CConstaterende datPurmerend
Koppel je AI →
Document · PDF

K -bestemmingsplan-tarwestraat-2022-toelichting

Gemeenteraad 29 juni 2023, gemeente PurmerendBij agendapunt: Bestemmingsplan Tarwestraat21.043 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Bestemmingsplan

Tarwestraat 2022 Vastgesteld

Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1

5 Inleiding

5

1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer

5 5 6 7

Hoofdstuk 2

Projectbeschrijving

8

Hoofdstuk 3

Beleidskader

10

3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid

Hoofdstuk 4

Omgevingsanalyse

4.1 Huidige situatie 4.2 Nieuwe situatie

Hoofdstuk 5

Randvoorwaarden / omgevingsaspecten

Uitvoerbaarheid

6.1 Privaatrechtelijke uitvoerbaarheid 6.2 Economische uitvoerbaarheid 6.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Hoofdstuk 7

29 29 32

5.1 Archeologie 5.2 Bezonning 5.3 Bodemkwaliteit 5.4 Cultuurhistorische waarden 5.5 Duurzaamheid 5.6 Externe veiligheid 5.7 Geluid 5.8 Geur 5.9 Luchtkwaliteit 5.10 Milieuzonering 5.11 Natuurwaarden 5.12 Planologisch relevante leidingen 5.13 Verkeer en parkeren 5.14 Water 5.15 Milieu-effectrapportage

Hoofdstuk 6

10 13 16 19

Juridische planbeschrijving

7.1 Planvorm 7.2 Bestemmingsregeling

37 37 38 38 39 40 40 41 43 44 46 47 50 51 53 55

57 57 57 57

61 61 61

bestemmingsplan "Tarwestraat 2022" (vastgesteld)

4

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Onderhavig bestemmingsplan heeft betrekking op de herontwikkeling van de voormalige schooltuin aan de Tarwestraat te Purmerend. De locatie is niet meer in gebruik en vrijwel volledig onbebouwd. In 2021 heeft de gemeenteraad besloten om de locatie te herontwikkelen. De gemeente en wooncorporatie Intermaris zijn van plan om op de locatie maximaal 21 woningen te realiseren voor senioren. De gewenste nieuwbouw past niet binnen het ter plaatse geldende bestemmingsplan "De Purmer 2016". In paragraaf 1.3 wordt hierop verder ingegaan. Het onderhavige bestemmingsplan biedt een planologisch kader met bouw- en gebruiksregels, waarbinnen het project planologisch mogelijk wordt gemaakt.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied ligt in de wijk Purmer-Noord. De locatie is gelegen aan de achterzijde van de gymzaal aan de Tarwestraat 1, de woonbebouwing Tarwestraat 3 - 41 en de garageboxen Tarwestraat 43 B - G.

Ligging en situering plangebied.

bestemmingsplan "Tarwestraat 2022" (vastgesteld)

1.3

Vigerend bestemmingsplan

1.3.1 De Purmer 2016 In het plangebied geldt tot op het moment van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan het bestemmingsplan "De Purmer 2016", vastgesteld op 23 augustus 2017.

Uitsnede verbeelding ter hoogte van het plangebied (www.ruimtelijkeplannen.nl) Ter plaatse van het plangebied gelden de bestemmingen 'Groen' en 'Verkeer -2'. De voormalige schooltuinen hebben geheel de bestemming 'Groen'. Deze gronden zijn aangewezen voor groen, water met bijbehorende oeverstroken, bruggen en brugaanlandingen, speelvoorzieningen, voet- en fietspaden, (ontsluitings)wegen, openbare toiletvoorzieningen en overige bij deze bestemming behorende voorzieningen. Aan de noordwestkant van het plangebied, ten zuidwesten van de garageboxen Tarwestraat 43 B G geldt de bestemming 'Verkeer - 2'. Deze gronden zijn aangewezen voor onder meer wegen, voet- en fietspaden en parkeren. 1.3.2 Parapluplan Parkeernormen Purmerend 2018 Het Parapluplan Parkeernormen Purmerend 2018 is vastgesteld op 28 februari 2019 en heeft betrekking op het hele grondgebied van Purmerend. Het plan geeft regels op het gebied voor parkeren voor alle gemeentelijke bestemmingsplannen. Het verwijst voor de te hanteren normen voor parkeren naar de 'Nota Parkeernormen gemeente Purmerend 2016', vastgesteld op 26 mei 2016. Als deze nota gewijzigd of vervangen wordt, houden burgemeester en wethouders rekening met deze wijziging of vervanging.

6

1.4

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 bevat een beschrijving van het project. Hoofdstuk 3 geeft een samenvatting van het relevante actuele beleidskader. Hoofdstuk 4 bevat een omgevingsanalyse waarin wordt nagegaan welke functies en bouwwerken zich voorafgaand aan vaststelling van het bestemmingsplan in het plangebied bevinden en in hoeverre het nieuwe project hierin past. In hoofdstuk 5 worden de relevante randvoorwaarden en omgevingsaspecten behandeld. Hoofdstuk 6 gaat over de uitvoerbaarheid en in hoofdstuk 7 wordt een toelichting gegeven op de gekozen planvorm en de gedachten die ten grondslag liggen aan de juridische regeling zoals deze op de verbeelding en in de regels is opgenomen.

bestemmingsplan "Tarwestraat 2022" (vastgesteld)

Hoofdstuk 2

Projectbeschrijving

De voormalige locatie van de schoolwerktuinen aan de Tarwestraat ligt al enige tijd braak. Voor deze locatie is op 25 maart 2021 door de gemeenteraad vastgesteld dat er een programma van 26 sociale huurappartementen bedoeld voor senioren moet worden uitgewerkt. In het uitgewerkte plan wordt inmiddels uitgegaan van maximaal 21 sociale huurappartementen voor senioren. Het stedenbouwkundig ontwerp gaat uit van een langgerekt gebouw van circa 65 meter lang en ongeveer 13 tot 16 meter breed ter plaatse van het trappenhuis). Het gebouw wordt in oostwest-richting gepositioneerd, op circa 20 meter van de achtertuinen van de woningen Tarwestraat 3 - 41. De afstand tot de bestaande woonpercelen aan de Tarwestraat is tot stand gekomen na overleg met omwonenden. Vanwege de aanwezigheid van kabels en leidingen is het niet mogelijk deze afstand verder te vergroten. Door de oostwest-richting accentueert het gebouw de stedenbouwkundige structuurlijnen die voortkomen uit het oorspronkelijke droogmakerijlandschap. De ligging van het gebouw maakt het mogelijk om de galerij aan de noordkant te situeren en op die manier de privacy van de woningen ten noordoosten hiervan maximaal te waarborgen. De toekomstige bewoners hebben daardoor slechts vanuit de verkeersruimte zicht op bestaande tuinen en woningen aan de Tarwestraat.

De woningen in de nieuwbouw krijgen terrassen en balkons op het zuiden en zullen daardoor op de waterpartij langs de Gemetstraat zijn georiënteerd.

Randvoorwaarden kavelpaspoort Tarwestraat Het drielaagse gebouw krijgt een bouwhoogte van maximaal 9 meter (platte afdekking). Deze bouwhoogte sluit aan op de hoogtes van de bestaande bebouwing in de omgeving, welke grotendeels bestaat uit twee bouwlagen met een kap. Langs de waterpartij wordt langs de zuidwestkant van het gebouw een openbaar pad ingericht dat het Park de Uitvlugt (ten zuidoosten van het plangebied) verbindt met de groene ruimten langs de Dijkgraafsingel. De ruimte wordt hier zo groen mogelijk ingericht, de voorziene parkeerplaatsen aan deze kant worden dan ook met grastegels aangelegd.

