l-bestemmingsplan-koggenland-luitje-broekemastraat-2024-bijlagen
Tekst van het document
Beworteling die hier wordt aangetroffen dient zoveel mogelijk intact te blijven, en mag alleen worden verwijderd na toestemming van een deskundige groenwacht. Het beschadigen van beworteling dient zoveel mogelijk voorkomen te worden omdat deze wonden kunnen dienen als invalspoort voor parasitaire houtrotschimmels, met mogelijke afsterving van de boom tot gevolg. Daarnaast kan bij ernstige wortelschade de boom direct instabiel worden, waardoor de kans dat de boom omvalt toeneemt. Tot slot kan de opnamecapaciteit van de boom afnemen, waardoor deze ook zal afnemen in conditie en levensverwachting. - Het stallen van materialen of machines binnen de kroonprojectie op onverharde ondergrond niet toestaan. Het stallen op rijplaten is wel toegestaan. - Aggregaten of andere machines die trillingen veroorzaken dienen bij gebruik altijd buiten de kroonprojectie gestald te worden. De trillingen zorgen er namelijk voor dat de bodem nóg sneller verdicht raakt. - Werk met groter materieel zoveel mogelijk vanaf buiten de kroonprojectie, en vermijdt werken onder de boomkronen. Zo voorkomt men schade aan de kroon. Vooral bij uitgescheurde of afgebroken takken heeft de boom een verminderde kans op goed wondherstel. De wonden kunnen dan, net als bij wortelschade, als invalspoort dienen voor parasitaire houtrotschimmels.
16 november 2023
Pagina 18 van 20
Groenadvies Amsterdam bv
-
-
Boomonderzoek Koggenland & Luitje Broekemastraat
Bij het verwijderen van de bestaande fundering, in kleine stukken van de bomen af afbreken. Houdt er rekening mee dat er wortels direct achter de fundering kunnen groeien. Vooral het inscheuren van deze beworteling moet worden voorkomen. Zowel bij sloop als aanleg: geen materialen door de boomkronen hijsen.
Aanleg parkeervakken binnen de kroonprojecties: Als bij de bomen 13 tot en met 16 heesters worden verwijderd, dan adviseren wij om de heesters handmatig rondom voor de steken, zodat men deze met een knijpbak kan oppakken. Zo wordt voorkomen dat er onverhoopt ook beworteling van de bomen beschadigd raakt of inscheurt. Bij de bomen 3 tot en met 8 aan de Luitje Broekemastraat en de bomen 9 tot en met 11, 18 en 19 aan het Koggenland komen de parkeerstroken op méér dan vier meter uit het hart van de stam te liggen. Wanneer hier dezelfde randvoorwaarden worden gehanteerd zoals beschreven bij Sloop bestaande- en realisatie nieuwe bebouwing verwachten wij hierbij geen problemen.
Wij adviseren om de hiervoor gestelde randvoorwaarden door de uitvoerende partij te laten opnemen in een boombeschermingsplan, wat vervolgens goedgekeurd dient te worden door de Gemeente Purmerend alvorens de werkzaamheden starten.
Algemeen: In hoofdstuk 6 dragen wij nog algemene beschermende maatregelen aan voor het werken rondom bomen.
16 november 2023
Pagina 19 van 20
Groenadvies Amsterdam bv
6
Boomonderzoek Koggenland & Luitje Broekemastraat
ALGEMENE BESCHERMENDE MAATREGELEN
Maatregelen tijdens de planvorming • •
Voor de aanvang van de werkzaamheden, is het aan te raden een Groenwacht of boomdeskundige aan te stellen die betrokken wordt bij de voorbereiding en uitvoering van het plan. Beschermende maatregelen in bestek opnemen.
Maatregelen vóór de werkzaamheden • • •
• •
Voorafgaand aan start werkzaamheden overleg plannen met projectleider, aannemer(s) en groenwacht om voorwaarden, werkwijze, verantwoordelijkheden etc. door te spreken en vast te leggen. Ophoging ter plaatse van de bewortelde zone alleen zoet (zoutarm) straatzand (CROW) en nooit meer dan 15-20 cm dik. De verharding binnen de kroonprojectie van de boom realiseren met elementen (tegels of klinkers), aangebracht op een laag straatzand. Bij gebruik van een gesloten verharding zoals asfalt, moet op enige wijze in een voldoende zuurstofuitwisseling worden voorzien. De verharding binnen de kroonprojectie van de boom nooit laten afwateren richting de boomspiegel om verzadiging en verslemping van de bodem te voorkomen. Projecteer zo veel mogelijk de openbare verlichting, kabels, leidingen, putten en lozingen van het riool en ondergrondse vuilcontainers buiten de kroonprojectie van de volwassen boom. Daar waar dit niet mogelijk is, dienen dergelijke voorzieningen midden tussen de bomen gepland te worden.
Maatregelen tijdens de werkzaamheden • • • •
Een open sleuf voor het eind van de dag dichten om uitdroging van de wortels te voorkomen. Als de sleuf meerdere dagen open moet liggen, moeten de boomwortels zoveel mogelijk met folie worden afgedekt om uitdroging te voorkomen In het groeiseizoen geen bronnering of andere onttrekking van grondwater rondom de bomen zonder compensatie. Beregening altijd met zuurstofrijk water. Geen lozingen van afval- en grondwater binnen de bewortelde zone van de boom, ter voorkoming van wortelverstikking. Opslag van en berijding door zwaar materiaal niet toestaan binnen de kroonprojectie/aangelegde groeiplaats in verband risico’s door bodemverdichting. Tijdelijk gebruik van rijplaten is wel toegestaan.
Omdat het rechtlijnig hanteren van deze bepalingen zowel kan leiden tot onnodige voorzichtigheid als tot aanzienlijke schade, is toepassing in overleg met de groenwacht in de praktijk de meest soepele oplossing.
16 november 2023
Pagina 20 van 20
BIJLAGE 1 Overzichtstekening
Locatie: Luitje Broekmastraat 35 Boomnummers: 1 tot en met 8
Locatie: Koggenland 90 en 92 Boomnummers: 9 tot en met 32
BIJLAGE 2 Inventarisatielijst
Gemeente: Purmerend Locatie: Koggenland Luitje Broekemastraat Datum: 3 november 2023 Keuringsmethode: VTA+ Keuring uitgevoerd door:
INVENTARISATIELIJST
open grond; gras open grond; heestervak bosvak niet opgedrukt voetpad licht opgedrukt parkeerstrook matig opgedrukt halfverharding zwaar opgedrukt
goed redelijk jong matig halfwas slecht volgroeid stagnerend boom nummer
stam kroon diameterdiameter klasse in cm in m
leeftijd
groei
boomsoort NL
boomsoort L
groeiplaats
kwaliteit verharding
bijzonderheden
goed redelijk matig slecht dood
<1 jaar 1-5 jaar 5-10 jaar 10-25 jaar > 25 jaar
conditie
toekomst verwachting
Beschermde status?
