CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

K -bestemmingsplan-tarwestraat-2022-toelichting

Gemeenteraad 29 juni 2023, gemeente PurmerendBij agendapunt: Bestemmingsplan Tarwestraat21.043 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

2.295 m² verharding voor verkeer, gebouw en ondergrondse containers gepland. Ten opzichte van de huidige situatie is er daardoor sprake van circa 2.020 m² extra verharding , waardoor compensatie in het peilgebied nodig is. Door het Hoogheemraadschap is voor de Tarwestraat een berekening compenserende berging voor nieuw verhard gebied gemaakt. Hieruit volgt dat er 202 m3 extra open water nodig is ter compensatie van de toename aan verharding. Dit kan niet worden gerealiseerd binnen het bestemmingsplan, zodat is gekeken naar een oplossing binnen hetzelfde peilgebied. Bij de BOL-ontwikkeling op de Riek- Gaffelstraat wordt een watergang gegraven ter vervanging van een duiker die niet afdoende functioneert. Dit resulteert in een netto watercompensatie van 259 m2. Voor de ontwikkeling aan de Riek- en Gaffelstraat zelf is een compensatie nodig van 95,7 m2. Het resterende oppervlak (163,3 m2 ) mag in overleg met het waterschap worden ingezet voor de Tarwestraat, dat ligt in hetzelfde peilgebied. Voor de overige 38,7 m2 worden op de locatie zelf compenserende maatregelen getroffen, zoals waterretentie in de bodem (kratten/grindkoffers) of waterdoorlatende verharding op parkeerplaatsen. In het kader van dit bestemmingsplan is overleg opgestart met het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier door middel van het digitaal watertoetsformulier.

De aanvraag is gedaan op dinsdag 4 januari 2022 en geregistreerd onder kenmerk 00003014. Vanwege de invloed van bepaalde aspecten van het plan op de belangen van het hoogheemraadschap is bepaald dat de normale procedure moet worden gevolgd. Dat wil zeggen dat niet kan worden volstaan met een standaardwaterparagraaf, maar dat maatwerk nodig is. Dit gebeurt in overleg met de waterbeheerders. Bij de aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit 'bouwen' dient ook te worden voldaan aan het basisveiligheidsniveau klimaatadaptatie 5.14.3 Conclusie Ten opzichte van de huidige situatie leidt het plan tot circa 2.020 m² extra verharding. Daarvan dient 10% te worden gecompenseerd in hetzelfde peilgebied. Bij de ontwikkeling op de Riek- Gaffelstraat wordt een watergang gegraven ter vervanging van een duiker die niet afdoende functioneert. Dit resulteert in een netto watercompensatie van 259 m2. Voor de ontwikkeling aan de Riek- en Gaffelstraat zelf is een compensatie nodig van 95,7 m2. Het resterende oppervlak (163,3 m2 ) mag in overleg met het waterschap worden ingezet voor de Tarwestraat, dat ligt in hetzelfde peilgebied. Voor de overige 38,7 m2 worden op de locatie zelf 54

compenserende maatregelen getroffen, zoals waterretentie in de bodem (kratten/grindkoffers) of waterdoorlatende verharding op parkeerplaatsen. Bij de aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit 'bouwen' dient ook te worden voldaan aan het basisveiligheidsniveau klimaatadaptatie Water vormt geen belemmering bij dit bestemmingsplan.

5.15 Milieu-effectrapportage 5.15.1 Beleidskader Voor bepaalde grootschalige ontwikkelingen op het gebied van woningen, bedrijvigheid en infrastructuur dient op grond van het Besluit milieu-effectrapportage 1994 een milieu-effectrapportage (mer) opgesteld te worden. Hierin moet worden aangegeven wat de gevolgen zijn van de ontwikkelingen voor het milieu. In het Besluit mer is aangegeven in welke gevallen er onderzoek gedaan moet worden. Afhankelijk van de grootte van het project zijn er drie mogelijkheden: 1. bij een project dat voorkomt in onderdeel C van de bijlage van het Besluit mer en boven de daar genoemde drempelwaarden uitkomt, geldt een directe mer-plicht. In dat geval dient een mer opgesteld te worden. Dit geldt ook voor een project die onder de drempelwaarden genoemd in onderdeel C blijft, maar boven de drempelwaarden die in onderdeel D gegeven worden ligt en waarvoor een (kaderstellend) bestemmingsplan opgesteld wordt. 2. indien er geen directe mer-plicht geldt, kan er wel een vormvrije mer-beoordelingsplicht gelden. Dit geldt voor projecten die in onderdeel D genoemd worden en niet boven onder de drempelwaarde uitkomen. Hierbij moet worden onderzocht of er sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen. Er gelden geen vormvereisten, maar wel inhoudelijke vereisten: de criteria uit bijlage III van de Europese richtlijn moeten in acht worden genomen.