8

Ligging plangebied ten opzichte van Gemetstraat, Park de Uitvlugt en Dijkgraafsingel Het plangebied zal via een doodlopende woonstraat worden aangesloten op de ventweg van de Tarwestraat langs de Grotenhuysweg, aan de oostzijde van het plangebied. Speciale aandacht moet bij de nadere uitwerking uitgaan naar een verkeersveilige inrichting bij de entree van de gymzaal die uitkomt op deze weg. De voor de hulpdiensten noodzakelijke tweede toegang wordt aan de westkant, in aansluiting op de Tarwestraat, gerealiseerd. Om in de parkeerbehoefte te voldoen worden langs de woonstraat in ieder geval 34 parkeerplaatsen aangelegd voor bewoners en bezoekers. Zie paragraaf 5.13 Verkeer en parkeren voor een uitgebreide beschrijving. Tussen de woonstraat en de achtertuinen van de bestaande rijwoningen wordt een groenruimte aangelegd. De inrichting dient nader te worden bepaald. Ten westen van het plangebied, buiten de bestemmingsplangrenzen, wordt het trapveldje vernieuwd en opgewaardeerd door de aanplant van lage planten, oeverplanten en struiken langs het water. De gehele inrichting van het plangebied moet klimaatbestendig zijn. In het klimaatadaptatieplan van Purmerend is bepaald dat klimaatknelpunten door middel van maatwerk zullen worden aangepakt. Hittestress, droogte, wateroverlast (plasvorming), ecologie en overstromingskans zijn thema’s waarmee gewerkt moet worden.

Denk aan waterbergende parkeerplaatsen met drainage overstort, gevel- en dakbegroeiing, waterretentie, natuurinclusief bouwen en daar waar mogelijk beperken van verharding. Welke maatregelen genomen worden voor onderhavige ontwikkeling, is in deze fase van het planproces nog niet altijd bekend. Dit wordt duidelijk bij de verdere uitwerking van de plannen. Voor wat betreft de waterbergende maatregelen is al wel bekend welke maatregelen er zullen worden toegepast. Het betreft onder meer de realisatie van waterbergende parkeerplaatsen (97 m³) met retentie in de openbare ruimte.

bestemmingsplan "Tarwestraat 2022" (vastgesteld)

Hoofdstuk 3

Beleidskader

Het kader voor een bestemmingsplan wordt gevormd door diverse nationale, provinciale, (deel-)regionale, en (deel)gemeentelijke nota's. Dit beleid stelt planologische en bestuurlijke beleidskaders (randvoorwaarden) aan de ruimtelijke (on)mogelijkheden voor het plangebied waarmee rekening moet worden gehouden. In dit hoofdstuk wordt voor het plangebied het relevante algemene beleid beknopt samengevat.

3.1

Rijksbeleid

3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. Met de NOVI wil het Rijk een langetermijnvisie geven op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Het betreft hier een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving, groot en veelzijdig en vaak met elkaar verweven. Het is een nationale visie die zelfbindend is voor het Rijk. De aanpak van de NOVI gaat uit van de nationale belangen die in de leefomgeving aan de orde zijn, inclusief de opgaven die daaruit zijn afgeleid. Waar op deze opgaven een geïntegreerde aanpak noodzakelijk is, geeft de NOVI richting. Op andere onderwerpen wordt naar sectoraal beleid verwezen. De NOVI is continu aanpasbaar. Waar de opgaven vragen om een geïntegreerde benadering, komen deze samen in vier prioriteiten. Op deze prioriteiten worden beleidskeuzes gemaakt. De vier prioriteiten zijn: I. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; II. Duurzaam economisch groeipotentieel; III. Sterke en gezonde steden en regio's; IV. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Om de beleidskeuzes op een heldere en voorspelbare manier te maken, hanteert de NOVI drie afwegingsprincipes, die helpen bij het afwegen en prioriteren van de verschillende belangen en opgaven: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; Afwentelen wordt voorkomen. Tot het moment dat de Omgevingswet in werking treedt (per 1 januari 2024) geldt de omgevingsvisie als structuurvisie en zijn ruimtelijke belangen geborgd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het Rijksbelang opgenomen dat verstedelijking op duurzame wijze plaatsvindt. Wanneer een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt moet er getoetst worden aan de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. Door de woningbouwontwikkeling die in voorliggend bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt worden geen nationale belangen geraakt. Er is geen strijd met de Nationale Omgevingsvisie. 3.1.2 AmvB Ruimte (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) voorziet in de juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid zoals dat in de Nationale Omgevingsvisie is vastgelegd. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken.

Voor het onderhavige plangebied hebben deze regels geen gevolgen.

10

3.1.3 Deltaplan Ruimtelijke adaptatie 2020 Het klimaat verandert. De stijging van de gemiddelde temperatuur brengt extremer weer met zich mee, dat natter, droger en heter is. De resultaten daarvan zijn wateroverlast, hittestress en druk op watervoorraden door droogte. Dit vereist een verandering in denken en doen: klimaatbestendig en waterrobuust inrichten moet in Nederland een vanzelfsprekend onderdeel bij ruimtelijke (her)ontwikkelingen worden. Om het proces van ruimtelijke adaptatie te versnellen en intensiveren is het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie opgesteld. Daarin staat hoe gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk de nadelige effecten van klimaatverandering tegen willen gaan. De kern is dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en klimaatrobuust is ingericht. Op nationaal niveau zijn stresstesten per gemeente uitgevoerd om de knelpunten van bestaande infrastructuur in kaart te brengen. In een drieledig nationaal programma worden deze kwetsbaarheden in beeld gebracht, afgewogen en geprioriteerd, om vervolgens tot concrete maatregelen te worden omgezet. Bij ruimtelijke ontwikkelingen zal vooraf moeten worden gekeken of deze klimaatadaptief zijn en hoe de inrichting dusdanig robuust kan worden aangepast. Zie verder paragraaf 5.5 Duurzaamheid.

3.1.4 Ladder voor duurzame verstedelijking Op 1 juli 2017 is het besluit tot wijziging van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening in werking getreden. Het betreft een wijziging van de Ladder voor duurzame verstedelijking (duurzaamheidsladder). De laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De behoefte aan deze stedelijke ontwikkeling moet dan worden aangetoond. De behoefte is het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, looptijd bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). De uitkomst van de beoordeling van de behoefte moet in de plantoelichting worden vermeld. Voor uitwerkings- en wijzigingsplannen kan in het bestemmingsplan worden bepaald dat de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling en een motivering van deze behoefte wordt doorgeschoven naar de toelichting behorende bij het uitwerkings- of wijzigingsplan. Als stedelijke ontwikkeling wordt bedoeld: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' In het Bro is geen ondergrens voor een minimale omvang vastgelegd van wat een stedelijke ontwikkeling is.

Voor woningbouwlocaties geldt volgens de overzichtsuitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS 28 juni 2017; ECLI:NL:RVS:2017:1724) dat 'in beginsel' sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden. Voor overige stedelijke functies wordt gesteld dat 'in beginsel' geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als het ruimtebeslag minder dan 500 m² bedraagt. Uitgangspunt is dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte en in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Het doel is een zorgvuldig gebruik van de ruimte en het tegengaan van overprogrammering en de negatieve ruimtelijke gevolgen van leegstand. In het geval dat in het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, bevat de toelichting een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. De motivering van de behoefte aan die ontwikkeling dient in het licht te worden geplaatst van een goede ruimtelijke ordening en dient zich te richten op het motiveren van de behoefte aan die ontwikkeling met het oog op het tegengaan van ongewenste leegstand en het stimuleren van zorgvuldig ruimtegebruik. De behoefte wordt onderbouwd en afgewogen op het niveau van het verzorgingsgebied van de ontwikkeling. Dit betekent dat de aard en omvang van de

bestemmingsplan "Tarwestraat 2022" (vastgesteld)

ontwikkeling bepalend zijn voor de reikwijdte van de beschrijving van en het overleg over de behoefte, waarvan de resultaten ook zijn opgenomen in de beschrijving. De provincie Noord-Holland wil vraag en aanbod op de woningmarkt zo goed mogelijk laten aansluiten. Daartoe hebben zij de Woonagenda Noord-Holland 2020-2025 opgesteld (zie paragraaf 3.2.3). Op basis daarvan hebben acht gemeenten, waaronder Purmerend, besloten een woonakkoord te maken. Dit woonakkoord is de opvolger van het Regionaal Actieprogramma Wonen 2016-2020 (RAP). Purmerend heeft tot van 2020-2050 een woningbouwopgave van ruim 10.000 woningen. 41% hiervan bestaat uit appartementen.

