CConstaterende datPutten
Koppel je AI →
Document · PDF

02.1 Gebiedsplan invasieve exoten gemeente Putten

Gemeenteraad 8 juli 2021, gemeente PuttenBij agendapunt: Ingekomen stukken - Raadsinformatiebrieven12.270 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Invasieve exoten gemeente Putten

Aziatische duizendknopen, reuzenberenklauw, reuzenbalsemien, ambrosia en waterwaaier

Gemeente Putten

defininief

Zuiderzeelaan 53 8017 JV Zwolle T 0384236464 E info@ecogroen.nl

Invasieve exoten gemeente Putten

I www.ecogroen.nl

Aziatische duizendknopen, reuzenberenklauw, reuzenbalsemien, ambrosia en waterwaaier

19-267

1 maart 2021

defininief

J. (Jonathan) Filius & A. (Adriaan) de Gelder

A. (Astrid) van Teeffelen

Gemeente Putten

© Ecogroen bv Alles uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt, mits onder vermelding van bron en status. Filius, J. & A. de Gelder (2021). Invasieve exoten gemeente Putten. Aziatische duizendknopen, reuzenberenklauw, reuzenbalsemien, ambrosia en waterwaaier. Rapport 19-267. Ecogroen bv Zwolle.

Inhoud 1.

Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Doelstelling 1.3 Uitgangspunten 1.4 Invasieve exoten 1.5 Leeswijzer

1 1 1 1 2 3

2.

Wet- en regelgeving 2.1 Europese wet- en regelgeving 2.2 Nederlandse wet- en regelgeving 2.3 Provinciaal beleid 2.4 Uitvoering op gemeentelijk niveau

4 4 4 5 6

3.

Plan van Aanpak duizendknoop 3.1 Evaluatie huidige aanpak 3.2 Verspreiding 3.3 Bestrijdingsstrategieën 3.4 Geadviseerde aanpak

7 7 8 10 11

4.

Strategie overige invasieve exoten 4.1 Ambrosia 4.2 Hemelboom 4.3 Reuzenbalsemien 4.4 Reuzenberenklauw 4.5 Waterwaaier en andere invasieve waterplanten

15 15 15 17 17 18

5.

Algemene beheerprincipes 5.1 Preventie

19 19

6.

Monitoring 6.1 Monitoring 6.2 Registratie data

22 22 22

7.

Communicatie 7.1 Interne communicatie 7.2 Communicatie met particulieren 7.3 Communicatie met andere terreineigenaren

23 23 24 25

8.

Actiepunten

26

9.

Geraadpleegde bronnen

27

Bijlagen Bijlage 1 – Overzichtskaart: Groeilocaties Aziatische duizendknoop

Bijlage 2 – Overzichtstabel: Groeilocaties Aziatische duizendknoop Bijlage 3 – Bestrijdingsmethoden Aziatische duizendknoop Bijlage 4 – Overzichtskaart: Overige exoten Bijlage 5 – Exceltabel: complete dataset Invasieve exoten (separaat) Bijlage 6 – GIS data: complete dataset Invasieve exoten (separaat)

1. Inleiding 1.1 Aanleiding Invasieve exoten kunnen een grote impact hebben op hun omgeving. Om deze reden is sinds 2014 een Europese verordening (Europese Unie, 2014) van kracht met een lijst schadelijke exotische planten en dieren (Europese Unie, 2019). Provincie Gelderland is verantwoordelijk voor het handelen van haar gemeenten conform wet- en regelgeving met betrekking tot invasieve exoten. Hiervoor heeft de provincie financiële middelen beschikbaar gesteld: Gemeenten kunnen bij de provincie subsidie aanvragen voor het opstellen van een gebiedsplan voor de aanpak van invasieve exoten. De gemeente Putten heeft een dergelijke subsidie aangevraagd en vervolgens Ecogroen gevraagd om dit gebiedsplan op te stellen. Voorliggend rapport is het resultaat van dit project. Met het gebiedsplan wil gemeente Putten het probleem en de oplossingen rond invasieve exoten in kaart brengen.

1.2 Doelstelling De aanpak van Aziatische duizendknopen (hierna duizendknoop) staat centraal in het gebiedsplan. Daarnaast worden reuzenberenklauw, reuzenbalsemien, ambrosia, hemelboom en waterwaaier besproken. De door Gelderland aangewezen soorten Canadese en late guldenroede worden buiten beschouwing gelaten1. Het gebiedsplan kent de volgende specifieke doelstellingen: 1. Het in beeld brengen van groeiplaatsen van duizendknoop, reuzenberenklauw, reuzenbalsemien, hemelboom en waterwaaier binnen de gemeentegrenzen van Putten; 2. Evaluatie huidige aanpak bestrijding exoten; 3. Presenteren van alternatieve methoden voor bestrijding van duizendknoop; 4. Het stimuleren van samenwerking en communicatie met bewoners, andere terreineigenaren en omliggende gemeenten; 5. Het presenteren van algemene beheerprincipes om verdere verspreiding van invasieve exoten te voorkomen.

1.3 Uitgangspunten Het gebiedsplan is hoofdzakelijk bedoeld als kader waarbinnen de gemeente dient te opereren. Hierbij worden onderstaande uitgangspunten gehanteerd. Het gebiedsplan is een levend document dat naar gelang nieuwe inzichten beschikbaar komen, geactualiseerd kan worden. • In dit plan van aanpak worden onder de noemer ‘invasieve exoten’ alleen plantensoorten bedoeld. • In dit gebiedsplan worden onder de noemer ‘duizendknoop’ alle drie de soorten Aziatische duizendknoop bedoeld2. ________________________________________________________________________________ 1 Cultivars van deze soorten zijn in het verleden aangeplant. De gemeente ervaart de soort niet als invasief. 2

Japanse duizendknoop (Fallopia japonica), Sachalinse duizendknoop (F. Sachelensis) en Boheemse duizendknoop (F. x bohemica)

Invasieve exoten gemeente Putten

01

• Een succesvolle aanpak van invasieve exoten in gemeente Putten vraagt om een planmatige aanpak. Deze planmatige aanpak bestaat uit twee onderdelen: – Een op de soort en groeiplaats afgestemde bestrijdingsstrategie. – Een op invasieve exoten afgestemd gemeentelijk groenbeheer en -beleid volgens een aantal algemene beheerprincipes. Beide onderdelen zijn uitgewerkt in het gebiedsplan. • Als ambitieniveau voor de aanpak van duizendknoop op gemeentegrond is ‘volledig verwijderen’ gehanteerd. • In de praktische uitwerking van dit gebiedsplan is uitgegaan van bekende groeiplaatsen van duizendknoop. Niet uit te sluiten is dat in de nabije toekomst nieuwe groeiplaatsen van deze soorten ontstaan binnen de gemeentegrenzen. • Bestrijding van invasieve exoten in Nederland staat nog in de kinderschoenen. Diverse methoden voor bestrijding zijn getest en geëvalueerd. Nieuwe methoden als afdekken en verstikken zijn veelbelovend maar bevinden zich nog in de experimentele fase. Met deze (on)zekerheden is rekening gehouden bij de keuze in bestrijdingsmethoden.

1.4 Invasieve exoten Planten en dieren die niet van nature in Nederland voorkomen en door menselijk handelen in Nederland terecht gekomen zijn, worden exoten genoemd. Ze kunnen schadelijk zijn voor de natuur, bijvoorbeeld omdat ze zich snel vermeerderen. Daarnaast kunnen ze negatieve gevolgen hebben voor volksgezondheid, veiligheid en economie. Het gaat dan om de zogenoemde invasieve exoten (Ministerie van LNV, 2007). Om schade aan onder andere de natuur, infrastructuur, funderingen, watergangen en de mens te voorkomen is het zaak dat invasieve exoten aangepakt worden. In figuur 1.2 is schematisch weergegeven welke fases een invasieve exoot doorloopt vanaf introductie (fase 1) tot het moment van impact (duidelijk negatief effect) op de omgeving (fase 4). Naarmate een groeiplaats groter wordt neemt de impact op de omgeving toe. Daarmee stijgen ook de beheerkosten: een oude en grote groeiplaats kost meer tijd en geld om te bestrijden dan een kleine, recent gevestigde groeiplaats. De boodschap is dan ook: wacht niet te lang met bestrijden.

Invasieve exoten gemeente Putten

02

Figuur 1.2. Fasen introductieproces invasieve exoten.

