k.-bestemmingsplan-a-jacobslaan-7-2024-toelichting
Tekst van het document
Bestemmingsplan
A. Jacobslaan 7 2024 Vastgesteld
Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1
5 Inleiding
5
1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Leeswijzer
5 5 6 7
Hoofdstuk 2
Projectbeschrijving
8
Hoofdstuk 3
Beleidskader
11
3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid
Hoofdstuk 4
Omgevingsanalyse
4.1 Huidige situatie 4.2 Nieuwe situatie
Hoofdstuk 5
Randvoorwaarden / omgevingsaspecten
Uitvoerbaarheid
6.1 Privaatrechtelijke uitvoerbaarheid 6.2 Economische uitvoerbaarheid 6.3 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Hoofdstuk 7
24 24 24
5.1 Archeologie 5.2 Bezonning 5.3 Bodemkwaliteit 5.4 Cultuurhistorische waarden 5.5 Duurzaamheid 5.6 Externe veiligheid 5.7 Geluid 5.8 Geur 5.9 Luchtkwaliteit 5.10 Milieuzonering 5.11 Natuurwaarden 5.12 Planologisch relevante leidingen 5.13 Verkeer en parkeren 5.14 Water 5.15 Milieu-effectrapportage
Hoofdstuk 6
11 13 15 17
Juridische planbeschrijving
7.1 Planvorm 7.2 Bestemmingsregeling
25 25 25 26 27 28 29 30 32 32 33 34 38 38 40 43
45 45 45 45
47 47 47
Bestemmingsplan "A. Jacobslaan 7 2024" (vastgesteld)
4
Toelichting Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding
Aan de Aletta Jacobslaan in de wijk Overwhere-Zuid bevindt zich de voormalige basisschool M.L. Kingschool. Stichting Wooncompagnie en Stichting Odion hebben het initiatief genomen om op deze plek een woon-zorggebouw te realiseren met 32 zorgwoningen en dagbesteding voor cliënten van Odion. Daarnaast heeft Wooncompagnie het voornemen om een appartementengebouw te realiseren met 18 sociale huurwoningen. Het project past niet binnen het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Overwhere-Zuid 2012". In paragraaf 1.3 wordt hierop verder ingegaan. Het onderhavige bestemmingsplan geeft een planologisch kader - bouw- en gebruiksregels - waarbinnen het project planologisch mogelijk wordt gemaakt.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied ligt in de wijk Overwhere-Zuid, op de hoek van de Aletta Jacobslaan en Overweerse polderdijk. Aan de noord- en westzijde van het plangebied bevinden zich woningen aan de Overweerse polderdijk, de M. Klompéstraat en de H. van Somerenstraat. Aan de oostzijde wordt het plangebied begrensd door een waterloop langs de Aletta Jacobslaan. Aan de zuidzijde van het plangebied bevindt zich een school; Vonk (het voormalige Clusius College).
Figuur 1.2: Ligging plangebied op luchtfoto
Bestemmingsplan "A. Jacobslaan 7 2024" (vastgesteld)
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Binnen het plangebied geldt tot op het moment van inwerkingtreding van het onderhavige bestemmingsplan het bestemmingsplan 'Overwhere-Zuid 2012', vastgesteld op 27 juni 2013. Daarnaast geldt het Parapluplan 'Parkeernormen Purmerend 2018', vastgesteld op 28 februari 2019. De gronden van het plangebied hebben de bestemming Maatschappelijk. Deze gronden zijn bestemd voor bibliotheken, wijkcentra, religieuze en levensbeschouwelijke en daarmee vergelijkbare doeleinden, gezondheidszorg al dan niet met daarbij behorende woonfunctie, jeugden kinderopvang, onderwijs, uitvaartcentra, openbare dienstverlening, verenigingsleven, overige maatschappelijke voorzieningen en bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, parkeervoorzieningen, fiets- en voetpaden, nutsvoorzieningen en water. Zorgwoningen en dagbesteding zijn passend binnen deze bestemming. Reguliere woningen zijn in strijd met de bestemming. Daarnaast is het bouwplan in strijd met de bouwregels. De nieuwbouw van het zorggebouw is aan de zuidzijde deels buiten het bouwvlak voorzien. Daarnaast wordt niet voldaan aan de maximale goothoogte van 10 meter. Tot slot wordt het maximum bebouwingspercentage van 35% overschreden.
Figuur 1.2: Uitsnede vigerend bestemmingsplan. Plangebied binnen rode lijn. Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl Het beoogde initiatief is in strijd met het bestemmingsplan. Om de ontwikkeling planologisch mogelijk te maken is onderhavig bestemmingsplan opgesteld. 6
1.4
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 bevat een beschrijving van het project. Hoofdstuk 3 geeft een samenvatting van het relevante actuele beleidskader. Hoofdstuk 4 bevat een omgevingsanalyse waarin wordt nagegaan welke functies en bouwwerken zich voorafgaand aan vaststelling van het bestemmingsplan in het plangebied bevinden en in hoeverre het nieuwe project hierbinnen past. In hoofdstuk 5 worden de relevante randvoorwaarden en omgevingsaspecten behandeld. In hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de uitvoerbaarheid, de inspraak en het wettelijk vooroverleg. In hoofdstuk 7 wordt een toelichting gegeven op de gekozen planvorm en de gedachten die ten grondslag liggen aan de juridische regeling zoals deze op de verbeelding en regels is opgenomen.
Bestemmingsplan "A. Jacobslaan 7 2024" (vastgesteld)
Hoofdstuk 2
Projectbeschrijving
Het plan heeft betrekking op de bouw van 50 woningen verdeeld over twee gebouwen. Het betreft 18 sociale huurwoningen te verhuren door Wooncompagnie en 32 zorgwoningen voor Odion. Daarbij komt er in het gebouw van de zorgwoningen op de begane grond ruimte voor dagbesteding voor cliënten van Odion. De bestaande bebouwing zal worden gesloopt. De nieuwe gebouwen zullen worden gerealiseerd aan de zijde van de Aletta Jacobslaan. Het gebouw van Wooncompagnie bestaat uit 3 bouwlagen (noordelijke gebouw), het gebouw van Odion bestaat uit 4 bouwlagen (zuidelijke gebouw). Op deze wijze wordt met de nieuwbouw aangesloten bij de hoogte van de woningen aan de noordzijde en het gebouw van Vonk aan de zuidzijde.
8
Figuur 2.1: Situatietekening voorlopig ontwerp Vanwege de positionering en gelijkvormige gevelopbouw met dezelfde kleuren en materialen, zullen de twee gebouwen samen een rustige wand vormen in het straatbeeld van de Aletta Jacobslaan. De metselwerkkaders in de gevels krijgen een terugliggende invulling van glas, hout of een andere tint metselwerk. Op deze wijze wordt er binnen dit rustige beeld voor voldoende plasticiteit en openheid gezorgd in de gevels. Door de positionering van de gebouwen, is het mogelijk het parkeren uit het straatbeeld te houden. De parkeervakken die met grasstenen worden uitgevoerd, de hagen en nieuwe aanplant van bomen, in combinatie met de bestaande bomen, zullen aansluiten op het groene gebied direct achter de locatie. Door de opzet kunnen verreweg de meeste van de bestaande bomen behouden
Bestemmingsplan "A. Jacobslaan 7 2024" (vastgesteld)
blijven. In totaal worden 36 bomen gekapt. Drie van de te kappen bomen staan op de bomenkaart van de gemeente Purmerend met de aanduiding Beschermd (zie paragraaf 3.4.8). Achter de nieuwbouw wilde de VMBO-school Vonk een beleeftuin realiseren. Een openbaar toegankelijke en aantrekkelijke groene omgeving voor haar leerlingen, maar ook voor de omgeving. Het zou een ruimte worden om te leren en te ontmoeten. Vonk zou de beleeftuin aanleggen en onderhouden. De gronden zou zij huren van de gemeente. Lopende de procedure heeft Vonk echter te kennen gegeven dat zij niet langer (financieel) zorg wil dragen voor de aanleg en het onderhoud van deze beleeftuin. Daarop heeft de gemeente besloten zelf (financieel) zorg te dragen voor de aanleg en het beheer van een (ecologische) beleeftuin. Dit mede in verband met de Purmerendse ecologische ambities. Separaat van de voorliggende (gecoördineerde) bestemmingsplanprocedure zal dit idee nader worden uitgewerkt en besproken met de omgeving. Het is de bedoeling dat na de nieuwbouw het groene (park)karakter van de locatie behouden blijft. Hierop wordt de beplanting rondom de nieuwbouw afgestemd.