1
30-50
13
volgroeid
matig
iep cv.
Ulmus 'Plantijn'
gras
zwaar opgedrukt
redelijk
> 25
ja
2
50-100
12
volgroeid
redelijk
iep cv.
Ulmus 'Plantijn'
gras
licht opgedrukt
redelijk
> 25
ja
3
30-50
11
volgroeid
redelijk
iep cv.
Ulmus 'Plantijn'
gras
zwaar opgedrukt
redelijk
> 25
ja
4
30-50
14
volgroeid
redelijk
iep cv.
Ulmus 'Plantijn'
gras
licht opgedrukt
redelijk
> 25
ja
5
30-50
11
volgroeid
matig
iep cv.
Ulmus 'Plantijn'
heesterbeplanting licht opgedrukt
redelijk
> 25
ja
6
30-50
10
volgroeid
matig
iep cv.
Ulmus 'Plantijn'
heesterbeplanting niet opgedrukt
redelijk
> 25
ja
7
30-50
12
volgroeid
matig
iep cv.
Ulmus 'Plantijn'
heesterbeplanting niet opgedrukt
enkele beschadigde takken, geen omgevingsrisico
matig
> 25
ja
8
30-50
11
volgroeid
matig
iep cv.
Ulmus 'Plantijn'
heesterbeplanting niet opgedrukt
enkele beschadigde takken, geen omgevingsrisico
redelijk
> 25
ja
9
30-50
11
volgroeid
matig
iep cv.
Ulmus 'Plantijn'
heesterbeplanting niet opgedrukt
redelijk
> 25
ja
10
30-50
8
volgroeid
matig
iep cv.
Ulmus 'Plantijn'
heesterbeplanting niet opgedrukt
redelijk
> 25
ja
P23362
afwijkende stamvoet, aan de achterzijde komt het asfaltpad omhoog
1
Gemeente: Purmerend Locatie: Koggenland Luitje Broekemastraat Datum: 3 november 2023 Keuringsmethode: VTA+ Keuring uitgevoerd door:
boom nummer
stam kroon diameterdiameter klasse in cm in m
INVENTARISATIELIJST
leeftijd
groei
boomsoort NL
boomsoort L
groeiplaats
kwaliteit verharding
bijzonderheden
conditie
toekomst verwachting
Beschermde status?
11
30-50
11
volgroeid
matig
iep cv.
Ulmus 'Plantijn'
heesterbeplanting niet opgedrukt
redelijk
> 25
ja
12
30-50
8
volgroeid
matig
iep cv.
Ulmus 'Plantijn'
heesterbeplanting niet opgedrukt
redelijk
> 25
ja
13
30-50
9
volgroeid
matig
iep cv.
Ulmus 'Plantijn'
heesterbeplanting niet opgedrukt
redelijk
> 25
ja
14
30-50
9
volgroeid
redelijk
iep cv.
Ulmus 'Plantijn'
heesterbeplanting licht opgedrukt
redelijk
> 25
ja
15
20-30
6
volgroeid
redelijk
iep cv.
Ulmus 'Plantijn'
verharding
licht opgedrukt
redelijk
> 25
ja
16
30-50
7
volgroeid
matig
iep cv.
Ulmus 'Plantijn'
verharding
matig opgedrukt
redelijk
> 25
ja
17
30-50
7
volgroeid
matig
iep cv.
Ulmus 'Plantijn'
verharding
matig opgedrukt
redelijk
> 25
ja
18
-
-
-
-
-
-
19
30-50
9
volgroeid
matig
iep cv.
Ulmus 'Plantijn'
gras
niet opgedrukt
redelijk
> 25
ja
20
50-100
9
volgroeid
redelijk
iep cv.
Ulmus 'Plantijn'
gras
niet opgedrukt
redelijk
> 25
ja
21
30-50
9
volgroeid
redelijk
iep cv.
Ulmus 'Plantijn'
gras
niet opgedrukt
redelijk
> 25
ja
22
30-50
7
volgroeid
matig
veldesdoorn
Acer campestre
heesterbeplanting niet opgedrukt
redelijk
> 25
nee
P23362
-
-
-
-
kleine stambeschadiging (15x10) (LxB)
ontbreekt
-
2
Gemeente: Purmerend Locatie: Koggenland Luitje Broekemastraat Datum: 3 november 2023 Keuringsmethode: VTA+ Keuring uitgevoerd door:
boom nummer
stam kroon diameterdiameter klasse in cm in m
INVENTARISATIELIJST
leeftijd
groei
boomsoort NL
boomsoort L
groeiplaats
kwaliteit verharding
bijzonderheden
conditie
toekomst verwachting
Beschermde status?
23
30-50
8
volgroeid
matig
veldesdoorn
Acer campestre
heesterbeplanting niet opgedrukt
matig
> 25
nee
24
30-50
6
volgroeid
matig
zwarte els
Alnus glutinosa
heesterbeplanting niet opgedrukt
matig
10-25
nee
25
20-30
2
volgroeid
matig
zwarte els
Alnus glutinosa
heesterbeplanting niet opgedrukt
matig
10-25
nee
26
0-20
2
halfwas
redelijk
Kornoelje spec.
Cornus spec.
heesterbeplanting niet opgedrukt
redelijk
> 25
nee
27
0-20
2
halfwas
redelijk
eenstijlige meidoorn Crataegus monogyna
heesterbeplanting niet opgedrukt
redelijk
> 25
nee
28
0-20
2
halfwas
redelijk
Kornoelje spec.
Cornus spec.
heesterbeplanting niet opgedrukt
redelijk
> 25
nee
29
0-20
10
volgroeid
redelijk
iep cv.
Ulmus 'Plantijn'
gras
niet opgedrukt
redelijk
> 25
ja
30
30-50
10
volgroeid
redelijk
iep cv.
Ulmus 'Plantijn'
gras
matig opgedrukt
redelijk
> 25
ja
31
30-50
9
volgroeid
redelijk
Chamaecyparis Californische cipres lawsoniana
heesterbeplanting niet opgedrukt
boom toegevoegd
redelijk
> 25
nee
32
30-50
9
volgroeid
matig
veldesdoorn
heesterbeplanting niet opgedrukt
boom toegevoegd
redelijk
> 25
nee
P23362
Acer campestre
3
Bestemmingsplan "Koggenland - Luitje Broekemastraat 2024" (vastgesteld)
Bijlage 3 Archeologisch bureauonderzoek
62
Archeologisch bureauonderzoek Koggenland 90 te Purmerend, gemeente Purmerend (NH).
HOLLANDIA reeks 793
COLOFON Hollandia reeks nr.