1.5 Leeswijzer In Hoofdstuk 2 wordt de wet- en regelgeving betreffende invasieve exoten beschreven. Hoofdstuk 3 gaat in op de verspreiding van Aziatische duizendknopen binnen de gemeente Putten en welke bestrijdingsstrategie kan worden toegepast. Hoofdstuk 4 geeft een handelingskader voor overige invasieve exoten. In hoofdstuk 5 wordt beschreven hoe de gemeente zal handelen ten aanzien van monitoring. Hoofstuk 6 biedt handvatten voor communicatie en samenwerking richting inwoners en terreineigenaren. In hoofdstuk 7 is beschreven hoe verdere uitbreiding van invasieve exoten binnen de gemeente kan worden voorkomen. Ten slotte worden in hoofdstuk 8 alle acties die in het gebiedsplan zijn beschreven kort samengevat in een overzicht. In hoofdstuk 9 staat een overzicht van de gebruikte bronnen voor totstandkoming van dit gebiedsplan.

Invasieve exoten gemeente Putten

03

2. Wet- en regelgeving 2.1 Europese wet- en regelgeving Sinds 22 oktober 2014 geldt binnen de Europese Unie een verordening (EU-verordening 1143/2014) met als doel de introductie, verspreiding en impact van invasieve exoten in Europa te beperken (Europese Unie, 2014). Op grond van de verordening is de Europese Unielijst invasieve exoten aangenomen met daarop ‘invasieve exoten van EU-belang’, waarvoor een import-, handels- en bezitsverbod geldt. Op basis van risicobeoordeling kunnen soorten aan de lijst worden toegevoegd, of er weer afgehaald worden. De laatste aanvulling dateert van juli 2019 (Europese Unie, 2019). Centraal in deze verordening staat een lijst met soorten waarvan de negatieve effecten zodanig zijn, dat gezamenlijk optreden van de lidstaten van de Europese Unie gewenst is. De commissie IAS (Invasive Alien Species), waarin alle lidstaten zijn vertegenwoordigd, beoordeelt of een soort op de Unielijst behoort. Een soort (plant of dier) dient aan alle volgende vijf criteria te voldoen. De soort: 1. is (bewezen) uitheems, 2. kan in “het gastland” een levensvatbare populatie vormen, 3. kan zich daar, nu en in de toekomst verspreiden / uitbreiden, 4. heeft nadelige gevolgen voor (lokale) biodiversiteit, ecosysteemdiensten, gezondheid of economie, en 5. vereist EU-coördinatie om de introductie, vestiging en / of verdere verspreiding te voorkomen.

De Europese Unie heeft 68 soorten aangewezen als invasieve exoot (Europese Unie, 2019). Daarnaast zijn nog vele andere invasieve exoten die niet op deze lijst staan, maar wel problemen veroorzaken. Deze invasieve exoten staan (nog) niet op de Unielijst, vanwege gebrek aan onderzoek en informatie. De Europese Commissie laat momenteel (gestart in 2019) een risicobeoordeling uitvoeren voor verschillende Aziatische duizendknopen om te bepalen of deze op de Unielijst moet komen. De verwachting is dat Aziatische duizendknopen binnen twee jaar op de Unielijst kunnen staan.

2.2 Nederlandse wet- en regelgeving Nederland heeft sinds 2007 beleid voor de aanpak van invasieve exoten (Ministerie van LNV, 2007), voortvloeiend uit het Biodiversiteitsverdrag. De Partijen van het Biodiversiteitsverdrag (CBD) - waaronder Nederland - hebben vastgesteld dat invasieve exoten, na habitatverlies en overexploitatie, de grootste bedreiging voor biodiversiteit vormen (CBD, 2002). Het Rijk heeft in 2018 met een ministeriële regeling in het kader van de Wet natuurbescherming de verantwoordelijkheid voor de bestrijding van het merendeel van de aangewezen soorten overgedragen aan de provincies (Min LNV, 2018). Daarbij zijn Gedeputeerde Staten verantwoordelijk voor het zoveel mogelijk terugdringen van het aantal soorten en voor de communicatie over de eliminatie- en beheer(s)maatregelen.

Invasieve exoten gemeente Putten

04

In opdracht van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, Bureau Risicobeoordeling & onderzoeksprogrammering van het Ministerie van Economische Zaken (kortweg BuRo) is onderzoek verricht naar wetenschappelijke onderbouwing voor het Nederlandse standpunt over plaatsing van soorten op de Unielijst (Verbrugge et al, 2015). Mede naar aanleiding van resultaten uit dat onderzoek is advies verstrekt aan het Ministerie van EZ over mogelijke uitbreiding van de Unielijst. Aziatische duizendknopen zijn niet in het advies vermeld (Opperhuizen, 2016). In 2020 is er opnieuw een advies uitgebracht door BuRo waarin wordt geadviseerd Aziatische duizendknopen aan te dragen voor opname op de Unielijst (Opperhuizen, 2020). In de Wet natuurbescherming worden de termen exoten en invasieve exoten specifiek genoemd (art. 1.1.1 Wnb; Overheid, 2020). Artikel 3.19 beschrijft de kern voor de aanpak van invasieve exoten: “Onze Minister wijst -in overleg met betreffende Gedeputeerde Staten (GS)- invasieve exoten aan die in het belang van de bescherming van de wilde flora en fauna of de instandhouding van natuurlijke habitats door of in opdracht van GS worden bestreden. Gedeputeerde Staten kunnen opdracht verlenen tot het beheren van populaties van invasieve uitheemse planten (art. 3.19 lid 4) of dieren (art, 3.12 lid 10 en art.

3.18 lid 4).” In artikel 3.34 staat vervolgens: “Het is verboden om exoten - behorende tot bij algemene maatregel van bestuur aangewezen plantensoorten - te planten of te zaaien”. Verder zijn in paragraaf 3.8 van de Wet natuurbescherming (artikelen 3.36 t/m 3.40) en in titel 3.5 van het Besluit natuurbescherming (artikelen 3.31 en 3.32) regels opgenomen voor de omgang met invasieve exoten. Landelijk is er een onderscheid gemaakt tussen: • Uitroeibare soorten: exoten die zich al in ons land hebben gevestigd, maar nog op één of enkele locaties voorkomen. Dergelijke soorten kunnen met de nodige inspanningen nog volledig worden uitgeroeid, zoals de pallas’ eekhoorn, huiskraai en kleine waterteunisbloem (Artikel 17-soorten). • Beheersbare soorten: deze exoten hebben zich in ons land gevestigd en zijn inmiddels zo wijdverspreid dat volledige uitroeiing in heel Nederland niet meer tot de mogelijkheden behoort. Het gaat om onder andere reuzenberenklauw en reuzenbalsemien (Artikel 19-soorten). Op 7 maart 2018 is in de Regeling natuurbescherming artikel 3.30a toegevoegd (Min EZ, 2018). Dit artikel heeft betrekking op de aanwijzing van door de provincies te bestrijden invasieve uitheemse soorten.

De aangewezen soorten (9 zoogdieren, 4 vogels, 2 vissoorten, 2 reptielen, 1 insecten en 13 terrestrische plantensoorten en 10 aquatische plantensoorten, zie bijlage 2 van de regeling) betreffen echter een beperkte afgeleide van de Unielijst. Qua terrestrische planten dienen wel de soorten kudzu, Perzische berenklauw, Sosnowsky’s berenklauw, struikaster, schijnambrosia en gestekelde duizendknoop actief bestreden te worden. De te bestrijden lijst met waterplanten bestaat uit: grote waternavel, kleine waterteunisbloem, moeraslantaarn, parelvederkruid, verspreidbladige en smalle waterpest, waterhyacint, waterteunisbloem en waterwaaier.

2.3 Provinciaal beleid De Ministeriële Regeling (Min LNV, 2018) is op provinciaal niveau vastgelegd in het besluit Regels Ruimte voor Gelderland (Provincie Gelderland, 2016 en 2019) en in het ‘Plan van Aanpak Invasieve Exoten Gelderland’ (Provincie Gelderland, 2018). Het ‘plan van aanpak’ beschrijft onder andere hoe exotenbeleid gedecentraliseerd is en waar verantwoordelijkheden liggen. Verder wordt – met het oog op behoud van

Invasieve exoten gemeente Putten

05

biodiversiteit – uitgewerkt of er voor nog meer soorten dan de al op Europees niveau aangewezen soorten, maatregelen getroffen moeten worden. Tevens worden maatregelen beschreven voor de bestrijding van soorten die al wijdverspreid zijn in de provincie Gelderland. Tenslotte worden maatregelen geschetst om de bewustwording bij burgers te vergroten. De provincie wil stimuleren dat provinciaal beleid wordt geïmplementeerd op beleidsniveau van haar terreineigenaren. Sinds mei 2019 biedt de Provincie Gelderland daarom, middels het besluit Regels voor Ruimte, de mogelijkheid subsidie aan te vragen voor het opstellen van een gebiedsplan voor de bestrijding van Aziatische duizendknopen, Canadese en late guldenroede, reuzenbalsemien, reuzenberenklauw en zonnebaars (Provincie Gelderland, 2016 en 2019).

