Ontwikkelagenda Onderwijs en Jeugd ............................................................................... 23
Terminologie en begrippen
24
Cijferbijlage
28
2
Voorwoord Voor u ligt het jaarverslag van Leerlingzaken over het schooljaar 2019-2020. In dit jaarverslag krijgt u een beeld van hoe de zaken ervoor staan in de regio en in uw gemeente. Bij Meerinzicht werkt een team professionals samen om namens de gemeenten Oldebroek, Elburg, Nunspeet, Zeewolde, Harderwijk, Ermelo en Putten de Leerplichtwet en de RMC (Regionale Meld en Coördinatiefunctie) wetgeving uit te voeren. Leerplichtconsulenten zien toe op naleving van de Leerplichtwet en RMC-consulenten ondersteunen de groep jongeren tot en met 22 jaar om (alsnog) hun startkwalificatie te halen. Leerlingzaken werkt met vaste consulenten per school en gemeenten wat de samenwerking bevordert. Het schooljaar 2019-2020 zullen we allemaal niet snel vergeten……. In maart sloten plots alle scholen en kinderopvang door de Corona pandemie. Van de ene op de andere dag moest er onderwijs op afstand verzorgd worden en opvang worden geboden aan kinderen van ouders in cruciale beroepen en moeilijke thuissituaties. Dit is in de regio in goede samenwerking opgepakt, wat ik enorm waardeer! Leerlingzaken heeft in deze moeilijke periode haar steentje bijgedragen, door er zoveel mogelijk te zijn voor onderwijs, ouders en leerlingen. Op hun verzoek, maar ook proactief. Zij legden zo nodig mede de verbinding met welzijn, zorg en overige hulpverlening.
Net als u hoop ik dat de lange termijn gevolgen voor onze kinderen en jongeren beperkt blijven. Net voor de lockdown in maart, is er een regionaal congres gehouden over de vervolgaanpak om voortijdig schoolverlaten tegen te gaan. Leerlingzaken gaat weer een belangrijke rol spelen in de uitvoering van het nieuwe VSV-programma. Tot slot wens ik u veel leesplezier en vooral ook veel gezondheid toe!
G.J. (Gert Jan) van Noort Wethouder Leerplicht en Passend Onderwijs Harderwijk
Leeswijzer Om de leesbaarheid te bevorderen wordt de term ‘ouders’ gebruikt, waar ook ‘verzorgers’ mee bedoeld kan worden. Komt u jargon of onbekende afkortingen tegen? De betekenis kunt u opzoeken in de begrippenlijst achter in dit jaarverslag.
3
Inleiding Leerlingzaken geeft met dit jaarverslag inzicht in het gevoerde leerplichtbeleid, de RMC- taken (Regionale Meld- en Coördinatiefunctie voortijdig schoolverlaten) en de effecten hiervan voor het schooljaar 2019-2020. In dit verslag zijn de cijfers van de hele regio in kaart gebracht, zodat algemene trends zichtbaar worden. In de cijferbijlage is een uitwerking per gemeente en over de afgelopen jaren gemaakt. Elke gemeente kan de informatie zo naar eigen wens gebruiken en vergelijken met andere gemeenten in de regio. Leerlingzaken heeft alle jongeren van 5 tot en met 22 jaar zonder startkwalificatie in beeld uit de gemeenten Elburg, Ermelo, Harderwijk, Nunspeet, Oldebroek, Putten en Zeewolde. De regio telde het afgelopen jaar 43.918 jongeren van 5 tot en met 22 jaar. Hiervan waren 31.551 jongeren leer- en kwalificatieplichtig (onder de 18 jaar). De leerplichtwet zorgt ervoor dat jongeren tot en met het schooljaar waarin zij 16 jaar worden onderwijs moeten volgen. Jongeren van 16 en 17 jaar die geen startkwalificatie behaald hebben moeten tot hun 18e levensjaar verplicht naar school (kwalificatieplicht). Vanaf 18 jaar zijn zij niet meer leerplichtig, maar worden zij door Leerlingzaken gemonitord en gestimuleerd om alsnog een startkwalificatie te behalen, conform wet- en regelgeving.
En als dit (nog) niet mogelijk is, toe te leiden naar passend werk, zorg of een uitkering. Het voorkomen en het behandelen van schoolverzuim is één van de kerntaken van Leerlingzaken. Preventie van verzuim heeft altijd de voorkeur. Dit gebeurt bijvoorbeeld door het houden van spreekuren op scholen en het onderhouden van relaties met verzuim- en zorgcoördinatoren op scholen. Als er toch verzuim door school gemeld wordt, voert de consulent leerplicht/RMC van Leerlingzaken een gesprek met de jongere en zijn of haar ouders. Het afgelopen schooljaar ontving Leerlingzaken 824 verzuimmeldingen van jongeren onder de 18 jaar en 600 verzuimmeldingen van leerlingen boven de 18 jaar. Deze aantallen liggen een eind onder de cijfers van vorig schooljaar. De sluiting van de scholen in het voorjaar van 2020 is hier de oorzaak van. In deze tijd werden er geen verzuimmeldingen gedaan. Als er na een waarschuwing nog steeds schoolverzuim plaatsvindt, of als er meer aan de hand is bij een jongere of in het gezin, werkt Leerlingzaken samen met zorgpartners, zoals het CJG, jeugdhulp Zeewolde of de jeugdconsulenten van de gemeente Putten. Bij zorgwekkend ziekteverzuim is de jeugdarts een belangrijke partner van school. Als ook de ingezette zorg niet het gewenste effect heeft, of niet van de grond komt omdat een jongere of ouder niet mee wil werken, kan Leerlingzaken een proces-verbaal opmaken.
Dit uiterste middel kan ingezet worden voor jongeren onder de 18 jaar. Dit schooljaar maakte Leerlingzaken 4 processen-verbaal voor signaalverzuim op. RMC zet zich ook in om jongeren tussen de 16 en 27 jaar in een kwetsbare positie zo optimaal mogelijk te begeleiden naar zelfstandigheid en sluit hierbij aan op de landelijke aanpak. De Landelijke Aanpak 16-27 verwijst naar de levensfase waarbinnen doorlopend ondersteuning nodig is aan kwetsbare jongeren. Ondersteuning die niet begint of eindigt bij het 18e levensjaar. Het bevorderen van de zelfredzaamheid en participatie van kwetsbare jongeren vraagt om een integrale aanpak, zowel op gemeentelijk niveau als in de uitvoering. Er is een gezamenlijke aanpak van gemeenten en partners nodig op verschillende leefgebieden: onderwijs, werk, inkomen, zorg, veiligheid, vrije tijd en wonen. Gemeenten en professionals hebben daar elk een eigen opdracht in. Samen dienen zij te zorgen voor continuïteit van ondersteuning om jongeren in kwetsbare posities in staat te stellen zo zelfstandig mogelijk te functioneren.
4
Corona impact Het is voor iedereen duidelijk geworden dat de wereldwijde Corona pandemie (Covid-19) grote invloed heeft gehad op het schooljaar 2019-2020. Vanaf 16 maart 2020 was fysiek onderwijs niet meer toegestaan en kregen de scholen de opdracht om afstandsonderwijs aan hun leerlingen aan te bieden. Voor een kleine groep leerlingen waarvan hun ouders cruciale beroepen uitoefenden kregen de scholen de opdracht om deze leerlingen op te vangen (de zogenaamde noodopvang). Later kwamen daar de kinderen bij waarover zorgen waren in de thuissituatie (onveilig en/of onvoldoende ondersteuning mogelijk). Van de noodopvang werd in onze regio wisselend gebruik gemaakt. Variërend van enkele leerlingen tot meerdere klassen per school. Vanaf het moment dat de scholen hun deuren moesten sluiten stonden de consulenten leerplicht / RMC klaar voor de vragen van de scholen over leerlingen die hun schooltaken niet uitvoerden en/of leerlingen die van de radar waren verdwenen. Vanuit de scholen kwamen meerdere meldingen en zijn er met consulenten leerplicht / RMC afspraken gemaakt over wie de leerling en zijn/haar ouders zouden gaan benaderen. In eerste instantie is de school altijd aan zet om in contact te blijven met hun leerlingen, maar in deze periode hadden veel scholen de handen vol om het afstandsonderwijs op een goede manier aan te bieden.