De 21 woningen die zijn voorzien passen binnen zowel de kwantitatieve als kwalitatieve woningbehoefte die het Woonakkoord aantoont. Met kwantitatieve woningbehoefte wordt het aantal woningen bedoeld, met kwalitatieve woningbehoefte wordt het woonmilieu en de typen woningen bedoeld. Een van de opgaven in het Woonakkoord is om zoveel mogelijk binnenstedelijk te bouwen. De locatie is gelegen binnen stedelijk gebied. Ook is opgenomen dat toegelaten instellingen 12

(woningcorporaties) in Purmerend sociale huurwoningen moeten toevoegen om aan de vraag naar dit woningtype te kunnen voldoen. De voorziene woningen passen in de Woonagenda en de Structuurvisie van de gemeente Purmerend. Het plangebied wordt via een nieuwe woonstraat ontsloten vanuit de oostkant door de Tarwestraat, welke uitkomt op de Grotenhuysweg, een wijkontsluitingsweg. Het plangebied is daarmee goed ontsloten. Het deel van de ventweg van de Tarwestraat langs de gymzaal zal worden opgewaardeerd om dit mogelijk te maken. De laddertoets is hiermee succesvol doorlopen.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 Omgevingsvisie NH2050 Op 19 november 2018 hebben Provinciale Staten van Noord-Holland de Omgevingsvisie NH2050 vastgesteld. Hierin staat de visie van de provincie op de fysieke leefomgeving beschreven. De provincie zet in op een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid, zodanig dat bij veranderingen in het gebruik van de fysieke leefomgeving de doelen voor een gezonde en veilige leefomgeving overeind blijven. De Omgevingsvisie bevat het provinciale beleid op het gebied van wonen en werken. De ambitie is dat vraag en aanbod van woon- en werklocaties (kwantitatief en kwalitatief) beter met elkaar in overeenstemming zijn. De woningbouw wordt vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends. Duurzaamheid van de totale voorraad is uitgangspunt. De onderhavige ontwikkeling, liggend in bestaand stedelijk gebied, is in lijn met de Omgevingsvisie NH2050. 3.2.2 Omgevingsverordening NH2020 Op 22 oktober 2020 is de provinciale Omgevingsverordening NH2020 vastgesteld. Deze is op 17 november 2020 in werking getreden en nadien enkele malen gewijzigd. De verordening zet in op het mogelijk maken van ontwikkelingen zoals woningbouw en de energietransitie en op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in Noord-Holland, met een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid.

De verordening bevat instructieregels voor gemeenten die beperkingen stellen aan wat in ruimtelijke plannen kan worden opgenomen. Een ruimtelijk plan kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. De woningbouw die in dit bestemmingsplan mogelijk gemaakt wordt, is opgenomen in de monitor plancapaciteit, waarin de provincie Noord-Holland en de Metropoolregio Amsterdam gezamenlijk de woningbouwcapaciteit monitoren. De ontwikkeling is daarmee in overeenstemming met de binnen de regio gemaakte afspraken. De Omgevingsverordening levert geen beperkingen op voor dit bestemmingsplan. 3.2.3 Woonagenda PNH 2020-2025 De Provincie Noord Holland wil zorgen voor voldoende betaalbare, duurzame en toekomstbestendige woningen voor alle doelgroepen. Daarom is op 31 maart 2020 de woonagenda 2020-2025 vastgesteld. De Woonagenda is de uitvoeringsagenda van het woonbeleid van de provincie Noord-Holland tot 2025 en volgt uit en past binnen de randvoorwaarden van het provinciaal ruimtelijk beleid, zoals beschreven in de provinciale Omgevingsvisie NH2050 en het coalitieakkoord ‘Duurzaam doorpakken’. Speerpunten zijn: 1. Een woning voor iedereen:

bestemmingsplan "Tarwestraat 2022" (vastgesteld)

a. Adaptief en vraaggestuurd programmeren. b. Productie op peil: aanjagen woningbouwproductie. c. Kwalitatief, betaalbaar en divers woningaanbod. 2. Gezond, duurzaam en toekomstbestendig wonen in een aantrekkelijke provincie. Hierbij worden een aantal richtinggevende principes gehanteerd. 1. De vraag is leidend. De regionale programmeringen worden bepaald op basis van gegronde onderbouwing van vraag, aanbod en het kwalitatieve en kwantitatieve verschil daartussen voor nu en in de toekomst. 2. Er zijn snel meer woningen nodig. De provincie zet in op het versnellen van de woningbouwproductie en helpt gemeenten hierbij door voortzetting van het Uitvoeringsprogramma Binnenstedelijk Bouwen en Versnellen Woningbouw. 3. De woningbouwprogrammering is regionaal en adaptief. De programmering houdt rekening met fasering en haalbaarheid, zodat de in het woonakkoord af te spreken regionale productiedoelstellingen kunnen worden gehaald. 4. De provincie geeft gemeenten ruimte om bij binnenstedelijke plannen nabij een OV-knooppunt en/of in een groeiregio hogere aantallen woningen te realiseren dan de prognose, om het woningtekort versneld in te lopen. 5. De woningmarkt heeft structureel meer flexibiliteit en betaalbare opties voor alle verschillende doelgroepen van woningzoekenden nodig. 6. Betaalbaar en divers woningaanbod voor alle doelgroepen vraagt regionale afstemming en samenwerking. 7.

Vanuit het oogpunt van leefbaarheid en gezondheid bewaakt de provincie de goede balans tussen economie, wonen, mobiliteit, natuur en landschap. 8. Woningbouw heeft een grote impact op het landschap, de natuur en de biodiversiteit, zowel binnen als buiten het bestaand stedelijk gebied. In de woonakkoorden worden afspraken gemaakt om woningbouw zoveel mogelijk klimaatneutraal, klimaatadaptief, actieve mobiliteit (gericht op fietsen en lopen) stimulerend, circulair en natuur- en landschapsinclusief te ontwikkelen en dit vroegtijdig bij de locatiekeuze en planontwikkeling mee te nemen. Onderhavig bestemmingsplan voorziet in de bouw van maximaal 21 sociale huurwoningen voor senioren. Hiermee wordt voorzien in een behoefte (zie ook paragraaf 3.1.4). ] Het bestemmingsplan is in overeenstemming met de Woonagenda. 3.2.4 Monitor woningbouw 2021 Uit de 'Monitor woningbouw 2021', gedateerd op 18 oktober 2021, blijkt dat er in 2020 in Noord-Holland 10.600 nieuwbouwwoningen zijn gebouwd. Dat is 3.200 nieuwbouwwoningen minder dan in 2019. De daling in de totale nieuwbouwcijfers wordt met name veroorzaakt door een afname van de woningproductie in de gemeente Amsterdam. Door een nieuw registratiesysteem zijn niet alle nieuwbouwwoningen meegenomen in de cijfers van 2020. Voor het vierde jaar op rij is de nieuwbouwproductie gelijk dan wel groter dan de huishoudensgroei.

Als gevolg van de coronacrisis is de bevolkingsgroei in 2020 gedaald. Deze lagere bevolkingsgroei vertaalt zich in een lagere huishoudenstoename. Doordat het aantal gebouwde woningen groter was dan de huishoudensgroei is het woningtekort gedaald. Begin 2021 was het woningtekort 4,8% ten opzichte van 5,9% in 2020. Om het tekort terug te brengen tot acceptabele proporties - het Rijk streeft naar een tekort van maximaal 2% - is het wel belangrijk door te blijven bouwen en de productie te verhogen en de druk op de woningmarkt terug te dringen. Ook valt te verwachten dat als de coronacrisis voorbij is, de bevolkingsgroei weer aantrekt. In alle regio's is op papier voldoende capaciteit aanwezig voor de woningbehoefte tot 2030. Ook wanneer het inlopen van het woningtekort wordt opgeteld bij de (indicatieve groei van de) woningbehoefte is dit het geval. De totale plancapaciteit in 2021 is toegenomen ten opzichte van 14