2.4 Uitvoering op gemeentelijk niveau Gemeenten zijn verplicht de nu in de Regeling natuurbescherming en provinciale regelgeving genoemde soorten te beheersen. Voor soorten die wijdverspreid zijn is het van belang dat deze soorten lokaal worden bestreden, verdere verspreiding wordt voorkomen, schade wordt beperkt of een willekeurige combinatie hiervan. Ten aanzien van Aziatische duizendknopen zijn gemeenten nog niets verplicht. Gezien de mogelijke toekomstige verplichtingen ten opzichte van Aziatische duizendknopen en de grote potentiële schade die deze soorten kunnen aanrichten wordt door provincie Gelderland geadviseerd om juist deze soorten actief te bestrijden. Vanuit het oogpunt van kosten-efficiëntie is het verstandig om hier per direct mee te starten. Langer wachten geeft reeds aanwezige (groeiplaatsen van) soorten de gelegenheid zich uit te breiden wat uiteindelijk voor hogere beheerskosten zorgt.

Invasieve exoten gemeente Putten

06

3. Plan van Aanpak duizendknoop 3.1 Evaluatie huidige aanpak Tot op heden bestrijdt gemeente Putten met name groeiplaatsen van duizendknoop. Andere invasieve exoten zorgen binnen de gemeente voor minder overlast en worden incidenteel bestreden. Wanneer nieuwe locaties van bijvoorbeeld reuzenberenklauw worden gemeld, wordt er actie ondernomen. Reuzenbalsemien, hemelboom en waterwaaier pakt de gemeente op dit moment niet aan. Zie Hoofdstuk 4 Strategie overige invasieve exoten voor verdere uitleg rondom de aanpak van deze soorten. Bestrijding van exoten wordt op dit moment uitgevoerd binnen het regulier budget voor groenbeheer. Locaties waar duizendknoop op grond van de gemeente groeit worden sinds 2018 door een aannemer behandeld met het bestrijdingsmiddel glyfosaat. De gemeentelijk groenbeheerder is verantwoordelijk voor de aansturing van de aannemer. In het voorjaar wordt stengelbehandeling toegepast en in het najaar wordt zowel bladbehandeling als stengelbehandeling toegepast. Groeiplaatsen nabij oppervlaktewater worden alleen behandeld wanneer deze droogliggen. Omdat er nog veel onduidelijkheid is rondom het gebruik van glyfosaat en de effecten ervan op de natuur (zie kader 1.1) en omdat er voldoende alternatieve bestrijdingsmethoden zijn, wil de gemeente waar mogelijk inzetten op bestrijdingsmethoden die geen gebruik maken van chemische middelen.

Kader 1.1 Toepassing glyfosaat Glyfosaat ook wel bekend als RoundUp is een onkruidbestrijdingsmiddel. In de landbouw wordt Glyfosaat toegepast voor de bestrijding van onkruid op akkers, het verwijderen van stoppels na de oogst en het doodspuiten van grasland. Bij de bestrijding van duizendknoop worden drie toepassingsmethoden onderscheiden: bladbehandeling, stobbenbehandeling en stengelinjectie. Risico’s Het is bekend dat glyfosaat schadelijk kan zijn voor mens en milieu. Door gebruik van het bestrijdingsmiddel kunnen er resten van het middel terechtkomen in de bodem en het oppervlakte- en grondwater. Glyfosaathoudende middelen werken niet selectief en kunnen dus planten, struiken en bomen die met het middel in contact komen (rechtstreeks of na overwaaien) ernstig beschadigen of doden. Hierdoor kunnen kwetsbare en waardevolle soorten verloren gaan. Ook is aangetoond dat kikkers, amfibieën en vissen schade ondervinden van het middel doordat het (via het grondwater) in het oppervlaktewater terecht komt (Relvea, 2005). Maar ook voor bestuivers zoals bijen en andere insecten ondervinden schade van het middel (Motta & Moran, 2018). Onzekerheden en effectiviteit Na behandeling met glyfosaat (alle drie de toepassingsmethoden) lijkt bij Aziatische duizendknopen ‘dwerggroei’ te ontstaan (dunne stengels), wat een volgende behandeling met glyfosaat (injecteren/smeren) lastiger maakt.

Een combinatie met handmatig uitsteken of uittrekken lijkt dan nuttig. Stengelinjectie geeft het beste resultaat, de andere type behandelingen zijn matig effectief. Het lijkt een effectieve methode om groeiplaatsen te beheersen maar als de behandeling te snel wordt beëindigd, groeien wortels weer uit tot nieuwe groeiplaatsen. Behandeling met glyfosaat wordt niet (kosten)efficiënter geacht dan andere alternatieve methoden (Probos, 2017). Wet- en regelgeving Wet- en regelgeving rondom glyfosaat is in ontwikkeling. Sinds 31-3-2016 geldt een verbod op professioneel gebruik van alle gewasbeschermingsmiddelen (ook die op basis van glyfosaat) op verhardingen buiten de landbouw. Sinds 1-11-2017 geldt het verbod ook voor gebruik op onverharde terreinen buiten landbouw. Eén van de uitzonderingen geldt voor bestrijding van duizendknoop. Hiervoor mogen, mits pleksgewijs, gewasbeschermingsmiddelen worden ingezet. De EU-Richtlijn geeft aan dat wanneer alternatieve niet-chemische bestrijding mogelijk is, deze manier van bestrijding voorrang gegeven moet worden. Tot 2022 is het in de Europese Unie toegestaan om het middel te gebruiken. Daarna wordt middels een herbeoordeling opnieuw besloten of glyfosaat gebruikt mag worden.

Invasieve exoten gemeente Putten

07

Weerstand burgers Het gebruik van Glyfosaat kan mogelijk voor negatieve beeldvorming zorgen omdat het gebruik ervan omstreden is. Openheid en transparantie rondom het gebruik van Glyfosaat is daarom van belang.

Voor het monitoren van duizendknoop in de gemeente is een vrijwilliger actief die waarnemingen meldt bij de gemeente. Nieuwe groeilocaties van duizendknoop worden ook regelmatig gemeld via een meldingsplatform op de website van de gemeente. De gemeente wil de informatievoorziening en communicatie rondom duizendknoop uitbreiden om meer bewustzijn onder bewoners te creëren. Op dit moment heeft de gemeente nog geen actie ondernomen om terreineigenaren en particulieren binnen de gemeente te stimuleren om duizendknoop aan te pakken. Op enkele locaties zijn particulieren wel op eigen initiatief tot bestrijding over gegaan (waarnemingen van Ecogroen in het veld). De gemeente gaat op zoek naar samenwerking met particulieren om groeilocaties op grensgebieden (tussen particuliere grond en gemeentegrond) te bestrijden. Er is op dit moment geen samenwerking met andere terreineigenaren (zoals Rijkswaterstaat, ProRail, Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer) om de duizendknoopproblematiek gezamenlijk aan te pakken. De gemeente geeft aan dat contact met grote organisaties als ProRail en Rijkswaterstaat moeizaam verloopt en er weinig tot geen bestrijding op de terreinen van deze organisaties binnen de gemeentegrenzen plaatsvindt. Contact met deze partijen komt niet tot stand.

De gemeente gaat onderzoeken of ze, samen met andere gemeenten, een gezamenlijk geluid naar Rijkwaterstaat en ProRail kunnen sturen om ze aan te sporen tot meer actie (zie Hoofdstuk 6 Communicatie).

3.2 Verspreiding De verspreiding van duizendknoop binnen de gemeentegrenzen is in kaart te gebracht op basis van bij de gemeente bekende gegevens. Veel groeiplaatsen van duizendknoop zijn reeds lange tijd bekend bij de gemeente. Daarnaast zijn de laatste jaren frequent nieuwe groeiplaatsen gemeld door particulieren. Al die meldingen zijn eerder al verzameld en digitaal op kaart gezet door een vrijwilliger. Voor dit gebiedsplan is ter controle van de door de gemeente aangeleverde gegevens de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF, 2020) geraadpleegd op waarnemingen van duizendknoop binnen de gemeente Putten van de afgelopen 10 jaar. De bekende gegevens zijn gebruikt als vertrekpunt voor een veldinventarisatie om een volledig beeld te krijgen van de huidige situatie. Tijdens het veldbezoek op dinsdag 19 mei 2020 zijn alle bekende locaties nagelopen. Met behulp van een GPS-apparaat zijn de oppervlaktes met duizendknoop ingetekend in een mobiele applicatie. Daarbij is informatie opgenomen over de stengeldichtheid aan de hand van de volgende categorieën: laag (< 15 stengels per m2), middel (15-25 stengels per m2), hoog (> 25 stengels per m2). In totaal zijn 43 groeiplaatsen bezocht en ingetekend. Later zijn nog zeven nieuwe locaties door de gemeente aangeleverd. Deze zijn niet geïnventariseerd door Ecogroen maar ingetekend op basis van de door de gemeente aangeleverde gegevens.