Als de uitkomst is dat het uitgesloten is dat er belangrijke gevolgen voor het milieu zijn, dan dit moet in de toelichting van het bestemmingsplan worden gemotiveerd. Zijn belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu niet uitgesloten, dan geldt een mer -plicht. Van een directe mer-plicht zal in Purmerend vrijwel nooit sprake zijn. Van een mer -beoordelingsplicht kan sprake zijn bij een stedelijk ontwikkelingsproject, oftewel de bouw van woningen, kantoorgebouwen of andere stedelijke voorzieningen. Hier moet worden beoordeeld of er belangrijkse nadelige gevolgen voor het milieu kunnen optreden. Hoe verder het project van de drempelwaarde af ligt, hoe kleiner de nadelen voor het milieu zullen zijn. 5.15.2 Analyse De voorgenomen activiteit is niet opgenomen in onderdeel C van het Besluit mer en is daarom niet aan te merken als een activiteit waarvoor een directe m.e.r.-plicht bestaat. Het is wel opgenomen in onderdeel D (categorie D.11.2) van bijlage II van het Besluit mer De activiteit betreft een stedelijk ontwikkelingsproject, maar valt ruimschoots onder de drempelwaarden die hier genoemd worden.

Activiteiten Gevallen Besluit D.11.2 De aanleg, wijziging In gevallen waarin de activiteit betrekking De vaststelling van of uitbreiding van heeft op: het plan, bedoeld in een stedelijk 1: een oppervlakte van 100 hectare of artikel 3.6, eerste lid, ontwikkelingsprojec meer, onderdelen a en b, t, met inbegrip van 2. een aaneengesloten gebied en 2.000 of van de Wet de bouw van meer woningen omvat, of ruimtelijke ordening winkelcentra of 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van --> het parkeerterreinen. 200.000 bestemmingsplan m2 of meer. Dit betekent dat kan worden volstaan met een vormvrije mer-beoordeling. Een aanmeldnotitie MER is niet noodzakelijk, aangezien het bevoegd gezag zelf initiatiefnemer is.

bestemmingsplan "Tarwestraat 2022" (vastgesteld)

5.15.3 Conclusie Uit de effecten die zijn beschreven in voorgaande paragrafen en hoofdstukken kan worden geconcludeerd dat als gevolg van onderhavige ontwikkeling, er geen sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu en de omgeving waarbinnen de herontwikkeling plaatsvindt. Geconcludeerd wordt dat er geen MER noodzakelijk is.

56

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

De gemeente mag op basis van de Wet ruimtelijke ordening alleen meewerken aan planontwikkelingen die haalbaar en uitvoerbaar zijn. Ingevolge artikel 3.1.6 Bro dient de toelichting van een bestemmingsplan inzichten te bevatten over de uitvoerbaarheid van een plan.

6.1

Privaatrechtelijke uitvoerbaarheid

De gronden zijn eigendom van de gemeente. Het plan zal worden uitgevoerd door wooncorporatie Intermaris.