2020. De totale netto plancapaciteit bedraagt 437.300 woningen. Dat zijn 10.700 woningen meer dan in 2020. Deze toename zit zowel in de harde plannen als (grotendeels) in de zachte plannen. Zorgen voor (ruim) voldoende harde plancapaciteit is een randvoorwaarde om op korte termijn van plan tot voldoende productie te komen en te kunnen voldoen aan de woningbouwopgaven. Harde plancapaciteit omvat woningbouwplannen die zijn vastgesteld in een bestemmingsplan en waar bouwen planologisch gezien mogelijk is. In vergelijking met vorig jaar is de harde capaciteit in Noord-Holland met 6.200 woningen toegenomen. In het Woonakkoord Zaanstreek-Waterland (zie ook paragraaf 3.3.4) staan de volgende afspraken: De gemeenten in Zaanstreek-Waterland spraken in de woonagenda 2017 de ambitie uit om tot 2035, 1.500 woningen per jaar te bouwen. Vanwege de sterke druk op de regionale woningmarkt wordt de verstedelijkingsdiscussie gevoerd. In dit kader zal ook de regionale bouwambitie worden herijkt. De regio streeft ernaar om zoveel mogelijk zachte plancapaciteit naar harde plancapaciteit om te zetten. Het richtgetal voor de middellange termijn (10 jaar) is 70% harde plancapaciteit en 30% zachte plancapaciteit om, in lijn met de provinciale woonagenda, planologische ruimte voor adaptief programmeren te behouden. - Er is voldoende harde plancapaciteit voor de opgave tot 2025 (125% t.o.v.

woningbehoefte tot 2025). - De regiogemeenten streven voor de periode tot 2025 naar een absolute toename van de sociale huurvoorraad.

Dit bestemmingsplan voorziet in de bouw van maximaal 21 sociale huurappartementen voor senioren. Hiermee wordt zachte plancapaciteit omgezet in harde plancapaciteit. Daarnaast past de woningbouwontwikkeling bij het streven naar een toename van de sociale huurvoorraad.

bestemmingsplan "Tarwestraat 2022" (vastgesteld)

3.3

Regionaal beleid

3.3.1 Regiovisie Waterland 2040 (Vitaal met Karakter) Voor de lange termijn heeft de regio een ontwikkelingskader tot 2040 opgesteld, de Regiovisie Waterland 2040. In deze visie staat behoud en zo mogelijk versterking van het kenmerkende authentieke karakter van de regio Waterland voorop, maar wel met de noodzakelijk sociaal-economische en infrastructurele impulsen om de kernen vitaal te houden en het gebied binnen de Metropoolregio Amsterdam bereikbaar te maken. Naast maatregelen om het authentieke karakter van het landelijk gebied te bewaren, vergt dat op vele locaties een forse inspanning in de kwaliteit van de leefomgeving, selectieve uitbreiding voor noodzakelijke sociaal-economische ontwikkelingen en duurzame oplossingen voor beheer en terugdringing van het woon-werkverkeer. Op die manier ontstaat een duurzame vitale regio met een herkenbaar eigen karakter. Onderhavige ontwikkeling sluit aan op de doelstellingen, zoals weergegeven in de Regiovisie. Het bepaalde in dit bestemmingsplan is niet strijdig met dit beleid. 3.3.2 Metropoolregio Amsterdam Purmerend maakt onderdeel uit van Metropoolregio Amsterdam (MRA). Dit is een samenwerkingsverband van de provincies Noord-Holland en Flevoland, 32 gemeenten en de Vervoerregio Amsterdam. De Metropoolregio Amsterdam (MRA) is een (inter-)nationaal gewilde plek om te wonen en werken.

Het is het gebied dat rondom Amsterdam ligt en waarin ieder deelgebied met eigen grote kernen een deel van de aantrekkelijkheid van de MRA vormt met een mix van eigen landschap, woonmilieus en vormen van werkgelegenheid. Tot 2040 komen er in de Metropoolregio Amsterdam 240.000 woningen bij. Een groot deel daarvan is al de komende tien jaar nodig en wordt ingepast tussen bestaande bebouwing in de (middel)grote steden van de MRA, zoals Haarlem, Purmerend en Lelystad. Het verdichten van deze plekken, brengt ook opgaven op het gebied van bereikbaarheid met zich mee. Met Bereikbare Steden wordt per gebied een aanpak op maat uitgewerkt, waarin wonen, werken, openbare ruimte en bereikbaarheid samenkomen. De uitvoeringsagenda van Samen Bouwen aan Bereikbaarheid richt zich met de programmalijn Stedelijke Bereikbaarheid op het vergroten van de bereikbaarheid binnen de stedelijke gebieden in de MRA. Purmerend is hier onderdeel van. Om het mobiliteitssysteem optimaal te (blijven) benutten, bekijkt het programma Samen Bouwen aan Bereikbaarheid per gebied welke manier van vervoer de voorkeur heeft, oftewel de voorkeursmodaliteit. In het kort: In en om de stad wordt met name gekozen voor lopen, fietsen en (hoogwaardig) openbaar vervoer. Nationaal en internationaal wordt meer en meer op (hoogwaardig) openbaar vervoer ingezet. Autogebruik wordt afhankelijk van de herkomst of bestemming.

Het is de voorkeursmodaliteit in landelijk gebied en wordt zo veel mogelijk opgevangen langs de randen van de stad, onder andere met goede P+R-voorzieningen. Hetzelfde geldt voor logistieke stromen, die meer gebundeld worden in logistieke hubs langs de snelwegen. Het is nodig om vloeiende overstappen te faciliteren tussen de verschillende vervoerswijzen, zoals trein, bus en fiets Binnen de MRA is Purmerend een geliefde stad om in te wonen en te werken en de vraag naar nieuwe woningen en werklocaties is groot. De dagelijkse pendel is vooral gericht op Amsterdam en de Metropoolregio Amsterdam en is een belangrijk ontwikkelpunt in de polycentrische ontwikkeling van de regio. Deze combinatie vraagt om een specifieke benadering van de verdichtings- en verbindingsopgave. Daarom is Purmerend één van de MRA Sleutelgebieden. In de Sleutelgebieden worden grote 16

regionale opgaven opgelost, namelijk de woningbouwopgave, het efficiënt gebruiken van de ruimte en het tot stand brengen van de metropolitane verbinding. Dit betekent verdichten in de binnenstedelijke kernen, dichtbij knooppunten, voorzieningen en bedrijvigheid. De binnenstedelijke ontwikkellocaties, waarvan de Tarwestraat deel uitmaakt, sluiten hierbij aan en passen binnen de ontwikkelrichting van de MRA. 3.3.3 Gebiedsplan Purmerend Purmerend is een groeiende stad in een prachtige landelijke omgeving. Per 1 januari 2022 zijn de gemeenten Beemster en Purmerend gefuseerd en gaan zij gezamenlijk richting de 100.000, zowel qua inwoners als vierkante meters. Ook is de nieuwe gemeente onderdeel van het werelderfgoed. Zowel de droogmakerij de Beemster als de Stelling van Amsterdam maken onderdeel uit van het gebied.

Afbeelding: Schematische weergave ontwikkeling sleutelgebied Purmerend Met financiering vanuit Samen Bouwen aan Bereikbaarheid (SBaB) wordt geïnvesteerd in de bereikbaarheid van Purmerend. Dat betekent een beperking in de groei van het aantal auto’s en het verbeteren van de luchtkwaliteit in de MRA. Door te investeren in de infrastructuur kunnen wij verder verdichten en daardoor een grotere bijdrage maken aan de oplossing van het lokale én regionale woningtekort. De samenwerking onder de vlag van (SBaB) maakt het voor Purmerend mogelijk om drie drukkende structuuropgaven voor de regio op te lossen: 1. De (binnen)stedelijke mobiliteit als geheel wordt getransformeerd zodat de wegen in het Sleutelgebied niet dichtslibben met autoverkeer wat ten koste gaat van de doorstroming en de leef- en luchtkwaliteit; 2. De optimalisatie en robuustheid van het regionale mobiliteitssysteem wordt significant verbeterd; 3. Het wegennet (binnenstedelijk en regionaal) wordt ontlast en het OV wordt efficiënter waarbij het beter benutten van de bestaande infrastructuur vooropgesteld wordt. Er wordt met het Sleutelgebied een regionaal knooppunt gecreëerd in de directe nabijheid van een