793
Titel:
Acheologisch onderzoek Koggenland 90 te Purmerend, gemeente Purmerend
Toponiem:
Purmerend Koggenland 90
Gemeente:
Purmerend (NH)
Onderzoeksmeldingsnummer Archis:
4766676100
Hoekcoördinaten:
126.181-500.941 126.245-500.891 126.269-500.932 126.192-500.974
Auteurs: In opdracht van: Contactpersoon opdrachtgever:
Gemeente Purmerend Purmersteenweg 42 1441 DM Purmerend
Wetenschappelijke leiding: Illustraties:
, tenzij anders vermeld
Definitieve versie:
januari 2020
Oplage:
6
ISSN:
1572-3151
© Hollandia archeologen, Zaandijk 2020 HOLLANDIA archeologen Tuinstraat 27a 1544 RS Zaandijk 075 - 622 49 57 info@archeologen.com
Inhoudsopgave
Samenvatting
7
1. Inleiding
9
2. Onderzoeksgebied
11
3. Beleid
13
4. Methode
15
5. Aardwetenschappelijke gegevens
17
6. Historische en archeologische gegevens
19
7. Gespecificeerde archeologische verwachting
23
8. Conclusie en advies
25
Literatuur
26
Bijlagen Bijlage 1: Archeologische perioden Bijlage 2: Archeologische stappenplan
27 29 31
Bureauonderzoek Koggeland 90
7
Samenvatting
In januari 2020 heeft Hollandia Archeologen voor de gemeente Purmerend, een archeA ologisch bureauonderzoek opgesteld voor een plangebied aan het Koggenland 90 te Purmerend, gemeente Purmerend. De aanleiding voor het onderzoek is de bouw van 70 nieuwe woningen op dit perceel. Binnen het bestemmingsplan ‘De Purmer 2016’ ligt het onderzoeksgebied in een gebied met een lage archeologische waarde maar het ligt tegen een gebied met hoge archeologische waarde aan. In dit gebied ligt een molengang, die in gebruik was tussen 1622 en het begin van de 20e eeuw. Volgens het bestemmingsplan moet in dit gebied archeologisch onderzoek plaatsvinden bij werken groter dan 100 m2 en die dieper reiken dan 50 cm onder maaiveld. Het doel van onderhavig bureauonderzoek is om in een vroeg stadium van de ontwikkeling inzage te krijgen van de te verwachte archeologische waarden binnen het plangebied. Hiervoor zijn de relevante historische, archeologische en bodemkundige gegevens van het gebied in kaart gebracht. Er is een lage verwachting op het aantreffen van archeologische resten uit het paleolithicum tot en met de nieuwe tijd. Dit is vastgesteld op basis van het gebrek aan reeds aangetroffen archeologische resten in de nabije omgeving en kaartmateriaal. Op historische kaarten is het onderzoeksgebied steeds onbewoond.
Het onderzoeksgebied ligt wel naast de molengang, maar het onderzoeksgebied ligt een stuk hoger, dus eventuele vondsten met betrekking tot de bovenmolen zullen waarschijnlijk niet bij het onderzoeksgebied terecht zijn gekomen. De bovenmolen lag op een soort eilandje in de molengang, waar water doorheen kon stromen. Eventuele vondsten zijn waarschijnlijk eerder direct rondom de bovenmolen of in het omliggende water terecht gekomen. Op de kwelderafzettingen zijn in theorie archeologische resten te verwachten uit het late neolithicum, maar door verspoelingen, het water uit de binnenzee die veenlagen wegsloeg, de ontginningen en recenter menselijk handelen is de kans groot dat deze kwelderafzettingen verstoord of verdwenen zijn. Resten uit de bronstijd tot en met de vroege middeleeuwen worden niet verwacht in het onderzoeksgebied en de omgeving, omdat het gebied van de huidige Purmer niet geschikt was voor bewoning.
Advies Geadviseerd wordt om in het onderzoeksgebied geen aanvullend archeologisch onderzoek uit te voeren. Dit is op basis van de lage verwachting op het aantreffen van archeologische resten uit het paleolithicum tot en met de nieuwe tijd. Ook de molengang ligt geheel buiten het plangebied. Wij wijzen erop dat de bevoegde overheid op basis van dit rapport een selectiebesluit neemt. De mogelijkheid bestaat dat dit selectiebesluit afwijkt van het door ons opgestelde advies. Als er toch archeologische resten worden aangetroffen tijdens de bouw van de nieuwe woningen, dan geldt altijd de verplichting om dit te melden bij het bevoegd gezag, de gemeente Purmerend.
8
Bureauonderzoek Koggeland 90
Bureauonderzoek Koggeland 90
9
1. Inleiding
6885000. 000
6890000. 000
6895000. 000
In januari 2020 heeft Hollandia Archeologen voor de gemeente Purmerend een archeologisch bureauonderzoek opgesteld voor een plangebied aan het Koggenland 90 te Purmerend, gemeente Purmerend (NH) (zie afb. 1). De aanleiding voor het onderzoek is de voorgenomen bouw van 70 nieuwe woningen op het perceel. De hiermee gepaarde grondroering vormt mogelijk een bedreiging voor het archeologisch bodemarchief. Op het perceel staat een voormalig schoolgebouw dat nu gebruikt wordt als tijdelijke woonruimte. Dit gebouw zal voor de bouw van de nieuwe woningen helemaal gesloopt worden. Het doel van onderhavig bureauonderzoek is om in een vroeg stadium van de ontwikkeling inzage te krijgen in de te verwachte archeologische waarden binnen het plangebied. Hiervoor worden de bekende historische, archeologische en bodemkundige gegevens van het plangebied en de omgeving in kaart gebracht. Op basis daaarvan wordt een advies geformuleerd waarop de gemeente Purmerend besluit over de eventueel te nemen vervolgstappen. In ARCHIS heeft het onderzoek het volgende onderzoeksmeldingsnummer toegekend gekregen: 4766676100.
545000. 000
550000. 000
555000. 000
Afbeelding 1 De locatie van het onderzoeksgebied, aangegeven met de rode stip.
560000. 000
10
Bureauonderzoek Koggeland 90
Afbeelding 2 Prentbriefkaart van de molens van de Verzette Gang. Bron: www.allemolens.nl
Afbeelding 3 De huidige situatie bij de molengang van de bovenmolen van de Verzette Gang. Bron: www.molendatabase.org
Bureauonderzoek Koggeland 90
11
2. Onderzoeksgebied
6889750. 000
6890000. 000
6890250. 000
6890500. 000
De RD-coördinaten van het onderzoeksgebied zijn: 126.181/500.941, 126.245/500.891, 126.269/500.932 en 126.192/500.974. Op het perceel worden 70 nieuwe woningen gerealiseerd. Op het perceel staat een voormalig schoolgebouw dat nu gebruikt wordt als tijdelijke woonruimte. Dit gebouw zal voor de bouw van de nieuwe woningen helemaal gesloopt worden. De precieze bouwplannen zijn nog geheel onbekend. De oppervlakte van het huidige perceel is ca. 4290 m2 (zie afb. 4). Volgens de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW) is er voor het onderzoeksgebied een zeer lage trefkans op het aantreffen van archeologische waarden.