Technisch problemen deden zich voor en via Whats-App was het ook niet altijd mogelijk om contact te krijgen met de leerlingen. In een aantal gevallen was het nodig dat leerplicht bij het gezin aanbelde. In verband met de richtlijnen van het RIVM, waarin onder andere de anderhalve meter afstand in acht genomen moest worden, werd er niet naar binnen gegaan. Aan de deur werd gevraagd om zo spoedig mogelijk contact met school op te nemen, omdat de leerling gemist werd bij de online lessen en er niet opgenomen werd thuis als de school belde. Vanaf 11 mei 2020 gingen de basisscholen weer gedeeltelijk open en konden de leerlingen weer terecht op school. De groepen werden veelal gesplitst en om leerlingenstromen te beperken bleven de kinderen tussen de middag op school. Vanaf het moment dat de kinderen weer gedeeltelijk naar school konden bleek dat niet alle kinderen op school waren. Dit kwam omdat de angst voor het virus en een mogelijke besmetting bij meerdere ouders nog volop aanwezig was. Speciale aandacht ging uit naar kinderen uit gezinnen die mogelijk misbruik maakten van de situatie. Samen met school werden afspraken gemaakt om deze kinderen weer snel op school te krijgen. Op lokaal niveau zijn er verder nog afspraken gemaakt met het CJG, jeugdconsulenten van de gemeente Putten of Jeugdhulp Zeewolde om elkaar te informeren als er zich zorgelijke situaties zouden voordoen.
Het ging dan vooral om situaties van gezinnen die al bekend waren binnen de hulpverlening. Ook werd de schoolarts ingeschakeld bij situaties waarbij de ouders vonden dat zij tot een risicogroep behoorden. Bij twijfel was dit een goed instrument, omdat er vanuit een medische invalshoek werd gekeken naar de situatie binnen het gezin. Ondanks de inzet van alle partijen is het niet de verwachting dat we met het onderwijs weer snel en helemaal terug gaan naar de oude situatie. Afstandsonderwijs is een ontwikkeling die in de toekomst verder uitgewerkt zal worden. Ervaringen uit de praktijk leren ons dat het voor veel jongeren heel efficiënt is schooltaken ook gedeeltelijk thuis uit te voeren. Andersom zijn er ook ervaringen dat jongeren de discipline niet bezitten en thuis niet tot werken komen.
5
1.
Het wettelijk kader
In de wet is vastgelegd dat alle jongeren van 5 tot en met 17 jaar naar school moeten, tot zij een startkwalificatie hebben behaald. De gemeente ziet toe op de handhaving van deze leerplicht (5 tot en met 16-jarigen) en kwalificatieplicht (16- en 17-jarigen). Jongeren van 18 tot en met 22 jaar die zonder startkwalificatie het onderwijs verlaten, worden door de RMC in beeld gehouden en gestimuleerd terug te gaan naar school of, als dat niet mogelijk is, toe te leiden naar passend werk, zorg of een uitkering. Leerlingzaken voert de leerplichttaken, kwalificatieplichttaken en RMC-taken uit voor de gemeenten Elburg, Ermelo, Harderwijk, Nunspeet, Oldebroek, Putten en Zeewolde. De consulenten leerplicht/RMC zien erop toe dat alle leerplichtigen in deze gemeenten onderwijs volgen en dat zoveel mogelijk jongeren een startkwalificatie behalen. Met ingang van 16 maart 2017 is de Methodische Aanpak Schoolverzuim (MAS) in werking getreden. De MAS is een actualisatie en verbreding van de Strafrechtelijke Aanpak Schoolverzuim. De MAS is uitgebracht door het Openbaar Ministerie, de Raad voor de Kinderbescherming, Halt en Ingrado en is aangevuld met een signaleringsinstrument. Deze gezamenlijke visie op de aanpak van schoolverzuim is met ingang van het schooljaar 2017-2018 door Leerlingzaken als richtlijn gehanteerd.
In deze visie staat niet de strafrechtelijke kant centraal, maar wordt primair ingezet op preventie en vrijwillige (jeugd)hulp. De consulent leerplicht/RMC vervult hierbij de schakelrol voor gecoördineerde en optimale inzet van alle betrokken ketenpartners.
1.1
Leerplicht en kwalificatieplicht
De leerplicht wordt geregeld in de Leerplichtwet 1969. Leerplicht geldt voor kinderen van 5 tot en met 16 jaar: vanaf de eerste schooldag van de maand, nadat een kind 5 jaar wordt tot het einde van het schooljaar waarin het 16 jaar is geworden, of het einde van het twaalfde schooljaar. De meeste kinderen gaan al naar school als ze 4 jaar zijn. Ze vallen dan nog niet onder de leerplichtwet, maar voor hen gelden wel de regels die de school voert over hun aanwezigheid en het volgen van onderwijs. Schoolregels gelden overigens ook voor jongeren vanaf 18 jaar die niet meer leer- of kwalificatieplichtig zijn. Naast de leerplicht bestaat sinds 1 augustus 2007 de kwalificatieplicht. Dit houdt in dat jongeren van 16 en 17 jaar onderwijs moeten volgen tot zij een startkwalificatie hebben. De kwalificatieplicht is één van de maatregelen die de Rijksoverheid heeft ingesteld om schooluitval van jongeren tegen te gaan en de kansen van startende jongeren op de arbeidsmarkt te vergroten. De Leerplichtwet 1969 verplicht gemeenten om te controleren of de in de gemeente wonende leerplichtigen staan ingeschreven bij een onderwijsinstelling. Als een leerplichtige of kwalificatie-plichtige jongere niet ingeschreven staat bij een onderwijsinstelling, dan is er sprake van absoluut verzuim.
Daarnaast schrijft de wet voor dat onderwijsinstellingen vermoedelijk ongeoorloofd schoolverzuim moeten melden via het verzuimloket van DUO bij de gemeente. Het verzuim moet worden gemeld vanaf 16 uur afwezigheid in een periode van vier aaneengesloten weken. In het verzuimprotocol van de regio is afgesproken dat verzuim van 12 uur preventief wordt gemeld. Met de komst van de AVG is het voor scholen niet meer toegestaan om ziekte (=geoorloofd verzuim) te melden bij DUO. School moet met ouders en schoolarts, eventueel met de behandelend arts, bepalen wat de belastbaarheid is van de jongere. Als afspraken over de belastbaarheid niet worden nagekomen door jongere en/of ouders, is er sprake van ongeoorloofd verzuim en dient er wél gemeld te worden. Daarnaast zijn er vormen van geoorloofd verzuim, nadat ze zijn toegekend door de directeur van een onderwijsinstelling of de consulent leerplicht/RMC van Leerlingzaken. Het gaat dan bijvoorbeeld om extra verlof vanwege gewichtige omstandigheden, vakantieverlof of vrijstellingen.
6
Mohammed is 4 jaar als hij wordt aangemeld bij de dichtstbijzijnde basisschool. Mohammed is nooit naar een peuterspeelzaal geweest. De ouders van Mohammed werken beiden en overdag wordt Mohammed opgevangen door zijn opa en oma die de Nederlandse taal niet beheersen. De school vermoedt dat er naast een taalachterstand meer aan de hand is. Ze vragen de ouders of Mohammed getest kan worden. Ouders gaan wel akkoord maar geven aan dat er met hun zoon niet veel aan de hand is. De uitkomst van de test laat een ander beeld zien. Het advies daarbij is om Mohammed over te laten gaan naar het speciaal onderwijs. Ouders gaan niet akkoord met deze route en willen met hun kinderen overstappen naar een andere reguliere basisschool. De nieuwe school gaat niet over één nacht ijs en wil Mohammed niet opnemen omdat zij de zorg niet kunnen bieden. Inmiddels is leerplicht ingeschakeld en volgen er diverse gesprekken met scholen, Samenwerkingsverband PO Zeeluwe, leerplicht en op het hoogtepunt van de crisis zelfs een gesprek bij de jeugdbeschermingstafel. Tijdens dit laatste overleg wordt besloten om Mohammed opnieuw te laten testen. Tevens wordt er besloten om het CJG in de positie te zetten als casemanager. Mohammed wordt opnieuw getest en in de tussentijd krijgt hij onderwijs bij een instituut voor ondersteuning aan leerlingen, ouders en scholen. Mohammed is bijna 6 jaar.