Omdat het inrichtingsplan van de beleeftuin nog niet gereed is en de aanplant van nieuwe bomen en struweel bij de nieuwbouw in overeenstemming dient te zijn met de beleeftuin, kan nog niet definitief worden aangegeven hoe de herinrichting/bomenplan voor de nieuwe bomen of struweel er uit gaat zien. Tevens worden achter de nieuwbouw parkeerplaatsen gerealiseerd. De huidige brug zal worden verwijderd. De toegang tot het terrein wordt iets verlegd naar het noorden. De entree van de gebouwen en de toegang tot het parkeren is te bereiken via een nieuwe dam (met duiker). De bergingen van de huurappartementen vormen een buffer naar de twee-onder-één-kapwoningen. De verblijfsruimte in het toekomstig woongebouw wordt op minimaal 10 meter van het dichtstbijzijnde perceel van de twee-onder-een-kapwoningen gesitueerd. Een afstand die niet ongebruikelijk is in bestaand stedelijk gebied. Bovendien geeft een schaduwstudie aan dat er geen nadelige invloeden zijn voor de woningen in de directe omgeving.
Figuur 2.2: Visualisatie voorlopig ontwerp
10
Hoofdstuk 3
Beleidskader
Het kader voor een bestemmingsplan wordt gevormd door diverse nationale, provinciale, (deel-)regionale, en (deel)gemeentelijke nota's. Dit beleid stelt planologische en bestuurlijke beleidskaders (randvoorwaarden) aan de ruimtelijke (on)mogelijkheden voor het plangebied waarmee rekening moet worden gehouden. In dit hoofdstuk wordt voor het plangebied het relevante algemene beleid beknopt samengevat. Ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan is op 1 januari 2024 de Omgevingswet in werking getreden. In de Omgevingswet zijn 26 bestaande wetten gebundeld. Zo zijn de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), de Wet ruimtelijke ordening, de Wet natuurbescherming en de Waterwet vervangen door de Omgevingswet. Ook het Activiteitenbesluit en het Bouwbesluit zijn vervangen. Omdat het ontwerpbestemmingsplan en het ontwerpbesluit omgevingsvergunning voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage zijn gelegd, geldt voor de verdere procedure van het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning het oude recht. In de voorliggende Nota van beantwoording wordt daarom uitgegaan van de oude wet- en regelgeving en hierbij horende terminologie.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie (NOVI), vastgesteld op 11 september 2020, is de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige inrichting en ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Het versterken van de omgevingskwaliteit staat in de NOVI centraal. Dat wil zeggen dat alle plannen met oog voor de natuur, gezondheid, milieu en duurzaamheid gemaakt moeten worden. De NOVI maakt bij het maken van keuzes gebruik van drie afwegingsprincipes: 1) Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies, 2) Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal, en 3) Afwentelen wordt voorkomen. De Nationale omgevingsvisie heeft geen directe werking op dit bestemmingsplan. Het is een nationale visie die zelfbindend is voor het Rijk en geeft een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. 3.1.2 AmvB Ruimte (Barro) Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) voorziet in de juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid zoals dat in de Nationale Omgevingsvisie is vastgelegd. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Voor Purmerend hebben deze regels geen gevolgen. 3.1.3 Deltaplan Ruimtelijke adaptie 2020 Het klimaat verandert.
De stijging van de gemiddelde temperatuur brengt extremer weer met zich mee, dat natter, droger en heter is. De resultaten daarvan zijn wateroverlast, hittestress en druk op watervoorraden door droogte. Dit vereist een verandering in denken en doen: klimaatbestendig en waterrobuust inrichten moet in Nederland een vanzelfsprekend onderdeel bij ruimtelijke (her)ontwikkelingen worden. Om het proces van ruimtelijke adaptatie te versnellen en intensiveren is het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie opgesteld. Daarin staat hoe gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk de nadelige effecten van klimaatverandering tegen willen gaan. De kern is dat Nederland in 2050
Bestemmingsplan "A. Jacobslaan 7 2024" (vastgesteld)
klimaatbestendig en klimaat robuust is ingericht. Op nationaal niveau zijn stresstesten per gemeente uitgevoerd om de knelpunten van bestaande infrastructuur in kaart te brengen. In een drieledig nationaal programma worden deze kwetsbaarheden in beeld gebracht, afgewogen en geprioriteerd, om vervolgens tot concrete maatregelen te worden omgezet. Bij ruimtelijke ontwikkelingen zal vooraf moeten worden gekeken of deze klimaatadaptief zijn en hoe de inrichting dusdanig robuust kan worden aangepast. Zie verder paragraaf 5.5. 3.1.4 Ladder voor duurzame verstedelijking Op 1 juli 2017 is het besluit tot wijziging van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening in werking getreden. Het betreft een wijziging van de Ladder voor duurzame verstedelijking (duurzaamheidsladder). De laddertoets moet worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De behoefte aan deze stedelijke ontwikkeling moet dan worden aangetoond. De behoefte is het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, looptijd bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). De uitkomst van de beoordeling van de behoefte moet in de plantoelichting worden vermeld.
Als stedelijke ontwikkeling wordt bedoeld: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.' In het Bro is geen ondergrens voor een minimale omvang vastgelegd van wat een stedelijke ontwikkeling is. Voor woningbouwlocaties geldt volgens de overzichtsuitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS 28 juni 2017; ECLI:NL:RVS:2017:1724) dat 'in beginsel' sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als er meer dan 11 woningen gerealiseerd worden. Voor overige stedelijke functies wordt gesteld dat 'in beginsel' geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling als het ruimtebeslag minder dan 500 m² bedraagt.
Uitgangspunt is dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte en in beginsel in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Het doel is een zorgvuldig gebruik van de ruimte en het tegengaan van overprogrammering en de negatieve ruimtelijke gevolgen van leegstand. In het geval in het bestemmingsplan een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt, bevat de toelichting een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. De motivering van de behoefte aan die ontwikkeling dient in het licht te worden geplaatst van een goede ruimtelijke ordening en dient zich te richten op het motiveren van de behoefte aan die ontwikkeling met het oog op het tegengaan van ongewenste leegstand en het stimuleren van zorgvuldig ruimtegebruik. De behoefte wordt onderbouwd en afgewogen op het niveau van het verzorgingsgebied van de ontwikkeling. Dit betekent dat de aard en omvang van de ontwikkeling bepalend zijn voor de reikwijdte van de beschrijving van en het overleg over de behoefte, waarvan de resultaten ook zijn opgenomen in de beschrijving.
De provincie Noord-Holland wil vraag en aanbod op de woningmarkt zo goed mogelijk laten aansluiten. Daartoe hebben zij de Woonagenda Noord-Holland 2020-2025 opgesteld. Op basis daarvan hebben acht gemeenten, waaronder Purmerend, besloten een woonakkoord te maken. Dit woonakkoord is de opvolger van het Regionaal Actieprogramma Wonen 2016-2020 (RAP). Purmerend heeft van 2020-2050 een woningbouwopgave van ruim 10.000 woningen. 41% hiervan bestaat uit appartementen. De voorziene woningen passen binnen zowel de kwantitatieve als kwalitatieve woningbehoefte die het Woonakkoord aantoont. Met kwantitatieve woningbehoefte wordt het aantal woningen bedoeld, met kwalitatieve woningbehoefte wordt het 12
woonmilieu en de typen woningen bedoeld. Een van de opgaven in het Woonakkoord is om zoveel mogelijk binnenstedelijk te bouwen. De locatie is gelegen binnen stedelijk gebied.