552000. 000
552250. 000
552500. 000
552750. 000
Afbeelding 4 De locatie van het onderzoeksgebied, aangegeven met het zwarte kader.
12
Bureauonderzoek Koggeland 90
Afbeelding 5 Archeologische verwachtingskaart van de gemeente Purmerend. Het onderzoeksgebied is aangegeven met de zwarte stip. Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl.
Bureauonderzoek Koggeland 90
13
3. Beleid
In de Wet op de archeologische monumentenzorg stellen Rijk en provincie dat in het ruimtelijk beleid zorgvuldig met het archeologische erfgoed moet worden omgegaan. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient voorafgaand aan bodemingrepen archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken. De gemeente Purmerend heeft in 2017 een eigen geactualiseerd archeologisch beleid opgesteld (archeologische beleids- en advieskaart, zie ‘Nota Erfgoed beleid Purmerend 2017’) en daar een archeologische verwachtingskaart bij vervaardigd. Dit beleid is een verlengde van het bestemmingsplan ‘De Purmer 2016’. Op de archeologische verwachtingskaart worden zones aangegeven met verschillende verwachtingen: hoge, middelhoge of lage verwachting (zie afb. 5). De archeologische verwachtingskaart vormt de basis voor het opstellen van een beleidsadvieskaart, die vervolgens kan worden gebruikt voor de toetsing van ruimtelijke plannen op de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Het bestemmingsplan vormt het belangrijkste instrument voor de archeologische monumentenzorg.
Voor gemeenten kunnen de door deskundigen opgestelde archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaarten als leidraad worden gebuikt voor zowel de planologische bescherming van archeologische waarden in het ruimtelijke plan als voor het vaststellen van het benodigde archeologisch onderzoek dat bij voorbereiding van ruimtelijke plannen moet plaatsvinden. Ter plaatse van een lage archeologische verwachtingswaarde is er geen noodzaak om een verkennend archeologisch onderzoek uit te voeren voordat nieuwe bouwactiviteiten plaatsvinden. Ter plaatse van een hoge en middelhoge verwachtingswaarde dient bij grondwerkzaamheden eerst een verkennend archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd door een hiertoe gecertificeerd bureau. In de gebieden met een hoge archeologische verwachting kunnen boerderijplaatsen en molengangen worden verwacht. De gebieden met een middelhoge verwachting zijn de uitlopers van de middeleeuwse ontginningsassen. Het overige gebied van de De Purmer heeft een lage verwachting. Met het oog op de archeologische waarden moet bij bodemingrepen dieper dan 50 cm of boven een bepaalde oppervlakte (100 m² bij een hoge waarde; 500 m² bij een middelhoge waarde), archeologisch onderzoek plaatsvinden.
Als er archeologische waarden kunnen worden verwacht, kunnen er technische maatregelen worden getroffen waardoor monumenten in de bodem kunnen worden behouden, er kan een opgraving worden uitgevoerd, of de bouwwerkzaamheden kunnen archeologisch begeleid worden. Een aanlegvergunning mag alleen worden verleend indien door de uitvoering van werkzaamheden de aanwezige archeologische waarden niet onevenredig (kunnen) worden aangetast. Alvorens te beslissen omtrent de aanvraag om een aanlegvergunning dient op basis van archeologisch onderzoek te zijn aangetoond dat geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de archeologische waarden en welke voorwaarden hiervoor dienen te worden gesteld. (www.ruimtelijkeplannen.nl) Het onderzoeksgebied ligt tegen een gebied met een hoge archeologische verwachting. Het betreft hier waarschijnlijk een molengang. Uit voorzorg zijn met dit bureauonderzoek de waarden in kaart gebracht. Indien de molengang door de plannen aangetast wordt, is archeologisch onderzoek raadzaam.
14
Bureauonderzoek Koggeland 90
Bureauonderzoek Koggeland 90
15
4. Methode
Het doel van een bureauonderzoek is om aan de hand van bestaande bronnen informatie te verzamelen over bekende of te verwachten archeologische waarden binnen een bepaald gebied. Dit omvat de aan- of afwezigheid, het karakter en de omvang, de datering, gaafheid en conservering en de relatieve kwaliteit van de archeologische waarden. Afhankelijk van de omvang van de werkzaamheden, de aard van de aanleiding tot het onderzoek en de vraagste ling (welke archeologische waarden kunnen binnen het plangebied verwacht worden? En in hoeverre zullen de graafwerkzaamheden deze archeologische resten bedreigen?) zullen aanvullende gegevens verzameld dienen te worden. Het bureauonderzoek resulteert in een rapport met een gespecifieerd verwachtingsmodel. Op basis van dit verwachtingsmodel wordt een (selectie)advies gegeven. Het bevoegd gezag, in dit geval de gemeente Purmerend, kan hierop een (selectie)besluit maken ten aanzien van (eventueel) vervolgonderzoek. Tevens kan door middel van het bureauonderzoek in een vroeg stadium rekening worden gehouden in de planvorming met aanwezige archeologische waarden in de bodem. Bij een bureauonderzoek worden, indien voorhanden, bronnen geraadpleegd die informatie verschaffen over de geologie en archeologie van het betreffende gebied. Onder andere wordt gebruik gemaakt van: 1.
Kaartmateriaal, zoals bodemkundige, geomorfologische, geologische en historische kaartgegevens, evenals beleidskaarten zoals gemeentelijke en provinciale verwachtingskaarten. 2. Gegevens omtrent eerder verricht onderzoek en vondstmeldingen in het gebied uit de database van het Archeologisch Informatiesysteem (ARCHIS) van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE). 3. Relevante geologische, historische en archeologische architectuur.
16
Bureauonderzoek Koggeland 90
Bureauonderzoek Koggeland 90
17
5. Aardewetenschappelijke gegevens Genese van het landschap Het landschap waarbinnen het onderzoeksgebied ligt, is gevormd in het holoceen. Dit is de huidige geologische periode, die begint na de laatste ijstijd (ca. 11.500 jaar geleden). Door het smelten van het landijs steeg de zeespiegel. Zo’n 6000 jaar geleden werd het huidige kustgebied gedomineerd door geulen, die zeewater voerden. Deze geulen zetten periodiek zand en klei af door getijdenwisselingen. Hierdoor ontstond een waddengebied met uitgestrekte wadplaten. Bovengenoemde afzettingen behoren binnen de Naaldwijkformatie tot het Wormer laagpakket (Brattinga 2017 en Berendsen 2000). Ongeveer 5000 jaar geleden traden er veranderingen op in de zeestromingen van de Noordzee. Er werd meer zand aangevoerd en de eerste strandwallen ontstonden, in de vorm van langwerpige zandbanken die parallel aan de kust tot stormvloedhoogte werden opgeworpen. Op deze strandwallen ontstonden uiteindelijk duinen. Deze eerste duinen lagen echter niet op de plaats van de huidige duinen, maar meer naar het oosten. Doordat de zeespiegel minder snel ging stijgen en zand continue wrd aangevoerd, ontstonden er westelijk van de eerste duinenrij in de loop der tijd nieuwe strandwallen en duinen. Bij Bergen was er een open waterverbinding van de Noordzee met het land erachter. Deze verbinding wordt het Zeegat van Bergen genoemd.