bestemmingsplan "Tarwestraat 2022" (vastgesteld)

woon-werkgebied waar leefbaarheid, innovatie, klimaatadaptatie en sociale inclusiviteit centraal staan: 8.400 extra woningen; 3.500 extra arbeidsplaatsen; OV-knooppunten i.c.m. duurzame mobiliteit; Een breed onderwijsaanbod; Meer stedelijke en regionale voorzieningen; Groei en ontwikkeling van de regionale zorginstellingen; Hoogwaardig groen en klimaatadaptieve openbare ruimte; Versterken sport, recreatie en cultureel aanbod; Een veilige en aantrekkelijke leefomgeving Dit bestemmingsplan past binnen het gedachtengoed van het gebiedsplan Purmerend. 3.3.4 Woonakkoord regio Zaanstreek-Waterland en provincie Noord-Holland 2021-2025 In april 2020 heeft de provincie Noord-Holland het woonbeleid uitgewerkt in de Woonagenda PNH 2020-2025. Hiermee wil de provincie uitvoering geven aan een aantal doelstellingen, zoals het bouwen van voldoende betaalbare en duurzame woningen. Middels het sluiten van regionale Woonakkoorden voor de periode 2021-2025 wil de provincie de regionale samenwerking bevorderen. De acht gemeenten in Zaanstreek-Waterland hebben besloten hier samen met de provincie invulling aan te geven aan de hand van vier thema's: 1. Nieuwbouw / woningbouwprogrammering a. werken aan de eigen én regionale woningbehoefte b. zoveel mogelijk binnenstedelijk bouwen, met ruimte voor uitzonderingen c. zoveel mogelijk bouwen in de nabijheid van OV-knooppunten en stadsharten d.

versnellen van de woningbouwproductie e. werken aan stedelijke vernieuwing en leefbaarheid 2. Betaalbare voorraad a. werken aan de gewenste ontwikkeling van de sociale woningvoorraad b. werken aan regionale woonruimteverdeling 3. Wonen en zorg a. werken aan de huisvesting van senioren b. werken aan de huisvesting van bijzondere doelgroepen 4. Duurzaamheid, klimaatadaptatie, circulair bouwen. a. werken aan klimaatneutrale, klimaatadaptieve, circulaire en natuur- en landschapsvriendelijke nieuwbouw b. werken aan de opwekking van duurzame energie in de regio c. werken aan de verduurzaming van bestaande woningvoorraad d. werken aan een gezonde leefomgeving In het Woonakkoord wordt rekening gehouden met bestaande kaders en afspraken, die soms op een ander c.q. hoger schaalniveau zijn vastgesteld, zoals in de Metropoolregio Amsterdam, waar Zaanstreek-Waterland onderdeel vanuit maakt. Uit het Woonakkoord blijkt dat er binnen de regio vraag is naar voldoende betaalbare en duurzame woningen. Het project draagt met de bouw van maximaal 21 nieuwe woningen hieraan bij. Zie ook paragraaf 3.2.4 Monitor woningbouw 2021

18

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Structuurvisie Purmerend 2005-2020 In de Structuurvisie Purmerend 2005-2020, vastgesteld op 2 maart 2006, heeft de gemeenteraad van Purmerend een toetsingskader neergelegd voor gewenste en bestaande ontwikkelingen binnen de gemeente. In de structuurvisie worden vier ambities verwoord die leidend dienen te zijn bij de ontwikkeling van de stad Purmerend tot 2020. 1. Purmerend is het centrum van Waterland: Uiteen wordt gezet dat Purmerend wil investeren in haar functies waarin zij een regionale rol heeft, om de positie als centrum van Waterland te behouden. De manier waarop Purmerend dit wil bereiken is door te investeren in een veelzijdig, herkenbaar en toegankelijk centrum met kwalitatief hoogwaardige openbare ruimte en door te streven naar een hoog niveau van voorzieningen in zowel het centrum als in andere delen van de stad. 2. Purmerend werkt aan een evenwichtigere woon-werkbalans. In de structuurvisie wordt beschreven dat Purmerend voor de werkgelegenheid sterk afhankelijk is van Amsterdam. Dit is een kwetsbaar punt. Belangrijk is daarom dat Purmerend haar economische punten verder ontwikkelt. Dit is onder meer van belang voor jongeren die in Purmerend zijn geboren en zich nu op de arbeidsmarkt gaan begeven, omdat zij meer geneigd zullen zijn om in Purmerend te werken. 3. Purmerend versterkt haar verbindingen in groen, blauw en grijs.

Gesteld wordt dat de kwaliteit van de ligging van de stad veel beter benut kan worden. De kwaliteiten van het buitengebied zijn in de wijken ruimschoots aanwezig, maar zijn op het niveau van de stad te weinig herkenbaar en andersom worden de kwaliteiten van de stad daarbuiten nauwelijks (h)erkend. Uiteen wordt gezet dat de aantrekkelijke ligging van Purmerend veel meer benut kan worden om de kwaliteit van het wonen in de stad te verhogen, om de kansen voor toerisme te vergroten en om het beeldmerk van de stad neer te zetten. Tevens wordt gesteld dat het versterken van de stedelijke structuren kan helpen mensen zich meer verbonden te laten voelen met hun stad en om een betere oriëntatie te krijgen op de stad en haar omgeving. 4. Purmerend kiest voor bloei in plaats van groei. Purmerend heeft zich decennia lang gericht op groei. Nu moet de omslag komen naar het investeren in identiteit en kwaliteit. Beschreven wordt dat het doel niet langer is om woningen te bouwen en nieuwe wijken te ontwikkelen, maar toe te werken naar een complete stad die op basis van kwaliteit de concurrentie aan kan met de steden in de omgeving en die toegesneden is op de demografische veranderingen.

In 2013 is de strategische plankaart, behorende bij de structuurvisie Purmerend 2005 - 2020, als eerste stap in het proces om te komen tot en vooruitlopend op een integrale herziening, aangepast aan de actuele stand van zaken. Het betreft een beleidsneutrale actualisering, waarbij op de plankaart de wijzigingen zijn verwerkt, die in de achterliggende periode (sinds 2006) doorgevoerd zijn in of op grond van het gemeentelijk beleid. Deze kaart gaat vergezeld van een toelichting daarop. De uitvoering van dit plan draagt bij aan het verbeteren van de kwaliteit van het wonen in de stad. Geconcludeerd wordt dat dit plan aansluit op de doelen van de structuurvisie. 3.4.2 Ruimte voor Purmerend (omgevingsagenda voor Purmerend richting 2040) Het stuk 'Ruimte voor Purmerend (omgevingsagenda voor Purmerend richting 2040) is een dynamische agenda die naast politiek-bestuurlijke focus vooral duidelijkheid biedt over de ambities van de gemeente Purmerend. Purmerend wordt hierin neergezet als compacte woonstad met sterke OV-verbindingen naar de hoofdstad maar ook uitstekende fietsverbindingen naar de omgeving en buitengebied. Een stad waarin de wijken een zelfvoorzienend karakter hebben op het gebied van voorzieningen. Aan bovenstaande beschrijving kunnen troeven en waardevolle aspecten worden toegevoegd waaruit ambities voortvloeien. De nabijheid van Amsterdam, het voorzieningenaanbod, het

bestemmingsplan "Tarwestraat 2022" (vastgesteld)

OV-netwerk en de betaalbare woningvoorraad zijn bekende troeven. Waardevolle aspecten zijn het dorpse karakter, de tevredenheidsstabiliteit en het brede scala en diversiteit van voorzieningen, omgeving en activiteiten. De ambities die hieruit zijn geformuleerd (samengevat): De urgentie en noodzaak om verder te bouwen aan woongelegenheid in een grotere diversiteit voor zowel huidige als toekomstige generaties; een flink deel van de opgave dient plaats te vinden in het bestaande stedelijke gebied. Regionale functie van 'de zorg' waarborgen. De compacte en consequente wijkstructuur van Purmerend leent zich al goed voor dagelijkse voorzieningen en zorg (ziekenhuis, EHBO, verpleeghuis, opvang o.m.), voldoende aangepaste huisvesting is ook aanwezig. De ambitie is om deze regionale functie met het oog op de toekomst (vraag naar zorg) te behouden en versterken. Versterking van de toeristische sector door Purmerend als pleisterplaats en verblijfsstad op de kaart te zetten voor iedereen die Laag Holland bezoekt. Om vorm te geven aan de groei van Purmerend worden scenario's bekeken. Gelet op de ladder voor duurzame verstedelijking ligt intensivering van (vastgoed in) de bestaande stad als eerste mogelijkheid voor de hand en vervolgens wordt het verstedelijken van de randen nader als mogelijkheid bezien.