6.2

Economische uitvoerbaarheid

De Wet ruimtelijke ordening maakt het vaststellen van een exploitatieplan verplicht voor een aantal bouwactiviteiten wanneer de bouw daarvan planologisch mogelijk wordt gemaakt in een bestemmingsplan, een wijziging van een bestemmingsplan of een projectafwijkingsbesluit. De bouwplannen waarbij een exploitatieplan verplicht is staan in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Geen exploitatieplan is nodig indien het verhaal van de kosten van grondexploitatie anderszins verzekerd is en er geen fasering of tijdvak behoeft te worden vastgelegd én geen locatie-eisen (aan openbare ruimte of woningbouwcategorieën) hoeven te worden vastgesteld. De grond is in eigendom van de gemeente. Voor de ontwikkeling heeft de gemeente een grondexploitatie opgesteld. In een grondexploitatie zijn alle aan het project verbonden kosten en opbrengsten opgenomen. Het kostenverhaal, waaronder ook de plankosten voor de bestemmingsplanwijziging, wordt gedekt door de opbrengsten uit de grondverkoop. Hierdoor kan gesteld worden dat het kostenverhaal anderszins verzekerd is. Een exploitatieplan is derhalve niet nodig. De vastgoedontwikkeling zal aanvangen nadat de gronden zijn verkocht en geleverd aan de koper.

6.3

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.3.1 Algemeen In deze paragraaf wordt ingegaan op het draagvlak dat in de maatschappij en bij andere (overheids-) instanties leeft voor de ontwikkeling. Het moet aannemelijk zijn dat er voldoende draagvlak is, waarbij opgemerkt wordt dat het is niet mogelijk is iedereen tevreden te stemmen. Bij het tegen elkaar afwegen van de diverse belangen kan het altijd mogelijk zijn dat één belang minder gewicht wordt toegekend dan het ander. 6.3.2 Communicatie In de raadsvergadering van 26 september 2019 heeft de gemeenteraad ingestemd met de plannen voor deze locatie. Daarna is een participatieproject gestart, waarbij op diverse momenten contact is geweest met omwonenden. 18 november 2019: bewonersavond, waarin de plannen zijn gepresenteerd aan de bewoners. Eind november 2020: verzending nieuwsbrief aan omwonenden met daarin de laatste ontwikkelingen en het via een videopresentatie geven van een toelichting op het aangepaste ontwerp. 7 en 8 december 2020: digitale bijeenkomsten over de plannen. Januari 2021: beantwoording van de vragen en opmerkingen die omwonenden gesteld hebben via de e-mail en tijdens de digitale bijeenkomsten. 3 en 11 februari 2021: omwonenden konden inspreken bij de commissie Stedelijke Ontwikkeling en Beheer (SOB). Vervolgens besprak de commissie op donderdag 4 maart alle

bestemmingsplan "Tarwestraat 2022" (vastgesteld)

binnenwijkse ontwikkellocaties. Op 25 maart 2021 is de gemeenteraad akkoord gegaan met de plannen voor het ontwikkelen van extra woningen (op sommige locaties aangevuld met een maatschappelijke voorziening) in verschillende wijken van Purmerend, waaronder de Tarwestraat. 27 juni 2022: informatiebijeenkomst met de ontwikkelaar (wooncorporatie Intermaris) op de 1e dag van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan. 28 november 2022: inloopbijeenkomst met Intermaris, waar het voorlopig ontwerp voor het nieuwe woongebouw en de openbare ruimte zijn gepresenteerd. Daarnaast zijn er in de periode 21 juni 2021 t/m 9 februari 2023 11 keukentafelgesprekken gevoerd met omwonenden. Voor het meedenken over de ontwikkeling aan de Tarwestraat zijn steeds 78 huishoudens uitgenodigd (zie de navolgende afbeelding van het verspreidingsgebied).

Afbeelding: verspreidingsgebied uitnodigingen deelname participatie over BOL Tarwestraat (de woning aan de Haverstraat is op eigen verzoek van het betreffende huishouden meegenomen in het verspreidingsgebied) Tijdens het participatieproces werden met name zorgen geuit over de privacy, het verlies van groen en (extra) wateroverlast bij hevige regenbuien. De ontvangen reacties tijdens het participatieproces hebben tot diverse aanpassingen geleid: Ontwerpbestemmingsplan: Zo is in het ontwerpbestemmingsplan een minder diep en iets langer bouwvlak opgenomen, om zodoende het gebouw ongeveer een meter verder van de bestaande woningen gelegen aan de noordkant van de nieuwbouw te kunnen situeren. Met de aanpassing van het bouwvlak en de verplaatsing van een aantal voorziene parkeerplaatsen naar de westzijde van het plangebied is ook ruimte ontstaan om de groenstrook te verbreden nabij de achtertuinen van de bestaande woningen aan de noordkant. Vast te stellen bestemmingsplan: Op enig moment gaf Intermaris in de richting van de gemeente aan dat zij graag modulair willen gaan bouwen aan de Tarwestraat. Dat is een minder flexibele bouwwijze en als gevolg daarvan vroeg men of het eerder afgesproken bouwvlak kon worden verbreed.