In die tijd bestond het landschap rond Bergen uit een stelsel van brede kreken, die onder invloed van de getijdenwerking, tot ver in West-Friesland actief waren. Circa 4000 jaar geleden begonnen het krekensysteem en het zeegat te verlanden. De grondwaterspiegel steeg en hierdoor verzoette het gebied en trad veenvorming op. Hierdoor ontstond vanaf het eind van het laat neolithicum in het onderzoeksgebied een uitgestrekt veenmoeras waarin bewoning niet of nauwelijks mogelijk was. Dit veen behoort binnen de Nieuwkoopformatie tot het Hollandveen laagpakket. Tot de middeleeuwen bleef het veen zich vormen (Brattinga 2017 en Berendsen 2000). In de vroege middeleeuwen begon men met het ontginnen van het veengebied. De hoger gelegen veengebieden bleken geschikt voor bewoning, landbouw en veeeteelt. Tot 1200 na Christus is het veengebied rondom het onderzoeksgebied verder ontgonnen. Door de ontginning en inklinking van het veen werd een geleidelijke daling van het land in gang gezet. het gevolg hiervan was dat water een steeds grotere bedreiging vormde en het gebied vernatte. Tijdens stormen werden grote delen van het veen weggeslagen. Hierdoor ontstonden grote meren, zoals de Schermer, de Beemster en de Purmer. Oude ontginningssporen verspoelden hierdoor.
Tegenwoordig is het Hollandveen binnen het onderzoeksgebied verdwenen en liggen de kwelderafzettingen van het Wormer laagpakket aan het oppervlak (Brattinga 2017 en Berendsen 2000). Geomorfologie en bodem Op de bodemkaart van 2014 is het onderzoeksgebied geclassificeerd als een gebied met moerige eerdgronden met een moerige bovengrond of moerige tussenlaag op niet-gerijpte zavel of klei (Wo). Het onderzoeksgebied grenst aan een gebied met kleiige tochteerdgronden (pMo80). Op de geomorfologische kaart van 2008 wordt het onderzoeksgebied geclassificeerd als een vlakte van zee- of meerbodemafzettingen (m62) (ARCHIS). Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) ligt het onderzoeksgebied tussen 2,8 en 3,0 m -NAP.
18
Bureauonderzoek Koggeland 90
Afbeelding 6 Kaart van de Purmer en omliggende polders uit 1573. Kaart is niet op schaal, noorden is boven. Bron: http://www.bravy.nl/genealogie/meijer_1062941242/infopagina_de_purmer.htm.
Afbeelding 7 Uitsnede van de kaart van Waterland door J.J. Dou uit 1680. Het onderzoeksgebied wordt aangegeven met de zwarte stip en de molengang met het rode kader. Kaart is niet op schaal, noorden is boven. Bron: Datalab Purmerend.
Bureauonderzoek Koggeland 90
19
6. Historische en archeologische gegevens
De Purmer is een polder, die is aangelegd op de plek waar in de middeleeuwen een binnenzee lag. Na herhaaldelijke overstromingen van deze binnenzee bij Purmerend, Edam en Monnickendam waren grote meren ontstaan, zoals de Beemster, de Schermer en de Purmer (zie afb. 5). Ook deze meren overstroomden regelmatig. Men wachtte eerst op de droogmaking van de Beemster, alvorens octrooi werd aangevraagd voor de droogmaking van de Purmer. De eerste aanvraag werd in 1611 gedaan door twee particulieren, maar deze aanvraag strandde. In 1617 werd het octrooi door de Staten van Holland wel verleend aan Monnickendam en Edam. In 1618 startte men met de werkzaamheden, maar ze werden volgens de 18e eeuwse historicus Jan Wagenaar onderbroken door godsdiensttwisten. In 1620 werd het werk hervat onder leiding van Jan Adriaanszoon Leeghwater en werd er rond het meer een ringdijk aangelegd, de Purmerdijk. In 1622 was het werk voltooid en was de polder drooggevallen (Nales 2012). De droogmaking gebeurde met behulp van vijf gangen met elk drie molens. Door de diepteverschillen van de Purmer werd het gebied in drie delen opgesplitst; de Kleine, de Grote en de Monnickendammer polder. Een deel van de polder kon niet goed drooggehouden worden, dus op het aanraden van drie molenmakers heeft het polderbestuur in 1627 de Verzette Gang van de oostelijke naar de westelijke ringdijk verplaatst.
Later werd bij twee gangen een extra molen geplaatst; in 1654 bij de Where, ten noorden van Purmerend, en in 1655 bij Edam. Bij het uitzetten van de kavels liepen deze alle vanaf de dijk of een weg tot aan een middentocht. Oorspronkelijk werd de polder in gebruik genomen voor de landbouw, maar door problemen met de waterhuishouding ging men over op veeteelt. De Amsterdamse burgemeester Volkert Overlander legde direct na de droogvallen van de polder het slot Ilpenstein aan, nabij Ilpendam ter hoogte van de Nes. Er zijn echter geen dorpen ontstaan in de Purmer. In het zuidwestelijke deel van de polder is tevens een stuk oud land ingepolderd. Dit gebied stond bekend als de Nes en lag oorspronkelijk aan een van de veenrivieren (Nales 2012). Vanaf 1833 werd een molen vervijzeld, waardoor de aanwezigheid van een vierde molen in een gang verviel. In 1877 werd er een stoomgemaal aangelegd aan de noordkant van de Purmer. De functie van de molengangen nam daarmee af; bijna alle molens aan de Purmerdijk werden gesloopt. Alleen de molengang aan de Stinkevuil en die bij Edam bleven in werking. Verbeteringen aan bovengenoemd stoomgemaal zorgde ervoor dat op den duur ook de laatste molens overbodig werden. De laatste molens langs de Purmerdijk werden gesloopt in 1920 (Nales 2012).