De locaties zijn weergegeven in figuur 3.1 en Bijlage 1 en Bijlage 2. Op de kaart zijn ook de bekende groeilocaties op terrein van Staatsbosbeheer en de gemeente Barneveld weergegeven. Deze data

Invasieve exoten gemeente Putten

08

is door Ecogroen verzameld tijdens andere projecten in 2020 en heeft toestemming deze gegevens te delen.

Figuur 3.1 Bekende groeilocaties van Aziatische duizendknopen binnen de gemeentegrenzen van Putten (rode stippen), op terrein van Staatsbosbeheer (groen) en op grond van gemeente Barneveld (blauw). Bron kaartondergrond: PDOK.

De groeiplaatsen liggen voornamelijk in (weg)bermen, langs taluds van watergangen of grenzend aan terrein van derden (hoofdzakelijk particulieren). De groeiplaatsen variëren van kleine oppervlakten met enkele scheuten (1 – 25 m2, zie figuur 3.2) tot grote oppervlakten met een vlakdekkende begroeiing (tot 500 m2, zie figuur 3.3.). De kleinere groeiplaatsen liggen met name op gemeentegrond terwijl de grotere groeiplaatsen zich veelal op terrein van andere eigenaren zoals ProRail en de provincie Gelderland bevinden.

Invasieve exoten gemeente Putten

09

Alle gegevens zijn verzameld in een database in een GIS omgeving. Deze database is beschikbaar gesteld aan gemeente Putten. De gemeente actualiseert deze database bij aanmelding van nieuwe groeiplaatsen en afvallen van bestaande groeiplaatsen door succesvolle bestrijding.

Figuur 3.2 Kleine groeiplaatsen met enkele scheuten op gemeentegrond. Foto’s: Ecogroen

Figuur 3.3 Groeiplaatsen met vlakdekkende begroeiing van duizendknoop. Links op terrein van ProRail en Natuurmonumenten, rechts deels op particulier terrein en deels op grond van de Provincie. Foto’s: Ecogroen.

3.3 Bestrijdingsstrategieën Aan elke individuele groeiplaats is op basis van de huidige staat van de groeiplaats, de oppervlakte, de stengeldichtheid en terreinkenmerken (ligging op talud, aanwezigheid van bomen, etc.) een bestrijdingsstrategie gekoppeld. Er worden vier strategieën onderscheiden: • Eliminatie groeiplaatsen – Geïsoleerde groeiplaatsen met een klein oppervlak maar hoge dichtheid worden uitgegraven of ontworteld om de groeiplaats zo volledig te elimineren (zie Bijlage 3). • Uitputten groeiplaatsen – Groeiplaatsen met een klein oppervlak en een lage dichtheid worden door middel van handmatig uitsteken/uittrekken uitgeput. Het uitsteken wordt 4 keer per groeiseizoen (april – oktober) herhaald (zie Bijlage 3).

Invasieve exoten gemeente Putten

10

• Monitoren – Groeiplaatsen die reeds behandeld zijn en waar duizendknoop niet meer aanwezig is, worden jaarlijks gemonitord op hergroei. Wanneer hergroei wordt geconstateerd, wordt bestrijding opnieuw ingezet (zie Hoofdstuk 6 Monitoring). • Communicatie – Groeiplaatsen die op terrein van andere terreinbeheerders liggen worden niet bestreden door de gemeente. Hier wordt ingezet op communicatie om de verantwoordelijke partijen aan te zetten tot bestrijding (zie Hoofdstuk 7 Communicatie).

3.4 Geadviseerde aanpak Op basis van eigendom zijn groeilocaties onderverdeeld in vier categorieën: gemeente, gemeente/particulier, particulier en andere terreineigenaren. Voor groeiplaatsen die zich volledig op gemeentegrond bevinden of gedeeltelijk op gemeentegrond en grond van particulieren is de ambitie om duizendknoop te elimineren. Voor groeiplaatsen gelegen buiten gemeente-eigendom wil de gemeente particulieren en andere terreinbeheerders stimuleren om tot bestrijding of beheersing van de groeiplaatsen te komen en/of om verspreiding (naar gemeentegrond) te voorkomen. Hieronder wordt per categorie van eigendom de huidige situatie, de huidige aanpak en de geadviseerde strategie uiteengezet. In Bijlage 1 is een kaart opgenomen met de locatie van de groeiplaatsen.

Gemeente Er zijn tot op heden twintig groeilocaties bekend die zich uitsluitend op eigendom van de gemeente bevinden (zie tabel 3.1). Op deze locaties wordt ingezet op het volledig verwijderen van duizendknoop. Omdat er relatief veel locaties zijn met de combinatie van klein oppervlak en lage dichtheid aan duizendknoop stengels wordt eliminatie op deze locaties haalbaar en betaalbaar geacht. Geadviseerd wordt om bestrijding met glyfosaat te vervangen door de in tabel 3.1 voorgeschreven bestrijdingsmethode. Uitleg over de geadviseerde methode is te vinden in Bijlage 3.

Invasieve exoten gemeente Putten

11

Tabel 3.1 Overzicht van groeilocaties op gemeentegrond met geadviseerde strategie en methode. De dichtheden zijn opgedeeld in drie categorieën: laag (< 15 stengels per m2), middel (15-25 stengels per m2), hoog (> 25 stengels per m2). Groeiplaats

Dichtheid

Oppervlakte (m2)

Huidige methode

Strategie

Methode

Glyfosaat

Elimineren

Uitgraven/ontwortelen

1

Geen

Uitputten

Uitsteken

middel

1

Geen

Uitputten

Uitsteken

laag

524

Geen

Uitputten

Uitsteken

8

laag

31

Glyfosaat

Uitputten

Uitsteken

12

middel

31

Glyfosaat

Uitputten

Uitsteken

19

verdwenen

3

Glyfosaat

Monitoring

n.v.t.

34

verdwenen

6

Glyfosaat

Monitoring

n.v.t.

36

laag

10

Glyfosaat

Uitputten

Uitsteken

37

midden

27

Glyfosaat

Uitputten

Uitsteken

38

verdwenen

8

Glyfosaat

Monitoring

n.v.t.

41

verdwenen

0

Glyfosaat

Monitoring

n.v.t.

42

laag

42

Glyfosaat

Uitputten

Uitsteken

1

middel

152

2

laag

3 6

43

laag

37

Glyfosaat

Uitputten

Uitsteken

44*

-

31

Glyfosaat

Uitputten

Uitsteken

45*

-

345

Glyfosaat

Elimineren

Uitgraven/Ontwortelen

46*

-

13

Glyfosaat

Uitputten

Uitsteken

47*

-

8

Glyfosaat

Uitputten

Uitsteken

48*

-

14

Glyfosaat

Uitputten

Uitsteken

49*

-

40

Glyfosaat

Elimineren

Uitgraven/Ontwortelen

* Locaties die niet zijn bezocht tijdens de inventarisatie omdat deze later door de gemeente zijn aangedragen. Oppervlaktes zijn geschat aan de hand van de aangeleverde gegevens. Informatie over de dichtheid ontbreekt voor deze locaties.

Gemeente en particulieren Op twaalf locaties bevindt zich duizendknoop die zowel op gemeentegrond als particulier eigendom groeit (zie tabel 3.2). De gemeente zet in op eliminatie van deze groeiplaatsen. Geadviseerd wordt om bestrijding met glyfosaat te vervangen door de in tabel 3.2 voorgeschreven bestrijdingsmethode. Tabel 3.2 Overzicht van groeilocaties op zowel gemeentegrond en particuliere met geadviseerde strategie en methode. De dichtheden zijn opgedeeld in 3 categorieën: laag (< 15 stengels per m2), middel (15-25 stengels per m2), hoog (> 25 stengels per m2). Groeiplaats

Dichtheid

Oppervlakte (m2)

11

laag

3

Huidige methode Glyfosaat

Uitputten

Uitsteken

13

laag

13

Glyfosaat

Uitputten

Uitsteken

16

laag

35

Geen

Elimineren

Uitgraven/ontwortelen

17

hoog

37

Glyfosaat

Elimineren

Uitgraven/ontwortelen

18

laag

2

Glyfosaat

Uitputten

Uitsteken

22

laag

2

Glyfosaat

Uitputten

Uitsteken

24

verdwenen

21

Glyfosaat

Monitoring

n.v.t.