Aangezien de gemeente veel waarde hecht aan de eerder met omwonenden gecommuniceerde kaders heeft zij de wens van Intermaris met omwonenden van de Tarwestraat besproken. Aangezien daaruit naar voren kwam dat omwonenden vast 58

wilden houden aan het eerder met hen gecommuniceerde bouwvlak en Intermaris vervolgens vasthield aan haar voorkeur voor modulair bouwen zal het aantal woningen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan naar beneden worden bijgesteld van maximaal 26 naar maximaal 21 woningen. Als gevolg daarvan zijn ook minder parkeerplaatsen nodig en zal de groenbestemming op de verbeelding wat worden vergroot ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. Verdere inrichting van het gebied: Naast de hiervoor vermelde aanpassingen in het ontwerpbestemmingsplan en het vast te stellen bestemmingsplan worden naar aanleiding van de inbreng van omwonenden ook diverse maatregelen getroffen bij de verdere inrichting van het gebied: 1. in de groenstrook wordt hoogopgaand groen gerealiseerd ten behoeve van de privacy; 2. buiten het plangebied worden bomen geplant om het bestaande verkeersgeluid (afkomstig van de Grotenhuysweg) dat weerkaatst tegen de noordelijke gymzaalmuur te dempen; 3. het haaksparkeren nabij de groenstrook wordt omgezet in fileparkeren; 4. er worden klappaaltjes aan de westzijde van het plangebied aangebracht om doorgaand autoverkeer te voorkomen, met uitzondering van eventueel calamiteitenverkeer; 5. er wordt een hek bij de in- en uitgang van de gymzaal geplaatst om de veiligheid van bezoekers van de gymzaal zoveel mogelijk te waarborgen; 6.

de beoogde trafo wordt verplaatst naar een locatie buiten het plangebied; 7. omwonenden kunnen desgewenst hun tuin laten aansluiten op de nieuwe rioolaansluiting. Een aantal omwonenden ziet het plangebied liever niet bebouwd worden. Het al dan niet bebouwen van het plangebied staat vanwege het in 2019 genomen raadsbesluit echter niet ter discussie en is dan ook geen onderdeel geweest van het participatietraject. De participatie bij het project had alleen betrekking op de invulling van het plangebied met woningen. 6.3.3 Overleg ingevolge artikel 3.1.1 Bro Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) schrijft voor dat een bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van een ruimtelijk plan, daarbij overleg pleegt met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van Rijk en provincie die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Artikel 3.1.6 Bro bepaalt daarnaast dat in de toelichting de uitkomsten van dit overleg worden beschreven. In het kader van het vooroverleg heeft er overleg plaatsgevonden met het hoogheemraadschap (zie paragraaf 5.14 Water).

6.3.4 Inspraak ingevolge Algemene inspraakverordening gemeente Purmerend De Algemene Inspraakverordening van de gemeente Purmerend bepaalt dat elk bestuursorgaan ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden kan besluiten of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. In het onderhavige geval heeft voorafgaand aan het bestemmingsplan uitgebreid participatie plaatsgevonden. 6.3.5 Overleg ingevolge artikel 3.8 Wro Artikel 3:8 Wro bepaalt dat op de voorbereiding van een bestemmingsplan afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is. Deze afdeling bevat bepalingen rond de Uniforme openbare voorbereidingsprocedure. Het ontwerp van dit bestemmingsplan heeft ter inzage gelegen van 27 juni 2022 tot en met 8 augustus 2022. De kennisgeving is in het Gemeenteblad van 23 juni 2022 geplaatst. Een aantal personen heeft een zienswijze ingediend. In de nota van zienswijzen, behorende bij het raadsbesluit, wordt op deze zienswijzen ingegaan. Deze hebben geleid tot aanpassing van het bestemmingsplan:

bestemmingsplan "Tarwestraat 2022" (vastgesteld)

Verbeelding: 1. Aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is gewijzigd van 26 naar 21; 2. Groenbestemming wordt vergroot nabij de achtertuinen van de bewoners aan de Tarwestraat (zie onderstaande afbeelding).