De molengang naast het onderzoeksgebied behoort tot de drie molens van de Verzette Gang; de bovenmolen (de molen naast het onderzoeksgebied), de middelmolen en de beneden molen van de Verzette Gang. Deze molens stonden tijdens de droogmaking van de Purmer aan het andere einde van dezelfde molentocht, bij de oostelijke ringdijk noordelijk van het Stinkevuil. Zoals hierboven werd genoemd, werden de drie molens van de Verzette Gang in 1627 verplaatst van de oostelijke naar de westelijke ringdijk na onderzoek van drie molenmakers, omdat de polder niet goed droog gehouden kon worden. Het was toen niet meer nodig om een molengang te bouwen langs de dijk en daarom is deze gang de enige die geheel in het verlengde van de tochtsloot lag. Vanaf 1833 werden de Purmer-molens vervijzeld. Een molen uit de Verzette Gang, een schepradmolen, bleef staan tot de sloop in 1909, na de uitbreiding
20
Bureauonderzoek Koggeland 90
Afbeelding 8 Uitsnede van de kadastrale minuut van 1811-1832. Het onderzoeksgebied wordt aangegeven met de rode stip en de molengang met het zwarte kader. Kaart is niet op schaal, noorden is linksboven. Bron: Beeldbank Cultureel Erfgoed MIN07055C01.
Afbeelding 9 Uitsnede van het Bonneblad van 1905. Het onderzoeksgebied wordt aangegeven met de rode stip en de molengang met het zwarte kader. Kaart is niet op schaal, noorden is boven. Bron: ARCHIS.
Bureauonderzoek Koggeland 90
21
van het stoomgemaal. De voormalige molengang is opgenomen in een parkje in de wijk Purmer-Zuid. Op de plek van de bovenmolen is een heuveltje gemaakt, met vier trappen die aan molenwieken doen denken (www.allemolens.nl/www.molendatabase.org). De bovenmolen van de Verzette Gang was een achtkante houten grondzeiler, die rond 1627 werd verplaatst naar zijn huidige plaats, maar hoe lang de molen hiervoor bij de oostelijke ringdijk heeft gestaan is onbekend. Een grondzeiler is een windmolen die vanaf de grond kan worden bediend. Dit type molen werd vaak gebruikt in gebieden waar weinig windbelemmering was, bijvoorbeeld dus in de polders. De molen was eerst uitgerust met een scheprad, een wateropvoerwerktuig, maar deze werd vervangen door een vijzel, ofwel een waterschroef, in de loop van de 19e eeuw (www.allemolens.nl/www.molendatabase.org). Op historische kaarten lijkt het onderzoeksgebied steeds onbebouwd. Op de kaart van de Purmer en de omliggende polders uit 1573 (afb. 6) is de Purmer nog een meer. De Purmer was in 1622 helemaal ingepolderd, en dit is te zien op de kaart van J.J. Dou uit 1680 (zie afb. 7). Op deze kaart zijn de drie molens van de Verzette Gang te zien. Het onderzoeksgebied ligt aan deze molengang, naast de bovenmolen en ligt in onbebouwd gebied. Op de kadastrale minuut van 1811-1832 zien we nog steeds dezelfde situatie (zie afb.
8); het onderzoeksgebied is onbebouwd en ligt nog steeds aan de molengang. Er is nu alleen een schuurtje gebouwd, iets ten oosten van het onderzoeksgebied (nummer 10 op de kaart). Op het Bonneblad van 1905 is als laatst weer dezelfde situatie te zien (zie afb. 9). Het onderzoeksgebied is onbebouwd en de molens lijken nog te staan afgebeeld op de kaart, maar ze zijn vermoedelijk al gesloopt tussen 1895 en 1905. Op de Archeologische Monumentenkaart (AMK) is te zien dat er binnen het onderzoeksgebied en het omliggend terrein geen sprake is van een archeologisch monument. In het onderzoeksgebied heeft nog niet eerder archeologisch onderzoek plaatsgevonden. In de nabije omgeving van het onderzoeksgebied zijn verder ook weinig archeologisch onderzoeken uitgevoerd. De dichtstbijzijnde onderzoeken zijn gedaan op ruim een kilometer afstand van het onderzoeksgebied. Het betreft vier bureauonderzoeken op De Where bedrijventerrein (2415560100), aan de Westerweg 13 (4007420100), aan de Purmerdijk (2391869100) en langs De Gors en Vurige Staart bij Purmerend, Ilpendam en Monnickendam (4592136100). Bij al deze bureauonderzoeken is geen vervolgonderzoek geadviseerd. De aanwezigheid van wad- en kwelderafzettingen zou kunnen betekenen dat er in het gebied bewoning mogelijk is geweest in het neolithicum.
Door de ontginningen, verspoelingen, het water van de binnenzee dat veenlagen wegsloeg, en de aanleg van de molengang zullen eventuele sporen echter niet meer intact zijn.
22
Bureauonderzoek Koggeland 90
23
7. Gespecificeerde archeologische verwachting
Periode
Verwachting
Paleolithicum - neolithicum Bronstijd - ijzertijd/Romeinse tijd Vroege middeleeuwen Late middeleeuwen Nieuwe tijd
Laag Laag Laag Laag Laag
Diepte t.o.v. maaiveld n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. Direct onder het maaiveld
Te verwachte archeologische resten n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. Funderingen, aardewerk, glas, leer, dierlijk bot, bouwmateriaal, molengang
Volgens het DinoLoket is er op ca. 150 meter ten noorden van het onderzoeksgebied een geologisch booronderzoek uitgevoerd. Tot 1,90 m -mv werd klei opgeboord. Vanaf 1,90 m -mv tot het einde van de boring op 9,50 m -mv werd alleen nog zeer fijn en matig siltig zand opgeboord. Op de kwelderafzettingen zijn in theorie archeologische sporen te verwachten uit het late neolithicum, maar door verspoelingen, de ontginningen, het water van de binnenzee wat veenlagen wegsloeg, en de aanleg van de molengang is de kans groot dat deze kwelderafzettingen verstoord of verdwenen zijn, waardoor de verwachting voor het aantreffen van archeologische sporen uit deze periode dus laag is. Oudere resten zijn niet te verwachten. Resten uit de bronstijd tot en met de vroege middeleeuwen worden niet verwacht in het onderzoeksgebied en de omgeving, omdat de huidige Purmer toen nog geheel onder water stond. Het onderzoeksgebied is op historische kaarten steeds onbewoond. Het onderzoeksgebied ligt duidelijk naast de molengang, maar het onderzoeksgebied ligt wel een stuk hoger, dus eventuele vondsten met betrekking tot de bovenmolen zullen waarschijnlijk niet bij het onderzoeksgebied terecht zijn gekomen. De bovenmolen lag op een soort eilandje in de molengang, waar water doorheen kon stromen. Eventuele vondsten zijn waarschijnlijk eerder direct rondom de molen of in het omliggende water terecht gekomen.
