11.1 Beleidsregels Sociaal Domein 2021
Tekst van het document
9.2.2. Terugvordering Bijstandsbesluit zelfstandigen 1. Als de verleende bijstand, samen met het in het boekjaar behaalde netto inkomen meer is dan de jaarnorm, dan kan de bijstand worden teruggevorderd. De rest van de bijstand wordt omgezet van geldlening in een bedrag om niet. 2. De hoogte van de vordering is het verschil tussen het behaalde netto inkomen en de jaarnorm. 3. Als blijkt dat de zelfstandige duurzaam niet aan de verplichtingen voldoet of kan voldoen zijn de lening en de eventuele achterstallige rente direct opeisbaar en kunnen deze worden teruggevorderd.
9.2.3. Herziening, intrekking en terugvordering inkomstenvrijlating 1.
2.
De gemeente kan een recht op een inkomstenvrijlating herzien of intrekken als: a.
het niet nakomen van de inlichtingenplicht hiervoor aanleiding geeft;
b.
op een andere manier blijkt dat de inkomstenvrijlating onterecht is toegepast.
Als de gemeente de inkomstenvrijlating heeft herzien of ingetrokken wordt de onterecht toegekende bijstand/uitkering teruggevorderd.
9.2.4. Intrekken re-integratie voorziening en terugvorderen 1.
Als de inwoner verwijtbaar niet voldoet aan de verplichtingen, kan het traject worden beëindigd.
9.2.5. Kruimelbedragen terugvordering 1. Als de vordering na eindafrekening minder is dan € 75,-, wordt niet teruggevorderd. 2. Het restbedrag van de vordering wordt niet meer ingevorderd als:
a. het incassotraject is gevolgd; en b. verdere invordering niet mogelijk is; en c. het totaal van de vorderingen minder is dan € 125,-. Lid 1 en 2 zijn niet van toepassing als de vorderingen ontstaan zijn door schending van de inlichtingenplicht (als staat in artikel 17 lid 1 Participatiewet,38 Bbz artikel 13 Ioaw of Ioaz).
9.2.6. Aflossing bij terugvordering 1. Als de inwoner geen uitkering ontvangt van de gemeente Putten, moet de vordering ineens binnen 6 weken worden betaald. 2. Als dat niet mogelijk is, wordt een aflossingsregeling per maand afgesproken of opgelegd. Deze regeling is afgestemd op financiële situatie van de inwoner.
3. Als de inwoner een uitkering van de gemeente Putten ontvangt, dan verrekenen we vanaf de maand waarin het besluit tot terugvordering is genomen.
4. Als er meer vorderingen zijn dan kan de inwoner kiezen op welke vordering het eerst wordt afgelost.
5. Maakt de inwoner geen keuze, dan houden we voor aflossing de volgende volgorde aan: a. een vordering waarbij voorkomen kan worden dat er bruto terugbetaald moet worden; dan b. de boete; dan
c. de leenbijstand; en dan d. de andere vorderingen.
9.2.7. Hoogte van de aflossing bij leenbijstand De maandelijkse aflossing wordt vastgesteld op 5% van de geldende bijstandsnorm.
9.2.8. Aanmaning 1.
Als de inwoner de vordering niet aflost of geen betalingsregeling af wil spreken, ontvangt hij een aanmaning.
2.
De termijn in de aanmaning is 14 dagen, vanaf de dag na de dag waarop de aanmaning is verzonden. De inwoner wordt daarbij ook gewezen op de betaling van het achterstallige bedrag ineens en de wettelijke rente die hij verschuldigd is.
3.
Voor de aanmaning wordt een vergoeding in rekening gebracht bij de inwoner. De hoogte hiervan staat in artikel 4:113 van de Awb.
9.2.9. Dwangbevel 1. Als de debiteur ook na de aanmaning de vordering niet aflost vordert de gemeente dit bedrag in via een dwangbevel. Dit staat in artikel 60 lid 2 van de Participatiewet en artikel 28 lid 1 van de Ioaw of Ioaz. 2. In dit dwangbevel staat een bevel tot betaling binnen 7 dagen. 3. Is het een terugvorderingsbesluit van vóór 1 juli 2009 dat wordt geen dwangbevel gestuurd maar een ingebrekestelling. 4. De kosten voor aanmaning, de wettelijke rente en de kosten van het dwangbevel worden ook bij dwangbevel ingevorderd. 5. De kosten van dwangbevel zijn 10% van de vordering. Hierbij geldt een minimum van € 25,- en een maximum van € 450,-.
9.2.10. Verhoging bij niet tijdige betaling 1.
2.
Als de vordering niet op tijd en/of niet volgens afspraak wordt betaald dan wordt deze vanaf de datum van aanmaning verhoogd met de wettelijke rente en kosten, waaronder kosten van dwangbevel; en gebruteerd. Er wordt geen wettelijke rente in rekening gebracht, wanneer: a.
de vorderingen lager zijn dan € 35.000,-;
b.
de totale rente minder dan € 20,- bedraagt.