Ook uit een second opinion en uit de adviezen van het instituut komt naar voren dat Mohammed extra ondersteuning nodig heeft en gebaat is bij een kleine klas. De zoektocht naar een passende school blijft onverminderd door gaan. Er volgt een voorstel voor een observatieperiode binnen het SO. Ouders gaan schoorvoetend akkoord, maar zijn nog niet overtuigd dat het speciaal onderwijs het beste is voor Mohammed.
1.2
RMC
Scholen zijn op basis van de RMC-wetgeving verplicht voortijdig schoolverlaters (vsv’ers) via DUO te melden bij de gemeente. Het gaat om jongeren in de leeftijd van 16 tot en met 22 jaar die nog geen startkwalificatie hebben behaald. Gemeenten zijn op basis van de RMC-wetgeving verplicht om inspanningen te verrichten om voortijdig schoolverlaten te voorkomen en het aantal vsv’ers te verminderen. Het doel is om vsv’ers terug te geleiden naar school, en als dat echt (tijdelijk) geen optie is naar werk en/of hulpverlening. Schoolverzuim is in veel gevallen een voorbode van voortijdig schoolverlaten. Met de VO en MBO scholen zijn afspraken gemaakt over het melden en de aanpak van schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten. Ook worden afspraken afgestemd met de RMC regio Zwolle, vanwege het feit dat er veel jongeren in die regio op school zitten. Afspraken worden regelmatig geëvalueerd en waar nodig aangepast. Het schoolverzuim wordt door de consulenten leerplicht/RMC besproken met de jongere. Doel is om de reden van het schoolverzuim te achterhalen. Zo nodig wordt er in overleg met de jongere en ouders hulp, ondersteuning op school en/of in de privéomgeving betrokken. Het aantal verzuimmeldingen is dit jaar flink gedaald. Als oorzaak kan genoemd worden de schoolsluiting in het eerste halfjaar van 2020. Wanneer de school gesloten is, is de leerplichtwet niet van toepassing.
7
Het kabinet wil dat de jongeren goed ondersteund worden en niet met zoveel loketten te maken hebben dat ze de weg kwijtraken en daardoor niet werken of op school zitten. Het is nodig dat er meer regie tot stand komt, dat jongeren niet tussen wal en schip vallen, dat zij in beeld zijn bij instanties, dat de ondersteuning zo dicht mogelijk bij hen wordt georganiseerd, dat er maatwerk is en de schotten tussen verschillende domeinen kunnen worden geslecht. De landelijke aanpak 16-27 is een brede samenwerking tussen uiteenlopende organisaties waaronder ministeries, gemeenten, VNG, NJI, Ingrado en Divosa. Onze regio neemt deel aan diverse pilots die hieruit georganiseerd worden. Het bevorderen van de zelfredzaamheid en participatie van kwetsbare jongeren vraagt om een gezamenlijke aanpak van gemeenten en partners op verschillende leefgebieden (onderwijs, werk, inkomen, zorg, veiligheid, vrije tijd en wonen). Gemeenten en professionals hebben daar elk een eigen opdracht in. Samen dienen zij te zorgen voor continuïteit van ondersteuning om jongeren in kwetsbare posities in staat te stellen zo zelfstandig mogelijk te functioneren. Voor een goede monitorings- en signaleringsfunctie wordt de functie van Regionale Meld- en Coördinatiefunctie (RMC) uitgebreid tot een bredere monitorings- en makelaarsrol.
De huidige monitoring van jongeren tussen de 18 en 23 jaar zonder startkwalificatie en van pro- en vso-leerlingen tussen de 16 en 23 jaar zonder werk wordt waarschijnlijk uitgebreid naar alle jongeren tussen de 16 en 27 jaar met een risico op afstand tot de arbeidsmarkt. Het kabinet zet in op drie sporen: a. Integrale ondersteuning van jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt. b. Jongeren in beeld hebben en houden. c. Jongeren duurzaam naar werk begeleiden.
1.3
Samenwerking netwerkpartners
Problemen met schoolverzuim staan bijna nooit op zichzelf. De consulenten leerplicht/RMC werken dan ook veel samen met netwerkpartners. Ze werken niet alleen samen met mentoren, verzuimcoördinatoren en begeleiders op de scholen, maar ook met partners in de zorg, de hulpverlening, GGZ (psychologen), GGD, de samenwerkingsverbanden PO en VO, het Openbaar Ministerie, Bureau Halt, Veilig Thuis, de Raad voor de Kinderbescherming, straathoekwerk, jeugdreclassering en de wijkagent. Om een sluitend vangnet voor een jongere te garanderen, wordt er door RMC bovendien veelvuldig samengewerkt met partners uit het gemeentelijke sociaal domein, zoals de afdelingen Jeugd, Wmo en Participatiewet. Er wordt gewerkt vanuit het principe één gezin, één plan, één regisseur.
Centrum voor Jeugd en Gezin Zowel voor school als leerplicht is het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG)*een belangrijke partner. Binnen het CJG zijn onder andere de jeugdgezondheidszorg en de jeugdhulp vertegenwoordigd. School en leerplicht kunnen optimaal gebruikmaken van deze partijen door hen direct te betrekken bij gesprekken met ouders en leerlingen. In een vroegtijdig stadium kan zo de juiste hulpverlening gekoppeld worden aan de leerling en/of het gezin. De rol van de consulent leerplicht/RMC is dan gericht op het behouden van de helicopterview: wie doet wat en komt de hulpverlening van de grond? Komt de hulpverlening niet van de grond door een passieve houding van de jongere en/of de ouders, dan kan worden opgeschaald richting Jeugdbeschermingstafel (dwang in civielrechtelijk kader) of een proces-verbaal worden opgemaakt (dwang in strafrechtelijk kader). * In Putten was dat tot 1 januari 2020 Buurtzorg Jong en daarna bestaat de toegang uit jeugdconsulenten van de gemeente Putten. In Zeewolde is dat Jeugdhulp Zeewolde.
8
Jeugdbeschermingstafel De Jeugdbeschermingstafel wordt bijeengeroepen om gezamenlijk in gesprek te gaan. Dit gesprek is op verzoek van de betrokken hulpverlener en gebeurt als de hulpverlener van mening is dat: ● de gezinssituatie voor het kind onveilig is en/of ● de vrijwillige hulpverlening niet toereikend blijkt en/of ● er een kinderbeschermingsmaatregel wordt overwogen De situatie van het kind staat altijd centraal tijdens het gesprek en alles is er op gericht om een toekomstgerichte oplossing te creëren. De beschermingstafel is vaak de laatste kans voor ouders om een onderzoek van de Raad voor de Kinderbescherming te voorkomen. Hulpverleners bespreken van tevoren met de ouders waarover ze willen praten. Aan de hand van het gesprek zijn er drie uitkomsten mogelijk: een vrijwillig traject met het wijkteam (CJG); de hulpverlening wordt geïntensiveerd en er worden concrete doelen gesteld en afspraken gemaakt; een jeugdbeschermer of de Raad voor de Kinderbescherming start een onderzoek. Leerlingzaken is in veel gevallen een deelnemer aan de Jeugdbeschermingstafel en komt soms in een positie dat zij het initiatief neemt om een jongere bij de Jeugdbeschermingstafel aan te melden. In het schooljaar 2019-2020 zijn er 75 casussen uit onze regio besproken.