24
Bureauonderzoek Koggeland 90
25
8. Conclusie en advies
Voor het archeologisch bureauonderzoek aan het Koggenland 90 te Purmerend, gemeente Purmerend (NH) zijn de relevante bodemkundige, historische en archeologische gegevens in kaart gebracht. Binnen het bestemmingsplan ‘De Purmer 2016’ ligt het onderzoeksgebied in een gebied met een lage archeologische waarde, maar het ligt bijna tegen een gebied met hoge archeologische waarde aan. In dit gebied ligt een molengang, die in gebruik was tussen 1622 en het begin van de 20e eeuw. Volgens het bestemmingsplan moet er archeologisch onderzoek plaatsvinden bij werken groter dan 100 m2 en die dieper reiken dan 50 cm onder maaiveld. Dit bureauonderzoek dient om met zekerheid vast te stellen of het plangebied binnen het gebied met hoge waarde valt. Er is een lage verwachting op het aantreffen van archeologische resten uit het paleolithicum tot en met de nieuwe tijd. Dit is vastgesteld op basis van het gebrek aan reeds aangetroffen archeologische resten in de nabije omgeving en kaartmateriaal. Op historische kaarten is het onderzoeksgebied namelijk steeds onbewoond. Het onderzoeksgebied ligt wel naast de molengang, maar het onderzoeksgebied ligt wel een stuk hoger, dus eventuele vondsten met betrekking tot de bovenmolen zullen waarschijnlijk niet bij het onderzoeksgebied terecht zijn gekomen. De bovenmolen lag op een soort eilandje in de molengang, waar water doorheen kon stromen.
Eventuele vondsten zijn waarschijnlijk eerder direct rondom de molen of in het omliggende water terecht gekomen. Op de kwelderafzettingen zijn in theorie archeologische sporen te verwachten uit het late neolithicum, maar door verspoelingen, het wegslaan van veenlagen door water uit de binnenzee, de ontginningen en de aanleg van de molengang is de kans groot dat deze kwelderafzettingen verstoord of verdwenen zijn. Resten uit de bronstijd tot en met de vroege middeleeuwen worden niet verwacht in het onderzoeksgebied en de omgeving, omdat de huidige Purmer toen nog geheel onder water stond. Advies Geadviseerd wordt om in het onderzoeksgebied geen aanvullend archeologisch onderzoek uit te voeren. Dit is op basis van de lage verwachting op het aantreffen van archeologische resten uit het paleolithicum tot en met de nieuwe tijd. Wij wijzen erop dat de bevoegde overheid op basis van dit rapport een selectiebesluit neemt. De mogelijkheid bestaat dat dit selectiebesluit afwijkt van het door ons opgestelde advies. Als er toch archeologische resten worden aangetroffen tijdens de bouw van de nieuwe woningen, dan geldt altijd de verplichting om dit te melden bij het bevoegd gezag, de gemeente Purmerend.
Bureauonderzoek Koggeland 90
26
Literatuur Berendsen, H.J.A., 2000: Landschappelijk Nederland. Van Gorcum, Assen. Brattinga, J.J., 2017: Archeologisch bureauonderzoek Purmerend - Westerweg 35, Hollandia reeks nummer 628, Zaandijk. Nales, T., 2012: Verbetering Boezemkaden Polder Purmer, gemeente Waterland, Edam-Volendam en Purmerend, archeologisch bureauonderzoek, Transect-rapport 198, Utrecht. Websites www.molendatabase.org www.allemolens.nl www.ruimtelijkeplannen.nl www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl www.dinoloket.nl ARCHIS
Bijlagen Inhoudsopgave
Bijlage 1: Archeologische perioden Bijalge 2: Archeologische stappenplan
Bureauonderzoek Koggeland 90
29
B 1.250-1.500
Late-Middeleeuwen
A 1.050-1.250
Vroege-Middeleeuwen
D
900-1.050
C
725-900
B
525-725
A
450-525
Laat-Romeinse tijd
Miden-Romeinse tijd
Vroeg-Romeinse tijd
Late-IJzertijd
B
350-450
A
270-350
B
150-270
A
70-150
B
25-70
A
12-25
12 na Chr.250 v. Chr.
Midden-IJzertijd
500-250
Vroege-IJzertijd
800-500
Late-Bronstijd
1.100-800
Midden-Bronstijd
Vroege-Bronstijd
B
1.500-1.100
A
1.800-1.500 2.000-1.800
Vroeg-Neolithicum
2.450-2.000
A
2.850-2.450
B
3.400-2.850
A
4.200-3.400
B
4.900-4.200
A
5.300-4.900
Laat-Mesolithicum
6.450-4.900
Midden-Mesolithicum
7.100-6.450
Vroeg-Mesolithicum
8.800-7.100
Laat-Paleolithicum
B 18.000-8.800
MESOLITHICUM NEOLITHICUM
Late-Middeleeuwen
Midden-Neolithicum
B
A 35.000-18.000
Midden-Paleolithicum
300.000-35.000
Vroeg-Paleolithicum
-300.000
PALEOLITHICUM
A 1.500-1.650
MIDDELEEUWEN
Nieuwe tijd
Laat-Neolithicum
ROMEINSE TIJD
B 1.650-1.850
IJZERTIJD
Nieuwe tijd
C 1.850-heden
BRONSTIJD
Nieuwe tijd
NIEUWE TIJD
Bijlage 1: Archeologische perioden
30
31
Bijlage 2: Archeologische stappenplan In het “stappenplan archeologie” wordt aangegeven welk traject bij planvorming bewandeld moet worden als het gaat om het inpassen van archeologische waarden en verwachtingen. Het is van groot belang om in een zo vroeg mogelijk stadium van de planvorming rekening te houden met de archeologische waarden en verwachtingen en wel voordat men aanvangt met de globale invulling van een plangebied. Het stappenplan gaat uit van een brede inventarisatie van wat er bekend is over de archeologische waarden. Op basis daarvan wordt zeer gericht ingezoomd op voor het plan(gebied) relevante archeologische informatie. Na iedere stap wordt beredeneerd gekozen voor meer diepgaand onderzoek op specifieke plekken, zodat uiteindelijk voldoende bekend is over aanwezige vindplaatsen om gemotiveerde afweging in het ruimtelijke-ordeningsproces te kunnen maken. I. Bureauonderzoek Het doel van bureauonderzoek is het verwerven van informatie - aan de hand van bestaande bronnen - over bekende of verwachte archeologische waarden binnen of relevant voor het plangebied. Daarnaast moet het bureauonderzoek inzicht bieden in eventueel benodigd inventariserend onderzoek (stap II, zie onder). Een bureauonderzoek bestaat uit een archiefen literatuuronderzoek van archeologische en bodemkundige gegevens die bij RCE, provincie, gemeente en/of andere instanties (b.v.
universiteiten, musea) bekend zijn over het betreffende gebied. Het Bureauonderzoek dient de volgende aspecten te behandelen: * aangeven wat de aanleiding is voor het bureauonderzoek en om welk gebied het gaat. Dit in verband met het bepalen van het onderzoekskader; * beschrijven van het huidige gebruik van de locatie op basis van beschikbare relevante gegevens; * beschrijven van het historische grondgebruik of de historische ontwikkeling van het gebied op basis van geofysische, fysische en historisch geografische gegevens o een korte impressie over de onstaansgeschiedenis van het landschap o een impressie van de bewoningsgeschiedenis; * beschrijven bekende archeologische waarden o archeologisch waardevolle terreinen zoals deze zijn opgenomen in het Centraal Monumenten Archief (CMA) van de RCE. Dezelfde terreinen zijn tevens opgenomen op de Archeologische Monumentenkaarten (AMK) van de provincies. Archeologisch waardevolle terreinen genieten wettelijke bescherming (ex artikel 3 en 6 van de Monumentenwet) of dienen een planologische escherming te krijgen binnen het bestemmingsplan; o archeologische vindplaatsen zoals deze in het Centraal Archeologisch Archief (CAA) van de RCE aanwezig zijn.