26

laag

54

Glyfosaat

Uitputten

Uitsteken

26

middel

179

Glyfosaat

Elimineren

Uitgraven/ontwortelen

27

middel

54

Glyfosaat

Monitoring

n.v.t.

27

verdwenen

129

Glyfosaat

Monitoring

n.v.t.

33

verdwenen

67

Glyfosaat

Monitoring

n.v.t.

Invasieve exoten gemeente Putten

Strategie

Methode

12

Om te voorkomen dat duizendknoop zich opnieuw uitbreidt vanaf particulier eigendom naar gemeentegrond dient de gehele groeiplaats te worden bestreden. Samenwerking en afstemming met particulieren is daarom essentieel. Op de locaties waar de bestrijding met glyfosaat is ingezet en waar de duizendknoop (nagenoeg) is verdwenen monitort de gemeente regelmatig op hergroei (zie hoofdstuk 6 Monitoring). Voor locaties waar nog geen bestrijdingsmethoden zijn ingezet of waar bestrijding met Glyfosaat duizendknoop nog niet geheel heeft verwijderd, past de gemeente een alternatieve bestrijdingsmethode toe zoals vermeld in tabel 3.2. De gemeente neemt de leiding in het bestrijden van de duizendknoop maar betrekt bewoners bij het proces (zie hoofdstuk 7 Communicatie).

Particulieren Er zijn 13 locaties bekend waar duizendknoop volledig op terrein van particulieren groeit (zie tabel 3.3). Tabel 3.3 Overzicht van groeilocaties op terrein van particulieren met geadviseerde strategie en methode. De dichtheden zijn opgedeeld in 3 categorieën: laag (< 15 stengels per m2), middel (15-25 stengels per m2), hoog (> 25 stengels per m2). Groeiplaats

Dichtheid

Oppervlakte (m2)

Huidige bestrijdingsmethode

Strategie

Methode

5

verdwenen

3

Glyfosaat

Monitoring

Monitoring

7

laag

1

Geen

Communicatie

Uitsteken

9

laag

13

Geen

Communicatie

Uitsteken

10

middel

25

Geen

Communicatie

n.v.t.

15

hoog

2

Geen

Communicatie

Elimineren

20*

onbekend

34

Geen

Communicatie

n.v.t.

21

laag

35

Geen

Communicatie

n.v.t.

23

hoog

237

Geen

Communicatie

n.v.t.

28

midden

32

Geen

Communicatie

n.v.t.

28

midden

40

Geen

Communicatie

n.v.t.

29

laag

27

Geen

Communicatie

Uitsteken

32

middel

31

Geen

Communicatie

n.v.t.

39

verdwenen

5

Geen

Monitoring, communicatie

n.v.t.

* Locatie niet bereikbaar

De gemeente is in principe niet verantwoordelijk voor de bestrijding op deze locaties. Om verspreiding en uitbreiding van duizendknoop van particulier eigendom naar gemeentegrond te voorkomen stimuleert de gemeente grondeigenaren om de groeiplaatsen aan te pakken. Hierbij wordt een communicatiestrategie toegepast (zie hoofdstuk 7 Communicatie).

Andere terreineigenaren Er bevinden zich binnen de gemeente een aantal groeilocaties waar andere terreineigenaren verantwoordelijk voor zijn (ProRail, Natuurmonumenten, Provincie en het Waterschap). Een aantal van deze locaties zijn groot in omvang en liggen op locaties waar bestrijding gecompliceerd en kostbaar is. Deze locaties moeten individueel beoordeeld worden. Wanneer tot bestrijding wordt overgegaan dient voor elk van deze locaties een plan van aanpak geschreven te worden. In tabel 3.4 is een overzicht opgenomen van de groeilocaties die zich op terrein van andere organisaties bevinden en welke (bestrijdings)strategie kan worden toegepast.

Invasieve exoten gemeente Putten

13

Tabel 3.4 Overzicht van groeilocaties op grond van andere terreineigenaren met geadviseerde strategie en methode. De dichtheden zijn opgedeeld in 3 categorieën: laag (< 15 stengels per m2), middel (15-25 stengels per m2), hoog (> 25 stengels per m2). Groeiplaats

Dichtheid

Oppervlakte (m2)

Huidige bestrijdingsmethode

Strategie

Methode

40

laag

17

Geen

Monitoring

Uitsteken

50*

onbekend

345

Geen

Communicatie

Nader uit te werken**

4

verdwenen

1

Glyfosaat

Monitoring

Uitsteken

14

verdwenen

4

Glyfosaat

Monitoring

Uitsteken

25

hoog

671

Geen

Communicatie

Nader uit te werken**

30

laag

2

Geen

Communicatie

Uitsteken

31

hoog

530

Geen

Communicatie

Nader uit te werken**

35

hoog

277

Geen

Communicatie

Nader uit te werken**

* Locatie die niet is bezocht tijdens de inventarisatie omdat deze later door de gemeente is aangedragen. De oppervlakte is geschat aan de hand van de aangeleverde gegevens. Informatie over de dichtheid ontbreekt voor deze locatie. ** Voor deze locatie moet de bestrijdingsstrategie nader worden uitgewerkt in een plan van aanpak.

De gemeente heeft de ambitie de desbetreffende grondeigenaren tot actie te bewegen. Het is aannemelijk dat als deze groeiplaatsen niet worden aangepakt, deze zich uitbreiden; op termijn ook naar gemeentegrond. Langs (spoor)wegbermen is het verspreidingsrisico hoog. Deze lange lijnvormige trajecten worden regelmatig gemaaid (met een klepelmaaier) wat het risico op verspreiding verhoogd. Scheuten en worteldelen kunnen in maaimachines achterblijven en zo naar andere plekken worden getransporteerd waardoor nieuwe groeiplaatsen kunnen ontstaan. Deze scheuten en worteldelen kunnen ook op gemeentegrond terechtkomen. De gemeente ziet dit als een risico en wil daarom deze terreineigenaren aanzetten tot actie (zie hoofdstuk 7 Communicatie). De gemeente plaatst (piket)palen om de huidige verspreiding van duizendknoop te markeren. Hierdoor kan uitbreiding gemakkelijk worden gemonitord.

Invasieve exoten gemeente Putten

14

4. Strategie overige invasieve exoten Naast duizendknoop heeft de gemeente ook te maken met de invasieve exoten reuzenberenklauw, reuzenbalsemien, ambrosia, hemelboom en diverse waterplanten waaronder waterwaaier (zie kader 4.1 voor nadere soortinformatie). Binnen de gemeente zijn deze soorten op weinig plekken aanwezig (zie Bijlage 4). Wanneer ze wel aanwezig zijn, dan is dat vaak in lage dichtheden. Een inventarisatie door Ecogroen van deze soorten heeft niet plaatsgevonden. Bekende gegevens bij de gemeente en NDFF (2020) zijn gebruikt ter indicatie. Voor deze soorten geldt dat de gemeente de verspreiding en uitbreiding in de gaten houdt en direct actie onderneemt wanneer nieuwe vestiging van deze soorten wordt geconstateerd of gemeld. Reuzenbalsemien en hemelboom vormen hier een uitzondering op, deze soorten zijn aanwezig in de gemeente maar worden niet actief bestreden. In dit hoofdstuk wordt per soort de strategie die de gemeente hanteert uiteengezet en wordt aangegeven welke bestrijdingsmethoden kunnen worden ingezet.

4.1 Ambrosia Er zijn op het moment van schrijven weinig groeiplaatsen met ambrosia bekend bij de gemeente. Wanneer groeiplaatsen worden aangetroffen of gemeld zorgt de gemeente dat deze worden opgenomen in de database. Bij een klein aantal planten is de meest effectieve bestrijdingsmethode het handmatig uittrekken van de planten, met wortel en al. Het is belangrijk om dit te doen voordat de planten bloeien, zodat er geen pollen loskomen en de plant geen zaad kan vormen. Zaadzetting van ambrosia kan ook worden voorkomen door de planten te maaien. Het beste maaimoment is begin september. Staan de ambrosiaplanten op grasland, dan is 10 cm een goede maaihoogte. Het gras voorkomt vervolgens dat de ambrosiaplanten weer gaan groeien. Terreinen met kleine ambrosiaplanten kunnen worden afgedekt met een laag snoeiafval, hooi, gras, houtsnippers, etc. Hiermee wordt voorkomen dat ambrosiazaden kiemen en dat kleine planten verder kunnen groeien. Ambrosia doet het goed op terreinen met verstoorde grond, zoals bouwterreinen. Door braakliggende terreinen dicht in te zaaien met een gewas, zoals gras of een graangewas kan de groei van ambrosia voor een groot deel worden voorkomen.