Veilig Thuis Veilig thuis is het advies- en meldpunt voor iedereen, die met (vermoedens) van huiselijk geweld en/of kindermishandeling te maken heeft of krijgt. Niet alleen voor slachtoffers en plegers, ook voor bezorgde omstanders en professionals. Veilig Thuis is voor kinderen en volwassenen die hulp nodig hebben. Veilig Thuis heeft een team van deskundige maatschappelijk werkers, gedragswetenschappers en vertrouwensartsen, waar je zorgen over een kind, een gezin of partner aan kunt voorleggen. Het gebeurt meer dan regelmatig dat consulenten van Leerlingzaken advies vragen bij Veilig Thuis conform de Meldcode huislijk geweld en kinderbescherming. Veilig Thuis is de spin in het web als het gaat om (vermoedens van) huiselijk geweld en/of kindermishandeling. De ambitie is om kennis en kunde rondom (vermoedens van) huiselijke geweld en/of kindermishandeling te versterken met als doel om geweld eerder te herkennen en eerder te kunnen stoppen.
Samenwerking met het lokale sociaal domein RMC heeft met ingang van 1 januari 2017 de wettelijke opdracht gekregen om extra aandacht te besteden aan jongeren in een kwetsbare positie. Om de (nieuwe) taken, van het RMC goed aan te laten sluiten bij het gemeentelijke sociaal domein (Jeugdwet, Wmo en Participatiewet), is in 2017 door de gemeenten gezamenlijk het initiatief genomen om in (sub)- regionaal verband een sluitende aanpak voor jongeren in een kwetsbare positie te ontwikkelen. Hier is een aantal regionale uitgangspunten uit voort gekomen welke de onderlegger vormen voor de uitvoering. In 2019 heeft de RMC-regio Noordwest-Veluwe deelgenomen aan de pilot ”soepel naar werk”, een initiatief vanuit het ministeries OC&W en SZW. Tijdens deze pilot hebben lokale klantmanagers Participatiewet en consulenten RMC elkaar beter leren kennen en kennis en vragen gedeeld. Hierbij is gekeken naar mogelijke oplossingen voor knel- en verbeterpunten in de samenwerking. De deelnemers aan de pilot wilden de gezamenlijke kennisdeling graag voortzetten, om zo nog beter de klant/jongere in een kwetsbare positie te kunnen bedienen.
9
Deze samenwerking heeft in onze regio een vervolg gekregen in het project Sluitende Aanpak Jongeren NWV, waar de aansluiting bij het speciaal onderwijs en de praktijkscholen verder vorm wordt gegeven, met nog meer nadruk op een passende doorstroom voor de jongere. Hierbij wordt ook het uitgangspunt één regisseur, één plan gevolgd. Om de jongere bij zijn vervolgstap zelf regie te laten nemen, gaan de scholen en gemeenten in de regio’s NWV en IJsselvecht gezamenlijk met het Paspoort voor Succes (PvS) werken, dat de jongere zelf (eventueel met ondersteuning) invult als overdrachtsdocument naar een vervolgstap. De MBO’s in deze regio’s gebruiken dit document als intakeformulier om samen met de jongere te bekijken welke opleiding passend is en welke ondersteuning nodig is om de opleiding met goed gevolg te doorlopen en af te ronden.
10
2.
Feiten en cijfers
In dit hoofdstuk worden de leerplicht- en RMC-resultaten van het afgelopen schooljaar in beeld gebracht. De regionale cijfers worden op een visuele manier inzichtelijk gemaakt. Voor meer gedetailleerde informatie per gemeente of vergelijkingen met voorgaande jaren, kunt u de cijferbijlage raadplegen. In deze bijzondere periode van corona en (gedeeltelijk) onderwijs op afstand zijn leerplichtambtenaren, via een aangenomen motie, opgeroepen niet te handhaven. Dit past prima bij de rol van de leerplichtambtenaar. De rol van de leerplichtambtenaar is immers gericht op bescherming van het recht op onderwijs. Het contact met de ouders en/of leerling staat daarbij centraal. Leerplichtambtenaren hebben zo tijdens de corona-crisis contact kunnen leggen met ‘verdwenen’ leerlingen.
2.1
Aantal leerlingen in de regio
Er woonden in het schooljaar 2019-2020 in totaal 43.918 jongeren van 5 tot en met 22 jaar in de zeven gemeenten. Het aantal jongeren in de regio geeft een beeld van de omvang van de werkzaamheden van Leerlingzaken. In principe zijn alle jongeren in beeld bij Leerlingzaken, totdat zij een startkwalificatie hebben behaald, of zijn overgedragen aan een andere instantie. Leerlingzaken blijft monitoren tot de jongere 23 jaar is geworden.
2.2
Methodische Aanpak Schoolverzuim
Het volgen van onderwijs is essentieel voor de ontwikkeling van een kind en voor het verwerven van een goede plek in de maatschappij. Structureel verzuim kan een signaal zijn dat er sprake is van gedragsproblemen of problemen in thuissituatie. Structureel verzuim leidt niet zelden tot criminaliteit. Ook kan schoolverzuim de voorbode zijn van voortijdige schooluitval, waardoor jongeren het onderwijs verlaten zonder diploma en/of startkwalificatie voor de arbeidsmarkt. Werkloosheid of uitkeringsafhankelijkheid kunnen het gevolg zijn. Ingrado, Stichting Halt, het Openbaar Ministerie (OM) en de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) hebben – in samenspraak met het ministerie van J&V– deze Methodische Aanpak Schoolverzuim (MAS) ontwikkeld met als doel de terug-toeleiding naar een passend onderwijsprogramma. Vroegtijdige inzet van (jeugd)hulp bij verzuim staat voorop. Ketensamenwerking draagt bij aan een effectieve aanpak van schoolverzuim. De aanpak is licht waar het kan en zwaar(der) waar het nodig is, maatwerk dus. Om het volgen van onderwijs voor zo veel mogelijk kinderen te realiseren is een gecoördineerde en optimale inzet van alle betrokken ketenpartners in het sociaal domein en/of de jeugdstrafrechtketen (scholen, gemeenten, RvdK, Halt, politie, gemeentelijke jeugdhulp (wijkteams e.d.), Inspectie van het onderwijs, OM, rechter) vereist.
De consulent leerplicht/RMC vervult in deze gezamenlijke aanpak van schoolverzuim een schakelrol en neemt het initiatief voor een adequaat vervolg op verzuimmeldingen. Dit gebeurt in overleg met de ketenpartners. De consulent leerplicht/RMC start een verzuimonderzoek zodra verzuim gemeld is en monitort het vervolg. Afspraken over de regie worden lokaal gemaakt. Afhankelijk van de achterliggende redenen en het soort verzuim kunnen verschillende routes worden gevolgd. Terug- dan wel toeleiding naar een passend onderwijsprogramma staat in elke route centraal. Uiteindelijk gaat het om het recht op onderwijs van de jongere en het gezamenlijk met de ketenpartners streven naar één kind, één gezin, één plan. De Methodische Aanpak Schoolverzuim (MAS) bevat een signaleringsinstrument voor schoolverzuim om een goede afweging te kunnen maken tussen, al dan niet vrijwillige, (jeugd)hulp, Halt en strafrechtelijke vervolging. De aanpak is zoveel mogelijk methodisch van aard. Daaronder verstaan we dat elke consulent leerplicht/RMC op eenzelfde wijze werkt en de uitvoering evalueert.
11
De aanpak is daarom ingericht langs vijf fasen: 1. WAARNEMEN: het probleem signaleren 2. ANALYSEREN: het probleem in beeld brengen en begrijpen 3. PLANNEN: opstellen van een plan om het probleem aan te pakken 4. HANDELEN: uitvoeren van het plan 5. EVALUEREN: effecten vergelijken met beoogde resultaten en daaraan conclusies verbinden Het methodisch handelen is het uitgangspunt voor de Aanpak Schoolverzuim. De MAS is een dynamisch document, dat continu wordt gemonitord. Jaarlijks evalueren de ketenpartners gezamenlijk de MAS en waar nodig vindt dan aanvulling of aanpassing plaats. De MAS richt zich sterk op de aanpak van het door de school gemelde verzuim. In de doorontwikkeling wordt de aanpak breder getrokken en komen zaken als preventie en zorg (nog) meer aan bod. Het doel van de MAS is om binnen ‘leerplicht’ op een vergelijkbare wijze te werken, met ruimte voor de discretionaire bevoegdheid van de consulent leerplicht/RMC. Het credo is dan ook ‘Pas toe of leg uit’. Iedereen werkt volgens de MAS (Pas toe…), tenzij hij of zij kan motiveren waarom wordt afgeweken (…of leg uit). Zo is, als de problematiek rondom de verzuimende jongere daar om vraagt, direct doorpakken mogelijk. Maatwerk is van belang. Direct ingrijpen met een zwaardere maatregel door de ketenpartners kan nodig zijn om in een vroeg stadium opeenstapeling van verzuimmeldingen en problemen te voorkomen.