Naast reguliere woningen voorziet het plan ook in zorgwoningen en dagbesteding. Deze functie is reeds toegestaan in het bestemmingsplan. Er is sprake van extra ruimtebeslag. Omdat sprake is van een aantoonbare behoefte aan deze functies en reeds sprake is van een bestemming dat stedelijke functies toestaat op een binnenstedelijke locatie, wordt voldaan aan de voorwaarden van de ladder voor duurzame verstedelijking. Er is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik. Het plangebied wordt ontsloten via de A. Jacobslaan en de Overweerse polderdijk, die op hun beurt uitkomen op wijkontsluitingswegen. De projectlocatie is daarmee goed ontsloten. De laddertoets is hiermee succesvol doorlopen.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Omgevingsvisie NH2050 Op 19 november 2018 hebben de Provinciale Staten van Noord-Holland de Omgevingsvisie NH2050 vastgesteld. Hierin staat de visie op de fysieke leefomgeving beschreven. De Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Noord-Holland 2040, het Provinciaal Verkeers- en Vervoerplan, het Provinciaal Milieubeleidsplan 2015-2018 en de Agenda Groen. De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is een voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. Tegelijkertijd is duurzame economische ontwikkeling een voorwaarde voor het kunnen investeren in een prettige leefomgeving. De provincie wil dat de kwalitatieve en kwantitatieve vraag en aanbod van werk- en woonlocaties met elkaar in overeenstemming zijn en streeft naar behoud en versterking van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en cultuurhistorie. De ontwikkeling van 32 zorgwoningen met dagbesteding en 18 sociale huurwoningen binnen bestaand stedelijk gebied is in lijn met de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050. 3.2.2 Omgevingsverordening NH2022 Het beleid van de Omgevingsvisie Noord-Holland 2050 is, voor zover het een bindende werking moet hebben, neergelegd in de Omgevingsverordening NH2022 (in werking vanaf 11 januari 2024).
Ook vanuit de provincie gelden instructieregels waar een buitenplanse omgevingsplanactiviteit aan moeten voldoen. Deze verordening zet in op het mogelijk maken van ontwikkelingen zoals woningbouw en de energietransitie en op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in Noord-Holland, met een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid. De verordening bevat instructieregels voor gemeenten die beperkingen stellen aan wat in ruimtelijke plannen kan worden opgenomen. Een ruimtelijk plan kan uitsluitend voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als de ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. Het plan is regionaal afgestemd. Het onderhavige bestemmingsplan is in lijn met de regels zoals deze zijn opgenomen in de Omgevingsverordening NH2022.
Bestemmingsplan "A. Jacobslaan 7 2024" (vastgesteld)
3.2.3 Woonagenda provincie Noord-Holland 2020-2025 De Provincie Noord Holland wil zorgen voor voldoende betaalbare, duurzame en toekomstbestendige woningen voor alle doelgroepen. Daarom is op 31 maart 2020 de woonagenda 2020-2025 vastgesteld. De Woonagenda is de uitvoeringsagenda van het woonbeleid van de provincie Noord-Holland tot 2025 en volgt uit en past binnen de randvoorwaarden van het provinciaal ruimtelijk beleid, zoals beschreven in de provinciale Omgevingsvisie NH2050 en het coalitieakkoord ‘Duurzaam doorpakken’. Speerpunten zijn: 1. Een woning voor iedereen: a. Adaptief en vraaggestuurd programmeren. b. Productie op peil: aanjagen woningbouwproductie. c. Kwalitatief, betaalbaar en divers woningaanbod. 2. Gezond, duurzaam en toekomstbestendig wonen in een aantrekkelijke provincie. Hierbij worden een aantal richtinggevende principes gehanteerd. 1. De vraag is leidend. De regionale programmeringen worden bepaald op basis van gegronde onderbouwing van vraag, aanbod en het kwalitatieve en kwantitatieve verschil daartussen voor nu en in de toekomst. 2. Er zijn snel meer woningen nodig. De provincie zet in op het versnellen van de woningbouwproductie en helpt gemeenten hierbij door voortzetting van het Uitvoeringsprogramma Binnenstedelijk Bouwen en Versnellen Woningbouw. 3. De woningbouwprogrammering is regionaal en adaptief.
De programmering houdt rekening met fasering en haalbaarheid, zodat de in het woonakkoord af te spreken regionale productiedoelstellingen kunnen worden gehaald. 4. De provincie geeft gemeenten ruimte om bij binnenstedelijke plannen nabij een OV-knooppunt en/of in een groeiregio hogere aantallen woningen te realiseren dan de prognose, om het woningtekort versneld in te lopen. 5. De woningmarkt heeft structureel meer flexibiliteit en betaalbare opties voor alle verschillende doelgroepen van woningzoekenden nodig. 6. Betaalbaar en divers woningaanbod voor alle doelgroepen vraagt regionale afstemming en samenwerking. 7. Vanuit het oogpunt van leefbaarheid en gezondheid bewaakt de provincie de goede balans tussen economie, wonen, mobiliteit, natuur en landschap. 8. Woningbouw heeft een grote impact op het landschap, de natuur en de biodiversiteit, zowel binnen als buiten het bestaand stedelijk gebied. In de woonakkoorden worden afspraken gemaakt om woningbouw zoveel mogelijk klimaatneutraal, klimaatadaptief, actieve mobiliteit (gericht op fietsen en lopen) stimulerend, circulair en natuur- en landschapsinclusief te ontwikkelen en dit vroegtijdig bij de locatiekeuze en planontwikkeling mee te nemen. Onderhavig bestemmingsplan voorziet in in een behoefte. Het bestemmingsplan is in overeenstemming met de Woonagenda.
14
3.2.4 Monitor woningbouw 2020 Uit de 'Monitor woningbouw 2020', vastgesteld door Gedeputeerde Staten op 1 november 2020, blijkt dat er in 2019 nagenoeg evenveel nieuwbouwwoningen gebouwd zijn als in het jaar ervoor, namelijk circa 14.000. De nieuwbouwproductie in Noord-Holland Zuid en in Noord-Holland Noord was eveneens ongeveer gelijk in beide jaren, respectievelijk 11.600 en 2.300. Voor het derde jaar op rij is de nieuwbouw gelijk dan wel groter dan de huishoudensgroei. De afgelopen drie jaar kwamen er jaarlijks gemiddeld 1.350 meer nieuwbouwwoningen bij dan huishoudens. In Noord-Holland is nog steeds sprake van een substantiële inhaalvraag van 10.400 woningen, maar deze is hierdoor wel afgenomen. Sinds het begin van de coronacrisis in maart 2020 is de bevolkingsgroei in Nederland en Noord-Holland sterk gedaald en was er tot en met mei zelfs sprake van een bevolkingskrimp, met name door de afname van de buitenlandse migratie. Zolang de coronapandemie voortduurt zal de verwachte bevolkingsgroei waarschijnlijk niet gehaald worden. Op de korte termijn valt daardoor de huishoudensgroei lager uit en daarmee valt ook de toename van de woningbehoefte lager uit. Gezien het huidige woningtekort en de druk op de woningmarkt is het echter wel belangrijk door te blijven bouwen om de druk op de woningmarkt terug te dringen.
Ook valt te verwachten dat als de coronacrisis voorbij is, de bevolkingsgroei weer aantrekt. Onderhavig bestemmingsplan levert een bijdrage aan de inhaalvraag van woningen.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1 Regiovisie Waterland 2040 (Vitaal met Karakter) Voor de lange termijn heeft de regio een ontwikkelingskader tot 2040 opgesteld, de Regiovisie Waterland 2040. In deze visie staat behoud en zo mogelijk versterking van het kenmerkende authentieke karakter van de regio Waterland voorop, maar wel met de noodzakelijk sociaal-economische en infrastructurele impulsen om de kernen vitaal te houden en het gebied binnen de Metropoolregio Amsterdam bereikbaar te maken. Naast maatregelen om het authentieke karakter van het landelijk gebied te bewaren, vergt dat op vele locaties een forse inspanning in de kwaliteit van de leefomgeving, selectieve uitbreiding voor noodzakelijke sociaal-economische ontwikkelingen en duurzame oplossingen voor beheer en terugdringing van het woon-werkverkeer. Op die manier ontstaat een duurzame vitale regio met een herkenbaar eigen karakter. Onderhavige ontwikkeling past goed in het beleid zoals weergegeven in de Regiovisie. Het bepaalde in dit bestemmingsplan is niet strijdig met dit beleid. 3.3.2 Metropoolregio Amsterdam Purmerend maakt onderdeel uit van Metropoolregio Amsterdam (MRA). Dit is een samenwerkingsverband van de provincies Noord-Holland en Flevoland, 32 gemeenten en de Vervoerregio Amsterdam. De MRA behoort tot de Europese top vijf van economisch sterke regio's.