Afbeelding: Groenbestemming ontwerpbestemmingsplan (groen ingekleurd) en gewijzigde groenbestemming nabij de achtertuinen (groen gearceerd) Toelichting: 1. Paragraaf 4.2 (Nieuwe situatie) is aangepast aan de hand van de laatste stand van zaken in de planvorming. Ook is de paragraaf uitgebreid met een beschrijving van de gevolgen voor wat betreft uitzicht van omliggende bestaande woningen en het zoveel mogelijk voorkomen van bouwoverlast; 2. Verder is de vermelding van de Gemetstraat gecorrigeerd. Daarnaast is ambtshalve voorgesteld de toelichting op het bestemmingsplan te actualiseren (laatste stand van zaken planvorming, stikstofdepositieonderzoek, ecologienotitie, zienswijzenproces, beleid, etc).

60

Hoofdstuk 7

Juridische planbeschrijving

Dit hoofdstuk bevat de toelichting op de gekozen planvorm, die van een gedetailleerd bestemmingsplan met waar mogelijk flexibiliteit om de gewenste ontwikkeling te kunnen realiseren. Tevens geeft het inzicht in de overwegingen die aan de juridische regeling ten grondslag hebben gelegen.

7.1

Planvorm

Het onderhavige plan voorziet in een actueel en adequaat juridisch kader voor ontwikkeling en beheer van het plangebied. Het is een plan op basis van artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening, opgesteld conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012). Omdat de plannen voor deze locatie vrij concreet zijn, is gekozen voor een gedetailleerde planvorm. Deze planvorm maakt het mogelijk alle gewenste functies in het plangebied te voorzien van een duidelijke bestemmingsregeling waarmee kaders geboden worden voor de gewenste ontwikkeling. Daarnaast is er een zekere mate van flexibiliteit, door binnen de bestemmingen verschillende functies mogelijk te maken. Op de verbeelding zijn alle functies zodanig bestemd, dat het direct mogelijk is om met het bijbehorende renvooi (verklaring van de bestemmingen) te zien welke bestemmingen aan de gronden binnen het plangebied gegeven zijn. Uitgangspunt daarbij is dat de verbeelding zoveel mogelijk informatie geeft omtrent de in acht te nemen horizontale en verticale maten. In de bijbehorende regels zijn de bestemmingsomschrijving, de bouwregels en de gebruiksbepalingen alsmede de eventuele afwijkingsmogelijkheden te vinden. Voor een goede ruimtelijke ordening is het noodzakelijk dat de in het bestemmingsplan gestelde regels zodanig zijn opgesteld dat deze (goed) te handhaven zijn.

Het gemeentebestuur is van oordeel dat de regels in het onderhavige plan voldoen aan deze eis.

7.2

Bestemmingsregeling

Dit bestemmingsplan geeft de kaders voor de herontwikkeling van de voormalige schooltuin aan de Tarwestraat te Purmerend naar woningbouw. Een aantal regelingen is hieronder toegelicht. Bestemmingsregels Artikel 3 Groen De grote eenheden groen met een structurerende functie en kleinere op zichzelf staande groeneenheden, die belangrijk zijn voor de woonkwaliteit en waar flexibiliteit bij de inrichting van de openbare ruimte minder noodzakelijk is, zijn bestemd als Groen. Kleine stukjes siergroen vallen onder de bestemming Verkeer - 2. Binnen de bestemming Groen is een beperkt aantal gebruiksvormen toegestaan, zoals groen, voet- en fietspaden, water, speelvoorzieningen, afvalverzamelplaatsen, nutsvoorzieningen en kunstobjecten. Er mogen binnen deze bestemming in principe alleen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. Objecten van beeldende kunst zijn toegestaan tot een hoogte van zes meter. Burgemeester en wethouders kunnen binnenplans afwijken om objecten tot een hoogte van maximaal vijftien meter toe te staan. Op/onder de gronden in de openbare ruimte is het plaatsen van ondergrondse containers toegestaan. Artikel 4 Verkeer - 2 De bestemming Verkeer-2 wordt toegekend aan wegen met een verkeers- of verblijfsfunctie.