Ook in deze gevallen worden de vijf fasen van methodisch handelen doorlopen.
2.3
Verzuim 5 t/m 17 jaar
Het behandelen van verzuim is één van de kerntaken van Leerlingzaken. De verzuimmeldingen komen binnen via het verzuimloket van DUO en worden geregistreerd in het leerplichtsysteem. We onderscheiden de volgende types verzuim: ● absoluut verzuim: wanneer een leerplichtige jongere niet ingeschreven staat bij een school. Op een vermoeden van absoluut verzuim wordt direct gereageerd door Leerlingzaken. Dat kan bijvoorbeeld door contact met de vorige school op te nemen of door administratief onderzoek te doen. In een enkel geval blijkt er inderdaad geen inschrijving te zijn en neemt de consulent leerplicht/RMC contact op met de ouder(s); ● luxe verzuim: wanneer ouders hun leerplichtige kind zonder toestemming van de schooldirecteur of zonder geldige reden van school houden buiten de officiële schoolvakanties; ● signaalverzuim: wanneer er sprake is van minimaal 16 uur afwezigheid in vier weken tijd (wettelijk verzuim). Leerlingzaken werkt preventief en onderneemt ook al actie vanaf 12 uur spijbelen of te laat komen. Hiervoor zijn op de VO scholen de verzuimspreekuren ingericht. Verzuimsoort
Aantal verzuimmeldingen 5 t/m 17 jaar
Absoluut verzuim
20
Relatief verzuim – luxe verzuim
91
Relatief verzuim – signaalverzuim
713
TOTAAL
824
12
Onderstaande figuur geeft weer hoe vaak jongeren verzuimen. De 824 verzuimmeldingen zijn verdeeld over in totaal 643 verzuimende leerlingen. Aantal Leerlingen dat verzuimd heeft
Aantal x verzuimmelding
527
1
83
2
16
3
10
4
3
5
3
6
1
10
Redenen voor verzuim 5 t/m 17 jaar Een consulent leerplicht/RMC probeert in een gesprek altijd de reden van het verzuim te achterhalen bij een jongere. Deze redenen kunnen een beeld geven van de situatie van de verzuimende jongere. Uit achterliggende cijfers wordt duidelijk dat zowel motivatie als medische en psychische problemen en gezinsproblemen veel voorkomende redenen zijn voor verzuim. In de cijferbijlage zijn de verzuimcijfers over de afgelopen jaren terug te vinden in een tabel. Wat opvalt, is dat de basisscholen ondanks het verplichte gebruik van verzuimregister van DUO, nog minimaal melden. Uit de achterliggende gegevens blijkt dat de verzuimmeldingen fors toenemen zodra de jongeren ouder e worden. Vanaf het 14 jaar zie je een forse stijging in verzuimmeldingen waarbij de piek bij 17 jaar ligt. In 370 gevallen kwamen de verzuimmeldingen van 16- en 17- jarigen binnen van het MBO. Ziekteverzuim Ziekteverzuim mag niet meer gemeld worden bij Leerplicht, omdat dit geoorloofd verzuim betreft. Scholen dienen de jeugdarts te betrekken en met de leerling/ouders afspraken te maken over deelname aan onderwijs. Voor leerlingen in het reguliere basis- of voortgezet onderwijs die ondersteuning krijgen die buiten de basisondersteuning valt, is een ontwikkelingsperspectiefplan nodig.
Wanneer de afspraken over deelname aan onderwijs niet worden nagekomen door de leerling kan er door school een melding ‘’vermoedelijk ongeoorloofd verzuim’’ (overig verzuim) worden gedaan via DUO.
2.4
Processen-verbaal en Haltverwijzingen
Soort
Aantal
Totaal aantal Haltverwijzingen
18
Totaal aantal processen verbaal
29
Proces-verbaal luxeverzuim
25
Proces-verbaal signaalverzuim
4
In de cijferbijlage is te zien hoeveel processen-verbaal en Haltverwijzingen er in het schooljaar 2019-2020 zijn afgegeven. Het aantal Halt-verwijzingen is gedaald van 34 naar 18. Dit is een forse daling en is zeker veroorzaakt door de coronacrisis. Tijdens een normaal schooljaar zijn de maanden maart, april en mei de maanden waarin de meeste Halt-straffen worden opgemaakt. Reden hiervan is dat het aantal verzuimen van de leerling oplopen gedurende het jaar.
13
Ten opzichte van het schooljaar 2018 -2019 is het aantal processen-verbaal gedaald van 30 naar 29. Van de 29 opgemaakte processen-verbaal zijn er 25 die opgemaakt zijn i.v.m. luxeverzuim. Dit is een stijging van 6 meldingen t.o.v. het vorige schooljaar. Een proces-verbaal signaalverzuim wordt alleen in het uiterste geval opgemaakt. Bijvoorbeeld bij een negatieve Haltafdoening, bij aanhoudend verzuim of als ouders of jongeren niet mee willen werken aan een hulpverleningstraject om te zorgen dat het schoolverzuim stopt. Dit aantal is t.o.v. vorig schooljaar gedaald van 11 naar 4 casussen.
2.5
Vrijstellingen
In de figuur hieronder zijn de gronden voor de 131 afgegeven vrijstellingen weergegeven.
Aantal vrijstellingen Onbekend (afgegeven door andere regio) 17
3 6 Andere gewichtige omstandigheden 42
43
Bezwaar tegen de richting In het buitenland ingeschreven
20
Lichamelijke of psychische gronden Volgen ander onderwijs
Gronden voor vrijstelling In de cijferbijlage is te zien dat het totaal aantal vrijstellingen in het schooljaar 2019-2020 toegenomen is van 107 naar 131. Het aantal vrijstellingen onderwijs in het buitenland is gezakt van 25 naar 20. Het aantal ouders dat bezwaar heeft tegen de richting is, evenals de afgelopen jaren, gestegen. Ook dit jaar is het met 7 leerlingen toegenomen. In de zomer 2020 is er een consultatie wetsvoorstel ‘Wet Voorschriften vrijstelling leerplicht bij richtingbezwaren’ geweest. Dit wetsvoorstel heeft als doel dat jongeren, die zijn vrijgesteld van de leerplicht op grond van richtingbezwaar, vervangend onderwijs wordt aangeboden door hun ouders (ook wel thuisonderwijs genoemd). Op dit onderwijs wordt toezicht gehouden door daartoe specifiek opgeleide inspecteurs van de Inspectie van het onderwijs. De ouders behouden het recht om het onderwijs te kiezen dat past bij hun godsdienst of levensovertuiging. Ouders krijgen daarnaast de verplichting om onderwijs te verzorgen dat aan bepaalde eisen moet voldoen. Het volgen van ander onderwijs wordt soms ingezet als een jongere bijna 18 is of een verkeerde opleidingskeuze heeft gemaakt. Hieraan worden voorwaarden gesteld, zoals een bewijs schoolinschrijving of arbeidsovereenkomst.
In principe is de school verantwoordelijk voor voldoende programma-aanbod als jongeren voortijdig met de opleiding willen stoppen en nog geen 18 jaar zijn. Het aantal vrijstellingen op grond van lichamelijke en psychische gronden is met 23 toegenomen (van 20 naar 43). Reden hiervoor is, dat meerjarige beschikkingen bijna niet meer worden afgegeven en er zodoende elk jaar een nieuwe aanvraag moet worden ingediend.