De rode draad van de samenwerking is het behouden en versterken van die internationale concurrentiepositie. De door de partners geformuleerde hoofdopgaven zijn (thematisch) neergelegd in de 'Gebiedsagenda 2013' en richten zich m.n. op het optimaliseren van het fysieke vestigingsklimaat (economie), het tijdig voorzien in kwantitatieve en kwalitatieve woningbouwbehoefte in 2040 (verstedelijking) en het op orde brengen en houden van een goed functionerend mobiliteitsnetwerk (bereikbaarheid). De agenda levert een 'voorraadkamer' op voor de besluitvorming over programma's en projecten in het Bestuurlijk Overleg Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (BO-MIRT). De agenda richt zich voornamelijk op het verbeteren van de infrastructuur en het milieu. De agenda verzet zich niet tegen het realiseren van het onderhavige project. De agenda bevestigt bovendien dat er binnen de regio Waterland, waar Purmerend onder valt, een aanzienlijk aantal nieuwe woningen dient te worden gerealiseerd. De te realiseren woningen passen dan ook goed in het beleid van de MRA.
Bestemmingsplan "A. Jacobslaan 7 2024" (vastgesteld)
De MRA heeft een eigen langetermijnvisie in de vorm van het Ontwikkelingsbeeld 2040 uit 2007. De MRA wil een internationaal concurrerende regio zijn met compacte steden in een voor recreanten aantrekkelijk landschap en met een infrastructureel netwerk dat de kernen met elkaar, het landschap en de rest van de wereld verbindt. De regio zet in op woningbouw, de creatieve industrie, de maakindustrie en de circulaire economie, wil een omslag naar duurzame energiebronnen en koestert grote bedrijven als het Havenbedrijf Amsterdam. In 2014 verscheen een overzicht van accentverschuivingen ten opzichte van dit Ontwikkelingsbeeld: Doorbouwen op het fundament. Op basis van nieuwe trends en inzichten focust de MRA o.a. op meer stedelijke verdichting, intensivering van de transformatieopgave, beter benutten van OV-knooppunten en – naast bescherming – een betere benutting van het landschap. Om dit te bereiken zijn is voor de korte termijn een Ruimtelijk-economische Actie-Agenda 2016-2020 opgesteld, met een doorkijk naar de komende tien jaar. Regionaal woonakkoord 2021-2025 In april 2020 heeft de provincie Noord-Holland het woonbeleid uitgewerkt in de Woonagenda PNH 2020-2025. Hiermee wil de provincie uitvoering geven aan een aantal doelstellingen, zoals het bouwen van voldoende betaalbare en duurzame woningen.
Middels het sluiten van regionale Woonakkoorden voor de periode 2021-2025 wil de provincie de regionale samenwerking bevorderen. De acht gemeenten in Zaanstreek-Waterland hebben besloten hier samen met de provincie invulling aan te geven aan de hand van vier thema's: 1. Nieuwbouw / woningbouwprogrammering a. werken aan de eigen én regionale woningbehoefte b. zoveel mogelijk binnenstedelijk bouwen, met ruimte voor uitzonderingen c. zoveel mogelijk bouwen in de nabijheid van OV-knooppunten en stadsharten d. versnellen van de woningbouwproductie e. werken aan stedelijke vernieuwing en leefbaarheid 2. Betaalbare voorraad a. werken aan de gewenste ontwikkeling van de sociale woningvoorraad b. werken aan regionale woonruimteverdeling 3. wonen en zorg a. werken aan de huisvesting van senioren b. werken aan de huisvesting van bijzondere doelgroepen 4. duurzaamheid, klimaatadaptatie, circulair bouwen a. werken aan klimaatneutrale, klimaatadaptieve, circulaire en natuur- en landschapsvriendelijke nieuwbouw b. werken aan de opwekking van duurzame energie in de regio c. werken aan de verduurzaming van bestaande woningvoorraad d. werken aan een gezonde leefomgeving In het Woonakkoord wordt rekening gehouden met bestaande kaders en afspraken, die soms op een ander c.q.
hoger schaalniveau zijn vastgesteld, zoals in de Metropoolregio Amsterdam, waar Zaanstreek-Waterland onderdeel vanuit maakt. Uit het Woonakkoord blijkt dat er binnen de regio vraag is naar voldoende betaalbare en duurzame woningen. Het project draagt hieraan bij.
16
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Structuurvisie Purmerend 2005-2020
In de Structuurvisie Purmerend 2005-2020, vastgesteld op 2 maart 2006, heeft de gemeenteraad van Purmerend een toetsingskader neergelegd voor gewenste en bestaande ontwikkelingen binnen de gemeente. In de structuurvisie worden vier ambities verwoord die leidend dienen te zijn bij de ontwikkeling van de stad Purmerend tot 2020. 1. Purmerend is het centrum van Waterland: Uiteen wordt gezet dat Purmerend wil investeren in haar functies waarin zij een regionale rol heeft, om de positie als centrum van Waterland te behouden. De manier waarop Purmerend dit wil bereiken is door te investeren in een veelzijdig, herkenbaar en toegankelijk centrum met kwalitatief hoogwaardige openbare ruimte en door te streven naar een hoog niveau van voorzieningen in zowel het centrum als in andere delen van de stad. 2. Purmerend werkt aan een evenwichtigere woon-werkbalans. In de structuurvisie wordt beschreven dat Purmerend voor de werkgelegenheid sterk afhankelijk is van Amsterdam. Dit is een kwetsbaar punt. Belangrijk is daarom dat Purmerend haar economische punten verder ontwikkelt. Dit is onder meer van belang voor jongeren die in Purmerend zijn geboren en zich nu op de arbeidsmarkt gaan begeven, omdat zij meer geneigd zullen zijn om in Purmerend te werken. 3. Purmerend versterkt haar verbindingen in groen, blauw en grijs.
Gesteld wordt dat de kwaliteit van de ligging van de stad veel beter benut kan worden. De kwaliteiten van het buitengebied zijn in de wijken ruimschoots aanwezig, maar zijn op het niveau van de stad te weinig herkenbaar en andersom worden de kwaliteiten van de stad daarbuiten nauwelijks (h)erkend. Uiteen wordt gezet dat de aantrekkelijke ligging van Purmerend veel meer benut kan worden om de kwaliteit van het wonen in de stad te verhogen, om de kansen voor toerisme te vergroten en om het beeldmerk van de stad neer te zetten. Tevens wordt gesteld dat het versterken van de stedelijke structuren kan helpen mensen zich meer verbonden te laten voelen met hun stad en om een betere oriëntatie te krijgen op de stad en haar omgeving. 4. Purmerend kiest voor bloei in plaats van groei. Purmerend heeft zich decennia lang gericht op groei. Nu moet de omslag komen naar het investeren in identiteit en kwaliteit. Beschreven wordt dat het doel niet langer is om woningen te bouwen en nieuwe wijken te ontwikkelen, maar toe te werken naar een complete stad die op basis van kwaliteit de concurrentie aan kan met de steden in de omgeving en die toegesneden is op de demografische veranderingen.
In 2013 is de strategische plankaart, behorende bij de structuurvisie Purmerend 2005 - 2020, als eerste stap in het proces om te komen tot en vooruitlopend op een integrale herziening, aangepast aan de actuele stand van zaken. Het betreft een beleidsneutrale actualisering, waarbij op de plankaart de wijzigingen zijn verwerkt, die in de achterliggende periode (sinds 2006) doorgevoerd zijn in of op grond van het gemeentelijk beleid. Deze kaart gaat vergezeld van een toelichting daarop. Op de kaart is het gebied waar de planlocatie in ligt aangeduid als 'suburbaan / tuinstedelijk wonen'. De locatie is niet specifiek aangeduid als ontwikkelgebied. Het project is echter passend binnen de ambities zoals deze zijn verwoord in de structuurvisie. Er worden kwalitatief goede woningen gerealiseerd voor doelgroepen waar een grote woningbehoefte bestaat. Met de zorgwoningen en dagbesteding wordt tevens bijgedragen aan een complete stad en voldoende voorzieningen. Geconcludeerd wordt dat dit plan aansluit op de doelen van de structuurvisie.