4.2 Hemelboom De gemeente plant geen hemelboom (of cultivars van de soort) meer aan in gemeentelijk groen. De boom wordt niet verwijderd maar op termijn uitgefaseerd. Op plekken waar de boom ongewenst is, wordt deze verwijderd. Daarnaast wordt gemonitord of de boom zich uitzaait binnen de gemeente door te monitoren nabij bekende groeiplaatsen van hemelboom. Zaailingen moeten zo snel mogelijk met wortel en al worden verwijderd. De hele wortel moet verwijderd worden omdat afgebroken delen weer uit kunnen groeien tot een plant. Als de penwortel zich eenmaal heeft gevestigd, zijn de bomen lastig te verwijderen. Methoden als kappen en branden werken niet omdat de wortels die in de grond achterblijven veel uitlopers kunnen produceren. Bij mechanische verwijdering is daarom intensieve nacontrole noodzakelijk.

Invasieve exoten gemeente Putten

15

Kader 4.1 Soortinformatie invasieve exoten Ambrosia In Nederland komen twee soorten steeds vaker voor: alsemambrosia (Ambrosia artemisiifolia) en driedelige ambrosia (Ambrosia trifida). Het probleem van ambrosia ligt niet bij het verdringen van inheemse planten of dieren, maar bij gezondheidsrisico’s voor mensen. Ambrosia produceert veel allergene pollen (stuifmeel) in een periode waarin weinig andere allergene planten bloeien (eind augustus tot in oktober), waardoor het hooikoortsseizoen met twee maanden wordt verlengd. De allergische reacties bij mensen kunnen zeer heftig zijn wat soms tot ziekenhuisopname kan leiden. De pollen worden door de wind verspreid, kunnen dagenlang in de lucht blijven en honderden kilometers afleggen, afhankelijk van de windsnelheid. Hemelboom Hemelboom (Ailanthus altissima) is een 25 tot 30 meter hoge boom met lange bladeren die bestaan uit meerdere deelbladeren. De bast is glad en grijs met lengtestrepen. De soort is tweehuizig, dat wil zeggen dat er mannelijke en vrouwelijke bomen zijn. In het verleden zijn vooral vrouwelijke bomen aangeplant, omdat mannelijke bloemen onaangenaam zouden ruiken. De boom is voornamelijk aangeplant in stedelijk gebied. Hemelboom bevat gifstoffen in bast en blad. Accumulatie van deze gifstoffen in de bodem kan de vestiging en groei van andere planten verhinderen. De concurrentiekracht is groot.

Hemelboom kan zich snel uitbreiden door middel van hoge zaadproductie en knoppen op de wortels die uitlopen en zo een zelfstandige plant vormen. De boom heeft een enorme groeikracht. Ook door het vormen van veel worteluitlopers en een dichte populatie zijn hemelbomen een bedreiging voor beschermde bedreigde inheemse planten van graslanden, bosranden en rivierbegeleidende bossen.

Figuur K4.1 Ambrosia (linksboven), hemelboom (rechtsboven), reuzenbalsemien (linksonder), reuzenberenklauw (midden), waterwaaier (rechtsonder). Bron: Verspreidingsatlas.nl

Reuzenbalsemien Reuzenbalsemien of springbalsemien (Impatiens glandulifera) vormt hoge, dichte, sterk vertakte bestanden, die met inheemse soorten concurreren om ruimte, licht en nutriënten. Door zijn sterke geur lokt de plant bestuivers van inheemse soorten weg, waardoor deze minder zaad produceren. Dit is nadelig voor de vitaliteit van de natuurlijke vegetatie. Reuzenbalsemien veroorzaakt ook economische schade. Door het oppervlakkige en beperkte wortelstelsel worden oevers van beken en rivieren en andere taluds met dichte opstanden van reuzenbalsemien vatbaar voor erosie als de planten in het najaar afsterven. Deze dichte opstanden zorgen ervoor dat andere planten- en grassoorten verdwijnen die normaal gesproken voor de stabiliteit van de oevers zorgen. Dit kan (zeer) hoge kosten voor oeverherstel veroorzaken om gevaarlijke situaties te voorkomen.

Invasieve exoten gemeente Putten

16

Reuzenberenklauw Reuzenberenklauw (Heracleum mantegazzianum) kan dichte vegetaties vormen waarbij andere plantensoorten, met uitzondering van bomen, volledig worden verdrongen. Deze dichte bestanden kunnen decennialang standhouden, waardoor ze een grote verstoring van de plaatselijke inheemse vegetatie veroorzaken en zeldzame plantensoorten kunnen verdwijnen. Bovendien bevat de plant stoffen die bij beschadiging tot ernstige brandwonden kunnen leiden. Waterwaaier Waterwaaier (Cabomba caroliniana) is een zeer competitieve plantensoort die snel groeit waardoor sloten, kanalen en kleine wateren dichtslibben. Door waterwaaier verdwijnen bijna alle inheemse ondergedoken waterplanten. Het afsterven van grote massa’s waterwaaier kan leiden tot zuurstofgebrek in het water. Dit heeft een negatieve invloed op andere waterorganismen en kan leiden tot vissterfte.

4.3 Reuzenbalsemien De gemeente houdt de bekende groeiplaatsen met reuzenbalsemien in de gaten door jaarlijks te monitoren. Bij melding van een nieuwe groeiplaats wordt de locatie bezocht en in het registratiesysteem voor exoten opgenomen. Groeiplaatsen met reuzenbalsemien kunnen eenvoudig verwijderd worden op twee manieren: • Door machinaal te maaien bij grote hoeveelheden planten. • Door handmatig te maaien en uit te trekken bij kleine populaties en op moeilijk bereikbare plekken. De vegetatie moet zorgvuldig en kort boven het maaiveld worden afgemaaid. Reuzenbalsemien die hoger is afgesneden, beschadigd of platgedrukt, kan opnieuw uitgroeien. Het moment waarop de ingreep plaatsvindt, is van groot belang. Wanneer er te vroeg wordt gemaaid, kunnen planten opnieuw uitlopen. Wanneer bestrijding pas na zaadzetting wordt ingezet, kan er al verspreiding van zaad hebben plaatsgevonden. Afhankelijk van de weersomstandigheden in het voorjaar, moet de bestrijding tussen eind mei en eind juni plaatsvinden. Daarna moeten de locaties een aantal keer tijdens het groeiseizoen worden gecontroleerd. De eventueel aanwezige planten kunnen dan vaak eenvoudig worden uitgetrokken en afgevoerd. Deze behandeling dient jaarlijks herhaald te worden, tot drie jaar na de eerste behandeling (Probos, 2011).

4.4 Reuzenberenklauw De gemeente houdt de bekende groeiplaatsen met reuzenberenklauw in de gaten door jaarlijks te monitoren. Uitbreiding van groeiplaatsen wordt voorkomen door de schermen regelmatig af te steken zodat geen zaadzetting kan plaatsvinden. Bij melding van een nieuwe groeiplaats wordt de locatie bezocht en in het registratiesysteem voor exoten opgenomen (zie Hoofdstuk 6 Monitoring). Reuzenberenklauw is op kleine oppervlakten het beste te verwijderen door de (pen)wortel uit de grond te halen of te vernietigen. Maaien kan ook worden ingezet als methode, maar is aanzienlijk minder efficiënt (Probos, 2011). Reuzenberenklauw dient voor de bloei van de plant uitgeboord te worden (maart – mei).

Invasieve exoten gemeente Putten

17

Dit voorkomt verspreiding van eventueel na-rijpende zaden. Tot het moment van uitboren dient voorkomen te worden dat de plant zaad zet door het maaien van de bloeiwijzen en het volledig afvoeren van plantmateriaal.

4.5 Waterwaaier en andere invasieve waterplanten Watergangen binnen de gemeente Putten zijn in beheer van Waterschap Vallei en Veluwe. Het waterschap is verantwoordelijk voor het onderhoud van de watergangen. Jaarlijks worden de watergangen geschouwd waarbij wordt gekeken naar aanwezigheid van exotische waterplanten. Het waterschap is samen met de gemeente verantwoordelijk voor de bestrijding van waterwaaier en andere invasieve exotische waterplanten. De gemeente meldt nieuwe groeiplaatsen van waterwaaier aan het waterschap wanneer deze bij de gemeente worden gemeld of door een groenmedewerker worden aangetroffen. Locaties met waterwaaier en/of andere invasieve waterplanten worden verwijderd door middel van de recent op de markt gekomen methode hydro-venturi: Hierbij worden planten uit de waterbodem losgewoeld en met een riekboot verwijderd en afgevoerd. Een eerste evaluatie van de effectiviteit gaf een reductie van meer dan 90% na een eenmalige bestrijdingsactie (Waardenburg, 2018). Om verdere reductie te bewerkstelligen dient deze methode minimaal vier jaar te worden uitgevoerd.