14
2.6
Thuiszitters
Samenwerkingsverbanden en Leerlingzaken werken samen met de scholen aan het verminderen van het aantal thuiszitters. Scholen zijn zich er steeds meer van bewust dat zij thuiszitters moeten melden bij Leerlingzaken en de samenwerkingsverbanden PO en VO. In gezamenlijkheid met zorg, ouders en leerling wordt er gezocht naar een zo spoedig mogelijke terugkeer naar het onderwijs. Soms is het nodig dat de leerling naar een andere school of (tijdelijk) andere vorm van onderwijs overstapt om de schoolloopbaan weer te kunnen vervolgen. Onder thuiszitters vallen leerlingen met en zonder schoolinschrijving. De meesten hebben de schoolgang gedurende het schooljaar weer hervat. Bij een enkeling wordt in het nieuwe schooljaar een passende oplossing gevonden.
Thuiszitreden per leerling onbekend
3
conflict met school
9
3
gedoogd 1
3
psychisch school is handelingsverlegen
2 6
2.7
lichamelijk
thuissituatie
Jongeren in een kwetsbare positie
Tot de doelgroep jongeren in een kwetsbare positie behoren jongeren uit de volgende vier groepen: 1. Jongeren uit het praktijkonderwijs (pro) en het voortgezet speciaal onderwijs (vso, profiel arbeidsmarktgericht) die niet kwalificatieplichtig zijn. Zij stromen direct uit naar de arbeidsmarkt of naar de entreeopleiding, maar hebben hier een verhoogd risico om uit te vallen en veelal extra zorg, tijd of begeleiding nodig. Uitgangspunt voor deze jongeren is dat ze niet kwalificatieplichtig zijn en een startkwalificatie voor hen vaak niet haalbaar is; 2. Gediplomeerde jongeren uit de basisberoepsgerichte (BB) leerweg waaronder leerwerktrajecten (lwt) in het vmbo en het profiel vervolgonderwijs (vso). Zij kunnen doorstromen naar mbo-2, maar hebben vaak extra zorg, tijd of begeleiding nodig. Een startkwalificatie is in principe haalbaar, maar blijkt voor met name jongeren uit de leerwerktrajecten soms (tijdelijk) een brug te ver. 3. Jongeren uit de entreeopleiding (voormalig mbo-1). Ze vallen uit of halen een diploma, maar hebben in beide gevallen nog geen startkwalificatie. Zij stromen vervolgens uit naar de arbeidsmarkt of naar een opleiding op mbo-2 niveau als ze een diploma hebben gehaald. Een startkwalificatie is in het laatste geval in principe haalbaar, maar extra tijd, begeleiding en een opleidingsaanbod dat goed aansluit bij hun mogelijkheden zijn nodig. 4.
Jongeren uit de entreeopleiding en mbo-2 opleidingen die cognitief wel in staat zijn tot het halen van een startkwalificatie, maar door omstandigheden (tijdelijk) extra ondersteuning nodig hebben om binnenboord gehouden te worden, nog bovenop de bestaande aanpak gericht op voortijdig schoolverlaten.
15
In totaal zaten 1.684 jongeren op het VMBO-bbl, VSO, PRO of Entree onderwijs. Jongeren die hiervandaan uitstromen naar onderwijs op mbo 1 en mbo 2 niveau (doorstroom) of uit het onderwijs (uitstroom) worden door de overheid bestempeld als kwetsbaar. In onze regio ging het om 546 jongeren in het schooljaar 2019-2020.
Casus RMC Ook de monitoring vanuit het RMC bij de doelgroep vanuit het VSO is van belang. Dat blijkt maar weer uit onderstaande casus. Michelle, nu 22 jaar, is een jongedame die al vanaf 2011 bij leerplicht in beeld is. De eerste melding van veelvuldig verzuim komt wanneer ze net vanuit het reguliere onderwijs is ingestroomd op het VSO. De eerste stappen richting Bureau Jeugd Zorg (BJZ) worden gezet. Er ontwikkelt zich een weg aan trajecten vanuit BJZ, GGZ en andere alternatieve behandelingen en hulpverleners. Het verzuim van Michelle blijft aanhouden, de stap richting school is te moeilijk voor haar. Er is een vermoeden van borderline, maar dit kan nog niet vastgesteld worden. Het is een komen en gaan van hulpverleners en ook moeder heeft een hele duidelijke rol in het geheel. Zij is zeer beschermend naar haar dochter en houdt veel tegen. Het AMK en de Raad voor de kinderbescherming worden ook ingeschakeld om mee te kijken. Elke maand is er een groot overleg op school met alle betrokkenen om te bekijken of en waar er eventueel vooruitgang geboekt kan worden. Michelle is een van de eerste leerlingen waarmee we onderwijs op een andere locatie gaan proberen. Met hulp en ondersteuning van school gaan we proberen om Michelle met IVIO pakketten toch aan een diploma te helpen. Dit verloopt moeizaam, het terugkom moment op school is erg lastig voor haar.
Met hulp van BJZ komt er een externe partij die bij haar thuis gaat proberen de ondersteuning te geven die ze nodig heeft om tot een diploma te komen. Helaas lukt dit ook niet, Michelle krijgt een psychische terugslag en er volgt een psychose. Ondanks alle inspanning van alle partijen lukt het niet om Michelle met een diploma afscheid van school te laten nemen. Ze valt uit als een VSV’er. Vanuit de rol van RMC heeft Leerlingzaken dan nog wel regelmatig contact met haar. Als ze wat ouder wordt krijgt ze wat meer controle over haar leven en is ze weer vol goede moed om iets van haar leven te maken. Ze wil graag weer leren en aan het werk om zelfstandig te kunnen zijn. Na overleg met de Entree opleiding wordt voorgesteld om haar Entree te halen via de Inclusief groep. Michelle staat daar voor open en gaat ervoor. Het resultaat, een jonge zelfstandige vrouw met haar Entree diploma op zak en een vaste baan in de schoonmaak branche. Klaar voor de toekomst…...
2.8
Verzuim 18 t/m 22 jaar
Ook in deze leeftijdsgroep valt op dat het aantal verzuimmeldingen sterk gedaald is. De sluiting van scholen in verband met Covid-19 is hier mede oorzaak van. Daarnaast is er veel geïnvesteerd in de samenwerking met het mbo. Zoals landelijk afgesproken melden de mbo-instellingen al het (zorgwekkend) verzuim volgens dezelfde normen als voor 16- en 17-jarigen. Een aantal van deze meldingen zijn voor Leerlingzaken slechts administratieve meldingen. Conform het verzuimprotocol onderneemt school namelijk eerst zelf actie. Verzuim 18 t/m 22 jaar Aantal verzuimmeldingen 18 t/m 22 jaar
600
Aantal leerlingen dat verzuimd heeft
394
Aantal meldingen waarop Leerlingzaken actie heeft ondernomen
402
Aantal meldingen waar school geen actie wenste
192
16
In de tabel hieronder zien we dat het de verzuimende studenten in het merendeel van de gevallen aan motivatie ontbreekt. Medische en psychische problemen en gezinsproblemen zijn belangrijke oorzaken van verzuim en komen veelvuldig voor.