Onderhavig plan voorziet in het ontwikkelen van woongelegenheid in bestaand stedelijk gebied. Gezien de woningbehoefte van circa 10.000 woningen in Purmerend, als onderdeel van de woningbouwtaakstelling van de Metropoolregio Amsterdam, is er behoefte aan de maximaal 21 woningen die in het plangebied worden gerealiseerd. Het voornemen is daarmee in overeenstemming met de 'Agenda: Purmerend koers naar 2040'. 3.4.3

Wonen

3.4.3.1 Woonvisie 2017-2022 In de Woonvisie Purmerend 2017-2022 heeft de gemeente haar visie tot 2022 op het gebied van wonen geformuleerd. De gemeente wil een prettige woonstad blijven, de vraag naar woningen van inwoners goed kunnen blijven bedienen en een bijdrage leveren aan de regionale woningbouwopgave. Veel aandacht gaat uit naar de positie van huishoudens die zichzelf niet of moeilijk kunnen redden op de woningmarkt. In een achttal speerpunten heeft Purmerend deze ambitie verder uitgewerkt, waaronder ook de ambitie om tot 2040 10.000 extra woningen te bouwen. Dit om tevens de kwaliteit van de stad te versterken door vergroting van de differentiatie van het aanbod en van verschillende woonmilieu's en de woningvoorraad meer passend te maken voor de toekomstige bevolkingssamenstelling. De voorgenomen ontwikkeling betreft de herontwikkeling van de locatie van de voormalige schooltuin aan de Tarwestraat naar maximaal 21 sociale huurappartementen voor senioren. Seniorenwoningen zijn vanuit maatschappelijk perspectief een welkome aanvulling in de wijk. In de Purmer Noord wonen relatief veel senioren die binnen de wijk willen doorstromen. Daarnaast wordt een bijdrage geleverd aan het vergroten van de sociale huurvoorraad en is daarmee in overeenstemming met het beleid.

3.4.3.2 Woonprogramma uit Structuurvisie 2005-2020 De speerpunten van het Woonprogramma uit de Structuurvisie Purmerend 2005-2020 zijn: 1. meer differentiatie in woonmilieus aanbrengen door toevoegen of herstructureren naar centrumstedelijke woonmilieus, woningen in lage dichtheden, starterswoningen, duurdere huur- en koopwoningen en seniorenwoningen; 2. inzetten op behoud van het suburbane wonen, groen en rustig, dit kan door dit mee te nemen in de plannen voor de herstructurering van de wijken; 3. nieuwe concepten voor het combineren van wonen en zorg ontwikkelen In Zaanstreek-Waterland als geheel neemt de woningbehoefte volgens de prognose van de 20

provincie Noord-Holland in de periode 2015-2025 toe met 12.760 woningen (6.900 tot 2020 en 5.860 tot 2025). In de tien jaar daarna gaat het om nog 8.600 woningen. Dat is in totaal bijna 20.000 woningen tot 2035. De onderhavige ontwikkeling levert een bijdrage aan het eerste speerpunt door het toevoegen van 21 sociale huurappartementen voor senioren. 3.4.3.3 Nota kaders en instrumenten woningbouwprogrammering: spelregels 30-30-40 In het collegeprogramma 2018-2022 ('Samenwerken aan de stad') heeft het college het voornemen uitgesproken om voor nieuwe woningbouwinitiatieven de zogenaamde 30-30-40 regel te hanteren. Dit houdt in dat voor nieuwbouwprojecten vanaf vier woningen minimaal 30% sociale huur moet zijn, 30% doorstroomwoningen (middeldure huur en betaalbare koop). De resterende 40% is vrije sector. Deze ambitie is verder in detail uitgewerkt in het document Nota kaders en instrumenten woningbouwprogrammering: spelregels 30-30-40. Gelet op de ambitie om 10.000 woningen te bouwen, streeft de gemeente op de verschillende binnenstedelijke ontwikkellocaties, waar de Tarwestraat onderdeel van is, naar een zo groot mogelijke hoeveelheid woningen. Daarbij is zorgvuldig gekeken naar wat op de betreffende locatie passend is.

Passend in ruimtelijke zin ('wat past er?') maar ook passend in maatschappelijke zin ('wat past hier in deze buurt rekening houdend met de verschillende belangen die spelen?'). Daarnaast is gekeken naar optimalisatie van het programma, waarbij de inzet is geweest op een zo groot mogelijk aantal sociale huurwoningen. Voor de Tarwestraat wordt ingezet op maximaal 21 sociale huurappartementen voor senioren. Conform de doelgroepenverordening zijn in het bestemmingsplan regels opgenomen om het sociale segment te borgen. De ontwikkeling van de locatie Tarwestraat staat niet op zichzelf. De locatie is één van de zeven Binnenwijkse ontwikkellocaties. Op alle binnenstedelijke ontwikkellocaties worden in totaal 190 woningen gerealiseerd (waarvan 145 in het sociale, 38 in het middeldure en 7 in het vrije woonsegment) en ca. 1.500 m² b.v.o. aan maatschappelijke voorzieningen. De verhouding sociaal/middelduur/vrij is respectievelijk 76,3 - 20 - 3,7 procent. Deze verhouding wijkt af van de Nota kaders en instrumenten woningbouwprogrammering en kan veranderen als er elders op een van de binnenstedelijke ontwikkellocaties een aanpassing van het programma overeengekomen wordt. De raad heeft op 26 september 2019 besloten om juist op de eigen locaties, waar financieel mogelijk, het maximale aan sociale huur te realiseren.

Deze doelstelling past bij het streven naar het vergroten van de sociale huurvoorraad, zoals opgenomen in het Woonakkoord (paragraaf 3.3.4). De doelstelling mag niet ten koste gaan van de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid. Per locatie is gekeken naar wat passend is bij de omgeving. Dat kan op de ene locatie 100% sociale huur zijn, terwijl op de andere locatie 100% vrije sector beter aansluit. Hier is gekozen voor seniorenwoningen in het sociale segment. Vanuit maatschappelijk perspectief zijn seniorenwoningen een welkome aanvulling in de wijk. In de Purmer Noord wonen relatief veel senioren die binnen de wijk willen doorstromen. 3.4.3.4 Huisvestingsverordening Op 23 januari 2019 is een gewijzigde huisvestingsverordening in werking getreden, waarmee het splitsen van al bestaande woningen wordt gereguleerd door middel van een vergunningstelsel. Aanvragen voor woningsplitsing worden getoetst op een minimale oppervlakte van de nieuwe woningen van 40 m2 en het aspect leefbaarheid. Ook kamergewijze verhuur wordt met deze gewijzigde huisvestingsverordening gereguleerd door middel van een vergunningstelsel. Dergelijke aanvragen worden eveneens getoetst op het aspect leefbaarheid. 3.4.4 Duurzaamheidsagenda 2020-2023 Het Klimaatakkoord van 28 juni 2019 vormt de basis voor het gemeentelijk duurzaamheidsbeleid zoals verwoord in de Duurzaamheidsagenda 2020-2023.