Bestemmingsplan "A. Jacobslaan 7 2024" (vastgesteld)
3.4.2 Ruimte voor Purmerend (omgevingsagenda voor Purmerend richting 2040) Het stuk 'Ruimte voor Purmerend (omgevingsagenda voor Purmerend richting 2040) is een dynamische agenda die naast politiek-bestuurlijke focus vooral duidelijkheid biedt over de ambities van de gemeente Purmerend. Purmerend wordt hierin neergezet als compacte woonstad met sterke OV-verbindingen naar de hoofdstad maar ook uitstekende fietsverbindingen naar de omgeving en buitengebied. Een stad waarin de wijken een zelfvoorzienend karakter hebben op het gebied van voorzieningen. Aan bovenstaande beschrijving kunnen troeven en waardevolle aspecten worden toegevoegd waaruit ambities voortvloeien. De nabijheid van Amsterdam, het voorzieningenaanbod, het OV-netwerk en de betaalbare woningvoorraad zijn bekende troeven. Waardevolle aspecten zijn het dorpse karakter, de tevredenheidsstabiliteit en het brede scala en diversiteit van voorzieningen, omgeving en activiteiten. De ambities die hieruit zijn geformuleerd (samengevat): De urgentie en noodzaak om verder te bouwen aan woongelegenheid in een grotere diversiteit voor zowel huidige als toekomstige generaties; een flink deel van de opgave dient plaats te vinden in het bestaande stedelijke gebied. Regionale functie van 'de zorg' waarborgen.
De compacte en consequente wijkstructuur van Purmerend leent zich al goed voor dagelijkse voorzieningen en zorg (ziekenhuis, EHBO, verpleeghuis, opvang o.m.), voldoende aangepaste huisvesting is ook aanwezig. De ambitie is om deze regionale functie met het oog op de toekomst (vraag naar zorg) te behouden en versterken. Versterking van de toeristische sector door Purmerend als pleisterplaats en verblijfsstad op de kaart te zetten voor iedereen die Laag Holland bezoekt. Om vorm te geven aan de groei van Purmerend worden scenario's bekeken. Gelet op de ladder voor duurzame verstedelijking ligt intensivering van (vastgoed in) de bestaande stad als eerste mogelijkheid voor de hand en vervolgens wordt het verstedelijken van de randen nader als mogelijkheid bezien. Met de voorgenomen ontwikkeling in het plangebied vindt woningbouw in combinatie met voorzieningen plaats binnen het bestaand stedelijk gebied van Purmerend. Er wordt hiermee voldaan aan de agenda Ruimte voor Purmerend. Gezien de woningbehoefte van circa 10.000 woningen in Purmerend, als onderdeel van de woningbouwtaakstelling van de Metropoolregio Amsterdam, is er behoefte aan de maximaal 50 woningen die in het plangebied worden gerealiseerd. Het voornemen is daarmee in overeenstemming met de 'Agenda: Purmerend koers naar 2040'. 3.4.3
Wonen
3.4.3.1 Woonvisie 2017-2022 In de Woonvisie Purmerend 2017-2022 heeft de gemeente haar visie tot 2022 op het gebied van wonen geformuleerd. De gemeente wil een prettige woonstad blijven, de vraag naar woningen van inwoners goed kunnen blijven bedienen en een bijdrage leveren aan de regionale woningbouwopgave. Veel aandacht gaat uit naar de positie van huishoudens die zichzelf niet of moeilijk kunnen redden op de woningmarkt. In een achttal speerpunten heeft Purmerend deze ambitie verder uitgewerkt, waaronder ook de ambitie om tot 2040 10.000 extra woningen te bouwen. Dit om tevens de kwaliteit van de stad te versterken door vergroting van de differentiatie van het aanbod en van verschillende woonmilieu's en de woningvoorraad meer passend te maken voor de toekomstige bevolkingssamenstelling. De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van 18 sociale huurappartementen en 32 zorgappartementen met ruimte voor dagbesteding. De ontwikkeling voegt aansprekende woningen toe aan de huidige woningvoorraad. Hiermee past de voorgenomen ontwikkeling in dit beleid. 18
3.4.3.2 Woonprogramma uit Structuurvisie 2005-2020 De speerpunten van het Woonprogramma uit de Structuurvisie Purmerend 2005-2020 zijn: 1. meer differentiatie in woonmilieus aanbrengen door toevoegen of herstructureren naar centrumstedelijke woonmilieus, woningen in lage dichtheden, starterswoningen, duurdere huur- en koopwoningen en seniorenwoningen; 2. inzetten op behoud van het suburbane wonen, groen en rustig, dit kan door dit mee te nemen in de plannen voor de herstructurering van de wijken; 3. nieuwe concepten voor het combineren van wonen en zorg ontwikkelen In Zaanstreek-Waterland als geheel neemt de woningbehoefte volgens de prognose van de provincie Noord-Holland in de periode 2015-2025 toe met 12.760 woningen (6.900 tot 2020 en 5.860 tot 2025). In de tien jaar daarna gaat het om nog 8.600 woningen. Dat is in totaal bijna 20.000 woningen tot 2035. De onderhavige ontwikkeling levert een bijdrage aan het eerste speerpunt. 3.4.3.3 Nota kaders en instrumenten woningbouwprogrammering: spelregels 30-30-40 In het collegeprogramma 2018-2022 ('Samenwerken aan de stad') heeft het college het voornemen uitgesproken om voor nieuwe woningbouwinitiatieven de zogenaamde 30-30-40 regel te hanteren. Dit houdt in dat voor nieuwbouwprojecten vanaf vier woningen minimaal 30% sociale huur moet zijn, 30% doorstroomwoningen (middeldure huur en betaalbare koop).
De resterende 40% is vrije keuze. Deze ambitie is verder in detail uitgewerkt in het document Nota kaders en instrumenten woningbouwprogrammering: spelregels 30-30-40. Gelet op de ambitie om 10.000 woningen te bouwen, streeft de gemeente op de verschillende binnenstedelijke ontwikkellocaties, waar de A. Jacobslaan onderdeel van is, naar een zo groot mogelijke hoeveelheid woningen. Daarbij is zorgvuldig gekeken naar wat op de betreffende locatie passend is. Passend in ruimtelijke zin ('wat past er?') maar ook passend in maatschappelijke zin ('wat past hier in deze buurt rekening houdend met de verschillende belangen die spelen?'). Daarnaast is gekeken naar optimalisatie van het programma, waarbij de inzet is geweest op een zo groot mogelijk aantal sociale huurwoningen. De ontwikkeling van de locatie A. Jacobslaan staat niet op zichzelf. De locatie is één van de zeven Binnenwijkse ontwikkellocaties. Op alle binnenstedelijke ontwikkellocaties samen kunnen er 207 woningen worden gerealiseerd. De verhouding sociaal/middelduur/vrij is respectievelijk 76 - 20 - 4 procent. Deze verhouding wijkt af van de Nota kaders en instrumenten woningbouwprogrammering. De raad heeft op 26 september 2019 besloten om juist op de eigen locaties, waar financieel mogelijk, het maximale aan sociale huur te realiseren.
Deze doelstelling mag niet ten koste gaan van de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid. Per locatie is gekeken naar wat passend is bij de omgeving. Dat kan op de ene locatie 100% sociale huur zijn, terwijl op de andere locatie 100% vrije sector beter aansluit. De woningen op de locatie Aletta Jacobslaan bestaan uit zorgwoningen en sociale huurwoningen. 3.4.3.4 Doelgroepenverordening Voor de realisatie van de ambities uit de Nota Kaders en instrumenten woningbouwprogrammering: spelregels 30-30-40 is in 2020 de Doelgroepenverordening Purmerend 2020 vastgesteld door de gemeenteraad. Deze stelt de gemeente in staat om in bestemmingsplannen bepaalde categorieën te bouwen woningen vast te leggen in percentages. De gemeente Purmerend wil tot 2040 ongeveer 10.000 woningen aan de bestaande woningvoorraad toevoegen. Om de diversiteit en doorstroom te bevorderen geldt voor de nieuwbouw als uitgangspunt dat ten minste 30% van die woningen beschikbaar komt voor sociale huur en 30% voor middeldure huur- en/of betaalbare koopwoningen. In de verordening is bepaald dat sociale huurwoningen gedurende een termijn van ten minste 25 jaar na de eerste ingebruikname voor de doelgroep voor sociale huurwoningen beschikbaar blijven.