Redenen voor verzuim 18 t/m 22 jaar
Verzuimreden per melding Motivatie 5
28
Problemen - financiën Problemen - gezin/familie
14 110 36
Problemen - medisch Problemen - psychisch Problemen - school Problemen - verslaving
27
Verkeerde keuze richting
28 4
2.9
Voortijdig schoolverlaters
Vsv’ers zijn jongeren van 12 tot 23 jaar die zonder startkwalificatie het onderwijs verlaten. Een startkwalificatie is een havo of vwo diploma of minimaal een mbo-2 diploma. Het vsv-percentage staat voor het aantal vsv’ers als percentage van het aantal onderwijsdeelnemers dat aan het begin van het schooljaar ingeschreven staat. Leerlingzaken spant zich, net als voorgaande jaren, blijvend in om voortijdig schoolverlaten (vsv) te voorkomen en preventief het verzuim op het mbo op te pakken. De minister van OCW heeft besloten het succesvolle programma ‘Aanval op schooluitval’ te vervolgen voor de periode van 2017-2020. Deze aanpak is in 2019 wettelijk verankerd. RMC is een speler in dit landelijke programma. RMC krijgt uit dit programma tijdelijke middelen om extra inspanning te verrichten voor de doelgroep oud-vsv’ers en om samen met de onderwijsinstelling de verzuimaanpak op mbo’s verder vorm te geven. Zo sluit de consulent 3 keer per jaar bij het overleg van Entree Harderwijk aan met betrekking tot de jongeren die uit gaan stromen. Waar nodig worden andere partners ingeschakeld, zoals de klantmanagers WMO of Participatie-wet. DUO levert tweemaal per jaar de cijfers van voortijdig schoolverlaters. In het voorjaar worden de voorlopige cijfers gepubliceerd en in december de definitieve cijfers.
Wat betreft het aantal vsv’ers in onze regio werpt de gezamenlijke aanpak tussen het onderwijs, Leerlingzaken en het lokale sociaal domein zijn vruchten af. Van de 39 regio's staat onze regio op plaats 5 als het gaat om het laagste percentage vsv'ers. Dat is een mooi resultaat, maar geen reden om achterover te gaan leunen. De afgelopen jaren heeft onze regio minder voortijdig schoolverlaters dan het landelijke gemiddelde. De cijfers van afgelopen schooljaar worden in het voorjaar verwacht. Het VSV percentage voor onze regio is 1,55 %. Dit is 0,45 % onder het landelijk gemiddelde van 2,0%. Het landelijk doel van de Minister blijft het terugbrengen van het totaal aantal VSV’s naar maximaal 20.000 per jaar. Hier moeten de regio’s samen voor gaan zorgen.
17
Casus Kim (kwalificatieplichtige jongere) In maart 2020 komt Kim, een meisje van 17 jaar, samen met haar moeder in onze regio wonen. Zij komt uit Duitsland. Kim heeft in Duitsland haar VMBO-diploma in juli 2019 behaald, maar kon daar geen geschikte vervolgopleiding vinden. Zij deed daar vrijwilligerswerk in een verzorgingstehuis. Omdat zij zonder schoolinschrijving (en zonder startkwalificatie) als absoluut verzuimer in ons leerplichtsysteem tevoorschijn komt, gaat de consulent leerplicht/RMC met haar in gesprek. Kim weet nog niet welke opleiding zij wil gaan volgen en een MBO-opleiding zal pas in augustus 2020 weer starten, De consulentleerplicht/RMC stelt voor om de Educatiemeter bij Leerlingzaken te doen. Hieruit komt naar voren dat Kim op Zorg en Welzijn heel hoog scoort. Kim herkent zich daarin, o.a. omdat zij graag met mensen om wil gaan. In de gesprekken met Kim en haar moeder komt naar voren dat Kim vanaf haar 3e jaar aan paardrijden doet. Omdat de begeleidende consulent leerplicht/RMC goede contacten heeft met een manege, stelt hij voor om samen naar deze manege te gaan om een gesprek met de eigenaar te voeren. De eigenaar geeft aan dat zij veel met gehandicapte kinderen paardrijden en dat zij Kim een leerwerkplek (BBL) Zorg en Welzijn kunnen bieden, waardoor ze 1 dag naar school kan en 4 dagen werken.
Het gesprek verloopt heel goed en Kim mag de volgende dag al proefdraaien. Dit gaat zo goed, dat zij een contract krijgt aangeboden. Tevens schrijft Kim zich in voor een BBL-opleiding op een MBO, om zo alsnog haar startkwalificatie te halen.
Educatiemeter Jongeren die een vraag hebben over opleiding en beroepen kunnen de educatiemeter maken. De Educatiemeter is een gevalideerde test die inzicht geeft in de persoonlijke (leer)stijl en de ondersteuning die de jongere nodig heeft om zijn of haar schoolcarrière voort te zetten. Naast de persoonlijkheid meet de Educatiemeter ook de beroepsinteresse van de jongere. De Educatiemeter wordt voornamelijk ingezet voor 18+ jongeren, die voortijdig de school hebben verlaten. Na het afnemen van de test kan de consulent leerplicht/RMC samen met de jongere een stappenplan maken om terug te keren naar school of door te stromen naar (beschut) werk/dagbesteding. Ook is het mogelijk om een capaciteitentest af te nemen, waarmee bepaald kan worden welk schoolniveau het beste bij een jongere past. De Educatiemeter heeft ook een pro-wijzer. Deze kan door de RMC consulenten ingezet worden bij onder andere de doelgroep minder zelfredzame jongeren. De test is laagdrempelig in gebruik. Vier RMC consulenten zijn getraind en gecertificeerd om de Educatiemeter, capaciteitentest en Pro-wijzer bij jongeren af te nemen. De RMC consulenten werken steeds meer samen met het lokaal sociaal domein. De uitkomsten uit de test bieden waardevolle informatie en kan een goed handvat zijn om met de jongere het gesprek te voeren bij het lokaal sociaal domein.
Regionaal worden er stappen gezet om een sluitend vangnet te vormen voor de minder zelfredzame jongeren, onder andere binnen het VSV project sluitende aanpak.
18
De vier RMC consulenten zijn erg enthousiast over de educatiemeter. In gesprekken met de jongeren die de test gemaakt hebben horen ze vaak terug dat ze zich herkennen in de persoonskenmerken die uit de test komen; en jongeren geven aan dat ze veel hebben aan de sectoren en bijbehorende opleidingen die geadviseerd worden. De onderdelen van de testuitslagen van de educatiemeter hebben een beperkte houdbaarheid. Dit vanwege de ontwikkeling van een jongere en de omstandigheden die kunnen veranderen. Er zijn het afgelopen schooljaar 35 Educatiemeters afgenomen. De resultaten staan in het overzicht hieronder. Onder overig verstaan we jongeren die 23 jaar zijn geworden en daarom niet meer onder RMC vallen; jongeren die verhuisd zijn en jongeren die nog niet in staat zijn om een keuze te maken voor opleiding en/of werk vanwege persoonlijke/psychische omstandigheden en eventuele hulpverleningstrajecten. Resultaat Educatiemeter Resultaat Educatiemeter
Aantal jongeren
Opleiding (evt. in combinatie met werk)
13
Werkt
6
In traject bij RMC
4
In traject bij Sociaal Domein (uitkering/zorgtraject/werk)
8
Overig
4
Totaal
35
19
3.
Wat deed Leerlingzaken nog meer?
3.1
Luxe verzuim onderwijs
Vanuit Leerlingzaken worden de richtlijnen voor het toekennen en/of afwijzen van verlof naar de scholen gecommuniceerd. Directeuren beslissen zelfstandig over verlofaanvragen tot 10 schooldagen. Hierbij dienen zij de Leerplichtwet te volgen. Bij twijfel over het toekennen of afwijzen van verlof namen de directeuren het afgelopen schooljaar veelvuldig contact op met Leerlingzaken voor advies. Een belangrijk advies vanuit Leerlingzaken is dat als er sprake is van meerdere leerplichtige kinderen uit één gezin de scholen onderling contact met elkaar zoeken om tot een gezamenlijk standpunt te komen. De praktijk leert dat scholen soms verschillend omgaan met het geven van verlof.
Extra controle op luxe verzuim In de Leerplichtwet 1969 staat dat een leerplichtig kind de school moet bezoeken als er onderwijs wordt gegeven. Wanneer een ouder het leerplichtige kind thuis houdt om bijvoorbeeld eerder op vakantie te kunnen gaan, is er dus sprake van luxeverzuim. Leerlingzaken heeft besloten om geen extra controle te houden op de dag voor de voorjaarsvakantie. Wel heeft Leerlingzaken de ouders benaderd, die zonder toestemming van de school de kinderen op 21 februari 2020 vermoedelijk mee op vakantie hebben genomen. Dit resulteerde in 9 waarschuwingen. Het geven van voorlichting aan scholen en ouders gaat steeds preventiever werken. Het aantal verzoeken bij de scholen om verlof neemt daardoor ook af. Ouders weten dat het aanvragen van vrije dagen in verband met vakanties niet of nauwelijks gehonoreerd wordt. Gelukkig zijn er ook steeds meer scholen die een studiedag inplannen op de laatste schooldag voor de vakantie, zodat de kinderen geen les hebben. Hiermee spelen zij in op de tendens dat ouders eerder naar hun vakantieadres willen vertrekken.