Binnen deze bestemming is een aantal daarin passende gebruiksvormen toegestaan, zoals parkeren, het verzamelen van huisvuil, groen- en waterpartijen en kleine nutsvoorzieningen,

bestemmingsplan "Tarwestraat 2022" (vastgesteld)

speelvoorzieningen enz. Artikel 5 Wonen De gronden met de bestemming Wonen zijn bestemd voor de bewoning door personen en de daarbij behorende voorzieningen, zoals parkeerplaatsen, tuinen en erven en de daarin geplaatste erfbebouwing (schuren, carports, bergingen enz.), erf- en terreinafscheidingen, tuinmeubilair, speeltoestellen, water en nutsvoorzieningen. Aan-huis-verbonden beroepen, (kleinschalige) bedrijvigheid en bed & breakfast zijn toegestaan, zolang de woonfunctie in overwegende mate aanwezig blijft en er geen onevenredige hinder voor de omgeving optreedt. Algemene regels Artikel 6 Anti-dubbeltelregel Het doel van deze bepaling is te voorkomen dat grond die al in aanmerking is genomen of betrokken is bij het verlenen van een vergunning niet nog een keer wordt betrokken bij een aanvraag om omgevingsvergunning. Hierdoor wordt voorkomen dat met gebruikmaking van privaatrechtelijke overeenkomsten, de publiekrechtelijke regels worden ondergraven. Artikel 7 Algemene bouwregels In dit artikel worden regels gegeven voor bouwwerken die op twee of meer bestemmingen van toepassing zijn. Ondergronds bouwen Bouwen beneden peil is in beginsel niet toegestaan.

Bij omgevingsvergunning kan hiervan worden afgeweken als wordt aangetoond dat het ondergronds bouwen geen negatieve gevolgen heeft voor de grondwaterstromen en er schriftelijk advies gevraagd is aan de waterbeheerder.De regels die van toepassing zijn op bovengrondse bouw zijn ook van toepassing op ondergrondse bouw. Het onderhavige bestemmingsplan verbindt daar de regel aan dat qua diepte ondergrondse bouw beperkt moet blijven tot ten hoogste één bouwlaag. Beschermen bomen De gemeente wil voorkomen dat het bouwen ten behoeve van de in het bestemmingsplan opgenomen bestemmingen nadelig is voor de bestaande bomen die behouden blijven. Er dient daarom in het kader van een aanvraag omgevingsvergunning te worden aangetoond dat bouwen geen onevenredig nadelige effecten heeft op de te behouden bomen. Dergelijke effecten kunnen worden voorkomen door het treffen van maatregelen. De bepaling ten aanzien van het beschermen van bomen heeft geen betrekking op de nu nog bestaande bomen die in het kader van de herontwikkeling gekapt dienen te worden. Artikel 8 Algemene gebruiksregels In de algemene gebruiksbepaling is opgenomen wat onder verboden gebruik van de gronden wordt verstaan. Bij het bouwen of aanleggen van een nieuwe functie of voorziening moet in principe op eigen terrein gezorgd worden voor voldoende parkeerplaatsen.

Voor de ontwikkeling geldt een parkeernorm van 1,7 parkeerplaatsen per woning. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Dit artikel betreft het overgangsrecht met betrekking tot gebruik van onbebouwde gronden en bouwwerken dat afwijkt van het bestemmingsplan op het moment dat dit in werking treedt. Dit gebruik mag worden voortgezet. Wijziging van het afwijkend gebruik is slechts toegestaan indien de afwijking hierdoor wordt verkleind. Daarnaast zijn overgangsregels opgenomen ten aanzien van het bouwen. Een bouwwerk dat afwijkt van de bouwregels van het bestemmingsplan op het moment dat dit in werking treedt, mag gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd, of na een 62

calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd. De afwijking mag daarbij naar aard en omvang niet worden vergroot. Daarvan mag eenmalig worden afgeweken tot maximaal 10% van de inhoud van het bouwwerk. Het overgangsrecht is niet van toepassing op bouwwerken die reeds in strijd waren met het voorgaande geldende bestemmingsplan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12824979/1