9.2.11. Beslag 1. Als de inwoner, na het ontvangen van de aanmaning of het dwangbevel, de vordering niet aflost dan:
a. wordt beslag gelegd op roerende of onroerende goederen. Dit gebeurt zoals vastgelegd in het Tweede Boek van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering; of
b. worden zekerheden uitgewonnen als pand of hypotheek. 2. De invorderingen uit het eerste lid worden in handen gegeven van de gerechtsdeurwaarder. 3. Als de gemeente de vordering overdraagt worden de gemaakte kosten volledig doorberekend aan de debiteur.
9.2.12. Geen verdere terugvordering i.v.m. schuldsanering 1. De invordering kan tijdelijk worden stopgezet als er sprake is van een schuldsanering. 2. Er wordt van verdere invordering afgezien wanneer; a. een erkende schuldsaneringsinstantie hiervoor een verzoek doet; en b. dit noodzakelijk is voor de schuldsanering. 3. Er wordt niet van invordering afgezien als; a. de vordering is ontstaan door verwijtbaar gedrag; of b. de vordering gedekt wordt door pand of hypotheek. 4. Met het verzoek uit het eerste lid wordt alleen ingestemd als de vorderingen van gelijkwaardige schuldeisers met hetzelfde percentage worden afgelost.
9.2.13.
Afzien na het voldoen van de betalingsverplichting 1. Leenbijstand verstrekt in verband met het uitoefenen van het beroep van zelfstandig ondernemer moet volledig worden terugbetaald. 2. Leenbijstand verstrekt voor andere doelen dan bedoeld in het eerste lid wordt niet meer ingevorderd nadat a. er minimaal 60 maanden aaneengesloten met minimaal 5% van de bijstandsnorm is afgelost; en b. de vordering niet is teruggevorderd. Als er uitstel van betaling is verleend, wordt de termijn van 60 maanden verlengd met de periode van dat uitstel. 3. Kwijtschelding van de niet fraude vordering kan worden verleend als de inwoner: a. 5 jaar volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan; of b. 5 jaar niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode alsnog heeft betaald; of c. 5 jaar geen betalingen heeft verricht en niet te verwachten is dat hij deze zal gaan verrichten; of d. een bedrag van tenminste 50% van de restsom in één keer aflost; en •
er geen uitzicht op inkomensverbetering is; en
de inwoner een inkomen en vermogen heeft dat voldoet aan de regels van het Minimabeleid. 4. Er wordt geen kwijtschelding verleend voor vorderingen met een zekerheidsstelling (pand of hypotheek). •
9.3. Intrekking tegemoetkoming kinderopvang sociaal medische indicatie (Smi) De tegemoetkoming kan eerder worden ingetrokken als: 1. De inwoner niet voldoet aan de verplichtingen; 2. De kinderopvang niet meer plaatsvindt; 3. De ouder of het kind niet meer in de gemeente Putten woont; 4. De sociaal-medische indicatie komt te vervallen.
9.3.1. Terugvordering tegemoetkoming kinderopvang Smi De gemeente kan de tegemoetkoming van de ouder terugvorderen als: 1. De hoogte van de bijdrage is vastgesteld op grond van onjuiste of onvolledig verstrekte inlichtingen door de ouder 2. De ouder zonder geldige reden en toestemming van de gemeente niet of niet volledig gebruik heeft gemaakt van de kinderopvang.
10. Slotbepalingen In dit hoofdstuk zijn de laatste bepalingen opgenomen. Hier wordt geregeld welke beleidsregels vervangen worden door deze beleidsregels en wanneer deze beleidsregels ingaan. Hier is ook opgenomen wat de officiële naam is van deze beleidsregels en dat de gemeente van deze beleidsregels kan afwijken als dit echt nodig is. Kernwaarden • • •
De gemeente handelt professioneel en neemt de inwoner serieus; De gemeente werkt efficiënt en doelgericht; De gemeente stemt de hulp af op de inwoner.
10.1. Afwijken van de beleidsregels (Hardheidsclausule) De gemeente kan afwijken van een artikel uit deze beleidsregels als toepassing van dat artikel een onredelijke uitkomst heeft voor de inwoner of voor iemand anders die direct bij het besluit betrokken is.
10.2. Ingangsdatum en naam 1. Deze wordt genoemd Beleidsregels sociaal domein gemeente Putten 2021. 2. De beleidsregels treden in werking op de dag na publicatie van deze beleidsregels.
11. Begrippen Bbz: Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004; Beschikking / besluit : een schriftelijke beslissing van de gemeente Putten. In deze brief staan de rechten of plichten van de inwoner over de hulp. Een inwoner kan alleen een maatwerkvoorziening of pgb krijgen als daar een beschikking/besluit voor is. Voor de Jeugdwet kan dit ook een verwijzing van de huisarts, medisch specialist, jeugdarts of een functionaris in justitieel kader zijn. BRP: basisregistratie personen Draagkracht: het gedeelte dat een inwoner zelf kan bijdragen aan de kosten in het kader van de bijzondere bijstand volgens deze beleidsregels. Eigen kracht: de mogelijkheid die inwoners hebben om hun eigen leven zelf vorm te geven en om hun problemen op te lossen. Het inschakelen van hun sociale netwerk hoort daar bij. Familiegroepsplan: hulpverleningsplan of plan van aanpak opgesteld door de ouders, samen met bloedverwanten, aanverwanten of anderen die tot de sociale omgeving van de inwoner behoren. Gebruikelijke hulp: de hulp die over het algemeen mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten. Met ouders worden ook andere opvoeders en verzorgers bedoeld.