Invasieve exoten gemeente Putten

18

5. Algemene beheerprincipes 5.1 Preventie Preventie is de beste en meest kosteneffectieve aanpak van duizendknoop en andere invasieve exoten. Daarom is het belangrijk om verdere verspreiding van invasieve exoten binnen de gemeente te voorkomen. Onzorgvuldig maaibeheer en transport van vervuilde grond zijn de grootste verspreidingsbronnen van duizendknoop. Het lijkt er echter op dat de kans op verspreiding door zaadzetting toeneemt (zie kader 5.1). Er worden door de gemeente verschillende maatregelen genomen om de verspreiding van duizendknoop en andere invasieve exoten te voorkomen. 5.1 Zaadzetting Aziatische duizendknoop Tot op heden werd ervan uitgegaan dat in Nederland vooral vrouwelijke duizendknoopplanten voorkomen die zich alleen vegetatief verspreiden via wortelstokken en stengelfragmenten. Er worden echter na de bloei steeds vaker zaden aangetroffen bij Japanse duizendknoop. De bevruchting van Japanse duizendknoop door stuifmeel van mannelijk fertiele planten van Japanse duizendknoop, basterdduizendknoop en ook van de tuinplant F. japonica var. compacta vergroot mogelijk de invasiviteit van de Aziatische duizendknopen. Zaadvorming vergroot de genetische variatie en de kans op verspreiding. Aan het einde van de zomer van 2018 zijn op meerdere locaties in Nederland Japanse duizendknopen waargenomen die na de bloei zaad hadden gezet.

De NVWA heeft naar aanleiding van deze vondsten opdracht gegeven aan stichting Probos en Wageningen University & Research om te onderzoeken of deze zaden kiemkrachtig zijn en kunnen doorgroeien tot volwassen planten (Pennickhof et al, 2019). Uit het onderzoek bleek dat de zaden kiemkrachtig zijn en tot volwassen planten kunnen uitgroeien. Waarschijnlijk gaat het om een kruising tussen Japanse duizendknoop en Chinese bruidsluier, bekend onder de naam Fallopia x conollyana. Deze hybride heeft eigenschappen van zowel de moeder- als de vaderplant en is minder vitaal en invasief dan Japanse duizendknoop. Het verwijderen van mannelijke planten van Japanse duizendknoop en Fallopia japonica var. compacta heeft daarom een hogere urgentie. Het verwijderen van mannelijke planten is noodzakelijk om zaadvorming te voorkomen. Mannelijk fertiele planten zijn duidelijk herkenbaar aan de rechtopstaande bloeiwijzen met helderwitte bloemen en lange witte meeldraden die boven de kroonbladeren uitsteken.

Figuur K5.1 Mannelijke bloeiwijzen van Japanse duizendknoop. Bron: Probos.

Tuinafval Het illegaal dumpen/storten van tuinafval met plantmateriaal door particulieren is binnen het stedelijke gebied de grootste bron van nieuwe groeiplaatsen van duizendknoop, reuzenberenklauw, reuzenbalsemien en andere invasieve exoten. Hoewel dit moeilijk te voorkomen is, kan door goede voorlichting enige

Invasieve exoten gemeente Putten

19

mate van preventie behaald worden. Deze voorlichting vormt onderdeel van communicatie richting bewoners (zie Hoofstuk 7 Communicatie).

Maaibeheer Een groot deel van de verspreiding van duizendknoop in Nederland is veroorzaakt door het onzorgvuldig maaien van bermen, taluds en ander openbaar groen. Bij met name klepelmaaien, wordt de plant gefragmenteerd. Via maaimachines of bij afvoeren van het maaisel komen plantfragmenten op nieuwe plekken terecht om daar uit te groeien tot nieuwe groeiplaatsen. Met name groeiplaatsen langs watergangen zijn gevoelig voor verspreiding, doordat fragmenten via het water nieuwe locaties kunnen koloniseren. Het regulier maaibeheer wordt op de volgden manier aangepast in de buurt van duizendknooplocaties: • Groeilocaties met duizendknoop worden tijdens het maaien ontzien; • Groeilocaties worden gemarkeerd met palen zodat de groeiplaatsen zichtbaar zijn voor de uitvoerder; • Er wordt minimaal drie meter afstand gehouden van de groeilocaties; • De groeilocaties zijn bekend bij de uitvoerder. Groeilocaties worden digitaal beschikbaar gemaakt in de GPS van de maaier. Wanneer maaien toch noodzakelijk is, bijvoorbeeld in verband met verkeersveiligheid, wordt aan de volgende regels voldaan: • Er wordt gebruik gemaakt van een maai-zuigcombinatie of bij handmatig maaien een zeis. Klepelen is ongeschikt omdat er dan versnippering optreedt.

Een maaibalk met directe afvang en een bosmaaier met zaagblad zijn ook geschikt; • Al het gebruikte materieel (machines, gereedschappen, kleding, etc.) wordt na afloop ter plekke schoongemaakt; • Het maaisel wordt volledig afgevoerd naar een erkend verwerker van invasieve exoten (zie ook paragraaf ‘afvoeren van groenafval’). Fragmenten van duizendknoop zijn namelijk in staat het composteerproces te overleven als dit niet correct wordt uitgevoerd.

Werkzaamheden rond groeiplaatsen Er wordt tijdens werkzaamheden rekening gehouden met duizendknoop. Als er werkzaamheden zijn op, of in de buurt van plekken waar duizendknoop staat, geldt een aantal (voorzorgs)maatregelen: • Er wordt minimaal drie meter afstand gehouden van de groeilocaties; • Al het gebruikte materieel (machines, gereedschappen, kleding, etc.) wordt na afloop ter plekke schoongemaakt; • Grond met daarin mogelijk delen van wortelstokken en stengels wordt afgevoerd naar een erkend verwerker.

Afvoeren van groenafval Als er bestrijding of werkzaamheden worden uitgevoerd op groeiplaatsen met duizendknoop of andere invasieve exoten is het zorgvuldig afvoeren van groenafval van groot belang. Als het groenafval niet op de juiste verwerkingsplekken terecht komt kunnen invasieve exoten zich mogelijk verspreiden via het afval. Uit Engels onderzoek is bijvoorbeeld gebleken dat de groei van wortelstokken van duizendknoop effectief wordt gestopt bij verhitting boven 55ºC gedurende 3 dagen (Probos, 2017). Wanneer groenafval niet

Invasieve exoten gemeente Putten

20

warm genoeg en/of niet lang genoeg wordt gecomposteerd, bestaat het risico dat nog levensvatbare plantendelen via compost verspreid worden. Er zijn in Nederland composteerders die gecertificeerd zijn voor het verwerken van invasieve exoten en zij garanderen dat zowel de boven- als ondergrondse delen van duizendknoop worden verwerkt tot compost zonder dat er risico op verspreiding via deze compost bestaat. Deze gecertificeerde bedrijven staan garant voor een gecontroleerde verwerking, waardoor verdere verspreiding wordt tegengegaan. Daarnaast heeft de Branche Vereniging Organische Reststoffen (BVOR) de factsheet 'Veilig verwijderen en verwerken van de Japanse duizendknoop' samengesteld voor terreinbeheerders en particulieren. De factsheet sluit aan bij deze efficiënte wijze om de kiemkracht van duizendknoop te laten verdwijnen: zorgvuldige inzameling en afvoer van maaisel met duizendknoop naar een professionele verwerker. In het register van ‘Branche Vereniging Organische Reststoffen’ (BVOR) staan de bedrijven die zijn gecertificeerd als 'Erkende verwerker van invasieve exoten' (https://bvor.nl/invasieve-exoten/). Particulieren kunnen maaisel van duizendknoop met het restafval laten afvoeren.

Invasieve exoten gemeente Putten

21

6. Monitoring Monitoring is essentieel voor het slagen van de bestrijding van invasieve exoten. Door bekende locaties te controleren wordt de voortgang en de mate van succes van bestrijding inzichtelijk gemaakt. Hieronder is beschreven hoe de monitoring wordt vormgegeven en is aangegeven hoe registratie en toegang tot data geregeld wordt.

6.1 Monitoring Het doel van monitoring is een actueel beeld te krijgen van de verspreiding van duizendknoop en andere invasieve exoten. De bestaande gegevens kunnen worden bijgewerkt en aangevuld met nieuwe (gemelde) groeilocaties. Op basis hiervan kan worden besloten op welke locaties maatregelen getroffen moeten worden. De monitoring wordt eenmaal per groeiseizoen uitgevoerd in de periode eind mei tot half augustus door deskundigen (eigen mensen of inhuur) eventueel met behulp van vrijwilligers. De inventarisatiemethodiek bestaat uit: • Intekenen van groeilocaties als vlak met GPS. • Het met een digitale app vastleggen van de groeilocatie met de volgende gegevens: – De soort (Aziatische duizendknoop, reuzenberenklauw, etc.); – Grootte van de groeilocatie; – Dichtheid van stengels; – Stegeldikte; – Ligging (berm, talud, onder bomen, etc.); – Eigenaar (gemeente, particulier, derden of op grens). Alle bekende groeilocaties van duizendknoop worden in ieder geval jaarlijks nagelopen. Bij een melding van een nieuwe locatie door bewoners of groenbeheerders wordt deze locatie bezocht en via bovenstaande methodiek aan het registratiesysteem toegevoegd.