De volgende thema's staan centraal:

bestemmingsplan "Tarwestraat 2022" (vastgesteld)

1. Duurzaamheid in de gebouwde omgeving: uitvoering Proeftuin Aardgasvrij. uitbreiding capaciteit en netwerk van Stadsverwarming Purmerend. transitievisie Warmte die wordt vertaald in Wijkuitvoeringsplannen, waarbij per wijk wordt aangegeven welke niet-fossiele warmtebronnen in aanmerking komen. verduurzaming van de bestaande woningvoorraad ondersteunen met subsidies en duurzaamheidsleningen. 2. Duurzame bedrijven: verminderen CO2-uitstoot bedrijven; bedrijfsterreinen duurzaam revitaliseren; gebruik van duurzame grondstoffen. versterking circulariteit van grondstoffen. 3. Duurzame mobiliteit: streven naar instandhouding van het fijnmazig openbaar vervoerssysteem; versterken laadinfrastructuur elektrische voertuigen door inventariseren mogelijke locaties voor het plaatsen van laadpalen; uitbreiding aantal laadpunten met in achtneming voldoende spreiding over de gemeente. toepassen van alternatieve (bio-)motorbrandstoffen; vermindering CO2-uitstoot voertuigen. 4. Duurzame energie: aanjagen initiatieven voor duurzame energieproductie. 5. Duurzame stad en regio: regionale Energiestrategie waarin wordt aangegeven welke niet-fossiele energiebronnen kunnen worden benut en waar deze ruimtelijk kunnen worden ingepast. benutting van subsidie-mogelijkheden. 6.

Duurzame gemeente: streven naar 75% van het afval gescheiden ophalen; klimaatbestendigheid bebouwde kom Purmerend vergroten; klimaatadaptief bouwen; duurzaam inkoop- en aanbestedingsbeleid gemeente; actieve informatieverstrekking over investeringsmogelijkheid en in energieopwekking en -besparing door invulling van een lokaal informatieloket. verduurzamen gemeentelijk vastgoed; stimulering verduurzaming Schoolgebouwen. stimuleren Duurzame vaarrecreatie. In paragraaf 5.5 Duurzaamheid wordt nader ingegaan op het thema duurzaamheid.

22

3.4.5 Klimaatadaptatieplan Zaanstreek Waterland en Purmerend 2021-2024 Op 17 december 2020 heeft de gemeenteraad van Purmerend het Klimaatadaptatieplan Zaanstreek Waterland en Purmerend 2021-2024 vastgesteld. Hierin wordt beschreven hoe de regio en de gemeente Purmerend zich voorbereiden op een veranderend klimaat. Het bevat de uitgangspunten en maatregelen die nodig zijn om de schadelijke effecten van hevige neerslag, extreme hitte, langdurige droogte en zeespiegelstijging zoveel mogelijk te beperken. In lijn met het landelijke Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie is het klimaatadaptatieplan gebaseerd op de klimaatscenario's van het KNMI voor 2050. De ambitie is om in 2050 een klimaatbestendig en waterrobuuste gemeente te zijn. In regionaal verband zijn leidende principes geformuleerd en doorvertaald naar vier uitgangspunten voor een klimaatadaptieve gemeente, zoals meer groen en meer ruimte voor water in de stad, klimaatadaptief maatwerk en gedeelde verantwoordelijkheid. De gemeente kiest bijvoorbeeld voor meer bomen, meer ruimte voor tijdelijke wateropvang, het hanteren van het MRA basisveiligheidsniveau klimaatbestendige nieuwbouw (aanvulling bouwbesluit, bijlage I) en het stimuleren van vergroening onder particulieren.

Aan het lokale plan is een uitvoeringsagenda met maatregelen, projecten en onderzoeken verbonden (zie ook https://www.metropoolregioamsterdam.nl/programma/klimaatadaptatie/ ). De gemeente Purmerend committeert zich aan de Intentieovereenkomst klimaatbestendige nieuwbouw MRA en Noord-Holland. Klimaatadaptatie dient in elk project meegenomen te worden. Hierbij worden de MRA basisveiligheidsniveaus klimaatbestendige nieuwbouw gehanteerd (zie bijlage 7 - Basisveiligheidsniveau klimaatbestendige nieuwbouw 3.0). De basisveiligheidsniveaus zijn onderverdeeld in vijf thema's: wateroverlast, droogte, hitte, overstromingen en natuurinclusief bouwen. De uitgangspunten en de daarbij behorende basisveiligheidsniveaus beschrijven waar nieuwbouw minimaal aan moet voldoen om klimaatbestendig te zijn, schade door het veranderende klimaat te verminderen en de leefbaarheid te vergroten. Op welke manier dit gebeurt is afhankelijk van gebouwdichtheid, de grond en de ontwerpruimte. De gehele inrichting van het plangebied moet klimaatbestendig zijn (verharding beperken, gevelen dakbegroeiing, waterretentie, etc.). Het basisveiligheidsniveau klimaatbestendig bouwen is geborgd in artikel 8.3 van de regels van dit bestemmingspan. Het plan is daarmee in overeenstemming met het klimaatadaptatieplan.

3.4.6 Groenkoers De nota Groenkoers, op 28 november 2014 door de gemeenteraad vastgesteld, geeft de richting aan die de gemeente opgaat met het gemeentelijke groen in zijn totaliteit. De essentie ervan is dat ingezet wordt op de verbetering van de kwaliteit van de beplanting om ook op lange termijn over een duurzame groenbasis te beschikken tegen acceptabele kosten. De Groenkoers schetst het belang van het groen voor de stad als integraal onderdeel van de openbare buitenruimte. Groen is mede bepalend voor de identiteit, het imago, de kwaliteit en de leefbaarheid van de stad. De groenkaart, welke als onderlegger van de Groenkoers geldt, laat zien wat frame- en wat franjegebieden zijn. Frame staat voor de groene hoofdstructuur en franje voor het binnenstedelijk groen. Zoals blijkt uit onderstaande afbeelding is het plangebied aan de Tarwestraat noch als frame (lichtgroen), noch als franje (donkergroen) aangewezen.

bestemmingsplan "Tarwestraat 2022" (vastgesteld)

Afbeelding: uitsnede groenkaart met de als frame- en franjegebieden aangewezen gebieden in de omgeving van het plangebied

Onderhavig bestemmingsplan biedt de kaders voor bouw van maximaal 21 sociale huurappartementen voor senioren. Door de oostwest-richting accentueert de nieuwbouw de structuurlijnen die voortkomen uit het oorspronkelijke droogmakerijlandschap. Ook wordt een verbinding gevormd tussen het Park de Uitvlugt en het groen van de Dijkgraafsingel (zie Hoofdstuk 2 Projectbeschrijving). Het plan is niet in strijd met de Groenkoers. 3.4.7 Visie Leefbare Stad 2040 Gemeente Purmerend heeft tot 2040 een bouwopgave van 10.000 woningen. De stad gaat verdichten, en de druk op de openbare ruimte wordt groter. Bovengronds doordat meer mensen gebruik gaan maken van dezelfde openbare ruimte. Ondergronds omdat er uitbreiding van kabels, leidingen, riolering en stadsverwarming nodig is. Het groen in de stad staat onder druk. Daarnaast treedt er klimaatverandering op. De kans op wateroverlast, hittestress en droogte in de stad wordt groter. Dit vraagt om een andere inrichting van het openbare gebied, gebouwen en de particuliere terreinen. Op 26 maart 2020 is de Visie Leefbare Stad 2040 (Steen en groen in balans voor een leefbaar en aantrekkelijk Purmerend) door de raad vastgesteld. In deze visie worden de kansen benoemd hoe steen en groen in balans blijven voor een leefbare stad.

Het is een overkoepelend plan dat een stip op de horizon richting 2040 weer geeft, kansen benoemd en vier uitwerkingen kent: 1. Bomenplan 2. Klimaatadaptatieplan 3. Parkenplan 4. Natuurinclusief bouwen Met de vaststelling van de visie zal in vervolg bij elke ontwikkeling in de stad onderbouwd moeten worden wat er is gedaan op het gebied van goede bomen, klimaatadaptatie en natuurinclusief bouwen. De gemeente committeert zich aan de Intentieovereenkomst klimaatbestendige nieuwbouw MRA. Bij de verdere uitwerking van de plannen wordt gekeken hoe zoveel mogelijk natuurinclusief gebouwd kan worden. Het onderhavige bestemmingsplan vormt hierbij geen belemmering.