Bestemmingsplan "A. Jacobslaan 7 2024" (vastgesteld)
3.4.3.5 Huisvestingsverordening Op 23 januari 2019 is een gewijzigde huisvestingsverordening in werking getreden, waarmee het in Purmerend verboden is zonder vergunning woonruimte te verbouwen tot twee of meer woonruimten. Ook is het verboden zelfstandige woonruimte om te zetten naar onzelfstandige woonruimten (omzettingsvergunning/kamerverhuur), ongeacht of sprake is van een sociale huurwoning of niet. Elke nieuw te vormen woonruimte dient een gebruiksoppervlakte te hebben van ten minste 40 m2. Sinds de gemeentelijke fusie op 1 januari 2022 geldt de vergunningplicht ook voor de Beemster. In maart 2022 zijn de regels aangescherpt. De 40 m2 geldt vanaf dat moment alleen voor de binnenstad van Purmerend, in de overige gebieden moet een woonruimte ten minste 50 m2 oppervlak hebben. 3.4.4 Duurzaamheidsagenda 2020-2023 Het Klimaatakkoord van 28 juni 2019 vormt de basis voor het gemeentelijk duurzaamheidsbeleid zoals verwoord in de Duurzaamheidsagenda 2020-2023. De volgende thema's staan centraal: 1. Duurzaamheid in de gebouwde omgeving: uitvoering Proeftuin Aardgasvrij. uitbreiding capaciteit en netwerk van Stadsverwarming Purmerend. transitievisie Warmte die wordt vertaald in Wijkuitvoeringsplannen, waarbij per wijk wordt aangegeven welke niet-fossiele warmtebronnen in aanmerking komen.
verduurzaming van de bestaande woningvoorraad ondersteunen met subsidies en duurzaamheidsleningen. 2. Duurzame bedrijven: verminderen CO2-uitstoot bedrijven; bedrijfsterreinen duurzaam revitaliseren; gebruik van duurzame grondstoffen. versterking circulariteit van grondstoffen. 3. Duurzame mobiliteit: streven naar instandhouding van het fijnmazig openbaar vervoerssysteem; versterken laadinfrastructuur elektrische voertuigen door inventariseren mogelijke locaties voor het plaatsen van laadpalen; uitbreiding aantal laadpunten met in achtneming voldoende spreiding over de gemeente. toepassen van alternatieve (bio-)motorbrandstoffen; vermindering CO2-uitstoot voertuigen. 4. Duurzame energie: aanjagen initiatieven voor duurzame energieproductie. 5. Duurzame stad en regio: regionale Energiestrategie waarin wordt aangegeven welke niet-fossiele energiebronnen kunnen worden benut en waar deze ruimtelijk kunnen worden ingepast. benutting van subsidie-mogelijkheden. 6. Duurzame gemeente: streven naar 75% van het afval gescheiden ophalen; klimaatbestendigheid bebouwde kom Purmerend vergroten; klimaatadaptief bouwen; duurzaam inkoop- en aanbestedingsbeleid gemeente; actieve informatieverstrekking over investeringsmogelijkheid en in energieopwekking en -besparing door invulling van een lokaal informatieloket. verduurzamen gemeentelijk vastgoed; 20
stimulering verduurzaming Schoolgebouwen. stimuleren Duurzame vaarrecreatie. Bij het project is sprake van natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen. Natuurinclusief bouwen betekent dat een bouwwerk en zijn directe omgeving bijdraagt aan de lokale biodiversiteit en natuur. Dit komt in het plan onder andere tot uiting in het behoud en versterking van groen en toepassing van halfverharding bij de parkeerplaatsen, waarmee overtollig regenwater zoveel mogelijk vertraagd zal worden afgevoerd. 3.4.5 Klimaatadaptatieplan Zaanstreek Waterland en Purmerend 2021-2024 Op 17 december 2020 heeft de gemeenteraad van Purmerend het Klimaatadaptatieplan Zaanstreek Waterland en Purmerend 2021-2024 vastgesteld. Hierin wordt beschreven hoe de regio en de gemeente Purmerend zich voorbereiden op een veranderend klimaat. Het bevat de uitgangspunten en maatregelen die nodig zijn om de schadelijke effecten van hevige neerslag, extreme hitte, langdurige droogte en zeespiegelstijging zoveel mogelijk te beperken. In lijn met het landelijke Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie is het klimaatadaptatieplan gebaseerd op de klimaatscenario's van het KNMI voor 2050. De ambitie is om in 2050 een klimaatbestendig en waterrobuuste gemeente te zijn.
In regionaal verband zijn leidende principes geformuleerd en doorvertaald naar vier uitgangspunten voor een klimaatadaptieve gemeente, zoals meer groen en meer ruimte voor water in de stad, klimaatadaptief maatwerk en gedeelde verantwoordelijkheid. De gemeente kiest bijvoorbeeld voor meer bomen, meer ruimte voor tijdelijke wateropvang, het hanteren van het MRA basisveiligheidsniveau klimaatbestendige nieuwbouw (aanvulling bouwbesluit, bijlage I) en het stimuleren van vergroening onder particulieren. Aan het lokale plan is een uitvoeringsagenda met maatregelen, projecten en onderzoeken verbonden. Klimaatadaptatie dient in elk project meegenomen te worden. Op welke manier dit gebeurt is afhankelijk van zaken als de gebouwdichtheid, de grond en de ontwerpruimte. In artikel 5.5 van de regels van dit bestemmingsplan is geborgd dat voldaan moet worden aan de klimaatadaptieve basisveiligheidsniveaus V3.0, zoals vastgelegd in de 'Intentieovereenkomst Klimaatbestendige Nieuwbouw in de MRA en Noord-Holland'. 3.4.6 Groenkoers De nota Groenkoers, op 28 november 2014 door de gemeenteraad vastgesteld, geeft de richting aan die de gemeente opgaat met het gemeentelijke groen in zijn totaliteit. De essentie ervan is dat ingezet wordt op de verbetering van de kwaliteit van de beplanting om ook op lange termijn over een duurzame groenbasis te beschikken tegen acceptabele kosten.
De Groenkoers schetst het belang van het groen voor de stad als integraal onderdeel van de openbare buitenruimte. Groen is mede bepalend voor de identiteit, het imago, de kwaliteit en de leefbaarheid van de stad. In het plan blijft het groene karakter van de locatie behouden. De parkeervakken worden met grasstenen uitgevoerd. Met nieuwe bomen wordt aangesloten op het groene gebied direct achter de locatie. Er wordt een beleeftuin aangelegd. De ontwikkeling is passend binnen de nota Groenkoers.
Bestemmingsplan "A. Jacobslaan 7 2024" (vastgesteld)
3.4.7 Visie Leefbare Stad 2040 Gemeente Purmerend heeft tot 2040 een bouwopgave van 10.000 woningen. De stad gaat verdichten, en de druk op de openbare ruimte wordt groter. Bovengronds doordat meer mensen gebruik gaan maken van dezelfde openbare ruimte. Ondergronds omdat er ruimte voor kabels, leidingen, riolering en stadsverwarming nodig is. Het groen in de stad staat onder druk. Daarnaast treedt er klimaatverandering op. De kans op wateroverlast, hittestress en droogte in de stad wordt groter. Dit vraagt om een andere inrichting van het openbare gebied, gebouwen en de particuliere terreinen. Op 26 maart 2020 is de Visie Leefbare Stad 2040 (Steen en groen in balans voor een leefbaar en aantrekkelijk Purmerend) door de raad vastgesteld. In deze visie worden de kansen benoemd hoe steen en groen in balans blijven voor een leefbare stad. De Visie is uitgewerkt in een Bomenplan, Klimaatadaptatieplan, Parkenplan en uitwerking voor Natuurinclusief bouwen. In de volgende paragrafen is gemotiveerd hoe het project zich verhoudt tot de inhoud van deze plannen. Bomen In een boomeffectanalyse is de kwaliteit van de aanwezige bomen en heesters beoordeeld en zijn de gevolgen van het bouwplan onderzocht. Zie paragraaf 3.4.8). Klimaatadaptatie In paragraaf 3.4.5 is ingegaan op de klimaatadaptieve maatregelen in het plan.