6.2 Registratie data De basis voor deze monitoring is één centraal systeem met daarin alle bekende groeilocaties. Als basis wordt de bij dit gebiedsplan opgeleverde database gebruikt. Deze database is te gebruiken in een GISomgeving. De gemeente onderzoekt of de database kan worden opgenomen in de beheersoftware Groenestein. Van belang is dat in ieder geval de betrokken beleidsmakers en -medewerkers en groenmedewerkers toegang hebben tot deze database. Elke afzonderlijke actie die wordt uitgevoerd, wordt in deze database verwerkt. Hiermee is op elk moment inzichtelijk wanneer welke actie is uitgevoerd. Aan de hand van de (jaarlijkse) monitoringsgegevens kan er zo nodig worden bijgestuurd. Bijvoorbeeld wanneer blijkt dat een methode slecht uitvoerbaar is of als de resultaten van een bestrijdingsmethode op een bepaalde locatie tegenvallen. De aannemer of groenmedewerkers geven waarnemingen van nieuwe groeilocaties en soorten direct door aan de (wijk)beheerders die deze vervolgens toevoegen aan de database. De verzamelde gegevens worden jaarlijks aan het einde van het groeiseizoen gedeeld met buurgemeenten.

Invasieve exoten gemeente Putten

22

7. Communicatie Communicatie op meerdere niveaus (zowel intern als extern) rondom verspreiding, bestrijding, monitoring en preventie is belangrijk voor een effectieve aanpak van invasieve exoten binnen de gemeente. In dit hoofdstuk wordt toegelicht hoe communicatie kan worden vormgegeven.

7.1 Interne communicatie Voor een efficiënte aanpak van duizendknoop en andere exoten is bewustwording en kennisontwikkeling van belang bij alle betrokken partijen binnen de gemeente. Verschillende afdelingen en personen binnen de gemeente kunnen te maken krijgen met exoten zoals groenbeheer, natuurbeheer, beheer van infrastructuur en wegen en waterbeheer. Interne bewustwording over de problematiek en aanpak van exoten kan op verschillende manieren worden gecreëerd. Bijvoorbeeld door het organiseren van themabijeenkomsten of lunchmeetings over exoten. Ook veldbezoeken naar bijvoorbeeld duizendknoophaarden of locaties waar duizendknoop bestreden wordt, helpen in de communicatie. De start van het groeiseizoen of veldseizoen is een belangrijk moment om extra alertheid te creëren binnen de gemeente ten aanzien van exoten, met name voor medewerkers van de buitendienst. Zorg dat intern de procedure bekend is om (nieuwe) groeilocaties van exoten op eigen terrein te melden en te registreren. Daarmee is ook bekend welk informatiesysteem geraadpleegd moet worden voor de actuele groeilocaties. Belangrijk is dat het systeem eenvoudig toegankelijk is.

Daarnaast is het van belang dat men op de hoogte is van de interne procedures en afspraken voor verschillende werkzaamheden op of rondom groeilocaties met exoten en waar actuele informatie te vinden is over het verwijderen en beheersen van exoten. Om te voorkomen dat invasieve exoten verspreid worden bij inrichtingsprojecten is het zaak dat de gemeentelijke afdeling die verantwoordelijk is voor inrichting aandacht heeft voor dit thema. Het is nodig om het thema ‘invasieve exoten’ mee te nemen bij integrale planningen van uitvoeringsprojecten. Met deze koppeling kan ook werk met werk worden gemaakt. Zo kan bij de herinrichting van een terrein de aanpak van groeiplaatsen van invasieve exoten gelijk mee worden genomen in de uitvoering. De groenbeheerder en beleidsmedewerker zijn verantwoordelijk voor een centrale aansturing rondom duizendknoop en andere invasieve exoten. Zij zijn verantwoordelijk voor het hele proces rondom bestrijding.

De volgende taken vallen onder de verantwoordelijkheid: • Het aansturen van aannemers voor uitvoering van de initiële bestrijding; • Begeleiden bij uitvoering van de initiële bestrijding door de inzet van een toezichthouder; • Toezicht houden bij uitvoering van het regulier beheer: er op toe zien dat er schoon en zorgvuldig gewerkt wordt; • Borgen dat de inrichtingsagenda wordt afgestemd op de uitvoeringsagenda: bij water- en grondwerkzaamheden moet altijd het aspect invasieve exoten worden meegenomen; • Het actueel houden van de centrale database, waaronder het verzamelen en digitaal verwerken van nieuwe groeiplaatsen en bijhouden wanneer welke (bestrijdings)actie is uitgevoerd; • Zorg dragen voor de communicatie rondom invasieve exoten. De groenbeheerder en beleidsmedewerker zijn het aanspreekpunt voor vragen vanuit de wijkbeheerders en inwoners van gemeente Putten. Daarnaast worden beleidsmakers en burgers op de hoogte gehouden van de bestrijding;

Invasieve exoten gemeente Putten

23

• Zorg dragen voor coaching en opleiding van groenmedewerkers binnen de verschillende wijkteams. De focus ligt hierbij op het herkennen van invasieve exoten, het melden van nieuwe groeiplaatsen en het uitvoeren van correct beheer.

7.2 Communicatie met particulieren De gemeente zet in op burgerparticipatie. Burgers worden geïnformeerd over de problematiek van invasieve exoten en hoe ze om kunnen gaan met deze soorten. Burgers kunnen bovendien een grote rol spelen bij het signaleren van nieuwe groeilocaties. Hiervoor is het van belang dat bewoners de verschillende soorten kunnen herkennen en weten hoe ze om moeten gaan met deze soorten zowel in openbaar gebied als in eigen tuinen.

Informeren en centraal meldpunt Voor de gemeente is het belangrijk om een informatiesysteem te hebben waarin groeilocaties gemeld en geregistreerd kunnen worden. Het centrale meldpunt van de gemeente is verouderd en toe aan een update. Bij voorkeur kunnen burgers het centrale systeem van de gemeente inzien om te controleren of locaties reeds bekend zijn bij de gemeente. De gemeente heeft al een pagina op de website waar duizendknoop gemeld kan worden maar wil deze vernieuwen en uitbreiden. Informatie over de herkenning en wat te doen tegen duizendknoop en andere invasieve soorten ontbreekt echter. Om burgers nog beter te laten participeren wordt de bestaande webpagina uitgebreid met de volgende informatie en onderdelen: • Waarom vormen Aziatische duizendknopen een probleem? • Herkenning van duizendknopen; • Meldpunt voor groeilocaties van duizendknopen; • Instructie of handvatten voor het verwijderen van duizendknopen in tuinen en het omgaan met plantenresten van duizendknoop; • Informatie rondom het depot waar duizendknoopafval kan worden gestort; • Toelichting wat de gemeente doet aan het voorkomen van verspreiding en het beheersen en verwijderen van groeilocaties. Een aantal voorbeelden van een dergelijke pagina met centraal meldpunt zijn: • Gemeente Ede (https://www.ede.nl/in-de-gemeente-ede/ede-in-ontwikkeling/japanse-duizendknoop).

• Gemeente Amsterdam (https://www.amsterdam.nl/wonen-leefomgeving/duizendknoop/). • Gemeente Arnhem https://www.arnhem.nl/Inwoners/wonen_en_milieu/Groenbeheer/Overlast_exotische_plantensoorten/Japanse_duizendknoop). • Gemeente Zwolle (https://www.zwolle.nl/natuur-en-milieu/openbaar-groen/japanse-duizendknoop).

Stimuleren aanpak duizendknoop Bewoners met duizendknoop in hun tuin die bij de gemeente bekend zijn, worden geïnformeerd middels een brief of informatie flyer. In deze brief worden zij geattendeerd op de problematiek rondom duizendknoop en wat er gedaan kan worden om duizendknoop te bestrijden. De brief bevat dezelfde (samengevatte) informatie als de informatiepagina op de website van de gemeente zoals hierboven beschreven. Een voorbeeld van een dergelijke info flyer is hier te vinden: https://assets.amsterdam.nl/publish/pages/951966/bewonersinstructie_japanse_duizendknoop.pdf

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10354979/1