20
3.2
Intergrip
Via de module Overstap VO-MBO van softwarespecialist INTERGRIP hebben de VO-scholen, MBO-instellingen en gemeentelijke instanties de mogelijkheid om de route van leerlingen te volgen. Overstap VO-MBO monitort de overstap van de leerling die van het VO de overstap maken naar het MBO. Het VO levert alle leerlingen die doorstromen aan in het systeem. Het MBO levert vervolgens uitgebreide aanmeldinformatie aan het VO. De VO-school ziet onder andere eenvoudig de aanmeldstatus, opleiding, sector, leerweg, niveau en intake-status bij de leerling. Risicoleerlingen worden zo snel gesignaleerd waarna het VO en leerplicht preventief actie kunnen ondernemen. Doordat alle betrokken partijen met Overstap VO-MBO beter kunnen samenwerken, wordt een bijdrage geleverd aan het terugdringen van het aantal voortijdig schoolverlaters (VSV’ ers). Dit schooljaar zien we minder risicoleerlingen in vergelijking met het schooljaar ervoor. Dit kan in verband worden gebracht met het coronavirus. Leerlingen hebben langer de tijd gehad om na te denken over een vervolgstudie en er zijn meer leerlingen geslaagd, waardoor de overstap naar het MBO makkelijker is.
21
4.
Ontwikkelingen en vooruitblik 2020-2021
4.1 Vervolg Interdepartementaal Beleidsonderzoek Het kabinet kondigt in de brief over de voortgang van de maatregelen van het Interdepartementaal beleidsonderzoek Jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt (IBO JmAA) van 8 juli 2020 aan dat zij, op basis van het advies over gegevensdeling, nog deze kabinetsperiode stappen zal zetten die kunnen leiden tot een wetsvoorstel waarmee het RMC kan beschikken over gegevens van jongeren van 23 tot 27 jaar zonder startkwalificatie. Ook is een onderzoek aangekondigd naar het wegnemen van schotten tussen de verschillende geldstromen en naar de werkzame elementen van integrale ondersteuning. Het kabinet heeft aangekondigd verdere stappen te zetten om jong volwassenen integraal te ondersteunen op hun weg naar duurzame zelfstandigheid. Door de coronacrisis is extra inzet op de doelgroep jongeren in een kwetsbare positie nodig. Het kabinet heeft extra middelen beschikbaar gesteld aan RMC om jongeren nog beter te begeleiden naar arbeidsmarkt of vervolgonderwijs om hun kansen op de arbeidsmarkt te vergroten. Andere belangrijke punten die worden aangehaald zijn het eventueel monitoren van jong volwassenen met startkwalificatie, meer maatwerk op mbo-niveau 2 en de vervolgaanpak voortijdig schoolverlaten.
4.2 Verlengde kwalificatieplicht Het wetsvoorstel verlengde kwalificatieplicht heeft tot 11 september 2020 open gestaan voor consultatie. Met het wetsvoorstel wordt het voor gemeenten mogelijk om de verlengde kwalificatieplicht in te zetten. Hiermee worden jongeren van 18 tot 21 jaar verplicht om naar school te gaan totdat zij 21 jaar worden of tot zij hun startkwalificatie behaald hebben. Indien de jongere zich niet houdt aan de verlengde kwalificatieplicht, dan kan de gemeente een boete opleggen. De verlengde kwalificatieplicht wordt niet landelijk ingevoerd, maar alleen op aanvraag van gemeenten. Het verwachte effect is dat jongeren worden verplicht om naar school te gaan – in gemeenten waar de maatregel wordt ingezet – en dat meer jongeren van 18 tot 21 jaar hierdoor een startkwalificatie behalen.
4.3 Wetsvoorstel richtingbezwaren Dit wetsvoorstel heeft als doel dat jongeren, die zijn vrijgesteld van de leerplicht op grond van richtingbezwaar, kwalitatief goed vervangend onderwijs wordt geboden (ook wel thuisonderwijs genoemd). Ouders met richtingbezwaren behouden het recht om thuisonderwijs te geven, maar er komen regels op basis waarvan de kwaliteit wordt geborgd, vooraf en gedurende de looptijd van de vrijstelling. De onderwijs inspectie gaat hier op toezien.
4.4 Thuiszitters Minister Slob van OCW wil nader verkennen hoe afstandsonderwijs kan worden ingezet voor leerlingen die gedurende een langere periode thuiszitten, en hoe de recente ervaringen met deze vorm van onderwijs hierbij kunnen worden benut. Dit kondigde hij op 16 juni 2020 aan in een brief aan de Tweede Kamer. Het ministerie heeft hiervoor een kerngroep opgezet bestaande uit de VO-raad, PO-Raad, AVS, VNG, Onderwijsinspectie, LAKS en ouderorganisaties. Deze groep gaat onderzoeken hoe afstandsonderwijs kan worden gebruikt als tijdelijk instrument om leerlingen weer op weg naar school te helpen én hoe online lessen kunnen worden ingezet voor hybride onderwijs als structurele oplossing voor deze leerlingen.
22
4.5 Regionale Ontwikkelagenda Onderwijs en Jeugd Op 17 april 2019 hebben de wethouders van de gemeenten en de Samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs een Regionale Ontwikkelagenda Onderwijs en Jeugd vastgesteld in het OOGO (op overeenstemming gericht overleg). De agenda bevat vier speerpunten waaraan regionaal en lokaal gewerkt wordt. De vier speerpunten zijn: 1. De school als vind- en werkplaats voor jeugdhulp/zorg 2. Onderwijs-zorg arrangementen 3. Een sluitende aanpak voor (dreigende) thuiszitters 4. Monitoring Leerlingzaken participeert in de regionale werkgroep die o.a. werkt aan het verbeteren van de thuiszitters aanpak. Het nationaal en regionaal Thuiszitterspact is daar de basis voor. Het thuiszittersprotocol uit 2015 wordt onder de loep genomen. De werkgroep komt met een voorstel om het protocol uit te breiden naar alle kinderen en jongeren met een ondersteuningsbehoefte en met meer preventieve maatregelen. Een subgroep is bezig met het terugdringen van de vrijstellingen van de leerplicht (artikel 5 onder a. Leerplichtwet) op basis van lichamelijke en psychische aandoeningen. Er is inmiddels een wetsvoorstel bekend dat de onderwijskundige toets door de samenwerkingsverbanden moet gaan verplichten. De speerpunten waar dit schooljaar verder aan gewerkt wordt zijn: Positieve ervaringen vanuit de Corona periode vasthouden, m.n.
op het gebied van de samenwerking Statistische gegevens vanuit het Dashboard Jeugd gebruiken in de gesprekken tussen onderwijs en gemeente. Wat zeggen ons deze cijfers?! Verbindingen leggen tussen de lokale procesbegeleiders en vanuit de regionale ontwikkelagenda het speerpunt “school als vind en werkplaats”. Tijdens een regionaal mini symposium good practices uit de hele regio centraal stellen die de doorontwikkeling van de ontwikkel agenda ondersteunen. Afstemming tussen de stuurgroep regionale ontwikkelagenda en de regionale werkplaats jeugd. Kernvraag is: hoe kunnen we elkaar versterken?! Lokale gesprekken tussen gemeenten en scholen stimuleren over de preventieve, vroegtijdige samenwerking tussen het onderwijs en jeugdhulp/ondersteuning. Het afronden, laten vaststellen en gaan gebruiken van de procesbeschrijving/werkwijze onderwijs zorgarrangementen. In de loop van 2020 zal er aandacht dienen te komen voor de nu nog onderscheiden bekostiging Jeugdhulp en (passend) onderwijs.