3.4.8 Bomenkaart De gemeente Purmerend beschikt over de Bomenkaart Purmerend en Beemster. Op deze kaart staan de waardevolle bomen binnen de gemeente aangegeven. De kap van deze bomen is alleen toegestaan met een ontheffing op het kapverbod. Om de waardevolle bomen ook anderszins te beschermen dient bij nieuwe ontwikkelingen - in het geval dat er zich waardevolle bomen in of in de nabijheid van het plangebied bevinden - m.b.t. die beschermde bomen een Bomen Effect Analyse (BEA) conform het handboek Bomen van het norminstituut Bomen te worden uitgevoerd. Een BEA is een gestandaardiseerde beoordeling die alle mogelijke effecten van de bouw of aanleg op het duurzaam voorbestaan van de boom in beeld brengt. Hierin wordt ook omschreven hoe de nadelige effecten tot een minimum kunnen worden beperkt. Bovendien wordt onderzocht wat het meest boomvriendelijke alternatief is. In maart 2021 is een bomeneffectanalyse uitgevoerd. In de boomeffectanalyse (zie Bijlage 1 Bomeneffectanalyse) is de kwaliteit van de aanwezige bomen en heesters beoordeeld en zijn de gevolgen van het bouwplan onderzocht. Er zijn in totaal 121 bomen aanwezig, waarvan 38 als gevolg van het ontwerp niet te handhaven zijn. Van de aanwezige bomen zijn er 2 afgestorven, één op hoogte afgezet en 21 van een zodanig geringe kwaliteit, dat geadviseerd wordt om deze te verwijderen.
Er zijn 5 bomen die met een maatregel behouden kunnen blijven. De overige 56 bomen zijn op basis van het ontwerp te handhaven. Er is een (inmiddels onherroepelijke) kapvergunning afgegeven voor het verwijderen van zeven bomen. Ter compensatie worden er tien bomen teruggeplant. 3.4.9 Beleidsnota uitvoering en handhaving Purmerend 2024-2028 Deze beleidsnota beschrijft de wijze waarop de gemeente vergunningen verleent, toezicht houdt en handhaaft op het gebied van het omgevingsrecht, Algemene plaatselijke verordening en bijzondere wetten.
22
3.4.10 Nota Gebiedsoverstijgende kosten Purmerend (GKP) Dit bestemmingsplan bevat een of meerdere bouwplannen zoals gedefinieerd in artikel 6.2.1 Bro. Voor deze bouwplan(nen) geldt een uit hoofde van de afdeling 'grondexploitatie' van de Wet ruimtelijke ordening (voortaan: Grondexploitatiewet) plicht tot kostenverhaal. Deze plicht houdt in dat de aan bouwplannen gerelateerde kosten van de grondexploitatie verzekerd moeten worden alvorens het bestemmingsplan wordt vastgesteld. Samen met de Grondexploitatiewet geeft specifiek gemeentelijk beleid invulling aan het kostenverhaalbeleid in Purmerend. Het specifieke beleid is neergelegd in de Nota gebiedsoverstijgende kosten Purmerend (GKP) en in 'ad hoc' aanvullingsbesluiten voor een aantal ontwikkelingslocaties. Uit dit gemeentelijke beleid vloeit voort dat onder de te verhalen kosten ook een bijdrage wordt meegenomen voor de kosten van gebiedsoverstijgende infrastructuur en voorzieningen (bovenwijkse voorzieningen, bovenplanse verevening/kosten en bijdragen aan ruimtelijke ontwikkelingen). Opname van nieuwe ontwikkelingen in dit bestemmingsplan is om deze redenen pas mogelijk als het blijkt dat de kosten van de grondexploitatie verzekerd zijn.
Kosten kunnen worden verzekerd wanneer de gemeente deze kosten in haar begroting opneemt, wanneer de gemeente een exploitatieplan vaststelt, of wanneer de gemeente en de particuliere grondexploitant die het bouwplan gaat realiseren een anterieure overeenkomst sluiten. De voorkeur van de gemeente gaat uit naar het verzekeren van de kosten via een anterieure overeenkomst. In hoofdstuk 6 zal concreet worden ingegaan op de vraag hoe de kosten van de grondexploitatie gerelateerd aan de in dit bestemmingsplan opgenomen bouwplan(nen) verzekerd zijn. 3.4.11 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling van 18 sociale huurappartementen en 32 zorgappartementen met ruimte voor dagbesteding aan de Aletta Jacobslaan 7 ligt in lijn met het Rijks- provinciaal-, regionaal-, en gemeentelijk beleid.
Bestemmingsplan "A. Jacobslaan 7 2024" (vastgesteld)
Hoofdstuk 4 4.1
Omgevingsanalyse
Huidige situatie
Het plangebied ligt in de wijk Overwhere-Zuid, op de hoek van de Aletta Jacobslaan en Overweerse polderdijk. Aan de noord- en westzijde van het plangebied bevinden zich woningen. Aan de oostzijde wordt het plangebied begrensd door een waterloop langs de Aletta Jacobslaan. Aan de zuidzijde van het plangebied bevindt zich een school (Vonk). Binnen het plangebied bevindt zich de voormalige basisschool M.L. Kingschool. Het gebouw was niet meer in gebruik en is inmiddels gesloopt. Op het terrein zijn meerdere waardevolle bomen aanwezig.
4.2
Nieuwe situatie
Het plan heeft betrekking op de bouw van 50 woningen verdeeld over twee gebouwen. Het betreft 18 sociale huurwoningen te verhuren door Wooncompagnie en 32 zorgwoningen voor Odion met op de begane grond ruimte voor dagbesteding. De bestaande bebouwing is gesloopt. De nieuwe gebouwen zullen worden gerealiseerd aan de zijde van de Aletta Jacobslaan. Het gebouw van Wooncompagnie bestaat uit 3 bouwlagen en sluit qua bouwhoogte (circa 9,5 meter en trappenhuis van 10,5 meter) aan op de hoogte van de woningen in de omgeving. Het gebouw is passend binnen de bouwregels van het bestemmingsplan. Door het gebouw zoveel mogelijk aan de zijde van de Aletta Jacobslaan te situeren, worden negatieve effecten op woningen in de nabijheid zoveel mogelijk voorkomen en kan het overgrote deel van de aanwezige bomen behouden blijven. Langs de erfgrens met het perceel Marga Klompéstraat 1-2 worden bergingen gerealiseerd, bestaande uit één bouwlaag. Hiermee ontstaat ook een duidelijke fysieke afscheiding. Het gebouw van Odion bestaat uit 4 bouwlagen (circa 13 meter) en sluit aan bij de hoogte van het gebouw van Vonk. Bestaande woningen staan op ruime afstand van dit gebouw waardoor geen negatieve effecten worden verwacht. Er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen en de omliggende wegen bieden voldoende capaciteit om het verkeer te verwerken (zie paragraaf 5.13).
24
Hoofdstuk 5 5.1
Randvoorwaarden / omgevingsaspecten
Archeologie
5.1.1 Beleidskader In de Erfgoedwet, vastgesteld op 1 juli 2016, zijn de regels voor de archeologische monumentenzorg opgenomen. Voor gebieden waar archeologische waarden voorkomen of waar reële verwachtingen bestaan dat ter plaatse archeologische waarden aanwezig zijn, dient voorafgaand aan bodemingrepen door een gecertificeerd bureau archeologisch onderzoek te worden uitgevoerd. De uitkomsten van het archeologisch onderzoek dienen vervolgens volwaardig in de belangenafweging te worden betrokken. De gemeente Purmerend heeft in 2009 een eigen archeologisch beleid opgesteld. In 2017 is dit beleid opgegaan in het Erfgoedbeleid Purmerend 2017. Hierbij hoort een archeologische verwachtingskaart. Dit is een voorspellingskaart waarop verwachtingen met betrekking tot de situering van (nog) onbekende archeologische vindplaatsen zijn vertaald in termen van vlakken en zones. Op de kaart worden zones aangegeven met verschillende verwachtingen: hoge, middelhoge of lage verwachting. De archeologische verwachtingskaart vormt de basis voor het opstellen van een beleidsadvieskaart, die vervolgens kan worden gebruikt voor de toetsing van ruimtelijke plannen op de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Het bestemmingsplan vormt het belangrijkste instrument voor de archeologische monumentenzorg.