Clustering van vindplaatsen kan wijzen op de aanwezigheid van bewonings-sporen uit het verleden; * beschrijven van de archeologische verwachtingen en opstellen van een gespecificeerd en onderbouwd verwachtingsmodel van de verwachte archeologische waarden: o aan de hand van de door de RCE ontwikkelde Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden. Gebieden met een hoge of middelhoge archeologische verwachtingswaarde of trefkans komen in ieder geval voor een nader archeologisch
32
onderzoek in aanmerking; o aan de hand van een meer gedetailleerde provinciale c.q. gemeentelijke verwachtingskaart; * rapportage met daarin advisering ten behoeve van het vervolgtraject gerelateerd aan de verschillende stadia van het planvormingsproces. II. Inventariserend veldonderzoek (IVO) Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het zeer gericht aanvullen en toetsen van de uitkomsten van het bureauonderzoek. Stapsgewijs wordt bekeken óf er archeologische waarden aanwezig zijn en zo ja, wat dan de aard, karakter, omvang, datering, gaafheid, conservering en relatieve kwaliteit is. Ten behoeve van een IVO dient een Programma van Eisen (PvE) opgesteld te worden. In principe wordt het IVO uitgevoerd op basis van een Plan van Aanpak (PvA). Het onderzoek kan bestaan uit de volgende methoden: * non-destructieve methoden: geofysische methoden ; * weinig destructieve methoden: oppervlaktekartering, booronderzoek, sondering (putjes van maximaal een vierkante meter); * destructieve methoden: proefsleuven. Welke methoden (kunnen) worden ingezet hangt af van de locatie en vraagstelling. De onderbouwing voor de in te zetten methoden is in het bureauonderzoek gegeven. Een inventariserend veldonderzoek moet leiden tot een waardering en een archeologisch inhoudelijk selectieadvies.
Nadere toelichting onderzoeksmethoden: 1 en 2: Bij non-destructieve methoden moet men denken aan elektrische, magnetische en elektromagnetische methoden, eventueel in combinatie met remote sensing technieken. Bij weinig destructieve methoden gaat het om oppervlaktekartering en booronderzoek. Dit houdt in dat het plangebied wordt gekarteerd door middel van het “belopen” van akkers en weilanden, waarbij gezocht wordt naar aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische waarden. Daarnaast wordt door middel van boringen onderzocht hoe het staat met de bodemopbouw, en of er archeologische lagen of indicatoren te onderscheiden zijn. De aangetroffen vindplaatsen kunnen vervolgens nader bekeken worden met een meer diepgaand booronderzoek . Dit levert nadere informatie over de omvang en waardering op. Soms is het nodig om in dit stadium proefputjes te graven. Een proefsleuvenonderzoek wordt uitgevoerd indien uit de minder destructieve onderzoeksmethoden is gebleken dat er in een plangebied waardevolle archeologische vindplaatsen aanwezig zijn. Door middel van het graven van een aantal proefsleuven kunnen de exacte begrenzing, de datering en de graad van conservering van een vindplaats worden onderzocht. Uit het proefsleuvenonderzoek moet blijken of een vindplaats behoudenswaardig of zelfs beschermenswaardig is.
Is dit het geval, dan zal bekeken moeten worden of de vindplaats ingepast kan worden in het plan. Het rijks- en ook het provinciaal archeologiebeleid gaat in eerste instantie uit van behoud van het bodemarchief in situ (ter plekke in de bodem).
33
Eventueel: III. Opgraven ofwel archeologisch vervolgonderzoek Indien het niet mogelijk is een ‘behoudenswaardige of beschermenswaardige’ vindplaats in situ te bewaren, zal het hier aanwezige bodemarchief voor het nageslacht bewaard dienen te worden door middel van een vlakdekkend onderzoek. Alleen dan is deze stap (stap III) noodzakelijk. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE)
Bestemmingsplan "Koggenland - Luitje Broekemastraat 2024" (vastgesteld)
Bijlage 4 Bezonningsstudie Koggenland
96
Bezonningsstudie Koggenland Binnenwijkse Ontwikkel Locatie (BOL)
Bezonningsstudie Koggenland
Binnenwijkse Ontwikkel Locatie (BOL)
1.
5.
2.
6.
3.
7.
4.
8.
Bestaande situatie Afbeelding 1: 21 maart 09:00 uur Afbeelding 2: 21 maart 12:00 uur Afbeelding 3: 21 maart 15:00 uur Afbeelding 4: 21 maart 18:00 uur
Nieuwe situatie Afbeelding 5: 21 maart 09:00 uur Afbeelding 6: 21 maart 12:00 uur Afbeelding 7: 21 maart 15:00 uur Afbeelding 8: 21 maart 18:00 uur
Bezonningsstudie Koggenland
Binnenwijkse Ontwikkel Locatie (BOL)
1.
4.
2.
5.
3.
6.
Bestaande situatie Afbeelding 1: 21 juni 09:00 uur Afbeelding 2: 21 juni 12:00 uur Afbeelding 3: 21 juni 15:00 uur
Nieuwe situatie Afbeelding 4: 21 juni 09:00 uur Afbeelding 5: 21 juni 12:00 uur Afbeelding 6: 21 juni 15:00 uur
Bezonningsstudie Koggenland
Binnenwijkse Ontwikkel Locatie (BOL)
1.
3.
2.
4.
Bestaande situatie Afbeelding 1: 21 juni 18:00 uur Afbeelding 2: 21 juni 20:00 uur
Nieuwe situatie Afbeelding 3: 21 juni 18:00 uur Afbeelding 4: 21 juni 20:00 uur
Bezonningsstudie Koggenland
Binnenwijkse Ontwikkel Locatie (BOL)
1.
5.
2.
6.
3.
7.
4.
Bestaande situatie Afbeelding 1: 23 september 09:00 uur Afbeelding 2: 23 september 12:00 uur Afbeelding 3: 23 september 15:00 uur Afbeelding 4: 23 september 18:00 uur
8.
Nieuwe situatie Afbeelding 5: 23 september 09:00 uur Afbeelding 6: 23 september 12:00 uur Afbeelding 7. 23 september 15:00 uur Afbeelding 8: 23 september 18:00 uur