24

3.4.8 Bomenkaart Purmerend en Beemster Sinds 12 juli 2022 vervangt de Bomenkaart Purmerend en Beemster de Bomenlijst Purmerend waarop de te beschermen bomen van de stad op staan. In verband met de fusie van de twee gemeenten was het gewenst om een nieuwe geharmoniseerde bomenkaart op te stellen. Daarvoor zijn de aanwijscriteria geharmoniseerd en verbeterpunten uit de praktijkervaring doorgevoerd zoals o.a. toevoeging van de ecologische waarde van bomen die eerder geen aanwijscriteria was. Op basis van de nieuwe aanwijscriterium is een nieuwe Bomenkaart Beemster en Purmerend vastgesteld (https://purmerend.nl/afval-groen-en-dieren/groen/bomenkaart-purmerend-en-beemster.). Op deze kaart staan alle waardevolle bomen van de stad met unieke kenmerken die bewarenswaardig zijn. De kap van deze bomen is alleen toegestaan met een ontheffing op het kapverbod. Deze bomen mogen alleen in zeer uitzonderlijke gevallen en onder voorwaarden gekapt worden. Bomen die niet op de bomenkaart staan, kunnen zonder vergunning gekapt worden. Om deze waardevolle bomen ook anderszins te beschermen dient bij nieuwe ontwikkelingen - in het geval dat er zich waardevolle bomen in of in de nabijheid van het plangebied bevinden - m.b.t. die beschermde bomen een Bomen Effect Analyse (BEA) conform het handboek Bomen van het norminstituut Bomen te worden uitgevoerd.

Een BEA is een gestandaardiseerde beoordeling die alle mogelijke effecten van de bouw of aanleg op het duurzaam voorbestaan van de boom in beeld brengt. Hierin wordt ook omschreven hoe de nadelige effecten tot een minimum kunnen worden beperkt. Bovendien wordt onderzocht wat het meest boomvriendelijke alternatief is. De uitkomsten van die BEA dienen te worden verwerkt in de toelichting op het bestemmingsplan en indien noodzakelijk ook in de regels van het bestemmingsplan (voorwaardelijke verplichting).

Afbeelding: uitsnede Bomenlijst Purmerend voor plangebied Tarwestraat

bestemmingsplan "Tarwestraat 2022" (vastgesteld)

Afbeelding uitsnede Bomenkaart Beemster en Purmerend voor Tarwestraat Ten opzichte van de Bomenlijst Purmerend is een aantal wijzigingen doorgevoerd op de voor het plangebied Tarwestraat van toepassing zijnde Bomenkaart Beemster en Purmerend. Op basis van de nieuwe criteria hebben drie van de huidige bomen, gelegen aan westzijde van de bouwlocatie, een beschermde status gekregen. Deze bomen werden tijdens de planontwikkeling beschouwd als vergunningsvrij omdat ze niet voorkwamen op de Bomenlijst Purmerend. Voor de planvorming werd gebruik gemaakt van een analyse en beoordeling door de bomenbeheerder. De bomen werden beoordeeld als verschillend in kwaliteit. De bomen aan de oostzijde zijn beoordeeld als redelijk maar alleen behoudenswaardig als een groep, iedere boom afzonderlijk gezien toont veel gebreken. Hetzelfde geldt voor de bosschage aan de westzijde van het plangebied. Alleen een veldesdoorn aan de westzijde bij het water werd beoordeeld als goed. De drie esdoorns aan de oostzijde bij het water waren op de beschermde bomenlijst. Om de bouw van het appartementengebouw mogelijk te maken is het nodig om een aantal bomen uit de groep bomen aan de westzijde te kappen. Voor deze bomen is daarom ook geen BEA uitgevoerd. De twee bomen met een beschermde status net buiten het plangebied blijven behouden en worden beschermd.

Voor deze bomen is ook geen BEA uitgevoerd aangezien ze buiten het plangebied liggen. Gezien de nieuwe status van de bomen is een compensatie nodig ter vervanging van de gekapte bomen. De nieuwe groene inrichting van het terrein zal ruimte bieden aan de nodige compensatie voor deze bomen. De Veldesdoorn aan de waterzijde en enkele bomen zullen onderdeel uitmaken van de nieuwe groene inrichting en zullen dus beschermd worden. Ook de drie beschermde bomen aan de oostzijde bij het water blijven behouden.

26

3.4.9 Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving Purmerend 2016-2019 De Nota Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving Purmerend 2016-2019 is op 22 december 2015 door het college van burgemeester en wethouders vastgesteld. Deze nota beschrijft de bestuurlijke uitgangspunten en beleidskeuzes over de regelgeving op het gebied van het omgevingsrecht, APV en bijzondere wetten. Op basis van deze uitgangspunten, beleidskeuzes en een uitgevoerde omgevingsanalyse zijn prioriteiten en operationele doelstellingen voor de vergunningverlening, toezicht en handhaving geformuleerd. In de nota wordt ook beschreven op welke wijze de gemeente Purmerend ervoor zorgdraagt dat wet- en regelgeving wordt nageleefd. De gemeente Purmerend wil een veilige, schone en gezonde woon-, werk- en leefomgeving voor haar burgers en bedrijven. Dat wil de gemeente bereiken door de duurzaamheid, veiligheid en leefbaarheid te vergroten en te waarborgen. Belangrijke waarden hierbij zijn 'schoon, heel, gezond en veilig'. Een servicegerichte, professionele dienstverlening op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving levert hieraan een belangrijke bijdrage. In het collegewerkprogramma 2014-2018 is aangegeven dat de gemeente Purmerend "van buiten naar binnen" werkt. In de aanpak van problemen krijgen de eigen verantwoordelijkheid en betrokkenheid van burgers en bedrijven een belangrijke rol.

De gemeente Purmerend zet sterk in op wijkgerichte of gebiedsgerichte handhaving en gaat in gesprek met burgers en bedrijven. Er wordt gehandhaafd met gezond verstand en er wordt niet alleen gekeken naar wat niet mag maar ook naar wat mogelijk is. Om een veilige, schone en gezonde woon-, werk- en leefomgeving te realiseren zijn de volgende keuzes gemaakt: kwalitatief goede uitvoering van taken; rechtszekerheid voor burgers en ondernemers; nut en noodzaak centraal; redeneren vanuit oplossingen; gedeelde verantwoordelijkheid; risicogerichte benadering; wijkgericht toezicht; integrale benadering handhaving en beperken toezichtslast; maatwerk bij sanctioneren. Deze nota is voor een termijn van 3 jaar verlengd, tot 2022, vanwege ontwikkelingen op het gebied van de Omgevingswet en de fusie. De nota is op twee aspecten aangepast, te weten een toevoeging van een vergunningenstrategie en een actualisatie van de sanctiestrategie. 3.4.10 Nota Gebiedsoverstijgende kosten Purmerend (GKP) Dit bestemmingsplan bevat een of meerdere bouwplannen zoals gedefinieerd in artikel 6.2.1 Bro. Voor deze bouwplan(nen) geldt een uit hoofde van de afdeling 'grondexploitatie' van de Wet ruimtelijke ordening (voortaan: Grondexploitatiewet) plicht tot kostenverhaal.

Deze plicht houdt in dat de aan bouwplannen gerelateerde kosten van de grondexploitatie verzekerd moeten worden alvorens het bestemmingsplan wordt vastgesteld. Samen met de Grondexploitatiewet geeft specifiek gemeentelijk beleid invulling aan het kostenverhaalbeleid in Purmerend. Het specifieke beleid is neergelegd in de Nota gebiedsoverstijgende kosten Purmerend (GKP) en in 'ad hoc' aanvullingsbesluiten voor een aantal ontwikkelingslocaties. Uit dit gemeentelijke beleid vloeit voort dat onder de te verhalen kosten ook een bijdrage wordt meegenomen voor de kosten van gebiedsoverstijgende infrastructuur en voorzieningen (bovenwijkse voorzieningen, bovenplanse verevening/kosten en bijdragen aan ruimtelijke ontwikkelingen). Opname van nieuwe ontwikkelingen in dit bestemmingsplan is om deze redenen pas mogelijk als het blijkt dat de kosten van de grondexploitatie verzekerd zijn. Kosten kunnen worden verzekerd wanneer de gemeente deze kosten in haar begroting opneemt, wanneer de gemeente een exploitatieplan vaststelt, of wanneer de gemeente en de particuliere grondexploitant die het bouwplan gaat realiseren een anterieure overeenkomst sluiten. De voorkeur van de gemeente gaat

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12824979/1