Gecertificeerde instelling: Een gecertificeerde instelling is een instelling die mag verwijzen naar een maatwerkvoorziening of pgb als er een kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclasseringsmaatregel door de kinderrechter is uitgesproken. Gemeente: het college van burgemeester en wethouders of de gemeenteraad van de gemeente Putten. Geschikte zelfstandige woning: dit is een woning met een eigen ingang, een woonkamer, minimaal één slaapkamer een volledige keuken(hoek), een toilet en een badkamer. Dat geldt voor de meeste aanleunwoningen bij instellingen. Maatwerkvoorziening: een op de inwoner afgestemde voorziening.
-
Als het gaat om een maatwerkvoorziening vanuit de Participatiewet: een voorziening bij de arbeidsinschakeling of bijzondere bijstand.
-
Als het gaat om een maatwerkvoorziening vanuit de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening: op de inwoner afgestemde hulp bij het aflossen van schulden.
-
Als het gaat om een maatwerkvoorziening vanuit de Jeugdwet: een voorziening die op een jongere of zijn ouders is afgestemd als bedoeld in artikel 2.3 van de Jeugdwet.
Niet zelfstandige woning: Als er sprake is van een zit-slaapkamer, een badkamer met een gezamenlijke woonkamer (en keuken) is er sprake van een niet zelfstandige woonruimte. In die situatie is sprake van wonen in een instelling. Ook Wlz-instellingen hebben tegenwoordig appartementen die lijken op een zelfstandige woning. In die situatie wordt nog steeds van instelling gesproken. Een woonsituatie die niet aan dit criterium zelfstandige woning voldoet moet daarom als niet zelfstandig en vanwege de gemeenschappelijke woonruimte als instelling worden gekenschetst. Daar doet scheiding van wonen en zorg niet aan af. IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen; Maatschappelijke opvang: onderdak en begeleiding voor personen die de thuissituatie hebben verlaten en niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. Het gaat hierbij niet om personen die de thuissituatie hebben verlaten in verband met risico’s voor hun veiligheid door huiselijk geweld;
Melding: is het bericht (al dan niet schriftelijk) waarin door de inwoner of de wettelijke vertegenwoordigers een hulpvraag wordt geuit. Plan van aanpak: een plan waarin staat welke hulp er nodig is, welke voorziening het beste ingezet kan worden en wat het systeem zelf kan betekenen met betrekking tot de hulpvraag die gesteld is. Plan van aanpak wordt ook wel ondersteuningsplan genoemd. Regio: Voor maatschappelijke opvang is dit een regionaal samenwerkingsverband van gemeenten die samen de maatschappelijke opvang in onze regio verzorgen. Deze bestaat uit de gemeenten Oldebroek, Elburg, Nunspeet, Harderwijk, Ermelo en Putten. Voor de arbeidsmarkt is dit de regio Apeldoorn (Arbeidsmarktregio). Sociaal netwerk: huisgenoten of andere personen met wie de inwoner een sociale relatie onderhoudt (inclusief mantelzorgers). Taaltoets: de toets zoals bedoeld in artikel 18b lid 2 van de Participatiewet. Uitkering: De bijstandsuitkering, Bbz uitkering, de IOAW- of de IOAZ-uitkering. Vrij toegankelijke voorzieningen: deze voorzieningen zijn vrij toegankelijk en dragen bij aan de eigen kracht. Preventie, informatie, advies en (vroeg)signalering vallen hieronder. Deze voorzieningen vallen niet onder de Jeugdwet.
Daarnaast hebben deze voorziening niet alleen betrekking op vragen en ondersteuning voor opvoed- en ontwikkelingsproblematiek, maar ook voor preventieve ondersteuning gekoppeld aan welzijn, onderwijs of vrije tijdsbesteding. Wettelijk vertegenwoordigers: De wettelijke vertegenwoordiger mag officiële handelingen uitvoeren namens de inwoner. Ouders met gezag zijn wettelijk vertegenwoordigers van hun kind. Als de inwoner geen ouders heeft met gezag, dan is er een voogd die de wettelijke vertegenwoordiger is. De wettelijke vertegenwoordiger moet voor de inwoner onder de 16 jaar toestemming geven voor een maatwerkvoorziening of pgb. Wet taaleis: de wet tot wijziging van de Participatiewet teneinde de eis tot beheersing van de
Nederlandse taal toe te voegen aan die wet; Woonplaats: de gemeente waar de inwoner het jaar voor de melding hoofdzakelijk heeft verbleven; Wlz: Wet langdurige zorg; WSNP: Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Alle andere begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en die hierboven niet zijn omschreven betekenen hetzelfde als dezelfde begrippen in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de Jeugdwet, de Participatiewet, de IOAW, de IOAZ, de Wet participatiebudget, de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Gemeentewet.