Voor gemeenten kunnen de door deskundigen opgestelde archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaarten als leidraad worden gebuikt voor zowel de planologische bescherming van archeologische waarden in het ruimtelijke plan als voor het vaststellen van het benodigde archeologisch onderzoek dat bij voorbereiding van ruimtelijke plannen moet plaatsvinden. 5.1.2 Analyse Ter plaatse van het plangebied geldt volgens de gemeentelijke archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart een lage archeologische verwachtingswaarde. Er is geen noodzaak om een verkennend archeologisch onderzoek uit te voeren voordat nieuwe bouwactiviteiten plaatsvinden. 5.1.3 Conclusie Met betrekking tot het aspect archeologie zijn er geen belemmeringen voor de ontwikkeling van het plangebied
5.2
Bezonning
5.2.1 Beleidskader Naarmate de breedte of hoogte van een gebouw groter is, neemt het negatieve effect op de bezonning van de omgeving toe. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient inzichtelijk te worden gemaakt of eventuele toename van schaduw op woningen in de omgeving aanvaardbaar is. 5.2.2 Analyse Ten behoeve van de ontwikkeling is een schaduwstudie uitgevoerd (zie bijlage Schaduwstudie), waarbij de schaduwval van de nieuwe situatie inzichtelijk is gemaakt.De schaduwstudie is uitgevoerd voor de dagen 21 maart, 21 juni, 21 september en 21 december. Uit de studie volgt dat er voor woningen in de omgeving nauwelijks sprake is van extra schaduwwerking ten opzichte van de huidige situatie. Uit de uitgevoerde studie kan worden opgemaakt dat ruimschoots wordt voldaan aan de lichte
Bestemmingsplan "A. Jacobslaan 7 2024" (vastgesteld)
TNO-norm. Naast de lichte TNO norm geldt er vanuit de gemeente ook de aanvullende eis dat de omliggende bebouwing maximaal 3 uur zon mag verliezen van april tot september als gevolg van de nieuwe bebouwing. Ook aan deze eis wordt met het bouwplan voldaan. 5.2.3 Conclusie Geconcludeerd wordt dat het plan niet leidt tot onevenredige schaduwwerking op nabijgelegen percelen. Er is met betrekking tot het aspect schaduwwerking geen belemmering voor de ontwikkeling van het plangebied.
5.3
Bodemkwaliteit
5.3.1 Beleidskader Op 7 mei 2020 is het nieuwe bodembeleid vastgesteld door de gemeenteraad. Deze stukken, bestaande uit de “Bodemkwaliteitskaart gemeente Purmerend en “Nota bodembeheer Purmerend”, bevatten de regels om grondverzet binnen Purmerend plaats te laten vinden zonder dat daar extra bodemonderzoek noodzakelijk is. De bodemkwaliteitskaart is gebaseerd op bodemonderzoek, en daarin zijn ook de PFAS- en PFOA-gerelateerde stoffen meegenomen. Daarbij heeft de gemeenteraad ook de Bodemkwaliteitskaart van de gemeente Beemster geaccepteerd als erkend bewijsmateriaal van de bodemkwaliteit. Hierdoor is voor veel locaties uitwisseling van grond tussen Purmerend en Beemster mogelijk zonder extra bodemonderzoek. Het bodembeleid is voornamelijk generiek (wat schoon is, moet schoon blijven). Voor de rijkswegen, spoorbanen en grond in eigendom van het Hoogheemraadschap zijn uitzonderingen daarop gemaakt en is het beleid specifiek (meer grondverzet mogelijk). In Beemster is het beleid voor alle locaties specifiek. Wat betreft de concrete ontwikkelingen dient in geval van functiewijziging onderzoek te worden verricht naar de bodemkwaliteit. Bij de vaststelling van wijzigingsplannen dient aandacht te worden besteed aan de bodemgesteldheid.
5.3.2 Analyse Door middel van een verkennend bodemonderzoek (zie bijlage Bodemonderzoek) is inzicht verkregen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van het plangebied. Hieronder zijn de resultaten weergegeven. In de oorspronkelijke ondergrond (klei) zijn lichte verhogingen van kwik, lood, zink en minerale olie geconstateerd. In de overige mengmonsters van de boven- en ondergrond zijn geen verhogingen van de onderzochte standaard parameters aangetroffen. In het grondwater is een lichte verhoging van barium aangetroffen. De overige onderzochte stoffen zijn niet in verhoogde concentraties aangetroffen. De aangetroffen verhogingen zijn dusdanig gering of verklaarbaar uit omgevingsfactoren, dat voor het instellen van een vervolgonderzoek geen aanleiding wordt gezien. Op de locatie bestaan, op grond van de resultaten van dit onderzoek, geen risico's voor de volksgezondheid of de ecologie bij het beoogde gebruik, wonen met tuin. Bij graafwerkzaamheden op het terrein bestaan er beperkingen in de mogelijkheid tot hergebruik van eventueel vrijkomende grond buiten de locatie. Voor hergebruik van grond buiten de locatie is het Besluit Bodemkwaliteit van toepassing. Indicatief getoetst valt de ondergrond (kleigrond) en een deel van de bovengrond op basis van PFAS in de klasse wonen/industrie. De overige de bovenen ondergrond (zand) op de locatie is vrij toepasbaar.
Graafwerkzaamheden kunnen volgens de CROW400 worden uitgevoerd, zonder dat er een veiligheidsklasse van toepassing is. De uiteindelijke klasse dient bepaald te worden door een veiligheidsdeskundige. 26
Tijdens het onderzoek is zintuiglijk op het maaiveld en in de bodem geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. De uitvoering van een asbestonderzoek wordt gezien de resultaten van het verkennend bodemonderzoek, niet noodzakelijk geacht. Gelet op het beoogde gebruik als beleeftuin achter de nieuwbouwwoningen (met mogelijk ook moestuingebruik) is een aanvullend bodemonderzoek verricht naar PFAS (zie bijlage Bodemonderzoek PFAS beleeftuin) . Uit dat onderzoek blijkt dat er ter plaatse van de beleeftuin geen verhoogde concentraties PFAS zijn aangetoond en de bodem wordt ingedeeld in de bodemkwaliteitsklasse landbouw en natuur. Er gelden vanuit de bodem dan ook geen beperkingen voor het gebruik als beleeftuin. Er mag bijvoorbeeld een moestuin worden gerealiseerd t.b.v. consumptie. 5.3.3 Conclusie De bodemkwaliteit is van dien aard dat deze geschikt is voor het gebruik dat met het onderhavige bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt.
5.4
Cultuurhistorische waarden
5.4.1 Beleidskader In de toelichting van ruimtelijke plannen moet een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Het doel hiervan is om cultuurhistorische belangen meer te laten meewegen in de ruimtelijke ordening. Hiertoe is op 1 januari 2012 het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd, waarbij dit voorschrift in artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a is opgenomen. De in de grond aanwezige waarden komen in paragraaf 5.1 (Archeologie) aan bod, de overige cultuurhistorische aspecen worden in deze paragraaf besproken. Op 2 november 2017 heeft de gemeenteraad het Erfgoedbeleid Purmerend 2017 vastgesteld. Dit beleid richt zich op het behoud van het Purmerendse erfgoed. Het spreekt de visie uit dat het erfgoed belangrijk is voor de stad. De gemeente heeft vier ambities met betrekking tot het erfgoed: 1. de karakteristieke historische waarden van Purmerend blijven zo veel mogelijk behouden. Dit wil niet zeggen dat erfgoed onaantastbaar is, ontwikkelingen aan en rond cultuurhistorische waarden blijven mogelijk, mits dit gebeurt met respect voor het 'verhaal' van het object; 2. de historische waarden van onze stad worden versterkt door bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen een zichtbare relatie met het erfgoed te leggen.